CConstaterende datHilvarenbeek
Koppel je AI →
Document · PDF

Begroting 2025 (3 boekwerk)

Plenaire Commissie 16 oktober 2024, gemeente HilvarenbeekBij agendapunt: OORDEELSVORMEN: Raadsvoorstel tot vaststelling van de Begroting 2025.41.940 woorden

Open het PDF bij iBabs ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 5 van 5

Bij vervangingsinvesteringen – zoals vervangen van een dak - brengen we jaarlijks de kapitaallasten (afschrijvingen en rente) afhankelijk van de afschrijvingsperiode ten laste van de exploitatie. Voorvloeiende financiële consequenties uit beleidskader Om uitvoering te geven aan het beleidskader kennen we het volgende financiële onderscheid in: 1. Jaarlijkse storting in de voorziening gemeentelijke gebouwen en gymnastieklokalen (geraamde stand voorziening per 1 januari 2025 € 1.707.000); 2. Jaarlijkse kosten ten laste van de voorziening gemeentelijke gebouwen en gymnastieklokalen; Voorziening Gebouwenbeheer Afgerond op € 1.000 1. Storting in voorziening 2. Kosten ten laste van voorziening

Begroting 2025 277.000 433.000

Begroting 2026 277.000 587.000

Begroting 2027 277.000 287.000

Begroting 2028 277.000 421.000

87

Paragraaf 4

2.4 Financieringsparagraaf

De gemeentelijke begroting moet worden opgesteld volgens de regels van het stelstel van baten en lasten. Dat wil zeggen dat we uitgaven en inkomsten toerekenen aan het jaar waarop ze betrekking hebben. Dit betekent bijvoorbeeld dat investeringen in een gebouw dat x jaar meegaat niet ten laste komen van het jaar waarin de rekeningen zijn betaald. Deze investeringen worden gespreid over de jaren waarin het gebouw wordt gebruikt. Voor gezonde gemeentefinanciën is alleen sturen op baten en lasten niet genoeg. We moeten ook sturen op uitgaven en inkomsten (kasstelsel). Kopen we bijvoorbeeld een nieuw gebouw, dan betekent dit dat we eenmalig een bedrag betalen aan de verkoper. We moeten er dan bij stilstaan hoe we dit financieren. Betalen we het bedrag met onze eigen middelen - hebben we het bijvoorbeeld op onze bankrekening staan - of moeten we een lening afsluiten waardoor we een schuld opbouwen? Het is belangrijk dat we de schuld in de gaten houden en deze niet te hoog laten oplopen. We gaan in deze paragraaf allereerst in op de gemeentelijke financieringsbehoefte. Daarna beantwoorden we de vraag hoe we in onze financieringsbehoefte voorzien en in hoeverre dat past binnen de wettelijke kaders. Vervolgens evalueren we onze schuldpositie. Omdat we financieren met externe middelen hebben we te maken met rente. We gaan in op de rentes die we hanteren en het renteresultaat.

Financieringsbehoefte Hoe we omgaan met onze financiering, stelden we vast in de financiële verordening. De behoefte aan financiering ontstaat hoofdzakelijk door twee zaken. Aan de ene kant door investeringen in materiële vaste activa, zoals wegen, gebouwen en riolering. Aan de andere kant door verstrekte leningen en onze grondexploitaties. Dit laatste komt doordat bij grondexploitaties de kosten voor de baten uitgaan. We voorzien in deze financieringsbehoefte door - naast de eigen reserves en voorzieningen - geld te lenen. We brengen dit cijfermatig in beeld in de meerjarenprognose van de balans in hoofdstuk 3. Omdat we niet genoeg middelen beschikbaar hebben om in de verwachte financieringsbehoefte te voorzien, ontstaat per saldo een behoefte aan nieuwe financiering. Financiering (x € 1.000) Financieringsbehoefte

2025 -470

2026 -29

2027 -12.151

2028 -13.572

De financieringsbehoefte geldt van jaar tot jaar. Het is bijvoorbeeld niet zo dat de financieringsbehoefte van 2026 bovenop de financieringsbehoefte van 2025 komt. In de tabel is al rekening gehouden met de toekomstige investeringen die in deze begroting zijn opgenomen. Bij de interpretatie van deze

88

cijfers moet u rekening houden met het volgende. Allereerst maken we financieel ruimte om investeringen te kunnen plegen. Echter, in de praktijk lopen geplande investeringen regelmatig vertraging op. Het geld dat we hiervoor nodig hebben hoeven we dan ook pas later te lenen. Ten tweede lopen in het verleden afgesloten leningen ook weer af. Dit verklaart ook een deel van de nieuwe financieringsbehoefte. We voorzien in onze (nieuwe) financieringsbehoefte door continu binnen de kaders kort en lang te lenen. Kaders kortlopende leningen (kasgeldlimiet) Op grond van de kasgeldlimiet mogen we zo’n € 4 miljoen aan ‘kort geld’ aantrekken. De kasgeldlimiet bepaalt namelijk dat onze gemiddelde netto-vlottende schuld in een bepaald kwartaal niet hoger mag zijn dan 8,5% van ons gemiddelde begrotingstotaal, dat zo’n € 48 miljoen aan lasten - inclusief reservemutaties - bedraagt. De meerjarenbegroting laat zien dat we in alle jaren te maken krijgen met een financieringstekort. We blijven de financieringsbehoefte nauwlettend volgen op basis van onze liquiditeitsprognoses. Deze is uiteindelijk bepalend voor de strategische afweging voor het aantrekken van kort of lang geld. Kaders langlopende leningen (renterisiconorm) De renterisiconorm bepaalt dat jaarlijks 20% van het begrotingstotaal onderhevig mag zijn aan renteherziening en herfinanciering.

Hiermee is een maximumgrens gesteld aan het renterisico op de langlopende leningenportefeuille. Van renteherziening is sprake als in de leningsovereenkomst is bepaald dat de rente gedurende de looptijd in een bepaald jaar wordt aangepast. Herfinanciering is het totaalbedrag aan aflossingen op de bestaande leningenportefeuille. Zoals uit onderstaande tabel blijkt, lopen we € 1,39 miljoen renterisico [3] in 2025, terwijl de norm [4] ruimte geeft tot € 10,2 miljoen. Deze renterisiconorm is afgeleid van het begrotingstotaal.

1a 1b 1 2 3 4a 4b 4 5a 5b

Bedragen x € 1 miljoen renteherziening op vaste schuld o/g renteherziening op vaste schuld u/g renteherziening op vaste schuld (1a -/- 1b) Aflossingen renterisico op vaste schuld (1 + 2) begrotingstotaal, afgerond op 1 miljoen percentage regeling renterisiconorm (4a x 4b) ruimte onder renterisiconorm (4 > 3) overschrijding renterisiconorm (3 > 4)

2025 0,00 0,00 0,00 1,39 1,39 51 20% 10,20 8,81 0,00

2026 0,00 0,00 0,00 1,39 1,39 48 20% 9,60 8,21 0,00

2027 0,00 0,00 0,00 1,20 1,20 45 20% 9,00 7,80 0,00

2028 0,00 0,00 0,00 1,20 1,20 46 20% 9,20 8,00 0,00

Langlopende leningen Afhankelijk van het verloop van de financieringsbehoefte (denk aan de kredieten Hart van Haghorst en school Doelakkers) en renteontwikkelingen gaan we in een van de direct daaropvolgende jaren nog eens een conversie uitvoeren. Dit betekent dat we dan kortlopende geldleningen, nodig voor het financieringstekort, vervangen door een - vaste - langlopende geldlening. Schatkistbankieren Schatkistbankieren bij het Rijk is verplicht en betekent dat we al onze overtollige liquide middelen - die we (tijdelijk) niet nodig hebben om onze publieke taken en verantwoordelijkheden uit te oefenen boven een bepaald drempelbedrag verplicht moeten aanhouden in de schatkist bij het ministerie van Financiën.

89

De drempel voor schatkistbankieren, opnieuw vastgesteld vanaf 1 juli 2021, ligt voor onze gemeente tussen een minimum van € 1,0 miljoen en een maximum van € 10,0 miljoen. Op basis van 2% van het begrotingstotaal van € 48 miljoen komt de gemeente niet uit boven de ondergrens van € 1,0 miljoen. Gezien het ontbreken van overtollige middelen is de ‘budgettaire impact’ van Schatkistbankieren voor onze gemeente naar verwachting tot en met 2027 nihil. We hebben dan namelijk een financieringstekort in plaats van een structureel financieringsoverschot.

Schuldpositie Voor gezonde, houdbare gemeentefinanciën is alleen sturen op baten en lasten niet genoeg. We moeten ook kijken naar de hoogte van de schuld. Rente en aflossingen leggen tenslotte een beslag op de toekomstige begroting. Hoe meer we extern financieren, hoe hoger de schulden, hoe meer rente en aflossingen drukken op onze toekomstige begroting. In de paragraaf ‘weerstandsvermogen en risicobeheersing’ gaan we in op de risico’s die we hierbij lopen.

Renteontwikkeling Europese Centrale Bank ECB is de afkorting voor Europese Centrale Bank. Sinds 1 januari 1999 is de ECB verantwoordelijk voor het uitvoeren van het monetair beleid voor het eurogebied. De ECB werkt hierbij nauw samen met de nationale centrale banken van de EU-landen die de euro hebben ingevoerd, zoals De Nederlandsche Bank (DNB). De belangrijkste taak van de ECB is het garanderen van prijsstabiliteit in de Eurozone. In tegenstelling tot de Amerikaanse Fed, houdt de ECB bij hun monetaire politiek minder rekening met de economische vooruitzichten. Doelstelling van de ECB is om de inflatie laag, stabiel en voorspelbaar te houden. Refi rente daalt weer Als er gesproken wordt over de rente van de ECB gaat het meestal om de zogenaamde refirente. De refirente wordt ook wel herfinancieringsrente genoemd. De refirente is de rente die banken moeten betalen aan de ECB wanneer zij geld bij de ECB opnemen. Banken maken gebruik van deze faciliteit als ze liquiditeiten te kort komen. De refirente is een goed instrument voor de ECB om invloed uit te oefenen op de marktrente. De ECB gebruikt de refirente daarom voor het beheersen van de geldmarkt en voor het beheersen van de inflatie. De inflatie is sinds het begin van 2024 in de Eurozone van afgenomen van ca. 3,6% naar ca. 2,4% in juni 2024.

De herfinancieringsrente - ook wel beleidsrente genoemd – stond op 14 september 2023 nog op 4,50%. Door de positieve ontwikkeling van de inflatie heeft de ECB op 6 juni 2024 besloten om deze te verlagen naar 4,25%. Mogelijk zal de beleidsrente in 2024 nogmaals naar beneden worden bijgesteld. De dalende inflatie en de economische vooruitzichten bieden hiervoor voldoende vertrouwen. De driemaands Euribor rente - waarbij de leningen een looptijd hebben van drie maanden -, volgt in grote lijnen het verloop van de refirente. Halverwege 2023 was de driemaands Euribor rente ca. 3,72%, deze driemaands Euribor staat - na een aanvankelijke stijging - halverwege 2024 weer op ca. 3,72%. De verwachting is dat de driemaands Euribor verder - licht - zal dalen.

90

De lange rente lag halverwege 2023 op ongeveer 3%, halverwege 2024 op ongeveer 2,8%. De ECB verwacht dat de rente van de kapitaalmarkt in 2025 licht zal dalen. Inflatie en economische groei Inflatie betekent letterlijk opblazen, aanzwellen of groter worden. Inflatie is een term die in de economie veel gebruikt wordt, waarbij inflatie meestal omschreven wordt als geldontwaarding of waardevermindering van het geld. Eenvoudig gezegd betekent inflatie in dit verband dat je na verloop van tijd steeds minder kunt kopen met hetzelfde aantal euro's. Deze inflatie wordt prijsinflatie genoemd. DNB publiceerde in haar Voorjaarsraming, juni 2024, de ontwikkeling van de inflatiecijfers. In 2024 daalt de inflatie in Nederland: van 4,2% in 2023 naar ongeveer 2,8% in 2024. De verwachting is dat de inflatie daarna geleidelijk verder daalt tot iets onder de 2% in 2026. Een belangrijke oorzaak zijn de lagere energieprijzen. In dezelfde publicatie schetst de DNB een beeld van de ontwikkeling van het bruto binnenlands product (bbp). Na stagnatie in 2023, komt de Nederlandse economie met een zachte landing op een gematigd groeipad. De groei van het bruto binnenlands product neemt in deze raming toe, van 0,2% in 2023 naar 0,5% in 2024, gevolgd door 1,3% in 2025 en 2026. Het begrotingstekort van de overheid groeit de komende jaren.

Daarmee is er een risico op overschrijding van de Europese tekortnorm van 3%. Door de maatregelen uit het Hoofd Lijnen Akkoord (HLA) en de economische doorwerking daarvan verslechtert het EMU-saldo in de eerste twee jaren (2024 en 2025) van de kabinetsperiode, waarna het EMU-saldo in 2027 en 2028 juist verbetert door het akkoord. De formerende partijen sturen daarmee op een tekort dat hoger is dan het door de Studiegroep Begrotingsruimte geadviseerde maximale tekort van 2% bbp. Het nieuwe kabinet vaart hiermee scherp aan de wind en heeft hierdoor vrijwel geen buffer voor het voeren van trendmatig begrotingsbeleid. Rente uitgangspunten Voor de berekening van de rentelasten en –opbrengsten hanteren we de volgende uitgangspunten:

Financieringsoverschot Financieringstekort (tot kasgeldlimiet) Financieringstekort (boven kasgeldlimiet) Omslagrente (kapitaallasten investeringen) Omslagrente (grondexploitatie) Projectfinanciering binnensportaccommodatie

2025 n.v.t. 3,00% 3,50% 1,00% 1,00% 1,66%

2026 n.v.t. 3,00% 3,50% 1,00% 1,00% 1,66%

2027 n.v.t. 3,00% 3,50% 1,50% 1,50% 1,66%

2028 n.v.t. 3,00% 3,50% 1,50% 1,50% 1,66%

Renteresultaat Het renteresultaat bestaat uit het verschil tussen de daadwerkelijk te betalen en te ontvangen rente en aan de exploitatie toegerekende rente. In hoofdstuk ‘algemene dekkingsmiddelen en onvoorzien´ is het renteresultaat gepresenteerd vanuit de financieringsfunctie. De rente die we doorberekenen aan onder andere investeringen is lager dan de rente die we betalen. In de bijlage ‘berekening renteresultaat’ brengen we de totstandkoming van het renteresultaat in beeld. Met ingang van begrotingsjaar 2025 geldt – in tegenstelling tot voorgaande begrotingsjaren- voor de wijze van het bepalen van het rente omslagpercentage voor de reguliere investeringen als die voor de grondexploitatie een zelfde methodiek. Dit komt voort uit de ‘Notitie Rente 2023’ van de commissie BBV.

91

Paragraaf 5

2.5 Bedrijfsvoering

In deze paragraaf leest u meer over onze bedrijfsvoering. U leest over onze organisatieontwikkeling en over reguliere thema’s in de bedrijfsvoering zoals de financiële besturing en beheersing, personeelsontwikkeling en informatiemanagement.

Aandachtspunten bedrijfsvoering

Besturing en beheersing Om u in staat te stellen uw kaderstellende en controlerende rol in te vullen, maakten we afspraken over de jaarlijks op te leveren begrotings- en verantwoordingsdocumenten zoals de begroting, voorjaarsnota(+), najaarsnota en jaarstukken. Risicovolle processen beheersen we met behulp van de interne controles die we uitvoeren op basis van onze Interne Controle plannen. Met de Voorjaarsnota 2024 zette de gemeenteraad de voorgestelde dekkingsmaatregel ‘Minimaliseren P&C cyclus’ aan (knop 122). In 2025 werken we deze maatregel uit. Fiscaal beleid en beheersing In december 2023 heeft de gemeente Hilvarenbeek het vernieuwde convenant ‘horizontaal toezicht (HT)’ met de Belastingdienst afgesloten. Bij horizontaal toezicht staan wederzijdse vertrouwen, begrip en transparantie tussen de Belastingdienst en de belastingplichtige centraal. Horizontaal toezicht legt de nadruk op contact aan de voorkant in plaats van controles achteraf. De volgende fiscale onderwerpen passeren de revue. Verbeteren financiële paragraaf raadsvoorstellen Door het aanscherpen van de richtlijnen en het gehanteerde format, is de leesbaarheid van de raadsvoorstellen vanaf 2024 verbeterd. Naast aandacht voor de financiële aspecten worden - voor zover van toepassing - ook de fiscale aspecten meegenomen. De fiscale aandachtspunten maken onderdeel structureel uit van de financiële paragraaf.

In 2025 wordt de nieuwe paragraaf geëvalueerd. Fiscale beheersing zoveel als mogelijk geïntegreerd in de interne controles Het toepassen van de fiscale beheersmaatregelen is zoveel als mogelijk opgenomen in de periodieke (zelf)controles op gebied van debiteuren, crediteuren, controles op huurbaten, subsidieverstrekkingen, grondtransacties en uitlenen van personeel. Op bijvoorbeeld de maandelijkse BTW aangifte, BTWCompensatiefonds opgaaf en de werkkostenregeling zijn controles door een kwaliteitsmedewerker toegevoegd om zowel tijdigheid als juistheid te borgen. Vanaf 2024 is de gemeente voortaan zelf verantwoordelijk voor het terugvragen van de Dividendbelasting op de dividenduitkering van de BNG.

92

In 2024 is voor het eerst de monitoringrapportage aan de Belastingdienst voorgelegd. Naast een overzicht en toetsing van fiscale controles, is deze rapportage ook onderwerp van periodiek overleg met de Belastingdienst. Uitgangspunt is vergroten van transparantie en inzetten op mogelijke verbeteringen. Fiscale vraagstukken en fiscale kennis Het horizontaal toezicht maakt het ook mogelijk om fiscale casussen aan de Belastingdienst voor de leggen. We maken daar ruimschoots gebruik van. Het vergroten van de fiscale kennis, van met name medewerkers van afdeling Financiën, is een doorlopend proces. Dit gaat in de vorm van nieuwsbrieven, nieuwsflitsen, volgen van nieuwe wettelijke fiscale ontwikkelingen en – korte - opleidingen (workshops en bijblijfdagen). Organisatieontwikkeling Een van de uitgangspunten in het Samenlevingsakkoord is ‘modern bestuur, invloedrijke inwoners’. Wij willen een betrokken gemeente zijn die deskundig en tijdig inspeelt op vragen van inwoners en ondernemers. Een gemeente die in samenspraak en samenkracht de leefomgeving en leefbaarheid in de kernen voortdurend zo optimaal mogelijk maakt. Hiervoor is nodig dat de gemeentelijke organisatie aansluit bij de opgaven van de gemeente Hilvarenbeek, haar inwoners, ondernemers en partnerorganisaties.

Dit betekent focus en aandacht voor organisatieontwikkeling, van medewerkers, van de strategie en cultuur van de organisatie, systemen en werkwijzen. Duurzaam ontwikkelen aan de hand van het Actieprogramma SKV 2024 - 2028 In 2024 stellen we het Actieprogramma Samen Krachtig Vooruit (SKV) 2024 -2028 samen, voortbordurend op de evaluatie van het eerdere programma organisatieontwikkeling Samen Krachtig Vooruit. Het Actieprogramma stelt voor deze hoofddoelen centraal te zetten: wij ontwikkelen ons voortdurend, wij tonen eigenaarschap, wij werken planmatig en wij stellen de leefwereld van de inwoner centraal. Het programma kent een cyclische PDCA-structuur waarbij we elk half jaar aan de portfioliotafel een Faseplan samenstellen voor de volgende zes maanden, en zo kunnen bijsturen op resultaten en ontwikkelingen. In 2024 maken we het eerste Faseplan op. Onderdeel van de activiteiten in 2025 is de reeds ingezette cultuurontwikkeling, zie hieronder. Daarnaast ronden we onder andere de bestuurlijke opgave Doorlichten van informatieprocessen raad – college – organisatie af, stellen we een Wervingsstrategie op en werken we aan planmatig werken middels een impuls aan projectmatig creëren (PMC) methodiek. Het Actieprogramma SKV 2024-2028 en het eerste Faseplan liggen eind 2024 bestuurlijk ter besluitvorming voor.

Cultuurontwikkeling Naar aanleiding van het in 2023 uitgevoerde onderzoek Ruimte rolden we in 2023 en 2024 cultuurontwikkeling uit over alle afdelingen van de organisatie en in de samenwerking college-MT. In 2024 maakt dit nadrukkelijk onderdeel van het eerste Faseplan van het nieuwe Actieprogramma SKV. Concreet pakken we in 2025 hierop door middels organisatiebrede trainingen, teamontwikkeling, coaching en intervisie. Vanuit de organisatie is het werken aan patronen een gedragen ontwikkeling. Dit alles met het doel als organisatie met alle individuen te blijven leren en ontwikkelen en onze dienstverlening voor de inwoner te blijven verbeteren. Vergroten van de strategische slagkracht Om onze strategische slagkracht te versterken hebben we in 2022 een wijziging aangebracht in de topstructuur van onze organisatie. Met zo’n structuurwijziging ben je er niet. Strategische slagkracht vergt een andere manier van sturen, van de ontwikkeling van leiderschap en van een nadrukkelijkere positionering van (strategische) beleidsmedewerkers. Een leertraject voor strategisch adviseurs en bijhorend advies met aanbevelingen ‘Versterken strategische slagkracht’ is in de loop van 2024 opgesteld. We onderzochten strategische slagkracht in Hilvarenbeek: Wat is dit en wat er nodig? Op basis

93

van het in 2024 opgeleverde advies, zetten we in 2025 in op verstevigen van de strategische slagracht door verder herinrichten van de topstructuur, instellen van een strategisch concernteam en leertraject voor strategisch adviseurs. We stellen voor om het verder herinrichten van de topstructuur in 2025 een vliegende start te geven met het inzetten van extra formatie teamleiders (VJN25/55), om zo de afdelingshoofden vrij te maken om hun strategische rol in te vullen en zorgen te dragen voor bestuurlijke aansluiting en afstemming. Doorlichting Informatieprocesen raad – college – organisatie Organisatie, college en raad staan voortdurend met elkaar in verbinding. Informatie wordt gedeeld om elkaar op de hoogte te houden of om beslissingen te kunnen nemen. Met een externe doorlichting via de LEAN Six Sigma methodiek komen we eind 2024 met alle bij het proces betrokken actoren tot de verbetering van het informatieproces rond de toezeggingenlijsten. In 2025 ronden we dit project af en borgen we de optimalisatie. Deze opdracht is onderdeel van het collegeprogramma, en ook vanuit de organisatieontwikkeling is generieke behoefte geuit aan aandacht voor procesverbetering en procesgericht werken.

Met de uitvoering van deze bestuurlijke opgave verbeteren we niet alleen een concreet informatieproces, maar onderzoeken we ook of de gebruikte methodiek inzetbaar kan zijn op andere informatieprocessen (en/ of werk- en/of klantprocessen). We benutten voor dit project de eerder door de gemeenteraad beschikbaar gestelde € 15.000. Het doel van het doorlichten en verbeteren van informatieprocessen is dat (beslis)informatie tijdig, controleerbaar en compleet op het juiste niveau in de keten organisatie-collegeraad aanwezig is. Daarmee zorgen we dat we effectiever zijn in onze onderlinge relaties en naar de samenleving toe. Personeelsontwikkeling Een van de uitgangspunten in het Samenlevingsakkoord is ‘modern bestuur, invloedrijke inwoners’. Wij willen een betrokken gemeente zijn die deskundig en tijdig inspeelt op vragen van inwoners en ondernemers. Om dit te bereiken, werken we voortdurend aan verbetering van onze dienstverlening. Hierbij is het van belang dat we over voldoende gekwalificeerde medewerkers beschikken. Het ambitieniveau en forse bezuinigingen in de afgelopen jaren hebben een sterke wissel getrokken op de bemensing van de organisatie. Dit vraagt om te keuzes maken in ambities voor de komende periode.

De beschikbare formatie van specifiek het Team P&O blijkt jaarlijks, ondanks de inzet van huidige medewerkers en de structurele inzet van een stagiair, onvoldoende toereikend. Belangrijke opgaven, zoals de Wervingsstrategie, schoven al op in de tijd vanwege krapte in het team. Organisatiebreed komt door de vergrijzing van ons personeelsbestand en de krapte op de arbeidsmarkt de bedrijfscontinuïteit en kwaliteit van onze dienstverlening onder druk te staan. Huidige medewerkers worden actief benaderd voor een baan elders. Deze schaarste op de arbeidsmarkt heeft een langdurig karakter. Opstellen wervingsstrategie In het derde kwartaal van 2024 stelden we de projectopdracht voor de nieuwe wervingsstrategie op, zodat we in het vierde kwartaal volgens de principes van projectmatig werken en met inzet van eigen personeel kunnen starten met deze opgave uit het collegeprogramma. In 2025 leidt dit tot het opstellen van de Wervingsstrategie zelf. Hierin geven wij antwoord op de vraag hoe wij onze vacatures nu en in de komende jaren blijven invullen in deze schaarse arbeidsmarkt. We benutten voor externe expertise het budget dat eerder al beschikbaar werd gesteld en nu voor de periode 2024 tot en met 2026 te benutten is: elk jaar € 12.000. We ambiëren een sterk onderbouwde, toekomstbestendige Wervingsstrategie te laten vaststellen in 2025 en deze in 2026 (e.v.) te implementeren.

Waar wenselijk, nodig en haalbaar, zoeken we hierbij de GHO-samenwerking op, Hart van Brabant regio, Provincie Noord-Brabant en/ of de K80. We gaan uit van de bestuurlijk geformuleerde wensen, benoemd in het collegeprogramma. Met de uitrol van de strategie willen we onszelf (weer) goed in de markt zetten, de kracht van gemeente Hilvarenbeek als werkgever benadrukken, vacatures zo effectief en duurzaam

94

mogelijk invullen en het aandeel inhuur naar gewenste (nader te formuleren) proporties terugbrengen. Dit alles met als doel deskundig en tijdig in te kunnen blijven spelen op vragen van inwoners, verenigingen en ondernemers en de kwaliteit van onze dienstverlening te optimaliseren. Vitaliteit Aandacht voor vitaliteit en duurzame inzetbaarheid blijft onverminderd van belang. Enerzijds voor het welzijn van onze medewerkers en voor ons imago als aantrekkelijke werkgever in deze krappe arbeidsmarkt. Anderzijds omdat stijgend ziekteverzuim ook aanzienlijke kosten met zich meebrengt. In 2025 geven we verder uitvoering aan ons Vitaliteitsbeleid en organiseren we activiteiten op basis van de Vitaliteitskalender. We werken samen in onze organisatie in werkgroepen die mee input geven op en invulling geven aan het beleid. We werken met onze eigen medewerkers aan vitaliteit, ook door hen zelf workshops te laten verzorgen, op basis van eigen competenties, vaardigheden of kennis, zoals een workshop MTB of yoga. We voldoen via de compacte verbouwing/ inrichting van een onbenutte kamer eind 2024 aan alle eisen voor de kolfruimte, en bieden deze ruimte per 2025 via een reserveringssysteem tevens aan onze medewerkers aan als stilte-, yoga-, gebedsruimte.

Ander systeem van functiebeschrijving- en waardering In 2025 stappen we definitief over naar een ander systeem van functiebeschrijving- en waardering: HR21. Eind 2024 is voorzien het proces af te ronden. De financiële middelen voor de implementatie zijn beschikbaar. Mogelijk heeft de overstap naar HR21 gevolgen voor de inschalingen van een beperkt aantal functies. Ook hiervoor is geld beschikbaar gesteld. Aanpassen regelingen Als gevolg van de nieuwe Cao gemeenten moeten verschillende personele regelingen aangepast worden. We pakken dit samen met Goirle en Oisterwijk op. Dit werkt efficiënt en daarmee komen we zoveel als mogelijk tot dezelfde personele regelingen voor medewerkers binnen GHO. Steeds vaker werken collega’s voor twee of drie van de GHO-gemeenten, waardoor het wenselijk is om dezelfde personele regelingen te hebben. Formatie In onderstaande tabel zetten we de formatie exclusief bestuur af tegen de formatie 2024.

Reguliere formatie Griffiefunctie Garantiebanen Bovenformatief Totaal exclusief bestuur

raming begroting 2025 133,4 1,8 0,8 3,3 139,3

raming begroting 2024 128,6 1,8 0,4 3,0 133,8

Het verschil van 4,8 fte bij reguliere formatie betreft: • 0,5 fte Inrichting en functioneel beheer zaaksysteem (IM) (VJN23/70) • 0,8 fte beleidsmedewerker natuur & landschap en erfgoed (80% van VJN24/44) • 0,8 fte beleidsadviseur transitie Landbouw (80% van VJN24/49) • 3* 0,5 fte teamleiders (VJN24/55) • 0,8 fte Adviseur dienstverlening digitale en open overheid (WOO) (VJN24/57) • 0,5 fte Formatie Team P&O uitbreiden (50% van VJN24/59) De 3,3 fte bovenformatief betreft 1,6 fte projectleiders met een vaste aanstelling waarvoor dekking is binnen projecten en GREX, 0,7 fte extra capaciteit piek reisdocumenten t/m 2028 (VJN23/60), 0,5 fte erfgoedbeleidsmedewerker 2024/2025 (VJN23/ amendementen knop 37) en 0,5 fte initiatievencoördinator (tijdelijk t/m 2027)

95

De formatie en bijbehorende bruto salarislasten, inclusief bestuur, zijn als volgt over de programma’s verdeeld: Programma Formatie (fte) Brutosalaris 1. Samenlevend 27,3 € 2.571.017 2. Belevend 48,7 € 4.188.584 3. Ondernemend 1,7 € 148.153 4. Dienstverlenend 10,9 € 978.881 6. Overhead 53 € 4.741.517 Investeringen 1,7 € 158.272 Eindtotaal 143,3 € 12.786.424 Informatiemanagement Digitale transformatie kan niet zonder voldoende politiek-bestuurlijke aandacht. Digitalisering is meer dan ICT en bedrijfsvoering, bovendien niet alleen een kostenpost. Het biedt kansen en ook bedreigingen. De gemeenteraad stelt hiertoe visie en richting vast en is kaderstellend door het financieel faciliteren van digitalisering. De digitalisering binnen de overheid is een dynamisch veld waarbij strategische keuzes essentieel zijn voor de toekomstige dienstverlening en operaties. Het nieuwe iBeleids- en uitvoeringsplan GHO, in samenwerking met Equalit, is een stap voorwaarts in het aanpakken van uitdagingen. Het plan erkent de potentie van kunstmatige intelligentie (AI) en data-analyse voor beleidsvorming en rapportage, terwijl het ook de noodzaak benadrukt om cyberveiligheid te waarborgen en inclusie te bevorderen. De keuze tussen het leiden of volgen van digitale innovaties, zijn we koploper of volgen we in het peloton, is een kritisch beslispunt waar wij in 2025 stappen in voorzien te zetten.

Deze zullen niet alleen de digitale infrastructuur en de werkplekken beïnvloeden, maar ook de manier waarop inwoners en bedrijven interactie hebben met de gemeente. Ontwikkelingen (vanuit de kopgroep of later) zorgen voor een toename van ICT kosten die groter is dan de inflatie, en dus ook de indexering. De kosten voor digitalisering (zonder personeelskosten) zijn de laatste 5 jaar volgens de landelijke benchmark 2018/2022 gemiddeld € 4,50 per inwoner (incl. personeel) per jaar toegenomen. In 2022 was de toename zelfs € 10. Het tijdig nemen van (financiële) maatregelen is nodig. Onze werkplek en inzet van clouddiensten De ontwikkeling van een visie op clouddiensten en het beleid voor de implementatie van producten zijn cruciale stappen voor elke organisatie die de digitale transformatie ondergaat. Het gefaseerd inzetten van Microsoft 365-technologieën, wat past bij het programma Werkplek van de Toekomst en uitgangspunten binnen Equalit, is een aanpak die organisaties in staat stelt om geleidelijk over te gaan en de impact op de bestaande infrastructuur te minimaliseren. Het uitfaseren en aanpassen van de huidige technische infrastructuur, zoals Citrix, is een belangrijke stap om te zorgen voor compatibiliteit met moderne cloud-gebaseerde oplossingen.

De investering in beveiligde mobiele apparaten is een belangrijke keuze om de veiligheid van onze bedrijfsgegevens te waarborgen en een duidelijke scheiding tussen werk en privé te handhaven. Deze strategische beslissingen, hoewel ze aanvankelijk extra kosten met zich meebrengen, zijn essentieel voor het waarborgen van een veilige en efficiënte werkomgeving voor de toekomst. Het is belangrijk dat de kosten en voordelen van dergelijke investeringen in de Voorjaarsnota 2025 financieel vertaald worden. In 2025 zetten we in op beveiligd ingerichte mobiele telefoons voor de Werkplek van de Toekomst, dit vraagt om een structurele investering van € 30.000, waartoe we in de VJN25 een voorstel zullen opvoeren. Informatieveiligheid en privacy Naar verwachting zal in 2025 de Cyberbeveiligingswet in werking treden. Hiermee krijgen gemeenten de zorgplicht voor beveiliging, en een meldplicht voor incidenten en toezicht, deze plicht geldt ook

96

voor samenwerkingsverbanden. Daarvoor stellen we lokaal beleid vast. Op het terrein van algoritmes, data en AI is ook regelgeving vastgesteld, zoals de AI-Act die per 1 augustus 2024 in werking is getreden wetgeving welke strikte eisen stelt aan digitale diensten en platforms, wat de noodzaak voor gemeenten onderstreept om hun IV&P-beleid en capaciteit te versterken. De uitdagingen die kleinere gemeenten ondervinden bij het aantrekken van de benodigde expertise worden aangepakt door samenwerkingen aan te gaan, kennisdeling te bevorderen en mogelijkheden voor gezamenlijke inkoop te onderzoeken. Het is duidelijk dat een proactieve en strategische benadering van IV&P niet alleen noodzakelijk is voor de bescherming van gegevens en diensten, maar ook een investering in de toekomstige veerkracht en betrouwbaarheid van gemeentelijke dienstverlening. Hiervoor moet de formatie van het team, in GHO-verband, in 2025 uitgebreid worden. Bevorderen kunstmatige intelligentie (AI) De snelle vooruitgang in de wereld van kunstmatige intelligentie (AI) biedt ongekende mogelijkheden voor organisaties en individuen. Met de toenemende beschikbaarheid van grote hoeveelheden data, krachtigere cloudcomputing en geavanceerde machine learning algoritmes, wordt AI steeds toegankelijker.

Het is belangrijk dat medewerkers begrijpen welke kansen AI biedt, maar ook bewust zijn van de potentiële risico's en ethische overwegingen. Door het opstellen van duidelijke richtlijnen en het bieden van trainingen, zorgen wij ervoor dat medewerkers AI op een veilige en effectieve manier gebruiken. Dit zal niet alleen helpen bij het vormgeven van beleid en het stimuleren van ontwikkelingen, maar ook bij het vereenvoudigen van werkprocessen. De investering in een betrouwbare versie van Generatieve AI, zoals de betaalde variant van CoPilot, kan een waardevolle stap zijn om deze doelen te bereiken en een toekomstbestendige werkomgeving te creëren. Daarvoor hebben we in 2024 in GHO-verband een aantal uitgangspunten opgesteld. We stellen een visie voor gemeentelijke toepassing van AI op; daarbij gaan we uit van Generatieve AI met inzet van de betrouwbare versie van CoPilot (kosten € 360 per medewerker/per jaar). In 2024/2025 worden medewerkers getraind. De Autoriteit Persoonsgegevens zal, gezien het belang en toenemend gebruik van algoritme en AI, meer controleren en toetsen op de verantwoordingsplicht van gemeenten. Datagestuurd werken Samen met de GHO-gemeenten werken we aan het vaststellen van onze ambitie op data gestuurd werken. Daarvoor hebben we een missie en visie als kader voor de komende jaren. We richten ons daarbij ook op data-ethiek.

Zoals in de raadsinformatiebrief 2024-41 aangegeven zal dit nader uitgewerkt worden in een GHO-implementatieplan. Daarnaast onderzoeken we de inzet van een volwassen dataplatform. Beide moeten in 2025 vorm krijgen. Europese wetgeving richt zich steeds meer op data en de daarbij behorende grondrechten en ethiek; zo staat in 2025 de implementatie van de Verordening Europese Data gepland. Als gemeenten moeten we inzichtelijk maken welke data en gegevens we verwerken en onze inwoners de gelegenheid geven om dit in te zien. Archief op orde voor Woo en overdracht Om de Wet Open Overheid goed uit te voeren, moeten we onze informatiehuishouding op orde hebben. Het is belangrijk om voldoende middelen en capaciteit vrij te maken om aan de wettelijke verplichtingen te voldoen en het verbeterplan informatie- en archiefbeheer 2023 succesvol uit te voeren. Het Meerjarenplan Openbaarheid en Informatiehuishouding Rijksoverheid 2024-2025 biedt een raamwerk voor bestuursorganen om hun digitale overheidsinformatie duurzaam toegankelijk te maken. Dit plan benadrukt het belang van transparantie en het professioneel beheer van informatie als belangrijke stappen naar een open overheid. Vertraging in de uitvoering van ons verbeterplannen kan leiden tot intensiever provinciaal toezicht en het niet nakomen van wettelijke taken op het gebied van archiefbeheer.

Gemeenten moeten daarom actief plannen ontwikkelen, prioriteiten stellen en de nodige investeringen doen om de informatiehuishouding op orde te krijgen en te houden. Voor het wegwerken van de laatste achterstanden op het archief is via de Voorjaarsnota 2024 incidenteel € 45.000 aangevraagd (VNJ24/63).

97

Samenwerking en governance Equalit Onze ICT-partner Equalit en de samenwerking met de deelnemende gemeenten is volop in beweging. Samen onderzoeken we de mogelijkheden om deze samenwerking te actualiseren en opnieuw in te richten. Wij zetten in op een governance met meer informatietoegang en stuurmogelijkheden voor deelnemende gemeenten. Eén van de doelen is bijvoorbeeld voor elke verbonden partij de processen, zoals de P&C-cyclus, beter aan te laten sluiten op de eigen organisatie.

98

Paragraaf 6

2.6 Verbonden partijen

Verbonden partijen zijn rechtspersonen waarmee we een bestuurlijke en/of een financiële band hebben. Dit zijn onder andere gemeenschappelijke regelingen en vennootschappen (waarvan de aandelen geheel of gedeeltelijk in het bezit zijn van de gemeente), verenigingen of stichtingen die een publiek belang behartigen. Met de bestuurlijke band bedoelen we dat we één of meer zetels hebben binnen de betreffende partij of dat we stemrecht hebben. Van een financiële band is sprake zodra we middelen ter beschikking stellen aan deze partij. Verbonden partijen zijn te verdelen in de volgende categorieën: (1) gemeenschappelijke regelingen, (2) coöperaties/vennootschappen, (3) stichtingen/verenigingen en (4) overige verbonden partijen. Zie voor het meest recent overzicht Raadsinformatiebrief 2024-37. In deze paragraaf lichten we de verbonden partijen toe waarmee we een bestuurlijke en financiële band hebben. In onderstaande tabellen hebben we de begrote financiële gegevens van 2025 verwerkt voor zover ze bekend waren op het moment dat dit boekwerk gemaakt werd. Eventuele afwijkingen vindt u expliciet vermeld terug. Financiële risico’s bij de verbonden partijen Voor een aantal gemeenschappelijke regelingen draagt de gemeente financiële risico’s. De specifieke risico’s staan benoemd per verbonden partij en in de tabel.

Met de GGD, de Diamantgroep, de Veiligheidsregio en de Omgevingsdienst is afgesproken dat de deelnemende partijen de financiële risico’s opvangen wanneer de organisatie zelf niet over voldoende weerstandscapaciteit beschikt. Specifieke risico’s staan uitgewerkt in de risicokaart. Voor de samenwerking met de Regionale ambulance voorziening, Regio Hart van Brabant en de verbonden vennootschappen draagt de gemeente geen financiële risico’s. Voor het onderdeel Jeugdzorg van de Regio Hart van Brabant worden de werkelijke (toegerekende) kosten doorbelast.

99

Verbonden partijen *€ 1.000

Taakveld

Bestuur

Bijdrage 2025

Grondslag

Resultaat 2025

Eigen Vermogen 1-1-25

31-12-25

Vreemd Vermogen 1-1-25 31-12-25

Gemeenschappelijke regeling (GR) 1 GGD Hart voor Brabant

7.1

Lid AB

716

Bijdrage per inwoner

0

4.459

3.980

12.924

13.174

1

Diamantgroep

6.4

Lid AB

1.400

Rijksuitkering Sociale werkvoorziening

- 738

17.645

15.041

21.755

29.954

2

1.1

2

Veiligheidsregio Midden- en West Brabant Omgevingsdienst Midden-West Brabant Regionale ambulance voorziening

Lid AB

1.046

Inwoneraantal

0

5.233

4.444

49.959

57.342

7.4

Lid AB

871

0

1.1

Lid AB

n.v.t.

Ingebracht werk en inwonersaantal Geen bijdrage

0

15.099

4

Regio Hart van Brabant

0.1

Lid AB

75 2.629

Bijdrage per inwoner Jeugdhulp

0

103**)

9.225**)

4

Midpoint Brabant

3.1

Lid AB

75

Bijdrage per inwoner

0

Vennootschap 5 Brabant Water NV

0.5

n.v.t.

13.166 aandelen

+ 9.213

699 ***)

619 ***)

5

0.5

Aandeelhouder Aandeelhouder Aandeelhouder

59

23.510 aandelen

Betreft aankoop aandelen in 2023

Uiteindelijk € 427.000 aan aandelen (betreft 2,5% van totaal). Hiervan is in 2023 €134.000 gestort.

2

5

*) **) ***)

NV Bank Nederlandse Gemeenten Publiek Ontwikkelbedrijf REKS B.V.

2.930 *)

n.v.t.

14.758

7.429 *) 48.401

46.369

n.v.t.

n.v.t.

n.v.t.

n.v.t.

n.v.t.

n.v.t.

n.v.t.

n.v.t.

Cijfers betreffen geprognosticeerde balans 2025 Cijfers betreffen geprognosticeerde balans 2024 Cijfers betreffen jaarrekening 2023

GGD Hart voor Brabant (Tilburg) Deze Gemeenschappelijke Regeling van 19 Brabantse gemeenten heeft als doel een bijdrage te leveren aan de openbare gezondheidszorg zoals voorgeschreven door de Wet collectieve preventie volksgezondheid. Hieronder vallen onder meer de jeugdgezondheidszorg, infectieziektebestrijding, medische milieukunde en gezondheidskundig onderzoek. Daarnaast zorgt de GGD voor de controle op kinderopvangorganisaties op basis van de Wet Kinderopvang. Het risico voor de financiële positie van de GGD voor de gemeente is afgedekt in de Algemene reserve van de GGD. Deze reserve is door het AB genormeerd op minimaal € 1,5 miljoen. en maximaal € 5,2 miljoen. In 2025 is deze reserve € 1,5 miljoen Dit is groot genoeg voor het afdekken van risico’s.

100

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij iBabs is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/14579669/1