CConstaterende datHilvarenbeek
Koppel je AI →
Document · PDF

17 bp De Welder 2 (16 Bijlage 15 Aangepaste toelichting bestemmingsplan De Welder 2 NIEUW)

Gemeenteraad 13 juli 2023, gemeente HilvarenbeekBij agendapunt: Raadsvoorstel tot gewijzigde vaststelling van het bestemmingsplan "De Welder 2".25.052 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 3 van 3

Deze handreiking verwijst op zijn beurt weer naar de notitie die inhaakt op de lopende ontwikkeling van het landelijke endotoxinetoetsingskader en maakt gebruik van de daaruit voortkomende onderzoeksresultaten. De voorlopige onderzoekresultaten zijn voor de Gezondheidsraad in 2012 aanleiding geweest om voor de algemene bevolking een gezondheidskundige advieswaarde voor endotoxine van 30 EU/m³ aan het Rijk te adviseren. Deze advieswaarde wordt tevens gehanteerd in de notitie. Uitgangspunt in de ruimtelijke ordening is dat sprake moet zijn van een aanvaardbaar woon- en leefklimaat en derhalve de advieswaarde van 30 EU/m³ niet wordt overschreden. Door de Omgevingsdienst Zuidoost-Brabant (ODZOB) is een berekeningsmodel opgesteld waarmee de individuele afstandscontour of endotoxine-risicocontour van 30 EU/m³ eenvoudig bepaald kan worden. De GGD adviseren bij een situatie waarbij binnen een afstand van 250 meter van het te realiseren kwetsbare object een varkens- of pluimveehouderij gelegen is, gebruik te maken van de afstandsbepalingen uit de ‘Notitie Handelingsperspectieven Veehouderij en Volksgezondheid: Endotoxine toetsingskader 1.0’. Alsook de laatste Handreiking veehouderij en volksgezondheid 2.0 verwijst naar deze ‘richtafstand’. Toetsing gezondheidsaspecten De dichtstbijzijnde actieve veehouderij (Sint Josephstraat 23) ligt op circa 70 meter.

Op deze locatie worden 60 schapen, 10 vleesvarkens en 2 paarden gehouden. Op het perceel worden weliswaar varkens gehouden, maar deze zijn van dusdanig ondergeschikte aard, dat de schapenhouderij de boventoon voert. Daarnaast is op basis van de handreiking endotoxine, aan de hand van de fijnstof emissie voor pluimvee- en varkenshouderijen te berekenen of de geplande nieuwbouwlocatie binnen de endotoxine richtafstand van dergelijke individuele bedrijven ligt. Er liggen geen woningen binnen de endotoxine richtafstand van een individueel veehouderij bedrijf (aan de Sint Josephstraat 23 worden 10 vleesvarkens gehouden met een fijnstofemissie van 1,5 kg/jaar).

NL.IMRO.0798.BPDeWelder2-VG01

Bestemmingsplan De Welder 2, Haghorst

|56

Op 680 meter is een pluimveehouderij gelegen (Emmerseweg 16) waarvoor een bestemmingsplan in voorbereiding is ter sanering van de locatie. Op basis van het toetsingskader is het berekenen van een afstand groter dan 500 meter voor pluimveehouderijen niet aan de orde. Verder zijn binnen 1 kilometer geen pluimveehouderijen gelegen. Hieruit kan worden geconcludeerd dat er een aanvaardbaar leefklimaat is op onderhavige locatie met betrekking tot gezondheidseffecten van pluimvee- en varkenshouderijen in de omgeving. Op circa 700 meter van het plangebied is een geitenhouderij gelegen (Frankestraat 2). Dit is binnen een straal van 2 kilometer afkomstig uit de Handreiking veehouderij en volksgezondheid 2.0, maar buiten het geadviseerde advies van 500 meter vanuit de GGD. Overige geitenhouderijen bevinden zich op een afstand die aanmerkelijk meer bedraagt dan 2 kilometer. Hierbij dient opgemerkt te worden dat tussen voornoemde geitenhouderijen en de planlocatie meerdere woningen zijn gelegen met een aanvaardbaar woon- en leefklimaat. Tevens is ter plaatse van de planlocatie sprake van een aanvaardbaar woon- en leefklimaat. Dit zowel ten aanzien van het aspect geur als ten aanzien van endotoxine. Een cumulatie van nadelige gezondheidseffecten is hierdoor niet aan de orde. Wel worden de toekomstige bewoners van het verhoogd risico op longontsteking op de hoogte te brengen.

Uit toetsing aan het stappenplan blijkt dat enkel niet voldaan kan worden aan stap 5a, daar geitenhouderijen binnen 2 km tot het plangebied zijn gelegen. Aan de overige stappen kan worden voldaan. Aangezien niet voldaan kan worden aan stap 5, dient het bevoegd gezag te besluiten of de gezondheidssituatie aanvaardbaar is. Hiertoe is gebruik gemaakt van de mogelijkheid om advies bij de GGD in te winnen. Verder is ten aanzien van overige milieuaspecten zoals geur en fijnstof is sprake van een aanvaardbaar woon- en leefklimaat. Hierdoor kan worden geconcludeerd dat zolang nog niet duidelijk is waardoor het verhoogde risico bij geitenhouderijen ontstaat sprake is van een goede ruimtelijke ordening. Hierbij kan verwezen naar relevante jurisprudentie van de Afdeling, waaronder een uitspraak van 23 februari 2022 (zaaknummer: 202002286/1/R4), op grond waarvan naar voren komt dat alleen belangen waarvoor voldoende duidelijkheid en zekerheid bestaat een rol kunnen spelen in de besluitvorming. Aan de hand van algemeen wetenschappelijk aanvaardbare inzichten moet vast staan dat een activiteit zodanige risico’s oplevert, dat hieraan aanvullende voorschriften moeten worden verbonden of een en ander geweigerd moet worden.

Het voorzorgprincipe is naar het oordeel van de Afdeling niet gestoeld op algemeen wetenschappelijk aanvaardbare inzichten over het verband tussen het houden van geiten en negatieve gevolgen voor de gezondheid en omwonenden. Dit betekent dat het voorzorgprincipe niet in de weg staat aan de onderhavige ontwikkeling. Conclusie Ten aanzien van de gezondheidsaspecten is advies ingewonnen bij de GGD. In deze ontwikkeling ziet de GGD kansen voor gezondheidsbevordering en ‘positieve gezondheid’. De GGD waardeert het positief dat het plangebied groen en water(opvang) aanwezig zijn. Er is sprake van robuuste singels rondom de erven voor een landschappelijke en bio-diverse inpassing en bomenrijen die de dorpsafronding begeleiden. Hiertussen liggen wadi’s met specifieke soorten beplanting. In het plangebied wordt ruimte gecreëerd voor speel- en informele zitgelegenheid. Dergelijke voorzieningen kunnen een positieve invloed hebben op gezondheid, omdat het bewegen en ontmoetingen stimuleert. Een gevoel van veiligheid kan bevorderd worden door in de ontwikkeling rekening te houden met openheid en verlichting. Een goede verlichting van bijvoorbeeld wandelpaden kan een significante bijdrage leveren aan de ervaren veiligheid.

NL.IMRO.0798.BPDeWelder2-VG01

Bestemmingsplan De Welder 2, Haghorst

|57

Aansluiting op bestaande wandel- en fietspaden naar reeds bestaande voorzieningen stimuleert eveneens bewegen. Groen brengt ontspanning en koelte in de zomer.

5.10

Lichthinder

In verband met de afstand van het plangebied tot de sportvelden zijn twee lichthinderonderzoek uitgevoerd. De resultaten van deze onderzoeken zijn als bijlage 15 bij de toelichting opgenomen. Het eerste lichthinderonderzoek geeft de huidige lichthinder situatie ten gevolge van de sportveldverlichting van voetbalvereniging EDN weer. Hierbij wordt voldaan aan de grenswaarde voor de verticale verlichtingssterke. De grenswaarde voor de lichtsterkte I (in candela) ruim overschreden. In de tweede berekening wordt een situatie gemodelleerd met nieuwe (LED)armaturen. In deze situatie wordt voldaan aan de onderste grenswaarde voor de lichtsterkte van 2500 cd. Ook aan de grenswaarde voor de verticale verlichtingssterkte wordt voldaan. Ten aanzien van de ontvangers geldt dat de ontvangers ten oosten van het voetbalveld op de juiste posities zijn gemodelleerd. Ten noorden van het voetbalveld ontbreken enkele ontvangers. Als toetsingskader wordt uitgegaan van een zone E3 (stedelijk gebied). Gezien de landelijke omgeving is hier eerder een zone E2 van toepassing. In de huidige berekening wordt ook voldaan aan de grenswaarden voor zone E2. De 12 woningen die pas na het doorlopen van de wijzigingsbevoegdheid gerealiseerd kunnen worden, zijn bij de toetsing van het aspect lichthinder buiten beschouwing gelaten.

De onderzoeken/onderbouwing ten aanzien van deze woningen vinden in een later stadium plaats. Dit is juridisch gewaarborgd in de wijzigingsbevoegdheid. Conclusie Het aspect lichthinder vormt geen belemmering voor het planvoornemen.

5.11

Luchtkwaliteit

Beleid De Wet luchtkwaliteit is op 15 november 2007 in werking getreden. Met de inwerkingtreding van de Wet luchtkwaliteit is het Besluit luchtkwaliteit 2005 komen te vervallen. Voor de verschillende stoffen zijn normen (grenswaarden) opgenomen voor de jaargemiddelde concentraties en voor dagelijkse concentraties (vierentwintiguurgemiddelde). De Wet luchtkwaliteit voorziet onder meer in een gebiedsgerichte aanpak van de luchtkwaliteit via het ‘Nationaal Samenwerkingsprogramma Luchtkwaliteit (NSL)’. Van bepaalde projecten met getalsmatige grenzen is vastgesteld dat deze ‘niet in betekenende mate (NIBM)’ bijdragen aan de luchtverontreiniging. In de algemene maatregel van bestuur ‘Niet in betekenende mate (Besluit NIBM)’ en de ministeriële regeling NIBM zijn de uitvoeringsregels vastgelegd die betrekking hebben op het begrip NIBM. De definitie NIBM is 3% van de grenswaarde voor Stikstofdioxide (NO2) en Fijnstof (PM10).

NL.IMRO.0798.BPDeWelder2-VG01

Bestemmingsplan De Welder 2, Haghorst

|58

In de regeling NIBM is een lijst met categorieën van gevallen (inrichtingen, kantoor- en woningbouwlocaties) opgenomen die niet in betekenende mate bijdragen aan de luchtverontreiniging. Op grond van de regeling NIBM zijn onder andere woningenbouwprojecten met minder dan 1.500 woningen vrijgesteld van toetsing. De vigerende grenswaarden voor stikstofdioxide en fijnstof zijn in de navolgende tabel weergegeven. Stof Stikstofdioxide (NO2) Fijnstof (PM10) Fijnstof (PM2,5)

Toetsing van Jaargemiddelde concentratie Jaargemiddelde concentratie Jaargemiddelde concentratie

Grenswaarde 40 µg/m3 40 µg/m3 20 µg/m3

Vanuit gezondheid worden striktere advieswaarde gehanteerd dan de wettelijke grenswaarden, te weten PM10 15 μg/m3, PM2,5 5 μg/m3. Onderzoek Luchtkwaliteit ter plaatse Volgens de Grootschalige Concentratie- en Depositiekaarten Nederland (GCN en GDN van het Rijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieu – RIVM) is de concentratie NO2 in 2025 (gegevens 2023) ter plaatse gelegen tussen de 10 en 15 μg/m3. De concentratie PM10 in 2025 (gegevens 2023) is ter plaatse van het plangebied tussen de 14 en 16 μg/m3. De concentratie PM2,5 in 2025 (gegevens 2023) is ter plaatse tussen de 8 en 10 μg/m3. De PM2,5 concentratie voldoet niet aan de gezondheidskundige advieswaarden van de WHO, maar wel aan de grenswaarden conform de Wet luchtkwaliteit. De vigerende luchtkwaliteit ter plaatse wordt derhalve voldoende geacht. Luchtkwaliteit t.g.v. planvoornemen Het onderhavige planvoornemen betreft een woningbouwontwikkeling, welke ruim onder de gestelde grens van 1.500 woningen ligt. Gesteld kan worden dat het planvoornemen ‘niet in betekenende mate’ (NIBM) bijdraagt aan een verslechtering van de luchtkwaliteit, hetgeen betekent dat in principe geen nader onderzoek noodzakelijk is. Conclusie Het aspect luchtkwaliteit vormt geen belemmering voor het planvoornemen.

5.12

Natuurwetgeving

Beleid Wet natuurbescherming Per 1 januari 2017 is de Wet natuurbescherming (Wnb) in werking getreden. De Flora- en faunawet, de Natuurbeschermingswet 1998 en de Boswet zijn opgegaan in deze wet. De wet bevat regels voor de bescherming van in het wild levende dier- en plantensoorten en de belangrijkste natuurgebieden in Nederland.

NL.IMRO.0798.BPDeWelder2-VG01

Bestemmingsplan De Welder 2, Haghorst

|59

Natura 2000-gebieden Natura 2000 is de benaming voor een Europees netwerk van natuurgebieden waarin belangrijke flora en fauna voorkomen, gezien vanuit een Europees perspectief. Per Natura 2000-gebied zijn (instandhoudings-)doelen (voor soorten en vegetatietypen) opgesteld. Iedereen die vermoedt of kan weten dat zijn handelen of nalaten, gelet op de instandhoudingsdoelen, nadelige gevolgen voor een Natura 2000-gebied kan hebben, is verplicht deze handelingen achterwege te laten of te beperken. Natuurnetwerk Nederland Het Natuurnetwerk Nederland (NNN), voorheen de Ecologische Hoofdstructuur (EHS) genoemd, is het Nederlandse netwerk van bestaande en nieuw aan te leggen natuurgebieden. Het netwerk moet natuurgebieden beter met elkaar en het omringende agrarische gebied verbinden. In het Natuurnetwerk Nederland liggen: • Bestaande natuurgebieden, waaronder 20 nationale parken; • Gebieden waar nieuwe natuur aangelegd wordt; • Landbouwgebieden, beheerd volgens agrarisch natuurbeheer; • Ruim 6 miljoen hectare grote wateren, meren, rivieren, de kustzone van de Noordzee en de Waddenzee; • Alle Natura 2000-gebieden. Beschermde planten en dieren De Wet natuurbescherming kent drie algemene beschermingsregimes: 1. Soorten vogelrichtlijn: dit zijn alle van nature in Nederland in het wild levende vogels (zoals bedoeld in artikel 1 van de Vogelrichtlijn); 2.

Soorten Habitatrichtlijn: dit zijn soorten die genoemd worden in Bijlage IV van de Habitatrichtlijn, Bijlage I en II van het Verdrag van Bern en Bijlage II van het Verdrag van Bonn. In de bijlagen van de Verdragen van Bern en Bonn worden ook vogels genoemd; 3. Andere soorten: dit zijn soorten die genoemd worden in Bijlage A van de Wnb. Het gaat hier om de bescherming van zoogdieren, amfibieën, reptielen, vissen, dagvlinders, libellen, kevers en vaatplanten voorkomend in Nederland. De beschermde status van soorten kan echter per provincie verschillen. Provincies hebben de bevoegdheid om bij een provinciale verordening vrijstelling te verlenen voor nationaal beschermde soorten. Voor soorten die ook niet in de bijlagen van de Wnb worden genoemd, fungeert de zorgplichtbepaling (artikel 1.11 Wnb) als vangnet. Op grond van deze bepaling moeten schadelijke handelingen voor alle in het wild levende dieren en planten en hun directe leefomgeving in beginsel achterwege worden gelaten, dan wel moeten maatregelen worden genomen om schadelijke gevolgen (zoveel mogelijk) te beperken.

NL.IMRO.0798.BPDeWelder2-VG01

Bestemmingsplan De Welder 2, Haghorst

|60

Quickscan natuurwetgeving Ten behoeve van de voorgenomen ontwikkeling heeft Aeres Milieu B.V. in samenwerking met Faunaconsult B.V. een quickscan natuurwetgeving (bijlage 16 bij de toelichting) uitgevoerd. Het risico bestaat dat het plangebied deel uitmaakt van leefgebieden voor diverse beschermde soorten. Dit onderzoek geeft inzicht in de mogelijke knelpunten in het kader van natuurwetgeving en – beleid en mogelijke effecten als gevolg van het project. Het doel van dit onderzoek is om vast te stellen of de natuurwetgeving de geplande ontwikkeling in de weg staat. Natura 2000 De plannen zullen naar verwachting geen direct effect op de natuurwaarden in Natura 2000gebieden hebben. Het is wel mogelijk dat de komst van de woningen zal leiden tot een (significante) toename van stikstofdepositie op Natura 2000-gebieden. Om hier een uitspraak over te kunnen doen is een stikstofberekening uitgevoerd voor het planvoornemen. Verderop in deze paragraaf wordt hier nader op ingegaan. Natuurnetwerk Brabant (NNB) De bouw en het gebruik van de woningen en de toenemende verkeersbewegingen hebben naar verwachting geen negatieve effecten op het NNB. Omdat er geen negatieve effecten op het NNB zijn te verwachten, zijn er op dit punt geen bezwaren vanuit het provinciale natuurbeleid.

Beschermde planten en dieren Algemeen voorkomende grondgebonden zoogdieren en amfibieën In het plangebied komen mogelijk zoogdieren en amfibieën voor, die onder de Wnb zijn beschermd. Het gaat om algemeen voorkomende soorten (zogenaamde A-soorten), waarvoor in de provincie Noord-Brabant een algemene vrijstelling geldt in geval van ruimtelijke ontwikkeling en beheer en onderhoud. Dit houdt in dat deze soorten verstoord mogen worden, zonder dat daar vooraf een ontheffing voor is verkregen. Wel geldt altijd de Zorgplicht (artikel 1.11 Wnb); deze houdt in dat nadelige gevolgen voor dieren en planten altijd zoveel mogelijk moeten worden voorkomen: Door passende vluchtroutes beschikbaar te stellen en het werken op aangepast tempo vanuit een drukke naar rustige locatie, hebben dieren de mogelijkheid om te vluchten; Door niet te werken na zonsondergang wordt het gebruik van kunstmatige verlichting (dat een verstorende werking kan hebben op zoogdieren en ander fauna) zoveel mogelijk vermeden. Om aan de algemene zorgplicht te voldoen, moeten dieren die tijdens de werkzaamheden worden aangetroffen, zo snel mogelijk naar een aangrenzende locatie buiten het plangebied worden verplaatst.

NL.IMRO.0798.BPDeWelder2-VG01

Bestemmingsplan De Welder 2, Haghorst

|61

Vogels In de opgaande vegetaties in het plangebied komen mogelijk beschermde vogelnesten voor tijdens het broedseizoen. Het gaat om vogels waarvan het nest niet jaarrond wordt beschermd of als strenger beschermd wordt beschouwd. Hiervoor zijn maatregelen die negatieve effecten voorkomen wel verplicht: Verstoring van broedvogels en vernietiging van vogelnesten kan worden voorkomen door de vegetatie buiten de periode 15 maart – 15 juli (het broedseizoen van de meeste vogels) te verwijderen. Door naleving van deze maatregel worden ten aanzien van vogels geen overtredingen op de Wet natuurbescherming begaan. Omdat vogels, afhankelijk van het weer en andere factoren, sporadisch ook buiten de periode 15 maart – 15 juli broeden, kan het verwijderen van opgaande vegetatie toch leiden tot overtreding van de Wnb. Indien blijkt dat er broedende vogels aanwezig zijn, dan mogen deze niet worden verstoord. Ook mogen in gebruik zijnde nesten niet worden vernield. Indien het niet mogelijk is om buiten het broedseizoen te werken, dienen geschikte broedlocaties voorafgaand aan het broedseizoen ongeschikt te worden gemaakt en gehouden te worden totdat de werkzaamheden zijn afgerond.

Indien werkzaamheden starten binnen het broedseizoen, dient door een deskundige ecoloog onderzocht te worden of broedende vogels ter plaatse aanwezig zijn; Kerkuil In de halfopen schuur bij Witvenstraat 27 (buiten het plangebied) bevindt zich een roestplaats van de kerkuil. De als weilanden/speelveld (gazon) ingerichte delen van het plangebied vormen daarom mogelijk foerageergebied van deze soort. Kerkuilennesten en het leefgebied van de kerkuil zijn in Noord-Brabant beschermd onder de Wet natuurbescherming. Daarom dient er, wanneer er foerageergebied verloren gaat, een ontheffing te worden aangevraagd. Om uit te kunnen sluiten of het plangebied al dan niet als foerageergebied dient, moet de functie van het plangebied en haar omgeving voor de kerkuil in kaart te worden gebracht volgens BIJ12 (2017). Het kerkuilenonderzoek is verderop in deze paragraaf nader uitgewerkt. Vleermuizen: verstoring voorkomen De laanbomen aan de noord-, zuid- en zuidwestzijde van het plangebied fungeren mogelijk als vaste vliegroute en/of foerageergebied van vleermuizen. Omdat deze bomen niet worden gekapt, is er geen aantasting van een vaste vliegroute of foerageergebied.

Om verstoring van vleermuizen te voorkomen, mag er tot op een afstand van 10 meter van deze bomen alleen vleermuisvriendelijke buitenverlichting worden geplaatst; van de bomen af omlaag gerichte straatverlichting, met een scherpe bundel, zoals ledlampen. Hierbij kan worden gekozen voor amberkleurige UV-vrije led armaturen of rood licht. Waardevolle bomen: beuken De beukengroep in de achtertuin van Sint Josephstraat 14A staat op de lijst waardevolle bomen, zoals opgesteld door de gemeente Hilvarenbeek (Gemeente Hilvarenbeek, 2022). Voor het kappen van bomen op deze lijst dient een gunning te worden aangevraagd bij de gemeente Hilvarenbeek. De overige bomen mogen wel gekapt worden zonder vergunningsaanvraag of meldingsplicht.

NL.IMRO.0798.BPDeWelder2-VG01

Bestemmingsplan De Welder 2, Haghorst

|62

Overige soorten Indien een soort die niet in de quickscan wordt genoemd en bij aanvang van de werkzaamheden in het terrein wordt geconstateerd, dient hier passend op te worden gereageerd. Het is hierbij nodig om contact op te nemen met een ter zake kundige en een maatregel toe te passen, zodat de wet niet wordt overtreden. Rugstreeppad Het plangebied is in de huidige staat ongeschikt als (voortplantings)habitat voor rugstreeppad. Door het bouwrijp maken van het terrein, wordt dit echter geschikt voor deze pionierssoort. Door te voorkomen dat er in de bouwfase plasjes op het terrein ontstaan, wordt voorkomen dat er rugstreeppadden komen om eisnoeren af te zetten. Kerkuilenonderzoek In de quickscan natuurwetgeving is een kerkuilenroestplaats in de halfopen schuur bij Witvenstraat 27 (buiten het plangebied) geconstateerd. Daarbij werd mogelijk geacht dat de weilanden/graslanden in het plangebied fungeren als foerageergebied voor de kerkuil. Op basis van deze bevindingen heeft Aeres Milieu B.V. (in samenwerking met Faunaconsult) een aanvullend kerkuilenonderzoek uitgevoerd. Het voorkomen van kerkuilennesten/kerkuilennestkasten is opgevraagd bij de uilenwerkgroep Hilvarenbeek. De coördinator van de uilenwerkgroep Hilvarenbeek heeft vervolgens de locaties van bewoonde kerkuilennestkasten rond Haghorst doorgestuurd.

Het dichtstbijzijnde kerkuilennest bevindt zich op zo’n 500 meter van het plangebied. De overige twee kerkuilennesten bevinden zich op zo’n 600 meter. Vanwege de afstand, en doordat de omgeving in een straal van 1 kilometer rond de nesten voornamelijk bestaat uit grasland/weiland, heeft het verlies aan foerageergebied in het plangebied geen noemenswaardig effect op de instandhouding van de aanwezige kerkuilen. Ook de coördinator van de uilenwerkgroep Hilvarenbeek liet weten dat het verlies aan foerageergebied in het plangebied erg marginaal is, doordat er rond de nestkasten ruim voldoende foerageergebied overblijft. Bij de voorgenomen plannen hoeft daarom geen ontheffing op de Wet natuurbescherming te worden aangevraagd. Stikstof Het Programma Aanpak Stikstof (PAS) en de daarbij behorende toetsingskader is in werking getreden op 1 juli 2015. Te veel stikstof is slecht voor de natuur, waardoor een natuurvergunning of een ander toestemmingsbesluit nodig is voor activiteiten waar stikstof bij vrij komt (bijvoorbeeld in de landbouw, woningbouw of de industrie). Tot 29 mei 2019 was toestemming voor dergelijke activiteiten gebaseerd op het Programma Aanpak Stikstof. Op 29 mei 2019 heeft de Afdeling Bestuursrechtspraak van de Raad van State het PAS ongeldig verklaard. Het Programma Aanpak Stikstof (PAS) biedt niet genoeg bescherming aan zogenoemde Natura 2000-gebieden.

Een nieuwe stikstofrekentoepassing maakt sommige bouwprojecten toch mogelijk. Het kabinet heeft een nieuwe rekenmethode naar buiten gebracht (de ‘AERIUS Calculator’) welke het verlenen van vergunning voor projecten mogelijk moet maken. De natuur wordt niet geraakt zolang de depositie van stikstof op beschermde natuurgebieden niet hoger bedraagt dan 0,00 mol/ha/j.

NL.IMRO.0798.BPDeWelder2-VG01

Bestemmingsplan De Welder 2, Haghorst

|63

Voor de realisatie van de woningbouwontwikkeling van de Welder 2 is een berekening van de stikstofdepositie op Natura 2000-gebieden voor zowel de aanleg- als de gebruiksfase (bijlage 18 bij de toelichting) uitgevoerd. Uit de berekeningen blijkt dat – met de uitgangspunten die in dit onderzoek gedaan zijn – geen toename van de stikstofdepositie groter dan 0,00 mol/ha/jaar is berekend. Voor dit planvoornemen is zodoende geen vergunning Wet natuurbescherming (Wnb) nodig. Conclusie Het aspect natuurwetgeving geen belemmering voor het planvoornemen, mits de gestelde mitigerende maatregelen in acht worden genomen.

5.13

Ontplofbare Oorlogsresten

Beleid In de Tweede Wereldoorlog alleen al is naar schatting twaalfduizend ton aan explosieve stof door vliegtuigen afgeworpen. Ervaringscijfers geven aan dat tien tot vijftien procent van deze afgeworpen Ontplofbare Oorlogsresten om diverse redenen niet zijn gesprongen. Daarnaast zijn grote hoeveelheden munitie door grondgeschut en handvuurwapens verschoten, waarvan eveneens een deel niet of slechts gedeeltelijk is gedetoneerd. Vooral op locaties waar destijds zwaar gevochten is, komen nog veel van deze ‘blindgangers’ in de bodem voor. Naar aanleiding van de oorlogshandelingen, ten tijde van de Eerste en Tweede Wereldoorlog, bestaat er een mogelijkheid tot het spontaan aantreffen of toucheren van OO tijdens het uitvoeren van werkzaamheden in de (water)bodem. Hierdoor ontstaat een verhoogd veiligheidsrisico door het mogelijk ongewenst tot (uit)werking treden van dit militair wapentuig. Dergelijke ongecontroleerde uitwerkingsgevolgen kunnen dodelijk letsel en zware schade aan materiaal en omgeving tot gevolg hebben. Daarnaast kunnen spontane vondsten van OO resulteren in stagnatie en meerwerkkosten van de uitvoeringswerkzaamheden. Onderzoek Om bovenstaande situaties te voorkomen dient een werkgever de risico’s van de werkzaamheden vooraf te inventariseren en te evalueren. Bodac B.V.

heeft hiertoe een vooronderzoek naar de mogelijke aanwezigheid van Ontplofbare Oorlogsresten (OO) uitgevoerd ter plaatse van het plangebied (bijlage 19 bij de toelichting). Naar aanleiding van de geraadpleegde bronnen is het onderzoeksgebied onverdacht verklaard op een verhoogd risico tot aantreffen van Ontplofbare Oorlogsresten. Derhalve is het bepalen van een verticale en horizontale afbakening niet aan de orde. Ook het bepalen van de mogelijk aan te treffen OO is niet van toepassing. Het onderzoeksgebied kwalificeert Bodac B.V. op basis van het geanalyseerde feitenmateriaal als onverdacht op de (mogelijke) aanwezigheid van OO. Bodac B.V. adviseert om de geplande werkzaamheden regulier te laten uitvoeren. Conclusie Het aspect ontplofbare oorlogsresten vormt geen belemmering voor het planvoornemen.

NL.IMRO.0798.BPDeWelder2-VG01

Bestemmingsplan De Welder 2, Haghorst

|64

5.14

Spuitzones

In de vollegronds- en sierteelt ontkomt men niet aan het gebruik van gewasbeschermingsmiddelen tegen schimmels, luizen en andere vormen van ongedierte. In relatie tot omliggende gronden heeft de locatie derhalve mogelijk te maken met spuitzones. In het kader van een goede ruimtelijke ordening moet een afweging worden gemaakt tussen het gebruik van gewasbeschermingsmiddelen en de volksgezondheid. Uit jurisprudentie blijkt dat de Raad van State een afstand van 50 meter, tussen gevoelige functies en agrarische bedrijvigheid waarbij gewasbeschermingsmiddelen worden gebruikt, in het algemeen niet onredelijk vindt. Volgens vaste rechtspraak kan een kortere afstand ook aanvaardbaar zijn, mits hieraan een goede onderbouwing ten grondslag ligt. Daarnaast kan het zijn dat gepaste maatregelen genomen moeten worden om drift te voorkomen of overdrachtsmaatregelen zoals bijvoorbeeld een dichte haag. Onderzoek Rondom het plangebied zijn diverse landbouwgronden gelegen. Er wordt niet voldaan aan de richtafstand van 50 meter. Hierbij wordt echter opgemerkt dat die richtafstand met name is bedoeld voor gewassen die verticaal bespoten moeten worden, zoals boomgaarden. Grondgewassen worden altijd neerwaarts bespoten, wat de drift (indien deze al bestaat) aanzienlijk beperkt. In de omgeving van het plangebied komen geen boomgaarden/boomteelt voor.

Voor zover bekend, hebben de eigenaren van de omliggende agrarische gronden ook geen ambitie om bomen te telen in de toekomst. Daarnaast wordt in Nederland doorgaans gebruik gemaakt van driftarme doppen om mogelijke drift die ontstaat bij de bespuiting tot een minimum te beperken. De spuitdruk gecombineerd met het type dop bepaalt de druppelgrootte. Zo geven driftarme doppen meer grove druppels, die minder snel verwaaien. Hiermee worden reductiepercentages van 50-95% gehaald, afhankelijk van het type dop en de spuitdruk. Deze spuitdoppen worden getest op windsnelheden waaronder geen sprake meer is van een gevaar voor de volksgezondheid (door de Technische Commissie Techniekbeoordeling, versie 19 feb 2016). Deze maximale windsnelheid is vastgesteld op 5 m/s. Hiervan uitgaande zal in de beoogde situatie niet gespoten worden bij een windsnelheid van 5 m/s op spuithoogte. Daarbij wordt opgemerkt dat het gebruik bij een hogere windsnelheid ook een negatief effect heeft op de werking van de te gebruiken bestrijdingsmiddelen waardoor ondernemer gebaat is bij gebruik bij een lage windsnelheid Bovendien zijn tussen de uitbreidingslocatie en de aangrenzende landbouwgronden, landschapselementen beoogd. Hierdoor wordt voorkomen dat drift – mocht deze al ontstaan – tot aan het plangebied reikt. De locatie heeft dus in relatie tot omliggende gronden geen negatief effect van spuitzones.

Conclusie Het aspect spuithinder vormt geen belemmering voor het planvoornemen.

NL.IMRO.0798.BPDeWelder2-VG01

Bestemmingsplan De Welder 2, Haghorst

|65

5.15

Water

Beleid Kaderrichtlijn Water De Kaderrichtlijn Water (KRW) is een Europese richtlijn die moet leiden tot een verbetering van de kwaliteit van het oppervlakte- en grondwater. De Kaderrichtlijn moet in landelijke wet- en regelgeving worden omgezet. Met de komst van de Implementatiewet EG-Kaderrichtlijn Water is de KRW vertaald in de Nederlandse wetgeving. De Europese Kaderrichtlijn heeft gevolgen voor de gemeente op het gebied van riolering, afkoppelen, toepassing van bouwmaterialen en het ruimtelijke beleid. Er worden ecologische en fysisch-chemische doelen geformuleerd die afhankelijk zijn van de functie van een watergang. Nationaal Water Programma 2022-2027 In het Nationaal Water Programma 2022-2027 beschrijft de Rijksoverheid de hoofdlijnen van het nationale waterbeleid en de uitvoering ervan in de rijkswateren en -vaarwegen. Het programma geeft een overzicht van de ontwikkelingen binnen het waterdomein en legt nieuw ontwikkeld beleid vast. Dit doet het Rijk voor de periode 2022 – 2027, maar men kijkt ook verder vooruit. Het Rijk werkt aan schoon, veilig en voldoende water dat klimaatadaptief en toekomstbestendig is. Ook is er aandacht voor de raakvlakken van water met andere sectoren.

De ministeries van Infrastructuur en Waterstaat, Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties en Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit hebben de gezamenlijke verantwoordelijkheid voor het opstellen van het NWP. Dit ontwikkelen zij samen met medeoverheden, drinkwaterbedrijven, maatschappelijke organisaties en branche- en sectorpartijen. Om de uitdagingen rondom water het hoofd te bieden is samenwerking cruciaal. Regionaal Water- en Bodem Programma (RWP) 2022 – 2027 Op 22 december 2021 is het nieuwe Regionaal Water- en Bodem Programma in werking getreden. Het Regionaal Water en Bodem Programma (RWP) is de opvolger van het Provinciaal Milieu en Waterplan. Het is onderdeel van het planstelsel voor de wateropgaven in Nederland, samen met het Nationaal Water Programma en de waterbeheerprogramma’s van de waterschappen. Het RWP kent vijf beleidsopgaven met bijbehorende doelen: • Voldoende water - voldoende water betekent: niet te weinig diep en ondiep grondwater en oppervlaktewater met optimale zoetwaterbeschikbaarheid en waterverdeling in geval van extreme droogte, en niet te veel oppervlaktewater om ernstige regionale wateroverlast zo veel mogelijk te voorkomen. • Schoon water - schoon grond- en oppervlaktewater voor onze volksgezondheid en natuur, conform de normen van de KRW; voorkomen van verontreiniging en het beschermen van diepe grondwatervoorraden.

• Veilig water - veiligheid tegen hoogwater in het hoofdwatersysteem en het regionaal watersysteem. • Vitale bodem - vergroten van de vitaliteit, sponswerking, resistentie tegen ziekten en natuurlijk productievermogen van de bodem voor duurzame landbouw en biodiversiteit. • Klimaatadaptatie - aanpassen aan klimaatverandering in alle domeinen van het provinciale waterbeleid.

NL.IMRO.0798.BPDeWelder2-VG01

Bestemmingsplan De Welder 2, Haghorst

|66

Waterbeheerplan 2022-2027 Waterschap De Dommel Bij ruimtelijke ontwikkelingen hanteert het waterschap een aantal beleidsuitgangsprincipes ten aanzien van het duurzaam omgaan met water, die van belang zijn als vertrekpunt van het overleg tussen initiatiefnemer en waterbeheerder. Daarnaast wordt er in het Waterbeheersplan 2022-2027 ingespeeld op initiatieven van derden en kansen die zich voordoen in het gebied. Ten aanzien van de doelen is een indeling gemaakt in de volgende waterthema’s: • Droge voeten: voorkomen van wateroverlast in het beheergebied (onder meer door het aanleggen van waterbergingsgebieden en het op orde brengen van regionale keringen); • Voldoende water: zowel voor de natuur als de landbouw is het belangrijk dat er niet te veel en niet te weinig water is. Een goede regulatie van het beschikbare water is hierin belangrijk; • Schoon water: dit behelst het voorkomen dat relatief schoon regenwater vermengd raakt met “vies” water waardoor het onbruikbaar is voor hergebruik. Brabant Keur Voor de beheergebieden van de waterschappen Aa en Maas, Brabantse Delta en De Dommel geldt dezelfde keur: Brabant Keur. De Keur bevat regels ter bescherming van de waterwerken die nodig zijn voor een goed waterbeheer (kwantiteit) en voor de bescherming van het gebied tegen hoog water. Bij veel projecten is sprake van een toename van het verharde oppervlak.

Hieromtrent is bij de Algemene regels bij de keur het volgende opgenomen: 1. Bij een toename van het verharde oppervlak van minder dan 500 m² stelt het waterschap geen andere eisen aan de verwerking van het hemelwater. Hiervoor geldt het gemeentelijk beleid; 2. Bij een toename van het verharde oppervlak van meer dan 500 m² maar minder dan 10.000 m² moeten compenserende maatregelen ten aanzien van de verwerking van het hemelwater worden getroffen conform de rekenregel: benodigde compensatie (in m²) X gevoeligheidsfactor X 0,06 (in m²); 3. Bij een toename van het verhard oppervlak van meer dan 10.000 m² is een watervergunning nodig. Gemeentelijk beleid Het verbreed Gemeentelijk Rioleringsplan 2017-2021 (vGRP) beschrijft de invulling van de zorgplichten en de onderliggende visie op het stedelijk waterbeheer. Voorzieningen ten behoeve van rioleringen zijn doorgaans niet zichtbaar is, maar wel noodzakelijk. Zonder afvoer van afvalwater uit de directe leefomgeving, bestaat in dichtbevolkte gebieden een reëel gevaar voor de volksgezondheid en het milieu. Verder zorgt de riolering op verschillende locaties voor de afvoer van overtollig hemelwater wat belangrijk is voor een veilige en bewoonbare leefomgeving. De gemeente heeft vanuit het Rijk drie zorgplichten meegekregen: • De zorgplicht voor afvalwater; • De zorgplicht voor hemelwater; • De zorgplicht voor grondwater.

NL.IMRO.0798.BPDeWelder2-VG01

Bestemmingsplan De Welder 2, Haghorst

|67

In overleg met het waterschap heeft de gemeente, met betrekking tot de hemelwaterafvoer en compensatieberging, voor inbreidingen van woongebied binnen de bebouwde kom, het volgende bepaald: • Voor de hemelwaterafvoer van particuliere verhardingen met meer dan 250 m2 nieuw verhard oppervlak is het uitgangspunt dat deze op eigen terrein wordt verwerkt met een mogelijkheid tot overloop naar een laagte, een gemengd riool, een regenwaterriool of een watergang zodat er bij overbelasting geen problemen ontstaan. • Voor de hemelwaterafvoer van particuliere verhardingen met minder dan 250 m 2 nieuw verhard oppervlak, geldt geen compensatieplicht. Watertoets De ´Watertoets´ is een instrument dat ervoor zorgt dat water genoeg aandacht krijgt in ruimtelijke plannen. Met dit instrument komt de initiatiefnemer van een ruimtelijk plan in een vroegtijdig stadium in contact met Waterschap De Dommel. De watertoets is verplicht voor nieuwe plannen in ruimtelijke ordening, zoals bestemmingsplannen, projectbesluiten en partiële herzieningen. Bureaustudie grondwater Ten behoeve van de bouw van nieuwbouwwoningen heeft Aeres Milieu een tweetal infiltratieonderzoeken uitgevoerd (een voor zuidelijke deel een voor het noordelijke deel).

Het doel van de rapportages is een beschrijving te geven aan de huidige bodemkundige en (geo)hydrologische situatie (bureaustudie), de gehanteerde uitgangspunten en de randvoorwaarden, en de mogelijkheden om (afgekoppelde) neerslag in de toekomstige situatie te verwerken om tot een duurzame herontwikkeling te komen. Voor de resultaten van beiden onderzoeken wordt verwezen naar de bijlagen bij de toelichting. Berekening toename verharding Het planvoornemen betreft het realiseren van de uitbreidingslocatie De Welder 2. Daarnaast wordt de openbare ruimte ingericht met voorzieningen ten behoeve van het (verblijfs)verkeer en groen. De woningbouwontwikkeling kent een oppervlakte van circa 3,6 hectare. In de huidige situatie is zeer beperkt oppervlakte verharding aanwezig; slechts 400 m2. Voor de toekomstige situatie wordt ervan uitgegaan dat 80% van de woonbestemming bebouwd c.q. verhard wordt. Binnen de toekomstige groenbestemming wordt 15% ten aanzien van ondergeschikte verhardingen aangehouden. Voor de bestemming ‘Verkeer – Verblijfsgebied wordt uitgegaan van een verhardingspercentage van 100% en voor de bestemming ‘Agrarisch’ 0% en ‘Groen – Landschappelijke inpassing’. In onderstaande tabel is voor de huidige en toekomstige situatie de oppervlakteverharding inzichtelijk gemaakt, gebaseerd op wat maximaal planologisch is toegestaan.

Bruto (verharde) oppervlakten Totaal oppervlakte plangebied Totaal verhard oppervlak Totaal onverhard oppervlak Toename verhard oppervlak

NL.IMRO.0798.BPDeWelder2-VG01

Huidige situatie (circa m²) 36.000 400 35.600

Toekomstige situatie 36.000 20.355 18.645 19.955

Bestemmingsplan De Welder 2, Haghorst

|68

Uitgaande van de maximale situatie neemt het verhard oppervlak toe met 19.955 m2. Wanneer er sprake is van een toename van verhard oppervlak groter dan 10.000 m 2 is de Beleidsregel van toepassing. De Beleidsregel is van toepassing in die gevallen waarin een vergunning vereist is. Voor het bepalen van de vergunningsvoorschriften en het uiteindelijk kunnen verkrijgen van een vergunning is een waterhuishoudkundig plan nodig. De inhoud van het plan, de inpassing in het waterhuishoudkundige systeem en de toe te passen methoden dienen in overleg met het waterschap te worden vastgesteld. Voor het toekomstige verhard oppervlak wordt de vereiste compensatie berekend door het toekomstige verhard oppervlak (m²) te vermenigvuldigen met een waterschijf van 60 mm (0,06 m) en met de plaatselijke gevoeligheidsfactor (1). Daaruit volgt de omvang van de vereiste compensatie in kubieke meters (m³). De benodigde compensatie bedraagt 1.197,3 m³ (19.995 m² x 0,06 x 1). Het plan biedt voldoende ruimte voor de realisatie van wadi’s of andere bergingsvoorziening, zoals grindkoffers en infiltratiekoffers. Tevens wordt geadviseerd om de groenvoorzieningen lager aan te leggen dan de woningen en de openbare wegen op één oor aan te leggen, zodat bij extreem weer het hemelwater naar het groen stroomt.

Om voldoende watercompensatie te waarborgen, wordt de compensatie-eis van 60 mm vastgelegd in de planregels. Wateradvies De uitwerking van voorliggend plan in deze waterparagraaf wordt in het kader van het wettelijk vooroverleg aan Waterschap De Dommel toegezonden. Conclusie Het aspect water vormt geen belemmering voor dit planvoornemen. Om voldoende watercompensatie te waarborgen, wordt de compensatie-eis van 60 mm vastgelegd in de planregels.

5.16

Mer-beoordeling

Op 1 april 2011 is het nieuwe Besluit milieueffectrapportage in werking getreden. Een belangrijke wijziging die daarin is aangebracht, is dat voor de vraag of een m.e.r.-beoordelingsprocedure moet worden doorlopen, toetsing aan de drempelwaarden in de D-lijst niet toereikend is. Indien een activiteit een omvang heeft die onder de grenswaarden ligt, dient op grond van de selectiecriteria in de EEG – richtlijn milieueffectbeoordeling te worden vastgesteld of belangrijke nadelige gevolgen van de activiteit voor het milieu kunnen worden uitgesloten. Pas als dat het geval is, is de activiteit niet m.e.r.-(beoordelings)plichtig. In het kader van de wijziging van het Besluit m.e.r. is een handreiking opgesteld over de vraag hoe moet worden vastgesteld of een activiteit met een omvang onder de drempelwaarde toch belangrijke nadelige gevolgen voor het milieu kan hebben. In de handreiking is opgenomen dat voor elk besluit of plan dat betrekking heeft op activiteit(en) die voorkomen op de D-lijst en die een omvang hebben die beneden de drempelwaarden liggen, een toets moet worden uitgevoerd of belangrijke nadelige milieugevolgen kunnen worden uitgesloten. Voor deze toets wordt de term vormvrij m.e.r.-beoordeling gebruikt.

NL.IMRO.0798.BPDeWelder2-VG01

Bestemmingsplan De Welder 2, Haghorst

|69

Uit deze toets kunnen twee conclusies volgen: belangrijke nadelige milieueffecten zijn uitgesloten of belangrijke nadelige milieueffecten zijn niet uitgesloten. In het eerste geval is de activiteit niet m.e.r.-beoordelingsplichtig, in het andere geval dient een m.e.r.- beoordeling te worden uitgevoerd en de bijbehorende procedure worden gevolgd. De toetsing in het kader van de vormvrije m.e.r.-beoordeling dient te geschieden aan de hand van de selectiecriteria in bijlage III van de EEG – richtlijn milieueffectbeoordeling. Beoordeling In het plangebied is sprake van de aanleg, wijzing of uitbreiding van een klein stedelijk ontwikkelingsproject. Het gaat in dit geval om het realiseren van woningbouw op het terrein aansluitend aan De Welder in Haghorst. Het bouwen van woningen valt onder activiteit D.11.2 in bijlage II van het Besluit m.e.r. onder de term ‘stedelijk ontwikkeling’. De drempelwaarde voor een m.e.r.-beoordelingsplichtige activiteit met D.11.2. in bijlage II van het Besluit, vermeld: • Een oppervlakte van 100 hectare of meer; • Een aangesloten gebied en 2.000 of meer woningen. Het planvoornemen ligt ver beneden de drempelwaarde zoals opgenomen in het Besluit m.e.r. Omdat de voorgenomen ontwikkeling wel valt onder de noemer van een ‘stedelijk ontwikkelingsproject’, is een vormvrije m.e.r.-beoordeling verplicht.

Hiertoe is een aanmeldnotitie vormvrije m.e.r.-beoordeling (bijlage 22 bij de toelichting) opgesteld. De conclusie van de m.e.r.beoordeling is dat het plan geen belangrijke negatieve gevolgen zal hebben voor de kenmerken van het gebied en voor het woon- en leefmilieu in de omgeving. Er worden geen negatieve effecten verwacht vanwege de ligging van het plangebied ten opzichte van gevoelige gebieden. Geconcludeerd wordt dat geen belangrijke nadelige milieugevolgen worden verwacht en dat het opstellen van een MER niet noodzakelijk wordt geacht. In de notitie wordt het bevoegd gezag geadviseerd te besluiten dat er geen MER behoeft te worden vastgesteld.

NL.IMRO.0798.BPDeWelder2-VG01

Bestemmingsplan De Welder 2, Haghorst

|70

6.

JURIDISCHE ASPECTEN

De juridische aspecten bestaan uit een verbeelding en planregels. In dit hoofdstuk wordt ingegaan op de wijze van juridische vertaling in planregels van de voor het plangebied gewenste functionele en stedenbouwkundige ontwikkeling. Bij het opstellen van de verbeelding en de planregels is uitgegaan van de bepalingen en de systematiek uit het Standaard Vergelijkbare BestemmingsPlannen (SVBP2012).

6.1

Verbeelding

Op de verbeelding is met behulp van de in de SVBP2012 bepaalde methode de bestemming van de gronden aangegeven. De bijbehorende bepalingen zijn vervolgens opgenomen in de planregels. De verbeelding visualiseert de planregels.

6.2

Planregels

De planregels bestaan uit de volgende vier hoofdstukken: 1.

2. 3. 4.

6.3

Inleidende regels: dit hoofdstuk bestaat uit twee delen. Het eerste deel betreft het artikel ‘Begrippen’ waarin wordt toegelicht wat onder bepaalde begrippen wordt verstaan. Het tweede artikel is ‘Wijze van meten’ waarin wordt toegelicht hoe de benoemde maatvoering moet worden gemeten. Bestemmingsregels: in dit hoofdstuk worden de op de verbeelding aangegeven bestemmingen nader verklaard. Algemene regels: in dit hoofdstuk worden regelingen opgenomen die zijn bedoeld voor meer dan één bestemming. Overgangs- en slotregels: binnen de overgangsbepalingen wordt geregeld dat met het bestemmingsplan strijdige bouwwerken en plannen, welke bestaan ten tijde van de inwerkingtreding van het bestemmingsplan, mogen worden uitgevoerd. Voorwaarde is dat er geen veranderingen plaatsvinden in aard en omvang. In de slotregel wordt de officiële naam van het bestemmingsplan genoemd, welke moet worden gebruikt om te verwijzen naar het plan.

Toelichting op de bestemmingen

Hoofdstuk 1 Inleidende regels Artikel 1 Begrippen In dit artikel wordt een aantal in het plan gebruikte begrippen nader omschreven. Door de omschrijving wordt de interpretatie van de begrippen beperkt en daarmee de duidelijkheid en rechtszekerheid van het plan vergroot. Artikel 2 Wijze van meten In dit artikel wordt aangegeven op welke wijze de in het plan voorgeschreven maatvoeringen dienen te worden bepaald.

NL.IMRO.0798.BPDeWelder2-VG01

Bestemmingsplan De Welder 2, Haghorst

|71

Hoofdstuk 2 Bestemmingsregels Artikel 3 Agrarisch De gronden met de bestemming ‘Agrarisch’ zijn aangewezen voor het hobbymatig houden van dieren. Binnen de gehele bestemming mogen uitsluitend bouwwerken, geen gebouw zijnde ten behoeve van extensief recreatief medegebruik en het agrarische grondgebruik worden gebouwd. Daarnaast is een wijzigingsbevoegdheid opgenomen: burgemeester en wethouders kunnen het plan ter plaatse van de aanduiding 'wetgevingszone - wijzigingsbevoegdheid' wijzigen door de bestemming 'Agrarisch' in de bestemmingen 'Wonen' en 'Groen – Landschappelijke inpassing', waarbij geldt dat: a. het betrokken agrarische bedrijf is beëindigd; b. het toegestane aantal woningen na wijziging ten hoogste 12 grondgebonden woningen bedraagt; c. er vindt geen onevenredige aantasting plaats van de in geding zijnde belangen, waaronder die van omwonenden en omliggende (agrarische) bedrijven; d. uit een onderzoek naar de bodemkwaliteit dient te blijken dat de bodem geschikt is voor de nieuwe functie; e. voldaan wordt aan de bepalingen bij of krachtens de Wet geluidhinder; f. de regels van Artikel 6 Wonen worden van overeenkomstige toepassing verklaard; g. er wordt voorzien in voldoende parkeerplaatsen.

Artikel 4 Groen – Landschappelijke inpassing Gronden met de bestemming ‘Groen – Landschappelijke inpassing’ zijn hoofdzakelijk bestemd voor groen, groenvoorzieningen en landschappelijke elementen ten behoeve van een goede landschappelijke inpassing. Onder landschappelijk inpassingsplan wordt in deze planregels verstaan het landschappelijk inrichtingsplan. Gebouwen zijn in deze bestemming niet toegestaan, enkel kunstuitingen en bouwwerken, geen gebouwen zijnde. Voor kunstuitingen is een maximale bouwhoogte van 12 meter opgenomen. Verlichting en speelvoorziening mogen niet meer bedragen dan 6 meter. Overige bouwwerken, geen gebouwen zijnde hebben een maximale bouwhoogte van 2 meter. Artikel 5 Tuin De voor ‘Tuin’ aangewezen gronden zijn bestemd voor tuinen, alsmede voor water en waterhuishoudkundige voorzieningen. Met de daarbij behorende bouwwerken, geen gebouwen zijnde. Artikel 6 Verkeer – Verblijfsgebied Met de bestemming ‘Verkeer – Verblijfsgebied’ worden de wegen, voet- en fietspaden, pleinen, parkeerterreinen en andere openbare ruimten met zowel een functie voor verblijf als voor verkeer in het plangebied geregeld. Gebouwen zijn in deze bestemming niet toegestaan, enkel bouwwerken, geen gebouwen zijnde. Artikel 7 Wonen De bestemming ‘Wonen’ is toegekend aan die gronden waarop ingevolge dit bestemmingsplan direct woningen kunnen worden gebouwd.

Het aantal woningen mag niet meer bedragen dan 63. Daarbij geldt dat rijwoningen minimaal 1 meter voortuin dienen te hebben en vrijstaande woningen en twee-onder-één-kap woningen minimaal 2 meter. De oriëntatie van een hoofdgebouw moet plaatsvinden overeenkomstig het beeldkwaliteitsplan, zoals opgenomen als bijlage 2 bij de regels.

NL.IMRO.0798.BPDeWelder2-VG01

Bestemmingsplan De Welder 2, Haghorst

|72

De diepte van het hoofdgebouw mag ten hoogste 13 meter bedragen. Voor de gewenste flexibiliteit is voor de bouwdiepte van de hoofdgebouwen een afwijkingsbevoegdheid opgenomen. De afstand van vrijstaande en twee-aaneen gebouwde woningen aan de niet aangebouwde zijde tot de zijdelingse perceelsgrens dient ten minste 2,5 meter te bedragen. Ook voor deze regeling is een afwijkingsbevoegdheid opgenomen, mits de afstand tussen hoofdgebouwen 3 meter bedraagt. Voor bijbehorende bouwwerken geldt dat deze uitsluitend op een afstand van ten minste 1 meter achter de voorgevel van hoofdgebouwen mogen worden gebouwd. Hierbij bedraagt het gezamenlijk te bebouwen oppervlak van aan- en uitbouwen en bijgebouwen ten hoogste 50% van de bij het hoofdgebouw behorende zij- en achtererf; dit tot een maximum van 100 m², met dien verstande dat een aaneengesloten oppervlakte van ten minste 25 m² van het zij- en achtererf onbebouwd en onoverdekt dient te blijven. Hoofdstuk 3 Algemene regels Artikel 8 Anti-dubbeltelregel Deze regel is opgenomen om te voorkomen dat, wanneer volgens een bestemmingsplan bepaalde gebouwen en bouwwerken niet meer dan een bepaald deel van een bouwperceel mogen beslaan, het overgebleven terrein nog eens meetelt bij het toestaan van een ander gebouw of bouwwerk, waaraan een soortgelijke eis wordt gesteld.

Artikel 9 Algemene bouwregels Hier zijn algemene regels ten aanzien van het ondergronds bouwen opgenomen met bijbehorende maatvoering. Ook is hierin geregeld wanneer overschrijding van bouw- en bestemmingsgrenzen door ondergeschikte bouwdelen is toegestaan. Artikel 10 Algemene gebruiksregels In dit artikel zijn algemene regels opgenomen ten aanzien van het strijdig gebruik en de uitzonderingen en afwijkingen hierop. Daarbij zijn er regels voor mantelzorg en het gebruik van aan huis verbonden bedrijven opgenomen. Artikel 11 Algemene afwijkingsregels Deze regels geven het bevoegd gezag de bevoegdheid om met een omgevingsvergunning af te wijken van de regels van dit bestemmingsplan. Artikel 12 Algemene wijzigingsregels Deze regels geven het bevoegd gezag de bevoegdheid om bestemmingen te wijzigen ten behoeve van kleine overschrijdingen van bestemmingsgrenzen. Artikel 13 Overige regels In deze regels is opgenomen welke parkeernormen gelden en dat voldoende parkeerruimte dient te worden gerealiseerd en in stand moet worden gehouden. Onder voorwaarden is het mogelijk om van de parkeernormen af te wijken, mits voldaan wordt aan de gestelde criteria.

Daarnaast is opgenomen dat gebruik conform de bestemmingen ‘Verkeer – Verblijfsgebied’ en ‘Wonen’ alleen is toegestaan indien conform gemeentelijk beleid en het waterbeheerplan van het waterschap compenserende waterberging wordt gerealiseerd en in stand gehouden.

NL.IMRO.0798.BPDeWelder2-VG01

Bestemmingsplan De Welder 2, Haghorst

|73

Artikel 14 Algemene proceduregels In de algemene procedureregels is de procedure op de voorbereiding van een besluit tot afwijking of nadere eisen opgenomen. Hoofdstuk 4 Overgangs- en slotregels Artikel 15 Overgangsrecht Dit artikel betreft het overgangsrecht met betrekking tot bouwwerken dat op het tijdstip van de inwerkingtreding van het bestemmingsplan aanwezig of in uitvoering is. Als aan specifieke voorwaarden wordt voldaan dan kan deze ontwikkeling worden voortgezet. Artikel 16 Slotregel In dit artikel is vastgelegd hoe de planregels dienen te worden aangehaald.

NL.IMRO.0798.BPDeWelder2-VG01

Bestemmingsplan De Welder 2, Haghorst

|74

7.

UITVOERBAARHEID

7.1

Economische uitvoerbaarheid

De gemeente Hilvarenbeek is eigenaar van alle gronden in het plangebied en is ook de initiatiefnemer. De gemeentelijke kosten verbonden aan de planvorming worden verrekend in de verkoopprijs. Dit geldt ook voor de kosten van bouw- en woonrijp maken van het plangebied en eventuele planschade.

7.2

Maatschappelijke uitvoerbaarheid

Omgevingsdialoog Vooruitlopend op de procedure voor het bestemmingsplan heeft de gemeente op maandag 12 juli 2021 een omgevingsdialoog voor omwonenden, ondernemers en andere belangstellenden georganiseerd. De opmerkingen en suggesties die zijn ontvangen, zijn betrokken bij het opstellen van het bestemmingsplan. Het verslag van de omgevingsdialoog is als bijlage 22 bij het bestemmingsplan gevoegd. Procedure In het kader van de ruimtelijke procedure van het bestemmingsplan “De Welder 2” heeft het ontwerpbestemmingsplan van 31 maart tot en met 11 mei 2022 ter visie gelegen. Gedurende de inzage termijn is een ieder in de gelegenheid gesteld zijn of haar zienswijze mondeling of schriftelijk in te dienen. Er zijn drie zienswijzen ingediend. In de ‘Zienswijzentabel ontwerpbestemmingsplan De Welder 2’, welke als bijlage 23 bij de toelichting is opgenomen, zijn de zienswijzen samengevat en beantwoord. In de tabel wordt aangegeven of de zienswijze gegrond zijn verklaard en of er naar aanleiding hiervan aanpassingen aan het plan zijn gedaan. Tijdens de ter inzage termijn is tevens geconstateerd dat het wenselijk is om een aantal wijziging in het plan door te voeren in de vorm van ambtshalve wijzigingen.

In de ‘Tabel ambtshalve wijzigingen bestemmingsplan De Welder 2’, welke als bijlage 24 bij de toelichting is opgenomen, zijn de ambtshalve wijzigingen weergegeven en op welke wijze deze wijzigingen zijn doorgevoerd. De gemeenteraad is bevoegd het bestemmingsplan vast te stellen. Na vaststelling wordt het bestemmingsplan, samen met het besluit tot vaststelling hiervan, opnieuw 6 weken ter inzage gelegd. Gedurende deze periode kunnen belanghebbenden tegen dit besluit beroep aantekenen bij de Afdeling Bestuursrechtspraak van de Raad van State.

NL.IMRO.0798.BPDeWelder2-VG01

Bestemmingsplan De Welder 2, Haghorst

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/12978431/1