11 Bestemmingsplan Koningin Julianaweg 1 en 1B en Turkaaweg ong (05 bijlage 2 - Toelichting bestemmingsplan)
Tekst van het document
30
Bestemmingsplan ‘Koningin Julianaweg 1 en 1b en Turkaaweg ong.’ - Toelichting
d. er geen sprake is van (een aanzet voor) een stedelijke ontwikkeling behoudens in geval de locatie ligt binnen Verstedelijk afweegbaar. Met de realisatie van twee Ruimte voor Ruimte woningen vindt geen aanzet tot stedelijke ontwikkeling plaats. 2. Er is sprake van een aanzienlijke winst van de omgevingskwaliteit als per ruimte-voorruimtekavel is aangetoond dat is voldaan aan de volgende voorwaarden: a. een of meer veehouderijen gericht op het houden van varkens of pluimvee zijn in het geheel beëindigd waarbij alle bedrijfsgebouwen ten dienste van de veehouderij, niet zijnde de bedrijfswoning, zijn gesloopt; b. de onder a. bedoelde veehouderijen zijn voorafgaand aan de beëindiging gedurende een periode van drie jaar onafgebroken in bedrijf geweest; c. de onder a. bedoelde veehouderijen zijn gevestigd binnen Beperkingen veehouderij of op een locatie die vanwege omliggende waarden en functies niet geschikt is voor de uitoefening van een veehouderij; d. er tenminste 1.000 m² bedrijfsgebouwen ten dienste van de onder a. bedoelde veehouderij, niet zijnde de bedrijfswoning, zijn gesloopt met een minimum van 200 m² op iedere beëindigingslocatie veehouderij; e. de ten behoeve van de onder a.
bedoelde veehouderijen geregistreerde rechten betreffende de fosfaatproductie in een gezamenlijk omvang van tenminste 3.500 kg uit de markt zijn genomen door doorhaling van de bij de Dienst Regelingen geregistreerde rechten, waarbij per beëindigingslocatie een minimum van 700 kg aan rechten betreffende de productie va fosfaat aanwezig is; f.
de rechten, bedoeld onder e. moeten vanaf het moment van beëindiging van de bedrijfsvoering tot aan het moment van uit de markt nemen geregistreerd staan op naam van de veehouderij die is beëindigd;
g. de omgevingsvergunning milieu voor de onder a. bedoelde veehouderij op iedere beëindigingslocatie veehouderij is ingetrokken; h. een passende herbestemming is gelegd op de locatie als onder a. bedoeld die in
ieder
geval
het
houden
van
vee
en
het
bouwen
van
nieuwe
bedrijfsgebouwen uitsluit; i.
in redelijkheid niet op andere wijze is voorzien in de beëindiging van de onder a. bedoelde veehouderij. De bouwtitels Ruimte voor Ruimte worden aangekocht op de particuliere markt dan wel bij de Ontwikkelingsmaatschappij Ruimte voor Ruimte. De bouwtitels zijn geaccordeerd door de provincie Noord-Brabant, waarmee reeds is aangetoond dat is voldaan aan de hier gestelde voorwaarden.
3. In afwijking van het tweede lid kan een bestemmingsplan voorzien in een ruimte-voorruimtekavel
als
deze
wordt
ontwikkeld
door
of
vanwege
de
Ontwikkelingsmaatschappij ruimte voor ruimte gelet op de in het verleden behaalde aanzienlijke winst van omgevingskwaliteit door toepassing van de Regeling beëindiging veehouderijtakken. ONTWERP Crijns Rentmeesters bv
31
Bestemmingsplan ‘Koningin Julianaweg 1 en 1b en Turkaaweg ong.’ - Toelichting
De twee bouwtitels worden aangekocht bij de Ontwikkelingsmaatschappij dan wel op de particuliere markt. 4. Het derde lid vervalt indien uit door Gedeputeerde Staten bijgehouden gegevens blijkt dat
er
in
totaal
3.500
ruimte
voor
ruimte
kavels
door
of
vanwege
de
Ontwikkelingsmaatschappij ruimte voor ruimte zijn ontwikkeld. Deze omvang is nog niet behaald.
4.3 Gemeentelijk beleid 4.3.1
Visie Ruimte voor Ruimte
De gemeente Hilvarenbeek heeft in september 2011 de “Visie Ruimte voor Ruimte Gemeente Hilvarenbeek” opgesteld. Deze gebiedsvisie wordt gehanteerd als handreiking bij het toetsen van Ruimte voor Ruimte initiatieven binnen de gemeente Hilvarenbeek en bevat voorwaarden waaronder Ruimte voor Ruimte woningen binnen bebouwingsconcentraties kunnen worden gerealiseerd. De planlocatie Turkaaweg ong. is gelegen binnen de bebouwingsconcentratie ‘Beerseweg’. Navolgende
figuur
geeft
een
beeld
van
de
ligging
van
de
planlocatie
binnen
de
bebouwingsconcentratie ‘Beerseweg’. De planlocatie is weergegeven in de rode cirkel. Opgemerkt wordt dat het kaartbeeld een weergave betreft van de situatie ten tijde van opstelling van de gemeentelijke visie in 2011. Inmiddels is de situatie binnen de bebouwingsconcentratie gewijzigd door toevoeging van bebouwing.
Figuur 24: Uitsnede visie Ruimte voor Ruimte Gemeente Hilvarenbeek, bebouwingsconcentratie ‘Beerseweg’
In de visie is opgenomen: “De enkele agrarische erven in deze concentratie zijn fors en liggen als solitaire elementen aan de Beerseweg. De bebouwing op deze erven heeft een grove korrel. De
ONTWERP Crijns Rentmeesters bv
32
Bestemmingsplan ‘Koningin Julianaweg 1 en 1b en Turkaaweg ong.’ - Toelichting
grootschaligheid sluit aan bij het jonge ontginningenlandschap. Het breed opgezette profiel van de Beerseweg, bestaat uit een rijbaan met aan weerszijden van de weg een berm en een fietspad. De weg is aangezet met een dubbele laanbeplanting. Bebouwing langs de weg is gedeeltelijk historisch van waarde (met name de woonboerderijen cq hoofdgebouwen binnen de agrarische erven).” In de visie zijn randvoorwaarden voor de ontwikkeling van Ruimte voor Ruimte woningen opgenomen. De ontwikkeling van Ruimte voor Ruimte woningen behoort tot de mogelijkheden, rekening houdend met de volgende uitgangspunten:
behoud karakter solitaire erven; bouwen uitsluitend binnen bestaande erven, compacte uitbreiding van erven of het creëren van nieuwe erven waar mogelijk;
lintbebouwing of solitaire woningen aan het lint zijn niet passend;
royale erfbeplanting en een duidelijk gezicht naar de weg;
nieuwbouw in erfachtige opzet.
In de huidige situatie is de omgeving van de planlocatie Turkaaweg ong. reeds dichter bebouwd dan op de kaart uit de gemeentelijke visie aangeduid. Sinds vaststelling van de gemeentelijke visie in 2011 is reeds een aantal gebouwen gerealiseerd welke nog niet op deze kaart inzichtelijk zijn. De doorzichten zijn reeds belemmerd. De toevoeging van een tweetal Ruimte voor Ruimte kavels binnen de planlocatie leidt dan ook niet tot een verdere belemmering van het doorzicht. Inpassing van de Ruimte voor Ruimte woningen ter plaatse is een passende ontwikkeling binnen de bebouwingsconcentratie. In aanvulling op dit beleid geldt er sinds 2019 een inspanningsverplichting vanuit de gemeente dat bij Ruimte voor Ruimte wordt gezorgd voor een optimale kwaliteitsverbetering. Een extra inspanning dient te worden geleverd binnen de gemeente Hilvarenbeek. De Ruimte voor Ruimte kavels aan Turkaaweg worden landschappelijk goed ingepast. Daarnaast wordt aan Koningin Julianaweg 1b een extra kwaliteitsslag behaald door de forse landschappelijke inpassing in het noorden van die planlocatie. Over een breedte van 10 meter wordt de locatie afgewaardeerd naar groenbestemming, waarmee een natuurlijke buffer ontstaat tussen Koningin Julianaweg 1 en 1b. Afspraken hierover worden vastgelegd in de regels en verbeelding van onderhavig bestemmingsplan en tussen initiatiefnemer en de gemeente Hilvarenbeek.
4.3.2
Structuurvisie Buitengebied Hilvarenbeek
4.3.2.1 Inleiding De Structuurvisie Buitengebied Hilvarenbeek uit 2014 heeft betrekking op het buitengebied van de gemeente (voor zover gelegen buiten de begrenzing van stedelijk gebied conform de provinciale begrenzingen voor het stedelijke gebied) en bevat een toetsingskader voor gewenste ontwikkelingen. De structuurvisie bevat geen nieuw beleid maar wel een aantal benodigde aanvullingen op of detailleringen van het bestaande beleid. Het doel van vaststelling van de structuurvisie Buitengebied Hilvarenbeek is om met deze visie te beschikken over een eenduidig kader voor ontwikkelingen en tegenprestaties, zoals die in het bestemmingsplan buitengebied zijn vertaald in ontwikkelingsmogelijkheden. Bij de toepassing van
ONTWERP Crijns Rentmeesters bv
33
Bestemmingsplan ‘Koningin Julianaweg 1 en 1b en Turkaaweg ong.’ - Toelichting
een binnenplanse wijziging of omgevingsvergunning kan dan getoetst worden aan de zorgplicht en kwaliteitsverbetering omdat in de structuurvisie wordt voorzien in een objectieve en door de provincie reeds getoetste beleidslijn. Daarnaast kan de Structuurvisie als toetsinstrument worden ingezet bij buitenplanse ontwikkelingen, die ook dan objectiveerbaar worden getoetst op de invulling van de zorgplicht en ruimtelijke kwaliteitsverbetering. Het realiseren van ruimtelijke kwaliteit en de uitwerking hiervan is opgenomen in de Structuurvisie Buitengebied Hilvarenbeek. De gemeente Hilvarenbeek vereist dat elke ruimtelijke ontwikkeling die een wezenlijk ruimtelijk effect heeft op de omgeving gepaard moet gaan met kwaliteitsverbetering van het landschap. Ten aanzien van ontwikkelingen in het buitengebied is het belangrijk om eerst te kijken naar de impact van de ruimtelijke ontwikkeling op de omgeving. Deze is bepalend voor de wijze en mate van de tegenprestatie die gevraagd wordt voor de kwaliteitsverbetering van het landschap. Die impact wordt onder meer bepaald door:
de omvang van de ontwikkeling (is daarvoor wel of geen substantiële vergroting van een bestemmingsvlak of bouwvlak of bouwvolume nodig);
is er sprake van nieuw ruimtebeslag of wordt er gebruik gemaakt van bestaande terreininrichtingen of bebouwing; de aard van de locatie en de omgeving; de aard van de ontwikkeling en de mogelijke hinder voor de omgeving (zoals verkeersaantrekkende werking, geluid, milieucategorie, beperking gebruiksruimte);
betreft het een (traditioneel) gebiedseigen of gebiedsvreemde ontwikkeling;
de ‘gewenstheid’ van een ontwikkeling vanuit een (sectorale) beleidswens.
Rekening houdend met deze impact op de omgeving worden drie categorieën van ruimtelijke ontwikkelingen (met de bijbehorende kwaliteitsverbetering) onderscheiden:
Categorie 1: geen tegenprestatie. Dit betreft ruimtelijke ontwikkelingen die bij recht in het bestemmingsplan worden toegestaan en derhalve geen (extra) kwaliteitsverbetering van het landschap vereisen.
Categorie 2: de basisinspanning. Dit betreft ruimtelijke ontwikkelingen die beperkte kwaliteitsverbetering van het landschap vereisen, waarbij de kwaliteitsverbetering wordt gerealiseerd door onder andere te voorzien in een goede landschappelijke inpassing op eigen erf en/of direct aansluitend aan eigen erf en een goede milieukundige en duurzame terreininvulling;
Categorie 3: de basisinspanning-plus. Dit betreft ruimtelijke ontwikkelingen waarbij de basisinspanning voor kwaliteitsverbetering wordt verplicht, maar waarbij deze tot onvoldoende kwaliteitsverbetering
leidt.
Hierbij
dient
bovenop
de
basisinspanning
ook
een
kwaliteitstoevoeging buiten het eigen erf plaats te vinden, al dan niet genormeerd in euro’s (op basis van forfaitaire bedragen). De gemeente heeft voor categorie-2 ontwikkelingen de navolgende kwaliteitseisen gesteld. A. Landschappelijk/ruimtelijke kwaliteitseisen:
Binnen bestemmingsvlak of agrarisch bouwvlak: er dient sprake te zijn van landschappelijke inpassing.
Binnen
de
begrenzingen
van
de
bebouwingsconcentraties:
de
specifiek
voor
de
bebouwingsconcentratie geldende waarden moeten op een goede wijze te worden ingepast dan wel gehandhaafd blijven. ONTWERP Crijns Rentmeesters bv
34
Bestemmingsplan ‘Koningin Julianaweg 1 en 1b en Turkaaweg ong.’ - Toelichting
Indien er sprake is van uitbreiding van een bouwvlak voor een intensieve veehouderijbedrijf: tenminste 10% van het bouwvlak wordt goed landschappelijk ingepast.
Verkaveling: aansluiten bij bestaand verkavelingspatroon zowel bij de erfinrichting als de situering van de gebouwen.
Zuinig ruimtegebruik: de inrichting van het bouwvlak bevordert een gunstige verhouding tussen bruto (bestemmings- of bouwvlak) en netto (bebouwing) ruimtebeslag.
Ontstening: bewerkstellingen dat overtollige bebouwing, niet zijnde cultuurhistorisch en/of bouwkundig waardevol, wordt gesloopt.
Bebouwing: de bebouwing is passend bij de omgeving (hoogte, massa en architectonische kwaliteit).
Parkeren dient op eigen erf plaats te vinden.
Effecten op omgeving
De landschappelijke inpassing wordt voor wat betreft vormgeving en inpassing optimaal afgestemd
op
bestaande
dan
wel
nog
te
ontwikkelen
ruimtelijke,
natuurlijke
en
cultuurhistorische landschapskwaliteiten.
Er mag geen aantasting zijn van waardevolle landschapselementen zoals: lanen, bolle akkers/ steilranden (waardevol reliëf) en onverharde wegen.
Openheid: bestaande waardevolle zichtlijnen dienen te worden gehandhaafd; bij ontwikkelingen worden zichtlijnen gecreëerd, bijvoorbeeld naar beekdalen; niet alles wordt verdicht.
Natuurwaarden: voorkomen van aantasting van de in de nabijheid gelegen natuurgebieden.
Zandwegen dienen als zodanig behouden te blijven.
Het woon- en leefklimaat in de omgeving mag niet onevenredig worden aangetast.
Verkeer: De verkeersontsluiting dient voldoende capaciteit te bieden, met name bij functieverandering naar bedrijvigheid.
B. Cultuurhistorische en archeologische aspecten: het initiatief mag niet leiden tot aantasting van eventueel aanwezige cultuurhistorische of archeologische waarden. C. Waterhuishouding; Bij toename van bebouwing of verharding dient aangegeven te worden hoe met water wordt omgegaan via de trits: vasthouden, bergen en afvoeren; er zal in alle gevallen minimaal waterneutraal gebouwd dienen te worden. Nagegaan wordt of bestaande bebouwing en verharding, voor zover deze is aangekoppeld aan een riool of ander watersysteem, kan worden afgekoppeld. D. Planologische aspecten: het initiatief dient aan te sluiten bij de Interim omgevingsverordening Noord-Brabant. Bij bedrijfsontwikkeling dient een door de gemeente goedgekeurd bedrijfsplan te worden opgesteld. E. Milieuaspecten: de milieukundige aspecten vormen een belangrijk toetsingskader maar zijn niet direct onderdeel van de ruimtelijke kwaliteitsafweging. In afwijking op de regels voor kwaliteitverbetering van het landschap is een uitwerking van de regels voor kwaliteitverbetering niet van toepassing bij toepassing van de regeling Ruimte voor Ruimte. De verbetering van de ruimtelijke kwaliteit wordt door de provincie geborgd door de voorwaarden die ONTWERP Crijns Rentmeesters bv
35
Bestemmingsplan ‘Koningin Julianaweg 1 en 1b en Turkaaweg ong.’ - Toelichting
verbonden zijn aan het verkrijgen van een bouwtitel. Vanaf 30 gerealiseerde bouwtitels betaalt de provincie per gerealiseerde extra titel een bonus uit aan een gemeente. Aangezien deze titels met nieuwe woningen voor extra verstening van het buitengebied zorgen, is het wenselijk de teruggave van de gelden van de provincie te besteden aan de verbetering van het buitengebied. Deze gelden worden daarom in een bestemmingsreserve voor ‘ruimtelijke kwaliteitsverbetering van het buitengebied’ opgenomen. Deze reserve wordt aangewend voor diverse, door de gemeente aangestuurde, uitvoeringsprojecten ter verbetering van de ruimtelijke kwaliteit van het buitengebied.
4.3.2.2 Koningin Julianaweg 1 Door sanering van de intensieve veehouderij aan Koningin Julianaweg 1b kan de aanduiding ‘geen erf’ aan Koningin Julianaweg 1 komen te vervallen. Feitelijk vinden ter plaatse geen wijzigingen plaats, anders dan enkel het feit dat de gehele locatie kan worden gebruikt als zijnde ‘erf’. Ter plaatse wordt geen tegenprestatie vereist.
4.3.2.3 Koningin Julianaweg 1b De voormalige agrarische bedrijfslocatie Koningin Julianaweg 1b wordt herbestemd naar agrarisch verwant bedrijf. Overtollige bebouwing over een oppervlakte van circa 500 m² wordt gesloopt en een passende herbestemming wordt gegeven aan de voormalige agrarische bedrijfslocatie. De beoogde bedrijfsactiviteit past binnen de omgeving, waarbinnen reeds sprake is van een transformatie van agrarisch naar niet-agrarisch, veelal wel met een agrarische binding. Door doorhaling van de dierrechten en intrekking van de milieuvergunning zal sprake zijn van een aanzienlijke verbetering van het woon- en leefklimaat in de omgeving. Door de passende herbestemming en sloop van overtollige bebouwing wordt verloedering ter plaatse voorkomen. De impact ter plaatse zal derhalve positief zijn. Sprake is van een categorie 2-ontwikkeling. Hiervoor geldt een basisinspanning. De planlocatie dient landschappelijk te worden ingepast, wat voor wat betreft vormgeving en inpassing op de omgeving moet worden afgestemd. Sprake dient ook te zijn van zorgvuldig ruimtegebruik en overtollige bebouwing dient te worden gesloopt. Verder mag het woon- en leefklimaat in de omgeving niet worden aangetast. Met de beoogde herontwikkeling wordt voldaan aan de genoemde voorwaarden. Overtollige bebouwing wordt gesloopt. De planlocatie wordt verder landschappelijk ingepast.
Het woon- en leefklimaat zal met de sanering van de intensieve veehouderij aanzienlijk verbeteren.
4.3.2.4 Turkaaweg ong. Aan Turkaaweg ong. wordt een tweetal Ruimte voor Ruimte kavels gerealiseerd. Hiertoe wordt geen tegenprestatie vereist. Aan de toekenning van de kavels is namelijk reeds sanering van de intensieve veehouderij voorafgegaan. De bouwtitels Ruimte voor Ruimte zijn echter mogelijk niet afkomstig van binnen de gemeente Hilvarenbeek. Derhalve wordt een extra kwaliteitsverbetering verwacht ter plaatse, of elders binnen de gemeente. Om die reden wordt aan Koningin Julianaweg 1b een extra kwaliteitsslag behaald door de forse landschappelijke inpassing in het noorden van die planlocatie. Over een breedte van 10 meter wordt de locatie afgewaardeerd naar groenbestemming, waarmee een natuurlijke buffer ontstaat tussen Koningin Julianaweg 1 en 1b. Afspraken hierover worden vastgelegd in de regels en verbeelding van onderhavig bestemmingsplan en tussen initiatiefnemer en de gemeente Hilvarenbeek.
ONTWERP Crijns Rentmeesters bv
36
Bestemmingsplan ‘Koningin Julianaweg 1 en 1b en Turkaaweg ong.’ - Toelichting
4.3.3
Strategie vitalisering buitengebied, niet agrarische functies
De gemeente Hilvarenbeek heeft op 11 juni 2020 de ‘Strategie vitalisering buitengebied’ vastgesteld. In deze strategie wordt omschreven welke ruimte en mogelijkheden de gemeente voor nieuwe functies biedt en welke voorwaarden zij hieraan verbindt. Als een concrete nieuwe ontwikkeling niet toegestaan kan worden op basis van het geldende bestemmingsplan, dan wordt bekeken of de ontwikkeling past binnen de (ruimere) kaders van deze strategie. De ‘Strategie vitalisering buitengebied. Niet agrarische functies’ biedt een beleidskader voor nieuwe ruimtelijke ontwikkelingen in het buitengebied van de gemeente Hilvarenbeek. Initiatieven die niet binnen het geldende bestemmingsplan passen, maar wel leiden tot een positieve bijdrage aan de kwaliteit van de leefomgeving binnen de gemeente Hilvarenbeek kunnen mogelijk worden gemaakt. De visie gaat specifiek over niet-agrarische ontwikkelingen, bijvoorbeeld een vrijkomende agrarische locatie, zoals een Ruimte voor Ruimte woning, maar ook ontwikkeling van een al bestaande nietagrarische functie. Het uitgangspunt van de visie is dat veel mogelijk is, maar dat alle ontwikkelingen een bijdrage moeten leveren aan de kwaliteit van het buitengebied bijvoorbeeld door aanleg van nieuwe natuur of door sloop van gebouwen of een andere vorm van kwaliteitsverbetering.
Een initiatiefnemer moet zelf motiveren waarom zijn ontwikkeling goed is voor de omgeving. En wat hij bijdraagt aan toegevoegde waarde voor de omgeving. Met onderhavig bestemmingsplan wordt de intensieve veehouderij aan Koningin Julianaweg 1b te Haghorst gesaneerd en herbestemd naar agrarisch verwant bedrijf. Het beoogde agrarisch verwant bedrijf past in de omgeving, zijnde het voormalige landbouwontwikkelingsgebied waar thans sprake is van een transformatie. Overtollige bebouwing wordt gesloopt en de milieuvergunning wordt ingetrokken, met sanering van de milieucontour van dien. Door sloop van overtollige bebouwing en de passende herbestemming van de voormalige agrarische bedrijfslocatie wordt verloedering in het buitengebied tegengegaan. De beoogde herontwikkeling past binnen de Strategie vitalisering buitengebied. Met onderhavig bestemmingsplan wordt tevens een tweetal Ruimte voor Ruimte woningen gerealiseerd aan Turkaaweg ong. te Diessen, binnen de bebouwingsconcentratie ‘Beerseweg’. Twee door de provincie geaccordeerde bouwtitels Ruimte voor Ruimte zullen worden aangekocht. De planlocatie aan Turkaaweg zal ook landschappelijke worden ingepast, passend in de omgeving. In samenhang met de beoogde Ruimte voor Ruimte ontwikkeling aan Turkaaweg ong. wordt aan Koningin Julianaweg 1b een extra inspanning verricht in de vorm van de aanleg van landschapselementen.
De groene buffer tussen Koningin Julianaweg 1 en 1b wordt verankerd met de bestemming ‘Groen’. De gronden aldaar worden dan ook afgewaardeerd van agrarisch bouwvlak naar een groenbestemming.
ONTWERP Crijns Rentmeesters bv
37
Bestemmingsplan ‘Koningin Julianaweg 1 en 1b en Turkaaweg ong.’ - Toelichting
5. MILIEU- EN PLANOLOGISCHE ASPECTEN 5.1 Bodemkwaliteit Voorafgaand aan het volgen van een ruimtelijke procedure dient te worden nagegaan of de aanwezige bodemkwaliteit past bij het huidige of toekomstige gebruik. Het belangrijkste uitgangspunt hierbij is dat eventueel aanwezige bodemverontreinigingen geen onaanvaardbare risico’s opleveren voor de gebruikers van de bodem en dat de bodemkwaliteit niet verslechtert door grondverzet. De bestaande (woon)functies ter plaatse van de planlocaties Koningin Julianaweg 1 en 1b zullen niet wijzigen. Een bodemonderzoek wordt aldaar dan ook niet noodzakelijk geacht. Wel zal na gedeeltelijke sloop van de stal aan Koningin Julianaweg 1b dienen te worden aangetoond dat de sloop heeft plaatsgevonden door een gecertificeerd bedrijf en zullen foto’s worden genomen van het maaiveld tijdens en na de sloop. Aan Turkaaweg ong. wordt een tweetal Ruimte voor Ruimte woningen voorzien. Ter plaatse wordt is dan ook een verkennend bodemonderzoek uitgevoerd. Navolgende conclusies en aanbevelingen komen hieruit voort: “In het kader van de Wet bodembescherming zijn geen aanvullende procedures noodzakelijk. Op basis van de bevindingen uit onderhavig bodemonderzoek zijn er, ons inziens,
vanuit
milieuhygiënisch
oogpunt
derhalve
geen
belemmeringen
c.q.
beperkingen voor de voorgenomen ontwikkeling ter plaatse van de onderzoekslocatie.” De
onderzoeksrapportage
(Verkennend
bodemonderzoek
Turkaaweg
Diessen,
Lankelma
Geotechniek Zuid BV, rapportnummer 2102251, d.d. 14 oktober 2021) is als bijlage bij onderhavige toelichting gevoegd.
5.2 Watertoets 5.2.1
Inleiding
De watertoets is het hele proces van vroegtijdig informeren, adviseren, afstemmen, afwegen en uiteindelijk beoordelen van waterhuishoudkundige aspecten in ruimtelijke plannen en besluiten. Het doel van de watertoets is dat de waterbelangen evenwichtig worden meegenomen bij de totstandkoming van een plan. De watertoets verplicht tot het opnemen van een beschrijving van de wijze waarop rekening is gehouden met de gevolgen van een plan voor de waterhuishouding, in de toelichting van alle ruimtelijke plannen. Deze beschrijving is opgenomen in de waterparagraaf. Het plangebied is gelegen in het beheergebied van Waterschap De Dommel.
ONTWERP Crijns Rentmeesters bv
38
Bestemmingsplan ‘Koningin Julianaweg 1 en 1b en Turkaaweg ong.’ - Toelichting
5.2.2
Beleid
5.2.2.1 Waterbeheerplan 2022-2027 Met het Waterbeheerprogramma 2022-2027 start Waterschap De Dommel met de watertransitie met als doel een toekomstbestendige waterhuishouding in 2050. Dit betekent een waterhuishouding die in een goede waterkwaliteit voorziet. En een waterhuishouding die robuust, wendbaar en in balans is met de omgeving. Zowel in het bebouwde als het landelijke gebied en van de beekdalen tot en met de hoge zandruggen. Het grond- en oppervlaktewatersysteem kan de grotere weersextremen opvangen door maximaal gebruik te maken van de dempende sponswerking van de bodem/ondergrond en de natuurlijke hoogteverschillen voor het vasthouden van water. Hierbij ligt in tegenstelling tot eerder beleid met name de nadruk op de volgende focuspunten:
-
van beekdalgericht naar gebiedsgericht: de aandacht gaat naast het beekdal ook uit naar de flanken, de hoge zandruggen en bebouwd gebied;
-
van sectoraal naar integraal; samen met overheden en gebiedspartners worden keuzes gemaakt over meerdere opgaven in een gebied;
-
van water afvoeren naar elke druppel telt; maximaal water conserveren, minder grondwater gebruiken en slimmer sturen.
5.2.2.2 Keur Waterschap De Dommel 2015 Voor waterhuishoudkundige ingrepen in het plangebied is de ‘Keur Waterschap De Dommel 2015’ van toepassing. De Keur is een waterschapsverordening die gebods- en verbodsbepalingen bevat met betrekking tot ingrepen die consequenties hebben voor de waterhuishouding en het waterbeheer. Op grond van de Keur is het onder andere verboden om handelingen te verrichten waardoor het onderhoud, aanvoer, afvoer en/of berging van water kan worden belemmerd, zonder een ontheffing van het waterschap. Noch de planlocaties aan Koningin Julianaweg noch de planlocatie aan Turkaaweg ong. is gelegen binnen een beschermd gebied of een attentiegebied.
5.2.2.3 Beleidsregel Hydrologische uitgangspunten bij de Keurregels voor afvoeren van hemelwater, Brabantse waterschappen De drie Brabantse waterschappen, Aa en Maas, De Dommel en Brabantse Delta hanteren sinds 1 maart 2015 dezelfde (beleids)uitgangspunten voor het beoordelen van plannen waarbij het verhard oppervlak
toeneemt. Deze (beleids)uitgangspunten zijn geformuleerd in de ‘Beleidsregel
Hydrologische uitgangspunten bij de Keurregels voor afvoeren van hemelwater, Brabantse waterschappen’. Bij een toename en afkoppelen van het verhard oppervlak geldt het uitgangspunt dat plannen zoveel mogelijk hydrologisch neutraal worden uitgevoerd. De waterschappen maken bij het beoordelen van plannen met een toegenomen verhard oppervlak onderscheid tussen grote en kleine plannen. Hoewel er relatief veel kleine plannen zijn veroorzaken deze op deelstroomgebiedsniveau nauwelijks een toename van de maatgevende afvoer. Het waterschap maakt grofweg onderscheid in projecten met een toename van verhard oppervlak van maximaal 500 m², 500 m² - 10.000 m² en meer dan 10.000 m². Ter plaatse van de planlocatie Koningin Julianaweg 1b wordt circa 500 m² aan stallen gesloopt. Het oppervlak verharding zal ter plaatse aanzienlijk afnemen. Andersom wordt aan Turkaaweg ong. een ONTWERP Crijns Rentmeesters bv
39
Bestemmingsplan ‘Koningin Julianaweg 1 en 1b en Turkaaweg ong.’ - Toelichting
tweetal Ruimte voor Ruimte woningen gerealiseerd. Tezamen zal hiermee de oppervlakte verharding toenemen met meer dan 500 m², maar minder dan 10.000 m². Voorzien dient te worden in een infiltratievoorziening waarbij het hemelwater dat valt op het extra verhard oppervlak kan infiltreren. Voor een toename van verhard oppervlak tussen de 500 m² en 10.000 m² wordt de vereiste compensatie berekend door de toename van het verhard oppervlak (m²) te vermenigvuldigen met een waterschijf van 60 mm (0,06 m).
5.2.2.4 Verbreed Gemeentelijk Rioleringsplan 2017-2021 Het waterbeleid van de gemeente Hilvarenbeek is vastgelegd in het ‘Verbreed Gemeentelijk RioleringsPlan (vGRP) 2017-2021’ en het hemel- en grondwaterbeleid Hilvarenbeek dat als bijlage 1 bij dit vGRP is bijgevoegd. In het vGRP is schoon water schoon houden één van de belangrijkste pijlers binnen het hemelwaterbeleid. Het vertrekpunt in nieuwe situaties is het principe dat stedelijk afval- en hemelwater gescheiden worden ingezameld en dus niet wordt aangekoppeld. Voor de hemelwaterafvoer van particuliere verhardingen met meer dan 250 m² nieuw verhard oppervlak is het uitgangspunt dat deze op eigen terrein wordt verwerkt met een mogelijkheid tot overloop naar een laagte, een gemengd riool, een regenwaterriool of een watergang zodat er bij overbelasting geen problemen ontstaan. De gemeente Hilvarenbeek gaat hiermee verder dan het beleid van het waterschap. Voor de hemelwaterafvoer van particuliere verhardingen met meer dan 250 m² nieuw verhard oppervlak is uitgangspunt dat deze op eigen terrein wordt verwerkt met een mogelijkheid tot overloop naar een laagte, een gemengd riool, een regenwaterriool of een watergang zodat er bij overbelasting
geen
problemen
ontstaan.
Ten
aanzien
van
dimensionering
van
de
hemelwatervoorzieningen geldt de navolgende dimensionering bij een toename van het verhard oppervlak van meer dan 250 m²:
-
Eis hemelwaterafvoer: bui 10 (T=10); Ontwerp compensatieberging: minimaal 30 mm op basis van de themakaart Keur; Lediging: lediging van de voorziening in circa 24 uur.
Als gevolg van de beoogde herontwikkeling neemt het oppervlakte verharding ter plaatse van de planlocatie Turkaaweg ong. toe met meer dan 250 m². In de hieropvolgende waterparagraaf wordt nader aandacht besteed aan de invulling van hemelwaterberging. Aan Koningin Julianaweg 1b neemt de oppervlakte verharding af en aan Koningin Julianaweg 1 wijzigt er niets aan de feitelijke situatie. Geen compensatie wordt vereist. Deze twee planlocaties komen dan ook niet nader aan bod in de navolgende waterparagraaf.
5.2.3
Waterparagraaf
5.2.3.1 Bodem Ter plaatse van de planlocatie Turkaaweg ong. te Diessen is sprake van eerdgronden. De grond is voedselrijk en vochtig tot droog. Het maaiveld op het noordelijke perceel ligt op circa 15,37 meter boven NAP. Het maaiveld van het zuidelijke perceel ligt op circa 15,47 meter boven NAP.
ONTWERP Crijns Rentmeesters bv
40
Bestemmingsplan ‘Koningin Julianaweg 1 en 1b en Turkaaweg ong.’ - Toelichting
5.2.3.2 Grondwater Binnen de planlocatie vindt geen grondwateronttrekking plaats. De Gemiddelde Hoogste Grondwaterstand (GHG) ter plaatse van de planlocatie bedraagt grotendeels 40-60 centimeter beneden maaiveld en voor het meest westelijke deel 60-80 centimeter beneden maaiveld. Navolgende figuur geeft een uitsnede weer van de provinciale kaartbank, waarop de GHG ter plaatse van de planlocatie Turkaaweg is te zien.
Figuur 25: GHG ter plaatse van planlocatie Turkaaweg ong. (Bron: provinciale Kaartbank)
De Gemiddelde Laagste Grondwaterstand (GLG) bedraagt 120-160 centimeter beneden maaiveld.
5.2.3.3 Oppervlaktewater In de omgeving van de planlocatie Turkaaweg is een aantal B-watergangen gelegen. Werkzaamheden aan B-watergangen, inclusief het realiseren van een ruiker ten behoeve van een inrit, is een watervergunning noodzakelijk op grond van de Keur. Onderhoud van deze sloten ligt wel bij perceelseigenaren. Op navolgende figuur is de ligging van deze B-watergangen te zien.
ONTWERP Crijns Rentmeesters bv
41
Bestemmingsplan ‘Koningin Julianaweg 1 en 1b en Turkaaweg ong.’ - Toelichting
Figuur 26: B-watergangen in de omgeving van Turkaaweg (Bron: provinciale Kaartbank)
Op navolgende foto is de sloot aan de straatzijde te zien. Op de voorgrond is de sloot van het buurperceel te zien, waarin te zien is dat het hemelwater ten noorden van de bestaande duiker ter plaatse wordt vastgehouden. Rondom de planlocatie zal sprake zijn van soortgelijke voorziening.
Figuur 27: Sloot rondom planlocatie Turkaaweg ong., met op de voorgrond de sloot aan de voorzijde van het buurperceel
5.2.3.4 Hydrologisch neutraal ontwikkelen Het waterschap streeft naar een robuust watersysteem. Voor ontwikkelingen die dit negatief kunnen beïnvloeden, wordt daarom uitgegaan van de trits “vasthouden-bergen-afvoeren”. Dat wil zeggen dat water zoveel mogelijk in een gebied wordt vastgehouden door infiltratie en waar dit niet mogelijk is water tijdelijk wordt geborgen (retentie). Door water lokaal te infiltreren of te bergen in een
ONTWERP Crijns Rentmeesters bv
42
Bestemmingsplan ‘Koningin Julianaweg 1 en 1b en Turkaaweg ong.’ - Toelichting
voorziening wordt het versneld afvoeren van overtollig hemelwater naar het bestaande oppervlaktewatersysteem zoveel mogelijk voorkomen. Per woning wordt een extra verhard oppervlak verwacht van circa 350 m², bestaande uit hoofdgebouw (150 m²), bijgebouw(en) (100 m²) en erfverharding (100 m²). Per m² dient te worden voorzien in infiltratievoorziening van 60 mm. Ter plaatse van de noordelijke kavel is reeds sprake van een bestaand gebouwtje met een oppervlakte van in totaal circa 40 m², waarmee een toename zal zijn van 310 m². Voor de noordelijke woning dient dan ook te worden voorzien in een infiltratievoorziening van 18,6 m³. Voor de zuidelijke woning dient dan ook te worden voorzien in een infiltratievoorziening van 21 m³. De GHG is in het gebied vrij hoog. Hierdoor is een (diepere) infiltratievoorziening niet realistisch. Het uitgangspunt voor de planlocatie zal dan ook zijn het bufferen van water door een vertraagde afvoer naar een infiltratiesloot. Gewerkt kan dan ook worden met dakgoten en regenpijpen welke worden aangesloten op een systeem van greppels welke uiteindelijk uitkomen op een laagte achter op het perceel. Deze laagte kan vervolgens weer met een greppel worden aangesloten op de aangrenzende sloten. Grotendeels zal het hemelwater naar de greppels worden afgevoerd, alwaar het hemelwater rechtstreeks infiltreert in de ondergrond.
Deze ondiepe greppels en de laagte (wadi) worden zodanig gedimensioneerd dat er een voldoende dynamische berging bij extreme regenval zal plaatsvinden. In het grootste deel van het jaar zal het water echter in de greppels in de bodem infiltreren. Bij grotere buien zal er water staan in de wadi en/of wordt het verder afgevoerd naar de omliggende sloten. Tussen de twee kavels binnen de planlocatie bestaat in de huidige situatie een hoogteverschil in maaiveld van circa 10 centimeter. Met de uiteindelijke bouwaanvraag wordt bezien of deze kavels gelijk worden getrokken of dat in de beoogde landschappelijke inpassing een goot wordt aangelegd tussen de kavels om te voorkomen dat het hemelwater richting het noorden afvloeit.
5.2.3.5 Huishoudelijk afvalwater in nieuwe situatie Het huishoudelijk afvalwater afkomstig van de beoogde twee woningen zal worden geloosd in het bestaande rioolstelsel ter plaatse. De nieuwe woningen zullen worden voorzien van een eigen aansluiting op dit stelsel. Hemelwater wordt hierop niet geloosd.
5.2.3.6 Kwaliteit van te lozen en infiltreren hemelwater Enkel schoon regenwater mag worden geïnfiltreerd. Om de kwaliteit van het hemelwater te garanderen dienen onderdelen welke met regenwater in aanraking kunnen komen, te worden vervaardigd of te bestaan uit niet-uitloogbare bouwmaterialen zoals kunststoffen of gecoat staal of aluminium (in plaats van lood of asfalt etc.). Door het gebruik van niet-uitlogende materialen komen geen verhoogde concentraties verontreinigende stoffen (DuBo-maatregelen) voor in het te infiltreren water. Infiltratie van afgekoppelde verhardingen zoals opritten, parkeerplaatsen en terrassen mag niet verontreinigd zijn met chemische bestrijdingsmiddelen, olie, agressieve reinigingsmiddelen of andere verontreinigende stoffen.
ONTWERP Crijns Rentmeesters bv
43
Bestemmingsplan ‘Koningin Julianaweg 1 en 1b en Turkaaweg ong.’ - Toelichting
5.3 Cultuurhistorie 5.3.1
Inleiding
Als gevolg van de Wet Modernisering Monumentenzorg dient binnen een bestemmingsplan aandacht aan het aspect cultuurhistorie te worden besteed. Als gevolg van deze wet dient dit aspect gebiedsgericht benaderd te worden. Cultuurhistorische waarden zijn waarden die samenhangen met de archeologisch, historisch- landschappelijk, historisch-, geografisch en/of historisch- bouwkundig waardevolle zaken, zoals archeologische elementen, beplanting, reliëf (bij voorbeeld bolle akkers) verkaveling, slotenpatroon en bebouwing.
5.3.2
Gemeentelijk beleid
5.3.2.1 Inleiding Op 26 juni 2013 heeft de gemeenteraad van Hilvarenbeek de ‘Cultuurhistoriekaart’ vastgesteld. Deze gemeentelijk grondgebied dekkende kaart met bijbehorend rapport bevat een inventarisatie van diverse ‘cultuurhistorische elementen’ binnen de gemeente. Op 14 november 2013 is een aangepaste versie van deze ‘Cultuurhistoriekaart’ door de gemeenteraad vastgesteld. Het primaire doel van de cultuurhistoriekaart is het inzichtelijk maken van het aanwezige bovengrondse erfgoed in de gemeente.
5.3.2.2 Koningin Julianaweg 1b Navolgende figuur geeft een uitsnede weer van de cultuurhistorische waardenkaart waarop de ligging van de planlocatie is aangeduid met de rode cirkel.
Figuur 28: Aanduiding planlocatie op gemeentelijke cultuurhistoriekaart
ONTWERP Crijns Rentmeesters bv
44
Bestemmingsplan ‘Koningin Julianaweg 1 en 1b en Turkaaweg ong.’ - Toelichting
De planlocatie Koningin Julianaweg 1b kent geen specifieke cultuurhistorische waarden. Het pad ten zuiden van de planlocatie is op de cultuurhistoriekaart wel aangemerkt als ‘Zandpad’. Met de beoogde herontwikkeling gaan geen cultuurhistorische waarden verloren.
5.3.2.3 Turkaaweg ong. Navolgende figuur geeft een uitsnede weer van de cultuurhistorische waardenkaart waarop de ligging van de planlocatie is aangeduid met de zwarte cirkel.
Figuur 29: Aanduiding planlocatie op gemeentelijke cultuurhistoriekaart
De planlocatie Turkaaweg ong. te Diessen is op de gemeentelijke cultuurhistoriekaart aangeduid als ‘heideontginning’. Het verschil tussen het oude en het jonge cultuurlandschap is hier minder duidelijk. Binnen de planlocatie zelf zijn geen cultuurhistorische waarden aanwezig. Als gevolg van de beoogde herontwikkeling gaan dan ook geen cultuurhistorische waarden verloren.
5.4 Archeologie 5.4.1
Inleiding
De Erfgoedwet heeft als doel om archeologisch erfgoed zoveel mogelijk in situ, dus in de grond, te behouden. Gemeenten spelen een belangrijke rol in het archeologische stelsel. Tijdens het opstellen van bestemmingsplannen houdt de gemeente rekening met archeologische waarden. Ook maakt de gemeente meestal de afweging of archeologische waarden in situ behouden moeten blijven of kunnen worden opgegraven.
5.4.2
Gemeentelijk beleid
De gemeente Hilvarenbeek heeft een archeologische verwachtings- en beleidskaart voor de hele gemeente vastgesteld. Op de archeologische beleidskaart zijn de bekende archeologische resten en verwachtingszones voorzien van beleidsuitgangspunten. Bij het (her)bestemmen van gronden kan
ONTWERP Crijns Rentmeesters bv
45
Bestemmingsplan ‘Koningin Julianaweg 1 en 1b en Turkaaweg ong.’ - Toelichting
op basis van deze kaart rekening worden gehouden met het aspect archeologie. In gebieden waar archeologische resten aanwezig zijn of verwacht worden, kunnen bijvoorbeeld maatregelen worden genomen om deze zoveel mogelijk te ontzien. Voor gebieden waar bodemverstorende activiteiten gaan plaatsvinden, is op de beleidskaart aangegeven óf archeologisch onderzoek noodzakelijk is en wanneer eventueel vrijstelling van onderzoek kan worden verleend. Hiertoe zijn ondergrenzen vastgesteld ten aanzien van de diepte van de bodemingreep en de oppervlakte van het plangebied (bij een ruimtelijke onderbouwing) of de ingreep (bij een vergunning). Hierdoor is de kaart met name ook geschikt om de archeologische waarden in bestemmingsplannen te borgen. De gemeente Hilvarenbeek heeft hierbij ondergrenzen geformuleerd. Wanneer de ontwikkelingen de ondergrenzen niet overschrijden, is er vanuit archeologisch oogpunt geen bezwaar om een vergunning te verlenen of de bestemming te wijzigen. Er hoeft dan ook geen archeologisch onderzoek plaats te vinden. Wanneer de ondergrenzen wél worden overschreden, dienen de plannen te worden aangepast of zal de initiatiefnemer een archeologisch onderzoek moeten laten uitvoeren.
5.4.3
Koningin Julianaweg 1b
Navolgende figuur geeft een uitsnede weer van de archeologische beleidskaart van de gemeente Hilvarenbeek. De planlocatie is hierbij weergegeven met de zwarte cirkel.
ONTWERP Crijns Rentmeesters bv
46
Bestemmingsplan ‘Koningin Julianaweg 1 en 1b en Turkaaweg ong.’ - Toelichting
Figuur 30: Archeologische beleidskaart met planlocatie Koningin Julianaweg 1b in de zwarte cirkel
De planlocatie Koningin Julianaweg 1b is grotendeels aangemerkt als ‘categorie 5: hoe archeologische verwachting voor uitsluitend vindplaatsen van jager-verzamelaars’. Ter plaatse geldt een ondergrens voor archeologisch onderzoek bij bodemingrepen over een oppervlakte van meer dan 2.500 m². De meest noordoostelijke hoek van de planlocatie is aangeduid als ‘categorie 6: middelhoge/onbekend archeologische verwachting’. Ter plaatse geldt eveneens een ondergrens voor archeologisch onderzoek bij bodemingrepen over een oppervlakte van meer dan 2.500 m². Als gevolg van de beoogde herontwikkeling wordt enkel een varkensstal over een oppervlakte van circa 1.500 m² gesloopt. De bodem aldaar is reeds verstoord, zelfs over het grootste gedeelte met een mestput. Een nieuw bijgebouw wordt gerealiseerd, maar deze zal slechts een oppervlakte kennen van maximaal 250 m² en wordt gerealiseerd ter plaatse van de bestaande varkensstal. De beoogde herontwikkeling ter plaatse leidt derhalve niet tot een bodemverstoring waarmee de ondergrens voor archeologisch onderzoek wordt overschreden. Een archeologisch onderzoek is dan ook niet aan de orde. Niettemin blijft de vigerende dubbelbestemming voor archeologische verwachting behouden, waarmee ook in de toekomst de ondergrens voor archeologisch onderzoek gehandhaafd blijft.
5.4.4
Turkaaweg ong.
Navolgende figuur geeft een uitsnede weer van de archeologische beleidskaart van de gemeente Hilvarenbeek. De planlocatie Turkaaweg ong. is hierbij weergegeven met de zwarte cirkel.
ONTWERP Crijns Rentmeesters bv
47
Bestemmingsplan ‘Koningin Julianaweg 1 en 1b en Turkaaweg ong.’ - Toelichting
Figuur 31: Archeologische verwachtingskaart met planlocatie Turkaaweg ong. in de zwarte cirkel
De planlocatie Turkaaweg ong. is aangeduid als ‘categorie 6: middelhoge/onbekend archeologische verwachting’. Ter plaatse geldt een ondergrens voor archeologisch onderzoek bij bodemingrepen over een oppervlakte van meer dan 2.500 m². Met de realisatie van twee Ruimte voor Ruimte woningen wordt deze ondergrens niet overschreden. Een archeologisch onderzoek is dan ook niet aan de orde. Niettemin blijft de vigerende dubbelbestemming voor archeologische verwachting behouden, waarmee ook in de toekomst de ondergrens voor archeologisch onderzoek gehandhaafd blijft.
5.5 Natuur en ecologie 5.5.1
Inleiding
Bij ruimtelijke ingrepen zoals nieuwbouw dient rekening te worden gehouden met de natuurwaarden ter plaatse. Daarbij wordt onderscheid gemaakt tussen soortenbescherming en gebiedsbescherming. Natura 2000 is het Europese netwerk van beschermde natuurgebieden in de Europese Unie. Dit netwerk verbindt bestaande natuurgebieden die vallen onder de Europese
ONTWERP Crijns Rentmeesters bv
48
Bestemmingsplan ‘Koningin Julianaweg 1 en 1b en Turkaaweg ong.’ - Toelichting
Vogelrichtlijn- of de Habitatrichtlijngebieden. De Vogel- en Habitatrichtlijnen zijn bedoeld ter bescherming van bedreigde levensgemeenschappen van planten en dieren en bedreigde soorten van planten en dieren en hun leefgebieden. De Vogel- en Habitatrichtlijnen zijn geïmplementeerd in de Nederlandse wetgeving middels de Wet natuurbescherming.
5.5.2
Gebiedsbescherming
5.5.2.1 Natuurnetwerk Inleiding Het Natuurnetwerk Nederland is het Nederlands netwerk van bestaande en nieuw aan te leggen natuurgebieden. In de wet heet dit de Ecologische Hoofdstructuur (EHS). Het netwerk moet natuurgebieden beter verbinden met elkaar en met het omringende agrarisch gebied. In het Natuurnetwerk Nederland liggen:
bestaande natuurgebieden, waaronder de 20 Nationale Parken;
gebieden waar nieuwe natuur aangelegd wordt;
landbouwgebieden, beheerd volgens agrarisch natuurbeheer;
ruim 6 miljoen hectare grote wateren: meren, rivieren, de kustzone van de Noordzee en de Waddenzee;
alle Natura 2000-gebieden.
Koningin Julianaweg 1b Navolgend is de ligging van natuurgebieden in de omgeving van de planlocatie Koningin Julianaweg 1b weergegeven. De planlocatie is aangeduid met de zwarte cirkel.
Figuur 32: Ligging natuurgebieden ten opzichte van de planlocatie Koningin Julianaweg 1b
De planlocatie Koningin Julianaweg 1b te Haghorst is gelegen op een afstand van circa 615 meter tot het Natuurnetwerk Brabant. De sanering van de intensieve veehouderij met daarmee de intrekking van de milieuvergunning zal enkel een positief effect hebben op het NNB.
ONTWERP Crijns Rentmeesters bv
49
Bestemmingsplan ‘Koningin Julianaweg 1 en 1b en Turkaaweg ong.’ - Toelichting
Turkaaweg ong. Navolgend is de ligging van natuurgebieden in de omgeving van de planlocatie Turkaaweg ong. weergegeven. De planlocatie is aangeduid met de zwarte cirkel.
Figuur 33: Ligging natuurgebieden ten opzichte van planlocatie Turkaaweg ong.
Op een afstand van ruim 200 meter ten westen van de planlocatie Turkaaweg ong. is het NNB gelegen, met daarbinnen tevens het Natura 2000-gebied ‘Kempenland-West’. Deze aanduiding hangt samen met de waterloop de Reusel. Op een afstand van ruim 200 meter heeft de beoogde kleinschalige herontwikkeling van de planlocatie geen negatief effect op deze waterloop.
5.5.2.2 Stikstof Bij een ruimtelijke ontwikkeling dient vastgesteld te zijn of een ontwikkeling leidt tot een effect op een Natura 2000-gebied. Dit kan met Aerius Calculator worden berekend. Met de beoogde herontwikkeling wordt de intensieve veehouderij aan Koningin Julianaweg 1b te Haghorst gesaneerd, waarmee 3.551 kg ammoniak komt te vervallen, met het daarbij behorende intensieve gebruik waaronder vervoersbewegingen van zwaardere landbouwvoertuigen en vrachtverkeer. In samenhang met de sanering van de intensieve veehouderij wordt aan Turkaaweg ong. te Diessen een tweetal Ruimte voor Ruimte woningen gerealiseerd. Sinds 1 juli 2021 geldt een vrijstelling voor stikstofemissie tijdens de bouwfase. Daartoe is een AERIUS-berekening dan ook niet noodzakelijk. De beoogde woningen dienen tevens gasloos te worden gebouwd, waarmee enkel de toename van vervoersbewegingen ten behoeve van deze twee wooneenheden dient te worden berekend. De woningen zijn niettemin voor de volledigheid ook ingevoerd. Uit de uitgevoerde AERIUS-berekening blijkt dat de toename van stikstofdepositie op Natura 2000-gebieden niet meer bedraagt dan 0,00 mol/ha/jr. De beoogde herontwikkeling is dan ook in het kader van het aspect Stikstof geen bezwaar. De uitgevoerde AERIUS-berekening is als bijlage bij onderhavige toelichting gevoegd.
ONTWERP Crijns Rentmeesters bv
50
Bestemmingsplan ‘Koningin Julianaweg 1 en 1b en Turkaaweg ong.’ - Toelichting
5.5.3
Soortenbescherming
Om de instandhouding van de wettelijke beschermde soorten te waarborgen, moeten negatieve effecten op die instandhouding voorkomen worden. Bij de totstandkoming van een nieuw bestemmingsplan waarbij functies gewijzigd worden, moet worden voorkomen dat conflicten met beschermde dier- en plantensoorten ontstaan en dient dus vooraf een beoordeling plaats te vinden. Aan Koningin Julianaweg 1b te Haghorst wordt een varkensstal gesloopt. In (oudere) varkensstallen kunnen vleermuizen voorkomen. Vleermuizen zijn beschermde diersoorten en mogen niet worden verstoord. De betreffende stal is echter zodanig tochtig, dat deze niet aantrekkelijk is voor (verblijfplaatsen
van)
vleermuizen.
Met
de
beoogde
herontwikkeling
gaan
geen
landschapselementen verloren. Gesteld kan dan ook worden dat als gevolg van de beoogde herontwikkeling geen flora- en faunawaarden verloren gaan. Aan Turkaaweg ong. te Diessen is momenteel enkel sprake van grasland met een klein gebouwtje. Ook dit gebouwtje is zodanig tochtig, dat niet aannemelijk wordt geacht dat hier sprake kan zijn van beschermde diersoorten. Vanuit de algemene zorgplicht dient evenwel tijdens de werkzaamheden continu gelet te worden op aanwezigheid van al dan niet beschermde planten en dieren. Bij aantreffen van planten en dieren moet worden voorkomen dat deze worden verstoord.
5.6 Geluid De Wet geluidhinder (Wgh) biedt geluidsgevoelige bestemmingen (zoals woningen) bescherming tegen geluidhinder van wegverkeerlawaai bij de aanleg/wijziging van wegen of bij de bouw van woningen in de buurt van wegen. De reikwijdte van de Wgh is beperkt tot een geluidszone langs wegen. Binnen deze geluidszone zijn de regels van de Wgh van toepassing. De Wgh geldt niet voor 30-km wegen en voor woonerven. De systematiek van de zonering Wet geluidhinder voor wegverkeer houdt in dat langs een (toekomstige) verkeersweg een geluidszone ligt waarbinnen in een aantal situaties bescherming wordt geboden aan geluidsgevoelige bestemmingen. Deze bescherming geldt in de volgende situaties:
-
via een ruimtelijk besluit de aanleg van een weg mogelijk maken; via een ruimtelijk besluit een geluidsgevoelige bestemming in de zone realiseren; de reconstructie/wijziging van een bestaande weg.
Bij de vaststelling van een bestemmingsplan hoeven bestaande geluidsgevoelige bestemmingen gelegen in een geluidszone van bestaande wegen niet getoetst te worden (artikel 76 lid 3 Wgh). Ter plaatse van de planlocaties Koningin Julianaweg 1 en 1b is reeds sprake van (bedrijfs)woningen. Geen nieuwe geluidgevoelige objecten worden beoogd. Een akoestisch onderzoek wordt derhalve ter plaatse niet noodzakelijk geacht. Aan Turkaaweg ong. zal een tweetal nieuwe geluidgevoelige objecten worden gerealiseerd. Ten behoeve van deze woningen is reeds een akoestisch onderzoek wegverkeerslawaai uitgevoerd. Navolgende conclusies en aanbevelingen komen voort uit dit onderzoek:
ONTWERP Crijns Rentmeesters bv
51
Bestemmingsplan ‘Koningin Julianaweg 1 en 1b en Turkaaweg ong.’ - Toelichting
“Voor de wegen Beerseweg (N395) en Emmerseweg geldt dat de geluidbelasting ten gevolge van het wegverkeer op deze wegen de voorkeursgrenswaarde van 48 dB op geen enkele gevel van de nieuwe woningen overschrijdt. Voor de Turkaaweg geldt dat de geluidbelasting op de voorgevels van de nieuwe woningen de voorkeursgrenswaarde van 48 dB met maximaal 2 dB overschrijdt. De maximale ontheffingswaarde van 53 dB voor nieuwbouw in buitenstedelijk gebied wordt nergens overschreden. Derhalve is het mogelijk om een beschikking hogere waarde aan te vragen bij de gemeente indien de toepassing van overdrachts- of bronmaatregelen gericht op het terugbrengen van de geluidbelasting onvoldoende doeltreffend is dan wel overwegende bezwaren ontmoet. Het aanleggen van een geluidwal of geluidscherm (overdrachtsmaatregelen) gericht op het terugbrengen van de geluidbelasting ten gevolge van het wegverkeer tot de voorkeursgrenswaarde ontmoet in de onderhavige situatie overwegende bezwaren van stedenbouwkundige en landschappelijke aard. Het vergroten van de afstand tussen geluidbron en ontvanger is in onderhavige situatie stedenbouwkundig niet wenselijk. Voor
het
toepassen
van
stiller
wegdek
(bronmaatregel)
geldt
dat
de
voorkeurgrenswaarde niet meer wordt overschreden. Het toepassen van een stiller wegdek ontmoet echter overwegende bezwaren van financiële aard. Derhalve wordt onderbouwd verzocht hogere waarde te verlenen conform artikel 110a, lid 5 van de Wet geluidhinder. Aangezien in onderhavige situatie sprake is van een procedure hogere waarde, is voor de woningen een aanvullend onderzoek nodig ter bepaling van de geluidwering van de gevels. Bij toepassing van de juiste geluidwerende materialen en maatregelen (conform een nader onderzoek) is vervolgens een goed akoestisch woon- en leefklimaat gewaarborgd. Tevens blijkt uit de rekenresultaten dat de woningen kunnen beschikken over een geluidluwe gevel (de achter- en zijgevels zijn niet geluidbelast). Aan deze geluidluwe gevel dient een verblijfsruimte te zijn gelegen. De tuin grenzend aan de achtergevel is eveneens geluidluw.” De onderzoeksrapportage (Akoestisch onderzoek wegverkeerslawaai (toetsing Wet geluidhinder), Tritium Advies B.V., documentkenmerk 2107/215/SH-01, d.d. 8 oktober 2021) is als bijlage bij onderhavige toelichting gevoegd. Een procedure hogere grenswaarde wordt doorlopen. De ontwerpbeschikking zal gelijktijdig met het ontwerpbestemmingsplan ter inzage worden gelegd. De definitieve beschikking gelijktijdig met het vastgestelde bestemmingsplan.
ONTWERP Crijns Rentmeesters bv
52
Bestemmingsplan ‘Koningin Julianaweg 1 en 1b en Turkaaweg ong.’ - Toelichting
5.7 Geur 5.7.1
Inleiding
Bij besluitvorming omtrent geurgevoelige objecten dient in het kader van het aspect ‘geur’ antwoord gegeven te worden op de vragen:
-
Is ter plaatse een aanvaardbaar woon- en verblijfklimaat gegarandeerd? (belang geurgevoelig object).
-
Wordt niet iemand onevenredig in zijn belangen geschaad? (belangen veehouderij en derden).
De Wet geurhinder en veehouderij (Wgv) vormt sinds 1 januari 2007 het toetsingskader voor vergunningverlening als het gaat om geurhinder vanwege dierverblijven van veehouderijen. De wet geeft onder andere normen voor de voor- en achtergrondbelasting die een veehouderij mag veroorzaken op een geurgevoelig object (bijvoorbeeld een woning). Deze normen gelden voornamelijk bij vergunningverlening van veehouderijbedrijven.
5.7.2
Gemeentelijke geurverordening
De gemeente Hilvarenbeek heeft in aanvulling op de Wet geurhinder en veehouderij de “Verordening geurhinder en veehouderij” opgesteld. Zowel de locatie Turkaaweg ong. als Koningin Julianaweg 1b zijn in de gemeentelijke verordening aangewezen als gelegen in het ‘Buitengebied’. Voor het buitengebied heeft de gemeente Hilvarenbeek een geurnorm vastgesteld van 10 oue/m³ voor veehouderijen waarvoor bij ministeriële regeling een geuremissiefactor is vastgesteld en een vaste afstand van 50 meter ten opzichte van veehouderijen met maximaal 50 dieren waarvoor geen geuremissiefactor is vastgesteld.
5.7.3
Artikel 3 Wet geurhinder en veehouderij
Artikel 3, tweede lid Wet geurhinder en veehouderij bepaalt dat de vaste afstand tussen een veehouderij en een woning die op of na 19 maart 2000 is gebouwd op een kavel die op dat tijdstip in gebruik was als veehouderij, in samenhang met het geheel of gedeeltelijk buiten werking stellen van de veehouderij en in samenhang met de sloop van de bedrijfsgebouwen die onderdeel hebben uitgemaakt van de veehouderij, ten minste 50 meter dient te bedragen indien die woning is gelegen buiten de bebouwde kom. Artikel 3, derde lid Wet geurhinder en veehouderij stelt dat het Artikel 3, lid 2 van overeenkomstige toepassing is op een geurgevoelig object dat op de in dat lid bedoelde kavel aanwezig is.
5.7.4
Wet geurhinder en veehouderij in relatie tot Koningin Julianaweg 1
Aan Koningin Julianaweg 1 zal de aanduiding ‘specifieke vorm van agrarisch – geen erf’ komen te vervallen. Deze functieaanduiding had tot doel dat geen gevoelige functies direct tegen het agrarisch bouwvlak van Koningin Julianaweg 1b konden worden gerealiseerd. Daar deze intensieve veehouderij komt te vervallen, kan ook deze functieaanduiding aan Koningin Julianaweg 1 komen te vervallen. Dit betekent dat binnen het gehele bouwvlak van Koningin Julianaweg 1 sprake mag zijn van voor geur gevoelige functies, behorende tot de agrarische bedrijfswoning. Deze planlocatie wordt dan ook als gevolg van onderhavig bestemmingsplan in het geheel beschouwd als locatie voor agrarische bedrijfsvoering, met agrarische bedrijfswoning, waar een vaste afstand geldt van 50
ONTWERP Crijns Rentmeesters bv
53
Bestemmingsplan ‘Koningin Julianaweg 1 en 1b en Turkaaweg ong.’ - Toelichting
meter tot veehouderijen van derden. De meest dicht tot de planlocatie Koningin Julianaweg 1 gelegen veehouderij is gelegen op een afstand van meer dan 50 meter en voldoet daarmee aan de voorwaarden zoals gesteld in de Wet geurhinder en veehouderij.
5.7.5
Wet geurhinder en veehouderij in relatie tot Koningin Julianaweg 1b
Als gevolg van de beoogde herontwikkeling wordt de voormalige agrarische bedrijfswoning aan Koningin Julianaweg 1b herbestemd naar bedrijfswoning behorende bij het ter plaatse te vestigen agrarisch verwant bedrijf. Deze niet-agrarische bedrijfswoning wordt in het kader van artikel 3 van de Wet geurhinder en veehouderij gelijkgesteld aan de woning die tot de oorspronkelijke veehouderij behoorde. Hiervoor geldt een aan te houden afstand van 50 meter tot agrarische bouwvlakken van veehouderijen van derden. Ook in de huidige situatie, als zijnde bedrijfswoning behorende bij een agrarische inrichting, geldt deze vaste afstand van 50 meter tot veehouderijen van derden. De bescherming van deze bedrijfswoning wijzigt als gevolg van de beoogde herontwikkeling dan ook niet.
5.7.6
Veehouderijen in de omgeving van Turkaaweg ong.
In de omgeving van de planlocatie Turkaaweg ong. te Diessen is een aantal veehouderijen gelegen. Deze veehouderijen zijn weergegeven op navolgende figuur. De locatie Turkaaweg ong. is hierbij weergegeven in de zwarte cirkel.
Beerseweg 3
Beerseweg 6
Turkaaweg 2
Figuur 34: Veehouderijen in de omgeving van de planlocatie Turkaaweg ong.
Op deze veehouderijen zijn navolgende dieraantallen vergund:
ONTWERP Crijns Rentmeesters bv
54
Bestemmingsplan ‘Koningin Julianaweg 1 en 1b en Turkaaweg ong.’ - Toelichting
Figuur 35: Vergunde dieraantallen Beerseweg 3 (Bron: Web BVB provincie Noord-Brabant)
Figuur 36: Vergunde dieraantallen Beerseweg 6 (Bron: Web BVB provincie Noord-Brabant)
Figuur 37: Vergunde dieraantallen Turkaaweg 2 (Bron: Web BVB provincie Noord-Brabant)
5.7.7
Woon- en leefklimaat
5.7.7.1 Inleiding Als vuistregel voor de beoordeling van het woon- en leefklimaat geldt dat de voorgrondbelasting bepalend is voor de hinder, als de voorgrondbelasting tenminste de helft bedraagt van de achtergrondbelasting. Navolgend worden derhalve de voorgrond- en achtergrondbelasting ter plaatse van de beide locaties inzichtelijk gemaakt.
5.7.7.2 Voorgrondbelasting Met de voorgrondbelasting wordt de geurbelasting van een individuele veehouderij bedoeld en wel van die veehouderij welke de meeste geur op het geurgevoelige object veroorzaakt, hetzij omdat het een grote veehouderij betreft, hetzij omdat de veehouderij dicht bij het geurgevoelige object is gelegen. Gezien de afstand tussen veehouderij en planlocatie, kan worden gesteld dat de veehouderij
aan
Beerseweg
6
de
dominante
veehouderij
betreft.
Derhalve
dient
de
voorgrondbelasting afkomstig van Beerseweg 6 te worden berekend op de beoogde Ruimte voor Ruimte kavels. Daar deze veehouderij gezien de ligging in de kernrandzone, op korte afstand van de kern Diessen, reeds wordt belemmerd in de ontwikkelingsmogelijkheden, kan worden gesteld dat de
ONTWERP Crijns Rentmeesters bv
55
Bestemmingsplan ‘Koningin Julianaweg 1 en 1b en Turkaaweg ong.’ - Toelichting
bedrijfsgebouwen niet verder kunnen uitbreiden richting de kern en dus richting de planlocatie. Alle emissie van deze veehouderij is dan ook bij onderhavige berekening geprojecteerd op het meest dicht bij de planlocatie gelegen punt van de bestaande bedrijfsbebouwing. Dit betreft daarmee de worst-case-scenario. De XY-coördinaten van de geurgevoelige objecten betreffen hierbij de hoekpunten van de beoogde ‘bouwvlakken’ waarbinnen de woningen gerealiseerd kunnen worden.
Tabel 1: Voorgrondbelasting Beerseweg 6 op Turkaaweg ong.
De voorgrondbelasting afkomstig van de veehouderij Beerseweg 6 op de beoogde bouwvlakken binnen het plangebied aan Turkaaweg ong. bedraagt maximaal 10,8 oue/m³.
5.7.7.3 Achtergrondbelasting De geurbelasting ten gevolge van meerdere intensieve veehouderijen in de omgeving vormt de achtergrondbelasting. De achtergrondbelasting wordt berekend met V-Stacks Gebied. Ten behoeve van de berekening van de achtergrondbelasting dienen de veehouderijen binnen een straal van twee kilometer rondom de onderzoekslocatie beoordeeld te worden. Alle bedrijven binnen de gemeente Hilvarenbeek zijn meegenomen in de berekening van de achtergrondbelasting. De invoergegevens van deze bedrijven zijn afkomstig uit de database van het Bestand Veehouderijbedrijven van de provincie Noord-Brabant (uitvoer 16 juli 2021). De vergunning van Beerseweg 3 is in het bronnenbestand vooruitlopend op de definitieve intrekking op 0 gezet. De XY-coördinaten van de geurgevoelige objecten betreffen hierbij de hoekpunten van de beoogde ‘bouwvlakken’. Navolgende uitgangspunten zijn hierbij gehanteerd: Berekende ruwheid: 0,29 m Meteo station: Eindhoven Rekenuren: 25% Rasterpunt linksonder x: 140 013 Rasterpunt linksonder y: 386 525 Gebied lengte (x): 2 000, Aantal gridpunten: 50 Gebied lengte (y): 2 000, Aantal gridpunten: 50 Navolgend is de uitkomst van de berekening weergegeven.
ONTWERP Crijns Rentmeesters bv
56
Bestemmingsplan ‘Koningin Julianaweg 1 en 1b en Turkaaweg ong.’ - Toelichting
Cumulatieve geurbelasting op receptorpunten, zoals berekend RecepID X-coor Y-coor Geurbelasting [OU/m3] 1001 141030 387577 8,41 1002 141022 387529 7,10 1003 141046 387572 9,59 1004 141039 387525 8,69 Tabel 2: Achtergrondbelasting Turkaaweg ong.
Navolgend is de achtergrondbelasting weergegeven ter plaatse van de locatie Turkaaweg ong., geprojecteerd op luchtfoto. De gehanteerde toetspunten (GGO) zijn hierbij eveneens weergegeven.
Figuur 38: Achtergrondbelasting Turkaaweg ong., geprojecteerd op luchtfoto.