CConstaterende datHilvarenbeek
Koppel je AI →
Document · PDF

Begroting 2022 (3 Boekwerk Begroting 2022)

Plenaire Commissie 21 oktober 2021, gemeente HilvarenbeekBij agendapunt: DEBATTEREN: Raadsvoorstel tot vaststelling van de begroting 2022.39.537 woorden

Open het PDF bij iBabs ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 3 van 5

44

Hoofdstuk 5

1.5 Algemene dekkingsmiddelen en onvoorzien

In dit hoofdstuk gaan we in op de algemene dekkingsmiddelen en de post onvoorzien. Dit betreft met name onze vrij besteedbare baten, zoals lokale heffingen en de algemene uitkering uit het gemeentefonds. Overhead en vennootschapsbelasting behandelen we in het volgende hoofdstuk. Algemene dekkingsmiddelen en onvoorzien Lokale heffingen De volgende lokale belastingen zijn vrij besteedbaar en zijn daarom onderdeel van dit hoofdstuk: - onroerendezaakbelastingen - forensenbelasting - toeristenbelasting - precariobelasting (voor gebruik van gemeentelijke gronden of de ruimte erboven) - precariobelasting op kabels en leidingen - vermakelijkhedenretributie Meer over de lokale heffingen in 2022 leest u in de paragraaf ‘Lokale heffingen’. Algemene uitkering en overige uitkeringen gemeentefonds Septembercirculaire 2021 We begroten in 2022 ruim € 21,7 miljoen aan inkomsten uit het gemeentefonds. Deze berekening baseren we op de uitkomsten van de septembercirculaire 2021. U leest meer hierover in de raadsinformatiebrief die we daarover hebben geplaatst in het raadsinformatiesysteem. Herverdeling gemeentefonds De algemene uitkering draagt voor meer dan de helft bij aan onze jaarlijkse baten. Het is vanuit het Rijk nog steeds de bedoeling om met ingang van 2023 een herverdeling van het gemeentefonds door te voeren met een ingroeipad van vier jaar.

In de voorjaarsnota 2021 rekenden we nog met een verwacht nadeel van deze operatie van € 28 per inwoner. Op basis van de meeste actuele informatie van augustus 2021 verwachten we een nadeel van € 15 per inwoner. In de voorliggende begroting rekenen we met het geactualiseerde negatief effect oplopend van € 59.000 in 2023 naar € 177.000 in 2025. Treasury (financiering en beleggingen) Het resultaat van onze financiering en beleggingen voor de begroting 2022 - 2025 komt vooral voort uit het renteresultaat. Het renteresultaat bestaat uit het verschil tussen de daadwerkelijk te betalen en te ontvangen rente en de aan de exploitatie toegerekende rente.

45

Het voordelig renteresultaat op het taakveld Treasury bedraagt € 188.000 in 2022 en loopt terug naar € 155.000 in 2025. Dit voordeel zetten we in als algemeen dekkingsmiddel. In de financieringsparagraaf 4 gaan we verder in op onze financiering. Overige baten en lasten De overige baten en lasten binnen dit hoofdstuk bestaan uit een stelpost voor prijs- en salariscompensaties. We lichten deze onderdelen hieronder nader toe. Prijs-, volume- en looncompensatie De meerjarenramingen in de begroting stellen we op basis van constante prijzen en lonen op. In onze begroting hanteren we de gedragslijn dat we wel rekening houden met cumulatieve prijs-, volumeen looncompensaties. Hiervoor nemen we een stelpost op in onze begroting en meerjarenraming. Als we - via de Algemene uitkering - meer of minder inkomsten krijgen van het rijk voor prijs- en looncompensaties dan passen we deze stelpost in onze begroting hierop aan. Prijs- en looncompensaties die we doorvoeren in onze begroting dekken we uit deze stelpost. De volgende prijs- en looncompensaties hebben we gedekt uit de stelpost: - Niet-cumulatieve prijscompensatie 2022 op ‘prijsgevoelige budgetten’ waar we niet direct invloed op hebben, zoals budgetten waar contracten of meerjarige afspraken aan ten grondslag liggen. - Geschatte pensioen- en loonstijgingen in 2022.

Kosten In de volgende tabel vindt u een overzicht van de begrote kosten en opbrengsten voor uitvoering van dit thema. In het overzicht geven wij expliciet inzicht in welke ontwikkelingen uit de voorjaarsnota(+) 2021 in dit thema financieel landen. Ook de mutaties die wij in deze begroting hebben doorgevoerd maken we, als ze zich binnen dit thema hebben voorgedaan, inzichtelijk. Algemene dekkingsmiddelen ( x € 1.000) Saldi uitvoering bestaand beleid Mutaties voorjaarsnota(+) 2021 Autonome ontwikkelingen Rijksinkomsten jeugdzorg vanaf 2022 (nr.4) Bijstelling herverdeeleffect gemeentefonds (nr. 7) Decembercirculaire: bijstelling Algemene uitkering uit het gemeentefonds (nr. 8) Bijstelling meicirculaire 2021 (nr.9) Uitbreiding Beekse Bergen (nr. 10) Dekkingsmaatregelen Toeristenbelasting (nr.63) Verhogen forensenbelasting (nr.64) Mutaties begroting 2022 Laatste jaarschijf 2025 Afboeken restant taakstelling kostendekkendheid leges Septembercirculaire 2021 Rijkskomstenkomsten jeugdzorg Bijstelling herverdeling gemeentefonds Overige mutaties Saldi begroting 2022-2025

Lasten 317

Baten 26.723

Saldo 2022 2023 2024 +26.407 +26.353 +26.303

2025 +26.259

0

725

+725

+550

+550

+550

0

188

+188

+263

+338

+226

0 0 0

-7 299 0

-7 +299 0

-7 +221 0

-7 +146 +150

-7 +228 +150

0 0

0 0

0 0

0 0

0 0

+40 +10

0

0

0

0

0

+175

0

-60

-60

-60

-60

-60

0 0 0

-43 0 +504

-43 0 +504

-139 +53 +421

-174 +106 +432

-216 +159 +410

317

28.329

+28.013 +27.655 +27.784

+27.924

46

Mutaties Voorjaarsnota(+) 2021 Autonome ontwikkelingen Rijksinkomsten jeugdzorg vanaf 2022 (nr. 4) Gemeenten dienen volgend jaar 1,9 miljard euro extra voor de jeugdzorg te ontvangen en voor de jaren 2023 en 2024 1,6 miljard euro. Daarna lopen de extra budgetten langzaam af tot 800 miljoen euro in 2028.Dat stelt de arbitragecommissie in haar oordeel over het conflict tussen gemeentekoepel VNG en het kabinet. Het kabinet heeft inmiddels toegezegd om voor 2022 € 1,3 miljard extra toe te zeggen. De verdeling naar gemeenten is nog niet bekend. Op basis van eerdere verdelingen zouden we zo’n € 725.000 in 2022 boven op onze begroting krijgen. Als we deze lijn doortrekken voor de jaren 2023 en verder dan gaan we uit van een aanvullend bedrag van € 550.000. Het Rijk heeft voor de bedragen na 2022 nog geen toezegging gedaan. De provincie heeft ons laten weten dat zij onze begroting beoordelen op rijksmiddelen die definitief toegekend zijn aan onze gemeente. We hebben in de voorjaarsnota(+) aangegeven in aanloop naar onze begroting en nieuwe stand van zaken op te maken. Dit hebben wij inmiddels gedaan en hebben dit verwerkt met de uitkomsten van de septembercirculaire 2021. U leest hierover meer bij de mutaties begroting 2022 van dit thema. Bijstelling herverdeeleffect gemeentefonds (nr.

7) Het Rijk is voornemens de algemene uitkering uit het Gemeentefonds op een andere manier te verdelen over de gemeenten. We gingen er eerder van uit dat dit voor ons dit tot een negatief effect van € 50 per inwoner zou leiden vanaf 2022. Met de voorjaarsnota(+) 2021 hebben wij de herverdeling bijgesteld naar aanleiding van verdere onderzoeken. Voor ons betekende dit een nadeel van € 30 per inwoner. De invoering vindt naar verwachting ook pas vanaf 2023 plaats. We gaan er van uit dat de herverdeling stapsgewijs wordt ingevoerd, zodat we in vier jaar toegroeien naar dit volledige nadelig effect. Omdat we eerder rekening hielden met een hoger nadeel resulteert dit in een voordelig effect. Dit hebben we met de voorjaarsnota verwerkt. In aanloop naar de begroting 2022 heeft het Rijk ons geïnformeerd over een nieuwe herverdeling. Dit hebben we verwerkt met de uitkomsten van de septembercirculaire 2021. Hierover leest u meer bij de mutaties begroting 2022 van dit thema. Decembercirculaire: bijstelling Algemene uitkering uit het gemeentefonds (Voorjaarsnota 2021, nr.8) We ontvangen jaarlijks ruim € 20 miljoen aan algemene uitkering van het Rijk die we vrij mogen besteden. De algemene uitkering vormt daarmee ruim de helft van onze jaarlijkse baten. We informeerden u over de uitkomsten van de decembercirculaire 2020 met RIB 2021-06.

Bijstelling meicirculaire 2021 (nr.9) U leest hier meer over in de doorrekening van de meicirculaire die u vindt in de bijlagen van de voorjaarsnota(+) 2021. Uitbreiding Beekse Bergen (nr. 10) Ten behoeve van fase 2 van Safari Resort Beekse Bergen heeft het college een principestandpunt ingenomen. Het plan houdt de realisatie van 15 gebouwen in met elk 8 recreatieappartementen. Deze appartementen bieden plaats voor maximaal 4 personen per appartement. We verwachten dat de appartementen in 2023 gerealiseerd zijn waardoor we vanaf 2024 toeristenbelasting mogen heffen. Verwachte extra inkomsten zijn € 150.000. Dekkingsmaatregelen Toeristenbelasting (nr.63) Met de begroting 2021 heeft uw raad besloten om de toeristenbelasting stapsgewijs met 17% te verhogen tot en met 2024. Daarmee komen we in 2024 uit op een tarief van zo’n € 2,74 per persoon per nacht. Door de toeristenbelasting ook in 2025 met 17% te verhogen levert dit een voordeel op van € 40.000 voor onze begroting. Ons gemiddelde tarief komt in 2025 daarmee uit op € 3,20. Het gemiddelde gewogen tarief voor de toeristenbelasting in Nederland ligt in 2021 op € 2,80 per nacht.

47

Verhogen forensenbelasting (nr.64) Met het dekkingsplan 2020-2023 en de begroting 2021 heeft u gekozen om de forensenbelasting te laten stijgen met de volgende staffel: 2020: € 10.000, 2021: € 20.000, 2022: € 30.000, 2023: € 40.000, 2024: € 50.000. U kunt ook 2025 aan deze staffel toevoegen met € 60.000. Dit levert een begrotingsvoordeel op van € 10.000,-. Mutaties begroting 2022 Laatste jaarschijf 2025 Jaarlijks stellen wij ons begrotingsboekwerk op waarbij we een aantal financieel technische exercities doen. Zo berekenen we onze rente opnieuw volgens de wettelijke richtlijnen, stellen we onze kapitaallasten bij, rekenen we de areaaluitbreidingen door. Deze financieel technische mutaties hebben we verwerkt in ons begrotingsboekwerk. In 2025 ontstaat een voordeel van € 175.000. Voordat we begonnen met het opstellen van de begroting 2022-2024 was jaarschijf 2024 onze laatste jaarschijf. Bij het opstellen van een nieuwe begroting openen we een nieuwe jaarschijf, in dit geval 2025. In beginsel zijn de cijfers van 2025 gelijk aan 2022, maar we moeten nog een aantal mutaties doorvoeren. Een daarvan is het indexeren van de belastingen van de laatste jaarschijf. Dit resulteert in het voordeel van € 175.000. Afboeken restant taakstelling kostendekkendheid leges De Rijksoverheid heeft nieuwe berekeningen gedeeld over de herverdeeleffecten van het gemeentefonds.

Op basis van deze berekeningen gaan wij er € 15 per inwoner op achteruit. In beginsel gingen we nog uit van € 50 per inwoner. In totaliteit is dit een voordeel van zo’n € 525.000. In motie M-07 uit de vergadering van 12 november 2020 roept u het college op voorstellen te doen voor de ontstane begrotingsruimte mocht het herverdeeleffect voordeliger uitpakken. Een deel van de begrotingsruimte gebruiken we om een aantal taakstellingen deels bij te stellen. Een taakstelling die we deels willen afboeken is die van de kostendekkendheid leges. Met de begroting 2021 heeft uw raad besloten een taakstelling van € 104.000 op de kostendekkendheid leges te zetten. Met het raadsvoorstel belastingverordeningen 2022 dat in het laatste kwartaal van dit jaar aan u voorligt realiseren we € 44.000. Daardoor blijft een taakstelling van € 60.000 openstaan. Om deze taakstelling volledig in te vullen dienen de bouwleges met 8% verhoogd te worden. We stellen voor deze leges niet verder te verhogen omdat deze tarieven, gerelateerd aan onze omgeving, al hoog zijn. Wij verwijzen u hiervoor ook naar de benchmark die gedaan is naar aanleiding van het raadsvoorstel belastingverordeningen 2021. In de begroting 2022 stellen we voor deze taakstelling af te boeken met € 60.000 ten laste van de begrotingssaldi. Septembercirculaire 2021 In de septembercirculaire 2021 komen meerdere ontwikkelingen aan bod.

Een uitgebreide toelichting op de effecten van de septembercirculaire 2021 leest u in de aan u verzonden RIB. Een van de ontwikkelingen zijn de rijksinkomsten jeugdzorg. Met de nieuwste prognose stellen wij de rijksinkomsten jeugdzorg, waar we bij de voorjaarsnota(+) 2021 rekening mee hielden, naar beneden bij. Volgens de laatste berekeningen pakt het herverdeeleffect van het gemeentefonds gunstig uit. Met de voorjaarsnota(+) 2021 hielden we rekening met een nadeel van € 30 per inwoner. Dit stellen we nu bij naar een nadeel van € 15 per inwoner. Het overige positieve effect dat voortkomt uit de septembercirculaire 2021 komt doordat het Rijk substantieel structureel meer gaat uitgeven. Daardoor stijgt het gemeentefonds, volgens de systematiek trap op trap af, mee.

48

Hoofdstuk 6

1.6 Overhead en VPB

Dit hoofdstuk gaat over de overhead van de gemeente Ook gaat het over de vennootschapsbelasting die we betalen over winstgevende ondernemingsactiviteiten.

Overhead en VPB Overhead De baten en lasten van onze overhead worden, zoals verplicht door het BBV, centraal geraamd onder een afzonderlijk hoofdstuk. Deze eenduidige systematiek maakt een betere vergelijking met andere gemeenten mogelijk. Om te voorkomen dat er verschillen ontstaan in de systematiek wordt een algemene definitie van overhead voorgeschreven. Overhead: alle kosten die samenhangen met sturing en ondersteuning van medewerkers in het primaire proces.

In de beleidsprogramma’s vinden de primaire processen plaats. Dit zijn de activiteiten die onze externe klanten direct dienen. Uitgangspunt is dat kosten zoveel mogelijk worden toegerekend aan de activiteiten uit de beleidsprogramma’s. De salarislasten van onze medewerkers - die direct bijdragen aan een primair proces - verantwoorden we bijvoorbeeld in de beleidsprogramma’s. Uiteraard behoren ook de kosten van onder andere onderhoud van de openbare ruimte, zorg en het subsidiebeleid tot de primaire processen, en dus tot de beleidsprogramma’s. Overhead zijn de kosten die samenhangen met de sturing en ondersteuning van het primaire proces. Daarbij kunt u denken aan kosten voor leidinggevenden, personeel van stafafdelingen en algemene personeelskosten zoals het opleidingsbudget. Maar overhead omvat niet alleen personeel. Naast loonkosten bevat de overhead bijvoorbeeld ook de huisvesting van het gemeentehuis met kosten voor schoonmaak, verzekeringen en energie. Ook ICT en archief zijn ondersteunend aan de primaire processen. Vennootschapsbelastingplicht Sinds de invoering van de wet ‘modernisering Vennootschapsbelastingplicht (Vpb) in 2016 voor overheidsondernemingen’ geldt voor ons een VPB-plicht voor het cluster Grondexploitaties én voor het cluster Afval opbrengst recycleerbare reststromen.

Naast genoemde clusters valt de aanschaf van zonnepanelen, in 2018, voor diverse locaties mogelijk onder de VPB-plicht. De kostentoerekening moet dit nog duidelijk maken. Vooralsnog nemen we het standpunt in dat er op dit gebied geen sprake is van een fiscale onderneming. Er zijn geen nieuwe feitelijke ontwikkelingen geweest om een ander standpunt in te nemen of het standpunt te wijzigen.

49

Kosten In de volgende tabel vindt u een overzicht van de begrote kosten en opbrengsten voor uitvoering van dit thema. In het overzicht geven wij expliciet inzicht in welke ontwikkelingen uit de voorjaarsnota(+) 2021 in dit thema financieel landen. Ook de mutaties die wij in deze begroting hebben doorgevoerd maken we, als ze zich binnen dit thema hebben voorgedaan, inzichtelijk. Overhead en vpb ( x € 1.000) Taakveld Saldi uitvoering bestaand beleid Mutaties voorjaarsnota(+) 2021 Autonome ontwikkelingen Bijstelling Meicirculaire 2021 Onderhoudsronde functieboek personeel (nr. 11) Nieuwe ontwikkelingen Regiesysteem sociaal domein (nr. 20) Projectleider automatiseringsprojecten (nr. 41) Datagedreven werken verder ontwikkelen (nr. 42) Automatisering (Voorjaarsnota(+) 2021, nr. 43) Applicatiebeheer Sociaal domein (Voorjaarsnota(+) 2021, nr.45) Mutaties begroting 2022 Accountantskosten Afboeken restant taakstelling Samenwerking Afboeken restant taakstelling Bedrijfsvoering Saldi begroting 2022-2025

Lasten 5.970

Baten 53

Saldo 2022 -5.917

2023 -5.866

2024 -5.828

2025 -5.791

94

0

-94

-105

-116

-127

4

0

-4

-4

-4

-4

15 22

0 0

-15 -22

-15 -22

-15 -11

-15 -11

0 35

0 0

0 -35

-90 -45

-90 -45

-90 -65

30

0

-30

-30

-30

-30

6 55 12

0 0 0

-6 -55 -12

-6 -110 -23

-6 -110 -23

-6 -110 -23

6.243

53

-6.190

-6.316

-6.278

-6.272

Mutaties Voorjaarsnota(+) 2021 Autonome ontwikkelingen Bijstelling meicirculaire 2021 (nr.9) U leest de toelichting in programma 5 ‘algemene dekkingsmiddelen en onvoorzien’ bij het onderdeel ‘kosten’. Onderhoudsronde functieboek personeel (nr. 11) We hebben een verplichte onderhoudsronde van het functieboek uitgevoerd. Dat brengt voor een aantal functies hogere salariskosten met zich mee als gevolg van een hogere inpassingsschaal. Nieuwe ontwikkelingen Regiesysteem sociaal domein (nr. 20) Met een Regiesysteem is het doel voor ieder vraagstuk een totaalbeeld van een huishouden te creeren zodat de hele ondersteuningsketen geïnformeerd en betrokken is. In Equalit/regionaal verband wordt samengewerkt bij de implementatie van dit Regiesysteem. De gemeenten Oisterwijk, ABG en Oosterhout zijn betrokken en ook Goirle heeft interesse om aan te sluiten. Diverse andere gemeenten in de Hart van Brabant regio werken al met een regiesysteem, o.a. de gemeente Tilburg. Kosten voor het regiesysteem bedragen € 45.000 voor implementatie. We schrijven deze kosten in zeven

50

jaar af waardoor de structurele kapitaallast van € 6.000 op onze exploitatie drukt. Samen met de jaarlijkse licentiekosten komt dit neer op € 15.000 vanaf 2022. Projectleider automatiseringsprojecten (nr.41) Voor het uitvoeren van complexe automatiseringsprojecten in Equalit verband hebben we goede en gekwalificeerde projectleiders nodig. Deze projectleiders zijn binnen de Equalit gemeenten niet beschikbaar, waardoor werven of inhuur nodig is. Doel van de projecten is o.a. het harmoniseren van onze applicaties voor de BRP, geo (basis) registraties, omgevingswet, zaaksysteem en het regiesysteem Sociaal domein. Harmoniseren betekent zo veel mogelijk samenwerken in uitvoering met één applicatie en één inrichting. We ontwikkelen één keer voor meervoudig gebruik: dezelfde applicatie met dezelfde inrichting zetten we in voor meerdere gemeenten. Dit is een voorbeeld waarin samenwerking minder meerkosten oplevert. Voor de jaren 2022 en 2023 is hiervoor jaarlijks € 22.000 nodig, vanaf 2024 € 11.000 structureel. Datagedreven werken verder ontwikkelen (nr.42) • Formatie voor datagedreven werken In 2020/2021 is een pilot datagedreven werken uitgevoerd op een onderzoeksvraag voor de Jeugdzorg.

Uit deze pilot is de conclusie gekomen dat, als we datagedreven werken structureel verder willen ontwikkelen en in onze werkwijze inbedden, we extra formatie nodig hebben (structureel € 70.000) voor de invulling van rollen/taken die nu niet in onze organisatie zijn belegd. Het gaat dan om de volgende rollen: gegevenscoördinator, data-analisten, gegevensbeheerder en data-engineer. De rol van een gegevens-architect vullen we later in. Door datagedreven werken krijgen we een belangrijk middel in handen om enerzijds de juiste stuurinformatie op te leveren om o.a. keuzes te maken en anderzijds de juiste informatie bij elkaar te brengen die input is voor beleidsontwikkeling. We pakken dit in GHO-verband op. Daardoor hebben we minder fte nodig dan wanneer we het zelfstandig doen. De samenwerking brengt een duidelijk voordeel in de zin van minder meerkosten. • Datawarehouse voor datagedreven werken Om DGW toe te passen hebben we een Datawarehouse nodig. Dit kost structureel € 20.000. Hierin worden de interne en externe gegevens opgenomen die de DGW-medewerkers gebruiken om te bewerken en de analyses te maken. Dit technisch platform maken we samen met de andere Equalit gemeenten. Automatisering (nr.43) De kosten voor onze automatisering stijgen meer dan we begroot hebben. Uit de ICT Benchmark blijkt een jaarlijkse toename van ICT-kosten bij alle gemeenten.

In die zin wijken wij niet af. Voor 2022 is € 35.000 extra budget nodig, vanaf 2023 € 45.000 structureel. De Oracle databases van onze software moeten een update krijgen. ‘Onder’ elke applicatie ligt een database waarin de data zijn opgenomen. Zonder een database heeft een applicatie geen nut. Door Oracle worden updates uitgebracht. De frequentie daarvan is vooraf niet bekend en daarom moeilijk te begroten. De vorige update was in 2019. Wij verwachten weer een update. Daarna begroten we dit periodiek. Kosten per update zijn € 20.000. Applicatiebeheer Sociaal domein (nr.45) De functie van applicatiebeheer Sociaal Domein is o.a. van cruciaal belang om informatie uit onze systemen te halen die nodig is om de juiste oplossingen inzichtelijk te maken en te organiseren voor onze financiële uitdaging in dit domein. We krijgen deze specifieke functie/vacature niet ingevuld. Momenteel is (extra) inhuur nodig of een plus (extra toelage) op de salarisschaal of uitbreiding van het aantal uren, om de functie definitief in te vullen. Onze voorkeur gaat uiteraard uit naar het definitief invullen van de vacature. Hiervoor zijn de structurele middelen van € 30.000 bedoeld.

51

Mutaties begroting 2022 Accountantskosten Op 7 oktober 2021 ligt het raadsvoorstel verlenging accountantscontrole 2022 voor een de raad. De extra kosten van € 6.000 hebben we in onze begroting 2022 verwerkt. Afboeken restant taakstelling Samenwerking De Rijksoverheid heeft nieuwe berekeningen gedeeld over de herverdeeleffecten van het gemeentefonds. Op basis van deze berekeningen gaan wij er € 15 per inwoner op achteruit. In beginsel gingen we nog uit van € 50 per inwoner. In totaliteit is dit een voordeel van zo’n € 525.000. In motie M-07 uit de vergadering van 12 november 2020 roept u het college op voorstellen te doen voor de ontstane begrotingsruimte mocht het herverdeeleffect voordeliger uitpakken. Een deel van de begrotingsruimte gebruiken we om een aantal taakstellingen deels bij te stellen. In totaal stellen we de taakstellingen bij met € 204.000 in 2022 oplopend tot€ 251.000 vanaf 2025. Dit gaat o.a. om de taakstelling op subsidies en de kostendekkendheid van onze leges. Een andere taakstelling die we deels willen afboeken is die van de samenwerking. In het achtergrondboekwerk taakstellingen, dat deel uitmaakt van deze begroting, leest u dat we voor € 110.000 maatregelen hebben genomen op de samenwerkingsverbanden waarmee we de taakstelling deels invullen. Naast deze maatregelen hebben we gezocht naar aanvullende maatregelen om de volledige taakstelling in te vullen.

Er resteert nog een bedrag van € 55.000 in 2022 en € 110.000 vanaf 2023. Een werkgroep heeft gewerkt aan besparingsmogelijkheden vanuit de samenwerking met Verbonden partijen en GHO. Zo is er onder andere gekeken naar besparing op de uitvoering van de belastingwerkzaamheden. De belastingwerkzaamheden worden nu nog uitgevoerd door TOG Nederland. Dit gaan we vanaf 2022 in GHO-verband uitvoeren. We hebben moeten concluderen dat hier geen besparing op mogelijk is. Uitgangspunt is dat de structurele uitvoeringskosten na de transitie binnen het bestande budget blijven. Ook op de overige onderdelen hebben we geen aanvullende besparingsmogelijkheden gevonden. Ook achten we het niet reëel dat verder onderzoek naar besparingsmogelijkheden op de samenwerking meer significante besparingen oplevert. We stellen voor het resterende openstaande bedrag af te boeken. We zullen ook zonder de taakstelling actief zoeken naar mogelijkheden om te besparen met samenwerken. Afboeken restant taakstelling Bedrijfsvoering Ook de taakstelling op de bedrijfsvoering willen we voor een klein deel afboeken. In het achtergrondboekwerk taakstellingen, dat deel uitmaakt van deze begroting, leest u dat we voor € 127.000 maatregelen hebben genomen op de bedrijfsvoering waarmee we de taakstelling van € 150.000 bijna volledig invullen.

Naast deze maatregelen hebben we gezocht naar aanvullende maatregelen om de volledige taakstelling in te vullen. Er resteert nog een bedrag van € 12.000 in 2022 en € 23.000 vanaf 2023. We stellen voor het resterende openstaande bedrag af te boeken. We achten de impact van verder bezuinigen op onze bedrijfsvoering te groot. Om de gehele taakstelling in te vullen zouden ook de volgende maatregelen genomen moeten worden: • Minder bijdrage voor facilitair bestuur en organisatie • Besparen op bedrijfsgezondheidszorg • Stoppen met gemeentepagina Hilverbode • Afschaffen Trappers Het doorvoeren van deze maatregelen zien wij als onwenselijk o.a. gezien de krappe arbeidsmarkt en het belang om juist te investeren in het eigen personeel.

52

Overige verplichte hoofdstukonderdelen per programma Het BBV verplicht ons de beleidsdoelstelling van een verbonden partij op te nemen in de programma indeling van het begrotingsboekwerk. Ook is het verplicht om enkele voorgeschreven beleidsindicatoren in de programma indeling van het begrotingsboekwerk op te nemen. Wij kiezen er voor deze informatie niet per programma maar centraal weer te geven. Wij verwijzen u hiervoor dan ook respectievelijk naar de paragraaf ‘verbonden partijen’ en de bijlage ‘beleidsindicatoren’.

53

Beleidsbegroting 2. Paragrafen

54

Paragraaf 1

2.1 Lokale heffingen

We gaan in deze paragraaf in op de ontwikkeling van de lokale algemene belastingen en de gevolgen voor de lokale belastingdruk. We sluiten de paragraaf af met het kwijtscheldingsbeleid. Maar eerst gaan we in op het verschil tussen algemene belastingen, bestemmingsbelastingen en retributies. Algemene belastingen De opbrengsten van de algemene belastingen gaan naar de algemene middelen van de gemeente. Algemene belastingen zijn onroerende-zaakbelastingen (OZB), forensenbelasting, toeristenbelasting, vermakelijkhedenretributie en precariobelastingen. Bestemmingsbelastingen Onze bestemmingsbelastingen bestaan uit rioolheffing en afvalstoffenheffing. Bestemmingsbelastingen zijn belastingen waarvan de opbrengsten zijn bestemd voor specifieke taken of voorzieningen met een duidelijk algemeen belang. Een gemeente mag op basis van de Gemeentewet artikel 229b niet meer heffen dan de begrote kosten die gedekt worden met de specifieke belasting. De mate waarin we de kosten betalen met de opbrengsten wordt kostendekkendheid genoemd. De kostendekkendheid is opgenomen in bijlage ‘onderbouwing kostendekkendheid heffingen’. Retributies Retributies worden geheven aan personen aan wie de gemeente een specifieke dienst verleent. De belangrijkste retributies zijn leges. Voor een bij de gemeente aangevraagde dienst zijn leges verschuldigd.

Denk hierbij aan het aanvragen van een omgevingsvergunning of een paspoort. Net als bij bestemmingsbelastingen mogen de retributies niet meer dan kostendekkend zijn.

Lokale heffingen Onroerende-zaakbelastingen (OZB) De OZB heffen we over onroerende zaken in de gemeente. Het gaat om twee belastingen; een eigenarenbelasting en een gebruikersbelasting. Het gebruikersdeel van de OZB geldt alleen voor niet-woningen. Huurders van een woning betalen dus geen OZB. Jaarlijks vastgestelde indexatie We indexeren onze opbrengst - conform bestaand beleid - jaarlijks met 2,25%. Verwachte waardeontwikkeling naar peildatum 1 januari 2021 Jaarlijks worden - op grond van de Wet waardering onroerende zaken - alle onroerende zaken gewaardeerd. De maatstaf voor de aanslagen onroerende-zaakbelastingen (OZB) voor het belastingjaar

55

2022 is de waarde in het economisch verkeer op peildatum 1 januari 2021. De Wet WOZ schrijft namelijk voor dat gemeenten een waarde vaststellen zoals die gold op 1 januari van één jaar eerder. We rekenen met een waardeontwikkeling naar peildatum 1 januari 2021. De ontwikkeling voor onze gemeente is nog niet bekend. Vandaar dat we vooralsnog rekenen met de landelijke waardeontwikkeling. Voor de woningen leidt dit tot een stijging van 9,0 % en voor niet-woningen tot een stijging van -0,5 %. We maken dit onderscheid omdat het taxeren van beide categorieën van elkaar verschilt. Bij een waardestijging verlagen we het tarief OZB om niet meer dan de gewenste geïndexeerde totaalopbrengst te genereren. Dit uitgangspunt werkt uiteraard ook andersom. Wanneer de WOZwaarde daalt, moeten we met een hoger tarief de begrote totaalopbrengst behalen. In de berekening van de OZB-opbrengsten voor 2022 rekenen we met een totale WOZ-waarde voor woningen en niet-woningen van afgerond € 2.950.000.000. Dit leidt tot een geraamde totaalopbrengst OZB 2022 van € 3.925.000. Eigenaren woningen Eigenaren niet-woningen Gebruikers niet-woningen

Tarief 2022 0,1049 % 0,1824 % 0,1524 %

Tarief 2021 0,1118 % 0,1775 % 0,1483 %

Tabel - Tarievenoverzicht OZB 2022 en 2021

De aanpassingen in het tarief - in combinatie met de waardeontwikkeling - leidt tot de volgende OZB per categorie. woz waarde 2021 250.000 300.000 500.000 1.000.000

woz waarde 2022* 272.500 327.000 545.000 1.090.000

Tarief 2021 0,1118% 0,1118% 0,1118% 0,1118%

Tarief 2022 0,1049% 0,1049% 0,1049% 0,1049%

OZB 2021

OZB 2022

Stijging

279,52 335.42 559.03 1.118.06

285,80 342.97 571.61 1.143.22

2,25% 2,25% 2,25% 2,25%

Tarief 2022 0,1824% 0,1824% 0,1824% 0,1824%

OZB 2021

OZB 2022

Stijging

443,67 532,41 887,35 1.774,70

453,66 544,39 907,31 1.814,63

2,25% 2,25% 2,25% 2,25%

Tarief 2022 0,1524% 0,1524% 0,1524% 0,1524%

OZB 2021

OZB 2022

Stijging

370,78 444,94 741,57 1.483,13

379,13 454,95 758,25 1.516,50

Tabel - Lasten OZB eigenaren woningen *) waardestijging + 9,00%

woz waarde 2021 250.000 300.000 500.000 1.000.000

woz waarde 2022* 248.750 298.500 497.500 995.000

Tarief 2021 0,1775% 0,1775% 0,1775% 0,1775%

Tabel - Lasten OZB eigenaren niet-woningen *) waardestijging – 0,5%

woz waarde 2021 250.000 300.000 500.000 1.000.000

woz waarde 2022* 248.750 298.500 497.500 995.000

Tarief 2021 0,1483% 0,1483% 0,1483% 0,1483%

2,25% 2,25% 2,25% 2,25%

Tabel - Lasten OZB gebruikers niet-woningen *) waardestijging – 0,50%

56

Forensenbelasting We heffen forensenbelasting van natuurlijke personen die geen hoofdverblijf in de gemeente hebben maar gedurende meer dan 90 dagen van het belastingjaar een gemeubileerde woning beschikbaar houden voor zichzelf of voor hun gezin. In de regel gaat het om eigenaren en gebruikers van recreatieverblijven, zoals vakantiewoningen of stacaravans. De forensenbelasting kent een laag en een hoog tarief. Welk tarief van toepassing is, dat hangt af van de WOZ-waarde van het object. In de voorgaande belastingjaren gold voor objecten tot € 65.000 het lage tarief en voor objecten vanaf € 65.000 het hoge tarief. Voor 2022 handhaven we beide categorieën. Met het dekkingsplan 2021-2023 heeft u gekozen om de forensenbelasting stapsgewijs te verhogen met € 10.000,-, boven op de inflatiecorrectie, vanaf 2020 tot en met 2025. In de tabel hieronder hebben een inflatiecorrectie van 2,25% en een extra verhoging van 5% toegepast om de extra opbrengst van € 10.000,- te realiseren.

Laag tarief Hoog tarief

2022 € 356,20 € 738,05

2021 € 331,80 € 687,45

2020 € 310,55 € 643,40

2019 € 292,15 € 605,30

Tabel - Tarievenoverzicht forensenbelasting ten opzichte van vorige jaren

Toeristenbelasting We verhogen de tarieven met 17%. Op verzoek van de exploitanten ronden we de tarieven steeds omlaag af op € 0,05. De tarieven bedragen: - € 1,60 per overnachting voor groepsaccommodatie - € 2,15 per overnachting voor mobiel kampeeronderkomen en/of op vaste standplaatsen - € 2,25 per overnachting voor overige accommodaties Bij de voorjaarsnota 2020 heeft u gekozen om de toeristenbelasting stapsgewijs te verhogen met 17% per jaar tot en met 2025. Dat effect ziet u in bovenstaande tarieven terug. Vermakelijkhedenretributie De maatstaf voor de heffing is het aantal bezoekers van een vermakelijkheid dat de 20.000 bezoekers overstijgt. Precariobelasting kabels en leidingen Wij heffen precariobelasting op het gebruik van gemeentegrond voor kabels en leidingen. Wettelijk mogen we deze belasting vanaf 2022 niet meer heffen. Precariobelasting gebruik openbare ruimte Gemeenten kunnen precariobelasting heffen voor het gebruik van de openbare ruimte door particulieren en bedrijven. Denk bijvoorbeeld aan gebruik voor terrassen en reclameborden. Wij heffen vanaf 2015 precariobelasting voor terrassen op gemeentegrond. We verhogen het tarief met de inflatiecorrectie van 2,25%. Het tarief voor 2022 bedraagt daarmee € 21,35 per m2 per seizoen voor voorwerpen (stoelen, tafels, banken en andere voorwerpen) onder, op of boven een terras. Het maximumaantal m2 is 50.

Marktgelden We verhogen het tarief van € 64,75 naar € 66,20 per kwartaal per standplaats van vier strekkende meter.

57

Rioolheffing We belasten niet alleen de gebruikers van het rioolstelsel maar ook degenen die profiteren van onze hemelwaterafvoer en van de maatregelen die we nemen voor onze grondwaterstand. Dus ook eigenaren van panden, die geen gebruikers zijn. De rioolheffing kent voor agrarische percelen een speciale regeling. Al het water dat zij naar hun perceel toevoeren, lozen zij namelijk niet volledig via de gemeentelijke riolering. De gevolgen van de veranderde heffingssystematiek van de rioolheffing voor de agrariërs minimaliseren we door een speciale regeling voor agrarische percelen te handhaven. We bepalen de rioolheffing op basis van het gebruik, maar de agrarische percelen plaatsen we standaard in de derde staffel van de rioolheffing. Deze staffelcode is van toepassing bij een waterverbruik tussen 251 m3 en 500 m3 per jaar. De tariefstijging is beperkt tot een trendmatige correctie van 2,25%. In december 2021 leggen we u een voorstel voor het nieuwe riool- en waterplan voor. Naar aanleiding van dit plan zouden de tarieven nog kunnen wijzigen. Deze wijziging vindt zijn grondslag in de belastingverordening rioolheffing 2022. Deze verordening leggen we u gelijktijdig voor met het rioolen waterplan.

Eigenaren woningen Eigenaren niet-woningen Eigenaren garageboxen Gebruikers afgevoerd water tot en met 130 m3 Gebruikers afgevoerd water van 131 tot en met 250 m3 Gebruikers afgevoerd water van 251 tot en met 500 m3 Gebruikers afgevoerd water van 501 tot en met 1.500 m3 Gebruikers afgevoerd water van 1.501 tot en met 5.000 m3 Gebruikers afgevoerd water van 5.001 m3 en meer

Tarief 2022 109,31 185,87 54,67 31,41 131,17 295,22 677,79 1.355,59 2.711,18

Tarief 2021 106,90 181,78 53,47 30,72 128,28 288,72 662,88 1.325,76 2.651,52

Tabel – Ontwikkeling Tarieven Rioolheffing

Afvalstoffenheffing Met de opbrengsten van de afvalstoffenheffing betalen we voor 100% de kosten die we kwijt zijn aan inzamelen en verwerken van huishoudelijk restafval. Het huishoudelijk restafval en GFT-afval zamelen we in via afzonderlijke containers. Een aantal (appartementen)complexen heeft een eigen inzamelsysteem met ondergrondse containers. Het tarief voor 2022 is berekend aan de hand van het verwachte aantal ledigingen en de verwachte kosten. De kosten van de milieustraat worden grotendeels gedekt vanuit de afvalstoffenheffing. Daarnaast wordt aan bezoekers van onze milieustraat een poorttarief gevraagd indien het een niet gratis afvalstroom betreft. Met de inzet van € 18.000 van de inmiddels opgebouwde voorziening afvalstoffenheffing, beperken we de tariefstijging voor 2022 tot de trendmatige aanpassing van 2,25%.

Vast tarief per maand Variabel tarief per lediging Restafvalcontainer Gemiddeld aantal ledigingen Restafval per object per jaar

Tarief 2022 7,70 12,57 6,65

Tarief 2021 7,53 12,29 6,65

Variabel tarief per lediging GFT-afval Gemiddeld aantal ledigingen GFT-afval per object per jaar

2,34 3,13

2,29 3,13

Tarief per inworp 60lt zak in ondergrondse container Gemiddeld aantal inworpen 60lt zak in ondergrondse container per jaar Tabel - Tarievenoverzicht afvalstoffenheffing

1,86

1,82

30

30

58

Leges De legesinkomsten bestaan onder andere uit inkomsten van burgerzaken voor bijvoorbeeld reisdocumenten, rijbewijzen en burgerlijke stand. Maar u kunt ook denken aan leges voor omgevingsvergunningen of voor APV activiteiten zoals evenementen. Gebruikelijk beleid is, dat we op leges in beginsel een inflatiecorrectie toepassen. Voor 2022 is de inflatiecorrectie niet toegepast omdat de kostendekkendheid dan boven de 100% uitkomt. Voor enkele leges zijn de tarieven aangepast. Meer hierover leest u in het raadsvoorstel belastingverordeningen 2022 die we aan u voorleggen ter besluitvorming in november 2021. Kostendekkendheid en kruissubsidiëring Op basis van de wettelijke uitgangspunten mag een gemeente geen ‘winst’ maken over de producten die zij aanbiedt. De kostendekkendheid van de legestarieven komt in totaal uit op 96%. Van winst maken is dan ook geen sprake. Wel is wettelijk toegaan om gebruik te maken van kruissubsidiëring. Hierdoor maken we winst op de ene dienst en zodoende compenseren we het verlies van de andere dienst. Het volledig overzicht van de kostendekkendheid van de leges vindt u in de bijlage ‘onderbouwing kostendekkendheid heffingen’. Van belang is om te vermelden dat voor Titel II (fysieke leefomgeving) dient te worden uitgegaan van de situatie dat per 1 januari 2022 het Wabo regime van toepassing is.

De legesverordening en daarbij behorende tarieventabel is ook geënt op deze situatie. Dit betreft dan ook het uitgangspunt voor de kostendekkendheidsberekening per belastingjaar 2022. Omgevingswet en Wet kwaliteitsborging bouwen Uiteraard worden op dit moment al wel voorbereidingen getroffen waarbij wordt uitgegaan van het gegeven dat per 1 juli 2022 de Omgevingswet en de Wet kwaliteitsborging voor het bouwen in werking zal treden. Naar verwachting zal in het eerste kwartaal 2022 een eerste begrotingswijziging worden doorgevoerd en een eerste wijziging van de legesverordening 2022. Hiermee wordt bewerkstelligd dat het geheel naadloos op elkaar aansluit en dat ook onder het nieuwe regime rechtsgeldig leges kunnen worden geheven.

Ontwikkeling totale belastingdruk In deze paragraaf vergelijken we de totale gemeentelijke lasten 2022 voor een gemiddeld gezin ten opzichte van 2021. Dit doen we voor zowel een eigenaar als voor een huurder van een woning. Bedragen x € 1 Afgerond op hele euro’s Afvalstoffenheffing Rioolheffing OZB – eigenaar Totaal

Mutatie 2022 2021 2022 tov 2021 179 183 2,25 % stijging 235 240 2,25 % stijging 363 371 2,25 % stijging 777 794 2,25 % stijging

Tabel – Ontwikkeling Belastingdruk eigenaar woning

59

Bedragen x € 1 Afgerond op hele euro’s Afvalstoffenheffing Rioolheffing OZB – eigenaar Totaal

Mutatie 2022 tov 2021 2022 2021 179 183 2,25 % stijging 128 131 2,25 % stijging nvt nvt 307 314 2,25 % stijging

Tabel – Ontwikkeling Belastingdruk huurder woning

Uitgangspunten Bij de bepaling van de belastingdruk zijn we uitgegaan van de volgende uitgangspunten: Afvalstoffenheffing Afvalstoffenheffing Vast tarief per maand Variabel tarief per lediging restafval Variabel tarief per lediging GFTafval Totalen afgerond

Tarief 2021 7,53 12,29

Tarief 2022 7,70 12,57

Aantal ledigingen 2021 12 maanden 6,65

Aantal ledigingen 2022 12 maanden 6,65

Totaal 2021 90,36 81,72

Totaal 2022 92,40 83,59

2,29

2,34

3,13

3,13

7,16

7,32

179

183

Tabel - Afvalstoffenheffing

Rioolheffing We hanteren de staffel van 131 m3 tot en met 250 m3 waterverbruik als grondslag voor de berekening van de rioolheffing en gaan uit van een twee ouderhuishouden met één kind. OZB – eigenaar Voor de OZB vergelijking rekenen we met de volgende waardes: - € 325.000 in 2021 - € 354.000 in 2022 (9% stijging waarde-ontwikkeling)

Gemeentelijk kwijtscheldingsbeleid We voeren een actief kwijtscheldingsbeleid voor afvalstoffenheffing en rioolheffing. De begrote kosten voor 2022 en volgende jaren bedragen € 27.000 voor het kwijtscheldingsbeleid voor afvalstoffenheffing en rioolheffing (exclusief uitvoeringskosten).

60

Paragraaf 2

2.2 Weerstandsvermogen en risicobeheersing

In deze paragraaf leest u meer over ons risicoprofiel en hoe we dit opvangen met onze weerstandscapaciteit. Deze weerstandscapaciteit bestaat uit de middelen om substantiële onverwachte kosten af te dekken zonder dat dit ten koste gaat van het bestaand beleid. Het weerstandsvermogen is de mate waarin we de risico’s op kunnen vangen met onze weerstandscapaciteit. In de nota ‘risicomanagement & weerstandsvermogen’ beschrijven we hoe we risicomanagement toepassen als vast proces in onze bedrijfsvoering. In deze paragraaf beoordelen we ook onze financiële positie aan de hand van vijf kengetallen.

Beoordelen risico’s Om te bepalen welke risico’s de meeste aandacht verdienen, kwantificeren we ze. Per risico, schatten we in - eventueel op basis van ervaringen - hoe waarschijnlijk het is dat het zich voordoet en hoe groot de financiële gevolgen zijn. Ontwikkelingen waarvan de kans 90% of meer is dat deze zich voordoen, nemen we niet mee omdat we dit niet als risico’s zien. We gebruiken de volgende scoringstabellen. Kans Gering (minder dan 1 x per 4 jaar) Gemiddeld (ongeveer 1 x per 4 jaar) Hoog (minimaal 1 x per jaar)

Score 1 3 5

Financieel gevolg Gering (< 0,1% omzet = < € 40.000 Beperkt (> 0,1% omzet < 0,5 % omzet = tussen € 40.000 - € 200.000) Groot (> 0,5 % omzet = > € 200.000)

Score 1 2 3

Omdat risico’s zich niet allemaal tegelijkertijd voordoen, nemen we alle risico’s niet voor de volledige omvang mee. Aan de hand van de kans vermenigvuldigt met het gevolg van het risico berekenen we een score. Aan de hand van deze score voorzien we het risico van een ranking met impactcategorie. Afhankelijk van de impactcategorie nemen we een risico volledig, voor een deel of niet mee in de berekening van ons benodigd weerstandscapaciteit. Ranking Scores 10 en hoger Scores hoger dan 5, maar lager dan 10 Scores van 5 en lager

Impactcategorie Hoog risico Voor het risico dient 100% weerstandscapaciteit aanwezig te zijn. Beperkt risico Voor een structureel risico dient 25% weerstandscapaciteit aanwezig te zijn. Voor een incidenteel risico dient 50% weerstandscapaciteit aanwezig te zijn. Gering risico We achten het risico te dragen binnen de regulieren bedrijfsvoering

61

Opstellen risicoprofiel Het risicoprofiel bevat alle risico’s die we hebben geïnventariseerd in onze organisatie. We maken een onderscheid tussen de risico’s voor de ‘algemene dienst’ en risico’s voor de grondexploitaties. In deze paragraaf volstaan we met een samenvatting van de belangrijkste risico’s van de algemene dienst en de belangrijkste risico’s van de grondexploitaties zoals bekend op 28 februari 2020. Het gedetailleerd risicoprofiel vindt u in bijlage ‘risicokaart’. Nr. 1. 2. 3. 4. 5. 6. 7. 8. 9. 10. 11. 12.

1. 2. 3. 4. 5. 6.

Onderwerp Structurele risico's algemene dienst Toerekening uren aan investeringen en grondexploitaties Structurele gevolgen omgevingswet BUIG-middelen ontoereikend Oplopende prijzen grondstoffen WMO middelen ontoereikend Jeugdhulpverlening (specialistische zorg) Algemene uitkering ‘trap op trap af’ Capaciteitstekort binnen gemeentelijke organisatie Informatiemanagement projecten Uitvoering klimaatakkoord Niet behalen van taakstellingen Rentewijzigingen Totaal structurele risico’s algemene dienst Incidentele risico's algemene dienst Terugbetaling precariobelasting kabels en leidingen Inkomstenverlies Corona-crisis Hiaten in de bluswatervoorziening Rioleringsproject Koestraat Voorziening pensioenen Kabels en leidingen Totaal incidentele risico’s algemene dienst

Nr. Onderwerp Risico’s grondbedrijf 1. Gelderakkers 2 2. De Welder 3. Loosche Akkers 3. Afzet gronden 4. Prijsrisico/inflatie 5. Geurcontour de Leeuwerik 3 Totaal risico’s grondbedrijf

€ € 165.000 € 162.500 € 128.000 € 100.000 € 81.000 € 65.000 € 50.000 € 41.000 € 40.000 € 15.000 € 14.000 € 13.000 € 874.500

€ 2.750.000 € 124.000 € 120.000 € 100.000 € 70.000 € 25.000 € 3.189.000

€ € 1.300.000 € 310.000 € 165.000 € 130.000 € 70.000 € 50.000 € 2.025.000

62

Weerstandscapaciteit De weerstandscapaciteit bestaat uit de middelen waarmee de gemeente in staat is om substantiële tegenvallers op te vangen zonder dat dit betekent dat we het beleid moeten wijzigen. We onderscheiden een structurele en een incidentele weerstandscapaciteit. We gaan hier nu verder op in. Structurele capaciteit Onze structurele weerstandscapaciteit bepalen we de onbenutte belastingcapaciteit voor de onroerende zaakbelastingen. We berekenen de onbenutte belastingcapaciteit op twee wijzen. Enerzijds houden we rekening met de meest recente OZB-tarieven van het gemiddeld niveau in Nederland. We hanteren deze onbenutte belastingcapaciteit voor onze weerstandscapaciteit. Anderzijds laten we ook de OZB-opbrengst zien als we het OZB-tarief hanteren dat opgelegd wordt indien een gemeente een artikel 12 status aanvraagt. Het rijk stelt zo’n gemeente dan onder financiële curatele. Ruimte ten opzichte van landelijk artikel 12 OZB opbrengst Hilvarenbeek 2022 OZB opbrengst landelijk gemiddeld 20221 OZB artikel 12 20222 Bedragen x € 1000,-

3.925 4.721 5.942

796

2.017

Onze beschikbare capaciteit - de ruimte die beschikbaar is wanneer we het gemiddeld landelijk tarief hanteren - bedraagt € 796.000. De onbenutte belastingcapaciteit, wanneer de tarieven gelijk zouden zijn aan de artikel 12 norm, bedraagt € 2.017.000. Incidentele capaciteit Voor de incidentele capaciteit weerstandscapaciteit nemen wij bij de omvang van onze algemene reserve en de reserve grondexploitatierisico’s - voor resultaatbestemming - mee. Incidentele weerstandscapaciteit (x € 1.000,-) Algemene reserve algemene dienst Reserve grondbedrijf Tabel - De stand van 31-12-2021 (bedragen x € 1.000)

2.672 3.923

Weerstandsvermogen Het weerstandsvermogen is de mate waarin de gemeente in staat is om substantiële tegenvallers op te vangen zonder dat dit betekent dat het beleid veranderd moet worden. Om het structurele weerstandsvermogen te bepalen, confronteren we de structurele risico’s met de structurele weerstandscapaciteit. Het incidentele weerstandsvermogen bepalen we door alle incidentele risico’s af te zetten tegen de algemene bedrijfsreserve. De confrontatie van het risicoprofiel en weerstandscapaciteit is hieronder weergegeven.

1 2

Bron: Coelo.nl, tarievenoverzicht 2022 Bron: meicirculaire 2020, tarieven 2022

63

Weerstandsvermogen (x € 1.000,-) Structureel Algemene Dienst Algemene bedrijfsreserve Reserve grondexploitatierisico’s

Beschikbaar A C E

Ratio's Structureel (A / B) Algemene bedrijfsreserve (C / D) Reserve grondexploitatierisico’s (E / F)

JR19

796 2.672 3.923 JR20

0,9 1,7 2,0

Benodigd B D F B2021

1,0 0,8 2,2

875 3.189 2.025 B2022

0,7 1,3 2,3

0,91 0,84 1,94

Conclusie: waardering en normen voor het weerstandsvermogen We waarderen het weerstandsvermogen zoals opgenomen in onderstaande tabel. Ratio >2 1,5 – 2 1,0 - 1,5 0,8 - 1,0 0,6 - 0,8 < 0,6

Waardering uitstekend ruim voldoende voldoende matig onvoldoende ruim onvoldoende

De provincie adviseert ons om een norm vast te stellen voor het noodzakelijke weerstandsvermogen. Wij hebben dit advies ter harte genomen. Wij hanteren een norm van minimaal 1 voor zowel het structurele als het incidentele weerstandsvermogen. Structureel Voor het structurele weerstandsvermogen voldoen wij niet aan deze norm. Echter, we hebben meer ruimte om de OZB te verhogen dan in de beschikbare structurele weerstandscapaciteit is aangegeven. In de berekening is alleen gekeken naar het verschil in OZB ten opzichte van het gemiddelde in Nederland en niet naar de uitbreidingsmogelijkheden in vergelijking met een artikel 12 status. Wanneer we deze werkwijze hanteren stijgt de ratio van 0,7 naar 2,3. In dat geval is de waardering ruim uitstekend. Incidenteel Ook het incidentele weerstandsvermogen van de algemene dienst voldoet niet aan deze norm. Oorzaak is enerzijds het hoge risico van de precariobelasting kabels en leidingen. De rechtszaak die loopt wordt hervat in november 2021. Als dit risico vervalt dan stijgt de ratio weer boven onze norm. Anderzijds is de oorzaak de teruglopende reservepositie als gevolg van onder andere de tekorten in het sociaal domein. Het Rijk heeft voor jaarschijf 2022 extra middelen vrijgemaakt voor de jeugdzorgkosten te compenseren. Maar dit is volgens ons nog niet voldoende.

Denkt u bijvoorbeeld aan de oplopende kosten binnen de WMO door de veranderingen van het abonnementstarief. Daarom blijven we de lobby voortzetten om hier aandacht voor te vragen en het Rijk te bewegen de noodzakelijke middelen vrij te maken. Op deze manier kunnen gemeenten hun reserveposities weer opbouwen. Het incidentele weerstandsvermogen voor de grondexploitatie is ruim voldoende. Wanneer we naar het totaal van de incidentele risico´s kijken en dit afzetten tegen de totale beschikbare incidentele weerstandscapaciteit is de ratio 1,3. Dit wordt gewaardeerd als voldoende.

64

Financiële kengetallen In deze paragraaf geven wij u een overzicht van enkele financiële kengetallen met als doel u op een eenvoudige manier inzicht te geven in de financiële positie van de gemeente. Deze financiële kengetallen zijn verplicht op basis van artikel 11 BBV. Naast een structureel sluitende reële begroting is het voor een gezonde financiële positie ook van belang dat de schulden niet te hoog oplopen, de risico’s binnen de grondexploitatie op te vangen zijn en er nog voldoende financiële ruimte is binnen de exploitatie of om belastingen te verhogen. We gaan eerst in op de normering en daarna volgen de financiële kengetallen. Normering Om meer inzicht te krijgen in de kengetallen kiezen we ervoor om aan te sluiten bij de ‘signaleringswaarden’ die diverse gemeenten gebruiken zoals in onderstaande tabel weergegeven. De signaleringswaarden zijn oorspronkelijk afkomstig uit de stresstest voor 100.000+ gemeenten. De signaleringswaarden zijn geen normeringsinstrument in het kader van het financieel toezicht door de provincie. Het is primair bedoeld al instrument voor de raad. Per kengetal zijn signaleringswaarden ingedeeld in drie categorieën. Categorie A is het minst risicovol, categorie B is een risicoprofiel waarbij voorzichtigheid is geboden, categorie C is een risicovol profiel. Kengetallen

Cat. A

Cat. B

Cat. C

Netto schuldquote

<0,9

0,9 - 1,3

>1,3

Netto schuldquote - correctie verstrekte leningen Solvabiliteitsratio

<0,9 >0,5

0,9 - 1,3 0,2 - 0,5

>1,3 <0,2

>0

0

<0

Grondexploitatie

<0,2

0,2 - 0,35

>0,35

Belastingcapaciteit: Woonlasten meerpers. huishouden

<0,95

0,95 - 1,05

>1,05

Structurele exploitatieruimte

Financiële kengetallen We hebben de financiële kengetallen berekend voor onze gemeente. U ziet ze in onderstaand overzicht. De kengetallen van 2019 - 2020 hebben we gebaseerd op de voorgaande begrotingsboekwerken. Per kengetal hebben we met kleur weergegeven in welk risicoprofiel het kengetal valt. Kengetallen Netto schuldquote Netto schuldquote gecorrigeerd voor alle verstrekte leningen Solvabiliteitsratio Structurele exploitatieruimte Grondexploitatie Belastingcapaciteit: Woonlasten meerpersoonshuishouden

JR2019 0,55 0,48

JR2020 0,82 0,77

B2021 0,78 0,67

B2022 0,70 0,66

B2023 0,75 0,71

B2024 0,73 0,69

B2025 0,69 0,65

0,28 -0,01 0,08 0,85

0,26 -0,02 0,10 1,00

0,31 0,03 0,10 1,08

0,24 0,00 0,09 0,98

0,24 -0,01 0,07 0,98

0,24 0,00 0,06 0,98

0,25 0,00 0,04 0,98

Netto schuldquote De netto schuld weerspiegelt het niveau van de schuldenlast van de gemeente ten opzichte van de eigen middelen. De netto schuldquote geeft een indicatie van de druk van de rentelasten en de aflossingen op de exploitatie. Een laag percentage is gunstig. Omdat bij verstrekte leningen er onzekerheid kan bestaan of ze allemaal terug worden betaald bepalen we de netto schuldquote zowel inclusief als exclusief verstrekte leningen. De VNG adviseert om 1,3 als maximum norm te hanteren en daarboven de schuld af te bouwen. Als algemene norm geven we de onderstaande richtgetallen. De netto schuldquote voor 2022 is 0,77. De netto schuldquote waarderen we daarmee als goed.

65

Solvabiliteitsratio De solvabiliteitsratio geeft inzicht in de mate waarin het bezit van de gemeente is afbetaald en de gemeente in staat is aan haar financiële verplichtingen te voldoen. Het betreft het eigen vermogen uitgedrukt in een percentage van het balanstotaal. De schuldratio is de tegenhanger hiervan. De toename of afname van de schulden in een jaar is het financieringsresultaat van de gemeente. Het wordt ook wel schuldevolutie genoemd. De schuld mag niet zover oplopen dat de financiële positie in de waagschaal wordt gelegd. De gemeentefinanciën horen - ook bij economisch slecht weer zonder hulp van buitenaf beheersbaar te blijven. Normaal ligt de waarde voor de solvabiliteitsratio tussen de 0,5. Voorzichtigheid is geboden bij een ratio tussen de 0,2 en 0,5. Voor de begroting 2022 bedraagt de waarde 0,30, met een lichte daling naar 0,24 in de jaren opvolgend. Er is een lichte mate van voorzichtigheid geboden. Structurele exploitatieruimte Dit kengetal is van belang om te kunnen beoordelen welke structurele ruimte er is om de eigen lasten te dragen, of welke structurele stijging van de baten of structurele daling van de lasten daarvoor nodig is. De provincie hanteert de richtlijn dat de begroting structureel en reëel in evenwicht moet zijn. Het structurele saldo berekenen we in hoofdstuk 3 ‘Overzicht van baten en lasten en de balans met toelichting van de jaarrekening.

Als het structurele saldo positief is dan is het kengetal van de structurele exploitatieruimte ook positief. We berekenen dit kengetal namelijk door het structurele saldo van de baten en lasten te delen door de totale baten. De provincie hanteert als richtlijn dat het structurele saldo meerjarig positief moet zijn. Wij hanteren daarom als norm dat de structurele exploitatieruimte minimaal 0 moet zijn. Met een kengetal van 0,00 in 2022 voldoen wij aan deze norm. We kunnen de structurele exploitatieruimte vergroten door het eigen beleid aan te passen waardoor we meer structurele opbrengsten ontvangen of minder structurele kosten maken. Grondexploitatie Dit kengetal geeft weer hoe de waarde van de grond zich verhoudt tot de totale (geraamde) baten. De boekwaarde van de voorraden grond is van belang, omdat deze waarde moet worden terugverdiend bij de verkoop. De boekwaarden van verliesgevende plannen zijn gebaseerd op de actuele marktwaarde en voor verwachte verliezen zijn voorzieningen getroffen. De invloed van de grondexploitatie op de exploitatie is met een kengetal van 0,10 beperkt. De invloed loopt de komende jaren ook terug. Daarnaast hebben we een aparte algemene reserve voor de grondexploitatie waarmee we risico’s opvangen. Belastingcapaciteit De ruimte die een gemeente heeft om belastingen te verhogen wordt vaak gerelateerd aan de totale woonlasten.

Onder woonlasten worden verstaan de OZB, de rioolheffing en de afvalstoffenheffing voor een woning met gemiddelde waarde in de gemeente. Het kengetal belastingcapaciteit wordt berekend door de totale woonlasten meerpersoonshuishouden in het begrotingsjaar te vergelijken met het landelijke gemiddelde. De (ongewogen) gemiddelde woonlasten van gemeenten in 2020 bedragen € 811. De gemiddelde woonlasten voor een meerpersoonshuishouden in de gemeente Hilvarenbeek bedragen € 794 in 2022. Het kengetal komt daardoor op 0,98. Daarmee is onze lokale lastendruk normaal. Algemene conclusie financiële positie Onze financiële positie voor 2022 is normaal waarbij voorzichtigheid is geboden. De netto schuldquote ligt op een normaal niveau. Voor de solvabiliteit en de structurele exploitatieruimte is voorzichtigheid geboden. Nieuwe investeringen van een grote omvang moeten zorgvuldig afgewogen worden omdat onze schuld daarmee kan stijgen naar een niet wenselijke omvang. De grondexploitaties hebben een beperkte invloed op de exploitatie. De gemiddelde woonlasten 2022 liggen op een normaal niveau.

66

Paragraaf 3

2.3 Onderhoud kapitaalgoederen

Deze paragraaf gaat in op hoe wij onze kapitaalgoederen beheren en onderhouden. Het gaat zowel om gemeentelijke wegen, riolering en gebouwen, als om groen, sportvelden en water. Het grootste deel van de werkzaamheden aan kapitaalgoederen vloeit voort uit onze verantwoordelijkheden als eigenaar en beheerder van de publieke ruimte en van een aantal eigendommen. We hebben een groot vermogen geïnvesteerd in kapitaalgoederen. De kwaliteit van deze kapitaalgoederen en het onderhoud hiervan zijn medebepalend voor het voorzieningenniveau binnen onze gemeente. Ze bepalen uiteraard ook de hoogte van de lasten die dit met zich meebrengt. De paragraaf geeft inzicht in de beleidskaders voor instandhouding van kapitaalgoederen en de financiële consequenties daarvan. We gaan eerst in op de kapitaalgoederen binnen de openbare ruimte. Hierna lichten we de categorie gebouwen toe.

Onderhoud openbare ruimte Beheer openbare ruimte Beleidskader openbaar groen Het openbaar groen wordt door ons al jaren onderhouden op onderhoudsniveau B met uitzondering van de Vrijthof deze wordt op niveau A onderhouden. De werkzaamheden worden uitgevoerd op basis van een bestek. Dit is deels een beeldbestek, posten die op een bepaald beeld onderhouden moeten worden. Denk hierbij aan de aanwezigheid van onkruid. Voor de controle op deze posten gebruiken we de beeldlatten van het CROW. Daarin is omschreven aan welke voorwaarden voldaan moet worden. Door de toezichthouders van de buitendienst wordt hierop steekproefsgewijs gecontroleerd. Daarnaast zijn er werkzaamheden op frequentie basis opgenomen. Denk hierbij aan het knippen van de hagen dat we twee keer per jaar uit laten voeren. En andere werkzaamheden die nauwelijks uitvoerbaar zijn op basis van beeld, zoals het onderhoud aan de parkeerkelder. De hoeveelheden van het bestek worden bepaald doordat alle onderdelen zijn opgenomen in onze tekeningen van Microstation. Momenteel werken we aan het vullen van het GBI systeem waarbij elk plantvlak of wegvakonderdeel een eigen paspoort krijgt met oppervlakte. Sinds 2016 hebben we in ons bestek voor werkzaamheden aan het openbaar groen een speciale paragraaf opgenomen voor social return.

We bieden bijvoorbeeld (leer)werkplekken en stageplekken voor mensen met een afstand tot de arbeidsmarkt. De begeleidingskosten en opleidingskosten voor deze personen zijn onderdeel van het bestek. Ook in het nieuwe driejarige bestek nemen we deze

67

paragraaf op. Minimaal 80% van het personeel dat het werk uitvoert dient te bestaan uit personen met een beperkte afstand tot de arbeidsmarkt. Beleidskader bomen Vele bomen in de gemeente staan in een te klein plantvak. Dat heeft gevolgen voor de omliggende bestrating. De wortels drukken de bestrating omhoog met als gevolg dat gebruikers ernstige hinder daarvan hebben. Klachten hierover nemen toe. Door de wegbeheerder is een priortering opgenomen waar we de komende jaren in dit kader werkzaamheden te verwachten hebben. Het zal duidelijk zijn dat door het weghalen van de wortels de bomen stabiliteit verliezen en de bomen instabiel worden waardoor vervanging noodzakelijk is. Daarnaast is het de mogelijkheid om deze bomen te vervangen waarbij we het plantvak optimaliseren zodat wortelopdruk wordt verminderd. Hiervoor is het benodigde budget reeds beschikbaar gesteld. Beleidskader Spelen De beleidsnota Spelen vormt het kader voor ons speelterreinenbeleid. In 2021 vervangen we alleen toestellen waarvan uit de keuring is gebleken dat ze gevaarlijk zijn. Daarnaast worden in overleg met bewoners enkele speelplekken vernieuwd, mits ze als te handhaven zijn opgenomen in het speelbeleid. Zo niet, worden de speeltoestellen verwijderd als de veiligheid van de gebruikers in het geding is.

Al onze speeltoestellen worden per jaar vier keer gecontroleerd waaronder één keuring door een extern deskundige. Financiële consequenties die voortvloeien uit het beleidskader We maken het volgende financiële onderscheid: 1. Exploitatiekosten, exclusief de kapitaallasten; 2. Kapitaallasten (rente- en afschrijvingslasten) van investeringen; Afgerond op € 1.000 1. Exploitatiekosten 2. Kapitaallasten

Begroting 2022 958.000 9.000

Begroting 2023 993.000 9.000

Begroting 2024 976.000 8.000

Begroting 2025 976.000 6.000

In de exploitatiekosten is voor 2022 en 2023 een extra bedrag van € 17.000 opgenomen voor extra onderhoud, snoeien en rooien van bomen. Hiertoe besloot de raad met de vaststelling van de voorjaarsnota 2020 (nr. 33). In de exploitatiekosten is vanaf 2023 een extra bedrag van € 25.000 opgenomen voor het oplossen van de problematiek omtrent de worteldruk van bomen. Hiertoe besloot de raad met de vaststelling van de voorjaarsnota 2021 (nr. 32). Sportvelden Beleidskader Het onderhoud aan de sportvelden stemmen we jaarlijks af met de diverse gebruikers. Tijdens de rondgang over de velden spreken we met de verenigingen af wat de wensen zijn. Daarnaast voeren we groot onderhoud uit. Dit doen we op basis van een raambestek. Daarbij worden de werkzaamheden afgestemd op de noodzaak. Het bestek heeft nog een looptijd tot en met 2023. Financiële consequenties die voortvloeien uit het beleidskader We maken het volgende financiële onderscheid: 1. Exploitatiekosten, exclusief de kapitaallasten; 2. Kapitaallasten (rente- en afschrijvingslasten) van investeringen;

68

Afgerond op € 1.000 1. Exploitatiekosten 2. Kapitaallasten

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij iBabs is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/10617711/1