12 Ontwerp-vvgb Groenendaal 1-4 (4 ruimtelijke onderbouwing)
Tekst van het document
Het is eigenlijk onmogelijk om het niet eens te zijn met wat de Omgevingswet beoogt. Niet voor niets is de wet in beide Kamers met ruime meerderheden aangenomen en is er een groot maatschappelijk draagvlak. Dit zegt alles over de vastgelopen praktijk, waarbij de stapeling van regelingen en inhoudelijke en procedurele vereisten menig goed initiatief heeft doen sneuvelen en die velen een doorn in het oog is. We staan - kortom - aan de vooravond van een transitie van systeemwereld naar leefwereld. Door maatschappelijk gedragen waarden centraal te stellen in ons handelen. Door de meerwaardebenadering per definitie toe te passen, in plaats van als uitzondering. En door te redeneren vanuit casuïstiek en doelen in plaats vanuit regels. Bestuurlijke afwegingsruimte maakt van maatwerk de nieuwe standaard.
Uit deze passage valt op te maken dat de provincie haar doelstellingen ten opzichte van het verleden bijstelt en juist gaat kijken naar maatwerk. Handvatten voor onze leefomgeving Een citaat uit de omgevingsvisie:
In de Omgevingsvisie staat de fysieke wereld centraal. Deze fysieke wereld manifesteert zich in vier elementen: water, aarde, lucht en vuur (energie). Deze elementen zijn sterk van elkaar afhankelijk maar ook aan veranderingen onderhevig. Tegelijkertijd behoren de elementen niemand persoonlijk toe. De provincie beoogt de balans tussen deze elementen te bewaken en richting te geven aan haar handelen in de praktijk. Hierbij wordt aangesloten op het Rijksbeleid. Samen werken aan de
30 AAbouwconsultants
Linge Singel 39
4033 KA Lienden
0615011805
www.aabouwconsultants.nl
A AAbouwconsultants
omgevingskwaliteit behoort eveneens tot een van de doelstellingen teneinde te komen tot een
gezonde, veilige en duurzame leefomgeving. Enkel een functiewijziging van een gebouw dat al voor meerdere doeleinden gebruikt is - samen met een ondergeschikte bouwkundige ingreep - doet hier niets aan af. Brabant vandaag Een citaat uit de omgevingsvisie:
Brabant heeft de afgelopen decennia een enorme ontwikkeling doorgemaakt. Brabant is een top kennissen innovatieregio met een prachtig landschap, mooie steden en gemoedelijke dorpen. Brabant is een belangrijk onderdeel van het grootstedelijk netwerk van Nederland, evenals de Europese Deltametropool, en voegt daar een eigen kwaliteit aan toe. Brabant is koploper van de Nederlandse economie en speelt een toonaangevende rol op het gebied van agrofood, hightech, logistiek en industrie. Het voorgenomen plan draagt aan het bovenstaande niets bij maar doet er tevens niets aan af.
Mens en leefomgeving
De provincie beoogt te werken aan een gezonde leefomgeving waarbij biodiversiteit, natuur, ecologie,
bodemkwaliteit, het benutten van grondwater, duurzaamheid maar ook leefbaarheid een steeds meer
centrale rol krijgt. Het voorgenomen plan, namelijk het wijzigen van het gebruik van een bestaand bouwwerk en een ondergeschikte bouwkundige ingreep, zal hier niets aan af doen.
Welvaart & Bereikbaarheid Een citaat uit de omgevingsvisie:
De beoordelingen binnen dit thema zijn relatief gunstig, zowel wat betreft de randvoorwaarden voorde economische concurrentiepositie (vestigingsklimaat), als onze welvaart en ons welbevinden. Dit laat onverlet dat er op kleinere schaal nog steeds behoefte bestaat aan maatwerk, zo ook in dit
geval. Echter kan hierbij wel worden opgemerkt dat de Yes We Can Healthcare Group BV juist voorziet in werkgelegenheid en omzet voor de plaatselijke leveranciers en detailhandel wat ten gunste komt aan de lokale welvaart en het welbevinden van een deel van de bevolking.
Verbondenheid Een citaat uit de omgevingsvisie:
De inwoners van Brabant helpen elkaar in het dagelijks leven als het tegen zit. Ze weten elkaar zakelijk en persoonlijk te vinden en eikaars eigenheid en eigenaardigheden te waarderen.
Vanuit deze verbondenheid zoals beschreven in de omgevingsvisie is ook het plan ontstaan om een kliniek te vestigen voor jongeren die ondersteuning nodig hebben. Gelet op de voormalige horecagelegenheid wordt met deze functiewijziging tevens tegemoet gekomen aan de doelstellingen
om verkeersbewegingen te verminderen en te verkleinen.
Doelstellingen In de omgevingsvisie is een viertal doelstellingen opgenomen die voornamelijk betrekking hebben op
energietransitie, klimaat, netwerken en een concurrerende, duurzame economie. Dit heeft betrekking op maatschappelijk opgaven die niet los van elkaar zijn te zien. Ook in dit geval moet worden
opgemerkt dat er op planniveau niet zal worden bijgedragen aan deze doelstellingen. Echter doet het er ook niets aan af. In die zin behoeft het beleid het plan niet in de weg te staan.
Veranderend samenspel Een citaat uit de omgevingsvisie:
Ook los van de internationale context zijn er redenen waarom het anders moet. Brabant is een ondernemende provincie. Inwoners, ondernemers en overheden nemen op hun eigen manier initiatief
31 AAbouwconsultants
Linge Singel 39
4033 KA Lienden
0615011805
www.aabouwconsultants.nl
A AAbouwconsultants
in Brabant en voegen daarmee economische, sociale en/of ecologische waarden toe. Dit heeft de provincie door de eeuwen heen gevormd en maakt dat Brabant continu in beweging is. De manier waarop de verschillende actoren binnen Brabant samenwerken, is daarbij wel sterk veranderd. In de driehoek overheid-samenleving-bedrijfsleven zien we zowel een sterkere betrokkenheid van bedrijven bij maatschappelijke opgaven, als een ondernemender samenleving die zelfbewust initiatieven oppakt. In deze casus is gekeken naar de behoefte aan huisvesting voor mensen die ondersteuning nodig hebben. Vanuit deze behoefte heeft Yes We Can Healthcare Group BV het initiatief genomen om in het verleden een tijdelijke omgevingsvergunning aan te vragen en deze aan te vullen met een definitieve aanvraag voor een planologische dubbelfunctie.
Hierbij neemt tevens de hoeveelheid vervoersbewegingen af, wat tegemoet komt aan de doelstellingen rond het klimaatbeleid. Daarnaast streeft de provincie, als het gaat om de fysieke inrichting van de ruimte, naar een proactieve en meedenkede overheid die de beoogde doelen van de provincie respecteren. Maatschappelijke participatie speelt hierbij een rol.
Aangaande het voorgenomen project hanteert de provincie een 'brede' manier van kijken waarbij burgerschap, participatie, karakter en leven centraal staan. Dit is de verantwoordelijkheid van initiatiefnemers, maar de participerende overheid houdt daar ook rekening mee. Tegelijkertijd werkt deze methodiek alleen als er sprake is van geven en nemen tussen de verschillende belanghebbenden. Om die reden heeft de initiatiefnemer door de gemeente aangewezen omwonenden per brief geïnformeerd over haar plannen en een bewonersavond georganiseerd. In deze brief zijn tevens de contactgegevens vermeld van het hoofdkantoor waar vragen zowel telefonisch als per email gesteld konden worden. Op de bewonersavond is niemand verschenen. Een kopie van de verzonden brief is als bijlage 4 toegevoegd.
Duurzaam bouwen In het voorgenomen plan is er sprake van de activiteit bouwen, namelijk de plaatsing van hekwerken. Het fragment over duurzaam bouwen richt zich op grootschaligere bouwactiviteiten, namelijk het bouwen van gebouwen. Dit gaat gepaard met onderwerpen zoals woningvoorraad en inrichting van de ruimte. In het onderhavige project is er geen sprake van dergelijke grootschalige bouwactiviteiten. Klimaatproof Brabant De urgentie en noodzaak om ons aan te passen aan het veranderende klimaat is groot en neemt de komende jaren alleen maar toe. De zeespiegel stijgt, het wordt warmer. Ook is er steeds meer sprake van zowel droogte (het ene uiterste) als wateroverlast (het andere uiterste); de extremen worden groter. We ervaren de gevolgen van klimaatverandering nu al, en in grotere hevigheid dan aanvankelijk gedacht. De provincie onderzoekt met name hoe waterbeheer en -berging beter integraal kunnen worden aangepakt. Zij doet dat op provinciaal niveau. Daarbij speelt het Waterschap een belangrijke rol. In deze casus vindt watercompensatie plaats op eigen terrein middels de aanwezige wadi's en watergangen. Bij het voorgenomen veranderd er ten opzichte van de bestaande niets.
Duurzame verstedelijking Uit de ambities van de provincie blijkt voornamelijk dat zij geen voorstander is van het uitbreiden van het stedelijk gebied, maar zich met name wil concentreren op het hergebruik van vrijkomende gronden of het transformeren van leegstaande gebouwen. Eveneens richt de provincie zich op het herbestemmen van gebouwen. Prognoses aangaande de bevolkingsontwikkeling zullen hierbij in de toekomst leidend worden. Gelet op het onderhavige project en de behoefte jongeren te ondersteunen in hun ontwikkeling past deze ontwikkeling binnen de doelstelling van de duurzame verstedelijking. Hierbij is er ook sprake van de herontwikkeling van een bestaand gebouw. Uit de tekst van de omgevingsvisie kan worden opgemaakt dit document voornamelijk is opgesteld om het beleid te gaan bewegen in de richting van de Omgevingswet. Hierbij staan duurzaam ruimtegebruik, herontwikkeling, energietransitie, natuur en waterbeheer centraal alsmede het stimuleren van economische ontwikkelingen die toewerken naar een circulaire economie met gesloten kringlopen. Op de vraag naar de specifieke invulling of transformatie van gebouwen gaat dit beleid
32 AAbouwconsultants
Linge Singel 39
4033 KA Lienden
0615011805
www.aabouwconsultants.nl
A AAbouwconsultants
nauwelijks tot niet in. Dit geldt ook voor het onderwerp zorgbehoefte. In het beleid valt verder te
lezen dat voornamelijk de gemeente een leidende rol heeft (maatwerk) en de provincie zich aansluit
bij grotere projecten. Van een groot project is in dit geval geen sprake.
"In de Omgevingsvisie staat de fysieke wereld centraal. Deze fysieke wereld manifesteert zich in vier elementen: water, aarde, lucht en vuur." De provincie beoogt de balans tussen deze elementen te
bewaken en richting te geven aan haar handelen in de praktijk. Ze stelt hierbij een viertal
doelstellingen centraal die betrekking hebben op energietransitie, klimaat, netwerken en een concurrerende, duurzame economie. Daarnaast is het beleid gericht op het behoud en de verbetering
van biodiversiteit, natuur, ecologie, bodemkwaliteit en leefbaarheid alsmede op een goede economische concurrentiepositie (vestigingsklimaat) waarbij de samenleving zelfbewust initiatieven oppakt. Het voorgenomen plan sluit hierbij aan, zeker daar er geen sprake is van het uitbreiden van
het stedelijk gebied maar juist van hergebruik en transformatie van gebouwen die anders dreigen leeg te staan.
Aangaande het project heeft maatschappelijke participatie plaatsgevonden in de vorm van een uitnodiging voor een bewoners- en ondernemersbijeenkomst. Hier was geen belangstelling voor. Het onderwerp waterberging is reeds behandeld.
Op basis van de voorgaande analyses kan worden vastgesteld dat het beleid zoals opgenomen in de omgevingsvisie het voorgenomen plan dan niet in de weg hoeft te staan.
3.3
Gemeentelijk beleid
3.3.1
Structuurvisie Hilvarenbeek Op 25 februari 2010 is de Structuurvisie Hilvarenbeek vastgesteld door de gemeenteraad. Navolgend wordt de relevante informatie uit de structuurvisie uitgewerkt.
De gemeente heeft met deze visie niet zozeer een toekomstvisie als wel een toetsingskader voor initiatieven voor de komende jaren. Hier en daar maakt de visie een doorkijk op langere termijn. De gemeente wil dat haar ruimtelijk beleid aansluit bij maatschappelijke ontwikkelingen.
3.3.2
Ruimtelijk karakter Een citaat uit de structuurvisie:
Met het ruimtelijk karakter worden de specifieke ruimtelijke eigenschappen van de dorpen en het buitengebied van de gemeente bedoeld. (...) De ontwikkeling van dorp en landschap is bepaald door het landschap en is hierdoor uniek. Dit is het ruimtelijk karakter. Het ruimtelijk karakter ligt opgesloten in de ruimtelijke hoofdstructuur. In deze structuurvisie is de hoofdstructuur van de verschillende dorpen en die van het landschap benoemd en weergegeven in verschillende kaartbeelden.
Voor de dorpen richt het beleid zich primair op het behouden, beschermen en versterken van het kernspecifiek ruimtelijk karakter, en daarmee het in stand houden van de hoge omgevingskwaliteit van de gemeente. Voor de kwaliteiten van het buitengebied is het van belang dat natuurgebieden en recreatief landschap worden versterkt. Zoals blijkt uit de onderstaande kaart, ligt het betreffende perceel (wit omcirkeld) in het buitengebied,
nabij een onderzoeklocatie voor nieuwe infrastructuur.
33 AAbouwconsultants
Linge Singel 39
4033 KA Lienden
0615011805
www.aabouwconsultants.nl
A AAbouwconsultants ma ---
4
BNO
Bron: Structuurvisie Hilvarenbeek
3.3.3
Beleid buitengebied Een citaat uit de structuurvisie:
Het buitengebied heeft een belangrijke functie voor de gemeente. De agrarische functie is sterk vertegenwoordigd. De ruimtelijke karakteristiek van het buitengebied kan vooral beleefd worden vanuit het recreatief gebruik van paden, wegen en de recreatieve steunpunten. De kwaliteiten van de natuur zijn verankerd in de robuuste ecologische structuren en verbindingen en het divers karakter op de overgangen tussen buitengebied en de dorpen. De gemeente ziet het als haar basisverantwoordelijkheid voor het behouden van de ruimtelijke karakteristiek van haar gemeente. Hierbij hanteert zij onderstaande criteria voor het buitengebied: behouden van robuuste natuurgebieden en ecologische verbindingszone's; het behouden van het divers karakter op de overgangen tussen buitengebied en de dorpen; Het behouden van cultuurhistorische waarden in het gebied. Het voorgenomen plan doet aan het bovenstaande niets af. Het cultuurhistorisch landgoed en het
gebouw blijven behouden zoals het nu is.
3.3.4 Welzijn en voorzieningen Basisaanbod Een citaat uit de structuurvisie:
De gemeente streeft naar een integraal en samenhangend aanbod van wonen, welzijn en zorg binnen Hilvarenbeek. Met de komst van de Wmo heeft de gemeente meer verantwoordelijkheden op het brede veld van zorg, wonen en welzijn gekregen. De gemeente wil in haar beleid het accent leggen op de sociale samenhang in en de leefbaarheid van de kernen binnen de gemeente Hilvarenbeek, het voorzieningenaanbod en het bieden van ondersteuning. Doel is een toereikend, bereikbaar en toegankelijk voorzieningenaanbod, met name voor woonzorgvoorzieningen, sport- en recreatievoorzieningen, onderwijsvoorzieningen, horeca- en winkelvoorzieningen. Onze prioriteit is daarbij gericht op het op peil houden van de leefbaarheid en het versterken van de sociale infrastructuur. (De cliënten van Yes We Can doen geen beroep op de Wmo.)
De gemeente het bovenstaande onder andere uitvoeren door: ruimte te creëren voor de verschillende spelers (aanbieders, maatschappelijke organisaties) zodat zij hun eigen rol, vanuit hun eigen verantwoordelijkheid, op een goede manier kunnen vervullen. Bij het creëren van nieuwe accommodaties is multifunctionaliteit, dat betekent dat het delen van de accommodatie, het uitgangspunt is. De tijd van iedere club een eigen honk is voorbij.
Extra ontwikkelingen op het gebied van welzijn en voorzieningen Een citaat uit de structuurvisie:
34 AAbouwconsultants
Linge Singel 39
4033 KA Lienden
0615011805
www.aabouwconsultants.nl
A AAbouwconsultants
Naast het basisbeleid, gericht op de gemeentelijke taakstelling op het vlak van onderwijs en maatschappelijke voorzieningen neemt de gemeente een extra verantwoordelijkheid ten aanzien van het overige voorzieningenaanbod.
De gemeente richt zich daarbij op het onderwijs en onderwijsgerelateerde voorzieningen, maatschappelijke voorzieningen, sportvoorzieningen, zorgvoorzieningen en commerciële voorzieningen.
Versterken duurzaam buitengebied Een citaat uit de structuurvisie:
De gemeente stimuleert waar mogelijk de vestiging van nieuwe maatschappelijke initiatieven, zoals zorg gerelateerde dagopvang, in het buitengebied. Bij de afweging of de gemeente aan een initiatief planologische medewerking verleent, zal de gemeente de volgende criteria hanteren: hun functionele bijdrage aan het lokale zorgsysteem; hun inpasbaarheid in maat en schaal van het buitengebied; de effecten op de kwaliteit van de omgeving; de effecten op functies in de omgeving; de in deze structuurvisie per zone benoemde toetsingscriteria voor nieuwe initiatieven. In de betreffende casus wordt grotendeels voldaan aan de criteria. Het is echter aan de gemeente om
te bepalen of voldaan wordt aan alle criteria.
3.3.5
Mobiliteit en bereikbaarheid Een citaat uit de structuurvisie:
Een bereikbare, leefbare en veilige infrastructuur in en rondom Hilvarenbeek, Diessen en de overige kernen is van essentieel belang om ook in de toekomst op een goede manier te kunnen blijven wonen, werken en recreëren. De gemeente wil dit bereiken door: stimuleren en bieden van een veilig voetgangers- en fietsnetwerk; bevorderen van een adequaat basisnetwerk voor openbaar vervoer; op een logische manier geleiden van de belangrijkste verkeers- en vervoersstromen op het interne routenetwerk; verbetering van de verkeersstructuur van, naar en rondom het centrum van Hilvarenbeek, inclusief voldoende parkeerruimte; verruiming van parkeerruimte in Diessen en de verbetering van de bereikbaarheid van het winkelcentrum van Diessen; het hebben van aandacht ten aanzien van de beheersbaarheid en betaalbaarheid van de mobiliteitsstructuur en aanpassingen daaraan. Het voorgenomen project heeft op het bovenstaande geen invloed.
3.3.6 Toetsingscriteria buitengebied Een citaat uit de structuurvisie:
De agrarisch sector is van groot belang voor de gemeente Hilvarenbeek. De agrarische sector is van grote betekenis voor de werkgelegenheid in de gemeente. Bovendien heeft deze sector van oudsher het ruimtelijk karakter van de gemeente en vooral van het buitengebied bepaald. De gemeente Hilvarenbeek beseft het belang van deze sector voor de werkgelegenheid en het ruimtelijk karakter van de gemeente. De gemeente heeft zich bij het beoordelen van initiatieven aangaande de agrarische sector voor een belangrijk deel te conformeren aan het beleid van hogere overheden zoals verwoord in het reconstructieplan Beerze-Reusel. Op enkele aspecten zal de gemeente haar eigen beleid moeten formuleren. De gemeente zal dit in het toekomstig BlO-beleid en het op te stellen "bestemmingsplan buitengebied" verder uitwerken. In
35 AAbouwconsultants
Linge Singel 39
4033 KA Lienden
0615011805
www.aabouwconsultants.nl
A AAbouwconsultants
deze structuurvisie is reeds een aantal criteria verwoord voor de beoordeling van nieuwe initiatieven en de uitwerking van de bovengenoemde beleidsstukken. Het bestemmingsplan Buitengebied is inmiddels in werking. Het bovenstaande citaat dateert van voor
die tijd. Het bestemmingsplan is eerder in dit document opgenomen.
Uit de onderstaande kaart valt op te maken dat het betreffende perceel (wit omcirkeld) is aangemerkt als extensiveringsgebied overig. stedelijk gebied extensiveringsgebied overig
verwevingsgebied extensiveringsgebied natuur
intensiveringsgebied (LOG) RNLE-gebied
ecologische verbindingszone water
Nationaal landschap
Zonering toetsingscriteria buitengebied
BSO
Structuurvisie Hilvarenbeek 213x00219
Ruimte I om in te leven
Bron: Structuurvisie Hilvarenbeek Een van de zones uit het reconstructieplan Beerze-Reusel is het extensiveringsgebied overig. Deze
gebieden zijn veelal gelegen rond de dorpskernen. Toetsingcriteria voor nieuwe initiatieven richten
zich op agrarische bedrijvigheid, veehouderijen, landbouw, vrijkomende agrarische bebouwing, toerisme en wonen. Wat dit laatste onderwerp betreft, vermeldt de structuurvisie het volgende.
Wonen Een citaat uit de structuurvisie: De gemeente heeft reeds enkele grootschalige nieuwe woningbouwplannen gepland in deze zone. (...) Nieuwe wooninitiatieven zullen beoordeeld worden met de volgende criteria. 1. Nieuwe wooninitiatieven dienen het ruimtelijk karakter van het landschap te versterken of een bijdrage te leveren aan natuurontwikkeling, aanleg van verbindingszones of versterking van RNLE (let op uitvoeringsparagraaf); 2. Nieuwe wooninitiatieven mogen rechten van bestaande (agrarische) bedrijven niet aantasten. Hierbij zal ook gekeken worden naarde invloedssfeer van bestaande bedrijven in andere zones (bijvoorbeeld verwevingsgebieden).
Ten aanzien van het ruimtelijk karakter, wonen, welzijn en voorzieningen, economie en werken en mobiliteit moet voldaan zijn aan de algemene beleidsuitgangspunten. In het op te stellen BlO-beleid dat vertaald wordt in het bestemmingsplan buitengebied zal het ruimtelijk beleid voor het buitengebied op basis van de hierboven gestelde criteria voor het extensiveringsgebied overig worden uitgewerkt.
36 AAbouwconsultants
Linge Singel 39
4033 KA Lienden
0615011805
www.aabouwconsultants.nl
A AAbouwconsultants
3.4
Strategie vitalisering buitengebied
3.4.1 Algemeen De gemeente Hilvarenbeek heeft op 11 juni 2020 de Strategie vitalisering buitengebied vastgesteld. Hierin is de visie op niet-agrarische ontwikkelingen, met name de herbestemming van voormalig agrarische locaties, in het buitengebied vastgelegd. Hiermee wordt het makkelijker om (voormalig) agrarische locaties een nieuwe bestemming te geven. In de strategie wordt omschreven welke ruimte en mogelijkheden de gemeente voor nieuwe functies biedt en welke voorwaarden zij hieraan verbindt. Als een concrete nieuwe ontwikkeling niet toegestaan kan worden op basis van het geldende bestemmingsplan, dan wordt bekeken of de ontwikkeling past binnen de (ruimere) kaders van deze strategie.
3.4.2
Uitgangspunten Het beleid ziet op mede op dóórontwikkeling van bestaande functies. Soms sterk aan het buitengebied gebonden functies, maar soms ook wat minder. In deze casus is er sprake van gebouwen die qua gebruik een rijke historie hebben en waar wederom wordt gekeken naar een nieuwe vorm van exploitatie (dóórontwikkeling). Van vrijkomende agrarische bedrijven is geen sprake. Wel ziet het beleid op vitalisering van het buitengebied. Hieronder wordt verstaan: Het behouden en versterken van de leefbaarheid, de draagkracht en kwaliteit van het Beekse buitengebied. Als een concrete nieuwe ontwikkeling niet toegestaan kan worden op basis van het geldende bestemmingsplan, dan wordt bekeken of de ontwikkeling past binnen de (ruimere) kaders van deze strategie. Daarnaast wordt gekeken door de bril van de naderende Omgevingswet waarbij het 'ja tenzij' centraal staat. Tevens wordt gekeken naar wat tegenover de gewenste ruimtelijke ontwikkeling kan komen te staan. Door het verbeteren/ herstellen en het onderhouden van de bestaande watergangen en met het permanente onderhoud aan de natuur beoogd Yes We Can Healthcare Group BV. het landgoed fitaal te houden en daarmee de kwalitiet te verbeteren en in stand te houden. Wat verder van belang is, is het uitgangspunt dat overollige bebouwing niet wenselijk is en in bepaalde gevallen transformatie prevaleert.
In deze casus is de gewenste exploitatie eigenlijk de enige optie om het bestaande vastgoed van leegstand te redden.
3.4.3 Strategie De gemeente wil de balans tussen ondernemen en een gezonde en veilige fysieke leefomgeving verbeteren. De gemeente wil toewerken naar een buitengebied waar het goed wonen, werken en recreëren is. Dat vergt een forse kwaliteitsslag in de komende jaren. Het is de bedoeling dat die slag stap voor stap wordt gemaakt in nauwe samenwerking met alle betrokken partijen. Doelstelling De gemeente streeft naar kwaliteitsverbetering van de gehele fysieke leefomgeving van Hilvarenbeek. Nieuwe ontwikkelingen dienen hier aan bij te dragen. In dit geval is is de beleidskeuze die betrekking heeft op de vergroting van de leefbaarheid en vitaliteit van het buitengebied mede van toepassing. Daarnaast dient het voorgenomen plan tegemoet te komen aan de realisatie van andere doelstellingen van de gemeente Hilvarenbeek en/of andere overheden. Centraal staat de vraag: Wat is de meerwaarde voor het Beekse buitengebied?
Om hier direct op in te haken kan het volgende worden opgemerkt: de gebouwen die op het perceel aan de Groenendaal zijn gelegen zijn voorheen gebruikt als congreslocatie (door Philips) en horecagelegenheid (overnachtingsmogelijkheid en trouwlocatie). Echter door het vertrek van Philips die de congressen elders ging organiseren en het vertrek van andere grote partijen die locatie gebruikten voor bijeenkomsten (die werden meer internationaal) nam de exploitatiemogelijkheid van
37 AAbouwconsultants
Linge Singel 39
4033 KA Lienden
0615011805
www.aabouwconsultants.nl
A AAbouwconsultants
het gehele landgoed sterk af. Hierdoor moest gezocht naar een andere invulling teneide de kwaliteit van het landgoed te kunnen verbeteren. Deze verbetering is reeds doorgevoerd. Met de voorgenomen invulling is zowel de exploitatie van de gebouwen als van het landgoed voldoende gewaarborgd. Hiermee levert de voorgenomen functiewijziging een potentiële bijdrage aan het behoud, het herstel en de verbetering van de natuur op het perceel. Hierover is reeds het nodige geschreven. Op de directe omgeving heeft het voorgenomen plan nauwelijks tot geen invloed.
Strategie vrijkomende gebouwen Naar verwachting wordt beleidsmatig uitgegaan van een forse hoeveelheid stoppende (agrarische) bedrijven. Zoals uit de voorgaande alinea al blijkt geldt dit deels ook voor de horecagelegeheid. Exploitatie van enkel een horecagelegenheid is, mede gelet op de locatie, niet haalbaar. Teneinde leegstand tegen te gaan is gekozen voor de voorgenomen oplossing. Het plan is niet strijdig met het beleid omtrent vrijkomende gebouwen. Er is sprake van een afname van verkeersbewegingen. Dit blijkt uit de afname van de behoefte aan parkeervoorzieningen (- 75, 51 parkeerplaatsen). De cliënten worden wekelijks per bus opgehaald en weggebracht. Verder worden gasten op het hoofdkantoor ontvangen en niet op de locatie. Ten opzichte van een horecagelegenheid is er daarom sprake van afnemende verkeersbewegingen. Ook is er geen sprake van milieuhinder zoals bedoeld in het beleid. Daarbij staat de gemeente open voor uitbreidingen van bestaande niet-agrarische functies in het buitengebied zolang dit maar bijdraagt aan de versterking van de omgevingskwaliteit. Hierover is reeds het nodige geschreven.
3.4.4 Algemeen afwegingskader: beoordelingscriteria Algemeen afwegingskader: beoordelingscriteria Het uitgangspunt van de gemeente Hilvarenbeek is als volgt geformuleerd: "een ontwikkeling willen we positief benaderen als dat initiatief bijdraagt aan de verbetering van de kwaliteit van de gehele fysieke leefomgeving van Hilvarenbeek. We beoordelen dit aan de hand van onderstaande vijf beoordelingspunten."
Elke initiatiefnemer wordt dus uitgedaagd om te onderbouwen hoe het initiatief zich verhoudt tot de volgende vijf beoordelingspunten. Behoud van de balans: toegevoegde waarde voor buitengebied De kern van het beleid is gericht op de verruiming van de ontwikkelingsmogelijkheden in het buitengebied die niet ten koste gaan van de kwaliteit, leefbaarheid en het voorzieningenniveau in dorpen en buurtschappen. Hierover kan op projectniveauw worden gesteld dat het verzoek ziet op een nieuwe bestemming die betrekking heeft op het gebruik van de gronden (en gebouwen) voor een maatschappelijke voorziening met een aanzienlijke omvang. Hierbij kan tevens worden vermeld dat het gaat om een specifieke wijze van behandelen met een kortdurend verblijf op de locatie (tien dagen) waarbij de cliënten met de bus worden gebracht en gehaald. Hierdoor daalt het aantal vervoersbewegingen zowle naar het landgoed als op het landgoed.
Zoals reeds eerder is aangegeven, heeft de invulling van de gebouwen mede betrekking op de exploitatie van het landgoed en het onderhoud van (deels) historische gebouwen. Door de nieuwe invulling wordt juist aandacht besteed aan de kwaliteitsverbetering van het gehele landgoed en een optimaal onderhoud hiervan. Ten tijde van de aanwezige horecavoorziening was het terrein matig onderhouden, waren watergangen dichtgeslipt en waren taluten volgegroeid met gras. Ook werd de natuur nauwelijks onderhouden. In de gewenste situatie zijn de watergangen weer uitgediept, de taluten op orde gebracht en de natuur onderhouden. In de toekomst wordt hier permanent aandacht aan besteed (zoals reeds eerder omschreven). Deze onderhoudskosten zijn vanuit het huidige gebruik nauwelijks meer op te brengen. Qua gebruik van de gronden en gebouwen is er geen vergelijkbare voorziening in de omgeving die dergelijke diensten aanbiedt. Het voorgenomen plan zal het voorzieningenniveau in de omliggende dorpen en buurtschappen dan ook niet in de weg staan en juist bijdragen aan de plaatselijke economie (werkgelegenheid).
38 AAbouwconsultants
Linge Singel 39
4033 KA Lienden
0615011805
www.aabouwconsultants.nl
A AAbouwconsultants
De huidige horecagelegenheid heeft geen bestaansrecht meer wat resulteert in het verlies van banen en de uiteindelijke achteruitgang van het gehele landgoed (de exploitatie is in het geding). In de gewenste situatie is juist personeel nodig. Zowel in de behandeling van de aanwezige cliënten als in de verzorging van hen. Daarnaast werkt de komst van de maatschappelijke voorziening ook door op de lokale economie (detailhandel) wat uiteindelijk meer banen zal opleveren. Past de ontwikkeling in de zonering dynamiek-luwte-rust? In de eerste plaats is het van belang om stil te staan bij de doelsteling van Yes We Can Healthcare Group BV. Het beleid richting de cliënten gericht op rust, reinheid en regelmaat. Voor de behandeling zijn deze uitgangspunten noodzakelijk. Van een dynamische omgeving zoals bedoeld in het beleid is dan ook geen sprake. Daarbij heeft het verblijf van de doorgaans jonge doelgroep geen verkeersaantrekkende werking. De cliënten worden met een bus opgehaald en weggebracht. Bezoekers worden op het hoofdkantoor ontvangen en niet op de locatie waar deze aanvraag betrekking op heeft. Parkeervoorzieningen zijn in ruime mate aanwezig (dit onderwerp is naderhand afzonderlijk uitgewerkt).
Tegenprestatie: versterking omgevingskwaliteit In de huidige situatie worden de gebouwen gebruikt voor de planologische gebruiksmogelijkheden die betrekking hebben op het voeren van horecagelegenheden. Uitgaande van een bezettingsgraad van 60% - aangevuld door kortdurende bezoeken zoals het gebruik van het kasteel als trouwlocatie hebben beide horecagelegenheden een redelijk hoge verkeersaantrekkende werking. Daarnaast wordt het gehele perceel door bezoekers gebruikt met de daarbij behorende vervuiling. Vanuit de exploitatie als horecavoorziening zijn er beperkte middelen beschikbaar voor het onderhoud van de gebouwen en het landgoed. In de gewenste situatie komen vanuit de exploitatie van het vastgoed juist middelen vrij die het volledige onderhoud mogelijk maken. Hierdoor wordt (is) het landgoed opgeknapt en heeft er onderhoud aan de gebouwen plaatsgevonden. Dit resuleert in een kwaliteitsverbetering ten gunste van de flora en fauna alsmede in het terubrengen van rust in de natuur. Ten tijde van de aanwezige horecagelegenheid werd het landgoed nauwelijks onderhouden. In de gewenste situatie wordt er juist geïnvesteerd in de natuur en het onderhoud hiervan (reeds omschreven). Uit de Quickscan die is opgemaakt door Econsultancy, gedateerd 7 december 2022. Rapportnummer 19843.002, blijkt het voorgenomen plan geen nadelige gevolgen heeft voor de natuur.
Hierbij moet worden opgemerkt dat een klein deel van het terrein wordt gebruikt voor dagelijke sportactiviteiten. Van overtollige bouwwerken is geen sprake. Daarbij is er sprake van een bestaande situatie en geen sprake van nieuwbouwactiviteiten.
Invloed op omwonenden Aangaande de voorgenomen functiewijziging van het landschap heeft er maatschappelijke participatie plaatsgevonden en een afzonderlijk gesprek met de eigenaar van het naastgelegen agrarische perceel. Voor wat betreft de omwonenden geldt dat er niemand gebruik heeft gemaakt van de inloopavond, terwijl de gronden op basis van een tijdelijke omgevingsvergunning voor maatschappelijke doeleinden worden gebruikt. Hieruit kan worden opgemaakt dat omwonenden geen invloed wensen uit te oefenen op mogelijke verbeteringen ten dienste van het gebruik van het perceel. Ook de eigenaar van het naastliggende perceel heeft aangegeven geen problemen te ervaren met huidige (tijdelijke) gebruik van het landgoed. Aangaande de nieuwe ontwikkeling heeft een persoonlijk gesprek plaatsgevonden met de 'buurman' van het perceel aan de Diedensweg 106 in Hilvarenbeek. Deze 'buurman' heeft aangegeven geen problemen te hebben met het voorgenomen plan. Verder kan worden vermeld dat de Yes We Can Healthcare Group BV contact heeft met de plaatselijke ondernemers. Als er incidenteel iets voorvalt wordt dit onderling geregeld en opgelost.
Integrale toetsing omgevingskwaliteit Uit het beleidsdocument komt naar voren dat het plan verder getoetst dient te worden op de milieuaspecten zoals externe veiligheid, geluid, bodemkwaliteit, cultuurhistorie en archeologie,
39 AAbouwconsultants
Linge Singel 39
4033 KA Lienden
0615011805
www.aabouwconsultants.nl
A AAbouwconsultants
waterkwaliteit, waterkwantiteit en waterveiligheid. Deze onderwerpen zijn in dit document afzonderlijk uitgewerkt (QuickScan).
Samengevat komt het er op neer dat het voorgenomen plan om een maatschappelijk gebruik aan de gronden toe te kennen mede aanluit bij de doelstellingen zoals opgenomen in het beleidsdocument Strategie vitalisering buitengebied (excl. landbouw), juist daar het in zijn geheel gaat om verbetering van de kwaliteit van het landgoed en de daarop aanwezige gebouwen. Hoewel dit reeds meerdere keren is beschreven wordt met het nieuwe plan juist geïnvesteerd in de natuur. De oorspronkelijke watergang is uitgediept en de taluten worden onderhouden waardoor de ecologische verbindingzone wordt verstrerkt. Ook worden er diverse nestkasten geplaatst en worden zaailingen geplant ter plaatse van dode bomen. Het landgoed wordt permanent onderhouden door twee mensen in vaste dienst. Daarnaast wordt onderhoud verricht door een hoveniersbedrijf.
3.5
Ladder voor duurzame verstedelijking
3.5.1 Algemeen In artikel 3.1.6 van het Besluit ruimtelijke ordening (Bro) is de zogenaamde ladder voor duurzame verstedelijking opgenomen. In dit artikel is bepaald dat een bestemmingsplan dat een nieuwe stedelijke ontwikkeling mogelijk maakt, dient te voldoen aan de volgende voorwaarden: Het plan dient te voorzien in een actuele regionale behoefte. Indien er sprake is van een actuele behoefte, dient te worden beschreven in hoeverre in die behoefte kan worden voorzien binnen het bestaand stedelijk gebied van de regio, door herstructurering, transformatie of anderszins. Indien blijkt dat de ontwikkeling niet binnen bestaand stedelijk gebied kan plaatsvinden, dient te worden beschreven in hoeverre deze plaatsvindt op een passende locatie buiten het stedelijk gebied.
De ladder voor duurzame verstedelijking ligt mede ten grondslag aan het provinciaal beleid zoals geformuleerd in de Structuurvisie ruimtelijke ordening en de Verordening ruimte. In de voorgaande paragrafen is uitgebreid beschreven hoe het initiatief zich verhoudt tot het provinciale en gemeentelijke beleid. Kort samengevat is dat als volgt: In het voorgenomen plan wordt aandacht besteed aan de kwaliteitsverbetering van het gehele landgoed en een optimaal onderhoud hiervan. Het huidige gebruik van het perceel heeft geen verkeersaantrekkende werking en parkeervoorzieningen zijn in ruime mate aanwezig. Van overtollige bouwwerken is geen sprake. Watercompensatie vindt plaats op eigen terrein. Er is mogelijkheid geboden tot maatschappelijke participatie. Ten slotte kan worden opgemerkt dat het beleid het plan niet in de weg staat.
3.5.2
Toetsing initiatief Bij het indienen van het voorliggende plan, dat voorziet in het realiseren van een maatschappelijke voorziening ten behoeve van mensen met een geestelijke beperking, is uitgebreid getoetst aan het voorliggende beleid. Dit neemt niet weg dat niet getoetst hoeft te worden aan de ladder voor duurzame verstedelijking (nader te noemen: de ladder).
Toepassing ladder De ladder is van toepassing op woningbouwplannen die worden aangemerkt als nieuwe stedelijke ontwikkeling. In het voorgenomen plan is echter geen sprake van woningbouw maar van het oprichten van een zorginstelling (maatschappelijke voorziening). In deze voorziening zijn geen zelfstandige woningen aanwezig, maar zijn per verdieping één centrale keuken en één centrale woonkamer aanwezig. Er is ook geen sprake van een woningbouwlocatie. Om die reden hoeft geen toepassing te worden gegeven aan de ladder.
40 AAbouwconsultants
Linge Singel 39
4033 KA Lienden
0615011805
www.aabouwconsultants.nl
A AAbouwconsultants
3.6
Besluit milieueffectrapportage Plannen en besluiten die belangrijke nadelige gevolgen voor het milieu (kunnen) hebben dienen getoetst te worden aan een drietal criteria. Hierbij kan worden vermeld dat een jeugdkliniek gezien moet worden als zijnde een 'inrichting' in de milieucategorie 2 (bron: Handreiking Bedrijven en milieuzonering zoals opgesteld door de VNG). Het voorgenomen plan is daarom getoetst aan de volgende onderwerpen:
1. 2. 3.
Het Besluit milieueffectrapportage (Besluit m.e.r.); De Wet natuurbescherming; Toetsing aan de provinciale milieuverordening (Interim omgevingsverordening).
Besluit milieueffectrapportage Het voorgenomen plan is getoetst aan de kolommen C en D van het Besluit milieueffectrapportage. Hieruit blijkt dat het project niet m.e.r.-plichtig is en er geen verplichte m.e.r.-beoordeling hoeft plaats te vinden. De voorgenomen activiteit is niet opgenomen in Onderdeel C, kolom 1 (Activiteiten, plannen en besluiten, ten aanzien waarvan het maken van een milieueffectrapportage verplicht is) van het Besluit milieueffectrapportage (Geldend van 18-12-2020 t/m heden). Aangaande de toepassing van Onderdeel D is kolom 1 (Activiteiten, plannen en besluiten, ten aanzien waarvan de procedure als bedoeld in de artikelen 7.16 tot en met 7.20 van de wet van toepassing is) eveneens niet van toepassing. Echter, gelet op het wijzigen van een horecabestemming naar een maatschappelijke voorziening is, ter beoordeling, een notitie vormvrije m.e.r. opgemaakt.
Wet natuurbescherming Het voorgenomen plan, zo blijkt ook uit de bijlagen, is niet in strijd met de voorschriften van de Wet natuurbescherming (QuickScan Econsultancy, 7 december 2022, rapportnummer 19843.002). Deze leidt dan ook niet tot een verplichte M.e.r. beoordeling. Interim omgevingsverordening Provinciale Staten kunnen in de provinciale milieuverordening extra activiteiten met gevallen, plannen en besluiten aanwijzen die belangrijke nadelige gevolgen voor het milieu kunnen hebben en dus m.e.r.-plichtig zijn (art. 7.6 Wm). Dit is dus aanvullend op de m.e.r.-plicht op basis van onderdeel C van de bijlage Besluit m.e.r. (en dus ook aanvullend op de verplichting vanuit de Europese richtlijnen) én conform dezelfde systematiek. Met de inwerkingtreding van de 'Interim omgevingsverordening' is de 'Provinciale milieuverordening Noord-Brabant 2010' vervallen. De 'Interim omgevingsverordening' kent geen voorschriften die leiden tot de verplichting van een m.e.r.-beoordeling. Vormvrije m.e.r.-beoordeling De vormvrije m.e.r.-beoordeling is het gevolg van de uitspraak van het Europese hof over de manier waarop de EU-richtlijn in de Nederlandse regelgeving was geïmplementeerd. De essentie van die uitspraak is dat een m.e.r. altijd noodzakelijk is als belangrijke nadelige milieugevolgen niet kunnen worden uitgesloten.
Uit de verrichte onderzoeken (bijlagen bij dit document) blijkt dat er geen sprake is van 'belangrijke nadelige milieugevolgen'. Om die reden is alleen een 'vormvrije m.e.r.-notitie opgemaakt. Resumerend kan worden vastgesteld dat een m.e.r.-beoordeling in deze casus niet van toepassing is.
41 AAbouwconsultants
Linge Singel 39
4033 KA Lienden
0615011805
www.aabouwconsultants.nl
A AAbouwconsultants
3.7
Gezondheid Deze paragraaf richt zich op gezondheidsaspecten zoals spuitzones, zoönosen, endotoxine, fijnstof,
ammoniak en geitenhouderijen. Hierbij wordt (met uitzondering van spuitzones) aangesloten bij de
Handreiking veehouderij en volksgezondheid 2.0. Veehouderijen
Het betreffende perceel is gelegen in landelijk gebied en omringd door een aantal veehouderijen. Met
intensieve veehouderij worden bedrijven bedoeld waarbij dieren zoals varkens, kippen, geiten en
rundvee op een klein oppervlak samen zijn. Deze bedrijven kunnen in de buurt van bebouwing
overlast veroorzaken en het risico op ziektes bij omwonenden vergroten. Het gaat daarbij niet alleen om stank, maar ook om bijvoorbeeld fijnstof en de verspreiding van ziekteverwekkers. Daarom is de
Handreiking veehouderij en volksgezondheid 2.0 opgesteld. De handreiking concentreert zich op juridische mogelijkheden om eventuele gezondheidsrisico's van veehouderijen voor omwonenden te beperken.
Op basis van de beschikbare informatie aangaande de gezondheidsrisico's van veehouderijen heeft de
GGD een advies opgesteld voor gemeenten. Op de website van GGD Hart voor Brabant staat het volgende te lezen:
Om de gezondheidsrisico's van veehouderijen te beperken, adviseert de GGD haar gemeenten het volgende:
Een minimumafstand van 250 meter tussen een veehouderij en woningen. Vooral bij nieuwe woningen, wijken of nieuwe bedrijven hanteren we dit advies. Verplicht bedrijven om hun geur en fijnstofuitstoot te beperken. Zoveel als redelijkerwijs mogelijk is. Hierbij gebruikt de GGD het uitgangspunt dat: o niet meer dan 12 procent van de bewoners in de bebouwde kom geurhinder heeft; niet meer dan 20 procent van omwonenden in het buitengebied geurhinder heeft. o Het gemengd houden van varkens en pluimvee op een veehouderijbedrijf is vanuit volksgezondheid niet gewenst. Met het scheiden van deze diersoorten wordt voorkomen dat influenzavirussen vanuit pluimvee kunnen vermengen met influenzavirussen vanuit varkens. Dit voorkomt vervolgens het risico op het ontstaan van een nieuw type influenzavirus welke de potentie heeft om te gaan circuleren onder mensen. Er zijn aanwijzingen dat gezondheidseffecten optreden bij omwonenden van veehouderijen. Inzicht in de oorzaken ontbreken veelal nog. Wel is duidelijk dat onder de wettelijke normen gezondheidseffecten optreden. Bij elk gezondheidskundig advies van de GGD zijn daarom afwegingen over voorzorg en het belang van emissiereductie belangrijke uitgangspunten. Zoals blijkt uit de bovenstaande tekst, adviseert de GGD om een minimumafstand van 250 meter aan
te houden tussen een veehouderij en een woning. Onderstaand is een kaart weergegeven van het betreffende gebied waarop veehouderijen zijn aangegeven. Zoals blijkt uit de legenda betreft het
enkel de locaties aangegeven met een groene stip; dit zijn bestaande bedrijven. De bedrijven zijn
genummerd, waarna de afstand tot de verblijfsruimte op het betreffende perceel per bedrijf is aangegeven. Het verblijfsgebouw op het betreffende perceel is rood omcirkeld.
42 AAbouwconsultants
Linge Singel 39
4033 KA Lienden
0615011805
www.aabouwconsultants.nl
A AAbouwconsultants
w e"
200
*
Industrieterrein Bukkem
«
N269
t
Diessenseweg
Van M erodelaan
e g"
piessensewes
/ g
N259 N395 M395
=
ë
$ oxtet
=
1 095
l - de
Hilvarenbeek
1095
ë
evn8sipvp
*
2 •
3 • $
Ui
1
&
O
N35
Laag Spul
*
$ Laag Spul
Bestand veehouderijen brabant
4
Veehouderijen
•
voormalig bedrijf
♦
bestaand bedrijf
Bron: Omgevingsdienst Zuidoost-Brabant
De afstanden zijn als volgt: Bedrijf 1: 280 meter Bedrijf 2: 430 meter Bedrijf 3: 550 meter Bedrijf 4: 690 meter Bedrijf 5: 730 meter Bedrijf 6: 710 meter
Zoals blijkt uit de bovenstaande afstanden, is geen enkele veehouderij op minder dan 250 meter afstand
van het verblijfsgebouw op het betreffende perceel gelegen. Het advies van de GGD wordt hiermee gehandhaafd. De aanwezigheid van omliggende veehouderijen hoeven het voorgenomen plan niet in de
weg te staan.
Mestbewerking en gezondheid Op de website van GGD Hart voor Brabant staat het volgende te lezen met betrekking tot mestbewerking:
In Nederland is meer dierlijke mest beschikbaar dan op landbouwgrond gebruikt kan worden. Het bewerken van mest (bijvoorbeeld het maken van mestkorrels of produceren van biogas) wordt daardoor steeds vaker toegepast. Omwonenden maken zich zorgen over mogelijke gezondheidsrisico's van mestbewerking, hinder door geur of geluid, over transport en over de veiligheid van de mestbewerkingsinstallaties. Mogelijke gezondheidsklachten kunnen ontstaan door: Infectieziekten die van dieren op mensen kunnen overgaan (zoönosen) Sommige ziektes kunnen van dieren op mensen overgaan. Dat noemen we zoönosen. We weten niet hoeveel mensen ziek worden door ziekteverwekkers in mest en mestproducten. Daar is nog weinig onderzoek naar gedaan. Fijnstof en endotoxinen
43 AAbouwconsultants
Linge Singel 39
4033 KA Lienden
0615011805
www.aabouwconsultants.nl
A AAbouwconsultants
In fijnstof van veebedrijven zitten ook endotoxinen. Dat zijn kleine stukjes van bepaalde bacteriën. Het zijn dode deeltjes, die geen infecties kunnen veroorzaken. Je kunt er wel luchtwegklachten van krijgen. Hoeveel mensen deze klachten krijgen is moeilijk vast te stellen. Stankoverlast Van stank kun je veel last hebben. Van ernstige stankhinder kun je stress hebben en dat kan ook weer gezondheidsklachten veroorzaken. Je kunt bijvoorbeeld last krijgen van hoofdpijn en misselijkheid.
In de bovenstaande tekst worden drie onderwerpen genoemd die te maken hebben met
mestbewerking en gezondheidsklachten kunnen veroorzaken. Navolgend worden deze drie onderwerpen uitgewerkt.
Zoönosen Sommige ziektes kunnen van dieren op mensen overgaan. Deze worden aangeduid als zoönosen.
Het is niet bekend hoeveel mensen ziek worden door ziekteverwekkers in mest en
mestproducten. Daar is nog weinig onderzoek naar gedaan. Het onderwerp zoönosen en de preventie hiervan valt tevens buiten de reikwijdte van de Handreiking veehouderij en volksgezondheid 2.0, zoals in de inleiding van deze handreiking is aangegeven. Het is lastig om bij een project rekening te houden met een onderwerp waar weinig onderzoek over gepubliceerd is en waar (nog) geen wetgeving of advies over bestaat. Daarom wordt met het
oog op dit onderwerp teruggevallen op de aanbevolen minimale afstand van verblijfsobjecten tot veehouderijen, zoals behandeld onder het kopje Veehouderijen.
Fijnstofen endotoxine Op de website van Info Mi I (Rijksoverheid) staat het volgende te lezen met betrekking tot endotoxinen:
Endotoxinen zijn celwandresten van bepaalde bacteriën en kunnen tot luchtwegirritatie en ontstekingsreacties leiden. Endotoxinen zijn dus geen levende micro-organismen, ze kunnen daarom geen infectieziekten overbrengen. Endotoxinen maken onderdeel uit van fijnstof (PM10), maar zitten ook in het grovere stof (PM10 tot PM—100). Ze lijken een relevante merker voor vee-gerelateerde blootstelling, voorspellend voor gezondheidseffecten.
(...) De gezondheidseffecten van endotoxinen zijn uitgebreid onderzocht bij werknemers van veehouderijen. Het inademen van endotoxinen kan leiden tot acute luchtwegklachten en chronische effecten op de luchtwegen (niet-allergische astma en COPD). De Gezondheidsraad stelde in 2012 een advieswaarde op voor de algemene bevolking van 30 endotoxine units (EU) per m3. Deze waarde heeft de Gezondheidsraad afgeleid van de advieswaarde voor werknemers van 90 EU/m3, via de standaard onzekerheidsfactor van 3.
[https://www.infomil.nl/onderwerpen/landbouw/gezondheid/handreiking/gezondheidseffecten/ welke-stoffen-zorgen/endotoxinen/] Zoals blijkt uit de bovenstaande tekst, bestaat er vanuit de Gezondheidsraad een advieswaarde
met betrekking tot endotoxine. Het is echter niet bekend hoe deze waarde gemeten kan worden (?)
Stankoverlast - geur veehouderijen Veehouderijen kunnen stankoverlast veroorzaken. Ernstige stankhinder kan stress en gezondheidsklachten veroorzaken. De hinder van stank is in kaart gebracht op de Gezondheidskaart GES Geur veehouderij ovb hinderpercentages 2019, te raadplegen via Atlas
Leefomgeving. Een uitsnede van deze kaart is onderstaand weergegeven.
44 AAbouwconsultants
Linge Singel 39
4033 KA Lienden
0615011805
www.aabouwconsultants.nl
A AAbouwconsultants
o
0
I
GE50(zeergoed) ■ GES 1 (goed) GES 3a (vrij matig)
3
Antog"P
GES 3b (vrij matig tot matig) ■ GES 4 (matig) • GES & (onvoldoende) ■ GES 7 (ruim onvoldoende)
o O 01 9
ad
Adressen die geurgevoelig zijn voor geur van veehouderijen
d
o
S
(
Bron: Atlas Leefomgeving Zoals blijkt uit de bovenstaande kaart, is het betreffende perceel grotendeels gelegen in een gebied
dat is aangeduid met GES 3a, wat duidt op een 'vrij matige' gezondheidskwaliteit. Tevens is het betreffende perceel aangeduid als 'geurgevoelig voor geur van veehouderijen'. Er bestaat dus enige
mate van stankoverlast op het betreffende perceel, maar de gezondheidskwaliteit wordt niet als onvoldoende aangemerkt.
Spuitzone Bij gebruik van gewasbeschermingsmiddelen in de open teelt wordt algemeen belang toegekend aan
de volksgezondheid. In bestemmingsregels wordt dit algemeen belang vertaald naar een minimale afstand van 50 meter tot woon- en verblijfslocaties. De zone van 50 meter tussen de agrarische functie waar dergelijke open teelt is toegelaten en gevoelige functies moet vrij van spuitnevel of drift blijven.
Deze zone wordt een spuitzone, spuitvrije zone of teeltvrije zone genoemd.
Het perceel ten oosten van het betreffende perceel is bestemd voor open teelt. Om dit perceel dient
dus een spuitzone van 50 meter in acht te worden genomen. Dit is van belang voor de betreffende
casus aangezien het een verblijfslocatie betreft. Onderstaand is een uitsnede van de kadastrale kaart opgenomen, met daarop in het groen aangegeven de spuitzone van 50 meter vanaf het naburige perceel. De rode lijnen geven de bebouwing aan. Zoals blijkt uit de kaart is het verblijfsgebouw net buiten de spuitzone gelegen. Dit vormt dan ook geen belemmering voor de uitvoering van het plan.
45 AAbouwconsultants
Linge Singel 39
4033 KA Lienden
0615011805
www.aabouwconsultants.nl
je,
Aguleorswitant5
\
c
9
/
D
O
o
\
t
\ \
\
A6
„n nsultats abouWC°
onsulta055
AAbouWS
vinge
singe)39
KAVendet 4033
0615011805
wwW ,a<
A AAbouwconsultants
4.
Milieuhygiënische en planologische aspecten Op grond van het bepaalde in het Bro is het bij het opstellen van een bestemmingsplan verplicht om inzicht te bieden in de relevante planologische en milieuhygiënische aspecten. In dit hoofdstuk is een verantwoording voor deze aspecten opgenomen.
4.1
Bodem De bodem moet geschikt zijn voor het voorgenomen gebruik en de plaatsing van het hekwerk. Bij een bestemmingswijziging wordt bodemonderzoek noodzakelijk geacht, indien de bestemmingswijziging tevens een wijziging naar een 'strengere' bodemgebruiksvorm inhoudt. Bij een bestemmingswijziging die een gelijkblijvend of minder streng bodemgebruik oplevert, wordt de bodemkwaliteit in het kader van de bestemmingswijziging niet noodzakelijk geacht. Met een (verkennend) historisch bodemonderzoek dient te worden aangetoond dat de bodem geschikt is voor de 'nieuwe' functie, ondanks het feit dat deze functie reeds tijdelijk is vergund. Middels voorliggend initiatief wordt voorzien in het wijzigen van het gebruik van de bouwwerken ter plaatse van het besluitgebied. Met het initiatief vinden geen bodemroerende activiteiten plaats. Daarbij verandert het gebruik van de gronden ter plaatse niet significant. Ondanks dat is er op 30 december 2022 door Amos een vooronderzoek bodem uitgevoerd conform de NEN 5725 dat ook deel uitmaakt van de stukken (rapportnummer 224.0173.BR.13.ROS_V3*). De conclusie uit dit rapport is onderstaand overgenomen. Conclusie Uit het vooronderzoek is naar voren gekomen dat er ter plaatse van de locatie in het verleden geen industriële en/of voor bodemverontreiniging verdachte bedrijfsmatige activiteiten hebben plaatsgevonden.
Het terrein is in de loop der jaren enkele malen van eigenaar gewisseld. Vanaf het begin van de 20e eeuw hebben op 2 momenten noemenswaardige wijzigingen plaatsgevonden: 1. In de jaren '50 is het voormalige landhuis uitgebreid met een vleugel in het kader van het gebruik van de locatie als vakantieverblijf. 2. In de jaren '90 is de betreffende vleugel gesloopt en is aan het landhuis een nieuwe uitbouw gerealiseerd en is het deel van de locatie ten oosten van de slotgracht bij het terrein van het landgoed betrokken, waarna het huidige hoofdgebouw en bijgebouwen (Groenendaal 3 en 4) zijn gerealiseerd. In het kader van de herinrichting in de jaren '90, heeft er een uitgebreid bodemonderzoek op de locatie plaatsgevonden. Bij het onderzoek zijn veelal geen verontreinigingen en plaatselijk lichte verontreinigingen aangetoond, welke geen beperkingen vormde voor de destijds geplande herinrichting.
Uitzondering op bovenstaande betrof de aanwezigheid van een viertal ondergrondse HBO-tanks, welke op de locatie aanwezig waren. De tanks zijn in 1995 gesaneerd, waarbij tevens een grond een grondwater sanering heeft plaatsgevonden. Bij de sanering zijn uiteindelijk geen restverontreinigingen boven de destijds geldende streefwaarden vastgesteld.
Na de herinrichting in de jaren '90 hebben er geen noemenswaardige wijzingen meer plaatsgevonden. In 2010 heeft een plaatselijke calamiteit/ lekkage van hydrauliek olie plaatsgevonden, echter deze is gelijk gesaneerd/ ongedaan gemaakt. De algehele milieuhygiënische kwaliteit van de bodem op de locatie is in de jaren '90 uitgebreid vastgelegd. Op basis van de beschikbare documentatie bestaan er geen verdenkingen voor de
47 AAbouwconsultants
Linge Singel 39
4033 KA Lienden
0615011805
www.aabouwconsultants.nl
A AAbouwconsultants
aanwezigheid van noemenswaardige bodemverontreinigingen, welke een beperking kunnen vormen voor het huidige gebruik. Hoewel de onderzoeken uit de jaren '90 formeel gedateerd zijn, bestaat er geen vermoeden dat de milieuhygiënische bodemkwaliteit ten opzichte van destijds in negatieve opzicht gewijzigd is. Voor het terrein bestaan geen verdenkingen voor de aanwezigheid van een mogelijk geval van ernstige bodemverontreiniging. Op basis van de beschikbare onderzoeken bestaan er geen directe verdenkingen voor de aanwezigheid van eventuele bodemverontreinigingen met asbest. In de onderzoeken welke zijn uitgevoerd in de jaren '90, zijn slechts sporadisch bijmengingen aangetroffen op de locaties waar later bodemsanering heeft plaatsgevonden, waarbij de betreffende grond is ontgraven. Bij onderzoeken welke (2010) zijn geen bijmengingen met bodemvreemde materialen waargenomen.
Er bestaan op basis van de verkregen gegevens geen verdenkingen dat in de bodem verontreinigingen aanwezig zijn, welke onaanvaardbare risico's oplevert voor de huidige en toekomstige gebruikers van de locatie. Gezien de aanleiding van het uitvoeren van onderhavig vooronderzoek (bestemmingswijziging) en de uitkomsten van het vooronderzoek, wordt het ons inziens niet noodzakelijk geacht om nog verdergaande bodemonderzoeken conform NEN 5740 en/of NEN 5707 uit te voeren. Bij eventuele toekomstige werkzaamheden en/of herontwikkelingen dient wel rekening te worden gehouden met het volgen van de geldende Arbo wetgeving en/of de Wet bodembescherming. Afhankelijk van de aard van toekomstige graafwerkzaamheden kan bodemonderzoek in dat geval wel wenselijk zijn.
4.2
Geluid Conform de Wet geluidhinder heeft iedere weg een onderzoekzone waarbinnen een akoestisch onderzoek dient te worden verricht indien de bouw van geluidgevoelige bebouwing mogelijk wordt gemaakt. Uitzonderingen hierop zijn wegen waarvoor een 30 km zone geldt en wegen die als woonerf zijn aangeduid.
cn
CD
Uit de Kaartbank van de provincie Noord-Brabant blijkt dat de meest ongunstigste geluidsbelasting (Lp indB(A)) 95 Hz bedraagt (zie onderstaande uitsnede). CPXP
CPXH
315
71,7
71.1
«CPXH
400
76,5
74,6
500
78,4
79,6
630
84,0
86,6
800
93,4
95,5
1000
92,4
89,9
1250
90,7
91,0
1600
88,0
87,9
2000
88,4
87,0
2500
83,8
81.4
3150
81,5
80,1
4000 5000
77,8
75,8
74,9
73,8
totaal
98,6
98,9
U1
09
L„ [dB(A)I
8
freq. [Hz] «CPXP
5
09
008
5000
4000
3150
2500
2000
-
1600 N
1250
1000 8
500
315
00t
cn
co
Gelet hierop heeft een onderzoek naar wegverkeerslawaai plaatsgevonden.
4.2.1
Wegverkeerslawaai Op 11 augustus 2022 heeft is er door het bureau Econsultancy een onderzoek naar het wegverkeerslawaai uitgevoerd.
Voor elke gevelzijde van de panden zijn toetspunten ten behoeve van maximaal 4 bouwlagen gemodelleerd. De berekeningen zijn verricht aan de hand van het Reken- en meetvoorschrift geluid
48 AAbouwconsultants
Linge Singel 39
4033 KA Lienden
0615011805
www.aabouwconsultants.nl
A AAbouwconsultants
2012 en met behulp van het programma Geomilieu, versie 2022.21. Hieruit is, samengevat het volgende naar voren gekomen: Alleen ten gevolge van de N269 treedt een overschrijding op van de ten hoogste toelaatbare geluidsbelasting van 48 dB. De maximaal te ontheffen waarde van 53 dB wordt niet overschreden.
Voor de N269 is een afweging van geluidsreducerende maatregelen noodzakelijk. Het treffen van bron- en overdrachtsmaatregelen is niet doelmatig. Vanwege de N269 dient een hogere waarde te worden aangevraagd. Het plan betreft een transformatie van bestaande gebouwen. Voor een transformatie geldt conform het Bouwbesluit 2012 het van rechtens verkregen niveau. Een nader onderzoek naar de geluidwering van de gevels is voor het plan niet aan de orde.
4.3
Bedrijven en milieuzonering
4.3.1 Algemeen Om te bepalen welke bedrijfsactiviteiten uit het oogpunt van milieuhinder kunnen worden toegestaan, kan gebruik worden gemaakt van de systematiek van de VNG-brochure Bedrijven en milieuzonering (editie 2009). In de VNG-brochure is een bedrijvenlijst opgenomen die informatie biedt over de milieukenmerken van verschillende typen bedrijven. In de lijst is op basis van een aantal factoren (waaronder geluid, geur en gevaar) een indicatie gegeven van de afstand tussen bedrijven en hindergevoelige functies waarmee gemeenten bij ruimtelijke ontwikkelingen rekening kunnen houden. Het doel van milieuzonering is tweeledig: door het toepassen van milieuzonering wordt hinder ter plaatse van woningen of andere gevoelige objecten al in het ruimtelijk spoor voorkomen; door het toepassen van milieuzonering wordt aan bedrijven voldoende zekerheid geboden da zij hun activiteiten duurzaam en binnen aanvaardbare voorwaarden kunnen uitoefenen. Op basis van de indicatieve afstanden zijn de bedrijven op de bedrijvenlijst in de VNG-handreiking ingedeeld in milieucategorieën die variëren van categorie 1 (indicatieve afstand van 10 meter) tot categorie 6 (indicatieve afstand van 1.500 meter). Als aan de indicatieve afstand kan worden voldaan, is een activiteit qua milieuhinder inpasbaar.
Enerzijds is dan ter plaatse van omliggende milieugevoelige objecten (waaronder woningen) sprake van een aanvaardbaar woon- en leefklimaat, anderzijds heeft het bedrijf voldoende zekerheid dat de bedrijfsactiviteiten binnen aanvaardbare voorwaarden kunnen worden uitgeoefend. In deze casus zijn er geen omliggende bedrijven die door het voorgenomen plan op basis van een richtafstand in hun bedrijfsvoering worden beperkt.
4.3.2 Omgevingstype In de VNG-brochure worden twee omgevingstypen onderscheiden, namelijk 'rustige woonwijk', 'rustig buitengebied' en 'gemengd gebied'. De richtafstanden uit de VNG-brochure zijn afgestemd op de omgevingskwaliteit zoals die wordt nagestreefd in een rustige woonwijk of een daarmee vergelijkbaar omgevingstype (zoals een rustig buitengebied). Voor woningen in 'gemengd gebied' mag de indicatieve afstand worden gecorrigeerd en kan de afstand met één trede worden verlaagd, zonder dat dit ten koste gaat van het woon- en leefklimaat. Indicatieve afstanden worden gemeten van de uiterste grens van de bedrijfsactiviteiten tot de uiterste grens van waar de gevel van een 'beschermd object' kan komen (via bestemmingsplan, dan wel vergunningsvrij). In deze casus is dit onderwerp niet van toepassing. Een horecagelegenheid (planologisch en theoretisch mogelijk) komt niet voor in de lijst met bedrijfsactiviteiten. Echter dient wel rekening gehouden te worden met andere vormen van hinder (zie het Activiteitenbesluit). Echter is daar praktisch gezien geen sprake van.
49 AAbouwconsultants
Linge Singel 39
4033 KA Lienden
0615011805
www.aabouwconsultants.nl
A AAbouwconsultants
4.3.3 Toetsing initiatief Op het perceel aan de Groenendaal 1 te Hilvarenbeek is een voormalige horecagelegenheid tijdelijk omgezet naar een maatschappelijke voorziening. Om deze ontwikkeling in de toekomst voort te zetten dient te worden aangetoond dat er ter plaatse van de voorgenomen maatschappelijke voorziening op dit moment een goed woon- en leefklimaat aanwezig is. Dat dit het geval is blijkt uit de reeds bestaande invulling van het gebouw (maatschappelijke voorziening).