CConstaterende datHilvarenbeek
Koppel je AI →
Document · PDF

Bindend advies Bopa Goirlesedijk 4B (3 onderbouwing ETFAL)

Gemeenteraad 8 juli 2026, gemeente HilvarenbeekBij agendapunt: Raadsvoorstel Bopa Goirlesedijk 4b.25.688 woorden

Open het PDF bij iBabs ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 4

Daarnaast heeft de buitenplaats met guesthouses voor het luxe segment ook geen negatieve ruimtelijke gevolgen van leegstand van in de omgeving gelegen vakantieparken en campings, zoals van de Beekse Bergen. De kleinschaligheid en de ruime landschappelijke inpassing van de buitenplaats zijn unieke en onderscheidende waarden ten opzichte van de Beekse Bergen. Ten opzichte van de minicamping aan de Westerwijksestraat 9 is het luxe segment een onderscheidende waarde. 3. Voorkomen van belemmeringen voor omliggende functies, nu en in de toekomst; In paragraaf 4.7 van deze toelichting wordt nader ingegaan op de eventuele belemmeringen voor omliggende functies. Hieruit is op te maken dat wordt voldaan aan dit criterium. 4. Overtollige bebouwing dient gesloopt te worden. Alle overtollige agrarische bedrijfsbebouwing is gesaneerd. Dit betreffen de stallen en de bijbehorende agrarische voorzieningen met een totale oppervlakte van 6.670 m². Enkel de bedrijfswoning (nr. 2) en de loods (nr. 4) zullen behouden blijven, zie Afbeelding 5. De loods zal in gebruik worden genomen voor opslag van materiaal ten behoeve van onderhoud de buitenplaats met guesthouses voor het luxe segment. Er is derhalve geen sprake van overtollige bebouwing.

Pagina 26 van 73

Onderbouwing buitenplanse omgevingsplanactiviteit/ aanpassing omgevingsplan.

Uit bovenstaande toetsing blijkt dat buitenplaats Kraanbraken met guesthouses voor het luxe segment passend is binnen de structuurvisie van de gemeente Hilvarenbeek.

Afbeelding 10: Uitsnede kaart Zonering buitengebied Structuurvisie Hilvarenbeek, planlocatie rood

omcirkeld

3.3.2 Strategie vitalisering buitengebied Op 17 maart 2020 is de ‘Strategie vitalisering buitengebied’ door de gemeenteraad van Hilvarenbeek vastgesteld. De strategie omschrijft de ontwikkelingsmogelijkheden voor onder andere vrijkomende (agrarische) gebouwen, ruimte voor ruimte woningen en de doorontwikkeling van bestaande functies. Het uitgangspunt van deze strategie is om alleen ruimte te bieden aan nieuwe ontwikkelingen indien deze bijdragen aan de versterking van de kwaliteit van de leefomgeving. Hier kan aan worden bijgedragen door een fysieke verbetering (sloop, realisatie nieuwe natuur, biodiversiteit, landschapsverbetering, aanleg recreatieve voorziening, verlagen van milieubelasting), door vergroting van de leefbaarheid en vitaliteit van het buitengebied en de realisatie van andere doelstellingen van de gemeente Hilvarenbeek en/of andere overheden. In de beoogde situatie is sprake van een ontwikkeling ter plaatse van vrijkomende agrarische bebouwing. In paragraaf 3.3 van de strategie is omschreven hoe de gemeente om wenst te gaan met vrijkomende agrarische bebouwing. Leegstand kan leiden tot verloedering van het buitengebied of illegale activiteiten aantrekken (ondermijning). De gemeente biedt daarom ruimte aan een breed pallet aan mogelijkheden om de sloop van overtollige bebouwing te stimuleren en om nieuwe functies Pagina 27 van 73

Onderbouwing buitenplanse omgevingsplanactiviteit/ aanpassing omgevingsplan.

in vrijkomende gebouwen mogelijk te maken. Om hier medewerking voor te kunnen verkrijgen moet er per saldo sprake zijn van versterking van de omgevingskwaliteit, waaronder de sloop van overtollige gebouwen en versterking van de landschappelijke kwaliteit. Daarbij ziet de gemeente vooral kansen voor functies op het gebied van recreatie, toerisme, horeca en zorg. De beoogde ontwikkeling is gelegen langs verschillende fiets-, paarden- en wandelroutes, zie Afbeelding 11 en Afbeelding 12. Direct vanuit de buitenplaats is het derhalve mogelijk om de natuur te ontdekken. De bezoekers van de guesthouses zullen het gebruik van de recreatieve voorzieningen versterken en omgekeerd zullen de recreanten van de fiets-, paarden- en wandelroutes kunnen overnachten in een natuurlijke en rustige omgeving nabij de natuur. Het realiseren van verblijfsrecreatie is dus uitermate geschikt op deze locatie, omdat de locatie aansluit op het recreatieve netwerk.

Afbeelding 11: Fietsknooppunten route Noord-Brabant

Afbeelding 12: Wandelknooppuntnetwerk van Noord-Brabant

Pagina 28 van 73

Onderbouwing buitenplanse omgevingsplanactiviteit/ aanpassing omgevingsplan.

Afbeelding 13: Knooppunten ruiterpaden Noord-Brabant

De beoogde ontwikkeling, het realiseren van een recreatiefunctie met ondergeschikte horeca, past dus binnen de gewenste functiewijziging in het buitengebied. De beoogde ontwikkeling zal gecombineerd worden met de sloop van voormalige, overtollige agrarische bebouwing en agrarische voorzieningen. De totale bebouwde oppervlakte zal in de beoogde situatie afnemen ten opzichte van de bestaande situatie. De recreatiefunctie zal tevens zorgvuldig landschappelijk worden ingepast in de omgeving. Het type recreatiebedrijf is passend binnen de omgeving van de projectlocatie. Door de aanplant van veel groene landschapselementen en door de ruime opzet van de guesthouses past het park binnen de natuurrijke, landelijke en rustige omgeving. Daarnaast zal de buitenplaats met guesthouses voor het luxe segment hierdoor onderscheidend zijn ten opzichte van bestaande recreatiebedrijven in de omgeving van de Beekse Bergen. De kwaliteit van het buitengebied zal derhalve versterkt worden met de beoogde ontwikkeling. Bij verschillende ruimtelijke ontwikkeling worden aanvragers verplicht om kwaliteitsverbetering van het landschap te realiseren. Voor de waardebepaling en de investering in kwaliteit is een lijst met standaard bestemmingswaarden en kosten voor landschappelijke kwaliteitsverbetering vastgesteld.

Deze lijst wordt gebruikt om eventuele bestemmingswinst te kunnen bepalen en vervolgens de noodzakelijke kwaliteitsverbetering van het landschap te kunnen bepalen. Deze methodiek volgt tevens uit artikel 5.11 van de Omgevingsverordening. Uit de voorgaande toetsing aan de Omgevingsverordening blijkt dat wordt voldaan aan de kwaliteitsverbetering van het landschap en aan de minimale eigen inspanning, zie ook Bijlage 3. De beoogde ontwikkeling is dus passend binnen de Strategie vitalisering buitengebied.

3.3.3 Ontwikkelingsrichting Goirlesedijk en omgeving In oktober 2022 heeft de gemeente Hilvarenbeek de ‘Ontwikkelingsrichting Goirlesedijk en omgeving’ gepubliceerd. Het gebied kent verschillende landschapstypen. Tussen de Goirlesedijk, Groot Westerwijksestraat, provinciale weg/Tilburgseweg en Grote Voort bevindt zich een oud ontginningslandschap. Het is een gedeelte van een oud akkercomplex dat zich uitstrekt tot de kom van Biest-Houtakker en zich kenmerkt door openheid. De provinciale weg en parallel daaraan de Tilburgseweg hebben dit complex in tweeën gedeeld en vormen een harde grens in het landschap. Pagina 29 van 73

Onderbouwing buitenplanse omgevingsplanactiviteit/ aanpassing omgevingsplan.

De projectlocatie is met de rode cirkel aangegeven in onderstaande afbeelding. Het gebied kan getypeerd worden als een ‘gemengd agrarisch gebied’. Het grondgebruik is veelal nog agrarisch, maar het aantal actieve agrarische bedrijven neemt af. Binnen het gebied komen we daarnaast functies tegen als ‘wonen’, ‘horeca’, ‘recreatie’ en enkele niet-agrarische bedrijven. Dit gebied vormt de overgang van het primair agrarische gebied naar de zones met meer gemengde gebruiksfuncties. De grotere agrarische bedrijven liggen niet binnen het gemengd agrarische gebied, maar er tegenaan. Functiewijziging is mogelijk, maar moet rekening houden met de agrarische bedrijven in de omgeving. Een eenduidige ontwikkelrichting is niet te geven. Gezien het gemengde karakter van het gebied en de ligging van een hoofdontsluiting via de Goirlesedijk zijn meerdere opties denkbaar, ook met meer verkeersbewegingen en bezoekers. Mits qua omvang en inpassing afgestemd op de omgeving en omgevingskwaliteiten. Daarnaast biedt dit gebied langs de Goirlesedijk met name meer kansen voor recreatief verblijf door de strategische ligging ten opzichte van zowel het dorp Hilvarenbeek, de Natuurgebieden als het recreatieve cluster rondom de Beekse Bergen.

Afbeelding 14: Uitsnede 'Ontwikkelingsrichting Goirlesedijk e.o.', plangebied rood omcirkeld, typering gebieden

De projectlocatie is tevens gelegen in het ‘oud ontginningslandschap’, zie onderstaande afbeelding. De gronden van het oude ontginningslandschap zijn vrijwel volledig in gebruik als landbouwgrond. Zoals typerend is voor dit landschap is bebouwing er eigenlijk alleen aan de randen (Grote Voort en Groot Westerwijksestraat). De bebouwing heeft een mengeling aan functies: wonen, recreatie, agrarische en niet-agrarische bedrijvigheid. Naar het dorp toe (Grote Voort, Kleine Voort en zuidelijk deel van de Goirlesedijk) groeit, met de toename van de bebouwingsdichtheid, ook het aantal woonfuncties. Een uitzondering op de openheid is het gasmengstation midden in het gebied. Het kleinschalige oude kampen- of hoevenlandschap vormt de overgang naar een oud ontginningslandschap in het zuiden. Dit is een oud akkercomplex, dat loopt van het Wilhelminakanaal in Biest-Houtakker tot aan de Goirlesedijk. Het open en bolle karakter van het complex zijn, ondanks de doorsnijding door de Ontwikkelingsrichting Goirlesedijk en omgeving. Tilburgseweg en provinciale weg N269, nog goed zichtbaar. De bescherming is gericht op het behoud en herstel van de kenmerkende openheid van het complex, het zo nodig ruimtelijke verdichten van de randen van de complexen en voor het behoud van de nog aanwezige bolle maaiveldligging. Pagina 30 van 73

Onderbouwing buitenplanse omgevingsplanactiviteit/ aanpassing omgevingsplan.

Afbeelding 15: Uitsnede 'Ontwikkelingsrichting Goirlesedijk e.o.', plangebied rood omcirkeld, typering landschap

Aan de Goirlesedijk zijn weinig ontwikkelingen. Eén grotere intensieve veehouderij (varkenshouderij) is gesaneerd. Er wordt gezocht naar een recreatieve invulling als landschapscamping (verblijfsrecreatie). De Goirlesedijk blijft een mengeling van agrarische bedrijvigheid en wonen, waarbij de woonfuncties toenemen naarmate de afstand tot de bebouwde kom kleiner wordt. Van enkele gestopte bedrijfjes (o.a. VAB’s) is nog niet bekend in welke richting ze zich zullen ontwikkelen. Zoals al eerder is opgemerkt, valt in het meest zuidelijke deel van de Goirlesedijk het aantal paardenhouderijen op. Een sterk punt van locaties langs de Goirlesedijk voor ontwikkelingen is dat het een hoofdontsluiting is door het grotere gebied heen. Het heeft een centrale ligging binnen het grotere gebied. Dorpskern, de natuurgebieden en ook de Beekse Bergen zijn goed bereikbaar. Zowel voor autoverkeer, als voor wandelaars en fietsers. De beoogde ontwikkeling past binnen het gemengde agrarische gebied van de ontwikkelingsrichting van de Goirlesedijk en omgeving aangezien functiewijziging denkbaar is, zolang er rekening wordt gehouden met de bedrijven in de omgeving. In de toelichting van onderhavige BOPA wordt uitgebreid toetst aan de ontwikkelingsmogelijkheden van de omliggende bedrijven ten opzichte van de projectlocatie.

Hieruit blijkt dat de beoogde ontwikkeling geen afbreuk doet aan de ontwikkelingsmogelijkheden van de omliggende bedrijven. Daarnaast is het tevens voorstelbaar volgens de gemeente dat er een functie wordt gevestigd welke zorgt voor een toename in verkeersbewegingen en/of bezoekers. Dit komt doordat de projectlocatie is gelegen aan de hoofdontsluiting de Goirlesedijk. De beoogde ontwikkeling sluit derhalve naadloos aan op het gemengde agrarische gebied. Naast het bovenstaande sluit de beoogde landschappelijke inpassing aan op de ontwikkelingsrichting van de Goirlesedijk en omgeving. In de omgeving komt beplanting voor in de vorm van boselementen en weg- en erfbeplanting. Bomen langs wegen, op de erven, hagen en een enkele houtwal geven de bebouwde linten een besloten en groen karakter, wat contrasteert met de open ruimtes tussen en naast de linten. Om aan te sluiten bij het landschap in de omgeving dient de kenmerkende Pagina 31 van 73

Onderbouwing buitenplanse omgevingsplanactiviteit/ aanpassing omgevingsplan.

kleinschaligheid in stand te worden gehouden. Deze wordt bepaald door kleine ruimtes/percelen, gebogen vormen en een veelheid aan groene elementen (zoals singels, houtwallen, wegbeplantingen en kleinschalige bosjes). Zijdelingse erfgrenzen worden in de omgeving volledig ingeplant met een houtsingel, of bomenrij. Boomgroepen, of solitairen, aangeplant op strategische plekken verzachten het beeld van bedrijfsgebouwen op overhoeken. Op het perceel is langs het zandpad, aan de oostzijde van het perceel, reeds een bomenrij te vinden. Deze blijft behouden en sluit reeds aan op de omgeving waar bomenrijen voorkomen, vooral langs de wegen. De nieuwe beplanting op het plangebied bestaat uit bomen die de kleine groene kamers van elkaar scheiden. In deze groene kamers zijn clusters te vinden van vakantiewoningen. Langs de perceelsgrenzen zijn ook inheemse bomen te vinden, solitair of boomgroepen. Deze nieuwe groenstructuren in het landschap versterken het eigen karakter van het gebied en verkleinen de ruimtelijke schaal. De leesbaarheid van het open landschap rondom het plangebied en het kleinschalige landschap op het plangebied wordt verbeterd dankzij deze landschappelijke inpassing. Dit contrast sluit aan op de omgeving. Kleinschalige elementen zoals deze boom- en struweelvormers op erf- en perceelsgrenzen versterken deze kleinschaligheid.

Gezien voorgaand worden diverse landschapselementen aangeplant welke zorgen voor een versterking van het landschapsbeeld en hebben een kwaliteitsverbetering van het landschap tot gevolg. Door deze landschapsversterkende maatregelen wordt de ruimtelijke vormgeving van de gebouwen verzacht en geheel of gedeeltelijk aan het zicht onttrokken en sluit het aan op de landschappelijke kenmerken van de omgeving en sluit het tevens aan op de Structuurvisie Buitengebied Hilvarenbeek. Als laatste is de beoogde ontwikkeling passend in de omgeving van de Goirlesedijk aangezien het beoogde recreatiepark wordt, zoals tevens zojuist benoemd, aangesloten aan de hoofdaansluiting de Goirlesedijk. Deze weg is de hoofdontsluiting door het gebied heen. Het plangebied heeft een centrale ligging binnen het grotere gebied. Dorpskernen, de natuurgebieden maar ook de Beekse Bergen zijn goed bereikbaar vanuit het plangebied. Dit geldt voor zowel autoverkeer, wandelaars en fietsers. De boogde ontwikkeling van een vakantiepark is derhalve passend aangezien het gebied aantrekkelijk is voor toeristen, hier wordt door de beoogde ontwikkeling op in gespeeld. Gezien het bovenstaande is de beoogde ontwikkeling passend binnen de ontwikkelingsrichting van de Goirlesedijk en omgeving.

3.3.4 Toeristisch-recreatieve beleidslijn en afwegingskadergemeente Hilvarenbeek Het gebiedsgericht werken wordt bepaald door de gebiedsindelingskaart. Zoals blijkt uit onderstaande afbeelding is de projectlocatie gelegen in de gebieden ‘kansrijk voor recreatieve initiatieven’. Om initiatieven mogelijk te maken in de vrijetijdssector binnen de gemeente Hilvarenbeek heeft de gemeente 5 criteria opgesteld. Dit zijn geen harde criteria, maar zijn wel van belang om te kijken of een initiatief passend is binnen de gemeente. De criteria luiden als volgt: 1. Versterken en verbreden van huidige aanbod De beoogde ontwikkeling maakt een buitenplaats mogelijk waarbij de overtollige bebouwing reeds is gesloopt. Het voornemen is om 25 guesthouses mogelijk te maken uit het luxere segment. De guesthouses zullen voor verschillende doelgroepen binnen dit luxe segment worden gerealiseerd, denk hierbij aan een verscheidenheid van kleinere en grotere huisjes. In de omgeving is het vakantiepark ‘Beekse Bergen’ gelegen en één minicamping. Een buitenplaats verbreedt daarom het aanbod van recreatie in de directe omgeving. De beoogde buitenplaats met de ruime landschappelijke inpassing onderscheidt zich van de ‘Beekse Bergen’ door zijn luxe en groene indeling. Daarnaast is tevens het luxe segment onderscheidend ten opzichte van de minicamping.

De beoogde ontwikkeling leidt gezien het bovenstaande tot een verbreding en versterking van het huidige aanbod.

Pagina 32 van 73

Onderbouwing buitenplanse omgevingsplanactiviteit/ aanpassing omgevingsplan.

2. Toekomstbestendig aanbod creëren Met het realiseren van de buitenplaats wordt tevens rekening gehouden met het aspect duurzaamheid. Om bij te dragen aan het aspect duurzaamheid is het voornemen om zonnepanelen te realiseren in de beoogde situatie. Deze zonnepanelen zullen in elk geval worden gerealiseerd op de bestaande, te behouden loods. Daarnaast zullen er tevens panelen komen op het nieuw te realiseren gebouw ten behoeve van de receptie, ondergeschikte horeca en de activiteiten gebonden winkel. Er is tevens een mogelijkheid om de parkeerplaats van de buitenplaats te overkappen en deze overkapping te voorzien van zonnepanelen. De guesthouses zijn niet geschikt voor het plaatsen van zonnepanelen, omdat het dan niet mogelijk is om één centrale plek voor de energieopslag te realiseren. Het opslaan van de zonne-energie is noodzakelijk om ook energie te kunnen gebruiken als de zon niet schijnt en om elektriciteit te hebben op locaties waar geen aansluiting ligt. Het realiseren van één centrale energieopslagvoorziening is efficiënter en goedkoper. Naar waarschijnlijkheid zal de energieopslagvoorziening gerealiseerd worden in de nabije omgeving van de bestaande loods en de beoogde overkappingen waarop de zonnepanelen geplaatst worden.

Op basis van de uitgangspunten van de beoogde ontwikkeling zal sprake zijn van een structureel rendabele onderneming, die over voldoende cash flow zal beschikken om te kunnen blijven voldoen aan de wensen en eisen van de doelgroep. Gezien het voorgaande kan worden geconcludeerd dat er sprake is van een toekomstbestendige buitenplaats. 3. Versterken landschappelijke en cultuurhistorische kwaliteiten In onderhavige notitie wordt uitgebreid beschreven dat de beoogde ontwikkeling bijdraagt aan het versterken van de landschappelijke en cultuurhistorische kwaliteiten van de projectlocatie. 4. Leefbaarheid en leefomgeving In de beoogde situatie is sprake van een ontwikkeling ter plaatse van vrijkomende agrarische bebouwing. De beoogde ontwikkeling maakt door de omschakeling een nieuwe economische drager in het buitengebied mogelijk. Dit draagt bij aan de leefbaarheid en leefomgeving van het gebied. Door de beoogde ontwikkeling te realiseren is er geen sprake van een leegstaand perceel en illegale activiteiten zijn derhalve niet aan de orde ter plaatse van het plangebied. De beoogde ontwikkeling is daarnaast gelegen langs verschillende fiets-, paarden- en wandelroutes. Direct vanuit de buitenplaats is het derhalve direct mogelijk om de natuur te ontdekken.

De bezoekers van de guesthouses zullen het gebruik van de recreatieve voorzieningen versterken en omgekeerd zullen de recreanten van de fiets-, paarden- en wandelroutes kunnen overnachten in een natuurlijke en rustige omgeving nabij de natuur. Het realiseren van verblijfsrecreatie is dus uitermate geschikt op deze locatie, omdat de locatie aansluit op het recreatieve netwerk. Ten behoeve van de beoogde ontwikkeling heeft er reeds al sloop plaatsgevonden van de voormalige, overtollige agrarische bebouwing en voorzieningen. Deze sloop heeft plaatsgevonden ten behoeve van de saneringsregeling waar aan initiatiefnemer heeft deelgenomen. De totale bebouwde oppervlakte zal in de beoogde situatie afnemen ten opzichte van de voormalige situatie. De recreatiefunctie zal tevens zorgvuldig landschappelijk worden ingepast in de omgeving. Het type recreatiebedrijf is passend binnen de omgeving van de projectlocatie. Door de aanplant van veel groene landschapselementen en door de ruime opzet van de guesthouses past de buitenplaats binnen de natuurrijke, landelijke omgeving met een gemengde functie structuur. Kortom draagt de ontwikkeling bij aan de leefbaarheid van het gebied en de omgevingskwaliteit. 5. Gebiedsgericht werken In onderstaande afbeelding is te zien dat de projectlocatie is gelegen in het gebied ‘Kansrijk voor recreatieve initiatieven’.

Pagina 33 van 73

Onderbouwing buitenplanse omgevingsplanactiviteit/ aanpassing omgevingsplan.

Afbeelding 16: Uitsnede Toeristische-recreatieve beleidslijn en afwegingskader Hilvarenbeek

In het gebied ‘Kansrijk voor recreatieve initiatieven’ is de gemeente meedenkend en staan zij in principe positief tegenover nieuwe initiatieven. Er dient wel te worden voldaan aan enkele voorwaarden. Er dient onder andere invulling te worden gegeven aan de uitgangspunten zoals reeds benoemd. Uit het bovenstaande blijkt dat er kan worden voldaan aan de uitgangspunten zoals beschreven in de beleidslijn. Er dient daarnaast sprake te zijn van een aanvaardbare toename van verkeer. Zoals is onderbouwd in paragraaf 4.11 zullen in de beoogde situatie voornamelijk personenvervoersmiddelen van en naar de locatie bewegen, circa 70 vervoersbewegingen per dag. Het aantal lichte verkeersbewegingen van en naar de locatie zullen derhalve naar verwachting toenemen ten opzichte van de huidige situatie. De zware verkeersbewegingen van en naar de intensieve veehouderij zullen daarnaast komen te vervallen. De projectlocatie is gelegen aan de Goirlesedijk. Een verharde weg tussen de bebouwde kom van Goirle en Hilvarenbeek, die voornamelijk wordt gebruikt door bestemmings- en sluipverkeer. De ontsluitingsroutes beschikken over voldoende capaciteit om verkeersbewegingen met voornamelijk lichte motorvoertuigen af te wikkelen.

De doorstroming van de verkeersbewegingen van en naar de locatie zal niet belemmerd worden doordat de toename in lichte verkeersbewegingen gepaard gaat met de afname in zware verkeersbewegingen. Er dient tevens rekening gehouden te worden met de ruimtelijke kwaliteit van de omgeving. Dit heeft enerzijds betrekking op de landschappelijke kwaliteiten en anderzijds op de gebruiksmogelijkheden van de omliggende functies. De invloed op de landschappelijke kwaliteiten worden uitgebreid beschreven in onderhavige onderbouwing. Hieruit blijkt dat de beoogde ontwikkeling een bijdrage levert aan de landschappelijke kwaliteiten. Daarnaast mogen de gebruiksmogelijkheden van de omliggende functies niet worden belemmerd. Om de gebruiksmogelijkheden nader te bepalen wordt aangesloten bij de ‘activiteiten en milieuzonering’ en bij de geldende Wet- en regelgeving. Om te bepalen of de omliggende functies worden belemmerd wordt gekeken welke functies er nabij de locatie zijn gelegen. De dichtstbijzijnde functies van derden ten opzichte van de locatie aan de Goirlesedijk 4b te Hilvarenbeek zijn de volgende functies: ▪ Groot Westerwijksestraat 11: Agrarische functie> Akkerbouwbedrijf met functieaanduiding paardenhouderij ▪ Goirlesedijk 6: Woonfunctie > Burgerwoning Voor een paardenhouderij is het aspect geur het belangrijkste aspect.

In het kader van het aspect geur wordt er gekeken naar de geldende Wet- en regelgeving. Op grond van de Bkl is en blijft de vrijkomende agrarische bedrijfswoning een geurgevoelig object dat onderdeel uitmaakt van een veehouderij, of die op of na 19 maart 2000 hebben opgehouden deel uit te maken van een andere Pagina 34 van 73

Onderbouwing buitenplanse omgevingsplanactiviteit/ aanpassing omgevingsplan.

veehouderij. Op grond van de Bkl moet de afstand tussen het dichtstbijzijnde dierenverblijf behorende tot een veehouderij en de gevel van zo’n object, wanneer gelegen binnen de bebouwde komt, ten minste 100 meter bedragen. Buiten de bebouwde kom is deze afstand minimaal 50 meter. Hetzelfde geldt voor de beoogde recreatieve verblijfseenheden. De projectlocatie ligt buiten de bebouwde kom, dus er geldt een minimale afstandseis van 50 meter. Het bouwvlak van de Groot Westerwijksestraat 11 is gelegen op een afstand van circa 85 meter van het beoogde bouwvlak van de buitenplaats. Er is derhalve ten allen tijde voldoende afstand tussen het dierenverblijf en de beoogde recreatieve verblijfseenheden. Voor een akkerbouwbedrijf is het aspect geluid een belangrijk aspect. Er zullen naar en van de locatie aan de Groot Westerwijksestraat 11 namelijk zware vervoersbewegingen plaatsvinden. Voor geluid uitstralende activiteiten geldt dat er een milieuzonering is van 50 meter. Er wordt gesteld indien op deze grens een maximum van 50 dB is, dan is daar buiten sprake van een aanvaardbaar woon- en leefklimaat. Gekeken naar vergunningen van vergelijkbare bedrijven is het niet aannemelijk dat het akkerbouwbedrijf een dergelijke geluid uitstraling heeft dat de hiervoor genoemde zonering zal worden overschreden.

Aangezien de afstand tussen het bouwvlak van het akkerbouwbedrijf en het beoogde bouwvlak circa 85 meter bedraagt, zal de geluidsnorm niet worden overtreden ter plaatse van het beoogde bouwvlak. De ontwikkeling aan de Goirlesedijk 4b wordt daarom gerealiseerd in een aanvaardbaar woon- en leefklimaat en zal het bedrijf aan de Groot Westerwijksestraat 11 ook niet belemmeren. De ontwikkeling ter plaatse van de Goirlesedijk 4b te Hilvarenbeek betreft het realiseren van een buitenplaats met guesthouses. Het aspect geluid kan hierbij ook een belangrijk aspect zijn. De opslag plaats en het gebouw ten behoeve van de ondergeschikte horeca, campingwinkel en receptie zouden geluid uit kunnen stralen naar de omgeving. Deze geluid uitstraling zal echter zeer beperkt zijn. Er kan vanuit worden gegaan dat de uitstraling van geluid niet meer zal bedragen dan de eerder genoemde zonering van 50 dB op 50 meter afstand. Daarbij valt op te merken dat de opslag loods en het andere bedrijfsgebouw op respectievelijk 110 meter en 205 meter afstand van het dichtstbijzijnde bouwvlak (zijnde de locatie aan de Groot Westerwijksestraat 11) zijn gelegen. Gezien het voorgaande kan worden geconcludeerd dat de beoogde ontwikkeling daarom niet zal leiden tot belemmeringen van de functie aan de Groot Westerwijksestraat 11.

De herontwikkeling van de projectlocatie is daarnaast passend in de omgeving zoals reeds eerder vermeld onder het vorige kopje. Kortom, de beoogde ontwikkeling past binnen de Toeristisch-recreatieve beleidslijn en afwegingskader van de gemeente Hilvarenbeek.

3.3.5 Omgevingsvisie gemeente Hilvarenbeek ‘Samen gezond groeien’ De gemeente Hilvarenbeek heeft in haar ontwerp Omgevingsvisie ‘Samen gezond groeien!’ de koers uitgezet voor de ontwikkeling van de fysieke leefomgeving richting 2050. In deze visie staan gezondheid, leefkwaliteit, duurzaamheid en zorgvuldig ruimtegebruik centraal. De gemeente kiest bewust voor een integrale benadering, waarbij ruimtelijke, maatschappelijke en economische opgaven in samenhang worden bekeken. Waar voorheen de agrarische sector het primaat had in Hilvarenbeek, is er een neergaande trend waarneembaar. Verwacht wordt dat dit in de toekomst verder doorzet. Een deel van de agrariërs zal geheel stoppen, een deel zal transformeren naar een gecombineerd bedrijf (nevenfunctie) en een deel zal de huidige bedrijfsvoering behouden of versterken. In de agrarische sector zal meer en meer bewogen worden naar een circulaire landbouw en partnerschappen in het versterken van een gezond water-bodem systeem. Ondanks dat een deel van de agrariërs zal stoppen, wordt de rol van het agrarisch bedrijf in Hilvarenbeek breder. Stoppende agrariërs betekent dat er ook agrarisch bedrijfsbebouwing in ongebruik raakt. In de horeca en de recreatieve sector is reeds jaren een Pagina 35 van 73

Onderbouwing buitenplanse omgevingsplanactiviteit/ aanpassing omgevingsplan.

stijgende lijn aanwezig. De keerzijde daarvan is dat er ook conflicten kunnen ontstaan tussen verschillende soorten recreatie (rust – drukte) maar ook met de natuurwaarde van een gebied. De gemeente geeft hierbij aan in hun visie dat toeristisch recreatieve initiatieven kansrijk zijn in delen van het buitengebied ten westen van de kernen Hilvarenbeek en Esbeek, de zone rondom het kanaal en ten zuiden en noorden van de Beekse Bergen. In gebieden in het buitengebied waar de agrarische functie leidend is, worden enkel nieuwe initiatieven toe gestaan die passend zijn bij de agrarische activiteiten. De beoogde ontwikkeling betreft het realiseren van een buitenplaats met guesthouses, een recreatieve functie, ter plaatse van een reeds gesaneerde intensieve veehouderij. Het stoppen van de intensieve veehouderij is in de lijn van verwachting zoals gesteld in de visie van de gemeente. Er wordt namelijk aangegeven dat er veel agrarische bedrijven in het buitengebied zullen stoppen en hiervoor in de plaats zullen nieuwe functies worden gerealiseerd. Zo ook op de locatie aan de Goirlesedijk 4b te Hilvarenbeek. Zoals reeds vermeld is het voornemen om aan voornoemd adres een buitenplaats met guesthouses mogelijk te maken. Dit is een passende ontwikkeling in het gebied welke niet zal leiden tot belemmeringen van de omliggende functies, zoals blijkt uit onderstaande onderbouwing.

Daarnaast is de Goirlesedijk gelegen ten zuiden van de Beekse Bergen en daarom volgens de gemeente een geschikte plaats voor het mogelijk maken van een recreatieve functie. Het voornemen van het herontwikkelen van de locatie sluit gezien het voorgaande naadloos aan bij de Omgevingsvisie van de gemeente Hilvarenbeek.

3.3.6 Omgevingsplan Zoals al in de inleiding van deze toelichting beschreven is het vigerende omgevingsplan voor de projectlocatie het ‘Omgevingsplan gemeente Hilvarenbeek’ d.d. 17-04-2024. Hieronder valt het voormalige bestemmingsplan ‘Buitengebied’, vastgesteld d.d. 13 maart 2014, van de gemeente Hilvarenbeek. Tevens zijn de daarbij behorende reparatieplannen van toepassing op de projectlocatie. Volgens dit voormalige bestemmingsplan heeft de locatie de volgende functies en aanduidingen toegekend gekregen, zie Afbeelding 2: ▪ Enkelbestemming: Agrarisch; ▪ Dubbelbestemming: Waarde – Archeologie 2; ▪ Bouwvlak; ▪ Functieaanduiding: intensieve veehouderij; ▪ Gebiedsaanduiding: veiligheidszone – leiding: ▪ Gebiedsaanduiding: overige zone – landschapselement. In het voormalige bestemmingsplan is de beoogde ontwikkeling niet rechtstreeks mogelijk. In artikel 3.6.10 van het voormalige bestemmingsplan is een wijzigingsbevoegdheid opgenomen, waardoor burgemeester en wethouders bevoegd zijn om de gronden ter plaatse van de aanduiding ‘bouwvlak’ en de daaraan grenzende gronden te wijzigen in de bestemming recreatie. De beoogde ontwikkeling past echter niet binnen deze wijzigingsbevoegdheid. Tevens valt daarbij op te merken dat wijzigingsbevoegdheden niet meer rechtsgeldig zijn sinds de inwerkingtreding van de Omgevingswet.

Wel kunnen de voorwaarden welke zijn opgenomen in de wijzigingsbevoegdheden als toetsingskader worden gebruikt om aan te tonen dat een ontwikkeling passend is binnen het beleid. Hieronder wordt daarom getoetst aan de voorwaarden: 3.6.10 Wijziging naar Recreatie Burgemeester en wethouders kunnen de bestemming van de gronden ter plaatse van de aanduiding 'bouwvlak' en/of de daaraan grenzende gronden wijzigen in Artikel 11 Recreatie, teneinde hergebruik van de bebouwing toe te staan met de daarbij behorende gronden voor extensieve vormen van dagen verblijfsrecreatieve voorzieningen, zoals een kinderboerderij, theetuin, verhuur van Pagina 36 van 73

Onderbouwing buitenplanse omgevingsplanactiviteit/ aanpassing omgevingsplan.

fietsen/huifkarren, organiseren van rondleidingen en exposities, bed en breakfastvoorzieningen in een grotere omvang e.d., toe te staan, mits aan de volgende voorwaarden wordt voldaan: a. de activiteit dient plaats te vinden binnen de aanwezige gebouwen; Ten behoeve van de beoogde ontwikkeling zullen de agrarische opstallen worden gesaneerd. Er is één loods die behouden blijft ten behoeve van opslag voor de buitenplaats en de bedrijfswoning blijft ook als zodanig behouden. Voor een optimale invulling van de beoogde situatie is wel nieuwe bebouwing beoogd. Dit is uitgebreid beschreven onder de beoogde situatie. b. de omvang van het bestemmingsvlak is passend bij de beoogde functie, met dien verstande dat de omvang niet meer bedraagt dan het voormalige agrarisch bouwvlak tot een maximum van 5000 m2; De omvang van het beoogde functievlak is passend bij de beoogde functie. Binnen het bouwvlak wordt een maximum bebouwd oppervlakte toegestaan van 3.650 m2. c. voor verblijfsrecreatieve voorzieningen geldt het volgende: 1. verblijfsrecreatieve activiteiten zijn toegestaan in de vorm van vakantieappartementen, bed & breakfast, kampeermiddelen e.d.; 2. bij groepsaccommodatie zijn maximaal 250 bedden toegestaan; 3.

voor kampeermiddelen gelden de bepalingen: ▪ kampeermiddelen zijn uitsluitend toegestaan op een afstand van minimaal 25 m van de bestemming Wonen van derden; ▪ uitsluitend kampeermiddelen met een niet-permanent karakter (tenten, tentwagens, kampeerauto's, campers en toercaravans) zijn toegestaan; ▪ er zijn maximaal 25 kampeerplaatsen per camping toegestaan, uitsluitend in de periode van 15 maart tot en met 31 oktober; ▪ 15% van het nieuwe bestemmingsvlak bestaat uit een robuuste landschappelijke inpassing; In de beoogde situatie worden maximaal 25 guesthouses, dan wel staanplaatsen ten behoeve van campers en caravans beoogd. d. ten aanzien van de functies in het algemeen, geldt het volgende: 1. de bebouwde oppervlakte ten behoeve van de bedrijfsactiviteiten mag niet meer bedragen dan 1000 m2 dan wel niet meer dan de bestaande bebouwde oppervlakte indien deze minder bedraagt dan 1000 m2; Zoals reeds vermeld is zal er 3.650 m2 aan bebouwing worden toegestaan. 2. maneges zijn niet toegestaan; Niet van toepassing. 3. hotels, conferentievoorzieningen en wellness zijn niet toegestaan; Niet van toepassing. 4. ten behoeve van de activiteit is ondergeschikte en ondersteunende routegebonden horeca toegestaan, zoals de verkoop van ijs, thee e.d.; de verkoopvloeroppervlakte bedraagt niet meer dan 100 m2; 5.

detailhandel is uitsluitend toegestaan in ondergeschikte, aan de recreatieactiviteit gerelateerde vorm; de verkoopvloeroppervlakte bedraagt niet meer dan 100 m2; In de beoogde situatie is sprake van ondergeschikte horeca, deze krijgt een oppervlakte van maximaal 100 m2. e. er dient een, door de gemeente goed te keuren, bedrijfsplan te worden overlegd; Er is aan de gemeente een bedrijfsplan overhandigd. Deze wordt niet bij de aanvraag bijgevoegd. f. er dient te worden voldaan aan de volgende landschappelijke en ruimtelijke kwaliteitseisen: Pagina 37 van 73

Onderbouwing buitenplanse omgevingsplanactiviteit/ aanpassing omgevingsplan.

1. Landschappelijke inpassing: er is aangetoond dat binnen een jaar na realisatie van de bebouwing sprake zal zijn van een goede landschappelijke inpassing alsmede de instandhouding daarvan, welke tenminste 10% van de omvang van het bouwvlak omvat en welke is gelegen binnen het bouwvlak dan wel dat er sprake is van een door het college van burgemeester en wethouders goedgekeurd landschapsontwikkelingsplan; Voor de beoogde ontwikkeling is een landschappelijke inpassing en een berekening kwaliteitsverbetering opgesteld. Hieruit blijkt dat kan worden voldaan aan de voorwaarden. 2. Zuinig ruimtegebruik: de inrichting van het bouwvlak bevordert een gunstige verhouding tussen bruto (bestemmings- of bouwvlak) en netto (bebouwing) ruimtebeslag. In de beoogde situatie is sprake van zorgvuldig ruimte gebruik. Het beoogde functie en bouwvlak zijn beide zo optimaal mogelijk ingericht voor de toekomstige situatie. 3. Ontstening: met het initiatief wordt eveneens bewerkstelligd, dat overtollige bebouwing (niet zijnde cultuurhistorisch waardevol) wordt gesloopt., met dien verstande dat de oppervlakte aan bebouwing die wordt gesloopt niet minder mag bedragen dan de oppervlakte aan bebouwing die nieuw wordt gebouwd; Overtollige bebouwing wordt gesaneerd ten behoeve van de beoogde ontwikkeling.

Er wordt niet meer bebouwing gerealiseerd ten behoeve van de beoogde situatie dan dat er bebouwing wordt gesaneerd. 4. Parkeren dient binnen het nieuwe bestemmingsvlak plaats te vinden. Parkeren vindt plaats op eigen terrein, dit is onderbouwd in paragraaf 4.11. g. de cultuurhistorische waarden mogen niet onevenredig worden aangetast; Het aspect cultuurhistorie is beschreven in paragraaf 4.4. Hieruit blijkt dat de beoogde ontwikkeling niet leidt tot een onevenredige aantasting van de cultuurhistorische waarden. h. er vindt geen onevenredige aantasting plaats van de in geding zijnde belangen, waaronder die van omwonenden en omliggende (agrarische) bedrijven; In paragraaf 4.7 wordt nader onderbouwd dat de beoogde ontwikkeling niet leidt tot een onevenredige aantasting van de ontwikkelingsmogelijkheden van de omliggende (agrarische) bedrijven. i. bij toename van verharding van meer dan 500 m2 dient aangegeven te worden hoe met water wordt omgegaan via de trits: vasthouden, bergen en afvoeren; er zal in alle gevallen minimaal waterneutraal gebouwd dienen te worden; In paragraaf 4.2 is het aspect water beschreven. Hieruit blijkt dat er minimaal waterneutraal wordt gebouwd. j. de verkeersaantrekkende werking dient te zijn afgestemd op de feitelijke ontsluitingssituatie; In paragraaf 4.11 is het aspect verkeer nader beschreven.

Hieruit blijkt dat er geen belemmeringen zullen ontstaan. k. de aanduidingen 'specifieke bouwaanduiding - bestaande voorzieningen' en/of 'specifieke vorm van agrarisch permanente teeltondersteunende voorziening' en/of 'specifieke vorm van agrarisch - opslag ruwvoer' worden verwijderd, alsmede er is zekerstelling omtrent het verwijderen van de ter plaatse aanwezige voorzieningen. Tenzij aangetoond wordt dat deze voorzieningen tevens noodzakelijk zijn voor de nieuwe functie; Niet van toepassing. l. de wijziging mag niet leiden tot een onevenredige aantasting van de landschappelijke, cultuurhistorische en natuurlijke waarden die de gebiedsaanduidingen, welke zijn opgenomen in artikel 29, beogen te beschermen;

Pagina 38 van 73

Onderbouwing buitenplanse omgevingsplanactiviteit/ aanpassing omgevingsplan.

De beoogde ontwikkeling zal niet leiden tot een onevenredige aantasting van de landschappelijke, cultuurhistorische en natuurlijke waarden binnen de projectlocatie. Dat wordt aangetoond middels onderhavige onderbouwing. m. de beoogde activiteit leidt niet tot een grootschalige ontwikkeling; De beoogde situatie leidt niet tot een grootschalige ontwikkeling. De kaders zullen in de voorschriften van de vergunning worden vastgelegd. n. de regels van Artikel 11 Recreatie worden van overeenkomstige toepassing verklaard. De regels uit Artikel 11 Recreatie worden van toepassing verklaard na het verlenen van deze omgevingsvergunning. o. de goot- en bouwhoogte van de gebouwen mogen niet meer bedragen dan respectievelijk 6 m en 10 m. De goot- en bouwhoogte van gebouwen zal niet meer bedragen dan de 6 meter en 10 meter zoals benoemd in de voorwaarden Uit bovenstaande toetsing blijkt dat aan bijna alle voorwaarden kan worden voldaan. Er wordt enkel meer bebouwing toegestaan dan dat is opgenomen in de voorwaarden van de wijzigingsbevoegdheid. De hoeveelheid bebouwing is afgestemd met de gemeente en zal vast worden gelegd in de voorschriften van de BOPA. Aangezien met de voorgaande toetsing wel wordt aangetoond dat de ontwikkeling passend is op de locatie, is een omgevingsvergunning voor een buitenplanse omgevingsplanactiviteit opgesteld middels onderhavige onderbouwing.

Pagina 39 van 73

Onderbouwing buitenplanse omgevingsplanactiviteit/ aanpassing omgevingsplan.

4

Aspecten fysieke leefomgeving en milieu

In dit hoofdstuk wordt de gewenste ontwikkeling getoetst aan de verschillende aspecten uit de fysieke leefomgeving. Indien noodzakelijk worden deze aspecten nader gemotiveerd met een onderzoek. Graag per aspect verder uitwerken waarom ze wel of niet voldoen.

4.1 Milieueffectrapportage Een milieueffectrapportage (MER), en de bijbehorende procedure (m.e.r.), is een hulpmiddel om de belangen van het milieu volwaardig te betrekken bij de besluitvorming over projecten. Het gaat hierbij enkel om projecten die kunnen leiden tot initiatieven waardoor het milieu mogelijk nadelig wordt beïnvloed. De wetgeving omtrent de milieueffectrapportage (m.e.r.) is opgenomen in afdeling 16.4 van de Omgevingswet en in hoofdstuk 11 en bijlage V bij het Omgevingsbesluit. In artikel 16.34, tweede lid van de Omgevingswet is aangegeven dat onder een plan of programma, als bedoeld in artikel 2, onder a, van de SMB-richtlijn (richtlijn 2001/42/EG (Strategische milieubeoordeling), in ieder geval wordt verstaan een omgevingsvisie, een programma, een omgevingsplan en een voorkeursbeslissing. Voor dergelijke projecten moet worden beoordeeld of deze aanzienlijke milieueffecten kunnen hebben. Indien een project aanzienlijke milieueffecten kan hebben, dient bij de voorbereiding van het besluit een milieueffectrapport te worden opgesteld. In bijlage V van het Omgevingsbesluit zijn de projecten zoals bedoeld in artikel 16.43, eerste lid, onder b, van de wet, opgenomen. Voor deze projecten moet worden beoordeeld of zij aanzienlijke milieueffecten kunnen hebben.

Een project is kaderstellend voor een toekomstig m.e.r.- (beoordelings)plichtig besluit indien het project is opgenomen in kolom 1 van bijlage V van het Omgevingsbesluit. Indien de waarden in kolom 2 van de Bijlage V van het Omgevingsbesluit worden overschreden dient er een milieueffectrapport te worden opgesteld. Indien de waarden in kolom 2 niet overschreden worden dient er een MERbeoordeling te worden uitgevoerd. De beoogde ontwikkeling betreft het oprichten van een recreatiefunctie van 3 hectare waarin maximaal 25 vakantiewoningen gerealiseerd worden. De beoogde ontwikkeling is opgenomen onder M3 van Bijlage V van het omgevingsbesluit. Artikel 11.11 van het Omgevingsbesluit geeft aan op basis van welke informatie het bevoegd gezag, in dit geval het college van burgemeester en wethouders, een besluit moet nemen op een m.e.r.beoordeling. In deze ruimtelijke onderbouwing ten behoeve van de BOPA zijn alle relevante planologische en milieuhygiënische aspecten getoetst. Deze ruimtelijke onderbouwing kan dan ook worden beschouwd als m.e.r.-beoordelingsnotitie. In Bijlage 4 is een MER-beoordelingsnotitie opgenomen waarin alle relevante planologische en milieuhygiënische aspecten zijn getoetst.

Hieruit kan worden geconcludeerd dat er gelet op de kenmerken van de ontwikkeling, de locatie en de kenmerken van de potentiële effecten geen aanleiding is tot milieueffecten van een dusdanige omvang dat er sprake kan zijn van belangrijke nadelige gevolgen voor het milieu. De toelichting kan dan ook tevens worden beschouwd als MER-beoordelingsnotitie. Doordat het college bevoegd is om over de mer-beoordeling te beslissen, kan er in één vergadering een besluit worden gevormd over de BOPA en de mer-beoordelingsnotitie. Tegen het m.e.r.-beoordelingsbesluit staat geen bezwaar en/of beroep open, maar indirect kan er via een zienswijze wel op gereageerd worden. Het college kan gelijktijdig met het nemen van een besluit op de BOPA een besluit nemen in het kader van de merbeoordelingsplicht.

Pagina 40 van 73

Onderbouwing buitenplanse omgevingsplanactiviteit/ aanpassing omgevingsplan.

4.2

Weging van het waterbelang

In een aanvraag voor een buitenplanse omgevingsplan activiteit dient rekening te worden gehouden met de gevolgen voor het beheer van watersystemen. Voor de beoogde ontwikkeling is het daarom van belang om te toetsen aan een evenwichtige toedeling van functies met betrekking tot het watersysteem. In deze waterparagraaf komen de volgende onderdelen aan bod: ▪ Beschrijving waterrelevant beleid; ▪ Bestaande waterhuishoudkundige situatie; ▪ Beoogde waterhuishoudkundige situatie.

4.2.1 Waterrelevant beleid Artikel 5.37 van het Bkl stelt dat in een omgevingsplan rekening wordt gehouden met de gevolgen voor het beheer van watersystemen. Naast de specifieke regels als gesteld in paragraaf 5.1.3 Bkl over onderdelen van het watersysteem in het omgevingsplan, worden voor een duiding van de gevolgen voor het beheer van het watersysteem, de opvattingen van het bestuursorgaan dat is belast met het beheer van die watersystemen betrokken. Denk bijvoorbeeld aan (instructie)regels (al dan niet ter nastreving van omgevingswaarden) uit de provinciale omgevingsverordening en de Waterschapsverordening. Daarnaast bevatten de artikelen 5.38 t/m 5.49 Bkl rijksregels met betrekking tot: 1. het voorkomen van belemmeringen voor primaire waterkeringen; 2. het bouwen binnen kustfundamenten buiten stedelijk gebied; en 3. het ontplooien van activiteiten in en nabij grote rivieren en het IJsselmeergebied. Ten slotte zijn de regels van art. 5.165 Bkl en paragraaf 22.3.8 uit het (tijdelijke) omgevingsplan van belang met betrekking tot het lozen van (industrieel) afvalwater in het openbaar vuilwaterriool. Artikel 5.165 Bkl schrijft voor in welke gevallen het omgevingsplan lozingen van industrieel afvalwater mag toestaan. Gemeenten kunnen voor sommige lozingen specifieke regels stellen.

In het algemeen is de specifieke zorgplicht voor milieubelastende activiteiten die in de bruidsschat zijn opgenomen voldoende. Met de bevoegdheid tot het stellen van maatwerkvoorschriften kan de gemeente voor specifieke bedrijven zo nodige aanvullende eisen stellen die passen bij de bedrijfssituatie. Provincie Het beleid van de provincie Noord-Brabant richt zich op het bereiken en in stand houden van watersystemen die ruimte bieden aan een gezond leefmilieu voor mens, dier en plant. Daarbij zijn economische en ecologische ontwikkelingen met elkaar in evenwicht en is het hebben en houden van een veilige en bewoonbare provincie een randvoorwaarde. Dit beleid is vertaald in de Omgevingsvisie en de Omgevingsverordening Noord-Brabant. De belangrijkste aspecten zijn: ▪ Een robuust en veerkrachtig water- en natuursysteem; ▪ Een betere waterveiligheid door preventie; ▪ Koppeling van waterberging en droogtebestrijding. In de Omgevingsverordening Noord-Brabant zijn ook instructieregels opgenomen voor waterschappen. Volgens de kaart behorende bij deze instructieregels ligt de projectlocatie niet in een ‘Grondwaterbeschermingsgebied’. Een verdere toetsing is daarom ook niet noodzakelijk. De wijze waarop de provincie omgaat met water is beschreven in het Regionaal Water en Bodem Programma (2022-2027).

Provinciale Staten hebben op 3 december 2021 het Regionaal Water en Bodem Programma (2022-2027) vastgesteld (RWP). Het RWP is op 22 december 2021 inwerking getreden. Door middel van het RWP wordt beleid vastgesteld om te komen tot een klimaat robuust water en bodemsysteem in 2050 en zorg te dragen voor veilig, schoon en voldoende water en een vitale bodem in de provincie Noord-Brabant. Belangrijk uitgangspunt van het RWP is de Europese Pagina 41 van 73

Onderbouwing buitenplanse omgevingsplanactiviteit/ aanpassing omgevingsplan.

Kader Richtlijn Water (KRW) als een mijlpaal op weg naar een klimaatrobuust en veerkrachtig wateren bodemsysteem in 2050. In dit programma ligt de focus op zuinig zijn op water en de bodem, en het water- en bodemsysteem moet toegerust zijn op natte én droge tijden (systeemgericht). Vele generaties lang had het waterbeleid als doel wateroverlast te voorkomen en water zo snel mogelijk af te voeren. Inmiddels weten we dat het moet worden gewijzigd; we moeten zuinig zijn op ons water en de bodem. Doel van RWP: ▪ Voldoende water ▪ Schoon water ▪ Veilig water ▪ Vitale bodem ▪ Klimaatadaptatie Gemeenten en waterschappen dienen hun waterbeleid te baseren op de uitgangspunten die de provincie in haar RWP stelt. De RWP is enkel voor de provincie Noord-Brabant zelf bindend. Waterschap de Dommel Waterschap de Dommel is de beheerder van zowel de kwantiteit als de kwaliteit van het grond- en oppervlaktewater in de omgeving van de projectlocatie. Het waterschap de Dommel hanteert verschillende beleidsstukken bestaande uit onder andere het Waterbeheerprogramma 2022-2027, Legger waterstaatswerken 2023 en de Waterschapsverordening. De legger waterstaatswerken 2023 is opgenomen in de Waterschapsverordening. De Waterschapsverordening is te vinden in het DSO.

Waterbeheerprogramma 2022-2027 waterschap de Dommel Met het Waterbeheerprogramma 2022-2027 (WBP5) start waterschap De Dommel met de ‘watertransitie’: op weg naar een toekomstbestendige waterhuishouding. Uiterlijk in 2050 is de waterhuishouding in ons hele beheergebied toekomstbestendig. Dit betekent een waterhuishouding die in een goede waterkwaliteit voorziet. En een waterhuishouding die robuust, wendbaar en in balans is met de omgeving. Zowel in het bebouwde als het landelijke gebied en van de beekdalen tot en met de hoge zandruggen. Het grond- en oppervlaktewatersysteem kan de grotere weersextremen opvangen door maximaal gebruik te maken van de dempende sponswerking van de bodem/ondergrond en de natuurlijke hoogteverschillen voor het vasthouden van water. Er worden drie principes gehanteerd die inhoudelijke sturing geven aan de watertransitie: ▪ Elke druppel vasthouden en infiltreren waar deze valt ▪ Functies passen zich aan het bodem- en watersysteem aan ▪ Wat schoon is moet schoon blijven Het waterschap moet zich, nog meer dan voorheen, aanpassen aan de veranderende leefomgeving en op zoek gaan naar nieuwe oplossingen en antwoorden. Juist de voor Midden-Brabant zo karakteristieke verwevenheid van bebouwing, landbouw en natuur is een kans om de wateropgaven slim in te passen. Dit vereist een integrale, gebiedsgerichte aanpak samen met alle partijen.

Een gebiedsgerichte aanpak is alleen succesvol als naast de wateropgaven ook de opgaven vanuit natuur, stikstof, economie, landbouwtransitie, energietransitie, biodiversiteit, mobiliteit en woningbouw onderdeel van de aanpak zijn. Niet sectoraal, maar integraal. Alleen dan worden er oplossingen gevonden voor een leefbaar Midden-Brabant met een duurzaam en toekomstbestendig watersysteem dat goed is voor inwoners, bedrijven, landbouw en natuur. De grote uitdaging zit hem vooral in de vraag hoe dit bereikt wordt. Hierbij wordt door het waterschap een omschakeling gemaakt; ▪ van beekdalgericht naar gebiedsgericht; de aandacht gaat naast het beekdal ook uit naar de flanken, de hoge zandruggen en bebouwd gebied. ▪ van sectoraal naar integraal; samen met overheden en gebiedspartners maakt het waterschap keuzes over meerdere opgaven in een gebied.

Pagina 42 van 73

Onderbouwing buitenplanse omgevingsplanactiviteit/ aanpassing omgevingsplan.

▪

van water afvoeren naar elke druppel telt; maximaal water conserveren, minder grondwater gebruiken en slimmer sturen.

Waterschapsverordening Waterschap De Dommel In de 'Waterschapsverordening Waterschap De Dommel' staan regels (met name geboden en verboden) die het waterschap hanteert bij de bescherming van waterkeringen, watergangen en bijbehorende kunstwerken. Ook zijn er regels voor het onderhoud van sloten, beken en andere waterlopen om de waterafvoer in dit oppervlaktewater te waarborgen. Daarnaast kent de Waterschapsverordening beleidsregels voor het beschermen van bepaalde deelgebieden met elk een eigen beschermingsbeleid. Het gaat hierbij om beschermde gebieden zoals waterhuishouding, beekdalen en attentiegebieden. Met deze beleidsregels wordt aangegeven op welke wijze gebiedsgericht wordt omgegaan met waterbelangen. Realisatie van nieuw verhard oppervlak en het afkoppelen van verhard oppervlak moet op grond van de Waterschapsverordening hydrologisch neutraal worden uitgevoerd en optimaal worden ingepast in het bestaande watersysteem. De initiatiefnemer moet daarom voldoende compenserende maatregelen nemen, zodat het oppervlaktewatersysteem na realisatie van de verharding voldoende robuust blijft. Uitgangspunt hierbij vormt de voorkeurstrits “vasthouden-bergen-afvoeren”. Vasthouden kan door hergebruik of door het infiltreren van water in de bodem. In geval niet of onvoldoende kan worden geïnfiltreerd is een aanvullende voorziening noodzakelijk die het water tijdelijk bergt.

Legger waterstaatswerken 2023 Het dagelijks bestuur van waterschap De Dommel heeft op 17 oktober 2023 de legger waterstaatswerken 2023 vastgesteld. Ook heeft het dagelijks bestuur besloten de leggers oppervlaktewaterlichamen 2021 in te trekken. Dis gedaan met het oog op de nieuwe Waterschapsverordening en het Digitaal Stelsel Omgevingswet (DSO). Alle waterstaatswerken zijn nu zichtbaar in een digitale ontsluiting. Onder de Omgevingswet kan een legger geen beschermingszone of profiel van vrije ruimte meer vastleggen of aanpassen. Die gaan als beperkingengebied bij de Waterschapsverordening horen. Waterschap De Dommel neemt in de legger alle waterstaatswerken op die van belang zijn voor het functioneren van het watersysteem in het beheergebied van de Dommel. Er zijn vele soorten waterstaatswerken, die onderverdeeld zijn in vier categorieën, te weten: oppervlaktewaterlichamen, bergingsgebieden, waterkeringen of ondersteunende kunstwerken. De legger vormt daarmee een uitstekend hulpmiddel bij de toetsing welke regels van de Keur op en nabij waterstaatswerken van toepassing zijn. Gemeente De gemeente Hilvarenbeek streeft naar een zo duurzaam mogelijke en doelmatige inzameling en afvoer van hemelwater waarbij hemelwater op een zo natuurlijk mogelijke manier wordt verwerkt.

Verontreinigingen naar bodem, lucht en oppervlaktewater worden zoveel mogelijk voorkomen en wateroverlast voor burgers zoveel mogelijk beperkt. De gemeente legt, conform de opzet van de wetgeving, de verantwoordelijkheid voor de verwerking van hemelwater dat afkomstig is van particuliere terreinen bij de bewoner/ eigenaar binnen de grenzen van redelijkheid en doelmatigheid. Het gemeentelijke beleid is erop gericht de kansen voor ontvlechting van hemelwater en afvalwater zoveel als doelmatig wordt geacht aan te grijpen. Dit geldt zowel voor de particulier op eigen terrein als voor de openbare ruimte. Daarbij wil de gemeente de vrijstelling tot compensatie bij kleine toename in verhard oppervlak binnen de Waterschapsverordening voor een ontwikkeling, met dit gemeentelijk beleid tenietdoen. Hiermee wil de gemeente knelpunten in het rioolstelsel mede oplossen door ook kleinere ontwikkelingen op particulier terrein hieraan bij te laten dragen. Pagina 43 van 73

Onderbouwing buitenplanse omgevingsplanactiviteit/ aanpassing omgevingsplan.

Voor de hemelwaterafvoer van particuliere verhardingen met meer dan 250 m 2 nieuw verhard oppervlak is uitgangspunt dat deze op eigen terrein wordt verwerkt met een mogelijkheid tot overloop naar een laagte, een gemengd riool, een regenwaterriool of een watergang zodat er bij overbelasting geen problemen ontstaan.

4.2.2 Bestaande waterhuishoudkundige situatie In de directe nabijheid van de projectlocatie zijn A- en B-watergangen gelegen. Zie onderstaande afbeelding.

Afbeelding 17: Uitsnede kaart ‘Weging waterbelang’ Waterschap De Dommel, projectlocatie rood omlijnd

In de bestaande waterhuishoudkundige situatie wordt het bedrijfsafvalwater van huishoudelijke aard geloosd op het gemeentelijk riool. Voor het overige wordt er uit de inrichting enkel niet-verontreinigd hemelwater geloosd. Dit hemelwater is afkomstig van regenwater dat op de daken en erfverharding valt. Gemiddeld valt er jaarlijks 0,8 m3 niet-verontreinigd hemelwater per m2 verhard oppervlak. Dit hemelwater wordt door middel van afschot van daken en erfverharding geloosd op omliggende perceelsloten en het hemelwater wordt geïnfiltreerd in de bodem. Op het agrarische bedrijf wordt aandacht besteed aan het schoonhouden van het verhard oppervlak. Er is sprake van good-housekeeping management. De erfverharding en de daken worden zo vaak als voor de goede orde noodzakelijk is schoongehouden. Op het agrarische bedrijf vinden geen bijzondere activiteiten plaats die ertoe kunnen leiden dat er stoffen in aanraking kunnen komen met het hemelwater. Het nietverontreinigde hemelwater kan dus zonder problemen worden geloosd op de omliggende perceelsloten en worden geïnfiltreerd in de bodem. Pagina 44 van 73

Onderbouwing buitenplanse omgevingsplanactiviteit/ aanpassing omgevingsplan.

4.2.3 Watertoets Bij de nieuwbouw zal gebruik worden gemaakt van milieuvriendelijke bouwmaterialen en niet van uitlogende bouwmaterialen, zoals lood, koper, zink en zacht PVC. Deze stoffen kunnen zich ophopen in het water(bodem)systeem en hebben hierdoor een zeer nadelige invloed op de water(bodem)kwaliteit en ecologie. Verder zullen de beschermingszones ten opzichte van omliggende watergangen in acht worden genomen. Binnen 5 meter van de A-watergang worden geen nieuwe obstakels, zijnde bebouwing dan wel landschapselementen, mogelijk gemaakt. De 'watertoets' is een instrument dat waterhuishoudkundige belangen expliciet en op evenwichtige wijze laat meewegen bij het opstellen van ruimtelijke plannen en besluiten. Het is geen technische toets, maar een proces waarbij de initiatiefnemer van een ruimtelijk plan en de waterbeheerder met elkaar in gesprek gaan voorafgaand aan de vaststelling van het plan. De watertoets bestaat uit twee onderdelen: ▪ de verplichting aan initiatiefnemers van ruimtelijke plannen om de waterbeheerder vroegtijdig in de planvorming te betrekken, en ▪ de verplichting aan initiatiefnemers van ruimtelijke plannen om in hun plan verantwoording af te leggen over de manier waarop omgegaan is met de inbreng van de waterbeheerder. Dit laatste gebeurt doorgaans in de waterparagraaf bij het betreffende plan.

In de beoogde waterhuishoudkundige situatie zal het huishoudelijke afvalwater afkomstig van de guesthouses en afkomstig van de bestaande bedrijfswoning geloosd worden op de bestaande gemeentelijke drukriolering. Het rioolcluster van de Goirlesedijk zal doorgerekend worden of het aanbod aan huishoudelijk afvalwater verpompt kan worden in de nieuwe situatie. Anders is een natuurlijke eigen waterzuivering wellicht een optie voor de beoogde ontwikkeling. Het hemelwater zal infiltreren in de bodem van de projectlocatie. Bij de nieuwbouw zal gebruik worden gemaakt van milieuvriendelijke bouwmaterialen en niet van uitlogende bouwmaterialen, zoals lood, koper, zink en zacht PVC. Deze stoffen kunnen zich ophopen in het water(bodem)systeem en hebben hierdoor een zeer nadelige invloed op de water(bodem)kwaliteit en ecologie. De totale oppervlakte van de guesthouses zal maximaal 1.750 m2 bedragen. De totale oppervlakte van het verzamelgebouw ten behoeve van de receptie/ontvangstruimte, de vakantiewinkel en de ondergeschikte horeca zal 350 m² bedragen. De oppervlaktes van de opperkappingen bij de parkeerplaatsen bedragen bij 2 overkappingen 206,4 m², bij één overkapping 139,2 m² en bij één overkapping 237 m². Er is ook een bestaand trafohuisje van maximaal 25 m² aanwezig binnen de projectlocatie. Daarnaast blijft de bestaande loods met een oppervlakte van 591 m² behouden.

De totale bebouwde oppervlakte ten behoeve van de recreatiebestemming bedraagt derhalve circa 3.505 m2. Deze oppervlakte zal nog enigszins toenemen ten behoeve van de opslag van energie en eventuele bijbehorende bouwwerken, tot een maximale oppervlakte in bebouwing van 3.650 m2. In de beoogde situatie zal daarnaast sprake zijn van circa 2.800 m2 aan verharding. De totale verharde oppervlakte in de beoogde situatie zal afnemen ten opzichte van de bestaande situatie, in de bestaande situatie is er namelijk sprake van circa 7.261 m2 verharding. De beoogde situatie zal derhalve een positief effect hebben op de waterhuishouding. Echter zoals beschreven in het waterbeleid van de gemeente dient er een waterberging te worden gerealiseerd indien er meer dan 250 m2 aan nieuw verhard oppervlakte wordt toegevoegd. In de beoogde situatie gaat het om, zoals zojuist beschreven, maximaal 3.650 m2 aan bebouwd oppervlak en circa 2.800 m2 verharding. In totaal gaat het in de beoogde situatie daarom om 6.450 m2 aan verhard Pagina 45 van 73

Onderbouwing buitenplanse omgevingsplanactiviteit/ aanpassing omgevingsplan.

oppervlakte. Aangezien voor de benodigde waterberging wel dezelfde rekenregel geldt als binnen de Waterschapsverordening geldt de rekenregel als volgt: Benodigde compensatie (in m3) = toename verhard oppervlak (m2) x ‘gevoeligheidsfactor’ x 0,06 (m) De gevoeligheidsfactor is af te leiden uit de gevoeligheidsfactorkaart van Waterschap de Dommel. Hierbij is het grondgebied van het desbetreffende waterschap, in dit geval de Dommel, verdeeld in drie categorieën. Naarmate de gevoeligheid van een gebied of oppervlaktewatersysteem voor de gevolgen van piekafvoeren lager is, is minder compensatie nodig. Er worden drie waarden voor de gevoeligheidsfactor gehanteerd: ¼ (Laag), ½ (Gemiddeld) en 1 (Hoog). Zoals uit onderstaande afbeelding blijkt is er voor de locatie aan de Goirlesedijk grotendeels de gevoeligheidsfactor van 1 van toepassing is.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij iBabs is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/17164459/1