CConstaterende datHilvarenbeek
Koppel je AI →
Document · PDF

Begroting 2025 (3 boekwerk)

Plenaire Commissie 16 oktober 2024, gemeente HilvarenbeekBij agendapunt: OORDEELSVORMEN: Raadsvoorstel tot vaststelling van de Begroting 2025.41.940 woorden

Open het PDF bij iBabs ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 4 van 5

In de beleidsprogramma’s vinden de primaire processen plaats. Dit zijn de activiteiten die onze externe klanten direct dienen. Uitgangspunt is dat kosten zoveel mogelijk worden toegerekend aan de activiteiten uit de beleidsprogramma’s. De salarislasten van onze medewerkers - die direct bijdragen aan een primair proces - verantwoorden we bijvoorbeeld in de beleidsprogramma’s. Uiteraard behoren ook de kosten van onder andere onderhoud van de openbare ruimte, zorg en het subsidiebeleid tot de primaire processen, en dus tot de beleidsprogramma’s. Overhead zijn de kosten die samenhangen met de sturing en ondersteuning van het primaire proces. Daarbij kunt u denken aan kosten voor leidinggevenden, personeel van stafafdelingen en algemene personeelskosten zoals het opleidingsbudget. Maar overhead omvat niet alleen personeel. Naast loonkosten bevat de overhead bijvoorbeeld ook de huisvesting van het gemeentehuis met kosten voor schoonmaak, verzekeringen en energie. Ook ICT, het archief en kosten voor organisatieontwikkeling zijn ondersteunend aan de primaire processen. Ook aan projecten binnen de grondexploitatie en rehabilitatie projecten wegen en riolering wordt overhead toegerekend. Bij het opstellen van de begroting wordt per medewerker een inschatting gemaakt van het percentage van de loonkosten dat aan de GREX/IMVA’s en kredieten moet worden toegerekend.

Op basis daarvan wordt ook de toe te rekenen overhead begroot middels de overheadopslag. In totaal wordt € 374.000 aan overheadlasten toegerekend aan GREX/IMVA’s en kredieten en komt daarmee niet ten laste van programma zes Overhead. Meer over de algemene bedrijfsvoering leest u ook terug in de paragraaf bedrijfsvoering van deze begroting.

63

Vennootschapsbelastingplicht Begroting 2025 Sinds de invoering van de wet ‘modernisering Vennootschapsbelastingplicht (Vpb) in 2016 voor overheidsondernemingen’ geldt voor ons een VPB-plicht voor het cluster Grondexploitaties én het cluster Afval opbrengst recycleerbare reststromen. Op basis van een beoordeling van de gegevens inzake opbrengsten en toerekenbare kosten van de zonnepanelen blijkt dat deze activiteit structureel verlieslatend is. In 2024 is er een nieuwe grondexploitatie bijgekomen: grex Hart van Haghorst. Deze grondexploitatie heeft betrekking op de bouw van 23 woningen gelegen naast het nieuwe gemeenschapshuis, basisschool, kinderopvang en gymzaal in Haghorst. Ook grex Vroonacker 4 worden opgestart. In 2025 zullen de grondexploitaties Leeuwerik IV, De Wingerd, en Slibbroek in exploitatie worden genomen. Kosten In de volgende tabel vindt u een overzicht van de begrote kosten en opbrengsten voor uitvoering van dit thema. In het overzicht geven wij expliciet inzicht in welke ontwikkelingen uit de voorjaarsnota(+) 2024 in dit thema financieel landen. Ook de nieuwe ontwikkelingen die we in deze begroting hebben doorgevoerd en in dit thema financieel landen maken we hier inzichtelijk. Overhead ( x € 1.000)

Lasten

Baten

Saldo 2025

Saldi uitvoering bestaand beleid

7.601

129

-7.473

2027

2028

-7.336 -7.166

2026

-7.234

35

0

-35

-15

-15

0

20

0

-20

-61

-61

-61

0

0

0

28

28

28

Onderzoek kostendekkendheid

10

0

-10

0

0

0

Formatie teamleiders (knop 55) Adviseur dienstverlening digitale en open overheid (knop 57) Formatie Team P&O (knop 59) Kosten actieprogramma organisatieontwikkeling SKV 2023-2027 (knop 61) Zaakgericht werken & Archief (knop 63)

154

0

-154

-154

-154

-154

73

50

-23

-23

-53

-53

48

0

-48

-48

-48

-48

30

0

-30

-30

-30

0

45

0

-45

0

0

0

Frictiebudget

100

0

-100

0

0

0

Initiatieven coördinator

45

0

-45

-45

-45

0

Saldi begroting 2025-2028

8.161

179

-7.983

-7.684 -7.544

-7.522

Mutaties voorjaarsnota(+) 2024 Autonome ontwikkelingen Opstellen participatieverordening inclusief participatie uitvoeringsplan Hilvarenbeek (knop 16) Nieuwe ontwikkelingen Audiovisuele middelen raadszaal en ontmoetingsruimte (knop 58) Dekkingsmaatregelen Bezuinigen op facilitaire zaken (knop 110) Mutaties begroting 2025

64

Mutaties voorjaarsnota(+) 2024 Autonome ontwikkelingen Opstellen participatieverordening inclusief participatie uitvoeringsplan Hilvarenbeek (knop 16) Volgens de inspraakverordening (die gemeenten al hebben, zie de Gemeentewet artikel 150) moeten gemeenten inwoners betrekken bij de voorbereiding van beleid. Als een gemeente niets anders regelt in de inspraakverordening, geldt de uniforme openbare voorbereidingsprocedure (UOV) uit afdeling 3.4 van de Algemene wet bestuursrecht (Awb). Met het wetsvoorstel en de beoogde participatieverordening wordt de inspraakverordening uitgebreid: een gemeente regelt niet alleen betrokkenheid bij de voorbereiding, maar ook bij de uitvoering en evaluatie van het beleid. In het wetsvoorstel wordt ook de mogelijkheid van uitdaagrecht (ook bekend als het Right to Challenge) geregeld. Het is aan de gemeenteraad om daar regels over op te stellen. Met de bespreking van het onderwerp democratische vernieuwing op 14 maart 2024 gaf uw raad de opdracht voor aanpassing van het participatiebeleid en het opstellen van een daaruit voortvloeiende participatieverordening. Vanuit democratische vernieuwing stellen we een visie op participatie op. Deze vertalen we naar participatiebeleid (herijking van het Beeks model) en vervolgens naar een participatieverordening en -uitvoeringsplan voor de organisatie. Hiervoor is budget nodig voor de jaren 2025, 2026 en 2027.

Nieuwe ontwikkelingen Audiovisuele middelen raadszaal en ontmoetingsruimte (knop 58) Investering De audiovisuele middelen in raadszaal en ontmoetingsruimte zijn toe aan vervanging. Het investeringskrediet voor de aanschaf van de middelen in de raadzaal is onvoldoende als we kiezen voor een duurzame oplossing in plaats van een snelle oplossing (alleen de microfoons te vervangen). Om technisch en digitaal in een duurzaam/toekomstgericht vergaderproces te voorzien, met een integratie met het raadsinformatiesysteem, is de aanschaf van breed pakket benodigd. Ook de apparatuur in de Ontmoetingsruimte is aan vervanging toe. De geschatte kosten zijn € 400.000 voor de investering in 2025 en € 40.000 voorbereidingskosten/projectleiding in 2024/2025. Met de toekomstgerichte aanpak bevorderen we de betrokkenheid van onze inwoners bij het bestuurlijke proces, digitale verslaglegging, uitwisseling van informatie en voldoen we aan wetgeving/archivering. De aanbesteding vraagt om een projectmatige aanpak met externe ondersteuning, waarbij we de griffie en gemeenteraad betrekken. De jaarlijkse last is gebaseerd op een afschrijving van 8 jaar. Jaarlijkse beheer- onderhoud- en supportkosten) De jaarlijkse kosten bedragen € 16.000, waarvan we € 8.000 kunnen dekken binnen bestaande middelen. Dekkingsmaatrgelen Bezuinigen op facilitaire zaken (knop 110) Er zijn mogelijkheden op het gebied van: 1.

Het in GHO-verband inrichten van de repro 2. Het in GHO-verband inrichten van het KKC 3. Het in GHO-verband inrichten van de postkamer 4. Het in GHO-verband inrichten van een team bedrijfsvoering 5. Het in GHO-verband inrichten van een team juridische zaken 6. Het in GHO-verband inrichten van een team AO-IC Deze constructie is al gekozen voor de afdelingen inkopen en data. Dat draait naar tevredenheid. Ook loopt er een onderzoek voor P&O en financiën om dit ook te doen.

65

Mutaties begroting 2025 Onderzoek kostendekkendheid Voor 2025 besloot de gemeenteraad via een amendement op het raadsvoorstel tot vaststelling van de Strategische analyse financiën inclusief Voorjaarsnota 2024 de opdracht mee te geven om te onderzoeken of door efficiëntere werkwijze en minder regelgeving de legeskosten zijn te beperken waardoor verhoging beperkt nodig is. In deze begroting ramen we hiervoor een bedrag van € 10.000. Formatie teamleiders (knop 55) De gemeenteraad van Hilvarenbeek koos voor scenario ‘Samenwerkend Hilvarenbeek’ om beter voorbereid te zijn op grotere opgaven en omwille van een open en samenwerkende opstelling. Voor de complexere vraagstukken in Hilvarenbeek en voor de aansturing van onze organisatie op concernniveau is een zorgvuldige afweging van belangen en prioriteiten nodig, rekening houdend met maatschappelijke context, politiek-bestuurlijke omgeving en afstemming, beleidsnetwerken en de ontwikkeling van de ambtelijke organisatie. Om onze samenleving goed te blijven bedienen in veranderende tijden, zijn strategische slagkracht, toekomstgericht denken en leiderschap vanuit de topstructuur van de organisatie daarom een randvoorwaarde. Extra formatie voor teamleiders in de organisatie maakt onze afdelingshoofden (MT-leden) meer vrij voor focus op strategische ontwikkeling en taken.

Het haalt heel concreet de directe aansturing van meerdere (grotere en kleinere) teams weg. Elke extra teamleider kan tot vijftien medewerkers in de individuele- en teamaansturing wegnemen bij een afdelingshoofd. En aan die teams de aandacht en sturing geven die zij nu – van wege de te grote span of control van de afdelingshoofden – op momenten onvoldoende kunnen krijgen. Het MT als geheel, algemeen directeur en afdelingshoofden, kan vanuit die vrijgekomen ruimte op concernverantwoordelijkheid beter (-) sturen op planmatig werken en procesoptimalisatie, (-) grip versterken op collegeopgaven (realiseren van ambities voor onze samenleving) organisatieontwikkeling (waaronder aandacht voor cultuurontwikkeling) en de lopende organisatie (going concern), (-) kansen benutten in netwerken op landelijk, provinciaal, regionaal en in GHOverband, en (-) koersvast de visie achter scenario II ‘Samenwerkend Hilvarenbeek’ uitrollen. Omdat ons sturingsconcept voorschrijft dat elke teamleider 50% leidinggevende is, en 50% inhoudelijke taken uitvoert, zal elke 0,5 fte aan teamleidersformatie praktisch gekoppeld worden aan 0,5 fte inhoudelijke formatie (passend bij de aan te sturen teams). Driemaal 0,5 fte aan teamleidersformatie leidt in de praktijk dus tot 3 nieuwe teamleiders van 1,0 fte (met 50% leidinggevende en 50% inhoudelijk taken).

Kortom, door de knop VJN24/55 toch aan te zetten, dragen we direct bij aan grip op grotere opgaven en de inzet van de organisatie daarop, op het versterken van onze externe oriëntatie, op toekomstgericht- en het van-buiten-naar-binnen-denken, en op strategische samenwerking in onze gemeente, in omliggende regio’s en in de grotere verbanden. Adviseur dienstverlening digitale en open overheid (knop 57) Als Samenwerkend Hilvarenbeek zijn we responsief en een onderdeel van onze samenleving. We vergroten onze slagkracht om te komen tot een betere dienstverlening. We werken samen met onze inwoners en ondernemers. En we zijn wendbaar. Vanuit dit scenario zien we urgentie en aanleiding om de nieuwe formatie Adviseur dienstverlening digitale en open overheid (WOO) niet enkel te beperken tot de formatie waarvoor het Rijk ons dekking geeft. De dekking vanuit het Rijk voor basisformatie geeft ons de ruimte om vanuit wettelijke gronden WOOprocessen te borgen (prio 1). Én om activiteiten voortkomend uit wetten als de WMEBV of WEP goed op te pakken (prio 2). Binnen de ruimte waarvoor het Rijk dekking geeft, krijgen niet-wettelijke inspan-

66

ningen op onze dienstverlening (prio 3: een ontwikkelstrategie met grote en kleine verbeterinitiatieven) echter geen of minder ruimte. Het gaat dan om de inzet van handige overheidsportalen en -apps, vernieuwingen in de manier van open communicatie en dienstverlening met onze inwoners (denk aan het digitaal kunnen volgen van de status van een aanvraag, verzoek of proces), of organisatiebrede procesaanpassingen naar aanleiding van analyses op onze servicenormen (verbeterplan Nulmeting Dienstverlening). We stellen daarom voor om knop VJN24/57 alsnog structureel voor € 73.000 ‘aan’ te zetten, waarbij de dekking voor 2025 e.v. respectievelijk € 50.000, € 50.000, € 20.000 en € 20.000 zal zijn. Het ruimer neerzetten van deze formatie draagt direct bij aan een open en samenwerkende relatie van onze gehele organisatie met onze inwoners, verenigingen en ondernemers, en aan het continu verbeteren van onze digitale dienstverlening aan de hand van analyses op onze servicenormen. Formatie Team P&O (knop 59) De gemeenteraad van Hilvarenbeek koos voor ‘Samenwerkend Hilvarenbeek’ om beter voorbereid te zijn op grotere opgaven. Om onze inwoners goed te blijven bedienen in veranderende tijden, wil Team P&O de samenwerking en kennisdeling met nabije gemeenten, relevante netwerken en stakeholders actief versterken.

Extra capaciteit in Team P&O, ook al is het nu 0,5 fte in plaats van de benodigde 1,0 fte, zetten wij in om onze positie in de GHO-samenwerking en in (arbeidsmarkt)netwerken in regio en provincie te versterken – en via die samenwerking onze positie op de arbeidsmarkt. We gaan meer van buiten naar binnen denken. Daarnaast speelt Team P&O een belangrijke rol in de uitvoering van het organisatie-ontwikkelprogramma ‘Samen Krachtig Vooruit’. Met de extra formatie kan Team P&O haar rol oppakken door verbeteringen door te voeren in onze onboarding en bij het aanpakken van de uitkomsten van ons werkdrukonderzoek. Team P&O wil de uitbreiding van formatie aanvullend gebruiken om de potentiële inzet van trainees en stagiairs beter te benutten in onze organisatie, en actiever te werken aan talentmanagement en aan diversiteit en inclusie. Op deze manier werken we aan onze doelstelling om gekwalificeerd personeel blijven aantrekken én behouden. Kortom, deze formatie draagt bij aan een beter werkgeversimago, een sterkere positie op de arbeidsmarkt en een sterker personeelsbestand, en daardoor een hogere kwaliteit van dienstverlening. Onze medewerkers zijn het visitekaartje van onze gemeentelijke organisatie.

Kosten actieprogramma organisatieontwikkeling SKV 2023-2027 (knop 61) We werken de afgelopen en komende jaren aan onze organisatieontwikkeling “Samen Krachtig Vooruit”, zodat we blijvend kunnen leren en groeien, aan onze missie werken, de juiste mensen in huis halen en houden, en inspelen op ontwikkelingen. Uitvoeren Actieprogramma Samen Krachtig Vooruit 2024-2027 Samenwerken met onze samenleving en met andere gemeenten en partijen kan alleen als we zelf stevig in onze schoenen staan. Ons programma organisatieontwikkeling zet in op continu ontwikkelen, eigenaarschap tonen, verplaatsen in de klant en planmatig werken. Verschillende activiteiten die we beogen uit te voeren vanuit dit programma, voeren we ‘binnen budget’ uit – met eigen mensen, vanuit bestaande (opleidings)budgetten of omdat ze al inclusief budget belegd zijn in bestuurlijke opgaven (zoals het opstellen van de Wervingsstrategie, of het werken aan Democratische Vernieuwing). Voor andere activiteiten hebben we in 2025 e.v. budget nodig. Al is het minder dan oorspronkelijk geraamd, met € 30.000 voor de komende drie jaar kunnen wij toch extra inspanningen leveren op het Plan van Aanpak Nulmeting Dienstverlening, het leertraject Vergroten Strategische Slagkracht, de invoering van Procesoptimalisatie, en het oppakken van aanbevelingen uit het Werkdrukonderzoek. Zo-

67

doende verbeteren we onze dienstverlening aan de inwoner, versterken we onze positie en meerwaarde in de samenwerking met samenleving en andere gemeenten, werken we efficiënter (wat leidt tot meer doen met minder inzet) en verbeteren we de belastbaarheid van onze organisatie. Vasthouden en doorzetten cultuurontwikkeling Een belangrijk punt in het werken aan de lerende organisatie is cultuurontwikkeling. In 2023 en 2024 zijn we gestart met cultuurontwikkeling. De aftrap lag bij afdeling Ruimte. We legden belemmerende cultuurpatronen bloot en werkten aan actieve ombuiging naar helpende cultuurpatronen. College en MT haken op dat proces aan; patronen komen meestal niet alleen op één afdeling voor, maar vinden hun basis of oorsprong breder in de ‘onderstroom’ van een organisatie. In 2024 en 2025 sluiten we ook de afdelingen Samenleving en Dienstverlening aan op de cultuurontwikkeling. In het sluitstuk van de cultuurontwikkeling in 2025 en 2026 integreren we bevindingen en opbrengsten, en borgen we helpende cultuurpatronen. Cultuurontwikkeling blijft onderdeel van de overkoepelende organisatieontwikkeling. We borgen deze inzet dan ook in het op te stellen Actieprogramma Samen Krachtig Vooruit 2024-2027. Versterken strategische slagkracht Om ons strategisch vermogen te vergroten, loopt in 2024 de opgave collegeprogramma ‘Versterken strategische slagkracht’.

Opbrengst is een definitie van strategie en strategisch in de context van gemeente Hilvarenbeek, duiding van functies met een strategische component, een voorstel voor leertraject/ impuls voor medewerkers in deze functies + overige aanbevelingen, te integreren in het Actieprogramma SKV 2024-2027. In 2025 gaan we verder met de uitvoering van het leertraject/ de impuls voor de betreffende medewerkers. We gaan daarbij zo mogelijk uit van incompany trainingen om schaalvoordeel te behalen. Hierna borgen we periodieke opfrissers en bijscholing, zodat we voor de lange termijn het strategisch vermogen in de juiste functies kunnen borgen. We zoeken hierbij de samenwerking met GHO op Zaakgericht werken & Archief (knop 63) Het zijn van een gemeente die wil anticiperen op grote opgaven en die een open en samenwerkende rol aan wil nemen, is niet verenigbaar met een gemeente die mogelijk onder verscherpt toezicht komt te staan wegens het niet voldoen aan een wettelijke taak. Als we het archiefbeheer niet volgens het vastgestelde verbeterplan uitvoeren en stukken naar hun bewaarplaats overdragen, lopen we dat risico echter wel. Met de huidige teambezetting lukt het niet om dit tijdig te organiseren. Achterstanden zijn ontstaan door veranderingen van analoog naar digitaal beheer en (nog steeds) de gevolgen van de brand in 2015.

Door in 2025 toch eenmalig € 45.000 te investeren in externe inzet op deze taak, zijn we vervolgens van onze achterstanden af en kunnen we met het team verder inzetten op efficiënt en effectief informatie- en archiefbeheer. Frictiebudget Bij het vaststellen van de strategische financiële analyse zijn verschillende structurele besparingsopgaven ontstaan. Het college neemt daarbij aan dat het nodig kan zijn incidenteel kosten te maken om een structurele besparingsopgave mogelijk te maken. Het kan daarbij bijvoorbeeld gaan om onderzoekskosten of kosten voor de inhuur van capaciteit. Om in algemene zin hiervoor dekking te hebben stellen we voor hiervoor een frictiebudget van € 100.000 beschikbaar te stellen. Initiatieven coördinator Om ervoor te zorgen dat we de komende jaren goed kunnen aansluiten op de collectieve initiatieven die door de verbinders van Tussenheid worden ondersteund en worden aangeleverd vragen we voor een periode van 3 jaar capaciteit voor het inrichten van 0,5 FTE voor een initiatieven coördinator.

68

Hiermee is € 45.000 per jaar gemoeid. In totaal € 135.000. De initiatieven coördinator is in huis de verbinder tussen enerzijds het maatschappelijk, economisch en ruimtelijk domein en anderzijds de initiatiefnemers en de verbinders buiten huis.

Overige verplichte hoofdstukonderdelen per programma Het Besluit begroting en verantwoording provincies en gemeenten (BBV) verplicht ons de beleidsdoelstelling van een verbonden partij op te nemen in de programma indeling van het begrotingsboekwerk. Ook is het verplicht om enkele voorgeschreven beleidsindicatoren in de programma indeling van het begrotingsboekwerk op te nemen. Wij kiezen er voor deze informatie niet per programma maar centraal weer te geven. Wij verwijzen u hiervoor dan ook respectievelijk naar de paragraaf ‘verbonden partijen’ en de bijlage ‘beleidsindicatoren’.

69

Beleidsbegroting 2. Paragrafen

70

Paragraaf 1

2.1 Lokale heffingen

We gaan in deze paragraaf in op de ontwikkeling van de lokale algemene belastingen en de gevolgen voor de lokale belastingdruk. We sluiten de paragraaf af met het kwijtscheldingsbeleid. Eerst lichten we het verschil toe tussen algemene belastingen, bestemmingsbelastingen en retributies. Algemene belastingen De opbrengsten van de algemene belastingen gaan naar de algemene middelen van de gemeente. Algemene belastingen zijn onroerende-zaakbelastingen (OZB), forensenbelasting, toeristenbelasting en precariobelasting. Bestemmingsbelastingen Onze bestemmingsbelastingen bestaan uit rioolheffing en afvalstoffenheffing. Bestemmingsbelastingen zijn belastingen waarvan de opbrengsten zijn bestemd voor specifieke taken of voorzieningen met een duidelijk algemeen belang. Een gemeente mag op basis van de Gemeentewet artikel 229b niet meer heffen dan de begrote kosten die gedekt worden met de specifieke belasting. De mate waarin we de kosten betalen met de opbrengsten wordt kostendekkendheid genoemd. De kostendekkendheid is opgenomen in bijlage ‘onderbouwing kostendekkendheid heffingen’. Retributies Retributies worden geheven aan personen aan wie de gemeente een specifieke dienst verleent. De belangrijkste retributies zijn leges. Voor een dienst die bij de gemeente aangevraagd is zijn leges verschuldigd. Denk hierbij aan het aanvragen van een omgevingsvergunning of een paspoort.

Net als bij bestemmingsbelastingen mogen de retributies niet meer dan kostendekkend zijn.

Lokale heffingen Onroerende-zaakbelastingen (OZB) De OZB heffen we over onroerende zaken in de gemeente. Het gaat om twee belastingen; een eigenarenbelasting en een gebruikersbelasting. Het gebruikersdeel van de OZB geldt alleen voor niet-woningen. Huurders van een woning betalen dus geen OZB. Jaarlijks vastgestelde indexatie We indexeren onze opbrengst - volgens bestaand beleid - jaarlijks met 2,25%. Waardeontwikkelingen Jaarlijks worden - op grond van de Wet waardering onroerende zaken - alle onroerende zaken gewaardeerd. De waardeontwikkeling verdisconteren we in het tarief.

71

Bij een waardestijging verlagen we het tarief OZB om niet meer dan de gewenste geïndexeerde totaalopbrengst (exclusief areaal = volume-toename aantallen) te genereren. Dit uitgangspunt werkt uiteraard ook andersom. Wanneer de WOZ-waarde daalt, moeten we met een hoger tarief de begrote totaalopbrengst behalen. Nacalculatie waardeontwikkeling naar peildatum 1 januari 2023 Bij de bepaling van de tarieven 2024 hielden we voor de woningen rekening met een stijging van 3,0 % en voor niet-woningen een stijging van 2,0 %. Nu blijkt dat de gemiddelde waarde van de woningen steeg met 3,43 % en de waarde van niet woningen met gemiddeld 1,8 %. We verrekenen de afwijkende mutatie van de waarde woningen en niet-woningen met de tarieven 2025. Als we dit niet doen, dan sluit de OZB in absolute zin niet meer aan op de afgesproken indexering. Verwachte waardeontwikkeling naar peildatum 1 januari 2024 We rekenen met een waardeontwikkeling naar peildatum 1 januari 2024. De ontwikkeling voor onze gemeente is nog niet bekend. Vandaar dat we vooralsnog rekenen met de landelijke inschatting bij de meicirculaire 2024 van de waardeontwikkeling. Dit leidt tot een waardestijging van 3,5 % voor de woningen en voor niet-woningen van 1,25 %. We maken dit onderscheid omdat de waardeontwikkeling van beide categorieën van elkaar verschilt.

Tarieven 2025 Rekening houdend met het vorenstaande komen de tarieven 2025 uit op: Categorie Tarief 2025 Woningen Eigenaren 0,0883 % Niet-woningen Eigenaren 0,2505 % Niet-woningen Gebruikers 0,2094 % Tabel - Tarievenoverzicht OZB

De berekening leidt tot een geraamde totaalopbrengst OZB 2025 van afgerond € 5.014.000. Toeristenbelasting Bij de voorjaarsnota 2020 heeft u gekozen om de toeristenbelasting stapsgewijs te verhogen met 17% per jaar tot en met 2025. Bij de begroting 2023 heeft u gekozen om de tarieven te bevriezen tot en met 2026. De tarieven bedragen: - € 1,90 per overnachting voor groepsaccommodatie; - € 1,90 per overnachting voor mobiel kampeeronderkomen en/of op vaste standplaatsen op een mini-camping; - € 2,15 per overnachting voor mobiel kampeeronderkomen en/of op vaste standplaatsen niet zijnde een mini-camping; - € 2,65 per overnachting voor overige accommodaties; - € 382,40 jaartarief mobiel kampeeronderkomen of stacaravan op vaste standplaats Forensenbelasting We heffen forensenbelasting van natuurlijke personen die geen hoofdverblijf in de gemeente hebben, maar gedurende meer dan negentig dagen van het belastingjaar een gemeubileerde woning beschikbaar houden voor zichzelf of voor hun gezin. In de regel gaat het om eigenaren en gebruikers van recreatieverblijven, zoals vakantiewoningen of stacaravans.

72

De forensenbelasting kent een laag en een hoog tarief. Welk tarief van toepassing is, dat hangt af van de WOZ-waarde van het object. In de voorgaande belastingjaren gold voor objecten tot € 65.000 het lage tarief en voor objecten vanaf € 65.000 het hoge tarief. Voor 2025 handhaven we beide categorieën. In lijn met de toeristenbelasting verhogen we de tarieven voor 2025 niet. Laag tarief Hoog tarief

2025 € 382,40 € 792,40

2024 € 382,40 € 792,40

2023 € 382,40 € 792,40

2022 € 356,20 € 738,20

Tabel - Tarievenoverzicht forensenbelasting ten opzichte van vorige jaren

Vermakelijkhedenretributie De maatstaf voor de heffing is het aantal bezoekers van een vermakelijkheid dat de 20.000 bezoekers overstijgt. We verhogen het tarief met de standaard indexatie van 2,25 % en ronden het tarief naar boven af. We verhogen het tarief van € 0,18 naar € 0,19. Precariobelasting gebruik openbare ruimte Gemeenten kunnen precariobelasting heffen voor het gebruik van de openbare ruimte door particulieren en bedrijven. Denk bijvoorbeeld aan gebruik voor terrassen en reclameborden. Wij heffen vanaf 2015 precariobelasting voor terrassen op gemeentegrond. We verhogen het tarief met de standaard indexatie van 2,25%. Het tarief voor 2025 bedraagt daarmee € 22,80 per m2 per seizoen voor voorwerpen (stoelen, tafels, banken en andere voorwerpen) onder, op of boven een terras. Het maximumaantal vierkante meters is 50m2. Marktgelden We verhogen het tarief met de standaard indexatie van 2,25% van € 69,20 naar € 70,75 per kwartaal per standplaats van vier strekkende meter. Rioolheffing We belasten niet alleen de gebruikers van het rioolstelsel maar ook degenen die profiteren van onze hemelwaterafvoer en van de maatregelen die we nemen voor onze grondwaterstand. Dus ook eigenaren van panden, die geen gebruikers zijn. De rioolheffing kent voor agrarische percelen een speciale regeling.

Al het water dat zij naar hun perceel toevoeren, lozen zij namelijk niet volledig via de gemeentelijke riolering. De gevolgen van de veranderde heffingssystematiek van de rioolheffing voor de agrariërs minimaliseren we door een speciale regeling voor agrarische percelen te handhaven. We bepalen de rioolheffing op basis van het gebruik, maar de agrarische percelen plaatsen we standaard in de derde staffel van de rioolheffing. Deze staffelcode is van toepassing bij een waterverbruik tussen 251 m3 en 500 m3 per jaar. De tariefstijging is in beginsel beperkt tot een trendmatige correctie van 2,25%. Dit is in overeenstemming met het in februari 2022 door de gemeenteraad vastgestelde nieuwe riool- en waterplan. De voorgestelde tariefsaanpassing, samen met de voorziene jaarlijkse onttrekking aan de egalisatievoorziening riolering, leidt net als voorgaande jaren tot 100 % kostendekkendheid. Extra indexering raadsbesluit vaststelling Strategische Analyse Financiën (incl. vjn+24) (SAFV) In de door de gemeenteraad op 4 juli 2024 vastgestelde SAFV is met knop 88 dekkingsmaatregel ‘Kostendekkendheid Rioolheffing verhogen’ besloten om € 90.000 aan kosten van onder andere straatreiniging voortaan toe te rekenen aan riolering. Hiermee stijgen de tarieven rioolheffing extra met € 5,58 %.

73

Eigenaren woningen Eigenaren niet-woningen Eigenaren garageboxen Gebruikers afgevoerd water tot en met 130 m3 Gebruikers afgevoerd water van 131 tot en met 250 m3 Gebruikers afgevoerd water van 251 tot en met 500 m3 Gebruikers afgevoerd water van 501 tot en met 1.500 m3 Gebruikers afgevoerd water van 1.501 tot en met 5.000 m3 Gebruikers afgevoerd water van 5.001 m3 en meer

Tarief 2025 122,57 209,54 61,63 35,40 147,96 333,00 764,16 1.528,20 3.056,64

Tarief 2024 113,67 194,32 57,15 32,88 137,16 308,76 708,60 1.417,20 2.834,64

Tabel – Ontwikkeling Tarieven Rioolheffing met 7,83% (2,25% + 5,58%)

Afvalstoffenheffing Met de opbrengsten van de afvalstoffenheffing betalen we voor 100% de kosten die we kwijt zijn aan inzamelen en verwerken van huishoudelijk restafval. Het huishoudelijk afval zamelen we in via afzonderlijke minicontainers. Een aantal (appartementen)complexen heeft een eigen inzamelsysteem met ondergrondse containers. Daarnaast hebben we ook de milieustraat, waar huishoudens verschillende afvalstromen kunnen brengen. In april 2024 startten we met de nieuwe inzamelsystematiek en frequentie van de verschillende afvalstromen. De vaststelling van de tarieven 2024 was nog omgeven met een groot aantal aannames. Dit zijn aannames over het aantal ledigingen en te verwerken tonnages in verband met ontbreken van ervaringsgegevens. Op basis van ervaringsgegevens stellen wij de voorgestelde tarieven op een later moment zo nodig verder bij. Met de vaststelling van de Strategische Analyse Financiën (incl. vjn+24) (SAFV) op 4 juli 2024 stemde de gemeenteraad met knop 12 en 86 ook in met aanpassingen binnen het product afval en de daarmee gepaard gaande kosten. GFE-cocons Dit zijn kleine verzamelcontainers voor groente-, fruit- en etensresten voor de hoogbouw. De aanschaf en lediging daarvan leidt tot een extra structurele last van € 19.000. Aparte inzameling van luier- en incontinentiemateriaal Per 1 maart 2024 zijn er op 10 locaties wijkverzamelcontainers geplaatst.

De structurele lasten bedragen € 21.000 en bestaan uit het ledigen en huur van de containers, op- en overslag en verwerkingskosten. Toerekening kosten van onder andere straatreiniging aan afvalstoffenheffing Met knop 86 dekkingsmaatregel ‘Kostendekkendheid Afvalstoffenheffing verhogen’ is besloten om € 60.000 aan kosten van onder andere straatreiniging voortaan toe te rekenen aan afvalstoffenheffing. In totaal rekenen we in 2025 ten opzichte van 2024 dus € 100.000 meer door aan afvalstoffenheffing, die we verwerken via de tarieven voor vast recht met 9,70%. We indexeringen daardoor het tarief voor vast recht met 11,95 %, zijnde de reguliere indexering van 2,25% verhoog met de extra indexering van 9,70%. De tarieven voor het variabel deel verhogen we met de reguliere indexering van € 2,25%.

74

Vast tarief per maand Variabel tarief per lediging Restafvalcontainer 120 liter Gemiddeld aantal ledigingen Restafval per object per jaar

Tarief 2025 14,00 11,20 4,60

Tarief 2024 12,50 10,95 4,60

Variabel tarief per lediging GFT-afval Gemiddeld aantal ledigingen GFT-afval per object per jaar

2,49 5,09

2,44 5,09

Tarief per inworp 60lt zak in ondergrondse container Gemiddeld aantal inworpen 60lt zak in ondergrondse container per jaar

5,59

5,47

9,2

9,2

Tabel - Tarievenoverzicht afvalstoffenheffing

Leges De legesverordening omvat de belastingtarieven voor onder andere burgerzaken, de APV en de omgevingsvergunningen. Voor de legesverordening en de daarbij behorende tarieventabel is het belangrijk om de tarieven niet zodanig vast te stellen dat de geraamde baten uitkomen boven de geraamde lasten. We spreken ook wel over de opbrengstenlimiet ofwel de kostendekkendheid. Dit is expliciet bepaald in artikel 229b lid 1 Gemeentewet. De totale kostendekkendheid zoals opgenomen in het raadsvoorstel belastingverordeningen voor de leges komt neer op 75%. Voor 2025 besloot de gemeenteraad via een amendement op het raadsvoorstel tot vaststelling van de Strategische analyse financiën inclusief Voorjaarsnota 2024 de opdracht mee te geven om te onderzoeken of door efficiëntere werkwijze en minder regelgeving de legeskosten zijn te beperken waardoor verhoging beperkt nodig is. In deze begroting ramen we hiervoor een bedrag van € 10.000. Een overzicht van deze kostendekkendheid vindt u ook in de bijlage van deze begroting. Per Hoofdstuk van de legesverordening doen zich op hoofdlijnen de volgende wijzigingen voor vanaf jaar 2025: Hoofdstuk 1: De meeste tarieven zijn geïndexeerd. Bij reisdocumenten, Nederlandse identiteitskaart en rijbewijzen gelden wettelijke maximumtarieven.

Er is gerekend met de voorlopige wettelijke tarieven per belastingjaar 2024 omdat de nieuwe wettelijke tarieven nog niet bekend zijn. Hoofdstuk 2: Door de inwerkingtreding van de Omgevingswet zijn in december 2023 nog veel aanvragen onder het oude regime aangevraagd en in de loop van het belastingjaar 2024 verleend. Voor 2025 is een nieuwe inschatting gemaakt omdat de kengetallen onder de nieuwe Omgevingswet zijn nog (te) beperkt om verdere aanpassingen door te voeren. Gedurende de jaren 2024 en 2025 is monitoring gewenst zodat de uitkomsten gebruikt kunnen worden voor de kostendekkendheid per belastingjaar 2026. Er zijn in 2024 nog geen inkomsten verkregen op het gebied van de Milieubelastende Activiteit (MBA). Ook voor 2025 geeft de OMWB weer een (hoge) raming af voor het aantal te verwachten aanvragen. Deze raming is neerwaarts bijgesteld vanuit het voorzichtigheidsprincipe waarbij de verwachte uitgaven en de verwachte opbrengsten leges lager zijn geraamd. Hoofdstuk 3: De tarieven zijn geïndexeerd.

75

Ontwikkeling totale belastingdruk In deze paragraaf vergelijken we de totale gemeentelijke lasten 2025 voor een gemiddeld gezin ten opzichte van 2024. Dit doen we voor zowel een eigenaar als voor een huurder van een woning. Bedragen x € 1 Afgerond op hele euro’s Afvalstoffenheffing Rioolheffing OZB – eigenaar Totaal

2025 232 271 427 930

2024 213 251 418 882

Mutatie 2025 tov 2024 8,90 % stijging 7,83 % stijging 2.25 % stijging 5,44 % stijging

Tabel – Ontwikkeling Belastingdruk eigenaar woning

Bedragen x € 1 Afgerond op hele euro’s Afvalstoffenheffing Rioolheffing OZB – eigenaar Totaal

2025 232 148 Nvt 380

2024 213 137 Nvt 350

Mutatie 2025 tov 2024 8,90 % stijging 7,83 % stijging 8,57 % stijging

Tabel – Ontwikkeling Belastingdruk huurder woning

Volgens de Atlas Lokale Lasten van Coelo bedragen de gemiddelde lokale lasten in 2024 voor: - een meerpersoonshuishouden met een eigen woning € 994 - meerpersoonshuishoudens met een huurwoning € 457. Uitgangspunten Bij de bepaling van de belastingdruk zijn we uitgegaan van de volgende uitgangspunten: Afvalstoffenheffing Afvalstoffenheffing

Vast tarief per maand Variabel tarief per lediging restafval Variabel tarief per lediging GFTafval Totalen afgerond

Tarief 2025

Tarief 2024

Aantal ledigingen 2025

Aantal ledigingen 2024

Totaal 2025

Totaal 2024

14,00 11,20

12,50 10,95

12 maanden 4,60

12 maanden 4,60

168,00 51,52

150,00 50,37

2,49

2,44

5,09

5,09

12,67

12,42

232

213

Tabel - Afvalstoffenheffing

Rioolheffing We hanteren de staffel van 131 m3 tot en met 250 m3 waterverbruik als grondslag voor de berekening van de rioolheffing en gaan uit van een twee ouderhuishouden met één kind. OZB – eigenaar Voor de OZB-vergelijking rekenen we met de volgende uitgangspunten: - voor het jaar 2024 rekenen we met een gemiddelde WOZ-waarde van € 468.000 (ontleend aan voorlopige cijfers van het CBS naar de stand van juni 2024) - voor het jaar 2025 rekenen we met een gemiddelde WOZ-waarde van € 484.000 (voorlopige WOZ waarde € 468.000 verhoogd met 3,5% voorlopige inschatting waardeontwikkeling)

76

Gemeentelijk kwijtscheldingsbeleid We voeren een actief kwijtscheldingsbeleid voor afvalstoffenheffing en rioolheffing. De begrote kosten bedragen € 23.000 voor het kwijtscheldingsbeleid voor afvalstoffenheffing en rioolheffing (exclusief uitvoeringskosten).

77

Paragraaf 2

2.2

Weerstandsvermogen

en

risicobeheersing

In deze paragraaf leest u meer over ons risicoprofiel en hoe we dit opvangen met onze weerstandscapaciteit. Deze weerstandscapaciteit bestaat uit de middelen om substantiële onverwachte kosten af te dekken, zonder dat dit ten koste gaat van het bestaand beleid. Het weerstandsvermogen is de mate waarin we de risico’s op kunnen vangen met onze weerstandscapaciteit. In de nota ‘risicomanagement & weerstandsvermogen’ beschrijven we hoe we risicomanagement toepassen als vast proces in onze bedrijfsvoering. In deze paragraaf beoordelen we ook onze financiële positie aan de hand van vijf kengetallen.

Beoordelen risico’s Om te bepalen welke risico’s de meeste aandacht verdienen, kwantificeren we ze. We schatten per risico in hoe waarschijnlijk het is dat het gebeurt en hoe groot de financiële gevolgen zijn. Ontwikkelingen waarvan de kans 90% of meer is dat deze zich voordoen, nemen we niet mee omdat we dit niet als risico’s zien. We gebruiken de volgende scoringstabellen. Kans Gering (minder dan 1 x per 4 jaar) Gemiddeld (ongeveer 1 x per 4 jaar) Hoog (minimaal 1 x per jaar)

Score 1 3 5

Financieel gevolg (bij omzetverwachting van € 45.000.000) Gering (< 0,1% omzet = < € 45.000 Beperkt (> 0,1% omzet < 0,5 % omzet = tussen € 45.000 - € 225.000) Groot (> 0,5 % omzet = > € 225.000)

Score 1 2 3

Omdat risico’s zich niet allemaal tegelijkertijd voordoen, nemen we alle risico’s niet voor de volledige omvang mee. Aan de hand van de kans vermenigvuldigt met het gevolg van het risico berekenen we een score. Aan de hand van deze score voorzien we het risico van een ranking met impactcategorie. Afhankelijk van de impactcategorie nemen we een risico volledig, voor een deel of niet mee in de berekening van ons benodigd weerstandscapaciteit. Ranking Scores 10 en hoger Scores hoger dan 5, maar lager dan 10 Scores van 5 en lager

Impactcategorie Hoog risico Voor het risico dient 100% weerstandscapaciteit aanwezig te zijn. Beperkt risico Voor een structureel risico dient 25% weerstandscapaciteit aanwezig te zijn. Voor een incidenteel risico dient 50% weerstandscapaciteit aanwezig te zijn. Gering risico We achten het risico te dragen binnen de reguliere bedrijfsvoering

78

Opstellen risicoprofiel Het risicoprofiel bevat alle risico’s die we hebben uitgezocht in onze organisatie. We maken een onderscheid tussen de risico’s voor de ‘algemene dienst’ en risico’s voor de grondexploitaties. In deze paragraaf volstaan we met een samenvatting van de belangrijkste risico’s zoals bekend op 4 september 2024. Het gedetailleerd risicoprofiel vindt u in bijlage van deze begroting onder de ‘risicokaart’. Nr. 1. 2. 3. 4. 5. 6. 7. 8. 9. 10. 11. 12. 13. 14. 15.

Onderwerp Structurele risico's algemene dienst Huisvesting statushouders Vergoeding Gemeentelijke Opvang Oekraïners Jeugdhulpverlening (specialistische zorg) WMO middelen ontoereikend BUIG-middelen ontoereikend Structurele gevolgen omgevingswet Weerstandsvermogen Veiligheidsregio Midden- en West-Brabant Project Hart van Haghorst Toerekening uren aan investeringen en grondexploitaties Rentewijzigingen Algemene uitkering Oplopende prijzen Toenemende druk op gemeenten Stijgende ICT kosten Informatiewetten NL en Digital Decade 2030 EU Totaal structurele risico’s algemene dienst

1. 2. 3. 4. 5. 6.

Incidentele risico's algemene dienst Onvoorzien uit reguliere bedrijfsvoering / Algemeen bedrijfsrisico Huur Nieuwe Erf Wachtgeldregeling wethouders Pensioenregeling wethouders Gerechtelijke procedures en aansprakelijkheidsstellingen Deelname Regionaal Publiek Ontwikkelbedrijf Totaal incidentele risico’s algemene dienst

Nr. Onderwerp Risico’s grondbedrijf 1. Gelderakkers 2 2. Afzet gronden 3. Prijsrisico/inflatie 4. Geurcontour de Leeuwerik 3 5. Slibbroek-Noord 6. Vroonacker 4 7. Algemene risico’s bestemmingsplannen in voorbereiding Totaal risico’s grondbedrijf

Risico € 400.000 € 100.000 € 400.000 € 150.000 € 37.000 € 66.800 € 12.500 € 50.000 € 99.300 €0 € 140.000 €0 € 153.500 € 12.500 €0 € 1.602.400

€ 450.000 € 142.500 €0 €0 €0 €0 € 592.500

Risico €0 € 150.000 € 110.000 € 82.500 € 217.000 € 384.000 € 63.100 € 1.006.600

79

Weerstandscapaciteit De weerstandscapaciteit bestaat uit de middelen waarmee de gemeente in staat is om substantiële tegenvallers op te vangen zonder dat dit betekent dat we het beleid moeten wijzigen. We onderscheiden een structurele en een incidentele weerstandscapaciteit. We gaan hier nu verder op in. Structurele capaciteit Onze structurele weerstandscapaciteit bepalen we op basis van de onbenutte belastingcapaciteit voor de onroerende zaakbelastingen. We berekenen de onbenutte belastingcapaciteit op twee wijzen. Aan de ene kant houden we rekening met de meest recente OZB-tarieven van het gemiddeld niveau in Nederland. We hanteren deze onbenutte belastingcapaciteit voor onze weerstandscapaciteit. Aan de andere kant laten we ook de OZB-opbrengst zien als we het OZB-tarief hanteren dat opgelegd wordt indien een gemeente een artikel 12 status aanvraagt. Het Rijk stelt zo’n gemeente dan onder financiële curatele.

Bedragen x € 1.000 OZB opbrengst Hilvarenbeek 2025 OZB opbrengst landelijk gemiddeld 1 OZB artikel 122

Ruimte ten opzichte van landelijk artikel 12 5.014 5.570 6.760

555 1.745

Onze beschikbare capaciteit - de ruimte die beschikbaar is wanneer we het gemiddeld landelijk tarief hanteren - bedraagt € 555.000. De onbenutte belastingcapaciteit, wanneer de tarieven gelijk zouden zijn aan de artikel 12 norm, bedraagt € 1.745.000. We tellen bij de beschikbare structurele capaciteit nog de structurele ruimte op die nu in onze begroting 2025 zit. Deze bedraagt voor 2025 € 480.000 (2026: € -363.000, 2027: € -423.000, 2028: - € 308.000). Incidentele capaciteit Voor de incidentele capaciteit weerstandscapaciteit nemen wij bij de omvang van onze algemene reserve en de reserve grondexploitatierisico’s - voor resultaatbestemming - mee. Incidentele weerstandscapaciteit (x € 1.000) Algemene bedrijfsreserve Algemene reserve grondexploitatie

5.369 2.251

Tabel - Stand van 31-12-2024

Weerstandsvermogen Het weerstandsvermogen is de mate waarin de gemeente in staat is om substantiële tegenvallers op te vangen zonder dat het beleid veranderd moet worden. Om het structurele weerstandsvermogen te bepalen, confronteren we de structurele risico’s met de structurele weerstandscapaciteit. Het incidentele weerstandsvermogen bepalen we door alle incidentele risico’s af te zetten tegen de algemene bedrijfsreserve. De confrontatie van het risicoprofiel en weerstandscapaciteit is hieronder weergegeven.

1 2

Bron: Coelo.nl, tarievenoverzicht 2024 Bron: meicirculaire 2024, tarieven 2025

80

Weerstandsvermogen (x € 1.000) Structureel Algemene Dienst Algemene bedrijfsreserve Algemene reserve grondexploitatie

Beschikbaar A 1.035 C 5.369 E 2.251

Benodigd B 1.602 D 593 F 1.007

Ratio's Structureel Algemene Dienst (A / B) Algemene bedrijfsreserve (C / D) Algemene reserve grondexploitatie (E / F)

JR22 0,8 10,2 1,2

B24 1,5 4,5 1,0

JR23 1,2 7,9 1,4

B25 0,7 9,1 2,2

Conclusie: waardering en normen voor het weerstandsvermogen We waarderen het weerstandsvermogen zoals opgenomen in onderstaande tabel. Ratio >2 1,5 – 2 1,0 - 1,5 0,8 - 1,0 0,6 - 0,8 < 0,6

Waardering uitstekend ruim voldoende voldoende matig onvoldoende ruim onvoldoende

De provincie adviseert ons om een norm vast te stellen voor het noodzakelijke weerstandsvermogen. Wij hebben dit advies ter harte genomen. Wij hanteren een norm van minimaal 0,8 voor zowel het structurele als het incidentele weerstandsvermogen. Tussen de 1 en de 0,8 is extra voorzichtigheid geboden. Een score onder de 0,8 betekent dat we een onvoldoende scoren. Structureel Voor het structurele weerstandsvermogen voldoen wij niet aan deze norm. In de berekening is rekening gehouden met de structurele ruimte die nu in onze begroting 2025 zit. In de berekening is alleen gekeken naar het verschil in OZB ten opzichte van het gemiddelde in Nederland en niet naar de uitbreidingsmogelijkheden in vergelijking met een artikel 12 status. Wanneer we deze werkwijze hanteren stijgt de ratio nog van 0,65 naar 1,93. In dat geval is de waardering voldoende. Incidenteel Het incidentele weerstandsvermogen van de algemene dienst scoort uitstekend. Het incidentele weerstandsvermogen voor de grondexploitatie is voldoende. Wanneer we naar het totaal van de incidentele risico´s kijken en dit afzetten tegen de totale beschikbare incidentele weerstandscapaciteit is de ratio 4,77. Dit wordt eveneens gewaardeerd als uitstekend.

Financiële kengetallen In deze paragraaf geven wij u een overzicht van enkele financiële kengetallen met als doel u op een eenvoudige manier inzicht te geven in de financiële positie van de gemeente. Deze financiële kengetallen zijn verplicht op basis van artikel 11 BBV. Naast een structureel sluitende reële begroting is het voor een gezonde financiële positie ook van belang dat de schulden niet te hoog oplopen, de risico’s binnen de grondexploitatie op te vangen zijn en er nog voldoende financiële ruimte is binnen de exploitatie of om belastingen te verhogen. We gaan eerst in op de normering en daarna volgen de financiële kengetallen. Normering

81

Om meer inzicht te krijgen in de kengetallen kiezen we ervoor om aan te sluiten bij de ‘signaleringswaarden’ die diverse gemeenten gebruiken zoals in onderstaande tabel weergegeven. De signaleringswaarden zijn oorspronkelijk afkomstig uit de houdbaarheidstest voor gemeenten van de VNG. De signaleringswaarden zijn geen normeringsinstrument in het kader van het financieel toezicht door de provincie. Het is primair bedoeld al instrument voor de raad. Per kengetal zijn signaleringswaarden ingedeeld in drie categorieën. Categorie A is het minst risicovol, categorie B is een risicoprofiel waarbij voorzichtigheid is geboden, categorie C is een risicovol profiel. Kengetallen

Cat. A

Cat. B

Cat. C

Netto schuldquote

<0,9

0,9 - 1,3

>1,3

Netto schuldquote - correctie verstrekte leningen Solvabiliteitsratio

<0,9 >0,5

0,9 - 1,3 0,2 - 0,5

>1,3 <0,2

>0

0

<0

Structurele exploitatieruimte Grondexploitatie

<0,2

0,2 - 0,35

>0,35

Belastingcapaciteit: Woonlasten meerpers. huishouden

<0,95

0,95 - 1,05

>1,05

Financiële kengetallen We hebben de financiële kengetallen berekend voor onze gemeente. U ziet ze in onderstaand overzicht. De kengetallen van 2020-2023 komen uit de jaarrekeningen. De kengetallen van 2024 uit de begroting 2024 en van 2025 en verder zijn berekend op basis van de cijfers uit dit begrotingsboekwerk. Per kengetal hebben we met kleur weergegeven in welk risicoprofiel het kengetal valt. Kengetallen (31 december) Netto schuldquote Netto schuldquote gecorrigeerd voor alle verstrekte leningen Solvabiliteitsratio Structurele exploitatieruimte Grondexploitatie Belastingcapaciteit: Woonlasten Meerpersoonshuishouden

JR20 0,55 0,49

JR21 0,51 0,46

JR22 0,61 0,55

JR23 0,44 0,37

B24 0,54 0,48

B25 0,51 0,44

B26 0,68 0,60

B27 0,89 0,82

B28 0,91 0,84

0,26 -0,02

0,27 0,03

0,23 0,07

0,26 0,06

0,24 0,02

0,26 0,01

0,26 -0,01

0,21 -0,01

0,20 -0,01

0,10 1,00

0,10 0,97

0,16 1,02

0,06 0,88

0,01 0,91

-0,03 0,94

-0,03 0,94

-0,01 0,94

-0,02 0,94

Netto schuldquote De netto schuld weerspiegelt het niveau van de schuldenlast van de gemeente ten opzichte van de eigen middelen. De netto schuldquote geeft een indicatie van de druk van de rentelasten en de aflossingen op de exploitatie. Een laag percentage is gunstig. Omdat bij verstrekte leningen er onzekerheid kan bestaan of ze allemaal terug worden betaald bepalen we de netto schuldquote zowel inclusief als exclusief verstrekte leningen. De VNG adviseert om 1,3 als maximum norm te hanteren en daarboven de schuld af te bouwen. Als algemene norm geven we de onderstaande richtgetallen. De netto schuldquote gaat vanaf 2028 naar een niveau waarbij voorzichtigheid is geboden. Dit heeft te maken met de externe financiering die nodig is voor investeringen zoals Doelakkers en Haghorst. Solvabiliteitsratio De solvabiliteitsratio geeft inzicht in de mate waarin het bezit van de gemeente is afbetaald en de gemeente in staat is aan haar financiële verplichtingen te voldoen. Het betreft het eigen vermogen uitgedrukt in een percentage van het balanstotaal. De schuldratio is de tegenhanger hiervan. De toename of afname van de schulden in een jaar is het financieringsresultaat van de gemeente. Het wordt ook wel schuldevolutie genoemd. De schuld mag niet zover oplopen dat de financiële positie in de waagschaal wordt gelegd.

De gemeentefinanciën horen - ook bij economisch slecht weer - zonder hulp van buitenaf beheersbaar te blijven. Normaal ligt de waarde voor de solvabiliteitsratio tussen de

82

0,5. Voorzichtigheid is geboden bij een ratio tussen de 0,2 en 0,5. We zien dat de waarde de komende jaren op een niveau ligt waarbij voorzichtigheid is geboden. Net zoals bij de netto schuldquote heeft dit te maken met de investeringen in onder andere Haghorst en Doelakkers. Structurele exploitatieruimte Dit kengetal is van belang om te kunnen beoordelen welke structurele ruimte er is om de eigen lasten te dragen, of welke structurele stijging van de baten of structurele daling van de lasten daarvoor nodig is. De provincie hanteert de richtlijn dat de begroting structureel en reëel in evenwicht moet zijn. Het structurele saldo berekenen we in hoofdstuk 3 van de jaarrekening. Als het structurele saldo positief is dan is het kengetal van de structurele exploitatieruimte ook positief. We berekenen dit kengetal namelijk door het structurele saldo van de baten en lasten te delen door de totale baten. De provincie hanteert als richtlijn dat het structurele saldo meerjarig positief moet zijn. Wij hanteren daarom als norm dat de structurele exploitatieruimte minimaal 0 moet zijn. Met een kengetal van 0,01 in 2025 voldoen wij aan deze norm. De jaren erna hebben we (nog) geen voordelig structureel saldo. Grondexploitatie Dit kengetal geeft weer hoe de waarde van de grond zich verhoudt tot de totale (geraamde) baten.

De boekwaarde van de voorraden grond is van belang, omdat deze waarde moet worden terugverdiend bij de verkoop. De boekwaarden van verliesgevende plannen zijn gebaseerd op de actuele marktwaarde en voor verwachte verliezen zijn voorzieningen getroffen. De invloed van de grondexploitatie op de exploitatie is met een kengetal van 0,01 tot 0,03 beperkt. We hebben ook een aparte algemene reserve voor de grondexploitatie waarmee we risico’s opvangen. Belastingcapaciteit De ruimte die een gemeente heeft om belastingen te verhogen wordt vaak gerelateerd aan de totale woonlasten. Onder woonlasten worden verstaan de OZB, de rioolheffing en de afvalstoffenheffing voor een woning met gemiddelde waarde in de gemeente. Het kengetal belastingcapaciteit wordt berekend door de totale woonlasten meerpersoonshuishouden in het begrotingsjaar te vergelijken met het landelijke gemiddelde. De (ongewogen) gemiddelde woonlasten van gemeenten waar we mee rekenen zijn € 994 in jaar 2025. De gemiddelde woonlasten voor een meerpersoonshuishouden in de gemeente Hilvarenbeek bedragen € 930 in 2025. Het kengetal komt daardoor op 0,94. Daarmee is onze lokale lastendruk normaal en onder het landelijk gemiddelde. Algemene conclusie financiële positie Onze financiële positie is normaal, maar er is wel voorzichtigheid geboden.

Zowel bij de solvabiliteit als bij de structurele exploitatieruimte is voorzichtigheid geboden. De structurele exploitatieruimte kent zelfs een risicovol vanaf 2026. De structurele exploitatieruimte van jaar 2025 voldoet aan de norm van de provincie. Wel accepteren we vanaf 2026 een structureel nadelig resultaat waardoor we op dat moment onder de norm uitkomen. Dit is mede in lijn met het begrotingsadvies van de VNG

83

Paragraaf 3

2.3 Onderhoud kapitaalgoederen

Deze paragraaf gaat in op hoe wij onze kapitaalgoederen beheren en onderhouden. Het gaat zowel om gemeentelijke wegen, riolering en gebouwen, als om groen, sportvelden en water. Het grootste deel van de werkzaamheden aan kapitaalgoederen vloeit voort uit onze verantwoordelijkheden als eigenaar en beheerder van de publieke ruimte en van een aantal eigendommen. We hebben een groot vermogen geïnvesteerd in kapitaalgoederen. De kwaliteit van deze kapitaalgoederen en het onderhoud hiervan zijn medebepalend voor het voorzieningenniveau binnen onze gemeente. Ze bepalen uiteraard ook de hoogte van de lasten die dit met zich meebrengt. De paragraaf geeft inzicht in de beleidskaders voor instandhouding van kapitaalgoederen en de financiële consequenties daarvan. We gaan eerst in op de kapitaalgoederen binnen de openbare ruimte. Hierna lichten we de categorie gebouwen toe.

Onderhoud openbare ruimte Beheer openbare ruimte Beleidskader Openbaar groen Het openbaar groen wordt al jaren onderhouden op onderhoudsniveau B met uitzondering van de Vrijthof wat op niveau A onderhouden wordt. De werkzaamheden worden uitgevoerd op basis van een bestek. Dit is deels een beeldbestek met posten die op een bepaald beeld onderhouden moeten worden. Denk hierbij onkruidbeheersing. Voor de controle op deze posten worden de beeldlatten van het CROW gebruikt. In de beeldlatten is omschreven aan welke voorwaarden voldaan moet worden. Door de toezichthouders van de buitendienst wordt hierop steekproefsgewijs gecontroleerd. Naast de beeldposten zijn er werkzaamheden op frequentie basis opgenomen. Denk hierbij aan het knippen van de hagen dat twee keer per jaar wordt uitgevoerd. Werkzaamheden die nauwelijks uitvoerbaar zijn op basis van beeld of frequentie, zoals bijvoorbeeld het onderhoud aan de parkeerkelder worden op regiebasis uitgevoerd. Beleidskader Spelen De beleidsnota Spelen vormt het kader voor ons speelterreinenbeleid. Vanaf 2021 vervangen we de toestellen waarvan uit de keuring is gebleken dat ze gevaarlijk zijn. Daarnaast wordt in overleg met bewoners enkele speelplekken vernieuwd. Jaarlijks worden de speelterrein gecontroleerd. De controle vindt vier keer per jaar plaats waarvan één keuring door een extern deskundige wordt uitgevoerd.

84

Financiële consequenties die voortvloeien uit het beleidskader We maken het volgende financiële onderscheid: 1. Exploitatiekosten, exclusief de kapitaallasten; 2. Kapitaallasten (rente- en afschrijvingslasten) van investeringen; Afgerond op € 1.000 1. Exploitatiekosten 2. Kapitaallasten

Begroting 2025 1.191.000 6.000

Begroting 2026 1.191.000 6.000

Begroting 2027 1.216.000 6.000

Begroting 2028 1.191.000 6.000

Bij de exploitatiekosten in 2027 (evenals in 2024) een extra bedrag van € 25.000 opgenomen voor de aanpak achterstallig onderhoud bomen en groen langs wegen in het buitengebied. Uw raad besloot hiertoe bij de voorjaarsnota 2024 met knop 42. Sportvelden Beleidskader Het onderhoud aan de sportvelden wordt jaarlijks afgestemd met de diverse sportverenigingen. Daarnaast wordt op basis van een meerjarig onderhoudsplan het groot onderhoud uitgevoerd. De werkzaamheden worden uitgevoerd op basis van een raambestek. In de nabije toekomst wordt een nieuw accommodatie en vastgoedbeleid opgesteld met daarin ook de afspraken over beheer en onderhoud. Financiële consequenties die voortvloeien uit het beleidskader We maken het volgende financiële onderscheid: 1. Exploitatiekosten, exclusief de kapitaallasten; 2. Kapitaallasten (rente- en afschrijvingslasten) van investeringen; Afgerond op € 1.000 1. Exploitatiekosten 2. Kapitaallasten

Begroting 2025 283.000 94.000

Begroting 2026 259.000 89.000

Begroting 2027 226.000 90.000

Begroting 2028 241.000 89.000

Bij de exploitatiekosten is in 2025 € 40.000 en in 2026 € 20.000 extra opgenomen ter verbetering van de kwaliteit en duurzaamheidsverbeteringen onderhoud grassportvelden (voorjaarsnota 2024, knop 10). Bij de exploitatiekosten is voor alle jaren een extra bedrag opgenomen voor groot onderhoud aan de grassportvelden (voorjaarsnota 2024, knop 11). Riolering en Water Beleidskader De wet milieubeheer verplicht gemeenten om een actueel gemeentelijk rioleringsplan (vGRP) te hebben. In februari 2022 is het Riool- en Waterprogramma voor de periode 2022-2026 vastgesteld. Met de voorbereidingen voor het volgende plan starten we in 2025. Bij de VJN 2025 vragen we de gemeenteraad om budget voor inventarisatie en het opstellen van een plan met daarin de uitvoeringskosten voor 2027 en later. Financiële consequenties die voortvloeien uit het beleidskader Om uitvoering te geven aan het beleidskader kennen we het volgende financiële onderscheid in: 1. Saldo exploitatielasten en -baten, inclusief overhead en fictieve BTW, maar exclusief kapitaallasten

85

2. Kapitaallasten, zijnde rente- en afschrijvingslasten investeringen. Inclusief de kapitaallasten van de investeringen in de komende jaren. De nieuwe investeringen vindt u terug in de bijlage ‘Overzicht investeringen (meerjarig). 3. Rioolrechten 4. Mutatie voorziening riolering = Saldo product riolering. Geraamde stand van de voorziening per 1 januari 2025 = € 4.825.000 Exploitatie Bedragen x € 1.000 1. Saldo Exploitatielasten en –baten 2. Kapitaallasten 3. Rioolrechten 4. Onttrekking aan voorziening = inkomst

Begroting 2025 1.642 544 -/- 1.699 -/- 487

Begroting 2026 1.628 546 -/- 1.699 -/- 475

Begroting 2027 1.620 629 -/- 1.699 -/- 550

Begroting 2028 1.619 679 -/- 1.699 -/- 599

Wegbeheer Beleidskader In februari 2022 heeft de gemeenteraad het beleids- en wegenbeheerplan 2021-2025 scenario 2a vastgesteld. Daarbij wordt onderhoudsniveau C als ondergrens gehanteerd. Voor de voetpaden zijn extra middelen beschikbaar gesteld om knelpunten aan te pakken en het onderhoudsniveau te verbeteren. Er wordt meer preventief onderhoud uitgevoerd zodat de kosten voor groot structureel onderhoud uitgesmeerd worden over een langere periode. De provincie hanteert als toezichthouder van gemeenten onderhoudsniveau C als ondergrens bij de integrale toetsing van de financiële positie van de gemeente. Dit beheerplan kunnen we uitvoeren binnen de huidige beschikbare middelen voor wegenonderhoud. Wij verwachten dat dit geen nadelige effecten oplevert voor de kwaliteit van onze wegen en dat de verkeersveiligheid niet in het geding komt. In 2025 wordt het nieuwe beleids- en wegenbeheerplan voor de periode 2026-2030 opgesteld. Voorvloeiende financiële consequenties uit beleidskader Om het beleidskader uit te voeren, kennen we het volgende financiële onderscheid in: 1. Klein jaarlijks onderhoud, aangevuld met overige kleinere exploitatiekosten; 2. Jaarlijks groot onderhoud aan asfalt- en elementenverharding, die we ten laste van de voorziening dekken; 3.

Storting in voorziening ter dekking van de jaarlijkse kosten voor groot onderhoud (geraamde stand van de voorziening per 1 januari 2025 = € 686.000); 4. Kapitaallasten rehabilitaties, zijnde rente- en afschrijvingslasten voor vervangingen van het wegdek inclusief de fundering. Dit betreft bestaande en nieuwe kapitaallasten samen. De nieuwe investeringen vindt u terug in de bijlage ‘Overzicht investeringen (meerjarig). Kosten Afgerond op € 1.000 1. Klein jaarlijks onderhoud 2. Jaarlijks groot onderhoud 3. Storting in voorziening 4. Kapitaallasten rehabilitaties

Begroting 2025 198.000 460.000 430.000 128.000

Begroting 2026 198.000 560.000 430.000 158.000

Begroting 2027 198.000 560.000 430.000 216.000

Begroting 2028 198.000 560.000 430.000 308.000

Openbare verlichting Beleidskader Uitgangspunt voor onderhoud en vervanging van afgeschreven materieel is het vastgestelde beleidsplan ‘Openbare Verlichting 2012 -2021’. Dit beleidsplan is opgesteld overeenkomstig de bepalingen van de Nederlandse Stichting voor Verlichtingskunde (NSVV).

86

De geldigheidsduur van het beleidsplan is verstreken. Er is budget beschikbaar gesteld om in 2024 het beleidsplan te herzien. Het huidig plan biedt nog wel voldoende handvaten om afgeschreven lichtpunten te vervangen door onderhoudsvriendelijke en energiezuinige duurzame ledverlichting. De oplevering van het nieuwe plan is vertraagd, maar naar verwachting binnenkort gereed. Bij de VJN 2025 en de begroting 2026 vragen we de gemeenteraad om de benodigde middelen voor het meerjarige onderhoud en vervanging en het verder verledden van onze openbare verlichting. Voorvloeiende financiële consequenties uit beleidskader Om uitvoering te geven aan het beleidskader kennen we het volgende financiële onderscheid in: 1. Exploitatiekosten, dit is jaarlijks regulier onderhoud, oplossen storingen en stroomverbruik; 2. Jaarlijkse kapitaallasten (in de vorm van rente en afschrijving) bij vervangingen lichtmasten en armaturen. De nieuwe investeringen vindt u terug in de bijlage ‘Overzicht investeringen (meerjarig). Openbare Verlichting Afgerond op € 1.000 1. Exploitatiekosten 2. Kapitaallasten

Begroting 2025 199.000 58.000

Begroting 2026 199.000 61.000

Begroting 2027 199.000 67.000

Begroting 2028 199.000 66.000

Gemeentelijke gebouwen Beleidskader onderhoud gebouwen Voorzieningen waaronder gebouwen voor sport, onderwijs, gemeenschap, cultuur en zorg in onze gemeente zijn belangrijk. Er wordt nieuw accommodatie- en vastgoedbeleid opgesteld, omdat het nodig is om vast te leggen hoe de gemeente met accommodaties omgaat. Het op te stellen beleid moet duidelijkheid geven over de kosten, de betaalbaarheid en verantwoordelijkheden. Dan wordt ook duidelijk gemaakt welke effecten dit voor het vastgoedbeheer teweegbrengt. We vragen de (sport)verenigingen mee te denken over het accommodatiebeleid. In 2023 is het Duurzaam Meerjaren Onderhoudsprogramma voor de gemeentelijke gebouwen(DMJOP’s) geactualiseerd voor de periode van 2023-2026. Hierin worden verdere stappen gezet naar verduurzaming van het eigen vastgoed. Op basis van de DMJOP’s en technische inspecties maken we een jaarplanning 2025 voor de uit te voeren werkzaamheden. We hebben een actueel beeld van de benodigde middelen voor het meerjarig groot onderhoud en de vervangingsinvesteringen voor de gemeentelijke gebouwen. Voorvloeiende financiële consequenties uit beleidskader We maken onderscheid tussen kosten voor groot onderhoud en vervangingsinvesteringen. De kosten voor groot onderhoud - zoals schilderwerk - brengen we in één keer ten laste van de voorziening.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij iBabs is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/14579669/1