13 Energieneutraal Biest 2030 (3 Dorpsenergieplan)
Tekst van het document
Afbeelding 8:verloop van het ontwikkelproces om te komen tot het dorpsenergieplan
26
Afbeelding 9: Samenwerking tussen drie taakgroepen en de werkgroep Duurzaam Biest
In de figuur is de samenwerking tussen de drie taakgroepen en de werkgroep Duurzaam Biest (donkergroene blok) aangegeven met de thema’s per taakgroep. Op de toekomstige participatieactiviteiten wordt in hoofdstuk 5 ingegaan.
27
4. Gekozen warmtetechniek 4.1. Beschrijving warmtetechniek Kort gezegd is de dominerende warmtetechniek voor Biest-Houtakker en het buitengebied de inzet van warmtepompen. Met behulp van elektrische voeding wordt zo een lokaal beschikbare energiebron gebruikt om warmte te maken. De warmte wordt benut voor ruimteverwarming en het maken van warm tapwater in woningen en gebouwen. Er zal een mix van verschillende soorten warmtepompen ingezet worden en daarmee wordt een trend die al is ingezet de afgelopen jaren verder versterkt. De warmtetechniek die voor Biest-Houtakker gekozen wordt kan niet los worden gezien van de mogelijkheden om eigen opwek te realiseren van elektriciteit. Mede daarom wordt in dit plan integraal aandacht gegeven aan elektriciteit naast warmte en koude voorziening. In de planperiode (2030) ligt de focus niet op een techniek om als dorp aardgasvrij te worden. Daarvoor hebben de inwoners van Biest-Houtakker, op basis van landelijk beleid meer tijd. Het beoogde jaartal om helemaal geen aardgas meer te gebruiken als warmtebron is gelijk aan de nationale doelstelling: 2050. De gemeente Hilvarenbeek is gestart met het opstellen van een warmteprogramma. Onderweg naar vaststelling in 2027 zal per buurt of wijk in Hilvarenbeek bekeken worden of een eerdere datum voor aardgasvrij worden in beeld komt.
Daar worden de bewoners en stichting Duurzaam Biest ook bij betrokken. In dit plan ligt de focus op de uitvoering van stappen op weg naar 2030. Er zal in die periode veel aardgas bespaard kunnen worden, maar aardgas zal in 2030 nog nodig zijn als onderdeel van het transitiepad naar een aardgasvrije toekomst na 2050. In dit plan wordt al gekeken naar alternatieven, zoals groen gas en waterstof. De verwachting is dat waterstof niet voor 2030 beschikbaar zal zijn. Groen gas is een potentiële optie, die vanaf 2026 nader onderzocht moet worden op haalbaarheid. Bij de uitwerking van de warmtetechniek wordt, op strategisch niveau, vooruitgekeken naar mogelijkheden om aardgasvrij te worden. Er wordt ook geverifieerd dat oplossingen die voor 2030 worden gerealiseerd de weg naar een aardgasvrije toekomst niet dwarsbomen of onnodig moeilijk maken.
4.1.1.
Energiebronnen
Er wordt in dit plan dus niet alleen naar warmte- (of koude) bronnen gekeken. Er wordt ook aandacht gegeven aan lokale bronnen om de elektriciteit op te wekken die nodig is voor de techniek die met de warmte- en koude oplossing(en) samenhangt.
Bronenergie voor warmtepompen Een dominante technische oplossing voor Biest-Houtakker zal de warmtepomp zijn. Die trend is nu al zichtbaar in het dorp, maar die zal zich doorzetten in de periode tot 2030. De inzet van de warmtepomp is maatwerk. Als een woning label B heeft of op een strenge winterdag verwarmd kan worden met een Cv-ketel die op 50oC is ingesteld is een woning geschikt voor een warmtepomp. In sommige gevallen moet het warmte afgifte systeem daarvoor worden aangepast in de woning. Dat is ook maatwerk. Voor de ene woning past het om een individuele all-electric warmtepomp in te zetten en
28
direct van het aardgas af te gaan. Voor een andere woning kan een hybride warmtepomp met inzet van aardgas in de winter of voor warm tapwater logisch zijn en voor andere woningen (en/of bewoners) kan een collectieve warmtepomp een oplossing bieden. Belangrijk bij het maken van keuzes is het besef dat een bewoner op eigen tempo en naar eigen vermogen stappen kan doorlopen. Een warmtepomp kan in Biest-Houtakker worden gevoed vanuit meerdere energiebronnen: -
-
-
Buitenlucht. Die is overal vrij en voldoende aanwezig. Bij koude winters zijn er beperkingen omdat de warmtepomp dan regelmatig ontdooid moet worden bij ijsvorming. In die periode is verhoudingsgewijs veel elektriciteit nodig (slechte COP); Ventilatielucht. De warmtepomp kan, bij een goed ventilatiesysteem dat hiervoor is ontworpen, ook worden gevoed met warme lucht die uit de woning wordt afgevoerd; Bodemlussen (warmtewisselaars die geboord of gelegd worden in de bovenste bodemlaag of tot tientallen meters diepte), zie voor een meer gedetailleerde uitwerking van mogelijkheden in Biest-Houtakker bijlage 9. Een open bodemenergiesysteem (WKO), dat strikt genomen meer een opslagsysteem is dan een bron, maar uit de aard van de techniek wel een energiebron is voor een warmtepompinstallatie.
Het proces om bewoners te helpen met het maken van keuzen komt in hoofdstuk 6 aan de orde bij het handelingsperspectief dat dit plan de bewoners geeft.
Elektriciteit Van eminent belang bij de keuze van een energiebron voor een warmtepomp is de hoeveelheid elektriciteit die nodig is om warmte op te wekken. De focus ligt daarbij op de winterperiode. Vooral lokale zonne-energie is dan schaars (wind-energie soms ook) om elektriciteit op te wekken terwijl het energiegebruik voor ruimteverwarming juist hoog is. In de winterperiode verbruikt de luchtwarmtepomp meer elektriciteit dan een bodemwarmtepomp (lus of WKO). De temperatuur van (water in) de bodem is in de winter hoger (10 – 15oC) en stabieler dan de buitenlucht. De warmtepomp moet bij bodemenergie in de winter een kleiner temperatuurverschil overbruggen om de gewenste aanvoertemperatuur naar de woning te bereiken. Om overbelasting van het elektriciteitsnet op piekmomenten (seizoen- en dagritme) te vermijden is het van belang om naast luchtwarmtepompen in het dorp ook bodemwarmtepompen te stimuleren en/of mensen te bewegen om een hybride warmtepomp te nemen. Hybride warmtepompen kunnen een goed alternatief zijn in de overgangsfase tot het moment dat een woning goed geïsoleerd is. De stichting Duurzaam Biest houdt, in samenspraak met de op te richten energiegemeenschap, zicht op het type warmtepomp dat door bewoners wordt gebruikt.
In het plan is opgenomen om een energiemanagementsysteem in te richten, waarbij data van warmtepompen worden gedeeld op dorpsniveau om de inzet van elektriciteit te optimaliseren. Met zo’n systeem, door registratie van energie-adviezen en door enquetering wordt een beeld bijgehouden van de verschillende typen toegepaste warmtepompen. Vanuit dit overzicht kunnen gerichte energieadviezen worden gegeven aan de bewoners. Zelfs na de geplande netverzwaring (nu voorzien in de periode na 2036) door Enexis wordt verwacht dat sturing en monitoring van het elektriciteitsverbruik nodig is om
29
congestieproblemen in het laag- en middenspanningsnet te voorkomen. Vooral in de ochtenden en in de middagen (16 tot 21 uur) wordt vanuit huishoudens veel stroom gevraagd. Door spreiding van de vraag, delen van energie of energieopslag aan de aanbodkant kan hier beter mee worden omgegaan. Het is van belang om lokaal thermische opslag te genereren, enerzijds voor directe levering aan woningen vanuit de opslag en anderzijds als warmtebron voor de warmtepompen in de winterperiode. Voor elektrische energiebronnen wordt ingezet op zonne-energie, met de focus op zon-opdak. Enerzijds op grote daken van bedrijven in het buitengebied. Anderzijds door inwoners via persoonlijke energieadviezen te stimuleren zoveel mogelijk zonnepanelen op hun eigen dak te plaatsen. Door het wegvallen van de salderingsregeling vraagt flexibele benutting van zelf opgewekte zonne-energie extra aandacht. Bewoners overwegen bijvoorbeeld een thuisbatterij aan te schaffen. Door de toename van mogelijkheden voor flexibele elektriciteitscontracten voor grootverbruikers neemt de mogelijkheid van collectief opwekken van zonne-energie en het opslaan in batterijen door een Biestse energiegemeenschap juist toe. In bijlage 6 zijn resultaten gepresenteerd van een eerste flexibiliteitsscan bij 8 ondernemers in het buitengebied.
Daar waar de mogelijkheden zich voordoen voor lokale participatie in regionale windenergie projecten zal de stichting Duurzaam Biest zich inzetten om hieraan mee te doen. Zon-op-dak combineren met warmtelevering via warmtepompen is een prominente denkrichting die in dit plan concreet is gemaakt. Zo’n concept wordt een energiehub genoemd. Er is een flexibiliteitsscan uitgevoerd die in bijlage 6 is samengevat.
Afbeelding 10: Opzet energiehub Biest-Houtakker
Binnen deze oplossingsrichting realiseert de Biestse energiegemeenschap extra zon-op-dak (of neemt bestaande panelen over). De potentie van windenergie binnen de energie hub komt waarschijnlijk pas over enkele jaren aan de orde.
30
De energiegemeenschap levert in het energie hub concept elektriciteit op verschillende manieren en met verschillende doelen: -
-
-
Laden van elektrische voertuigen (particulier of bij bedrijven). In bijlage 6 wordt de potentie hiervan voor Biest-Houtakker toegelicht. De focus ligt in de situatie in BiestHoutakker vooral op bedrijfsmatige voertuigen. Directe afzet (bij voorkeur zonder gebruik van het Enexis netwerk) bij bedrijven met (mede) inzet van batterijen. Dit is een Business-to-Business (B2B) levering. Directe afzet door een overschot aan zonne-energie in de zomer op te slaan in een thermische buffer en via een WKO-bron net te leveren aan woningen als warmte. Dit is de route via een op te richten Biestse warmteleverancier die een WKO-bron net exploiteert. Deze levering is Business-to-Business (B2B). De potentie hiervan is in bijlage 5 toegelicht. Directe opslag in batterijen en afzet bij bedrijven en woningen, al dan niet via het elektriciteitsnet van Enexis. Via het elektriciteitsnetwerk van Enexis, waarbij de potentie van energiedelen maximaal wordt benut via de energiegemeenschap, of elektriciteit wordt verkocht aan een energieleverancier (via een zogenaamde Power Purchase Agreement, PPA). Een PPAconstructie is bij het schrijven van dit plan financieel niet aantrekkelijk, maar de energiemarkt wisselt snel. Het perspectief kan over enkele jaren weer anders zijn.
Een collectief warmte en koude systeem hoeft niet alleen een fysiek WKO bronnet of een warmtenet te zijn. Collectieve levering kan ook worden gedaan met de hulp van een energiemanagementsysteem met aansturing van buffers en warmtepompen. Daarbij wordt de inzet van de buffers en warmtepompen geoptimaliseerd naar het verbruik van elektriciteit met een daarbij behorend prijsmechanisme. Er zijn eind 2025 verkennende gesprekken geweest met warmtepompleveranciers in de regio hoe ver zij zijn met de ontwikkeling hiervan. Toepassing is al mogelijk vanaf 2026 of 2027.
Aardgas en groen gas Om de transitie naar energieneutraal Biest-Houtakker 2030 mogelijk te maken is het van belang dat de infrastructuur voor gaslevering in stand blijft. Landelijk en regionaal zal steeds meer groen gas (mits beschikbaar) worden gevoed aan het gasnet. Door de stichting is onderzocht of groen gas in of rondom Biest-Houtakker beschikbaar gemaakt kan worden. Hoe meer er bespaard wordt op gasverbruik door de woningen en bedrijven, hoe groter de bijdrage van groen gas kan zijn in de mix die geleverd wordt aan woningen. Regionaal wordt er, in het kader van het REKS-proces en op basis van het programmaplan 2024-2026, onderzoek gedaan naar de (toename van) beschikbaarheid van groen gas. Als 3-4 melkveehouders in Biest-Houtakker of directe omgeving samen willen werken kan lokaal groen gas worden opgewekt en worden bijgemengd in het aardgasnet. Een landelijke verplichting voor bijmenging is momenteel onderwerp van juridische toetsing op Rijksniveau. Bij een schaalgrootte van 400 melkkoeien kan een (mono)mestvergister voldoende groen gas leveren om het gemiddelde aardgasverbruik van zo’n 200 huishoudens te vervangen. Om deze schaalgrootte te bereiken moeten melkveehouders met elkaar gaan samenwerken. Vanuit de ZLTO wordt daartoe ondersteuning geboden.
Tijdens het opstellen van dit plan is hierover nog niet met lokale melkveehouders gesproken, maar wel met een vertegenwoordiger van de ZLTO. Samenwerking kan in 2026 worden opgepakt vanuit de stichting of de energiegemeenschap.
31
In samenhang met het plan om voor de energiegemeenschap een businesscase op te stellen in 2026 zal naar de financiële haalbaarheid van lokale groen gas productie en bijmenging in het aardgasnet worden gekeken. Daarnaast is de ruimtelijke inpassing en de evenwichtige toedeling van functies aan locaties (ETFAL) binnen het omgevingsplan van groot belang. Er zal naar milieueffecten en veiligheid gekeken moeten worden. Groen gas wordt niet voorgesteld als eindoplossing om het gebied aardgasvrij te maken. Productie en inzet van groen gas is een potentie in het gebied, die in het kader van het vinden van een warmte-oplossing een mogelijkheid biedt, die nader onderzoek vraagt. Gas als energiebron zal vooral in de winter nodig zijn om te vermijden dat er te veel elektriciteit wordt verbruikt door warmtepompen en resterende cv-ketels.
Zonthermie en aquathermie Warmte uit zonne-energie of uit oppervlakte- of afvalwater is ook onderzocht omdat er onbalans is op gebiedsniveau tussen de warmte- en koude vraag. Daarom zullen bodemenergiesystemen (WKO’s en/of bodemlussen) moeten worden geregenereerd in de zomerperiode. Regeneratie is het toevoegen van extra warmte aan het bodemsysteem, die in de winter weer onttrokken kan worden. Dit kan worden gedaan door bijvoorbeeld thermische zonnepanelen en door aquathermische bronnen in te zetten. Beide energiebronnen kunnen ook rechtstreeks worden gebruikt om te verwarmen, maar zijn juist in de zomer ruim beschikbaar (als ze minder nodig zijn). Het benutten van aquathermische bronnen hiervoor is op de schaal van het onderzochte WKO-bron net voor Beverakkers V niet haalbaar, omdat er te weinig aquathermische warmte wordt gevraagd om daarvoor aanvoervoorzieningen aan te leggen. Regenereren kan ook worden gedaan met elektrisch opgewekte zonne-energie die niet aan het elektriciteitsnet kan worden teruggeleverd of waarvoor terugleverkosten moeten worden betaald. Uit de flexibiliteitsscan bij bedrijven blijkt dat er veel zonne-energie terug geleverd wordt. Deze elektriciteit kan in de zomer met een warmtepomp worden omgezet in warmte die in een bron van een WKO-bron net terug gevoerd wordt om, later, in het winterseizoen, ingezet te worden voor ruimteverwarming.
Deze mogelijkheid is onderzocht voor de WKObron net voor Beverakkers V. De resultaten van dit onderzoek zijn in bijlage 5 opgenomen.
Geothermie Ondiepe geothermie wordt onderzocht in het gebied juist ten noorden van Biest-Houtakker, in Tilburg-Zuid. Geothermische energie zou met een temperatuur van zo’n 45 oC ook kunnen worden aangeboden aan de woningen en bedrijven in Biest-Houtakker. Daarvoor is een warmtenet nodig voor de aanvoer naar het dorp en de woningen in het buitengebied. Door de stichting is een verkennende studie in opdracht gegeven aan het bureau Qalor om de mogelijkheden van een warmtenet voor de bestaande woningen in en nabij Beverakkers te onderzoeken. Dit onderzoek is in bijlage 7 opgenomen. Daaruit blijkt dat vanwege de relatief lage bebouwingsdichtheid in Biest-Houtakker geen goede business case wordt gevonden. Bovendien is er een relatief grote afstand tot een geothermische bron (in TilburgZuid). Ondiepe geothermie kan ook worden ingezet om een onbalans tussen koude en warmtevraag te herstellen, maar ook hiervoor zijn de transportafstanden naar een WKO-bron net te groot om tot een financieel haalbare oplossing te komen.
32
4.1.2.
Infrastructuur
De aardgas infrastructuur blijft ongewijzigd tot 2030. Alleen op locaties waar tot die tijd al een renovatie is gepland, wordt de lokale renovatie van het gasnet doorgevoerd, tenzij er op basis van dit plan verantwoord kan worden dat de renovatie wordt uitgesteld of afgeblazen. Binnen de planperiode zal de grootste extra ingreep vanuit dit plan in de infrastructuur gefocust zijn op de distributie van elektriciteit vanuit zon-op-dak projecten (energiehub) naar afzetmogelijkheden bij bestaande bedrijven, woningen of nieuwbouw. Daarnaast zou ook (uitbreiding van) een laadinfrastructuur voor elektrische mobiliteit een infrastructurele ingreep kunnen zijn. Het aanbieden van elektrisch laden aan particulieren vanuit een energie hub blijkt niet aantrekkelijk te zijn omdat dit dan dicht bij de energiehub in een laadplein moet gebeuren. De meeste inwoners in Biest-Houtakker hebben nabij hun woning voldoende mogelijkheden om op eigen terrein te laden of dat in de directe omgeving bij een openbare laadpaal te doen. Een laadplein nabij de Klein Westerwijksestraat is dan niet aantrekkelijk. In de bedrijvenzone is in 2025 een onderzoek uitgevoerd naar de mogelijkheden van ondernemingen aan de Klein Westerwijksestraat, Biestsestraat en de Akkerstraat om met elkaar samen te werken om aansluitcapaciteit op het elektriciteitsnet vrij te maken voor nieuwe ontwikkelingen, zoals meer zon-op-dak.
De resultaten zijn gepresenteerd in bijlage 6. Directe afzet vanuit een energie hub is een relatief omvangrijke en voortvarende uitbreiding. Hiermee is in de buurtaanpak van Enexis geen rekening gehouden. Daarom wordt er van uitgegaan dat niet alle distributie van elektriciteit uit de energiehub via het netwerk van Enexis zal verlopen.
Afbeelding 11: Verbinding energiehub met buurt Beverakkers
In het kader van dit plan is onderzocht of een zogenaamde directe lijn mogelijk is om elektriciteit te leveren van een bron (zon-op-dak) naar een afnemer (collectief warmte systeem; B2B). Die mogelijkheid blijkt vooralsnog beperkt mogelijk. Gelet op de relatief
33
beperkte elektriciteitsbehoefte (ongeveer 100.000 kWh/jaar) is dat vooral interessant tussen Beverakkers V en het meest nabij gelegen bedrijf met zon-op-dak, zie bijlage 5. Wanneer er in de toekomst meer afzetmogelijkheden komen is een ontwikkelrichting om vanuit de concentratie van bedrijvigheid aan de Klein Westerwijksestraat en de Akkerstraat een elektriciteitsleiding te leggen richting Beverakkers en de dorpskern. Op basis van deze plannen en de resultaten van de flexibiliteitsscan (1 e fase) is het de intentie om in 2026 met Enexis verder in gesprek te gaan. De stichting wil weten of het mogelijk is om de geplande aanpassingen in het elektriciteitsnet (buurtaanpak) van BiestHoutakker eerder uit te voeren en technisch aan te passen. Dit vraagt zorgvuldige afstemming. Daarover zijn in 2025 al inventariserende gesprekken gevoerd. Mogelijk kunnen er in de toekomst geplande verzwaringen in het elektriciteitsnet van BiestHoutakker achterwege blijven. Het kan in de financiële planning van Enexis tot voordelen leiden die dan ten goede zouden kunnen komen aan de Biestse energiegemeenschap. Inventarisatie hiervan behoort tot fase 2 van de flexibiliteitsscan. in het gebied waar Beverakkers V komt is onderzocht om een collectief warmte- en koude systeem te creëren.
Dat heeft infrastructurele gevolgen omdat er leidingen in de ondergrond moeten komen, een ondergrondse kelder wordt gerealiseerd en bronnen worden geboord. Er is gekeken naar een WKO bronnet. De resultaten van dit onderzoek zijn opgenomen in bijlage 5. Bij collectieve warmte en koude oplossingen wordt de duurzame energiebron gecombineerd voor meerdere afnemers. Daarbij wordt een afweging gemaakt tussen: - een collectieve warmtebron installatie of - een (Z)LT-net vanaf de bronnen naar individuele warmtepompen per woning. De keuze hiertussen is maatwerk en is gebieds- en afnemers afhankelijk. Bij de uitwerking van het WKO bronnet voor Beverakkers V is uitgegaan van een collectieve warmtebron installatie om optimaal gebruik te kunnen maken van zelf opgewekte elektriciteit met zon-op-dak. In het gebied rondom café Ome Toon is de warmte- en koudevraag in beeld gebracht van twee nieuwbouwontwikkelingen en van de eventuele verduurzaming van het gebouw ’t Gebint (school, sportzaal, Ome Toon). Zo’n ontwikkeling zou ook infrastructurele gevolgen hebben. Er is in dit gebied onvoldoende schaalgrootte en, vanwege, de boordieptebeperking3, onvoldoende technisch perspectief om tot een aantrekkelijke business case te komen voor een mini-warmtenet aanpak met bodemlussen. Dit is nader toegelicht in bijlage 9.
Boordieptebeperking: Door de provincie Noord-Brabant is een regeling vastgesteld ter bescherming van het drinkwater dat uit de ondergrond wordt gewonnen. Bodemenergiesystemen mogen op meerdere plekken in Noord-Brabant niet tot de maximale diepte worden gemaakt. Op basis van de openbare WKOtool is er een boordieptebeperking in Biest-Houtakker tot 55-56 m. 3
34
4.1.3.
Aanpassingen aan gebouwen
Isoleren naar label B of beter De hiervoor omschreven warmte oplossing vraagt van woningen (ook gebouwen) dat ze kunnen worden verwarmd met een redelijk lage aanvoertemperatuur (45 tot 55 oC) naar het warmteafgiftesysteem. Warmtepompen functioneren energie-efficiënt als ze deze temperaturen kunnen leveren. Er komen steeds meer warmtepompen die ook hogere temperaturen kunnen leveren aan de woning. Die verbruiken relatief meer elektriciteit om warmte te maken. In incidentele gevallen kunnen bewoners of gebouweigenaren daar gebruik van maken. Individuele uitzonderingen daargelaten kan worden gesteld dat een woning met een energielabel B of beter met aanvoertemperaturen van 45 tot 55 oC kan worden verwarmd. Daarom is als uitgangspunt voor dit plan gekozen ernaar te streven zo veel mogelijk woningen en gebouwen zo te isoleren en verbeteren dat zij voldoen aan de eisen van een label B-woning. Uit een inventarisatie die door de (technische) werkgroep van stichting Duurzaam Biest is gedaan is zichtbaar geworden dat het merendeel van de woningen in Biest-Houtakker label B of beter heeft. De opgave om woningen verder te isoleren en het warmteverlies ervan te beperken richt zich op zo’n 100, merendeels oudere, woningen. Veel woningen worden energetisch verbeterd op het moment van verkoop of grootschalige renovatie. Zo zijn al veel woningen in Biest-Houtakker de afgelopen jaren verbeterd.
Voor de doelstelling Biest energieneutraal 2030 is het niet noodzakelijk dat alle woningen voor 2030 een label B hebben. Het aansluiten op een warmtepomp (in welke constellatie dan ook) mag in het eigen tempo gebeuren door de eigenaar van de woning. Wel wordt er gestreefd naar zoveel mogelijk label B-woningen voor 2030 om de elektriciteitsvraag zo ver mogelijk te verlagen door energiebesparing. Hoe minder elektriciteit nodig is, des te minder lokale duurzame opwek moet er worden gerealiseerd om energieneutraal te worden.
Warmteafgiftesystemen Naast het verlagen van de energievraag voor ruimteverwarming en warm tapwater is het van belang om binnen de woningen te controleren of het warmteafgifte systeem geschikt is of wordt gemaakt voor lage temperatuurverwarming (< 55 oC). Een traditioneel warmteafgifte systeem bestaat uit radiatoren en is gekoppeld aan de centrale cv-verwarming. Radiatoren kunnen in een woning worden vervangen door lage temperatuur radiatoren. Daarvan is een groot aanbod in de handel. Een meer modern systeem is vloerverwarming maar dat is niet in alle woningen (of verdiepingen) aangelegd en ook niet overal, eenvoudig aan te leggen. Het verwarmen van een woning of gebouw is maatwerk en komt aan de orde bij de lokale energieadviezen. Bij veel woningen worden niet alle ruimten verwarmd omdat ze vaak niet (allemaal) tegelijk in gebruik zijn. Dit hangt ook samen met de samenstelling van de (groep) bewoners in de woning en het gebruik van de woning. In een tweeverdieners woning zonder kinderen is de situatie heel anders dan bij een jong gezin met kinderen die vaak thuis zijn of moeten studeren. Wel of niet thuiswerken maakt verschil. Voor ouderen kan de situatie weer geheel anders zijn. Een woning moet enerzijds geschikt zijn om in de levensloop verschillende bewonerssamenstellingen en -gedragingen aan te kunnen, anderzijds is er dus
35
maatwerk nodig en kan het warmteafgifte systeem in de loop van de tijd ook gewijzigd worden om meer comfort te bieden en een veilig binnenklimaat te creëren.
Ventilatie Naast een warmte afgiftesysteem is ook een goede ventilatie van levensbelang en verdient kierdichting aandacht (tocht, warmteverlies). Dit kan betekenen dat de woning hierop aangepast moet worden door verbetering van kozijnen en door het vinden van ruimte om ventilatiekanalen in de woning aan te brengen. Dat is maatwerk, dat meegenomen wordt bij de lokale energieadviezen en goed in beeld komt door een persoonlijk Hoomdossier aan te leggen.
Koken Als er in de woning geen aardgas meer verbruikt wordt wordt overgestapt naar koken op inductie. Daarvoor moet een elektrische voorziening in de keuken worden aangelegd. Veel huishoudens zijn al overgestapt. Ook hiermee wordt bij een lokaal energieadvies en een financieel verduurzamingsplan rekening gehouden.
Warm tapwater Warm tapwater is een cruciale voorziening. Uit veiligheidsoverwegingen (legionella preventie) moet tapwater regelmatig worden verwarmd tot een temperatuur van minimaal 58oC4 en dienen alle warmwater leidingen voor tapwater met deze temperatuur doorstroomd te worden. Deze temperatuur is hoger dan de warmtepomp levert (uitzonderingen daargelaten). Daarom moet bij warmtepomp verwarming een goede oplossing hiervoor worden gecreëerd. Dat kan door een afzonderlijke, kleine, warmtepomp te installeren in de woning die in staat is een boilervat te vullen en de temperatuur kan opvoeren tot boven de 58oC (boosteren). Deze boosterwarmtepomp vraagt ruimte in de woning, maar kan over het algemeen relatief eenvoudig worden geplaatst op de plek waar de Cv-ketel hangt. Bij een aardgasvrije oplossing komt de Cv-ketel te vervallen en kan de boosterwarmtepomp deze plaats innemen. Bij hybride warmtepompen wordt warm tapwater gemaakt m.b.v. de Cv-ketel. In dat geval zijn er geen aanvullende voorzieningen nodig. Sommige lucht- en water warmtepompen zijn zelfstandig in staat om tijdelijk de temperatuur naar 58oC of hoger te brengen. Bij dit type warmtepomp kan warm tapwater door hetzelfde apparaat worden gemaakt en in een boilervat worden opgeslagen als het apparaat waarmee warmte naar de ruimteverwarming wordt gestuurd.
Binneninstallaties Bestaande woningen die verwarmd worden met een warmtepomp moeten dikwijls aangepast worden. De meeste verwarmingssystemen beginnen in de woning op de plaats waar de cvketel is geplaatst. Soms kan de cv-ketel vervallen (all-electric warmtepomp (lucht of bodem), soms moet deze blijven en gaan samenwerken met een hybride warmtepomp. Een warmtepomp staat bij voorkeur zo dicht mogelijk bij de bron (bodemlus of buitenunit voor lucht). Soms moet er voor de binnenunit van de warmtepomp dan een andere plaats in de
Sommige bronnen maken ook melding van 55 of 60oC. De exacte temperatuur maakt voor de inhoud van de voorgestelde oplossing geen verschil. 4
36
woning worden gezocht. Ook dat is maatwerk. Binnen het maatwerk moet worden gekeken naar verbindend leidingwerk, zowel voor (warm) water als voor elektriciteit.
Comfort, koeling en een veilig binnenklimaat Over het algemeen dragen aanpassingen van het warmteafgiftesysteem, de warmtetechniek, warm tapwater en de ventilatie bij aan het comfort en het veilige binnenklimaat van de woning. Koeling wordt in woningen steeds belangrijker. Enerzijds vanwege het veranderende klimaat, waardoor er zomers meer hete dagen zijn. Anderzijds omdat woningen beter geïsoleerd worden en warmte langer binnen houden. Met warmtepompen en een geschikte afgiftesysteem kan een woning of gebouw worden gekoeld. Dat kan ook door een koeling toe te voegen aan een ventilatiesysteem met warmteterugwinning. Ook worden airco’s gebruikt, waarvan moderne versies ook kunnen verwarmen. Airco’s verbruiken meer elektriciteit dan warmtepompen en worden bij voorkeur ingezet in zeer goed geisoleerde woningen of lokaal in de woning, waar een tijdelijke koelbehoefte is, bijvoorbeeld een werkkamer op zolder.
Advies op natuurlijke momenten Of bewoners en/of eigenaren kunnen investeren is afhankelijk van hun persoonlijke situatie. Daarom worden deze maatregelen dikwijls gecombineerd met een grootschalige renovatie van de woning, uitbreiding of worden ze uitgevoerd na een verhuizing. Deze gebeurtenissen worden natuurlijke momenten genoemd. Op basis van kennis over verhuis- of verbouwingsplannen van dorpsgenoten zullen die actief worden benaderd door mensen van de stichting Duurzaam Biest met het aanbod om een lokaal energieadvies of persoonlijk verduurzamingsplan te maken. Deze service wordt samen met het Energiehuis Hilvarenbeek aangeboden.
Eigen Hoomdossier Op 1 oktober 2025 is tijdens een informatieavond de mogelijkheid gepresenteerd dat alle inwoners een eigen dossier over de energetische situatie van hun woning kunnen maken. Deze mogelijkheid wordt geboden door het Energiehuis Hilvarenbeek. Stichting Duurzaam Biest en het Energiehuis werken samen. Ook is bewoners de mogelijkheid aangereikt om een nieuw energielabel aan te vragen en het bijbehorende energieadvies te laten beoordelen door een energieadviseur van het Energiehuis. Op deze manier kunnen alle bewoners een (betaalbare) maatwerk oplossing bereiken voor hun woning.
4.1.4.
Meekoppelkansen
Een belangrijke koppelkans ligt in het samen met Enexis optrekken voor de uitbreiding en aanpassing van het elektriciteitsnet in Biest-Houtakker. Op basis van een landelijke, generieke aanpak heeft Enexis in de buurtaanpak een planning gemaakt voor Biest-Houtakker. Netverzwaring is voorzien in de periode na 2036. Op basis van dit uitvoeringsplan wil stichting Duurzaam Biest bereiken dat de uitvoering voor 2030 wordt aangepakt. In de periode rond of na 2030 kan een koppeling worden gerealiseerd met het regionale plan om windturbines te realiseren in de Baars of Kattenberg. Door een structuur te creëren van lokaal eigendom en hierover met de partners in het REKS-proces afspraken te maken
37
kunnen revenuen uit windenergie toegevoegde waarde hebben voor de Biestse energiegemeenschap. Vooralsnog wordt niet voorzien dat op Biests grondgebied een windturbine of een zonneveld wordt gerealiseerd in het kader van de REKS-opgave. Samenwerking met een initiatief in de omgeving, buiten het Biestse grondgebied, is en wordt gezocht om lokaal eigendom te kunnen invullen en te kunnen laten bijdragen aan de Biestse energiegemeenschap. Het is lastig te voorspellen wanneer dit tot stand komt. Met woningcorporatie Leystromen wordt contact onderhouden over de nieuwbouwopgave in Biest-Houtakker en de bijdrage die de huurwoningen kunnen leveren aan de doelstelling van de stichting Duurzaam Biest. De bestaande woningvoorraad van Leystromen is beperkt en over het algemeen van voldoende energetische kwaliteit: 15 woningen met label A of B; 12 met label C en drie keer minder.
4.2. Motivatie van de warmtetechniek De voorgestelde warmtetechniek met warmtepompen sluit goed aan op de analyse die het Planbureau voor de Leefomgeving (PBL) heeft gemaakt voor Hilvarenbeek en BiestHoutakker in de Startanalyse (2021, 2025). In de Startanalyse worden vier strategieën (met subvarianten) voor de warmtetransitie met elkaar vergeleken. Dat is gedaan op basis van landelijk beschikbare data en algemeen geldende rekenregels. Een uitgebreide toelichting staat op de site van het PBL. Door de opstellers van de Startanalyse wordt bij herhaling erop gewezen dat de doorgerekende gegevens lokaal geverifieerd en gevalideerd moeten worden. Bij het opstellen van dit plan is dat door stichting Duurzaam Biest gedaan. De situatie met betrekking tot netcongestie (elektriciteit), de groeiende behoefte aan koeling (vraag naar bijvoorbeeld airco’s) en de gevolgen van toenemende elektrische mobiliteit zijn niet meegenomen in de doorrekeningen van het PBL. Die ontwikkelingen zijn door stichting Duurzaam Biest wel meegenomen bij de voorgestelde warmte-oplossing. Voor het dorp Biest-Houtakker komt strategie S1a bovenaan als wordt getoetst op de laagste nationale kosten. S1a is de variant met de individuele elektrische luchtwarmtepomp. In het buitengebied komt strategie S4a naar voren. Dat is de variant met “klimaatneutraal gas” (groen gas) aangevuld met hybride warmtepompen.
Snel inzicht wordt verkregen door naar de Strategievergelijking te gaan. In de praktijk zal in het buitengebied door de bewoners ook vaak voor strategie S1a worden gekozen met een individuele warmtepomp. De stichting Duurzaam Biest heeft geen voornemen om actief te sturen op strategie S4a. De opzet voor een klimaatneutraal gas (zoals groen gas) is in beeld, maar vooral bedoeld als bijmenging in het aardgasnet en niet als eindoplossing voor de warmtetransitie. De voorgestelde strategieën vanuit de PBL Startanalyse sluiten goed aan op de voorgestelde warmte-oplossing, zoals die in paragraaf 4.1. is gepresenteerd. Enkele overzicht resultaten worden in de volgende afbeeldingen gepresenteerd.
38
Resultaten Startanalyse voor het dorp Biest-Houtakker, respectievelijk hoofduitkomsten en gevoeligheidsanalyse.
39
Resultaten Startanalyse voor het buitengebied van Biest-Houtakker, respectievelijk hoofduitkomsten en gevoeligheidsanalyse.
40
4.2.1.
Motivatie aardgasvrij
In Biest-Houtakker wordt niet gekozen om eerder dan in het nationaal vastgelegde jaar aardgasvrij te zijn. Noch de resultaten van de Startanalyse, noch de verkenningen die door de stichting Duurzaam Biest zijn gedaan gedurende de afgelopen jaren, noch de plannen van Enexis als netbeheerder geven aanleiding om een eerdere datum te kiezen. Zoals eerder in dit plan gesteld wordt de komende tijd in het kader van het Warmteprogramma een hernieuwde afweging gemaakt of er een andere datum voor het aardgasvrij worden van sommige buurten of wijken in Hilvarenbeek wordt gekozen. Daar worden bewoners bij betrokken. Voor het draagvlak onder de bewoners en ondernemers is het van belang om geen extra druk op de opgave om aardgasvrij te worden te creëren. Dat geven bewoners in de taakgroepen en tijdens de bewonersbijeenkomsten ook aan. Door samen met elkaar de Biestse energiegemeenschap in werking te krijgen, is de verwachting gerechtvaardigd dat bewoners en bedrijven samen met elkaar veel aardgas gaan besparen. Door de uitgesproken ambitie om in 2030 energieneutraal te zijn is er veel voortvarendheid om te handelen bij de bewoners van Biest-Houtakker.
4.2.2.
Vergelijking met andere aardgas vrije opties
In paragraaf 4.1 zijn al meerdere aardgasvrije opties genoemd. Ook in de Startanalyse komen er veel aan de orde. In de paragraaf over de Startanalyse is een eerste vergelijking gepresenteerd. Hieronder worden van een aantal opties de specifieke toepasbaarheid in Biest-Houtakker doorgenomen.
Waterstof De mogelijkheid om op termijn met waterstof woningen of gebouwen te verwarmen wordt regelmatig genoemd als alternatief. Dat wordt landelijk vaak ter sprake gebracht, maar ook binnen de taak- en werkgroepen van stichting Duurzaam Biest. De ontwikkeling van waterstof als energiebron focust zich vooral op industrie en op mobiliteit. Alle (inter)nationale programma’s zetten erop in om voor deze toepassingen voldoende capaciteit te ontwikkelen. De prioriteit ligt niet op de gebouwde omgeving. De kans die de Delta-Rhine corridor (zie paragraaf 2.2.) biedt, in de toekomst in de directe nabijheid van Biest-Houtakker, is potentieel aanwezig. Dit is een zeer grootschalig project van landelijke en internationale betekenis. Bij de ontwikkeling van dit project vormt de energievraag van Biest-Houtakker een beperkt aandeel. Voor de termijn waar dit plan op focust (2030) is waterstof onvoldoende ontwikkeld om als volwaardig alternatief mee te nemen. Op langere termijn valt niet uit te sluiten dat waterstof kan worden ingezet bij bedrijven in het buitengebied. De planontwikkeling tot 2030 houdt dus oog voor waterstof in de verre toekomst. In de uit te werken plannen tot 2030 wordt het niet meegenomen anders dan dat opties die nu worden gekozen waterstof niet uitsluiten voor de toekomst. Met de in paragraaf 4.1. voorgestelde warmte oplossing is dat niet aan de orde.
Hoge of midden temperatuur warmtenetten Door de kleinschaligheid van Biest-Houtakker (ca. 400 woningen) en de relatief lage
41
bebouwingsdichtheid is een “klassiek” warmtenet geen haalbaar alternatief. Bovendien zijn er geen hoge of midden temperatuur warmtebronnen aanwezig die als warmtebron voor een warmtenet kunnen worden gebruikt. Het is, vanuit energetisch oogpunt, ook niet logisch om vanuit relatief lage brontemperaturen met warmtepomptechnologie collectief een midden temperatuur (70 oC) of hoge temperatuur (90oC) te distribueren in een warmtenet. De meeste woningen in Biest-Houtakker hebben een label B of beter of kunnen daar in de komende jaren naar toe groeien. Dan zijn hoge distributie temperaturen niet nodig om warmte aan te bieden. En voor de woningen waarvoor dat wel nodig is, zijn er voldoende alternatieven voorhanden. Stichting Duurzaam Biest heeft in de periode juli t/m oktober 2025 een studie laten uitvoeren naar de technisch-financiële mogelijkheid om een warmtenet te realiseren voor de bestaande woningen in Beverakkers en de nabijgelegen woningen aan de Biestsestraat. Het resultaat van deze studie is in bijlage 7 opgenomen. Er zijn twee scenario’s doorgerekend: - een MT-net met een bedrijfstemperatuur van 65-70oC en - een laag temperatuur net met een aflevertemperatuur van 45 oC. De gedetailleerde uitwerking bevestigt de conclusie dat een warmtenet geen haalbare business case oplevert.
Mini warmtenetten of kleinschalige warmte- en koude systemen Collectieve oplossingen van de 4 e of 5e generatie warmte en koude netten kunnen als variant op warmtenetten mogelijkheden bieden. Zo’n collectieve oplossing kan interessant zijn voor nieuwbouwprojecten, waarbij direct hiermee rekening wordt gehouden. Het verkrijgen van een elektriciteitsaansluiting voor de toekomstige woningen bij dit soort projecten kan eenvoudiger zijn als de elektriciteitsvraag beperkt wordt door een collectieve oplossing. Voor Beverakkers V (nieuwbouw) is een uitwerking gemaakt voor een WKO bronnet die in bijlage 5 is opgenomen. Daarbij is gefocust op de mogelijkheid om zelf opgewekte elektriciteit hiervoor in te zetten en welke gevolgen dat heeft op de financiële haalbaarheid. Een collectieve oplossingsrichting kan ook interessant zijn als bewoners in een straat of deel van een buurt samen willen werken om bijvoorbeeld geen buitenunits in het straatbeeld te hebben. Buitenunits zijn nodig bij luchtwarmtepompen en kunnen geluidhinder geven of visueel als storend worden ervaren, zeker bij rijwoningen of 2-onder-1 kap woningen die wat dichter bij elkaar zijn gebouwd, zoals in de Beverakkers op een aantal plekken. Daarom zijn kleinschalige warmtenetten (op kleine schaal, 2-10 woningen) meegenomen in de ontwikkeling van de warmte oplossing die op warmtepomptechnologie is gebaseerd.
De kleinschalige oplossing wordt een mini-warmtenet genoemd. Meestal worden deze gebaseerd op het delen van een aantal bodemlussen (gesloten bodemenergiesysteem) door meerdere woningeigenaren. In Biest-Houtakker geldt een boordieptebeperking van 55-56 m op basis van een provinciale verordening. Daardoor levert het delen van bodemlussen bij woningen met een relatief lage energievraag weinig voordeel. Op andere plaatsen, waar geen boordieptebeperking is, kan dan een bodemlus tot 120 m diepte worden gemaakt, waardoor boor- en installatiekosten worden beperkt. In Biest-Houtakker is dat, met de nu geldende beperking van de boordiepte, niet mogelijk. Mini-warmtenetten bieden daarom weinig perspectief en zullen slechts incidenteel en op basis van maatwerk bijdragen aan de warmte-oplossing. Een meer gedetailleerde toelichting op basis van onderzoek in BiestHoutakker is opgenomen in bijlage 9.
42
4.3. Technische haalbaarheid Er worden technieken of technologieën voorgesteld, die ieder voor zich op ruime schaal al worden toegepast. De combinatie van technieken en de integrale besturing die dat vraagt om tot de energieneutrale oplossing te komen en tot zelfstandig beheer vanuit een op te richten energiegemeenschap zijn innovatief. Op meerdere schaalniveaus (bedrijventerreinen, woonwijken, groepen van gelijksoortige woningen) zijn hiervoor oplossingen ontwikkeld of in ontwikkeling, maar de technologie hiervoor is niet uitontwikkeld. De perspectieven zijn aanwezig, maar er zal bij de verdere uitbouw van de energiegemeenschap zorgvuldig moeten worden omgegaan met referenties en marktverkenningen om tot robuurste en betrouwbare eindoplossingen te komen.
4.3.1.
Ruimtelijke inpassing
Bij de ruimtelijke inpassing (ETFAL-toetsing) spelen voor de plannen van de energiegemeenschap de volgende aandachtspunten: -
Toestemming voor zon-op-dak projecten in het buitengebied; Plaatsing van trafo’s bij zon-op-dak projecten en de verbinding van het project met een afnemer van elektriciteit door middel van een directe lijn of een vergelijkbaar alternatief; De realisatie van een WKO-bron net in samenhang met de nieuwbouw ontwikkeling voor Beverakkers V met bijbehorend ondergronds leidingwerk; De realisatie van een (mono)mestvergister op coöperatieve basis, het vinden van een geschikte locatie en het verkrijgen van toestemming voor het transport van de grondstof (mest) naar de vergister en toestemming voor het invoeden van opgewekt groen gas ter plaatse in het aardgasnet.
4.3.2.
Benodigde vergunningen
Voor activiteiten die ruimte vragen en/of die bouwactiviteiten met zich meebrengen zullen vergunningen moeten worden aangevraagd. Daarbij dient goed te worden gekeken naar het soort activiteit. Er kan een relatie zijn met stikstofdepositie in een Natura 2000 gebied, bij een buitenunit voor een warmtepomp moet aandacht worden gegeven aan geluid, bij graafactiviteiten kan ook sprake zijn van een activiteit die vergunningplichtig is. Die vergunningen kunnen samen in één pakket worden aangevraagd, per stuk, of een deel als een pakket en een deel per stuk. Het is nodig om de vergunningeninventarisatie en aanpak tijdig te bespreken met de eigen adviseur en ook met een behandelaar vanuit de gemeente. Voor het WKO-bron net zijn vergunningen nodig om te kunnen boren en om de benodigde ondergrondse en bovengrondse installaties te kunnen bouwen. Hierin speelt niet alleen de gemeente, maar ook de provincie een rol. Een gespecialiseerd bedrijf in aanleg en exploitatie van een WKO-bron net is nodig om samen met de energiegemeenschap te komen tot de juiste aanvragen.
Voor het realiseren van een (mono)mestvergister is het doorlopen van ofwel een aanvraag omgevingsvergunning Buitenplanse Omgevingsplanactiviteit nodig, ofwel is hiervoor een wijziging van het omgevingsplan benodigd. 43
4.3.3.
Afwijkende gebouwen
Er zijn in Biest-Houtakker geen gebouwen die om een speciale aanpak vragen die afwijkt van de voorgestelde warmteoplossing. Voor ieder gebouw zijn maatwerk oplossingen gewenst. Het maatschappelijk vastgoed (’t Gebint – school, sporthal, café Ome Toon en de gebouwen op het sportpark) vragen extra aandacht, omdat deze installatietechnisch en werktuigkundig geen standaard gebouwen zijn. In 2025 is al naar de gegevens van ’t Gebint gekeken om te bezien of dat op korte termijn op een collectief bodemenergiesysteem kan worden aangesloten. Voor de korte termijn is dat nog niet nodig en ook niet haalbaar. De stichting Duurzaam Biest zal samen met de gebruikers oplossingen zoeken binnen de mogelijkheden van de energiegemeenschap.
4.3.4.
Effect op beschermde soorten
In bijlage 3 is de beleidscontext voor het omgaan met flora en fauna omschreven. Er wordt een soortenmanagementplan opgesteld voor de bebouwde kom door de gemeente Hilvarenbeek in samenspraak met de provincie. Hier kan naar verwachting vanaf 2027 gebruik van gemaakt worden. Bewoners zullen rekening moeten houden met de regels voor natuurvriendelijk isoleren. Als compensatie voor dieren die door isolatiewerkzaamheden worden verdreven dienen verblijfkasten te worden opgehangen in de directe omgeving. Ondanks een soortenmanagementplan kan nog steeds sprake zijn van een vergunningplicht voor flora en fauna. Met een soortenmanagementplan zou die vergunning in principe verstrekt moeten worden, maar de provincie mag een andere afweging maken. In het buitengebied zal voor isolatiemaatregelen een vergunningplicht gelden voor flora/fauna met een bijbehorende onderzoeks- en compensatieverplichting. Bij alle projecten die de energiegemeenschap ontwikkelt zal, bij de aanvraag omgevingsvergunning, rekening worden gehouden met de aanwezigheid van flora en fauna. Dit levert, op voorhand, geen onoverkomelijke, beperkingen op voor de ontwikkeling van de voorgestelde plannen, mits dit zorgvuldig wordt uitgevoerd en hiermee samenhangende kosten worden meegenomen.
4.3.5.
Energieneutraliteit
In bijlage 12 is een berekening gepresenteerd van 4 scenario’s om energieneutraal te zijn in 2030. Daarbij is rekening gehouden met verschillende tempo’s waarin de gewenste ontwikkelingen uit dit plan zich voltrekken: -
Isoleren en besparen (gas en elektra) Overstap naar warmtepompen Elektrische rijden Meer lokale opwek
De uitgangssituatie is de energiebalans van 2024, zie paragraaf 5.2.2., afbeelding 5. Bij ieder van de scenario’s wordt energieneutraliteit bereikt. Het tempo waarin ieder van de vier ontwikkelingen verlopen verschilt. Hieronder wordt een typering van ieder scenario gegeven:
44
1. Gemiddelde ambitie warmtepomp en E-delen (40%). Matige ontwikkeling isolatie en besparen. Gemiddelde ambitie elektrische rijden (40%). Extra lokale opwek in energiehub: 1,5 MW 2. Matige ambitie warmtepomp en E-delen (30%). Sterke ontwikkeling isolatie en besparen. Bovengemiddelde ambitie elektrische rijden (40%). Extra lokale opwek in energiehub beperkt tot: 1,0 MW 3. Hoge ambitie warmtepomp en E-delen (65-70%). Matige ontwikkeling isolatie en besparen. Hoge ambitie elektrische rijden (60%). Extra lokale opwek in energiehub beperkt tot: 1,0 MW 4. Matige ambitie warmtepomp en E-delen (30%). Matige ontwikkeling isolatie en besparen. Lage ambitie elektrische rijden (20%). Extra lokale opwek in energiehub stijgt naar: 1,8 MW De getalsmatige onderbouwing is opgenomen in bijlage 12. Met het doorrekenen van de scenario’s is aangetoond dat er verschillende wegen zijn om de gewenste energieneutraliteit te bereiken. Als er bij een van de vier ontwikkelingen een lager tempo is kan die worden gecompenseerd door een hoger tempo in een andere ontwikkeling. Vanuit de stichting Duurzaam Biest en de energiegemeenschap zullen de ontwikkelingen de komende jaren worden gemonitord. Accenten in de aanpak zullen worden verplaatst om het doel van energieneutraliteit te bereiken.
45
5. Plan van aanpak 5.1. Rolverdeling 5.1.1.
Initiatiefnemer
De stichting Duurzaam Biest zal in de periode 2026 tot 2030 een energiesysteem ontwikkelen en opbouwen. Dat systeem zal voldoen aan de leidende principes die in 2024 al zijn vastgesteld bij de aanvraag voor subsidie om dit plan te ontwikkelen: Robuust: Betrouwbaar: Van onszelf: Van ons samen: Schaalbaar:
bestand tegen veranderingen altijd operationeel zo min mogelijk afhankelijk van anderen zoeken naar collectieve duurzame oplossingen klein beginnen en uitbreiden in de toekomst
Het in te richten systeem leidt tot energieneutraliteit in 2030. Stichting Duurzaam Biest heeft het voornemen om een lokale energiegemeenschap op te richten volgens de uitgangspunten die in de Europese regelgeving aan een energiegemeenschap5 worden gesteld. De energiegemeenschap zal worden opgericht in het voorjaar 2026. Om die stap te zetten wordt, na goedkeuring van dit Dorpsenergieplan, een vervolgfase gestart in het voorjaar van 2026. Daarbij wordt, ter uitvoering van dit plan, een integraal bedrijfsplan gemaakt voor alle collectieve elementen van het warmte- en energiesysteem om energieneutraal te worden in 2030. Binnen het systeem wordt een onderscheid gemaakt naar de volgende collectieve elementen: 1. Isoleren en besparen en het adviseren van de bewoners hierover (dienstverlening). 2. Eigen opwek van zonne-energie en de afzet van opgewekte elektriciteit, bij voorkeur Business-to-Business in samenwerking met lokale ondernemers (Energie hub plan, exploitatie). 3. Opwek, opslag en distributie van warmte (en koude) naar woningen en bedrijven binnen het nieuwbouw gebied Beverakkers V (exploitatie). Maar ook het collectief maken van de aansturing van individuele warmtepompen6 met een energiemanagementsysteem om optimaal gebruik te maken van zelf opgewekte elektriciteit. 5
Europese Richtlijnen: Twee specifieke richtlijnen zijn leidend: Richtlijn Hernieuwbare Energie (RED II 2018/2001): Introduceerde de 'hernieuwbare energiegemeenschap'. Elektriciteitsrichtlijn (2019/944): Introduceerde de 'energiegemeenschap van burgers'. Veel moderne warmtepompen hebben al een ingebouwde modem waarmee data gecommuniceerd kunnen worden naar een energiemanagementsysteem. Bij aanschaf van nieuwe warmtepompen zal in het lokale energieadvies worden geadviseerd om deze mogelijkheid te hebben. Bestaande warmtepompen die dit nog niet kunnen zullen bij vervanging aan het einde van de economische of technische levensduur gebruik kunnen maken van het energiemanagementsysteem. Ondersteuning hierbij wordt verleend via het lokale energieadvies en een persoonlijk verduurzamingsplan. 6
46
4. Eigen levering van elektriciteit en aardgas aan de bewoners van Biest-Houtakker. Dit gebeurt straks in samenwerking met een energieleverancier die daartoe over vergunningen beschikt, een systeem voor energie delen kan invoeren en is gebaseerd op een coöperatieve grondslag (exploitatie). 5. Participeren in een lokaal op te richten systeem voor (mono) mestvergisting bij melkveebedrijven (minimale gezamenlijke omvang 400 koeien). Doel hiervan is om groen gas te produceren, dat kan worden bijgemengd in het bestaande aardgasnet. Er is in 2025 gewerkt aan een samenhangend concept voor een lokaal energie- en warmtesysteem, waar de bewoners eigenaar van zijn en daar zeggenschap over hebben. Besluitvorming over het dorpsenergieplan vindt plaats in januari en februari 2026. Dat gebeurt enerzijds door het plan voor te leggen aan de bewoners van Biest-Houtakker (ongeveer 1.000 mensen) en door het voor te leggen aan de gemeenteraad van Hilvarenbeek. De exacte organisatievorm van de energiegemeenschap zal in de eerste helft van 2026 worden uitgewerkt. Gepland is om een integraal bedrijfsplan uit te werken als een van de stappen in de uitvoering van dit Dorpsenergieplan. Er is op 30 september 2025 subsidie aangevraagd bij de Europese Unie (Enercom) om tot een businessplan te komen. Op 12 december 2025 werd bekend dat de aanvraag niet is gehonoreerd.
In het kader van het financieringsplan, zie paragraaf 5.4., zijn al contacten gelegd met andere subsidie- en fondsenverstrekkers om toch dit integrale business plan te kunnen ontwikkelen volgens planning. Er is uitgegaan van de vorming van een projectteam met als teamleden: -
Een financieel expert Dorpsbewoners met kennis en interesse hebben op het gebied van organisatie en financiën, ondersteund door de taakgroep techniek & business case Een procesbegeleider
Om tot een intergraal beleidsplan te komen zullen de volgende taken worden uitgevoerd: -
-
-
het organigram van de energiegemeenschap zal verder worden uitgewerkt Voor elke van de 5 collectieve elementen wordt een rechtspersoon bepaald en wordt onderzocht hoe de zeggenschap zo wordt vastgesteld dat de inwoners lokaal eigendom verwerven (zover als mogelijk). Dit is een coproductie van de procesbegeleider, de financieel expert en dorpsbewoners die kennis hebben op het gebied. Voor elk collectief element moet een investeringsplan worden opgesteld dat rekening houdt met investeringen, operationele kosten en inkomsten. De financieel expert zal dit opstellen. Tussen de 5 collectieve elementen wordt een optimalisatie voorbereid door de financieel expert om een optimaal (sociaal) rendement te behalen. Belanghebbenden die in het Dorpsenergieplan zijn geïdentificeerd, worden betrokken bij de planopstelling en worden gevraagd deel te nemen (zoveel mogelijk). Dorpsbewoners worden betrokken via de drie taakgroepen. Waar lokale belanghebbenden niet voldoende kunnen bijdragen, worden partijen van buiten het dorp geselecteerd die willen bijdragen aan de coöperatieve werkwijze. De procesbegeleider richt zich op stakeholdermanagement.
47
-
Er wordt een financieringsplan opgesteld in combinatie met de optimalisatie van de businesscases van de 5 collectieve elementen. Dit is een taak voor de financiële expert. In het plan worden investeerders uit het dorp en buiten het dorp geïdentificeerd totdat zodanige dekking is gevonden dat alle investeringen en operationele kosten kunnen worden gedragen.
Door het bestuur van de op te richten energiegemeenschap zullen in de toekomst statutair verplichte algemene ledenvergaderingen worden georganiseerd. De leden van de energiegemeenschap besluiten over voorstellen en kunnen zelf ook voorstellen doen aan het bestuur. De stichting Duurzaam Biest bereidt in de eerste helft van 2026 de oprichting van de energiegemeenschap voor. Inwoners kunnen lid worden van de energiegemeenschap. Aan dat lidmaatschap is het recht verbonden om in de ledenvergadering tactische en strategische besluiten te nemen. In principe kunnen alle inwoners en mensen met een bedrijfsvestiging in Biest-Houtakker lid worden van de energiegemeenschap. Voor beheerders van maatschappelijk vastgoed zal ook een plek worden ingeruimd in de lidmaatschapsstructuur. Bij nadere uitwerking zou nog kunnen worden bepaald dat lidmaatschap wordt voorbehouden aan inwoners die ook energie (elektriciteit, gas, warmte en/of koeling) afnemen van de energiegemeenschap. Ook kan worden bepaald dat mensen die net buiten de grens van Biest-Houtakker wonen of werken zouden kunnen aansluiten bij de energiegemeenschap, zie ook hetgeen hierover omschreven is in paragraaf 2.1. van dit plan. Er zal binnen de energiegemeenschap een bestuur van vrijwilligers worden benoemd vanuit de leden.
De bedoeling is om een professionele directie aan te stellen die dagelijks leiding geeft aan de bedrijfsmatige activiteiten binnen de energiegemeenschap. Een bezoldigde directie wordt van belang geacht om de continuïteit te waarborgen en om voldoende aandacht te kunnen geven aan de organisatie. De vergoeding voor de directie zal moeten worden gedekt uit de financiële opbrengsten van de energiegemeenschap (business case, exploitatierekening). De definitieve business case en de exploitatierekening over meerdere jaren zullen in het nog op te stellen businessplan worden geformuleerd. Naar verwachting is dat in de zomer van 2026 afgerond. Binnen de energiegemeenschap ligt het voor de hand om ook een toezichthoudend orgaan aan te stellen. Het lijkt logisch dat de huidige stichting Duurzaam Biest deze rol gaat vervullen. De stichting is immers de feitelijk initiërende partij voor de oprichting van de energiegemeenschap. Voor het instellen van het toezichthoudende orgaan zijn nu nog geen definitieve voorstellen geformuleerd of geformaliseerd. Binnen de nog te formuleren statuten en een huishoudelijk reglement zullen de bevoegdheden en verantwoordelijkheden tussen bestuur, directie en ledenvergadering worden vastgelegd. Op basis van de nog op te stellen statuten en de aanpak van de bedrijfsmatige activiteiten kan worden bepaald of de energiegemeenschap btw-plichtig zal zijn.
5.1.2.
Partners
De energiegemeenschap zal nauw samenwerken met lokale partners, zoals: -
Bewoners en ondernemers van Biest-Houtakker Stichting Duurzaam Biest met haar werkgroep en taakgroepen Coöperatie Biest-Houtakker en het Belangen Orgaan Biest (BOB)
48
-
Gemeente Hilvarenbeek (bestuur en meerdere afdelingen) Het Energiehuis Hilvarenbeek (lokaal energieadvies voor bewoners) Netwerkbeheerder Enexis Woningcorporatie Leystromen (30 huurwoningen) Projectontwikkelaars met nieuwbouwplannen (o.a. Beverakkers V) Het Waterschap de Dommel als beheerder van oppervlaktewater en het afvalwatersysteem De organisatie voor de Regionale Energie- en Klimaat strategie (REKS) Het Publiek Ontwikkelbedrijf REKS (grootschalige wind- en zonne-energieprojecten) ZLTO, de zuidelijke land- en tuinbouworganisatie
-
Mogelijke financiers of subsidie verstrekkers, bijv. provincie of RVO
5.2. Maatregelen 5.2.1. Algemeen Door de stichting Duurzaam Biest wordt een systeem van informatievoorziening verder uitgewerkt en ingevoerd. Er is al gebruik gemaakt van nieuwsbrieven die huis-aan-huis worden verspreid. Er is ook gebruik gemaakt van de website met informatie over het dorp: www.biest-houtakker.eu. Daarnaast is door middel van een enquête geïnformeerd bij alle bewoners naar de interesse die zij hebben in verduurzaming en de samenwerking met de stichting. Zo is meteen een waardevol adressenbestand opgebouwd om bewoners gericht te informeren en te betrekken op basis van hun interesse. Er zijn in 2025 drie informatieavonden georganiseerd. In het communicatie- en participatieplan voor 2026 e.v. zullen voornoemde communicatiemiddelen ingezet blijven worden. Er wordt gewerkt aan een eigen website voor de op te richten energiegemeenschap. Er zijn ook eigen kanalen voor social media ingericht. Gepland is om een korte film te maken over het toekomstige energie- en warmtesysteem van Biest-Houtakker. Bij de uitvoering van isolatie- en besparingsmaatregelen wordt rekening gehouden met de natuur- en milieu vereisten zoals die voortkomen uit het soortenmanagementplan (flora en fauna) dat door de gemeente Hilvarenbeek wordt opgesteld.
De energiegemeenschap helpt bewoners, in samenspraak met gemeente en het Energiehuis, om de passende maatregelen te nemen aan de woningen en bedrijfsgebouwen in het dorp. De concrete plannen voor communicatie, versterken van bewustwording en het aanbieden van energieadviezen is opgenomen in paragraaf 5.3.
5.2.2. Realisatie warmte- en energiesysteem Het warmte- en energiesysteem om tot een energieneutraal Biest-Houtakker te komen in 2030 bestaat uit meerdere technische elementen, zie de navolgende figuur. Voor ieder van de elementen zal een afzonderlijke (juridische) entiteit worden opgericht die zorg draagt voor exploitatie, voorbereiding en financiering. Iedere entiteit is verbonden aan de Biestse energiegemeenschap. Die kan daardoor regie houden over het proces en de uitvoering. Bewoners hebben zeggenschap in de energiegemeenschap en hebben ook zeggenschap over het functioneren van iedere entiteit die wordt opgericht.
49
Afbeelding 12: De energiegemeenschap met onderliggende toekomstige activiteiten
-
-
-
-
Lokale duurzame opwek van elektriciteit: o Zon-op-dak collectief, energiehub (geel): Vergroten van lokale, eigen, opwek van zonne-energie (energie hub) en levering van opgewekte energie (B2B), Werken aan een groepstransportovereenkomst tussen ondernemers. o Windaandelen (blauw): Op termijn, verwerven van lokaal eigendom in regionale windenergieprojecten, bijvoorbeeld bij de Baars en/of de Kattenberg Energie delen en EMS op individuele warmtepompen bij bestaande woningen (lichtoranje): Een collectief systeem voor aansturing van individuele warmtepompen (energiemanagement), waardoor kortdurende thermische opslag mogelijk wordt. Zo kan optimaal gebruik worden gemaakt van zonne-energie (op daken van woningen, maar ook collectieve zon-op-dak) en kan actief gestuurd worden op de elektriciteitsprijzen in de markt. Warmte levering met een WKO-bron net voor nieuwbouw (oranje): Een collectief systeem, gecombineerd met een warmte-koude-opslag systeem, voor toekomstige nieuwbouwprojecten. Het eerste project waar dit kan worden toegepast is Beverakkers V (68 woningen gepland in een bouwperiode van 8 jaar). De energiegemeenschap heeft het plan om een lokale energie serviceorganisatie (esco) op te richten (en daarbij samen te werken met een marktpartij die hiermee ervaring heeft. Vanuit deze esco kan warmte en elektriciteit worden geleverd aan de nieuwbouwwoningen en mogelijk aan bedrijven.
Bij toekomstige uitbreidingen wordt geopteerd voor een vergelijkbare oplossing (schaalvergroting). Groen gas (groen): Participatie in een lokaal systeem van (mono)mestvergisting om tot lokale opwek en bijmenging van groen gas te komen in het bestaande aardgasnet
Daarnaast is het plan om bewoners te stimuleren om aardgas en elektra af te nemen van de energiegemeenschap. Om vergunningstechnische redenen is het nodig om dat te doen met een energieleverancier die daartoe al vergunning heeft. De eerste contacten zijn gelegd met