CConstaterende datHilvarenbeek
Koppel je AI →
Document · PDF

Tweede wijziging omgevingsplan (2 Raadsbesluit)

Gemeenteraad 8 juli 2026, gemeente HilvarenbeekBij agendapunt: Raadsvoorstel Wijziging Omgevingsplan kernen Haghorst, Baarschot en Esbeek.29.616 woorden

Open het PDF bij iBabs ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 4

het beschermen van grondgebonden veehouderijen als drager van het landschap; t. het voorkomen van leegstand van voormalige agrarische bebouwing; u. het bieden van voldoende fysieke en milieu-ruimte voor milieubelastende bedrijven en andere activiteiten, anders dan wonen; v. het bevorderen van kringlooplandbouw en duurzame veehouderijen; w. het bevorderen van een grotere variatie in de bedrijfsvoering van grondgebonden veehouderijbedrijven; x. het bevorderen van extensief recreatief medegebruik; y. het bevorderen van een duurzame ontwikkeling; z. het kunnen produceren binnen gesloten kringlopen; aa. het doelmatig beheren van afvalstoffen; ab. het tegengaan van klimaatverandering; ac. het doelmatig gebruiken van energie en grondstoffen; ad. het beschermen van de gezondheid; en ae. het voorkomen en beschermen van mensen tegen infecties door het houden van landbouwhuisdieren.

Paragraaf 5.2.2 Toegestane activiteiten Artikel 5.9 Algemeen 1 Locaties met de functie 'agrarisch grondgebruik' zijn bedoeld voor al dan niet bedrijfsmatig voortbrengen van producten door middel van het telen van gewassen en/of het houden van dieren, en daarmee direct samenhangende activiteiten.

2 Naast de hoofdfunctie als bedoeld in Artikel 5.9, eerste lid zijn de volgende ondergeschikte activiteiten bij de functie toegestaan: a. overige bijbehorende voorzieningen.

31

Artikel 5.10 Aanlegactiviteiten Voor het aanleggen van werken en uitvoeren van werkzaamheden op een locatie met de functie 'agrarisch grondgebruik' dient voldaan te worden aan álle regels voor de genoemde activiteiten voor zover een activiteit van toepassing is op de gekozen locatie, zoals bepaald in: a. Paragraaf 6.3.1 Algemene bepalingen aanlegactiviteiten; b. Subparagraaf 6.3.3.1 Oppervlakteverhardingen aanleggen.

Artikel 5.11 Bouwactiviteiten Voor het bouwen op een locatie met de functie 'agrarisch grondgebruik' ddient voldaan te worden aan álle regels voor de genoemde activiteiten voor zover een activiteit van toepassing is op de gekozen locatie, zoals bepaald in: a. Paragraaf 6.4.1 Algemene bepalingen bouwactiviteiten; b. Paragraaf 6.4.7 Erfafscheidingen bouwen c. Paragraaf 6.4.10 Overige bouwwerken, geen gebouwen zijnde bouwen.

Artikel 5.12 Gebruiksactiviteiten Voor het gebruiken van een locatie met de functie 'agrarisch grondgebruik' dient voldaan te worden aan álle regels voor de genoemde activiteiten voor zover een activiteit van toepassing is op de gekozen locatie, zoals bepaald in: a. Paragraaf 6.5.1 Algemene bepalingen gebruiksactiviteiten; b. Subparagraaf 6.5.3.4 Agrarische activiteiten uitoefenen.

Afdeling 5.3 Bedrijf Paragraaf 5.3.1 Algemeen Artikel 5.13 Toepassingsbereik Deze afdeling is van toepassing op locaties met de functie 'bedrijf'.

Artikel 5.14 Doelen Binnen locaties met de functie 'bedrijf' gelden de volgende doelen: a. een evenwichtige toedeling van functies aan locaties; b. het beschermen van een goed woon- en leefklimaat; c. het beschermen van het milieu; d. het bevorderen van de toegankelijkheid van de openbare buitenruimte voor personen; e. het bevorderen van een duurzame ruimtelijke en economische ontwikkeling van gebieden; f. het realiseren van een akoestisch aanvaardbaar woongebied; g. het waarborgen van een goede kwaliteit van bouwwerken; h. het gebruiken van bouwwerken; i. het realiseren van een woongebied met een aanvaardbaar geurniveau; j. het beschermen van landschappelijke en stedenbouwkundige waarden; k. het tegengaan van verrommeling van erven en terreinen en behoud van beeldkwaliteit van bebouwing; l. de natuurbescherming; m. het beschermen en verbeteren van de kwaliteit van lucht, bodem en de chemische en ecologische kwaliteit van watersystemen; n. het vergroten van de natuurbescherming en recreatieve waarde, zonder afbreuk te doen aan natuurwaarden; o. het behoud van cultureel erfgoed; p. het behouden en herstellen van waardevolle bouwwerken en landschappelijke elementen;

32

q. het waarborgen en versterken van een aantrekkelijk ruimtelijk-economisch vestigingsklimaat r. het bieden van voldoende fysieke en milieu-ruimte voor milieubelastende bedrijven en andere activiteiten, anders dan wonen; s. het bevorderen van een duurzame ontwikkeling; t. het kunnen produceren binnen gesloten kringlopen; u. het doelmatig beheren van afvalstoffen; v. het tegengaan van klimaatverandering; w. het doelmatig gebruiken van energie en grondstoffen; en x. het beschermen van de gezondheid.

Paragraaf 5.3.2 Toegestane activiteiten Artikel 5.15 Algemeen 1 Locaties met de functie 'bedrijf' zijn bedoeld voor de uitoefening van een bedrijf en daarmee direct samenhangende activiteiten.

2 Naast de hoofdfunctie zoals bedoeld in Artikel 5.15, eerste lid zijn de volgende ondergeschikte activiteiten bij de functie toegestaan: a. productiegebonden detailhandel; b. nutsvoorziening; c. overige bijbehorende voorzieningen.

Artikel 5.16 Aanlegactiviteiten Voor het aanleggen van werken en uitvoeren van werkzaamheden op een locatie met de functie 'bedrijf' dient voldaan te worden aan álle regels voor de genoemde activiteiten voor zover een activiteit van toepassing is op de gekozen locatie, zoals bepaald in: a. Paragraaf 6.3.1 Algemene bepalingen aanlegactiviteiten; b. Subparagraaf 6.3.3.1 Oppervlakteverhardingen aanleggen.

Artikel 5.17 Bouwactiviteiten Voor het bouwen op een locatie met de functie 'bedrijf' dient voldaan te worden aan álle regels voor de genoemde activiteiten voor zover een activiteit van toepassing is op de gekozen locatie, zoals bepaald in: a. Paragraaf 6.4.1 Algemene bepalingen bouwactiviteiten; b. Paragraaf 6.4.2 Bedrijfsgebouwen bouwen of uitbreiden; c. Paragraaf 6.4.3 Nutsvoorzieningen bouwen; d. Paragraaf 6.4.4 Bedrijfswoning bouwen; e. Paragraaf 6.4.6 Bijbehorende bouwwerken en overkapping bij een woning bouwen; f. Paragraaf 6.4.7 Erfafscheidingen bouwen; g. Paragraaf 6.4.9 Overkappingen bouwen bij andere hoofdgebouwen dan een woning; h. Paragraaf 6.4.10 Overige bouwwerken, geen gebouwen zijnde bouwen.

Artikel 5.18 Gebruiksactiviteiten Voor het gebruiken van een locatie met de functie 'bedrijf' dient voldaan te worden aan álle regels voor de genoemde

33

activiteiten voor zover een activiteit van toepassing is op de gekozen locatie, zoals bepaald in: a. Paragraaf 6.5.1 Algemene bepalingen gebruiksactiviteiten; b. Subparagraaf 6.5.4.1 Bedrijfsactiviteiten uitoefenen; c. Subparagraaf 6.5.11.1 Wonen; d. Subparagraaf 6.5.11.3 Aan huis verbonden beroepen uitoefenen; e. Subparagraaf 6.5.11.4 Aan huis verbonden bedrijven uitoefenen; f. Subparagraaf 6.5.11.5 Huisvesten arbeidsmigranten.

Afdeling 5.4 Gemengd Paragraaf 5.4.1 Algemeen Artikel 5.19 Toepassingsbereik Deze afdeling is van toepassing op locaties met de functie 'gemengd'.

Artikel 5.20 Doelen Binnen locaties met de functie 'gemengd’ gelden de volgende doelen: a. een evenwichtige toedeling van functies aan locaties; b. het beschermen van een goed woon- en leefklimaat; c. het beschermen van het milieu; d. het bevorderen van de toegankelijkheid van de openbare buitenruimte voor personen; e. het bevorderen van een duurzame ruimtelijke en economische ontwikkeling van gebieden; f. het realiseren van een akoestisch aanvaardbaar woongebied; g. het waarborgen van een goede kwaliteit van bouwwerken; h. het gebruiken van bouwwerken; i. het realiseren van een woongebied met een aanvaardbaar geurniveau; j. het beschermen van landschappelijke en stedenbouwkundige waarden; k. het tegengaan van verrommeling van erven en terreinen en behoud van beeldkwaliteit van bebouwing; l. de natuurbescherming; m. het beschermen en verbeteren van de kwaliteit van lucht, bodem en de chemische en ecologische kwaliteit van watersystemen; n. het vergroten van de natuurbescherming en recreatieve waarde, zonder afbreuk te doen aan natuurwaarden; o. het behoud van cultureel erfgoed; p. het behouden en herstellen van waardevolle bouwwerken en landschappelijke elementen; q. het waarborgen en versterken van een aantrekkelijk ruimtelijk-economisch vestigingsklimaat; r.

het bieden van voldoende fysieke en milieu-ruimte voor milieubelastende bedrijven en andere activiteiten, anders dan wonen; s. het bevorderen van een duurzame ontwikkeling; t. het kunnen produceren binnen gesloten kringlopen; u. het doelmatig beheren van afvalstoffen; v. het tegengaan van klimaatverandering; w. het doelmatig gebruiken van energie en grondstoffen; en x. het beschermen van de gezondheid.

Paragraaf 5.4.2 Toegestane activiteiten Artikel 5.21 Algemeen 1 Locaties met de functie 'gemengd' zijn bedoeld voor ateliers, de uitoefening van bedrijfsactiviteiten en daarmee direct samenhangende activiteiten.

34

2 Naast de hoofdfunctie zoals bedoeld in Artikel 5.21, eerste lid zijn de volgende ondergeschikte activiteiten bij de functie toegestaan: a. ondergeschikte kantoorruimte; b. nutsvoorzieningen; c. overige bijbehorende voorzieningen.

Artikel 5.22 Aanlegactiviteiten Voor het aanleggen van werken en uitvoeren van werkzaamheden op een locatie met de functie 'Gemengd' dient voldaan te worden aan álle regels voor de genoemde activiteiten voor zover een activiteit van toepassing is op de gekozen locatie, zoals bepaald in: a. Paragraaf 6.3.1 Algemene bepalingen aanlegactiviteiten; b. Subparagraaf 6.3.3.1Oppervlakteverhardingen aanleggen.

Artikel 5.23 Bouwactiviteiten Voor het bouwen op een locatie met de functie 'gemengd' dient voldaan te worden aan álle regels voor de genoemde activiteiten voor zover een activiteit van toepassing is op de gekozen locatie, zoals bepaald in: a. Paragraaf 6.4.1 Algemene bepalingen bouwactiviteiten; b. Paragraaf 6.4.2 Bedrijfsgebouwen bouwen; c. Paragraaf 6.4.7 Erfafscheidingen bouwen; d. Paragraaf 6.4.9 Overkapping bouwen bij andere hoofdgebouwen dan een woning; e. Paragraaf 6.4.10 Overige bouwwerken, geen gebouwen zijnde bouwen.

Artikel 5.24 Gebruiksactiviteiten Voor het gebruiken van een locatie met de functie 'gemengd' dient voldaan te worden aan álle regels voor de genoemde activiteiten voor zover een activiteit van toepassing is op de gekozen locatie, zoals bepaald in: a. Paragraaf 6.5.1 Algemene bepalingen gebruiksactiviteiten; b. Subparagraaf 6.5.4.1 Bedrijfsactiviteiten uitoefenen; c. Subparagraaf 6.5.7.1 Zelfstandige kantooractiviteiten uitoefenen; d. Subparagraaf 6.5.11.1 Wonen.

Afdeling 5.5 Horeca Paragraaf 5.5.1 Algemeen Artikel 5.25 Toepassingsbereik Deze afdeling is van toepassing op locaties met de functie 'horeca'.

Artikel 5.26 Doelen Binnen locaties met de functie 'horeca' gelden de volgende doelen: a. een evenwichtige toedeling van functies aan locaties; b. het beschermen van een goed woon- en leefklimaat; c. het beschermen van het milieu;

35

d. het bevorderen van de toegankelijkheid van de openbare buitenruimte voor personen; e. het bevorderen van een duurzame ruimtelijke en economische ontwikkeling van gebieden; f. het realiseren van een akoestisch aanvaardbaar woongebied; g. het waarborgen van een goede kwaliteit van bouwwerken; h. het gebruiken van bouwwerken; i. het beschermen van landschappelijke en stedenbouwkundige waarden; j. het tegengaan van verrommeling van erven en terreinen en behoud van beeldkwaliteit van bebouwing; k. het realiseren van een hoge architectonische kwaliteit van het openbaar gebied en van bebouwing; l. de natuurbescherming; m. het beschermen en verbeteren van de kwaliteit van lucht, bodem en de chemische en ecologische kwaliteit van watersystemen; n. het vergroten van de natuurbescherming en recreatieve waarde, zonder afbreuk te doen aan natuurwaarden; o. het behoud van cultureel erfgoed; p. het behouden en herstellen van waardevolle bouwwerken en landschappelijke elementen; q. het bieden van voldoende fysieke en milieu-ruimte voor milieubelastende bedrijven en andere activiteiten, anders dan wonen; r. het waarborgen van de veiligheid; s. het bevorderen van een duurzame ontwikkeling; t. het doelmatig beheren van afvalstoffen; u. het tegengaan van klimaatverandering; v. het doelmatig gebruiken van energie en grondstoffen; en w. het beschermen van de gezondheid.

Paragraaf 5.5.2 Toegestane activiteiten Artikel 5.27 Algemeen 1 Locaties met de functie 'horeca' zijn bedoeld voor de uitoefening van een horecabedrijf en daarmee direct samenhangende activiteiten.

2 Naast de hoofdfunctie zoals bedoeld in Artikel 5.27, eerste lid zijn de volgende ondergeschikte activiteiten bij de functie toegestaan: a. nutsvoorziening; b. overige bijbehorende voorzieningen.

Artikel 5.28 Aanlegactiviteiten Voor het aanleggen van werken en uitvoeren van werkzaamheden op een locatie met de functie 'horeca' dient voldaan te worden aan álle regels voor de genoemde activiteiten voor zover een activiteit van toepassing is op de gekozen locatie, zoals bepaald in: a. Paragraaf 6.3.1 Algemene bepalingen aanlegactiviteiten; b. Subparagraaf 6.3.3.1 Oppervlakteverhardingen aanleggen.

Artikel 5.29 Bouwactiviteiten Voor het bouwen op een locatie met de functie 'horeca' dient voldaan te worden aan álle regels voor de genoemde activiteiten voor zover een activiteit van toepassing is op de gekozen locatie, zoals bepaald in: a. Paragraaf 6.4.1 Algemene bepalingen bouwactiviteiten;

36

b. Paragraaf 6.4.2 Bedrijfsgebouwen bouwen; c. Paragraaf 6.4.4 Bedrijfswoning bouwen; d. Paragraaf 6.4.6 Bijbehorend bouwwerk en overkappingen bij woning bouwen; e. Paragraaf 6.4.7 Erfafscheidingen bouwen; f. Paragraaf 6.4.9 Overkapping bouwen bij andere hoofdgebouwen dan een woning bouwen; g. Paragraaf 6.4.10 Overige bouwwerken, geen gebouwen zijnde bouwen.

Artikel 5.30 Gebruiksactiviteiten Voor het gebruiken van een locatie met de functie 'horeca' dient voldaan te worden aan álle regels voor de genoemde activiteiten voor zover een activiteit van toepassing is op de gekozen locatie, zoals bepaald in: a. Paragraaf 6.5.1 Algemene bepalingen gebruiksactiviteiten; b. Subparagraaf 6.5.6.1 Horecabedrijf exploiteren; c. Subparagraaf 6.5.11.1 Wonen; d. Subparagraaf 6.5.11.3 Aan huis verbonden beroepen uitoefenen; e. Subparagraaf 6.5.11.4 Aan huis verbonden bedrijven uitoefenen.

Afdeling 5.6 Maatschappelijk Paragraaf 5.6.1 Algemeen Artikel 5.31 Toepassingsbereik Deze afdeling is van toepassing op locaties met de functie 'maatschappelijk'.

Artikel 5.32 Doelen Binnen locaties met de functie 'maatschappelijk' gelden de volgende doelen: a. een evenwichtige toedeling van functies aan locaties; b. het beschermen van een goed woon- en leefklimaat; c. het beschermen van het milieu; d. het bevorderen van de toegankelijkheid van de openbare buitenruimte voor personen; e. het realiseren van een akoestisch aanvaardbaar woongebied; f. het waarborgen van een goede kwaliteit van bouwwerken; g. het gebruiken van bouwwerken; h. het beschermen van landschappelijke en stedenbouwkundige waarden; i. het tegengaan van verrommeling van erven en terreinen en behoud van beeldkwaliteit van bebouwing; j. het realiseren van een hoge architectonische kwaliteit van het openbaar gebied en van bebouwing; k. de natuurbescherming; l. het beschermen en verbeteren van de kwaliteit van lucht, bodem en de chemische en ecologische kwaliteit van watersystemen; m. het vergroten van de natuurbescherming en recreatieve waarde, zonder afbreuk te doen aan natuurwaarden; n. het behoud van cultureel erfgoed; o. het behouden en herstellen van waardevolle bouwwerken en landschappelijke elementen; p. het waarborgen van de veiligheid; q. het bevorderen van een duurzame ontwikkeling; r. het doelmatig beheren van afvalstoffen; s. het tegengaan van klimaatverandering; t. het doelmatig gebruiken van energie en grondstoffen; en u. het beschermen van de gezondheid.

37

Paragraaf 5.6.2 Toegestane activiteiten Artikel 5.33 Algemeen 1 Locaties met de functie 'maatschappelijk' zijn bedoeld voor maatschappelijke voorzieningen en daarmee direct samenhangende activiteiten;

2 Naast de hoofdfunctie zoals bedoeld in Artikel 5.33, eerste lid zijn de volgende ondergeschikte activiteiten bij de functie toegestaan: a. nutsvoorziening; b. overige bijbehorende voorzieningen.

Artikel 5.34 Aanlegactiviteiten Voor het aanleggen van werken en uitvoeren van werkzaamheden op een locatie met de functie 'maatschappelijk' dient voldaan te worden aan álle regels voor de genoemde activiteiten voor zover een activiteit van toepassing is op de gekozen locatie, zoals bepaald in: a. Paragraaf 6.3.1 Algemene bepalingen aanlegactiviteiten b. Subparagraaf 6.3.3.1 Oppervlakteverhardingen aanleggen.

Artikel 5.35 Bouwactiviteiten Voor het bouwen op een locatie met de functie 'maatschappelijk' dient voldaan te worden aan álle regels voor de genoemde activiteiten voor zover een activiteit van toepassing is op de gekozen locatie, zoals bepaald in: a. Paragraaf 6.4.1 Algemene bepalingen bouwactiviteiten; b. Paragraaf 6.4.2 Bedrijfsgebouwen bouwen; c. Paragraaf 6.4.7 Erfafscheidingen bouwen; d. Paragraaf 6.4.9 Overkapping bouwen bij andere hoofdgebouwen dan een woning; e. Paragraaf 6.4.10 Overige bouwwerken, geen gebouwen zijnde bouwen.

Artikel 5.36 Gebruiksactiviteiten Voor het gebruiken van een locatie met de functie 'maatschappelijk' dient voldaan te worden aan álle regels voor de genoemde activiteiten voor zover een activiteit van toepassing is op de gekozen locatie, zoals bepaald in: a. Paragraaf 6.5.1 Algemene bepalingen gebruiksactiviteiten; b. Subparagraaf 6.5.8.1 Maatschappelijke activiteiten uitoefenen; c. Subparagraaf 6.5.8.3 wonen in zorgwoningen.

Afdeling 5.7 Openbaar gebied Paragraaf 5.7.1 Algemeen Artikel 5.37 Toepassingsbereik Deze afdeling is van toepassing op locaties met de functie 'openbaar gebied'.

Artikel 5.38 Doelen Binnen locaties met de functie 'openbaar gebied' gelden de volgende doelen:

38

a. een evenwichtige toedeling van functies aan locaties; b. het beschermen van een goed woon- en leefklimaat; c. het beschermen van het milieu; d. het bevorderen van de toegankelijkheid van de openbare buitenruimte voor personen; e. het realiseren van een akoestisch aanvaardbaar woongebied; f. het waarborgen van een goede kwaliteit van bouwwerken; g. het gebruiken van bouwwerken; h. het behoeden van de staat en werking van infrastructuur voor nadelige gevolgen van activiteiten; i. het beheren van infrastructuur; j. het kunnen benutten van de openbare ruimte voor verkeer, parkeren en afvalinzameling; k. het bereikbaar en toegankelijk maken van gebieden; l. het realiseren van een fietsvriendelijk woongebied; m. het beschermen van landschappelijke en stedenbouwkundige waarden; n. het tegengaan van verrommeling van erven en terreinen en behoud van beeldkwaliteit van bebouwing; o. het realiseren van een hoge architectonische kwaliteit van het openbaar gebied en van bebouwing; p. de natuurbescherming; q. het beschermen en verbeteren van de kwaliteit van lucht, bodem en de chemische en ecologische kwaliteit van watersystemen; r. het vergroten van de natuurbeleving en recreatieve waarde, zonder afbreuk te doen aan natuurwaarden; s. het behoud van cultureel erfgoed; t. het behouden en herstellen van waardevolle bouwwerken en landschappelijke elementen; u.

het beschermen en waar mogelijk vergroten van de openheid van het landschap; v. het waarborgen van de veiligheid; w. het bevorderen van een duurzame ontwikkeling; x. het doelmatig beheren van afvalstoffen; y. het tegengaan van klimaatverandering; z. het doelmatig gebruiken van energie en grondstoffen; en aa. het beschermen van de gezondheid.

Paragraaf 5.7.2 Toegestane activiteiten Artikel 5.39 Algemeen 1 Locaties met de functie 'openbaar gebied' zijn bedoeld voor: a. de publiek toegankelijke groen-, water- en verkeersvoorzieningen; b. het uitoefenen van recreatieve activiteiten die naar aard en omvang passend zijn voor de plek en omgeving en daarmee direct samenhangende activiteiten.

2 Naast de hoofdfunctie zoals bedoeld in Artikel 5.39, eerste lid zijn de volgende ondergeschikte activiteiten bij de functie toegestaan: a. nutsvoorziening; b. overige bijbehorende voorzieningen.

Artikel 5.40 Aanlegactiviteiten Voor het aanleggen van werken en uitvoeren van werkzaamheden op een locatie met de functie 'openbaar gebied' dient voldaan te worden aan álle regels voor de genoemde activiteiten voor zover een activiteit van toepassing is op de

39

gekozen locatie, zoals bepaald in: a. Paragraaf 6.3.1 Algemene bepalingen aanlegactiviteiten; b. Subparagraaf 6.3.2.1 Groenvoorzieningen aanleggen; c. Subparagraaf 6.3.3.1 Oppervlakteverhardingen aanleggen; d. Subparagraaf 6.3.3.2 Parkeerplaatsen aanleggen; e. Subparagraaf 6.3.3.3 Opbreken en graven; f. Subparagraaf 6.3.3.4 Onverharde paden en wegen verharden;

Artikel 5.41 Bouwactiviteiten Voor het bouwen op een locatie met de functie 'openbaar gebied' dient voldaan te worden aan álle regels voor de genoemde activiteiten voor zover een activiteit van toepassing is op de gekozen locatie, zoals bepaald in: a. Paragraaf 6.4.1 Algemene bepalingen bouwactiviteiten; b. Paragraaf 6.4.7 Erfafscheidingen bouwen; c. Paragraaf 6.4.10 Overige bouwwerken, geen gebouwen zijnde bouwen.

Artikel 5.42 Gebruiksactiviteiten Voor het gebruiken van een locatie met de functie 'openbaar gebied' dient voldaan te worden aan álle regels voor de genoemde activiteiten voor zover een activiteit van toepassing is op de gekozen locatie, zoals bepaald in: a. Paragraaf 6.5.1 Algemene bepalingen gebruiksactiviteiten; b. Paragraaf 6.5.2 Activiteiten in openbaar gebied.

Afdeling 5.8 Recreatie Paragraaf 5.8.1 Algemeen Artikel 5.43 Toepassingsbereik Deze afdeling is van toepassing op locaties met de functie 'recreatie'.

Artikel 5.44 Doelen Binnen locaties met de functie 'Recreatie' gelden de volgende doelen: a. een evenwichtige toedeling van functies aan locaties; b. het beschermen van een goed woon- en leefklimaat; c. het beschermen van het milieu; d. het bevorderen van de toegankelijkheid van de openbare buitenruimte voor personen; e. het beschermen van landschappelijke en stedenbouwkundige waarden; f. het tegengaan van verrommeling van erven en terreinen en behoud van beeldkwaliteit van bebouwing g. de natuurbescherming; h. het beschermen van en verbeteren van de kwaliteit van lucht, bodem en de chemische en ecologische kwaliteit van watersystemen; i. het vergroten van de natuurbeleving en recreatieve waarde, zonder afbreuk te doen aan natuurwaarden; j. het beschermen en waar mogelijk vergroten van de openheid van het landschap; k. het waarborgen van de veiligheid; l. het bevorderen van een duurzame ontwikkeling m. het tegengaan van klimaatverandering; n. het doelmatig gebruiken van energie en grondstoffen; en o. het beschermen van de gezondheid.

40

Paragraaf 5.8.2 Toegestane activiteiten Artikel 5.45 Algemeen 1 Locaties met de functie 'recreatie' zijn bedoeld voor recreatieve doeleinden en daarmee direct samenhangende activiteiten.

2 Naast de hoofdfunctie zoals bedoeld in Artikel 5.45, eerste lid zijn de volgende ondergeschikte activiteiten bij de functie toegestaan: a. nutsvoorzieningen; b. overige bijbehorende voorzieningen.

Artikel 5.46 Aanlegactiviteiten Voor het aanleggen van werken en uitvoeren van werkzaamheden op een locatie met de functie 'recreatie' dient voldaan te worden aan álle regels voor de genoemde activiteiten voor zover een activiteit van toepassing is op de gekozen locatie, zoals bepaald in: a. Paragraaf 6.3.1 Algemene bepalingen aanlegactiviteiten; b. Subparagraaf 6.3.3.1 Oppervlakteverhardingen aanleggen.

Artikel 5.47 Bouwactiviteiten Voor het bouwen op een locatie met de functie 'recreatie' dient voldaan te worden aan álle regels voor de genoemde activiteiten voor zover een activiteit van toepassing is op de gekozen locatie, zoals bepaald in: a. Paragraaf 6.4.1 Algemene bepalingen bouwactiviteiten; b. Paragraaf 6.4.7 Erfafscheidingen bouwen.

Artikel 5.48 Gebruiksactiviteiten Voor het gebruiken van een locatie met de functie 'recreatie' dient voldaan te worden aan álle regels voor de genoemde activiteiten voor zover een activiteit van toepassing is op de gekozen locatie, zoals bepaald in: a. Paragraaf 6.5.1 Algemene bepalingen gebruiksactiviteiten; b. Subparagraaf 6.5.9.1 Dagrecreatieve doeleinden uitoefen in de vorm van volkstuinen.

Afdeling 5.9 Sport Paragraaf 5.9.1 Algemeen Artikel 5.49 Toepassingsbereik Deze afdeling is van toepassing op locaties met de functie 'sport'.

Artikel 5.50 Doelen Binnen locaties met de functie 'sport' gelden de volgende doelen: a. een evenwichtige toedeling van functies aan locaties; b. het beschermen van een goed woon- en leefklimaat; c. het beschermen van het milieu;

41

d. het bevorderen van de toegankelijkheid van de openbare buitenruimte voor personen; e. het realiseren van een akoestisch aanvaardbaar woongebied; f. het waarborgen van een goede kwaliteit van bouwwerken; g. het gebruiken van bouwwerken; h. het beschermen van landschappelijke en stedenbouwkundige waarden; i. het tegengaan van verrommeling van erven en terreinen en behoud van beeldkwaliteit van bebouwing; j. het realiseren van een hoge architectonische kwaliteit van het openbaar gebied en van bebouwing; k. de natuurbescherming; l. het beschermen en verbeteren van de kwaliteit van lucht, bodem en de chemische en ecologische kwaliteit van watersystemen; m. het vergroten van de natuurbeleving en recreatieve waarde, zonder afbreuk te doen aan natuurwaarden; n. het behoud van cultureel erfgoed; o. het behouden en herstellen van waardevolle bouwwerken en landschappelijke elementen; p. het waarborgen van de veiligheid; q. het bevorderen van een duurzame ontwikkeling; r. het doelmatig beheren van afvalstoffen; s. het tegengaan van klimaatverandering; t. het doelmatig gebruiken van energie en grondstoffen; en u. het beschermen van de gezondheid.

Paragraaf 5.9.2 Toegestane activiteiten Artikel 5.51 Algemeen 1 Locaties met de functie 'sport' zijn bedoeld voor binnen- en buitensportbeoefening en daarmee direct samenhangende activiteiten.

2 Naast de hoofdfunctie zoals bedoeld in Artikel 5.51, eerste lid zijn de volgende ondergeschikte activiteiten bij de functie toegestaan: a. nutsvoorziening; b. ondersteunende horeca in de vorm van paracommerciële horeca; c. overige bijbehorende voorzieningen.

Artikel 5.52 Aanlegactiviteiten Voor het aanleggen van werken en uitvoeren van werkzaamheden op een locatie met de functie 'sport' dient voldaan te worden aan álle regels voor de genoemde activiteiten voor zover een activiteit van toepassing is op de gekozen locatie, zoals bepaald in: a. Paragraaf 6.3.1 Algemene bepalingen aanlegactiviteiten; b. Subparagraaf 6.3.3.1 Oppervlakteverhardingen aanleggen.

Artikel 5.53 Bouwactiviteiten Voor het bouwen op een locatie met de functie 'sport' dient voldaan te worden aan álle regels voor de genoemde activiteiten voor zover een activiteit van toepassing is op de gekozen locatie, zoals bepaald in: a. Paragraaf 6.4.1 Algemene bepalingen bouwactiviteiten; b. Paragraaf 6.4.2 Bedrijfsgebouwen bouwen;

42

c. Paragraaf 6.4.7 Erfafscheidingen bouwen; d. Paragraaf 6.4.9 Overkapping bouwen bij andere hoofdgebouwen dan een woning; e. Paragraaf 6.4.10 Overige bouwwerken, geen gebouwen zijnde bouwen.

Artikel 5.54 Gebruiksactiviteiten Voor het gebruiken van een locatie met de functie 'sport' dient voldaan te worden aan álle regels voor de genoemde activiteiten voor zover een activiteit van toepassing is op de gekozen locatie, zoals bepaald in a. Paragraaf 6.5.1 Algemene bepalingen gebruiksactiviteiten; b. Subparagraaf 6.5.10.1 Binnen- en buitensportactiviteiten uitoefenen; c. Subparagraaf 6.5.10.2 Maatschappelijke activiteiten bij sport uitoefenen; d. Subparagraaf 6.5.10.3 Ondersteunende horeca aanbieden bij sport;

Afdeling 5.10 Veehouderij Paragraaf 5.10.1 Algemeen Artikel 5.55 Toepassingsbereik Deze afdeling is van toepassing op locaties met de functie 'veehouderij'.

Artikel 5.56 Doelen Binnen locaties met de functie 'veehouderij' gelden de volgende doelen: a. een evenwichtige toedeling van functies aan locaties; b. het beschermen van een goed woon- en leefklimaat; c. het beschermen van het milieu; d. het bevorderen van de toegankelijkheid van de openbare buitenruimte voor personen; e. het bevorderen van een duurzame ruimtelijke en economische ontwikkeling van gebieden; f. het realiseren van een akoestisch aanvaardbaar woongebied; g. het waarborgen van een goede kwaliteit van bouwwerken; h. het gebruiken van bouwwerken; i. het verlagen of voorkomen van emissies van geur van agrarische activiteiten; j. het realiseren van een woongebied met een aanvaardbaar geurniveau; k. het beschermen van landschappelijke en stedenbouwkundige waarden; l. het tegengaan van verrommeling van erven en terreinen en behoud van beeldkwaliteit van bebouwing; m. de natuurbescherming; n. het beschermen en verbeteren van de kwaliteit van lucht, bodem en de chemische en ecologische kwaliteit van watersystemen; o. het vergroten van de natuurbescherming en recreatieve waarde, zonder afbreuk te doen aan natuurwaarden; p. het behoud van cultureel erfgoed; q. het behouden en herstellen van waardevolle bouwwerken en landschappelijke elementen; r. het beschermen van grondgebonden veehouderijen als drager van het landschap; s.

het voorkomen van leegstand van voormalige agrarische bebouwing; t. het bieden van voldoende fysieke en milieu-ruimte voor milieubelastende bedrijven en andere activiteiten, anders dan wonen; u. het bevorderen van kringlooplandbouw en duurzame veehouderijen; v. het bevorderen van een grotere variatie in de bedrijfsvoering van grondgebonden veehouderijbedrijven; w. het bevorderen van extensief recreatief medegebruik; x. het bevorderen van een duurzame ontwikkeling; y. het kunnen produceren binnen gesloten kringlopen; z. het doelmatig beheren van afvalstoffen;

43

aa. het tegengaan van klimaatverandering; ab. het doelmatig gebruiken van energie en grondstoffen; ac. het beschermen van de gezondheid; en ad. het voorkomen en beschermen van mensen tegen infecties door het houden van landbouwhuisdieren.

Paragraaf 5.10.2 Toegestane activiteiten Artikel 5.57 Algemeen 1 Locaties met de functie 'veehouderij' zijn bedoeld voor de uitoefening van een veehouderij en daarmee direct samenhangende activiteiten.

2 Naast de hoofdfunctie zoals bedoeld in Artikel 5.57, eerste lid zijn de volgende ondergeschikte activiteiten bij de functie toegestaan: a. nevenactiviteiten; b. het hobbymatig houden van landbouwhuisdieren; c. overige bijbehorende voorzieningen.

Artikel 5.58 Aanlegactiviteiten Voor het aanleggen van werken en uitvoeren van werkzaamheden op een locatie met de functie 'veehouderij' dient voldaan te worden aan álle regels voor de genoemde activiteiten voor zover een activiteit van toepassing is op de gekozen locatie, zoals bepaald in: a. Paragraaf 6.3.1 Algemene bepalingen aanlegactiviteiten; b. Subparagraaf 6.3.3.1 Oppervlakteverhardingen aanleggen.

Artikel 5.59 Bouwactiviteiten Voor het bouwen op een locatie met de functie 'veehouderij' dient voldaan te worden aan álle regels voor de genoemde activiteiten voor zover een activiteit van toepassing is op de gekozen locatie, zoals bepaald in: a. Paragraaf 6.4.1 Algemene bepalingen bouwactiviteiten; b. Paragraaf 6.4.2 Bedrijfsgebouwen bouwen; c. Paragraaf 6.4.4 Bedrijfswoning bouwen; d. Paragraaf 6.4.6 Bijbehorende bouwwerken en overkapping bij een woning bouwen; e. Paragraaf 6.4.7 Erfafscheidingen bouwen; f. Paragraaf 6.4.9 Overkapping bouwen bij andere hoodfgebouwen dan een woning; g. Paragraaf 6.4.10 Overige bouwwerken, geen gebouwen zijnde bouwen.

Artikel 5.60 Gebruiksactiviteiten Voor het gebruiken van een locatie met de functie 'veehouderij' dient voldaan te worden aan álle regels voor de genoemde activiteiten voor zover een activiteit van toepassing is op de gekozen locatie, zoals bepaald in: a. Paragraaf 6.5.1 Algemene bepalingen gebruiksactiviteiten; b. Subparagraaf 6.5.3.4 Agrarische activiteiten uitoefenen; c. Subparagraaf 6.5.3.1 Agrarische bedrijfsactiviteiten uitoefenen; d. Subparagraaf 6.5.3.2 Agrarisch loonbedrijf exploiteren; e. Subparagraaf 6.5.3.5 Veehouderij exploiteren;

44

f. Subparagraaf 6.5.11.1 Wonen; g. Subparagraaf 6.5.11.3 Aan huis verbonden beroepen uitoefenen; h. Subparagraaf 6.5.11.4 Aan huis verbonden bedrijven uitoefenen; i. Subparagraaf 6.5.11.5 Huisvesten arbeidsmigranten.

Afdeling 5.11 Water Paragraaf 5.11.1 Algemeen Artikel 5.61 Toepassingsbereik Deze afdeling is van toepassing op locaties met de functie 'water'.

Artikel 5.62 Doelen Binnen locaties met de functie 'water' gelden de volgende doelen: a. een evenwichtige toedeling van functies aan locaties; b. het beschermen van een goed woon- en leefklimaat; c. het beschermen van het milieu; d. het bevorderen van de toegankelijkheid van de openbare buitenruimte voor personen; e. het waarborgen van een goede kwaliteit van bouwwerken; f. het gebruiken van bouwwerken; g. het duurzaam veiligstellen van de openbare drinkwatervoorziening; h. het beheren van watersystemen; i. het beheren van geobiologische en geothermische systemen en ecosystemen; j. de natuurbescherming; k. het beschermen van en verbeteren van de kwaliteit van lucht, bodem en de chemische en ecologische kwaliteit van watersystemen; l. het vergroten van de natuurbeleving en recreatieve waarde, zonder afbreuk te doen aan natuurwaarden; m. het behoud van cultureel erfgoed; n. het behouden en herstellen van waardevolle bouwwerken en landschappelijke elementen; o. het bevorderen van een duurzame ontwikkeling; p. het tegengaan van klimaatverandering; q. het doelmatig gebruiken van energie en grondstoffen; r. het behouden van een klimaatbestendig watersysteem; en s. het beschermen van de gezondheid.

Paragraaf 5.11.2 Toegestane activiteiten Artikel 5.63 Algemeen Locaties met de functie 'water' zijn bedoeld voor: a. water en waterhuishoudkundige doeleinden, waterbergingen en waterlopen en daarmee direct samenhangende activiteiten; en b. hierbij behorende bouwwerken, geen gebouwen zijnde, waaronder bruggen, dammen en/of duikers.

Artikel 5.64 Aanlegactiviteiten Voor het aanleggen van werken en uitvoeren van werkzaamheden op een locatie met de functie 'water' dient voldaan te worden aan álle regels voor de genoemde activiteiten voor zover een activiteit van toepassing is op de gekozen locatie, zoals bepaald in: a. Paragraaf 6.3.1 Algemene bepalingen aanlegactiviteiten;

45

b. Subparagraaf 6.3.3.1 Oppervlakteverhardingen aanleggen.

Artikel 5.65 Bouwactiviteiten Voor het bouwen op een locatie met de functie 'water' dient voldaan te worden aan álle regels voor de genoemde activiteiten voor zover een activiteit van toepassing is op de gekozen locatie, zoals bepaald in: a. Paragraaf 6.4.1 Algemene bepalingen bouwactiviteiten; b. Paragraaf 6.4.7 Erfafscheidingen bouwen; c. Paragraaf 6.4.10 Overige bouwwerken, geen gebouwen zijnde bouwen.

Artikel 5.66 Gebruiksactiviteiten Voor het gebruiken van een locatie met de functie 'water' dient voldaan te worden aan álle regels voor de genoemde activiteiten voor zover een activiteit van toepassing is op de gekozen locatie, zoals bepaald in: a. Paragraaf 6.5.1 Algemene bepalingen gebruiksactiviteiten.

Afdeling 5.12 Wonen Paragraaf 5.12.1 Algemeen Artikel 5.67 Toepassingsbereik Deze afdeling is van toepassing op locaties met de functie 'wonen'.

Artikel 5.68 Doelen Binnen locaties met de functie 'wonen' gelden de volgende doelen: a. een evenwichtige toedeling van functies aan locaties; b. het beschermen van een goed woon- en leefklimaat; c. het beschermen van het milieu; d. het bevorderen van de toegankelijkheid van de openbare buitenruimte voor personen; e. het realiseren van een akoestisch aanvaardbaar woongebied; f. het waarborgen van een goede kwaliteit van bouwwerken; g. het gebruiken van bouwwerken; h. het beschermen van landschappelijke en stedenbouwkundige waarden; i. het tegengaan van verrommeling van erven en terreinen en behoud van beeldkwaliteit van bebouwing; j. het realiseren van een hoge architectonische kwaliteit van het openbaar gebied en van bebouwing; k. de natuurbescherming; l. het beschermen en verbeteren van de kwaliteit van lucht, bodem en de chemische en ecologische kwaliteit van watersystemen; m. het vergroten van de natuurbeleving en recreatieve waarde, zonder afbreuk te doen aan natuurwaarden; n. het behoud van cultureel erfgoed; o. het behouden en herstellen van waardevolle bouwwerken en landschappelijke elementen; p. het bevorderen van extensief recreatief medegebruik; q. het waarborgen van de veiligheid; r. het bevorderen van een duurzame ontwikkeling; s. het doelmatig beheren van afvalstoffen; t. het tegengaan van klimaatverandering; u.

het doelmatig gebruiken van energie en grondstoffen; v. het realiseren van een klimaatbestendig woongebied; w. het realiseren van een energieneutraal woongebied;

46

x. het beschermen van de gezondheid; y. het realiseren van een speel- en beweegvriendelijk woongebied; z. het bieden van voldoende woonruimte; en aa. het realiseren van een veilig woongebied.

Paragraaf 5.12.2 Toegestane activiteiten Artikel 5.69 Algemeen 1 Locaties met de functie 'wonen' zijn bedoeld voor wonen en daarmee direct samenhangende activiteiten.

2 Naast de hoofdfunctie zoals bedoeld in Artikel 5.69, eerste lid zijn de volgende ondergeschikte activiteiten bij de functie toegestaan: a. aan huis verbonden beroep; b. aan huis verbonden bedrijf; c. overige bijbehorende voorzieningen.

Artikel 5.70 Aanlegactiviteiten Voor het aanleggen van werken en uitvoeren van werkzaamheden op een locatie met de functie 'wonen' dient voldaan te worden aan álle regels voor de genoemde activiteiten voor zover een activiteit van toepassing is op de gekozen locatie, zoals bepaald in: a. Paragraaf 6.3.1 Algemene bepalingen aanlegactiviteiten; b. Subparagraaf 6.3.3.1 Oppervlakteverhardingen aanleggen.

Artikel 5.71 Bouwactiviteiten Voor het bouwen op een locatie met de functie 'wonen' dient voldaan te worden aan álle regels voor de genoemde activiteiten voor zover een activiteit van toepassing is op de gekozen locatie, zoals bepaald in: a. Paragraaf 6.4.1 Algemene bepalingen bouwactiviteiten; b. Paragraaf 6.4.5 Burgerwoning bouwen; c. Paragraaf 6.4.6 Bijbehorende bouwwerken en overkapping bij een woning bouwen; d. Paragraaf 6.4.7 Erfafscheidingen bouwen; e. Paragraaf 6.4.10 Overige Bouwwerken, geen gebouwen zijnde bouwen.

Artikel 5.72 Gebruiksactiviteiten Voor het gebruiken van een locatie met de functie 'wonen' dient voldaan te worden aan álle regels voor de genoemde activiteiten voor zover een activiteit van toepassing is op de gekozen locatie, zoals bepaald in: a. Paragraaf 6.5.1 Algemene bepalingen gebruiksactiviteiten; b. Subparagraaf 6.5.7.1 Zelfstandige kantooractiviteiten uitoefenen; c. Subparagraaf 6.5.11.1 Wonen; d. Subparagraaf 6.5.11.2 Splitsen van woningen; e. Subparagraaf 6.5.11.3 Aan huis verbonden beroepen uitoefenen; f. Subparagraaf 6.5.11.4 Aan huis verbonden bedrijven uitoefenen; g. Subparagraaf 6.5.11.5 Huisvesten arbeidsmigranten.

47

48

Hoofdstuk 6 Activiteiten Afdeling 6.1 Algemene bepalingen Artikel 6.1 Toepassingsbereik Dit hoofdstuk is van toepassing op het verrichten van activiteiten.

Artikel 6.2 Normadressaat Aan dit hoofdstuk wordt voldaan door degene die de activiteit verricht of laat verrichten, tenzij anders is bepaald. Diegene draagt zorg voor de naleving van de regels over de activiteit.

Artikel 6.3 Uitsluiting niet benoemde activiteiten Activiteiten die niet zijn benoemd in dit omgevingsplan zijn niet toegestaan.

Artikel 6.4 Eerbiedige werking bestaande activiteiten 1 Bestaande activiteiten en functies, zoals bedoeld in Artikel 6.4, tweede lid, waaronder het feitelijk gebruik van gronden en opstallen die op het moment van inwerkingtreding van dit omgevingsplan rechtmatig worden uitgeoefend, worden gerespecteerd en kunnen worden voortgezet.

2 Onder bestaande activiteiten en functies, zoals een bestaand bouwperceel, bestaande bebouwing, een bestaande gebruiksactiviteit of een bestaande omvang, wordt verstaan: a. datgeen wat het omgevingsplan op het moment van inwerkingtreding rechtstreeks toestaat, met inbegrip van datgene wat nadien wordt toegestaan op grond van een besluit van de gemeente als direct gevolg van een onherroepelijke bestuursrechtelijke uitspraak; en b. datgeen waarvan handhaving wegens strijdigheid niet meer mogelijk is.

Artikel 6.5 Maatwerkvoorschriften 1 Een maatwerkvoorschrift kan worden gesteld, of een vergunningsvoorschrift als bedoeld in artikel 4.5 van de Omgevingswet kan aan een omgevingsvergunning als bedoeld in dit hoofdstuk worden verbonden, inzake de regels over activiteiten in dit hoofdstuk, tenzij anders is bepaald.

2 Met een maatwerkvoorschrift of vergunningvoorschrift kan worden afgeweken van de regels over activiteiten in dit hoofdstuk, danwel de instructieregels uit de provinciale Omgevingsverordening, tenzij anders is bepaald of de instructieregels uit de provinciale omgevingsverordening danwel hoofdstuk 5 van het Besluit kwaliteit leefomgeving zich daartegen verzetten.

3 Een maatwerkvoorschrift wordt niet gesteld als over dat onderwerp een voorschrift aan een omgevingsvergunning als bedoeld in dit hoofdstuk kan worden verbonden.

49

4 Het eerste lid en tweede lid gelden niet voor zover het stellen van maatwerkvoorschriften is uitgesloten op grond van de provinciale Omgevingsverordening en/of Rijksregels die zijn opgenomen in de Omgevingswet of in een daarbij behorende AMvB.

5 Bij het stellen van een maatwerkvoorschrift over de regels in dit hoofdstuk worden de doelen met het oog waarop de regels in de betreffende afdeling of paragraaf zijn gesteld, in acht genomen.

Artikel 6.6 Specifieke zorgplicht Degene die een activiteit verricht als bedoeld in dit hoofdstuk en weet of redelijkerwijs kan vermoeden dat die activiteit nadelige gevolgen kan hebben voor de oogmerken, met het oog waarop de regels in de betreffende titel, afdeling of paragraaf zijn gesteld, is verplicht: a. alle maatregelen te nemen die redelijkerwijs van diegene kunnen worden gevraagd om die gevolgen te voorkomen; b. voor zover deze niet kunnen worden voorkomen: die gevolgen zoveel mogelijk te beperken of ongedaan te maken; en c. als die gevolgen onvoldoende kunnen worden beperkt: die activiteit achterwege te laten, voor zover dat redelijkerwijs van diegene kan worden gevraagd.

Artikel 6.7 Algemene gegevens bij het verstrekken van gegevens en bescheiden Als gegevens en bescheiden worden verstrekt aan het college van burgemeester en wethouders, worden die ondertekend en ten minste voorzien van: a. de aanduiding van de activiteit; b. de naam en het adres van degene die de activiteit verricht; c. het adres waarop de activiteit wordt verricht; en d. de dagtekening.

Afdeling 6.2 Waarden bij activiteiten Paragraaf 6.2.1 Bodemgevoelig gebouw bouwen, wijzigen of toevoegen Paragraaf 6.2.2 Kwetsbare en beperkt kwetsbare objecten toestaan Paragraaf 6.2.3 Geluidsgevoelig gebouw of geluidsgevoelige locatie aanleggen, bouwen, wijzigen of toevoegen Paragraaf 6.2.4 Geurgevoelig gebouw bouwen, wijzigen of toevoegen

Afdeling 6.3 Aanlegactiviteiten Paragraaf 6.3.1 Algemene bepalingen aanlegactiviteiten Artikel 6.8 Algemeen toepassingsbereik 1 Deze afdeling is van toepassing op het aanleggen van werken en het verrichten van werkzaamheden.

2 Onverminderd Afdeling 6.4 is deze afdeling onverkort van toepassing op de aangewezen activiteiten als die plaatsvinden in het kader van het realiseren van een bouwwerk.

50

Artikel 6.9 Algemene regels aanlegactiviteiten Voor het aanleggen van werken en het verrichten van werkzaamheden als bedoeld in deze afdeling is geen omgevingsvergunning nodig als de activiteiten: a. behoren tot het normale beheer en onderhoud; en b. op het tijdstip van het van kracht worden van het plan in uitvoering waren of konden worden uitgevoerd krachtens een vóór dat tijdstip geldende dan wel aangevraagde vergunning.

Artikel 6.10 Algemene aanvraagvereisten aanlegactiviteiten Bij een aanvraag om een omgevingsvergunning voor het aanleggen van werken en het verrichten van werkzaamheden worden gegevens en bescheiden versterkt over: a. de te gebruiken materialen; b. de mate waarin sprake is van afvoer van grond naar een andere locatie; en c. de aanwezigheid van obstakels die in de weg staan aan het verrichten van de activiteit.

Paragraaf 6.3.2 Werken en werkzaamheden - werkzaamheden met beplanting en groenvoorzieningen Subparagraaf 6.3.2.1 Groenvoorzieningen aanleggen in openbaar gebied Artikel 6.11 Toepassingsbereik Deze subparagraaf is van toepassing op het aanleggen van groenvoorzieningen op locaties met de functie binnen de 'openbaar gebied'.

Artikel 6.12 Algemene aanlegregels Voor het aanleggen van groenvoorzieningen op locaties met de functie 'openbaar gebied' is geen omgevingsvergunning nodig.

Subparagraaf 6.3.2.2 Diepwortelende gewassen en beplanting aanbrengen en verwijderen Artikel 6.13 Toepassingsbereik Deze subparagraaf is van toepassing op het aanbrengen en het verwijderen van diepwortelende gewassen en beplanting binnen 'beperkingengebied buisleiding - gas', 'beperkingengebied buisleiding - riool', 'beperkingengebied buisleiding - brandstof' of 'beperkingengebied buisleiding - water'.

Artikel 6.14 Aanwijzing vergunningplicht Voor het aanbrengen en/of verwijderen van diepwortelende gewassen en beplanting is een omgevingsvergunning nodig.

Artikel 6.15 Uitzondering vergunningplicht Een omgevingsvergunning, als bedoeld in Artikel 6.14, is niet nodig voor activiteiten die zijn toegestaan op grond van Artikel 6.9.

Artikel 6.16 Beoordelingsregels vergunningplicht De omgevingsvergunning voor het aanbrengen en/of verwijderen van diepwortelende gewassen en beplanting wordt alleen verleend als:

51

a. door het uitvoeren van deze werken en/of werkzaamheden, dan wel door de daarvan (direct of indirect) te verwachten gevolgen geen gevaar en/of nadeel voor de leiding is te duchten; en b. geen blijvend onevenredige afbreuk wordt gedaan aan de mogelijkheid van een adequaat beheer van de leiding.

Artikel 6.17 Advisering Bevoegd gezag vraagt schriftelijk advies bij de beheerder of deskundige partij en betrekt dit advies bij het besluit op de aanvraag omgevingsvergunning.

Subparagraaf 6.3.2.3 Perceelsindeling wijzigen Artikel 6.18 Toepassingsbereik Deze subparagraaf is van toepassing op het wijzigen van de perceelsindeling, zoals door sloten, greppels en beplantingselementen is aangegeven in de 'historische dorpsstructuur' of het 'oud gehuchtenpleintje'.

Artikel 6.19 Aanwijzing vergunningplicht Voor het wijzigen van de perceelsindeling, zoals door sloten, greppels en beplantingselementen is aangegeven, is een omgevingsvergunning nodig.

Artikel 6.20 Uitzondering vergunningplicht Een omgevingsvergunning, bedoeld in Artikel 6.19, is niet nodig voor: a. activiteiten die zijn toegestaan op grond van Artikel 6.9; b. activiteiten die de cultuurhistorische waarden niet (blijvend) onevenredig aantasten; c. activiteiten die worden uitgevoerd ter ontwikkeling van landschaps- en natuurwaarden; of d. activiteiten die worden uitgevoerd binnen het gebouwerf.

Artikel 6.21 Beoordelingsregels vergunningplicht De omgevingsvergunning voor het wijzigen van de perceelsindeling wordt alleen verleend als: a. door het uitvoeren van deze werken en/of werkzaamheden, dan wel door de daarvan (direct of indirect) te verwachten gevolgen, geen blijvend onevenredig afbreuk wordt gedaan aan de waarden en/of functies die het plan beoogt te beschermen, tenzij de aanvrager kan aantonen dat hier door het stellen van voorwaarden voldoende in tegemoet wordt gekomen.

Subparagraaf 6.3.2.4 Houtgewas planten, vellen of rooien Artikel 6.22 Toepassingsbereik Deze subparagraaf is van toepassing op het beplanten van gronden met houtgewas en het vellen of rooien van houtgewas binnen: a. 'beperkingengebied waterkering'; b. 'oud gehuchtenpleintje'; of c. 'landschappelijk waardevol gebied'.

Artikel 6.23 Aanwijzing vergunningplicht 1 Voor het aanplanten, vellen of rooien van houtgewas is een omgevingsvergunning nodig in gevallen dat dit geen

52

onderdeel uitmaakt van het normale beheer en onderhoud.

2 Voor het beplanten van gronden met houtgewas hoger dan aangegeven met de norm ‘hoogte beplanting’ is een omgevingsvergunning nodig.

Artikel 6.24 Uitzondering vergunningplicht Een omgevingsverunning, bedoeld in Artikel 6.23, is niet nodig voor: a. activiteiten die zijn toegestaan op grond van Artikel 6.9; b. activiteiten die de cultuurhistorische waarden niet (blijvend) onevenredig aantasten; c. activiteiten die worden uitgevoerd ter ontwikkeling van landschaps- en natuurwaarden; of d. activiteiten die worden uitgevoerd binnen het gebouwerf.

Artikel 6.25 Beoordelingsregels vergunningplicht De omgevingsvergunning voor het planten, vellen of rooien van houtgewas wordt alleen verleend als: a. door het uitvoeren van deze werken en/of werkzaamheden, dan wel door de daarvan (direct of indirect) te verwachten gevolgen, geen blijvend onevenredige afbreuk wordt gedaan aan de waarden en/of functies die het plan beoogt te beschermen.

Subparagraaf 6.3.2.5 Landschappelijk inpassingsplan aanleggen, in stand houden of verwijderen Artikel 6.26 Toepassingsbereik Deze subparagraaf is van toepassing op het aanbrengen en in stand houden van gebiedseigen beplanting ter landschappelijke inpassing van bouwwerken, gebouwen en/of verhardingen binnen de locatie 'landschappelijke inpassing'.

Artikel 6.27 Aanwijzing gebod Binnen de locatie 'landschappelijke inpassing' moet de gebiedseigen (erf)beplanting ten behoeve van de landschappelijke inpassing van de bouwwerken, gebouwen en/of verhardingen, overeenkomstig de landschappelijke inpassingsplannen zoals opgenomen in de onderstaande tabel, worden aangebracht en als dusdanig in stand gehouden. Locatieomschrijving Baarschotsestraat ong. (naast 68) Diessen

Bijlage bij de regeling Landschappelijke inpassing Baarschotsestraat ong. (naast 68) Diessen

Vossenhol 10 Biest-

Landschappelijke inpassing

Houtakker

Vossenhol 10

De Welder Haghorst

Landschappelijke inpassing De Welder

Artikel 6.28 Aanwijzing vergunningplicht Voor het verwijderen van de beplanting, overeenkomstig de landschappelijke inpassingsplannen zoals opgenomen in Artikel 6.27, is een omgevingsvergunning nodig.

53

Artikel 6.29 Uitzondering vergunningplicht Een omgevingsvergunning, bedoeld in Artikel 6.28, is niet nodig voor activiteiten die zijn toegestaan op grond van Artikel 6.9.

Artikel 6.30 Beoordelingsregels vergunningplicht De omgevingsvergunning voor het verwijderen van de beplanting wordt alleen verleend als: a. de werken en/of werkzaamheden zijn opgenomen in een aangepast landschappelijk plan dat kwalitatief en kwantitatief gelijk gesteld kan worden met het oorspronkelijke landschappelijk plan, en als dusdanig is goedgekeurd door het bevoegd gezag; en b. het aangepaste landschappelijk plan als voorwaardelijke bepaling en instandhoudingsverplichting wordt opgenomen in de omgevingsvergunning.

Paragraaf 6.3.3 Werken en werkzaamheden - aanleggen en veranderen van wegen, paden en verhardingen Subparagraaf 6.3.3.1 Oppervlakteverhardingen aanleggen Artikel 6.31 Toepassingsbereik Deze subparagraaf is van toepassing op het aanleggen van (aaneengesloten) oppervlakteverhardingen, daaronder begrepen het aanleggen of verharden van wegen, paden of parkeergelegenheden in besluitgebied tweede wijziging.

Artikel 6.32 Algemene aanlegregels Voor het aanleggen van oppervlakteverhardingen is geen omgevingsvergunning nodig als wordt voldaan aan de volgende regel: a. indien sprake is van een toename aan verhard oppervlakte vindt in alle gevallen een toets plaats waarbij sprake moet zijn van hydrologisch neutraal ontwikkelen conform de waterschapsverordening, beleidsregels en algemene regels van het betreffende waterschap en het 'Hemel- en grondwaterbeleid Hilvarenbeek' of diens rechtsopvolger.

Artikel 6.33 Aanwijzing vergunningplicht Voor het aanleggen van (aaneengesloten) oppervlakteverhardingen, daaronder begrepen het aanleggen en/of verharden van wegen, paden, parkeergelegenheden of dergelijke verhardingen, is een omgevingsvergunning nodig binnen: a. beperkingengebied buisleiding - gas; b. beperkingengebied buisleiding - riool; c. beperkingengebied buisleiding - brandstof; d. beperkingengebied buisleiding - water; e. beperkingengebied waterkering; f. aandachtsgebied waterhuishouding; g. meanderzone; h. aandachtsgebied regionale waterberging; i. aandachtsgebied reservering waterberging; j. aandachtsgebied Natte Natuurparel; k. oud gehuchtenpleintje; l. landschappelijk waardevol gebied; of m. ecologische verbindingszone.

54

Artikel 6.34 Uitzondering vergunningplicht 1 Een omgevingsvergunning, bedoeld in Artikel 6.33, is niet nodig voor activiteiten die zijn toegestaan op grond van Artikel 6.9.

2 Een omgevingsvergunning, bedoeld in Artikel 6.33, is niet nodig voor het aanleggen van oppervlakteverhardingen die: a. binnen aandachtsgebied regionale waterberging kleiner zijn dan 100 m2; b. binnen aandachtsgebied reservering waterberging kleiner zijn dan 100 m2; of c. binnen oud gehuchtenpleintje kleiner zijn dan 200 m2.

Artikel 6.35 Beoordelingsregels vergunningplicht De omgevingsvergunning voor het aanleggen van oppervlakteverhardingen wordt alleen verleend als: a. geen onevenredige afbreuk wordt gedaan aan het behoud, het herstel en de ontwikkeling van het waterbergend vermogen van de gronden; en b. door het uitvoeren van deze werken en/of werkzaamheden, dan wel door de daarvan (direct of indirect) te verwachten gevolgen, geen blijvend onevenredige afbreuk wordt gedaan aan de waarden en/of functies die het plan beoogt te beschermen.

Artikel 6.36 Advisering Het bevoegd gezag vraagt schriftelijk advies bij de beheerder of deskundige partij en betrekt dit advies bij het besluit op de aanvraag omgevingsvergunning.

Subparagraaf 6.3.3.2 Parkeerplaatsen aanleggen in openbaar gebied Artikel 6.37 Toepassingsbereik Deze subparagraaf is van toepassing op het aanleggen van parkeerplaatsen op locaties met de functie 'openbaar gebied'.

Artikel 6.38 Algemene aanlegregels Voor het aanleggen van parkeerplaatsen op locaties met de functie 'openbaar gebied' is geen omgevingsvergunning nodig, mits hierdoor geen onevenredige beïnvloeding ontstaat van de normale afwikkeling van verkeer en de feitelijke verkeerssituatie.

Subparagraaf 6.3.3.3 Opbreken en graven Artikel 6.39 Toepassingsbereik Deze subparagraaf is van toepassing op het opbreken en graven op locaties met de functie 'openbaar gebied', inclusief: a. het opbreken van de verharding; b. het aanleggen, beheren en verwijderen van een kabel of leiding; en c. het aanleggen van waterhuishoudkundige voorzieningen ten behoeve van een waterberging, -infiltratie of riolering.

55

Artikel 6.40 Algemene aanlegregels Voor het openbreken en vergraven van gronden ten behoeve van het aaleggen, beheren en verwijderen van een kabel of leiding of het aanleggen van waterhuishoudkundige voorzieningen op locaties met de functie 'openbaar gebied' is geen omgevingsvergunning nodig, mits de specifieke zorgplicht, zoals bedoeld in Artikel 6.41, in acht wordt genomen.

Artikel 6.41 Specifieke zorgplicht De specifieke zorgplicht voor het opbreken van de verharding in openbaar gebied en het aanleggen, in stand houden en verwijderen van een kabel of leiding in openbaar gebied houdt in dat: a. beschadiging van in de grond aanwezige werken zo veel mogelijk wordt voorkomen; b. de oorspronkelijke opbouw van het bodemprofiel en van funderingslagen zo veel mogelijk wordt hersteld; c. de grond zodanig wordt afgewerkt dat na klink een vlakke aansluiting op de aangrenzende ongeroerde grond wordt gerealiseerd; en d. de verharding zoveel mogelijk wordt hersteld naar de oorspronkelijke staat en, voor zover dat niet mogelijk is, een vlakke aansluiting op de aangrenzende verharding wordt gerealiseerd.

Subparagraaf 6.3.3.4 Onverharde paden en wegen verharden Artikel 6.42 Toepassingsbereik 1 Deze subparagraaf is van toepassing op het verharden van onverharde wegen en paden binnen de locatie 'onverhard'.

2 Deze subparagraaf is niet van toepassing op reeds verharde paden en wegen.

Artikel 6.43 Aanwijzing vergunningplicht Voor het verharden van onverharde paden en wegen is een omgevingsvergunning nodig.

Artikel 6.44 Beoordelingsregels vergunningplicht De omgevingsvergunning voor het verharden van onverharde paden en wegen wordt alleen verleend als: a. aangetoond is dat de verharding noodzakelijk is voor een verantwoorde verkeersontsluiting en -afwikkeling; b. de (half)verharding geen onevenredige inbreuk doet aan de aanwezige direct omliggende landschappelijke, natuur(wetenschappelijke), cultuurhistorische en recreatieve waarden en belangen; c. door (half)verharding de (bedrijfsmatige) belangen van derden niet worden geschaad; en d. de aanleg hydrologisch neutraal wordt gerealiseerd en hiervoor schriftelijk advies is gevraagd aan het waterschap.

Paragraaf 6.3.4 Werken en werkzaamheden - grondroeractiviteiten Subparagraaf 6.3.4.1 Ontginnen, ontgronden, vergraven, afgraven, egaliseren of ophogen van gronden Artikel 6.45 Toepassingsbereik Deze subparagraaf is van toepassing op het ontginnen, ontgronden, vergraven, afgraven, egaliseren of ophogen van gronden binnen 'besluitgebied tweede wijziging'.

Artikel 6.46 Aanwijzing vergunningplicht

56

Voor het ontginnen, ontgronden, vergraven, afgraven, egaliseren of ophogen van gronden is een omgevingsvergunning nodig binnen: a. beperkingengebied buisleiding - gas; b. beperkingengebied buisleiding - riool; c. beperkingengebied buisleiding - brandstof; d. beperkingengebied buisleiding - water; e. beperkingengebied waterkering; f. historische kern; g. archeologische vindplaats; h. hoge archeologische verwachtingswaarden; i. middelhoge archeologische verwachtingswaarden; j. aandachtsgebied regionale waterberging; k. aandachtsgebied reservering waterberging; l. aandachtsgebied Natte Natuurparel; m. meanderzone; of n. landschappelijk waardevol gebied.

Artikel 6.47 Uitzondering vergunningplicht 1 Een omgevingsvergunning, bedoeld in Artikel 6.46, is niet nodig voor activiteiten die zijn toegestaan op grond van Artikel 6.9.

2 Een omgevingsvergunning, bedoeld in Artikel 6.46, is niet nodig voor activiteiten die: a. binnen historische kern minder dan 40 cm diep reiken en een verstoringsoppervlakte hebben van minder dan 50 m2; b. binnen archeologische vindplaats minder dan 50 cm diep reiken en een verstoringsoppervlakte hebben van minder dan 100 m2; c. binnen hoge archeologische verwachtingswaarden minder dan 50 cm diep reiken en een verstoringsoppervlakte hebben van minder dan 500 m2; of d. binnen middelhoge archeologische verwachtingswaarden minder dan 50 cm diep reiken en een verstoringsoppervlakte hebben van minder dan 2.500 m2.

Artikel 6.48 Beoordelingsregels vergunningplicht De omgevingsvergunning voor het ontginnen, ontgronden, vergraven, afgraven, egaliseren of ophogen van gronden wordt alleen verleend als: a. door het uitvoeren van deze werken en/of werkzaamheden, dan wel door de daarvan (direct of indirect) te verwachten gevolgen, geen blijvend onevenredige afbreuk wordt gedaan aan de waarden en/of functies die het plan beoogt te beschermen.

Artikel 6.49 Advisering Het bevoegd gezag vraagt schriftelijk advies bij de beheerder of deskundige partij en betrekt dit advies bij het besluit op de aanvraag omgevingsvergunning.

57

Subparagraaf 6.3.4.2 Diepploegen, diepwoelen en/of het uitvoeren van andere ingrepen in de bodem Artikel 6.50 Toepassingsbereik Deze subparagraaf is van toepassing op het diepploegen, diepwoelen en/of uitvoeren van andere ingrepen in de bodem binnen het 'besluitgebied tweede wijziging'.

Artikel 6.51 Aanwijzing vergunningplicht Voor diepploegen, diepwoelen en/of uitvoeren van anderen ingrepen is een omgevingsvergunning nodig binnen: a. beperkingengebied aardgasleiding; b. beperkingengebied buisleiding - riool; c. beperkingengebied buisleiding - brandstof; d. beperkingengebied waterkering; e. historische kern; f. archeologische vindplaats; g. hoge archeologische verwachtingswaarden; h. Middelhoge archeologische verwachtingswaarden; of i. Landschappelijk waardevol gebied.

Artikel 6.52 Uitzondering vergunningplicht 1 Een omgevingsvergunning, bedoeld in Artikel 6.51, is niet nodig voor activiteiten die zijn toegestaan op grond van Artikel 6.9.

2 Een omgevingsvergunning, bedoeld in Artikel 6.51, is niet nodig voor activiteiten die: a. binnen historische kern minder dan 40 cm diep reiken en een verstoringsoppervlakte hebben van minder dan 50 m2; b. binnen archeologische vindplaats minder dan 50 cm diep reiken en een verstoringsoppervlakte hebben van minder dan 100 m2; c. binnen hoge archeologische verwachtingswaardenminder dan 50 cm diep reiken en een verstoringsoppervlakte hebben van minder dan 500 m2; of d. binnen middelhoge archeologische verwachtingswaarden minder dan 50 cm diep reiken en een verstoringsoppervlakte hebben van minder dan 2.500 m2.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij iBabs is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/17165657/1