CConstaterende datHilvarenbeek
Koppel je AI →
Document · PDF

11 Bestemmingsplan Koningin Julianaweg 1 en 1B en Turkaaweg ong (05 bijlage 2 - Toelichting bestemmingsplan)

Gemeenteraad 1 februari 2024, gemeente HilvarenbeekBij agendapunt: Raadsvoorstel tot gewijzigde vaststelling van het bestemmingsplan “Koningin Julianaweg 1 – 1B en Turkaaweg ong.”.22.146 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 3 van 3

De maximale achtergrondbelasting ter plaatse van Turkaaweg ong. bedraagt 9,59 oue/m³.

5.7.7.4 Conclusie woon- en leefklimaat Als vuistregel voor de beoordeling van het woon- en leefklimaat geldt dat de voorgrondbelasting bepalend is voor de hinder, als de voorgrondbelasting tenminste de helft bedraagt van de achtergrondbelasting. Navolgende tabel geeft tevens de relatie tussen zowel de voorgrondbelasting als de achtergrondbelasting en het leefklimaat weer, zoals opgenomen in de handreiking ‘Wet geurhinder en veehouderij, bijlagen 6 en 7’.

ONTWERP Crijns Rentmeesters bv

57

Bestemmingsplan ‘Koningin Julianaweg 1 en 1b en Turkaaweg ong.’ - Toelichting

Tabel 3: Relatie voor- en achtergrondbelasting en het leefklimaat

De voorgrondbelasting ter plaatse van Turkaaweg ong. bedraagt 6,4 oue/m³ tot 10,8 oue/m³. De maximale achtergrondbelasting bedraagt 9,59 oue/m³. Derhalve is de voorgrondbelasting ter plaatse bepalend voor de hinder. Met een voorgrondbelasting van 6,4 - 10,8 oue/m³ kan worden gesteld dat sprake is van een ‘matig’ tot ‘tamelijk slecht woon- en leefklimaat’ in de worst-case-scenario. In een gebied waarbinnen momenteel een transformatie plaatsvindt van overwegen agrarisch naar een meer gemengde omgeving met steeds meer reguliere burgerwoonbestemmingen, kan dit woon- en leefklimaat worden bestempeld als acceptabel. Temeer gezien de cumulatieve achtergrondbelasting van maximaal 9,59 oue/m³ (goed woon- en leefklimaat), kan worden gesteld dat dit ter plaatse kan worden bestempeld als acceptabel. In de toekomst kan het woon- en leefklimaat ter plaatse ook enkel nog verbeteren.

5.7.8

Ontwikkelingsmogelijkheden omliggende veehouderijbedrijven

Als gevolg van de beoogde herontwikkeling mogen ook omliggende veehouderijbedrijven niet worden belemmerd in de ontwikkelingsmogelijkheden. De veehouderij Beerseweg 6 is gelegen binnen

de

kernrandzone

op

korte

afstand

van

de

kern

Diessen,

waarmee

geen

uitbreidingsmogelijkheden meer bestaan voor het bedrijf, in elk geval niet richting de planlocatie. Deze veehouderij wordt dan ook reeds belemmerd in de verdere ontwikkelingsmogelijkheden. Door de aanwezigheid van enkele burgerwoningen tussen de overige veehouderijen en de beoogde Ruimte voor Ruimte woningen ter plaatse van het plangebied worden deze veehouderijen reeds belemmerd in hun ontwikkelingsmogelijkheden. Door de beoogde herontwikkeling worden derhalve geen veehouderijen verder beknot in hun ontwikkelingsmogelijkheden dan in de huidige situatie. Als gevolg van de beoogde herontwikkeling wijzigt het beschermingsniveau van de bedrijfswoning Koningin Julianaweg 1 niet. Derhalve worden omliggende bedrijven hierdoor niet in de ontwikkelingsmogelijkheden belemmerd. Ook door omzetting van agrarische bedrijfswoning naar niet-agrarische bedrijfswoning aan Koningin Julianaweg 1b, wijzigt het beschermingsniveau van deze woning niet. Als gevolg van de beoogde herontwikkeling worden omliggende veehouderijbedrijven dan ook niet verder in de ontwikkelingsmogelijkheden belemmerd dan in de huidige situatie.

ONTWERP Crijns Rentmeesters bv

58

Bestemmingsplan ‘Koningin Julianaweg 1 en 1b en Turkaaweg ong.’ - Toelichting

5.8 Gezondheid 5.8.1

Endotoxinen

5.8.1.1 Inleiding De intensieve veehouderijen dragen bij aan de emissies van fijn stof (PM10) in Nederland. Dit geëmitteerde fijn stof bestaat uit een aantal stoffen, waarvan endotoxinen onderdeel uit (kunnen) maken. Er zijn onderzoeksrapporten gepubliceerd waarin wordt aangetoond dat omwonenden rond veehouderijen gezondheidsrisico’s lopen door de blootstelling aan emissies uit veehouderijen. De ontwikkeling van een landelijk toetsingskader voor endotoxine door het Rijk, op advies van de Gezondheidsraad, is nog niet afgerond. Vooruitlopend daarop is door het Ondersteuningsteam Veehouderij en Volksgezondheid van het Bestuurlijk Platform Omgevingsrecht de ‘Notitie Handelingsperspectieven

Veehouderij

en Volksgezondheid:

Endotoxine toetsingskader 1.0’

opgesteld. In april 2018 is tevens de ‘Handreiking veehouderij en volksgezondheid 2.0 uitgebracht. Hierbij wordt een advieswaarde van 30 EU/m³ aangehouden als advieswaarde voor de maximale blootstelling aan endotoxine. Bij deze advieswaarde kan ervan uitgegaan worden dat de gezondheid van omwonenden van veehouderijen wordt beschermd tegen een overmaat aan endotoxine. Het uitgangspunt in de ruimtelijke ordening is dat sprake moet zijn van een aanvaardbaar woon- en leefklimaat en derhalve de advieswaarde van 30 EU/m³ niet wordt overschreden.

5.8.1.2 Koningin Julianaweg 1 Als gevolg van de beoogde herontwikkeling wordt aan Koningin Julianaweg 1 geen nieuw gevoelig object gerealiseerd. Wel kan het gehele bouwvlak worden gebruikt als zijnde ‘erf’, waarmee ter plaatse van het zuidelijk gedeelte van deze planlocatie na vaststelling van onderhavig bestemmingsplan wel (eventueel vergunningsvrij) extra mogelijkheden worden geboden. Dit wordt juist mogelijk door opheffing van de milieucontour en daarmee onder anderen de endotoxinecontour vanuit Koningin Julianaweg 1b. Gesteld kan worden dat door sanering van de intensieve veehouderij aan Koningin Julianaweg 1b de weg wordt vrijgemaakt voor het verwijderen van de aanduiding ‘specifieke vorm van agrarisch- geen erf’. Het aspect endotoxine vormt geen belemmering meer.

5.8.1.3 Koningin Julianaweg 1b Met de rekentool uitgebracht door de Omgevingsdienst is een berekening gemaakt van de aan te houden vaste afstand vanuit de omliggende veehouderijbedrijven met een fijnstofemissie:

-

Vanuit de veehouderij aan Koningin Julianaweg 2 is sprake van een fijnstofemissie van 15 kg/jr. Deze emissie is verwaarloosbaar in het kader van endotoxinen.

-

Vanuit de veehouderij aan Koningin Julianaweg 3 is sprake van een fijnstofemissie van 19 kg/jr. Deze emissie is verwaarloosbaar in het kader van endotoxinen.

-

Vanuit de veehouderij aan Koningin Julianaweg 4 is sprake van een fijnstofemissie van 607 kg/jr. Hiervoor geldt een afstand van 153 meter. Tussen de hoek van het bouwvlak aan Koningin Julianaweg 4 en de hoek van het huidige bouwvlak aan Koningin Julianaweg 1b is circa 150 meter gelegen. De beoogde woonbestemming aan Koningin Julianaweg 1b is gelegen op een afstand van circa 195 meter tot de meest dichtbijgelegen hoek van het bouwvlak. Aan de vaste afstand van 153 wordt dan ook ruim voldaan.

ONTWERP Crijns Rentmeesters bv

59

Bestemmingsplan ‘Koningin Julianaweg 1 en 1b en Turkaaweg ong.’ - Toelichting

-

Vanuit de veehouderij aan Prins Bernhardweg 2 is sprake van een fijnstofemissie van 522 kg.jr. Hiervoor geldt een afstand van 144 meter. De meest dichtbijgelegen hoekpunt van het bouwvlak en de beoogde woonbestemming binnen de planlocatie is gelegen op circa 270 meter. Ruim voldaan wordt dan ook aan de aan te houden afstand.

-

Vanuit de veehouderij aan Prins Bernhardweg 4 is sprake van een fijnstofemissie van 378 kg.jr. Hiervoor geldt een afstand van 125 meter. Met een afstand van ruim 200 meter tot de beoogde woonbestemming wordt aan deze afstand ruim voldaan.

-

Vanuit de veehouderij aan Prins Willem-Alexanderweg 1 is sprake van een fijnstofemissie van 18 kg/jr. Deze emissie is in het kader van endotoxinen verwaarloosbaar.

De beoogde herontwikkeling van de planlocatie Koningin Julianaweg 1b is in het kader van het aspect endotoxinen geen bezwaar.

5.8.1.4 Turkaaweg ong. Met de rekentool uitgebracht door de Omgevingsdienst is een berekening gemaakt van de aan te houden vaste afstand vanuit de omliggende veehouderijbedrijven met een fijnstofemissie:

-

Vanuit de veehouderij aan Beerseweg 6 is sprake van een fijnstofemissie van 708 kg.jr. Voor een vleeskuikenhouderij geldt hiervoor een vaste afstand van 164 meter. Met een afstand van circa 70 meter tussen ‘bouwvlakken’ van Turkaaweg ong. en het de meest dichtbijgelegen emissiepunt vanuit Beerseweg 6 zijn de beoogde woningen gelegen binnen de endotoxinecontour van deze veehouderij. Binnen een afstand van 164 meter zijn echter reeds meerdere gevoelige objecten gelegen. Op navolgende figuur is een contour van 164 meter rondom de bestaande bebouwing aan Beerseweg 6 weergegeven. De contour is hierbij bezien vanuit alle emissiepunten vanuit de stallen.

Figuur 39: Endotoxinecontour vanuit Beerseweg 6

ONTWERP Crijns Rentmeesters bv

60

Bestemmingsplan ‘Koningin Julianaweg 1 en 1b en Turkaaweg ong.’ - Toelichting

Door

de

ligging

endotoxinecontour

van wordt

verschillende de

bestaande

veehouderij

gevoelige

Beerseweg

objecten 6

reeds

binnen

de

in

de

ontwikkelingsmogelijkheden belemmerd. Door realisatie van de beoogde Ruimte voor Ruimte kavels eveneens binnen de contour, wordt dit bedrijf niet meer belemmerd dan in de huidige situatie. Daarbij is de gemeente Hilvarenbeek bevoegd om in tegenstelling tot het advies van de Omgevingsdienst nieuwe gevoelige objecten te realiseren binnen de contour.

-

Vanuit de veehouderij aan Turkaaweg 2 is sprake van een fijnstofemissie van 15 kg/jr. Deze emissie is in het kader van endotoxine verwaarloosbaar.

Niet volledig wordt voldaan aan de normen voor endotoxine voor wat betreft Turkaaweg ong. te Diessen. Dit is echter slechts een toetsingskader welke als richtlijn kan worden gehanteerd door een gemeente. Gezien de ligging in de directe nabijheid van de bebouwde kom en de vele gevoelige objecten in de directe nabijheid, wordt de realisatie van nog twee Ruimte voor Ruimte woningen binnen de genoemde contour gezien als acceptabel. Er is een grote vraag naar woningbouw binnen de gemeente. Een afweging is gemaakt tussen het belang van volksgezondheid en de realisatie van woningbouw in samenhang met de sanering van de intensieve veehouderij aan Koningin Julianaweg 1b. Het woon- en leefklimaat ter plaatse kan in de toekomst enkel nog verbeteren als het gaat om milieuhinder zo dicht tegen de bebouwde kom. De veehouderij Beerseweg 6 wordt namelijk in de huidige situatie reeds belemmerd in de ontwikkelingsmogelijkheden. Uitbreiding van de milieuhinder ligt niet in de lijn der verwachting. Door realisatie van nog twee gevoelige objecten binnen de contour, wordt de veehouderij niet nog verder belemmerd dan in de huidige situatie. In navolgende subparagraaf wordt nog nader aandacht besteed aan de gezondheidsrisico’s ter plaatse.

5.8.2

Toets aan stappenplan bij realisatie van een nieuwe woning

In de Handreiking veehouderij en volksgezondheid is tevens een stappenplan opgenomen waaraan getoetst dient te worden bij de wijziging van een bestemmingsplan voor realisatie van (een) nieuwe woning(en) in de buurt van een of meerdere veehouderijen. Navolgend worden de beoogde nieuwe woningen aan Turkaaweg ong. getoetst aan het stappenplan. Hierin wordt nagegaan of er aandachtspunten worden gevonden in het kader van gezondheid en of advies ingewonnen dient te worden bij de GGD. Stap 1 In stap 1 wordt alle informatie verzameld over de mogelijke risico’s van omliggende veehouderijen voor de gezondheid van toekomstige bewoners van de geplande woning. In voorgaande paragraaf 6.8.1.4 zijn alle veehouderijen in de omgeving getoetst aan het aspect endotoxine. De planlocatie is wel gelegen binnen de endtoxinecontour, evenals enkele reeds bestaande gevoelige objecten. In de beoogde nieuwe woningen zullen zich niet per definitie meer kwetsbare personen vestigen dan in de reeds bestaande woningen binnen de contour. Het risico aldaar is dan ook niet hoger. In het gebied is sprake van een transformatie van agrarisch naar niet-agrarisch, met veelal burgerwoonbestemmingen. Uitbreiding van de veehouderij ligt dan ook niet in de reden. Stap 2 In stap 2 wordt in kaart gebracht wat de planologische ruimte en de milieuruimte is in het plangebied.

Onderzocht dient ook te worden welke percelen in en bij het plangebied de bestemming ‘bedrijf’ of

ONTWERP Crijns Rentmeesters bv

61

Bestemmingsplan ‘Koningin Julianaweg 1 en 1b en Turkaaweg ong.’ - Toelichting

‘agrarisch’ hebben en of mogelijkheden bestaan voor uitbreiding. Binnen de planlocatie is geen sprake van een al dan niet agrarisch bedrijf. Geen sprake is van milieuruimte. In de omgeving van de planlocatie is ook geen uitbreiding van bedrijven voorzien waarmee rekening gehouden dient te worden. Uitbreiding van de bestaande veehouderij in de directe omgeving ligt ook niet in de reden. Stap 3 In stap 3 wordt beoordeeld of gezondheidsrisico’s voor de toekomstige bewoners te verwachten zijn. Er zijn grofweg twee uitkomsten mogelijk (zie stap 4a en 4b): Stap 4a Zijn er wel gezondheidsrisico’s te verwachten voor de bewoners, dan moet een nadere afweging gemaakt worden van de risico's en mogelijke oplossingen (stap 5). Stap 4b Als er geen gezondheidsrisico’s te verwachten zijn, is sprake van een goed woon- en leefklimaat bij de toekomstige woning wat betreft risico’s voor de gezondheid. Stap 7b (positief besluit) is dan rechtstreeks van toepassing. Stap 5 Als er wel gezondheidsrisico’s te verwachten zijn voor de toekomstige bewoners, dan dient onderzocht te worden wat mogelijke oplossing zijn via het ruimtelijk spoor. Bij besluiten binnen het ruimtelijk spoor hebben overheden beleidsvrijheid. Dat geeft het bevoegd gezag meer afwegingsruimte dan binnen het milieuspoor. Het bevoegd gezag moet wel een ruimtelijk belang aantonen bij het nemen van ruimtelijke maatregelen.

Als gevolg van de beoogde herontwikkeling worden geen oplossingen geboden viia het ruimtelijk spoor. De veehouderij zal bijvoorbeeld geen beperkingen worden opgelegd. In een gebied, zodanig dicht bij de bebouwde kom, waar sprake is van een transformatie van veehouderij naar woonomgeving, kan worden gesteld dat uitbreiding van de veehouderij niet in de reden ligt. Door de ligging van meerdere gevoelige objecten binnen bestaande endotoxinecontouren, kan enkel worden gesteld dat het woon- en leefklimaat in de toekomst enkel kan verbeteren. Stap 6 In stap 6 wordt beoordeeld of veehouders niet onevenredig in de belangen worden geschaad. Dat is in onderhavige situatie niet het geval. Dit aspect is nog nader toegelicht in paragraaf 5.7.8. Stap 7 In stap 7 wordt een positief dan wel negatief besluit genomen door het bevoegd gezag. Uit de doorlopen stappen kan worden geconcludeerd dat ter plaatse van de planlocatie sprake is van een aanvaardbaar woon- en leefklimaat. Niemand wordt onevenredig in de belangen geschaad. Gesteld kan dan ook worden dat op grond van het aspect ‘gezondheid’ het plan mogelijk is.

5.8.3

Geitenhouderij

Uit onderzoek blijkt dat mensen die in de nabijheid van een geitenhouderij wonen, meer kans hebben dan gemiddeld op longontsteking. Totdat er meer duidelijkheid is over de oorzaak van de

ONTWERP Crijns Rentmeesters bv

62

Bestemmingsplan ‘Koningin Julianaweg 1 en 1b en Turkaaweg ong.’ - Toelichting

longontsteking en een integrale aanpak, adviseert de GGD het voorzorgsbeginsel toe te passen en terughoudend te zijn met uitbreiding of nieuwvestiging van geitenhouderijen in de buurt van gevoelige bestemmingen. Andersom geldt ook dat geadviseerd wordt terughoudend te zijn met het plaatsen van gevoelige bestemmingen in de buurt van bestaande geitenhouderijen. Dat betekent dat gemeenten wordt geadviseerd om in hun besluitvorming het risico op longontsteking mee te wegen. Op basis van de onderzoeksresultaten is het risico op longontsteking groter naarmate de afstand tot een geitenbedrijf kleiner is. Tot een afstand tot twee kilometer is er sprake van een vergroot risico. Op een afstand van circa 1,5 kilometer ten noordwesten van de planlocatie Turkaaweg ong. is een geitenhouderij gevestigd, aan Hoekje 9. Op circa 1,8 kilometer ten noorden van de planlocatie Turkaaweg ong. is tevens een geitenhouderij gevestigd, aan Frankenstraat 2 te Haghorst. Deze locaties zijn met een minimale afstand van 1,5 kilometer gelegen op een ruime afstand tot de planlocaties. Er is een grote vraag naar woningbouw binnen de gemeente Hilvarenbeek. De kernen Diessen en Haghorst zijn ook binnen een afstand van twee kilometer tot de geitenhouderijen gelegen.

Met deze bestemmingsplanprocedure is een afweging gemaakt tussen het belang van volksgezondheid en de realisatie van twee woningen in samenhang met de sanering van een intensieve veehouderij. Aannemelijk is dat de ligging van de geitenhouderijen op ten minste 1,5 kilometer niet leidt tot een onaanvaardbaar gezondheidsrisico. De beoogde twee Ruimte voor Ruimte woningen vormen dan ook geen bezwaar in het kader van de geitenhouderij. Binnen de planlocaties aan de Koningin Julianaweg worden geen nieuwe gevoelige objecten beoogd. Dit aspect is ter plaatse van ook niet relevant.

5.8.4

Gewasbeschermingsmiddelen

In het kader van een goede ruimtelijke ordening wordt bij het mogelijk maken van een nieuwe gevoelige bestemming in de nabijheid van agrarische bestemmingen aandacht gevraagd voor spuitzones in verband met het risico voor de volksgezondheid vanwege eventuele blootstelling aan gewasbeschermingsmiddelen

via

drift.

Met

de

term

drift

wordt

de

hoeveelheid

gewasbeschermingsmiddel bedoeld die bij het spuiten buiten het agrarisch perceel op de grond terecht kan komen en/of op hoogte door de lucht passeert. Drift is een belangrijke en directe bron van

luchtverontreiniging,

waardoor

mens

en

dier

in

contact

kunnen

komen

met

gewasbeschermingsmiddelen. Vooral bij middelen met een hoge toxiciteit en/of voor kwetsbare groepen, zoals jonge kinderen of ouderen, kan drift risico’s voor de gezondheid inhouden. In de omgeving van de planlocaties zijn geen gronden gelegen waarop gebruik wordt gemaakt van gewasbeschermingsmiddelen. Andersom wordt ter plaatse van de planlocaties het gebruik van gewasbeschermingsmiddelen ook niet beoogd. Dit aspect is dan ook geen belemmering voor de beoogde herontwikkeling.

ONTWERP Crijns Rentmeesters bv

63

Bestemmingsplan ‘Koningin Julianaweg 1 en 1b en Turkaaweg ong.’ - Toelichting

5.9 Bedrijven en milieuzonering 5.9.1

Inleiding

Bij een ruimtelijke ontwikkeling dient rekening te worden gehouden met milieuzoneringen van bestaande en toekomstige bedrijven om zodoende de kwaliteit van het leefmilieu te handhaven en te bevorderen. Bij de milieuzonering wordt gebruik gemaakt van de door de Vereniging van Nederlandse Gemeenten (VNG) opgestelde Lijst van Bedrijfsactiviteiten uit de handreiking ‘Bedrijven en Milieuzonering’. De (indicatieve) lijst ‘Bedrijven en Milieuzonering’ uitgegeven door de Vereniging van Nederlandse Gemeenten geeft de richtafstanden weer voor milieubelastende activiteiten. In de lijst ‘Bedrijven en Milieuzonering’ worden richtafstanden gegeven voor de aspecten geur, stof, geluid en gevaar. De richtafstanden gelden tussen de grens van de bestemming en de uiterste grens van de gevel van een woning die volgens het bestemmingsplan of via vergunning vrij bouwen mogelijk is. De VNG-brochure geeft navolgende omschrijving voor het omgevingstype ‘rustige woonwijk of rustig buitengebied’: “Een rustige woonwijk is een woonwijk die is gericht volgens het principe van functiescheiding. Afgezien van wijkgebonden voorzieningen komen vrijwel geen andere functies (zoals bedrijven of kantoren) voor. Langs de randen (in de overgang naar mogelijke bedrijfsfuncties) is

weinig

verstoring

door

verkeer.

Een

vergelijkbaar

omgevingstype

qua

aanvaardbare

milieubelasting is een rustig buitengebied (eventueel inclusief verblijfsrecreatie), een stiltegebied of een natuurgebied.” De VNG-brochure geeft navolgende omschrijving voor het omgevingstype ‘gemengd gebied’: “Een gemengd gebied is een gebied met een matige tot sterke functiemenging. Direct naast woningen komen andere functies voor zoals winkels, horeca en kleine bedrijven. Ook lintbebouwing in het buitengebied met overwegend agrarische en andere bedrijvigheid kan als gemengd gebied worden beschouwd. Gebieden die direct langs de hoofdinfrastructuur liggen, behoren eveneens tot het omgevingstype gemengd gebied. Hier kan de verhoogde milieubelasting voor geluid de toepassing van kleinere richtafstanden rechtvaardigen. Geluid is voor de te hanteren afstand van milieubelastende activiteiten veelal bepalend.” De beide planlocaties kunnen gezien de functiemenging in de omgeving op grond van de beschrijving uit de VNG-brochure worden aangemerkt als gelegen binnen een ‘gemengd gebied’. Ook de planlocaties aan Koningin Julianaweg kunnen vanwege de aanwezigheid van verscheidene al dan niet agrarische bedrijven niet worden gezien als ‘rustige woonwijk of rustig buitengebied’ en kunnen dan worden getypeerd als ‘gemengd gebied’.

De richtafstanden in de VNG-publicatie kunnen in ‘gemengd gebied’, zonder dat dit ten koste gaat van het woon- en leefklimaat, met één afstandsstap verlaagd worden.

5.9.2

Bedrijven in de omgeving

5.9.2.1 Koningin Julianaweg 1b De agrarische bedrijven in de omgeving van de planlocatie zijn reeds nader toegelicht in paragraaf 5.7 van deze toelichting.

ONTWERP Crijns Rentmeesters bv

64

Bestemmingsplan ‘Koningin Julianaweg 1 en 1b en Turkaaweg ong.’ - Toelichting

Het meest dicht bij de planlocatie Koningin Julianaweg 1b gelegen niet-agrarisch bedrijf betreft een vakantiepark, op een afstand van ruim 450 meter ten noordwesten van de planlocatie. Dit vakantiepark valt binnen de milieucategorie 3.1, waarvoor in een ‘gemengd gebied’ een afstand van ten minste 30 meter aangehouden dient te worden tot een gevoelig object. Met een afstand van ruim 450 meter wordt aan deze afstand ruim voldaan. In de omgeving van de planlocatie zijn geen andere niet-agrarische bedrijven gevestigd.

5.9.2.2 Turkaaweg ong. De in de omgeving gelegen agrarische bedrijven zijn reeds toegelicht in paragraaf 5.7 van deze toelichting. De meest dicht bij de planlocatie gelegen niet-agrarische bedrijvigheid betreft een bedrijventerrein op een afstand van circa 280 meter ten noordwesten van de planlocatie. Binnen dit bedrijventerrein is een zonering aangebracht voor toegestane milieucategorie. Maximaal milieucategorie 3.2 is toegestaan. Voor bedrijven binnen milieucategorie 3.2 dient in een ‘gemengd gebied’ een afstand aangehouden te worden van ten minste 50 meter tot een gevoelig object. Aan deze afstand wordt ruim voldaan. Het aspect bedrijven en milieuzonering vormt voor de beoogde Ruimte voor Ruimte kavels geen belemmering.

5.9.3

Bedrijvigheid binnen plangebied

Binnen de planlocaties aan Turkaaweg ong. of Koningin Julianaweg 1 wordt geen niet-agrarisch bedrijf beoogd. Aan Koningin Julianaweg 1b wordt wel een agrarisch verwant bedrijf beoogd, in de vorm van bijvoorbeeld grondverzetbedrijf. Dergelijke agrarisch verwante bedrijven vallen binnen de milieucategorie 3.1. Hiervoor dient in het ‘gemengd gebied’ een afstand van ten minste 30 meter te worden aangehouden tot gevoelige objecten. Binnen een contour van 30 meter rondom dit beoogde bedrijf zijn geen gevoelige objecten gelegen. Dit aspect vormt dan ook geen bezwaar.

5.10 Externe veiligheid 5.10.1 Inleiding Onder externe veiligheid verstaat men het beheersen van risico’s die direct of indirect voortvloeien uit de opslag, de productie, het gebruik en het vervoer van gevaarlijke stoffen. Het risico is daarbij gedefinieerd als ‘de kans op overlijden’ voor personen. De aanwezige risico’s zijn zeer afhankelijk van het brontype. De relevante typen zijn: bedrijven, vervoer van gevaarlijke stoffen (per spoor, over de weg en het water) en kabels en leidingen. Deze aspecten worden in de navolgende (sub)paragrafen nader toegelicht. Aan Koningin Julianaweg 1 wordt geen nieuwe gevoelige functie beoogd. Deze locatie wordt dan ook verderop niet nader toegelicht.

5.10.2 Besluit externe veiligheid inrichtingen Op 27 oktober 2004 is het Besluit externe veiligheid inrichtingen (Bevi) in werking getreden. Met het besluit wordt beoogd een wettelijke grondslag te geven aan het externe veiligheidsbeleid rondom risicovolle inrichtingen. Het doel van het besluit is de risico’s waaraan burgers in hun leefomgeving ONTWERP Crijns Rentmeesters bv

65

Bestemmingsplan ‘Koningin Julianaweg 1 en 1b en Turkaaweg ong.’ - Toelichting

worden blootgesteld vanwege risicovolle inrichtingen tot een aanvaardbaar minimum te beperken. Op basis van het Bevi geldt voor het plaatsgebonden risico (PR) rondom een risicovolle inrichting een grenswaarde voor kwetsbare objecten en een richtwaarde voor beperkt kwetsbare objecten. Het plaatsgebonden risico is de berekende kans per jaar, dat een persoon overlijdt als rechtsreeks gevolg van een ongeval bij een risicobron, aangenomen dat hij op die plaats permanent en onbeschermd verblijft. Het plaatsgebonden risico wordt gebruikt bij de toetsing of een risicovolle activiteit op een bepaalde plek mag plaatsvinden en wat in de directe omgeving ervan gebouwd mag worden. Deze richtwaarden liggen op een niveau van 10-6 per jaar. Bij de vaststelling van een bestemmingsplan moet aan deze normen worden voldaan. Het Bevi bevat geen norm voor het groepsrisico (GR). Wel geldt op basis van het Bevi een verantwoordingsplicht voor het groepsrisico in het invloedsgebied rondom de inrichting. De in het externe veiligheidsbeleid gehanteerde richtwaarde voor het GR geldt hierbij als oriëntatiewaarde.

5.10.3 Vervoer gevaarlijke stoffen Bij de risiconormering voor het vervoer van gevaarlijke stoffen zijn twee verschillende kansen voor het PR verwerkt: de kans dat er daadwerkelijk een zwaar ongeval of ramp plaatsvindt, zoals het ontsnappen van een gevaarlijke stof en de kans dat een persoon daadwerkelijk overlijdt als gevolg van dit zwaar ongeval of de ramp. Bij een plaatsgebonden risico van 10-6 is de kans dat er daadwerkelijk een zwaar ongeval plaatsvindt één op de miljoen. Binnen het nationaal veiligheidsbeleid wordt dit risico als grenswaarde aangemerkt voor de vestiging van kwetsbare objecten. Aan deze normstelling dient voldaan te worden. Het groepsrisico is de kans per jaar dat een groep van 10 of meer personen in de omgeving van de transportroute of de inrichting voor handelingen met gevaarlijke stoffen in één keer het (dodelijk) slachtoffer wordt van een ongeval. Het groepsrisico geeft de aandachtspunten aan waar zich mogelijk een ramp met veel slachtoffers kan voordoen en houdt daarmee rekening met de aard en dichtheid van de bebouwing in de nabijheid van de transportroute. In tegenstelling tot het plaatsgebonden risico geldt voor het groepsrisico geen grenswaarde maar een oriëntatiewaarde. Deze oriëntatiewaarde betreft een streefwaarde en heeft geen juridische status.

Het overschrijden van de oriëntatiewaarde is mogelijk mits dit in de besluitvorming door het bevoegd gezag gemotiveerd wordt. Bij deze verantwoordingsplicht moet onder andere aandacht besteed worden aan bronmaatregelen, zelfredzaamheid, inzetbaarheid hulpdiensten en dergelijke. Een belangrijke adviserende taak hierin heeft de wettelijk aangewezen adviseur, de regionale brandweer.

5.10.4 Beoordeling plangebied 5.10.4.1 Koningin Julianaweg 1b De planlocatie is op de risicokaart niet aangewezen als gelegen binnen een invloedsgebied van een bedrijf, leiding of transportlijn met betrekking tot externe veiligheid. Ten noorden van de planlocatie is wel een gastank gelegen. De planlocatie is echter niet gelegen binnen de risicocontour.

5.10.4.2 Turkaaweg ong. De planlocatie is op de risicokaart niet aangewezen als gelegen binnen een invloedsgebied van een bedrijf, leiding of transportlijn met betrekking tot externe veiligheid. Ten oosten van de planlocatie is

ONTWERP Crijns Rentmeesters bv

66

Bestemmingsplan ‘Koningin Julianaweg 1 en 1b en Turkaaweg ong.’ - Toelichting

wel een gastank gelegen, behorende bij de agrarische inrichting Beerseweg 6. De beoogde Ruimte voor Ruimte woningen worden echter niet gesitueerd binnen de risicocontour.

5.11 Luchtkwaliteit 5.11.1 Inleiding Op 15 november 2007 is de Wet luchtkwaliteit in werking getreden. De wet vervangt het Besluit Luchtkwaliteit 2005. Met de Wet luchtkwaliteit en de bijbehorende bepalingen en hulpmiddelen wil de overheid zowel de verbetering van de luchtkwaliteit bewerkstelligen als ook de gewenste ontwikkelingen in ruimtelijke ordening doorgang laten vinden. De Wet luchtkwaliteit voorziet onder meer in een gebiedsgerichte aanpak van de luchtkwaliteit via het Nationaal Samenwerkingsprogramma (NSL). Binnen het NSL werken het Rijk, de provincies en gemeenten samen om de Europese eisen voor luchtkwaliteit te realiseren. Het NSL is op 1 augustus 2009 in werking getreden. De programma-aanpak zorgt voor een flexibele koppeling tussen ruimtelijke activiteiten en milieugevolgen. Van bepaalde projecten met getalsmatige grenzen is vastgesteld dat deze ‘niet in betekenende mate’ (NIBM) bijdragen aan de luchtverontreiniging als de 3% grens niet wordt overschreden.

5.11.2 Regeling Niet in Betekenende Mate In de ‘Regeling niet in betekenende mate bijdragen’ wordt aangeven op welke manier snel kan worden vastgesteld of de bijdrage van een nieuwbouwproject op de luchtkwaliteit valt onder de term ‘niet in betekenende mate’. De regeling geeft een harde omschrijving van het aantal gevallen. Voor woningbouw geldt bij 1 ontsluitingsweg een aantal van 1.500 nieuwe woningen netto. Bij twee ontsluitingswegen geldt een aantal van 3.000 woningen netto. De beoogde herontwikkeling ziet op herbestemming van de intensieve veehouderij aan Koningin Julianaweg 1b te Haghorst naar agrarisch verwant bedrijf. In samenhang met de sanering wordt aan Turkaaweg ong. te Diessen een tweetal Ruimte voor Ruimte woningen gerealiseerd en kan de aanduiding ‘specifieke vorm van agrarisch – geen erf’ komen te vervallen. Het plan valt onder het criterium NIBM.

5.11.3 Blootstelling aan verontreiniging 5.11.3.1 Inleiding Andersom dient ook te worden gekeken naar het woon- en leefklimaat en daarmee de blootstelling aan verontreiniging. In de Wet milieubeheer is de Europese richtlijn luchtkwaliteit geïmplementeerd. Het doel van de wet is mensen te beschermen tegen risico’s van luchtverontreiniging. De richtlijn geeft de volgende grenswaarden voor fijn stof: -

de grenswaarde jaargemiddelde concentratie van PM10 is 40 µg/m³.

-

de grenswaarde daggemiddelde concentratie van PM10 is 50 µg/m³. De concentratie fijn stof mag maximaal 35 dagen per kalenderjaar hoger zijn dan deze waarde .

-

de grenswaarde jaargemiddelde concentratie van PM2,5 is 25 µg/m³.

De Europese richtlijn luchtkwaliteit geeft de volgende grenswaarde voor stikstofdioxide:

ONTWERP Crijns Rentmeesters bv

67

Bestemmingsplan ‘Koningin Julianaweg 1 en 1b en Turkaaweg ong.’ - Toelichting

-

de grenswaarde jaargemiddelde concentratie van NO2 is 40 µg/m³.

Aan Koningin Julianaweg 1 wordt geen nieuwe gevoelige functie beoogd. Deze locatie wordt dan ook verderop niet nader besproken.

5.11.3.2 Koningin Julianaweg 1b Navolgende figuren geven de jaargemiddelde concentratie van PM10 en PM2,5 ter plaatse van de planlocatie aan Koningin Julianaweg 1b weer,

evenals de jaargemiddelde concentratie

stikstofdioxide.

Figuur 40: Fijnstof 2019 PM10 (bron: Atlas leefomgeving)

Figuur 41: Fijnstof 2019 PM2,5 (bron: Atlas leefomgeving)

ONTWERP Crijns Rentmeesters bv

68

Bestemmingsplan ‘Koningin Julianaweg 1 en 1b en Turkaaweg ong.’ - Toelichting

Ter plaatse

van de planlocatie aan Koningin Julianaweg 1b is sprake van jaargemiddelde

concentratie PM10 van 19-20 µg/m³. De jaargemiddelde concentratie PM2,5 bedraagt 11-12 µg/m³. Dit betreft zelfs de situatie van vóór sanering van de intensieve veehouderij ter plaatse.

Figuur 42: Stikstof 2019 (bron: Atlas leefomgeving)

De stikstofconcentratie binnen het plangebied bedraagt 14-16 ug/m³. Dit betreft zelfs de situatie vóór sanering van de intensieve veehouderij ter plaatse. Geconcludeerd kan worden dan de beoogde ontwikkeling in het kader van de blootstelling aan luchtverontreiniging geen bezwaar is. Ter plaatse is sprake van een aanvaardbaar woon- en leefklimaat.

5.11.3.3 Turkaaweg ong. Navolgende figuren geven de jaargemiddelde concentratie van PM10 en PM2,5 ter plaatse van de planlocatie aan Turkaaweg ong. weer, evenals de jaargemiddelde concentratie stikstofdioxide.

ONTWERP Crijns Rentmeesters bv

69

Bestemmingsplan ‘Koningin Julianaweg 1 en 1b en Turkaaweg ong.’ - Toelichting

Figuur 43: Fijnstof 2019 PM10 (bron: Atlas leefomgeving)

Figuur 44: Fijnstof 2019 PM2,5 (bron: Atlas leefomgeving)

Ter plaatse van de planlocatie aan Turkaaweg ong. is sprake van jaargemiddelde concentratie PM10 van 18-19 µg/m³. De jaargemiddelde concentratie PM2,5 bedraagt 10-12 µg/m³.

ONTWERP Crijns Rentmeesters bv

70

Bestemmingsplan ‘Koningin Julianaweg 1 en 1b en Turkaaweg ong.’ - Toelichting

Figuur 45: Stikstof 2019 (bron: Atlas leefomgeving)

De stikstofconcentratie binnen de planlocatie bedraagt 14-16 ug/m³. Geconcludeerd kan worden dan de beoogde ontwikkeling in het kader van de blootstelling aan luchtverontreiniging geen bezwaar is. Ter plaatse is sprake van een aanvaardbaar woon- en leefklimaat.

5.12 M.e.r.-beoordeling 5.12.1 Inleiding Op 1 april 2011 is het nieuwe Besluit milieueffectrapportage in werking getreden. Een belangrijke wijziging die daarin is aangebracht, is dat voor de vraag of een m.e.r.-beoordelingsprocedure moet worden doorlopen, een toetsing aan de drempelwaarden in de D-lijst niet toereikend is. Indien een activiteit een omvang heeft die onder de grenswaarden ligt, dient op grond van de selectiecriteria in de EEG-richtlijn milieu-effectbeoordeling te worden vastgesteld of belangrijke nadelige gevolgen van de activiteit voor het milieu kunnen worden uitgesloten. Wanneer dat het geval is, is de activiteit niet m.e.r.-(beoordelings)plichtig. In het kader van de wijziging van het Besluit m.e.r. is een handreiking opgesteld over de vraag hoe moet worden vastgesteld of een activiteit met een omvang onder de drempelwaarde toch belangrijke nadelige gevolgen voor het milieu kan hebben. In de handreiking is opgenomen dat voor elk besluit of plan dat betrekking heeft op activiteit(en) die voorkomen op de Dlijst en die een omvang hebben die beneden de drempelwaarden liggen een toets moet worden uitgevoerd of belangrijke nadelige milieugevolgen kunnen worden uitgesloten. Voor deze toets wordt de term vormvrije m.e.r.-beoordeling gebruikt.

De toetsing in het kader van de vormvrije m.e.r.beoordeling dient te geschieden aan de hand van de selectiecriteria in bijlage III van de EEG-richtlijn milieu-effectbeoordeling.

ONTWERP Crijns Rentmeesters bv

71

Bestemmingsplan ‘Koningin Julianaweg 1 en 1b en Turkaaweg ong.’ - Toelichting

5.12.2 Toets Binnen het plangebied, bestaande uit twee planlocaties, is sprake van een herbestemming van een intensieve veehouderij naar agrarisch verwant bedrijf. In samenhang hiermee worden twee Ruimte voor Ruimte woningen ontwikkeld en komt de aanduiding ‘specifieke vorm van agrarisch – geen erf’ te vervallen. Aan Koningin Julianaweg 1 en 1b wordt geen nieuwbouw beoogd. Gebruik wordt gemaakt van de bestaande bebouwing. Het realiseren van woningen valt in beginsel onder onderdeel D (stedelijk ontwikkelingsproject, categorie D.11.2) van de bijlage bij het Besluit m.e.r. De beoogde herontwikkeling ziet toe op de toevoeging van twee wooneenheden. Conform jurisprudentie wordt de toevoeging van slechts één of enkele woningen niet onder het begrip van ‘stedelijke ontwikkeling’ in de zin van het Besluit m.e.r. Een vormvrije m.e.r.-beoordeling is dan ook niet noodzakelijk. In het kader van de voorbereiding is geconstateerd dat het plangebied niet nabij een kwetsbaar of waardevol gebied is gelegen. Met de ontwikkeling gaan geen natuurwaarden verloren. Dit is bekrachtigd in de uitgevoerde onderzoeken. De ontwikkeling ziet door sanering van de intensieve veehouderij met daarbij behorende afname van onder anderen stikstofdepositie op een versterking van waarden voor natuur en milieu.

Op basis hiervan kan geconcludeerd worden dat het milieubelang in voldoende mate is afgewogen en dat er geen nadelige effecten zijn te verwachten.

ONTWERP Crijns Rentmeesters bv

72

Bestemmingsplan ‘Koningin Julianaweg 1 en 1b en Turkaaweg ong.’ - Toelichting

6. JURIDISCHE VORMGEVING 6.1 Inleiding Een bestemmingsplan is een planologische regeling die zowel de burger als de overheid rechtstreeks bindt. De regels en verbeelding dienen als één geheel te worden beschouwd en kunnen niet los van elkaar worden gezien. De toelichting op de regels en verbeelding is niet juridisch bindend, maar biedt wel inzicht in de belangenafweging die tot de aanwijzing van bestemmingen heeft geleid. Bovendien draagt de toelichting bij aan de planinterpretatie.

6.2 Toelichting op de verbeelding De

verbeelding

heeft

een

belangrijke

rol

bij

het

bepalen

van

de

gebruiks-

en

bebouwingsmogelijkheden in het plangebied. De verbeelding bestaat uit een planverbeelding met drie kaartbladen, getekend op een digitale kadastrale ondergrond.

6.3 Algemene toelichting op de regels De opbouw van de regels is gelijk aan Standaard Vergelijkbare Bestemmingsplannen 2012. De opbouw is als volgt: -

Betekenisafspraken (Hoofdstuk 1 Inleidende bepalingen);

-

De gebruiks- en bouwregels per bestemming (Hoofdstuk 2 Bestemmingen);

-

Algemene regels (Hoofdstuk 3 Aanvullende regels);

-

Overige regels (Hoofdstuk 4 Overgangs- en slotregels).

Een bestemmingsartikel kan uit de volgende leden in deze volgorde worden opgebouwd: -

Bestemmingsomschrijving;

-

Bouwregels;

-

Nadere eisen;

-

Specifieke gebruiksregels;

-

Afwijking van de gebruiksregels;

-

Omgevingsvergunning voor het aanleggen.

De specifieke afwijkingsbevoegdheden en wijzigingsbevoegdheden zijn zoveel mogelijk per bestemming opgenomen. Hierdoor wordt direct per bestemming inzicht geboden in de eventuele afwijkingsmogelijkheden en de toegankelijkheid van het bestemmingsplan bevorderd. Met betrekking tot de regels is aangesloten bij de vigerende bestemmingsplannen voor het plangebied.

ONTWERP Crijns Rentmeesters bv

73

Bestemmingsplan ‘Koningin Julianaweg 1 en 1b en Turkaaweg ong.’ - Toelichting

7. UITVOERBAARHEID 7.1 Economische uitvoerbaarheid In de Wet ruimtelijke ordening (Wro) en het Besluit ruimtelijke ordening (Bro) zijn in afdeling 6.4 Wro en afdeling 6.2 Bro regels opgenomen voor grondexploitatie bij een ruimtelijke ontwikkeling. Centraal doel van deze regels voor grondexploitatie is, om te komen tot een verbetering van het stelsel van kostenverhaal bij particuliere grondexploitatie en een verbetering van de gemeentelijke regie met betrekking tot locatieontwikkeling. Het uitgangspunt van het dit stelsel vormt de verplichting tot kostenverhaal bij particuliere grondexploitatie. Deze verplichting houdt in dat een gemeente de te maken kosten op de exploitant moet verhalen in het geval deze exploitant tot een ontwikkeling van de gronden overgaat. Deze verplichting wordt vormgegeven door het verplicht stellen van een grondexploitatieplan, tenzij kostenverhaal anderszins is verzekerd. Bij deze ontwikkeling is sprake van het verzekeren van kostenverhaal door het sluiten van een anterieure overeenkomt tussen de gemeente en de initiatiefnemer. Verankerd is dat het bij een planologische maatregel die mogelijkheden biedt voor de bouw van één of meer hoofdgebouwen, verplicht is maatregelen te hebben genomen die verzekeren dat de kosten die gepaard gaan met de ontwikkeling van de locatie worden verhaald op de initiatiefnemer van het plan.

Voor de ontwikkeling van dit plan is er sprake van een particulier initiatief. De gemeente Hilvarenbeek zal in het kader van het bepaalde in de Grexwet daarom alle door de gemeente te maken kosten verhalen op de initiatiefnemer. Dit wordt met de initiatiefnemer kortgesloten middels een anterieure overeenkomst. In deze overeenkomst zijn onder andere de verplichtingen van initiatiefnemer met betrekking tot het planschadeverhaal opgenomen.

7.2 Maatschappelijke uitvoerbaarheid Door initiatiefnemer is eind 2021 een omgevingsdialoog gevoerd rondom de drie planlocaties. Voor de beoogde herontwikkeling aan Turkaaweg ong. heeft de gevoerde dialoog niet geleid tot aanpassingen van het plan. Naar aanleiding van de gevoerde dialoog rondom de Koningin Julianaweg hebben zich wel wijzigingen voorgedaan. Een verslag van de gevoerde dialoog is bekend bij de gemeente Hilvarenbeek. Dit bestemmingsplan wordt als ontwerpbestemmingsplan ter zienswijze gepubliceerd. Naar aanleiding van uitkomsten van de zienswijzenprocedure vindt een heroverweging plaats en kan besloten worden dit bestemmingsplan op een aantal punten gewijzigd vast te stellen.

ONTWERP Crijns Rentmeesters bv

74

Bestemmingsplan ‘Koningin Julianaweg 1 en 1b en Turkaaweg ong.’ - Toelichting

8. PROCEDURE BESTEMMINGSPLAN 8.1 Procedure De bestemmingsplanprocedure conform de Wet ruimtelijke ordening wordt beschreven in afdeling 3.4 van de Algemene wet bestuursrecht. In de Wet ruimtelijke ordening zijn hierop nog enkele wijzigingen beschreven. Samengevat is de bestemmingsplanprocedure als volgt: -

het ontwerpbestemmingsplan ligt gedurende 6 weken ter inzage;

-

gedurende deze periode kan een ieder schriftelijke of mondelinge zienswijzen naar voren brengen aan de gemeenteraad;

-

binnen twaalf weken na de terinzagelegging van het ontwerpbestemmingsplan stelt de gemeenteraad het bestemmingsplan vast;

-

de vaststelling van het bestemmingsplan dient binnen twee weken na de vaststelling bekend gemaakt te worden behoudens de hieronder genoemde uitzonderingen;

-

Gedeputeerde Staten hebben een zienswijze ingediend en deze zienswijze is niet of niet volledige door de gemeenteraad meegenomen in het vastgestelde bestemmingsplan.

-

De gemeenteraad heeft bij de vaststelling van het bestemmingsplan ten opzichte van het ontwerpbestemmingsplan - met uitzondering van het overnemen van de zienswijzen van Gedeputeerde Staten wijzigingen aangebracht.

Is één van bovenstaande twee gevallen aan de orde, dan mag het besluit tot vaststelling van het bestemmingsplan pas bekend worden gemaakt nadat

zes

weken zijn verstreken. Het

bestemmingsplan wordt dan voor zes weken ter inzage gelegd waartegen beroep kan worden ingesteld.

8.2 Overleg Artikel 3.1.1 van het Besluit op de ruimtelijke ordening geeft aan dat bij de voorbereiding van een bestemmingsplan burgemeester en wethouders overleggen met het bestuur van de bij het plan betrokken waterschap. Waar nodig plegen zij tevens overleg met besturen van andere gemeenten, met de provincie en met eventuele andere diensten van Rijk en provincie die belast zijn met de behartiging van belangen die in het plan in het geding zijn. Dit bestemmingsplan is aangeboden in het kader van het wettelijk vooroverleg. Zowel het waterschap als de provincie hebben gereageerd op het voorontwerpbestemmingsplan. Navolgend worden de reacties nader toegelicht. Waterschap De Dommel Per mail d.d. 26 augustus 2022 heeft Waterschap De Dommel een aantal aandachtspunten meegegeven over de beoogde herontwikkeling ter plaatse van de planlocatie Turkaaweg ong. Naar aanleiding van deze reactie is de waterparagraaf in onderhavige toelichting op een aantal punten aangevuld ter verduidelijking. Inhoudelijk heeft de reactie niet geleid tot aanpassingen in de plannen. Provincie Noord-Brabant ONTWERP Crijns Rentmeesters bv

75

Bestemmingsplan ‘Koningin Julianaweg 1 en 1b en Turkaaweg ong.’ - Toelichting

Per brief d.d. 5 oktober 2022 heeft de provincie Noord-Brabant aangegeven zich te kunnen vinden in de beoogde ontwikkelingen. Wel heeft de provincie verzocht om nadere uitwerking van voornamelijk de aspecten Zorgvuldig ruimtegebruik en Kwaliteitsverbetering van het landschap. Naar aanleiding van deze vooroverlegreactie zijn dan ook paragraaf 4.2.2.3 en 4.2.2.4 tekstueel verder uitgewerkt en is tevens de landschappelijke inpassing van Turkaaweg ong. verankerd in de regels van dit bestemmingsplan.

8.3 Zienswijzen Dit bestemmingsplan zal voor een termijn van zes weken ter inzage worden gelegd voor de zienswijzentermijn.

ONTWERP Crijns Rentmeesters bv

76

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/13738531/1