19 Jaarstukken 2021 (3 boekwerk - gewaarmerkt door accountant)
Tekst van het document
49
Opstellen risicoprofiel Het risicoprofiel bevat alle risico’s die we hebben geïnventariseerd in onze organisatie. We maken een onderscheid tussen de risico’s voor de ‘algemene dienst’ en risico’s voor de grondexploitaties. In deze paragraaf volstaan we met een samenvatting van de belangrijkste risico’s van de algemene dienst en de belangrijkste risico’s van de grondexploitaties zoals bekend op 28 februari 2020. Het gedetailleerd risicoprofiel vindt u in bijlage ‘risicokaart’.
Nr. 1. 2. 3. 4. 5. 6. 7. 8. 9. 10. 11. 12. 13. 14.
1. 2. 3. 4. 5. Nr. 1. 2. 3. 4. 5. 6.
Onderwerp Structurele risico's algemene dienst Toerekening uren aan investeringen en grondexploitaties Structurele gevolgen omgevingswet BUIG-middelen ontoereikend Oplopende prijzen grondstoffen Wmo middelen ontoereikend Huisvesting statushouders Jeugdhulpverlening (specialistische zorg) Algemene uitkering ‘trap op trap af’ Capaciteitstekort binnen gemeentelijke organisatie Informatiemanagement projecten Niet behalen van taakstellingen Uitvoering klimaatakkoord Rentewijzigingen Verzekeringen Totaal structurele risico’s algemene dienst Incidentele risico's algemene dienst Terugbetaling precariobelasting kabels en leidingen Hiaten in de bluswatervoorziening Voorziening pensioenen Rioleringsproject Koestraat Kabels en leidingen Totaal incidentele risico’s algemene dienst Onderwerp Risico’s grondbedrijf Gelderakkers 2 De Welder Loosche Akkers Afzet gronden Geurcontour De Leeuwerik Prijsrisico/inflatie Totaal risico’s grondbedrijf
€
€ 165.000 € 162.500 € 125.000 € 100.000 € 84.000 € 75.000 € 65.000 € 50.000 € 41.000 € 40.000 € 23.000 € 15.000 € 13.000 € 13.000 € 971.500 € 4.400.000 € 120.000 € 70.000 € 50.000 € 25.000 € 4.665.000 € € 1.400.000 € 310.000 € 205.000 € 135.000 € 82.500 € 72.500 € 2.205.000
Weerstandscapaciteit De weerstandscapaciteit bestaat uit de middelen waarmee de gemeente in staat is om substantiële tegenvallers op te vangen zonder dat dit betekent dat we het beleid moeten wijzigen. We onderscheiden een structurele en een incidentele weerstandscapaciteit. We gaan hier nu verder op in. VOOR WAARMERKINGSDOELEINDEN BDO Audit & Assurance B.V. Datum: 10/06/2022 Behorende bij briefnr. 2205286 Paraaf:
50
Structurele capaciteit Onze structurele weerstandscapaciteit bepalen we de onbenutte belastingcapaciteit voor de onroerende zaakbelastingen. We berekenen de onbenutte belastingcapaciteit op twee wijzen. Enerzijds houden we rekening met de meest recente OZB-tarieven van het gemiddeld niveau in Nederland. We hanteren deze onbenutte belastingcapaciteit voor onze weerstandscapaciteit. Anderzijds laten we ook de OZB-opbrengst zien als we het OZB-tarief hanteren dat opgelegd wordt indien een gemeente een artikel 12 status aanvraagt. Het rijk stelt zo’n gemeente dan onder financiële curatele.
OZB opbrengst Hilvarenbeek 2021 OZB opbrengst landelijk gemiddeld 2021 1 OZB artikel 12 2021 2 Bedragen x € 1000,-
3.811 4.778 5.541
Ruimte ten opzichte van landelijk artikel 12 967
1.730
Onze beschikbare capaciteit - de ruimte die beschikbaar is wanneer we het gemiddeld landelijk tarief hanteren - bedraagt € 967.000. De onbenutte belastingcapaciteit, wanneer de tarieven gelijk zouden zijn aan de artikel 12 norm, bedraagt € 1.730.000. Incidentele capaciteit Voor de incidentele capaciteit weerstandscapaciteit nemen wij bij de omvang van onze algemene reserve en de reserve grondexploitatierisico’s - voor resultaatbestemming - mee. Incidentele weerstandscapaciteit (x € 1.000,-) Algemene reserve algemene dienst Reserve grondbedrijf Tabel - De stand van 31-12-2021 (bedragen x € 1.000)
3.544 3.957
Weerstandsvermogen Het weerstandsvermogen is de mate waarin de gemeente in staat is om substantiële tegenvallers op te vangen zonder dat dit betekent dat het beleid veranderd moet worden. Om het structurele weerstandsvermogen te bepalen, confronteren we de structurele risico’s met de structurele weerstandscapaciteit. Het incidentele weerstandsvermogen bepalen we door alle incidentele risico’s af te zetten tegen de algemene bedrijfsreserve. De confrontatie van het risicoprofiel en weerstandscapaciteit is hieronder weergegeven.
1 2
Weerstandsvermogen (x € 1.000,-) Structureel Algemene Dienst Algemene bedrijfsreserve Reserve grondexploitatierisico’s
Beschikbaar A C E
Ratio's Structureel (A / B) Algemene bedrijfsreserve (C / D) Reserve grondexploitatierisico’s (E / F)
JR18 0,9 3,9 2,6
Bron: Coelo.nl, tarievenoverzicht 2022 Bron: meicirculaire 2020, tarieven 2022
967 3.544 3.957
JR19 0,9 1,7 2,0
Benodigd B D F
JR20 1,0 0,8 2,2
972 4.665 2.205
JR 21 0,99 0,76 1,79
VOOR WAARMERKINGSDOELEINDEN BDO Audit & Assurance B.V. Datum: 10/06/2022 Behorende bij briefnr. 2205286 Paraaf:
51
Conclusie: waardering en normen voor het weerstandsvermogen We waarderen het weerstandsvermogen zoals opgenomen in onderstaande tabel. Ratio >2 1,5 – 2 1,0 - 1,5 0,8 - 1,0 0,6 - 0,8 < 0,6
Waardering uitstekend ruim voldoende voldoende matig onvoldoende ruim onvoldoende
De provincie adviseert ons om een norm vast te stellen voor het noodzakelijke weerstandsvermogen. Wij hebben dit advies ter harte genomen. Wij hanteren een norm van minimaal 1 voor zowel het structurele als het incidentele weerstandsvermogen. Structureel Het structurele weerstandsvermogen wordt gewaardeerd als matig. Echter, we hebben meer ruimte om de OZB te verhogen dan in de beschikbare structurele weerstandscapaciteit is aangegeven. In de berekening is alleen gekeken naar het verschil in OZB ten opzichte van het gemiddelde in Nederland en niet naar de uitbreidingsmogelijkheden in vergelijking met een artikel 12 status. Wanneer we deze werkwijze hanteren stijgt de ratio van 0,99 naar 1,78. In dat geval is de waardering ruim voldoende. Incidenteel Het incidentele weerstandsvermogen van de algemene dienst is 0,76 en daarmee, evenals bij de vorige jaarrekening, onder de norm 1 . Met name het risico van de precariobelasting drukt op het weerstandsvermogen. De rechtbank heeft de gemeente in het ongelijk gesteld en daarmee is de kans dat het risico zich daadwerkelijk voordoet gestegen. We komen met de voorjaarsnota(+) 2022 met een plan van aanpak hoe we met het risico omgaan mocht de gemeente ook een eventueel hoger beroep verliezen. Het incidentele weerstandsvermogen voor de grondexploitatie is ruim voldoende.
Wanneer we naar het totaal van de incidentele risico´s kijken en dit afzetten tegen de totale beschikbare incidentele weerstandscapaciteit is de ratio 1,12. Dit wordt gewaardeerd als voldoende.
Financiële kengetallen In deze paragraaf geven wij u een overzicht van enkele financiële kengetallen met als doel u op een eenvoudige manier inzicht te geven in de financiële positie van de gemeente. Deze financiële kengetallen zijn verplicht op basis van artikel 11 BBV. Naast een structureel sluitende reële begroting is het voor een gezonde financiële positie ook van belang dat de schulden niet te hoog oplopen, de risico’s binnen de grondexploitatie op te vangen zijn en er nog voldoende financiële ruimte is binnen de exploitatie of om belastingen te verhogen. We gaan eerst in op de normering en daarna volgen de financiële kengetallen. Normering Om meer inzicht te krijgen in de kengetallen kiezen we ervoor om aan te sluiten bij de ‘signaleringswaarden’ die diverse gemeenten gebruiken zoals in onderstaande tabel weergegeven. De VOOR WAARMERKINGSDOELEINDEN signaleringswaarden zijn oorspronkelijk afkomstig uit de stresstest voor 100.000+ gemeenten. De B.V. BDO Audit & Assurance Datum: 10/06/2022 signaleringswaarden zijn geen normeringsinstrument in het kader van het financieel Behorende toezichtbijdoor briefnr. 2205286 Paraaf:
52
de provincie. Het is primair bedoeld al instrument voor de raad. Per kengetal zijn signaleringswaarden ingedeeld in drie categorieën. Categorie A is het minst risicovol, categorie B is een risicoprofiel waarbij voorzichtigheid is geboden, categorie C is een risicovol profiel. Kengetallen
Cat. A
Cat. B
Cat. C
Netto schuldquote
<0,9
0,9 - 1,3
>1,3
Netto schuldquote - correctie verstrekte leningen Solvabiliteitsratio
<0,9 >0,5
0,9 - 1,3 0,2 - 0,5
>1,3 <0,2
Structurele exploitatieruimte
>0
0
<0
Grondexploitatie
<0,2
0,2 - 0,35
>0,35
Belastingcapaciteit: Woonlasten meerpers. huishouden
<0,95
0,95 - 1,05
>1,05
Financiële kengetallen We hebben de financiële kengetallen berekend voor onze gemeente. U ziet ze in onderstaand overzicht. De kengetallen van 2018 – 2025 hebben we zoals in het overzicht aangegeven gebaseerd op de jaarstukken en de begroting. Per kengetal hebben we met kleur weergegeven in welk risicoprofiel het kengetal valt. Kengetallen Netto schuldquote Netto schuldquote gecorrigeerd voor alle verstrekte leningen Solvabiliteitsratio Structurele exploitatieruimte Grondexploitatie Belastingcapaciteit: Woonlasten meerpersoonshuishouden
JR2019 0,55 0,48
JR2020 0,55 0,49
JR2021 0,51 0,46
B2021 0,78 0,67
B2022 0,70 0,66
B2023 0,75 0,71
B2024 0,73 0,69
B2025 0,69 0,65
0,28 -0,01 0,08 0,85
0,26 -0,02 0,10 1,00
0,27 0,03 0,10 0,97
0,31 0,03 0,10 1,08
0,24 0,00 0,09 0,98
0,24 -0,01 0,07 0,98
0,24 0,00 0,06 0,98
0,25 0,00 0,04 0,98
Netto schuldquote De netto schuld weerspiegelt het niveau van de schuldenlast van de gemeente ten opzichte van de eigen middelen. De netto schuldquote geeft een indicatie van de druk van de rentelasten en de aflossingen op de exploitatie. Een laag percentage is gunstig. Omdat bij verstrekte leningen er onzekerheid kan bestaan of ze allemaal terug worden betaald bepalen we de netto schuldquote zowel inclusief als exclusief verstrekte leningen. De VNG adviseert om 1,3 als maximum norm te hanteren en daarboven de schuld af te bouwen. Als algemene norm geven we de onderstaande richtgetallen. De netto schuldquote voor 2021 is 0,51. De netto schuldquote waarderen we daarmee als goed. Solvabiliteitsratio De solvabiliteitsratio geeft inzicht in de mate waarin het bezit van de gemeente is afbetaald en de gemeente in staat is aan haar financiële verplichtingen te voldoen. Het betreft het eigen vermogen uitgedrukt in een percentage van het balanstotaal. De schuldratio is de tegenhanger hiervan. De toename of afname van de schulden in een jaar is het financieringsresultaat van de gemeente. Het wordt ook wel schuldevolutie genoemd. De schuld mag niet zover oplopen dat de financiële positie in de waagschaal wordt gelegd. De gemeentefinanciën horen - ook bij economisch slecht weer zonder hulp van buitenaf beheersbaar te blijven.
Normaal ligt de waarde voor de solvabiliteitsratio tussen de 0,5. Voorzichtigheid is geboden bij een ratio tussen de 0,2 en 0,5. Voor 2021 bedraagt de waarde 0,27. Dit is kleine stijging ten opzichte van de begroting en in de volgende jaren wordt een lichte daling verwacht. Er is een lichte mate van voorzichtigheid geboden. VOOR WAARMERKINGSDOELEINDEN Structurele exploitatieruimte BDO Audit & Assurance B.V. Dit kengetal is van belang om te kunnen beoordelen welke structurele ruimte er is om de 10/06/2022 eigen Datum: bij briefnr. 2205286 lasten te dragen, of welke structurele stijging van de baten of structurele daling van Behorende de lasten Paraaf:
53
daarvoor nodig is. De provincie hanteert de richtlijn dat de begroting structureel en reëel in evenwicht moet zijn. Het structurele saldo berekenen we in hoofdstuk 3 van de jaarrekening. Als het structurele saldo positief is dan is het kengetal van de structurele exploitatieruimte ook positief. We berekenen dit kengetal namelijk door het structurele saldo van de baten en lasten te delen door de totale baten. De provincie hanteert als richtlijn dat het structurele saldo meerjarig positief moet zijn. Wij hanteren daarom als norm dat de structurele exploitatieruimte minimaal 0 moet zijn. Met een kengetal van 0,03 in 2021 voldoen wij aan deze norm. We kunnen de structurele exploitatieruimte verder vergroten door het eigen beleid aan te passen waardoor we meer opbrengsten ontvangen of minder kosten maken. Grondexploitatie Dit kengetal geeft weer hoe de waarde van de grond zich verhoudt tot de totale (geraamde) baten. De boekwaarde van de voorraden grond is van belang, omdat deze waarde moet worden terugverdiend bij de verkoop. De boekwaarden van verliesgevende plannen zijn gebaseerd op de actuele marktwaarde en voor verwachte verliezen zijn voorzieningen getroffen. De invloed van de grondexploitatie op de exploitatie is met een kengetal van 0,10 beperkt. De invloed loopt de komende jaren ook terug.
Daarnaast hebben we een aparte algemene reserve voor de grondexploitatie waarmee we risico’s opvangen. Belastingcapaciteit De ruimte die een gemeente heeft om belastingen te verhogen wordt vaak gerelateerd aan de totale woonlasten. Onder woonlasten worden verstaan de OZB, de rioolheffing en de afvalstoffenheffing voor een woning met gemiddelde waarde in de gemeente. Het kengetal belastingcapaciteit wordt berekend door de totale woonlasten meerpersoonshuishouden in het begrotingsjaar te vergelijken met het landelijke gemiddelde. De (ongewogen) gemiddelde woonlasten van gemeenten in 2021 bedragen € 811. De gemiddelde woonlasten voor een meerpersoonshuishouden in de gemeente Hilvarenbeek bedragen € 789 in 2021. Het kengetal komt daardoor op 0,97. Daarmee is onze lokale lastendruk normaal. Algemene conclusie financiële positie Onze financiële positie voor 2021 is normaal, maar een mogelijk verlies van een hoger beroep voor de precariobelasting kabels, buizen en leidingen leidt tot een meer risicovol profiel voor de kengetallen nettoschuldquote en de solvabiliteitsratio. De netto schuldquote ligt op een normaal niveau. Voor de solvabiliteitsratio is een lichte mate van voorzichtigheid geboden. Nieuwe investeringen van een grote omvang moeten zorgvuldig worden afgewogen omdat onze schuld daarmee kan stijgen naar een niet wenselijke omvang.
De grondexploitaties hebben een beperkte invloed op de exploitatie. De gemiddelde woonlasten liggen rond het landelijk gemiddelde. Tot slot ligt de structurele exploitatieruimte boven de norm van de provincie. We hebben hier nog invloed op door het eigen beleid aan te passen. Bijvoorbeeld de lokale heffingen verhogen of versoberen op een beleidsterrein waardoor kosten dalen.
VOOR WAARMERKINGSDOELEINDEN BDO Audit & Assurance B.V. Datum: 10/06/2022 Behorende bij briefnr. 2205286 Paraaf:
54
Paragraaf 3
2.3 Onderhoud kapitaalgoederen
Deze paragraaf gaat in op hoe wij onze kapitaalgoederen beheren en onderhouden. Het gaat zowel om gemeentelijke wegen, riolering en gebouwen, als om groen, sportvelden en water. Het grootste deel van de werkzaamheden aan kapitaalgoederen vloeit voort uit onze verantwoordelijkheden als eigenaar en beheerder van de publieke ruimte en van een aantal eigendommen. We hebben een groot vermogen geïnvesteerd in kapitaalgoederen. De kwaliteit van deze kapitaalgoederen en het onderhoud hiervan zijn mede bepalend voor het voorzieningenniveau binnen onze gemeente. Ze bepalen uiteraard ook de hoogte van de lasten die dit met zich meebrengt. De paragraaf geeft inzicht in de beleidskaders voor instandhouding van kapitaalgoederen en de financiële consequenties daarvan. We gaan eerst in op de kapitaalgoederen binnen de openbare ruimte. Hierna lichten we de categorie gebouwen toe. Onderhoud openbare ruimte Beleidskader openbaar groen We onderhouden het openbaar groen al jaren op niveau B met uitzondering van de Vrijthof. Hiervoor hanteren we een hoger niveau A. De werkzaamheden worden door de Diamantgroep uitgevoerd op basis van een bestek. We hebben geconstateerd dat de diverse uitbreidingsplannen van de gemeente niet juist in de begroting werden opgenomen. Dit hebben we opgevangen door de nieuwe werken het eerste jaar uit te laten voeren door de aannemer die deze aanplanting verzorgt.
Na dat jaar nemen we dit als uitbreiding areaal op in de begroting. Momenteel onderzoeken we in de kleine kernen hoe we de biodiversiteit, door middel van bloemrijke beplantingsvakken zoals aan de Vendellaan, kunnen verhogen. Hiervoor heeft uw raad een krediet beschikbaar gesteld. Sinds 2016 hebben we in ons bestek voor werkzaamheden aan het openbaar groen een speciale paragraaf opgenomen over social return. We bieden bijvoorbeeld (leer)werkplekken en stageplekken voor mensen met een afstand tot de arbeidsmarkt. De begeleidingskosten en opleidingskosten voor deze personen zijn onderdeel van het bestek. Helaas worden deze plekken niet ingevuld omdat de gemeente niet in staat is om jaarlijks geschikte kandidaten aan te leveren. Beleidskader bomen De prijzen voor onderhoud aan de bomen door externen nemen toe. We verlangen van de aannemer een veiligheidsplan waarbij nagenoeg alle risico’s zijn uitgesloten. Dat daarvoor andere VOOR WAARMERKINGSDOELEINDEN prijzen worden gehanteerd is duidelijk maar veiligheid staat voorop. BDO Audit & Assurance B.V. Daarnaast hebben we in 2019 en 2020 te maken gehad met extreem droog weer in de zomerperiDatum: 10/06/2022 bij briefnr. 2205286 ode. Dat heeft tot gevolg gehad dat onze grotere bomen het zwaar gehad hebben enBehorende grotere takParaaf: 55
ken in de kruinen zijn afgestorven. We waren genoodzaakt om twee extra snoeirondes te laten uit voeren om schades en mogelijke aansprakelijkheden te voorkomen. Vanwege de droogte zijn bomen met een mindere vitaliteit helaas afgestorven en hebben we 50 extra bomen moeten vervangen. Met deze uitgaven hadden we geen rekening gehouden. We hebben op diverse plaatsen erg veel overlast van roeken. Deze nestelen in de grotere bomen. Vooral in de wijk Doelakkers en dan met name nabij de basisschool. Dit leidde tot ernstige overlast voor de bewoners en de kinderen van de school. De roek is een inheemse vogelsoort en daardoor via de Wet Natuurbescherming beschermd. We beschikken over een roekenverplaatsingsplan en mogen de nesten op overlast locaties verwijderen. Dat hebben we in 2021 op deze locaties uitgevoerd. De kosten daarvan bedragen ruim 15.000 euro. Tot slot hebben we in 2021 twee keer te maken gehad met een storm waarbij grotere bomen omwaaiden. Ook deze hebben we uit veiligheidsoverwegingen versneld af moeten voeren. Beleidskader Spelen De beleidsnota Spelen vormt het kader voor ons speelterreinenbeleid. In 2021 hebben we nauwelijks toestellen vervangen en richtten we ons op het veilig spelen in de gemeente Hilvarenbeek. We vervangen alleen toestellen als uit de keuring is gebleken dat ze gevaarlijk zijn.
Al onze speeltoestellen worden per jaar vier keer gecontroleerd waaronder één keuring door een extern deskundige. Op dit moment zien we een toename van met name de jeu de boulesbanen. Deze laten we door de omwonenden aanleggen waarbij we als gemeente alleen maar faciliteren door het beschikbaar stellen van de materialen. Ook het onderhoud van de banen wordt door de bewoners gedaan. Financiële consequenties die voortvloeien uit het beleidskader We maken het volgende financiële onderscheid: 1. Exploitatiekosten, exclusief de kapitaallasten; 2. Kapitaallasten (rente- en afschrijvingslasten) van investeringen; Vertaling van de financiële consequenties Afgerond op € 1.000
1. Saldo exploitatiekosten 2. Resultaat kapitaallasten
Begroting 2021
Werkelijk 2021
-/- 862.000 -/- 10.000
-/- 929.000 -/- 6.000
Verschil begroting -/werkelijk -/- 67.000 4.000
De verschillen tussen de begroting en verantwoording laten zich als volgt verklaren: 1. Saldo exploitatiekosten: We hebben het budget met € 67.000 overschreden. Elk jaar worden onze grotere bomen visueel geïnspecteerd. Daarbij wordt onder andere gekeken naar de vitaliteit van de bomen. We hebben de gevolgen geconstateerd van de extreem warme zomers in 2019 en 2020. We zagen steeds meer dood hout in de bomen. Daardoor hebben we twee extra snoeirondes uit moeten voeren om te voorkomen dat er schades zouden optreden en mogelijk daaruit voortvloeiende aansprakelijkheden. In 2021 hebben we 50 bomen extra moeten verwijderen omdat deze afstervingsverschijnselen hadden dan wel een erg slechte vitaliteit had-den. Bij nieuw geplante bomen brengen we extra bomengrond aan om wortelopdruk in de toekomst te verminderen. Ook hebben we een Natuurwaardenkaart opgesteld door nieuwe wetgeving. 2. Resultaat kapitaallasten: De werkelijke kapitaallasten zijn lager dan geraamd. Dit komt doordat het VOOR WAARMERKINGSDOELEINDEN rentepercentage als onderdeel van de kapitaallasten in werkelijkheid lager isBDO danAudit & Assurance B.V. Datum: 10/06/2022 geraamd. Behorende bij briefnr. 2205286 Paraaf:
56
Sportvelden Beleidskader Het onderhoud aan de sportvelden stemmen we jaarlijks af met de diverse gebruikers. Tijdens de rondgang over de velden spreken we met de verenigingen af wat de wensen zijn. Daarnaast voeren we groot onderhoud uit. Dit doen we op basis van een raambestek. Daarbij worden de werkzaamheden afgestemd op de noodzaak. Het bestek heeft nog een looptijd tot en met 2022. Financiële consequenties die voortvloeien uit het beleidskader We maken het volgende financiële onderscheid: 1. Exploitatiekosten, exclusief de kapitaallasten; 2. Kapitaallasten (rente- en afschrijvingslasten) van investeringen; Vertaling van de financiële consequenties Afgerond op € 1.000
1. Saldo exploitatiekosten 2. Resultaat kapitaallasten
Begroting 2021
Werkelijk 2021
-/- 176.000 -/- 62.000
-/- 222.000 -/- 59.000
Verschil begroting -/werkelijk -/- 46.000 3.000
De verschillen tussen de begroting en verantwoording laten zich als volgt verklaren: 3. Saldo exploitatiekosten: We hebben het budget met € 46.000 overscheden. Dit komt on andere doordat we specifieke kunstmeststoffen aan moesten brengen. Ook heeft het onderhoud aan het Vrijthof meer gekost dan waar we in onze begroting rekening mee hielden. 4. Resultaat kapitaallasten: De werkelijke kapitaallasten zijn lager dan geraamd. Dit komt doordat het rentepercentage als onderdeel van de kapitaallasten in werkelijkheid lager is dan geraamd. Riolering en Water Beleidskader Elke gemeente is volgens de wet Milieubeheer verplicht om een rioleringsplan (GRP) op te stellen. Met de invoering van de Omgevingswet vervalt deze verplichting. De drie zorgplichten voor afvalwater, regenwater en grondwater blijven echter van kracht. Op 3 februari 2022 stelde u het Riool- en Waterprogramma (RWP) vast. Het RWP bestrijkt de periode 2022 tot en met 2026. Onderdeel van het vorige en nieuwe beleidsrapport is het anticiperen op de klimaatontwikkeling, het hemel- en grondwaterbeleid en een kostendekkingsplan met kostendekkende tarieven. Voorvloeiende financiële consequenties uit beleidskader Om uitvoering te geven aan het beleidskader kennen we het volgende financiële onderscheid in: 1. Exploitatielasten en -baten, inclusief rioolrechten en exclusief kapitaallasten; 2.
Mutatie reserve riolering (verschillen tussen begroting en rekening wat betreft urentoerekening, directe lasten en – baten en opbrengsten rioolheffing) 3. Kapitaallasten, zijnde rente- en afschrijvingslasten investeringen; 4. Mutatie voorziening riolering resultaat kapitaallasten.
VOOR WAARMERKINGSDOELEINDEN BDO Audit & Assurance B.V. Datum: 10/06/2022 Behorende bij briefnr. 2205286 Paraaf:
57
Afgerond op € 1.000 1. Saldo exploitatielasten en -baten, exclusief kapitaallasten 2. Storting in reserve riolering 3. Kapitaallasten 4. Storting in voorziening riolering
Begroting 2021
Werkelijk 2021
659.000
757.000
Verschil begroting -/werkelijk 98.000
0 -/- 654.000 0
-/- 98.000 -/- 587.000 -/- 67.000
-/- 98.000 67.000 -/- 67.000
De verschillen tussen de begroting en verantwoording verklaren zich als volgt: 1. Saldo Exploitatielasten en -baten Het overschot komt doordat een beperkt aantal verbetermaatregelen niet is uitgevoerd. Deze zijn uitgesteld vanwege een gebrek aan capaciteit in de voorbereiding en begeleiding en andere prioritering van projecten. 2. Storting in reserve riolering De reserve riolering muteren we jaarlijks met het verschil tussen geraamde en werkelijke uitgaven en inkomsten riolering. Dit met uitzondering van het resultaat kapitaallasten, dat we conform geldende regelgeving muteren op de voorziening riolering. Het bedrag dat we dit jaar storten in de reserve is gelijk aan het overschot (veelal door uitgestelde activiteiten van de onder 1. genoemde verschillen. Zo wordt het financieel effect verwerkt binnen het product riolering. 3. Kapitaallasten De werkelijke kapitaallasten zijn lager dan geraamd. Dit komt voor een deel doordat het rentepercentage als onderdeel van de kapitaallasten in werkelijkheid lager is dan geraamd. Verder is een aantal investeringen uitgesteld of later afgerond, waardoor de kapitaallasten ook later volgen. Voor (een toelichting op de) verschillen tussen de geraamde rioleringskredieten en de werkelijke uitgaven daarop, verwijzen we naar bijlage 5 ‘Lijst investeringen’. 4.
Mutatie voorziening riolering De voorziening riolering muteren we jaarlijks met het verschil tussen geraamde en werkelijke kapitaallasten. In dit geval storten we het voordelig verschil aan kapitaallasten in de voorziening. Zo blijven de middelen beschikbaar voor het product riolering. Wegbeheer Beleidskader Op 3 februari 2022 heeft u het Beheerplan wegen 2021-2025 met onderhoudsniveau scenario 2a vastgesteld. Daarbij wordt voor de intensief gebruikte gebieden onderhoudsniveau B gehanteerd en de voor minder intensief gebruikte gebieden onderhoudsniveau C. Met uitzondering van de voetpaden en trottoirs waarvoor we ook onderhoudsniveau B hanteren. De provincie hanteert als toezichthouder van gemeenten onderhoudsniveau C als ondergrens bij de integrale toetsing van de financiële positie van de gemeente. Tevens heeft uw raad bepaald om het eenmalige reserve budget verbeteren toegankelijkheid openbare ruimte en de positieve structurele effecten in 2022-2025 van scenario 2a in te zetten voor het verbeteren van de voetpaden in de centrumgebieden. In het Beheerplan wegen 2021-2025 is uitgegaan van meer preventief onderhoud waardoor groot structureel onderhoud uitgesmeerd kan worden over een langere periode. Daarmee gaan de toVOOR WAARMERKINGSDOELEINDEN taalkosten per jaar naar beneden. Dit levert geen nadelige effecten op aan de kwaliteit BDO van Audit onze & Assurance B.V.
Datum: 10/06/2022 wegen en de verkeersveiligheid komt niet in het geding. Behorende bij briefnr. 2205286 Paraaf:
58
Voorvloeiende financiële consequenties Om het beleidskader uit te voeren, kennen we het volgende financiële onderscheid in: 1. Saldo exploitatiekosten, voornamelijk klein jaarlijks onderhoud, inclusief aanpak boomwortelproblematiek en onderhoud bermen; 2. Storting in voorziening ter dekking van de jaarlijks fluctuerende kosten voor groot onderhoud; 3. Jaarlijks fluctuerend groot onderhoud aan asfalt- en elementenverharding, die we ten laste van de voorziening dekken; 4. Kapitaallasten Rehabilitaties, zijn de rente- en afschrijvingslasten voor vervangingen van het wegdek inclusief de fundering. Betreft bestaande en nieuwe kapitaallasten samen. Afgerond op € 1.000 1. Saldo exploitatiekosten 2. Storting in voorziening 3. Kosten ten laste van voorziening 4. Kapitaallasten rehabilitaties
Begroting 2021 -/- 122.000 -/- 355.000 -/- 457.000 -/- 68.000
Werkelijk 2021 -/- 99.000 -/- 355.000 -/- 481.000 -/- 49.000
Verschil begroting /- werkelijk 23.000 0 -/- 24.000 19.000
De verschillen tussen de begroting en verantwoording verklaren zich als volgt: 1. Exploitatiekosten: laten een positief saldo zien van € 23.000 Het voordeel komt grotendeels voort uit de ‘degeneratievergoedingen’ die we in 2021 ontvingen. Dit is een vergoeding die we ontvangen van bedrijven om eventuele gevolgschade te bekostigen van het door hen opbreken van de infrastructuur van de gemeente om kabels en leidingen aan te brengen of te verleggen, 2. Storting in voorziening: laat geen verschil zien tussen begroting en werkelijk De storting is conform de begroting. 3. Kosten ten laste van voorziening: laten een nadelig saldo zien van € 24.000 Het is lastig om op voorhand exact in te schatten wat de kosten voor groot onderhoud zijn van jaar tot jaar. Met het Beheerplan wegen 2021-2025 dat is vastgesteld op 3 februari 2022 hebben we weer een actuele inschatting gemaakt voor de kosten van groot onderhoud voor de komende jaren. 4. Kapitaallasten Rehabilitaties: laten een klein positief saldo zien van € 19.000 De werkelijke kapitaalslasten zijn lager dan geraamd. Dit komt door latere realisatie van investeringen dan gepland en doordat het rentepercentage als onderdeel van de kapitaallasten in werkelijkheid lager is dan geraamd.
Openbare verlichting Beleidskader Uitgangspunt voor onderhoud en vervanging van afgeschreven materieel is het vastgestelde beleidsplan ‘Openbare Verlichting 2012 -2021’. Dit beleidsplan is opgesteld overeenkomstig de bepalingen van de Nederlandse Stichting voor Verlichtingskunde (NSVV). In 2021 is de wijk Doelakkers verder afgebouwd met energiezuinige en onderhoudsvriendelijke ledarmaturen. In totaal werden 270 conventionele armaturen vervangen door ledverlichting. Daarnaast werden 165 oude lichtmasten noodzakelijk vervangen door nieuwe exemplaren. Na uitvoering (her)verlichtingsplan 2021 bestaat ons areaal aan openbare verlichting voor bijna 59% uit ledverlichting. VOOR WAARMERKINGSDOELEINDEN BDO Audit & Assurance B.V. Datum: 10/06/2022 Behorende bij briefnr. 2205286 Paraaf:
59
Masten Armaturen Conventioneel Ledverlichting
Aantallen op 01-01-2019
Aantallen op 01-01-2021
4221 4348 3007 (69 %) 1341 (31 %)
4361 4487 2117 (47,2 %) 2370 (52,8 %)
Aantallen na uitvoer HVplan 2021 d.d. 01-01-2022
4361 4487 1850 (41,2 %) 2637 (58,8 %)
Voorvloeiende financiële consequenties Om uitvoering te geven aan het beleidskader kennen we het volgende financiële onderscheid in: 1. Exploitatiekosten, zijnde jaarlijks regulier onderhoud, oplossen storingen en stroomverbruik; 2. Jaarlijkse kapitaallasten (in de vorm van rente en afschrijving) bij vervangingen lichtmasten en armaturen; Bedragen x € 1 Afgerond op € 1.000 1. Saldo exploitatielasten en -baten 2. Resultaat Kapitaallasten
Begroting 2021 -/- 125.000 -/- 51.000
Werkelijk 2021 -/- 144.000 -/- 35.000
Verschil begroting -/- werkelijk -/- 19.000 16.000
Verschillen Begroting en Verantwoording 1. Saldo Exploitatielasten en -baten We overschreden de raming van elektra in 2021. Het begrotingsbudget voor 2022 is eerder al naar boven bijgesteld. Ten tijde van de voorjaarsnota kijken we of er aanleiding is om het budget nog verder bij te stellen. Als kanttekening merken we op dat over 2021 nog een teruggave van de energiebelasting te verwachten is die het exploitatie te kort aanmerkelijk zal verminderen. Het is lastig exact te ramen wat de kosten voor onderhoud van jaar tot jaar zullen zijn. Het aantal storingen en reparaties aan de openbare verlichting varieert namelijk per jaar. Over 2021 vallen de kosten € 4000,- hoger uit dan was geraamd. 2. Resultaat Kapitaallasten De werkelijke kapitaallasten zijn hoger dan geraamd. Voor (een toelichting op de) verschillen tussen de geraamde kredieten en de werkelijke uitgaven daarop, verwijzen we naar bijlage 6. Lijst investeringen. Onderhoud gebouwen Gemeentelijke gebouwen Beleidskader Het gehele pakket van meerjarenonderhoudsprogramma’s (MJOP’s) is in 2020 geactualiseerd en financieel vertaald in de voorjaarsnota 2020. In deze actualisatie is voor een deel het aspect duurzaamheid betrokken. Met het pakket van Duurzaam Meerjaren Onderhoudsprogramma’s (DMJOP’s) zetten we verdere stappen naar verduurzaming van vastgoed in exploitatie.
We maken onderscheid tussen kosten voor groot onderhoud en vervangingsinvesteringen. De kosten voor groot onderhoud - zoals schilderwerk - brengen we in één keer ten laste van de voorziening. Bij vervangingsinvesteringen - zoals vervangen van een dak - brengen we jaarlijks de kapitaallasten (afschrijvingen en rente) afhankelijk van de afschrijvingsperiode ten laste van de exploiVOOR WAARMERKINGSDOELEINDEN tatie. BDO Audit & Assurance B.V. Datum: 10/06/2022 Behorende bij briefnr. 2205286 Paraaf:
60
Voorvloeiende financiële consequenties Om uitvoering te geven aan het beleidskader maken we het volgende financiële onderscheid: 1. jaarlijkse storting in de voorziening gemeentelijke gebouwen en gymnastieklokalen; 2. Vertaling van de financiële consequenties in de begroting en rekening Afgerond op € 1.000
Begroting 2021
Werkelijk 2021
1. Storting in voorziening 2. Kosten ten laste van voorziening
-/- 230.000 -/- 393.000
-/- 230.000 -/- 300.000
Verschil begroting /- werkelijk 0 93.000
De verschillen tussen de begroting en verantwoording verklaren zich als volgt: 1. Storting in voorziening conform begroting Niet van toepassing. 2. Kosten ten laste van voorziening: laten een voordelig saldo zien van € 93.000 2021 laat een positief verschil zien tussen begroting en de werkelijk gemaakte kosten. Dit verschil is deels te verklaren doordat een aantal werken eind 2021 is opgestart, maar in 2021 nog niet afgerond en gefactureerd is. Voorts is de markt erg overspannen waardoor we qua kostenaspect en planning genoodzaakt zijn alerter te kijken naar de noodzaak van de uit te voeren werkzaamheden. Hierdoor worden werkzaamheden, met uitzondering van werken die betrekking hebben op het aspect veiligheid, uitgesteld.
VOOR WAARMERKINGSDOELEINDEN BDO Audit & Assurance B.V. Datum: 10/06/2022 Behorende bij briefnr. 2205286 Paraaf:
61
Paragraaf 4
2.4 Financieringsparagraaf
Inleiding We gaan in deze paragraaf in op de gemeentelijke financieringsbehoefte. We beantwoorden de vraag hoe we in onze financieringsbehoefte hebben voorzien en geven aan wat de wettelijke kaders zijn. Bij een overschot aan kasmiddelen zijn we verplicht deze aan te houden bij het rijk. Hierna evalueren we de schuldpositie van de gemeente. Doordat we financieren met externe middelen hebben we te maken met rente. We gaan in op de korte en lange rente en analyseren het renteresultaat. Uitgaven en inkomsten staan centraal We stellen de gemeentelijke begroting op volgens de regels van het stelsel van baten en lasten. Voor gezonde gemeentefinanciën is alleen sturen op baten en lasten niet genoeg. We moeten ook sturen op onze uitgaven en inkomsten (kasstelsel). Kopen we bijvoorbeeld een nieuw gebouw dan betekent dit dat we eenmalig een bedrag betalen aan de verkoper. We moeten er dan bij stilstaan hoe we dit financieren. Betalen we het bedrag met onze eigen middelen – hebben we het bijvoorbeeld op onze bankrekening staan – of moeten we een lening afsluiten waardoor we een schuld opbouwen. Het is belangrijk dat we de schuld in de gaten houden en deze niet te hoog laten oplopen. Rentevisie en ontwikkelingen Inleiding De rentelasten zijn een belangrijke kostenpost voor de gemeente. Het renteverloop wordt sterk bepaald door economische ontwikkelingen.
We beschrijven de ontwikkelingen op Europees vlak. Daarna richten we onze blik op Nederland. Europa in het teken van leveringsproblemen en inflatie De economische schade van de coronapandemie heeft in 2021 wereldwijd de productieketens zwaar verstoord door de lockdowns. Bijvoorbeeld door problemen met schepen en zeecontainers. Sommige fabrieken draaiden op halve kracht, maar ook de sterk toegenomen vraag door producenten en consumenten na beëindiging van de corona beperkende maatregelen. De inflatie in de eurozone is het afgelopen jaar sterk gestegen, van -0,3% in december 2020 naar 4,9% in november 2021. De stijging komt vooral door de hogere energieprijzen. De ECB is terughoudend met aanpassingen doorvoeren, onder meer omdat het economisch herstel nog fragiel is. Veel landen scherpen de coronamaatregelen weer aan vanwege het oplopend aantal besmettinVOOR WAARMERKINGSDOELEINDEN gen. De nieuwe omikron-coronavariant zorgt voor onzekerheid over het verdere verloop van de BDO Audit & Assurance B.V. pandemie en de gevolgen daarvan voor de economie. Datum: 10/06/2022 Behorende bij briefnr. 2205286 Paraaf:
62
De ECB is er niet van overtuigd dat de recente inflatiestijging duurzaam is. Ze denkt dat op langere termijn structurele, inflatiematigende factoren weer de overhand zullen krijgen. Voorbeelden daarvan zijn de ruime Europese arbeidsmarkt, die een rem zet op de lonen, en de overtollige productiecapaciteit bij bedrijven, die de verleiding om de prijzen te verhogen tempert. De ECB wil daarom vasthouden aan een ruim monetair beleid. De Nederlandse economie Het herstel in Nederland is sterker dan in andere Europese landen en betekent dat de consumptie, investeringen, de overheidsbestedingen en vooral de internationale handel gestaag groeien. De verwachting is dat de stijgende inflatie tijdelijk is, en naar verwachting binnen de perken blijft. Volgens recente cijfers van een Nederlandse grootbank groeit de Nederlandse economie in 2021 met 4,2% en in 2022 wordt een groei van 3,7% verwacht. Dit zijn in historisch perspectief hoge groeicijfers, maar ze volgen dan ook op een historisch grote krimp van 3,8% in 2020. Volgens deze prognoses is de omvang van de Nederlandse economie eind 2022 zo’n 3,9% groter dan drie jaar daarvoor, net voor aanvang van de pandemie. Lage en stabiele rente voor leningen met een korte looptijd De refirente - ook wel herfinancieringsrente genoemd - is de rente die banken moeten betalen aan de ECB (Europese Centrale Bank) wanneer zij geld bij de ECB opnemen.
Banken gebruiken deze faciliteit als ze liquiditeiten te kort komen. De herfinancieringsrente staat vanaf maart 2016 op 0,00%. De driemaands Euribor rente - waarbij de leningen een looptijd hebben van drie maanden -, volgt in grote lijnen het verloop van de refirente. In 2021 is de korte rente onveranderd stabiel gebleven, ca. -0,54% in 2021. De verwachting is dat de korte rente onveranderd laag blijft in 2022. De verwachting is dat de ECB in maart 2022, als de aankoop van obligaties vanuit het speciaal voor de coronacrisis ingestelde programma stopt, dit waarschijnlijk zal compenseren door het reguliere obligatieaankoopprogramma uit te breiden. Hierdoor laat de ECB de lage officiële rentetarieven intact en dat betekent dat de eerste – substantiële - renteverhoging nog op zich kan laten wachten. Lage en licht oplopende rente voor leningen met een lange looptijd Het hoogste inflatiepercentage sinds 2008 werd neergezet in Nederland: 4,1%. In Europa liep de inflatie op tot gemiddeld 3,4% en in Amerika zelfs tot 6,2%. Ondanks alle geruststellende geluiden van de ECB liep de rente op Europese staatsleningen de laatste maanden in 2021 op. Dit was omdat veel andere centrale banken er minder vertrouwen in hebben dat de inflatie laag blijft en hun monetair beleid wel aanpasten.
Zo besloot de Federal Reserve (Verenigde Staten) het bedrag, dat zij maandelijks aan obligaties opkoopt, geleidelijk te verlagen. De Amerikaanse rente steeg hierdoor en trok in haar kielzog de Europese rentes mee omhoog. De lange rente lag ook in 2021 op een extreem laag niveau. De lange rente is ca. 0,21% in december 2021. De prognoses voor de lange rente gaan uit van licht stijgende renteniveaus in 2022.
VOOR WAARMERKINGSDOELEINDEN BDO Audit & Assurance B.V. Datum: 10/06/2022 Behorende bij briefnr. 2205286 Paraaf:
63
Financieringsbehoefte Inleiding De behoefte aan financiering ontstaat hoofdzakelijk door twee zaken. Enerzijds door investeringen in materiële vaste activa. Anderzijds door verstrekte leningen en onze grondexploitaties. Dit laatste komt doordat bij grondexploitaties de kosten voor de baten uitgaan. We organiseren deze financieringsbehoefte door - naast de eigen reserves en voorzieningen - geld te lenen. We voorzien in onze (nieuwe) financieringsbehoefte door continu kort en lang te lenen binnen de kaders. Een tweetal kengetallen zegt iets over onze financieringsbehoefte: kasgeldlimiet en renterisiconorm. De betekenis en het verloop van beide kengetallen lichten we hieronder toe. Kasgeldlimiet niet langer overschreden ná het derde kwartaal 2021 De kasgeldlimiet bepaalt het bedrag dat de gemeente maximaal als gemiddelde netto-vlottende schuld per kwartaal mag hebben. Dat bedrag wordt uitgedrukt als een percentage van de jaarlijkse begroting. Voor de gemeente is dat percentage vastgesteld op 8,5%. Onze kasgeldlimiet voor 2021 was 8,5% van € 39,0 miljoen = € 3,32 miljoen.
Gedurende het verslagjaar 2021 had de kasgeldlimiet het volgende verloop: Afwijking Kasgeldlimiet (Bedragen x € 1 mln.) 1 Kortlopende geldleningen (vlottende passiva) 2 Kortlopende geldleningen (vlottende activa) 3 Overschot middelen 4 Tekort middelen 5 Kasgeldlimiet (7 x 8/ 100) 6a Ruimte onder kasgeldlimiet 6n Overschrijding van kasgeldlimiet Bepaling Kasgeldlimiet (Bedragen x € 1 mln.) 7 Begrotingstotaal, afgerond op 1 mln. 8 Percentage regeling
1e kw. 4,34 0,27 0,00 4,07 3,32 0,00 0,75 1e kw. 39,00 8,5%
2e kw. 5,69 0,98 0,00 4,71 3,32 0,00 1,39 2e kw. 39,00 8,5%
3e kw. 4,28 0,65 0,00 3,63 3,32 0,00 0,31 3e kw. 39,00 8,5%
4e kw. 1,43 0,62 0,00 1,81 3,32 2,51 0,00 4e kw. 39,00 8,5%
Toelichting op de tabel Uit de tabel is te lezen dat er in de eerste drie kwartalen van 2021 sprake was van overschrijding van de kasgeldlimiet. Vanaf het vierde kwartaal was er sprake van ruimte onder de kasgeldlimiet. We hebben in 2021 de liquiditeitenontwikkeling op de voet gevolgd en opnieuw beoordeeld. In juli 2021 hebben we, zoals elk jaar, de vordering op het BTW-compensatiefonds ontvangen. Eind september 2021 hebben we besloten om over te gaan tot consolidatie. Dat wil zeggen dat we de (tijdelijke) kasgeldleningen hebben afgelost en zijn overgegaan tot het aantrekken van een vaste lening. We voldoen ruimschoots aan de renterisiconorm De renterisiconorm bepaalt dat jaarlijks 20% van het begrotingstotaal onderhevig mag zijn aan renteherziening en herfinanciering. Hiermee is een maximumgrens gesteld aan het renterisico op de langlopende leningenportefeuille. Van renteherziening is sprake als in de leningsovereenkomst is bepaald dat de rente gedurende de looptijd in een bepaald jaar wordt aangepast. Herfinanciering is het totaalbedrag aan aflossingen op de bestaande leningenportefeuille. Als VOOR WAARMERKINGSDOELEINDEN gevolg van deze norm kan een rentestijging op de kapitaalmarkt slechts gedeeltelijkBDOdoorwerken Audit & Assurance B.V. Datum: 10/06/2022 in de te betalen rentelasten over de vaste schuld. Behorende bij briefnr. 2205286 Paraaf:
64
Als we de berekening toepassen op de begroting 2021 leidt dit tot een renterisiconorm van 20% van € 39,0 miljoen (totaal van de lasten op de begroting) = € 7,8 miljoen. Het renterisico op de vaste schuld mag deze norm niet overschrijden. Het verloop van de renterisiconorm staat in onderstaand overzicht weergegeven: Bedragen x € 1 mln.
Begroting 2021 0,00 0,00 0,00 1,43 1,43
Rekening 2021 0,00 0,00 0,00 1,43 1,43
1a 1b 1 2 3
Renteherziening op vaste schuld o/g Renteherziening op vaste schuld u/g Renteherziening op vaste schuld (1a-1b) Aflossingen Renterisico op vaste schuld (1+2)
4a 4b 4
Begrotingstotaal Percentage regeling Renterisiconorm (4a x 4b/ 100)
39,00 20 7,80
39,00 20 7,80
5a 5b
Ruimte onder renterisiconorm (4>3) Overschrijding renterisiconorm (3>4)
6,37 0,00
6,37 0,00
In onze gemeente is het totaal van de renteherziening en de aflossingen lager dan de renterisiconorm; we voldoen ruimschoots aan de renterisiconorm. In 2021 schatkistbankieren geen (tijdelijk) overschot aan kasmiddelen Schatkistbankieren: Gemeenten houden overtollige middelen - de middelen die zij (tijdelijk) niet nodig hebben om hun taken en verantwoordelijkheden uit te oefenen - aan via een rekening-courant of in één of meer deposito’s.
Schatkistbankieren is vanaf december 2013 verplicht. De doelmatigheidsdrempel is 0,75% van het begrotingstotaal, met een minimum van € 251.000,- en een maximum van € 2,5 miljoen. Dit komt voor onze gemeente neer op het minimumbedrag van € 293.000,-. Uit de evaluatie van het schatkistbankieren is gebleken dat de huidige drempel voor het schatkistbankieren te krap was vastgesteld. In plaats dat alleen overtollige liquide middelen in de schatkist belanden, moeten gemeenten bij de huidige drempel met grote regelmaat ook geld voor het normale betalingsverkeer bij de schatkist stallen. Dat veroorzaakt onnodige administratieve lasten. Met de verhoging van de drempel per 1 juli aanstaande behoren deze onnodige administratieve lasten tot het verleden. Maatgevend voor de omvang van de begroting is het begrotingstotaal zoals dat ook gebruikt wordt voor het berekenen van de kasgeldlimiet. De drempel is gelijk aan 2,0% van het begrotingstotaal indien het begrotingstotaal lager is dan € 500 miljoen (deze wijziging van regeling treedt in werking met ingang van 1 juli 2021), waarbij het drempelbedrag minimaal € 1 miljoen bedraagt. Dit komt voor onze gemeente neer op het minimumbedrag van € 1 miljoen vanaf 1 juli 2021. VOOR WAARMERKINGSDOELEINDEN BDO Audit & Assurance B.V. Datum: 10/06/2022 Behorende bij briefnr. 2205286 Paraaf:
65
In onderstaand overzicht kunt u de ruimte onder en boven het drempelbedrag per kwartaal aflezen. Berekening benutting drempelbedrag schatkistbankieren (x € 1.000) Verslagjaar 2021 Kwart. 1 Kwart.2 Kwart.3 Drempelbedrag 293 293 1.000 Kwartaalcijfer op dagbasis buiten 's Rijks schatkist aangehouden middelen Ruimte onder het drempelbedrag 293 293 1.000 Overschrijding van het drempelbedrag -
Kwart.4 1.000 24 976 -
Omslagrente in de Begroting 0,80%, in de Rekening 0,50% Inleiding De rentekosten aan de taakvelden worden toegerekend met behulp van de renteomslag. Deze renteomslag is afhankelijk van onze huidige financiering en de rentepercentages die we op dit moment betalen voor onze geldleningen. Hoe berekenen we het rente omslagpercentage? Uitgangspunt is het bedrag van de externe rentelasten over de korte en lange financiering minus de externe rentebaten. Aan de taakvelden toe te rekenen externe rente wordt vervolgens bepaald door het saldo van de rentelasten en rentebaten te verminderen met de rente die aan de grondexploitaties wordt doorberekend, rente van projectfinancieringen (bijvoorbeeld het nieuwe zwembad/sportcomplex) en rentebaten van door verstrekte leningen (geldleningen aan woonstichting Leystromen). Bij het saldo wat resteert wordt de rente over de voorziening Pensioenen wethouders bijgeteld. Het restant wordt door middel van een rente omslagpercentage aan de verschillende taakvelden toegerekend. In Hilvarenbeek is het omslagpercentage 0,50%, na herberekeningen. Oorzaken van de lagere rentelasten In vergelijking met de begroting wijken de toe te rekenen rentelasten af door het volgende: - De begrote rentelasten voor het opnemen van gelden tot de kasgeldlimiet waren in werkelijkheid (door de negatieve rentestand) vrijwel nihil.
We ontvingen rente op de kortlopende geldleningen. - In de Begroting is gerekend met een omslagpercentage van 0,80%. In de Rekening is gerekend met 0,50%. Naar de Exploitatie worden minder rentelasten, mede door de achterblijvende investeringen, doorberekend wat leidt tot een voordeel, binnen het taakveld Rente leidt de lagere doorbelasting tot nadeel voor hetzelfde bedrag. In de bijlage van deze jaarrekening is een gedetailleerd rekenschema Rentekosten opgenomen. De vaste financiering in 2021 De vaste financiering bestaat uit de volgende posten: - 1 langlopende geldlening, verstrekt aan woonstichting Leystromen. Deze geldlening is destijds verstrekt uit eigen middelen en heeft een restwaarde van € 1,4 miljoen. - We hebben zes opgenomen geldleningen die zijn aangewend voor onze eigen financiering. Een daarvan is eind september 2021 afgesloten voor een bedrag van € 4,5 miljoen met een looptijd van 30 jaar. De restschuld van deze zes vaste geldleningen bedroeg eind 2021 € 18,8 miljoen. De twee grootste geldleningen hebben een rentepercentage van respectievelijk VOOR WAARMERKINGSDOELEINDEN BDO Audit & Assurance B.V. 1,63% en 0,98%. Datum: 10/06/2022 Behorende bij briefnr. 2205286 Paraaf:
66
-
We hebben in 2017 een vaste geldlening afgesloten van € 7 miljoen, tegen 1,66%, als objectfinanciering voor de realisatie van het zwembad/sportaccommodatie De Roodloop. De restschuld is € 6,5 miljoen eind 2021.
Langlopende opgenomen geldleningen 2021
Jaar laatste aflossing
Restantbedrag geldleningen 31-12-2020
Nieuwe geldleningen in 2021
Bedrag rentelast in 2021
Bedrag aflossingen in 2021
Restantbedrag geldleningen 31-12-2021
0,00 0,00 0,00 0,00 0,00 0,00 4.500.000,00 4.500.000,00
50.603,57 37.662,06 63.650,84 108.955,74 2.943,27 75.545,47 6.459,48 345.820,43
200.000,00 100.000,00 200.000,00 130.992,54 600.000,00 200.000,00 0,00 1.430.992,54
1.000.000,00 700.000,00 3.800.000,00 6.488.724,52 1.200.000,00 7.600.000,00 4.500.000,00 25.288.724,52
Opgenomen voor financiering van eigen bezittingen lening: 93307 4,42% 2026 lening: 98587 4,73% 2028 lening: 109878 1,63% 2040 lening: 110465 1,66% 2057 lening: 112363 0,17% 2023 lening: 112900 0,98% 2059 lening: 115119 0,55% 2051 Opgenomen geldleningen 2021
1.200.000,00 800.000,00 4.000.000,00 6.619.717,06 1.800.000,00 7.800.000,00 0,00 22.219.717,06
Stand van zaken overige leningen en borgstellingen De gemeente staat borg voor woonstichting Leystromen via zogenoemde achtervangovereenkomsten gesloten met Stichting Waarborgfonds Sociale Woningbouw (WSW) om nieuwe financieringen mogelijk te maken in het werkgebied van de woonstichting. Het overleg in 2020 tussen de WSW (Stichting Waarborgfonds Sociale Woningbouw), de VNG (Vereniging Nederlandse Gemeenten) en BZK (Ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties) heeft geleid tot verbeteringen in het borgstelsel. Het resulteerde in een nieuwe generieke standaard achterovereenkomst WSW/gemeente. De wijzigingen houden een gewijzigde verdeelsleutel in die de gemeentelijke achtervangpositie eerlijker verdeeld en de WSW gaat van gemeenten ontvangen renteloze geldleningen eerder dan nu terugbetalen. De nieuwe generieke standaard achterovereenkomst sluit aan op het ontvangen verzoek van woonstichting Leystromen de achtervang uit te breiden. Leystromen baseerde haar verzoek op de achterblijvende achtervang geboden door de gemeente Hilvarenbeek in haar werkgebied en de benodigde financiering van haar investeringsagenda in onze gemeente. De nieuwe generieke standaard achtervangovereenkomst is op 1 augustus 2021 in werking getreden en geldt voor alle nieuwe geborgde geldleningen van woningcorporaties werkzaam in onze gemeente.
Hierbij geldt voor nieuwe geborgde geldleningen een verdeling op basis van de marktwaarde in verhuurde staat van het vastgoed van onze gemeente in het werkgebied van woonstichting Leystromen. Voor geborgde geldleningen onder de oude achtervangovereenkomsten wordt onze achtervangpositie nog steeds bepaald op basis van individueel geborgde geldleningen. Voor geldleningen die geborgd worden onder de nieuwe achtervangovereenkomst wordt de achtervangpositie bepaald op basis van de nieuwe grondslag. In maart/april 2022 ontvangen wij dit gewijzigde overzicht voor de eerste keer. De achtervang ten name van woonstichting Leystromen is gelimiteerd tot een achtervangbedrag van € 24 miljoen. Na de aflossingen in 2021 resteert een schuldrestant van ca. € 11 miljoen. WAARMERKINGSDOELEINDEN Afdeling Biest heeft in 2015, in het kader van behoud van een rijksmonument en eenVOOR beeldbepaBDO Audit & Assurance B.V. Datum: 10/06/2022 lend gebouw voor de Biestse gemeenschap, een renteloze lening van € 15.000,- verstrekt aan Behorende bij briefnr. 2205286 Paraaf:
67
coöperatie Behoud Kerkgebouw Biest-Houtakker. Deze renteloze lening is in 2021 volledig afgelost. Voetbalvereniging RKDSV heeft in 2021 haar lening ook volledig afgelost. De acceptgiro werd in 1977 ingevoerd, eerst als ponskaart voor computers en midden jaren 80 als blauwe kaart die door klanten kon worden ingevuld en daarna door de computer kon worden gelezen. In 2002 werd het gele model voor euro’s geaccepteerd en dat werd in 2014 aangepast voor IBANrekeningnummers. Op het hoogtepunt in het midden van de jaren 90 werden er 300 miljoen acceptgiro’s per jaar verwerkt. Nu wordt het overgrote deel van de verstuurde acceptgiro’s thuis weggegooid omdat de ontvanger de rekening via mobiel bankieren of internetbankieren heeft voldaan. Eerder was afgesproken dat de acceptgiro in 2019 zou verdwijnen, maar nu is het dan zover.
Schuldpositie (Wet Hof) Sinds 2013 geldt de wet Houdbare Overheidsfinanciën (wet HOF). Houdbare gemeentefinanciën betekent dat de gemeente - ook bij economisch zwaar weer - genoeg geld overhoudt om aan haar verplichtingen te blijven voldoen, waarbij de noodzakelijke publieke voorzieningen niet in de knel komen. Voor gezonde, houdbare gemeentefinanciën is alleen sturen op baten en lasten niet genoeg. We moeten ook kijken naar de hoogte van de schuld. Rente en aflossingen leggen tenslotte een beslag op het toekomstig inkomen van de gemeente. Hoe hoger de schulden, hoe meer toekomstige inkomsten voor rente en aflossingen worden vastgelegd. In de paragraaf ‘weerstandsvermogen en risicobeheersing’ gaan we in op de risico’s die we hierbij lopen.
VOOR WAARMERKINGSDOELEINDEN BDO Audit & Assurance B.V. Datum: 10/06/2022 Behorende bij briefnr. 2205286 Paraaf:
68
Paragraaf 5
2.5 Bedrijfsvoering
In deze paragraaf leest u meer over onze bedrijfsvoering. We gaan specifiek in op een aantal aandachtspunten in de bedrijfsvoering zoals de P&C cyclus, Personeel en Informatiemanagement.
Aandachtspunten bedrijfsvoering Besturing en beheersing Met de auditcommissie hebben we thema’s besproken die leiden tot een verbetering van kwaliteit in besturing en beheersing. Het gaat om verbeteringen van de planning & controldocumenten en het financieel volgen van grotere projecten. Personeel Opleidingsbudget Van het totale opleidingsbudget van € 134.687,- is in 2021 ruim € 78.000,- uitgegeven aan opleidingen. Dat betekent een restant van € 56.000,-. Na de zomer van 2021 was de verwachting dat diverse opleidingen nog gevolgd zouden worden en we een groot deel van het budget zouden benutten. Door de coronamaatregelen in het najaar zijn veel opleidingen weer doorgeschoven. Bij de najaarsnota hebben we geen melding gemaakt van deze onderschrijding. De veronderstelling op dat moment was dat diverse opleidingen nog in 2021 konden plaatsvinden en dat jaar gefactureerd konden worden. Dat leek het geval te zijn voor de opleiding projectmatig creëren, die een groot deel van onze medewerkers in GHO-verband zou volgen en waar hoge kosten aan verbonden zijn. Deze opleiding is begin 2022 van start gegaan en de kosten daarvan konden derhalve niet meer in 2021 worden verantwoord. Hybride werken Ook in 2021 duurde de coronacrisis voort. Als gevolg hiervan hebben veel medewerkers langdurig thuis gewerkt.
Voor sommige functies (zoals de baliemedewerkers, het KlantContactCentrum en de buitendienstmedewerkers) is dit niet mogelijk. De online manier van samenwerken heeft naast enige ongemakken, ook veel voordelen opgeleverd. De goede elementen van het online samenwerken houden we vast, ook na de coronacrisis. Dit leidt tot de Nieuwe Hilvarenbeekse manier van werken en heeft gevolgen voor het personeel, maar ook voor andere organisatieonderdelen zoals informatiemanagement, facilitair en gebouwenbeheer. In 2021 zijn we aan de slag gegaan met deze hybride manier van werken. In juni 2021 is een enquête onder alle medewerkers uitgezet, waaruit bleek dat het overgrote deel van onze medewerkers ook na corona deels thuis wil WAARMERKINGSDOELEINDEN blijven werken. Met een werkgroep wordt bekeken wat dit betekent voor de fysieke VOOR werkplek, de BDO Audit & Assurance B.V. digitale werkplek en onze cultuur en wijze van samenwerken. In 2022 wordt dit uitgewerkt in Datum: 10/06/2022 Behorende bij briefnr. 2205286 concrete acties. Paraaf: 69
Hoewel veel medewerkers voordelen zien in het hybride werken, heeft het vele werken op afstand ook een keerzijde die om waakzaamheid vraagt. Doordat we elkaar minder zien, is mailverkeer en het aantal digitale overleggen fors toegenomen. Dit kan gevolgen hebben voor de werkdruk die medewerkers ervaren. Als het gaat om de balans tussen belasting en belastbaarheid, persoonlijke ontwikkeling en vitaliteit is in 2021 op persoonsniveau maatwerk toegepast en zijn afspraken gemaakt. Invulling vacatures Door de krappe arbeidsmarkt is het in 2021 lastiger geworden om onze vacatures in te vullen. Het aantal reacties op vacatures neemt af en we moeten creatiever worden om onze vacatures ingevuld te krijgen. Dit kost meer tijd en heeft vaak tot gevolg dat vacatures langer openstaan, hetgeen voor de nodige druk bij medewerkers zorgt. Dit noodzaakt tot het aanpassen van onze wervingsstrategie. Begin 2022 werken we dit uit. In onderstaande tabel is de bezetting ultimo 2021 exclusief bestuur, opgenomen en afgezet tegen de formatie in de primaire begroting 2021.
Reguliere formatie Griffiefunctie Garantiebanen Bovenformatief Totaal exclusief bestuur
Formatie primaire begroting 2021 (fte)
119,5 1,8 1,7 2,2 125,2
Bezetting ultimo 2021 (fte)
110,9 1,8 1,3 0,6 114,6
De 0,6 fte bovenformatief betreft tijdelijke formatie. Het gaat om 0,56 fte voor de invoering van de omgevingswet (tot eind 2021). De bezetting en bijbehorende bruto salarislasten, inclusief bestuur, zijn als volgt over de programma’s verdeeld: Programma 1. Samenlevend 2. Belevend 3. Ondernemend 4. Dienstverlenend 6. Overhead Investeringen Eindtotaal
Bruto salaris primaire begroting 2021
1.786.133 2.889.861 129.136 817.184 3.552.346 110.635 9.285.295
Bruto salaris ultimo 2021
1.732.974 2.579.232 181.772 742.036 3.583.369 42.837 8.862.220
Informatiemanagement Een belangrijke randvoorwaarde voor goed informatiemanagement en van digitaal werken is dat we onze informatie digitaal beheren. Deze aanpak hebben we een aantal jaar geleden in gang gezet en ontwikkelen we verder. Daarbij baseren we ons o.a. op de landelijke principes van Common Ground. Dit is een hervorming van de gemeentelijke informatievoorziening en houdt in dat we op een andere manier omgaan met gegevens. Zo koppelen we data los van werkprocessen en applicaties. En we bevragen data bij de bron in plaats van ze veelvuldig te kopiëren en op te slaan. Common Ground is een meerjarig proces, sommige componenten zijn landelijk al ontwikkeld, VOOR WAARMERKINGSDOELEINDEN anderen volgen. We sorteren met onze keuzes, zoals het vervangen van ons zaaksysteem, hierop BDO Audit & Assurance B.V. voor. Voor het vervangen van dit zaaksysteem hebben we in 2021, o.a. met een marktverkenning Datum: 10/06/2022 Behorende bij briefnr. 2205286 en behoefteanalyse, vooral voorbereidend werk uitgevoerd. De keuze voor een nieuwe oplossing Paraaf: 70
is inmiddels gemaakt en we zijn gestart met de implementatie. Per 1 januari 2023 gaan we hiervan gebruik maken. Daarbij passen we zoveel mogelijk harmonisatie, zowel in GHO als in Equalit verband, van onze applicaties en werkprocessen toe. Harmonisatie die we ook hebben doorgevoerd bij de ingebruikname van nieuwe applicaties voor burgerzaken en in de voorbereiding op de implementatie van het regiesysteem sociaal domein. Dit regiesysteem stelt ons in staat om in de keten van het sociaal domein meer en integraal samen te werken, mt partners in het SamenZorgTeam, en wordt in 2022 in productie genomen. De Omgevingswet is opnieuw uitgesteld. De voorbereidende werkzaamheden zijn in 2021 wel doorgegaan. We hebben werkprocessen geanalyseerd en opgesteld, de benodigde software aangeschaft en we zijn gestart met het inrichten van de applicatie. In 2022 gaan we hier mee verder zodat we gereed zijn als de Omgevingswet in werking treedt. Bij ons dagelijks werk en projecten hebben we continue aandacht voor informatiebeveiliging en privacy. In 2021 hebben we daarvoor risicoanalyses uitgevoerd zoals op het inkoopproces, is een extra beveiliging op het aanmelden op onze ICT-werkplekken doorgevoerd, en hebben we gewerkt aan de bewustwording. Dit hebben we bijvoorbeeld door het uitvoeren van phishing tests, het geven van voorlichting en houden van workshops.
Tenslotte zijn passende maatregelen genomen op de wereldwijde kwetsbaarheid van Log4J zodat kwaadwillende geen toegang tot ons netwerk kunnen krijgen.
VOOR WAARMERKINGSDOELEINDEN BDO Audit & Assurance B.V. Datum: 10/06/2022 Behorende bij briefnr. 2205286 Paraaf:
71
Paragraaf 6
2.6 Verbonden partijen
Verbonden partijen zijn rechtspersonen waarmee we een bestuurlijke en financiële band hebben. Dit zijn onder andere gemeenschappelijke regelingen en vennootschappen (waarvan de aandelen geheel of gedeeltelijk in het bezit zijn van de gemeente), verenigingen of stichtingen die een publiek belang behartigen. Met de bestuurlijke band wordt bedoeld dat we één of meer zetels hebben binnen de betreffende partij of dat we stemrecht hebben. Van een financiële band is sprake zodra we middelen ter beschikking stellen aan deze partij. Verbonden partijen zijn te verdelen in de volgende categorieën: gemeenschappelijke regelingen, stichtingen/verenigingen en coöperaties/vennootschappen. In deze paragraaf lichten we de verbonden partijen uit waarmee we een bestuurlijke en financiële band hebben. In onderstaande tabellen hebben we de werkelijke financiële gegevens van 2020 verwerkt aangezien de cijfers voor 2021 nog niet bekend waren ten tijde van het opmaken van dit boekwerk. De bijdragen aan de verbonden partijen zijn wel de cijfers over 2021. Wij hebben voorgesteld om voor de komende jaren aan de verbonden partijen aan te geven geen verhoging van de bijdrage te kunnen veroorloven en ons het recht voorbehouden vanaf het jaar 2021 bezuinigingsvoorstellen te doen wanneer de lokale financiële situatie daartoe aanleiding geeft.