13 Jaarstukken 2020 (3 boekwerk jaarstukken)
Tekst van het document
€ € 137.500 € 162.500 € 135.000 €123.000 € 48.000 € 62.500 € 65.000 € 12.500 € 746.000
€ 2.200.000 € 400.000 € 124.000 € 100.000 25.000 € 2.849.000 € € 1.300.000 € 310.000 € 165.000 € 80.000 € 55.000 € 50.000 € 1.960.000
Weerstandscapaciteit De weerstandscapaciteit zijn de middelen waarmee de gemeente in staat is om substantiële tegenvallers op te vangen zonder dat dit betekent dat we het beleid moeten wijzigen. We onderscheiden een structurele en een incidentele weerstandscapaciteit. We gaan hier nu verder op in.
52
Structurele capaciteit Onze structurele weerstandscapaciteit bepalen we aan de hand van de onbenutte belastingcapaciteit voor de onroerende zaakbelastingen. We berekenen de onbenutte belastingcapaciteit op twee wijzen. Enerzijds houden we rekening met de meest recente OZB tarieven van het gemiddeld niveau in Nederland. We hanteren deze onbenutte belastingcapaciteit voor onze weerstandscapaciteit. Anderzijds laten we ook de OZB-opbrengst zien als we het OZBtarief hanteren dat opgelegd wordt indien een gemeente een artikel 12 status aanvraagt. Het rijk stelt zo’n gemeente dan onder financiële curatele. Ruimte ten opzichte van landelijk artikel 12 OZB opbrengst Hilvarenbeek 2020
3.710
OZB opbrengst landelijk gemiddeld 2019 1 OZB artikel 12 20202
4.468 5.212
758
1.502
Bedragen x € 1000,-
Onze beschikbare capaciteit - de ruimte die beschikbaar is wanneer we het gemiddeld landelijk tarief hanteren - bedraagt € 758.000. Incidentele capaciteit Voor de incidentele capaciteit nemen wij bij de omvang van onze algemene reserve en de reserve grondexploitatierisico’s – voor resultaatbestemming - mee zoals opgenomen in de staat van reserves en voorzieningen. Incidentele weerstandscapaciteit (x € 1.000,-) Algemene reserve algemene dienst Reserve grondbedrijf
2.230 4.298
Tabel - De stand van 31-12-2020 (bedragen x € 1.000)
Weerstandsvermogen Het weerstandsvermogen is de mate waarin de gemeente in staat is om substantiële tegenvallers op te vangen zonder dat dit betekent dat het beleid veranderd moet worden. Om het structurele weerstandsvermogen te bepalen confronteren we de structurele risico’s met de structurele weerstandscapaciteit. Het incidentele weerstandsvermogen bepalen we door alle risico’s –zowel structureel als incidenteel - af te zetten tegen de algemene bedrijfsreserve. De confrontatie van het risicoprofiel en weerstandscapaciteit is hieronder weergegeven. Weerstandsvermogen (x € 1.000,-) Structureel Algemene Dienst Algemene bedrijfsreserve Reserve grondexlpoitatierisico’s Ratio's Structureel (A / B) Algemene bedrijfsreserve (C / D) Reserve grondexploitatierisico’s (E / F)
Beschikbaar A 758 C 2.230 E 4.298 JR18
B2020 0,9 3,9 2,6
Benodigd B D F JR19
1,0 1,9 2,9
746 2.849 1.960
B2021 0,9 1,7 2,0
JR20 0,7 1,3 2,3
1,0 0,8 2,2
Waardering en normen voor het weerstandsvermogen We waarderen het weerstandsvermogen zoals opgenomen in onderstaande tabel. 1 2
Bron: Coelo.nl, tarievenoverzicht 2019 Blz. 25 Bron: meicirculaire 2018, tarieven 2018
53
Ratio >2 1,5 – 2 1,0 - 1,5 0,8 - 1,0 0,6 - 0,8 < 0,6
Waardering uitstekend ruim voldoende voldoende matig onvoldoende ruim onvoldoende
Conclusie weerstandsvermogen / weerstandscapaciteit De provincie adviseert ons om een norm vast te stellen voor het noodzakelijke weerstandsvermogen. Wij hebben dit advies ter harte genomen. Wij hanteren een norm van minimaal 1 voor zowel het structurele als het incidentele weerstandsvermogen. Voor het structurele weerstandsvermogen voldoen wij net aan deze norm. Wel hebben we ook nog meer ruimte om de OZB te verhogen dan in de beschikbare structurele weerstandscapaciteit is aangegeven. In de berekening is alleen gekeken naar het verschil in OZB ten opzichte van het gemiddelde in Nederland en niet naar de uitbreidingsmogelijkheden in vergelijking met een artikel 12 status. Wanneer we deze werkwijze hanteren stijgt de ratio van 1,0 naar 2,0. De ratio van het incidentele weerstandsvermogen voldoet niet aan de norm en wordt gewaardeerd als matig. In 2020 heeft per saldo een onttrekking van zo’n € 1,4 miljoen plaatsgevonden uit de algemene bedrijfsreserve, dit heeft met name te maken met de bijstelling van het negatieve jaarresultaat benoemd in de voor- en najaarsnota. eind 2020 bedraagt de reserve € 2,2 miljoen. Daarnaast is het risico van de terugbetaling van de precariobelasting verder gestegen. Samen zorgt dit ervoor dat het ratio flink is gedaald ten opzichte van vorig jaar.
Financiële kengetallen In deze paragraaf geven wij u een overzicht van enkele financiële kengetallen met als doe l u op een eenvoudige manier inzicht te geven in de financiële positie van de gemeente. Deze financiële kengetallen zijn verplicht op basis van artikel 11 BBV. De kengetallen van 2018 – 2024 hebben we zoals in het overzicht aangegeven gebaseerd op de jaarstukken of de begroting. Kengetallen Netto schuldquote Netto schuldquote gecorrigeerd voor alle verstrekte leningen Solvabiliteitsratio Structurele exploitatieruimte Grondexploitatie Belastingcapaciteit: Woonlasten meerpersoonshuishouden
JR2018 0,46 0,47
JR2019 0,55 0,48
JR2020 0,82 0,77
B2020 0,79 0,68
B2021 0,78 0,67
B2022 0,76 0,65
B2023 0,53 0,43
B2024 0,78 0,66
0,34 0,02 0,14 0,84
0,28 -0,01 0,08 0,85
0,26 -0,02 0,10 1,00
0,30 0,04 0,10 1,08
0,31 0,03 0,10 1,08
0,34 0,01 0,07 1,08
0,35 0,01 0,06 1,08
0,27 0,00 0,06 1,04
Netto schuldquote De netto schuld weerspiegelt het niveau van de schuldenlast van de gemeente ten opzichte van de eigen middelen. De netto schuldquote geeft een indicatie van de druk van de rentelasten en de aflossingen op de exploitatie. Een laag percentage is gunstig. Omdat bij verstrekte leningen er onzekerheid kan bestaan of ze allemaal terug worden betaald bepalen we de netto schuldquote zowel inclusief als exclusief verstrekte leningen. De VNG adviseert om 1,3 als maximum n orm te hanteren en daarboven de schuld af te bouwen. Als algemene norm geven we de onderstaande richtgetallen. De netto schuldquote voor 2020 is 0,82. De netto schuldquote waarderen we daarmee als normaal. Ten opzichte van vorig jaar stijgt de netto schuldquote. 54
Algemene normwaarden netto schuldquote Normaal Voorzichtigheid geboden Zeer hoge schuld
Schuldquote 0,0 – 1,0 > 1,0 > 1,3
Solvabiliteitsratio De solvabiliteitsratio geeft inzicht in de mate waarin het bezit van de gemeente is afbetaald en in staat is aan haar financiële verplichtingen te voldoen. Het betreft het eigen vermogen uitgedrukt in een percentage van het balanstotaal. De schuldratio is de tegenhanger hiervan. De toename of afname van de schulden in een jaar is het financieringsresultaat van de gemeente. Het wordt ook wel schuldevolutie genoemd. De schuld mag niet zover oplopen dat de financiële positie in de waagschaal wordt gelegd. De gemeentefinanciën horen - ook bij economisch slecht weer - zonder hulp van buitenaf beheersbaar te blijven. Normaal ligt de waarde voor de solvabiliteitsratio tussen de 0,3 en 0,8. Voorzichtigheid is geboden bij een ratio tussen de 0,2 en 0,3. Voor 2020 bedraagt de waarde 0,26. Er is dus een lichte mate van voorzichtigheid geboden. Algemene normwaarden netto solvabiliteitsratio Weinig tot geen schuld Normaal Voorzichtigheid geboden Bezit zeer zwaar belast met schuld
Schuldquote > 0,8 0,3 – 0,8 0,2 – 0,3 < 0,2
Structurele exploitatieruimte Dit kengetal is van belang om te kunnen beoordelen welke structurele ruimte er is om de eigen lasten te dragen, of welke structurele stijging van de baten of structurele daling van de lasten daarvoor nodig is. De provincie hanteert de richtlijn dat de begroting structureel en reëel in evenwicht moet zijn. Het structurele saldo berekenen we in hoofdstuk 3 ‘Overzicht van baten en lasten en de balans met toelichting van de jaarrekening. Als het structurele saldo positief is dan is het kengetal van de structurele exploitatieruimte ook positief. We berekenen dit kengeta l namelijk door het structurele saldo van de baten en lasten te delen door de totale baten. De provincie hanteert als richtlijn dat het structurele saldo meerjarig positief moet zijn. Wij hanteren daarom als norm dat de structurele exploitatieruimte minimaal 0 moet zijn. Met een kengetal van -0,02 in 2020 voldoen wij net niet aan deze norm. We kunnen de structurele exploitatieruimte vergroten door het eigen beleid aan te passen waardoor we meer opbrengsten ontvangen of minder kosten maken. Grondexploitatie Dit kengetal geeft weer hoe de waarde van de grond zich verhoudt tot de totale (geraamde) baten. De boekwaarde van de voorraden grond is van belang, omdat deze waarde moet worden terugverdiend bij de verkoop.
De boekwaarden van verliesgevende plannen zijn gebaseerd op de actuele marktwaarde en voor verwachte verliezen zijn voorzieningen getroffen. De invloed van de grondexploitatie op de exploitatie is met een kengetal van 0,10 beperkt. De invloed loopt naar verwachting de komende jaren ook terug. Daarnaast hebben we een aparte algemene reserve voor de grondexploitatie waarmee we risico’s opvangen. Belastingcapaciteit De ruimte die een gemeente heeft om belastingen te verhogen wordt vaak gerelateerd aan de totale woonlasten. Onder woonlasten worden verstaan de OZB, de rioolheffing en de reinigingsrechten voor een woning met gemiddelde waarde in de gemeente. Het kengetal belastingcapaciteit wordt berekend door de totale woonlasten meerpersoonshuishouden te
55
vergelijken met het landelijke gemiddelde. De (ongewogen) gemiddelde woonlasten van gemeenten in 2020 bedragen € 776. De gemiddelde woonlasten voor een meerpersoonshuishouden in de gemeente Hilvarenbeek bedragen € 774 in 2020. Het kengetal komt daardoor op 1,00. Dit bekent dat de gemiddelde woonlasten rond het gemiddelde ligt. Daarmee is onze lokale lastendruk normaal. Voor de rioolheffing en afvalstoffenheffing hanteren we 100% kostendekkendheid. De ruimte binnen de belastingcapaciteit beperkt zich dus eigenlijk tot de OZB. Deze ruimte hebben we eerder in deze paragraaf berekend. Als we onze OZB met 20% verhogen - € 758.000 opbrengst – zitten we aan het landelijk gemiddelde OZB tarief. Algemene conclusie financiële positie Onze financiële positie voor 2020 is normaal. De netto schuldquote ligt op een normaal niveau. Voor de solvabiliteitsratio is een lichte mate van voorzichtigheid geboden. Nieuwe investeringen van een grote omvang moeten zorgvuldig worden afgewogen omdat onze schuld daarmee kan stijgen naar een niet wenselijke omvang. De grondexploitaties hebben een beperkte invloed op de exploitatie. De gemiddelde woonlasten liggen rond het landelijk gemiddelde. De ruimte binnen de belastingcapaciteit beperkt zich echter tot de OZB. Wel is er voldoende ruimte om de OZB opbrengst te verhogen. De onbenutte belastingcapaciteit is daarom ook normaal.
Tot slot ligt de structurele exploitatieruimte net onder de norm van de provincie. We hebben hier nog invloed op door het eigen beleid aan te passen. Bijvoorbeeld de lokale heffingen verhogen of versoberen op een beleidsterrein waardoor kosten dalen.
56
Paragraaf 3
2.3 Onderhoud kapitaalgoederen
Deze paragraaf gaat in op hoe wij onze kapitaalgoederen beheren en onderhouden. Het gaat zowel om gemeentelijke wegen, riolering en gebouwen, als om groen, sportvelden en water. Het grootste deel van de werkzaamheden aan kapitaalgoederen vloeit voort uit onze verantwoordelijkheden als eigenaar en beheerder van de publieke ruimte en van een aantal eigendommen. We hebben een groot vermogen geïnvesteerd in kapitaalgoederen. De kwaliteit van deze kapitaalgoederen en het onderhoud hiervan zijn mede bepalend voor het voorzieningenniveau binnen onze gemeente. Ze bepalen uiteraard ook de hoogte van de lasten die dit met zich meebrengt. De paragraaf geeft inzicht in de beleidskaders voor instandhouding van kapitaalgoederen en de financiële consequenties daarvan. We gaan eerst in op de kapitaalgoederen binnen de openbare ruimte. Hierna lichten we de categorie gebouwen toe.
Onderhoud openbare ruimte Beheer openbare ruimte Beleidskader openbaar groen Het groenonderhoud wordt sinds 2011 onderhouden op basis van een bestek. Dit hebben we in de loop der jaren verder ontwikkeld tot deels op frequentie en deels op basis van beeldkwaliteit. Voor 2020 hebben we stevig moeten onderhandelen met de Diamant-groep over de eenheidsprijzen. We werden geconfronteerd met een aanzienlijke prijsstijging. Dit heeft tot gevolg gehad dat we een aantal extra bezuinigingen hebben doorgevoerd. Als randvoorwaarde daarbij hebben we gesteld dat de inwoners (bijna) niets van deze maatregelen zullen merken. Zo hebben we de boomspiegels in gazons verwijderd en worden deze in het maaiprogramma opgenomen. Daarnaast worden er geen medewerkers meer ter beschikking gesteld en is de stelpost gehalveerd. Dit heeft vooral invloed op de extra werkzaamheden, denk aan onder andere renovaties, extra veegbeurten, nieuwe aanplant etc. Het spreekt voor zich dat deze werkzaamheden nu niet meer door Diamantgroep worden uitgevoerd. Beleidskader bomen Het bomenbeheer is door ons vastgesteld evenals de lijst waardevolle bomen. Op de lijst waardevolle bomen staan alleen maar particuliere bomen binnen de bebouwde kom. Er wordt gekeken naar de voorwaarden voor plaatsing op de lijst waardevolle bomen, en als de boo m daarvoor in aanmerking komt dan is deze vergunningplichtig.
Hierdoor is het voor inwoners duidelijk welke bomen we gehandhaafd willen hebben. Bomen die niet voorkomen op de lijst waardevolle bomen zijn vergunningsvrij te verwijderen. Voor gemeentelijke bomen blijft er vergunningsplicht. Buiten de kom geldt bij het kappen dat als de boom op 50 cm hoogte een omtrek heeft van 75 cm of
57
meer deze melding plichtig is. Dan vindt er een beoordeling plaats of de boom aan de voorwaarden voldoet om aangemerkt te worden als waardevolle boom. Met enige regelmaat krijgen we klachten over de bomen van de gemeente. De klachten gaan vaak over blad verlies, vruchtverlies, duiven en of luizen in de bomen. Ook staan er veel bomen erg dicht op de erfgrenzen. Daarom hebben we in het bomen beheer een paragraaf opgenomen waarbij de mate van overlast objectief bepaald kan worden. Vele bomen van de gemeente staan in een te klein plantvak. Hierdoor gaan de bomen oppervlakkig zoeken naar voedingstoffen en ontstaat wortelopdruk. Dit komt best veel voor in de gemeente Hilvarenbeek. Dit heeft enerzijds met de grote van de bomen te maken en anderzijds met het hierboven geschetste probleem van het plantvak. We zijn dan ook voornemens om deze bomen de komende jaren te gaan vervangen. Beleidskader Spelen Al onze speeltoestellen worden jaarlijks vier keer gecontroleerd. Drie keer wordt dit door de eigen buitendienst gedaan en één keer, in het voorjaar, door een extern deskundig bedrijf. Als geconstateerd wordt dat het speeltoestel niet meer veilig te gebruiken is en we dit niet op een eenvoudige manier op kunnen lossen wordt het toestel vervangen. Op speelplekken die we niet willen handhaven wordt het toestel verwijderd en komt er geen vervanging.
Financiële consequenties die voortvloeien uit het beleidskader We maken het volgende financiële onderscheid: 1. Exploitatiekosten, exclusief de kapitaallasten; 2. Kapitaallasten (rente- en afschrijvingslasten) van investeringen; Vertaling van de financiële consequenties Afgerond op € 1.000
1. Saldo exploitatiekosten 2. Resultaat kapitaallasten
Begroting 2020
Werkelijk 2020
-/- 807.000 -/- 10.000
-/- 774.000 -/- 6.000
Verschil begroting -/werkelijk 33.000 4.000
Er lijkt er in 2020 dus sprake van een overschot van € 37.000. Dit wordt veroorzaakt door uitstel van werkzaamheden waar een verzoek tot budgetoverheveling (zie hoofdstuk Budgetoverheveling voor een nadere toelichting) is aangevraagd tot een bedrag van € 40.000. Dus feitelijk is er geen sprake van een overschot, alleen worden de middelen deels in 2021 alsnog ingezet voor uitgestelde werkzaamheden. Sportvelden Beleidskader De sportvelden worden door ons onderhouden op basis van een raambestek. De werkzaamheden worden uitgevoerd op basis van behoefte van de velden. Het afgelopen jaar zijn de velden nauwelijks gebruikt dat heeft enige invloed op het onderhoud. Doordat niet gesport werd op de velden is de rustperiode veel langer geweest en hebben de velden zich goed ontwikkeld. Echter door bespeling zal de mat steviger worden en verdwijnen de niet gewenste grassen zoals straatgras. Groot onderhoud is daarom nog steeds noodzakelijk. Voorheen hadden we voor het groot onderhoud en het maaien van de velden aparte bestekken op de markt. Vanwege omstandigheden, faillissement van de maai aannemer, heeft één aannemer zowel het groot onderhoud als het maaien verzorgt. Doordat dit voordelen heeft gaan we voor deze werkzaamheden één bestek op de markt zetten.
58
Financiële consequenties die voortvloeien uit het beleidskader We maken het volgende financiële onderscheid: 1. Exploitatiekosten, exclusief de kapitaallasten; 2. Kapitaallasten (rente- en afschrijvingslasten) van investeringen; Vertaling van de financiële consequenties Afgerond op € 1.000
1. Saldo exploitatiekosten 2. Resultaat kapitaallasten
Begroting 2020
Werkelijk 2020
-/- 160.000 -/- 109.000
-/- 180.000 -/- 105.000
Verschil begroting -/werkelijk -/- 20.000 4.000
De verschillen tussen de begroting en verantwoording laten zich als volgt verklaren: 1. Saldo exploitatiekosten: In 2020 hebben we opnieuw een bodemanalyse uitgevoerd. Daaruit is naar voren gekomen om extra specifieke kunstmeststoffen aan te brengen. Daarnaast hebben we extra kosten gehad op de beregening van de sportparken. 2. Resultaat kapitaallasten: De werkelijke kapitaallasten zijn lager dan geraamd. Dit komt doordat het rentepercentage als onderdeel van de kapitaallasten in werkelijkheid lager is dan geraamd. Riolering en Water Beleidskader De wet milieubeheer verplicht gemeenten om een actueel gemeentelijk rioleringsplan (vGRP) te hebben. Het v-GRP bestrijkt de periode 2017 tot en met 2021. Onderdeel van het bestaande en nieuwe v-GRP is het anticiperen op de klimaatontwikkeling, het hemel- en grondwaterbeleid en een kostendekkingsplan met kostendekkende tarieven. Met de inwerkingtreding van de Omgevingswet zal de verplichting voor het opstellen van een GRP vervallen. Hier voor in de plaats komt een Waterplan 2022-2026. Voorvloeiende financiële consequenties uit beleidskader Om uitvoering te geven aan het beleidskader kennen we het volgende financiële onderscheid in: 1. Exploitatielasten en -baten, inclusief rioolrechten en exclusief kapitaallasten; 2.
Mutatie reserve riolering (verschillen tussen begroting en rekening wat betreft urentoerekening, directe lasten en – baten en opbrengsten rioolheffing) 3. Kapitaallasten, zijnde rente- en afschrijvingslasten investeringen; 4. Mutatie voorziening riolering resultaat kapitaallasten. Afgerond op € 1.000
1. Saldo exploitatielasten en -baten, exclusief kapitaallasten 2. Storting in reserve riolering 3. Kapitaallasten 4. Storting in voorziening riolering
Begroting 2020
Werkelijk 2020
678.000
923.000
Verschil begroting -/werkelijk 245.000
0 -/- 673.000 0
-/- 245.000 -/- 546.000 -/- 127.000
-/- 245.000 127.000 -/- 127.000
De verschillen tussen de begroting en verantwoording verklaren zich als volgt: 1. Saldo Exploitatielasten en -baten
59
Het overschot komt door meerdere redenen. Zo zijn er werkzaamheden niet uitgevoerd i.v.m. Covid-19 in het afvalwater. De 2e reinigingsronde kolken 2020 is verschoven naar februari 2021. De oplevering van het basis rioleringsplan Hilvarenbeek was gepland voor december 2020, dit wordt maart 2021. 2. Storting in reserve riolering De reserve riolering muteren we jaarlijks met het verschil tussen geraamde en werkelijke uitgaven en inkomsten riolering. Dit met uitzondering van het resultaat kapitaallasten, dat we conform geldende regelgeving muteren op de voorziening riolering. Het bedrag dat we dit jaar storten in de reserve is gelijk aan het overschot (veelal door uitgestelde activiteiten van de onder 1. genoemde verschillen. Zo wordt het financieel effect verwerkt binnen het product riolering. 3. Kapitaallasten De werkelijke kapitaallasten zijn lager dan geraamd. Dit komt voor een deel doordat het rentepercentage als onderdeel van de kapitaallasten in werkelijkheid lager is dan geraamd. Verder zijn een aantal investeringen uitgesteld of later afgerond, waardoor de kapitaallasten ook later volgen. Voor (een toelichting op de) verschillen tussen de geraamde rioleringskredieten en de werkelijke uitgaven daarop, verwijzen we naar de bijlagen. 4. Mutatie voorziening riolering De voorziening riolering muteren we jaarlijks met het verschil tussen geraamde en werkelijke kapitaallasten.
In dit geval storten we het voordelig verschil aan kapitaallasten in de voorziening. Zo blijven de middelen beschikbaar voor het product riolering. Wegbeheer Beleidskader Het beleidskader is vastgelegd in het Wegenbeheerplan 2016-2020. We streven ernaar het wegbeheer uit te voeren met onderhoudsniveau C en willen achterstallig onderhoud voorkomen. De provincie hanteert als toezichthouder van gemeenten zelf ook onderhoudsniveau C als ondergrens bij de integrale toetsing van de financiële positie van de gemeente. Op grond van de Wegenwet zijn we als wegbeheerder verantwoordelijk voor onderhoud en beheer van alle gemeentelijke wegen, inclusief aanliggende bermen en zandwegen, die op de wegenlegger als openbare weg zijn aangegeven. Wanneer wij verzuimen ervoor te zorgen dat de openbare weg in goede staat verkeert, zijn we wettelijk aansprakelijk bij schade van inwoners. Begin 2021 wordt er een nieuw Wegenbeheerplan 2021-2025 gemaakt. Hierbij is een taakstellende bezuiniging opgelegd van € 50.000 per jaar. Voorvloeiende financiële consequenties Om het beleidskader uit te voeren, kennen we het volgende financiële onderscheid in: 1. Saldo exploitatiekosten, voornamelijk klein jaarlijks onderhoud, inclusief aanpak boomwortelproblematiek en onderhoud bermen; 2. Storting in voorziening ter dekking van de jaarlijks fluctuerende kosten voor groot onderhoud; 3.
Jaarlijks fluctuerend groot onderhoud aan asfalt- en elementenverharding, die we ten laste van de voorziening dekken; 4. Kapitaallasten Rehabilitaties, zijn de rente- en afschrijvingslasten voor vervangingen van het wegdek inclusief de fundering. Betreft bestaande en nieuwe kapitaallasten samen.
60
Afgerond op € 1.000 1. Saldo exploitatiekosten 2. Storting in voorziening 3. Kosten ten laste van voorziening 4. Kapitaallasten rehabilitaties
Begroting 2020 -/- 166.000 -/- 344.000 -/- 281.000 -/- 54.000
Werkelijk 2020 -/- 194.000 -/- 344.000 -/- 112.000 -/- 47.000
Verschil begroting /- werkelijk -/- 28.000 0 169.000 7.000
De verschillen tussen de begroting en verantwoording verklaren zich als volgt: 1. Exploitatiekosten: laten een negatief saldo zien van € 28.000 De kosten voor klein onderhoud laten zich lastig voor het exacte bedrag ramen. Klein asfalt onderhoud aan het fietspad aan de Goirlesedijk is duurder uitgevallen in verband met de enorme wortelopdruk van de bomen. 2. Storting in voorziening: laat geen verschil zien tussen begroting en werkelijk De storting is in het wegbeheerplan 2016-2020 vastgesteld. 3. Kosten ten laste van voorziening: laten een voordelig saldo zien van € 169.000 De geplande groot onderhoudswerkzaamheden (€ 130.000,00) in de wijk Doelakkers hebben wij uitgesteld om de werkzaamheden te combineren met de werkzaamheden voor het kappen van de bomen aan de Gildelaan. 4. Kapitaallasten Rehabilitaties: laten een klein positief saldo zien van € 7.000 De werkelijke kapitaalslasten zijn lager dan geraamd. Dit komt grotendeels doordat het rentepercentage als onderdeel van de kapitaallasten in werkelijkheid lager is dan geraamd.
Openbare verlichting Beleidskader Uitgangspunt voor onderhoud en vervanging van afgeschreven materieel is het beleidsplan ‘Openbare Verlichting 2012 -2021’. Dit beleidsplan is opgesteld overeenkomstig de bepalingen van de Nederlandse Stichting voor Verlichtingskunde (NSVV). Voorvloeiende financiële consequenties Om uitvoering te geven aan het beleidskader kennen we het volgende financiële onderscheid in: 1. Exploitatiekosten, zijnde jaarlijks regulier onderhoud, oplossen storingen en stroomverbruik; 2. Jaarlijkse kapitaallasten (in de vorm van rente en afschrijving) bij vervangingen lichtmasten en armaturen; Bedragen x € 1 Afgerond op € 1.000 1. Saldo exploitatielasten en -baten 2. Resultaat Kapitaallasten
Begroting 2020 -/- 78.000 -/- 42.000
Werkelijk 2020 -/- 81.000 -/- 33.000
Verschil begroting -/- werkelijk -/- 3.000 9.000
Verschillen Begroting en Verantwoording 1. Saldo Exploitatielasten en -baten Het is lastig exact te ramen wat de kosten voor onderhoud van jaar tot jaar zullen zijn. Het aantal storingen en reparaties aan de openbare verlichting varieert namelijk per jaar. 2. Resultaat Kapitaallasten De werkelijke kapitaallasten zijn hoger dan geraamd. Voor (een toelichting op de) verschillen tussen de geraamde kredieten en de werkelijke uitgaven daarop, verwijzen we naar bijlage 6. Lijst investeringen.
61
Onderhoud gebouwen Gemeentelijke gebouwen Beleidskader Het onderhoud aan onze gebouwen voeren we uit op basis van Meerjaren OnderhoudsProgrammas’s (MJOP’s). De MJOP’s geven inzicht in de kosten die we de komende tien jaar moeten maken om onze panden in goede bouwkundige en installatietechnische staat te behouden. In 2020 hebben we het gehele pakket voor de periode 2020 – 2022 geactualiseerd en hierin hebben we het aspect duurzaamheid betrokken, althans een aanzet gegeven tot. Duurzaamheid wordt binnen de vastgoedsector steeds belangrijker. Dat komt omdat ongeveer 40% van het totale energieverbruik plaatsvindt in gebouwen. Om de klimaatdoelstellingen van Parijs te behalen valt hier dus veel te winnen. Met het pakket van Duurzaam Meerjaren Onderhoudsprogramma’s (DMJOP’s) worden verdere stappen gezet naar verduurzaming van vastgoed in exploitatie. Aan de hand van de DMJOP’s maken we jaarlijks een planning voor de uit te voeren werkzaamheden. We maken onderscheid tussen kosten voor groot onderhoud en vervangingsinvesteringen. De kosten voor groot onderhoud brengen we in één keer ten laste van de voorziening. In het geval van vervangingsinvesteringen brengen we de kapitaallasten (afschrijvingen en rente) afhankelijk van de afschrijvingsperiode ten laste van de exploitatie. Activiteiten We hebben klein en groot onderhoud uitgevoerd aan onze gebouwen.
Waar mogelijk hebben we daarbij energiebesparende maatregelingen aangebracht. Denk hierbij aan het vervangen van de verlichting door led-verlichting, het isoleren van cv leidingen en het toepassen van slimme meeten regeltechnieken voor de klimaatinstallaties. Ook hebben we een vervolg gegeven aan het optimaliseren van de valbeveiligingen op de daken van onze gebouwen, is er geïnvesteerd in de legionella beheersing en zijn er inspecties uitgevoerd aan de elektrische installaties in het merendeel van onze gebouwen. Om uitvoering te geven aan het beleidskader maken we het volgende financiële onderscheid: 1. jaarlijkse storting in de voorziening gemeentelijke gebouwen en gymnastieklokalen; 2. Vertaling van de financiële consequenties in de begroting en rekening Afgerond op € 1.000
Begroting 2020
Werkelijk 2020
1. Storting in voorziening 2. Kosten ten laste van voorziening
188.000 432.000
248.000 196.000
Verschil begroting /- werkelijk -/- 59.000 236.000
De verschillen tussen de begroting en verantwoording in de voorziening verklaren zich als volgt: 1. Storting in voorziening laat een negatief saldo zien van € 59.000 In de begroting hielden we rekening met een jaarlijks te betalen bedrag aan de installateur voor een onderhoudscontract. In de loop van 2020 is met de installateur afgesproken dat de gemeente een deel van dat bedrag zelf reserveert via een jaarlijkse storting in de voorziening, in plaats van het bedrag jaarlijks aan hen over te maken voor onderhoud op termijn. Per saldo geen budgettair effect, alleen de manier van verwerken is anders geworden.
62
2. Kosten ten laste van voorziening: laten een voordelig saldo zien van € 236.000 Dit verschil is deels te verklaren doordat we in 2020 te maken hebben gehad met de perikelen rondom het coronavirus. We zijn in (Q1 en Q2) 2020 terughoudend omgegaan bij en in de opnames/uitvoering van werkzaamheden. De niet strikt noodzakelijke werkzaamheden zijn gecanceld en een aantal grote werkzaamheden zijn qua uitvoering doorgeschoven naar 2021. Voorts is er gekozen voor het clusteren van bepaalde werkzaamheden. Dit betreft in hoofdzaak groot onderhoud en gesubsidieerde werkzaamheden aan de kerktoren in Diessen en de molen in Hilvarenbeek. Door ‘werk met werk’ te maken kunnen we slimmer aanbesteden. De voorziening bij de gymzalen laat, vooral bij de sportartikelen een positief saldo zien. De verklaring is dat het beheerplan (MJOP) uit gaat van een economische levensduur van grote sportartikelen terwijl de technische levensduur vaak langer is. Tevens gaan we in het MJOP uit van een één op één vervanging van deze sportartikelen. Echter, niet altijd is die behoefte op dat moment aanwezig en vind vervanging op maat plaats. Natuurlijk houden we bij dit alles rekening met dat de veiligheid niet in het geding komt.
63
Paragraaf 4
2.4 Financieringsparagraaf
Inleiding We gaan in deze paragraaf in op de gemeentelijke financieringsbehoefte. We beantwoorden de vraag hoe we in onze financieringsbehoefte hebben voorzien en geven aan wat de wettelijke kaders zijn. Bij een overschot aan kasmiddelen zijn we verplicht deze aan te houden bij het rijk. Hierna evalueren we de schuldpositie van de gemeente. Doordat we financieren met externe middelen hebben we te maken met rente. We gaan in op de korte en lange rente en analyseren het renteresultaat. Uitgaven en inkomsten staan centraal We stellen de gemeentelijke begroting op volgens de regels van het stelsel van baten en lasten. Voor gezonde gemeentefinanciën is alleen sturen op baten en lasten niet genoeg. We moeten ook sturen op onze uitgaven en inkomsten (kasstelsel). Kopen we bijvoorbeeld een nieuw gebouw dan betekent dit dat we eenmalig een bedrag betalen aan de verkoper. We moeten er dan bij stilstaan hoe we dit financieren. Betalen we het bedrag met onze eigen middelen – hebben we het bijvoorbeeld op onze bankrekening staan – of moeten we een lening afsluiten waardoor we een schuld opbouwen. Het is belangrijk dat we de schuld in de gaten houden en deze niet te hoog laten oplopen.
Rente visie en ontwikkelingen Inleiding De rentelasten zijn een belangrijke kostenpost voor de gemeente. Het renteverloop wordt sterk bepaald door economische ontwikkelingen. We beschrijven de ontwikkelingen op Europees en mondiaal vlak. Daarna richten we onze blik op Nederland. Recordkrimp in 2020 De Coronavirus panademie bracht een grote schok voor de economieën in de wereld. Bijgevolg zijn er ook zeer zware sociaaleconomische gevolgen. De Europese economie zal in 2020 een recordkrimp kennen van ruim 7%. Het economisch herstel van elke lidstaat zal niet alleen afhangen van de ontwikkeling van de pandemie in elk land, maar ook van de structuur van de economie en het vermogen om te kunnen reageren op stabiliseringsmaatregelen. De dynamiek van elke lidstaat zal invloed hebben op het herstel van de andere lidstaten. De Europese Commissie verwacht in 2021 een economische groei van 6%, neerwaarts bijgesteld in vergelijking met eerdere prognoses.
64
Het IMF verwacht een economische krimp van ruim 5% in Nederland in 2020. De Nederlandse economie doet heeft beter dan haar buurlanden. Dit komt door de vele overheidssteun en de versoepeling van de lockdownmaatregelen in de zomer. De prognose voor herstel in 2021 is geschat op 4%. Het herstel is slechts mogelijk indien grootschalige contactbeperkingen kunnen worden opgeheven en er voldoende vaccins beschikbaar komen om onszelf definitief te kunnen beschermen tegen het Coronavirus. Er worden een drietal trends gesignaleerd ten gevolge van de Covid-19 virus en daaropvolgende economische crisis: - De lage rente zal verder naar beneden gaan, ook op de middellange termijn. - Het deglobaliseringsproces zet zich voort. Door het beleid om de Amerikaanse economie los te maken van de Chinese economie en de wens om dominante machtsconcurrentie tegen te gaan, vooral op gebieden waar landen zich kwetsbaar hebben gevoeld. - Door besmettingsvrees is de populariteit van online shoppen sterk toegenomen in vergelijking met het fysiek winkelen. Dit geldt ook voor het flexibel werken. Beide ontwikkelingen leiden tot een snellere technologischer voortuitgang en ontstaan van grote technologieplatvormen.
Rente voor leningen met een korte looptijd laag De refirente - ook wel herfinancieringsrente genoemd - is de rente die banken moeten betalen aan de ECB (Europese Centrale Bank) wanneer zij geld bij de ECB opnemen. Banken gebruiken deze faciliteit als ze liquiditeiten te kort komen. De herfinancieringsrente staat vanaf maart 2016 op 0,00%. De driemaands Euribor rente - waarbij de leningen een looptijd hebben van drie maanden - volgt in grote lijnen het verloop van de refirente. In 2020 is de korte rente licht gestegen, van 0,38% begin tot 0,52% eind december 2020. De verwachting is dat de korte rente onveranderd laag blijft in 2021. Rente voor leningen met een lange looptijd blijvend laag De lange rente lag in 2020 op een bijzonder extreem laag niveau. De lange rente daalde langzaam van 0,2% in december 2019 naar -/-0,2% in december 2020. De prognoses voor de lange rente gaan uit van extreem laagblijvende renteniveaus in 2021 en de jaren daarna.
Financieringsbehoefte Inleiding De behoefte aan financiering ontstaat hoofdzakelijk door twee zaken. Enerzijds door investeringen in materiële vaste activa. Anderzijds door verstrekte leningen en onze grondexploitaties. Dit laatste komt doordat bij grondexploitaties de kosten voor de baten uitgaan. We organiseren deze financieringsbehoefte door - naast de eigen reserves en voorzieningen - geld te lenen. We voorzien in onze (nieuwe) financieringsbehoefte door continu kort en lang te lenen binnen de kaders. Een tweetal kengetallen zegt iets over onze financieringsbehoefte: kasgeldlimiet en renterisiconorm. De betekenis en het verloop van beide kengetallen lichten we hieronder toe. Kasgeldlimiet niet langer overschreden ná het eerste kwartaal 2020 De kasgeldlimiet bepaalt het bedrag dat de gemeente maximaal als gemiddelde netto-vlottende schuld per kwartaal mag hebben. Dat bedrag wordt uitgedrukt als een percentage van de jaarlijkse begroting. Voor de gemeente is dat percentage vastgesteld op 8,5%. Onze kasgeldlimiet voor 2020 was 8,5% van € 38,0 miljoen = € 3,23 miljoen.
65
Gedurende het verslagjaar 2020 had de kasgeldlimiet het volgende verloop: Afwijking Kasgeldlimiet (Bedragen x € 1 mln.) 1 Kortlopende geldleningen (vlottende passiva) 2 Kortlopende geldleningen (vlottende activa) 3 Overschot middelen 4 Tekort middelen 5 Kasgeldlimiet ( 7 x 8 / 100 ) 6a Ruimte onder kasgeldlimiet 6n Overschrijding van kasgeldlimiet Bepaling Kasgeldlimiet (Bedragen x € 1 mln.) 7 Begrotingstotaal, afgerond op 1 mln. 8 Percentage regeling
1e kw. 4,20 0,25 0,00 3,95 3,23 0,00 0,72 1e kw. 38,00 8,5%
2e kw. 3,26 0,51 0,00 2,75 3,23 0,48 0,00 2e kw. 38,00 8,5%
3e kw. 0,82 0,47 0,00 0,35 3,23 2,88 0,00 3e kw. 38,00 8,5%
4e kw. 1,94 0,61 0,00 1,33 3,23 1,90 0,00 4e kw. 38,00 8,5%
Toelichting op de tabel Uit de tabel is te lezen dat er in het eerste kwartaal van 2020 sprake was van overschrijding van de kasgeldlimiet. Vanaf het tweede kwartaal was er sprake van ruimte onder de kasgeldlimiet. We hebben in het 2e kwartaal 2020 de liquiditeitenontwikkeling opnieuw beoordeeld. Eind 2019 hebben we, zoveel als mogelijk, de inkoopfacturen betaald om zodoende minder openstaande posten te hebben. Eind 2019 hebben we, zo mogelijk, de nota’s en aanslagen van december 2019 niet opgelegd, maar begin 2020. Beide maatregelen hielden verband met de implementatie van het nieuwe financiële systeem op 1 januari 2020. In 2020 hebben de corona maatregelen hun invloed laten gelden op het liquiditeiten verloop: bijvoorbeeld de bevoorschotting (o.a. Tozo regeling) van het Rijk, de verschuivingen in het opleggen van nota’s en aanslagen en de invordering van openstaande posten. In juli 2020 hebben we, zoals elk jaar, de vordering op het BTW-compensatiefonds ontvangen. We voldoen ruimschoots aan de renterisiconorm De renterisiconorm bepaalt dat jaarlijks 20% van het begrotingstotaal onderhevig mag zijn aan renteherziening en herfinanciering. Hiermee is een maximumgrens gesteld aan het renterisico op de langlopende leningenportefeuille. Van renteherziening is sprake als in de leningsovereenkomst is bepaald dat de rente gedurende de looptijd in een bepaald jaar wordt aangepast.
Herfinanciering is het totaalbedrag aan aflossingen op de bestaande leningenportefeuille. Als gevolg van deze norm kan een rentestijging op de kapitaalmarkt slechts gedeeltelijk doorwerken in de te betalen rentelasten over de vaste schuld. Als we de berekening toepassen op de begroting 2020 leidt dit tot een renterisiconorm van 20% van € 38,0 miljoen (totaal van de lasten op de begroting) = € 7,6 miljoen. Het renterisico op de vaste schuld mag deze norm niet overschrijden.
66
Het verloop van de renterisiconorm staat in onderstaand overzicht weergegeven: Bedragen x € 1 mln.
Begroting 2020 0,00 0,00 0,00 1,28 1,28
Rekening 2020 0,00 0,00 0,00 1,58 1,58
1a 1b 1 2 3
Renteherziening op vaste schuld o/g Renteherziening op vaste schuld u/g Renteherziening op vaste schuld (1a-1b) Aflossingen Renterisico op vaste schuld (1+2)
4a 4b 4
Begrotingstotaal Percentage regeling Renterisiconorm (4a x 4b / 100)
38,00 20 7,60
38,00 20 7,60
5a 5b
Ruimte onder renterisiconorm (4>3) Overschrijding renterisiconorm (3>4)
6,32 0,00
6,02 0,00
In onze gemeente is het totaal van de renteherziening en de aflossingen lager dan de renterisiconorm; we voldoen ruimschoots aan de renterisiconorm. In 2020 schatkistbankieren door een tijdelijk overschot aan kasmiddelen Schatkistbankieren: gemeenten houden overtollige middelen - de middelen die zij (tijdelijk) niet nodig hebben om hun taken en verantwoordelijkheden uit te oefenen - aan via een rekening-courant of in één of meer deposito’s.
Schatkistbankieren is vanaf december 2013 verplicht. Door het invoeren van een doelmatigheidsdrempel van 0,75% van het begrotingstotaal heeft een beperkter aantal decentrale overheden met Schatkistbankieren te maken. De doelmatigheidsdrempel ligt tussen een minimum van € 251.000,- en een maximum van € 2,5 miljoen. Dit komt voor onze gemeente neer op het minimumbedrag van € 285.000,-. In onderstaand overzicht kunt u de ruimte onder en boven het drempelbedrag per kwartaal aflezen. Berekening benutting drempelbedrag schatkistbankieren (x € 1.000) Verslagjaar 2020 Kwart. 1 Kwart.2 Kwart.3 Drempelbedrag 285 285 285 Kwartaalcijfer op dagbasis buiten 's Rijks schatkist 42 24 aangehouden middelen Ruimte onder het drempelbedrag 285 243 261 Overschrijding van het drempelbedrag -
Kwart.4 285 33 252 -
Omslagrente in de Begroting 0,90%, in de Rekening 0,50% Inleiding De rentekosten aan de taakvelden worden toegerekend met behulp van de renteomslag. Deze renteomslag is afhankelijk van onze huidige financiering en de rentepercentages die we op dit moment betalen voor onze geldleningen. Hoe berekenen we de renteomslag? Uitgangspunt is het bedrag van de externe rentelasten over de korte en lange financiering minus de externe rentebaten. Aan de taakvelden toe te rekenen externe rente wordt vervolgens
67
bepaald door het saldo van de rentelasten en rentebaten te verminderen met de rente die aan de grondexploitaties wordt doorberekend, rente van projectfinancieringen (bijvoorbeeld het nieuwe zwembad/sportcomplex) en rentebaten van doorverstrekte leningen (geldleningen aan woonstichting Leystromen). Bij het saldo wat resteert wordt de rente over de voorziening Pensioenen wethouders bijgeteld. Het restant wordt door middel van een renteomslag aan de verschillende taakvelden toegerekend. In Hilvarenbeek is het renteomslag percentage 0,50%, na herberekeningen. Oorzaken van de lagere rentelasten In vergelijking met de begroting wijken de toe te rekenen rentelasten af door het volgende: - De begrote rentelasten voor het opnemen van gelden tot de kasgeldlimiet waren in werkelijkheid (door de negatieve rentestand) vrijwel nihil. We ontvingen rente op de kortlopende geldleningen. - Over de btw suppletie verzoeken met betrekking tot de PMD afvalstromen is door de Belastingdienst met te betalen belastingrente berekend. Deze belastingrente was niet meegenomen in de Begroting. - In de Begroting is gerekend met een omslagpercentage van 0,90%, na herberekeningen komt de omslagrente uit op 0,50%. Naar de Exploitatie worden minder rentelasten doorberekend wat leidt tot een voordeel, binnen het taakveld Rente leidt de lagere doorbelasting tot nadeel voor hetzelfde bedrag.
In de bijlage van deze jaarrekening is een gedetailleerd rekenschema Rentekosten opgenomen. De vaste financiering in 2020 De vaste financiering bestaat uit de volgende posten: - Twee langlopende geldleningen zijn verstrekt aan woonstichting Leystromen. Eén geldlening is destijds verstrekt uit eigen middelen en heeft een restwaarde van € 1,6 miljoen, de andere geldlening is in 2020 volledig afgelost. - We hebben vijf opgenomen geldleningen die zijn aangewend voor onze eigen financiering. De restschuld van deze vijf vaste geldleningen bedroeg eind 2020 € 15,6 miljoen. De twee grootste geldleningen hebben een rentepercentage van respectievelijk 1,63% en 0,98%. - We hebben in 2017 een vaste geldlening afgesloten van € 7 miljoen, tegen 1,66%, als objectfinanciering voor de realisatie van het zwembad/sportaccommodatie De Roodloop. De restschuld is € 6,6 miljoen eind 2020. Langlopende opgenomen geldleningen 2020 opgenomen en doorverstrekt aan woonstichting Leystromen: opgenomen voor financiering van eigen bezittingen: lening: 93307 (4,42%)
Restantbedrag geldleningen 31-12-2019
Nieuwe Geldleningen in 2020
Bedrag rente in 2020
Bedrag aflossing in 2020
Restantbedrag geldleningen 31-12-2020
147.097
0
8.759
147.097
0
1.400.000
0
59.362
200.000
1.200.000
lening: 98587 (4,73%)
900.000
0
42.384
100.000
800.000
lening: 109878 (1,63%)
4.200.000
0
66.731
200.000
4.000.000
lening: 110465 (1,66%)
6.748.571
0
110.813
128.854
6.619.717
lening: 112363 (0,17%)
2.400.000
0
3.961
600.000
1.800.000
lening: 112900 (0,98%)
8.000.000
0
77.292
200.000
7.800.000
Totaal
23.795.668
0
369.302
1.575.951
22.219.717
68
Stand van zaken overige leningen en borgstellingen De gemeente staat borg voor woonstichting Leystromen via zogenoemde achtervangovereenkomsten gesloten met Stichting Waarborgfonds Sociale Woning bouw (WSW) om nieuwe financieringen mogelijk te maken in het werkgebied van de woonstichting. De achtervang ten name van woonstichting Leystromen is gelimiteerd tot een achtervangbedrag van € 24 miljoen. Na de aflossingen in 2020 resteert een schuldrestant van ca. € 12 miljoen. Van de gelimiteerde achtervang is ca. € 5,7 nog onbenut. In 2020 heeft woonstichting Leystromen een verzoek ingediend om de omvang van de achtervang uit te breiden naar € 50 miljoen. Leystromen baseert haar verzoek op de achterblijvende achtervang geboden door de gemeente Hilvarenbeek in haar werkgebied en de benodigde financiering van haar investeringsagenda in de onze gemeente. In 2020 zijn de nodige voorbereidingen genomen om in 2021 de achtervang uit te breiden. Afdeling Biest heeft in 2015, in het kader van behoud van een rijksmonument en een beeldbepalend gebouw voor de Biestse gemeenschap, een renteloze lening van € 15.000,verstrekt aan coöperatie Behoud Kerkgebouw Biest-Houtakker. De maximale looptijd van deze lening is 15 jaar. Dit bedrag zal uiterlijk 1 januari 2030 door de coöperatie worden terugbetaald.
Schuldpositie (Wet Hof) Sinds 2013 geldt de wet Houdbare Overheidsfinanciën (wet HOF). Houdbare gemeentefinanciën betekent dat de gemeente - ook bij economisch zwaar weer - genoeg geld overhoudt om aan haar verplichtingen te blijven voldoen, waarbij de noodzakelijke publieke voorzieningen niet in de knel komen. Voor gezonde, houdbare gemeentefinanciën is alleen sturen op baten en lasten niet genoeg. We moeten ook kijken naar de hoogte van de schuld. Rente en aflossingen leggen tenslotte een beslag op het toekomstig inkomen van de gemeente. Hoe hoger de schulden, hoe meer toekomstige inkomsten voor rente en aflossingen worden vastgelegd. In de paragraaf ‘weerstandsvermogen en risicobeheersing’ gaan we in op de risico’s die we hierbij lopen.
69
Paragraaf 5
2.5 Bedrijfsvoering
In deze paragraaf leest u meer over onze bedrijfsvoering. We gaan specifiek in op een aantal aandachtspunten in de bedrijfsvoering zoals de P&C cyclus, Personeel en Informatiemanagement .
Aandachtspunten bedrijfsvoering Besturing en beheersing Om de gemeenteraad in staat te stellen de kaderstellende en controlerende rol in te vullen, hebben we afspraken gemaakt over de jaarlijks door de organisatie op te leveren begrotings - en verantwoordingsdocumenten zoals de begroting, voorjaarsnota(+), najaarsnota en jaarstukken. Ter voorbereiding op de begroting is een uitgebreid proces vormgegeven om noodzakelijke bezuinigingsvoorstellen te doen. Hierbij heeft de gemeenteraad het inwonerspanel gebruikt om de inwoners te consulteren en heeft een aparte extra informatiebijeenkomst met de gemeenteraad plaatsgevonden om de effecten van mogelijke bezuinigingsvoorstellen nader te duiden. De risicovolle processen beheersen we met behulp van de interne controles die we uitvoeren op basis van onze Interne Controle plannen. Vanaf 1 januari 2020 gebruiken Goirle, Hilvarenbeek en Oisterwijk eenzelfde financieel systeem wat we ook op dezelfde wijze inrichten. Om onze uitgaven beter te beheersen, gaan we de aangegane verplichtingen in dit financieel systeem registreren. Deze verandering is in 2020 in gang gezet en vanaf 2021 verplicht. Zo weten we op een eerder moment, eerder dan bij het ontvangen van de factuur, welke uitgaven op ons afkomen.
Personeel Op basis van het strategisch personeelsplan en de teamplannen hebben we inzicht in de huidige en gewenste bemensing van de organisatie in kwantiteit en kwaliteit. Op grond hiervan sturen we gericht op de vaste en flexibele bemensing van de organisatie en op ontwikkeling van medewerkers. 2020 was door corona een bijzonder jaar. Dit had onder ander invloed op de volgende thema’s: - Vitaliteit en duurzame inzetbaarheid Vitaliteit en duurzame inzetbaarheid zijn belangrijke thema’s. Corona heeft het belang om hier aandacht voor te hebben nog eens versterkt. Het gaat dan om zowel fysieke als mentale vitaliteit. Het thuiswerken gaat medewerkers wisselend af. Gaandeweg het jaar zagen we dat veel medewerkers meer last kregen van het thuiswerken. Dit kan fysieke klachten geven, doordat medewerkers minder bewegen. Maar ook mentale klachten, doordat sprake is van eenzaamheid of stress. We hebben regelmatig aandacht gevraagd voor het thema vitaliteit, bijvoorbeeld via Hilvernet, de ambtenarenapp en in persoonlijke gesprekken. Eind 2020 hebben we een regeling hybride werken opgesteld, op basis waarvan medewerkers een vergoeding tot maximaal € 300,- kunnen krijgen voor het Arbo-proof inrichten van hun thuiswerk70
-
-
plek. Ook hebben we instructie geven over het goed inrichten van je werkplek en het belang van regelmatig bewegen tijdens de werkdag. Opleiden en ontwikkelen Door corona zijn veel geplande opleidingen in 2020 niet doorgegaan. Vaak was er geen digitaal alternatief beschikbaar of was het niet mogelijk (of wenselijk) een training online te volgen, dit gold b.v. voor de praktijktrainingen voor de buitendienst. Dit betekent zeker niet dat we opleiden en ontwikkelen minder belangrijk vinden. In gesprekken is aandacht voor talentontwikkeling. Ook is aandacht voor de borging van Insights en het benutten van kwaliteiten vanuit de persoonlijke voorkeurskleuren. Werkdruk De hoge ervaren werkdruk die we in 2019 constateerden, was ook in 2020 duidelijk zichtbaar. Corona betekende voor verschillende groepen medewerkers veel extra werk. Daarnaast heeft het opstellen van de teamplannen door corona vertraging opgelopen. Eind 2020 zijn deze verder uitgewerkt, hetgeen inzicht geeft in de werkdruk en de beschikbare capaciteit per team. We roepen medewerkers op om signalen van werkdruk vooral kenbaar te maken bij hun leidinggevende en alert te zijn op signalen die zij opvangen van andere collega’s.
In onderstaande tabel is de bezetting ultimo 2020 exclusief bestuur, opgenomen en afgezet tegen de formatie in de primaire begroting 2020.
Reguliere formatie Griffiefunctie Garantiebanen Bovenformatief Totaal exclusief bestuur
Formatie primaire begroting 2020 (fte) 117,2 1,6 1,7 4,2 124,7
Bezetting ultimo 2020 (fte) 110,4 1,8 1,3 0,6 114,1
De 0,6 fte bovenformatief betreft tijdelijke formatie bij de afdeling Ruimte met betrekking tot de invoering van de omgevingswet. De bezetting en bijbehorende bruto salarislasten, inclusief bestuur, zijn als volgt over de programma’s verdeeld:
Programma 1. Samenlevend 2. Belevend 3. Ondernemend 4. Dienstverlenend 6. Overhead Investeringen Eindtotaal
Bruto salaris primaire begroting 2020 1.687.576 2.692.685 96.005 785.892 3.540.308 134.184 8.936.650
Bruto salaris ultimo 2020 € 1.531.213 € 2.476.372 € 82.083 € 728.410 € 3.484.078 € 98.867 € 8.401.023
Informatiemanagement Landelijk gezien spelen zich grote ontwikkelingen af op het gebied van de modernisering van de gemeentelijke ICT (bijvoorbeeld Common Ground, Blockchain en datagedreven werken). In samenwerking met alle Equalit-deelnemers, en in het bijzonder samen met Goirle en Oisterwijk, volgen we deze ontwikkelingen en werken we samen om ons, vanuit die gezamenlijkheid, op de toekomst voor te bereiden. In 2020 bereikten we de volgende resultaten: - Een vastgesteld programmaplan GHO-harmonisatie, die in uitvoering is gestart met het doel om processen en applicaties in GHO verband verder te harmoniseren.
71
-
-
Een verder uitgewerkt en ingevoerd Informatiebeveiligings- en Privacy beleid Een pilot-project datagedreven werken (GHO project binnen Jeugdzorg) dat op hoofdlijnen nagenoeg is afgerond en dat is vertraagd door het lastig verkrijgen van gegevens vanuit gemeente Tilburg. Door de opgelopen vertraging is er nog geen nieuw datagedreven project opgestart. De invoering van de Omgevingswet is uitgesteld en daardoor de invoering van het Digitale Stelsel Omgevingswet (DSO) eveneens. In Equalitverband loopt het project overigens wel gewoon door. Een, in Equalit verband, gezamenlijk aanbestede nieuwe burgerzakenapplicatie die in 2021 voor alle deelnemers wordt geïmplementeerd. Een opgestart projectteam in Equalit verband die is gestart met de voorbereiding van de vervanging van ons zaaksysteem GreenValley.
72
Paragraaf 6
2.6 Verbonden partijen
Verbonden partijen zijn rechtspersonen waarmee we een bestuurlijke en financiële band hebbe n. Dit zijn onder andere gemeenschappelijke regelingen en vennootschappen (waarvan de aandelen geheel of gedeeltelijk in het bezit zijn van de gemeente), verenigingen of stichtingen die een publiek belang behartigen. Met de bestuurlijke band wordt bedoeld dat we één of meer zetels hebben binnen de betreffende partij of dat we stemrecht hebben. Van een financiële band is sprake zodra we middelen ter beschikking stellen aan deze partij. Verbonden partijen zijn te verdelen in de volgende categorieën: gemeenschappelijke regelingen, stichtingen/verenigingen en coöperaties/vennootschappen. In deze paragraaf worden de verbonden partijen uitgelicht waarmee we een bestuurlijke en financiële band hebben. In onderstaande tabel zijn de werkelijke cijfers over 2019 o pgenomen, omdat de werkelijke cijfers over 2020 nog niet bekend waren ten tijde van het opstellen van deze jaarrekening. Voor de eigen bijdragen zijn wel de werkelijke cijfers 2020 opgenomen. Financiële risico’s bij de verbonden partijen Voor een aantal gemeenschappelijke regelingen draagt de gemeente financiële risico’s.
Met de GGD, de Diamantgroep, de Veiligheidsregio en de Omgevingsdienst is afgesproken dat de deelnemende partijen de financiële risico’s opvangen wanneer de organisatie zelf niet over voldoende weerstandscapaciteit beschikt. Specifieke risico’s staan uitgewerkt in de risicokaart. Voor de samenwerking met de Regionale ambulance voorziening, Regio Hart van Brabant en de verbonden vennootschappen draagt de gemeente geen financiële risico’s.
73
Verbonden partij Gemeenschappelijke regeling 1 GGD: verplichte regeling in de publieke gezondheidszorg 1 Diamantgroep: geeft uitvoering aan participatiewetgeving
2 Veiligheidsregio Midden-West Brabant: verplichte regeling geeft uitvoering aan de wet veiligheiddsregio’s 2 Omgevingsdienst Midden-West Brabant: verplichte samenwerking geeft uitvoering ana vergunningsverlening, toezicht- en handhavingstaken op milieugebied 2 Regionale ambulance voorziening: kwalitatief hoogwaardige ambulancezorg regelen binnen budgettair kader 4 Regio Hart van Brabant: bestuurlijke, ruimtelijke en economische versterking van de regio Vennootschap 5 Brabant Water N.V.: borgt een optimale drinkwatervoorziening in haar voorzieningsgebied * cijfers over 2018 5 N.V. Bank Nederlandse Gemeenten: draagt bij aan het laag houden van kosten voor maatschappelijke voorzieningen voor de burger
Taak veld
Bijdrage (belang)
Resultaat * € 1.000 Resultaat 2019
Eigen vermogen * € 1.000 01-01-2019 31-12-2019
Vreemd vermogen * € 1.000 01-01-2019 31-12-2019
7.1
Bijdrage was € 509.570 in 2020. Subsidie was € 1.459.863 in 2020 (incl. coronacompensatie). Bijdrage was € 873.431 in 2020.
€ 152
€ 10.147
€ 8.528
€ 7.889
€ 8.371
€ 934
€ 14.442
€ 13.898
€ 20.184
€ 20.738
€ -2.622
€ 19.531
€ 18.582
€ 40.519
€ 38.926
7.4
Bijdrage was € 606.856 in 2020.
€ 699
€ 3.568
€ 2.609
€ 4.614
€ 3.880
1.1
n.v.t. per jaar
€ -371
€14.074
€13.670
€25.747
€24.169
0.1
Hart van Brabant: Bijdrage € 68.372 Midpoint: Bijdrage € 71.785
€ -1.667
€ -2.698*
€ 133
€ 17.807
€ 16.732
0.5
n.v.t.
€ 30
€ 636
€ 665
€ 457
€ 480
0.5
In 2019 hebben we een dividendopbrengst van €11.500 ontvangen over 2019.
n.v.t.
n.v.t.
n.v.t.
n.v.t.
n.v.t.
6.4
1.1
74
Paragraaf 7
2.7 Grondbeleid
In de jaarlijkse grondnota leest u hoe we het grondbeleid inzetten om onze doelen te bereiken. Het BBV schrijft voor dat we een aantal onderdelen van de grondnota opnemen in onze begroting en in ons jaarverslag. Het gaat om de volgende onderdelen: - visie op het grondbeleid in relatie tot de realisatie van doelstellingen van de begrotingsprogramma’s - aanduiding hoe de gemeente haar grondbeleid uitvoert (uitgangspunten) - beleidsuitgangspunten voor reserves voor grondzaken in relatie tot de risico’s van grondzaken (financiële positie) - actuele prognose van de resultaten van de totale grondexploitatie en onderbouwing van de geraamde winstneming We gaan hier in deze paragraaf verder op in.
Visie op het grondbeleid Het Programma grondbeleid schept de noodzakelijke randvoorwaarden om de ambities uit de Toekomstagenda Hlvrnbk 2030 te kunnen realiseren. Het: 1. is faciliterend voor onze volkshuisvestingsopgave 2. versterkt de ruimtelijke kwaliteit van onze gemeente 3. biedt mogelijkheden voor medefinanciering van overige gemeentelijke activiteiten. Een solide financieel beleid is hiervan onderdeel. Dat waarborgen we door twee keer per jaar de grondexploitaties te actualiseren en door de winstverwachtingen van het grondbedrijf aan de algemene dienst te ontkoppelen. Hieronder leest u meer over de andere uitgangspunten van ons grondbeleid.
Uitgangspunten grondbeleid We stellen ieder jaar een grondnota vast. Het grondbeleid baseren we mede op het programma akkoord 2018-2022 ‘Samen komen we verder’. Via de grondnota verfijnen we en stellen we het grondbeleid jaarlijks bij. Op 11 november 2020 is de laatste grondnota vastgesteld. Hierin staan de ontwikkelingen met betrekking tot de grondexploitatie. We actualiseren de grondnota voorafgaand aan het samenstellen van de jaarrekening. Daardoor kunnen we eventuele consequenties van de grondnota in de jaarrekening verwerken. De hoofdlijnen van ons grondbeleid zijn: 75
-
Het beleid richt zich op ‘bouwen naar behoefte’ met behoud van het dorpse karakter. Het toewijzingsbeleid richt zich primair op de doelgroepen starters en senioren, daarnaast moeten ook doorstromers in aanmerking komen voor bouwgrond of een koopwoning. We voeren actieve grondpolitiek; er is een productieproces voor de vervaardiging van bouwrijpe gronden. Dat proces bestaat uit aankoop van gronden, bouwrijp maken en uitgeven daarvan. Het grondprijsbeleid voor woningbouw is verdeeld in drie sectoren: de vrije sector, de starters sector en de sociale (huur)sector. De grondprijzen worden jaarlijks vastgesteld. Om risico’s af te dekken, houden we een algemene reserve grondexploitatie aan. Verliesgevende plannen vermijden we zo veel mogelijk. We passen tussentijdse winstneming toe conform de Poc-methode. (percentage of completion)
Financiële positie We beschikken over een actuele inventarisatie en beoordeling van de grondexploitatierisico’s. De grondexploitatie heeft een eigen ‘algemene reserve’. Deze reserve dient als weerstandsvermogen om eventuele risico’s op te vangen. In de paragraaf ‘Weerstandsvermogen en risicobeheersing’ leest u hier meer over.
Prognose grondexploitaties Winstverwachting In de Grondnota leggen we verantwoording af over onze exploitatieopzetten. De exploitatieopzetten zijn in het eerste kwartaal van 2021 herzien als onderdeel van het proces van de jaarrekening. Op basis daarvan ramen we de winstnemingen en verliezen zoals opgenomen in onderstaand overzicht. Voor de nieuwe grondnota 2021 herzien we de exploitatieopzetten opnieuw. Dit kan leiden tot andere winstverwachtingen dan in onderstaande tabel gepresenteerd. We benadrukken dat het in dit overzicht gaat om geraamde winstnemingen met toepassing van de Poc-methode. Winst realisatie
Winst realisatie
Raming nog te realiseren winsten
Totaal verwacht resultaat
Plan 2020
2021
Mierbeek
2.841.099
19.599
105.037
2.965.736
Loosche Akkers
4.627.744
155.159
285.590
5.068.493
Vroonakker
911.358
277.044
457.348
1.645.749
De Welder
15.773
-5.971
1.405
4.836
16.043
De Leeuwerik 3
74
809
210
144
1.238
Gelderakkers 1
680.461
41.790
354.708
Totaal
243.349
257.196
9.319.859
745.626
2023
2024
2025
t/m 2027
1.076.960 428.359
Gelderakkers 2 Hof Zuiderbeek
2022
2026 t/m 2027
t/m 2019
274.337
441.371
347.619
1.195.468
2.687.154 500.545
1.204.299
433.339
274.337
441.371
347.619
1.195.468
76
13.961.918
Vennootschapsbelasting Vanaf 1 januari 2016 is grondexploitatie - als ondernemersactiviteit - belastingplichtig voor de vennootschapsbelasting. In het hoofdstuk ‘overhead en vpb’ gaan we hier verder op in. Potentiele nieuwe BIE-complexen Hispohal in Hilvarenbeek De gemeente is eigenaar van de voormalige Hispohal, John F. Kennedylaan 1 in Hilvarenbeek. Deze locatie wordt herontwikkeld. Het ligt voor de hand dat deze lokatie als nieuw BIE (bouwgrond in exploitatie) complex aan de grondexploitatie wordt toegevoegd. Tot deze tijd staat dit complex als materieel vast activum gewaardeerd op de balans. Bij de jaarrekening 2019 is op grond van paragraaf 4.2 BBV de waarde bepaald van dit activum om te kunnen vaststellen of er een afwaardering dient plaats te vinden. Op grond daarvan is de lokatie afgewaardeerd tot een bedrag € 880.000,--. De afwaardering bedroeg daarmee € 1.256.856,95 en is ten laste van de algemene reserve grondexploitatie gebracht. Vrijkomende schoollocatie Esbeek De gemeente is eigenaar van de voormalige schoollocatie aan de Heuvelaar 10 in Esbeek. Deze locatie komt in aanmerking voor herontwikkeling. Het ligt voor de hand dat deze lokatie als nieuw BIE (bouwgrond in exploitatie) complex aan de grondexploitatie wordt toegevoegd. Tot deze tijd staat dit complex als materieel vast activum gewaardeerd op de balans.
Op grond van paragraaf 4.2 BBV dient de waarde te worden bepaald van dit activum om te kunnen vaststellen of er een afwaardering dient plaats te vinden. Vanwege de geringe boekwaarde van € 149.000 achten we het niet waarschijnlijk dat hier een afwaardering voor nodig is. Om die reden hebben wij hiervoor geen taxatie laten uitvoeren. Overige ontwikkellocaties In 2019 en 2020 is op diverse locaties door de gemeente een voorkeursrecht gevestigd met het oogmerk daar eigenaar te kunnen worden van gronden tbv de ontwikkeling van een gebied t.b.v. wonen danwel bedrijventerrein. Concreet gaat het dan om Vroonacker te Diessen, De Welder te Haghorst en bedrijventerrein Slibbroek te Hilvarenbeek. In 2020 zijn daarvoor nog geen gronden feitelijk in eigendom verkregen. Het ligt voor de hand dat deze lokaties op termijn als nieuw BIE (bouwgrond in exploitatie) complex aan de grondexploitatie worden toegevoegd.