12 Bestemmingsplan Heikant 25, Baarschot (4 toelichting)
Tekst van het document
R&S ADVIES TOELICHTING BESTEMMINGSPLAN HEIKANT 25
31
Artikel 3.9 Kwaliteitsverbetering landschap Lid 1 Een bestemmingsplan dat een ruimtelijke ontwikkeling mogelijk maakt in Landelijk Gebied bepaalt dat die ruimtelijke ontwikkeling gepaard gaat met een fysieke verbetering van de landschappelijke kwaliteit van het gebied of de omgeving. Zoals eerder vermeld zal de locatie een flinke landschappelijke bijdrage leveren aan de omgeving door buiten het vast te stellen bouwvlak, een groot gedeelte van het perceel zal voorzien worden van landschapselementen. Daarnaast zullen de paardenluiken(achter de nieuwe woning) zorgen voor een positieve interactie tussen de woning en de hobbymatige voorzieningen. Lid 2 Het bestemmingsplan motiveert dat de verbetering past binnen de gewenste ontwikkeling van het gebied én op welke wijze de uitvoering is geborgd door dat: a. dit financieel, juridisch en feitelijk is geborgd in het plan; of Door middel van deze ruimtelijke onderbouwing zal het plan financieel, juridisch en feitelijk geborgd worden b. de afspraken uit het regionaal overleg, bedoeld in afdeling 5.4 Regionaal samenwerken, worden nagekomen. De afspraken van Gedeputeerden Staten(betreft afdeling 5.4) worden, d.m.v. kwaliteitsverbetering van het landschap, nagekomen. Wat deze kwaliteitsverbetering voor onderhavig plan inhoudt vindt u terug in paragraaf 4.4.
Lid 3 Een verbetering van de landschappelijke kwaliteit kan mede de volgende aspecten omvatten: a. de op grond van deze verordening verplichte landschappelijke inpassing; b. het toevoegen, versterken of herstellen van landschapselementen die een bijdrage leveren aan de versterking van de landschapsstructuur of de relatie stad-land; c. het behoud of herstel van cultuurhistorisch waardevolle bebouwing of terreinen; d. het wegnemen van verharding; e. het slopen van bebouwing; f. de realisering van het Natuur Netwerk Brabant en ecologische verbindingszones; g. het aanleggen van extensieve recreatieve mogelijkheden. De verbetering van de landschappelijke kwaliteit betreft punt a, b, d en e.
De landschappelijke inpassing past in de omgeving De structuurvisie Buitengebied Hilvarenbeek , januari 2014, beschrijft de functieveranderingen en dynamiek in de agrarische sector en de wens om de landschappelijke waarden te behouden, vraagt om een samenhangende visie op ruimtelijke ontwikkelingen en ruimtelijke kwaliteit van het buitengebied.
R&S ADVIES TOELICHTING BESTEMMINGSPLAN HEIKANT 25
32
De locatie is gelegen in een ‘jong ontginningslandschap’ . Een ‘jong ontginningslandschap’ kenmerkt zich als relatief grootschalige verkaveling. Het patroon van wegen en waterlopen is regelmatig van vorm en systematisch opgezet. De boerderijen zijn solitair gesitueerd en altijd gekoppeld aan het wegenpatroon, dat wordt begeleid door ranke (transparante) laanbeplanting. Dit versterkt het beeld van het open en grootschalige landschap. De erven zijn sober en puur functioneel ingericht. Aan de voorzijde staat het hoofdgebouw (woonhuis) waarachter zich de grote bedrijfsgebouwen bevinden. De architectuur en het materiaalgebruik stralen sobere functionaliteit en eenvoud uit. Door de beperkt aanwezige erfbeplanting bepalen vooral de grootschalige bedrijfsgebouwen het landschapsbeeld. Heikant 25: De locatie is solitair gesitueerd en gekoppeld aan het wegenpatroon (Heikant), dat wordt begeleid door ranke laanbeplanting. Dit versterkt het beeld van het open en grootschalige landschap. Het erf is sober en puur functioneel ingericht. Aan de voorzijde staat het hoofdgebouw (woonhuis) waarachter zich het grotere bedrijfsgebouw bevindt. De architectuur en het materiaalgebruik stralen sobere functionaliteit en eenvoud uit (zie beeldkwaliteitsplan). Door de beperkt aanwezige erfbeplanting bepalen vooral de bedrijfsgebouwen het landschapsbeeld.
Beeldkwaliteit inrichting erf. Kenmerken erf: • De woningen/woongedeelten zijn primair op de weg (of in de richting van de weg) gericht en liggen veelal op enige afstand van de weg; • Bedrijfsgebouwen liggen in principe in de tweede lijn, achter de achtergevelrooilijn; • De overheersende nokrichting van met name de grotere bouwvolumes (schuren en stallen) is haaks op de weg, daarnaast is ook een parallelle opstelling t.o.v. de weg mogelijk. Er is in ieder geval sprake van een eenduidige nokrichting per erf; • Buitenopslag bij voorkeur op een onopvallende, terug liggende plek op het erf en zo mogelijk inpassen met beplanting. Heikant 25: De woning is primair naar de weg gericht op enige afstand van de weg (15 meter). Het bedrijfsgebouw licht nagenoeg (in principe) achter de achtergevellijn van de woning. Er is sprake van een overheersende / eenduidige nokrichting, haaks op de weg. Het bestemmingsplan laat geen buitenopslag toe, behoudens de opslag van ruwvoer en paardenmest. Dit is ingepast met de beplanting.
Kenmerken Bebouwing / Woonhuis (zie beeldkwaliteitsplan): • Bebouwingshoogte overwegend in een bouwlaag met rijzige kap; • Eenduidige, heldere bouwvorm; • Toepassing van zadeldak (of varianten met wolfseinden, schildkap, e.d.), mansarde- of samengestelde kap; • Moderne, of eigentijdse bouwtrant, in aansluiting op het zakelijk-rationele milieu; • Naast traditionele, is ook toepassing van eigentijdse bouwmaterialen zoals beton, staal, glas en plaatmateriaal denkbaar; • Gebruik van gedekte kleuren op grotere oppervlakken
R&S ADVIES TOELICHTING BESTEMMINGSPLAN HEIKANT 25
33
Heikant 25: De woning wordt voorzien van een hoog opgaande kap, in de vorm van een zadeldak. Door de gekozen materialisering, situering van raampartijen is sprake van een eigentijdse bouwtrent (zie beeldkwaliteitsplan). Door gebruik te maken van gedekte kleuren op grotere oppervlakten (gevelstenen gekeimd-creme kleur / pannendak - antraciet) is het geheel passend in het buitengebied.
Kenmerken Bebouwing / Bedrijfsbebouwing • Eenduidige heldere bouwvorm; • In principe toepassing van zadeldak met flauwe dakhelling en lage goot; • Gebruik van gedekte kleuren op grotere oppervlakken; • Silo’s zoveel mogelijk groepsgewijs bundelen Heikant 12: Het bedrijfsgebouw, een voormalige rundveestal, is gebouwd met een zadeldak met flauwe dakhelling en lage goot. De gevelsteen is licht rood en deels voorzien van gevelbekleding (douglas-hout, potdeksel).
Erfbeplanting: • De inrichting van het voorerf heeft voornamelijk een functioneel, maar ook groen karakter. • Bij de landschappelijke inpassing is het formele, rechtlijnige karakter van het landschap uitgangspunt. • Erfbeplanting in de vorm van een enkele rij bomen, of beplantingssingels langs de zijdelingse perceelsgrenzen; • Kleine bosopstanden (populierenakkers) zijn ook toepasbaar t.b.v. de landschappelijke inpassing, waardoor de bouwblokken tot “groene eilanden” in de grootschalige openheid worden. • Deze houtopstanden kunnen als reservering voor toekomstige uitbreiding gelden, waarbij overigens altijd een stevige randbeplanting dient te worden gehandhaafd; • Erfgrenzen worden/blijven volledig ingeplant met een houtsingel, of bomenrij; • Afhankelijk van de bedrijfsopzet blijft een ondergeschikt deel van een van de erfgrenzen onbeplant t.b.v. de toegang tot de agrarische percelen; • Naast functionele verharde delen worden ook blokhagen en grasvlakken ingezet om het algehele beeld te verzachten. Dit aansluitend bij de maat en schaal van het erf in grote / robuuste eenheden; • Bij de erfbeplanting toepassing van landschappelijke beplantingselementen en streekeigen soorten; • De siertuin bevindt zich rond de woning en vormt binnen het bouwblok een zelfstandig element en wordt bij voorkeur omzoomd met hagen. Ook hier bij voorkeur grotere eenheden / eenvoudige opzet.
Heikant 25: Het erf is functioneel met een groen karakter met een rechtlijnige beplanting in de vorm van een bomenrij in combinatie met een houtsingel langs de zijdelingse perceels-/erfgrens ten noorden en oosten van het erf. Een bospassage in de vorm van een fruit boomgaard vormt een groen eiland in het open landschap. De erfgrens ten zuiden van de erfgrenzen blijft onbeplant t.b.v. de toegang tot de agrarische percelen. Naast functionele verharde delen worden ook blokhagen en grasvlakken (ten noorden van het erf) ingezet om het algehele beeld
R&S ADVIES TOELICHTING BESTEMMINGSPLAN HEIKANT 25
34
te verzachten. In de erfbeplanting en landschappelijke beplantingselementen is toepassing gegeven aan streekeigen soorten. De siertuin bevindt zich rond de woning en vormt binnen het bouwblok een zelfstandig element en wordt omzoomd met hagen. Voor de uitwerking hiervan verwijs ik u naar het landschapsplan (zie bijlage). Plantsortiment: Boomlaag Zomereik (Quercus robur) Scherpe berk (Betula pendula) Hollandse iep (Ulmus hollandica) Gewone es (Fraxinus excelsior) vochtiger gronden: Zachte berk (Betula pubescens) Zwarte els (Alnus glutinosa) Canadese populier (Populus canadensis) Struiklaag Meidoorn (Crataegus monogyna) Sleedoorn (Prunus spinosa) Kornoelje (Cornus mas) Gelderse roos (Viburnum opulus) Gewone vlier (Sambucus nigra) Gewone liguster(LIgustrum vulgare Heikant 25: In de solitaire bomenrij worden zomereiken toegepast i.c.m. een hakhoutsingel met de zachte berk, veldesdoorn, gelderse roos, hazelaar, krenteboompje en vuilboom. Allen aan te merken als inlandse soorten. Conclusie: Het landschapsplan (= inrichtingsplan) voldoet op alle criteria aan beeldkwaliteitseisen zoals deze voor een locatie in het gebiedstype ‘jonge ontginningsgebied’ zijn opgenomen in de structuurvisie Buitengebied Hilvarenbeek , januari 2014
Lid 4 Ingeval er toepassing wordt gegeven aan het tweede lid onder b geldt dat een passende financiële bijdrage in een landschapsfonds is verzekerd én over de besteding van dat fonds periodiek verslag wordt gedaan in het regionaal overleg, bedoeld in afdeling 5.4 Regionaal samenwerken. Er wordt toepassing gegeven aan het tweede lid door te voldoen aan de regels van de gemeente Hilvarenbeek ‘Bestemmingswinst en Kwaliteitsverbetering van het Landschap’. De bijdrage in het landschapsfonds betreft de landschappelijke inpassing rondom de locatie Heikant 25, in paragraaf 4.4 is dat nader toegelicht.
R&S ADVIES TOELICHTING BESTEMMINGSPLAN HEIKANT 25
35
3.4
Gemeentelijk beleid
3.4.1 Structuurvisie gemeente Hilvarenbeek Op 25 februari 2010 heeft de gemeenteraad de visie vast gesteld. Door middel van deze visie wil de gemeente een gebied borgen waarin het voor iedereen goed wonen, goed leven en werken is, nu én in de toekomst. De structuurvisie moet hierin regie vormen op de ontwikkelingen en processen die voor toekomst van de gemeente Hilvarenbeek van belang zijn. Ontwikkelingen die die afbreuk doen aan de toekomst van Hilvarenbeek wil de gemeente, waar mogelijk, voorkomen. Deze visie blikt vooruit op al deze ontwikkelingen. De dorpen Hilvarenbeek en Diessen zijn gelegen op de hoogste delen in het landschap. De kleine kernen Haghorst, Esbeek, Biest-Houtakker en Baarschot zijn clusteringen van boerderijen nabij de gebieden die het best bruikbaar waren als landbouwgrond. Later zijn de dorpen gegroeid en hebben er andere functies een plek gekregen. De beleidsuitgangspunten voor het behouden, beschermen en versterken van het ruimtelijk karakter van de gemeente is verwoord in aantal thema’s: - De gemeentelijke basisverantwoordelijkheid voor het behoud van het ruimtelijk karakter - Extra ontwikkelingen voor het versterken van het ruimtelijk karakter - Benutten van de kansen voor het versterken van het ruimtelijk karakter - Bedreigingen voor het behoud van het ruimtelijk karakter
Figuur 14: Deelgebieden waarvoor deze structuurvisie is bepaald
R&S ADVIES TOELICHTING BESTEMMINGSPLAN HEIKANT 25
36
Figuur 15: Zonering Baarschot
Baarschot is de kleinste kern in de gemeente Hilvarenbeek. De kern bestaat vooral uit de Baarschotsestraat. Deze straat is het lint dat Baarschot verbindt met Diessen en de zuidelijker gelegen kernen Westelbeers en Hoogeloon. Aan het lint wordt vooral gewoond. De agrarische functie is nog steeds aanwezig. De woonstraten Heikant en Van Dijcklaan verbinden de Baarschotsestraat met het landschap. Doordat deze straten een belangrijke verbindingsfunctie hebben voor het dorp, heeft gemeente de volgende toetsingscriteria opgesteld voor nieuwe initiatieven in deze zone. Ruimtelijk karakter 1. De initiatieven, in het geval van sloop en nieuwbouw, moeten de ruimtelijke structuur niet verstoren. Dit wil zeggen dat voorkomen moet worden dat grote schaalverschillen in bouwhoogte, bouwmassa, gevelindeling en architectuurvorm met de directe omgeving zullen worden veroorzaakt; Het initiatief betreft vervangende nieuwbouw van een bedrijfswoning, van een vergelijkbare omvang. Daarnaast zal het amoveren van de huidige (verouderde)bedrijfswoning én het opknappen van de gevels van bestaande bedrijfsgebouwen flink bijdragen aan een verbeterd aanzicht van de locatie. 2. In het geval van sloop en nieuwbouw moet voorkomen worden dat er aan de linten grote aaneengesloten gebouwen worden gerealiseerd. Aaneengesloten bebouwing moet zich in
R&S ADVIES TOELICHTING BESTEMMINGSPLAN HEIKANT 25
37
beperken tot de maat van gevellengtes in de directe omgeving. Ontwikkeling van achtererven dient voorkomen te worden; Zoals hierboven beschreven zullen de ontwikkelingen betrekking hebben op vervangende nieuwbouw. De nieuw te bouwen bedrijfswoning zal naast de bestaande bedrijfsgebouwen worden geplaatst(zie figuur 8). De nieuwe woning wordt op verdere afstand van de openbare weg gesitueerd, hetgeen de verkeersveiligheid ten goede komt. 3. Indien er sprake is van initiatieven (functieverandering) op de overgang naar het buitengebied moet veel aandacht worden geschonken aan behoud van openheid. Toename van bouwmassa moet voorkomen worden; Het amoveren van de huidige bedrijfswoning, voorstal rundvee én de gehele varkensstal, zal de openheid van de projectlocatie alleen maar bevorderen(zie ter verduidelijking figuur 8). Met het realiseren van beoogde ontwikkelingen zal een afname van bouwmassa optreden(ca. 699 m2) 4. Voldaan moet worden aan de algemene beleidsuitgangspunten zoals beschreven in het themabeleid. Door te voldoen aan bovenstaande criteria wordt voldaan aan de uitgangspunten zoals beschreven in het themabeleid.
Economie en werken 1. Nieuwe initiatieven op het gebied van economie en werken zijn mogelijk tot maximaal milieucategorie 2; Het voorgenomen plan beoogd een het kleinschalig aannemersbedrijf met een omvang van 550 m². Vanwege de geringe omvang van het bedrijfsgebouw wordt de activiteit als een milieucategorie 2 beschouwd(zie bedrijvenlijst). 2. De groei van bestaande bedrijvigheid is mogelijk mits een goed woon en leefklimaat voor de omliggende bebouwing gegarandeerd is; Uit de beoordeling van het woon- en leefklimaat blijkt dat het woon- en leefklimaat ter plaatse van de planlocatie (zeer)goed is. Dit geldt voor zowel de voor- als achtergrondbelasting. De belangen van omliggende veehouderijen worden niet geschaad en vormt het aspect geurhinder geen belemmeringen voor het realiseren van beoogde ontwikkeling(zie paragraaf 5.3.1). 3. Voldaan moet worden aan de algemene beleidsuitgangspunten zoals beschreven in het themabeleid. Door te voldoen aan bovenstaande criteria wordt voldaan aan de uitgangspunten zoals beschreven in het themabeleid.
R&S ADVIES TOELICHTING BESTEMMINGSPLAN HEIKANT 25
38
Mobiliteit 1. Nieuwe initiatieven dienen te voldoen aan de CROW-normering voor parkeren; Vanuit het ‘Parapluplan Parkeren Hilvarenbeek 2018’ zijn normering opgenomen voor aan het aantal parkeervakken. Dit resulteert in 8 parkeervakken, die voor de beoogde ontwikkeling noodzakelijk is (zie ter toelichting paragraaf 4.2). 2. Voldaan moet worden aan de algemene beleidsuitgangspunten zoals beschreven in het themabeleid. Door te voldoen aan bovenstaande criteria wordt voldaan aan de uitgangspunten zoals beschreven in het themabeleid. Conclusie Voor het realiseren van beoogde ontwikkelingen treden er op het vlak van de structuurvisie gemeente Hilvarenbeek geen belemmeringen op. De Heikant 25 zal nog steeds als landschapsverbinder dienen voor het dorpshart van Baarschot. Daarnaast voldoen de ontwikkelingen aan alle toets criteria die betrekking hebben op de projectlocatie.
3.4.2. Bestemmingsplan Buitengebied Voor de inrichting aan Heikant 25 is het bestemmingsplan ‘Buitengebied’, zoals dat op 13 maart 2014 is vastgesteld van toepassing voor wat betreft het bestemmingsvlak en de van toepassing zijnde bestemmingen. Voor wat betreft de planregels gelden de planregels, zoals deze zijn opgenomen in het ‘Buitengebied Hilvarenbeek 2014, reparatieplan’ dat op 7 maart 2017 is vastgesteld. De verbeelding en de specifieke bestemming voor de locatie, ziet er als volgt uit:
Figuur 16: Bestemmingsplan Buitengebied gemeente Hilvarenbeek(03-13-2014)
R&S ADVIES TOELICHTING BESTEMMINGSPLAN HEIKANT 25
39
Voor de bestaande situatie is er sprake van de enkelbestemming Agrarisch en dubbelbestemming ‘Waarde – Archeologie 2’. Verder gelden er de functieaanduidingen ‘paardenhouderij’ en ‘specifieke vorm van agrarisch – overige veehouderijen. In paragraaf 3.6.8 van het ‘Buitengebied Hilvarenbeek 2014’ zijn de mogelijkheden beschreven om de bestemming Agrarisch te wijzigen naar niet-agrarisch bedrijf, voor huidige locatie zal dat dus de bestemming Bedrijf worden. Daarnaast wordt in paragraaf 3.3.10 getoetst aan de regels voor het herbouwen van een bedrijfswoning. Hierna zal nader worden ingegaan op de voorwaarden, zoals verwoord in de artikelen 3.6.8 en 3.3.10. 3.6.8 Wijziging naar niet-agrarisch bedrijf Burgemeester en wethouders kunnen de bestemming van de gronden ter plaatse van de aanduiding 'bouwvlak' wijzigen in Artikel 4 Bedrijf, teneinde een niet-agrarisch bedrijf toe te staan, mits wordt voldaan aan de volgende voorwaarden: a. voor de functie gelden de volgende specifieke bepalingen: 1. de bebouwde oppervlakte ten behoeve van de bedrijfsactiviteiten mag niet meer bedragen dan 1000 m2 dan wel niet meer dan de bestaande bebouwde oppervlakte indien deze minder bedraagt dan 1000 m2; De voormalige rundveestal zal gebruikt worden als bedrijfshal voor het aannemersbedrijf.
Het gaat conform bestemmingsplan-regel 3.6.8_a lid 1 om de bebouwde oppervlakte ten behoeve van de bedrijfsactiviteiten. Deze hal beslaat een oppervlak van 680 m2, waarvan 450 m2 in gebruik wordt genomen ten dienste van het aannemersbedrijf en 100 m2 wordt ingericht als kantoor (aan huis gebonden beroep_ Bouw Adviesbureau) waarmee het bedrijfsmatige deel (550 m2) ruim onder de maximale oppervlakte van 1.000 m2 blijft ten behoeve van bedrijfsactiviteiten. De resterende 130 m2 in de voormalige rundveestal is in gebruik als paardenstal die enkel hobbymatig wordt gebruikt. Ook de bestaande veldschuur van 185 m2 wordt enkel hobbymatig gebruikt (opslag voer paarden en stalling werktuigen voor het onderhouden van bijbehorende percelen, incl. landschappelijke inpassing). Het totale bestemmingsvlak met bedrijfsgebouwen, bedrijfswoning en privé bijgebouwen wordt verkleind tot 5.000 m2. 2. detailhandel is uitsluitend in ondergeschikte en in ondersteunende vorm toegestaan; de verkoopvloeroppervlakte bedraagt niet meer dan 100 m2; Het beoogd plan voorziet niet in de verkoop van artikelen ter plaatse. 3. de omvang van het bestemmingsvlak is passend bij de beoogde functie, met dien verstande dat de omvang niet meer bedraagt dan het voormalige agrarisch bouwvlak tot een maximum van 5000 m2;
R&S ADVIES TOELICHTING BESTEMMINGSPLAN HEIKANT 25
40
Het voormalige agrarisch bouwvlak wordt verkleind naar maximaal 5.000 m2, zie figuur 11. 4. de bedrijfsactiviteit behoort tot milieucategorie 1 of 2 van de in Bijlage 1 opgenomen bedrijvenlijst, alsmede naar aard en omvang vergelijkbare activiteiten; Het bedrijf van de initiatiefnemer richt zich op 2 pijlers, betreft: •
Aannemersbedrijf met kantoor en werkplaats (550 m2) Bouw- / Bouwtechnisch advies / Bouwbegeleiding. Kantoor, 100 m2 ; Bouw technisch adviesbureau; De initiatiefnemer is tevens ‘aannemer’. De aannemer verzorgt, voor een in het contract bepaalde prijs en binnen een overeengekomen termijn, de levering van een volledig voltooid bouwwerk. De overige 450 m2 zal in deze dienen ten behoeve van opslag van bedrijfsauto, aanhanger en machines die elders ‘op locatie’ worden ingezet door het aannemersbedrijf. De opslag wordt niet gebruikt voor opslag van bouwmaterialen.
•
Hobbymatig houden van paarden (314 m2) Privé wordt 184 m2 (veldschuur) + 130 m2 (paarden boxen) = 314 m2 gebruikt voor het houden van maximaal 5 paarden/pony’s en de opslag van hooi/stro en tractor voor het onderhoud van 3,65 hectare. Het wordt in deze niet gebruikt t.b.v. de opslag van materiaal/materieel te dienste van het aannemersbedrijf.
b. voor statische opslag gelden de volgende specifieke bepalingen: 1. de activiteit dient plaats te vinden binnen de aanwezige gebouwen; er vindt geen uitbreiding van bebouwing ten behoeve van de activiteit plaats; Alle bedrijfsactiviteiten vinden plaats binnen de aanwezige gebouwen. 2. de opslag mag niet plaatsvinden in kassen; Niet van toepassing 3. de vloeroppervlakte van de bebouwing, die wordt aangewend voor deze activiteit, mag niet meer bedragen dan 1000 m2; De oppervlakte bedrijfsgebouwen na sanering overtollige bebouwing bedraagt 550 m2 excl. bedrijfswoning met bijgebouw. Ter plaatse wordt ca. 669 m2 aan voormalige bedrijfsbebouwing gesloopt.
R&S ADVIES TOELICHTING BESTEMMINGSPLAN HEIKANT 25
41
4. detailhandel ten behoeve van de nevenactiviteit is niet toegestaan; Niet van toepassing 5. de beoogde activiteit leidt niet tot een grootschalige ontwikkeling; De beoogde ontwikkeling betreft een aannemersbedrijf zonder personeel. De omvang van 550 m² kan als gering worden beschouwd. Er is geen sprake van een grootschalige ontwikkeling. c. op de locatie is geen sprake geweest van een sloopregeling van bedrijfsgebouwen zoals de regeling “Ruimte-voor-ruimte” of RBV; Er is geen gebruik gemaakt van RvR of RBV. d. er dient een, door de gemeente goed te keuren, bedrijfsplan te worden overlegd; Er is sprake van een bestaand bedrijf dat van Westelbeers wordt verplaatst naar de Heikant 25. Als bijlage 4 is het bedrijfsplan toegevoegd. e. het
hergebruik
moet
naar
aard
en
omvang
passen
in
de
omgeving;
De omvang qua bebouwing neemt verder af en de verkeersbewegingen nemen niet toe. De milieucategorie 2 bedrijfsactiviteit ‘bouwnijverheid / aannemersbedrijf met een oppervlakte van maximaal 1.000 m2 heeft op basis van bijlage ‘Bedrijvenlijst’ van het bestemmingsplan Buitengebied 2014 EN op basis van de richtlijn ‘Bedrijven en milieuzonering’ een afstandseis van minimaal 30 meter.
2
1
G
1
B
Figuur 17: Bedrijvenlijst
R&S ADVIES TOELICHTING BESTEMMINGSPLAN HEIKANT 25
42
LUCHT
30
BODEM
CATEGORIE
10
VISUEEL
GROOTSTE AFSTAND
10 30
VERKEER
GEVAAR
41, 42, 43 3
BOUWNIJVERHEID aannemersbedrijven met werkplaats: b.o.< 1000 m² 0
INDICES
GELUID
45
45
GEUR
45
41, 42, 43 41, 42, 43 -
AFSTANDEN IN METERS
nummer
-
OMSCHRIJVING
STOF
SBI- SBI1993 2008
f.
De afstand van gebouwen dienen, over en weer, minimaal 15 meter uit de as van de weg te worden gesitueerd. Daarnaast worden omwonenden niet belemmerd in de ontwikkelingen van onderhavig plan, aangezien er op basis van de feitelijke gebouwde situatie wordt voldaan aan de minimale afstandseis, zie ter verduidelijking het gestelde onder h. er dient te worden voldaan aan de volgende landschappelijke en ruimtelijke kwaliteitseisen: 1. Zuinig ruimtegebruik: de inrichting van het bouwvlak bevordert een gunstige verhouding tussen bruto (bestemmings- of bouwvlak) en netto (bebouwing) ruimtebeslag. De activiteiten worden geconcentreerd binnen de bestaande bebouwing op een bouwvlak van 5.000 m2. Per saldo wordt de verhouding bruto (bouwvlak) en netto (bebouwing) verbeterd door de overtollige bebouwing te slopen en het bouwvlak zodanig te verkleinen, dat er sprake is van zuinig ruimte verbruik. 2. Ontstening: met het initiatief wordt eveneens bewerkstelligd, dat overtollige bebouwing (niet zijnde cultuurhistorisch waardevol) wordt gesloopt, met dien verstande dat de oppervlakte aan bebouwing die wordt gesloopt niet minder mag bedragen dan de oppervlakte aan bebouwing die nieuw wordt gebouwd; De overtollige bebouwing (voormalige varkensstal, voorstal rundvee) wordt gesloopt. Uit paragraaf 4.5 is gebleken dat de overtollige bebouwing geen culturele waardevolle aanduiding hebben. 3.
Parkeren dient binnen het bouwvlak plaats te vinden. Er is voldoende parkeergelegenheid op eigen terrein. Privé en het bedrijfsmatig deel worden afzonderlijk van elkaar ontsloten via de twee bestaande opritten. Daarnaast wordt op eigen terrein ruimte geboden voor 8 parkeervakken, zie voor verdere toelichting paragraaf 4.2. 4. Het opslaan, storten of bergen van materialen, producten en mest is niet toegestaan, behoudens voor zover zulks noodzakelijk is voor het op de bestemming gerichte gebruik en op een afstand van minimaal 15 vanuit de as van de weg. Binnen het bouwvlak wordt ruwe mest en ruwvoer opgeslagen ten dienste van het hobbymatig houden van paarden en pony’s. De ruwe mest wordt aangewend op het eigen landbouwperceel. Ter plaatse vindt er met uitsluiting van de opslag van materialen, die noodzakelijk zijn voor de uitoefening van het aannemersbedrijf, geen opslag of berging van andere materialen plaats. Door de sloop van de voorstal ende sloop van de bestaande bedrijfswoning en het herbouwen van de bedrijfswoning op een andere locatie wordt bereikt dat alle bebouwing op tenminste 15 meter, gemeten uit de as van weg, staat.
R&S ADVIES TOELICHTING BESTEMMINGSPLAN HEIKANT 25
43
g. de
cultuurhistorische
waarden
mogen
niet
onevenredig
worden
aangetast;
Uit paragraaf 4.5.3 is gebleken dat er geen cultuurhistorische waarden (gebouwen) zullen worden aangetast.
h. er vindt geen onevenredige aantasting plaats van de in geding zijnde belangen, waaronder die van omwonenden en omliggende (agrarische) bedrijven; Ten opzichte van één woonbestemming wordt niet voldaan aan de minimale afstand van 30 meter. Echter ten opzichte van de feitelijke gerealiseerde bebouwing aan de Hertgang 4 te Diessen, wordt ruimschoots voldaan aan de vereiste afstand. De afstand tussen de gevel van de bebouwing aan de Hertgang 4 en de rand van het bestemmingsvlak aan de Heikant 25 bedraagt 58 meter. Daarnaast maakt het bestemmingsplan het niet mogelijk om binnen 15 meter van de as van de weg nieuwe bebouwing op te richten, waardoor de afstandseis van 30 meter te allen tijde is gewaarborgd. (zie ter toelichting paragraaf 5.5).
i.
bij toename van verharding van meer dan 500 m2 dient aangegeven te worden hoe met water wordt omgegaan via de trits: vasthouden, bergen en afvoeren; er zal in alle gevallen minimaal waterneutraal gebouwd dienen te worden;
Figuur 18: 30 meter afstandseis
Niet van toepassing; er is enkel sprake van een afname van verharding en bebouwing, zie paragraaf 5.1.3 ter toelichting
R&S ADVIES TOELICHTING BESTEMMINGSPLAN HEIKANT 25
44
j.
de verkeersaantrekkende werking dient te zijn afgestemd op de feitelijke ontsluitingssituatie; Als gevolg van het voornemen wijzigt de ontsluiting niet. De ontsluiting op het eigen terrein wordt verbeterd. Daarnaast neemt het aantal transportbewegingen ten opzichte van de bestaande situatie af.
k. de aanduidingen 'specifieke bouwaanduiding - bestaande voorzieningen' en/of 'specifieke vorm van agrarisch - permanente teelt ondersteunende voorziening' en/of 'specifieke vorm van agrarisch - opslag ruwvoer' worden verwijderd, alsmede er is zekerstelling omtrent het verwijderen van de ter plaatse aanwezige voorzieningen. Tenzij aangetoond wordt dat deze voorzieningen tevens noodzakelijk zijn voor de nieuwe functie; Ter plaatse van de Heikant 25 is er geen sprake van bovenstaande aanduidingen. l.
de wijziging mag niet leiden tot een onevenredige aantasting van de landschappelijke, cultuurhistorische en natuurlijke waarden die de gebiedsaanduidingen, welke zijn opgenomen in artikel 29, beogen te beschermen; Enerzijds wordt de bestaande houtsingel rechts van de bestaande bebouwing gerooid. Anderzijds wordt het perceel van ca 3,65 hectare rondom voorzien van landschapselementen, zie onderstaand figuur (bijlage 17).
Figuur 19: Landschapsplan
R&S ADVIES TOELICHTING BESTEMMINGSPLAN HEIKANT 25
45
m. de regels van Artikel 4 Bedrijf worden van overeenkomstige toepassing verklaard; In de planregels behorende bij deze toelichting is aansluiting gezocht bij de regels, zoals bedoeld in artikel 4 van het vigerende bestemmingsplan. n. de goot- en bouwhoogte van de gebouwen mogen niet meer bedragen dan respectievelijk 6 m en 10 m. De bestaande gebouwen voldoen aan bovenstaande bouwregels, zie ter verduidelijking bijlage 3. 4.3.4 Herbouw van de bedrijfswoning Het bevoegd gezag kan door middel van het verlenen van een omgevingsvergunning afwijken van het bepaalde in 4.2.9 onder a en b , mits aan de volgende voorwaarden wordt voldaan: a. de bedrijfswoning wordt gesitueerd tussen de bedrijfsgebouwen en de openbare weg waarop het perceel wordt ontsloten; De bedrijfswoning zal langs de huidige bedrijfsgebouwen worden gesitueerd, de voordeur van de woning zal op gepaste afstand van de openbare weg komen te liggen(minimaal 15 tot de as van de weg). b. de nieuwe situering van de bedrijfswoning is stedenbouwkundig, verkeerskundig, landschappelijk en milieukundig aanvaardbaar, waaronder dat moet worden voldaan aan de voorkeursgrenswaarde van de Wet geluidhinder; Door het feit dat de nieuwe bedrijfswoning op minimaal 15 meter uit de as van de weg zal komen te liggen, maakt de beoogde situatie op verkeerskundig vlak een positieve ontwikkeling door.
Daarnaast zal een gedeelte van perceel(3,65 ha) landschappelijk worden ingepast, wat bijdraagt aan versterking van het landschap. Ten slotte zal het realiseren van beoogde plannen geen nadelig effect hebben op het milieukundig aspecten, zoals nadere gemotiveerd in hoofdstuk 5. c. er vindt geen onevenredige aantasting plaats van de in geding zijnde belangen, waaronder die van omwonenden en omliggende (agrarische) bedrijven; Uit paragraaf 5.5 is gebleken dat omwonenden én omliggende (agrarische) bedrijven geen nadelig effect van de beoogde plannen ondervinden. d. overtollige bebouwing wordt gesloopt binnen één jaar na gebruikname van de nieuwe bedrijfswoning, waaronder sloop van de oude bedrijfswoning. De overtollige bebouwing zal binnen één jaar geamoveerd worden.
R&S ADVIES TOELICHTING BESTEMMINGSPLAN HEIKANT 25
46
3.4.2. Beeldkwaliteitsplan Nieuwe ontwikkelingen dienen aan te sluiten bij bestaande structuren. Om deze ontwikkelingen ook in te kunnen passen, is er een Beeldkwaliteitsplan opgesteld die de landschappelijke en stedenbouwkundige kenmerken van de directe omgeving in beeld brengt. Het plangebied ligt volgens de gebiedsanalyse van de gemeente Hilvarenbeek in het gebied G3a agrarisch buitengebied, grootschalig: jong zandontginningslandschap. De kernkwaliteit die voor dit landschap kenmerkend is, zijn de grote, open akkercomplexen behorend tot de oudere ontginningen in ons land. De veelal bolle akkers liggen van oorsprong op de overgang van de hogere gronden naar de lagergelegen bospercelen. De randen van deze akkercomplexen worden veelal bepaald door een slingerende wegenpatroon waarlangs kleinschalige lintbebouwing is gevestigd. De percelen hebben een onregelmatig patroon. Aan de randen komt beplanting voor in de vorm van boselementen, weg- en erfbeplanting. De boerderijen vormen een transparant lint langs de rand van de akker met bijbehorende relatief kleine erven. Afwisselend is via doorkijkjes het achterliggende akkercomplex zichtbaar goed zichtbaar.
Het projectgebied ligt in een half open gebied met open weilanden / akkercomplexen en bebossingen aan een historisch slingerend gebiedsontsluitingsweg met links en rechts verspreid liggende voormalige agrarische bedrijven met een relatief kleine erven. Kleinschalig erf
Doorkijk over akkercomplex
Figuur 20x: Beeldkwaliteitsplan
R&S ADVIES TOELICHTING BESTEMMINGSPLAN HEIKANT 25
47
Doordat enkel sprake is van de sloop van overtollige bebouwing en de herbouw van de bedrijfswoning, doet de herbestemming van kleinschalige bedrijfsmatige activiteiten in het bestaande hoofdgebouw met behoud van de bestaande ontsluiting van het erf, in combinatie met de versterking van de landschappelijke inpassing, geen afbreuk aan de kernkwaliteiten van het gebied (verspreid liggende voormalige agrarische bedrijven met kleine erven, met behoud van doorkijken over de open akkercomplexen). Door de versterking van de landschappelijke inpassing, de sloop van vervallen oude bebouwing en het herbouwen van de bedrijfswoning, is / wordt het totale beeld van het perceel in relatie tot de omgeving enorm opgewaardeerd. Het beeldkwaliteitsplan is als bijlage 22 toegevoegd.
R&S ADVIES TOELICHTING BESTEMMINGSPLAN HEIKANT 25
48
4
Ruimtelijke aspecten
4.1
Toekomstig aanzicht
De huidige inrichting aan de Heikant 25 bestaat uit bedrijfswoning, rundveestal, varkensstal en veldschuur. In de nieuwe situatie zal de voorstal van de rundveestal en varkensstal gesloopt worden, de bedrijfswoning zal elders worden herbouwd. Het aanzicht van de rundveestal, de toekomstige bedrijfshal, zal flink verbeteren. De voorgevel wordt voorzien van potdeksel planken, alle kozijnen worden vernieuwd en de golfplaten worden vervangen door sandwich panelen. De goot- en nokhoogte zullen onveranderd blijven, respectieve 2,0 en 5,69 meter. In de nieuwe situatie zal naast de bestaande veldschuur voor de opslag van hooi/stro en trekker etc. (184 m2), de voormalige rundveestal (679 m2) aangepast en ingericht worden voor de volgende functies: a. De functie ‘bedrijf’ met de aanduiding ‘aannemersbedrijf met kantoor en werkplaats’, max. 550 m2 (milieucategorie 2); b. De functie paarden, 314 m2. De totale oppervlakte bedraagt daarmee 864 m2. Zie bijlage 3 voor een gedetailleerde uitwerking.
Figuur 21: Gevelaanzichten bedrijfsloods
R&S ADVIES TOELICHTING BESTEMMINGSPLAN HEIKANT 25
49
Figuur 22: Vooraanzicht
4.2
Verkeer en Parkeren
Als gevolg van het beoogd plan zal ontsluiting van en naar het plangebied niet wijzigen. Het parkeren wordt voorzien op eigen terrein. Volgens het parkeerbeleidsplan 2015-2020 van de gemeente Hilvarenbeek zal er op basis van het bedrijfsvloeroppervlak (bvo) een x-aantal parkeervakken aangelegd moeten worden. Binnen de verdeling van het aantal parkeervakken wordt onderscheidt gemaakt in de kantoorfunctie én de opslagfunctie, zie onderstaande tabel: Werk (per 100 m2 bvo)
Centrum
Kantoor (zonder 1,6 baliefunctie) Bedrijf, arbeidsextensief 0,4 (loods, opslag)
Rest kom 2,3
bebouwde Buitengebied 2,3
Aandeel bezoekers* 5%
0,8
0,8
5%
*aandeel bezoekers is al meegenomen in de parkeernormen Tabel 1: Parkeernormen – gemeente Hilvarenbeek
Volgens het parkeerbeleidsplan zal er op basis van het bedrijfsvloer oppervlak(bvo) een x-aantal parkeervakken aangelegd moeten worden. Berekening parkeervakken: Omvang kantoorfunctie Per eenheid : Totaal Norm Aantal parkeervakken Omvang opslagfunctie Per eenheid Totaal
R&S ADVIES TOELICHTING BESTEMMINGSPLAN HEIKANT 25
100 m2 100 m2 / --------------1,00 2,30 * --------------2,30 450 m2 100 m2 / --------------4,5
50
Norm Aantal parkeervakken Totaal aantal parkeervakken
0,8 * --------------3,60 5,90
Binnen de locatie Heikant 25 is voldoende ruimte aanwezig om 6 parkeervakken aan te leggen(zie bijlage 3). Verder wordt er in de planregels geborgd dat binnen het plan in totaal 6 parkeerplaatsen aanwezig moeten zijn. Voor de verwachte verkeersintensiteit wordt er verwezen naar paragraaf 5.4.2 en bijlage 15 en 16. De (privé) parkeergelegenheden betreft de woning zullen op eigen terrein worden voorzien, ten behoeve van de woning zullen er twee parkeervakken gerealiseerd worden.
4.3
Voorzieningen en verzorgingsstructuur.
Binnen het plangebied zijn geen voorzieningen aanwezig. Het plangebied is qua voorzieningen en verzorgingsstructuur gericht op de kern Diessen. De kern van Diessen beschikt over een uitgebreid voorzieningenniveau. De ontwikkeling van de bedrijfsbestemming heeft geen gevolgen voor deze voorzieningen- en verzorgingsstructuur.
4.4
Kwaliteitsverbetering landschap Hart van Brabant
In artikel 3.9 is voorgeschreven dat bij ruimtelijke ontwikkelingen buiten bestaand stedelijk gebied, de ontwikkeling gepaard gaat met een fysieke verbetering van de aanwezige of potentiële kwaliteiten van bodem, water, natuur, landschap, cultuurhistorie of van de extensieve recreatieve mogelijkheden van het gebied of de omgeving. Deze kwaliteitsverbetering dient bovendien financieel, juridisch en feitelijk te worden geborgd. De bedoelde kwaliteitsverbetering kan mede betreffen een landschappelijke inpassing, het toevoegen van landschapselementen, activiteiten gericht op behoud of herstel van cultuurhistorisch waardevolle bebouwing, het wegnemen van verharding, het slopen van bebouwing e.d. Indien de kwaliteitsverbetering niet op locatie kan worden bewerkstelligd is het ook mogelijk een passende financiële bijdrage te doen in een (gemeentelijk) landschapsfonds. In regionaal verband zijn op 10 december 2015 de ‘Werkafspraken kwaliteitsverbetering landschap Hart van Brabant, actualisering 2015’ vastgesteld, waaraan de gemeente Hilvarenbeek zich ook conformeert.
De invloed die een ruimtelijke ontwikkeling heeft op de omgeving, wordt onder meer bepaald door: • De omvang van de ontwikkeling (is daarvoor vergroting bestemmingsvlak of bouwvlak nodig); • Nieuw ruimtebeslag of wordt er gebruik gemaakt van bestaande bebouwing; • De aard van de locatie en de omgeving; • De aard van de ontwikkeling en de mogelijke hinder voor de omgeving (verkeersaantrekkende werking, geluid, milieucategorie); • Het onderscheid in een (traditioneel) gebiedseigen of gebiedsvreemde ontwikkeling; • De ‘gewenstheid’ van een ontwikkeling vanuit een (sectorale) beleidswens. De regio Hart van Brabant wil een aantrekkelijke woon- en werkomgeving bieden. Een mooi en vitaal platteland is daar een essentieel onderdeel van. Particuliere initiatieven zijn belangrijk voor de ontwikkeling van Hart van Brabant. Voor zover deze ontwikkelingen in het buitengebied mogelijk zijn, kan dat ten koste gaan van de kwaliteit van het landschap. Om de versterking van het landschap verder
R&S ADVIES TOELICHTING BESTEMMINGSPLAN HEIKANT 25
51
te versterken heeft de gemeente deze ontwikkeling vertaald in de zogenaamde ‘Kwaliteitsverbetering landschap Hart van Brabant’. Afhankelijk van de impact wordt bepaald hoe invulling wordt gegeven aan artikel 3.8 en 3.9 van de Interim omgevingsverordening Noord-Brabant. Hierin zijn drie categorieën te onderscheiden. Hierin zijn drie categorieën te onderscheiden: • Categorie 1: ruimtelijke ontwikkelingen waarvoor geen extra kwaliteitsverbetering van het landschap is vereist (geen landschappelijke inpassing en evenmin ruimtelijke kwaliteitsverbetering vereist). • Categorie 2: ruimtelijke ontwikkelingen waarop de regels inzake kwaliteitsverbetering van toepassing zijn, maar waarbij het gaat om ontwikkelingen die een (zeer) beperkte invloed op het landschap hebben (alleen landschappelijke inpassing vereist). • Categorie 3: ruimtelijke ontwikkelingen waarop de regels inzake kwaliteitsverbetering van toepassing zijn en waarbij sprake is van een (substantiële) invloed op het landschap (zowel landschappelijke inpassing als ruimtelijke kwaliteitsverbetering vereist)
Beoordeling De voorgenomen ontwikkeling aan Heikant 25 valt onder categorie 3. Hierdoor is kwaliteitsverbetering en landschappelijke inpassing verplicht. Uitgangspunt van de investering in het landschap bij een categorie 3-ontwikkeling is dat de kwaliteitsverbetering in verhouding moet zijn met de ruimtelijke ontwikkeling. Dit betekent dat de waardevermeerdering ten gevolge van de planherziening moet worden berekend, welke vervolgens wordt omgerekend naar een vereiste tegenprestatie in euro’s. Deze financiële tegenprestatie dient vervolgens omgezet te worden in een fysieke tegenprestatie. Wanneer dat niet mogelijk is kan worden volstaan met een financiële tegenprestatie, waarbij het investeringsbedrag in het gemeentelijke groenfonds wordt gestort. In het regionale afsprakenkader is opgenomen dat 20% van de waardevermeerdering ten gevolge van het plan dient te worden geïnvesteerd in de kwaliteitsverbetering van het landschap. Het plan voorziet in het omzetten van het agrarische bouwvlak van 15.000 m² met bedrijfswoning naar een recreatief bouwvlak van 5.000 m² en een deel onbebouwd bestemmingsvlak. Daarbij wordt voorzien in 1.678 m² landschappelijke inpassing en krijgt de robuuste houtsingel met solitaire bomen op de perceelsgrens een permanent karakter. Tevens is de gesloopte bebouwing meegenomen als ruimtelijke tegenprestatie.
In de berekening ‘Bestemmingswinst en Kwaliteitsverbetering van het Landschap (Lir-berekening) is de bestaande en beoogde situatie gekwantificeerd naar ruimtelijke kwaliteit. Hieruit blijkt dat in de beoogde situatie sprake is van voldoende kwaliteitsverbetering van het landschap. De enkelbestemming ‘Groen’ en een functieaanduiding voor ‘landschappelijke inpassing’ is tevens opgenomen op de planverbeelding en gekoppeld aan planregels met een voorwaardelijke verplichting waardoor de kwaliteitsverbetering en landschappelijke inpassing van het plan juridisch en feitelijk is gewaarborgd. Hierdoor wordt invulling gegeven aan artikel 3.9 van de Interim omgevingsverordening. De gemeente heeft hierin een Excel berekening opgemaakt, die dient als medium, om de bestemmingswinst en bijbehorende kwaliteitsverbetering van het landschap te berekenen.
R&S ADVIES TOELICHTING BESTEMMINGSPLAN HEIKANT 25
52
Gezien het feit dat het plan een flinke bestemmingswinst oplevert zal de initiatiefnemer aan een kwaliteitsverbetering van €49.677,- moeten voldoen. Door middel van sloop/sanering van overtollige bebouwing, landschappelijke inpassing en onderhoud landschappelijke inpassing (6 jaar), inclusief een bijdrage aan het gemeentelijk fonds kwaliteitsverbetering landschap zijnde een bedrag van €631,(figuur 21) wordt er aan de kwaliteitsverbetering voldaan. Zie bijlage 18 voor de volledige berekening.
C. Overzicht Locatie Heikant 25 Totale omvang van het plangebied: Totale bestemmingswinst Te leveren kwaliteitsverbetering van het landschap
te Baarschot 15000 m2
(percentage) (in euro's)
Minimaal door de initiatiefnemer zelf uit te voeren binnen het plan Voldoet aan de minimale eigen inspanning?
ja € 49.677
Totale kwaliteitsverbetering van het landschap Voldoet aan de totale opgave voor kwaliteitsverbetering?
nee € 631
Te storten in gemeentelijk fonds kwaliteitsverbetering landschap Figuur 23: Berekening kwaliteitsverbetering
Sloop: Door de sloop van de voorstal en varkensstal wordt er aan 669 m2 overtollige bedrijfsgebouwen gesloopt. Het saneren van asbesthoudende daken bedraagt een groter oppervlak(figuur 22), namelijk 1.632 m2. Echter alleen het oppervlak asbesthoudende daken van definitief gesloopte gebouwen mag worden meegewogen in de berekening “Kwaliteitsverbetering van het landschap”. Dit betekent dat slechts de asbestsanering van de voorstal en varkensstal (735 m²) in deze berekening is meegenomen. De aanwezige mestkelders zullen opgevuld worden met schone grond, wat goed is voor een oppervlak van 347 m2. Ter toelichting en bevestiging is de milieutekening aan bijlage 18 toegevoegd
Figuur 24: Oppervlak asbesthoudende daken
Landschappelijke inpassing:
R&S ADVIES TOELICHTING BESTEMMINGSPLAN HEIKANT 25
€ 251.542 20% € 50.308 € 25.154
53
Om het kleinschalige karakter van het plangebied te behouden wordt er aan de noordzijde van het plangebied ca. 1.670 m2 aan hakhoutsingel geplaatst (bijlage 17). Uit de STIKA brochure is gekozen voor de ‘hakhoutsingel’ (L1A), de hakhoutsingel zal 5 meter breed zijn en bestaan uit inheemse struiken. Naast de houtsingel zullen er een hoogstam-fruitbomengaard worden gerealiseerd. De onderlinge afstand tussen de fruitbomen bedraagt +/- 12 meter, doordat het totaal oppervlak fruitbomengaard op 3.975 m2 uitkomt, zullen er zo’n 20 fruitbomen worden geplant. De onder begroeiing zal bestaan uit een grazige vegetatie, waar enkele dieren zullen weiden. Daarnaast is er op de locatie direct grenzend aan de houtsingel een groenelement(bomenrij) worden voorzien. Zie bijlage 17 voor het landschapsplan. Conclusie: Ondanks het feit dat het bouwvlak met 10.000 m2 verkleind zal worden, treedt er door de bestemmingswijziging naar Bedrijf een bestemmingswinst van €251.542,- op. De initiatiefnemer zal dus een verplichte kwaliteitsverbetering uit moeten voeren. Door de sanering van bedrijfsgebouwen, landschappelijke inpassing én onderhoud van de aanwezige groenelementen wordt er voldaan aan verplichte kwaliteitsverbetering vanuit landschap Hart van Brabant(zie bijlage 18).
R&S ADVIES TOELICHTING BESTEMMINGSPLAN HEIKANT 25
54
4.5
Archeologie
4.5.1 Wet op de archeologische monumentenzorg Op 1 september 2007 is de Wet op de archeologische monumentenzorg (Wamz) van kracht geworden. In de Wamz zijn de uitgangspunten van het Verdrag van Valletta voor Nederland nader uitgewerkt. Eén van de uitgangspunten van de Wamz is dat op gemeentelijk niveau op verantwoorde wijze wordt opgegaan met het archeologisch erfgoed. De Wamz heeft dan ook een decentraal karakter en heeft gemeenten tot bevoegd gezag gemaakt wat betreft de zorg voor het archeologische bodemarchief binnen hun grondgebied. 4.5.2
Cultuur historische waardenkaart 2016 Noord-Brabant
De provincie ziet het Brabantse erfgoed als belangrijk onderdeel van haar identiteit en wil het een plaats geven in de verdere ontwikkeling van Brabant. Daarom heeft ze haar ruimtelijk erfgoed opgenomen op de Cultuurhistorische Waardenkaart (CHW). De CHW is vastgesteld in 2010 en op kleine onderdelen aangepast in de herziening 2016.
Heikant 25
Figuur 25: Cultuur historische waardenkaart 2016 - Noord-Brabant
Te concluderen valt dat de locatie niet in een cultureel waardevol gebied ligt. Hierdoor zal het realiseren van beoogde ontwikkeling, vanuit cultureel provinciaal oogpunt, niet belemmerd kunnen worden. De gemeente Hilvarenbeek heeft tevens een eigen Cultuurhistoriekaart vastgesteld van juni 2013 waarin de cultuurhistorische waarden zijn opgenomen als doel om het erfgoed een betere bescherming te kunnen geven via het bestemmingsplan en/of verordening, zoals in de Erfgoedwet staat omschreven. Bij de inventarisatie zijn niet alleen de nog zichtbare overblijfselen uit het verleden opgenomen, maar wordt vooral ook een overzicht van voormalige elementen en structuren met hun landschapsgenetische context, ongeacht de mate waarin deze thans aan de oppervlakte nog zichtbaar zijn, meegenomen. Om de relaties tussen de fysische ruimte en hetgeen in de loop van de eeuwen door de mens tot stand is gebracht te begrijpen, is verder een analyse gemaakt van zowel fysische
R&S ADVIES TOELICHTING BESTEMMINGSPLAN HEIKANT 25
55
(reliëf en bodem) als antropogene (grondgebruik, bewoning, percelering) landschapscomponenten en hun samenhang. Dit biedt de mogelijkheid om gericht waarden te beschermen, maar ook om de planvorming te adviseren over het bewaren en eventueel herstellen van cultuurhistorische waarden. Vanuit de cultuurhistorische erfgoedkaart-beleidskaart ligt Heikant 25 niet in een cultuurhistorische landschap. Het enige wat van archeologisch belang is, is de doorgaande weg(Heikant) van vóór 1840, die tegen de locatie aan ligt. De ontwikkelingen hebben echter geen betrekking op de doorgaande weg, waardoor alle cultuurhistorische waarden van de gemeente Hilvarenbeek gehandhaafd blijven.
Figuur 26: Cultuurhistorische erfgoed-beleidskaart Hilvarenbeek
Conclusie De locatie Heikant 25 is vanuit de CHW 2016 van de provincie als de cultuurhistorische erfgoedbeleidskaart Hilvarenbeek niet gelegen in een gebied dat cultuurhistorische waarden heeft, dit geldt voor zowel de bebouwing als landschap. De planontwikkeling versterkt en borgt het behoud van het kleinschalige en gevarieerde landschap.
R&S ADVIES TOELICHTING BESTEMMINGSPLAN HEIKANT 25
56
4.5.3
Archeologie
De bescherming van Archeologische verwachtingswaarden zijn enerzijds vastgelegd in het bestemmingsplan Buitengebied en zijn anderzijds beleidsmatig vastgelegd in de ‘archeologische verwachtings- en beleidskaart ‘ van de gemeente Hilvarenbeek.
Figuur 27: Archeologische aanduiding Bestemmingsplan Buitengebied 2014 Hilvarenbeek
Het plangebied is gelegen in de dubbelbestemming, Waarde – Archeologie 2. De bijbehorende regels zijn toegelicht in de planregels.
R&S ADVIES TOELICHTING BESTEMMINGSPLAN HEIKANT 25
57
Archeologische verwachtings- en beleidskaart van de gemeente Hilvarenbeek Volgens de wetgeving moet bij ruimtelijke ontwikkelingen rekening gehouden worden met eventueel aanwezige archeologische resten. De archeologische verwachtings- en beleidskaart is vastgesteld voor het gehele grondgebied van de gemeente Hilvarenbeek. Bij het (her)bestemmen van gronden kan op basis van deze kaart gemakkelijk rekening gehouden worden met archeologie. Het archeologiebeleid is vastgesteld door de gemeenteraad op 27 september 2012.
Figuur 28: Archeologische verwachtings- en beleidskaart Hilvarenbeek
Figuur 29: Legende archeologische verwachtings- en beleidskaart Hilvarenbeek
R&S ADVIES TOELICHTING BESTEMMINGSPLAN HEIKANT 25
58
Uit figuur 26 en 27 valt op te maken dat de locatie in een gebied ligt met een ‘hoge archeologische verwachting voor uitsluitend vindplaatsen van jager-verzamelaars’(categorie 5). Wanneer er archeologische vondsten worden gedaan is het bijbehorend beleidsadvies dat de gevonden objecten zoveel mogelijk blijven liggen of staan zoals ze gevonden zijn(behoud in situ). Aangezien de bedrijfswoning op de plek van de varkensstal wordt gebouwd, vinden de werkzaamheden plaats in zogenaamde ‘geroerde grond’. Volgens artikel 22.3.2, lid a, is er geen archeologisch onderzoek vereist wanneer het gaat om vervangingswerkzaamheden van bestaande bebouwing. Mede doordat de grond al geroerd/omgewoeld is. Vertaald naar huidige plangebied, zal er door het opvullen van de mestkelders er op het betreffende bestemmingsvlak geen archeologische waarden aanwezig zijn. Het verrichten van een archeologisch onderzoek is hierdoor niet vereist. Conclusie De beoogde ontwikkelingen hebben betrekking op het slopen van overtollige bedrijfsgebouwen én het herbouwen van de bedrijfswoning. Aangezien de werkzaamheden plaats vinden in geroerde grond, worden eventuele archeologische/cultuurhistorische waarden niet aangetast. De ontwikkelingen staan het behoud van Cultuurhistorische of Archeologische waarde dus niet in de weg.
R&S ADVIES TOELICHTING BESTEMMINGSPLAN HEIKANT 25
59
5.
Milieuaspecten
5.1
Water
Per 1 november 2003 is het verplicht om bij ruimtelijke ingrepen de watertoets te doorlopen. Hierin dient inzicht worden geboden in de effecten van het initiatief op de waterhuishouding. In het kader van de watertoets dient de gemeente wateradvies in te winnen bij de waterbeheerder. De gemeente en het waterschap kunnen praktische afspraken maken over de wijze waarop het aspect water in het ruimtelijk plan is opgenomen.
5.1.1 Beleidskader Waterbeheerprogramma 2022-2027 Water als basis voor een toekomstbestendige leefomgeving. Het water- en bodemsysteem is onontbeerlijk voor een gezonde en leefbare ruimtelijke inrichting van Noord-Brabant. Meer dan ooit is het belangrijk om rekening te houden met het concept van de lagenbenadering om een toekomstbestendige leefomgeving te waarborgen. Door klimaatverandering en ruimtelijke druk, staat immers de veerkracht van het water en bodemsysteem onder druk. De lagenbenadering beschrijft de ruimte in drie lagen. De eerste laag bestaat uit de fysieke ondergrond, het water- en bodemsysteem. De tweede laag bevat netwerken van infrastructuur met onder meer wegen, spoorlijnen en waterwegen. Tot slot de derde laag met de menselijke activiteiten zoals wonen, werken en recreëren en de fysieke neerslag daarvan. Ruimtelijke planning en gebiedsontwikkeling is een proces waarin continu keuzes worden gemaakt. De lagenbenadering helpt in dit keuze- en afwegingsproces en dient als kwaliteitskader voor alle (ruimtelijke) plannen. Elke laag draagt bij aan de ontwikkeling. De lagenbenadering betekent wel dat een onderliggende laag voorwaarden stelt aan andere lagen. Zeker vanuit een perspectief van duurzame ontwikkeling zijn veerkracht en omkeerbaarheid van ingrepen belangrijke gegevenheden.
Met het Waterbeheerprogramma 2022-2027 start Waterschap De Dommel met de ‘watertransitie’; op weg naar een toekomstbestendige waterhuishouding. Uiterlijk in 2050 is de waterhuishouding in ons hele beheergebied toekomstbestendig. Dit betekent een waterhuishouding die in een goede waterkwaliteit voorziet. En een waterhuishouding die robuust, wendbaar en in balans is met de omgeving. Zowel in het bebouwde als het landelijke gebied en van de beekdalen tot en met de hoge zandruggen. Het grond- en oppervlaktewatersysteem kan de grotere weersextremen opvangen door maximaal gebruik te maken van de dempende sponswerking van de bodem/ondergrond en de natuurlijke hoogteverschillen voor het vasthouden van water. We hanteren drie principes die inhoudelijke sturing geven aan de watertransitie: • Elke druppel vasthouden en infiltreren waar deze valt • Functies passen zich aan het bodem- en watersysteem aan • Wat schoon is moet schoon blijven We moeten ons, nog meer dan voorheen, aanpassen aan de veranderende leefomgeving en op zoek gaan naar nieuwe oplossingen en antwoorden. Juist de voor Midden-Brabant zo karakteristieke verwevenheid van bebouwing, landbouw en natuur is een kans om de wateropgaven slim in te passen. Dit vereist een integrale, gebiedsgerichte aanpak samen met alle partijen.
Een gebiedsgerichte aanpak is alleen succesvol als naast de wateropgaven ook de opgaven vanuit natuur, stikstof, economie, landbouwtransitie, energietransitie, biodiversiteit, mobiliteit en woningbouw onderdeel van de
R&S ADVIES TOELICHTING BESTEMMINGSPLAN HEIKANT 25
60
aanpak zijn. Niet sectoraal, maar integraal. Alleen dan gaan we oplossingen vinden voor een leefbaar Midden-Brabant met een duurzaam en toekomstbestendig watersysteem dat goed is voor inwoners, bedrijven, landbouw en natuur. De grote uitdaging is dit te gaan bereiken. Meer dan voorheen gaan we daarbij: ▪ Van beekdalgericht naar gebiedsgericht; onze aandacht gaat naast het beekdal ook uit naar de flanken, de hoge zandruggen en bebouwd gebied. ▪ Van sectoraal naar integraal; samen met overheden en gebiedspartners maken we keuzes over meerdere opgaven in een gebied. ▪ Van water afvoeren naar elke druppel telt; maximaal water conserveren, minder grondwater gebruiken en slimmer sturen.
5.1.2 Keur Waterschap De Dommel 2021 In de 'Keur Waterschap De Dommel 1 april 2021' staan regels (met name geboden en verboden) die het waterschap hanteert bij de bescherming van waterkeringen, watergangen en bijbehorende kunstwerken. Ook zijn er regels voor het onderhoud van sloten, beken en andere waterlopen om de waterafvoer in dit oppervlaktewater te waarborgen. Daarnaast kent de Keur beleidsregels voor het beschermen van bepaalde deelgebieden met elk een eigen beschermingsbeleid. Het gaat hierbij om beschermde gebieden waterhuishouding, beekdalen en attentiegebieden. Met deze beleidsregels wordt aangegeven op welke wijze gebiedsgericht wordt omgegaan met waterbelangen. Realisatie van nieuw verhard oppervlak vanaf 500 m² en het afkoppelen van verhard oppervlak moet op grond van de keur hydrologisch neutraal worden uitgevoerd en optimaal worden ingepast in het bestaande watersysteem. De aanvrager/initiatiefnemer moet daarom voldoende compenserende maatregelen nemen, zodat het oppervlaktewatersysteem na realisatie van de verharding voldoende robuust blijft. Uitgangspunt hierbij vormt de voorkeurstrits “vasthouden-bergen-afvoeren”. Vasthouden kan door hergebruik of door het infiltreren van water in de bodem. In geval niet of onvoldoende kan worden geïnfiltreerd is een aanvullende voorziening noodzakelijk die het water tijdelijk bergt.
De gemeente heeft als aanscherping op de Keur wat betreft het compenseren van waterberging in haar Hemel- en Grondwaterbeleid, bijlage RWP 2022-2026) gesteld dat vanaf 250 m² bij nieuw- of herbouw behoort te worden gecompenseerd.
5.1.3 Huidige waterhuishoudkundige situatie Ligging en gebruik Het plangebied is gelegen in het landelijk gebied van de gemeente Hilvarenbeek en maakt onderdeel uit van het agrarisch gebied. De omgeving is landelijk. Bodem en grondwater De bodem in het plangebied bestaat uit voedsel arm en vochtig tot droge zandgrond. De grondwaterstanden zijn voor het plangebied globaal als volgt: • Gemiddeld Hoogste Grondwaterstand 60 - 100 cm-mv • Gemiddelde Voorjaarsgrondwaterstand 80 – 120 cm-mv • Gemiddeld Laagste Grondwaterstand 140 – 200 cm-mv • Grondwatertrap VI & VII
R&S ADVIES TOELICHTING BESTEMMINGSPLAN HEIKANT 25
61
Op basis van bodemgesteldheid en grondwaterstanden kan worden geconcludeerd dat de locatie geschikt is voor het infiltreren van het hemelwater afkomstig van de bedrijfsgebouwen. Ten opzichte van de bestaande situatie vindt er sloop van overtollige bedrijfsgebouwen en vervangende nieuwebouw van de bedrijfswoning plaats. Voor de afvoer van het hemelwater wordt zo veel als mogelijk op het eigen terrein geïnfiltreerd. Grondwaterbescherming Het plangebied is niet gelegen in een waterwingebied, grondwaterbeschermingsgebied of een boringsvrije zone, zoals deze zijn vastgelegd in de Provinciale Milieuverordening (PMV) van de provincie Noord-Brabant. Oppervlaktewater De projectlocatie is omgeven door (droogvallende) kavelsloten, greppels en/of waterlopen. Riolering De bedrijfswoning is aangesloten op de bestaande riolering (drukriolering) van de gemeente Hilvarenbeek. Hemelwater wordt niet afgevoerd naar de riolering, de hemelwaterafvoerbuizen vloeien over het terrein waarna het de bodem kan infiltreren.
5.1.4
Water in relatie tot de beoogde ontwikkeling
Hydrologisch Neutraal ontwikkelen In het kader van ruimtelijke ontwikkelingen is een watertoets verplicht. Ruimtelijke ontwikkelingen dienen zodanig te worden vormgegeven dat er geen negatieve gevolgen ontstaan voor de plaatselijke waterhuishouding en de waterhuishouding in de omgeving. Zo mag een ruimtelijk plan niet tot een structurele verandering van de grondwaterspiegel leiden of tot een structurele toename van het afvloeiend hemelwater naar het omliggende watersysteem leiden. Ook mag de kwaliteit van gronden oppervlaktewater niet worden aangetast. Kort gezegd dient een ruimtelijke ontwikkeling zoveel mogelijk ‘hydrologisch neutraal’ te geschieden. Toename verhard oppervlak Door het amoveren van de overtollige bebouwing en het enkel terugbouwen van een bedrijfswoning(200 m2), zal er een afname van verhard oppervlak optreden. Hemel- en grondwaterbeleid Hilvarenbeek De gemeente Hilvarenbeek streeft naar een zo duurzaam mogelijke en doelmatige inzameling en afvoer van hemelwater waarbij hemelwater op een zo natuurlijk mogelijke manier wordt verwerkt. Verontreinigingen naar bodem, lucht en oppervlaktewater worden zoveel mogelijk voorkomen en wateroverlast voor burgers zoveel mogelijk beperkt. De grondwaterstanden rondom het plangebied zijn geschikt voor het infiltreren van hemelwater, op deze manier wordt hemelwater op een zo natuurlijk mogelijk manier verwerkt.
R&S ADVIES TOELICHTING BESTEMMINGSPLAN HEIKANT 25
62
De gemeente heeft als aanscherping op de Keur wat betreft het compenseren van waterberging in haar Hemel- en Grondwaterbeleid, bijlage RWP 2022-2026) gesteld dat vanaf 250 m² bij nieuw- of herbouw behoort te worden gecompenseerd. Hemelwaterafvoer Wanneer er sprake is van een toename van het verhard oppervlak zal volgens de ‘Handreiking watertoets’ onderzocht moeten worden of het noodzakelijk is om compenserende maatregelen te treffen. Volgens artikel 15.2.4 van algemene regels ‘Brabant Keur’ geldt deze maatregel alleen wanneer de toename van het verhard oppervlak boven de 500 m² is. Op basis van het gemeentelijk beleid betreft het compenseren van waterberging in haar Hemel- en Grondwaterbeleid, bijlage RWP 2022-2026), wordt gesteld dat vanaf 250 m² bij nieuw- of herbouw behoort te worden gecompenseerd. Nieuwe situatie: Nieuwe Erf- open verharding
Nieuwbouw Woning + Aanbouw en Hellingbaan parkeerkelder + 50 m² tuinverharding Figuur: nieuwe verharding Watertoets: De watertoets is uitgewerkt aan de hand van par. 4.2 uit de Hemel- en Grondwaterbeleid, bijlage RWP 2022-2026. Gerekend is met een worstcase situatie dat er 60 mm hemelwater valt. Binnen de blauwe kaders (zie bovenstaande figuur) wordt de nieuwe verharding en de bouw van de woning en aanbouw gerealiseerd. De overige bebouwing en verharding is reeds de bestaande situatie. Toename als gevolg van nieuwe verharding en bebouwing: - Erfverharding voor het bedrijfsgebouw 362 m² open verharding in de vorm van split. Deze open verharding is volledig waterdoorlatend en telt geheel als infiltrerend terrein oppervlak;