12 Bestemmingsplan Kernen Baarschot, Diessen en Haghorst (4 Toelichting met in rood wijzigingen)
Tekst van het document
Bestemmingsplan Kern Baarschot, Diessen en Haghorst
|26 d.
voor zover toestemming is verleend op grond van de Wet beheer rijkswaterstaatswerken, de wegenverkeerswetgeving of artikel 2.50 Verbod veranderen Provinciale weg.
Onderhavig planvoornemen voorziet in het actualiseren en consolideren van de vigerende bestemmingsplannen binnen de kernen Baarschot, Diessen en Haghorst. Hiermee maakt onderhavig bestemmingsplan in beginsel geen nieuwe ontwikkelingen mogelijk. Dit geldt dus ook voor de vigerende bestemmingsplan(nen) ter plaatse van de betreffende provinciale weg (N395). Onderhavig planvoornemen voorziet niet in wijzigingen aan de Provinciale weg, het gedrag buiten de Provinciale Weg of het gebruik ervan. Overige gebieden Het planvoornemen maakt niets mogelijk wat eventueel in strijd kan zijn met de overige gebieden. Tevens worden (indien nodig) de regels vanuit de IOV direct geborgd in de planregels van onderhavig bestemmingsplan. De overige gebieden waar het plangebied onder valt, vormen daarmee geen beperking op het planvoornemen. Daarnaast geldt voor elke ruimtelijke ontwikkeling de basisprincipes voor een evenwichtige toedeling van functies (paragraaf 3.1.2). Basisprincipes voor een evenwichtige toedeling van functies (artikel 3.5) Voor elke ruimtelijke ontwikkeling geldt dat toepassing moet worden gegeven aan de basisprincipes voor een evenwichtige toedeling van functies, die zijn opgenomen in artikel 3.5 van de Interim Omgevingsverordening.
Onder een evenwichtige toedeling van functies wordt verstaan dat invulling wordt gegeven aan een goede omgevingskwaliteit met een veilige, gezonde leefomgeving. Hiervoor moet rekening worden gehouden met: Zorgvuldig ruimtegebruik (art. 3.6); De waarden in een gebied door toepassing van de lagenbenadering (art. 3.7); Meerwaardecreatie (art. 3.8). Zorgvuldig ruimtegebruik (art. 3.6) Conform artikel 3.6 houdt zorgvuldig ruimtegebruik in dat de toedeling van functies in beginsel plaatsvindt binnen bestaand ruimtebeslag voor bebouwing (binnen bestaand stedelijk gebied). Onderhavig bestemmingsplan is actualiserend en consoliderend van aard, waardoor in beginsel geen nieuwe bebouwing mogelijk wordt gemaakt. De planologische situatie wordt kloppend gemaakt met de werkelijke situatie. Zodoende kan gesproken worden van zorgvuldig ruimtegebruik. Hiermee wordt voldaan aan de zorgplicht voor de ruimtelijke kwaliteit zoals beschreven in artikel 3.6 van de Interim Omgevingsverordening. Toepassing van de lagenbenadering (art. 3.7) De toepassing van de lagenbenadering omvat het effect van de ontwikkeling op de lagen in onderlinge wisselwerking met elkaar en het actief benutten van de factor tijd. De lagenbenadering omvat de effecten op: -
De ondergrond, zoals de bodem, het grondwater en archeologische waarden; De netwerklaag, zoals infrastructuur, natuurnetwerk, energienetwerk, waterwegen waaronder een goede, multimodale afwikkeling van het personen- en goederenvervoer; De bovenste laag, zoals cultuurhistorische en landschappelijke waarden, de omvang van de functie en de bebouwing, de effecten op bestaande en toekomstige functies, de effecten op volksgezondheid, veiligheid en milieu.
Bestemmingsplan Kern Baarschot, Diessen en Haghorst
|27 Door actief de factor tijd te benutten wordt rekening gehouden met de herkomstwaarde, vanuit het verleden, de (on)omkeerbaarheid van optredende effecten en de toekomstwaarde gelet op duurzaamheid en toekomstbestendigheid. De toetsing van de gevolgen van het initiatief op de bovengenoemde aspecten is uitgebreid uiteengezet in hoofdstuk 5 van deze toelichting. Meerwaardecreatie (art. 3.8) Meerwaardecreatie omvat een evenwichtige benadering van de economische, ecologische en sociale aspecten die in een gebied en bij een ontwikkeling zijn betrokken, waaronder: -
De mogelijkheid om opgaven en ontwikkelingen te combineren waardoor er meerwaarde ontstaat; De bijdrage van een ontwikkeling aan andere opgaven en belangen dan die rechtstreeks met de ontwikkeling gemoeid zijn.
Het plangebied ligt binnen bestaand stedelijk gebied, waardoor de regeling Kwaliteitsverbetering landschap niet noodzakelijk is. Het planvoornemen voorziet in de actualisatie en consolidatie van de vigerende bestemmingsplannen in de kernen Baarschot, Diessen en Haghorst. Hierdoor worden de planologische en werkelijke situatie op elkaar aangesloten en ontstaan hier geen (grotere) verschillen in. Dit zorgt voor een overzichtelijkere situatie omtrent de wensen en regelgeving op het ruimtelijk aspect. Conclusie Het planvoornemen past binnen het provinciaal beleid
4.3
Gemeentelijk beleid
Structuurvisie Hilvarenbeek, 2010 De gemeente Hilvarenbeek heeft op 25 februari 2010 de Structuurvisie Hilvarenbeek vastgesteld. Met de structuurvisie wil de gemeente regie voeren op de ontwikkelingen en processen die voor de toekomst van Hilvarenbeek van belang zijn. Uiteraard wil de gemeente ontwikkelingen voorkomen die afbreuk doen aan de toekomst van de gemeente. Ontwikkelingen die het goed wonen, leven en werken ondersteunen en verbeteren wil de gemeente kunnen faciliteren en stimuleren. Bij sommige ontwikkelingen zal de gemeente zelf als initiatiefnemer fungeren, bij andere ontwikkelingen is de gemeente afhankelijk van initiatieven van derden, zoals ondernemers, woningcorporaties, instellingen en burgers. In de structuurvisie wordt eerst voor de gehele gemeente een visie gegeven met betrekking tot het ruimtelijke karakter, wonen en de woonomgeving, welzijn en voorzieningen, economie en werken en mobiliteit en bereikbaarheid. In de uitvoeringsparagraaf van de structuurvisie zijn deze aspecten per kern beschreven. Het ruimtelijk karakter van de 6 dorpen en het buitengebied van de gemeente vormt een belangrijk onderdeel van een goede woon- en leefomgeving en daarmee van het woongenot in Hilvarenbeek. De gemeente ziet het behoud en beschermen van het ruimtelijk karakter als basisverantwoordelijkheid.
Voor het beoordelen van initiatieven van derden zijn de beleidsuitgangspunten uitgewerkt in toetsingscriteria per kern. De toetsingscriteria voor de drie kernen is in de onderstaande tekst nader uitgewerkt. Baarschot Baarschot is de kleinste kern in de gemeente Hilvarenbeek. De kern bestaat vooral uit de Baarschotsestraat. Aan deze straat is een oude monumentale bierbrouwerij en enkele achttiendeeeuwse langgevelboerderijen gelegen. Vroeger was vooral landbouw een belangrijke bron van bestaan. Het agrarisch karakter is nog steeds goed zichtbaar. Tegenwoordig speelt ook de recreatie en toerisme een belangrijke rol. De hoofdstructuur bestaat vooral uit het verbindend lint van de Baarschotsestraat. Heikant en Van Dijcklaan verbinden de Baarschotsestraat met het landschap. Bestemmingsplan Kern Baarschot, Diessen en Haghorst
|28 In de oksel van Baarschotsestraat en Heikant is het nieuwe woningbouwplan Brouwershof gepland (en inmiddels ontwikkeld). Met de ontwikkeling van dit woningbouwplan is Baarschot uitgegroeid van een lint tot een kern. Hierna is per zone een beschrijving te vinden.
Uitsnede kaart Structuurvisie Hilvarenbeek, 2010 (kern Baarschot)
Verbindend lint De Baarschotsestraat is het lint dat Baarschot verbindt met Diessen en de zuidelijker gelegen kernen Westelbeers en Hoogeloon. Aan het lint wordt vooral gewoond. De agrarische functie is nog steeds aanwezig. Ook zijn er enkele horecavoorzieningen aanwezig. Landschapsverbinder De woonstraten Heikant en Van Dijcklaan verbinden de Baarschotsestraat met het landschap. Baarschot woongebied In de structuurvisie wordt benoemd dat, in de oksel van Baarschotsestraat en Heikant, het woningbouwplan Brouwershof gerealiseerd zal worden. Inmiddels is dit woningbouwplan conform het beeldkwaliteitsplan ontwikkeld. Diessen Veelzeggend voor het karakter van Diessen is dat de functionele binding met de agrarische clusters Haghorst en Baarschot sterker is geweest dan die met Hilvarenbeek en Middelbeers. Het overwegend agrarisch karakter, en daarmee de binding met Haghorst, Baarschot en het landschap, hebben de groeirichting van Diessen bepaald. Dit is een groot verschil met de groeiwijze van Hilvarenbeek. Hier heeft de relatie met omliggende dorpen, waaronder Diessen, de groeirichting bepaald. Er zijn in Diessen twee soorten linten te onderscheiden, namelijk het verbindende lint met Hilvarenbeek en Middelbeers en de landschapsverbinders met de agrarische clusters Haghorst en Baarschot. Het is belangrijk het verschil tussen deze twee soorten linten nader te bestuderen.
Hierna is per zone een beschrijving te vinden.
Bestemmingsplan Kern Baarschot, Diessen en Haghorst
|29
Uitsnede kaart Structuurvisie Hilvarenbeek, 2010 (kern Diessen)
Diessen centrumzone Het centrum van Diessen bestaat voor het grootste deel uit de Willibrordusstraat en het kruispunt met de Heuvelstraat en Kerkstraat. Het gebied wordt aan de noordzijde begrensd door de Julianastraat. Aan de zuidzijde is het gebied begrensd door de Willibrorduskerk. De kerk is vanuit ruimtelijk oogpunt de begrenzing van het centrumgebied en is slechts om die reden onderdeel van deze zone. Diessen centrumschil Net ten oosten van de centrumzone van Diessen is de centrumschil gelegen. Voordat in de Molenstraat tussen de Rijtseweg en de Heuvelstraat éénrichtingsverkeer werd ingesteld en de Rijtseweg het doorgaande verkeer van en naar het zuiden overnam, waren de Molenstraat en de Heuvelstraat een belangrijke ruimtelijke drager van Diessen. Op de knoop met de Rijtseweg is een aantal belangrijke voorzieningen van Diessen gelegen. Verder noordelijk tussen de Rijtseweg en de Willibrordusstraat is vooral de woonfunctie aanwezig. De dynamiek (verkeersintensiteit en diversiteit in functies) van de Willibrordusstraat en de Rijtseweg straalt uit naar dit gebied. Ten noorden van de percelen aan de Docfastraat is een bedrijventerrein gelegen. Binnen het gebied zijn enkele kleine bedrijven tussen de woningen gelegen. Diessen woongebied De gebieden tussen de linten aan de westzijde van Diessen zijn ontwikkeld als woongebied.
Aan de oostzijde van de kern heeft de ligging van de Reusel voorkomen dat grootschalige woongebieden zijn ontwikkeld. De woongebieden nemen ten opzichte van de ruimtelijke structuur van Diessen dezelfde positie in. De verschillende woongebieden zijn afzonderlijk van elkaar in een andere tijd aangelegd. Deze verschillen zijn in de stedenbouwkundige opzet en architectuur zichtbaar. Diessen verbindend lint In het noorden van Diessen loopt de doorgaande provinciale weg (N395) tussen Hilvarenbeek en Middelbeers. De eerste bebouwing van Diessen was gelegen op het kruispunt van deze weg en de Willibrordusstraat. De weg kent een hoge dynamiek (verkeersbewegingen, bebouwingsdichtheid en een grote functionele diversiteit). De bebouwing bestaat uit veelal individuele panden. Bestemmingsplan Kern Baarschot, Diessen en Haghorst
|30 Kenmerkend hierdoor is de grote diversiteit aan gevelbeelden. Diessen landschapsverbinder Heuvelstraat, Molenstraat en de later verlengde Rijtseweg, en de clustering Laarstraat, Echternachstraat en Heuvelmansstraat hebben in tegenstelling tot het verbindend lint een lagere dynamiek (verkeersbewegingen, bebouwingsdichtheid en functionele diversiteit). De landschapsverbinders hebben oorspronkelijk alleen de functie gehad om Diessen in functionele zin te verbinden met het agrarisch gebied en de dorpen Haghorst en Baarschot. De verlengde Rijtseweg is jonger dan de overige landschapsverbinders. Echter, ten opzicht van de ruimtelijke structuur neemt de Rijtseweg dezelfde positie in. Diessen bedrijventerrein ‘De Buskes’ Ten noorden van de provinciale weg is een bedrijventerrein gelegen. Aan de noordzijde van het terrein is Annanina’s Rust gelegen. Aan de oostkant wordt het terrein begrensd door de historische bebouwing van de Laarstraat. Het verschil in omvang van de bebouwing van het bedrijventerrein en de omgeving is groot. Het terrein is door een groene afscheiding aan de noordzijde omzoomd. Diessen overige bedrijventerreinen Aan de noord- en zuidzijde van de provinciale weg, bij de splitsing met de Rijtseweg, en in het zuiden van Diessen aan het einde van de Molenstraat is een drietal kleine bedrijfslocaties gelegen.
Alle drie de locaties zijn dichtbij of in woongebieden gelegen. Diessen sportvelden Aan de noordzijde van Diessen is het sportterrein gelegen. De gemeente voorziet geen initiatieven waarvoor nadere toetsingcriteria nodig zijn. Diessen zoekgebied dorpsontsluiting De gemeente is in overleg met de Provincie Noord-Brabant om de mogelijkheden en de noodzaak voor een omlegging van de Provinciale weg te bekijken. Het doel van een eventuele omlegging van de Provinciale weg is om de overlast van de weg in het dorp te laten verdwijnen en de oversteekbaarheid te vergroten. De gemeente ziet op dit moment geen noodzaak om onderzoek te doen naar de noodzaak van deze omlegging. De eventuele komst van deze weg is gedurende de reikwijdte van deze Structuurvisie nooit een afwegingskader bij de beoordeling van andere nieuwe initiatieven aan de noordzijde van Diessen. Er zijn derhalve geen nadere toetsingcriteria voor deze dorpsontsluiting geformuleerd. Haghorst Haghorst is een zogenaamd ontginningsdorp. Een ontginningsdorp is een nederzettingsvorm, aan het eind van de 19e of het begin van de 20e eeuw ontstaan na de georganiseerde ontginning van woeste gronden als heide, bos en beeklanden. De ontginning vond plaats in de Hoge Haghorst en Lage Haghorst. Beide plaatsen samen realiseerden een ringvormige structuur. De ruimtelijke structuur lijkt hiermee op die van Esbeek.
Met de aanleg van het kanaal en de sluis was op de Hoge Haghorst bij het sluizencomplex een kern ontstaan. Het gevolg was dat langs de Sint Josephstraat bebouwing werd gerealiseerd. Dit resulteerde in een ruimtelijk onderscheid tussen de Hoge Haghorst en Lage Haghorst. Hoge Haghorst werd hiermee een kern. Met de realisatie van het eerste woningbouwplan, Holle Reyt aan de oostzijde van de Sint Josephstraat en de ontwikkeling van De Welder aan de westzijde is Haghorst verder uitgegroeid. In Haghorst is op basis van de hierboven beschreven ontwikkeling een aantal zones te beschrijven. Hierna is per zone een beschrijving te vinden
Bestemmingsplan Kern Baarschot, Diessen en Haghorst
|31
Uitsnede kaart Structuurvisie Hilvarenbeek, 2010 (kern Haghorst)
Haghorst centrumzone Nabij het sluizencomplex op het kruispunt met de ontginningsweg en de Sint Josepstraat is een centrumgebied aanwezig. In dit gebied is een tweetal horecaondernemingen aanwezig. Ook is hier de kerk gelegen. Haghorst woongebied Aan de oostzijde van de Sint Josephstraat is het woongebied Holle Reyt gelegen. Dit woongebied heeft in tegenstelling tot de linten van Haghorst weinig visuele relatie met het omliggende landelijk gebied. Slechts op een paar plaatsen is nog zicht op het landelijk gebied. Haghorst verbindend lint Met de aanleg van het kanaal is de Sint Josephstraat de centrale as van Haghorst geworden. De ontwikkeling van Haghorst werd hiermee in zuidelijke richting ingezet. Haghorst landschapsverbinder De Ontginningsweg en de Witvenstraat hebben een ruimtelijk visuele relatie met het landschap. Ze zijn van een lagere orde, qua verkeersintensiteit, dan de Sint Josephstraat. Haghorst sportvelden Aan de zuidzijde van Haghorst is het sportterrein gelegen. De gemeente voorziet geen initiatieven waarvoor nadere toetsingcriteria nodig zijn. Haghorst bedrijventerrein ‘Wilhelminadijk’ Aan de noordzijde van Haghorst langs het kanaal is een clustering van bedrijven aanwezig. Deze locatie is op de overgang van de kern met het landschap gelegen.
Toetsing Onderhavig bestemmingsplan voorziet in de actualisering en consolidatie van de vigerende bestemmingsplannen binnen de kernen Baarschot, Diessen en Haghorst. Zodoende leidt het bestemmingsplan in beginsel niet tot nieuwe ontwikkelingsmogelijkheden. In enkele uitzonderingsgevallen wordt de planologische situatie kloppend gemaakt met de werkelijke situatie, aangezien de vigerende bestemmingsplannen op sommige locaties zijn verouderd.
Bestemmingsplan Kern Baarschot, Diessen en Haghorst
|32 De gemeente ziet het behoud en beschermen van het ruimtelijk karakter als basisverantwoordelijkheid. Met onderhavig bestemmingsplan wordt de regelgeving aangepast op het daadwerkelijke gebruik, waardoor niet direct nieuwe ontwikkelingen mogelijk worden gemaakt. Het ruimtelijk karakter, zoals aangegeven in de toetsingscriteria, blijft behouden. Hierdoor kan gesteld worden dat het voornemen niet in strijd is met de toetsingscriteria van één of meerdere zoekgebieden. Woonvisie 2020-2030 De gemeente Hilvarenbeek heeft op 5 juni 2019 de Woonvisie 2020-2030 vastgesteld. De gemeente Hilvarenbeek blijkt een aantrekkelijke gemeente te zijn om te wonen. De woningvraag is daardoor groter dan het aanbod. Door de economische groei en lage rentestand is het aantrekkelijk geworden om te verhuizen. Er is daardoor een grote vraag naar woningen. De bouwproductie blijft hierbij nog achter. De Provincie Noord-Brabant gaat er vanuit dat met name de komende tien jaar de woningbehoefte nog zal toenemen (voor Hilvarenbeek ongeveer +500 woningen). Daarbij wordt er van uitgegaan dat het aantal vestigers en vertrekkers in de gemeente elkaar in evenwicht houden. De praktijk van de laatste jaren is echter dat de gemeente Hilvarenbeek met een sterk vestigingsoverschot te maken heeft. Dit zorgt voor een toenemende druk op de woningmarkt.
De afgelopen jaren zijn er veel woningbouwinitiatieven bij de gemeente binnengekomen die in meer of mindere mate inspelen op deze woonwensen. Hierbij gaat het vaak om plannen voor inbreidingslocaties. Door deze plannen te ontwikkelen kan in een substantieel deel van de kwalitatieve woningvraag van woningen worden voorzien. Het is niet reëel om uit te gaan van alleen de lokale woningvraag. Er zal meer gebouwd moeten worden om zowel vestigers als eigen inwoners van voldoende woningaanbod te voorzien. Alleen dan kan het gevarieerde woningaanbod gecreëerd worden waarbij voor iedere doelgroep een woning binnen de gemeente te vinden is. Dit betekent dat de gemeente Hilvarenbeek de komende jaren dus meer ruimte wil geven voor woningbouw. Ten behoeve van de gestelde doelen in de Woonvisie heeft de gemeente Hilvarenbeek enkele maatregelen opgesteld: In elke kern van de gemeente moet ruimte zijn voor woningbouw om in te spelen op de woningbehoefte (mits aantoonbaar) en kernen leefbaar en vitaal te houden. Om in te kunnen spelen op de grote woningvraag worden de plannen vooral getoetst op hun bijdrage aan de kwalitatieve opgaven binnen de gemeente. Met de provincie en regiogemeenten wordt overleg gevoerd over de woningbouwopgave om tot zorgvuldig ruimtegebruik te komen.
De gemeente biedt ruimte om (waar mogelijk en passend bij de woonomgeving) woningbouw op inbreidingslocaties en (waar nodig om te voorzien in de behoefte en behoud van het woonmilieu) woningbouw op aan de randen van onze kernen te realiseren. Het afronden van Gelderakkers II vormt een belangrijk onderdeel in het bewerkstelligen van deze ambitie. Nieuwe woningbouwinitiatieven worden kwalitatief getoetst aan de beoordelingscriteria. Addendum De gemeenteraad van Hilvarenbeek heeft in zijn vergadering van 8 juni 2023 het “Addendum op de Woonvisie Hilvarenbeek 2020-2030” vastgesteld. Met het Addendum wordt de Woonvisie 2020-2030 uit 2019 op een aantal onderdelen aangepast en geactualiseerd. Onder meer zijn de prijsgrenzen voor nieuw te bouwen woningen verhoogd vanwege de gestegen bouwkosten. Verder is het streefbouwprogramma herzien. Dat geeft aan hoeveel van de verschillende woningtypes gebouwd worden en in welke prijsklasse. De gemeente gaat hierbij uit van de geconstateerde behoefte, de gerealiseerde woningen in de afgelopen jaren en de richtlijnen vanuit de nationale Woon- en Bouwagenda en de Regionale SRBT-woondeal 20222030.
Bestemmingsplan Kern Baarschot, Diessen en Haghorst
|33
Toetsing Onderhavig bestemmingsplan betreft een actualisatie van de vigerende bestemmingsplannen. Nieuwe woningbouwontwikkelingen worden niet mogelijk gemaakt en de bestaande woningen blijven behouden. Zodoende zijn de opgestelde maatregelen niet van toepassing op onderhavig plan. Gemeentelijk Verkeersplan 2013-2022 Op 21 maart 2013 is het Gemeentelijk Verkeersplan 2013-2022 door de gemeenteraad vastgesteld. In het Gemeentelijk verkeersplan staat het gemeentelijk verkeersbeleid beschreven voor de periode 2013 – 2022. Dit beleid gaat over verkeersveiligheid, parkeren, fiets en openbaar vervoer. Met aandacht voor verkeersveiligheid en leefbaarheid wordt er ingezet op een goede bereikbaarheid van de kernen onderling en naar het hoofdwegennet. Bij ruimtelijke ontwikkelingen is er aandacht voor de bereikbaarheid en een goede afwikkeling van het (eventuele) extra verkeer over de bestaande wegen. Kader hiervoor is CROW publicatie 317, ‘Kencijfers parkeren en verkeersgeneratie’. Ruimtelijke ontwikkelingen worden beoordeeld op verkeersveiligheidsaspecten, zodat tijdig maatregelen hiervoor getroffen kunnen worden. De beoordeling van planologische wijzigingen gebeurt op basis van de rekenmethode (parkeerbalans) uit de parkeernormennota.
Het college kan hiervan afwijken, indien bijvoorbeeld de parkeerbehoefte niet op eigen terrein opgelost kan worden en in de openbare ruimte voldoende parkeergelegenheid aanwezig is. Toetsing Om te zorgen dat bij toekomstige regelingen voldaan worden aan het Gemeentelijk Verkeerplan, wordt een algemene regel opgenomen om het benodigd aantal parkeerplaatsen te waarborgen. Het bestemmingsplan is hierdoor in lijn met het beleid, zoals opgenomen in het Gemeentelijk Verkeersplan. Archeologiebeleid gemeente Hilvarenbeek De gemeente Hilvarenbeek heeft op 27 september 2012 de gemeentelijke archeologische beleidskaart met bijbehorende beleidsuitgangspunten vastgesteld. Bij het (her)bestemmen van gronden kan op basis van de beleidskaart op relatief eenvoudige wijze rekening worden gehouden met het aspect archeologie. In gebieden waar archeologische resten aanwezig zijn of verwacht worden, kunnen bijvoorbeeld maatregelen worden genomen om deze zoveel mogelijk te ontzien. Voor gebieden waar wel bodemverstorende activiteiten gaan plaatsvinden, is op de beleidskaart aangegeven of archeologisch onderzoek noodzakelijk is en wanneer eventueel vrijstelling van onderzoek kan worden verleend. Hiertoe zijn ondergrenzen vastgesteld ten aanzien van de diepte van de bodemingreep en de oppervlakte van het plangebied.
Hierdoor is het beleid met name ook geschikt om de archeologische waarden in bestemmingsplannen te borgen. In onderstaande tabel zijn de ondergrenzen die de gemeente Hilvarenbeek hanteert samengevat. Wanneer de ontwikkelingen de ondergrenzen niet overschrijden, is er vanuit archeologisch oogpunt geen bezwaar om een (omgevings)vergunning te verlenen of de bestemming van de gronden te wijzigen. Er hoeft dan ook geen archeologisch onderzoek plaats te vinden. Wanneer de ondergrenzen wél worden overschreden, dienen de plannen te worden aangepast of zal de initiatiefnemer een archeologisch onderzoek moeten laten uitvoeren.
Bestemmingsplan Kern Baarschot, Diessen en Haghorst
|34
De ondergrenzen zijn juridisch gewaarborgd middels archeologische dubbelbestemmingen. Hierin is onderscheid gemaakt tussen ‘Waarde – Archeologie 1 tot en met 4’. De dubbelbestemming wordt bepaald aan de hand van de opgestelde ondergrenzen. Terreinen van hoge archeologische waarde (AMK-terrein) komen uitsluitend voor in het buitengebied en niet in de kernen van Hilvarenbeek. Zodoende is de historische kern opgenomen als ‘Waarde – Archeologie 1’. Waarde – Archeologie 1: Waarde – Archeologie 2: Waarde – Archeologie 3: Waarde – Archeologie 4:
Categorie 2 Categorie 3 Categorie 4 Categorie 5 & Categorie 6
In paragraaf 5.1 wordt ingegaan op het aspect archeologie in het plangebied.
Bestemmingsplan Kern Baarschot, Diessen en Haghorst
|35
5.
OMGEVINGSASPECTEN
De ontwikkelingen in het plangebied worden afgestemd op het overheidsbeleid zoals beschreven in hoofdstuk vier. Daarnaast moet ook rekening gehouden worden met de aanwezige functies in en rond het plangebied. Het uitgangspunt voor het bestemmingsplan is dat zo een goede omgevingssituatie ontstaat. In dit hoofdstuk zijn de randvoorwaarden, die voortvloeien uit de omgevingsaspecten, beschreven.
5.1
Archeologie
Beleid Verdrag van Malta Voor archeologie geldt de nationale wetgeving die afkomstig is uit Europees beleid. Het Verdrag van Valletta (of wel: 'Verdrag van Malta') regelt hoe er omgegaan moet worden met het Europees archeologisch erfgoed. Nederland heeft het verdrag in 1992 mede ondertekend. De uitgangspunten van dit Europese verdrag zijn in de Nederlandse wet- en regelgeving verankerd door middel van de Wet op de archeologische monumentenzorg (Wamz). Wet op de archeologische monumentenzorg (Wamz) De Wamz is in werking getreden op 1 september 2007 en wijzigt hiermee de Monumentenwet uit 1988, de Ontgrondingenwet (Ow), de Wet milieubeheer (Wm), de Woningwet (Ww) en de Wet ruimtelijke ordening (Wro). Sinds de invoering van deze wet zijn gemeenten belast met de zorgplicht voor het archeologisch erfgoed. Vanaf 1 juli 2016 is dit op dezelfde wijze als via de Wamz verwerkt in de Erfgoedwet en in de toekomst zal dit verwerkt worden in de Omgevingswet. Tot de Omgevingswet ingaat gelden voor onderdelen, die gaan over de fysieke leefomgeving, de bepalingen uit de Monumentenwet. Dit is opgenomen in de overgangsregeling van de Erfgoedwet. Het uitgangspunt is dat verplicht rekening gehouden moet worden met het behoud van het archeologisch erfgoed in de bodem. Waar dit niet mogelijk is, dient het bodemarchief met zorg ontsloten te worden door middel van archeologisch onderzoek.
Bij het ontwikkelen van ruimtelijke plannen moet het archeologisch belang vanaf het begin meewegen in de besluitvorming. Gemeentelijk beleid De gemeente Hilvarenbeek heeft op 27 september 2012 de gemeentelijke archeologische beleidskaart met bijbehorende beleidsuitgangspunten vastgesteld. Bij het (her)bestemmen van gronden kan op basis van de beleidskaart op relatief eenvoudige wijze rekening worden gehouden met het aspect archeologie. In gebieden waar archeologische resten aanwezig zijn of verwacht worden, kunnen bijvoorbeeld maatregelen worden genomen om deze zoveel mogelijk te ontzien. Voor gebieden waar wel bodemverstorende activiteiten gaan plaatsvinden, is op de beleidskaart aangegeven of archeologisch onderzoek noodzakelijk is en wanneer eventueel vrijstelling van onderzoek kan worden verleend. Hiertoe zijn ondergrenzen vastgesteld ten aanzien van de diepte van de bodemingreep en de oppervlakte van het plangebied.
Bestemmingsplan Kern Baarschot, Diessen en Haghorst
|36
Uitsnede gemeentelijke archeologische beleidskaart
Plangebied Volgens de Archeologische Beleidskaart van de gemeente Hilvarenbeek zijn in de kernen Baarschot, Diessen en Haghorst archeologische verwachtingswaarden aanwezig variërend van categorie 2 tot en met categorie 7. Wat betreft de archeologische waarden wordt in deze actualisatie rekening gehouden met het archeologische beleid van de gemeente Hilvarenbeek. Dit resulteert in vier dubbelbestemmingen ‘Waarde – Archeologie 1’ tot en met ‘Waarde – Archeologie 4’ vanuit het thema ‘archeologie’. Daarbij is de onderverdeling gehanteerd, zoals beschreven in paragraaf 4.3 in deze toelichting. Onderhavig bestemmingsplan is voornamelijk conserverend van aard. Voor zover dit bestemmingsplan rechtstreeks nieuwe ontwikkelingen mogelijk maakt, betreft dit de incidentele invulling binnen het bestaande bebouwingspatroon en de ontwikkelingsruimte die de aanwezige functies hebben gekregen. Geconcludeerd kan worden dat de uitvoerbaarheid op het gebied van archeologie niet in het geding is. Een archeologisch onderzoek wordt niet noodzakelijk geacht, aangezien geen nieuwe Bestemmingsplan Kern Baarschot, Diessen en Haghorst
|37 ontwikkeling mogelijk worden gemaakt waarbij bodemingrepen plaatsvinden groter dan de gestelde oppervlaktes en/of niet eerst een omgevingsvergunning is verleend. Conclusie Het aspect archeologie vormt geen belemmering voor onderhavig bestemmingsplan.
5.2
Bedrijven en milieuzonering
Beleid De Wet milieubeheer zorgt ervoor dat milieuoverlast in woongebieden zoveel mogelijk wordt beperkt. Alle voorzieningen en bedrijven die overlast veroorzaken moeten daarom een vergunning hebben in het kader van de Wet milieubeheer. In “Bedrijven en Milieuzonering” van de VNG (Vereniging van Nederlandse Gemeenten) is een indicatieve richtafstandenlijst voor milieubelastende activiteiten opgenomen. Alle bedrijven die in de buurt van de planlocaties liggen worden aan de hand van een milieucategorie verbonden met een maximale hinderafstand. De lijst geeft richtafstanden voor de ruimtelijk relevante milieuaspecten geur, stof, geluid en gevaar. De grootste van de vier richtafstanden is bepalend voor de indeling van een milieubelastende activiteit in een milieucategorie en daarmee ook voor de uiteindelijke richtafstand. De richtafstanden volgens de VNG-brochure “Bedrijven en Milieuzonering” gelden tussen enerzijds de grens van de bestemming die bedrijven (of andere milieubelastende functies) toelaat en anderzijds de uiterste situering van de gevel van een woning die volgens het bestemmingsplan of via vergunningvrij bouwen mogelijk is. Milieucategorie 1 2 3.1 3.2 4.1 4.2 5.1 5.2 5.3 6
t.o.v. rustige woonwijk 10 meter 30 meter 50 meter 100 meter 200 meter 300 meter 500 meter 700 meter 1.000 meter 1.500 meter
t.o.v. gemengd gebied 0 meter 10 meter 30 meter 50 meter 100 meter 200 meter 300 meter 500 meter 700 meter 1.000 meter
De richtafstandenlijst gaat uit van gemiddeld moderne bedrijven. Indien bekend is welke activiteiten concreet zullen worden uitgeoefend, kan gemotiveerd worden uitgegaan van de daadwerkelijk te verwachten milieubelasting, in plaats van de richtafstanden. Plangebied Bij de bedrijvigheid in het plangebied van onderhavig bestemmingsplan gaat het vooral om kleinschalige ambachtelijk activiteiten uit milieucategorie 1 en 2. Binnen de kernen Diessen en Haghorst komen ook bedrijfsactiviteiten voor met een hogere toegestane milieucategorie. Deze bedrijfsactiviteiten komen geclusterd voor op enkele bedrijventerreinen. De bedrijvigheid binnen het plangebied wordt veelal gecombineerd met een woonfunctie. Ook voorzieningen als een basisschool of een horecagelegenheid hebben een milieuzone. Hierbij is sprake van functies met maximaal milieucategorie 1 of 2 en een grootste richtafstand van 10 meter of 30 meter. Dit bestemmingsplan maakt geen nieuwe bedrijfsactiviteiten mogelijk. Andersom worden er ook geen nieuwe gevoelige functies mogelijk gemaakt, waarvoor getoetst dient te worden aan de richtafstanden uit de VNG-brochure voor omliggende bedrijven.
Bestemmingsplan Kern Baarschot, Diessen en Haghorst
|38
Conclusie Het aspect bedrijven en milieuzonering vormt geen belemmering voor onderhavig bestemmingsplan.
5.3
Bodemkwaliteit
Beleid Sinds 2008 is het Besluit bodemkwaliteit (Bbk) in werking getreden. Het doel van het Bbk is duurzaam bodembeheer. Dat wil zeggen: een balans tussen bescherming van de bodemkwaliteit voor mens en milieu, én gebruik van de bodem voor maatschappelijke ontwikkelingen zoals woningbouw of de aanleg van wegen. Op grond van artikel 3.1.6 lid 2 van het Besluit ruimtelijke ordening (2008) moet een bodemonderzoek worden verricht om de realiseerbaarheid van een bestemmingswijziging te beoordelen. Voor alle bestemmingen waar een functiewijziging of een herinrichting mogelijk is moet ten minste een verkennend bodemonderzoek worden verricht. Vanaf 1 oktober 2019 is het tevens verplicht de PFAS-waarde in de bodem te onderzoeken, voordat gestart kan worden met grondverzet en/of kavelverkoop. PFAS is de verzamelnaam voor de stoffen PFOA, PFOS en GenX en wordt gezien als een zeer zorgwekkende stof (ZZS). Deze verplichting houdt in dat er geen grond vervoerd mag worden als de PFAS-waarde niet bekend is. Plangebied In het plangebied is de bodem in het verleden op enkele plaatsen onderzocht. Dit was in veel gevallen naar aanleiding van een concrete ontwikkeling. Bij ontwikkelingen, ook op perceelsniveau, is het van belang om te achterhalen of sprake is van bodemverontreiniging. Bij nieuwe ontwikkelingen is het dan ook noodzakelijk om te overwegen of een verkennend bodemonderzoek nodig.
Onderhavig bestemmingsplan is voornamelijk conserverend van aard. Voor zover dit bestemmingsplan rechtstreeks nieuwe ontwikkelingen mogelijk maakt, betreft dit de incidentele invulling binnen het bestaande bebouwingspatroon en de ontwikkelingsruimte die de aanwezige functies hebben gekregen. Geconcludeerd kan worden dat de uitvoerbaarheid op het gebied van bodemkwaliteit niet in het geding is. Een verkennend bodemonderzoek wordt niet noodzakelijk geacht, aangezien geen nieuwe ontwikkelingen rechtstreeks mogelijk worden gemaakt waarbij bodemingrepen plaatsvinden en/of niet eerst een omgevingsvergunning is verleend. Indien bij toekomstige ontwikkelingen sprake is van grondverzet en/of kavelverkoop dient de PFASwaarde in de bodem alsnog onderzocht te worden. Voor onderhavig bestemmingsplan is dit vanwege de conserverende aard niet van toepassing. Conclusie Het aspect bodem vormt geen belemmering voor onderhavig bestemmingsplan.
5.4
Cultuurhistorie
Beleid Wettelijk toetsingskader Onder de noemer Modernisering Monumentenzorg (MoMo) heeft het Rijk in 2009 een aanzet gegeven voor een goede afweging van het belang van de cultuurhistorie in de ruimtelijke ordening. Gepleit wordt voor een verantwoorde verankering van de integrale cultuurhistorie in structuurvisies, bestemmingsplannen en milieueffectrapportages. Het voornaamste doel hiervan is om het cultuurhistorische karakter van Nederland op gebiedsniveau te behouden en te versterken.
Bestemmingsplan Kern Baarschot, Diessen en Haghorst
|39 Op 5 juli 2011 is een wijziging van het Besluit ruimtelijke ordening (Bro) gepubliceerd. Vanaf 1 januari 2012 moet ieder nieuw bestemmingplan een analyse van cultuurhistorische waarden bevatten. In aansluiting op de vaststelling van de Wet tot wijziging van de Monumentenwet 1988 en de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht in mei 2011 zijn op 17 juni 2011 het Bro, het Besluit omgevingsrecht (Bor) en het Besluit archeologische monumentenzorg (Bamz) aangepast. Door een wijziging van het Bro moeten cultuurhistorische waarden voortaan vooraf in het proces van ruimtelijke ordening worden meegenomen, met name bij de voorbereiding en vaststelling van bestemmingsplannen. Het Bro bevat eisen waaraan de voorbereiding van een bestemmingsplan moet voldoen. Zo wordt er onder meer een beschrijving verlangd van de manier waarop met de in het gebied aanwezige cultuurhistorische waarden en in de grond aanwezige of te verwachten monumenten wordt omgegaan. De wetgever wil hiermee bereiken dat aandacht voor cultuurhistorische waarden voortaan in het planproces naar voren wordt gehaald. In de toelichting van het bestemmingsplan dient een beschrijving te worden opgenomen hoe met de in het gebied aanwezige cultuurhistorische waarden en in de grond aanwezige of te verwachten monumenten rekening is gehouden.
De opsteller en vaststeller van het bestemmingsplan is daarmee dus verplicht om breder te kijken dan alleen naar het facet archeologie. Ook de facetten historische (steden)bouwkunde en historische geografie dienen te worden meegenomen in de belangenafweging. Hierbij gaat het om zowel beschermde als niet formeel beschermde objecten en structuren. De Erfgoedwet, van kracht sinds 1 juli 2016, bundelt wet- en regelgeving op het gebied van behoud en beheer van het cultureel erfgoed in Nederland in één nieuwe wet. Een groot deel van de bestaande wet- en regelgeving (Monumentenwet, Wet ruimtelijke ordening) is overgenomen in de Erfgoedwet, bijvoorbeeld de aanwijzing van rijksmonumenten, wie welke verantwoordelijkheden heeft en hoe het toezicht daarop wordt uitgeoefend. Voor het eerst is er nu één integrale wet die betrekking heeft op onze museale objecten, musea, monumenten en archeologie op het land en onder water. Voorheen was het behoud en beheer van ons erfgoed geregeld in zes verschillende wetten met elk hun eigen procedures en beschermingsmaatregelen. Het uitgangspunt is dat de beschermingsniveaus zoals die in de eerdere wetten en regelingen golden, worden gehandhaafd. Daarnaast worden aan de Erfgoedwet een aantal nieuwe bepalingen toegevoegd.
Samen met de Omgevingswet die naar verwachting in 2023 wordt ingevoerd, wordt een integrale bescherming van ons cultureel erfgoed mogelijk. Cultuurhistorische Waardenkaart In de provincie Noord-Brabant dienen in het kader van het behoud van waardevolle cultuurhistorische elementen en archeologische vindplaatsen, bestemmingsplannen te worden getoetst aan de provinciale Cultuurhistorische Waardenkaart (CHW). Hierop staan de bepalende cultuurhistorische elementen aangegeven.
Bestemmingsplan Kern Baarschot, Diessen en Haghorst
|40
Uitsnede Cultuurhistorische Waardenkaart
Op de CHW is af te lezen dat het plangebied volledig binnen de regio ‘Kempen’ en deels (langs de randen van Diessen) binnen het archeologische landschap ‘Dekzandeiland MoergestelHilvarenbeek’. Kempen De Kempen is een zwak golvend dekzandlandschap dat bestaat uit dekzandvlakten en -ruggen. De dekzandruggen hebben een zandige bodem waar regenwater infiltreert, dat in de beekdalen als kwel naar boven komt. De ruimtelijke identiteit van het ontginningslandschap van de Kempen wordt gevormd door de contrasten tussen de verschillende agrarische gebruikseenheden: de akkers, graslanden en woeste gronden. De akkercomplexen, dorpen en gehuchten liggen vanouds op de rand van de beekdalen. In de afgelopen decennia zijn de verschillen tussen de oude en jonge ontginningen genivelleerd door ruilverkaveling, normalisatie van de beken en de uitbreiding van steden en dorpen. De dorpen van de Kempen hebben zich afhankelijk van hun ligging verschillend ontwikkeld. De kernen die liggen aan belangrijke routes zijn uitgegroeid tot suburbane woonkernen met soms redelijk grote bedrijventerreinen. De dorpen op afstand van deze routes hebben een landelijker karakter en zijn beperkter in omvang gebleven. De ontwikkelingsstrategie voor dit gebied is: 1. Behoud door ontwikkeling of versterking van de samenhang van de dragende structuren van de regio; 2.
De cultuurhistorische waarden van de Kempen in hun samenhang verder ontwikkelen, beschermen en toeristisch-recreatief ontsluiten. Dit geldt in het bijzonder voor de cultuurhistorische landschappen; Het Groene Woud, Dommeldal, Oud zandlandschap bij Oerle-Knegsel, Oud zandlandschap Cartierheide, Oud zandlandschap bij Stiphout en de Landgoederenzone ten zuiden van Tilburg; 3. Het duurzaam en in samenhang behouden van het bodemarchief (o.a. door afstemming van het gemeentelijk archeologiebeleid) van de archeologische landschappen: Dekzandeiland Moergestel-Hilvarenbeek, Kempenland, Keersop-Dommel, Dekzandeiland Tongelreep-Groote Aa en Helmondse Akkers.
Bestemmingsplan Kern Baarschot, Diessen en Haghorst
|41 Dekzandeiland Moergestel-Hilvarenbeek Dit landschap bestaat uit het licht glooiende dekzandeiland van Moergestel-Hilvarenbeek en de aangrenzende beekdalen van de Leij, de Reusel en de Hoogeindsche beek. Aan de oostzijde, op de overgang naar de beekdalen van de Reusel, het Spruitenstroompje en de Hoogeindsche beek, ligt een brede zone met oude bouwlanden. Het rond Diessen gelegen complex met oude bouwlanden behoort ook tot dit landschap. In het westen en zuidwesten bevinden zich oppervlakken met stuifduinen.Vanwege de lage dichtheid aan bebouwing kenmerkt dit landschap zich door een hoge ruimtelijke samenhang. De ontwikkelingsstrategie voor dit gebied is het duurzaam en in samenhang behouden van het bodemarchief (o.a. door afstemming van het gemeentelijk archeologiebeleid). Toetsing Omdat voorliggend plan alleen de actualisatie van vigerende plannen betreft en een nieuwe ontwikkeling uitblijft. Het planvoornemen voorziet daarmee niet in ontwikkelingen welke invloed hebben op de ontwikkelingsstrategie voor dit gebied. Zodoende heeft het voornemen geen negatieve effecten op de cultuurhistorische waarden binnen de regio ‘Kempen’ en het archeologische landschap ‘Dekzandeiland Moergestel-Hilvarenbeek’. Cultuurhistoriekaart Hilvarenbeek Voor het gehele grondgebied in de gemeente Hilvarenbeek is een cultuurhistoriekaart opgesteld.
Het primaire doel van de cultuurhistoriekaart is het inzichtelijk maken van het aanwezige bovengrondse erfgoed in de gemeente. Om de aanwezigheid van cultuurhistorische waarden te beoordelen is de Cultuurhistoriekaart Hilvarenbeek (2013) geraadpleegd.
Uitsnede cultuurhistoriekaart Hilvarenbeek
Bestemmingsplan Kern Baarschot, Diessen en Haghorst
|42 Baarschot Het gehucht Baarschot heeft een agrarisch karakter. Het gehucht is gelegen aan de Reusel. De bebouwing, in lintstructuur, is agrarisch van aard en omvat enkele langgevelboerderijen uit de 18 e eeuw. Baarschot werd mogelijk in een oorkonde van Willibrord uit 726 genoemd als Bobanschot, maar dat staat niet vast. Het Moleneind voert naar de plaats aan de Reusel waar vroeger de watermolen Achterste Molen heeft gestaan. Aan de Baarschotsestraat staat een Mariagrot uit 1945. Diessen Diessen behoort tot de oudste dorpen van Nederland. Al in de Vroege IJzertijd, rond jaar 700 voor Christus, moet Diessen reeds bewoond zijn geweest. Diessen is een voorbeeld van een akkerdorp met plaatse, zoals die ontstonden in de Middeleeuwen. De naam Heuvelstraat verwijst nog naar het voor dit type kenmerkende bezit van een driehoekige plaatse of heuvel. De heuvel is bij Diessen door bebouwing als zodanig slecht herkenbaar. Diessen heeft zeer lang bestaan uit lintbebouwing langs de oude wegen. De tussenliggende gedeelten zijn inmiddels volgebouwd. Haghorst Haghorst is een voorbeeld van een ontginningsdorp dat rond 1900 is ontstaan toen er grootschalige ontginningen van woeste gronden plaatsvonden. Haghorst ligt te midden van een betrekkelijk kaal heideontginningsgebied. Het kon zich verder ontwikkelen door de aanleg van het Wilhelminakanaal in 1923.
Ondanks de groei van het dorpje werd er pas na de Tweede Wereldoorlog een kerk, een pastorie en een school gebouwd. In de jaren negentig is de bebouwing in Haghorst uitgebreid langs de nieuwe Emmastraat en Beatrixstraat. Voorliggend bestemmingsplan is een actualisatie van het vigerende bestemmingsplan en voorziet geen ingrepen aan de bestaande bebouwing. Het is niet nodig om aanvullende eisen te stellen ten aanzien van de bescherming van cultuurhistorische waarden. Conclusie Het aspect cultuurhistorie vormt geen belemmering voor het planvoornemen.
5.5
Externe veiligheid
Beleid Externe veiligheid heeft betrekking op het beheersen van risico’s die mensen lopen door opslag, productie, gebruik en vervoer van gevaarlijke stoffen in hun omgeving. Het gaat hierbij om de risico's van inrichtingen met gevaarlijke stoffen, het vervoer van gevaarlijke stoffen over de weg en water en door buisleidingen. Besluit externe veiligheid inrichtingen Het Besluit externe veiligheid inrichtingen (Bevi) legt veiligheidsnormen op aan bedrijven die een risico vormen voor personen. Het gaat daarbij onder meer om bedrijven die vallen onder het BRZO (Besluit Risico's Zware Ongevallen), LPG-tankstations en opslagplaatsen met gevaarlijke stoffen. Belangrijke begrippen in het kader van externe veiligheid zijn het plaatsgebonden risico en het groepsrisico. Het plaatsgebonden risico (PR) is in het Bevi gedefinieerd als het "risico op een plaats buiten een inrichting, uitgedrukt als de kans per jaar dat een persoon die onafgebroken en onbeschermd op die plaats zou verblijven, overlijdt als rechtstreeks gevolg van een ongewoon voorval binnen die inrichting waarbij een gevaarlijke stof of gevaarlijke afvalstof betrokken is".
Het groepsrisico is gedefinieerd als de "cumulatieve kansen per jaar dat ten minste 10, 100 of 1000 personen overlijden als rechtstreeks gevolg van hun aanwezigheid in het invloedsgebied van een inrichting en een ongewoon voorval binnen die inrichting waarbij een gevaarlijke stof of gevaarlijke afvalstof betrokken is".
Bestemmingsplan Kern Baarschot, Diessen en Haghorst
|43 Verder zijn kwetsbare en beperkt kwetsbare objecten van belang. Kwetsbare objecten zijn bijvoorbeeld scholen, kantoorgebouwen met een bruto vloeroppervlak van meer dan 1.500 m² en woningen met een dichtheid van meer dan twee woningen per hectare. Beperkt kwetsbare objecten zijn onder meer sporthallen, zwembaden en woningen met een dichtheid van maximaal twee woningen per hectare. Het Bevi bevat eisen voor het plaatsgebonden risico en regels voor het groepsrisico. Voor het plaatsgebonden risico geldt onder meer een grenswaarde van 10-6 per jaar voor kwetsbare objecten in nieuwe situaties (PR-contour). Voor het groepsrisico geldt dat de gemeenteraad verantwoording moet afleggen over de wijze waarop het groepsrisico is meegewogen in de besluitvorming. Besluit externe veiligheid transportroutes Het externe veiligheidsbeleid voor het vervoer van gevaarlijke stoffen is vanaf 1 april 2015 vastgelegd in de Wet Basisnet en de Wet vervoer gevaarlijke stoffen (Wgvs). Voor ruimtelijke ordening in relatie tot transportroutes is er het Besluit externe veiligheid transportroutes (Bevt). Dit besluit is gebaseerd op de Wet ruimtelijke ordening en de Wet milieubeheer. Volgens het Bevt mag op grond van een ruimtelijke besluit geen kwetsbaar object in de veiligheidszone worden gebouwd.
Nieuwe beperkt kwetsbare objecten mogen alleen in uitzonderlijke gevallen in de veiligheidszone worden toegestaan. Het Bevt gaat ook in op de hoogte van het groepsrisico. Wanneer het aannemelijk is dat het groepsrisico ver beneden de oriëntatiewaarde blijft of nauwelijks toeneemt, is een verantwoording van het groepsrisico niet verplicht. Besluit externe veiligheid buisleidingen Het ‘Besluit externe veiligheid buisleidingen (Bevb) regelt de taken en verantwoordelijkheden van leidingexploitanten en gemeenten. De belangrijkste eisen aan bestemmingplannen zijn: ruimtelijke reservering voor plaatsgebonden risico, verantwoording van het groepsrisico en een ruimtelijke reservering voor zogenoemde belemmeringenstroken met een aanlegvergunningenstelsel. Inventarisatie risicobronnen Voor de inventarisatie van de risicobronnen is gebruik gemaakt van de risicokaart van de provincie Noord-Brabant (zie afbeelding).
Bestemmingsplan Kern Baarschot, Diessen en Haghorst
|44
Uitsnede risicokaart
Inrichtingen Binnen de kernen Baarschot, Diessen en Haghorst zijn geen Bevi-inrichtingen aanwezig. Daarbij is de vestiging van Bevi-inrichtingen uitgesloten in voorliggend bestemmingsplan. In de directe omgeving van de kernen zijn evenmin Bevi-inrichtingen aanwezig, waarvan de veiligheidscontour van invloed is op het plangebied. Transport over wegen Binnen of in de directe omgeving van de kernen Baarschot, Diessen en Haghorst vindt geen transport over wegen plaats die relevant is in het kader van externe veiligheid. Transport over water Binnen of in de directe omgeving van de kernen zijn geen vaarwegen aanwezig die relevant zijn in het kader van externe veiligheid.
Bestemmingsplan Kern Baarschot, Diessen en Haghorst
|45 Transport over het spoor Uit de risicoatlas voor vervoer van gevaarlijke stoffen over het spoor blijkt dat in het plangebied en de directe omgeving geen spoorwegen aanwezig zijn die relevant zijn in het kader van externe veiligheid. Transport per buisleiding Binnen de kern Haghorst is aan de noordzijde één buisleiding aanwezig waardoor transport van gevaarlijke stoffen plaatsvindt. Het betreft een brandstofleiding met een nominale diameter van 6 inch en is uitgelegd voor een werkdruk van 80 bar. Om de leiding te beschermen en in verband met de externe veiligheid is een vigerende dubbelbestemming aanwezig. Onderhavig bestemmingsplan is conserverend van aard, waardoor geen nieuwe ontwikkelingen mogelijk worden gemaakt binnen de dubbelbestemming. De betreffende dubbelbestemming wordt overgenomen in onderhavig bestemmingsplan, waarmee het woon- en leefklimaat voldoende wordt beschermd. In de kernen Baarschot en Diessen vindt er geen transport van gevaarlijke stoffen plaats via buisleidingen. Conclusie Het aspect externe veiligheid vormt geen belemmering voor het planvoornemen.
5.6
Natuurwetgeving
Beleid Wet natuurbescherming Per 1 januari 2017 is de Wet natuurbescherming (Wnb) in werking getreden. De Flora- en faunawet, de Natuurbeschermingswet 1998 en de Boswet zijn opgegaan in deze wet. De wet bevat regels voor de bescherming van in het wild levende dier- en plantensoorten en de belangrijkste natuurgebieden in Nederland. Natura 2000-gebieden Natura 2000 is de benaming voor een Europees netwerk van natuurgebieden waarin belangrijke flora en fauna voorkomen, gezien vanuit een Europees perspectief. Per Natura 2000-gebied zijn (instandhoudings-)doelen (voor soorten en vegetatietypen) opgesteld. Iedereen die vermoedt of kan weten dat zijn handelen of nalaten, gelet op de instandhoudingsdoelen, nadelige gevolgen voor een Natura 2000-gebied kan hebben, is verplicht deze handelingen achterwege te laten of te beperken. De provincies hebben daarnaast de bevoegdheid om bijzondere provinciale landschappen of natuurgebieden aan te wijzen. Zij kunnen in een later stadium door de minister worden toegevoegd aan de Natura 2000-gebieden. Natuurnetwerk Nederland Het Natuurnetwerk Nederland (NNN), voorheen de Ecologische Hoofdstructuur (EHS), is het Nederlandse netwerk van bestaande en nieuw aan te leggen natuurgebieden. Het netwerk moet natuurgebieden beter met elkaar en het omringende agrarische gebied verbinden.
In het Natuurnetwerk Nederland liggen: Bestaande natuurgebieden, waaronder 20 nationale parken; Gebieden waar nieuwe natuur aangelegd wordt; Landbouwgebieden, beheerd volgens agrarisch natuurbeheer; Ruim 6 miljoen hectare grote wateren, meren, rivieren, de kustzone van de Noordzee en de Waddenzee; Alle Natura 2000-gebieden. Vanaf 2014 zijn de provincies verantwoordelijk voor de begrenzing en ontwikkeling van dit natuurnetwerk. Tot die tijd was de Rijksoverheid verantwoordelijk.
Bestemmingsplan Kern Baarschot, Diessen en Haghorst
|46 In het natuurpact hebben de provincies met het Rijk afgesproken om tot 2027, 80.000 hectare natuur in te richten. Het NNN moet uiteindelijk samen met de natuurgebieden in andere Europese landen een aaneengesloten Pan Europees Ecologisch Netwerk (PEEN) vormen. Beschermde planten en dieren De Wet natuurbescherming kent drie algemene beschermingsregimes: 1. Soorten vogelrichtlijn: dit zijn alle van nature in Nederland in het wild levende vogels (zoals bedoelt in artikel 1 van de Vogelrichtlijn); 2. Soorten Habitatrichtlijn: dit zijn soorten die genoemd worden in Bijlage IV van de Habitatrichtlijn, Bijlage I en II van het Verdrag van Bern en Bijlage II van het Verdrag van Bonn. In de bijlagen van de Verdragen van Bern en Bonn worden ook vogels genoemd; 3. Andere soorten: dit zijn soorten die genoemd worden in Bijlage A van de Wnb. Het gaat hier om de bescherming van zoogdieren, amfibieën, reptielen, vissen, dagvlinders, libellen, kevers en vaatplanten voorkomend in Nederland. De beschermde status van soorten kan echter per provincie verschillen. Provincies hebben de bevoegdheid om bij een provinciale verordening vrijstelling te verlenen voor nationaal beschermde soorten. Voor soorten die ook niet in de bijlagen van de Wnb worden genoemd, fungeert de zorgplichtbepaling (artikel 1.11 Wnb) als vangnet.
Op grond van deze bepaling moeten schadelijke handelingen voor alle in het wild levende dieren en planten en hun directe leefomgeving in beginsel achterwege worden gelaten, dan wel moeten maatregelen worden genomen om schadelijke gevolgen (zoveel mogelijk) te beperken. Stikstof Het Programma Aanpak Stikstof (PAS) en de daarbij behorende toetsingskader is in werking getreden op 1 juli 2015. Te veel stikstof is slecht voor de natuur, waardoor een natuurvergunning of een ander toestemmingsbesluit nodig is voor activiteiten waar stikstof bij vrij komt (bijvoorbeeld in de landbouw, woningbouw of de industrie). Tot 29 mei 2019 was toestemming voor dergelijke activiteiten gebaseerd op het Programma Aanpak Stikstof. Op 29 mei 2019 heeft de Afdeling Bestuursrechtspraak van de Raad van State het PAS ongeldig verklaard. Het Programma Aanpak Stikstof (PAS) biedt niet genoeg bescherming aan zogenoemde Natura 2000-gebieden. Een nieuwe stikstofrekentoepassing maakt sommige bouwprojecten toch mogelijk. Het kabinet heeft een nieuwe rekenmethode naar buiten gebracht (de ‘AERIUS Calculator 2023’) welke het verlenen van vergunning voor projecten mogelijk moet maken. Projecten waarvan (met behulp van deze rekenmethode) kan worden bewezen dat ze de natuur niet raken, komen in aanmerking voor een vergunning.
De natuur wordt niet geraakt zolang de depositie van stikstof op beschermde natuurgebieden niet hoger bedraagt dan 0,00 mol/ha/j. Toetsing Onderhavig bestemmingsplan is voornamelijk conserverend van aard. Voor zover dit bestemmingsplan nieuwe ontwikkelingen mogelijk maakt, betreft dit de incidentele invulling binnen het bestaande bebouwingspatroon en de ontwikkelingsruimte die de aanwezige functies hebben gekregen. Geconcludeerd kan worden dat de uitvoerbaarheid van het bestemmingsplan op grond van de Wet natuurbescherming niet in het geding is. Conclusie Het aspect natuurwetgeving vormt geen belemmering voor het planvoornemen.
Bestemmingsplan Kern Baarschot, Diessen en Haghorst
|47
5.7
Geluidsaspecten
Op grond van de Wet geluidhinder is langs wegen met een maximumsnelheid hoger dan 30 km/u en spoorwegen een geluidzone van kracht. Bij ontwikkeling van nieuwe geluidgevoelige objecten binnen deze geluidzones dient akoestisch onderzoek te worden uitgevoerd om aan te tonen dat de ontwikkeling voldoet aan de in de wet bepaalde voorkeursgrenswaarde. Binnen het plangebied zijn meerdere wegen met een maximumsnelheid van 50 km/u aanwezig. Daarbij ligt tevens een deel van het plangebied tevens binnen de geluidzone van enkele wegen buiten het plangebied. Plangebied Voor zover dit bestemmingsplan rechtstreeks nieuwe ontwikkelingen mogelijk maakt, betreft dit de incidentele invulling binnen het bestaande bebouwingspatroon en de ontwikkelingsruimte die de aanwezige functies hebben gekregen. Derhalve wordt in beginsel uitgegaan van de bestaande situering van de gevoelige objecten. Er is geen sprake van het toevoegen van geluidsgevoelige objecten binnen bestaande zones langs wegen, of anderzijds een verandering of uitbreiding van wegen die een geluidszone kennen. De kernen Baarschot, Diessen en Haghorst zijn daarnaast niet gelegen in een geluidszone voor industrielawaai, niet voor zware industrie en mijnbouw. Voor onderhavig bestemmingsplan wordt toetsing aan de normen van de Wet geluidhinder dan ook niet noodzakelijk geacht.
Conclusie Het aspect geluid vormt geen belemmering voor het planvoornemen.
5.8
Luchtkwaliteit
Beleid De Wet luchtkwaliteit is op 15 november 2007 in werking getreden. Met de inwerkingtreding van de Wet luchtkwaliteit is het Besluit luchtkwaliteit 2005 komen te vervallen. Voor de verschillende stoffen zijn normen (grenswaarden) opgenomen voor de jaargemiddelde concentraties en voor dagelijkse concentraties (vierentwintiguurgemiddelde). De Wet luchtkwaliteit voorziet onder meer in een gebiedsgerichte aanpak van de luchtkwaliteit via het ‘Nationaal Samenwerkingsprogramma Luchtkwaliteit (NSL)’. Van bepaalde projecten met getalsmatige grenzen is vastgesteld dat deze ‘niet in betekenende mate (NIBM)’ bijdragen aan de luchtverontreiniging. In de algemene maatregel van bestuur ‘Niet in betekenende mate (Besluit NIBM)’ en de ministeriële regeling NIBM zijn de uitvoeringsregels vastgelegd die betrekking hebben op het begrip NIBM. De definitie NIBM is 3% van de grenswaarde voor NO2 en PM10. In de regeling NIBM is een lijst met categorieën van gevallen (inrichtingen, kantoor- en woningbouwlocaties) opgenomen die niet in betekenende mate bijdragen aan de luchtverontreiniging. Op grond van de regeling NIBM zijn onder andere woningenbouwprojecten met minder dan 1.500 woning vrijgesteld van toetsing. De vigerende grenswaarden voor stikstofdioxide en fijnstof zijn in de navolgende tabel weergegeven. Stof Stikstofdioxide (NO2) Fijnstof (PM10) Fijnstof (PM2,5)
Toetsing van Jaargemiddelde concentratie Jaargemiddelde concentratie Jaargemiddelde concentratie
Grenswaarde 40 µg/m3 40 µg/m3 25 µg/m3
Bestemmingsplan Kern Baarschot, Diessen en Haghorst
|48
Plangebied Onderhavig bestemmingsplan is voornamelijk conserverend van aard. Voor zover dit bestemmingsplan rechtstreeks nieuwe ontwikkelingen mogelijk maakt, betreft dit de incidentele invulling binnen het bestaande bebouwingspatroon en de ontwikkelingsruimte die de aanwezige functies hebben gekregen. Gesteld kan worden dat ten opzichte van de geldende bestemmingsplannen geen ontwikkelingen mogelijk worden gemaakt die ‘in betekenede mate’ bijdrage aan de verslechtering van de luchtkwaliteit. Nadere toetsing aan de luchtkwaliteitseisen wordt dan ook niet noodzakelijk geacht. Echter is het in het kader van een goede ruimtelijke ordening wel wenselijk de luchtkwaliteit ter plaatse in kaart te brengen. Luchtkwaliteit ter plaatse Volgens de Atlas Leefomgeving is de concentratie NO2 in 2020 ter plaatse maximaal 15-16 μg/m3. De concentratie PM10 in 2020 is ter plaatse van de kernen maximaal 16-18 μg/m3. De concentratie PM2,5 in 2020 is ter plaatse maximaal 9-10 μg/m3, waarbij het grootste deel van het plangebied lager is dan 9 μg/m3. Op basis van de kaarten van de Atlas Leefomgeving is de luchtkwaliteit ter plaatse hiermee ruimschoots voldoende. Conclusie Het aspect luchtkwaliteit vormt geen belemmering voor onderhavig bestemmingsplan.
5.9
Water
Beleid Kaderrichtlijn Water De Kaderrichtlijn water is een Europese richtlijn die moet leiden tot een verbetering van de kwaliteit van het oppervlakte- en grondwater. De Kaderrichtlijn moet in landelijke wet- en regelgeving worden omgezet. Met de komst van de Implementatiewet EG-kaderrichtlijn water is de KRW vertaald in de Nederlandse wetgeving. De Europese Kaderrichtlijn heeft gevolgen voor de gemeente op het gebied van riolering, afkoppelen, toepassing van bouwmaterialen en het ruimtelijke beleid. Er worden ecologische en fysisch-chemische doelen geformuleerd die afhankelijk zijn van de functie van een watergang. Nationaal Water Programma 2022-2027 In het Nationaal Water Programma 2022-2027 beschrijft de Rijksoverheid de hoofdlijnen van het nationale waterbeleid en de uitvoering ervan in de rijkswateren en -vaarwegen. Het programma geeft een overzicht van de ontwikkelingen binnen het waterdomein en legt nieuw ontwikkeld beleid vast. Dit doet het Rijk voor de periode 2022 – 2027, maar men kijkt ook verder vooruit. Het Rijk werkt aan schoon, veilig en voldoende water dat klimaatadaptief en toekomstbestendig is. Ook is er aandacht voor de raakvlakken van water met andere sectoren.
De ministeries van Infrastructuur en Waterstaat, Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties en Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit hebben de gezamenlijke verantwoordelijkheid voor het opstellen van het NWP. Dit ontwikkelen zij samen met medeoverheden, drinkwaterbedrijven, maatschappelijke organisaties en branche- en sectorpartijen. Om de uitdagingen rondom water het hoofd te bieden is samenwerking cruciaal. Regionaal Water- en Bodem Programma (RWP) 2022 – 2027 Op 22 december 2021 is het nieuwe Regionaal Water- en Bodem Programma in werking getreden. Het Regionaal Water en Bodem Programma (RWP) is de opvolger van het Provinciaal Milieu en Waterplan. Het is onderdeel van het planstelsel voor de wateropgaven in Nederland, samen met het Nationaal Water Programma en de waterbeheerprogramma’s van de waterschappen. Het RWP kent vijf beleidsopgaven met bijbehorende doelen:
Bestemmingsplan Kern Baarschot, Diessen en Haghorst
|49
Voldoende water - voldoende water betekent: niet te weinig diep en ondiep grondwater en oppervlaktewater met optimale zoetwaterbeschikbaarheid en waterverdeling in geval van extreme droogte, en niet te veel oppervlaktewater om ernstige regionale wateroverlast zo veel mogelijk te voorkomen. Schoon water - schoon grond- en oppervlaktewater voor onze volksgezondheid en natuur, conform de normen van de KRW; voorkomen van verontreiniging en het beschermen van diepe grondwatervoorraden. Veilig water - veiligheid tegen hoogwater in het hoofdwatersysteem en het regionaal watersysteem. Vitale bodem - vergroten van de vitaliteit, sponswerking, resistentie tegen ziekten en natuurlijk productievermogen van de bodem voor duurzame landbouw en biodiversiteit. Klimaatadaptatie - aanpassen aan klimaatverandering in alle domeinen van het provinciale waterbeleid