12 Bestemmingsplan Kernen Baarschot, Diessen en Haghorst (4 Toelichting met in rood wijzigingen)
Tekst van het document
1.
Inleiding
2
1.1 1.2 1.3 1.4 1.5
Aanleiding en doel Ligging en begrenzing plangebied Vigerende bestemmingsplannen Bij het plan behorende stukken Leeswijzer
2 2 4 7 7
2.
Bestaande situatie
8
2.1 2.2
Ruimtelijke structuur Bestaande situatie
8 11
3.
Toekomstige situatie
13
4.
Beleidskader
21
4.1 4.2 4.3
Rijksbeleid Provinciaal beleid Gemeentelijk beleid
21 22 27
5.
Omgevingsaspecten
35
5.1 5.2 5.3 5.4 5.5 5.6 5.7 5.8 5.9
Archeologie Bedrijven en milieuzonering Bodemkwaliteit Cultuurhistorie Externe veiligheid Natuurwetgeving Geluidsaspecten Luchtkwaliteit Water
35 37 38 38 42 45 47 47 48
6.
Juridische aspecten
52
6.1 6.2 6.3
Algemeen Bestemmingsregels Toelichting op de bestemmingen
52 52 53
7.
Uitvoerbaarheid
60
7.1 7.2
Economische uitvoerbaarheid Maatschappelijke uitvoerbaarheid
60 60
Bijlage 1: Ruimtelijke onderbouwing Vroonacker III, Diessen Bijlage 2: Nota van Zienswijzen en ambtshalve wijzigingen
|2
1.
INLEIDING
1.1
Aanleiding en doel
De aanleiding voor het opstellen van het bestemmingplan is de wens van de gemeente Hilvarenbeek om ter voorbereiding op de Omgevingswet de huidige bestemmingsplannen voor de kernen te verbeteren, te actualiseren en te werken met uniforme regelingen. De actualisatie betreft bestemmingsplannen in de kernen Biest-Houtakker, Diessen, Haghorst, Baarschot, Hilvarenbeek en Esbeek. Onderhavig bestemmingsplan voorziet in de actualisatie van de kernen Baarschot, Diessen en Haghorst. Onderhavig bestemmingsplan is voornamelijk conserverend van aard, waarbij de vigerende bestemmingsregels in overeenstemming worden gebracht met het actuele ruimtelijke beleid en de feitelijke situatie. Er zijn in principe geen grote ontwikkelingen die rechtstreeks mogelijk worden gemaakt in het nieuwe plan. Er zijn een paar uitzonderingen die verderop in de toelichting worden toegelicht. In de afgelopen jaren zijn voor een aantal locaties in het plangebied omgevingsvergunningen afgegeven. De op grond hiervan inmiddels gerealiseerde (bouw-)plannen worden in onderhavig bestemmingsplan geformaliseerd. Op de plaatsen waar nieuwe ontwikkelingen in voorbereiding zijn, zal een afzonderlijke planologische procedure worden doorlopen.
1.2
Ligging en begrenzing plangebied
Het bestemmingsplan heeft betrekking op de kernen Baarschot, Diessen en Haghorst. Dit zijn drie van de zes kernen binnen de gemeente Hilvarenbeek. De betreffende kernen liggen aan de oostzijde van de gemeente. Het plangebied betreft het bebouwde gebied binnen deze kernen. In onderstaande tekst wordt de ligging en begrenzing per kern nader uitgewerkt. Baarschot
Ligging en begrenzing kern Baarschot Bestemmingsplan Kern Baarschot, Diessen en Haghorst
|3 De kern Baarschot is binnen dit bestemmingsplan de meest zuidelijk gelegen kern. Aan de noordzijde van de kern loopt de waterloop ‘Reusel’ en dit vormt deels de noordelijke begrenzing van het plangebied. De overige zijdes worden, met uitzondering van de woonbestemming langs de Baarschotsestraat, vrijwel volledig begrensd door agrarische gronden. Diessen
Ligging en begrenzing kern Diessen
De kern Diessen ligt centraal tussen de kernen Baarschot en Haghorst en is tevens de grootste kern qua oppervlak. De begrenzing aan de oostzijde van het plangebied wordt grotendeels bepaald door de aanwezige waterloop ‘Reusel’. Verder wordt vrijwel het gehele plangebied begrensd door agrarische gronden. In een enkel geval wordt het plangebied begrensd door een sport-, woon- of verkeersbestemming.
Bestemmingsplan Kern Baarschot, Diessen en Haghorst
|4 Haghorst
Ligging en begrenzing kern Haghorst
De kern Haghorst is de meest noordelijk gelegen kern van de in dit bestemmingsplan opgenomen kernen. De begrenzing aan de noordzijde wordt volledig bepaald door de aanwezigheid van het Wilhelminakanaal. De oostzijde wordt begrensd door agrarische gronden. De zuid- en westzijde van het plangebied worden, met uitzondering van de Witvenstraat (westzijde) en lintbebouwing aan de Sint-Josephstraat (zuidzijde), eveneens grotendeels begrensd door agrarische gronden.
1.3
Vigerende bestemmingsplannen
Voor het plangebied vigeren de volgende bestemmingsplannen en ruimtelijke onderbouwingen: Baarschot: Bestemmingsplan Kern Baarschot, vastgesteld op 22-10-2009; Bestemmingsplan Brouwershof, vastgesteld op 10-05-2012; Bestemmingsplan Baarschotsestraat 8, vastgesteld op 10-05-2012; Uitwerkingsplan Hoplaan 3, vastgesteld 17-09-2013; Bestemmingsplan Baarschotsestraat 31 en 44, vastgesteld 26-09-2013; Bestemmingsplan Baarschotsestraat 23, vastgesteld op 04-02-2016; Bestemmingsplan Baarschotsestraat 17, vastgesteld op 17-03-2016; Bestemmingsplan Tongerloseweg ong., vastgesteld op 16-02-2017; Ruimtelijke onderbouwing Beverakkers IV en Brouwershof, wijziging typologie, vastgesteld op 23-01-2018;
Bestemmingsplan Kern Baarschot, Diessen en Haghorst
|5
Diessen: Bestemmingsplan Kern Diessen, vastgesteld op 12-03-2009; Bestemmingsplan Vroonacker, vastgesteld op 22-10-2009; Bestemmingsplan Heuvelstraat 46, Diessen, vastgesteld op 22-09-2011; Bestemmingsplan Partiële herziening vestiging supermarkt Diessen, vastgesteld op 15-12-2011; Bestemmingsplan Jan de Vriesstraat, vastgesteld op 15-12-2011; Bestemmingsplan Lombartsstraat 22, kern Diessen, vastgesteld op 13-02-2013; Bestemmingsplan Bijzondere centrumdoeleinden, vastgesteld op 26-09-2013; Bestemmingsplan Laarstraat 16 & 18, vastgesteld op 13-03-2014; Ruimtelijke onderbouwing Julianastraat 43 Diessen gemeente Hilvarenbeek, vastgesteld op 1303-2014; Bestemmingsplan Hart voor Diessen, vastgesteld op 10-07-2014; Ruimtelijke onderbouwing De Streep, Diessen, vastgesteld op 31-03-2015; Bestemmingsplan Timmermans transport Diessen, vastgesteld op 29-09-2016; Bestemmingsplan Julianastraat 28 en 43, vastgesteld op 28-09-2017; Bestemmingsplan Rijtseweg 44, vastgesteld op 21-12-2017; Ruimtelijke onderbouwing Meiraap Diessen, vastgesteld op 23-01-2018; Ruimtelijke onderbouwing Sprenkeleind, Diessen, vastgesteld op 08-03-2019; Omgevingsvergunning Julianastraat 37-39, Diessen, vastgesteld op 23-12-2021; Bestemmingsplan Beekseweg 4a, vastgesteld op 14-04-2022; Bestemmingsplan Meiraap 2-2A Diessen, vastgesteld op 14-07-2022; Bestemmingsplan
Hilvarenbeek/Diessen, realisatie 4 woningen, vastgesteld op 29-09-2022.
Bestemmingsplan Kern Baarschot, Diessen en Haghorst
|6
Haghorst: Bestemmingsplan De Welder, kern Haghorst, vastgesteld op 15-01-2009; Bestemmingsplan Kern Haghorst, vastgesteld op 22-10-2009; Bestemmingsplan Bijzondere centrumdoeleinden, vastgesteld op 26-09-2013; Ruimtelijke onderbouwing De Welder, kern Haghorst, vastgesteld op 27-05-2014; Bestemmingsplan De Welder 2017, vastgesteld op 22-02-2018.
Bestemmingsplan Kern Baarschot, Diessen en Haghorst
|7 Voorliggend bestemmingsplan voorziet in een actualisatie van bovengenoemd bestemmingsplannen tot één uitgewerkt plan: ‘Bestemmingsplan Kern Baarschot, Diessen en Haghorst’.
1.4
Bij het plan behorende stukken
Het bestemmingsplan bestaat uit de volgende onderdelen: Verbeelding: Op de verbeelding zijn de bestemmingen in het plangebied weergegeven. Deze bestemmingen zijn gerelateerd aan de in de planregels opgenomen juridische regeling.
Planregels: In de planregels is het gebruik van de binnen het plangebied aangegeven gronden, opstallen en ander gebruik van de gronden juridisch geregeld. Per bestemming is aangegeven wat binnen die bestemming mogelijk en/of toegestaan is.
Toelichting: In de toelichting worden de aan het plan ten grondslag liggende gedachten en de uitkomsten van eventueel uitgevoerde onderzoeken opgenomen.
1.5
Leeswijzer
In hoofdstuk twee van de toelichting wordt de bestaande situatie omschreven, met onder andere daarin de ligging en de ruimtelijke opbouw. In het derde hoofdstuk worden de planuitgangspunten voor de toekomstige situatie beschreven. In het vierde hoofdstuk wordt het vigerend beleid op rijks, provinciaal en gemeentelijk niveau uitgelicht. Vervolgens komen in hoofdstuk vijf de omgevingsaspecten aan bod, met onder andere archeologie, bodem- en luchtkwaliteit. Hoofdstuk zes geeft de juridische aspecten van het plangebied weer. Afgesloten wordt met hoofdstuk zeven waarin de uitvoerbaarheid ter sprake komt.
Bestemmingsplan Kern Baarschot, Diessen en Haghorst
|8
2.
BESTAANDE SITUATIE
In dit hoofdstuk wordt de bestaande situatie van het plangebied beschreven. Eerst wordt de ruimtelijke structuur per kern toegelicht. Vervolgens wordt de bestaande situatie per kern toegelicht.
2.1
Ruimtelijke structuur
Baarschot Baarschot is een klein dorp dat bestaat uit lintbebouwing aan de slingerende Baarschotsestraat en een aantal zijstraten. De kern kent geen duidelijke centrum. De historische bebouwing bestaat voornamelijk uit langgevelboerderijen. Het lint heeft een groene uitstraling door de lage dichtheid en de bermen bestaan veelal uit hagen. Na de oorlog is het lint verdicht, maar er zijn op enkele locaties nog steeds doorzichten naar het achterliggende landschap aanwezig. De naoorlogse woningen kenmerken zich door een eenvoudige architectuur. De recentere nieuwbouw (voornamelijk ten zuiden van de kern) heeft een traditionelere uitstraling. Op meerdere plaatsen zijn (voormalige) agrarische bedrijven aanwezig. Kenmerkend zijn de twee horecavestigingen (Baarschotsestraat 10 en 48) in voormalige boerderijen in het dorp. De Heikant (zuidwestelijk deel van de kern) onderscheidt zich van de andere linten van het dorp door het ontbreken van historische bebouwing. De Heikant kent een royale opzet met een breed profiel met over het algemeen vrijstaande woningen met eenvoudige architectuur op ruime kavels.
Ruimtelijke structuur kern Baarschot
Diessen De hoofdstructuur van de kern Diessen wordt grotendeels bepaald door historische linten als de Julianastraat/Beekseweg, Molenstraat, Heuvelstraat en Willibrordusstraat. Het historische centrum van de kern ligt bij de Willibrorduskerk. Het huidige centrum strekt zich uit van de kerk langs de Willibrordusstraat tot aan de Julianastraat. Hier is een diversiteit aan functies aanwezig, zoals detailhandel, horeca en ook het voormalige gemeentehuis. Bestemmingsplan Kern Baarschot, Diessen en Haghorst
|9 De historische linten kenmerken zich door historische bebouwing in de vorm van langgevelboerderijen, eenvoudige arbeiderswoningen en vrijstaande woningen. Na de oorlog zijn de linten sterk verdicht. Naast de oude linten kent Diessen nog nieuwere linten als de Maternusstraat, de Rijtseweg, de Docfastraat en de Van der Lindenstraat. Deze kernmerken zich door woningen met eenvoudige architectuur. Rondom het centrum liggen de verschillende woonwijken van Diessen. Noordwestelijk van het centrum ligt de wijk Vroonacker. Deze wijk kenmerkt zich door een kleinschalige opzet met een verspringende rooilijn en een aantal groene pleinruimten. Zuidwestelijk van het centrum, aan weerszijden van de Heuvelstraat, ligt een woonwijk met een eenvoudige rationele opzet met vrij brede straten en over het algemeen grote woningen van eenvoudige architectuur. Net ten zuiden van het centrum heeft de woonwijk een kleinschalig karakter met een verspringende rooilijn, bochtige wegen, wisselende bebouwingshoogtes, een smal profiel, kleine voortuinen en woningen van eenvoudige architectuur met veel detaillering. Veelal zijn de woningen ook aan de achterzijde ontsloten op een parkeerstraat. Verder naar het zuiden ligt de wijk Nieuwe Erven. Ook deze wijk kenmerkt zich door afwisselend eenvoudige en traditionele architectuur.
De wijk kent een dorpse opzet met korte bochtige straten, groene pleintjes en doorkijken naar het landschap. Er zijn zowel rijwoningen, twee-onder-een kappers als vrijstaande woningen te vinden. De wijk ten oosten van het historische centrum van Diessen bestaat uit een groot groen plein met rondom woningen. De woningen zijn allen wit en hebben een kenmerkende uitstraling door strakke moderne vormgeving van de gevel, maar een verder traditioneel vormgegeven massa van twee lagen met een kap. Diessen kent de bedrijventerreinen Laardal en De Buskes en een klein bedrijvencluster aan het Sprenkeleind. Bedrijventerrein Laardal is een monofunctioneel bedrijventerrein met de typische opzet met een divers bebouwingsbeeld, een ruim profiel en bedrijfshallen met platte daken. Deze typologie geldt ook voor het Sprenkeleind. De grootte van de bebouwing op bedrijventerrein De Buskes loopt van klein/middelklein (bij de Beekseweg) tot groot (verder noordelijk).
Ruimtelijke structuur kern Diessen
Bestemmingsplan Kern Baarschot, Diessen en Haghorst
|10 Haghorst Haghorst ligt ten zuiden van een sluis van het Wilhelminakanaal, dat dateert uit de eerste helft van de twintigste eeuw. Het dorp heeft een herkenbaar centrum met de kerk, het plein, de basisschool en een horecavestiging. De noord – zuid lopende weg (Moergestelseweg / Sint Josephstraat) is het centrale lint door het dorp. De lintbebouwing kenmerkt zich door een gevarieerd bebouwingsbeeld met historische boerderijen, eenvoudige en traditioneel vormgegeven vrijstaande woningen en functiemenging. De Ontginningsweg is eveneens een historisch lint, maar de bebouwing aan deze weg is hoofdzakelijk naoorlogs. De bebouwing langs deze weg kenmerkt zich door een royale opzet met een breed profiel, ruime kavels en woningen van eenvoudige architectuur. Deze typologie geldt ook voor de Emmastraat en de bebouwing ten noorden van de Witvenstraat. Aan de zuidoostzijde van Haghorst ligt de Beatrixstraat met een kleinschalige opzet, een verspringende rooilijn en eenvoudige en traditionele architectuur. De woningen aan de zuidzijde van de Witvenstraat hebben een vergelijkbare typologie. Aan de Van Bijsterveldtstraat, Pastoor Jilesenstraat en Pastoor Jurriënstraat zijn de nieuwste woningen van Haghorst te vinden. Deze hebben een meer traditionele uitstraling.
Aan de westzijde van de kern, tussen het Wilhelminakanaal en de Witvenstraat, is grootschaligere bedrijfsbebouwing met tasveld (het buitenterrein waar de producten worden opgeslagen) gesitueerd.
Ruimtelijke structuur kern Haghorst
Bestemmingsplan Kern Baarschot, Diessen en Haghorst
|11
2.2
Bestaande situatie
De kernen Baarschot, Diessen en Haghorst bestaan voornamelijk uit woningen, maar er komen ook andere functies voor, zoals (agrarische) bedrijvigheid, detailhandel, horeca en maatschappelijke voorzieningen. In de kernen zijn globaal de volgende gebieden te onderscheiden: oorspronkelijke lintbebouwing, bestaand(e) woongebied(en) en bedrijventerreinen. De gebieden zijn (indien van toepassing) uitgewerkt per kern. Baarschot Oorspronkelijke lintbebouwing De aanwezigheid van de lintbebouwing is bepalend voor de opbouw en indeling van de kern Baarschot. Het belangrijkste oorspronkelijke lint betreft de Baarschotsestraat en in mindere mate de Heikant. Aan de Baarschotsestraat komen meerdere functies voor, waarbij de woonfunctie dominerend is. Het bebouwingslint langs de Heikant bestaat volledig uit woningbouw. Uitsluitend langs de oorspronkelijke lintbebouwing aan de Baarschotsestraat komen meerdere functies voor. Er bevinden zich de volgende functies: horecavestigingen in de vorm van een tweetal restaurants; bedrijvigheid in de vorm van enkele bedrijven tot ten hoogste milieucategorie 2; enkele agrarische bedrijfspercelen; woningen. Bestaand woongebied Het bestaande woongebied binnen de kern Baarschot betreft een planmatige uitbreiding. In Baarschot is er ter plaatse van het Brouwershof sprake van een betreffende planmatige uitbreiding.
Het gaat hierbij om het zuidelijke deel van de kern Baarschot. Dit woongebied bestaat voornamelijk uit (half) vrijstaande woningen, waardoor het woongebied een ruime opzet kent. Diessen Oorspronkelijke lintbebouwing De oorspronkelijke lintbebouwing vormt in hoge mate de hoofdstructuur van de kern Diessen. Na de oorlog zijn de linten sterk verdicht, waardoor meer functiemenging is ontstaan. Het grootste deel van de functiemenging van Diessen vindt dan ook plaats langs de oorspronkelijke (historische) lintbebouwing. Verder fungeren de oorspronkelijke bebouwingslinten tevens als de voornaamste toegangswegen van Diessen. De lintbebouwing kenmerkt zich door een relatief dichte bebouwingsconcentratie en de aanwezigheid van diverse functies. Er bevinden zich de volgende functies langs de oorspronkelijke bebouwingslinten: horecavestigingen; maatschappelijke gebouwen, waaronder een kerk; bedrijvigheid, waarbij de grootte afneemt richting het centrumgebied; centrumfuncties in de vorm van detailhandel en dienstverlening; woningen. De oorspronkelijke lintbebouwing, en dus ook de menging van functies, vindt voornamelijk aan de noordzijde van de kern plaats. De dichtheid langs de lintbebouwing neemt toe naarmate het centrumgebied dichterbij komt. Bestaande woongebieden De bestaande woongebieden binnen de kern Diessen bevinden zich voornamelijk langs de randen van het dorp.
Duidelijk zichtbaar is dat de bestaande woongebieden de afgelopen decennia naar buiten toe zijn uitgebreid. De woningen langs de randen van de kern zijn over het algemeen relatief nieuw. Voornamelijk aan de zuid- en westzijde van Diessen is de kern uitgebreid met woningbouw. Binnen de woongebieden is de woonfunctie dan ook dominant. Bedrijventerrein(en) Diessen kent de bedrijventerreinen Laardal en De Buskes en een klein bedrijvencluster aan het Sprenkeleind. De bedrijventerreinen bevinden zich voornamelijk aan de noordzijde van de kern, ten Bestemmingsplan Kern Baarschot, Diessen en Haghorst
|12 noorden van de Beekseweg/Julianastraat. De clustering van bedrijven aan het Sprenkeleind is dan weer gesitueerd aan de zuidzijde van de kern. De bedrijventerreinen binnen Diessen zijn dus gelegen langs de randen van de kern. Haghorst Oorspronkelijke lintbebouwing De opbouw van de kern wordt in hoge mate bepaald door het centrale lint door het dorp (Moergestelseweg / Sint Josephstraat / Emmersweg). De lintbebouwing kenmerkt zich door een gevarieerd bebouwingsbeeld, waarbij tevens sprake is van functiemenging. Ook de Ontginningsweg is een historisch lint, maar uitsluitend langs de oorspronkelijke lintbebouwing aan de Sint Josephstraat (met uitzondering van de bedrijfsbebouwing aan het Wilhelminakanaal) komen meerdere functies voor. Er bevinden zich de volgende functies: een horecavestiging; maatschappelijke functies, waaronder een basisschool en kerkgebouw; bedrijvigheid in de vorm van een enkele bedrijven tot ten hoogste milieucategorie 2; enkele agrarische bedrijfspercelen; woningen. Bestaande woongebieden De bestaande woongebieden zijn planmatige uitbreidingen. In Haghorst zijn de woongebieden voornamelijk in zuidoostelijke richting uitgebreid. De meest recente woningbouwontwikkeling in Haghorst is echter in zuidwestelijke richting gerealiseerd, namelijk de ontwikkeling van De Welder.
De structuur in het woongebied kenmerkt zich door straten welke direct of indirect zijn verbonden met de oorspronkelijke lintbebouwing.
Bestemmingsplan Kern Baarschot, Diessen en Haghorst
|13
3.
TOEKOMSTIGE SITUATIE
Onderliggend bestemmingsplan omvat het bebouwd gebied van de kernen Baarschot, Diessen en Haghorst en is vooral conserverend van aard. De vigerende bestemmingsregels worden in overeenstemming gebracht met het actuele ruimtelijke beleid en de feitelijke situatie. Daarbij ligt da nadruk op het behoud van de kenmerkende ruimtelijke structuur van de betreffende kernen. Er zijn geen grote ontwikkelingen die in onderhavig plan rechtstreeks mogelijk gemaakt worden. De omgevingsvergunningen die de afgelopen jaren zijn verleend (zie paragraaf 1.3) worden in het plan geformaliseerd. Gesteld kan worden dat de uitvoerbaarheid van de inmiddels gerealiseerde (bouw)plannen reeds is aangetoond in de vergunning(en). In de toelichting zal hier derhalve niet verder op in gegaan worden. Voor een aantal locaties geldt dat er ontwikkelingen zijn of zijn geweest. De betreffende ontwikkelingen en aanpassingen worden in onderstaande tekst beschreven. Algemeen Woningtypologieën Op enkele locaties komt de specifieke bouwaanduiding binnen de bestemming ‘Wonen’ niet overeen met het werkelijk aanwezige woningtype (vrijstaand, twee-aaneen, aaneengebouwd, gestapeld en patio). In onderhavig bestemmingsplan zijn de bouwaanduidingen ten behoeve van woningtypologieën overeenkomstig de feitelijke situatie ingetekend.
Hierbij zijn de aanduidingen ‘vrijstaand’, ‘twee-aaneen’, ‘aaneengebouwd’, ‘gestapeld’ en ‘specifieke bouwaanduiding - patio’ aangehouden. Per feitelijk aanwezige woning is slechts één aanduiding mogelijk. Dubbelbestemmingen Onderhavig bestemmingsplan voorziet in een actualisatie van alle vigerende bestemmingsplannen, waardoor ook (nieuwe) regelgeving/instructies vanuit de Provincie Noord-Brabant meegenomen dient te worden. Zo gelden er volgens de Interim Omgevingsverordening Noord-Brabant onder andere regels met betrekking tot het waterbergend vermogen en de waterhuishouding van specifiek aangewezen gebieden. In de vigerende bestemmingsplannen ter plaatse van de kernen Baarschot, Diessen en Haghorst zijn deze regelingen (over het algemeen) nog niet opgenomen. In onderhavig bestemmingsplan zijn al deze regelingen gewaarborgd via dubbelbestemmingen. Tevens is de dubbelbestemming afkomstig uit het ‘Parapluplan Cultuurhistorie Hilvarenbeek’ overgenomen in onderhavig bestemmingsplan. Toegevoegde aanduidingen Met aanduidingen kunnen onder andere afwijkende bouwregels en gebruiksmogelijkheden binnen een bestemmingsplan worden geregeld. Gedurende de actualisatie blijkt dat op enkele locaties een gebrek is aan één of meerdere specifieke aanduiding(en).
Daarbij komt het voor dat binnen een postzegelbestemmingsplan net andere regels zijn opgenomen, waardoor de gebruiks- en/of bouwmogelijkheden afwijken van de standaardregels binnen de gemeente Hilvarenbeek voor een bepaalde bestemming. Dergelijke afwijkende zaken kunnen geregeld worden in de planregels door middel van aanduidingen. Locatie specifieke gevallen worden per kern beschreven. Algemene toegevoegde aanduidingen, geldend voor meerdere locaties binnen de kernen, staan beschreven in de onderstaande tekst.
Voorwaardelijke verplichtingen: o In de vigerende bestemmingsplannen binnen het plangebied (aangegeven in paragraaf 1.3) komen enkele voorwaardelijke verplichtingen voor. In al deze gevallen geldt de voorwaardelijke verplichting uitsluitend voor één of enkele percelen. Na het consolideren en actualiseren van alle vigerende bestemmingsplannen is het noodzakelijk om specifieke aanduidingen op te nemen, zodat bepaalde voorwaardelijke verplichtingen uitsluitend voor de
Bestemmingsplan Kern Baarschot, Diessen en Haghorst
|14 daarvoor bedoelde gronden blijven gelden. De benaming voor een dergelijke aanduiding kan per locatie verschillen. Wijziging geldende planregels Enkele planologische regelingen in de vigerende ruimtelijke plannen sluiten niet (meer) aan op de doelen/wensen vanuit de gemeente. Hierdoor zijn enkele (kleinschalige) wijzigingen in de planologische mogelijkheden doorgevoerd. Hierbij is geen sprake van een beperking in de ruimtelijke mogelijkheden ten opzichte van de vigerende situatie. Het gaat in dit geval om de volgende zaken: In de vigerende situatie mag de diepte van het hoofdgebouw (bij elk woningtype) niet meer bedragen dan 13 meter. Middels een omgevingsvergunning kan hiervan worden afgeweken om een diepte toe te staan tot maximaal 17 meter. In onderhavig bestemmingsplan wordt een maximale diepte van 17 meter direct mogelijk gemaakt voor vrijstaande woningen. In praktijk blijkt namelijk dat er relatief veel aanvragen voor een grotere diepte binnenkomen bij dit woningtype. Voor overige woningtypes blijft de vigerende regeling van kracht. De minimale inhoud van een woning (bedraagt 350 m3 in de vigerende situatie) is niet meer van toepassing. Deze regeling sluit niet aan bij de ambities en doelen van de gemeente om vraagstukken op het gebied van woningbouw op te lossen.
Bouwvlakken, aanduidingen, gevellijnen en bestemmingsvlakken Op een aantal locaties is de ligging van het bouwvlak, aanduiding, gevellijn of bestemmingsvlak een punt van aandacht. De ligging in de vigerende situatie komt niet overeen met de werkelijke ligging van de hierbinnen bedoelde bebouwing. In onderhavig bestemmingsplan zullen de bouwvlakken, gevellijnen en/of bestemmingsvlakken overeenkomstig de feitelijke situatie worden ingetekend. De aanpassingen binnen onderhavig bestemmingsplan worden verderop in dit hoofdstuk per kern uitgewerkt. (Oppervlakte)maten voor bijgebouwen Op enkele percelen gaat het bijgebouw de ‘normale’ (oppervlakte)maten voor bijgebouwen bij woningen te boven. Dit zijn reeds bestaande bijgebouwen welke planologisch niet als onwenselijk worden beschouwd. Het gaat hierbij om voormalige bedrijfsgebouwen welke zijn blijven staan nadat het agrarisch bedrijf ter plaatse is gestopt. Om te voorkomen dat dergelijke bijgebouwen onder het overgangsrecht terecht komen, wordt hier een aparte regeling voor opgenomen. De betreffende bijgebouwen worden voorzien van de functieaanduiding ‘bijgebouwen’, waardoor de bestaande (oppervlakte)maat van het bijgebouw geldt als maximum. Witte vlekken Binnen de bebouwde kern van Baarschot, Diessen en Haghorst zijn in totaal zeven ‘witte vlekken’ aanwezig.
Een witte vlek is een gebied waarbinnen geen bestemmingsplan of beheersverordening is opgenomen. Op deze locaties is dus geen planologische regelgeving geldig. Het gaat om de volgende ‘witte vlekken’ binnen het plangebied: 1. Onderdeel Tongerloseweg (ter hoogte van de Esbeeksedijk), Baarschot; 2. Onderdeel Beeksestraat (ter hoogte van nummer 11a), Diessen; 3. Echternachstraat (tussen nummer 23 en 25), Diessen; 4. Julianastraat 66, Diessen; 5. Molenstraat 19a, Diessen; 6. Molenstraat 20, 22, 22a, 24, 23, 23a, 23b en Lombartsstraat 3, Diessen; 7. Ontginningsweg 1A, Haghorst. De gronden binnen de witte vlekken worden gebruikt ten behoeve van woningen (nummers 3 (deels), 4, 5, 6 (deels) en 7), wegverkeer (nummers 1, 2 en 6 (deels)) en/of agrarische gronden (nummer 3 (deels)). Deze gronden zijn in de bestaande situatie dus nog niet bestemd. In onderhavig bestemmingsplan zullen de woningen, weg en agrarische gronden bestemd worden overeenkomstig de feitelijke situatie en conform de bestaande planologische regelgeving. In onderstaande afbeeldingen zijn de ‘witte vlekken’ per locatie weergegeven.
Bestemmingsplan Kern Baarschot, Diessen en Haghorst
|15
Witte vlekken binnen onderhavig bestemmingsplan
Lopende projecten Tegelijkertijd met de actualisatie van de kernen Baarschot, Diessen en Haghorst vinden enkele nieuwe ontwikkelingen plaats. Om dubbele procedures voor dezelfde locaties te vermijden, worden de plangebieden van de ontwikkellocaties niet meegenomen in onderhavig bestemmingsplan. De ontwikkellocaties worden via locatie specifieke bestemmingsplannen in procedure gebracht. Onderhavig bestemmingsplan dient namelijk uitsluitend als actualisatie van de bestaande situatie. Baarschot Toegevoegde aanduidingen Tongerloseweg 22: o Ter plaatse vigeert het bestemmingsplan ‘Tongerloseweg ong.’, waarbij het perceel is bestemd als ‘Wonen’. Voor de gehele woonbestemming is de aanduiding ‘specifieke vorm van wonen – recreatie’ toegevoegd. Binnen de vigerende regels van dit bestemmingsplan zijn, in tegenstelling tot de standaard regels voor wonen, recreatieve voorzieningen in de vorm van kleinschalig logeren toegestaan. Door het overnemen van de aanduiding ‘specifieke vorm van wonen – recreatie’ in onderhavig bestemmingsplan kunnen de vigerende regels worden
Bestemmingsplan Kern Baarschot, Diessen en Haghorst
|16
overgenomen, zonder dat de regeling geldt voor alle woonbestemmingen binnen het bestemmingsplan. Baarschotsestraat 10: o Ter plaatse vigeert het bestemmingsplan ‘Kern Baarschot’, waarbij het perceel is bestemd als ‘Horeca’. Op de verdieping van de bebouwing is al geruime tijd een bedrijfswoning aanwezig. In het vigerende bestemmingsplan is destijds de planologische mogelijkheid tot een bedrijfswoning echter onterecht niet meegenomen. Met onderhavig bestemmingsplan wordt deze onterechte fout gecorrigeerd. De aanduiding ‘bedrijfswoning’ is toegevoegd ter plaatse van het bouwvlak op deze locatie. Baarschotsestraat 28: o Op basis van de vigerende regels van het bestemmingsplan ‘Brouwershof’ op deze locatie is uitsluitend een bedrijf als vermeld in de Staat van Bedrijfsactiviteiten, of daarmee qua aard, omvang en intensiteit gelijkt te stellen bedrijvigheid, behorende tot ten hoogste milieucategorie 1 toegestaan. In de rest van de gemeente zijn echter bedrijven tot ten hoogste milieucategorie 2 toegestaan binnen een bedrijfsbestemming. Om de afwijking in de maximum toegestane milieucategorie te behouden, wordt de aanduiding ‘specifieke vorm van bedrijf – milieucategorie’ opgenomen voor dit bedrijfsperceel.
Baarschotsestraat 31: o Op dit adres vigeert het bestemmingsplan ‘Baarschotsestraat 31 en 44’ en is een recreatieve voorziening aanwezig ten behoeve van de handboogsport (enkelbestemming ‘Recreatie’). Binnen de kern Hilvarenbeek (valt buiten onderhavig bestemmingsplan) is tevens een recreatievoorziening aanwezig met de bestemming ‘Recreatie’ waarbinnen niet hetzelfde gebruik is toegestaan. Vooruitlopend op de Omgevingswet is het wenselijk dat beiden recreatiebestemmingen binnen de gemeente Hilvarenbeek op elkaar aansluiten. Om het specifieke gebruik voor het perceel aan de Baarschotsestraat alvast te regelen, is de aanduiding ‘specifieke vorm van recreatie – handboogsport’ opgenomen. De toevoeging van de aanduiding leidt niet tot een verandering in de gebruiks- en/of bouwmogelijkheden.
Bouwvlakken, aanduidingen, gevellijnen en bestemmingsvlakken Baarschotsestraat 8: o Het aanwezige bouwvlak kan worden verwijderd, aangezien op exact dezelfde locatie al de aanduiding ‘bijgebouw’ vigeert. Op basis van de planregels is deze aanduiding voldoende. De bebouwingsmogelijkheden wijzigen hierdoor niet. Baarschotsestraat 13: o Een deel van de achtertuin van de woning is in het vigerend bestemmingsplan onterecht bestemd als ‘Agrarisch’. Deze grond behoort in de bestaande situatie bij de woning Baarschotsestraat 13 en wordt dan ook bestemd ten behoeve van ‘Wonen’. Baarschotsestraat 15: o Een deel van de achtertuin van de woning is in het vigerend bestemmingsplan onterecht bestemd als ‘Agrarisch’. Deze grond behoort in de bestaande situatie bij de woning Baarschotsestraat 15 en wordt dan ook bestemd ten behoeve van ‘Wonen’. Baarschotestraat 17: o De aanduiding ‘specifieke vorm van agrarisch – voorwaardelijke verplichting’ sluit niet exact aan op de contouren van de opstal. De betreffende aanduiding wordt aangepast op basis van de feitelijke ligging van de opstal; Baarschotestraat 33: o Het bouwvlak en de aanduiding ‘bedrijfswoning’ sluiten niet exact aan op de contouren van de bebouwing. De aanduiding en het betreffende bouwvlak wordt aangepast op basis van de feitelijke ligging van de bebouwing;
Bestemmingsplan Kern Baarschot, Diessen en Haghorst
|17
Baarschotestraat 35: o Het bouwvlak en de aanduiding ‘bedrijfswoning’ sluiten niet exact aan op de contouren van de bebouwing. De aanduiding en het betreffende bouwvlak wordt aangepast op basis van de feitelijke ligging van de bebouwing; Hoplaan 20, 22, 24, 26, 28, 30 en Moutstraat 14, 16: o Op basis van de inrichtingskaart van de omgevingsvergunning ‘Beverakkers IV en Brouwershof, wijziging typologie’ zijn er bouwvlakken opgenomen. Alle bouwvlakken op deze locatie worden verwijderd. De bouwregels worden namelijk gebaseerd op de ligging van de voorgevellijn. De bebouwingsmogelijkheden wijzigen hierdoor niet.
Diessen Vroonacker III (Diessen) Ter plaatse van deze locatie geldt het bestemmingsplan ‘Vroonacker’. Hier vigeert de enkelbestemming ‘Wonen’ met de bouwaanduiding ‘aaneengebouwd’. Op deze locatie zijn twee bouwblokken gesitueerd en op basis van het geldende bestemmingsplan zijn in elk bouwblok 21 woningen mogelijk. Hiervan zijn er in beide bouwblokken reeds 14 gerealiseerd, zodat er op basis van het geldende bestemmingsplan nog 14 woningen gebouwd kunnen worden. De wens van de CPO is om betaalbare woningen te bouwen. Daarom is een grotere woningdichtheid dan 14 woningen wenselijk. Bedoeling is om tot de realisatie van totaal 16 woningen te komen, dus 2 woningen meer dan op basis van het geldende bestemmingsplan is toegestaan. Deze planologische wijziging is meegenomen in onderhavig bestemmingsplan. De ruimtelijke onderbouwing behorende bij deze planologische wijziging is toegevoegd als bijlage bij deze toelichting. Eikenbeemd 2, 4, 8, 10, 14, 16, 18, 20, 22, 24 en Sprenkeleind 7, 9 (Diessen) Ter plaatse van de adressen Eikenbeemd 2, 4, 8, 10, 14, 16, 18, 20, 22 en 24 en Sprenkeleind 7 en 9 zijn woningen gesitueerd. Ter plaatse vigeert het bestemmingsplan ‘Kern Diessen’, waarvoor een woonbestemming met de functieaanduiding ‘specifieke vorm van bedrijf - 1’ is opgenomen.
Deze aanduiding is echter uitsluitend bedoeld voor de bestemming ‘Bedrijf’, waardoor het niet van toepassing is op deze woonlocatie. Hierdoor wordt de aanduiding ‘specifieke vorm van bedrijf – 1’ verwijderd op de verbeelding ter plaatse van de bovengenoemde adressen. De Buskes 14 (Diessen) Binnen het vigerende bestemmingsplan “Timmermans Transport Diessen” is, ter plaatse van het perceel De Buskes 14, het maximum bebouwd oppervlak geregeld via exacte oppervlaktematen. Met de gebruikelijke systematiek binnen de gemeente Hilvarenbeek wordt echter gebruik gemaakt van een maximum bebouwingspercentage in plaats van maximum oppervlaktematen. Om de regels in overeenstemming te brengen met de systematiek van de gemeente Hilvarenbeek zijn de oppervlaktematen omgerekend tot een percentage. De maatvoeringsaanduidingen ‘maximum bebouwingspercentage’ zijn doorvertaald in onderhavig bestemmingsplan. Rijtseweg 1A/1B (Diessen) Ter plaatse vigeert het bestemmingsplan ‘Kern Diessen’ met de bestemming ‘Maatschappelijk’. Deze gronden zijn al ruim 20 jaar in gebruik als locatie voor feesten, vergaderingen, cursussen en andere (zakelijke) bijeenkomsten. De bestemming ‘Maatschappelijk’ sluit hierdoor niet aan bij de (al geruime tijd) feitelijk aanwezige functie. Een horecabestemming sluit beter aan op deze locatie, waardoor de bestemming ‘Maatschappelijk’ is gewijzigd naar ‘Horeca’.
De feitelijk aanwezige situatie blijft hierbij ongewijzigd. Toegevoegde aanduidingen Julianastraat 45, 49, 51, 53, 53a, 53b, 57: o Op het bedrijventerrein aan de Julianastraat in Diessen zijn meerdere bedrijfspercelen aanwezig waarbinnen, in tegenstelling tot de standaardregels binnen de gemeente Hilvarenbeek, geen maximale toegestane milieucategorie is opgenomen. Op basis van de bestaande bedrijfsactiviteiten is de maximum toegestane milieucategorie bepaald. Vervolgens is per bedrijfsperceel een
Bestemmingsplan Kern Baarschot, Diessen en Haghorst
|18
aanduiding opgenomen welke (conform de standaardregels) aansluit op de maximaal toelaatbare bedrijfsactiviteiten. Meiraap 2: o Ter plaatse van het adres Meiraap 2 vigeert, op basis van het bestemmingsplan “Vroonacker”, de bestemming ‘Kantoor’ met als specifieke gebruiksregel dat een gebruik van gronden ten behoeve van parkeren aan de wegzijde van het gebouw c.q. de gebouwen niet is toegestaan. Dit is niet in overeenstemming met de standaardregels voor kantoren binnen de gemeente Hilvarenbeek. Om het verbod ten behoeve van parkeren aan de wegzijde van het gebouw c.q. de gebouwen te waarborgen, wordt voor deze locatie (op de gronden buiten het bouwvlak) de aanduiding ‘specifieke vorm van kantoor – parkeren’ opgenomen. Julianastraat 1a: o De locatie Julianstraat 1a kent op basis van het bestemmingsplan “Timmermans Transport Diessen” de bestemming “Maatschappelijk’, waarbij ter plaatse een kantoor ten behoeve van de maatschappelijke voorzieningen is toegestaan. Het rechtstreeks toestaan van een kantoorfunctie binnen de bestemming ‘Maatschappelijk’ is niet gebruikelijk binnen de standaardregels van de gemeente Hilvarenbeek, daarom is voor deze locatie de functieaanduiding ‘kantoor’ wordt opgenomen. Achterzijde De Streep 1, 3, 5: o Aan de achterzijde van de woningen De Streep 1, 3 en 5 zijn enkele garages aanwezig binnen de bestemming ‘Verkeer – Verblijfsgebied’.
Het is binnen deze bestemming gebruikelijk om, conform de standaardregels van de gemeente Hilvarenbeek, de aanwezigheid van garages te regelen via de aanduiding ‘garage’. Zodoende is deze aanduiding toegevoegd op de aanwezige garages. Bestemmingsplan ‘Lombartsstraat 22, kern Diessen’: o Op de locatie Lombartsstraat 22 zijn de gronden bestemd als ‘Kantoor’. In tegenstelling tot de gangbare gebruiksregels van de gemeente Hilvarenbeek zijn op deze locatie (naast kantoren) tevens showrooms, ateliers en een maatschappelijke functie in de vorm van een praktijk voor fysiotherapie toegestaan. Om het specifieke gebruik voor deze locatie vast te leggen, is de aanduiding ‘specifieke vorm van kantoor – 1’ opgenomen. Bestemmingsplan Hart voor Diessen: o Binnen het bestemmingsplan “Hart voor Diessen” gelden, in tegenstelling tot de standaardregels binnen de gemeente Hilvarenbeek, afwijkende regels voor de bestemming ‘Maatschappelijk’. Zo zijn naast maatschappelijke voorzieningen tevens woningen, waaronder extramurale en intramurale zorgwoningen, en dienstverlenende activiteiten toegestaan. Om het specifieke gebruik voor deze locatie vast te leggen is de aanduiding ‘specifieke vorm van maatschappelijk – zorgwoningen 1’ opgenomen. Theresiastraat 1, 3, 5, 7, 9, 11 & Kerksingel 19, 20, 21, 22, 23, 24, 25: o Op deze adressen zijn (zorg)woningen aanwezig binnen de bestemming ‘Maatschappelijk’.
Ten aanzien van de woonfunctie is in het vigerende bestemmingsplan ‘Kern Diessen’ niks opgenomen. De (zorg)woningen zijn hierdoor juridisch-planologisch niet goed geregeld in de planregels. Om het specifieke gebruik voor deze adressen vast te leggen, is de functieaanduiding ‘specifieke vorm van maatschappelijk – zorgwoningen 2’ opgenomen.
Bestemmingsplan Kern Baarschot, Diessen en Haghorst
|19 Bouwvlakken, aanduidingen, gevellijnen en bestemmingsvlakken Julianastraat 31: o Het bouwvlak en de aanduiding ‘bedrijfswoning’ sluiten niet exact aan op de contouren van de bebouwing. De aanduiding en het betreffende bouwvlak wordt aangepast op basis van de feitelijke ligging van de bebouwing; Julianastraat 41 t/m 41M: o De ligging van de bouwaanduiding (‘gestapeld’), maatvoering (bouw- en goothoogte) en voorgevellijn van de gestapelde woningen komen in de vigerende situatie niet overeen met de feitelijke ligging van de bebouwing. De bouwaanduiding, maatvoering en voorgevellijn worden aangepast op basis van de feitelijke ligging van de bestaande bebouwing. (Noord)oostzijde bedrijventerrein Julianastraat (achter nr. 55a, 55, 53b, 53a en 53): o De bestemming ‘Groen’ is in het vigerend bestemmingsplan fout ingetekend, waardoor een deel van de gronden van het bedrijventerrein verkeerd zijn bestemd. De gronden behorende bij het bedrijventerrein krijgen (op basis van de ligging van de bestaande bedrijfsgronden) de bestemming ‘Bedrijventerrein’. Dit betreft uitsluitend een planologische wijziging, feitelijke verandert er niks.
Laarstraat 16: o De vigerende functieaanduiding ‘specifieke vorm van maatschappelijk – bijzondere woonvorm’ met de daarbij behorende maatvoering zijn bedoeld voor het gehele bouwvlak, maar zijn destijds slechts voor een klein deel ingetekend op de verbeelding. Zodoende worden de functieaanduiding en maatvoering aangepast zodat deze over het gehele bouwvlak ligt. Meiraap 16: o De voorgevel van de vrijstaande woning komt in de vigerende situatie niet overeen met de opgenomen voorgevelrooilijn. De voorgevel wordt verplaatst op basis van de feitelijke ligging van de voorgevel van woning; De Buskes 14: o De bestemming ‘Groen’ is in het vigerend bestemmingsplan fout ingetekend, waardoor een deel van de gronden van het bedrijventerrein verkeerd zijn bestemd. De gronden behorende bij het bedrijventerrein krijgen (op basis van de ligging van de bestaande bedrijfsgronden) de bestemming ‘Bedrijventerrein’. Dit betreft uitsluitend een planologische wijziging, feitelijke verandert er niks. Wilgenlaan 1, 3, 7, 9: o De voorgevellijnen van de aaneengebouwde woningen komen in de vigerende situatie niet overeen met de opgenomen voorgevelrooilijn. De voorgevellijn is namelijk ingetekend op basis van de achtergevel van de woningen.
De voorgevellijn wordt verplaatst op basis van de feitelijke ligging van de voorgevel van woningen; Molenstraat 9a/b: o De voorgevel van de woning komt in de vigerende situatie niet overeen met de opgenomen voorgevelrooilijn. De voorgevellijn wordt verplaatst op basis van de feitelijke ligging van de woning; Rijtseweg 26, 28, 30, 32, 34: o De voorgevels van deze woningen komen in de vigerende situatie niet overeen met de opgenomen voorgevelrooilijn. De voorgevellijn wordt verplaatst op basis van de feitelijke ligging van de woningen; Bestemmingsplan ‘Jan de Vriesstraat’: o Ter plaatse van het vigerende bestemmingsplan “Jan de Vriesstraat” is de bestemming ‘Wonen’ met bouwvlakken opgenomen. Volgens de standaardregels binnen de gemeente Hilvarenbeek wordt echter gewerkt met voorgevellijnen in plaats van bouwvlakken. Om alle planregels voor wonen binnen de gemeente Hilvarenbeek eenduidig te regelen, worden de bouwvlakken verwijderd. Vervolgens wordt de aanwezige voorgevellijn doorgetrokken over de gehele breedte.
Bestemmingsplan Kern Baarschot, Diessen en Haghorst
|20
Haghorst Bouwvlakken, aanduidingen, gevellijnen en bestemmingsvlakken Waterloop tussen Wilhelminadijk 3 en 5: o De vigerende bestemming ‘Water’ komt niet goed overeen met de daadwerkelijke ligging van de waterloop. Zodoende wordt de bestemming ‘Water’ circa 10 meter in westelijke richting verplaatst en worden de overgebleven gronden bestemd als ‘Groen’. Linnemansstraat 12: o De voorgevel van de vrijstaande woning komt in de vigerende situatie niet overeen met de opgenomen voorgevelrooilijn. De voorgevellijn wordt verplaatst op basis van de feitelijke ligging van de woning; Bestemmingsplan ‘De Welder, kern Haghorst’: o Ter plaatse van het vigerende bestemmingsplan “De Welder, kern Haghorst” is de bestemming ‘Wonen’ met bouwvlakken opgenomen. Volgens de standaardregels binnen de gemeente Hilvarenbeek wordt echter gewerkt met voorgevellijnen in plaats van bouwvlakken. Om alle planregels voor wonen binnen de gemeente Hilvarenbeek eenduidig te regelen, worden de bouwvlakken verwijderd. Vervolgens wordt een voorgevellijn opgenomen gebaseerd op de feitelijk ligging van de woningen; o Ter plaatse van de Pastoor Jilesenstraat 10 en 12 is de maatvoering ‘maximaal aantal wooneenheden 4’ opgenomen met de aanduiding ‘twee-aaneen’. Deze maatvoering is opgenomen voor 4 percelen, maar op de middelste 2 percelen is inmiddels een tweekapper geplaatst.
Dit houdt in dat, op basis van de vigerende planregels, geen woningen meer mogelijk zijn op de buitenste percelen. Hier kunnen namelijk uitsluitend nog vrijstaande woningen gebouwd worden op deze percelen, terwijl geen dit niet is toegestaan. Hierdoor wordt de aanduiding voor de buitenste percelen gewijzigd van ‘twee-aaneen’ naar ‘vrijstaand’, zodat het wel weer mogelijk wordt om woningen te bouwen op dit perceel. Op beide buitenste percelen is de maatvoering ‘maximaal aantal wooneenheden: 1’ opgenomen, zodat het totaal aantal toegestane woningen gelijk blijft. Bestemmingsplan ‘De Welder 2017’: o Ter plaatse van het vigerende bestemmingsplan “De Welder 2017” is de bestemming ‘Wonen’ met bouwvlakken opgenomen. Volgens de standaardregels binnen de gemeente Hilvarenbeek wordt echter gewerkt met voorgevellijnen in plaats van bouwvlakken. Om alle planregels voor wonen binnen de gemeente Hilvarenbeek eenduidig te regelen, worden de bouwvlakken verwijderd. Vervolgens wordt een voorgevellijn opgenomen gebaseerd op de feitelijk ligging van de woningen. Sint Josephstraat 19 (achterzijde): o Ter plaatse van het adres Sint Josephstraat 19 vigeert het bestemmingsplan ‘Kern Haghorst’. De achterzijde van dit woonperceel (het kadastrale perceel sectie N, nummer 1965 vallend onder het bestemmingsplan ‘Buitengebied’) hoort echter ook bij dit woonperceel.
Op dit moment vigeert hier een agrarische bestemming, maar dit komt dus niet overeen met het feitelijke gebruik en eigendom. Hierdoor wordt dit perceel, door het opnemen van de bestemming ‘Wonen’, betrokken bij de woning aan de Sint Josephstraat 19. Dit is uitsluitend een planologische wijziging en leidt niet tot extra mogelijkheden op deze locatie. Beatrixstraat 1: o De voorgevel van de vrijstaande woning komt in de vigerende situatie niet overeen met de opgenomen voorgevelrooilijn. De voorgevellijn wordt verplaatst op basis van de feitelijke ligging van de woning.
Bestemmingsplan Kern Baarschot, Diessen en Haghorst
|21
4.
BELEIDSKADER
4.1
Rijksbeleid
Nationale Omgevingsvisie (NOVI) Op 11 september 2020 is de Nationale Omgevingsvisie vastgesteld. De Structuurvisie Infrastructuur en Ruimte (SVIR) is geheel opgenomen in deze nieuwe visie. De Nationale Omgevingsvisie biedt een duurzaam perspectief voor de leefomgeving. Hiermee kan het Rijk inspelen op de grote uitdagingen die voor hen liggen. Allerlei trends en ontwikkelingen hebben invloed op de leefomgeving. Veranderende en groeiende steden, de overgang naar een duurzame en circulaire economie en het aanpassen aan de gevolgen van de klimaatverandering vormen slechts een deel van de opgaven. Dit biedt kansen, maar vraagt wel om zorgvuldige keuzes. Want ruimte, zowel boven-, als ondergronds, is een schaars goed. Het combineren van al die opgaven vraagt een nieuwe manier van werken. Niet van bovenaf opgelegd, maar in goede samenwerking tussen overheden, bedrijven, kennisinstellingen, maatschappelijke organisaties en burgers. De NOVI biedt een kader, geeft richting en maakt keuzes waar dat kan. Tegelijkertijd is er ruimte voor regionaal maatwerk en gebiedsgerichte uitwerking. Omdat de verantwoordelijkheid voor het omgevingsbeleid voor een groot deel bij provincies, gemeenten en waterschappen ligt, kunnen inhoudelijke keuzes in veel gevallen het beste regionaal worden gemaakt.
Met de NOVI zet het Rijk een proces in gang waarmee keuzes voor de leefomgeving sneller en beter kunnen worden gemaakt. Aan de hand van een toekomstperspectief op 2050 brengt de NOVI de langetermijnvisie in beeld. Op nationale belangen wil het Rijk sturen en richting geven. Deze belangen komen samen in vier prioriteiten: 1. Ruimte voor klimaatadaptie en energietransitie; 2. Duurzaam economisch groeipotentieel; 3. Sterke en gezonde steden en regio’s; 4. Toekomstbestendige ontwikkeling van het landelijk gebied. Doorwerking in onderhavig bestemmingsplan Met onderhavig conserverend bestemmingsplan zijn geen nationale belangen in het geding. Ten aanzien van de Nationale Omgevingsvisie zijn er geen bepalingen opgenomen in het bestemmingsplan Besluit algemene regels ruimtelijke ordening (Barro) Het Besluit algemene regels ruimtelijke ordening (Barro) borgt een aantal van de nationale ruimtelijke belangen die deel uitmaken van het geldende nationale ruimtelijke beleid. Het besluit is gericht op doorwerking van de nationale belangen in provinciaal beleid en gemeentelijke bestemmingsplannen. Dat betekent dat het Barro voor de opgenomen onderwerpen regels geeft over bestemmingen en het gebruik van gronden. Daarnaast kan zij aan de gemeente opdragen in de toelichting bij een bestemmingsplan bepaalde zaken uitdrukkelijk te motiveren. Het Barro is op 1 oktober 2012 in werking getreden.
Binnen het Barro worden de volgende onderdelen besproken: Project Mainportontwikkeling Rotterdam; Kustfundament; Grote rivieren; Waddenzee en waddengebied; Defensie; Erfgoederen van uitzonderlijke universele waarde; Buisleidingen van nationaal belang voor het vervoer van gevaarlijke stoffen.
Bestemmingsplan Kern Baarschot, Diessen en Haghorst
|22 Doorwerking in onderhavig bestemmingsplan Met onderhavig conserverend bestemmingsplan zijn geen nationale belangen in het geding. Ten aanzien van het Besluit algemene regel ruimtelijke ordening zijn er geen bepalingen opgenomen in het bestemmingsplan. Ladder voor duurzame verstedelijking Met de inwerkingtreding op 1 oktober 2012 van artikel 3.1.6 lid 2 van het Besluit ruimtelijk ordening (Bro) – de Ladder voor duurzame verstedelijking – geldt, voor alle juridisch verbindende ruimtelijke plannen van decentrale overheden die (planologisch) nieuwe ontwikkelingen mogelijk maken een bijzonder procesvereiste. Dit nationale belang houdt in dat, ten behoeve van een goed systeem van ruimtelijke ordening, een zorgvuldige afweging en transparante besluitvorming bij ruimtelijke besluiten plaats dient te vinden. Deze zorgvuldige afweging heeft tot doel om, vanuit een oogpunt van zuinig en zorgvuldig ruimtegebruik, planologisch ongewenste versnippering en een onaanvaardbare leegstand te voorkomen. De Ladder voor duurzame verstedelijking is herzien en per 1 juli 2017 is de nieuwe Ladder voor duurzame verstedelijk in werking getreden.
Het begrip ‘stedelijke ontwikkeling’ is in artikel 1.1.1, lid 1, sub i van het Bro gedefinieerd als: “een ruimtelijke ontwikkeling van een bedrijventerrein of zeehaventerrein, of van kantoren, detailhandel, woningbouwlocaties of andere stedelijke voorzieningen”. Een aantal aspecten zijn van belang om te bepalen of en hoe de ladder moet worden toegepast, waaronder de vraag of er sprake is van een stedelijke ontwikkeling en of de stedelijke ontwikkeling ‘nieuw’ is. Doorwerking in onderhavig bestemmingsplan Aangezien onderhavig bestemmingsplan conserverend van aard is en voor zover nieuwe ontwikkelingen mogelijk worden gemaakt, dit de incidentele invulling binnen het bestaande bebouwingspatroon en de aanwezige ontwikkelingsruimte van functies betreft, is het doorlopen van de Ladder voor duurzame verstedelijk niet noodzakelijk. Conclusie Het planvoornemen past binnen het Rijksbeleid
4.2
Provinciaal beleid
Omgevingsvisie Noord-Brabant De nieuwe Omgevingswet bundelt de wetten en regels voor ruimte, wonen, infrastructuur, milieu, natuur, cultuur erfgoed en water. En regelt zo het beheer en de ontwikkeling van de fysieke leefomgeving. Vooruitlopend hierop heeft de provincie alvast een provinciale Omgevingsvisie gemaakt. In december 2018 is de Brabantse Omgevingsvisie vastgesteld. Deze Omgevingsvisie bevat de belangrijkste ambities voor de fysieke leefomgeving voor de komende jaren. De Omgevingsvisie geeft antwoord op de vraag hoe de Brabantse leefomgeving er in 2050 uit zou moeten zien en waar Noord-Brabant in 2030 tenminste moet staan om die lange termijn doelen te halen. De Omgevingsvisie geeft ook aan op welke manieren de provincie met betrokkenen wil samenwerken aan omgevingsvraagstukken en welke waarden daarbij centraal staan. De visie bestaat uit een basisopgave en vier hoofdopgaven voor de middellange en lange termijn. De basisopgave is werken aan veiligheid, gezondheid en omgevingskwaliteit. De vier hoofdopgaven komen voort uit de basisopgave. Het gaat om de volgende hoofdopgaven: Hoofdopgave I: werken aan de Brabantse energietransitie; Hoofdopgave II: werken aan een klimaatproof Brabant; Bestemmingsplan Kern Baarschot, Diessen en Haghorst
|23
Hoofdopgave III: werken aan de slimme netwerkstad; Hoofdopgave IV: werken aan een concurrerende, duurzame economie.
Om de doelen voortkomend uit de hoofdopgaven te bereiken zet de provincie Noord-Brabant in op een samenhangende ruimtelijke koers. De Omgevingsvisie bevat geen sectorale beleidsdoelen. De concrete doelen, voor bijvoorbeeld natuur, water, veiligheid, milieu, mobiliteit en ruimtelijke kwaliteit, staan nu nog in de bestaande plannen van de provincie (PMWP, SVRO, PVVP). Grote delen van die beleidsplannen horen vanuit het systeem van de Omgevingswet straks thuis in de programma’s. De beleidsmatige uitganspunten van de visie zijn, voor de aspecten waarop het provinciaal belang in geding is, uitgewerkt in de Interim Omgevingsverordening Noord-Brabant. Interim Omgevingsverordening Noord-Brabant De Interim Omgevingsverordening Noord-Brabant is de vervanger van verschillende provinciale verordeningen, waaronder ook de Verordening ruimte. De Omgevingsverordening is op 25 oktober 2019 vastgesteld als eerste stap voordat de Omgevingswet in werking treedt. De Interim Omgevingsverordening bestaat uit de samenvoeging van bestaande regels uit verschillende verordeningen. Voordat de Omgevingswet in werking treedt, wordt de definitieve Omgevingsverordening vastgesteld. Deze definitieve verordening wordt tegelijk met de Omgevingswet van kracht. De verordening is één van de uitvoeringsinstrumenten van de provincie om haar doelen te realiseren.
In de Omgevingsverordening vertaalt de provincie kaderstellende elementen uit het provinciaal beleid in regels die van toepassing zijn op (gemeentelijke) bestemmingsplannen. De kernen Baarschot, Diessen en Haghorst vallen volgens de Interim Omgevingsverordening (deels) onder de volgende gebieden: Diep grondwaterlichaam (Rechtstreeks werkende regels: milieubeschermingsgebieden, natuur en wegen); Geen Attentiezone waterhuishouding (Rechtstreeks werkende regels: milieubeschermingsgebieden, natuur en wegen); Attentiezone waterhuishouding (Instructieregels gemeenten: natuur en stiltegebieden); (Instructieregels voor waterschappen: watersystemen, -veiligheid, -berging); Behoud en herstel van watersystemen (Instructieregels gemeenten: natuur en stiltegebieden); Natuur netwerk Brabant (Instructieregels gemeenten: natuur en stiltegebieden); Bescherming Natura 2000 (Rechtstreeks werkende regels: landbouw); Natura 2000 (instructieregels gemeenten: natuur en stiltegebieden); Natuur Netwerk Brabant (instructieregels gemeenten: natuur en stiltegebieden); Regionale waterberging (Instructieregels gemeenten: grondwaterbescherming, waterveiligheid en -berging); Reservering waterberging (Instructieregels gemeenten: grondwaterbescherming, waterveiligheid en -berging); Groenblauwe mantel (Instructieregels gemeenten: basiskaart Landelijk gebied); Sanerings- en
verplaatsingslocatie - RBV (Rechtstreeks werkende regels: landbouw); (Instructieregels gemeenten: specifieke gebieden voor agrarische ontwikkelingen);
Bestemmingsplan Kern Baarschot, Diessen en Haghorst
|24
Sanerings- en verplaatsingslocatie (Rechtstreeks werkende regels: landbouw); (Instructieregels gemeenten: specifieke gebieden voor agrarische ontwikkelingen); Stalderingsgebied (Rechtstreeks werkende regels: landbouw); (Instructieregels gemeenten: specifieke gebieden voor agrarische ontwikkelingen); Verbod uitbreiding veehouderij (Rechtstreeks werkende regels: landbouw); Beperkingen veehouderij (Instructieregels gemeenten: specifieke gebieden voor agrarische ontwikkelingen); Gemengd landelijk gebied (Instructieregels gemeenten: basiskaart Landelijk gebied); Landelijk gebied (rechtstreeks werkende regels: landbouw); (Instructieregels gemeenten: basiskaart Landelijk gebied); Landelijke kern (Instructieregels gemeenten: stedelijke ontwikkeling en erfgoed); Stedelijk gebied (Instructieregels gemeenten: stedelijke ontwikkeling en erfgoed); Norm wateroverlast Stedelijk gebied (Instructieregels voor waterschappen: watersystemen, -veiligheid, -berging); Norm wateroverlast buiten Stedelijk gebied (Instructieregels voor waterschappen: watersystemen, -veiligheid, -berging); Normen wateroverlast (Instructieregels voor waterschappen: watersystemen, -veiligheid, -berging); Normvrij gebied (Instructieregels voor waterschappen: watersystemen, -veiligheid, -berging); Vaarwegbeheer (Vaarwegbeheer); Beperking grootschalige logistiek (Rechtstreeks werkende regels: beperking grootschalige
logistiek); (Instructieregels gemeenten: beperking grootschalige logistiek); Provinciale weg (Rechtstreeks werkende regels: milieubeschermingsgebieden, natuur en wegen).
Stedelijke gebied (art. 3.42) Lid 1. Een bestemmingsplan dat voorziet in de ontwikkeling van een locatie voor wonen, werken of voorzieningen ligt binnen Stedelijk gebied en bevat een onderbouwing dat: a) de ontwikkeling past binnen de regionale afspraken, bedoeld in afdeling 5.4 Regionaal samenwerken; b) het een duurzame stedelijke ontwikkeling is. Lid 2. Een duurzame stedelijke ontwikkeling voor wonen, werken of voorzieningen: a) bevordert een goede omgevingskwaliteit met een veilige en gezonde leefomgeving; b) bevordert zorgvuldig ruimtegebruik, waaronder de transformatie van verouderde stedelijke gebieden; c) geeft optimaal invulling aan de mogelijkheden voor productie en gebruik van duurzame energie; d) houdt rekening met klimaatverandering, waaronder het tegengaan van hittestress en voldoende ruimte voor de opvang van water; e) geeft optimaal invulling aan de mogelijkheden voor duurzame mobiliteit; f) draagt bij aan een duurzame, concurrerende economie. Onderhavig planvoornemen voorziet in het actualiseren en consolideren van de vigerende bestemmingsplannen binnen de kernen Baarschot, Diessen en Haghorst. Hiermee maakt onderhavig bestemmingsplan in beginsel geen nieuwe ontwikkelingen mogelijk. Bestemmingsplan Kern Baarschot, Diessen en Haghorst
|25 Voor zover nieuwe ontwikkelingen mogelijk worden gemaakt, betreft dit de incidentele invulling binnen het bestaande bebouwingspatroon en de aanwezige ontwikkelingsruimte van functies. Hierdoor is er sprake van een duurzame ontwikkeling en zorgvuldig ruimtegebruik. Door de actualisatie hoeven in de nabije toekomst geen (ongewenste) planologische wijzigingen plaats te vinden. Norm wateroverlast Stedelijk gebied (art. 4.4) Met het oog op de bergings- en afvoercapaciteit waarop regionale wateren moeten zijn ingericht, geldt binnen Stedelijk gebied, als norm een overstromingskans van: a. 1/100 per jaar voor gebieden die in een ruimtelijke plan bestemd zijn voor de doeleinden bebouwing, hoofdinfrastructuur en spoorwegen; b. 1/10 per jaar voor overige gebieden. Het plangebied is bestemd ten behoeve van de doeleinden bebouwing en hoofdinfrastructuur, waardoor rekening gehouden dient te worden met een norm van een overstromingskans op 1/100 per jaar. De normen drukken de hoogst toelaatbaar geachte kans op overstroming uit, ofwel het wenselijk geachte beschermingsniveau. De normering bakent de zorgplicht af die de waterbeheerder heeft op het vlak van het voorkomen dan wel beperken van ontoelaatbare wateroverlast door inundatie vanuit oppervlaktewater ten gevolge van neerslag.
De waterbeheerder geeft daarmee helderheid voor de burgers en de bedrijven over het restrisico en hun eigen verantwoordelijkheid ten aanzien van roerende en onroerende zaken. In paragraaf 5.9 wordt nader ingegaan op het aspect ‘water’. Provinciale weg (art. 2.49 t/m 2.51) – Diessen Artikel 2.49 Verbod gedragingen buiten Provinciale weg 1. Het is verboden om zich buiten de Provinciale Weg zodanig te gedragen dat daardoor de zorgplicht voor de provinciale weg wordt belemmerd of in het geding komt. 2. Onder zorgplicht voor de provinciale weg wordt verstaan de wettelijke verplichting van de provincie om haar wegen te onderhouden, bedoeld in artikel 15 van de Wegenwet, en om de belangen te beschermen, bedoeld in artikel 2 van de Wegenverkeerswet 1994. Artikel 2.50 Verbod veranderen Provinciale weg 1. Het is verboden zonder vergunning van Gedeputeerde Staten de Provinciale weg te veranderen. 2. Het eerste lid is niet van toepassing op het veranderen van de provinciale weg door of in opdracht van de provincie tijdens het uitvoeren van de zorgplicht voor de Provinciale weg. 3. Ingeval er op grond van artikel 2.2, eerste lid, onder d en e van de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht een omgevingsvergunning vereist is die mede van toepassing is op een Provinciale weg, worden Gedeputeerde Staten door het bevoegd gezag in de gelegenheid gesteld advies uit te brengen.
Artikel 2.51 Verboden gebruik Provinciale weg 1. Het is verboden zonder vergunning van Gedeputeerde Staten de Provinciale Weg te gebruiken voor ander gebruik dan voor verkeersdoeleinden. 2. Het eerste lid is niet van toepassing voor: a. de provincie tijdens het uitvoeren van de zorgplicht voor de provinciale weg; b. een gedenkteken, zolang die door de aanwezigheid, grootte, plaats of vormgeving de belangen die paragraaf 2.5.1 Provinciale weg beschermt niet in het geding brengt; c. voorwerpen en stoffen die kortstondig op de provinciale weg aanwezig zijn in verband met laad- en loswerkzaamheden, zolang deze voorwerpen of stoffen niet schadelijk, gevaarlijk of hinderlijk zijn of anderszins de belangen beschadigen die paragraaf 2.5.1 Provinciale weg beschermt;