Bestemmingsplan Vroonacker IV (9 Toelichting bestemmingsplan Vroonacker IV)
Tekst van het document
De lagenbenadering omvat de effecten op: • De ondergrond, zoals de bodem, het grondwater en archeologische waarden; • De netwerklaag, zoals infrastructuur, natuurnetwerk, energienetwerk, waterwegen waaronder een goede, multimodale afwikkeling van het personen- en goederenvervoer; • De bovenste laag, zoals cultuurhistorische en landschappelijke waarden, de omvang van de functie en de bebouwing, de effecten op bestaande en toekomstige functies, de effecten op volksgezondheid, veiligheid en milieu. Door actief de factor tijd te benutten wordt rekening gehouden met de herkomstwaarde, vanuit het verleden, de (on)omkeerbaarheid van optredende effecten en de toekomstwaarde gelet op duurzaamheid en toekomstbestendigheid. De toetsing van de gevolgen van het initiatief op de bovengenoemde aspecten is uitgebreid uiteengezet in hoofdstuk 5 van deze toelichting. Artikel 3.8 Meerwaardecreatie Meerwaardecreatie omvat een evenwichtige benadering van de economische, ecologische en sociale aspecten die in een gebied en bij een ontwikkeling zijn betrokken, waaronder: • •
De mogelijkheid om opgaven en ontwikkelingen te combineren waardoor er meerwaarde ontstaat; De bijdrage van een ontwikkeling aan andere opgaven en belangen dan die rechtstreeks met de ontwikkeling gemoeid zijn.
De ontwikkeling vormt een logische aansluiting op de bestaande kern, waarbij wordt aangesloten op de bestaande verkeersstructuur. Verder biedt het plan een diversiteit in woningtypen en wordt derhalve als een kwalitatieve toevoeging gezien. Met het plan wordt de kern Diessen uitgebreid, wat de leefbaarheid ter plaatse ten goede komt.
NL.IMRO.0798.BPVroonackerIV-VG01
Bestemmingsplan Vroonacker IV, Diessen
|30
Artikel 3.9 Kwaliteitsverbetering van het landschap Een bestemmingsplan dat een ruimtelijke ontwikkeling mogelijk maakt in ‘Landelijk Gebied’ bepaalt dat die ruimtelijke ontwikkeling gepaard gaat met een fysieke verbetering van de landschappelijke kwaliteit van het gebied of de omgeving. Ter uitwerking van het vereiste tot kwaliteitsverbetering van het landschap ex artikel 3.9 IOV zijn in regionaal verband afspraken gemaakt. Ten aanzien van planmatige stedelijke ontwikkelingen in het zoekgebied voor verstedelijking is vastgelegd dat de kwaliteitsverbetering, een vaste afdracht per m², 1% van de uitgifteprijs betreft. Deze regeling is in de regio uitgewerkt in de “Werkafspraken kwaliteitsverbetering van het landschap Hart van Brabant, actualisering 2023”. Om inzicht te geven in de bedragen die worden besteed aan de landschappelijke inpassing is een berekening opgesteld. Hieruit volgt een kwaliteitsverbeteringsopgave (1% van de totale uitgifte grondwaarde) van € 193.963,40 voor Vroonacker IV. Voor Vroonacker IV is een landschappelijk inpassingsplan opgesteld, welke onderdeel is van bijlage 2 bij de toelichting. Onderstaand een weergave van het totale beplantingsplan.
Beplantingsplan
De landschappelijke inpassing bestaat uit de aanplant van een houtwal rondom de erven, diverse solitaire struiken/heesters, gemengde hagen rondom parkeren en erfafscheidingen, een bloemrijk grasmengsel en elzensingels ter plaatse van de greppels en verlagingen. Onderdeel van het landschappelijk inpassingsplan is de financiële onderbouwing, welke inzicht geeft in de kosten die gemaakt moeten worden voor de realisatie (aanleg) en instandhouding (onderhoud) van het inrichtingsplan.
NL.IMRO.0798.BPVroonackerIV-VG01
Bestemmingsplan Vroonacker IV, Diessen
|31
De geraamde kosten voor de realisatie van de landschappelijke kwaliteitsverbetering (1% norm) bedragen voor Vroonacker IV € 74.415,98. Het resterende bedrag wordt gestort in het gemeentelijke groenfonds. Dit wordt binnen 5 jaar besteed aan een groenproject binnen de gemeente. Daarnaast wordt €335.000 aan stedelijk groen aangelegd. De landschappelijke inpassing en bijbehorende investering wordt juridisch-planologisch gewaarborgd door middel van een voorwaardelijke verplichting in de planregels. Conclusie Het planvoornemen past binnen het provinciaal beleid.
4.3
Gemeentelijk beleid
Structuurvisie Hilvarenbeek, 2010 De gemeente Hilvarenbeek heeft op 25 februari 2010 de Structuurvisie Hilvarenbeek vastgesteld. Met de structuurvisie wil de gemeente regie voeren op de ontwikkelingen en processen die voor de toekomst van Hilvarenbeek van belang zijn. Ontwikkelingen die het goed wonen, leven en werken ondersteunen en verbeteren wil de gemeente kunnen faciliteren en stimuleren. In de structuurvisie wordt eerst voor de gehele gemeente een visie gegeven met betrekking tot het ruimtelijke karakter, wonen en de woonomgeving, welzijn en voorzieningen, economie en werken en mobiliteit en bereikbaarheid. In de uitvoeringsparagraaf van de structuurvisie zijn deze aspecten per kern beschreven. De gemeente wil zich in de toekomst meer toespitsen op drie specifieke doelgroepen, te weten ouderen, zorgbehoevenden en starters. In het kader van de leefbaarheid wordt niet geënt op de kwantiteit, maar de kwaliteit. Met andere woorden: met een groei van het aantal inwoners alleen wordt de leefbaarheid niet gediend. Sociale binding van de inwoners met de gemeente en een woningbouwprogramma dat is afgestemd op de (ruimtelijke) karakteristieken van de gemeente is ook belangrijk.
Gelet op de demografische cijfers en het woonbeleid zijn de speerpunten van woonbeleid voor Hilvarenbeek gericht op het bevorderen van de diversiteit van het woningaanbod door middel van: • Meer en meer gedifferentieerd aanbod in de sociale sector (zowel huur als koop); • Meer aanbod voor senioren (meer levensloopbestendige woningen in combinatie met • (Zorg)voorzieningen; • Bevorderen van betaalbare woningen voor starters; • Uitgangspunt is dat gebouwd wordt naar behoefte. Dit is vertaald in de woonvisie. Toetsing Het plangebied is op de kaart van de Structuurvisie voor de kern Diessen deels aangewezen als ‘zoeklocatie nieuwe ontwikkeling’. Deze zones zijn afkomstig uit het uitwerkingsplan HilvarenbeekOisterwijk van de provincie Noord-Brabant van 21 december 2004. In deze uitwerking van het streekplan zijn deze gebieden benoemd als "transformatie afweegbaar". De gemeente Hilvarenbeek zal de lokale behoefte aan nieuwe bedrijfsterreinen en woongebieden continu blijven onderzoeken.
NL.IMRO.0798.BPVroonackerIV-VG01
Bestemmingsplan Vroonacker IV, Diessen
|32
In de beoogde uitbreiding zijn kleinschalige woningbouwontwikkelingen voorzien met daartussen agrarisch gebruik van gronden of natuur-/groenontwikkeling. Hiertoe voorziet de woningbouwontwikkeling in de versterking van de visuele relatie met het buitengebied waarbij de groene, kleinschalige en diverse uitstraling wordt behouden en versterkt. De opzet van Vroonacker IV zorgt ervoor dat de woningbouwlocatie een leefbare en fijne woonomgeving wordt waarbij ook een goede balans wordt geboden tussen woningvoorraad en woningbehoefte.
Uitsnede Structuurvisie Hilvarenbeek (plangebied rood omcirkeld)
Door de gemeente wordt niet geënt op kwantiteit, maar op kwaliteit. De gemeente wil zich in de toekomst meer richten op onder meer ouderen en starters. Daarnaast wil de gemeente meer en gedifferentieerd aanbod in de sociale sector (huur en koop) en betaalbare woningen. Door het realiseren van het woningbouwprogramma, conform de Woonvisie, bestaande uit woningen in het huur- en koopsegment en in diverse prijsklassen, wordt met het planvoornemen een diversiteit aan type woningen gerealiseerd, aansluitend bij de woningbehoefte van onder andere starters en ouderen. Gesteld kan worden dat het planvoornemen in lijn is met Structuurvisie Hilvarenbeek. Op het moment van de ter inzagelegging van het ontwerpbestemmingsplan was de Structuurvisie nog van kracht. Maar inmiddels is deze ingetrokken en vervangen door de Omgevingsvisie. In het kader van een goede ruimtelijke ordening wordt derhalve tevens getoetst aan de nieuwe Omgevingsvisie van de gemeente Hilvarenbeek. Omgevingsvisie Hilvarenbeek “Samen gezond groeien” De gemeente Hilvarenbeek heeft recentelijk haar nieuwe Omgevingsvisie vastgesteld. De Omgevingsvisie Hilvarenbeek ‘Samen gezond groeien’ beschrijft hoe de gemeente zich de komende decennia wil ontwikkelen op het gebied van wonen, natuur, duurzaamheid en economie.
NL.IMRO.0798.BPVroonackerIV-VG01
Bestemmingsplan Vroonacker IV, Diessen
|33
De visie is samen met inwoners, ondernemers en maatschappelijke partners opgesteld en zet in op het behouden van de groene, kleinschalige en leefbare omgeving, met aandacht voor gezondheid, kwaliteit van leven en gemeenschapszin. In Hilvarenbeek staat gezondheid hoog in het vaandel. De gemeente ziet een gezonde leefomgeving als de basis voor het welzijn van haar inwoners. De visie “Samen gezond groeien” benadrukt dat gezondheid niet alleen draait om medische zorg, maar verweven is met de inrichting van onze leefomgeving. Een belangrijk onderdeel hiervan is de aandacht voor mogelijke risico’s uit de omgeving, zoals spuitzones rond agrarische percelen en de invloed van geitenhouderijen op de luchtkwaliteit en volksgezondheid. De gemeente streeft ernaar dat wonen, werken en agrarische activiteiten in balans zijn. Dat betekent dat bij ruimtelijke ontwikkelingen zorgvuldig gekeken wordt naar voldoende afstand tussen gevoelige functies zoals woningen en locaties waar gewasbeschermingsmiddelen worden gebruikt. Hilvarenbeek is van nature een gezonde gemeente. Uit onderzoeken van de GGD blijkt dat inwoners relatief gezond zijn, mede dankzij de groene omgeving, sterke sociale samenhang en actieve gemeenschappen. Toch blijft de gemeente alert op factoren die de gezondheid kunnen beïnvloeden: van geur- en fijnstofoverlast tot geluid en verkeer.
Door samen te werken met inwoners, agrariërs en andere partners zet Hilvarenbeek in op een toekomst waarin gezondheid, natuur en leefbaarheid hand in hand gaan. Woongebieden Voor woongebieden zijn de volgende thema’s het meest relevant: • De focus ligt op het realiseren van voldoende passend woningaanbod om zo plaats te bieden aan de jongere generatie. Dit is cruciaal voor de ontwikkeling van Hilvarenbeek, omdat zij bijvoorbeeld zorgmedewerkers en mantelzorgers zijn. • We zetten in op het behoud van het dorpse karakter om ervoor dat zorgen dat kernen hun eigen identiteit behouden en de kernen niet aan elkaar groeien. Hierbij staat ook de aansluiting en overgang van de kernen en het landschap centraal. • We hanteren de hoogste ambitie om overlast van bijvoorbeeld geur te verminderen. Dit doen we door in het omgevingsplan beperkingen op te leggen aan agrariërs. Dus niet in dit deelgebied. Ook willen we – gelet op evenwichtige toedeling van functies aan locaties – geen veehouderijen of andere niet-inpasbare bedrijven (bedrijven die niet voldoen aan de door de gemeente gestelde geurnormen) in of nabij kernen. Op deze locaties is ruimte voor alternatieve functies zonder hinder voor de omgeving zoals wonen of maatschappelijke voorzieningen.
• We hebben een lagere ambitie voor een natuurinclusieve agrarische sector omdat landbouw in de kernen nauwelijks voorkomt en alleen aan de randen van de kernen. Buitengebied Rondom de grote kernen en de natuur moeten de geuroverlast en stikstofuitstoot worden verlaagd. De impact van de agrarische sector op de leefomgeving is in 2050 verlaagd waardoor er winst is gehaald voor de gezondheid van mens, plant en dier.
NL.IMRO.0798.BPVroonackerIV-VG01
Bestemmingsplan Vroonacker IV, Diessen
|34
Rond de kernen is meer recreatie, hebben agrarische ondernemingen een nevenfunctie en zijn agrarische locaties omgevormd tot kleine landschappelijke clusters met woningen. De agrarische sector is anno 2050 in balans met de bodem- en watersysteem en de gezondheid van mens, plant en dier. Zo is de teelt passend bij de locatie. De schadelijke uitstoot rondom woonlocaties en natuur is verminderd (zie paragraaf 5.2, Omgevingsvisie Hilvarenbeek). Agrarische sector Over de agrarische sector stelt de omgevingsvisie duidelijk dat over de gehele lijn het terugdringen van schadelijke uitstoot voor natuur én mens de ambitie is. Vooral vlak bij de kwetsbare natuurgebieden en woonkernen. Het grondgebruik moet meer in balans komen met de potentie van het plaatselijke bodem- en watersysteem. Onder meer door toepassing van de best beschikbare technieken om de kwaliteit van de leefomgeving te ontzien. De gemeente biedt bijvoorbeeld geen ruimte voor agrarische activiteiten met een negatieve invloed op de lokale leefomgeving, zoals bijvoorbeeld lelieteelt.
Ter bescherming van de gezondheid van mens, plant en dier; ‘In kwetsbare natuurgebieden en nabij woningbouw verminderen we de milieudruk en belastende bedrijfsactiviteiten.’ (zie paragraaf 6.3.4, Omgevingsvisie Hilvarenbeek Gewasbeschermingsmiddelen In de omgevingsvisie gaat de gemeenteraad ook in op het gebruik van gewasbeschermingsmiddelen in relatie tot de te realiseren doelen uit de visie. Deels zal dat nog uitgewerkt moeten worden in een programma, maar de bescherming van de gezondheid van bewoners staat voorop. In de visie is vastgelegd dat spuitvrije zones worden geïntroduceerd ter bescherming van nieuwe gevoelige functies, zoals wonen. Daar is zelfs een afstandsnorm van 50 meter bij genoemd voor gronden waar chemische gewasbeschermingsmiddelen niet (meer) mogen worden gebruikt. Andere vormen van gewasbescherming mogen wel (zie paragraaf 6.3.4, Omgevingsvisie Hilvarenbeek).
Uitsnede Omgevingsvisie (plangebied rood omcirkeld)
NL.IMRO.0798.BPVroonackerIV-VG01
Bestemmingsplan Vroonacker IV, Diessen
|35
Toetsing In de omgevingsvisie heeft de gemeente Hilvarenbeek een aantal woningbouwlocaties aangewezen. Deze woningbouwlocaties geven invulling aan de bestaande behoefte en de wens om te groeien en woningen te bieden, passend bij de schaal van de gemeente en goed verdeeld over de verschillende kernen. De (grotere) woningbouwlocaties zijn in de omgevingsvisie opgenomen en ook op de visiekaart concreet aangegeven. Vroonacker IV is als een van deze locaties aangewezen. De woningbouwopgave is groot, en er is vooral behoefte aan betaalbare en passende woningen voor zowel jongeren als ouderen. De ontwikkeling van Vroonacker IV speelt hierin een belangrijke rol. Vroonacker IV wordt zorgvuldig ingepast in het landschap en sluit aan bij de uitgangspunten van “Samen gezond groeien”: duurzaam, groen en met oog voor gezondheid. Dit is nader uitgewerkt in hoofdstuk 5 randvoorwaarden, waarin onder ander de thema’s duurzaamheid en klimaatadaptie, geur, gezondheid en spuitzones worden behandeld. Daarnaast biedt de wijk ruimte voor ontmoeting, bewegen en klimaatadaptieve maatregelen, zodat bewoners kunnen wonen in een omgeving die niet alleen mooi, maar ook gezond en leefbaar is. Woonvisie 2020-2030 De gemeente Hilvarenbeek heeft op 5 juni 2019 de Woonvisie 2020-2030 vastgesteld. In de Woonvisie wordt benoemd dat de woningvraag binnen de gemeente groter is dan het aanbod.
De bouwproductie blijft hierbij nog achter, waardoor de provincie Noord-Brabant ervan uitgaat dat met name de komende tien jaar de woningbehoefte nog zal toenemen (voor Hilvarenbeek ongeveer +500 woningen). De afgelopen jaren zijn er veel woningbouwinitiatieven bij de gemeente binnengekomen die in meer of mindere mate inspelen op deze woonwensen. Hierbij gaat het vaak om plannen voor inbreidingslocaties. Door deze plannen te ontwikkelen kan in een substantieel deel van de kwalitatieve woningvraag van woningen worden voorzien. Een belangrijk deel van de kwalitatieve vraag is echter niet of nauwelijks op kleine inbreidingslocaties te realiseren (bijvoorbeeld grondgebonden woningen). Bovendien is het aantal potentiële inbreidingslocaties niet onbeperkt, zeker met de wens om het huidige zo gewaardeerde dorpse woonmilieu te behouden. In de kleinere kernen is de kwalitatieve behoefte relatief sterk gericht op grondgebonden woningen en zou verdichten op inbreidingslocaties een grotere aantasting vormen voor het dorpse woonmilieu dan in de twee grotere voorzieningenkernen. De gemeente Hilvarenbeek stelt in de Woonvisie een aantal ambities: • De gemeente wil de komende jaren vooral woningen toevoegen in marktsegmenten die nu nog te beperkt aanwezig zijn. Het gaat hierbij om starterswoningen die structureel in het betaalbare segment blijven.
Het gaat om kleine woningen; • Ook richt de gemeente zich op middeldure koopwoningen voor doorstromers. Het gaat vooral om grondgebonden woningen in de prijsklasse tussen € 200.000 en € 350.000; • Verder wordt ingezet op kleine, levensloopbestendige woningen, zowel in de koop- als huursector; • Er dient ruimte te zijn om woningen aan de randen van de kern toe te voegen om in te kunnen spelen op de behoefte;
NL.IMRO.0798.BPVroonackerIV-VG01
Bestemmingsplan Vroonacker IV, Diessen
|36
•
Er wordt ruimte geboden om woningbouw op inbreidingslocaties en woningbouw aan de randen van de kernen te realiseren.
Daarnaast streeft de gemeente Hilvarenbeek ernaar dat nieuwe plannen inspelen op de marktsegmenten die nu nog (te) beperkt aanwezig zijn in de gemeentelijke woningvoorraad. Nieuwe plannen worden getoetst aan het streefwoningbouwprogramma.
Nieuwe woningbouwinitiatieven worden daarnaast (kwalitatief) getoetst aan de volgende beoordelingscriteria: • Locatiecriteria: levert het initiatief een bijdrage aan het oplossen van leegstand of een ander ruimtelijk knelpunt, versterkt het initiatief de ruimtelijke kwaliteit en voorziet het initiatief in zorgvuldig ruimtegebruik? • Stedenbouwkundige criteria: passen massa en dichtheid bij de omgeving, voorziet het initiatief in voldoende parkeermogelijkheden, een duurzame invulling van de ruimte en voldoet het initiatief aan de nota Dorps Bouwen? • Invulling kwalitatieve behoefte: voldoet het initiatief aan de geïnventariseerde behoefte uit de woonvisie, worden woningen levensloopgeschikt gerealiseerd en is er sprake van een vernieuwend/actueel woonconcept? Speerpunten woonbeleid volgens inwoners en dorpscoöperatie Diessen is een kern waar zowel jong als oud graag woont. Dit komt omdat hier nog redelijk veel voorzieningen zijn, zoals een basisschool en er is een actief verenigingsleven. Zowel de dorpscoöperatie als inwoners zien dat er een grote vraag naar woningen is, terwijl het woningaanbod (zowel kwantitatief als kwalitatief) daar niet bij aansluit. In de eerste plaats moet er meer woningaanbod komen voor ouderen en andere mensen met een zorgvraag die langer zelfstandig (moeten) wonen.
Nu overwegen veel ouderen een verhuizing naar Hilvarenbeek, waar meer woningaanbod voor ouderen en (zorg)voorzieningen zijn. Veel ouderen zijn gecharmeerd van het ‘hofjeswonen nieuwe stijl’. Belangrijk is daarbij om deze concepten niet alleen op de doelgroep ‘ouderen’ te richten, maar vooral een mix van verschillende doelgroepen (jong en oud) te creëren. Als eerste stap zouden alle potentiële inbreidinglocaties in de buurt van het centrum van Diessen in beeld gebracht moeten worden. Starters in Diessen zijn in de eerste plaats op zoek naar een betaalbare koopwoning (< €250.000). CPO-projecten zijn populair onder jongeren, maar daarbij is het belangrijk dat deze woningen (door kaders te stellen aan het oppervlak) structureel voor het starterssegment worden behouden. Eventueel kan middeldure huur een alternatief zijn voor starters, maar dit aanbod is nu niet of nauwelijks aanwezig in Diessen.
NL.IMRO.0798.BPVroonackerIV-VG01
Bestemmingsplan Vroonacker IV, Diessen
|37
Woningbouwlocaties in de buurt van het centrum zijn gewild (met name bij senioren). Daarom kan niet worden volstaan met alleen traditionele grondgebonden woningen. Er mag best wat ruimte zijn voor appartementen met meerdere lagen. Maar dat moet wel passen bij de schaal van het dorp Diessen en de specifieke plek; het dorpse woonmilieu moet wel gewaarborgd blijven. De vraag naar sociale huur is beperkt. Voor veel inwoners is dat segment eerder een noodoplossing, als kopen niet mogelijk blijkt te zijn. Voor deze doelgroep is het van belang dat in de grotere nieuwbouwlocaties een minimumpercentage aan sociale huur wordt gerealiseerd, om voldoende differentiatie in het woningaanbod te krijgen. Addendum De gemeenteraad van Hilvarenbeek heeft in zijn vergadering van 8 juni 2023 het “Addendum op de Woonvisie Hilvarenbeek 2020-2030” vastgesteld. Met het Addendum wordt de Woonvisie 2020-2030 uit 2019 op een aantal onderdelen aangepast en geactualiseerd. Onder meer zijn de prijsgrenzen voor nieuw te bouwen woningen verhoogd vanwege de gestegen bouwkosten. Verder is het streefbouwprogramma herzien. Dat geeft aan hoeveel van de verschillende woningtypes gebouwd worden en in welke prijsklasse. De gemeente gaat hierbij uit van de geconstateerde behoefte, de gerealiseerde woningen in de afgelopen jaren en de richtlijnen vanuit de nationale Woon- en Bouwagenda en de Regionale Woondeal SRBT.
Toetsing De gemeente Hilvarenbeek staat aan de lat voor de realisatie van 585 woningen in de periode 2024–2030 op basis van de SRBT Woondeal. Vroonacker IV is als sleutellocatie in die opgave benoemd. Vanwege planologische en financiële knelpunten is een optimalisatie van het plan doorgevoerd waarbij het aantal woningen wordt verhoogd van 158 naar 195, binnen de bestaande ruimtelijke kaders. De Provincie Noord-Brabant heeft aangegeven dat op basis van afspraak 3 van de SRBT Woondeal de gemeenten een inspanningsverplichting hebben om woningbouwprojecten in lijn te brengen met de SRBT Woondeal. Wanneer dit niet mogelijk blijkt, is regionale afstemming gewenst. Dergelijke afstemming heeft plaatsgevonden op 11 juni 2025. Op basis van de huidige planvoorraad, beleidsmatige inzet op betaalbaarheid en de voortgang op het gebied van sociale huur is de gemeente Hilvarenbeek ruim op koers om de kwantitatieve en kwalitatieve afspraken uit de SRBT Woondeal te realiseren (30% sociale huur, 40% goedkope en middeldure koop, 30% in het segment overig). De programmatische borging is op orde, met specifieke aandacht voor spreiding, woningtypologieën en toegankelijkheid voor doelgroepen als starters, senioren en lage middeninkomens. De woningbouwlocatie biedt ruimte voor 195 woningen.
Onderverdeeld over de woningtypologieën: patiowoningen, beneden-boven woningen, geschakelde woningen, tweeonder-een-kapwoningen en vrijstaande woningen. Met het bovengenoemde woningbouwprogramma wordt ingespeeld op een volkshuisvestelijke opgave met een groot sociaal programma: diverse woningtypen met een heel groot accent op betaalbaarheid. Focus op starters en senioren. Van het totaal aantal nieuw te bouwen woningen (excl. ‘Woongebied -2’) wordt ten minste 20% sociale huur en 20% sociale koop.
NL.IMRO.0798.BPVroonackerIV-VG01
Bestemmingsplan Vroonacker IV, Diessen
|38
Dit conform de kaders die de gemeenteraad heeft bepaald voor dit project en heeft afgestemd met de regio. Gesteld kan worden dat het planvoornemen in lijn is met het gemeentelijke woonbeleid. Conclusie Het planvoornemen past binnen het gemeentelijk beleid.
NL.IMRO.0798.BPVroonackerIV-VG01
Bestemmingsplan Vroonacker IV, Diessen
|39
5.
RANDVOORWAARDEN
5.1
Inleiding
Op grond van het bepaalde in het Besluit ruimtelijke ordening (Bro) is het bij de onderbouwing van een ruimtelijke ontwikkeling verplicht om inzicht te bieden in de relevante planologische en milieu hygiënische aspecten. In dit hoofdstuk is een verantwoording voor deze aspecten opgenomen.
5.2
Archeologie
Beleid Verdrag van Malta Voor archeologie geldt de nationale wetgeving die afkomstig is uit Europees beleid. Het Verdrag van Valletta (of wel: 'Verdrag van Malta') regelt hoe er omgegaan moet worden met het Europees archeologisch erfgoed. Nederland heeft het verdrag in 1992 mede ondertekend. De uitgangspunten van dit Europese verdrag zijn in de Nederlandse wet- en regelgeving verankerd door middel van de Wet op de archeologische monumentenzorg (Wamz). Wet op de archeologische monumentenzorg (Wamz) De Wamz is in werking getreden op 1 september 2007 en wijzigt hiermee de Monumentenwet uit 1988, de Ontgrondingenwet (Ow), de Wet milieubeheer (Wm), de Woningwet (Ww) en de Wet ruimtelijke ordening (Wro). Sinds de invoering van deze wet zijn gemeenten belast met de zorgplicht voor het archeologisch erfgoed. Vanaf 1 juli 2016 is dit op dezelfde wijze als via de Wamz verwerkt in de Erfgoedwet en in de toekomst zal dit verwerkt worden in de Omgevingswet. Tot de Omgevingswet in werking treedt gelden voor onderdelen, die gaan over de fysieke leefomgeving, de bepalingen uit de Monumentenwet. Dit is opgenomen in de overgangsregeling van de Erfgoedwet. Het uitgangspunt is dat verplicht rekening gehouden moet worden met het behoud van het archeologisch erfgoed in de bodem. Waar dit niet mogelijk is, dient het bodemarchief met zorg ontsloten te worden door middel van archeologisch onderzoek.
Bij het ontwikkelen van ruimtelijke plannen moet het archeologisch belang vanaf het begin meewegen in de besluitvorming. Gemeentelijk beleid De gemeente Hilvarenbeek heeft op 27 september 2012 de gemeentelijke archeologische beleidskaart met bijbehorende beleidsuitgangspunten vastgesteld. Bij het (her)bestemmen van gronden kan op basis van de beleidskaart op relatief eenvoudige wijze rekening worden gehouden met het aspect archeologie. In gebieden waar archeologische resten aanwezig zijn of verwacht worden, kunnen bijvoorbeeld maatregelen worden genomen om deze zoveel mogelijk te ontzien. Voor gebieden waar wel bodemverstorende activiteiten gaan plaatsvinden, is op de beleidskaart aangegeven of archeologisch onderzoek noodzakelijk is en wanneer eventueel vrijstelling van onderzoek kan worden verleend. Hiertoe zijn ondergrenzen vastgesteld ten aanzien van de diepte van de bodemingreep en de oppervlakte van de woningbouwlocatie.
NL.IMRO.0798.BPVroonackerIV-VG01
Bestemmingsplan Vroonacker IV, Diessen
|40
Het plangebied ligt volgens de Archeologische Beleidskaart van de gemeente Hilvarenbeek in de volgende zones: • Archeologische vindplaats o Ondergrens omvang: 100 m2 o Ondergrens diepte: 50 cm; • Hoge archeologische verwachting (categorie 4); o Ondergrens omvang: 500 m2; o Ondergrens diepte: 50 cm; • Middelhoge/onbekende archeologische verwachting (categorie 6); o Ondergrens omvang: 2.500 m2; o Ondergrens diepte: 50 cm. Bovenstaande zones zijn in het vigerende bestemmingsplan “Buitengebied” doorvertaald naar de dubbelbestemmingen ‘Waarde – Archeologie 3’, ‘Waarde – Archeologie 2’ en ‘Waarde – Archeologie 1’. Archeologisch onderzoek Door de herontwikkeling wordt de ondergrond geroerd. Het is dan ook van belang de archeologische verwachting nader te toetsen en eventueel aan te treffen archeologische sporen en vondsten in kaart te brengen. Hiertoe is door Aeres Milieu een archeologisch bureau- en verkennend booronderzoek uitgevoerd. Het volledige onderzoek is als bijlage 4 bij de toelichting opgenomen. Op basis van het uitgevoerd verkennend veldonderzoek middels boringen kan worden gesteld dat de bodemopbouw binnen de woningbouwlocatie bestaat uit een (deels) intacte enkeerdgrond of een AC-bodemprofiel. Hierdoor is de kans groot dat archeologische resten in de ondergrond kunnen worden aangetroffen. De bodemopbouw ter plaatse van Type II-boringen bestaat uit een AC-profiel.
Er zijn geen sporen aangetroffen van een oorspronkelijk podzolbodem. Dit is mogelijk het gevolg van een egalisatie voorafgaand aan de ontginning van het gebied of als gevolg van opname in het bovenliggend dek door ploegen van de akker. De overgangen naar de natuurlijke ondergrond is veelal scherp. Op basis hiervan blijft de (middel)hoge verwachting voor de periode neolithicum – nieuwe tijd gehandhaafd. De graafwerkzaamheden bij de voorgenomen planontwikkeling kunnen ter plaatse van Type I en II – boringen een negatieve impact hebben op het verwachte aanwezige archeologische niveau. Op basis van de bodemkundige gesteldheid blijft de (middel)hoge archeologische verwachting ter plaatse van Type I en II – boringen voor het aantreffen van archeologische resten uit de periode laat-paleolithicum – nieuwe tijd gehandhaafd. Archeologische resten kunnen onder de humus houdende bovengrond (0 – 30 centimeter beneden maaiveld) aanwezig zijn. Wanneer graafwerkzaamheden gaan plaatsvinden, kunnen eventueel aanwezige archeologische resten verloren gaan. Op basis hiervan wordt een vervolgonderzoek geadviseerd. Conclusie Om de intactheid van de bodem te waarborgen totdat archeologisch vervolgonderzoek heeft plaatsgevonden (bij voorkeur in de vorm van proefsleuvenonderzoek), blijven de archeologische dubbelbestemmingen gehandhaafd.
NL.IMRO.0798.BPVroonackerIV-VG01
Bestemmingsplan Vroonacker IV, Diessen
|41
5.3
Bedrijven en milieuzonering
Beleid De Wet milieubeheer (Wm) zorgt ervoor dat milieuoverlast in woongebieden zoveel mogelijk wordt beperkt. Alle voorzieningen en bedrijven die overlast veroorzaken moeten daarom een vergunning hebben in het kader van de Wet milieubeheer. In de publicatie ‘Bedrijven en Milieuzonering’ (2009) van de VNG (Vereniging van Nederlandse Gemeenten) is een lijst met indicatieve richtafstanden opgenomen voor milieubelastende bedrijfsactiviteiten ten opzichte van gevoelige bestemmingen. De lijst geeft richtlijnen voor de ruimtelijk relevante milieuaspecten geur, stof, geluid en gevaar. De benodigde afstand tussen bedrijven en gevoelige functies is afhankelijk van de aard en omvang van het bedrijf en de omgeving. Voor een rustige woonomgeving gelden andere eisen dan voor drukke woonwijken, gemengde gebieden en landelijke gebieden. In de VNG-publicatie is een omschrijving van de gebiedstypes gemengd gebied en rustige woonwijk/rustig buitengebied gegeven. Omgevingstype gemengd gebied Een gemengd gebied is een gebied met een matige tot sterke functiemenging. Direct naast woningen komen andere functies voor zoals winkels, horeca en kleine bedrijven. Ook lintbebouwing in het buitengebied met overwegend agrarische en andere bedrijvigheid kan als gemengd gebied worden beschouwd. Gebieden die direct langs de hoofdinfrastructuur liggen, behoren eveneens tot het omgevingstype gemengd gebied.
Hier kan de verhoogde milieubelasting voor geluid de toepassing van kleinere richtafstanden rechtvaardigen. Geluid is voor de te hanteren afstand van milieubelastende activiteiten veelal bepalend. Omgevingstype rustige woonwijk/rustig buitengebied Een rustige woonwijk is een woonwijk die is ingericht volgens het principe van functiescheiding. Afgezien van wijkgebonden voorzieningen komen vrijwel geen andere functies (zoals bedrijven of kantoren) voor. Langs de randen (in de overgang naar mogelijke bedrijfsfuncties) is weinig verstoring door verkeer. Een vergelijkbaar omgevingstype qua aanvaardbare milieubelasting is een rustig buitengebied (eventueel inclusief verblijfsrecreatie), een stiltegebied of een natuurgebied. Alle bedrijven die in de buurt van het plangebied liggen worden aan de hand van een milieucategorie verbonden met een maximale hinderafstand ten opzichte van milieugevoelige bestemmingen. De richtafstand geldt tussen enerzijds de grens van de bestemming die bedrijven (of andere milieubelastende functies) toelaat en anderzijds de uiterste situering van de gevel van een woning die mogelijk is.
NL.IMRO.0798.BPVroonackerIV-VG01
Bestemmingsplan Vroonacker IV, Diessen
|42
Milieucategorie 1 2 3.1 3.2 4.1 4.2 5.1 5.2 5.3 6
t.o.v. rustige woonwijk 10 m 30 m 50 m 100 m 200 m 300 m 500 m 700 m 1.000 m 1.500 m
t.o.v. gemengd gebied 0m 10 m 30 m 50 m 100 m 200 m 300 m 500 m 700 m 1.000 m
Onderzoek Met het planvoornemen wordt een woningbouwontwikkeling mogelijk gemaakt. Het plangebied ligt ten westen van de kern Diessen. In de directe omgeving van het plangebied zijn vooral woningen en agrarische gronden aanwezig. Voor het plangebied wordt daarom uitgegaan van het omgevingstype ‘rustige woonwijk’. In de nabijheid van het plangebied komen de volgende bedrijven voor: Adres
Type
Categorie
Richtafstand
Westerwijk 6 & 8 Westerwijk 5
Kampeerterreinen Intensieve veehouderij (voormalig bedrijf; vergunning ingetrokken op 26 mei 2020)
Cat. 3.1 Cat. 3.2
50 meter 100 meter
Intensieve melkrundveehouderij Paardenhouderij Boomkwekerij Paardenhouderij / manege Schapenhouderij Recreatiebedrijf
Cat. 3.2
100 meter
145 meter tot de rest van Vroonacker IV 540 meter
Cat. 3.1 Cat. 2 Cat. 3.1
50 meter 30 meter 50 meter
340 meter 170 meter 175 meter
Cat. 3.1 Cat. 1
50 meter 10 meter
200 meter 240 meter
Westerwijk 11 Waterstraat 21 Waterstraat 18 Waterstaat 16 Waterstraat 14A Krekelshof 2
NL.IMRO.0798.BPVroonackerIV-VG01
Afstand tot woonbestemming (ca.) 75 meter 15 meter tot Westerwijk 4
Bestemmingsplan Vroonacker IV, Diessen
|43
De oriëntatie en afstand tot de omliggende milieubelastende activiteiten is visueel weergegeven in onderstaande afbeelding.
Visualisatie en aanduiding omliggende milieubelastende activiteiten (woningbouwlocatie rood omkaderd)
Gelet op de richtafstanden die behoren bij de nabijgelegen bedrijven en de werkelijke afstanden van de aanwezige bedrijven in de omgeving, kan geconcludeerd worden dat de woningen op voldoende afstand van deze bedrijven zijn gelegen, met uitzondering van de intensieve veehouderij Westerwijk 5 ten opzichte van de voormalige agrarische bedrijfslocatie Westerwijk 4. Ten opzichte van de overige delen van de woningbouwlocatie wordt wel voldaan aan de richtafstand. Echter is in mei 2020 de milieuvergunning ingetrokken, waardoor het niet langer mogelijk is om ter plaatse een intensieve veehouderij te voeren al dan niet dieren te houden. Er zijn derhalve geen milieurechten aanwezig om hier dieren te (gaan) houden. Daarbij is de gemeente Hilvarenbeek momenteel in gesprek met de eigenaar van dit perceel, om de bestemming ter plaatse te wijzigen. Derhalve kan gestelde worden dat enerzijds het planvoornemen niet belemmerd door deze bedrijven en vormt anderzijds het planvoornemen geen beperking voor de bedrijfsactiviteiten van deze bedrijven. Sterken nog, door het wegbestemmen van de intensieve veehouderij Westerwijk 4 verbetert het woon- en leefklimaat ter plaatse. Conclusie Het aspect bedrijven en milieuzonering vormt geen belemmering voor het planvoornemen.
5.4
Bodemkwaliteit
Beleid Om te zorgen voor een balans tussen bescherming van de bodemkwaliteit voor mens en milieu én gebruik van de bodem voor maatschappelijke ontwikkelingen zoals woningbouw of aanleg van wegen, is in 2008 het Besluit bodemkwaliteit (Bbk) in werking getreden. Het doel van het Bbk is duurzaam bodembeheer.
NL.IMRO.0798.BPVroonackerIV-VG01
Bestemmingsplan Vroonacker IV, Diessen
|44
Op grond van artikel 3.1.6 lid 2 van het Besluit ruimtelijke ordening moet een bodemonderzoek worden verricht om de realiseerbaarheid van een (bestemmings)wijziging te beoordelen. Voor alle bestemmingen waar een functiewijziging of een herinrichting mogelijk is, moet ten minste een verkennend bodemonderzoek worden verricht. Afhankelijk van de conclusie van dit verkennend bodemonderzoek vindt een aanvullend bodemonderzoek plaats. Verkennend bodemonderzoek Door Aeres Milieu is een verkennend bodemonderzoek en een verkennend asbest in bodemonderzoek uitgevoerd. Het bodemonderzoek heeft plaats gevonden op twee locaties. Op locatie 1 (Vroonacker IV) is een verkennend bodemonderzoek uitgevoerd. Ter plaatse van locatie 2 (Westerwijk 4) is een verkennend asbest in bodemonderzoek uitgevoerd. Het gehele onderzoek is als bijlage 5 bij de toelichting opgenomen. Uit het onderzoek volgen de volgende conclusies en aanbevelingen: Tijdens de veldinspectie zijn geen waarnemingen gedaan die wijzen op de aanwezigheid van bodemverontreiniging of bronnen van verontreiniging. Locatie 1: Verkennend bodemonderzoek In het opgeboorde bodemmateriaal zijn zintuigelijk geen bijzonderheden waargenomen. Uit de analyseresultaten blijkt dat de bovengrond grotendeels licht verhoord is met koper. In de ondergrond zijn geen gehalten gemeente verhoogd ten opzichte van de achtergrondwaarden.
Het freatisch grondwater is plaatselijk licht verhoogd met barium, cadmium, koper, nikkel, zink of naftaleen. Ter plaatse van een van de peilbuizen is het grondwater matig verhoogd met barium. Verhoogde gehalten aan barium zijn vaak van natuurlijke oorsprong en kunnen sterk fluctueren met de tijd. Behoudens het asbestverdachte bijgebouwtje met gootconstructie ter plaatse van de locatie 1 is de onderzoekslocatie als onverdacht op de aanwezigheid van asbest in de bodem beschouwd. De resultaten van dit bodemonderzoek geven geen aanleiding tot het uitvoeren van een nader bodemonderzoek. De milieuhygiënische conditie van de bodem vormt geen belemmering voor de voorgenomen planontwikkeling (woningbouw). Locatie 2: Asbestonderzoek Bij het uitkomende bodemmateriaal zijn in de grove fractie geen asbestverdachte materialen waargenomen. In de geanalyseerde mengmonsters van de fijne fractie zijn geen verhoogde concentraties aan asbest aangetoond. De locatie kan als onverdacht worden beschouwd op het voorkomen van asbest in de bodem. De resultaten van dit bodemonderzoek gegeven geen aanleiding tot het uitvoeren van een nader asbest in bodemonderzoek. De onderzochte bodem ter plaatse van locatie 2 is als onverdacht op het voorkomen van asbest te beschouwen. Advies OMWB De OMWB heeft het voorstaande bodemonderzoek beoordeeld.
Zij stellen echter dat de bodemkwaliteit van de locatie mogelijk een belemmering vormt voor de bouw van de woningen en dat nader (asbest)onderzoek noodzakelijk is.
NL.IMRO.0798.BPVroonackerIV-VG01
Bestemmingsplan Vroonacker IV, Diessen
|45
Conclusie Om te kunnen stellen dat ter plaatse de bodemkwaliteit voldoende is om te wonen, dient nog nader (asbest) onderzoek uitgevoerd te worden. Dergelijk onderzoek dient plaatst te vinden voorafgaand aan de (bouw)werkzaamheden. Juridisch wordt dit gewaarborgd middels een voorwaardelijke verplichting.
5.5
Cultuurhistorie
Beleid Onder de noemer Modernisering Monumentenzorg (MoMo) heeft het Rijk in 2009 een aanzet gegeven voor een goede afweging van het belang van de cultuurhistorie in de ruimtelijke ordening. Gepleit wordt voor een verantwoorde verankering van de integrale cultuurhistorie in structuurvisies, bestemmingsplannen en milieueffectrapportages. Het voornaamste doel hiervan is om het cultuurhistorische karakter van Nederland op gebiedsniveau te behouden en te versterken. Op 5 juli 2011 is een wijziging van het Besluit ruimtelijke ordening (Bro) gepubliceerd. Vanaf 1 januari 2012 moet ieder nieuw bestemmingplan een analyse van cultuurhistorische waarden bevatten. In aansluiting op de vaststelling van de Wet tot wijziging van de Monumentenwet 1988 en de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht in mei 2011, zijn op 17 juni 2011 het Bro, het Besluit omgevingsrecht (Bor) en het Besluit archeologische monumentenzorg (Bamz) aangepast. Door een wijziging van het Bro moeten cultuurhistorische waarden voortaan vooraf in het proces van ruimtelijke ordening worden meegenomen, met name bij de voorbereiding en vaststelling van bestemmingsplannen. Het Bro bevat eisen waaraan de voorbereiding van een bestemmingsplan moet voldoen.
Zo wordt er onder meer een beschrijving verlangd van de manier waarop met de in het gebied aanwezige cultuurhistorische waarden en in de grond aanwezige of te verwachten monumenten wordt omgegaan. De wetgever wil hiermee bereiken dat aandacht voor cultuurhistorische waarden voortaan in het planproces naar voren wordt gehaald. In de toelichting van het bestemmingsplan dient een beschrijving te worden opgenomen hoe met de in het gebied aanwezige cultuurhistorische waarden en in de grond aanwezige of te verwachten monumenten rekening is gehouden. De opsteller en vaststeller van het bestemmingsplan is daarmee dus verplicht om breder te kijken dan alleen naar het facet archeologie. Ook de facetten historische (steden)bouwkunde en historische geografie dienen te worden meegenomen in de belangenafweging. Hierbij gaat het om zowel beschermde als niet formeel beschermde objecten en structuren. De Erfgoedwet, van kracht sinds 1 juli 2016, bundelt wet- en regelgeving op het gebied van behoud en beheer van het cultureel erfgoed in Nederland in één nieuwe wet. Een groot deel van de bestaande wet- en regelgeving (Monumentenwet, Wet ruimtelijke ordening) is overgenomen in de Erfgoedwet, bijvoorbeeld de aanwijzing van rijksmonumenten, wie welke verantwoordelijkheden heeft en hoe het toezicht daarop wordt uitgeoefend.
Voor het eerst is er nu één integrale wet die betrekking heeft op onze museale objecten, musea, monumenten en archeologie op het land en onder water. Voorheen was het behoud en beheer van ons erfgoed geregeld in zes verschillende wetten met elk hun eigen procedures en beschermingsmaatregelen.
NL.IMRO.0798.BPVroonackerIV-VG01
Bestemmingsplan Vroonacker IV, Diessen
|46
Het uitgangspunt is dat de beschermingsniveaus zoals die in de eerdere wetten en regelingen golden, worden gehandhaafd. Daarnaast worden aan de Erfgoedwet een aantal nieuwe bepalingen toegevoegd. Samen met de Omgevingswet, die in 2024 wordt ingevoerd, wordt een integrale bescherming van ons cultureel erfgoed mogelijk. Provinciale Cultuurhistorische Waardenkaart In de provincie Noord-Brabant dienen in het kader van het behoud van waardevolle cultuurhistorische elementen en archeologische vindplaatsen, bestemmingsplannen te worden getoetst aan de provinciale Cultuurhistorische Waardenkaart (CHW). Hierop staan de bepalende cultuurhistorische elementen aangegeven.
Uitsnede Cultuurhistorische Waardenkaart (plangebied rood omcirkeld)
Regio ‘De Kempen’ Op de CHW is af te lezen dat het plangebied ligt in de regio ‘De Kempen’. De Kempen is een zwak golvend dekzandlandschap dat bestaat uit dekzandvlakten en -ruggen. De dekzandruggen hebben een zandige bodem waar regenwater infiltreert, dat in de beekdalen als kwel naar boven komt. De ruimtelijke identiteit van het ontginningslandschap van de Kempen wordt gevormd door de contrasten tussen de verschillende agrarische gebruikseenheden: de akkers, graslanden en woeste gronden. De akkercomplexen, dorpen en gehuchten liggen vanouds op de rand van de beekdalen. In de afgelopen decennia zijn de verschillen tussen de oude en jonge ontginningen genivelleerd door ruilverkaveling, normalisatie van de beken en de uitbreiding van steden en dorpen. De dorpen van de Kempen hebben zich afhankelijk van hun ligging verschillend ontwikkeld. De kernen die liggen aan belangrijke routes zijn uitgegroeid tot suburbane woonkernen met soms redelijk grote bedrijventerreinen. De dorpen op afstand van deze routes hebben een landelijker karakter en zijn beperkter in omvang gebleven. NL.IMRO.0798.BPVroonackerIV-VG01
Bestemmingsplan Vroonacker IV, Diessen
|47
De ontwikkelingsstrategie voor dit gebied is: 1. Behoud door ontwikkeling of versterking van de samenhang van de dragende structuren van de regio; 2. De cultuurhistorische waarden van de Kempen in hun samenhang verder ontwikkelen, beschermen en toeristisch-recreatief ontsluiten. Dit geldt in het bijzonder voor de cultuurhistorische landschappen; Het Groene Woud, Dommeldal, Oud zandlandschap bij Oerle-Knegsel, Oud zandlandschap Cartierheide, Oud zandlandschap bij Stiphout en de Landgoederenzone ten zuiden van Tilburg; 3. Het duurzaam en in samenhang behouden van het bodemarchief (o.a. door afstemming van het gemeentelijk archeologiebeleid) van de archeologische landschappen: Dekzandeiland Moergestel-Hilvarenbeek, Kempenland, Keersop-Dommel, Dekzandeiland Tongelreep-Groote Aa en Helmondse Akkers. Met het planvoornemen wordt woningbouw mogelijk gemaakt. De woningen worden georiënteerd richting de oostzijde van het plangebied. Hiermee wordt aansluiting gezocht op de bestaande woongebieden behorende bij de kern Diessen. De gronden grenzend aan het buitengebied worden grotendeels ingericht als landschappelijke zone. Deze zone zorgt voor een overgang van de woonkern naar het buitengebied, waardoor de landschappelijke buffer blijft bestaan. Hierdoor sluit het voornemen aan op de nabije omgeving; het planvoornemen is passend in het omringende ‘landschap’.
Historische geografie (lijnen) – Hoog & Redelijk hoog De Westerwijk en Waterstraat zijn aangewezen als historisch geografische lijnen van redelijk hoge waarde en de Raapsteel als historische geografische lijn van hoge waarde. Om te zorgen dat er in de omgeving een eenheid blijft bestaan tussen de verschillende woningen, zal bij de nieuwe woningen langs deze wegen, stedenbouwkundig aansluiting worden gezocht bij de omliggende woningen. De cultuurhistorische waarden en kenmerken van deze lijnen zal hierdoor intact blijven. Cultuurhistoriekaart Hilvarenbeek Op 26 juni 2013 heeft de gemeenteraad van Hilvarenbeek besloten tot vaststelling van de ‘Cultuurhistoriekaart’. Deze gemeentelijk grondgebied dekkende kaart, met bijbehorend rapport, bevat een inventarisatie van diverse ‘cultuurhistorische elementen’ binnen de gemeente, waaronder objecten, lijnen en structuren. Op 14 november 2013 is een aangepaste versie van deze ‘Cultuurhistoriekaart’ vastgesteld door de gemeenteraad. Besloten is dat de waarden van deze kaart door dienen te worden vertaald in de regels van álle gemeentelijke bestemmingsplannen. Hiertoe is in december 2021 het ‘Parapluplan Cultuurhistorie Hilvarenbeek’ vastgesteld.
NL.IMRO.0798.BPVroonackerIV-VG01
Bestemmingsplan Vroonacker IV, Diessen
|48
Uitsnede cultuurhistoriekaart (plangebied rood omcirkeld)
Het plangebied is niet gelegen in of nabij gebieden met een cultuurhistorische waarden. Wel zijn de Westerwijk en Raapsteel als Historische Geografie wegen aangewezen. Zoals hiervoor al aangegeven wordt langs deze zijde van de woningbouwlocatie stedenbouwkundig aansluiting gezocht bij de omliggende woningen. De historische waterloop rondom het perceel Westerwijk 4 blijft behouden. De cultuurhistorische waarden en kenmerken van deze lijnen c.q. wegen zullen door het planvoornemen intact blijven. Het voornemen is in lijn met het cultuurhistorische beleid van de gemeente Hilvarenbeek. Conclusie Het aspect cultuurhistorie vormt geen belemmering voor het planvoornemen.
5.6
Duurzaamheid en klimaatadaptie
Beleid Ingaan dient te worden op de, eisen die gesteld worden vanuit het beleid milieuprestatie gebouwen (MPG), energieprestaties renovatie, verbouw en nieuwbouw en klimaatadaptatie. Bij klimaatadaptatie gaat het om onderwerpen als: • Schaduwwerking van gebouwen / reflectie van glas beperken; • Bomen of beplanting plaatsen voor nieuwbouw; • Hitteplan per gemeente (leefbaarheid en gezondheid); • Toepassen bodemenergie (afhankelijk van de locatie, behoefte, etc.). WKO, restwarmte, geothermie, individuele toepassing (luchtwarmtepompen), etc.; • Blauwgroene daken / groene gevels: het bergen van water, voorkomen van verhitting van de gevel (en dus weer moeten koelen); • Voorkomen van verdroging: regenwaterinfiltratie; • Bouwen vanaf vastgesteld aantal meter boven / t.o.v. NAP; • Waterberging van een x aantal m2 voor bepaalde typen nieuwbouw; NL.IMRO.0798.BPVroonackerIV-VG01
Bestemmingsplan Vroonacker IV, Diessen
|49
•
Technische installaties enkel door erkende / bevoegde bedrijven.
Onderzoek In de planvorming van Vroonacker IV speelt duurzaamheid een essentiële rol. Een kwalitatieve woon- en leefomgeving staat hierbij voorop. Op woningniveau zal, uiteraard, duurzaam gebouwd gaan worden met nul op de meter woningen. Ook circulair bouwen zal worden aangemoedigd. De verwachting is dat beide aspecten ten tijde van de realisatie van de wijk in de regelgeving zijn verweven. De kwaliteit van het plan zit vooral in de duurzame afronding van de nieuwe dorpsrand. In bovenstaande toelichting komt dit op diverse plekken terug: • De opzet van Vroonacker IV is landschappelijk, groen en kleinschalig; • Klimaatadaptatie speelt een belangrijk rol in het plan. Er is veel ruimte voor groen en (beleving van) water. Er wordt in het plan ruim boven de norm groen gecompenseerd. Verharding is geminimaliseerd om hittestress tegen te gaan. Daarnaast zal door de inrichting van het landschap een verrijking plaatsvinden van de nu aanwezige natuurwaarden. • De inrichting is natuur-inclusief en biodivers. Inheemse plantsoorten worden toegepast en de diversiteit van de soorten is groot. • De afronding is herkenbaar, gebaseerd op de bestaande geografie en cultuurhistorie. Bewoners voelen zich er thuis. • Het gebied is toegankelijk voor de nieuwe bewoners én het dorp met veel ruimte voor ommetjes, recreatie en gezonde beweging.
Conclusie Het aspect duurzaamheid en klimaatadaptatie vormt geen belemmering voor het planvoornemen.
5.7
Externe veiligheid
Beleid Externe veiligheid heeft betrekking op het beheersen van risico’s die mensen lopen door opslag, productie, gebruik en vervoer van gevaarlijke stoffen in hun omgeving. Het gaat hierbij om de risico's van inrichtingen met gevaarlijke stoffen, het vervoer van gevaarlijke stoffen over de weg en water en door buisleidingen. Besluit externe veiligheid inrichtingen Het Besluit externe veiligheid inrichtingen (Bevi) legt veiligheidsnormen op aan bedrijven die een risico vormen voor personen. Het gaat daarbij onder meer om bedrijven die vallen onder het BRZO (Besluit Risico's Zware Ongevallen), LPG-tankstations en opslagplaatsen met gevaarlijke stoffen. Belangrijke begrippen in het kader van externe veiligheid zijn het plaatsgebonden risico en het groepsrisico. Het plaatsgebonden risico (PR) is in het Bevi gedefinieerd als het "risico op een plaats buiten een inrichting, uitgedrukt als de kans per jaar dat een persoon die onafgebroken en onbeschermd op die plaats zou verblijven, overlijdt als rechtstreeks gevolg van een ongewoon voorval binnen die inrichting waarbij een gevaarlijke stof of gevaarlijke afvalstof betrokken is".
NL.IMRO.0798.BPVroonackerIV-VG01
Bestemmingsplan Vroonacker IV, Diessen
|50
Het groepsrisico (GR) is gedefinieerd als de "cumulatieve kansen per jaar dat ten minste 10, 100 of 1000 personen overlijden als rechtstreeks gevolg van hun aanwezigheid in het invloedsgebied van een inrichting en een ongewoon voorval binnen die inrichting waarbij een gevaarlijke stof of gevaarlijke afvalstof betrokken is". Verder zijn kwetsbare en beperkt kwetsbare objecten van belang. Kwetsbare objecten zijn bijvoorbeeld scholen, kantoorgebouwen met een bruto vloeroppervlak van meer dan 1.500 m² en woningen met een dichtheid van meer dan twee woningen per hectare. Beperkt kwetsbare objecten zijn onder meer sporthallen, zwembaden en woningen met een dichtheid van maximaal twee woningen per hectare. Het Bevi bevat eisen voor het plaatsgebonden risico en regels voor het groepsrisico. Voor het plaatsgebonden risico geldt onder meer een grenswaarde van 10-6 per jaar voor kwetsbare objecten in nieuwe situaties (PR-contour). Voor het groepsrisico geldt dat de gemeenteraad verantwoording moet afleggen over de wijze waarop het groepsrisico is meegewogen in de besluitvorming. Besluit externe veiligheid transportroutes Het externe veiligheidsbeleid voor het vervoer van gevaarlijke stoffen is vanaf 1 april 2015 vastgelegd in de Wet Basisnet en de Wet vervoer gevaarlijke stoffen (Wgvs).
Voor ruimtelijke ordening in relatie tot transportroutes is er het Besluit externe veiligheid transportroutes (Bevt). Dit besluit is gebaseerd op de Wet ruimtelijke ordening en de Wet milieubeheer. Volgens het Bevt mag op grond van een ruimtelijk besluit geen kwetsbaar object in de veiligheidszone worden gebouwd. Nieuwe beperkt kwetsbare objecten mogen alleen in uitzonderlijke gevallen in de veiligheidszone worden toegestaan. Het Bevt gaat ook in op de hoogte van het groepsrisico. Wanneer het aannemelijk is dat het groepsrisico ver beneden de oriëntatiewaarde blijft of nauwelijks toeneemt, is een verantwoording van het groepsrisico niet verplicht. Besluit externe veiligheid buisleidingen Het Besluit externe veiligheid buisleidingen (Bevb) regelt de taken en verantwoordelijkheden van leidingexploitanten en gemeenten. De belangrijkste eisen aan bestemmingplannen zijn: ruimtelijke reservering voor plaatsgebonden risico, verantwoording van het groepsrisico en een ruimtelijke reservering voor zogenoemde belemmeringenstroken met een aanlegvergunningenstelsel. Inventarisatie risicobronnen Voor de inventarisatie van de risicobronnen is gebruik gemaakt van de risicokaart van de provincie Noord-Brabant, zie onderstaande afbeelding.
NL.IMRO.0798.BPVroonackerIV-VG01
Bestemmingsplan Vroonacker IV, Diessen
|51
Uitsnede risicokaart (plangebied groen omcirkeld)
Inrichtingen Op een afstand van circa 1,5 kilometer van het plangebied ligt een risicovolle inrichting (Clean Minerals Bio Energy BV met een veiligheidsafstand (op basis van het activiteitenbesluit) van 0 meter. Het plangebied ligt op voldoende afstand, waardoor de inrichting geen belemmering vormt voor het planvoornemen. Transport over wegen Het noordoosten van het plangebied is voor een klein gedeelte gelegen binnen het invloedsgebied van de transportbewegingen met gevaarlijke stoffen die over de Beekseweg gaan. Derhalve dient getoetst te worden aan artikel 7 van het besluit externe veiligheid transportroutes. Standaard verantwoording groepsrisico artikel 7 besluit externe veiligheid transportroutes Gezien de ligging van het plangebied, binnen het invloedsgebied van de Beekseweg is navolgende verantwoording van het groepsrisico gegeven. De transportroutes over wegen, water en door buisleiding zijn gelegen op een afstand van meer dan 200 meter van het plangebied. Om deze reden kan ten aanzien van de transportroutes volstaan worden met een toetsing aan artikel 7 van het Bevt, waarbij wordt ingegaan op de mogelijkheid voor: • De bestrijdbaarheid van een zwaar ongeval op deze transportroute; en • De zelfredzaamheid met betrekking tot nog niet aanwezige (beperkt) kwetsbare objecten binnen het plangebied.
De gemeente Hilvarenbeek en de brandweer Midden- en West Brabant hebben standaard verantwoording afgegeven. De verantwoordingen zijn opgenomen als bijlage 6 en 7 bij voorliggende toelichting.
NL.IMRO.0798.BPVroonackerIV-VG01
Bestemmingsplan Vroonacker IV, Diessen
|52
Transport over water Binnen of in de directe omgeving van het plangebied zijn geen vaarwegen aanwezig die relevant zijn in het kader van externe veiligheid. Transport over het spoor Uit de risicoatlas voor vervoer van gevaarlijke stoffen over het spoor blijkt dat in het plangebied en de directe omgeving geen spoorwegen aanwezig zijn die relevant zijn in het kader van externe veiligheid. Transport per buisleiding In de nabijheid van het plangebied bevinden zich een tweetal buisleidingen. Op een afstand van circa 2,1 kilometer meter ten noorden van het plangebied bevindt zich een transportleiding van defensie. Daarnaast ligt ten westen van het plangebied een gasleiding op circa 2,8 kilometer afstand. Het plangebied ligt op voldoende afstand, waardoor beiden buisleidingen geen belemmering vormen voor het planvoornemen. Gezien er met de ontwikkeling geen bijzonder kwetsbaar object wordt opgericht, er sprake is van een voldoende afstand tot de inrichtingen, transportroutes en buisleidingen, en er sprake is van zelfredzame personen, mag voor de ontwikkeling het standaardadvies van de Veiligheidsregio worden gehanteerd. Het advies is als bijlage 7 bij de toelichting opgenomen. Conclusie Het aspect externe veiligheid vormt geen belemmering voor het planvoornemen.
5.8
Geluid
Beleid Bij het opstellen of herzien van een bestemmingsplan worden de regels van de Wet geluidhinder (Wgh) toegepast. De Wgh kent drie soorten geluidsbronnen: industrie, wegverkeer en spoorwegen. De wet bevat geluidsnormen en richtlijnen over de toelaatbaarheid van geluidsniveaus als gevolg van deze bronnen. Indien het bestemmingsplan een geluidsgevoelig object mogelijk maakt binnen een geluidzone van deze bronnen, of indien het plan een nieuwe geluidsbron mogelijk maakt, dient akoestisch onderzoek plaats te vinden bij het voorbereiden van de vaststelling van het bestemmingsplan. In onderhavig bestemmingsplan is alleen wegverkeerslawaai relevant. Onderzoek Door K+ Adviesgroep is een akoestisch onderzoek wegverkeerslawaai uitgevoerd vanwege de ligging binnen de geluidzone van de Westerwijk en Waterstaat. In het kader van een goede ruimtelijke ordening zijn de Deusonelaan, Lombartstraat en Heuvelstraat opgenomen in het akoestisch onderzoek. De volledige rapportage is als bijlage 8 bij de toelichting opgenomen. Westerwijk De voorkeursgrenswaarde wordt wel, maar de maximale ontheffingswaarde wordt niet overschreden. De geluidbelasting ten gevolge van de Westerwijk is maximaal 54 dB (incl. aftrek art. 110g Wgh).
NL.IMRO.0798.BPVroonackerIV-VG01
Bestemmingsplan Vroonacker IV, Diessen
|53
Een verzoek voor hogere waarde kan worden ingediend bij de gemeente Hilvarenbeek. In de voorliggende situatie kan als ontheffingscriterium worden aangedragen dat de betreffende woningen worden gebouwd naast bestaande woningen. Het treffen van maatregelen aan de bron in de vorm van een andere wegverharding zou kunnen worden overwogen. Hiermee is een geluidreductie van maximaal 5 dB te realiseren. De geluidbelasting kan daarmee worden teruggebracht tot de voorkeursgrenswaarde of lager. De kosten voor dergelijke maatregelen worden geraamd op €60.000,- (200 m * 6 m * €50,-) en stuiten daarmee op bezwaren van financiële aard. Indien een hogere waarde wordt vastgesteld, kunnen aan de ontheffing aanvullende voorwaarden gesteld worden. Dit kan betekenen dat het bouwplan dient te beschikken over ten minste één geluidluwe gevel. Hieronder wordt veelal verstaan dat de gevelbelasting niet hoger mag zijn dan de voorkeursgrenswaarde van 48 dB voor elk van de te onderscheiden bronnen. Het gebouw beschikt over tenminste één geluidluwe gevel, de linker-, rechter- en achtergevel is een geluidluwe gevel. Conform het Bouwbesluit worden in deze situatie eisen gesteld aan de minimale gevelgeluidwering.
Wanneer een hogere waarde wordt verleend moet voor de nieuwe woningen worden aangetoond welke geluidwerende maatregelen aan de gevel noodzakelijk zijn om te kunnen voldoen aan het gestelde in Afdeling 3.1 van het Bouwbesluit. De minimaal vereiste geluidwering is het verschil in geluidbelasting (zonder aftrek artikel 110g Wgh) en 33 dB. Waterstraat De geluidbelasting ten gevolge van deze weg is maximaal 39 dB, inclusief aftrek artikel 110g. De waarde ligt onder de voorkeursgrenswaarde waardoor geen hogere waarde ten aanzien van deze weg hoeft te worden aangevraagd. De Wet geluidhinder legt ten gevolge van deze weg geen restricties op aan het plan. Deusonelaan Er is sprake van een 30 km/h zone, zodat niet hoeft te worden getoetst aan de Wet geluidhinder. In het kader van een goede ruimtelijke ordening is de weg wel meegenomen en zijn de optredende gevelbelastingen beschouwd volgens de systematiek van de Wet geluidhinder. In een aantal waarneempunten zijn gevelbelastingen vastgesteld hoger dan de ‘voorkeursgrenswaarde’. De geluidbelasting ten gevolge van deze weg is maximaal 56 dB, zonder aftrek artikel 110g. Zou die aftrek wel worden gehanteerd, dan is de geluidbelasting 51 dB, waarmee deze boven de voorkeursgrenswaarde zou liggen wanneer getoetst zou worden aan de Wet geluidhinder. De maximale ontheffingswaarde wordt niet overschreden.
Omdat geen sprake is van een gezoneerde weg, hoeft ook geen hogere waarden ten aanzien van deze weg worden aangevraagd. Formeel hoeven ten gevolge van deze weg geen maatregelen te worden getroffen aan de gevel. Uit het oogpunt van wooncomfort en gezondheid wordt echter geadviseerd wel maatregelen te treffen om een binnenniveau van 33 dB te garanderen. Lombartstraat Er is sprake van een 30 km/h zone, zodat niet hoeft te worden getoetst aan de Wet geluidhinder. In het kader van een goede ruimtelijke ordening is de weg wel meegenomen en zijn de optredende gevelbelastingen beschouwd volgens de systematiek van de Wet geluidhinder.
NL.IMRO.0798.BPVroonackerIV-VG01
Bestemmingsplan Vroonacker IV, Diessen
|54
De voorkeursgrenswaarde wordt niet overschreden, zou getoetst worden aan de Wet geluidhinder. De geluibelasting is ten hoogste 42 dB (excl. artk.110g Wgh). Zou de aftrek wel gehanteerd mogen worden is de belasting 37 dB (incl. art. 110g Wgh) waarmee deze waarde onder de voorkeursgrenswaarde ligt. Er is sprake van een goed woon- en leefklimaat. Heuvelstraat Er is sprake van 30 km/h zone, zodat niet hoeft te worden getoetst aan de Wet geluidhinder. In het kader van een goede ruimtelijke ordening is de weg wel meegenomen en zijn de optredende gevelbelastingen beschouwd volgens de systematiek van de Wet geluidhinder. De voorkeursgrenswaarde wordt niet overschreden, zout getoetst worden aan de Wet geluidhinder. De geluidbelasting is ten hoogste 38 dB (excl. art. 110g Wgh). Zou de aftrek gehanteerd mogen worden is de belasting 33 dB (incl. art. 100g Wgh) waarmee deze waarde onder de voorkeursgrenswaarde ligt. Er is sprake van een goed woon- en leefklimaat. Conclusie Uit het akoestisch onderzoek blijkt dat plaatselijk de voorkeursgrenswaarde van 48 dB uit de Wet geluidhinder zal worden overschreden. Een verzoek tot vaststelling van een hogere waarde zal worden ingediend. Het definitief besluit voor hogere waarde wordt samen met dit bestemmingsplan vastgesteld.