CConstaterende datHilvarenbeek
Koppel je AI →
Document · PDF

Begroting 2022 (3 Boekwerk Begroting 2022)

Plenaire Commissie 21 oktober 2021, gemeente HilvarenbeekBij agendapunt: DEBATTEREN: Raadsvoorstel tot vaststelling van de begroting 2022.39.537 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 4 van 5

Begroting 2022 161.000 61.000

Begroting 2023 161.000 61.000

Begroting 2024 61.000 57.000

Begroting 2025 61.000 58.000

In de exploitatiekosten is vanaf 2024 een besparing op de sportcomplexen van € 100.000 verwerkt. De taakstellende besparing komt voor uit de voorjaarsnota 2020 (nr. 59). Riolering en Water Beleidskader De wet milieubeheer verplicht gemeenten om een actueel gemeentelijk rioleringsplan (vGRP) te hebben. Het huidige v-GRP bestrijkt de periode 2017 tot en met 2021. In Januari 2021 zijn we gestart met het opstellen van het “Riool en Waterprogramma 2022-2026” Dit programma is de opvolger van het lopende vGRP 2017-2021. Dit nieuwe “Riool en Waterprogramma 2022-2026” beschrijft en vertaalt financieel de nieuwe ambities voor de periode 2022-2026 op het gebied van afvalwater, hemelwater en grondwater. Daarbij wordt een kostendekkingsplan met kostendekkende tarieven opgesteld voor de periode 2022 tot en met 2026. De verwachting is dat het “Riool en Waterprogramma 2022-2026” in de raad van december 2021 wordt vastgesteld. De verwachting is dat het “Riool en Waterprogramma 2022-2026” in de raad van december 2021 wordt vastgesteld. Financiële consequenties die voortvloeien uit het beleidskader Om uitvoering te geven aan het beleidskader kennen we het volgende financiële onderscheid in: 1. Saldo exploitatielasten en -baten, inclusief overhead en fictieve BTW, maar exclusief kapitaallasten 2. Kapitaallasten, zijnde rente- en afschrijvingslasten investeringen.

Inclusief de kapitaallasten van de investeringen in de komende jaren. De nieuwe investeringen vindt u terug in de bijlage ‘Overzicht investeringen (meerjarig). 3. Rioolrechten 4. Mutatie voorziening riolering = Saldo product riolering. Geraamde stand van de voorziening per 01-01-2022 = € 4.584.000 5. Mutatie Reserve riolering (verschillen tussen begroting en rekening wat betreft urentoerekening, directe lasten en - baten en opbrengsten rioolheffing). Op begrotingsbasis niet van toepassing, alleen bij jaarrekening. Geraamde stand per 01-01-2022 bedraagt € 638.000. Exploitatie Bedragen x € 1.000 1. Saldo Exploitatielasten en –baten 2. Kapitaallasten 3. Rioolrechten 4. Onttrekking aan voorziening = inkomst 5. Mutatie reserve riolering

Begroting 2022 1.246 670 -/- 1.479 -/- 437 0

Begroting 2023 1.243 642 -/- 1.479 -/- 406 0

Begroting 2024 1.242 638 -/- 1.479 -/- 401 0

Begroting 2025 1.242 542 -/- 1.479 -/- 305 0

Wegbeheer Beleidskader In de raadvergadering van december 2021 staat het nieuw beleids- en wegenbeheerplan 2021-2025 op de agenda om vastgesteld te worden. Daarbij leggen we u een aantal onderhoudsscenario’s voor waarbij onderhoudsniveau C als ondergrens wordt gehanteerd. De provincie hanteert als toezichthouder van gemeenten zelf ook onderhoudsniveau C als ondergrens bij de integrale toetsing van de financiële positie van de gemeente. In de toekomst gaan we het onderhoud van onze wegen iets anders organiseren. De gedachte is om meer te doen aan preventief onderhoud (andere programmering) en voor bepaalde wegen een lager onderhoudsniveau te hanteren zodat de kosten voor groot structureel onderhoud uitgesmeerd worden over een langere periode. Daardoor kunnen we het

69

nieuwe beheerplan uitvoeren binnen de huidige beschikbare middelen voor wegenonderhoud. Wij verwachten dat dit geen nadelige effecten oplevert aan de kwaliteit van onze wegen en de verkeersveiligheid niet in het geding komt. In de nabije toekomst komen nog een aantal ontwikkelingen voorbij waarbij op termijn extra investeringen gedaan moeten worden, zoals ontwikkelingen in het centrum van Esbeek, Haghorst, fietspad bij de Dunsedijk en snelfietspad langs het kanaal. Voorvloeiende financiële consequenties uit beleidskader Om het beleidskader uit te voeren, kennen we het volgende financiële onderscheid in: 1. Klein jaarlijks onderhoud, aangevuld met overige kleinere exploitatiekosten; 2. Jaarlijks groot onderhoud aan asfalt- en elementenverharding, die we ten laste van de voorziening dekken; 3. Storting in voorziening ter dekking van de jaarlijkse kosten voor groot onderhoud (geraamde stand van de voorziening per 01-01-2022 = € 950.000); 4. Kapitaallasten rehabilitaties, zijnde rente- en afschrijvingslasten voor vervangingen van het wegdek inclusief de fundering. Betreft bestaande en nieuwe kapitaallasten samen. De nieuwe investeringen vindt u terug in de bijlage ‘Overzicht investeringen (meerjarig). Kosten Afgerond op € 1.000 1. Klein jaarlijks onderhoud 2. Jaarlijks groot onderhoud 3. Storting in voorziening 4. Kapitaallasten rehabilitaties

Begroting 2022 141.000 457.000 365.000 90.000

Begroting 2023 143.000 457.000 365.000 111.000

Begroting 2024 143.000 457.000 365.000 124.000

Begroting 2025 143.000 457.000 365.000 137.000

De hierboven vermelde reeksen zijn gebaseerd op het huidige beheerplan. De effecten van het nieuwe beheerplan zijn hierin dus nog niet verwerkt. Openbare verlichting Beleidskader Uitgangspunt voor onderhoud en vervanging van afgeschreven materieel is het vastgestelde beleidsplan ‘Openbare Verlichting 2012 -2021’. Dit beleidsplan is opgesteld overeenkomstig de bepalingen van de Nederlandse Stichting voor Verlichtingskunde (NSVV). Ondanks het feit dat de geldigheidsduur van het beleidsplan is verstreken biedt het meer dan voldoende handvaten om de ingeslagen weg voort te zetten om conventionele verlichting te vervangen voor onderhoudsvriendelijke en energiezuinige duurzame ledverlichting. Voorvloeiende financiële consequenties uit beleidskader Om uitvoering te geven aan het beleidskader kennen we het volgende financiële onderscheid in: 1. Exploitatiekosten, zijnde jaarlijks regulier onderhoud, oplossen storingen en stroomverbruik; 2. Jaarlijkse kapitaallasten (in de vorm van rente en afschrijving) bij vervangingen lichtmasten en armaturen. De nieuwe investeringen vindt u terug in de bijlage ‘Overzicht investeringen (meerjarig). Openbare Verlichting Afgerond op € 1.000 1. Exploitatiekosten 2. Kapitaallasten

Begroting 2022 133.000 51.000

Begroting 2023 131.000 51.000

Begroting 2024 131.000 55.000

Begroting 2025 131.000 56.000

70

Gemeentelijke gebouwen Beleidskader onderhoud gebouwen Het gehele pakket van meerjarenonderhoudsprogramma’s (MJOP’s) is in 2020 geactualiseerd en financieel door vertaald. In deze actualisatie is voor een deel het aspect duurzaamheid betrokken. Duurzaamheid wordt binnen de vastgoedsector steeds belangrijker. Dat komt omdat ongeveer 40% van het totale energieverbruik plaatsvindt in gebouwen. Om de klimaatdoelstellingen van Parijs te behalen valt hier dus veel te winnen. Met het pakket van Duurzaam Meerjaren Onderhoudsprogramma’s (DMJOP’s) worden verdere stappen gezet naar verduurzaming van vastgoed in exploitatie. Op basis van de DMJOP’s en technische inspecties maken we een jaarplanning 2022 voor de uit te voeren werkzaamheden. We hebben een actueel beeld van de benodigde middelen voor het meerjarig groot onderhoud en de vervangingsinvesteringen voor de gemeentelijke gebouwen. We maken onderscheid tussen kosten voor groot onderhoud en vervangingsinvesteringen. De kosten voor groot onderhoud - zoals schilderwerk - brengen we in één keer ten laste van de voorziening. Bij vervangingsinvesteringen – zoals vervangen van een dak - brengen we jaarlijks de kapitaallasten (afschrijvingen en rente) afhankelijk van de afschrijvingsperiode ten laste van de exploitatie.

Voorvloeiende financiële consequenties uit beleidskader Om uitvoering te geven aan het beleidskader kennen we het volgende financiële onderscheid in: 1. Jaarlijkse storting in de voorziening gemeentelijke gebouwen en gymnastieklokalen (geraamde stand voorziening per 01-01-2022 € 1.414.000); 2. Jaarlijkse kosten ten laste van de voorziening gemeentelijke gebouwen en gymnastieklokalen; Voorziening Gebouwenbeheer Afgerond op € 1.000 1. Storting in voorziening 2. Kosten ten laste van voorziening

Begroting 2022 231.000 300.000

Begroting 2023 231.000 487.000

Begroting 2024 231.000 220.000

Begroting 2025 231.000 220.000

71

Paragraaf 4

2.4 Financieringsparagraaf

De gemeentelijke begroting moet worden opgesteld volgens de regels van het stelstel van baten en lasten. Dat wil zeggen dat we uitgaven en inkomsten toerekenen aan het jaar waarop ze betrekking hebben. Dit betekent bijvoorbeeld dat investeringen in een gebouw dat x jaar meegaat niet ten laste komen van het jaar waarin de rekeningen zijn betaald, maar worden gespreid over de jaren waarin het gebouw wordt gebruikt. Voor gezonde gemeentefinanciën is alleen sturen op baten en lasten niet genoeg. We moeten ook sturen op uitgaven en inkomsten (kasstelsel). Kopen we bijvoorbeeld een nieuw gebouw dan betekent dit dat we eenmalig een bedrag betalen aan de verkoper. We moeten er dan bij stilstaan hoe we dit financieren. Betalen we het bedrag met onze eigen middelen - hebben we het bijvoorbeeld op onze bankrekening staan - of moeten we een lening afsluiten waardoor we een schuld opbouwen? Het is belangrijk dat we de schuld in de gaten houden en deze niet te hoog laten oplopen. We gaan in deze paragraaf allereerst in op de gemeentelijke financieringsbehoefte. Daarna beantwoorden we de vraag hoe we in onze financieringsbehoefte voorzien en in hoeverre dat past binnen de wettelijke kaders. Vervolgens evalueren we onze schuldpositie. Omdat we financieren met externe middelen hebben we te maken met rente. We gaan in op de rentes die we hanteren en het renteresultaat.

Financieringsbehoefte Hoe we omgaan met onze financiering, hebben we vastgelegd in de financiële verordening. De behoefte aan financiering ontstaat hoofdzakelijk door twee zaken. Enerzijds door investeringen in materiële vaste activa, zoals wegen, gebouwen en riolering. Anderzijds door verstrekte leningen en onze grondexploitaties. Dit laatste komt doordat bij grondexploitaties de kosten voor de baten uitgaan. We voorzien in deze financieringsbehoefte door - naast de eigen reserves en voorzieningen - geld te lenen. We brengen dit cijfermatig in beeld in de meerjarenprognose van de balans in hoofdstuk 3. Omdat we niet genoeg middelen beschikbaar hebben om in de verwachte financieringsbehoefte te voorzien, ontstaat per saldo een behoefte aan nieuwe financiering. Financiering (x € 1.000) Financieringsbehoefte

2022 -/- 7.789

2023 -/- 9.113

2024 -/- 10.404

2025 -/- 9.616

Bij de interpretatie van deze cijfers moet u rekening houden met het volgende. Allereerst maken we financieel ruimte om investeringen te kunnen plegen. Echter, in de praktijk lopen geplande investeringen regelmatig vertraging op. Het geld dat we hiervoor nodig hebben hoeven we dan ook pas later te lenen. Ten tweede lopen in het verleden afgesloten leningen ook weer af. Dit verklaart ook een deel van de nieuwe financieringsbehoefte. We voorzien in onze (nieuwe) financieringsbehoefte door continu binnen de kaders kort en lang te lenen. 72

Kaders kortlopende leningen (kasgeldlimiet) Op grond van de kasgeldlimiet mogen we ruim € 3,3 miljoen aan ‘kort geld’ aantrekken. De kasgeldlimiet bepaalt namelijk dat onze gemiddelde netto-vlottende schuld in een bepaald kwartaal niet hoger mag zijn dan 8,5% van ons begrotingstotaal, dat zo’n € 39 miljoen aan lasten - inclusief reservemutaties - bedraagt. De meerjarenbegroting laat zien dat we in alle jaren te maken krijgen met een financieringstekort dat boven de kasgeldlimiet uitkomt. We blijven de financieringsbehoefte nauwlettend volgen op basis van onze liquiditeitsprognoses. Deze is uiteindelijk bepalend voor de strategische afweging voor het aantrekken van kort of lang geld. Kaders langlopende leningen (renterisiconorm) De renterisiconorm bepaalt dat jaarlijks 20% van het begrotingstotaal onderhevig mag zijn aan renteherziening en herfinanciering. Hiermee is een maximumgrens gesteld aan het renterisico op de langlopende leningenportefeuille. Van renteherziening is sprake als in de leningsovereenkomst is bepaald dat de rente gedurende de looptijd in een bepaald jaar wordt aangepast. Herfinanciering is het totaalbedrag aan aflossingen op de bestaande leningenportefeuille. Zoals uit onderstaande tabel blijkt, lopen we € 1,43 miljoen renterisico [3] in 2022, terwijl de norm [4] ruimte geeft tot € 7,80 miljoen. Deze renterisiconorm is afgeleid van het begrotingstotaal.

Bedragen x € 1mln

2022

2023

2024

2025

1a

renteherziening op vaste schuld o/g

0,00

0,00

0,00

0,00

1b

renteherziening op vaste schuld u/g

0,00

0,00

0,00

0,00

1

renteherziening op vaste schuld (1a -/- 1b)

0,00

0,00

0,00

0,00

2

Aflossingen

1,43

1,43

0,84

0,84

3

renterisico op vaste schuld (1 + 2)

1,43

1,43

0,84

0,84

4a

begrotingstotaal, afgerond op 1 mln

39

37

38

38

4b

percentage regeling

20%

20%

20%

20%

4

renterisiconorm (4a x 4b)

7,80

7,40

7,60

7,60

5a

ruimte onder renterisiconorm (4 > 3)

6,37

5,97

6,76

6,76

5b

overschrijding renterisiconorm (3 > 4)

0,00

0,00

0,00

0,00

Aangetrokken langlopende leningen In 2021 hebben we bij onze huisbankier nog geen langlopende lening opgenomen. Schatkistbankieren Schatkistbankieren is verplicht en betekent dat we al onze overtollige liquide middelen - die we (tijdelijk) niet nodig hebben om onze publieke taken en verantwoordelijkheden uit te oefenen - boven een bepaald drempelbedrag verplicht moeten aanhouden in de schatkist bij het ministerie van Financiën. De drempel voor schatkistbankieren, opnieuw vastgesteld vanaf 1 juli 2021, ligt voor onze gemeente tussen een minimum van € 1,0 miljoen en een maximum van € 10,0 miljoen. Op basis van 2% van het begrotingstotaal van € 39 miljoen komt de gemeente niet uit boven de ondergrens van € 1,0 miljoen. (Vooralsnog gaan we uit van het gemiddelde van de banksaldi over een kwartaal). Gezien het ontbreken van overtollige middelen is de ‘budgettaire impact’ van Schatkistbankieren voor onze gemeente in ieder geval tot en met 2025 nihil. We hebben dan namelijk een financieringstekort in plaats van een structureel financieringsoverschot.

73

Schuldpositie Voor gezonde, houdbare gemeentefinanciën is alleen sturen op baten en lasten niet genoeg. We moeten ook kijken naar de hoogte van de schuld. Rente en aflossingen leggen tenslotte een beslag op de toekomstige begroting. Hoe meer we extern financieren, hoe hoger de schulden, hoe meer rente en aflossingen drukken op onze toekomstige begroting. In de paragraaf ‘weerstandsvermogen en risicobeheersing’ gaan we in op de risico’s die we hierbij lopen.

Renteontwikkeling Rentevisie In het eerste halfjaar van 2021 gelden als gevolg van de pandemie nog grotendeels de contactbeperkende maatregelen. Pas na de zomer voorziet de raming de eerste echte grote versoepelingen. Het economische herstel krijgt hierdoor dan ook pas echt vorm in het derde kwartaal van 2021. In lijn met de aannames van de ECB (Europese Centrale Bank) ligt in de raming besloten dat de maatregelen pas volledig worden afgebouwd in het eerste kwartaal van 2022. De Nederlandse economie is met 3,7% gekrompen in 2020. Dat is samen met 2009 – toen als gevolg van de financiële crisis – de sterkste krimp sinds de Tweede Wereldoorlog. In vergelijking met andere landen valt de krimp in Nederland overigens mee. Zo is het bbp (bruto binnenlands product) in bijvoorbeeld Duitsland (-4,9%), België (-6,4%), Frankrijk (-8,1%) en de eurozone als geheel (-6,6%) sterker gekrompen. In de raming krijgt de economie in 2021 een flinke impuls in de tweede helft van het jaar, per saldo komt de bbp-groei naar verwachting uit op 2,2% in 2021. In de raming groeit het bbp naar verwachting met 4,2% in 2022. Dat zou een evenaring zijn van de bbp-groei in 2000; de hoogste groei sinds de eeuwwisseling. Onderliggend staat 2022 vooral in het teken van het herstel van de consumptieve bestedingen van huishoudens.

Als we een tijd van inflatie tegemoet gaan, zal dat ook een hogere rente gaan betekenen. De Europese Centrale Bank streeft naar een inflatie het hele jaar boven de 2 procent, maar dat cijfer wordt in 2022 naar verwachting niet bereikt. De rente is nog laag in 2021, maar rentestijgingen worden daarna wel verwacht. Rente uitgangspunten Voor de berekening van de rentelasten en –opbrengsten hanteren we de volgende uitgangspunten: Financieringsoverschot financieringstekort (tot kasgeldlimiet) financieringstekort (boven kasgeldlimiet) Omslagrente (kapitaallasten investeringen) Omslagrente (grondexploitatie) Projectfinanciering binnensportaccommodatie

2022 n.v.t. 0,50% 1,50% 0,80% 0,95% 1,66%

2023 n.v.t. 0,50% 1,50% 0,80% 0,95% 1,66%

2024 n.v.t. 0,50% 1,50% 0,80% 0,95% 1,66%

2025 n.v.t. 0,50% 1,50% 0,80% 0,95% 1,66%

Renteresultaat Het renteresultaat bestaat uit het verschil tussen de daadwerkelijk te betalen en te ontvangen rente en aan de exploitatie toegerekende rente. In hoofdstuk ‘algemene dekkingsmiddelen en onvoorzien´ is het renteresultaat gepresenteerd vanuit de financieringsfunctie. Het resultaat is positief omdat de rente die we nu betalen lager is dan de rente die we standaard doorberekenen aan onder andere investeringen. Dit voordeel hebben we ingezet als algemeen dekkingsmiddel. In bijlage ‘berekening renteresultaat’ brengen we de totstandkoming van het renteresultaat in beeld.

74

Paragraaf 5

2.5 Bedrijfsvoering

In deze paragraaf leest u meer over onze bedrijfsvoering. We gaan specifiek in op een aantal aandachtspunten in de bedrijfsvoering zoals de financiële besturing en beheersing, personeel en informatiemanagement.

Aandachtspunten bedrijfsvoering Besturing en beheersing Om u in staat te stellen uw kaderstellende en controlerende rol in te vullen, hebben we afspraken gemaakt over de jaarlijks door de organisatie op te leveren begrotings- en verantwoordings-documenten zoals de begroting, voorjaarsnota(+), najaarsnota en jaarstukken. De risicovolle processen beheersen we met behulp van de interne controles die we uitvoeren op basis van onze Interne Controle plannen. Organisatieontwikkeling Het programma ‘Samen krachtig vooruit’ is in 2021 opgestart en loopt door in 2022 en 2023. Met dit programma geven we invulling aan enkele prioriteiten waarop we als organisatie verder willen ontwikkelen. Doel van dit programma is het ontwikkelen van ons gedrag op drie voor ons belangrijke competenties die ons helpen onze inwoners en ondernemers beter te kunnen bedienen. We zijn hierdoor niet alleen in staat te anticiperen op de veranderende samenleving. We nemen zelf regie om als gemeente onszelf te ontwikkelen en het gesprek aan te blijven gaan met bestuur en samenleving. Dit doen we door ons gedrag te ontwikkelen op de volgende drie competenties die voor elk team en voor elke functie anders vertaald kunnen worden: 1. Eigenaarschap: ik voel me verantwoordelijk en neem dit op me; stel hierbij mijn doelen, maak afspraken waar ik me aan houd, bewaak grenzen en termijnen 2.

Planmatig werken: ik werk volgens een vooraf afgestemd stappenplan met duidelijk doel en budget. In de samenwerking met mijn klant of opdrachtgever heb ik aandacht voor (her)contracteren. 3. Verplaatsen in de klant: k verplaats me in de klant en behandel deze zoals ik ook zelf professioneel behandeld wil worden. Om deze competenties verder te ontwikkelen zijn per competentie twee projecten geformuleerd waaraan we de komende jaren werken. Het project Heldere taal en het project Projectmatig werken zijn al in 2021 gestart. De overige projecten bevinden zich in het laatste kwartaal van 2021 in de initiatieffase en krijgen vervolg in 2022.

75

Personeel Als gevolg van de coronacrisis zijn we in 2020 op een andere, voornamelijk online manier, met elkaar gaan werken. We zijn aan de slag gegaan met de Nieuwe Hilvarenbeekse manier van werken, waarbij we de goede zaken van online samenwerken vasthouden, ook na corona. In 2021 hebben we een enquête uitgezet onder alle medewerkers, waarbij we naar hun wensen ten aanzien van thuis en op kantoor werken hebben gevraagd. Vrijwel iedereen heeft deze ingevuld, hetgeen laat zien dat dit onderwerp erg leeft. Een van de conclusies is dat een groot deel van onze medewerkers ook na corona deels thuis wil blijven werken. In 2022 werken we de Nieuwe Hilvarenbeekse manier van werken verder uit en vertalen we dit naar manieren van (samen)werken, de inrichting van ons gebouw en informatiemiddelen. In relatie tot onze beschikbare financiële middelen gaan we voor een gefaseerde invoering. Een van de belangrijkste speerpunten op het gebied van personeel, die ook in 2022 hoog op de agenda staat, is duurzame inzetbaarheid. Thema’s als werkvermogen (balans tussen belasting en belastbaarheid), persoonlijke ontwikkeling en vitaliteit (niet alleen fysiek maar ook werkplezier en uitdaging) zijn hierin belangrijk. We leveren maatwerk en gebruiken persoonlijke gesprekken om met medewerkers hierover in contact te zijn en afspraken te maken.

Medio 2021 hebben we de verslaglegging van deze gesprekken ondergebracht in Youforce, zodat de verslaglegging en borging van de gesprekken efficiënt en met minimale administratieve belasting gebeurt. We bieden, in samenwerking met Goirle en Oisterwijk, een programma aan onze medewerkers aan vanuit het doel om vitale, wendbare en energieke medewerkers te hebben. Een ander speerpunt is onze profilering als aantrekkelijk en modern werkgever. Dit is nodig om goede kandidaten te werven voor openstaande vacatures, zeker gezien de huidige arbeidsmarkt. Daarbij is ook het boeien en binden van eigen medewerkers van belang, onder andere door te investeren in opleiding en ontwikkeling van talenten. In onderstaande tabel zetten we de formatie exclusief bestuur af tegen de formatie 2021.

Reguliere formatie Griffiefunctie Garantiebanen Bovenformatief Totaal exclusief bestuur

raming begroting 2022 118,1 1,8 1,7 2,4 124,0

raming begroting 2021 119,5 1,8 1,7 2,2 125,2

76

Het verschil (vermindering) van 1,4 fte bij reguliere formatie betreft het eindigen van de 1 fte tijdelijke formatie medewerker rechtmatigheid per 1-1-2021, de nieuwe 0,8 formatie consulent mentale gezondheid die voorheen (duurder) werd ingekocht (taakstelling nr.8 ), het laten vervallen van 0,8 fte vacatureruimte bij de Buitendienst en van 0,7 fte voor digitale communicatie (taakstelling nr. 31) en het uitbreiden van de formatie voor applicatiebeheer sociaal domein met 0,3 fte (VJN2021 nr.45). De 2,4 fte bovenformatief betreft de tijdelijke formatie van 0,6 fte evenementencoördinator VTH (t/m 2022), en verder 1,8 fte projectleiders met een vaste aanstelling waarvoor dekking is binnen projecten en GREX. In de voorjaarsnota 2018++ is besloten om met 2,5 fte in GHO-verband het gegevensmanagement voor de drie gemeenten uit te voeren, waarvan 0,8 fte voor onze gemeente. In afwachting van de precieze invulling van deze functies, is deze formatie-uitbreiding nog niet verwerkt in bovenstaand cijfer voor de reguliere formatie. De formatie en bijbehorende bruto salarislasten, inclusief bestuur, zijn als volgt over de programma’s verdeeld: Programma 1. Samenlevend 2. Belevend 3. Ondernemend 4. Dienstverlenend 6. Overhead Investeringen Eindtotaal

Formatie (fte) 26,2 39,5 1,7 9,5 48,6 2,3 127,1

Brutosalaris 1.889.265 2.808.930 115.020 866.928 3.680.140 193.746 9.554.029

Informatiemanagement In 2021 schetsten we voor u de ontwikkelingen over informatiemanagement. Al geruime tijd is er sprake van een digitale evolutie. Ontwikkelingen gaan razendsnel, nieuwe technologieën veranderen onze maatschappij en de manier hoe we omgaan met informatie. Als gemeente willen en moeten we daarin mee, onze inwoner vraagt daarom. Naast financiën en personeel is Informatie en ICT een strategisch bedrijfsmiddel, waarop we blijvend moeten investeren en ontwikkelen. Dit doen we vooral samen met GHO, Equalit en onze ketenpartners. Daarbij passen we de landelijke kaders van Common Ground (scheiden van data, processen en applicaties) toe, werken met basisregistraties, passen Cloud-ontwikkelingen toe en gebruiken onze data om te ontwikkelen en sturen. De ontwikkelingen die we al ingezet hebben, voeren we verder uit, we implementeren nieuwe mogelijkheden om de dienstverlening aan onze klanten te verbeteren. Projecten die in gang gezet zijn gaan we in 2022 verder uitwerken en/of toepassen. We zorgen er daarbij voor dat we grip op onze gegevens hebben en houden. Als gemeente zijn wij zelf verantwoordelijk voor het gebruik van onze gegevens, daar zien we op toe. Niet alleen welke gegevens we inzetten, maar ook wie die gegevens mag inzien en gebruiken. Dat moet veilig gebeuren en met het waarborgen van de privacy.

Naast onze informatie moet ook de ICT-voorziening op orde zijn. Samen werken we aan de Nieuwe Hilvarenbeekse Manier van Werken. We werken flexibel en plaats onafhankelijk (samen). De werkplek van een medewerker is op kantoor en thuis. Op deze ontwikkeling moeten we inspelen, ook met de juiste technische middelen. Onze huidige computers zijn afgeschreven en bij de vervanging spelen we hierop in. Onze nieuwe computers e.d. zijn plaats onafhankelijk in te zetten, daar kunnen we digitaal mee vergaderen en faciliteren we thuiswerken ook mee.

77

En we harmoniseren onze processen en applicaties zoveel als mogelijk. Samen met de andere Equalit-gemeenten werken we aan de zogenaamde BigFive projecten: harmonisatie van processen en applicaties in alle domeinen. In het programma dienstverlenend noemden we al enkele van deze projecten. Andere projecten in dit kader zijn: • • •

Complexe (aan)vragen van inwoners, waarbij verschillende samenwerkingspartners zijn betrokken, kunnen we goed beantwoorden door digitaal samen te werken met betreffende samenwerkingspartners. Betere dienstverlening door het werken met/aan een geo-huis, waarmee we de komende jaren onze geografische informatie verder opbouwen, beheren en gebruiken. We maken beleid dat is gebaseerd op relevante data(analyses) en gebruiken data om doelgerichter te sturen. Datagedreven werken passen we structureel toe, binnen verschillende domeinen.

We voldoen aan nieuwe informatiewetten die in werking treden Op het gebied van informatievoorziening treden in 2022 diverse wetten in werking. Denk aan de Wet Hergebruik Overheidsinformatie, Wet Elektronische Publicaties, Wet Modernisering elektronisch bestuurlijk verkeer, Wet Open Overheid of de Archiefwet. Doel van de wetten is dat we zorgen dat onze dienstverlening en ons informatiebeheer goed, veilig en betrouwbaar is. Maar ook dat we openheid van informatie geven; niet alleen als daar om gevraagd wordt. We richten in 2022 onze digitale kanalen zodanig in dat overheidsinformatie beter vindbaar, uitwisselbaar, eenvoudig te ontsluiten en goed te archiveren is. Met al deze projecten zetten we weer een goede en belangrijke stap zodat onze diensten en bedrijfsvoering beantwoorden aan de maatschappelijke ontwikkelingen en de digitale evolutie. Daarmee maken we onze informatiehuishouding ook op orde voor allerlei wettelijke taken. Overige De belastingwerkzaamheden voeren we vanaf 2022 weer grotendeels zelf uit. 2021 was het laatste jaar waarin onze belastingwerkzaamheden door een externe commerciële partij werden uitgevoerd. Vanaf 2022 voeren we de werkzaamheden weer grotendeels zelf uit. De afgelopen jaren hebben we geen goede ervaring gehad met de uitvoering door de externe partijen. Beloofde ontzorging was van korte duur.

Om zelf weer meer de regie te krijgen over de kwaliteit van de werkzaamheden, voeren we het weer zelf uit. Specifieke taken, zoals het taxeren van woningen, blijven we uitbesteden. Mogelijk hebben we in 2022 nog te maken met de nasleep van wat in 2021 niet goed is gegaan met de uitvoerende partij. We zetten alles op alles om het hele proces van taxeren, aanslagoplegging en inning weer goed op de rit te krijgen.

78

Paragraaf 6

2.6 Verbonden partijen

Verbonden partijen zijn rechtspersonen waarmee we een bestuurlijke en financiële band hebben. Dit zijn onder andere gemeenschappelijke regelingen en vennootschappen (waarvan de aandelen geheel of gedeeltelijk in het bezit zijn van de gemeente), verenigingen of stichtingen die een publiek belang behartigen. Met de bestuurlijke band wordt bedoeld dat we één of meer zetels hebben binnen de betreffende partij of dat we stemrecht hebben. Van een financiële band is sprake zodra we middelen ter beschikking stellen aan deze partij. Verbonden partijen zijn te verdelen in de volgende categorieën: gemeenschappelijke regelingen, stichtingen/verenigingen en coöperaties/vennootschappen. In deze paragraaf lichten we de verbonden partijen uit waarmee we een bestuurlijke en financiële band hebben. In onderstaande tabellen hebben we de begrote financiële gegevens van 2022 verwerkt voor zover ze bekend waren ten tijde van het opmaken van dit boekwerk. Wij hebben voorgesteld om voor de komende jaren aan de verbonden partijen aan te geven geen verhoging van de bijdrage te kunnen veroorloven en ons het recht voorbehouden bezuinigingsvoorstellen te doen wanneer de lokale financiële situatie daartoe aanleiding geeft. In onze begroting hebben we een taakstelling opgenomen voor de samenwerkingsverbanden van € 145.000 in 2022 en de jaren daaropvolgend € 200.000.

Deze taakstelling kan onder andere door bezuinigingen op de verbonden partijen worden ingevuld. Financiële risico’s bij de verbonden partijen Voor een aantal gemeenschappelijke regelingen draagt de gemeente financiële risico’s. Met de GGD, de Diamantgroep, de Veiligheidsregio en de Omgevingsdienst is afgesproken dat de deelnemende partijen de financiële risico’s opvangen wanneer de organisatie zelf niet over voldo ende weerstandscapaciteit beschikt. Specifieke risico’s staan uitgewerkt in de risicokaart. Voor de samenwerking met de Regionale ambulance voorziening, Regio Hart van Brabant en de verbonden vennootschappen draagt de gemeente geen financiële risico’s.

79

Verbonden partij Gemeenschappelijke regeling 1 GGD: Verplichte regeling in de publieke gezondheidszorg 1 Diamantgroep: Geeft uitvoering aan participatiewetgeving 2 Veiligheidsregio Midden-West Brabant: Verplichte regeling geeft uitvoering aan de wet veiligheidsregio’s 2 Omgevingsdienst Midden-West Brabant: Verplichte samenwerking geeft uitvoering aan vergunningsverlening, toezicht- en handhavingstaken op milieugebied 2 Regionale ambulance voorziening: Kwalitatief hoogwaardige ambulancezorg regelen binnen budgettair kader 4 Regio Hart van Brabant: Bestuurlijke, ruimtelijke en economische versterking van de regio Vennootschap 5 Brabant Water N.V.: Borgt een optimale drinkwatervoorziening in haar voorzieningsgebied 3 5 N.V. Bank Nederlandse Gemeenten: Draagt bij aan het laag houden van kosten voor maatschappelijke voorzieningen voor de burger 3

Taak veld

Bijdrage (belang)

Resultaat * € 1.000 Resultaat 2021

Eigen vermogen * € 1.000 01-01-2022 31-12-2022

Vreemd vermogen * € 1.000 01-01-2022 31-12-2022

7.1

€ 547.860 per jaar

0

€ 6.355

€ 5.935

€ 12.112

€ 12.000

6.4

Max. € 38.000 in 2022

34475

€ 14.395

€ 12.402

€ 20.116

€ 19.773

1.1

€ 927.205 per jaar

€0

€ 14.392

€ 14.098

€ 53.836

€ 55.127

7.4

€ 638.326

€0

€ 1.843

€ 1.993

€ 3.826

€ 3.890

1.1

n.v.t. per jaar

€0

€ 13.664

€13.406

€27.771

€ 26.021

0.1

Hart van Brabant: Bijdrage €68.129 Midpoint: Bijdrage € 74.185

€ 103

0.5

n.v.t.

€ 665

€ 674

€ 480

€ 523

0.5

We verwachten over 2020 een dividend van ongeveer € 40.000

n.v.t.

n.v.t.

n.v.t.

n.v.t.

€ 1.981

Voor Brabant Water staan de cijfers van 2020 gepresenteerd.

80

Paragraaf 7

2.7 Grondbeleid

In de jaarlijkse grondnota leest u hoe we het grondbeleid inzetten om onze doelen te bereiken. Het BBV (Besluit Begroting Verantwoording) schrijft voor dat we een aantal onderdelen van de grondnota opnemen in onze begroting en in ons jaarverslag. Het gaat om de volgende onderdelen: - visie op het grondbeleid in relatie tot de realisatie van doelstellingen van de begrotings-programma’s - aanduiding hoe de gemeente haar grondbeleid uitvoert (uitgangspunten) - beleidsuitgangspunten voor reserves voor grondzaken in relatie tot de risico’s van grondzaken (financiële positie) - actuele prognose van de resultaten van de totale grondexploitatie en onderbouwing van de geraamde winstneming We gaan hier in deze paragraaf verder op in.

Visie op het grondbeleid Het Programma Grondbeleid: 1. is faciliterend voor onze volkshuisvestingsopgave 2. versterkt de ruimtelijke kwaliteit van onze gemeente 3. biedt mogelijkheden voor medefinanciering van overige gemeentelijke activiteiten. Een solide financieel beleid is hiervan onderdeel. Dat waarborgen we door twee keer per jaar de grondexploitaties te actualiseren en door de winstverwachtingen van het grondbedrijf aan de algemene dienst te ontkoppelen. Deze ‘ontkoppeling’ is ook uitgangspunt in deze begroting. Hieronder leest u meer over de andere uitgangspunten van ons grondbeleid.

Uitgangspunten grondbeleid Grondnota We stellen ieder jaar een grondnota vast. Het grondbeleid baseren we mede op het programmaakkoord 2018-2022 ‘Samen komen we verder’. Via de grondnota verfijnen we en stellen we het grondbeleid jaarlijks bij. In november 2020 is de laatste grondnota vastgesteld. Op 11 november 2021 leggen we de nieuwe grondnota 2021 ter besluitvorming aan u voor. Hierin staan de ontwikkelingen met betrekking tot de grondexploitatie. We actualiseren de grondnota voorafgaand aan het samenstellen van de jaarrekening. Daardoor kunnen we eventuele consequenties van de grondnota in de jaarrekening verwerken. 81

Financiële positie We beschikken over een actuele inventarisatie en beoordeling van de grondexploitatierisico’s. De grondexploitatie heeft een eigen ‘algemene reserve’. Deze reserve dient als weerstandsvermogen om eventuele risico’s op te vangen. In de paragraaf ‘Weerstandsvermogen en risicobeheersing’ leest u hier meer over.

Prognose grondexploitaties Winstverwachting In de Grondnota leggen we verantwoording af over onze exploitatieopzetten. De exploitatieopzetten zijn in het eerste kwartaal van 2021 herzien als onderdeel van het proces van de jaarrekening. Op basis daarvan presenteren we in deze begroting gebruikelijk de winstnemingen en verliezen zoals opgenomen in het overzicht dat deel uitmaakt van de jaarrekening. Voor de nieuwe grondnota 2021 herzien we de exploitatieopzetten opnieuw. Omdat door enkele te voorziene wijzigingen de winstverwachtingen fors naar beneden bijgesteld worden, presenteren wij in onderstaande tabel anders dan gebruikelijk de winstverwachtingen op grond van de laatst geactualiseerde grondexploitatieopzetten. Dit wijkt dus af van de cijfers die eerder gehanteerd zijn in het proces van de jaarrekening en die verwerkt zijn in de cijfers van de Begroting. In de Grondnota 2021 is een toelichting opgenomen op de gewijzigde winstverwachting. Totaal verwacht resultaat t/m 2026

Winst Realisatie t/m 2020

2021

Mierbeek

2.860.699

105.097

Loosche Akkers

4.782.903

49.040

230.143

5.062.086

Vroonakker

1.188.402

158.920

264.764

1.612.086

De Welder

9.802

1.027

4.875

15.703

De Leeuwerik 3

884

259

150

1.293

Gelderakkers 1

722.251

301.137

459.732

1.483.120

Gelderakkers 2

0

0

40.090

40.846

7.956

7.986

8.064

104.942

9.564.941

615.479

999.754

40.846

7.956

7.986

8.064

11.245.026

Plan

Totaal

2022

2023

Raming ongerealiseerde winsten 2024 2025 2026

2.965.796

We benadrukken dat het in dit overzicht gaat om geraamde winstnemingen. Bij de jaarrekening beoordelen we of we daadwerkelijk winstnemen op basis van de Poc-methode (Percentage of completion). Nieuwe planontwikkelingen Bij de geraamde winstnemingen houden we enkel rekening met de plannen die zijn opgenomen in de grondexploitatie. We werken op dit moment aan diverse nieuwe planontwikkelingen waarvoor naar verwachting in de toekomst een grondexploitatiecomplex wordt vastgesteld. Te denken valt hierbij aan Hispohal, Vroonacker 4, De Welder 2, De Wingerd, Leeuwerik 4, Mierbeek Noord, Slibbroek

82

Noord en mogelijk Hart voor Haghorst. Zodra een exploitatiecomplex is vastgesteld, nemen we de geraamde resultaten op bij de winstverwachtingen. Vennootschapsbelasting Vanaf 1 januari 2016 is grondexploitatie - als ondernemersactiviteit - belastingplichtig voor de vennootschapsbelasting. In het hoofdstuk ‘overhead en vpb’ gaan we hier verder op in.

83

Financiële verdieping 3. Uiteenzetting van de financiële positie en toelichting

84

3.1 Overzicht van baten en lasten incl. meerjarenraming

In dit hoofdstuk staat het overzicht van baten en lasten voor de begroting 2022 en de meerjarenraming 2023 tot en met 2025 centraal. We gaan in dit hoofdstuk in op de financiële consequenties die we hebben verwerkt ná vaststelling van de Voorjaarsnota(+) 2021. Daarna geven we het totaaloverzicht van baten en lasten weer inclusief de meerjarenraming. Grote verschillen tussen baten en lasten tussen begrotingskaren ontstaan vaak door incidentele baten en lasten. De incidentele baten en lasten geven we weer in een overzicht. De provincie bepaalt onder andere aan de hand van dit overzicht of onze begroting ‘gezond’ - structureel en reëel in evenwicht - is. Met andere woorden: geeft onze begroting een rooskleurig beeld doordat we incidenteel meevallers hebben. Tot slot gaan we in op de uitgangspunten en grondslagen die we hebben gehanteerd in deze begroting. Financiële consequenties verwerkt in deze begroting Als uitgangspunt hanteren wij de saldi 2022 – 2025 van de voorjaarsnota(+) 2021 na besluitvorming. Na vaststelling van de voorjaarsnota(+) hebben we aantal mutaties verwerkt in onze meerjarenbegroting. Deze benoemen we hieronder.

Bijgestelde begroting en meerjarenperspectief waarbij - = nadelig Saldi boekwerk Voorjaarsnota(+) 2021 Amend A-04 Beregening RKDSV Amend A-09 Picknickplaatsen Amend A-06 Cultuureducatie Amend A-06 Dekking Cultuureducatie Saldi na vaststelling Voorjaarsnota(+) 2021

2022

2023

2024

2025

+229 -3 -15 -10 +10 +211

-284 -3 -15

-49 -3 -15

-380 -3 -15

-302

-67

-398

-27 238

-362 60

-25 -42

-408 10

-15 -15 -6 +47 -204 -50 -200

+16 -15 -6 0 -253

+19 -15 -6 0 -251

+175 -15 -6 0 -251

-43 +504 +18

-139 +53 +421 +77

-174 +106 +432 +111

-216 +159 +410 +234

Saldi begroting 2022 -2025

+229

-225

+44

-164

Structureel saldo Incidenteel saldo

+191 +38

-287 +62

-22 +66

-190 +26

Structureel saldo Incidenteel saldo

1. 2. 3. 4. 5. 6. 7. 8.

Reguliere Financiële technische mutaties begroting 2022 Rekenkamercommissie Accountantskosten Jeugdzorg Taakstellingen Accommodatiebeleid SWC Doelakkers Septembercirculaire 2021 Rijkskomstenkomsten jeugdzorg Bijstelling herverdeeleffect gemeentefonds Overige mutaties Totale mutatie begroting 20220

-22

85

1. Reguliere financieel technische mutaties begrotingsboekwerk 2022 Jaarlijks stellen wij ons begrotingsboekwerk op waarbij we een aantal financieel technische exercities doen. Zo berekenen we onze rente opnieuw volgens de wettelijke richtlijnen, stellen we onze kapitaallasten bij, rekenen we de areaaluitbreidingen door. Deze financieel technische mutaties hebben we verwerkt in ons begrotingsboekwerk. In 2025 ontstaat een voordeel van € 175.000. Voordat we begonnen met het opstellen van de begroting 2022-2024 was jaarschijf 2024 onze laatste jaarschijf. Bij het opstellen van een nieuwe begroting openen we een nieuwe jaarschijf, in dit geval 2025. In beginsel zijn de cijfers van 2025 gelijk aan 2022, maar we moeten nog een aantal mutaties doorvoeren. Een daarvan is het indexeren van de belastingen van de laatste jaarschijf. Dit resulteert in het voordeel van € 175.000. 2. Rekenkamercommissie Naar aanleiding van het raadsbesluit op 8 juli 2021 treedt Hilvarenbeek toe tot de rekenkamercommissie Dongen-Goirle-Loon op Zand. De kosten bedragen € 30.000. Omdat we in onze begroting € 15.000 budget beschikbaar hadden ramen we de extra kosten van € 15.000 bij. 3. Accountantskosten Op 7 oktober 2021 ligt het raadsvoorstel verlenging accountantscontrole 2022 voor een de raad. De extra kosten van € 6.000 hebben we in onze begroting 2022 verwerkt. 4.

Jeugdzorg De meest recent prognose van de jeugdbegroting Regio Hart van Brabant laat een voordelig resultaat zien van € 387.000. We hebben eerder aangegeven dat we het Positief Jeugdbeleid deels financieren uit het regionale budget. De nog niet gedekte kosten van € 190.000 betalen we uit het voordelig geprognotiseerd resultaat. Ook moet de taakstelling sociaal domein nog ingevuld worden. De openstaande taakstelling van € 150.000 vullen we ook in met het verwacht voordeel. Uit het verleden weten we dat de regionale jeugdbegroting relatief fors kan fluctueren. We zullen met de volgende voorjaarsnota de afweging maken of het verwacht voordeel zich ook doorzet naar de jaren 2023 en verder. Op dat moment betrekken we hier ook de nog resterende taakstelling op het sociaal domein bij. We zijn bezig met diverse maatregelen om de kosten in het sociaal domein verder te drukken. Met name van de nieuwe regionale inkoop verwachten we een significant financieel voordeel. U leest hierover meer in het achtergrondboekwerk taakstelling dat bij deze begroting hoort. 5. Taakstellingen De Rijksoverheid heeft nieuwe berekeningen gedeeld over de herverdeeleffecten van het gemeentefonds. Op basis van deze berekeningen gaan wij er € 15 per inwoner op achteruit. In beginsel gingen we nog uit van € 50 per inwoner. In totaliteit is dit een voordeel van zo’n € 525.000.

In de RIB van de septembercirculaire 2021 leest u meer over het herverdeeleffect en de verwerking hiervan. In motie M-07 uit de vergadering van 12 november 2020 roept u het college op voorstellen te doen voor de ontstane begrotingsruimte mocht het herverdeeleffect voordeliger uitpakken. Een deel van de begrotingsruimte gebruiken we om een aantal taakstellingen, waarbij we zien dat de impact om verdergaande maatregelen te nemen groot is, deels bij te stellen. In totaal stellen we de taakstellingen bij met € 204.000 in 2022 oplopend tot€ 251.000 vanaf 2025. Het merendeel van het voordeel komt ten gunste van investeringen voor ambities en het opvangen van financiële nadelen. De onderstaande taakstellingen willen we afboeken. Voor verdere details over de taakstellingen verwijzen we naar het achtergrondboekwerk taakstellingen. - Samenwerking In het achtergrondboekwerk taakstellingen, dat deel uitmaakt van deze begroting, leest u dat we voor € 110.000 maatregelen hebben genomen op de samenwerkingsverbanden waarmee we de

86

taakstelling deels invullen. Naast deze maatregelen hebben we gezocht naar aanvullende maatregelen om de volledige taakstelling in te vullen. Er resteert nog een bedrag van € 55.000 in 2022 en € 110.000 vanaf 2023. Een werkgroep heeft gewerkt aan besparingsmogelijkheden vanuit de samenwerking met Verbonden partijen en GHO. Zo is er onder andere gekeken naar besparing op de uitvoering van de belastingwerkzaamheden. De belastingwerkzaamheden worden nu nog uitgevoerd door TOG Nederland. Dit gaan we vanaf 2022 in GHO-verband uitvoeren. We hebben moeten concluderen dat hier geen besparing op mogelijk is. Uitgangspunt is dat de structurele uitvoeringskosten na de transitie binnen het bestande budget blijven. Ook op de overige onderdelen hebben we geen aanvullende besparingsmogelijkheden gevonden. Ook achten we het niet reëel dat verder onderzoek naar besparingsmogelijkheden op de samenwerking meer significante besparingen oplevert. We stellen voor het resterende openstaande bedrag af te boeken. We zullen ook zonder de taakstelling actief zoeken naar mogelijkheden om te besparen met samenwerken. - Subsidies We hebben voor € 37.000 in 2022 en vanaf 2023 € 54.000 aan maatregelen genomen op de subsidies waarmee we de taakstelling deels invullen. U leest dit terug in het achtergrondboekwerk taakstellingen, dat deel uitmaakt van deze begroting.

We stellen voor het restant van de taakstelling af te boeken. We achten het niet wenselijk om verdere besparingen door te voeren op de subsidies. Door juist te investeren in de voorliggende voorzieningen nemen de kosten voor dure zorg af. - Bedrijfsvoering In het achtergrondboekwerk taakstellingen, dat deel uitmaakt van deze begroting, leest u dat we voor € 127.000 maatregelen hebben genomen op de bedrijfsvoering waarmee we de taakstelling van € 150.000 bijna volledig invullen. Naast deze maatregelen hebben we gezocht naar aanvullende maatregelen om de volledige taakstelling in te vullen. Er resteert nog een bedrag van € 12.000 in 2022 en € 23.000 vanaf 2023. We stellen voor het resterende openstaande bedrag af te boeken. We achten de impact van verder bezuinigen op onze bedrijfsvoering te groot. Om de gehele taakstelling in te vullen zouden ook de volgende maatregelen genomen moeten worden: • Minder bijdrage voor facilitair bestuur en organisatie • Besparen op bedrijfsgezondheidszorg • Stoppen met gemeentepagina Hilverbode • Afschaffen Trappers Het doorvoeren van deze maatregelen zien wij als onwenselijk o.a. gezien de krappe arbeidsmarkt en het belang om juist te investeren in het eigen personeel. - Kostendekkendheid leges Met de begroting 2021 heeft uw raad besloten een taakstelling van € 104.000 op de kostendekkendheid leges te zetten.

Met het raadsvoorstel belastingverordeningen 2022 dat in het laatste kwartaal van dit jaar aan u voorligt realiseren we € 44.000. Daardoor blijft een taakstelling van € 60.000 openstaan. Om deze taakstelling volledig in te vullen dienen de bouwleges met 8% verhoogd te worden. We stellen voor deze leges niet verder te verhogen omdat deze tarieven, gerelateerd aan onze omgeving, al hoog zijn. Wij verwijzen u hiervoor ook naar de benchmark die gedaan is naar aanleiding van het raadsvoorstel belastingverordeningen 2021. In de begroting 2022 stellen we voor deze taakstelling af te boeken met € 60.000 ten laste van de begrotingssaldi. 6. Accommodatiebeleid Wij reserveren € 50.000 voor het opstellen van accommodatiebeleid. Hiermee geven we invulling aan motie M-05 die is aangenomen tijdens de raadsvergadering van 8 juli 2021. We stellen voor dat we het accommodatiebeleid zowel opstellen voor de buitensportaccommodaties als de binnensportaccommodaties. Aan de hand van het nieuwe beleid zullen we de verzoeken van sportverenigingen

87

beoordelen. Ook geeft dit het kader voor de taakstellende bezuiniging voor verleggen beheer- en onderhoudskosten 7. SWC Doelakkers Voor de zomervakantie hebben wij u geïnformeerd over de stand van zaken van het haalbaarheidsonderzoek naar de toekomst van het Samenwijscentrum (SWC) Doelakkers. Met de Voorjaarsnota(+) hebben een structurele last van € 200.000 verwerkt in onze begroting vanaf 2025. We hebben de financiële gevolgen van de verschillende scenario’s in beeld gebracht. Wij informeren u hierover met RIB 2021-93. Het voorstel is om de hoogste jaarlast van de drie scenario’s mee te nemen in de begroting, zodat nog alle opties open zijn. Op dit moment bevindt zich de uitwerking van de scenario’s nog in de verkenningsfase. Door het meenemen van het hoogste bedrag houdt u alle mogelijkheden open om in een latere fase een definitieve keuze te maken. In de voorjaarsnota 2021 rekenden we met een structurele jaarlast van € 200.000 vanaf 2025, terwijl we nu bij scenario Nieuwbouw Slibbroek rekenen met een structurele jaarlast van € 222.000. De extra structurele last hebben we in deze begroting meegenomen. De incidentele financiële effecten van de scenario’s hebben we nog niet in deze begroting meegenomen. Dit omdat de incidentele resultaten sterk afhankelijk zijn of we de tijdelijke huisvesting wel of niet voor structureel gebruik in kunnen gaan zetten.

Wij zullen u op een later moment een voorstel doen voor een scenario waar we mee aan de slag willen, maar nodigen u graag uit om – bijvoorbeeld bij de behandeling van de begroting of in de aanloop daarnaartoe - richtinggevende uitspraken te doen. Om de verkenningsfase optimaal te kunnen benutten stellen wij voor om een incidenteel voorbereidingsbudget van € 200.000 op te nemen in de jaarschijf 2022 van deze begroting. In deze verkenning zullen wij een omgevingsdialoog voeren met de omgeving om zo een compleet en genuanceerd beeld te krijgen van de wensen van de omwonenden van de huidige en van de nieuwe locatie. Ook de herkomst van leerlingen van de school zal worden meegenomen om dit bij het voorstel voor locatiekeuze te betrekken. Daarnaast wordt er vervolgonderzoek gedaan en indien nodig worden schetsontwerpen gemaakt. 8. Septembercirculaire 2021 In de septembercirculaire 2021 komen meerdere ontwikkelingen aan bod. Een uitgebreide toelichting op de effecten van de septembercirculaire 2021 leest u in de aan u verzonden RIB. Een van de ontwikkelingen zijn de rijksinkomsten jeugdzorg. Met de nieuwste prognose stellen wij de rijksinkomsten jeugdzorg, waar we bij de voorjaarsnota(+) 2021 rekening mee hielden, naar beneden bij. Volgens de laatste berekeningen pakt het herverdeeleffect van het gemeentefonds gunstig uit.

Met de voorjaarsnota(+) 2021 hielden we rekening met een nadeel van € 30 per inwoner. Dit stellen we nu bij naar een nadeel van € 15 per inwoner. Het overige positieve effect dat voortkomt uit de septembercirculaire 2021 komt doordat het Rijk substantieel structureel meer gaat uitgeven. Daardoor stijgt het gemeentefonds, volgens de systematiek trap op trap af, mee.

Overzicht baten en lasten inclusief toelichting en meerjarenraming Hieronder is het overzicht van baten en lasten 2022 met de meerjarenraming 2023 - 2025 weergegeven. Ook hebben we de saldi weergegeven zoals bekend in ons boekwerk van de jaarrekening 2020 en de actuele begroting 2021. Een financieel overzicht per programma uitgesplitst naar taakveld vindt u in de bijlage.

88

Resultaat voor bestemming Baten en lasten ( x € 1.000) 1. Samenlevend Totaal 1. Samenlevend 2. Belevend Totaal 2. Belevend 3. Ondernemend Totaal 3. Ondernemend 4. Dienstverlenend Totaal 4. Dienstverlenend 5. Algemene dekkingsmiddelen

L B L B L B L B L B L

5. Onvoorzien Totaal 5. Algemene dekkingsmiddelen 6. Overhead L B 6. VPB L Totaal 6. Overhead Resultaat vóór bestemming L B Resultaat vóór bestemming

JR2020 B2021 18.169 18.620 2.736 2.817 -15.434 -15.803 11.794 14.046 7.685 9.823 -4.109 -4.223 1.608 374 1.327 136 -281 -238 1.754 1.657 224 223 -1.530 -1.434 320 141 27.011 27.816 0 0 26.691 27.676 6.324 6.628 190 81 0 -6.133 -6.547 40.715 41.466 39.919 40.896 -796 -570

B2022 17.966 2.783 -15.182 12.860 7.879 -4.981 332 133 -199 1.719 210 -1.508 295 28.129 0 27.834 6.243 53 0 -6.190 39.414 39.187 -227

B2023 17.626 2.783 -14.843 10.816 5.670 -5.146 332 133 -199 1.716 210 -1.506 696 28.166 0 27.470 6.369 53 0 -6.316 37.556 37.016 -540

B2024 17.419 2.783 -14.636 10.807 6.103 -4.703 332 133 -199 1.751 289 -1.462 1.107 28.706 0 27.598 6.331 53 0 -6.278 37.747 38.068 321

B2025 17.814 2.783 -15.031 10.378 5.623 -4.755 332 133 -199 1.751 289 -1.461 1.590 29.328 0 27.738 6.325 53 0 -6.272 38.190 38.210 20

Reservemutaties Baten en lasten ( x € 1.000) 1. Samenlevend Totaal 1. Samenlevend 2. Belevend Totaal 2. Belevend 5. Algemene dekkingsmiddelen

IU L B L B L B

Totaal 5. Algemene dekkingsmiddelen Totaal reservemutaties L B Totaal reservemutaties

JR2020 B2021 B2022 B2023 B2024 B2025 59 0 0 0 0 269 162 77 10 10 10 +210 +162 +77 10 10 10 991 1.254 483 324 491 398 487 1.730 684 444 19 19 -504 +476 +201 +120 -472 -379 893 1.055 22 2.615 988 200 185 185 185 +1.722 -67 +178 +185 +185 +185 1.942 2.309 505 324 491 398 3.371 2.879 961 639 214 214 1.428 570 456 315 -277 -183

Resultaat na bestemming Baten en lasten ( x € 1.000) Resultaat na bestemming Saldo na bestemming

L B

JR2020 B2021 B2022 B2023 B2024 B2025 42.657 43.775 39.919 37.880 38.238 38.588 43.289 43.775 40.148 37.655 38.282 38.424 +633 0 +229 -225 +44 -164

89

Structureel en reëel evenwicht van de begroting Zij we structureel en reëel in evenwicht? De provincie hanteert de richtlijn dat onze begroting reëel en structureel in evenwicht moet zijn. Reeel betekent dat de raming realistisch moeten zijn. Structureel betekent dat het structurele saldo in ieder geval of in het eerste begrotingsjaar of in het laatste begrotingsjaar positief moet zijn. In onderstaand overzicht ziet u dat we aan die richtlijn voldoen. Structurele en incidentele baten en lasten 2022 +229 +38 +191

Saldo totale baten en lasten Saldo incidentele baten en lasten Structureel saldo definitief

2023 -225 +62 -287

2024 +44 +66 -22

2025 -164 +26 -190

Welke incidentele baten en lasten zijn in onze begroting opgenomen? U ziet dit in onderstaand overzicht terug. We lichten deze posten verder toe.

Omschrijving Programma Samenlevend Reserve Sociaal Domein Reserve vrijwilligersfonds Dekking amendement Cultuureducatie Voorbereidingskosten School Doelakkers Programma Belevend Verkeerskundige ondersteuning Omgevingswet Kosten buitengebied Dekking kosten Buitengebied Energieloket Dekking energieloket via reserve Duurzaamheid Communicatiemedewerker tbv energietransitie Dekking communicatiemedewerker tbv energietransitie Doorontwikkeling gebiedsvisies Dekking gebiedsvisies Coördinator plannen Haghorst Procesgeld project landbouwverkeer Loonkosten evenementencoördinator Dekking evenementencoörd via reserve Grondexpl Rente Grondexploitaties in voorbereiding Dekking rente GREX via reserve Grondexplotaties Bijdrage reserve Grondexploitaties Lasten Grondexploitaties Baten Grondexploitaties Winstnemingen Grondexploitaties Programma Overhead Onderuitputting kapitaallasten Totaal incidenteel besluitvorming vjn 2021

2022 17 10 10 -200

2023

2024

2025

10

10

10

-25 -280 -40 40 -25 25 -50 50 -30 30 -20 -50 -40 40 -19 19 520 -2.153 2.587 -434

-25 -340 -40 40 -25 25

-19 19 400 -587 862 -275

-19 19

-19 19

-872 1.314 -442

-549 897 -348

56 38

17 62

116 66

16 26

-60 -40 40

Reserve Sociaal Domein Komt voort uit: Voorjaarsnota 2018, nr. 38 en 57 Toelichting: Met de vaststelling van de voorjaarsnota 2018 besloot de raad een sportbudget beschikbaar te stellen tot en met 2022. De dekking vindt plaats via een onttrekking aan de reserve Sociaal Domein.

90

Bijdrage vanuit reserve vrijwilligersfonds Met de vaststelling van de begroting 2020 besloot de raad jaarlijks een bedrag aan de reserve vrijwilligersfonds te onttrekken ten gunste van de exploitatie. Dit vanwege het feit dat verwacht wordt dat jaarlijks bij de jaarrekening blijkt dat er minder subsidies verstrekt wordt dan geraamd. Omdat reservemutaties naar de aard als incidenteel worden gezien, is deze reeks als incidenteel gerubriceerd. Dekking amendement Cultuureducatie Komt voort uit: Voorjaarsnota 2021, taakstelling 12, amendement A-06 Toelichting: De bezuiniging op cultuureducatie van € 10.000 is met een jaar uitgesteld naar 2023. Dit betekent dat de structurele last doorloopt in 2022, die gedekt wordt door een onttrekking aan de reserve Corona. Voorbereidingskosten Samenwijscentrum (SWC) Doelakkers Om de verkenningsfase optimaal te kunnen benutten stellen wij voor om een incidenteel voorbereidingsbudget van € 200.000 op te nemen in de jaarschijf 2022 van de begroting. In deze verkenning zullen wij een omgevingsdialoog voeren met de omgeving om zo een compleet en genuanceerd beeld te krijgen van de wensen van de omwonenden van de huidige en van de nieuwe locatie. Ook de herkomst van leerlingen van de school zal worden meegenomen om dit bij het voorstel voor locatiekeuze te betrekken. Daarnaast wordt er vervolgonderzoek gedaan en indien nodig schetsontwerpen gemaakt.

Verkeerskundige ondersteuning Komt voort uit: Voorjaarsnota 2021, nr. 22 Toelichting: Project landbouwverkeer ontwikkelt door naar concrete uitvoeringsplannen die we voor moeten bereiden. Vanuit centrumvisie gaan we een verkeerscirculatieplan uitvoeren, Hoge Zij afsluiten en zijn in het uitvoeringsprogramma meerdere verkeerskundige vraagstukken opgenomen. Daarnaast loopt het reguliere werk gewoon door. De gevraagde dekking is om deze piek op te kunnen vangen in 2021, 2022 en 2023. Omgevingswet Komt voort uit: Voorjaarsnota 2020, nr. 38 en Voorjaarsnota 2021, nr. 37 Toelichting: Met de vaststelling van onder andere de voorjaarsnota 2020 respectievelijk 2021 besloot de raad extra middelen beschikbaar te stellen hiervoor. Hierbij is onderscheid gemaakt tussen incidentele en structurele kosten. De incidentele kosten tot en met 2024 hebben betrekking op de implementatie en het opstellen van een omgevingsvisie. Kosten buitengebied Dekking kosten buitengebied Komt voort uit: Voorjaarsnota 2021, nr. 38 Toelichting: In het buitengebied spelen diverse ontwikkelingen, waaronder stikstof, PlanMER mestverwerking, energietransitie, andere economische dragers en multifunctionele landbouw zoals verblijfsrecreatie en de vraag wat we als gemeente en samenleving daarmee willen. Uiterlijk in 2023 moet bestemmingsplan buitengebied worden herzien en dit traject moet worden voorbereid.

In de Omgevingsvisie zal dit onderwerp ook een plek moeten krijgen. Zowel los als integraal zullen deze ontwikkelingen qua beleidsontwikkeling en ROV procedures de komende jaren ambtelijke inzet vragen. Meer dan nu

91

vraagt het ook een integrale kijk. Hiervoor is extra capaciteit binnen afdeling Ruimte op het onderwerp Buitengebied in de vorm van ‘externe’ ondersteuning voor een dag in de week. Dat komt neer op 50 weken (400 uur x € 100 per uur) = € 40.000 voor de jaren 2022 tot en met 2024. De kosten dekken we uit de SRV-middelen (sanering varkenshouderijen) die we ontvangen. Energieloket Dekking kosten energieloket Komt voort uit: Voorjaarsnota 2020, nr. 31 Toelichting: In 2021 is gestart het energieloket, waarvan de kosten zijn geraamd op € 25.000 per jaar. Vooralsnog zijn hiervoor voor 3 jaar (2021-2023) middelen beschikbaar gesteld. De dekking vindt plaats door onttrekking aan de reserve Duurzaamheid. Daarna evalueren we het effect en de behoefte van zo’n loket. Communicatiemedewerker tbv energietransitie Dekking communicatiemedewerker tbv energietransitie Komt voort uit: Begroting 2020 Toelichting: Voor de visie en wijkgerichte uitvoeringsplannen in het kader van duurzaamheid is heldere communicatie en participatie met inwoners, bedrijven en instanties belangrijk. Hiervoor is een communicatiemedewerker nodig die de inhoud met de communicatie kan verbinden. We ramen hiervoor € 50.000 per jaar tot en met 2022. De dekking vindt plaats door onttrekking aan de reserve Duurzaamheid. Kosten Doorontwikkeling gebiedsvisies Dekking kosten gebiedsvisies Komt voort uit: Voorjaarsnota 2021, nr.

40 Toelichting: Realisatie van Energiehubs hebben grote impact op de omgeving en de samenleving. Daarom is belangrijk dat vooraf een zorgvuldige ruimtelijke en maatschappelijke verkenning wordt uitgevoerd die wordt uitgewerkt in een gebiedsopgave/visie. De gebiedsvisie knooppunt De Baars is nu een pilot waarbij we de nodige nieuwe en onbekende uitdagingen aangaan. Dit vraagt meer tijd en budget dan was voorzien. Dergelijke nieuwe projecten zijn vooraf moeilijk te plannen. Al snel staan we bij Energiehub de Kattenberg voor eenzelfde uitdaging. Lopende energieprojecten zorgen ervoor dat die ontwikkeling in een versnelling komt. We moeten budget reserveren om mee te kunnen doen en daarmee zeggenschap te houden bij die ontwikkelingen. Voor het bijdragen en participeren in de samenwerking voor het (verder) opstellen van beide gebiedsvisies hebben we € 55.000 nodig over de jaren 2021 (25K) en 2022 (30K). Eventuele kosten voor de realisatie van de Energiehub zijn hier niet inbegrepen. Die horen bij het betreffende ontwikkelbedrijf. De dekking vindt plaats door onttrekking aan de reserve Duurzaamheid. Coördinator plannen Haghorst Komt voort uit: Voorjaarsnota 2020, nr. 35 en Amendement A-01 begroting 2021 Toelichting: In Haghorst wordt nu gewerkt aan de sociaal ruimtelijke visie van Haghorst, waarbij een belangrijke rol is weggelegd voor de coöperatie van Haghorst.

Bij de verdere uitwerking (en financiële doorvertaling) van deze plannen door de coöperatie is het een noodzakelijk dat er een projectleider van de gemeente betrokken is. Deze ondersteunt de coöperatie en borgt aansluiting met de verschillende gemeentelijke processen. Hierbij wordt uitgegaan van een tijdsbesteding van gemiddeld één dag per week in 2021 en 2022. Kosten bedragen € 20.000 in 2022. Procesgeld project landbouwverkeer Komt voort uit: Voorjaarsnota 2020, nr. 35 en Amendement A-01 begroting 2021 92

Toelichting: Het project landbouwverkeer heeft als voornaamste doel om het landbouwverkeer uit de kern van Hilvarenbeek te weren. Het project duurt al enige jaren en er zijn derhalve al vele uren en advieskosten in gaan zitten. We werken momenteel aan een visie en een uitvoeringsplan. Wij stellen voor om de visie en uitvoeringsplan af te ronden en hiervoor € 100.000 aan procesgeld op te nemen, verspreid over twee jaar. De investeringskosten zijn nog niet bekend, maar zijn bij elk scenario aanzienlijk. We stellen voor om deze op te voeren als keuze bij een volgende voorjaarsnota. Evenementencoördinator Dekking evenementen coördinator via reserve Grondexploitaties Komt voort uit: Voorjaarsnota 2019, nr. 37 en Dekkingsplan begroting 2020, nr. 14 Toelichting: In 2018 is het huidige evenementenbeleid en het totale evenementproces geëvalueerd. Uit deze evaluatie blijkt dat er meer regie noodzakelijk is. We zien bijvoorbeeld dat de hulpdiensten en interne specialisten niet altijd tijdig kunnen adviseren. Het gevolg hiervan is dat organisaties problemen ondervinden met het tijdig doorvoeren van de noodzakelijke aanpassingen of dat vergunningen laat worden verleend. Om het totale proces beter te begeleiden rekenen we in de begroting met een evenementencoördinator voor 0.6 FTE tot en met 2022.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/10617711/1