20 Jaarstukken 2023 (3 boekwerk jaarstukken 2023)
Tekst van het document
Gemeentelijk kwijtscheldingsbeleid We voeren een actief kwijtscheldingsbeleid voor afvalstoffenheffing en rioolheffing. De begrote en gerealiseerde kosten voor 2023 bedragen € 22.000 voor het kwijtscheldingsbeleid voor afvalstoffenheffing en rioolheffing (exclusief uitvoeringskosten).
48
Paragraaf 2
2.2 Weerstandsvermogen en risicobeheersing
In deze paragraaf leest u meer over ons risicoprofiel en hoe we dit opvangen met onze weerstandscapaciteit. Deze weerstandscapaciteit bestaat uit de middelen om substantiële onverwachte kosten af te dekken zonder dat dit ten koste gaat van het bestaand beleid. Het weerstandsvermogen is de mate waarin we de risico’s op kunnen vangen met onze weerstandscapaciteit. In de nota ‘risicomanagement & weerstandsvermogen’ beschrijven we hoe we risicomanagement toepassen als vast proces in onze bedrijfsvoering. In deze paragraaf beoordelen we ook onze financiële positie aan de hand van vijf kengetallen. Beoordelen risico’s Om te bepalen welke risico’s de meeste aandacht verdienen, kwantificeren we ze. Per risico, schatten we in - eventueel op basis van ervaringen - hoe waarschijnlijk het is dat het zich voordoet en hoe groot de financiële gevolgen zijn. Ontwikkelingen waarvan de kans 90% of meer is dat deze zich voordoen, nemen we niet mee omdat we dit niet als risico’s zien. We gebruiken de volgende scoringstabellen. Kans Gering (minder dan 1 x per 4 jaar) Gemiddeld (ongeveer 1 x per 4 jaar) Hoog (minimaal 1 x per jaar)
Score 1 3 5
Financieel gevolg Gering (< 0,1% omzet = < € 45.000 Beperkt (> 0,1% omzet < 0,5 % omzet = tussen € 45.000 - € 225.000) Groot (> 0,5 % omzet = > € 225.000)
Score 1 2 3
Omdat risico’s zich niet allemaal tegelijkertijd voordoen, nemen we alle risico’s niet voor de volledige omvang mee. Aan de hand van de kans vermenigvuldigt met het gevolg van het risico berekenen we een score. Aan de hand van deze score voorzien we het risico van een ranking met impactcategorie. Afhankelijk van de impactcategorie nemen we een risico volledig, voor een deel of niet mee in de berekening van ons benodigd weerstandscapaciteit. Ranking Scores 10 en hoger Scores hoger dan 5, maar lager dan 10 Scores van 5 en lager
Impactcategorie Hoog risico Voor het risico dient 100% weerstandscapaciteit aanwezig te zijn. Beperkt risico Voor een structureel risico dient 25% weerstandscapaciteit aanwezig te zijn. Voor een incidenteel risico dient 50% weerstandscapaciteit aanwezig te zijn. Gering risico We achten het risico te dragen binnen de regulieren bedrijfsvoering
49
Opstellen risicoprofiel Het risicoprofiel bevat alle risico’s die we hebben geïnventariseerd in onze organisatie. We maken een onderscheid tussen de risico’s voor de ‘algemene dienst’ en risico’s voor de grondexploitaties. In deze paragraaf volstaan we met een samenvatting van de belangrijkste risico’s van de algemene dienst en de belangrijkste risico’s van de grondexploitaties zoals bekend op 1 januari 2024. Het gedetailleerd risicoprofiel vindt u in bijlage ‘risicokaart’. Nr. 1. 2. 3. 4. 5. 6. 7. 8. 9. 10. 11. 12. 13. 14. 15.
1. 2. 3. 4. 5.
Onderwerp Structurele risico's algemene dienst Huisvesting statushouders Rentewijzigingen Algemene uitkering Vergoeding Gemeentelijke Opvang Oekraïners Oplopende prijzen Toerekening uren aan investeringen en grondexploitaties Structurele gevolgen omgevingswet Jeugdhulpverlening (specialistische zorg) Capaciteitstekort binnen de gemeentelijke organisatie Project Hart van Haghorst WMO-middelen ontoereikend BUIG-middelen ontoereikend Transitie naar Cloud en dataficering Informatiemanagement projecten Onderhoud openbare ruimte Totaal structurele risico’s algemene dienst Incidentele risico's algemene dienst Onvoorzien uit reguliere bedrijfsvoering / Algemeen bedrijfsrisico Huur Nieuwe Erf Wachtgeldregeling wethouders Gerechtelijke procedures en aansprakelijkheidsstellingen Deelname Regionaal Publiek Ontwikkelbedrijf Totaal incidentele risico’s algemene dienst
Nr. Onderwerp Risico’s grondbedrijf 1. Gelderakkers 2 2. Afzet gronden 3. Prijsrisico/inflatie 4. Geurcontour de Leeuwerik 3 Totaal risico’s grondbedrijf
Risico 500.000 150.000 140.000 100.000 100.000 95.000 67.000 65.000 57.000 50.000 44.000 38.000 13.000 1.419.000
450.000 127.000 16.000 0 0 593.000
Risico 425.000 150.000 110.000 83.000 768.000
50
Weerstandscapaciteit De weerstandscapaciteit bestaat uit de middelen waarmee de gemeente in staat is om substantiële tegenvallers op te vangen zonder dat dit betekent dat we het beleid moeten wijzigen. We onderscheiden een structurele en een incidentele weerstandscapaciteit. We gaan hier nu verder op in. Structurele capaciteit Onze structurele weerstandscapaciteit bepalen we op basis van de onbenutte belastingcapaciteit voor de onroerende zaakbelastingen. We berekenen de onbenutte belastingcapaciteit op twee wijzen. Enerzijds houden we rekening met de meest recente OZB-tarieven van het gemiddeld niveau in Nederland. We hanteren deze onbenutte belastingcapaciteit voor onze weerstandscapaciteit. Anderzijds laten we ook de OZB-opbrengst zien als we het OZB-tarief hanteren dat opgelegd wordt indien een gemeente een artikel 12 status aanvraagt. Het rijk stelt zo’n gemeente dan onder financiële curatele.
Bedragen x € 1.000 OZB opbrengst Hilvarenbeek 2023 OZB opbrengst landelijk gemiddeld 2022 1 OZB artikel 122
Ruimte ten opzichte van landelijk artikel 12 4.075 4.965 6.717
890 2.643
Onze beschikbare capaciteit - de ruimte die beschikbaar is wanneer we het gemiddeld landelijk tarief hanteren - bedraagt € 890.000. De onbenutte belastingcapaciteit, wanneer de tarieven gelijk zouden zijn aan de artikel 12 norm, bedraagt € 2.643.000. We tellen bij de beschikbare structurele capaciteit nog de structurele ruimte op die nu in onze begroting 2024 zit. Deze bedraagt voor 2024 € 794.000 (2025: € 2.011.000, 2026: € 326.000, 2027: /- € 343.000) Incidentele capaciteit Voor de incidentele capaciteit weerstandscapaciteit nemen wij bij de omvang van onze algemene reserve en de reserve grondexploitatierisico’s - voor resultaatbestemming - mee. Incidentele weerstandscapaciteit (x € 1.000) Algemene bedrijfsreserve Algemene reserve grondexploitatie
4.667 1.077
Tabel - Stand van 31-12-2023
Weerstandsvermogen Het weerstandsvermogen is de mate waarin de gemeente in staat is om substantiële tegenvallers op te vangen zonder dat het beleid veranderd moet worden. Om het structurele weerstandsvermogen te bepalen, confronteren we de structurele risico’s met de structurele weerstandscapaciteit. Het incidentele weerstandsvermogen bepalen we door alle incidentele risico’s af te zetten tegen de algemene bedrijfsreserve. De confrontatie van het risicoprofiel en weerstandscapaciteit is hieronder weergegeven. Weerstandsvermogen (x € 1.000) Structureel Algemene Dienst Algemene bedrijfsreserve Algemene reserve grondexploitatie 1 2
Beschikbaar A C E
1.684 4.667 1.077
Benodigd B D F
1.419 593 768
Bron: Coelo.nl, tarievenoverzicht 2023 Bron: meicirculaire 2022, tarieven 2023
51
Ratio's Structureel Algemene Dienst (A / B) Algemene bedrijfsreserve (C / D) Algemene reserve grondexploitatie (E / F)
JR19 0,9 1,7 2,0
JR20 1,0 0,8 2,2
JR21 0,99 0,76 1,95
JR22 0,75 10,2 1,23
JR23 1,2 7,9 1,4
Conclusie: waardering en normen voor het weerstandsvermogen We waarderen het weerstandsvermogen zoals opgenomen in onderstaande tabel. Ratio >2 1,5 – 2 1,0 - 1,5 0,8 - 1,0 0,6 - 0,8 < 0,6
Waardering uitstekend ruim voldoende voldoende matig onvoldoende ruim onvoldoende
De provincie adviseert ons om een norm vast te stellen voor het noodzakelijke weerstandsvermogen. Wij hebben dit advies ter harte genomen. Wij hanteren een norm van minimaal 0,8 voor zowel het structurele als het incidentele weerstandsvermogen. Tussen de 1 en de 0,8 is extra voorzichtigheid geboden. Een score onder de 0,8 betekent dat we een onvoldoende scoren. Structureel Voor het structurele weerstandsvermogen voldoen wij aan deze norm. In de berekening is rekening gehouden met de structurele ruimte die nu in onze begroting 2024 zit. In de berekening is alleen gekeken naar het verschil in OZB ten opzichte van het gemiddelde in Nederland en niet naar de uitbreidingsmogelijkheden in vergelijking met een artikel 12 status. Wanneer we deze werkwijze hanteren stijgt de ratio nog van 1, 2 naar 2,45. In dat geval is de waardering uitstekend. Incidenteel Het incidentele weerstandsvermogen van de algemene dienst scoort uitstekend. Het incidentele weerstandsvermogen voor de grondexploitatie is voldoende. Wanneer we naar het totaal van de incidentele risico´s kijken en dit afzetten tegen de totale beschikbare incidentele weerstandscapaciteit is de ratio 4,18. Dit wordt gewaardeerd als uitstekend.
Financiële kengetallen In deze paragraaf geven wij u een overzicht van enkele financiële kengetallen met als doel u op een eenvoudige manier inzicht te geven in de financiële positie van de gemeente. Deze financiële kengetallen zijn verplicht op basis van artikel 11 BBV. Naast een structureel sluitende reële begroting is het voor een gezonde financiële positie ook van belang dat de schulden niet te hoog oplopen, de risico’s binnen de grondexploitatie op te vangen zijn en er nog voldoende financiële ruimte is binnen de exploitatie of om belastingen te verhogen. We gaan eerst in op de normering en daarna volgen de financiële kengetallen. Normering Om meer inzicht te krijgen in de kengetallen kiezen we ervoor om aan te sluiten bij de ‘signaleringswaarden’ die diverse gemeenten gebruiken zoals in onderstaande tabel weergegeven. De signaleringswaarden zijn oorspronkelijk afkomstig uit de stresstest voor 100.000+ gemeenten. De signaleringswaarden zijn geen normeringsinstrument in het kader van het financieel toezicht door de provincie. Het is primair bedoeld al instrument voor de raad. Per kengetal zijn signaleringswaarden ingedeeld in
52
drie categorieën. Categorie A is het minst risicovol, categorie B is een risicoprofiel waarbij voorzichtigheid is geboden, categorie C is een risicovol profiel. Kengetallen
Cat. A
Cat. B
Cat. C
Netto schuldquote
<0,9
0,9 - 1,3
>1,3
Netto schuldquote - correctie verstrekte leningen Solvabiliteitsratio
<0,9 >0,5
0,9 - 1,3 0,2 - 0,5
>1,3 <0,2
>0
0
<0
Grondexploitatie
<0,2
0,2 - 0,35
>0,35
Belastingcapaciteit: Woonlasten meerpers. huishouden
<0,95
0,95 - 1,05
>1,05
Structurele exploitatieruimte
Financiële kengetallen We hebben de financiële kengetallen berekend voor onze gemeente. U ziet ze in onderstaand overzicht. De kengetallen van 2019 – 2022 hebben we zoals in het overzicht aangegeven gebaseerd op de voorgaande jaarstukken. Per kengetal hebben we met kleur weergegeven in welk risicoprofiel het kengetal valt. Kengetallen Netto schuldquote Netto schuldquote gecorrigeerd voor alle verstrekte leningen Solvabiliteitsratio Structurele exploitatieruimte Grondexploitatie Belastingcapaciteit: Woonlasten meerpersoonshuishouden
JR19 0,55 0,48
JR20 0,55 0,49
JR21 0,51 0,46
JR22 0,61 0,55
JR23 0,44 0,37
0,28 -0,01 0,08 0,85
0,26 -0,02 0,10 1,00
0,27 0,03 0,10 0,97
0,23 0,07 0,16 1,02
0,26 0,06 0,06 0,88
Netto schuldquote De netto schuld weerspiegelt het niveau van de schuldenlast van de gemeente ten opzichte van de eigen middelen. De netto schuldquote geeft een indicatie van de druk van de rentelasten en de aflossingen op de exploitatie. Een laag percentage is gunstig. Omdat bij verstrekte leningen er onzekerheid kan bestaan of ze allemaal terug worden betaald bepalen we de netto schuldquote zowel inclusief als exclusief verstrekte leningen. De VNG adviseert om 1,3 als maximum norm te hanteren en daarboven de schuld af te bouwen. Als algemene norm geven we de onderstaande richtgetallen. De netto schuldquote voor 2023 is 0,37. De netto schuldquote waarderen we daarmee als goed. Als we naar onze begroting 2024 kijken zien we de komende jaren wel een verdere toename van deze schuldquote. Solvabiliteitsratio De solvabiliteitsratio geeft inzicht in de mate waarin het bezit van de gemeente is afbetaald en de gemeente in staat is aan haar financiële verplichtingen te voldoen. Het betreft het eigen vermogen uitgedrukt in een percentage van het balanstotaal. De schuldratio is de tegenhanger hiervan. De toename of afname van de schulden in een jaar is het financieringsresultaat van de gemeente. Het wordt ook wel schuldevolutie genoemd. De schuld mag niet zover oplopen dat de financiële positie in de waagschaal wordt gelegd.
De gemeentefinanciën horen - ook bij economisch slecht weer - zonder hulp van buitenaf beheersbaar te blijven. Normaal ligt de waarde voor de solvabiliteitsratio tussen de 0,5. Voorzichtigheid is geboden bij een ratio tussen de 0,2 en 0,5. Voor 2023 bedraagt de waarde 0,26. Dit ligt in lijn met afgelopen jaren. Voor de volgende jaren, gebaseerd op onze begroting 2024 wordt een daling verwacht waarbij we tegen een risicovol profiel schuren. Structurele exploitatieruimte Dit kengetal is van belang om te kunnen beoordelen welke structurele ruimte er is om de eigen lasten te dragen, of welke structurele stijging van de baten of structurele daling van de lasten daarvoor nodig is. De provincie hanteert de richtlijn dat de begroting structureel en reëel in 53
evenwicht moet zijn. Het structurele saldo berekenen we in hoofdstuk 3 van de jaarrekening. Als het structurele saldo positief is dan is het kengetal van de structurele exploitatieruimte ook positief. We berekenen dit kengetal namelijk door het structurele saldo van de baten en lasten te delen door de totale baten. De provincie hanteert als richtlijn dat het structurele saldo meerjarig positief moet zijn. Wij hanteren daarom als norm dat de structurele exploitatieruimte minimaal 0 moet zijn. Met een kengetal van 0,06 in 2023 voldoen wij aan deze norm. We kunnen de structurele exploitatieruimte verder vergroten door het eigen beleid aan te passen waardoor we meer opbrengsten ontvangen of minder kosten maken. Grondexploitatie Dit kengetal geeft weer hoe de waarde van de grond zich verhoudt tot de totale (geraamde) baten. De boekwaarde van de voorraden grond is van belang, omdat deze waarde moet worden terugverdiend bij de verkoop. De boekwaarden van verliesgevende plannen zijn gebaseerd op de actuele marktwaarde en voor verwachte verliezen zijn voorzieningen getroffen. De invloed van de grondexploitatie op de exploitatie is met een kengetal van 0,06 beperkt. We hebben een aparte algemene reserve voor de grondexploitatie waarmee we risico’s opvangen. Belastingcapaciteit De ruimte die een gemeente heeft om belastingen te verhogen wordt vaak gerelateerd aan de totale woonlasten.
Onder woonlasten worden verstaan de OZB, de rioolheffing en de afvalstoffenheffing voor een woning met gemiddelde waarde in de gemeente. Het kengetal belastingcapaciteit wordt berekend door de totale woonlasten meerpersoonshuishouden in het begrotingsjaar te vergelijken met het landelijke gemiddelde. De (ongewogen) gemiddelde woonlasten van gemeenten waar we mee rekenen zijn € 944. De gemiddelde woonlasten voor een meerpersoonshuishouden in de gemeente Hilvarenbeek bedragen € 827 in 2023. De berekening hiervan ziet in terug in de paragraaf Lokale Heffingen van deze jaarstukken. Het kengetal komt daardoor op 0,88. Daarmee is onze lokale lastendruk normaal en iets onder het landelijk gemiddelde. Algemene conclusie financiële positie Onze financiële positie voor 2023 is normaal, maar heeft wel voorzichtigheid geboden. De netto schuldquote ligt met deze jaarrekening op een normaal niveau. Voor de solvabiliteitsratio is een lichte mate van voorzichtigheid geboden. Nieuwe investeringen van een grote omvang moeten zorgvuldig worden afgewogen omdat onze schuld daarmee kan stijgen naar een niet wenselijke omvang. De grondexploitaties hebben een beperkte invloed op de exploitatie. De gemiddelde woonlasten liggen iets onder het landelijk gemiddelde. Tot slot ligt de structurele exploitatieruimte boven de norm van de provincie.
We hebben hier nog invloed op door het eigen beleid aan te passen. Bijvoorbeeld de lokale heffingen verhogen of versoberen op een beleidsterrein waardoor kosten dalen. Naar de toekomst toe blijft het noodzakelijk om voorzichtig om te gaan met onze financiële positie. De begroting 2024 laat zien dat we de komende jaren naar een risicovoller profiel toe bewegen als het gaat om onze schuldratio’s en onze structurele begrotingssaldi.
54
Paragraaf 3
2.3 Onderhoud kapitaalgoederen
Deze paragraaf gaat in op hoe wij onze kapitaalgoederen beheren en onderhouden. Het gaat zowel om gemeentelijke wegen, riolering en gebouwen, als om groen, sportvelden en water. Het grootste deel van de werkzaamheden aan kapitaalgoederen vloeit voort uit onze verantwoordelijkheden als eigenaar en beheerder van de publieke ruimte en van een aantal eigendommen. We hebben een groot vermogen geïnvesteerd in kapitaalgoederen. De kwaliteit van deze kapitaalgoederen en het onderhoud hiervan zijn medebepalend voor het voorzieningenniveau binnen onze gemeente. Ze bepalen uiteraard ook de hoogte van de lasten die dit met zich meebrengt. De paragraaf geeft inzicht in de beleidskaders voor instandhouding van kapitaalgoederen en de financiële consequenties daarvan. We gaan eerst in op de kapitaalgoederen binnen de openbare ruimte. Hierna lichten we de categorie gebouwen toe.
Onderhoud openbare ruimte Beleidskader openbaar groen We hebben het openbaar groen in 2023 onderhouden op het vastgestelde onderhoudsniveau B. De geplande werkzaamheden zijn uitgevoerd, de kosten zijn binnen het beschikbaar gestelde budget gebleven. Onze contractpartner was de DiamantGroep. Zij hebben tevens invulling gegeven aan de social-return verplichting. Het contract met de DiamantGroep is met een jaar verlengd tot 31 december 2024. Beleidskader Spelen De beleidsnota Spelen vormt het kader voor ons speelterreinenbeleid. Vanaf 2021 vervangen we alleen toestellen waarvan uit de keuring is gebleken dat ze gevaarlijk zijn. Daarnaast zijn in overleg met bewoners enkele speelplekken vernieuwd. Al onze speeltoestellen worden per jaar vier keer gecontroleerd waaronder één keuring door een extern deskundige. We hebben in 2023 alle speeltoestellen gekeurd. De diverse noodzakelijke reparaties aan 7 speeltoestellen zijn uitgevoerd en verspreid over de gemeente zijn 8 speeltoestellen vervangen. Financiële consequenties die voortvloeien uit het beleidskader openbaar groen en spelen We maken het volgende financiële onderscheid: 1. Exploitatiekosten, exclusief de kapitaallasten; 2. Kapitaallasten (rente- en afschrijvingslasten) van investeringen;
55
Afgerond op € 1.000
Begroting 2023
Realisatie 2023
Verschil
1. Exploitatiekosten
990.000
906.000
84.000
Voordeel/Nadeel Voordeel
2. Kapitaallasten
9.000
6.000
3.000
Voordeel
Het voordeel wordt deels veroorzaakt door werkzaamheden die we voorzagen voor 2023, maar die door verschillende oorzaken is uitgesteld naar 2024. Zie voor een inhoudelijke toelichting hoofdstuk Budgetoverhevelingen. Normaal gesproken dekken we het plaatsen en vervangen van speeltoestellen uit reguliere budgetten. In 2023 konden we die eenmalig dekken uit een specifieke uitkering die we ontvingen van het rijk.
Sportvelden Beleidskader Het onderhoud aan de sportvelden stemmen we jaarlijks af met de diverse gebruikers. Daarnaast voeren we groot onderhoud uit. In 2023 heeft groot onderhoud plaatsgevonden op Sportpark de Roodloop (Hilvaria). Dit doen we op basis van een raambestek. Daarbij worden de werkzaamheden afgestemd op de noodzaak. Het bestek had een looptijd tot en met 2023 en om die reden hebben wij een aanbesteding voorbereid (januari 2024 heeft aanbesteding plaatsgevonden) In 2023 hebben wij een start gemaakt om te komen tot een nieuw accommodatiebeleid. Wij zullen u medio 2024 een raadsadvies aanbieden. Het beleidsadvies zal bovendien afspraken over beheer en onderhoud bevatten en kaders voor samenwerking met gebruikers. Financiële consequenties die voortvloeien uit het beleidskader We maken het volgende financiële onderscheid: 1. Exploitatiekosten, exclusief de kapitaallasten; 2. Kapitaallasten (rente- en afschrijvingslasten) van investeringen; Afgerond op € 1.000
Begroting 2023
Realisatie 2023
Verschil
1. Exploitatiekosten 2. Kapitaallasten
235.000 81.000
246.000 70.000
11.000 11.000
Voordeel/Nadeel Nadeel Voordeel
Riolering en Water Beleidskader De wet milieubeheer verplicht gemeenten om een actueel gemeentelijk rioleringsplan (vGRP) te hebben. In februari 2022 is het Riool- en Waterprogramma voor de periode 2022-2026 vastgesteld. Daarbij is een kostendekkingsplan met kostendekkende tarieven opgesteld voor de periode 2022 tot en met 2026. Als gevolg van de vacature bij Rioolbeheer is geen uitvoeringsprogramma in het kader van regulier onderhoud 2023-2024 opgesteld. Dit zal in 2024 ingehaald gaan worden. Project Rijtseweg, vervanging hoofdriolering en huisaansluitingen, is voorbereid en aanbesteed (start uitvoering februari 2024) Financiële consequenties die voortvloeien uit het beleidskader De ramingen, realisatie en toelichting verschillen riolering 2023 vindt u terug in de paragraaf Lokale Heffingen.
56
Wegbeheer Beleidskader In februari 2022 heeft de raad het nieuw beleids- en wegenbeheerplan 2021-2025 scenario 2a vastgesteld. Daarbij wordt onderhoudsniveau C als ondergrens gehanteerd. Voor de voetpaden zijn extra middelen beschikbaar gesteld om knelpunten aan te pakken en het onderhoudsniveau te verbeteren. Er wordt meer preventief onderhoud uitgevoerd zodat de kosten voor groot structureel onderhoud uitgesmeerd worden over een langere periode. De provincie hanteert als toezichthouder van gemeenten zelf ook onderhoudsniveau C als ondergrens bij de integrale toetsing van de financiële positie van de gemeente. Het nieuwe beheerplan kunnen we uitvoeren binnen de huidige beschikbare middelen voor wegenonderhoud. Wij verwachten dat dit geen nadelige effecten oplevert voor de kwaliteit van onze wegen en dat de verkeersveiligheid niet in het geding komt.
Voorvloeiende financiële consequenties uit beleidskader Om het beleidskader uit te voeren, kennen we het volgende financiële onderscheid in: 1. Exploitatiekosten; 2. Kapitaallasten rehabilitaties, zijnde rente- en afschrijvingslasten voor vervangingen van het wegdek inclusief de fundering. Betreft bestaande en nieuwe kapitaallasten samen. De nieuwe investeringen vindt u terug in de bijlage ‘Overzicht investeringen (meerjarig). 3. Jaarlijks groot onderhoud aan asfalt- en elementenverharding, die we ten laste van de voorziening dekken; 4. Storting in voorziening ter dekking van de jaarlijkse kosten voor groot onderhoud (geraamde stand van de voorziening per 1 januari 2023 = € 876.000); Afgerond op € 1.000
Begroting 2023
Realisatie 2023
Verschil
1. Exploitatiekosten
167.000
159.000
8.000
Voordeel/Nadeel Voordeel
2. Kapitaallasten
94.000
64.000
30.000
Voordeel
3. Storting in voorziening wegen
413.000
413.000
0
Voordeel
4. Groot onderhoud tlv voorziening wegen
425.000
512.000
87.000
Nadeel
Toelichting verschillen: Exploitatiekosten Niet van toepassing gezien het beperkte verschil Kapitaallasten In de begroting voorzagen we kapitaallasten door de investeringen landbouwverkeer, waarvoor de raad eerder kredieten beschikbaar stelde. De realisatie moet echter nog plaatsvinden. Vandaar dat de kapitaallasten ook pas later starten dan eerder voorzien. Storting in voorziening wegen De (geïndexeerde) storting komt voort uit het door de raad vastgestelde beheerplan wegen. Groot onderhoud tlv voorziening wegen Het nadeel is in hoofdzaak veroorzaakt doordat tijdens de uitvoering van het groot asfaltonderhoud aan de Tilburgseweg (gedeelte parallelweg) bij het frezen van de asfaltdeklaag de tussenlaag met wapening los is komen te liggen. Hierdoor is onvoorzien een extra laag asfalt met wapening gefreesd en afgevoerd.
57
Openbare verlichting Beleidskader Uitgangspunt voor onderhoud en vervanging van afgeschreven materieel is het vastgestelde beleidsplan ‘Openbare Verlichting 2012 -2021’. Dit beleidsplan is opgesteld overeenkomstig de bepalingen van de Nederlandse Stichting voor Verlichtingskunde (NSVV). Het uitvoeringsprogramma 2023 bestond onder andere uit: > Een aantal armaturen vervangen door armaturen voor Led-verlichting > Een aantal armaturen geschikt maken voor en monteren van energie-arme lampen > Het uitvoeren van onderhoud (schilderwerken) en verhelpen van storingen. Een en ander is uitgevoerd binnen het budget. Het fietspad nabij Annanina’s Rust willen wij voorzien van verlichting. Ten gevolge van de reconstructie van de provinciale weg N395 heeft de provincie Noord-Brabant daar haar lichtmasten verwijderd. Haar beleid is dat enkel en alleen verlichting wordt geplaatst bij en naar aanloop van conflictvlakken. Conflictvlakken zijn bijvoorbeeld rotondes of kruisingen. Gebruikers van het fietspad voelen zich sociaal onveilig en klagen over slecht zicht. Wij hebben de Provincie per brief gevraagd af te wijken van hun beleid en ons de kans te geven om voor onze rekening toch verlichting te realiseren. Voorvloeiende financiële consequenties uit beleidskader Om uitvoering te geven aan het beleidskader kennen we het volgende financiële onderscheid in: 1.
Exploitatiekosten, zijnde jaarlijks regulier onderhoud, oplossen storingen en stroomverbruik; 2. Jaarlijkse kapitaallasten (in de vorm van rente en afschrijving) bij vervangingen lichtmasten en armaturen. De nieuwe investeringen vindt u terug in de bijlage ‘Overzicht investeringen (meerjarig). Afgerond op € 1.000
Begroting 2023
Realisatie 2023
Verschil
1. Exploitatiekosten
257.000
184.000
73.000
Voordeel/Nadeel Voordeel
2. Kapitaallasten
51.000
.000
5.000
Voordeel
In de bijgestelde begroting 2023 hielden we rekening met extra hoge energiekosten. Achteraf blijken de kosten gelukkig mee te vallen. Voor 2024 en verder hielden we er al rekening mee dat de energiekosten niet zo hoog zijn dan in 2023. Verder hebben we dit jaar het budget voor onderhoud niet geheel nodig gehad. Gemeentelijke gebouwen Beleidskader onderhoud gebouwen We voeren onderhoud uit aan onze gebouwen en dit doen we op basis van Duurzaam Meerjaren OnderhoudsProgrammas’s(DMJOP’S). De DMJOP’s geven inzicht in de kosten die we de komende tien jaar moeten maken om onze panden in goede bouwkundige en installatietechnische staat te behouden. Aan de hand van de DMJOP’s maken we jaarlijks een planning voor de uit te voeren werkzaamheden. Het gehele pakket van de DMJOP’s) is in 2023 voor de periode van 2023 - 2032 geactualiseerd en hierin worden verdere stappen gezet naar verduurzaming van het eigen vastgoed. Dit zal gedeeltelijk gelijk parallel lopen met het accommodatie- en vastgoedbeleid en nog na-ijlen in 2024. De extra kosten en opbrengsten zijn nog niet in beeld gebracht. De financiële vertaling van de effecten vond plaats via de najaarsnota 2023 en de begroting 2024. We maken onderscheid tussen kosten voor groot onderhoud en vervangingsinvesteringen. De kosten voor groot onderhoud - zoals schilderwerk - brengen we in één keer ten laste van de voorziening. Bij 58
vervangingsinvesteringen – zoals vervangen van een dak - brengen we jaarlijks de kapitaallasten (afschrijvingen en rente) afhankelijk van de afschrijvingsperiode ten laste van de exploitatie. Voorvloeiende financiële consequenties uit beleidskader Om uitvoering te geven aan het beleidskader kennen we het volgende financiële onderscheid in: 1. Jaarlijkse storting in de voorziening gemeentelijke gebouwen en gymnastieklokalen (werkelijke stand voorziening per 31-12-2023 € 1.939.000); 2. Kosten ten laste van de voorziening gemeentelijke gebouwen en gymnastieklokalen; Afgerond op € 1.000
Begroting 2023
Realisatie 2023
Verschil
1. Storting in voorziening
649.000
649.000
0
Voordeel/Nadeel Voordeel
2. Kosten ten laste van de voorziening
551.000
350.000
201.000
Voordeel
Kosten ten laste van de voorziening laten een voordelig saldo zien van € 201.000 2023 laat een positief verschil zien tussen begroting en de werkelijk gemaakte kosten. Dit verschil is o.a. te verklaren doordat een aantal werkzaamheden een langere doorloop kennen van start tot oplevering. Dit wordt mede veroorzaakt door krapte op de arbeidsmarkt, lees personeelstekorten bij de uitvoerende partijen. In 2023 is de capaciteit beschikbare uren te besteden aan gebouwenbeheer minder geweest. Dit heeft tevens invloed gehad op het in procedure brengen van een aantal geplande werkzaamheden. Hierdoor lukte het ons niet om werken binnen het planjaar uitbesteed, gestart en uitgevoerd te krijgen. Werkzaamheden die betrekking hebben op het aspect veiligheid zijn uitgevoerd.
59
Paragraaf 4
2.4 Financieringsparagraaf
Inleiding We gaan in deze paragraaf in op de gemeentelijke financieringsbehoefte. We beantwoorden de vraag hoe we in onze financieringsbehoefte hebben voorzien en geven aan wat de wettelijke kaders zijn. Bij een overschot aan kasmiddelen zijn we verplicht deze aan te houden bij het rijk. Hierna evalueren we de schuldpositie van de gemeente. Doordat we financieren met externe middelen, hebben we te maken met rente. We gaan in op de korte en lange rente en analyseren het renteresultaat. Uitgaven en inkomsten staan centraal We stellen de gemeentelijke begroting op volgens de regels van het stelsel van baten en lasten. Voor gezonde gemeentefinanciën is alleen sturen op baten en lasten niet genoeg. We moeten ook sturen op onze uitgaven en inkomsten (kasstelsel). Kopen we bijvoorbeeld een nieuw gebouw dan betekent dit dat we eenmalig een bedrag betalen aan de verkoper. We moeten er dan bij stilstaan hoe we dit financieren. Betalen we het bedrag met onze eigen middelen – hebben we het bijvoorbeeld op onze bankrekening staan – of moeten we een lening afsluiten waardoor we een schuld opbouwen. Het is belangrijk dat we de schuld in de gaten houden en deze niet te hoog laten oplopen.
Rentevisie en ontwikkelingen Inleiding De rentelasten zijn een belangrijke kostenpost voor de gemeente. Het renteverloop wordt sterk bepaald door economische ontwikkelingen. We beschrijven de ontwikkelingen op Europees vlak. Daarna richten we onze blik op Nederland. Europa niet in een recessie terecht gekomen De wereldeconomie bleek in 2023 veerkrachtiger dan verwacht. Vorig jaar werd verwacht dat de Europese economie in een recessie zou raken door de energiecrisis. De realiteit bleek positiever. Wel kwam de economische groei in de Eurozone tot stilstand. De grootste economische zorg was de inflatie. In oktober 2022 was de inflatie in de eurozone nog 10,6%, maar in 2023 is deze teruggezakt naar ca. 5,4%. Voor 2024 wordt er nog geen krachtig herstel verwacht. Ook de hogere rentelasten zullen in 2024 blijven doorzetten, zelfs als beleids- en marktrentes weer wat gaan dalen. De Nederlandse economie In 2023 liet Nederland een gemengd economisch beeld, gekenmerkt door zowel uitdagingen als positieve ontwikkelingen. Aan de ene kant heeft het land te maken gehad met de nasleep van de wereldwijde economische onzekerheden, zoals de gevolgen van de COVID-19-pandemie en handelsspanningen (conflicten in de wereld). Aan de andere kant toonde Nederland ook veerkracht door te investeren in technologische innovatie en duurzame ontwikkeling.
Nederland heeft stappen gezet naar een groenere economie, met initiatieven voor hernieuwbare energie en milieuvriendelijke praktijken. Dit heeft bijgedragen aan de ecologische duurzaamheid en meer groene technologieën.
60
De Nederlandse economie groeide in 2023 met 0,1% . Dat is fors lager dan in 2022, toen er nog veel groei werd ingehaald na de coronapandemie. In de komende jaren zal de groei iets hoger zijn, met 0,3% in 2024 en 1% in 2025. De belangrijkste oorzaken van de afkoeling van de economie zijn de terugval van de wereldhandel en het monetaire beleid van de Europese Centrale Bank. Dat beleid is nodig om de hoge inflatie te bestrijden. De inflatie is na een recordhoogte van 11,6% in 2022, in 2023 gedaald naar 4,1%. De verwachting is dat deze in 2024 verder daalt naar 2,9%, en in 2025 met 2,2% dichterbij de beoogde 2% komt. Het begrotingstekort van de overheid is in 2023 nog beperkt tot 0,9% van het bruto binnenlands product. Maar dat beeld verslechtert de komende jaren snel, mede doordat meer rente moet worden betaald over de eigen overheidsschuld. Het tekort stijgt dan richting de EU-grens van 3%. Rente voor leningen met een korte looptijd De refirente - ook wel herfinancieringsrente genoemd - is de rente die banken moeten betalen aan de ECB (Europese Centrale Bank) als zij geld bij de ECB opnemen. Banken gebruiken deze faciliteit als ze liquiditeiten tekortkomen.
Om de inflatie te beteugelen verhoogde de ECB de refirente een aantal malen in 2023: op 2 februari 2023 is de refirente van 2,50% naar 3,00% gegaan, daarna in drie stappen op 15 juni naar 4,00%, op 27 juli naar 4,25% en tot slot op 14 september 2023 naar 4,75%. De driemaands Euribor rente - waarbij de leningen een looptijd hebben van drie maanden -, volgt in grote lijnen het verloop van de refirente. Eind 2023 is de driemaands Euribor ca. 3,96%. Rente voor leningen met een lange looptijd De lange rente lag in december 2022 op ca. 3,09%. Gedurende 2023 is de lange rente licht opgelopen naar 3,40% in september. De lange rente is in 2023 redelijk stabiel gebleven. Eind november was het rentepercentage voor leningen met een lange looptijd iets gedaald naar ca. 2,93%. De verdere daling van de inflatie leidde ertoe de markt ervan uitgaat dat het gedaan is met de inflatie en de centrale banken over zullen gaan tot renteverlagingen in de loop van 2024. De hypotheekrente voor een 10-jaars hypotheek ligt eind 2023 tussen de 3,50% en 4,00%. De Rabo, ING en ABN/AMRO geven eind 2023 bij spaarbedragen tot € 100.000 een rentevergoeding van ca. 1,60%.
Financieringsbehoefte Inleiding De behoefte aan financiering ontstaat hoofdzakelijk door twee zaken. Enerzijds door investeringen in materiële vaste activa. Anderzijds door verstrekte leningen en onze grondexploitaties. Dit laatste komt doordat bij grondexploitaties de kosten voor de baten uitgaan. We organiseren deze financieringsbehoefte door - naast de eigen reserves en voorzieningen - geld te lenen. We voorzien in onze (nieuwe) financieringsbehoefte door continu kort en lang te lenen binnen de kaders. Een tweetal kengetallen zegt iets over onze financieringsbehoefte: kasgeldlimiet en renterisiconorm. De betekenis en het verloop van beide kengetallen lichten we hieronder toe. Kasgeldlimiet niet overschreden in 2023 De kasgeldlimiet bepaalt het bedrag dat de gemeente maximaal als gemiddelde netto-vlottende schuld per kwartaal mag hebben. Dat bedrag wordt uitgedrukt als een percentage van de jaarlijkse begroting. Voor de gemeente is dat percentage vastgesteld op 8,5%. Onze kasgeldlimiet voor 2023 was 8,5% van € 43,0 miljoen = € 3,65 miljoen. Gedurende het verslagjaar 2023 had de kasgeldlimiet het volgende verloop:
61
Afwijking Kasgeldlimiet (Bedragen x € 1 mln.)
1e kw.
2e kw.
3e kw.
4e kw.
1
Kortlopende geldleningen (vlottende passiva)
2,09
0,97
0,57
0,59
2
Kortlopende geldleningen (vlottende activa)
1,53
1,63
4,21
6,79
3
Overschot middelen
0,00
0,66
3,64
6,20
4
Tekort middelen
0,56
0,00
0,00
0,00
5
Kasgeldlimiet (7 x 8/ 100)
3,65
3,65
3,65
3,65
6a
Ruimte onder kasgeldlimiet
3,09
4,31
7,29
9,85
6n
Overschrijding van kasgeldlimiet
0,00
0,00
0,00
0,00
Bepaling Kasgeldlimiet (Bedragen x € 1 mln.)
1e kw.
2e kw.
3e kw.
4e kw.
Begrotingstotaal, afgerond op 1 mln. Percentage regeling
43,00 8,5%
43,00 8,5%
43,00 8,5%
43,00 8,5%
7 8
Toelichting op de tabel Uit de tabel is te lezen dat er het gehele jaar sprake was van ruimte onder de kasgeldlimiet. We voldoen ruimschoots aan de renterisiconorm De renterisiconorm bepaalt dat jaarlijks 20% van het begrotingstotaal onderhevig mag zijn aan renteherziening en herfinanciering. Hiermee is een maximumgrens gesteld aan het renterisico op de langlopende leningenportefeuille. Van renteherziening is sprake als in de leningsovereenkomst is bepaald dat de rente gedurende de looptijd in een bepaald jaar wordt aangepast. Herfinanciering is het totaalbedrag aan aflossingen op de bestaande leningenportefeuille. Als gevolg van deze norm kan een rentestijging op de kapitaalmarkt slechts gedeeltelijk doorwerken in de te betalen rentelasten over de vaste schuld. Als we de berekening toepassen op de begroting 2023 leidt dit tot een renterisiconorm van 20% van € 43,0 miljoen (totaal van de lasten op de begroting) = € 8,6 miljoen. Het renterisico op de vaste schuld mag deze norm niet overschrijden. Het verloop van de renterisiconorm staat in onderstaand overzicht weergegeven: Bedragen x € 1 mln. 1a
Renteherziening op vaste schuld o/g
Begroting 2023 0,00
Rekening 2023 0,00
1b
Renteherziening op vaste schuld u/g
0,00
0,00
1
Renteherziening op vaste schuld (1a-1b)
0,00
0,00
2
Aflossingen
1,58
1,79
3
Renterisico op vaste schuld (1+2)
1,58
1,79
4a
Begrotingstotaal
43,00
43,00
4b
Percentage regeling
20
20
4
Renterisiconorm (4a x 4b/ 100)
8,60
8,60
5a
Ruimte onder renterisiconorm (4>3)
7,02
6,81
5b
Overschrijding renterisiconorm (3>4)
0,00
0,00
In onze gemeente is het totaal van de renteherziening en de aflossingen lager dan de renterisiconorm; we voldoen ruimschoots aan de renterisiconorm.
62
Omslagrente in de Begroting 0,80%, in de Rekening 0,80% Inleiding De rentekosten aan de taakvelden worden toegerekend met behulp van de renteomslag. Deze renteomslag is afhankelijk van onze huidige financiering en de rentepercentages die we op dit moment betalen voor onze geldleningen. Hoe berekenen we het rente omslagpercentage? Uitgangspunt is het bedrag van de externe rentelasten over de korte en lange financiering minus de externe rentebaten. Aan de taakvelden toe te rekenen externe rente wordt vervolgens bepaald door het saldo van de rentelasten en rentebaten te verminderen met de rente die aan de grondexploitaties wordt doorberekend, rente van projectfinancieringen (bijvoorbeeld het nieuwe zwembad/sportcomplex) en rentebaten van door verstrekte leningen (geldleningen aan woonstichting Leystromen). Bij het saldo wat resteert wordt de rente over de voorziening Pensioenen wethouders bijgeteld. Het restant wordt door middel van een rente omslagpercentage aan de verschillende taakvelden toegerekend. In Hilvarenbeek is het omslagpercentage 0,80%. Oorzaken van de lagere rentelasten In vergelijking met de begroting wijken de toe te rekenen rentelasten af door het volgende: - De begrote rentelasten voor het opnemen van gelden tot de kasgeldlimiet waren in werkelijkheid beperkt.
Door een overschot aan liquide middelen ontvingen we juist meer rentebaten, en ook door hogere rentepercentages. - De hogere rentebaten ten opzichte van de begroting golden ook voor de uitstaande SVn deposito’s, en ook door hogere rentepercentages. - De rentelasten van o.a. de volgende kredieten waren aanmerkelijk lager door mutaties in de kredietbedragen: Landbouwverkeer, herinrichting Centrumvisie en centrumplannen Haghorst. In de Begroting en in de Rekening is gerekend met een omslagpercentage van 0,80%. Naar de Exploitatie worden minder rentelasten, mede door de achterblijvende investeringen, doorberekend wat leidt tot een voordeel. Binnen het taakveld Rente leidt de lagere doorbelasting tot nadeel voor hetzelfde bedrag. In de bijlage van deze jaarrekening is een gedetailleerd rekenschema Rentekosten opgenomen. De vaste financiering in 2023 De vaste financiering bestaat uit de volgende posten: - 1 langlopende geldlening, verstrekt aan woonstichting Leystromen. Deze geldlening is destijds verstrekt uit eigen middelen en heeft een restwaarde van € 1,2 miljoen. - We hebben zeven opgenomen geldleningen die zijn aangewend voor onze eigen financiering. De restschuld van deze vaste geldleningen bedroeg eind 2023 € 21,7 miljoen. De twee grootste geldleningen hebben een rentepercentage van respectievelijk 1,11% en 0,98%.
- We hebben in 2017 een vaste geldlening (110465) afgesloten van € 7 miljoen, tegen 1,66%, als objectfinanciering voor de realisatie van het zwembad/sportaccommodatie De Roodloop. De restschuld is € 6,2 miljoen eind 2023. Stand van zaken overige leningen en borgstellingen De gemeente staat borg voor woonstichting Leystromen via zogenoemde achtervangovereenkomsten gesloten met Stichting Waarborgfonds Sociale Woningbouw (WSW) om nieuwe financieringen mogelijk te maken in het werkgebied van de woonstichting. Het overleg in 2020 tussen de WSW (Stichting Waarborgfonds Sociale Woningbouw), de VNG (Vereniging Nederlandse Gemeenten) en BZK (Ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties) leidde tot verbeteringen in het borgstelsel. Het resulteerde in een nieuwe generieke standaard 63
achterovereenkomst WSW/gemeente. De wijzigingen houden een gewijzigde verdeelsleutel in die de gemeentelijke achtervangpositie eerlijker verdeelt. De WSW gaat van gemeenten ontvangen renteloze geldleningen eerder terugbetalen. De nieuwe generieke standaard achterovereenkomst sluit aan op het ontvangen verzoek van woonstichting Leystromen de achtervang uit te breiden. Leystromen baseerde haar verzoek op de achterblijvende achtervang geboden door de gemeente Hilvarenbeek in haar werkgebied en de benodigde financiering van haar investeringsagenda in onze gemeente. De nieuwe generieke standaard achtervangovereenkomst is op 1 augustus 2021 in werking getreden en geldt voor alle nieuwe geborgde geldleningen van woningcorporaties werkzaam in onze gemeente. Hierbij geldt voor nieuwe geborgde geldleningen een verdeling op basis van de marktwaarde in verhuurde staat van het vastgoed van onze gemeente in het werkgebied van woonstichting Leystromen. Voor geborgde geldleningen onder de oude achtervangovereenkomsten wordt onze achtervangpositie nog steeds bepaald op basis van individueel geborgde geldleningen. Voor geldleningen die geborgd worden onder de nieuwe achtervangovereenkomst wordt de achtervangpositie bepaald op basis van de nieuwe grondslag. Zie verder de tabel opgenomen in de toelichting op de balans, buiten de balans opgenomen waarborgen en garantstellingen.
De gemeente staat borg voor een geldlening welke in 2002 is opgenomen door KOM Onroerend Goed BV. Begin 2022 zijn alle rechten en plichten zijn overgenomen door Stichting Mikz Kinderopvang. Per 19-2022 is mevrouw L.C. (Liesbeth) van Aspert de nieuwe bestuurder. De gemeente Hilvarenbeek staat borg voor een lening met pro resto hoofdsom van € 745.000. In 2033 vindt de laatste aflossing op deze lening plaats.
Schuldpositie (Wet Hof) Sinds 2013 geldt de wet Houdbare Overheidsfinanciën (wet HOF). Houdbare gemeentefinanciën betekent dat de gemeente - ook bij economisch zwaar weer - genoeg geld overhoudt om aan haar verplichtingen te blijven voldoen, waarbij de noodzakelijke publieke voorzieningen niet in de knel komen. Voor gezonde, houdbare gemeentefinanciën is alleen sturen op baten en lasten niet genoeg. We moeten ook kijken naar de hoogte van de schuld. Rente en aflossingen leggen tenslotte een beslag op het toekomstig inkomen van de gemeente. Hoe hoger de schulden, hoe meer toekomstige inkomsten voor rente en aflossingen worden vastgelegd. In de paragraaf ‘weerstandsvermogen en risicobeheersing’ gaan we in op de risico’s die we hierbij lopen.
64
Paragraaf 5
2.5 Bedrijfsvoering
In deze paragraaf leest u meer over onze bedrijfsvoering. We gaan specifiek in op een aantal aandachtspunten in de bedrijfsvoering zoals de financiële besturing en beheersing, personeel en informatiemanagement.
Aandachtspunten bedrijfsvoering Besturing en beheersing P&C-cyclus Om uw raad in staat te stellen de kaderstellende en controlerende rol in te vullen, leveren we jaarlijks begrotings- en verantwoordingsdocumenten op, zoals de begroting, voorjaarsnota(+), najaarsnota en jaarstukken. Gemeenten krijgen per 2026 minder middelen van het Rijk. Aanvullend op de lobby richting het Rijk stelden we in 2023 aan uw raad voor om een strategische analyse gemeentefinanciën op te stellen die handvatten biedt om keuzes te maken voor de toekomst. We gaan hier vanaf 2024 mee aan de slag. Rechtmatigheidsverantwoording Vanaf 2023 is het college verantwoordelijk voor de rechtmatigheidsverantwoording. We pasten hiervoor de financiële verordening, controleverordening en controleprotocol aan op basis van de nieuwe regelgeving. Ook actualiseerde we ons interne controleplan. Ons interne controleplan gaat uit van een risicogerichte beheersing. Meer risicovolle processen kennen daarom een nadrukkelijkere beheersing binnen de interne controle dan niet-risicovolle processen. Verlenging horizontaal toezicht met belastingdienst We sloten in 2012 een convenant ‘horizontaal toezicht (HT)’ met de Belastingdienst af. Dit is geen verplichting voor gemeenten, maar een keuze voor een manier van samenwerking.
Bij horizontaal toezicht staan wederzijdse vertrouwen, begrip en transparantie tussen de Belastingdienst en de belastingplichtige centraal. Horizontaal toezicht legt de nadruk op contact aan de voorkant in plaats van controles achteraf. De bestaande convenanten horizontaal toezicht die gemeenten afgesloten met de Belastingdienst vervielen uiterlijk 2023. De Belastingdienst ontwikkelde namelijk het horizontaal toezicht door, met gevolg dat de eisen om een convenant met de belastingdienst af te kunnen sluiten strenger werden voor gemeenten. Nieuw is dat de Belastingdienst vraagt om een fiscaal beleid en een fiscale risicoanalyse met inzicht in de genomen beheersmaatregelen. Het gedachtegoed van het horizontaal toezicht past bij onze eigen doelstellingen. Daarom hebben we ons ingezet om aan de nieuwe eisen van de Belastingdienst te kunnen voldoen. Het resultaat daarvan is dat we 2023 een nieuw convenant horizontaal toezicht tekenden met de Belastingdienst. Nieuwe accountant Boekjaar 2023 is het eerste boekjaar dat door onze nieuwe accountant Baker Tilly wordt gecontroleerd.
65
Organisatieontwikkeling De gemeentelijk organisatie dient bijvend aan te sluiten bij de opgaven van de gemeente Hilvarenbeek, haar inwoners, ondernemers en partnerorganisaties. En in haar ontwikkeling in te spelen op een wereld die volop in transitie is. Hiertoe evalueerden wij in 2023 ons programma organisatieontwikkeling “Samen krachtig vooruit 2020-2023”, werkten we aan interne cultuurontwikkeling en startten we met de opgave om onze strategische slagkracht te vergroten. We informeerden uw raad tussentijds via Raadsinformatiebrief 2023-86. Evaluatie organisatieontwikkeling “Samen Krachtig Vooruit (SKV)” In 2023 evalueerden we het programma organisatieontwikkeling “Samen Krachtig Vooruit 2020-2023". We bepaalden vervolgstappen voor de uitvoering van de bestuursopdracht organisatieontwikkeling en stelden een projectopdracht op om in 2024 te komen tot de gewenste bijstelling van het lopende programma organisatieontwikkeling voor 2024-2027. We trokken een externe partij aan om deze bijstelling met ons vorm te geven in 2024. Voor het bijstellen programma SKV stelde uw raad via de Begroting 2023 voor 2023 (en 2024) € 15.000 beschikbaar. We maakten in 2023 nog geen kosten, maar voorzien in 2024 de kosten te maken met het bijstellen van het programma organisatieontwikkeling .
We verzoeken uw raad daarom in te stemmen met het voorstel budgetoverheveling in deze jaarrekening van de € 15.000 voor 2023 naar 2024 Cultuurontwikkeling Cultuurontwikkeling is een belangrijk onderdeel ons ons meerjarig programma voor de organisatieontwikkeling. In 2023 toetsten we de bevindingen van het onderzoek Ruimte aan de cultuur in het college, MT en onder medewerkers. Dit krijgt vervolg middels training en teamontwikkeling binnen de gehele organisatie in 2024. Vergroten van de strategische slagkracht 2023 gebruikten we om het in 2022 vastgestelde sturingsconcept van de organisatie te beleven en in bedrijf te stellen. Eind 2023 startten we met het bepalen van de contouren voor het leertraject strategische slagkracht, wat in 2024 vorm krijgt. Dit wordt ondergebracht in het bijgestelde programma organisatieontwikkeling voor 2024-2027. Het incidentele budget van € 55.000 dat uw raad aanvullend via de Voorjaarsnota 2023 beschikbaar stelde voor de ondersteuning van de organisatieontwikkeling (VJN23/62 Organisatieontwikkeling) voorzien we in 2024 concreet in te zetten op organisatiebrede trainingen, teamontwikkeling, coaching en intervisie. We verzoeken uw raad daarom ook in te stemmen met dit voorstel budgetoverheveling in deze jaarrekening.
Zo werken wij aan het blijvend kunnen aansluiten op de opgaven van de gemeente Hilvarenbeek, haar inwoners, ondernemers en partnerorganisaties. En aan het met onze organisatieontwikkeling inspelen op een wereld die volop in transitie is.
Personeel en formatie Om een betrokken gemeente zijn die deskundig en tijdig in blijft spelen op vragen van inwoners en ondernemers, is het van belang dat we over voldoende gekwalificeerd personeel beschikken. Het ambitieniveau en forse bezuinigingen in de afgelopen jaren trokken een sterke wissel op personeel en bemensing van de organisatie. Door de vergrijzing van ons personeelsbestand en de krapte op de arbeidsmarkt komt de bedrijfscontinuïteit en kwaliteit van onze dienstverlening verder onder druk te staan. De schaarste op de arbeidsmarkt heeft een langdurig karakter aangezien de beroepsbevolking daalt. Voor 2023 formuleerden we in de begroting ambities op ‘Opstellen wervingsstrategie’, ‘Formatie’ en ‘Hybride werken’. Opstellen wervingsstrategie In 2023 voorzagen we in te zetten op een nieuwe wervingsstrategie om vacatures in te blijven vullen. Mede vanwege de verlengde uitrol van HR21 (een ander systeem van functiebeschrijving- en waardering) en de wens om deze wervingsstrategie met inzet van eigen personeel vorm te geven, vroegen uw 66
raad om uitstel hiervoor. Het opstellen van de wervingsstrategie start nu in Q4 2024, en in afstemming met gemeenten Oisterwijk en Goirle. Voor het opstellen wervingsstrategie stelde uw raad € 12.000 beschikbaar voor 2023, 2024 en 2025. Via de najaarsnota stemde uw raad om het budget van 2023 over te hevelen naar 2026. Zo is de periode waarin we werken aan de wervingsstrategie opgeschoven van 2023, 2024, 2025 naar 2024, 2025, 2026. Komend jaar agenderen we het ontwikkelen van de wervingsstrategie proactief op de GHO-agenda. In 2023 zorgden we wel voor betere zichtbaarheid op sociale media, waaronder LinkedIn, en voor versnelling van onze wervingsprocedures. Ook gaven we de inzet van stagiaires en trainees aandacht. Zo sloten we ons (als pilot) aan bij het stagebureau van het Mobiliteitscentrum West Brabant. Hierdoor is jong, studerend talent beter bereikbaar voor ons als kleine gemeente. Dit leidde tot een stijging van het aantal stagiairs van zes in 2022 naar acht 2023. In 2023 voerde een ervaren HR-adviseur, tevens student HRM (Master), een afstudeeronderzoek uit naar de werkdruk en afgeleide werkstress in onze organisatie. Groepjes medewerkers werkten via dit actie-onderzoek aan verbeteringen in de organisatie. Aanbevelingen uit het onderzoek nemen we mee in het bij te stellen programma organisatieontwikkeling SKV.
Formatie In onderstaande tabel is de bezetting ultimo 2023 exclusief bestuur, opgenomen en afgezet tegen de formatie in de primaire begroting 2023. Formatie primaire begro- Bezetting ultimo ting 2023 (fte) 2023(fte) Reguliere formatie Griffiefunctie Garantiebanen Tijdelijke formatie en projectleiders te dekken binnen projectbudgetten Totaal exclusief bestuur
121,1 1,8 1,4 2,1
111,0 1,8 0,4 1,5
124,0
114,7
De 2,1 fte betreft de tijdelijke formatie van 0,6 fte evenementencoördinator VTH (vanaf 2024 een structurele formatieplaats), en verder 1,5 fte projectleiders met een vaste aanstelling waarvoor dekking is binnen projecten en GREX. De bezetting en bijbehorende bruto salarislasten, inclusief bestuur, zijn als volgt over de programma’s verdeeld:
Programma
Bruto salaris primaire begroting 2023 Bruto salaris ultimo 2023
Investeringen
1.945.692 2.877.369 122.489 822.160 4.098.842 218.038
Eindtotaal
10.084.590
1. Samenlevend 2. Belevend 3. Ondernemend 4. Dienstverlenend 6. Overhead
1.857.451 2.754.083 115.831 813.623 3.838.948 189.098 9.569.034
Als kanttekening merken we op dat we minder uitgaven dan begroot op ons vast personeel. Dat komt bijvoorbeeld door het niet meteen kunnen invullen van vacatureruimte met vast personeel. Omdat bovenstaand overzicht enkel over vast personeel gaat ziet u die inhuurlast niet terug.
67
Ander systeem van functiebeschrijving- en waardering In 2023 voorzagen we over te stappen naar HR21: een ander systeem van functiebeschrijving en - waardering. We sluiten met die overstap aan bij ruim 300 andere organisaties, waaronder gemeenten, samenwerkingsverbanden, omgevingsdiensten en veiligheidsregio's. Vergelijkbare functies worden binnen HR21 eenduidig ingeschaald, waardoor we scheefgroei binnen de overheidsmarkt voorkomen. De overstap naar HR21 stelden we met een jaar uit. 2023 gebruikten we om het systeem beter te doorgronden: management, medewerkers en OR hielden sessies over de methodiek, over wat we organiek nodig hebben, consistentie binnen teams en afdelingen, en we ruimden tijd in voor additioneel functie-onderhoud. Kortom: we zorgden voor ‘de basis op orde’. Met deze investeringen aan de voorkant voorzien we een soepele overgang in Q1 2025. Mogelijk heeft de overstap naar HR21 gevolgen voor de inschalingen van een beperkt aantal functies. Hybride werken De mogelijkheid om hybride te kunnen werken, maakt ons een aantrekkelijk werkgever. In 2023 stelden we de gewijzigde regeling hybride werken vast. Medewerkers kunnen hun thuiswerkplek nu Arbo verantwoord inrichten voor een verhoogd normbedrag, voor elke medewerker beschikbaar per 5 jaar. Per voorziening is een maximaal bedrag vastgesteld.
De regeling gaat verder in op bereikbaarheid, informatieveiligheid en privacy. We faciliteren het hybride werken van medewerkers vanuit het oogpunt van personele zorg, maar ook om hen vanuit goed werkgeverschap langere tijd aan ons te binden. Contractbewaking In 2023 planden we een kostenbewaker te gaan aannemen. Via de begroting vroegen we uw raad hiervoor 35.000,- beschikbaar te stellen om eind 2023 een eerste aanzet te maken. In 2023 bleek het niet haalbaar om deze aanzet te maken, vanwege andere ontwikkelingen en inspanningen binnen afdeling Ruimte. Het budget voor 2023 viel onder het inhuurbudget. Het niet uitgegeven bedrag is via deze jaarrekening toegevoegd aan de reserve personeel. Hier blijft dit beschikbaar voor de opgeschoven uitvoering van deze opgave. Informatiemanagement Visie en ontwikkeling digitale transformatie In 2023 startten we in GHO-verband met het opstellen van een GHO Informatiebeleids- en uitvoeringsplan. Hiermee geven we sturing op de invoering en uitwerking van de digitale transformatie. Dit plan komt in 2024 gereed. Het plan is gebaseerd op de strategische visie 2022-2026 die we eerder in Equalit-verband opstelden. Het gaat in op het digitaliseren van de gemeentelijke dienstverlening en de bedrijfsvoering. We nemen de digitale transformatie, welke een continue ontwikkeling is van Rijk, VNG en gemeenten daar ook in mee.
We maken ons wel zorgen, en delen dat ook binnen de K80, over het ontbreken van financiele middelen hiervoor vanuit het Rijk. Ontwikkelen en inrichten datagestuurd werken Het GHO Datateam bereikte in 2023 eerste resultaten door het ontwikkelen van inzichten (dashboard) voor het Sociaal Domein en de Fysieke Leefomgeving. Daarnaast is er een agenda voor 2024 vastgesteld met nieuwe (of doorontwikkeling van bestaande) dataproducten. In 2024 heeft het Datateam de ambitie om samen met MT een datavisie en strategie vast te gaan stellen. Ook wordt een plan opgesteld om het volwassenheidsniveau van de organisatie naar niveau 3 te brengen. Hierdoor wordt datagedreven werken voor de gehele organisatie een onderdeel van de werkcultuur. Daarnaast is in 2023 gewerkt aan het bundelen van benodigde kennis en kunde. En binnen de Equalit Share richtten we samenwerkingsmogelijkheden in, stelden we datastructuur en processen vast en werkten we veel samen in het ontwikkelen van producten. In GHO verband is het Datateam volgens de formatieruimte compleet en werkte het de agenda met routekaart en producten en diensten uit. Dit heeft in 2023 geresulteerd in een realisatieproces en er is een concept prioriteringsproces opgesteld. Beide processen worden in 2024 opgeleverd en toegepast.
68
Digitaal (samen)werken en Platform ontwikkelingen Het ontwikkelen een nieuwe manieren van werken, de inzet van voorzieningen voor digitaal werken en van een ambitieniveau zijn in 2023 niet zo omvangrijk geweest als we verwacht hadden. Het beoogde programma in Equalit-verband is, voornamelijk door personeelsgebrek en andere prioriteiten, nog onvoldoende van de grond gekomen. In 2024 stelt Equalit een programmamanager aan om digitaal (samen)werken te ontwikkelen. In de tussentijd ondersteunen wij onze medewerkers wel met het vergroten van digitale vaardigheden op het Microsoft365 platform dat we inzetten voor digitaal samenwerken. Om de betekenis, mogelijkheden en o.a. financiële gevolgen van de Cloud- en SaaS-ontwikkeling inzichtelijk te maken is in 2023 een werkgroep gestart. Deze opdracht brengen we ook in het programma onder en werken we uit. Grip op onze informatiehuishouding We werkten het verbeteren van onze processen via een digitaal portaal voor het verkrijgen van inzicht in de gegevensstromen tussen verschillende applicaties. Deze informatie leggen we centraal vast en wordt gebruikt en beheerd door de gemeenten en Equalit. Hiermee zijn we beter in staat om grip te houden op het juiste gebruik van onze gegevens. Daarnaast is het ook makkelijker en efficiënter om toekomstige vervangingen van bijvoorbeeld applicaties te realiseren.
In 2024 gaan we verder met het uitwerken van het digitaal portaal. Kwaliteitszorg applicatielandschap, processen en informatie. In 2023 voerden we geen grote aanbestedingen of het vervangen van software door. We richtten ons op het verbeteren van de inrichting van onze applicaties en informatievoorziening. Daarnaast hadden we met de kwaliteitsmedewerkers van het sociaal domein ook aandacht voor het verbeteren van het werkproces. En hebben we met (extra) ondersteuning aan onze medewerkers en het geven van workshops de werking en veranderingen van applicaties beter kunnen borgen. Dit traject van verbeteren zetten we in 2024 voort. Capaciteit informatiemanagement en beheer zaaksysteem Met de inzet van extra capaciteit op de formatie van i-advies zijn we gestart met de uitvoering van een aantal projecten. We ondertekenen een deel van onze brieven en andere documenten met een digitaal gecertificeerde handtekening. Een deel; omdat niet alle brieven of andere documenten wettelijk hoeven te worden voorzien van een handtekening. In 2024 gaan we digitaal ondertekenen uitbreiden voor alle documenten waar een handtekening op nodig is. We zijn ook gestart met projecten voor de invoering van de zogenaamde informatiewetten (WOO, WEP en WMEBV), zie ook Programma 4 Dienstverlenend, ambitie 4, punt 6.
Voor het functioneel beheer van het zaaksysteem stelden we samen met Oisterwijk een beheerder aan. Hierdoor ondersteunen we medewerkers goed en zijn we in staat om te werken aan het verder optimaliseren van het zaaksysteem. Dit gaat in de beheerfase door. Informatiebeveiliging en privacy We werkten in 2023 ook aan het versterken van de digitale weerbaarheid van onze organisatie. De gemeenteraad is tijdens een informatiebijeenkomst meegenomen in de risico’s van cybercrime en welke acties, bijvoorbeeld technische en grotere bewustwording, hierop nodig zijn. We hebben eerder het hiervoor geldende beleid voor Informatieveiligheid en Privacy 2022-2026 vastgesteld. In 2023 heeft de Rekenkamer Midden Brabant een onderzoek gedaan naar de informatieveiligheid van o.a. onze gemeente. Dit onderzoek betrof een audit op de organisatorische maatregelen en een zogenaamde pentest op de ICT-omgeving van Equalit. De bevindingen vanuit het onderzoek zijn door ons opgepakt en we hebben de eerste maatregelen genomen. Het rapport is begin 2024 ter bespreking aangeboden aan de gemeenteraad. Ook in 2024 gaan we verder met het aanbrengen van verbeteringen. 69
De FG en de CISO brengen periodiek verslag uit aan de secretaris en portefeuillehouder over security en privacy (-incidenten). In 2023 heeft zich één noemenswaardig security incident voorgedaan bij Equalit. Ondanks dat het “loos alarm” bleek te zijn, is uit voorzorg alle internetverbinding afgesloten, waardoor voor korte tijd de dienstverlening hinder ondervond. Landelijk zien we een toename van de dreiging van cybercrime, o.a. in het aantal kwetsbaarheden in software en ransomware aanvallen. We evalueren deze incidenten (ook in Equalit-verband), nemen maatregelen, passen plannen daarop aan en gaan meer oefenen. Met de Ensia methode hebben we ook in 2023 verantwoording afgelegd. De verantwoording wordt met een collegeverklaring vastgesteld door ons college en de gemeenteraad is met een Raadsinformatiebrief hierover geïnformeerd. Vanaf 2023 bereiden we ons voor op de komst van de NIS2 (Europese regelgeving voor informatieveiligheid), die veranderingen in de Nederlandse wet- en regelgeving brengt. Eind 2024 moet daar meer duidelijkheid over zijn. In Equalit-verband sorteren we met technische voorzieningen en andere maatregelen hier al op voor. Voor GHO zijn verdiepte risicoanalyses uitgevoerd op de deelgebieden WMO, Jeugd en Participatiewet. Voor risico’s zijn maatregelplannen opgesteld, die in 2024 uitgevoerd worden.