CConstaterende datHilvarenbeek
Koppel je AI →
Document · PDF

Bestemmingsplan Vroonacker IV (9 Toelichting bestemmingsplan Vroonacker IV)

Gemeenteraad 29 januari 2026, gemeente HilvarenbeekBij agendapunt: Raadsvoorstel Bestemmingsplan Vroonacker IV29.759 woorden

Open het PDF bij iBabs ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 4

1.

Inleiding

3

1.1 1.2 1.3 1.4 1.5

Aanleiding en doel Ligging en begrenzing plangebied Geldende bestemmingsplannen Bij het plan behorende stukken Leeswijzer

3 3 4 6 6

2.

Bestaande situatie

7

2.1 2.2 2.2

Ligging in groter verband Diessen Plangebied

7 7 8

3.

Toekomstige situatie

10

3.1

Plan

10

4.

Beleidskader

20

4.1 4.2 4.3

Rijksbeleid Provinciaal beleid Gemeentelijk beleid

20 23 31

5.

Randvoorwaarden

39

5.1 5.2 5.3 5.4 5.5 5.6 5.7 5.8 5.9 5.10 5.11 5.12 5.13 5.14 5.15 5.16 5.17

Inleiding Archeologie Bedrijven en milieuzonering Bodemkwaliteit Cultuurhistorie Duurzaamheid en klimaatadaptie Externe veiligheid Geluid Geur Gezondheidsaspecten Luchtkwaliteit Natuurwetgeving Ontplofbare Oorlogsresten Spuitzones Technische infrastructuur Water Mer-beoordeling

39 39 41 43 45 48 49 52 54 56 59 60 65 67 69 69 76

6.

Juridische aspecten

77

6.1 6.2 6.3

Verbeelding Planregels Toelichting op de bestemmingen

77 77 77

7.

Uitvoerbaarheid

82

7.1 7.2

Economische uitvoerbaarheid Maatschappelijke uitvoerbaarheid

82 82

Bijlagen: Bijlage 1: Beeldkwaliteitsplan Bijlage 2: Stedenbouwkundige uitwerking en inrichtingsbeplantingsplan Bijlage 3: Verkeersonderzoek Bijlage 3.1: Memo verkeersafwikkeling Bijlage 4: Verkennend archeologisch onderzoek Bijlage 5: Verkennend bodem- en asbestonderzoek Bijlage 6: Standaard Verantwoording groepsrisico 2019 Bijlage 7: Standaardadvies veiligheidsregio Bijlage 8: Akoestisch onderzoek wegverkeerslawaai Bijlage 9: Omgevingstoets geurbelasting Bijlage 10: Quickscan natuurwetgeving Bijlage 11: Aanvullend fauna-onderzoek Bijlage 12: Passende beoordeling Bijlage 13: Historisch vooronderzoek ontplofbare oorlogsresten Bijlage 14: Detectierapportage Bijlage 15: Inschatting over het gebruik van gewasbeschermingsmiddelen Bijlage 16: Gewasbeschermingsmiddelen en spuitzones in de gemeente Hilvarenbeek Bijlage 17: Afwegingskader woningbouw, gezondheid en gewasbeschermingsmiddelen Bijlage 18: Waterhuishoudkundig plan Bijlage 19: Infiltratieonderzoek Bijlage 20: Aanmeldnotitie vormvrije m.e.r. Bijlage 21: Verslag omgevingsdialoog Bijlage 22: Nota van Zienswijzen Bijlage 23: Nota van ambtshalve wijzigingen

|3

1.

INLEIDING

1.1

Aanleiding en doel

De aanleiding voor het opstellen van dit bestemmingsplan is de wens om ten westen van de kern Diessen de woonwijk Vroonacker IV te realiseren. Hilvarenbeek wil bouwen voor haar inwoners. Ook in Diessen, als tweede grote vraag naar woningen. Vroonacker wordt gezien als een logische plek voor een uitbreiding die al lange tijd op het netvlies staat. Ter plaatse zijn woningbouwontwikkelingen op erven voorzien, met daartussen groen. De wijk zal bestaan uit een gevarieerd woningaanbod, met zowel vrijstaande woningen en rijtjeswoningen als appartementen en patiowoningen, geschikt voor starters senioren en doorstromers. Momenteel zijn de percelen grotendeels in gebruik ten behoeve van agrarisch grondgebruik met ter plaatse van het perceel Westerwijk 4 nog een intensieve veehouderij. Op basis van het vigerende bestemmingsplan “Buitengebied” kent het plangebied dan ook de enkelbestemming ‘Agrarisch’ met enkel ter plaatse van de intensieve veehouderij een bouwvlak. Woningbouw is op basis van het vigerend bestemmingsplan niet mogelijk. Om de beoogde woningbouwontwikkeling mogelijk te maken, is een herziening van het vigerend bestemmingsplan noodzakelijk. Voorliggend bestemmingsplan biedt het benodigde juridischplanologische kader om de ontwikkeling mogelijk te maken.

1.2

Ligging en begrenzing plangebied

De locatie Vroonacker IV wordt begrensd door de kern Diessen in het oosten, de lintbebouwing Westerwijk en Waterstraat in het zuiden en het westen en het woongebied Vroonackers in het noordoosten.

Ligging en begrenzing Vroonacker IV NL.IMRO.0798.BPVroonackerIV-VG01

Bestemmingsplan Vroonacker IV, Diessen

|4

De woningbouwlocatie bestaat als het ware uit twee delen: het agrarische bouwperceel Westerwijk 4 en de onbebouwde agrarische gronden. Het perceel Westerwijk 4 is kadastraal bekend als gemeente Hilvarenbeek, sectie P, nummer 701 (ged.) en kent een oppervlakte van circa 1 hectare. De onbebouwde, agrarische gronden zijn kadastraal bekend als gemeente Diessen, Sectie C, nummers 6062, 6063, 5557, 5139 en 5320 en gemeente Hilvarenbeek, Sectie P, nummers 701 (ged.), 705, 706, 772, 773 (ged.), 2990, 2991, 2992, 2709, 2769 en 2799 (ged.) met een totale oppervlakte van circa 7,2 hectare. Tezamen kent het plangebied een oppervlakte van 8,2 hectare.

1.3

Geldende bestemmingsplannen

Ter plaatse van de woningbouwlocatie gelden de volgende bestemmingsplannen: • Het bestemmingsplan “Buitengebied”, vastgesteld op 13 maart 2014; • Het parapluplan “Parkeren Hilvarenbeek 2018”, vastgesteld op 8 november 2018; • Het parapluplan “Cultuurhistorie Hilvarenbeek”, vastgesteld op 29 december 2021.

Uitsnede vigerend bestemmingsplan (woningbouwlocatie rood omkaderd)

NL.IMRO.0798.BPVroonackerIV-VG01

Bestemmingsplan Vroonacker IV, Diessen

|5

Buitengebied Voor het plangebied vigeert het bestemmingsplan “Buitengebied”. Op basis van dit bestemmingsplan kent de locatie de enkelbestemming ‘Agrarisch’ met ter plaatse van het perceel Westerwijk 4 een bouwvlak en de functieaanduiding ‘intensieve veehouderij’. Verder kent het de locatie de dubbelbestemmingen ‘Waarde – Archeologie 1’, ‘Waarde – Archeologie 2’ en ‘Waarde – Archeologie 3’ en de gebiedsaanduidingen ‘overig zone – akkercomplex’, ‘overige zone – beperkingen veehouderijen’ en ‘overige zone – bebouwingsconcentratie’. De voor ‘Agrarisch’ aangewezen gronden zijn bestemd voor een agrarisch bedrijf en (hobbymatig) agrarisch gebruik, met dien verstande dat uitsluitend ter plaatse van de aanduiding ‘intensieve veehouderij’ een intensieve veehouderij is toegestaan. Verder zijn de gronden mede bestemd voor nevenactiviteiten welke ondergeschikt zijn aan het agrarische bedrijf, de bescherming, instandhouding en versterking van de landschaps- en natuurwaarden zoals landschapsvisuele, cultuurhistorische en ecologische waarden die de gebiedsaanduiding ‘overige zone – akkercomplex’ beoogt te beschermen, een aan huis verbonden beroep, alsmede voor water en waterhuishoudkundige doeleinden en (kikker)poelen, extensief recreatief medegebruik en de daarbij behorende voorzieningen, erfbeplanting en onverharde paden.

Binnen de woningbouwlocatie is enkel ter plaatse van de intensieve veehouderij Westerwijk 4 een bouwvlak aanwezig. Enkel ter plaatse van het bouwvlak zijn bouwwerken toegestaan. Voor de overige gronden zonder bouwvlak geldt dat uitsluitend bouwwerken, geen gebouwen zijnde, en tijdelijke en overige teeltondersteunende voorzieningen, zijn toegestaan. De voor 'Waarde – Archeologie 1’ aangewezen gronden zijn, behalve voor de andere daar voorkomende bestemmingen, mede bestemd voor de bescherming van de hoge verwachtingswaarde vanwege vindplaats jager/verzamelaars in bestaand natuurgebied. De voor 'Waarde - Archeologie 2' aangewezen gronden zijn, behalve voor de andere daar voorkomende bestemmingen, mede bestemd voor de bescherming van de middelhoge verwachtingswaarde vanwege vindplaats jager/ verzamelaars buiten natuurgebieden. De voor 'Waarde - Archeologie 3' aangewezen gronden zijn, behalve voor de andere daar voorkomende bestemmingen, mede bestemd voor de bescherming van bekende archeologische waarden en archeologische vindplaats. De gebiedsaanduiding ‘overige zone – beperkingen veehouderijen’ geldt voor alle gronden binnen het bestemmingsplan “Buitengebied”. Binnen deze gebiedsaanduiding zijn uitsluitend bestaande agrarische bedrijfsgebouwen en daarbij behorende bouwwerken, geen gebouwen zijnde toegestaan.

Ter plaatse van de aanduiding 'overige zone – akkercomplex' zijn de gronden tevens bestemd voor het behoud en herstel van de kenmerkende openheid van de complexen, het zo nodig ruimtelijke verdichten van de randen van de complexen en voor het behoud van de nog aanwezige bolle maaiveldligging. Parapluplan Parkeren Hilvarenbeek 2018 Voor het gehele plangebied geldt het parapluplan ‘Parkeren Hilvarenbeek 2018’. Met dit bestemmingsplan is het aspect parkeren en in het bijzonder de parkeernormen in de (bestemmings)plannen binnen de gemeente Hilvarenbeek in één keer herzien. Met deze parapluherziening is het huidige Parkeerbeleidsplan 2015 – 2020 en diens rechtsopvolger(s) in de geldende bestemmingsplannen ingepast.

NL.IMRO.0798.BPVroonackerIV-VG01

Bestemmingsplan Vroonacker IV, Diessen

|6

Parapluplan Cultuurhistorie Hilvarenbeek Het ‘Parapluplan Cultuurhistorie Hilvarenbeek’ voorziet in één gemeentebreed paraplubestemmingsplan om de Cultuurhistoriekaart direct door te vertalen. Door het toevoegen van een dubbelbestemming ‘Waarde – Cultuurhistorie’ op de objecten die als overige historische bouwkunst objecten zijn opgenomen op de Cultuurhistoriekaart wordt de bescherming van de aanwezige cultuurhistorische waarde, zoals ondergeschreven in de voor dit bestemmingsplan uitgevoerde waardebepaling, opgenomen.

1.4

Bij het plan behorende stukken

Het bestemmingsplan bestaat uit de volgende onderdelen: •

Verbeelding: Op de verbeelding zijn de bestemmingen in het plangebied weergeven. Deze bestemmingen zijn gerelateerd aan de in de regels opgenomen juridische regeling.

•

Regels: In de regels is het gebruik van de binnen het plangebied aangegeven gronden, opstallen en ander gebruik van de gronden juridisch geregeld. Per bestemming is aangegeven wat binnen die bestemming mogelijk en/of toegestaan is.

•

Toelichting: In de toelichting worden de aan het plan ten grondslag liggende gedachten en de uitkomsten van eventueel uitgevoerde onderzoeken opgenomen.

1.5

Leeswijzer

In hoofdstuk twee van de toelichting wordt de bestaande situatie omschreven. In het derde hoofdstuk wordt het planvoornemen beschreven. Hoofdstuk vier gaat in op het geldende beleid op rijks-, provinciaal en gemeentelijk niveau. Vervolgens komen in hoofdstuk vijf de randvoorwaarden aan bod. Hoofdstuk zes geeft de juridische aspecten van het plangebied weer. Afgesloten wordt met hoofdstuk zeven waarin de uitvoerbaarheid van het plan ter sprake komt.

NL.IMRO.0798.BPVroonackerIV-VG01

Bestemmingsplan Vroonacker IV, Diessen

|7

2.

BESTAANDE SITUATIE

2.1

Ligging in groter verband

Diessen is één van de zes kernen binnen de gemeente Hilvarenbeek in de provincie Noord-Brabant. De gemeente bestaat verder uit de kernen Baarschot, Biest-Houtakker, Esbeek, Haghorst en Hilvarenbeek. Op een afstand van circa 3,5 km ten noorden en oosten van het plangebied liggen respectievelijk de gemeente Oisterwijk en Oirschot. De kern Hilvarenbeek ligt circa 1,5 km ten noordwesten van Diessen.

Ligging plangebied in groter verband (Diessen rood omcirkeld)

2.2

Diessen

Diessen is ontstaan op de hoger gelegen zandgronden direct gelegen aan de Reusel (voorheen Dieze). Naast de gunstige grondslag is de aanwezigheid van de verbindingsweg tussen Hilvarenbeek en Middelbeers een belangrijke reden geweest voor de eerste boeren om zich in Diessen te vestigen. Bij de ontwikkeling van het dorp hebben de toenmalige gehuchten Haghorst en Baarschot een belangrijke rol gespeeld. Hoewel ze tamelijk ver van elkaar verwijderd zijn, vormen ze toch een belangrijke drie eenheid. De ligging van Baarschot ten zuiden van het dorp en door de ligging van Annanina’s Rust en daarmee de afwezigheid van landbouwgrond ten noorden van de Provinciale weg heeft ertoe geleid dat de ontwikkelingsrichting van Diessen voornamelijk naar het zuiden heeft plaats gevonden. Veelzeggend voor het karakter van Diessen is dat de functionele binding met de agrarische clusters Haghorst en Baarschot sterker is geweest dan met Hilvarenbeek en Middelbeers.

NL.IMRO.0798.BPVroonackerIV-VG01

Bestemmingsplan Vroonacker IV, Diessen

|8

Het overwegend agrarisch karakter, en daarmee de binding met Haghorst, Baarschot en het landschap, hebben de groeirichting van Diessen bepaald. Dit is een groot verschil met de groeiwijze van Hilvarenbeek. Hier heeft de relatie met de omliggende dorpen, waaronder Diessen, de groeirichting bepaald. Er zijn, ook in het geval van Diessen, twee soorten linten te onderscheiden, namelijk het verbindende lint met Hilvarenbeek en Middelbeers en de landchapsverbinders met de agrarische clusters Haghorst en Baarschot.

2.2

Plangebied

Het plangebied Vroonacker IV wordt begrensd door de kern Diessen in het oost, de lintbebouwing Westerwijk en Waterstraat in het zuiden en het westen en het woongebied Vroonacker in het noordoosten. Het plangebied wordt gekenmerkt door haar ligging in het historische kempenlandschap. Het gebied is te herkennen aan de afwisseling in akkers, graslanden en meer ruige gronden aan de beekdalen. Binnen het gebied is sprake van een hoogteverschil van circa 1 meter. Het plangebied bestaat als het ware uit twee delen: het agrarische bouwperceel Westerwijk 4 en de onbebouwde, agrarische gronden. Agrarische gronden De onbebouwde, agrarische gronden zijn kadastraal bekend als gemeente Diessen, Sectie C, nummers 6062, 6063, 5557, 5139 en 5320 en gemeente Hilvarenbeek, Sectie P, nummers 701 (ged.), 705, 706, 772, 773 (ged.), 2990, 2991, 2992, 2709, 2769 en 2799 (ged.) met een totale oppervlakte van circa 7,2 hectare. Dit gedeelte van het plangebied bestaat uit weiland c.q. grasland en is volledig onbebouwd.

Aanzicht agrarisch gronden

NL.IMRO.0798.BPVroonackerIV-VG01

Bestemmingsplan Vroonacker IV, Diessen

|9

Westerwijk 4 Diessen Westerwijk 4 is kadastraal bekend als gemeente Hilvarenbeek, sectie P, nummer 701 (ged.) en kent een oppervlakte van circa 1 hectare. Het perceel was tot voorkort in gebruik als intensieve veehouderij. Ter plaatse werden vleesvarkens gehouden. Op het perceel waren een viertal agararische bedrijfsgebouwen en daarbij behorende bouwwerken, geen gebouwen zijnde, een kleine schapenstal en een bedrijfswoning aanwezig. De bedrijfsgebouwen kennen oppervlaktes variërend van 125 m2 tot 770 m2. De agrarische bedrijfsbebouwing is inmiddels gesloopt en ter plaatse resteert enkel nog de voormalige bedrijfswoning en schapenstal

Bedrijfswoning 770 m2 310 m2 190 m2 125 m2

Schapenstal

Bedrijfswoning

Westerwijk 4 (boven: oude situatie, beneden: bestaande situatie)

De voormalige bedrijfswoning heeft een woonopervlakte van 151 m2 en bevindt zich op een ruim perceel met een oppervlakte van 548 m2. De woning bestaat uit één bouwlaag met forse kap en kent een goot- en bouwhoogte van respectievelijk circa 3 en 7 meter. De woning is gebouwd in 1941.

NL.IMRO.0798.BPVroonackerIV-VG01

Bestemmingsplan Vroonacker IV, Diessen

|10

3.

TOEKOMSTIGE SITUATIE

3.1

Plan

Hilvarenbeek wil bouwen voor haar inwoners. Ook in Diessen, als tweede grote vraag naar woningen. De locatie Vroonacker IV wordt vanwege de ligging, gezien als een logische plek voor een uitbreiding van de bestaande wijk Vroonacker; een uitbreiding die al lange tijd op het netvlies staat. Vanuit landschap en ondergrond zijn de kaders voor de ontwikkeling bepaald. De opgave is om een invulling te maken die op een duurzame wijze uiting geeft aan de dorpsrand van Diessen.

Sfeerimpressie

Vanuit de Woonvisie en regionale afspraken is er druk op het betaalbaar bouwen in Vroonacker IV. De opgave bestaat uit 20% sociale huur en 20% sociale koop. Dit sociale en betaalbare programma betekent relatief kleine kavels en gesloten bebouwing. Ook geeft dit druk op de uitgeefbaarheid en op de openbare ruimte. De parkeerdruk is hoog bij de relatief kleine kavels. Dit vraagt een zorgvuldig ontwerp, waarbij compact gebouwd gaat worden in een relatief open landschap. Er zal veel aandacht gegeven moeten worden aan de overgang privé-openbaar. Erven vormen een voor de hand liggende verkavelingsvorm. Niet alleen gezien vanuit de directe omgeving maar ook vanwege de mogelijkheden om flexibel te bouwen en om daarmee tegemoet te komen aan een zo’n groot mogelijke woningdifferentiatie. Ook biedt een erf goede mogelijkheden om alternatieve betaalbare woonvormen zoals bijvoorbeeld kleine betaalbare eenheden in het erf te situeren. Kortom, we denken hiermee goed in te kunnen spelen aan de voortdurende veranderende woningvraag. Dit vraagt uiteraard aandacht voor ruimte geven aan privacy én een groene landschappelijke inpassing. Daar waar in het erf achtertuinen of parkeervoorzieningen grenzen aan het open landschap worden groensingels aangeplant. De singels bestaan naast solitaire bomen uit heesters en struiken om het zicht om bergingen en geparkeerde auto’s te blokkeren.

Een erf heeft een kritieke maat en een maximaal aantal gebouwen om van een erf te kunnen blijven spreken. Dit betekent dat de situering en de footprint van het erf en ook de onderlinge afstand vastligt en dat dit ook juridisch geborgd moet worden

NL.IMRO.0798.BPVroonackerIV-VG01

Bestemmingsplan Vroonacker IV, Diessen

|11

Inrichtingsplan

Voormalige agrarische bedrijfslocatie Westerwijk 4 (enkelbestemming ‘Woongebied – 2’) Zoals in het voorgaande hoofdstuk reeds is aangegeven, is de agrarische bedrijfsbebouwing ter plaatse van het agrarische bouwperceel reeds gesloopt c.q. gesaneerd. Enkel de bedrijfswoning en schapenstal zijn behouden. Beoogd wordt om het agrarische perceel te herontwikkelen tot woonerf. Daarbij wordt de bestaande bedrijfswoning omgezet naar reguliere burgerwoning. Op het erf worden daarnaast twee vrijstaande woningen en een twee-onder-een-kapwoning gerealiseerd. Het aantal wooneenheden na planrealisatie komt daarmee op vijf woningen. De woningen worden geplaatst rondom een soort gezamenlijk erf en worden door een robuuste groene rand van het open landschap afgeschermd. Het woonerf is bereikbaar vanaf de bestaande uitrit die aansluit op de Westerwijk. Woningtypologie Daar waar de bebouwing grenst aan de bestaande bebouwing, bijvoorbeeld bij de achterpercelen aan de Deusonelaan, wordt maatwerk geleverd. Met één-laagse patiobebouwing wordt rekening gehouden met de privacy van bestaande bewoners en is tegelijkertijd een passende typologie als overgang naar de meer reguliere bebouwing in rest van de nieuwe wijk.

NL.IMRO.0798.BPVroonackerIV-VG01

Bestemmingsplan Vroonacker IV, Diessen

|12

Kleine betaalbare eenheden, beneden-boven woningen en kleinschalige appartementen kunnen een welkome aanvulling zijn op het bekende en meer reguliere woonprogramma van geschakelde, twee-onder-een-kap en vrijstaande woningen. De vraag naar kleinere en betaalbare woningen is groot. Ook gelijkvloers wonen is in trek. Er zijn zeer aansprekende voorbeelden bekend waar alternatieve woonvormen goed beantwoorden aan de veranderend vraag naar wonen en woonomgevingen. Het plan bezit de flexibiliteit om hier ruimte aan te geven. In het plangebied worden verschillende woningtypologieën beoogd. In de onderstaande afbeelding zijn deze verschillende typologieën met bijbehorende aantallen weergegeven.

Woningtypologieën

Bebouwing In het plangebied zijn verschillende soorten bebouwing te vinden. We kunnen een onderscheid maken tussen lintbebouwing, appartementen, het erf en regulier bebouwing. Elke soort bebouwing heeft zijn eigen karakter en uitstraling. Hierbij horen regels en referentiebeelden, die per categorie uitgelicht zijn in het beeldkwaliteitsplan (zie bijlage 1).

NL.IMRO.0798.BPVroonackerIV-VG01

Bestemmingsplan Vroonacker IV, Diessen

|13

Deelgebieden bebouwing

Regulier bebouwing Het deelgebied met de reguliere bebouwing vormt een nieuwe rand voor Diessen. Door de organische vorm van de hoofdinfrastructuur sluit dit aan op de bestaande wijk ten oosten van het nieuwe deel. De bebouwing bestaat uit een mix van verschillende typologieën. Ingetogen, dorpse architectuur met aandacht voor detaillering en zorgvuldig materiaalgebruik. Een aantal kenmerken van dorpse architectuur zijn: korte en losse bebouwingskorrel, lage goot, hellende daken, verspringende rooilijnen, traditioneel materiaalgebruik, eenvoudige detaillering, openbare ruimtes voelen informeel aan en parkeerhavens worden zoveel mogelijk uit het zicht onttrokken. De reguliere bebouwing zal bestaan uit maximaal twee lagen met kap met een bijbehorende gooten bouwhoogte van respectievelijk maximaal 6,5 meter en 9,5 meter.

Referentiebeelden reguliere bebouwing

NL.IMRO.0798.BPVroonackerIV-VG01

Bestemmingsplan Vroonacker IV, Diessen

|14

Patiobebouwing De patio’s bestaan uit een basis van 1 laag met een lage kap, waarin geen woonverdieping is. Dit om de privacy van de omwonenden te waarborgen. De oriëntatie van de woningen is gericht naar de straat of het aangrenzende openbaar gebied. De goot- en bouwhoogte bedragen respectievelijk maximaal 3,3 meter en 4,5 meter.

Referentiebeelden patiowoningen

Erfbebouwing De erven zijn de beeldbepalende bebouwingsvorm in Vroonacker IV. Landschap en bebouwing gaan hand in hand. De erven vormen de landschappelijke afronding en zijn geïnspireerd op de bestaande erven langs de Westerwijk en de Waterstraat. In het plangebied zijn twee nieuw te ontwikkelen erven gesitueerd. Daarnaast is een in omvorming zijnde erf aan de Westerwijk ook onderdeel van het plan. De erven verschillen in beeld van de andere bebouwing omdat hier het gevoel van “samen wonen” overheerst. Alle woningen zijn georiënteerd op het erf. De bouwstijl die hierbij aansluit bestaat uit een basis van 1 tot 1,5 laag met kap. Het is belangrijk dat de bebouwing op het erf samenhang uitstraalt. Elk erf kent een hoofdgebouw die in massa en vorm onderscheidend is ten opzichte van de overige bebouwing. Het hoofdgebouw kan een landhuis zijn of een appartementengebouw. De appartementen bestaat uit 3 lagen waarbij de bovenste een kapvorm heeft. Door de positionering en het bescheiden volume zijn de appartementen goed ingepast in de omgeving. De entrees zijn vanaf de straatzijde herkenbaar en doet dienst als het “hoofdgebouw” van het erf. Erfbebouwing (erfwoningen, parkeerschuren, stallen) zijn langgerekt, parallel of haaks op het verharde erfvlak. De bebouwing is zo geordend dat er een besloten erfruimte ontstaat met smalle doorzichten naar het omringende landschap.

Kenmerkend is de parallelle ordening van gebouwen naast elkaar. Minimaal 75 % van de erfwoningen ligt met tenminste één gevel in de collectieve erfverharding. De afstand tussen de verschillende bouwvolumes wordt. De compositie van de ordening is niet symmetrisch en niet gebaseerd op repetitie. Hoofdwoning en erfwoningen worden afgedekt met een kloeke kap. De nokhoogte van de hoofdwoning is maximaal 11 meter, erfwoningen maximaal 10 meter en niet voor bewoning bestemde erfbebouwing (bijvoorbeeld: parkeerschuur) maximaal 6 meter. De goothoogte is aan landschapszijde laag, maximaal 3,5 meter. Bouwvolumes op één erf onderscheiden zich van elkaar in goothoogte, nokhoogte of kapvorm. Voor eventuele parkeerschuren is dit onderscheid niet vereist. De erfwoningen kunnen aan de erfzijde plaatselijk verhoogde dakgoten hebben met hoge gevelopeningen, schuurdeuren en luiken. Plaatselijk kunnen delen van de gevel teruggelegd worden in het bouwvolume zodat er intermediaire ruimten ontstaan tussen woning en erf. Parkeren vindt geclusterd plaats. Van belang is dat de parkeerplaatsen aan het begin van het erf zijn gesitueerd zodat er niet of nauwelijks over het erf wordt gereden (behoudens calamiteiten). NL.IMRO.0798.BPVroonackerIV-VG01

Bestemmingsplan Vroonacker IV, Diessen

|15

De erven zijn groen en robuust ingepast in het landschap. Daar waar achterzijden en parkeerhoven grenzen aan het landschap wordt een openbare groenstrook aangelegd bestaande uit bomen en struweel. Minimaal 75% van de rand van de erven bestaat uit een robuuste groenzone.

Referentiebeelden erven

Landschappelijke ondergrond en historie Het plangebied Vroonacker IV wordt gekenmerkt door haar ligging in het historisch kempenlandschap. Het gebied is te herkennen aan de afwisseling in akkers, graslanden en meer ruige gronden aan de beekdalen. Het plan speelt in op het bestaande hoogteverschil van circa 1 meter. Op het hoge deel wordt gebouwd, het lage deel blijft vrij van bebouwing. Deze bestaande laagte biedt ruimte voor duurzaam waterbeheer en een landschappelijke inpassing van de nieuwe woonwijk en het noodzakelijke ecologisch groen. Het historisch patroon vormt op een natuurlijke wijze de begrenzing van de bebouwing. Daarnaast worden historische structuren opgepakt en zichtbaar gemaakt in de verkaveling. Het bestaande zandpad vormt de noordelijke begrenzing van de verkaveling en een belangrijke structuurlijn. In het zuidwestelijk deel, in de oksel van de Westerwijk en de Waterstraat is altijd sprake geweest van opstaande groenelementen en beslotenheid. Dit deel wordt dan ook niet bebouwd. Met een zorgvuldige situering van nieuwe beplanting maken we het historische patroon meer zichtbaar. De Westerwijk en de Waterstraat zijn historische bebouwingslinten linten die altijd vrij in het landschap hebben gelegen. Om te voorkomen dat deze linten ‘vastgroeien’ aan het dorp Diessen is het voorwaarde dat de uitbreiding los komt te liggen van deze waardevolle linten.

De ondergrond, het bestaande waardevolle landschap en de (cultuur)historische situatie geven de kaders voor een duurzame invulling van het nieuwe woongebied Bebouwingspatroon Vanuit landschap en ondergrond zijn de kaders voor de ontwikkeling bepaald. De opgave is om een invulling te maken die op een duurzame wijze uiting geeft aan de dorpsrand van Diessen. De inspiratie hiervoor halen we uit de directe omgeving. Kenmerkend voor Diessen, maar ook voor de andere kernen binnen de gemeente, is het zichtbare verschil tussen de lintbebouwing en de reguliere dorpsuitbreiding. In Diessen liggen de (voormalige) boerenerven aan de Waterstraat en Westerwijk mooi los in het landschap. De opgaande beplanting langs de perceelsgrenzen benadrukken deze unieke ligging. Deze groen omkaderde erven bieden de inspiratie om ook op deze wijze een vanzelfsprekende en herkenbare dorpafronding te maken. De bestaande open ruimtes en brinken, zoals deze ook zijn ingezet bij de stedenbouwkundige opzet van de bestaande wijk Vroonacker IV, maken ook voor dit nieuwe plangebied het verschil. Geen strakke dorpsrand, maar een natuurlijke verweving van rode en groene elementen.

NL.IMRO.0798.BPVroonackerIV-VG01

Bestemmingsplan Vroonacker IV, Diessen

|16

De stedenbouwkundige structuur bestaat enerzijds uit een reguliere dorpsafronding ten (zuid)westen van de Deusonelaan en anderzijds uit een groen-rode verweving in de vorm van twee grote erven in het open landschap. Het landschap wordt naar binnen gehaald zodat ook centraal in de nieuwe uitbreiding het landschap optimaal wordt beleefd. De erven lenen zich er niet voor om in de toekomst op aan te sluiten met nieuwe woningbouw, zodat er sprake is van een duurzame afronding. Een nieuw landschap Met het realiseren van de nieuwe wijk realiseren we ook een nieuw landschap. Bewoners lopen letterlijk via hun achtertuin het buitengebied in. Maar ook voor het dorp ontstaat er een nieuw aantrekkelijk landschap waar ruimte is voor recreëren en het maken van ommetjes. Het nieuwe landschap wordt geen stadspark. Het karakter van het agrarisch buitengebied blijft in stand en waar mogelijk kunnen agrarische activiteiten plaatsvinden passend bij de woonomgeving. Wellicht lopen hier straks ook schapen en paarden rond. Wel wordt het gebied heringericht gezien de nieuwe functies. In het inrichtings- en beplantingsplan maken we een invulling gebaseerd op ecologie en biodiversiteit. Er komt ruimte voor waterberging in de vorm van poelen en een meanderende waterloop. Zandpaden worden aangelegd om in het gebied rond te kunnen lopen. Met grondverzet accentueren we het hoogteverschil.

Boomgroepen, heesters en lijnvormige struweelbeplanting geven meer intimiteit aan het gebied en maken het gebied aantrekkelijk om in rond te wandelen.

Sfeerimpressies

NL.IMRO.0798.BPVroonackerIV-VG01

Bestemmingsplan Vroonacker IV, Diessen

|17

Duurzaamheid In de planvorming van Vroonacker IV speelt duurzaamheid een essentiële rol. Een kwalitatieve woon- en leefomgeving staat hierbij voorop. Op woningniveau zal, uiteraard, duurzaam gebouwd gaan worden met nul op de meter woningen. Ook circulair bouwen zal worden aangemoedigd. De verwachting is dat beide aspecten ten tijde van de realisatie van de wijk in de regelgeving zijn verweven. De kwaliteit van het plan zit vooral in de duurzame afronding van de nieuwe dorpsrand. In bovenstaande toelichting komt dit op diverse plekken terug: • •

• • •

De opzet van Vroonacker IV is landschappelijk, groen en kleinschalig; Klimaatadaptatie speelt een belangrijke rol in het plan. Er is veel ruimte voor groen en (beleving van) water. Er wordt in het plan ruim boven de norm groen gecompenseerd. Verharding is geminimaliseerd om hittestress tegen te gaan. Daarnaast zal door de inrichting van het landschap een verrijking plaatsvinden van de nu aanwezige natuurwaarden. De inrichting is natuurinclusief en biodivers. Inheemse plantsoorten worden toegepast en de diversiteit van de soorten is groot. De afronding is herkenbaar, gebaseerd op de bestaande geografie en cultuurhistorie. bewoners voelen zich er thuis. Het gebied is toegankelijk voor de nieuwe bewoners én het dorp met veel ruimte voor ommetjes, recreatie en gezonde beweging.

Ontsluiting Door Antea Group is in september 2022 een verkeersonderzoek uitgevoerd om de betreffende verkeersafwikkeling rondom de nieuw te bouwen woonwijk in beeld te brengen. Het verkeersonderzoek geeft antwoord op de vraag hoe de nieuwe woonwijk het beste kan worden ontsloten. Om antwoord te geven op deze vraag, zijn vier ontsluitingsvarianten doorgerekend met het BBMA-verkeersmodel. Ook is de verkeersafwikkeling op een aantal bepalende kruispunten in de directe omgeving van de woningbouwlocatie beoordeeld en is gekeken naar de maatregelen die nodig zijn voor een veilige verkeersafwikkeling. Het volledige onderzoek is opgenomen als bijlage 3 bij de toelichting. Op basis van een verkeersonderzoek is bepaald dat de wijk op twee punten wordt ontsloten. Ten noorden sluit de nieuwe wijk aan op de bestaande wijk Vroonacker, waar via Schorseneer en Meiraap de rotonde op de N395 wordt bereikt. Aan de zuidzijde is een aansluiting op de Deusonelaan het meest efficiënt. Dit ontsluitingspunt ligt nagenoeg in het verlengde van de Veltackerstraat. Deze twee ontsluitingspunten worden verbonden door een weg die zich in zijn ligging en vorm voegt in de stedenbouwkundig-landschappelijke opzet van de nieuwe wijk. Groot voordeel van de ontsluiting via de Deusonelaan is dat de landschappelijke zone tussen de nieuwe woonwijk en de Westerwijk niet wordt doorsneden.

In april 2025 is aanvullend op het onderzoek uit 2022 een nieuwe ontsluitingsvariant onderzocht. Uiteindelijk is de voorkeur uitgesproken voor een variant met twee ontsluitingen voor gemotoriseerd verkeer: één aan de noordzijde (Schorseneer/Meiraap) en één aan de oostzijde (Deusonelaan).

NL.IMRO.0798.BPVroonackerIV-VG01

Bestemmingsplan Vroonacker IV, Diessen

|18

voorkeursvariant ontsluiting Vroonacker IV

In augustus 2025 is opdracht verleend om een aanvullende memo op te stellen op basis van het meest recente aantal vastgestelde woningen in Vroonacker IV. De aanvullende berekening van de verkeersafwikkeling dient hierop gebaseerd te worden. Het totaal aantal vastgestelde woningen is 195, waarvan 4 woningen op de Westerwijk (zuidzijde plangebied) worden ontsloten. Voor de verkeersafwikkeling via de noord- en oostzijde is 191 daardoor het maatgevende aantal woningen. Deze memo richt zich op de vraag of de conclusies uit het eerdere verkeersonderzoek wijzigen als gevolg van het aangepaste woningbouwprogramma. Daarbij wordt de extra verkeersgeneratie berekend en de impact op wegvakken, kruispunten en de verkeersveiligheid geanalyseerd. De memo is opgenomen als bijlage 3.1 bij de toelichting. Hieruit volgt dat de extra verkeersgeneratie van de 21 woningen niet leidt tot knelpunten op het gebied van verkeersveiligheid. De omliggende wegen (noord: Schorseneer, Meiraap, Raapsteel, Holenweg, De Brouwerstraat, Van den Elsenstraat en oost: Deusonelaan en Lombartsstraat) hebben voldoende restcapaciteit om het extra verkeer op een verkeersveilige manier af te wikkelen. Parkeren Voor het bepalen van de nodige parkeerplaatsen is een parkeerbalans opgesteld, welke onderdeel is van het stedenbouwkundige en inrichtingsbeplatingplan (bijlage 2 bij de toelichting).

Per deelgebied is de parkeerbehoefte inzichtelijk gemaakt op basis van de navolgende parkeernormen: Soort woning: Koop vrijstaand Koop tweekapper Koop rijwoning Sociale koop rijwoning Sociale koop rug-aan-rug Sociale huur rijwoning Sociale huur appartement NL.IMRO.0798.BPVroonackerIV-VG01

Parkeernorm 1,9 1,8 1,6 1,6 1,6 1,2 1 Bestemmingsplan Vroonacker IV, Diessen

|19

In de basis vindt parkeren op eigen terrein of geclusterd in het openbaar gebied plaats. Het parkeren in clusters vindt plaats tussen de bouwblokken of aan de rand van de erven. In de erven wordt het parkeren landschappelijk ingepast. Daarbij is in beide de woonerven met de enkelbestemming ‘Woongebied’ een zoekgebied voor extra parkeerplaatsen gereserveerd. Tijdens de inrichtingsfase wordt bepaald of deze parkeervakken nodig zijn voor de omwonende, of dat deze gronden anders ingericht kunnen worden. Bij dubbele of vrijstaande woningen vindt het parkeren plaats op eigen terrein. Langs de centrale ontsluitingsweg worden geen aparte parkeerplaatsen aangelegd. In onderstaande afbeelding is het totaalbeeld ten aanzien van parkeren weergegeven. Zie ook de parkeerbalans in bijlage 2. Bij de twee westelijk erven worden parkeerplaatsen gerealiseerd gebaseerd op de lage parkeernormen. Bij deze twee erven zijn twee plekken toegewezen waar additioneel parkeerplaatsen kunnen worden toegevoegd indien de behoefte daarom vraagt.

Totaalbeeld parkeren

NL.IMRO.0798.BPVroonackerIV-VG01

Bestemmingsplan Vroonacker IV, Diessen

|20

4.

BELEIDSKADER

4.1

Rijksbeleid

Nationale Omgevingsvisie (NOVI) Op 11 september 2020 is de Nationale Omgevingsvisie vastgesteld. De Structuurvisie Infrastructuur en Ruimte (SVIR) is geheel opgenomen in deze nieuwe visie. De Nationale Omgevingsvisie biedt een duurzaam perspectief voor de leefomgeving. Hiermee kan het Rijk inspelen op de grote uitdagingen die voor hen liggen. Allerlei trends en ontwikkelingen hebben invloed op de leefomgeving. Veranderende en groeiende steden, de overgang naar een duurzame en circulaire economie en het aanpassen aan de gevolgen van de klimaatverandering vormen slechts een deel van de opgaven. Dit biedt kansen, maar vraagt wel om zorgvuldige keuzes. Want ruimte, zowel boven-, als ondergronds, is een schaars goed. Het combineren van al die opgaven vraagt een nieuwe manier van werken. Niet van bovenaf opgelegd, maar in goede samenwerking tussen overheden, bedrijven, kennisinstellingen, maatschappelijke organisaties en burgers. De NOVI biedt een kader, geeft richting en maakt keuzes waar dat kan. Tegelijkertijd is er ruimte voor regionaal maatwerk en gebiedsgerichte uitwerking. Omdat de verantwoordelijkheid voor het omgevingsbeleid voor een groot deel bij provincies, gemeenten en waterschappen ligt, kunnen inhoudelijke keuzes in veel gevallen het beste regionaal worden gemaakt.

Met de NOVI zet het Rijk een proces in gang waarmee keuzes voor de leefomgeving sneller en beter kunnen worden gemaakt. Aan de hand van een toekomstperspectief op 2050 brengt de NOVI de langetermijnvisie in beeld. Op nationale belangen wil het Rijk sturen en richting geven. Deze belangen komen samen in vier prioriteiten: 1. Ruimte voor klimaatadaptie en energietransitie; 2. Duurzaam economisch groeipotentieel; 3. Sterke en gezonde steden en regio’s; 4. Toekomstbestendige ontwikkeling van het landelijk gebied. Toetsing Door het nationale karakter van de NOVI en de relatief kleine schaal van onderhavig plan, heeft het voornemen nauwelijks raakvlak met dit nationale kader. Met onderhavig planvoornemen zijn geen nationale belangen in het geding. Besluit algemene regels ruimtelijke ordening (Barro) Het Besluit algemene regels ruimtelijke ordening borgt een aantal van de nationale ruimtelijke belangen die deel uitmaken van het geldende nationale ruimtelijke beleid. Het besluit is gericht op doorwerking van de nationale belangen in provinciaal beleid en gemeentelijke bestemmingsplannen. Dat betekent dat het Barro voor de opgenomen onderwerpen regels geeft over bestemmingen en het gebruik van gronden. Daarnaast kan zij aan de gemeente opdragen in de toelichting bij een bestemmingsplan bepaalde zaken uitdrukkelijk te motiveren. Het Barro is op 1 oktober 2012 in werking getreden.

Toetsing Door het nationale karakter van het Barro en de relatief kleine schaal van onderhavig plan, heeft dit voornemen nauwelijks raakvlak met dit nationaal juridisch kader. Het Barro bevat geen voor het plan relevante bepalingen. NL.IMRO.0798.BPVroonackerIV-VG01

Bestemmingsplan Vroonacker IV, Diessen

|21

Ladder voor duurzame verstedelijking Met de inwerkingtreding op 1 oktober 2012 van artikel 3.1.6 lid 2 van het Besluit ruimtelijke ordening (Bro) – de ‘Ladder voor duurzame verstedelijking’ – geldt voor alle juridisch bindende ruimtelijke plannen van decentrale overheden die (planologisch) nieuwe stedelijke ontwikkelingen mogelijk maken een bijzonder procesvereiste. Dit nationale belang houdt in dat, ten behoeve van een goed systeem van ruimtelijke ordening, een zorgvuldige afweging en transparante besluitvorming bij ruimtelijke besluiten plaats dient te vinden. Deze zorgvuldige afweging heeft tot doel om, vanuit een oogpunt van zuinig en zorgvuldig ruimtegebruik, planologisch ongewenste versnippering en een onaanvaardbare leegstand te voorkomen. De ‘Ladder voor duurzame verstedelijking’ is herzien en per 1 juli 2017 is de ‘Nieuwe Ladder voor duurzame verstedelijking’ in werking getreden. Het begrip ‘stedelijke ontwikkeling' is in artikel 1.1.1, lid 1, sub i van de Bro gedefinieerd als: 'ruimtelijke ontwikkeling van een bedrijventerrein of zeehaventerrein, of van kantoren, detailhandel, woningbouwlocaties of andere stedelijke voorzieningen'. Een aantal aspecten zijn van belang om te bepalen of en hoe de ladder moet worden toegepast, waaronder de vraag of er sprake is van een stedelijke ontwikkeling en of de stedelijke ontwikkeling ‘nieuw’ is.

Voor woningbouwlocaties geldt volgens de overzichtsuitspraak dat ‘in beginsel’ sprake is van een nieuwe stedelijke ontwikkeling als er meer dan 11 woningen gerealiseerd worden. Toetsing Het planvoornemen voorziet in meer dan 11 woningen. De jurisprudentie in oogschouw nemende is de ontwikkeling derhalve aan te merken als een ‘nieuwe stedelijke ontwikkeling’. Een onderbouwing van de behoefte aan het onderhavig voornemen op deze locatie is opgenomen. Kwantitatieve behoefte De beoogde ontwikkeling van 195 woningen voorziet in een kwantitatieve behoefte. In de periode tot 2030 neemt de bevolking en het aantal huishoudens in de gemeente Hilvarenbeek en de regio Midden-Noord-Brabant toe. Dit vraagt om een groei van de woningvoorraad. Als afgeleide van de bevolkings- en huishoudensontwikkeling kan een raming worden gemaakt van de kwantitatieve woningbehoefte in de gemeente Hilvarenbeek van 570 woningen tot 2030. In de regio Midden-Noord-Brabant ligt de woningbehoefte in het landelijk gebied van de regio tot 2030 op 1.365 woningen, in de gehele regio zijn dat 21.595 woningen. Op dit moment is er onvoldoende harde plancapaciteit om in de groeiende woningbehoefte te voorzien. Dit is ook het geval wanneer het beleidsmatige streven van 70% van de woningbehoefte als harde plancapaciteit wordt meegenomen. Dit betekent dat er ruimte is voor de ontwikkeling van nieuwe woningen.

NL.IMRO.0798.BPVroonackerIV-VG01

Bestemmingsplan Vroonacker IV, Diessen

|22

Kwalitatieve behoefte In de gemeentelijke woonvisie is aangegeven dat Diessen een kern is waar zowel jong als oud graag woont. Dit komt omdat hier nog redelijk veel voorzieningen zijn, zoals een basisschool en er is een actief verenigingsleven. Zowel de dorpscoöperatie als inwoners zien dat er een grote vraag naar woningen is, terwijl het woningaanbod (zowel kwantitatief als kwalitatief) daar niet bij aansluit. In de eerste plaats moet er meer woningaanbod komen voor ouderen en andere mensen met een zorgvraag die langer zelfstandig (moeten) wonen. Nu overwegen veel ouderen een verhuizing naar Hilvarenbeek, waar meer woningaanbod voor ouderen en (zorg)voorzieningen zijn. Veel ouderen zijn gecharmeerd van het ‘hofjeswonen nieuwe stijl’. Belangrijk is daarbij om deze concepten niet alleen op de doelgroep ‘ouderen’ te richten, maar vooral een mix van verschillende doelgroepen (jong en oud) te creëren. Starters in Diessen zijn in de eerste plaats op zoek naar een betaalbare koopwoning (< €250.000). CPO-projecten zijn populair onder jongeren, maar daarbij is het belangrijk dat deze woningen (door kaders te stellen aan het oppervlak) structureel voor het starterssegment worden behouden. Eventueel kan middeldure huur een alternatief zijn voor starters, maar dit aanbod is nu niet of nauwelijks aanwezig in Diessen. De vraag naar sociale huur is beperkt.

Voor veel inwoners is dat segment eerder een noodoplossing, als kopen niet mogelijk blijkt te zijn. Voor deze doelgroep is het van belang dat in de grotere nieuwbouwlocaties een minimumpercentage aan sociale huur wordt gerealiseerd, om voldoende differentiatie in het woningaanbod te krijgen. De woningbouwlocatie biedt ruimte voor 195 woningen. Onderverdeeld over de woningtypologieën: patiowoningen, beneden-boven woningen, geschakelde woningen, tweeonder-een-kapwoningen en vrijstaande woningen. Met het bovengenoemde woningbouwprogramma wordt ingespeeld op een volkshuisvestelijke opgave met een groot sociaal programma: diverse woningtypen met een heel groot accent op betaalbaarheid. Focus op starters en senioren. Van het totaal aantal nieuw te bouwen woningen (excl. ‘Woongebied – 2’) moet ten minste 20% sociale huur en 20% sociale koop zijn. Dit conform de kaders die de gemeenteraad heeft bepaald voor dit project en heeft afgestemd met de regio. Gesteld kan worden dat met het beoogde woningbouwprogramma wordt ingezet op de speerpunten ten aanzien van het woonbeleid volgens de inwoners en de dorpscoöperatie. Buiten bestaand stedelijk gebied Naast de kwantitatieve en kwalitatieve behoefte, dient onderbouwd te worden waarom de behoefte niet kan worden voorzien binnen bestaand stedelijk gebied.

Binnen het bestaand stedelijk gebied van de kern Diessen zijn geen andere locaties beschikbaar waar voldoende ruimte is om te voorzien in de woningbehoefte. Het plangebied biedt de meest geschikte mogelijkheid om te voldoen aan de woningbehoefte in Diessen, omdat er fysiek ruimte is en deze locatie aansluit aan andere woningen en daarmee aansluit aan het stedelijk gebied. Daarbij ligt een aanzienlijk deel van het plangebied binnen het gebied ‘verstedelijking afweegbaar’ én wordt tevens een voormalige agrarische bedrijfslocatie (VAB-locatie) hergebruikt.

NL.IMRO.0798.BPVroonackerIV-VG01

Bestemmingsplan Vroonacker IV, Diessen

|23

Gelet op de huidige ruimtelijke structuren, bebouwing rondom het plangebied en alternatieve bouwmogelijkheden binnen de kern Diessen, kan worden geconcludeerd dat er sprake is van duurzaam ruimtegebruik. Hoewel het plangebied officieel niet binnen bestaand stedelijk gebied ligt, wordt de locatie deels omringd door bestaande stedelijke functies wat de keuze voor deze locatie toch geschikt maakt. Conclusie Gesteld kan worden dat het planvoornemen voldoet aan de Ladder voor duurzame verstedelijking. Conclusie Het planvoornemen past binnen het rijksbeleid.

4.2

Provinciaal beleid

Omgevingsvisie Noord-Brabant De nieuwe Omgevingswet bundelt de wetten en regels voor ruimte, wonen, infrastructuur, milieu, natuur, cultuur, erfgoed en water. En regelt zo het beheer en de ontwikkeling van de fysieke leefomgeving. In december 2018 is de Brabantse Omgevingsvisie vastgesteld. Deze Omgevingsvisie bevat de belangrijkste ambities voor de fysieke leefomgeving voor de komende jaren. De Omgevingsvisie geeft antwoord op de vraag hoe de Brabantse leefomgeving er in 2050 uit zou moeten zien en waar Noord-Brabant in 2030 tenminste moet staan om die lange termijn doelen te halen. De Omgevingsvisie geeft ook aan op welke manieren de provincie met betrokkenen wil samenwerken aan omgevingsvraagstukken en welke waarden daarbij centraal staan. De visie bestaat uit een basisopgave en vier hoofdopgaven voor de middellange en lange termijn. De basisopgave is werken aan veiligheid, gezondheid en omgevingskwaliteit. De vier hoofdopgaven komen voort uit de basisopgave. Het gaat om de volgende opgaven: • Hoofdopgave I: werken aan de Brabantse energietransitie; • Hoofdopgave II: werken aan een klimaatproof Brabant; • Hoofdopgave III: werken aan de slimme netwerkstad; • Hoofdopgave IV: werken aan een concurrerende, duurzame economie. Om de doelen voortkomend uit de opgaven te bereiken zet de provincie Noord-Brabant in op een samenhangende ruimtelijke koers.

De Omgevingsvisie bevat geen sectorale beleidsdoelen. De concrete doelen, voor bijvoorbeeld natuur, water, veiligheid, milieu, mobiliteit en ruimtelijke kwaliteit, staan nu nog in de bestaande plannen van de provincie (PMWP, SVRO, PVVP). Grote delen van die beleidsplannen horen vanuit het systeem van de Omgevingswet straks thuis in de programma’s. De beleidsmatige uitganspunten van de visie zijn, voor de aspecten waarop het provinciaal belang in het geding is, uitgewerkt in de Interim Omgevingsverordening Noord-Brabant.

NL.IMRO.0798.BPVroonackerIV-VG01

Bestemmingsplan Vroonacker IV, Diessen

|24

Interim Omgevingsverordening Noord-Brabant De Interim Omgevingsverordening Noord-Brabant is de vervanger van verschillende provinciale verordeningen, waaronder ook de Verordening ruimte. De Omgevingsverordening is op 25 oktober 2019 vastgesteld. De Interim Omgevingsverordening bestaat uit de samenvoeging van bestaande regels uit verschillende verordeningen. De verordening is één van de uitvoeringsinstrumenten van de provincie om haar doelen te realiseren. In de Omgevingsverordening vertaalt de provincie kaderstellende elementen uit het provinciaal beleid in regels die van toepassing zijn op (gemeentelijke) bestemmingsplannen. Artikel 3.42 lid 2 Duurzame stedelijke ontwikkeling In de IOV zijn regels opgenomen voor de ontwikkeling van een duurzame stedelijke ontwikkeling. In artikel 3.42 lid 2 IOV zijn hiervoor voorwaarden opgenomen. Een duurzame stedelijke ontwikkeling voor wonen, werken of voorzieningen: a. bevordert een goede omgevingskwaliteit met een veilige en gezonde leefomgeving; b. bevordert zorgvuldig ruimtegebruik, waaronder de transformatie van verouderde stedelijke gebieden; c. geeft optimaal invulling aan de mogelijkheden voor productie en gebruik van duurzame energie; d. houdt rekening met klimaatverandering, waaronder het tegengaan van hittestress en voldoende ruimte voor de opvang van water; e.

geeft optimaal invulling aan de mogelijkheden voor duurzame mobiliteit; f. draagt bij aan een duurzame, concurrerende economie. De voorwaarden onder a en b zijn verderop in deze paragraaf nader uiteengezet. Zie toetsing aan artikel 3.5 Zorgplicht voor een goede omgevingskwaliteit en 3.6 Zorgvuldig ruimtegebruik. Zoals in paragraaf 3.1 onder het kopje ‘Duurzaamheid’ reeds is beschreven speelt duurzaamheid een essentiële rol. Een kwalitatieve woon- en leefomgeving staat hierbij voorop. Op woningniveau zal, uiteraard, duurzaam gebouwd gaan worden met nul op de meter woningen. Ook circulair bouwen zal worden aangemoedigd. De verwachting is dat beide aspecten ten tijde van de realisatie van de wijk in de regelgeving zijn verweven. De kwaliteit van het plan zit vooral in de duurzame afronding van de nieuwe dorpsrand. In bovenstaande toelichting komt dit op diverse plekken terug: • De opzet van Vroonacker IV is landschappelijk, groen en kleinschalig; • Klimaatadaptatie speelt een belangrijk rol in het plan. Er is veel ruimte voor groen en (beleving van) water. Er wordt in het plan ruim boven de norm groen gecompenseerd. Verharding is geminimaliseerd om hittestress tegen te gaan. Daarnaast zal door de inrichting van het landschap een verrijking plaatsvinden van de nu aanwezige natuurwaarden. • De inrichting is natuurinclusief en biodivers.

Inheemse plantsoorten worden toegepast en de diversiteit van de soorten is groot. • De afronding is herkenbaar, gebaseerd op de bestaande geografie en cultuurhistorie. bewoners voelen zich er thuis. • Het gebied is toegankelijk voor de nieuwe bewoners én het dorp met veel ruimte voor ommetjes, recreatie en gezonde beweging. Kortom, een nieuwe woon- en leefomgeving in een aantrekkelijk landschap. Afgerond. Voor nu en de toekomstige generatie.

NL.IMRO.0798.BPVroonackerIV-VG01

Bestemmingsplan Vroonacker IV, Diessen

|25

Artikel 4.43 Afwijkende regels Verstedelijking afweegbaar. Het plangebied is voor een deel gelegen in het door de provincie aangewezen gebied ‘Verstedelijking afweegbaar’. De overige gronden zijn aangewezen als zogenaamd ‘Landelijk gebied’. Is er vanuit kwaliteit of kwantiteit in ‘Stedelijk gebied’ onvoldoende ruimte aanwezig? Dan bestaat er de mogelijkheid dat een stedelijke ontwikkeling binnen het werkingsgebied ‘Verstedelijking afweegbaar’ wordt gerealiseerd (artikel 3.43 IOV). Deze gebieden zijn in het verleden (2004) na toepassing van de lagenbenadering en afweging aangeduid als gebieden waar – onder voorwaarden – verantwoorde uitbreidingsmogelijkheden (kunnen) liggen.

Uitsnede kaart 3 IOV: Instructieregels gemeenten: stedelijke ontwikkeling en erfgoed

Een bestemmingsplan kan ter plaatse van Verstedelijking afweegbaar voorzien in de nieuwvestiging van een duurzame stedelijke ontwikkeling als: a. binnen Stedelijk Gebied feitelijk of vanuit kwalitatieve overwegingen onvoldoende ruimte beschikbaar is; b. transformatie van cultuurhistorisch waardevol of geschikt leegstaand vastgoed niet tot de mogelijkheden behoort; c. de ontwikkeling past binnen de regionale afspraken, bedoeld in afdeling 5.4 Regionaal samenwerken; d. de stedenbouwkundige- en landschappelijke inrichting rekening houdt met de omgevingskwaliteit en structuren in het gebied en de naaste omgeving waaronder een duurzame afronding van het Stedelijk Gebied.

NL.IMRO.0798.BPVroonackerIV-VG01

Bestemmingsplan Vroonacker IV, Diessen

|26

De beoogde woningbouw vindt slechts gedeeltelijk plaats binnen Verstedelijking afweegbaar. Omdat een stedelijke ontwikkeling enkel mogelijk is binnen het werkingsgebied Verstedelijking afweegbaar, wordt met het onderhavige bestemmingsplan voorgestaan om dit werkingsgebied te herbegrenzen. Het verzoek tot herbegrenzing is mogelijk op basis van art. 5.3 Iov. In zo’n geval verzoekt het college Uitsnede kaartbeeld ‘Stedelijke ontwikkeling en erfgoed’ uit de Interim omgevingsverordening van de provincie Noord-Brabant (bron: ruimtelijkeplannen.nl, 2021). Gemeente Hilvarenbeek van burgemeester en wethouders Gedeputeerde Staten om de begrenzing van het werkingsgebied te wijzigen. Wel dient op basis van art. 5.3, lid 1 en lid 4 IOV verantwoord te worden dat de herbegrenzing past binnen de herbegrenzingsvoorwaarden. Hieraan wordt verderop getoetst. Bij herbegrenzing van het werkingsgebied Verstedelijking afweegbaar is de ontwikkeling mogelijk indien wordt voldaan aan de voorwaarden genoemd in artikel 3.43 IOV: Ad a. Binnen het bestaand stedelijk gebied van de kern Diessen zijn geen andere locaties beschikbaar waar voldoende ruimte is om te voorzien in de woningbehoefte. Het plangebied biedt de meest geschikte mogelijkheid om te voldoen aan de woningbehoefte in Diessen, omdat er fysiek ruimte is en deze locatie aansluit aan andere woningen en daarmee aansluit aan het stedelijk gebied.

Daarbij ligt een aanzienlijk deel van het plangebied binnen het gebied ‘verstedelijking afweegbaar’ én wordt tevens een voormalige agrarische bedrijfslocatie (VAB-locatie) hergebruikt. De beoogde ontwikkeling zorgt voor een kwalitatieve afronding van ‘Vroonackers’. De uitbreiding ligt op de grens met het buitengebied. Een goede overgang en een samenhangende vormgeving van zowel het bebouwd als onbebouwd gebied is belangrijk. Vanwege de locatie-specifieke kenmerken is de ontwikkeling in zijn geheel, vanuit kwalitatieve overwegingen, niet op een andere locatie te realiseren en derhalve ook niet binnen het Stedelijk gebied. Ad b. Transformatie van cultuurhistorisch waardevol of geschikt leegstaand vastgoed behoort niet tot de mogelijkheden. Gelet op de doelen benoemd onder a en de grootte van het plan, behoort transformatie van cultuurhistorische waardevol of geschikt leegstaand vastgoed voor deze ontwikkeling niet tot de mogelijkheden. Ad c. Zoals in paragraaf 4.1 Ladder voor duurzame verstedelijk is onderbouwd, past de woningbouwontwikkeling binnen de regionale woningbouwafspraken. Ad d. De stedenbouwkundige- en landschappelijke inrichting dient rekening te houden met de omgevingskwaliteit en structuren in het gebied en de naaste omgeving waaronder een duurzame afronding van het Stedelijk Gebied.

Onder de beoordeling van de herbegrenzingsvoorwaarden, verderop in deze paragraaf, komen deze aspecten integraal terug. Artikel 3.68 Wonen in Landelijk gebied Voor de gronden buiten het werkingsgebied ‘Verstedelijking afweegbaar’ en ter plaatse van het ‘Landelijk gebied’ (de overige gronden van het plangebied) geldt op basis van artikel 3.68 van de Interim Omgevingsverordening dat alleen bestaande burgerwoningen en bedrijfswoningen zijn toegestaan. Nieuwvestiging van woningbouw is in beginsel uitgesloten.

NL.IMRO.0798.BPVroonackerIV-VG01

Bestemmingsplan Vroonacker IV, Diessen

|27

Artikel 5.3 Wijziging grenzen van werkingsgebied In geval van een beperkte afronding van het gebied kan een gemeente bij Gedeputeerde Staten een verzoek indienen om de begrenzing van het gebied ‘Verstedelijking afweegbaar’ te wijzigen. Gedeputeerde Staten zijn op basis van het gesteld in artikel 5.3 lid 1 van de Interim Omgevingsverordening bevoegd de in de verordening opgenomen grenzen van een werkingsgebied te wijzigen als één of meer van de volgende gevallen zich voordoet: a. De wijziging is nodig voor een doelmatige uitvoering; b.

De wijziging draagt bij aan het doel waarvoor het werkingsgebied is opgenomen;

c.

De wijziging past binnen de uitgangspunten en basisprincipes van deze verordening;

d.

Er is sprake van kennelijke onjuistheden in de begrenzing;

e.

De begrenzing van een gebied in niet langer in overeenstemming met een bestemmingsplan dat overeenkomstig artikel 3.9, derde lid, Wet ruimtelijke ordening is vastgesteld.

Voorliggend verzoek is passend bij sub c: de wijziging past binnen de uitgangspunten en basisprincipes van deze verordening. Voor wat betreft het vereiste dat de wijziging dient te passen binnen de basisprincipes van de Interim omgevingsverordening is van belang dat vanuit de basisprincipes geldt dat alle aanwezige waarden betrokken worden bij de planontwikkeling en dat daarmee rekening wordt gehouden bij de ruimtelijke inrichting en het stedenbouwkundig ontwerp (principe behoud door ontwikkeling). Door de basisprincipes uit artikel 3.5 ‘Zorgplicht voor een goede omgevingskwaliteit’ consequent te doorlopen, worden diverse aspecten die van belang (kunnen) zijn, inzichtelijk, waardoor ook aandacht geschonken wordt aan grote opgaven die spelen zoals duurzame energie, klimaatadaptatie en leegstand. Aan artikel 3.5 wordt verderop getoetst. Voor de wijziging van de grenzen van het werkingsgebied Verstedelijking afweegbaar, gelden daarnaast specifieke voorwaarden genoemd in artikel 5.3 lid 4. Aan dit artikel wordt navolgend getoetst. Artikel 5.3 lid 4 wijziging grenzen van werkingsgebieden Voor het wijzigen van de begrenzing van het werkingsgebied ‘Verstedelijking afweegbaar’ geldt in aanvulling op artikel 5.3, lid 1 dat: a. de stedelijke ontwikkeling past binnen de regionale afspraken; b.

de stedelijke ontwikkeling leidt tot een duidelijke verbetering van de stedenbouwkundige of landschappelijke kwaliteit; c.

de gewenste uitbreidingsrichting is aanvaardbaar.

Ad a. De wijziging dient te passen binnen de regionale afspraken. Zoals in paragraaf 4.1 Ladder voor duurzame verstedelijking reeds uiteengezet is, past de woningbouwontwikkeling binnen de regionale woningbouwafspraken. Ad b. De wijziging is nodig vanwege een stedelijke ontwikkeling die tot een duidelijke verbetering van de stedenbouwkundige of landschappelijke kwaliteit leidt. De inspiratie voor Vroonackers IV is uit de directe omgeving gehaald. Kenmerkend voor Diessen, maar ook voor de andere kernen binnen de gemeente, is het zichtbare verschil tussen de lintbebouwing en de reguliere dorpsuitbreiding. In Diessen liggen de (voormalige) boerenerven aan de Waterstraat en Westerwijk los in het landschap.

NL.IMRO.0798.BPVroonackerIV-VG01

Bestemmingsplan Vroonacker IV, Diessen

|28

De opgaande beplanting langs de perceelgrenzen benadrukken deze unieke ligging. Deze groen omkaderde erven bieden de inspiratie om ook op deze wijze een vanzelfsprekende en herkenbare dorpafronding te maken. De bestaande open ruimtes en brinken, zoals deze ook zijn ingezet bij de stedenbouwkundige opzet van de bestaande wijk Vroonacker, maken ook voor deze nieuwe woningbouwlocatie het verschil; geen strakke dorpsrand, maar een natuurlijke verweving van rode en groene elementen. De stedenbouwkundige structuur bestaat enerzijds uit een reguliere dorpsafronding ten (zuid)westen van de Deusonelaan en anderzijds uit een groen-rode verweving in de vorm van twee grote erven in het open landschap. Het landschap wordt naar binnen gehaald zodat ook centraal in de nieuwe uitbreiding het landschap optimaal wordt beleefd. De erven lenen zich er niet voor om in de toekomst aan te sluiten met nieuwe woningbouw, zodat er sprake is van een duurzame afronding. De beoogde ontwikkeling leidt daarmee tot een duidelijke verbetering van de stedenbouwkundige kwaliteit. De onderbouwing is tevens (uitgebreider) opgenomen in het beeldkwaliteitsplan, welke als bijlage 1 bij deze toelichting is opgenomen. Ad c. De gewenste uitbreidingsrichting dient aanvaardbaar te zijn. De aanvaardbaarheid van een uitbreidingsrichting wordt bepaald door de in de omgeving aanwezige waarden.

Hiervoor geldt dat de voorgenomen herbrenzing wordt afgewogen in relatie tot de algemene visie en het te voeren ruimtelijke beleid. De milieu-planologische aanvaardbaarheid van de beoogde ontwikkeling is beschouwd in hoofdstuk 5 van onderhavige toelichting. Er is geen sprake van aantasting van in de omgeving aanwezige waarden. Zo is geen sprake van significante aantasting van cultuurhistorische waarden, staat de Wet natuurbescherming het planvoornemen niet in de weg en worden omliggende bedrijven niet gehinderd in hun bedrijfsvoering. Ook is de ontwikkeling van de woningen hydrologisch-neutraal te realiseren. Met de provincie Noord-Brabant heeft reeds afstemming plaatsgevonden omtrent de herbegrenzing van het werkingsgebied Verstedelijking afweegbaar ten behoeve van onderhavig planvoornemen. Blijkens de vooroverlegreactie van de provincie d.d. 6 juni 2023 volgt dat de provincie in kan stemmen met het voorliggende plan en zijn zij van mening dat dit plan voorziet in een waardevolle afronding van de kern Diessen. Er wordt op een passende wijze invulling gegeven aan een duurzame kernrand, overgang naar het landschappelijke gebied, waarbij goed ingespeeld wordt op lokale landschappelijk kenmerking. Het plan past binnen de regionale woningbouwafspraken. De provincie heeft aangeven mee te willen werken aan de herbegrenzing.

Het voornemen tot herbegrenzing is geïntegreerd in de bekendmaking van het ontwerp bestemmingsplan. Overige gebieden De overige instructieregels en/of rechtstreeks werkende regels behorende bij de gebieden waar het plangebied onder valt, zijn niet direct van toepassing op het plangebied en/of voornemen. Basisprincipes voor een evenwichtige toedeling van functies. Voor elke ruimtelijke ontwikkeling geldt daarnaast dat toepassing moet worden gegeven aan de basisprincipes voor een evenwichtige toedeling van functies, die zijn opgenomen in artikel 3.5 van de Interim Omgevingsverordening. Onder een evenwichtige toedeling van functies wordt verstaan dat invulling wordt gegeven aan een goede omgevingskwaliteit met een veilige, gezonde leefomgeving.

NL.IMRO.0798.BPVroonackerIV-VG01

Bestemmingsplan Vroonacker IV, Diessen

|29

Hiervoor moet rekening worden gehouden met: • Zorgvuldig ruimtegebruik (artikel 3.6); • De waarden in een gebied door toepassing van de lagenbenadering (artikel 3.7); • Meerwaardecreatie (artikel 3.8). Artikel 3.6 Zorgvuldig ruimtegebruik Conform artikel 3.6 houdt zorgvuldig ruimtegebruik in dat de toedeling van functies in beginsel plaatsvindt binnen bestaand ruimtebeslag voor bebouwing, behalve in de gevallen dat nieuwvestiging mogelijk is op grond van de bepalingen in dit hoofdstuk of er feitelijk of vanuit kwalitatieve overwegingen onvoldoende ruimte is en uitbreiding, al dan niet gelijktijdig met de vestiging van een functie, op grond van de bepalingen in dit hoofdstuk is toegestaan. De ontwikkeling van onderhavig planvoornemen betreft een uitbreiding (na de eerder benoemde verruiming) binnen het gebied “Verstedelijk afweegbaar”. Binnen het provinciale beleid is dit de enige plek die voor uitbreiding in aanmerking komt en een afronding van de bestaande dorpskern vormt. Hierbij is sprake van zorgvuldig ruimtegebruik, aangezien de bebouwing onder andere aansluit op de bestaande kern en de bestaande verkeerstructuur. Artikel 3.7 Toepassing van de lagenbenadering De toepassing van de lagenbenadering omvat het effect van de ontwikkeling op de lagen in onderlinge wisselwerking met elkaar en het actief benutten van de factor tijd.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij iBabs is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/16514754/1