17 bp De Welder 2 (16 Bijlage 15 Aangepaste toelichting bestemmingsplan De Welder 2 NIEUW)
Tekst van het document
Gelet op de demografische cijfers en het woonbeleid zijn de speerpunten van woonbeleid voor Hilvarenbeek gericht op het bevorderen van de diversiteit van het woningaanbod door middel van: • Meer en meer gedifferentieerd aanbod in de sociale sector (zowel huur als koop); • Meer aanbod voor senioren (meer levensloopbestendige woningen in combinatie met • (Zorg)voorzieningen); • Bevorderen van betaalbare woningen voor starters; • Uitgangspunt is dat gebouwd wordt naar behoefte. Dit is vertaald in de woonvisie.
NL.IMRO.0798.BPDeWelder2-VG01
Bestemmingsplan De Welder 2, Haghorst
|30
Uitsnede Structuurvisie Hilvarenbeek - Zonering toetsingskader kern Haghorst
Toetsing Het plangebied is op de kaart van de Structuurvisie voor de kern Haghorst aangewezen als ‘woningbouwontwikkeling’, ‘zoeklocatie nieuwe ontwikkeling’ en ‘woonwijk landelijk gerelateerd’. In de beoogde uitbreiding zijn kleinschalige woningbouwontwikkelingen voorzien met daartussen agrarisch gebruik van gronden of natuur-/groenontwikkeling. Hiertoe voorziet de woningbouwontwikkeling in de versterking van de visuele relatie met het buitengebied waarbij de groene, kleinschalige en diverse uitstraling wordt behouden en versterkt. De opzet van De Welder 2 zorgt ervoor dat het plangebied een leefbare en fijne woonomgeving wordt waarbij ook een goede balans wordt geboden tussen woningvoorraad en woningbehoefte. Door de gemeente wordt niet geënt op kwantiteit, maar op kwaliteit. De gemeente wil zich in de toekomst meer richten op onder meer ouderen en starters. Daarnaast wil de gemeente meer en gedifferentieerd aanbod in de sociale sector (huur en koop) en betaalbare woningen. Door het realiseren van het woningbouwprogramma, conform de Woonvisie, bestaande uit woningen in het huur- en koopsegment en in diverse prijsklassen, wordt met het planvoornemen een diversiteit aan type woningen gerealiseerd, aansluitend bij de woningbehoefte van onder andere starters (CPO) en ouderen. Gesteld kan worden dat het planvoornemen in lijn is met Structuurvisie Hilvarenbeek.
Woonvisie 2020-2030 De gemeente Hilvarenbeek heeft op 5 juni 2019 de Woonvisie 2020-2030 vastgesteld. In de Woonvisie wordt benoemd dat de woningvraag binnen de gemeente groter is dan het aanbod. De bouwproductie blijft hierbij nog achter, waardoor de provincie Noord-Brabant ervan uitgaat dat met name de komende tien jaar de woningbehoefte nog zal toenemen (voor Hilvarenbeek ongeveer +500 woningen).
NL.IMRO.0798.BPDeWelder2-VG01
Bestemmingsplan De Welder 2, Haghorst
|31
De afgelopen jaren zijn er veel woningbouwinitiatieven bij de gemeente binnengekomen die in meer of mindere mate inspelen op deze woonwensen. Hierbij gaat het vaak om plannen voor inbreidingslocaties. Door deze plannen te ontwikkelen kan in een substantieel deel van de kwalitatieve woningvraag van woningen worden voorzien. Een belangrijk deel van de kwalitatieve vraag is echter niet of nauwelijks op kleine inbreidingslocaties te realiseren (bijvoorbeeld grondgebonden woningen). Bovendien is het aantal potentiële inbreidingslocaties niet onbeperkt, zeker met de wens om het huidige zo gewaardeerde dorpse woonmilieu te behouden. In de kleinere kernen is de kwalitatieve behoefte relatief sterk gericht op grondgebonden woningen en zou verdichten op inbreidingslocaties een grotere aantasting vormen voor het dorpse woonmilieu dan in de twee grotere voorzieningenkernen. De gemeente Hilvarenbeek stelt in de Woonvisie een aantal ambities: • De gemeente wil de komende jaren vooral woningen toevoegen in marktsegmenten die nu nog te beperkt aanwezig zijn. Het gaat hierbij om starterswoningen die structureel in het betaalbare segment blijven. Het gaat om kleine woningen; • Ook richt de gemeente zich op middeldure koopwoningen voor doorstromers.
Het gaat vooral om grondgebonden woningen in de prijsklasse tussen € 200.000 en € 350.000; • Verder wordt ingezet op kleine, levensloopbestendige woningen, zowel in de koop- als huursector; • Er dient ruimte te zijn om woningen aan de randen van de kern toe te voegen om in te kunnen spelen op de behoefte; • Er wordt ruimte geboden om woningbouw op inbreidingslocaties en woningbouw aan de randen van de kernen te realiseren. Daarnaast streeft de gemeente Hilvarenbeek ernaar dat nieuwe plannen inspelen op de marktsegmenten die nu nog (te) beperkt aanwezig zijn in de gemeentelijke woningvoorraad. Nieuwe plannen worden getoetst aan het streefwoningbouwprogramma.
Eigendom Woningtype Prijsklasse % Koop Eengezins-/meergezinswoning < €200.000 15-20% Eengezinswoning €200.000 - €350.000 15-20% Levensloopgeschikt (EGW of MGW) < €300.000 20-25% Overig Overig 10-15% Totaal 75% Huur Alle woningtypen < €720 15-20% Alle woningtypen > €720 5-10% Totaal 25% Totaal 100% Nieuwe woningbouwinitiatieven worden daarnaast (kwalitatief) getoetst aan de volgende beoordelingscriteria: • Locatiecriteria: levert het initiatief een bijdrage aan het oplossen van leegstand of een ander ruimtelijk knelpunt, versterkt het initiatief de ruimtelijke kwaliteit en voorziet het initiatief in zorgvuldig ruimtegebruik? • Stedenbouwkundige criteria: passen massa en dichtheid bij de omgeving, voorziet het initiatief in voldoende parkeermogelijkheden, een duurzame invulling van de ruimte en voldoet het initiatief aan de nota Dorps Bouwen?
NL.IMRO.0798.BPDeWelder2-VG01
Bestemmingsplan De Welder 2, Haghorst
|32
•
Invulling kwalitatieve behoefte: voldoet het initiatief aan de geïnventariseerde behoefte uit de woonvisie, worden woningen levensloopgeschikt gerealiseerd en is er sprake van een vernieuwend/actueel woonconcept?
Toetsing In de gemeente Hilvarenbeek kunnen uitsluitend de inbreidingslocaties niet voorzien in de behoefte. Er wordt daarom ingezet op een kwalitatieve afronding van de dorpsranden, zoals De Welder en De Welder 2 voor de kern Haghorst. Ook het gemeentelijke beleid geeft ruimte aan woningbouw aan de randen van de kernen, in het bijzonder ook voor plannen die een programma met grondgebonden en levensloopbestendige woningen realiseren (omdat inbreidingslocaties daarvoor over het algemeen te klein zijn). Het afronden van De Welder 2 vormt een belangrijk onderdeel in het realiseren van de ambitie uit de Woonvisie. Door het realiseren van een woningbouwprogramma met een diversiteit aan type woningen in het huur- en koopsegment en in diverse prijsklassen, wordt aangesloten op het streefwoningbouwprogramma van de Woonvisie 2020-2030. Nieuwe woningbouwinitiatieven worden (kwalitatief) getoetst aan de beoordelingscriteria uit de Woonvisie 2020-2030: • Locatiecriteria: De bebouwing is georiënteerd op de oostzijde van het plangebied. De verkaveling en bebouwing sluit dan ook aan op de bestaande verkaveling en bebouwing ten oosten van het plangebied (De Welder). Hiermee voorziet het plan in zorgvuldig ruimtegebruik. Daarnaast is er sprake van het oplossen van een ruimtelijk knelpunt (vergroten woningaanbod) aan de rand van de kern.
Ten slotte wordt in de Sociaalruimtelijke visie Haghorst benoemd dat de gronden ten westen van de kern geschikt zijn voor uitbreiding van woningbouw. • Stedenbouwkundige criteria: De bebouwing is in massa, dichtheid en karakteristiek passend bij de omgeving en in relatie met het landschap. Om de overgang van kern naar landelijk gebied geleidelijk te laten verlopen is de bebouwing georiënteerd aan de oostzijde van het plangebied. De gronden grenzend aan het buitengebied worden grotendeels ingericht als landschappelijke zone met agrarisch gebruik van gronden of natuur/groenontwikkeling. Deze zone zorgt voor een overgang van de woonkern naar het buitengebied. Daarbij zijn de toegestane functies en bouwregels passend aan de functies/bebouwing grenzend aan het plangebied. • Invulling kwalitatieve behoefte: Uit de Woonvisie 2020-2030 blijkt dat er in de kern Haghorst behoefte is aan grondgebonden woningen (onder andere voor starters). Het planinitiatief realiseert onder andere (betaalbare) grondgebonden woningen. Hierdoor wordt aangesloten op de behoefte zoals omschreven in de Woonvisie. Het voornemen sluit aan op de wensen vanuit de Woonvisie. Sociaal-ruimtelijke visie Haghorst In september 2020 heeft de gemeente Hilvarenbeek een Sociaal-Ruimtelijke visie vastgesteld voor de kern Haghorst.
Deze visie is tot stand gekomen door een samenwerking van de gemeente Hilvarenbeek, de Dorpscoöperatie Haghorst en NieuwBlauw. In de Sociaal-Ruimtelijke visie wordt de visie voor een leefbaar en levendig Haghorst geschetst. Haghorst wil een levendig dorp blijven waar men prettig woont.
NL.IMRO.0798.BPDeWelder2-VG01
Bestemmingsplan De Welder 2, Haghorst
|33
In de visie zijn 19 ambities benoemd die bijdragen aan het versterken van de leefbaarheid van Haghorst. In relatie tot onderhavig planvoornemen zijn de volgende ambities van belang: 1. Woningbouw: voldoende woningen voor behoud van voorzieningen en om te kunnen voldoen aan de vraag. 2. Bouw van starterswoningen (betaalbare koop en sociale huur), en levensloopbestendige woningen (t.b.v. senioren). 3. Doorstroming bevorderen door starterswoningen klein te houden (en zeer betaalbaar). 4. Landschap doorontwikkelen. Vooral aan de Noord- en Oostzijde van Haghorst is agrarische bedrijvigheid aanwezig in een open landschap. Voor uitbreiding van het dorp zal de focus liggen op de westzijde van Haghorst. Aan de oostzijde is Haghorst afgerond met een ‘harde’ rand. Aan de westzijde kan de verbinding gecreëerd worden tussen het hart van Haghorst en het nieuwe woonlandschap. Aan de oostzijde zijn er geen aanleidingen voor uitbreiding. De opgave zal zijn om aan de westzijde van de kern in een losse setting geleidelijk geclusterde bebouwing toe te voegen (woningen en/of bedrijfseenheden). Als buffer tussen het woonwerklandschap en het lint Lage Haghorst kan op particulier initiatief nieuwe natuur worden toegevoegd. 5. Beeldkwaliteit zal een aandachtspunt zijn bij de uitbreiding van Haghorst.
In de stedenbouwkundige uitwerking en de architectuur zal het dorpse karakter behouden en versterkt worden
Uitsnede ambitiekaart Sociaal-Ruimtelijke visie Haghorst
NL.IMRO.0798.BPDeWelder2-VG01
Bestemmingsplan De Welder 2, Haghorst
|34
De 19 ambities van Haghorst en de resultaten van de ruimtelijke analyses zijn ruimtelijk vertaald naar een ambitiekaart. Op deze kaart zijn zeven legendaeenheden opgenomen. • Centraal in het dorp ontstaat een kloppend hart waar de verschillende functies samen komen (school, MFA, horeca) • Er zal niet gezocht worden naar uitbereiding aan de oostzijde. Aan de oostzijde zijn geen aanleidingen voor uitbreiding. • Aan de westzijde zijn wel aanleidingen voor uitbereiding. Wonen en werken kan aan deze zijde naast elkaar ingepast worden in een woon-werk landschap. • De zone langs het kanaal nodigt uit voor recreatie. Het verbeteren van fietsinfrastructuur en het creëren van camperplaatsen kan de levendigheid versterken. • Tussen de Lage Haghorst en het nieuwe woon-werk landschap zal een landschappelijke buffer behouden blijven waardoor het lint Lage Haghorst niet vastgroeit aan de kern van Haghorst. • De sportvelden blijven behouden. • Lage Haghorst blijft als eenheid herkenbaar. Toetsing Het plangebied is aangewezen als ‘Woon-Werk Landschap’. In dit woon-werk landschap zijn kleinschalige woningbouwontwikkelingen voorzien. De kleinschalige woningbouwontwikkelingen kunnen optimaal inspelen op de actuele woningbouwbehoefte en lenen zich uitermate goed voor CPO-ontwikkelingen.
In het gebied kunnen vrijstaande woningen geplaatst worden maar ook rijwoningen en twee-onderéén kap woningen zijn inpasbaar. Tevens kunnen in dit landschap (al dan niet gemengd met wonen) bedrijfsmatige activiteiten toegevoegd worden. De bedrijfsactiviteiten bestaan in principe uit activiteiten die een goed woonklimaat niet in de weg staan (cat. 1 en 2). Het woon-werk landschap bestaat uit de volgende onderdelen: Aantal woningen afhankelijk van vraag; Gefaseerd bouwen (naar vraag); Typologie afhankelijk van vraag, maar conform de Woonvisie accenten leggen op staterswoningen (betaalbaar) en levensloopbestendige woningen (t.b.v. senioren); Bedrijfslocaties (kleinschalig); Kleinschalige bedrijfsactiviteiten aan huis; Agrarisch gebruik restgronden passend bij wonen. Onderstaand planvoornemen komt voort uit de wens om de leefbaarheid van Haghorst te versterken. Om te kunnen voldoen aan de woningbehoefte van de gemeente Hilvarenbeek, en specifiek voor Haghorst, is de gemeente Hilvarenbeek voornemens om een nieuwe woonwijk te realiseren door middel van uitbreiding van de wijk De Welder. In de beoogde uitbreiding zijn kleinschalige woningbouwontwikkelingen voorzien met daartussen agrarisch gebruik van gronden of natuur-/groenontwikkeling. Het planvoornemen is in lijn met de gestelde ambities uit de Sociaalruimtelijke visie voor de kern Haghorst.
NL.IMRO.0798.BPDeWelder2-VG01
Bestemmingsplan De Welder 2, Haghorst
|35
Beeldkwaliteitsplan De Welder 2, Haghorst – Partiële herziening Nota Ruimtelijke kwaliteit Hilvarenbeek De welstandsnota van de gemeente Hilvarenbeek, Nota Ruimtelijke Kwaliteit (2015), omschrijft op welk niveau de welstand van een gebied of object getoetst moet worden. Dit om de architectonische kwaliteit bij verbouw of nieuwbouw te waarborgen. De Nota Ruimtelijke Kwaliteit richt zich primair op de min of meer reguliere en/of incidentele bouwopgave in bestaande stedelijke gebieden en het buitengebied. In de Nota Ruimtelijke Kwaliteit staan de ambities van de gemeente voor ontwikkelingsgebieden. Dit betreft het beleid voor ruimtelijke kwaliteit in heldere en gefundeerde beeldkwaliteitseisen, geformuleerd in een beeldkwaliteitsplan. Het beeldkwaliteitsplan De Welder 2, Haghorst (bijlage 1) geef hier invulling aan. Het beeldkwaliteitsplan vormt, voor het betreffende gebied, de basis voor welstandstoetsing bij bouw- aanvragen. Het welstandskader, de ‘redelijke eisen van welstand’ waaraan bouw- en inrichtingsplannen moeten voldoen, is opgenomen in deel II van het beeldkwaliteitsplan. De criteria in dit deel vervangen de criteria die voor het plangebied opgenomen waren in de Nota Ruimtelijke Kwaliteit. Deel II van het beeldkwaliteitsplan moet daarom worden beschouwd als een partiële herziening op de Nota Ruimtelijke Kwaliteit van de gemeente Hilvarenbeek.
Voor wat betreft de beeldkwaliteit is dit beeldkwaliteitsplan het welstandskader (conform artikel 12a Woningwet). Voor zaken die niet Omgevingsvergunningsplichtige (en daarmee dus ook niet welstandsplichtig) zijn fungeert dit plan als gemeentelijke beleidsnota. Daar waar in dit beeldkwaliteitsplan richtlijnen zijn opgenomen prevaleren deze boven de richtlijnen in de Nota Ruimtelijke Kwaliteit; daar waar de richtlijnen in dit beeldkwaliteitsplan ontbreken, kan teruggevallen worden op de Nota Ruimtelijke Kwaliteit. Het beeldkwaliteitsplan zal door de raad worden vastgesteld als partiele herziening van de Nota Ruimtelijke Kwaliteit. Hierdoor ontstaat een nieuw, passend, toetsingskader ten behoeve van de welstandstoetsing. Het beeldkwaliteitsplan De Welder 2 zal gelijktijdig met het bestemmingsplan vastgesteld worden door de raad, zodat de juridische verankering correct geregeld is. Voor het borgen van de kwaliteitsverbetering voor het landschap is een voorwaardelijke verplichting opgenomen in de regels van het bestemmingsplan. Conclusie Het planvoornemen past binnen het gemeentelijk beleid.
NL.IMRO.0798.BPDeWelder2-VG01
Bestemmingsplan De Welder 2, Haghorst
|36
5.
RANDVOORWAARDEN
5.1
Inleiding
Op grond van het bepaalde in het Besluit ruimtelijke ordening (Bro) is het bij de onderbouwing van een ruimtelijke ontwikkeling verplicht om inzicht te bieden in de relevante planologische en milieu hygiënische aspecten. In dit hoofdstuk is een verantwoording voor deze aspecten opgenomen.
5.2
Archeologie
Beleid Verdrag van Malta Voor archeologie geldt de nationale wetgeving die afkomstig is uit Europees beleid. Het Verdrag van Valletta (of wel: 'Verdrag van Malta') regelt hoe er omgegaan moet worden met het Europees archeologisch erfgoed. Nederland heeft het verdrag in 1992 mede ondertekend. De uitgangspunten van dit Europese verdrag zijn in de Nederlandse wet- en regelgeving verankerd door middel van de Wet op de archeologische monumentenzorg (Wamz). Wet op de archeologische monumentenzorg (Wamz) De Wamz is in werking getreden op 1 september 2007 en wijzigt hiermee de Monumentenwet uit 1988, de Ontgrondingenwet (Ow), de Wet milieubeheer (Wm), de Woningwet (Ww) en de Wet ruimtelijke ordening (Wro). Sinds de invoering van deze wet zijn gemeenten belast met de zorgplicht voor het archeologisch erfgoed. Vanaf 1 juli 2016 is dit op dezelfde wijze als via de Wamz verwerkt in de Erfgoedwet en in de toekomst zal dit verwerkt worden in de Omgevingswet. Tot de Omgevingswet in werking treedt gelden voor onderdelen, die gaan over de fysieke leefomgeving, de bepalingen uit de Monumentenwet. Dit is opgenomen in de overgangsregeling van de Erfgoedwet. Het uitgangspunt is dat verplicht rekening gehouden moet worden met het behoud van het archeologisch erfgoed in de bodem. Waar dit niet mogelijk is, dient het bodemarchief met zorg ontsloten te worden door middel van archeologisch onderzoek.
Bij het ontwikkelen van ruimtelijke plannen moet het archeologisch belang vanaf het begin meewegen in de besluitvorming. Gemeentelijk beleid De gemeente Hilvarenbeek heeft op 27 september 2012 de gemeentelijke archeologische beleidskaart met bijbehorende beleidsuitgangspunten vastgesteld. Bij het (her)bestemmen van gronden kan op basis van de beleidskaart op relatief eenvoudige wijze rekening worden gehouden met het aspect archeologie. In gebieden waar archeologische resten aanwezig zijn of verwacht worden, kunnen bijvoorbeeld maatregelen worden genomen om deze zoveel mogelijk te ontzien. Voor gebieden waar wel bodemverstorende activiteiten gaan plaatsvinden, is op de beleidskaart aangegeven of archeologisch onderzoek noodzakelijk is en wanneer eventueel vrijstelling van onderzoek kan worden verleend. Hiertoe zijn ondergrenzen vastgesteld ten aanzien van de diepte van de bodemingreep en de oppervlakte van het plangebied.
NL.IMRO.0798.BPDeWelder2-VG01
Bestemmingsplan De Welder 2, Haghorst
|37
Het plangebied ligt volgens de Archeologische Beleidskaart van de gemeente Hilvarenbeek in de volgende zones: •
•
•
Hoge archeologische verwachting (categorie 4); o Ondergrens omvang: 500 m2; o Ondergrens diepte: 50 cm; Middelhoge/onbekende archeologische verwachting (categorie 6); o Ondergrens omvang: 2.500 m2; o Ondergrens diepte: 50 cm; Onderzoeksgebied: AMZ afgerond; o Er gelden geen restricties ten aanzien van ruimtelijke ontwikkelingen;
Voor de gronden binnen categorie 4 en 6 dient onderzoek plaats te vinden wanneer de bodemingrepen een oppervlakte hebben groter dan de genoemde ondergrenzen.
Uitsnede Archeologische Beleidskaart (plangebied donkerrood omlijnd)
Archeologisch onderzoek Archeologisch bureau- en verkennend veldonderzoek – Zuid Op 10 augustus 2021 is door Aeres Milieu een archeologisch bureau- en verkennend veldonderzoek (bijlage 5 bij de toelichting) uitgevoerd voor de percelen kadastraal bekend als gemeente Hilvarenbeek, sectie N, nummers 1422 en 1439 (ged). De aanleiding voor het laten uitvoeren van dit bodemonderzoek is de voorgenomen (her)ontwikkeling van de locatie ten behoeve van nieuwbouwwoningen. De diepte van de toekomstige verstoring is ten tijde van dit onderzoek niet bekend, maar uitgaande van een standaard funderingsdiepte naar verwachting tot ten minste 0,81,0 meter beneden maaiveld reiken.
NL.IMRO.0798.BPDeWelder2-VG01
Bestemmingsplan De Welder 2, Haghorst
|38
Op basis van het uitgevoerd verkennend veldonderzoek middels boringen kan worden gesteld dat het potentieel archeologisch niveau in een klein gedeelte van het plangebied volledig is verstoord. In het overige deel van het plangebied kan het potentieel archeologisch niveau vanaf het maaiveld tot circa 45 centimeter beneden maaiveld worden verwacht. Hier is nog een BC-horizont aanwezig, of is de verwachting dat maar een minimaal deel van de C-horizont is verstoord. Hier kunnen dieper gelegen sporen nog zeker worden aangetroffen. Archeologisch bureau- en verkennend veldonderzoek – Noord Op 20 januari 2022 is door Aeres Milieu een archeologisch bureau- en verkennend veldonderzoek (bijlage 6 bij de toelichting) uitgevoerd voor de percelen kadastraal bekend als gemeente Hilvarenbeek, sectie N, nummer 1435. De aanleiding voor het laten uitvoeren van dit bodemonderzoek is de voorgenomen (her)ontwikkeling van de locatie ten behoeve van nieuwbouwwoningen. De diepte van de toekomstige verstoring is ten tijde van dit onderzoek niet bekend, maar uitgaande van een standaard funderingsdiepte naar verwachting tot ten minste 0,81,0 meter beneden maaiveld reiken. Op basis van het uitgevoerd verkennend veldonderzoek middels boringen kan worden gesteld dat in het plangebied hoge zwarte enkeerdgronden aanwezig zijn. De bodemopbouw in het gehele plangebied bestaat uit een AC-profiel.
De top van bodem is niet meer in oorspronkelijke vorm aanwezig. De overgangen naar de natuurlijke ondergrond is scherp. Dit betekent dat de top van het potentieel archeologisch niveau voor de periode jagers-verzamelaars niet meer intact is. Voor de daaropvolgende periode van meer sedentaire bewoningsvormen met robuustere sporen kan worden gesteld dat deze naar verwachting nog goed aangetroffen kunnen worden. De graafwerkzaamheden bij de voorgenomen planontwikkeling kunnen een negatieve impact hebben op het verwachte aanwezige archeologische niveau. Op basis van de bodemkundige gesteldheid kunnen onder de humushoudende bovengrond (0 - 50 centimeter beneden maaiveld) archeologische resten aanwezig zijn. Proefsleuvenonderzoek Door ADC ArcheoProjecten is een Inventariserend Veldonderzoek (IVO) in de vorm van proefsleuven uitgevoerd voor De Welder 2 (bijlage 7 bij de toelichting). In juli 2022 zijn proefsleuven gegraven voor beide deelgebieden (noord en zuid). Het selectieadvies voor beide gebieden luidt: Noordelijk deelgebied In het noordelijk deelgebied is geen behoudenswaardige vindplaats vastgesteld. De geplande ontwikkeling met woningbouw vormt daarmee geen bedreiging voor het bodemarchief. Het noordelijke deelgebied kan daarmee worden vrijgesteld van archeologisch vervolgonderzoek.
Zuidelijk deelgebied In het zuidelijke deel is een behoudenswaardige vindplaats (nederzetting Late Middeleeuwen) vastgesteld. De voorgenomen planontwikkeling zal een negatieve impact hebben op het bodemarchief. Aangezien de vindplaats de volledige zuidelijke zone bestrijkt, is behoud in situ door planaanpassing niet mogelijk. ADC ArcheoProjecten adviseert daarom behoud ex situ in de vorm van opgraven voor de zuidelijke zone.
NL.IMRO.0798.BPDeWelder2-VG01
Bestemmingsplan De Welder 2, Haghorst
|39
Conclusie Om de behoudenswaardige vindplaats ex situ te behouden, is een archeologische opgraving nodig voor de zuidelijke zone. De opgraving zal gekoppelde worden aan de omgevingsvergunning voor de activiteit bouwen en plaatsvinden voorafgaand aan de bouwwerkzaamheden. Juridisch wordt dit gewaarborgd middels een voorwaardelijke verplichting, gekoppeld aan het selectiebesluit (bijlage 8).
5.3
Bedrijven en milieuzonering
Beleid De Wet milieubeheer (Wm) zorgt ervoor dat milieuoverlast in woongebieden zoveel mogelijk wordt beperkt. Alle voorzieningen en bedrijven die overlast veroorzaken moeten daarom een vergunning hebben in het kader van de Wet milieubeheer. In de publicatie ‘Bedrijven en Milieuzonering’ (2009) van de VNG (Vereniging van Nederlandse Gemeenten) is een lijst met indicatieve richtafstanden opgenomen voor milieubelastende bedrijfsactiviteiten ten opzichte van gevoelige bestemmingen. De lijst geeft richtlijnen voor de ruimtelijk relevante milieuaspecten geur, stof, geluid en gevaar. De benodigde afstand tussen bedrijven en gevoelige functies is afhankelijk van de aard en omvang van het bedrijf en de omgeving. Voor een rustige woonomgeving gelden andere eisen dan voor drukke woonwijken, gemengde gebieden en landelijke gebieden. In de VNG-publicatie is een omschrijving van de gebiedstypes gemengd gebied en rustige woonwijk/rustig buitengebied gegeven. Omgevingstype gemengd gebied Een gemengd gebied is een gebied met een matige tot sterke functiemenging. Direct naast woningen komen andere functies voor zoals winkels, horeca en kleine bedrijven. Ook lintbebouwing in het buitengebied met overwegend agrarische en andere bedrijvigheid kan als gemengd gebied worden beschouwd. Gebieden die direct langs de hoofdinfrastructuur liggen, behoren eveneens tot het omgevingstype gemengd gebied.
Hier kan de verhoogde milieubelasting voor geluid de toepassing van kleinere richtafstanden rechtvaardigen. Geluid is voor de te hanteren afstand van milieubelastende activiteiten veelal bepalend. Omgevingstype rustige woonwijk/rustig buitengebied Een rustige woonwijk is een woonwijk die is ingericht volgens het principe van functiescheiding. Afgezien van wijkgebonden voorzieningen komen vrijwel geen andere functies (zoals bedrijven of kantoren) voor. Langs de randen (in de overgang naar mogelijke bedrijfsfuncties) is weinig verstoring door verkeer. Een vergelijkbaar omgevingstype qua aanvaardbare milieubelasting is een rustig buitengebied (eventueel inclusief verblijfsrecreatie), een stiltegebied of een natuurgebied. Alle bedrijven die in de buurt van het plangebied liggen worden aan de hand van een milieucategorie verbonden met een maximale hinderafstand ten opzichte van milieugevoelige bestemmingen. De richtafstand geldt tussen enerzijds de grens van de bestemming die bedrijven (of andere milieubelastende functies) toelaat en anderzijds de uiterste situering van de gevel van een woning die mogelijk is.
NL.IMRO.0798.BPDeWelder2-VG01
Bestemmingsplan De Welder 2, Haghorst
|40
Milieucategorie 1 2 3.1 3.2 4.1 4.2 5.1 5.2 5.3 6
t.o.v. rustige woonwijk 10 m 30 m 50 m 100 m 200 m 300 m 500 m 700 m 1.000 m 1.500 m
t.o.v. gemengd gebied 0m 10 m 30 m 50 m 100 m 200 m 300 m 500 m 700 m 1.000 m
Onderzoek Met het planvoornemen wordt een woningbouwontwikkelingen mogelijk gemaakt. Het plangebied ligt ten zuidwesten van de kern Haghorst. In de directe omgeving van het plangebied zijn vooral woningen en agrarische gronden aanwezig. Voor het plangebied wordt daarom uitgegaan van het omgevingstype ‘rustige woonwijk’. In de directe omgeving van het plangebied komen de volgende inrichtingen voor: • De Haan 1: Voetbalclub EDN’56, milieucategorie 3.1 met een richtafstand van 50 meter. De kortste afstand tot woningen bedraagt 35 meter. • Sint Josephstraat 21A: Automaterialenwinkel, milieucategorie 2 met een richtafstand van 30 meter. De afstand tot het plangebied bedraagt meer dan 30 meter, namelijk 50 meter. • Sint Josephstraat 13: Staalconstructiebedrijf, milieucategorie 2 met een richtafstand van 30 meter. De afstand tot het plangebied bedraagt meer dan 30 meter, namelijk 65 meter. • Sint Josephstraat 23 en Emmerseweg 24: Veehouderij, milieucategorie 3.1 en 3.2 met een richtafstand van 50 meter en 100 meter. De afstand tot het plangebied bedraagt respectievelijk 70 en 100 meter. • Witvenstraat ong.: Begraafplaats, milieucategorie 1 met een richtafstand van 10 meter. De afstand tot het plangebied bedraagt meer dan 10 meter, namelijk 75 meter. • Wilhelminadijk 5: Bedrijf t/m milieucategorie 3.2 met een richtafstand van 100 meter.
De afstand tot het plangebied bedraagt meer dan 100 meter, namelijk 105 meter. • De Voorste Welder 2 – 4-6: Bedrijf t/m milieucategorie 3.1 met een richtafstand van 50 meter. De afstand tot het plangebied bedraagt meer dan 50 meter, namelijk 100 meter. De 12 woningen die pas na het doorlopen van de wijzigingsbevoegdheid gerealiseerd kunnen worden, zijn bij de toetsing van het aspect bedrijven en milieuzonering buiten beschouwing gelaten. De onderzoeken/onderbouwing ten aanzien van deze woningen vinden in een later stadium plaats. Dit is juridisch gewaarborgd in de wijzigingsbevoegdheid. Voetbalclub Op het nabijgelegen perceel De Haan 1 bevindt zich de lokale voetbaalclub. De voetbalclub kent twee voetbalvelden met kantinegebouw. De vereniging kent 8 teams, waarvan 4 seniorenteams. De afstand tussen de voetbalclub en de achtergevel van de meest nabijgelegen woning, bedraagt 35 meter (paarse lijn). Met in achtneming van de vergunningsvrije bouwmogelijkheden bedraagt de afstand circa 30 meter. De afstand tot aan de overige woningen binnen De Welder 2 bedraagt 50 meter (rode lijn).
NL.IMRO.0798.BPDeWelder2-VG01
Bestemmingsplan De Welder 2, Haghorst
|41
Daarbij zijn de ingang voor het sportpark, de parkeerplaats en de kantine/kleedkamers aan de voorzijde van het perceel gelegen; langs De Haan. De kortste afstand tussen deze functies en de woonbestemming is circa 130 meter. De vervoersbewegingen van en naar voetbalclub vinden derhalve op ruime afstand plaats, en zijn volledig afgeschermd door de gebouwen. De geluidproducerende activiteiten betreffen de trainingen en wedstrijden. Het stemgeluid van de spelers en supporters zijn daarbij geluidbronnen die niet berekend kunnen worden in een akoestisch model. Zoals hierboven gesteld zijn het parkeren en de gebouwen (kantine/kleedkamer) op ruime afstand gelegen, waardoor deze geluidproducerende activiteiten niet maatgevend zijn voor de voetbalclub. Het geluid dat geproduceerd wordt nabij de woonbestemming, en eventueel in een akoestisch model zou kunnen worden opgenomen, betreft het voetbalspel zelf; het trappen tegen de bal. Maar gezien het voorstaande, het kleinschalige karakter van de voetbalclub en de aanwezigheid van een robuuste landschappelijke inpassing (zowel rondom de voetbalvelden als rondom De Welder 2), wordt verwacht dat het woon- en leefklimaat ter plaatse van de nabijgelegen woningen ten aanzien van het aspect geluid niet onevenredig wordt aangetast. Daarnaast ligt de bestaande burgerwoning Emmerseweg 29 op kortere afstand van de voetbalclub.
De dichterbij gelegen woning is daardoor bepalend voor de (uitbreidings)mogelijkheden van de sportclub. De afstand tussen de voetbalclub en de woning Emmerseweg 29 bedraagt slechts 10 meter. De beoogde nieuwbouwwoningen komen op een grotere afstand te liggen (35 meter) en worden nog eens extra afgeschermd door de beoogde landschappelijk inpassing, derhalve vormen deze woningen geen belemmering voor de mogelijkheden van de voetbalclub.
35 m 50 m
Afstand voetbalclub t.o.v. De Welder 2
Agrarisch bedrijven Voor de agrarische bedrijven wordt verwezen naar paragraaf 5.8 ‘Geur’, paragraaf 5.9 ‘Gezondheidsaspecten’ en paragraaf 5.14 ‘Spuitzones’
NL.IMRO.0798.BPDeWelder2-VG01
Bestemmingsplan De Welder 2, Haghorst
|42
Conclusie Het woon- en leefklimaat ter plaatse wordt voldoende geacht. Het aspect bedrijven en milieuzonering vormt geen belemmering voor het planvoornemen.
5.4
Bodemkwaliteit
Beleid Om te zorgen voor een balans tussen bescherming van de bodemkwaliteit voor mens en milieu én gebruik van de bodem voor maatschappelijke ontwikkelingen zoals woningbouw of aanleg van wegen, is in 2008 het Besluit bodemkwaliteit (Bbk) in werking getreden. Het doel van het Bbk is duurzaam bodembeheer. Op grond van artikel 3.1.6 lid 2 van het Besluit ruimtelijke ordening moet een bodemonderzoek worden verricht om de realiseerbaarheid van een (bestemmings)wijziging te beoordelen. Voor alle bestemmingen waar een functiewijziging of een herinrichting mogelijk is, moet ten minste een verkennend bodemonderzoek worden verricht. Afhankelijk van de conclusie van dit verkennend bodemonderzoek vindt een aanvullend bodemonderzoek plaats. Verkennend bodemonderzoek Bij nieuwe ontwikkelingen is het, in het kader van een goede ruimtelijke ordening, noodzakelijk aan te tonen dat de bodem waarop de ontwikkeling plaatsvindt niet is verontreinigd. Verkennend bodemonderzoek Sint Josephstraat (ong.) te Haghorst – d.d. 12 mei 2021 Ten behoeve van de voorgenomen ontwikkeling heeft Tritium Advies een verkennend bodemonderzoek (bijlage 9 bij de toelichting) uitgevoerd op de locatie Sint Josephstraat (ong.) te Haghorst.
Onderzoekslocatie St. Josephstraat (blauw omlijnd)
NL.IMRO.0798.BPDeWelder2-VG01
Bestemmingsplan De Welder 2, Haghorst
|43
Uit de resultaten van het onderzoek blijkt het volgende: Zintuigelijk zijn over de gehele onderzoekslocatie in de boven- en ondergrond geen bodemvreemde bijmeningen aangetroffen. Uit de analyseresultaten blijkt dat in de bovengrond een lichte verontreiniging is aangetoond met koper. In de ondergrond zijn geen verontreinigingen aangetoond met koper, zink en barium. Aangetoonde lichte verontreinigingen in de grond en het grondwater betreffen een dermate laag gehalte, dat nader onderzoek hiernaar niet noodzakelijk wordt geacht. De onderzoeksresultaten leveren geen beperkingen op ten aanzien van de voorgenomen ontwikkeling. Verkennend bodemonderzoek De Welder 2, Haghorst – d.d. 4 oktober 2021 Ten behoeve van de voorgenomen ontwikkeling heeft Aeres Milieu een verkennend bodemonderzoek (bijlage 10 bij de toelichting) uitgevoerd op de percelen kadastraal bekend als gemeente Hilvarenbeek, sectie N, nummer 2170 (ged.) en sectie D, nummer. 646 (ged.).
Onderzoekslocatie De Welder 2 (rood omlijnd)
Tijdens de veldinspectie op de locatie zijn geen waarnemingen gedaan die wijzen op de aanwezigheid van bodemverontreiniging of bronnen van verontreiniging. In het opgeboorde bodemmateriaal zijn zintuiglijk geen bijzonderheden waargenomen. Uit de analyseresultaten blijkt dat in de boven- en ondergrond geen gehalten gemeten zijn die verhoogd zijn ten opzichte van de achtergrondwaarde. Het freatisch grondwater is licht verhoogd met barium, zink, xylenen en naftaleen. De resultaten van dit bodemonderzoek geven geen aanleiding tot het uitvoeren van een nader bodemonderzoek. De milieuhygiënische conditie van de bodem vormt geen belemmering voor de voorgenomen planontwikkeling (woningbouw). Verkennend bodemonderzoek – perceel gemeente Hilvarenbeek, sectie N, nummer 1435 Ten behoeve van het perceel kadastraal bekend als gemeente Hilvarenbeek, sectie N, nummer 1435 heeft Aeres Milieu tevens een verkennend bodemonderzoek (bijlage 11 bij de toelichting) uitvoeren.
NL.IMRO.0798.BPDeWelder2-VG01
Bestemmingsplan De Welder 2, Haghorst
|44
Onderzoekslocatie perceel gemeente Hilvarenbeek, sectie N, nummer 1435 (rood omlijnd)
Tijdens de veldinspectie op de locatie zijn geen waarnemingen gedaan die wijzen op de aanwezigheid van bodemverontreiniging of bronnen van verontreiniging. In het opgeboorde bodemmateriaal zijn zintuiglijk geen bijzonderheden waargenomen. Uit de analyseresultaten blijkt dat in de boven- en ondergrond geen van de onderzochte stoffen verhoogd ten opzichte van de achtergrondwaarden gemeten zijn. Het freatisch grondwater blijkt licht verhoogd met barium en plaatselijk xylenen. De resultaten van dit bodemonderzoek geven geen aanleiding tot het uitvoeren van een nader bodemonderzoek. De milieuhygiënische conditie van de bodem vormt geen belemmering voor de voorgenomen planontwikkeling met woningbouw. Conclusie De bodemkwaliteit van de onderzoekslocatie vormt geen belemmering voor de bestemmingswijzigingen en voor het afgeven van een omgevingsvergunning voor het aspect bouwen van de woningen op de onderzoekslocatie.
5.5
Cultuurhistorie
Beleid Onder de noemer Modernisering Monumentenzorg (MoMo) heeft het Rijk in 2009 een aanzet gegeven voor een goede afweging van het belang van de cultuurhistorie in de ruimtelijke ordening. Gepleit wordt voor een verantwoorde verankering van de integrale cultuurhistorie in structuurvisies, bestemmingsplannen en milieueffectrapportages. Het voornaamste doel hiervan is om het cultuurhistorische karakter van Nederland op gebiedsniveau te behouden en te versterken. Op 5 juli 2011 is een wijziging van het Besluit ruimtelijke ordening (Bro) gepubliceerd. Vanaf 1 januari 2012 moet ieder nieuw bestemmingplan een analyse van cultuurhistorische waarden bevatten. In aansluiting op de vaststelling van de Wet tot wijziging van de Monumentenwet 1988 en de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht in mei 2011, zijn op 17 juni 2011 het Bro, het Besluit omgevingsrecht (Bor) en het Besluit archeologische monumentenzorg (Bamz) aangepast.
NL.IMRO.0798.BPDeWelder2-VG01
Bestemmingsplan De Welder 2, Haghorst
|45
Door een wijziging van het Bro moeten cultuurhistorische waarden voortaan vooraf in het proces van ruimtelijke ordening worden meegenomen, met name bij de voorbereiding en vaststelling van bestemmingsplannen. Het Bro bevat eisen waaraan de voorbereiding van een bestemmingsplan moet voldoen. Zo wordt er onder meer een beschrijving verlangd van de manier waarop met de in het gebied aanwezige cultuurhistorische waarden en in de grond aanwezige of te verwachten monumenten wordt omgegaan. De wetgever wil hiermee bereiken dat aandacht voor cultuurhistorische waarden voortaan in het planproces naar voren wordt gehaald. In de toelichting van het bestemmingsplan dient een beschrijving te worden opgenomen hoe met de in het gebied aanwezige cultuurhistorische waarden en in de grond aanwezige of te verwachten monumenten rekening is gehouden. De opsteller en vaststeller van het bestemmingsplan is daarmee dus verplicht om breder te kijken dan alleen naar het facet archeologie. Ook de facetten historische (steden)bouwkunde en historische geografie dienen te worden meegenomen in de belangenafweging. Hierbij gaat het om zowel beschermde als niet formeel beschermde objecten en structuren. De Erfgoedwet, van kracht sinds 1 juli 2016, bundelt wet- en regelgeving op het gebied van behoud en beheer van het cultureel erfgoed in Nederland in één nieuwe wet.
Een groot deel van de bestaande wet- en regelgeving (Monumentenwet, Wet ruimtelijke ordening) is overgenomen in de Erfgoedwet, bijvoorbeeld de aanwijzing van rijksmonumenten, wie welke verantwoordelijkheden heeft en hoe het toezicht daarop wordt uitgeoefend. Voor het eerst is er nu één integrale wet die betrekking heeft op onze museale objecten, musea, monumenten en archeologie op het land en onder water. Voorheen was het behoud en beheer van ons erfgoed geregeld in zes verschillende wetten met elk hun eigen procedures en beschermingsmaatregelen. Het uitgangspunt is dat de beschermingsniveaus zoals die in de eerdere wetten en regelingen golden, worden gehandhaafd. Daarnaast worden aan de Erfgoedwet een aantal nieuwe bepalingen toegevoegd. Samen met de Omgevingswet, die in 2024 wordt ingevoerd, wordt een integrale bescherming van ons cultureel erfgoed mogelijk. Provinciale Cultuurhistorische Waardenkaart In de provincie Noord-Brabant dienen in het kader van het behoud van waardevolle cultuurhistorische elementen en archeologische vindplaatsen, bestemmingsplannen te worden getoetst aan de provinciale Cultuurhistorische Waardenkaart (CHW). Hierop staan de bepalende cultuurhistorische elementen aangegeven.
NL.IMRO.0798.BPDeWelder2-VG01
Bestemmingsplan De Welder 2, Haghorst
|46
Uitsnede Cultuurhistorische Waardenkaart
Regio ‘De Kempen’ Op de CHW is af te lezen dat het plangebied ligt in de regio ‘De Kempen’. De Kempen is een zwak golvend dekzandlandschap dat bestaat uit dekzandvlakten en -ruggen. De dekzandruggen hebben een zandige bodem waar regenwater infiltreert, dat in de beekdalen als kwel naar boven komt. De ruimtelijke identiteit van het ontginningslandschap van de Kempen wordt gevormd door de contrasten tussen de verschillende agrarische gebruikseenheden: de akkers, graslanden en woeste gronden. De akkercomplexen, dorpen en gehuchten liggen vanouds op de rand van de beekdalen. In de afgelopen decennia zijn de verschillen tussen de oude en jonge ontginningen genivelleerd door ruilverkaveling, normalisatie van de beken en de uitbreiding van steden en dorpen. De dorpen van de Kempen hebben zich afhankelijk van hun ligging verschillend ontwikkeld. De kernen die liggen aan belangrijke routes zijn uitgegroeid tot suburbane woonkernen met soms redelijk grote bedrijventerreinen. De dorpen op afstand van deze routes hebben een landelijker karakter en zijn beperkter in omvang gebleven. De ontwikkelingsstrategie voor dit gebied is: 1. Behoud door ontwikkeling of versterking van de samenhang van de dragende structuren van de regio; 2. De cultuurhistorische waarden van de Kempen in hun samenhang verder ontwikkelen, beschermen en toeristisch-recreatief ontsluiten.
Dit geldt in het bijzonder voor de cultuurhistorische landschappen; Het Groene Woud, Dommeldal, Oud zandlandschap bij Oerle-Knegsel, Oud zandlandschap Cartierheide, Oud zandlandschap bij Stiphout en de Landgoederenzone ten zuiden van Tilburg; NL.IMRO.0798.BPDeWelder2-VG01
Bestemmingsplan De Welder 2, Haghorst
|47
3.
Het duurzaam en in samenhang behouden van het bodemarchief (o.a. door afstemming van het gemeentelijk archeologiebeleid) van de archeologische landschappen: Dekzandeiland Moergestel-Hilvarenbeek, Kempenland, Keersop-Dommel, Dekzandeiland Tongelreep-Groote Aa en Helmondse Akkers.
Met het planvoornemen wordt woningbouw mogelijk gemaakt. De woningen worden georiënteerd richting de oostzijde van het plangebied. Hiermee wordt aansluiting gezocht op de bestaande woongebieden behorende bij de kern Haghorst. De gronden grenzend aan het buitengebied worden grotendeels ingericht als landschappelijke zone. Deze zone zorgt voor een overgang van de woonkern naar het buitengebied, waardoor de landschappelijke buffer blijft bestaan. Hierdoor sluit het voornemen aan op de nabije omgeving; het planvoornemen is passen in het omringende ‘landschap’. Historische geografie (lijn) - Redelijk hoog De Sint Josephstraat is aangewezen als historisch geografische lijn van redelijk hoge waarde. Om te zorgen dat er in de omgeving een eenheid blijft bestaan tussen de verschillende woningen, zal bij de nieuwe woningen langs deze weg, stedenbouwkundig aansluiting worden gezocht bij de omliggende woningen. De cultuurhistorische waarden en kenmerken van deze lijn zal hierdoor intact blijven. Cultuurhistoriekaart Hilvarenbeek Op 26 juni 2013 heeft de gemeenteraad van Hilvarenbeek besloten tot vaststelling van de ‘Cultuurhistoriekaart’. Deze gemeentelijk grondgebied dekkende kaart, met bijbehorend rapport, bevat een inventarisatie van diverse ‘cultuurhistorische elementen’ binnen de gemeente, waaronder objecten, lijnen en structuren.
Op 14 november 2013 is een aangepaste versie van deze ‘Cultuurhistoriekaart’ vastgesteld door de gemeenteraad. Besloten is dat de waarden van deze kaart door dienen te worden vertaald in de regels van álle gemeentelijke bestemmingsplannen. Hiertoe is in december 2021 het ‘Parapluplan Cultuurhistorie Hilvarenbeek’ vastgesteld.
NL.IMRO.0798.BPDeWelder2-VG01
Bestemmingsplan De Welder 2, Haghorst
|48
Uitsnede cultuurhistoriekaart
Het plangebied is niet gelegen in of nabij gebieden met een cultuurhistorische waarden. Wel zijn de Sint Josephstraat en De Haan als Historische Geografie wegen – Weg voor 1840 aangewezen. Zoals hiervoor al aangegeven wordt langs deze zijde van het plangebied stedenbouwkundig aansluiting gezocht bij de omliggende woningen. De cultuurhistorische waarden en kenmerken van deze lijn c.q. weg zal hierdoor intact blijven. Het voornemen is in lijn met het cultuurhistorische beleid van de gemeente Hilvarenbeek. Conclusie Het aspect cultuurhistorie vormt geen belemmering voor het planvoornemen.
5.6
Externe veiligheid
Beleid Externe veiligheid heeft betrekking op het beheersen van risico’s die mensen lopen door opslag, productie, gebruik en vervoer van gevaarlijke stoffen in hun omgeving. Het gaat hierbij om de risico's van inrichtingen met gevaarlijke stoffen, het vervoer van gevaarlijke stoffen over de weg en water en door buisleidingen. Besluit externe veiligheid inrichtingen Het Besluit externe veiligheid inrichtingen (Bevi) legt veiligheidsnormen op aan bedrijven die een risico vormen voor personen. Het gaat daarbij onder meer om bedrijven die vallen onder het BRZO (Besluit Risico's Zware Ongevallen), LPG-tankstations en opslagplaatsen met gevaarlijke stoffen.
NL.IMRO.0798.BPDeWelder2-VG01
Bestemmingsplan De Welder 2, Haghorst
|49
Belangrijke begrippen in het kader van externe veiligheid zijn het plaatsgebonden risico en het groepsrisico. Het plaatsgebonden risico (PR) is in het Bevi gedefinieerd als het "risico op een plaats buiten een inrichting, uitgedrukt als de kans per jaar dat een persoon die onafgebroken en onbeschermd op die plaats zou verblijven, overlijdt als rechtstreeks gevolg van een ongewoon voorval binnen die inrichting waarbij een gevaarlijke stof of gevaarlijke afvalstof betrokken is". Het groepsrisico (GR) is gedefinieerd als de "cumulatieve kansen per jaar dat ten minste 10, 100 of 1000 personen overlijden als rechtstreeks gevolg van hun aanwezigheid in het invloedsgebied van een inrichting en een ongewoon voorval binnen die inrichting waarbij een gevaarlijke stof of gevaarlijke afvalstof betrokken is". Verder zijn kwetsbare en beperkt kwetsbare objecten van belang. Kwetsbare objecten zijn bijvoorbeeld scholen, kantoorgebouwen met een bruto vloeroppervlak van meer dan 1.500 m² en woningen met een dichtheid van meer dan twee woningen per hectare. Beperkt kwetsbare objecten zijn onder meer sporthallen, zwembaden en woningen met een dichtheid van maximaal twee woningen per hectare. Het Bevi bevat eisen voor het plaatsgebonden risico en regels voor het groepsrisico.
Voor het plaatsgebonden risico geldt onder meer een grenswaarde van 10-6 per jaar voor kwetsbare objecten in nieuwe situaties (PR-contour). Voor het groepsrisico geldt dat de gemeenteraad verantwoording moet afleggen over de wijze waarop het groepsrisico is meegewogen in de besluitvorming. Besluit externe veiligheid transportroutes Het externe veiligheidsbeleid voor het vervoer van gevaarlijke stoffen is vanaf 1 april 2015 vastgelegd in de Wet Basisnet en de Wet vervoer gevaarlijke stoffen (Wgvs). Voor ruimtelijke ordening in relatie tot transportroutes is er het Besluit externe veiligheid transportroutes (Bevt). Dit besluit is gebaseerd op de Wet ruimtelijke ordening en de Wet milieubeheer. Volgens het Bevt mag op grond van een ruimtelijk besluit geen kwetsbaar object in de veiligheidszone worden gebouwd. Nieuwe beperkt kwetsbare objecten mogen alleen in uitzonderlijke gevallen in de veiligheidszone worden toegestaan. Het Bevt gaat ook in op de hoogte van het groepsrisico. Wanneer het aannemelijk is dat het groepsrisico ver beneden de oriëntatiewaarde blijft of nauwelijks toeneemt, is een verantwoording van het groepsrisico niet verplicht. Besluit externe veiligheid buisleidingen Het Besluit externe veiligheid buisleidingen (Bevb) regelt de taken en verantwoordelijkheden van leidingexploitanten en gemeenten.
De belangrijkste eisen aan bestemmingplannen zijn: ruimtelijke reservering voor plaatsgebonden risico, verantwoording van het groepsrisico en een ruimtelijke reservering voor zogenoemde belemmeringenstroken met een aanlegvergunningenstelsel. Inventarisatie risicobronnen Voor de inventarisatie van de risicobronnen is gebruik gemaakt van de risicokaart van de provincie Noord-Brabant, zie onderstaande afbeelding.
NL.IMRO.0798.BPDeWelder2-VG01
Bestemmingsplan De Welder 2, Haghorst
|50
Uitsnede risicokaart (plangebied groen omcirkeld)
Inrichtingen Op een afstand van circa 1.650 meter van het plangebied ligt een risicovolle inrichting. Het betreft een bovengrondse propaantank (3 m3) met een veiligheidsafstand (op basis van het activiteitenbesluit) van 10 meter. Het plangebied ligt op voldoende afstand, waardoor de inrichting geen belemmering vormt voor het planvoornemen. Transport over wegen Uit onderzoek uit 2018 in het kader van het 'project vervoer gevaarlijke stoffen' door de OMWB blijkt dat het initiatief binnen het invloedsgebied valt van de transportbewegingen met gevaarlijke stoffen die over de Sint Josephstraat te verwachten zijn. Er dient getoetst te worden aan artikel 7 van het Besluit externe veiligheid transportroutes. Op grond van artikel 7 van het Bevt moet in dergelijke gevallen worden ingegaan op de mogelijkheden voor: De bestrijdbaarheid van een zwaar ongeval op deze transportroute; en De zelfredzaamheid met betrekking tot nog niet aanwezige (beperkt) kwetsbare objecten binnen het plangebied. Volgens artikel 9 van het Bevt moet de veiligheidsregio in de gelegenheid worden gesteld om hierover een advies uit te brengen. In het kader van het zogenaamde vooroverleg is het plan toegezonden aan de Veiligheidsregio.
Bestrijdbaarheid van de omvang van een ramp of zwaar ongeval Een calamiteit, waarbij toxische stoffen (kunnen) vrijkomen, zal de brandweer inzetten op het beperken of voorkomen van effecten. Deze inzet zal voornamelijk plaatsvinden bij de bron. De brandweer richt zich dan niet direct op het bestrijden van effecten in of nabij het plangebied. De mogelijkheden voor bestrijdbaarheid worden daarom niet verder in beschouwing genomen.
NL.IMRO.0798.BPDeWelder2-VG01
Bestemmingsplan De Welder 2, Haghorst
|51
Mogelijkheden tot zelfredzaamheid Bij een calamiteit, waarbij toxische stoffen (kunnen) vrijkomen, is het belangrijk dat de aanwezigen in het plangebied worden geïnformeerd hoe te handelen bij dat incident. Hiervoor wordt gebruik gemaakt van de zogenaamde waarschuwings- en alarmeringspalen (WAS-palen) of NL-alert. Bij het genoemde incidentscenario is het advies om te schuilen in een gebouw en de ramen, deuren en ventilatieopeningen te sluiten. In het plangebied zijn voldoende mogelijkheden aanwezig om dit advies tijdig op te volgen. Verder wordt aangesloten bij de standaard verantwoording en het standaard advies van de Veiligheidsregio, welke als bijlage 12 bij de toelichting is opgenomen. Transport over water Binnen of in de directe omgeving van het plangebied zijn geen vaarwegen aanwezig die relevant zijn in het kader van externe veiligheid. Transport over het spoor Uit de risicoatlas voor vervoer van gevaarlijke stoffen over het spoor blijkt dat in het plangebied en de directe omgeving geen spoorwegen aanwezig zijn die relevant zijn in het kader van externe veiligheid. Transport per buisleiding In de nabijheid van het plangebied bevinden zich een tweetal buisleidingen. Op een afstand van circa 150 meter ten noorden van het plangebied bevindt zich een transportleiding van defensie. Voor de leiding geldt een risicocontour (PR 10-6) van 0 meter.
Daarnaast ligt ten oosten van het plangebied een transportleiding (K1-leiding) op circa 1.550 meter. Hiervoor geldt een risicocontour (PR 10-6) van 10 meter. Het plangebied ligt op voldoende afstand, waardoor beiden buisleidingen geen belemmering vormen voor het planvoornemen. Conclusie Het aspect externe veiligheid vormt geen belemmering voor het planvoornemen.
5.7
Geluid
Beleid Bij het opstellen of herzien van een bestemmingsplan worden de regels van de Wet geluidhinder (Wgh) toegepast. De Wgh kent drie soorten geluidsbronnen: industrie, wegverkeer en spoorwegen. De wet bevat geluidsnormen en richtlijnen over de toelaatbaarheid van geluidsniveaus als gevolg van deze bronnen. Indien het bestemmingsplan een geluidsgevoelig object mogelijk maakt binnen een geluidzone van deze bronnen, of indien het plan een nieuwe geluidsbron mogelijk maakt, dient akoestisch onderzoek plaats te vinden bij het voorbereiden van de vaststelling van het bestemmingsplan. In onderhavig bestemmingsplan is alleen wegverkeerslawaai relevant. Onderzoek In het kader van de realisatie van nieuwbouwwoningen heeft K+ Adviesgroep een akoestisch onderzoek (bijlage 13 bij de toelichting) verricht naar de te verwachten optredende geluidbelastingen vanwege wegverkeerslawaai. Het akoestisch onderzoek is noodzakelijk omdat het plan is gelegen binnen de geluidzone van de Witvenstraat en De Haan (60 km/uur). In het kader van een goede ruimtelijke ordening zijn tevens de Sint Jospehstraat en Emmerseweg opgenomen in het akoestisch onderzoek.
NL.IMRO.0798.BPDeWelder2-VG01
Bestemmingsplan De Welder 2, Haghorst
|52
Gezoneerde wegen De geluidbelasting ten gevolge van de Witveenstraat en De Haan bedragen respectievelijk maximaal 48 dB en 41 dB, incl. aftrek artikel 110g. Deze waardes liggen onder de voorkeursgrenswaarde, waardoor geen hogere waarde ten aanzien van één van deze wegen hoeft te worden aangevraagd. De Wet geluidhinder legt ten gevolge van deze wegen geen restricties op aan het plan. Niet gezoneerde wegen Bij de overige onderzochte wegen is er sprake van een 30 km/zone, zodat niet hoeft te worden getoetst aan de Wet geluidhinder. In het kader van een goede ruimtelijke ordening worden de wegen wel beschouwd en wordt ook het toetsingskader van de Wet geluidhinder gehanteerd. Voor de Sint Josephstraat zijn in een aantal waarneempunten gevelbelastingen vastgesteld hoger dan de ‘voorkeursgrenswaarde’. De geluidbelasting ten gevolge van deze weg is namelijk maximaal 58 dB, zonder aftrek artikel 110g. Zou die aftrek wel worden gehanteerd, dan is de geluidbelasting 53 dB waarmee deze boven de voorkeursgrenswaarde zou liggen wanneer getoetst zou worden aan de Wet geluidhinder. De maximale ontheffingswaarde wordt echter niet overschreden. Omdat er geen sprake is van een gezoneerde weg, hoeft ook geen hogere waarden ten aanzien van deze weg worden aangevraagd.
Uit het oogpunt van wooncomfort en gezondheid wordt echter geadviseerd wel maatregelen te treffen om een binnenniveau van 33 dB te garanderen. Bij de Emmerseweg wordt de voorkeursgrenswaarde niet overschreden. De geluidbelasting is ten hoogste 46 dB (excl. art. 110g Wgh). Zou de aftrek gehanteerd mogen worden, is de belasting 41 dB (incl. art. 110g) waarmee deze waarde onder de voorkeursgrenswaarde ligt. Er is sprake van een goed woon- en leefklimaat. Conclusie Het aspect geluid vormt geen belemmering voor het planvoornemen.
5.8
Geur
Beleid In het kader van de ruimtelijke procedure dient enerzijds nagegaan te worden of er ter plaatse van het plangebied een aanvaardbaar woon- en leefklimaat kan worden gegarandeerd (milieu hygiënische toets) en anderzijds of het planvoornemen leidt tot een belemmering van vergunden rechten van bedrijven in de omgeving. Voor veehouderijen is het geurbeleid vastgesteld in de op 1 januari 2007 inwerking getreden Wet geurhinder en veehouderijen (Wgv). De Wgv geeft normen voor de geurbelasting die een veehouderij mag maken op een geurgevoelig object (zoals een woning). Daarbij wordt onderscheid gemaakt tussen de ligging binnen en buiten de bebouwde kom. De Wgv bevat afstandsnormen die in acht moeten worden genomen. In artikel 3 van de wet zijn de ten hoogste toegestane geurbelastingen bepaald. Locatie geurgevoelig object Ten hoogste toegestane geurbelasting Concentratiegebied, binnen bebouwde kom 3,0 OUe/m3 Concentratiegebied, buiten bebouwde kom 14,0 OUe/m3 Niet-concentratiegebied, binnen bebouwde 2,0 OUe/m3 kom Niet-concentratiegebied, buiten bebouwde 8,0 OUe/m3 kom NL.IMRO.0798.BPDeWelder2-VG01
Bestemmingsplan De Welder 2, Haghorst
|53
Op basis van artikel 3.2 Wgv geldt dat de minimum afstand van een veehouderij tot een geurgevoelig object binnen de bebouwde kom tenminste 100 meter dient te zijn. Wanneer het geurgevoelig object buiten de bebouwde kom is gelegen dient deze afstand minimaal 50 meter te zijn. De GGD hanteert de volgende gezondheidskundige advieswaarden. Deze waardes zijn strenger dan de wettelijke normen.
Bij ontwikkelingen met dieren zonder (wettelijke) emissiefactor, zoals melkrundvee, wordt vanuit geur een afstand van minstens 100 meter vanaf de rand van een bedrijf tot de dichtstbijzijnde gevoelige bestemming gehanteerd. Geurverordening De gemeente Hilvarenbeek heeft de op 22 september 2011 vastgestelde geurverordening op 17 december 2015 gewijzigd. De gemeente Hilvarenbeek heeft een geurverordening vastgesteld met geurnormen die afwijken van de landelijke normen. Het plangebied is gelegen binnen deelgebied C ‘invloedsgebied zoekgebied wonen’, waar de geurbelasting maximaal 7,0 ouE/m³ mag bedragen. De bestaande woningen die in de directe omgeving gelegen zijn liggen binnen deelgebied A ‘invloedsgebied woonkernen’, waar de geurbelasting maximaal 2,0 ouE/m³ mag bedragen. Onderzoek Voor de inventarisatie van de veehouderijen is gebruik gemaakt van de kaart ‘veehouderijbedrijf’ van de provincie Noord-Brabant.
Uitsnede kaart achtergrondbelasting ODZOB
Uitsnede kaart actieve veehouderijen
NL.IMRO.0798.BPDeWelder2-VG01
Bestemmingsplan De Welder 2, Haghorst
|54
In de nabijheid van het plangebied zijn diverse veehouderijen aanwezig. De dichtstbijzijnde veehouderijen zijn gelegen aan de Sint Josephstraat 23 en Emmerseweg 24. De meest nabijgelegen veehouderij (Sint Josephstraat 23) ligt op minder dan 100 meter van het plangebied. Door DLV Advies is een omgevingstoets geurbelasting uitgevoerd. In deze toets wordt inzichtelijk gemaakt of ter plaatse sprake is van een goed woon- en leefklimaat en of de nabij gelegen agrarische bedrijven niet in hun ontwikkelingsmogelijkheden worden belemmerd ten aanzien van het aspect geur. De volledige toets is als bijlage 14 bij de toelichting opgenomen. Voor het plangebied kan op basis van de resultaten van de omgevingstoets geurbelasting worden geconcludeerd dat binnen het plangebied het woon- en leefklimaat ten aanzien van geur tenminste als redelijk goed te classificeren is en derhalve aanvaardbaar is. Conclusie Het aspect geur staat de bestemmingswijziging niet in de weg.
5.9
Gezondheidsaspecten
Beleid Het gezondheidsaspect heeft de laatste jaren steeds meer aandacht als het gaat om veehouderijen in de nabijheid van woningen en woonkernen. Met name de komst of de aanwezigheid van intensieve veehouderijen kan onrust veroorzaken over de gezondheid bij omwonenden. Mogelijke risico's voor de gezondheid kunnen worden veroorzaakt door fijnstof, stank, endotoxinen en zoönosen. Endotoxinen zijn deeltjes van bacteriën of schimmels die zitten in agrarisch stof. Zoönosen zijn infectieziekten die van dieren op mensen overdraagbaar zijn. Voorbeelden hiervan zijn de vogelgriep, MRSA, BSE en Q-koorts. De huidige onderzoeken – bekend gemaakt vanuit Ministeries, RIVM, Gezondheidsraad of GGD - maken duidelijk dat er nog veel onbekend is en dat daarom nauwkeurige uitspraken over een eventuele directe relatie tussen nabijheid van veehouderij en effecten op de gezondheid van omwonenden nog niet mogelijk zijn. Voor zover echte verbanden tussen gezondheidseffecten en veehouderij worden gevonden, hebben deze betrekking op de afstand tussen veehouderij en bewoning en op het aantal bedrijven binnen een zekere straal rond bewoonde gebieden. Uit de resultaten van huidige onderzoeken kan echter niet simpelweg worden geconcludeerd om welke afstand het gaat en bij welke concentraties gezondheidseffecten optreden.
Omdat veel mensen zich afvragen of het (on)gezond is om in de buurt van een veehouderij te wonen heeft het Rijksinstituut voor volksgezondheid en milieu (RIVM) onderzoek laten verrichten. Dit heeft geresulteerd in twee onderzoeksrapporten “Veehouderij en Gezondheid Omwonenden”, kortweg VGO 1 uit 2016 en VGO 2 uit 2017. De belangrijkste resultaten uit deze onderzoeken zijn: • Rond pluimveehouderijen en geitenhouderijen komen iets vaker longontstekingen voor; • Bij mensen die dicht bij een veehouderij wonen komen astma en neusallergie minder voor; • Mensen die in de buurt van veel veehouderijen wonen kunnen een verminderde longfunctie hebben.
NL.IMRO.0798.BPDeWelder2-VG01
Bestemmingsplan De Welder 2, Haghorst
|55
Uit het VGO 2-rapport volgt verder dat er een verhoogde kans (29%) op longontsteking is binnen een straal van 1,5 tot 2 km van geitenhouderijen en 1 km van pluimveehouderijen. De precieze oorzaak van deze verhoogde risico`s kan echter niet worden aangegeven door de GGD. Op dit moment gaat men ervan uit dat pas binnen enkele jaren meer concreet aangegeven kan worden of er oorzakelijke verbanden bestaan en wat deze inhouden. In maart 2016 is de eerste versie van de Handreiking veehouderij en volksgezondheid verschenen. De handreiking bestaat uit een algemene onderbouwing op grond waarvan volksgezondheid meegenomen dient te worden in de ruimtelijke besluitvorming en besluitvorming in het kader van milieu. Vervolgens is een wijze van beoordeling uitgewerkt (‘het stappenplan’) om tot een zorgvuldige, praktische en uniforme beoordeling te komen of er een dusdanig verhoogd risico voor de volksgezondheid bestaat dat advisering vanuit de GGD wenselijk is. Op deze manier wordt gestreefd om in Brabant, totdat er meer duidelijkheid is over een toe te passen (wettelijk) beoordelingskader, dan wel dat zich andere ontwikkelingen voordoen, gezamenlijk tot een breed gedragen werkwijze te komen die recht doet aan het belang van de volksgezondheid voor de burgers in de provincie. Inmiddels is de handreiking van maart 2016 geactualiseerd in de Handreiking veehouderij en volksgezondheid 2.0.