11 Bestemmingsplan Kernen Esbeek en Hilvarenbeek (5a Regels met in rood wijzigingen)
Tekst van het document
a. er mogen uitsluitend erfafscheidingen worden gebouwd; b. de bouwhoogte van erfafscheidingen mag niet meer bedragen dan 2 m.
NL.IMRO.0798.BPKernenEH-VG01
bestemmingsplan Kernen Esbeek en Hilvarenbeek
|67
Artikel 21 Verkeer - Verblijfsgebied 21.1 Bestemmingsomschrijving 21.1.1 Algemeen
De voor ‘Verkeer - Verblijfsgebied’ aangewezen gronden zijn bestemd voor: a. wegen en voet- en fietspaden; b. pleinen; c. parkeerterreinen en andere openbare ruimten met zowel een functie voor verblijf als voor verkeer gericht op aangrenzende en nabijgelegen bestemmingen; d. ter plaatse van de aanduiding 'garage': garageboxen ten behoeve van de stalling van auto's en andere motorvoertuigen; e. ter plaatse van de aanduiding 'specifieke vorm van verkeer - onverhard': uitsluitend een halfverharde of onverharde weg; en tevens voor: f.
ter plaatse van de aanduiding 'onderdoorgang': een onderdoorgang ten behoeve van het verkeer; g. ter plaatse van de aanduiding 'specifieke vorm van water - overkluizing': een overkluisde watergang; h. speelvoorzieningen; i. evenementen; j. groen en water(lopen) k. nutsvoorzieningen; l. waterhuishoudkundige voorzieningen; m. overige bijbehorende voorzieningen; n. bijzondere centrumdoeleinden; met de daarbij behorende: o. kunstwerken; p. nutsvoorzieningen; q. bouwwerken, geen gebouwen zijnde. 21.2 Bouwregels
Bouwen is uitsluitend toegestaan ten dienste van de in artikel 21 lid 1 omschreven doeleinden en met inachtneming van het bepaalde in hoofdstuk 3 en de volgende regels: 21.2.1 Gebouwen
Gebouwen mogen niet worden gebouwd.
NL.IMRO.0798.BPKernenEH-VG01
bestemmingsplan Kernen Esbeek en Hilvarenbeek
|68 21.2.2 Bouwwerken, geen gebouwen zijnde
a. de bouwhoogte van bouwwerken, geen gebouwen zijnde, mag ten hoogste bedragen voor: 1. verlichting
bouwhoogte 6 m;
2. voorzieningen voor de verkeersgeleiding
10 m;
3. speelvoorzieningen
6 m;
4. kunstuitingen
12 m;
5. marktkramen of andere gebruiken
3 m;
6. overige bouwwerken, geen gebouwen zijnde
2 m.
21.2.3 Garage
In afwijking van het bepaalde in artikel 21 lid 2.1 mogen ter plaatse van de aanduiding 'garage' garageboxen worden gebouwd met inachtneming van het bepaalde in hoofdstuk 3 en de volgende regels: a. garageboxen mogen uitsluitend binnen het bouwvlak worden gebouwd; b. de goot- en/of bouwhoogte mag ten hoogste bedragen 3 m, respectievelijk 5,5 m. 21.2.4 Onderdoorgang
Ter plaatse van de aanduiding 'onderdoorgang' mag slechts bebouwing worden opgericht indien de begane grondlaag vrij blijft van bebouwing met een doorgangsruimte van ten minste 4,5 m.
NL.IMRO.0798.BPKernenEH-VG01
bestemmingsplan Kernen Esbeek en Hilvarenbeek
|69
Artikel 22 Water 22.1 Bestemmingsomschrijving 22.1.1 Algemeen
De voor 'Water' aangewezen gronden zijn bestemd voor: a. waterhuishoudkundige doeleinden, waterbergingen en waterlopen met de daarbij behorende: b. bouwwerken, geen gebouwen zijnde, waaronder bruggen, dammen en/of duikers. 22.2 Bouwregels
Bouwen is uitsluitend toegestaan ten dienste van de in artikel 22 lid 1 omschreven doeleinden en met inachtneming van het bepaalde in hoofdstuk 3 en de volgende regels: 22.2.1 Algemeen
a. gebouwen mogen niet worden gebouwd. 22.2.2 Bouwwerken, geen gebouwen zijnde
a. de bouwhoogte van bouwwerken, geen gebouwen zijnde, anders dan voor de waterwegaanduiding of geleiding, mag ten hoogste bedragen voor: bouwhoogte 1. bruggen en viaducten 8 m; 2. overige bouwwerken, geen gebouwen zijnde
NL.IMRO.0798.BPKernenEH-VG01
4 m.
bestemmingsplan Kernen Esbeek en Hilvarenbeek
|70
Artikel 23 Wonen 23.1 Bestemmingsomschrijving 23.1.1 Algemeen
De voor 'Wonen' aangewezen gronden zijn bestemd voor het wonen in woningen met: a. ter plaatse van de aanduiding ‘aaneengebouwd’: minimaal 3 aaneengebouwde woningen; b. ter plaatse van de aanduiding ‘gestapeld’: gestapelde woningen; c. ter plaatse van de aanduiding ‘twee-aaneen’: twee-aaneengebouwde woningen; d. ter plaatse van de aanduiding ‘vrijstaand’: vrijstaande woningen; e. ter plaatse van de aanduiding 'woonwagenstandplaats': standplaatsen voor woonwagens; f. ter plaatse van de aanduiding 'specifieke bouwaanduiding - woningtype 1': aaneengebouwde woningen, al dan niet gestapeld; g. ter plaatse van de aanduiding 'specifieke bouwaanduiding - woningtype 2': vrijstaande en dubbele woningen; h. ter plaatse van de aanduiding 'specifieke bouwaanduiding - patiowoning 1', specifieke bouwaanduiding - patiowoning 2' of 'specifieke bouwaanduiding patiowoning 3': patiowoningen; i. ter plaatse van de aanduiding 'specifieke vorm van wonen - 1': uitsluitend een niet permanent te bewonen woning; j. ter plaatse van de aanduiding 'specifieke vorm van wonen - 2': vrijstaande woningen, twee-aaneengebouwde woningen, aaneengebouwde woningen en patiowoningen; k.
ter plaatse van de aanduiding 'specifieke bouwaanduiding - geschakeld': geschakelde woningen, met dien verstande dat geschakelde woningen niet mogen worden geschakeld door twee bijbehorende bouwwerken, maar uitsluitend door een verbinding tussen een hoofdgebouw en een bijbehorend bouwwerk op de naburige percelen; alsmede voor: l.
ter plaatse van de aanduiding 'bedrijf aan huis': tevens een aan huis verbonden bedrijf conform artikel 39 lid 3; m. ter plaatse van de aanduiding 'opslag': de opslag van goederen; n. ter plaatse van de aanduiding 'karakteristiek': de bescherming van cultuurhistorische waarden; o. ter plaatse van de aanduiding 'onderdoorgang': een onderdoorgang ten behoeve van het verkeer; p. ter plaatse van de aanduiding 'specifieke vorm van water - overkluizing': een overkluisde watergang; en tevens voor: q. r. s. t.
aan huis verbonden beroepen; erven en tuinen; paden; water en waterhuishoudkundige voorzieningen;
NL.IMRO.0798.BPKernenEH-VG01
bestemmingsplan Kernen Esbeek en Hilvarenbeek
|71
met de daarbij behorende: u. hoofdgebouwen; v. onderbouwen; w. bijbehorende bouwwerken; x. overkappingen; y. overige bouwwerken, geen gebouwen zijnde. 23.1.2 Nadere detaillering van de bestemmingsomschrijving
Ten aanzien van de in artikel 23 lid 1.1 genoemde functies gelden de volgende beperkingen: a. het aantal woningen per bouwperceel niet meer mag bedragen dan op het tijdstip van terinzagelegging van het ontwerp van het plan bestaande aantal, hieronder niet begrepen woningen die zijn gebouwd in strijd met het voorheen geldende plan, daaronder begrepen de overgangsbepaling van dat plan. 23.2 Bouwregels
Bouwen is uitsluitend toegestaan ten dienste van de in artikel 23 lid 1 omschreven doeleinden en met inachtneming van het bepaalde in hoofdstuk 3 en de volgende regels: 23.2.1 Algemeen
a. nieuw te bouwen woningen uitsluitend zijn toegestaan daar waar met een aanduiding ‘maximaal aantal woningen’ op de plankaart is aangegeven, met dien verstande dat het aantal nieuw te bouwen woningen maximaal het aangegeven aantal mag bedragen; b. in afwijking van het bepaalde onder a mogen ter plaatse van de aanduiding 'specifieke bouwaanduiding - maximaal 84 wooneenheden Gelderakkers 2' maximaal 84 wooneenheden gerealiseerd worden; c. ter plaatse van de aanduiding 'bijgebouwen uitgesloten' zijn geen gebouwen en overkappingen toegestaan; d. ter plaatse van de aanduiding 'specifieke bouwaanduiding - onbebouwd' is geen bebouwing toegestaan. 23.2.2 Hoofdgebouwen
a. de voorgevel van hoofdgebouwen mag uitsluitend in de gevellijn worden gebouwd; b. ter plaatse van de aanduiding 'specifieke vorm van wonen - 2' geldt voor patiowoningen dat dat de voorgevel met minimaal 20% van de breedte van de gevellijn dient te worden gebouwd; c. de diepte van het hoofdgebouw mag ten hoogste 13 m bedragen; d. de diepte van het hoofdgebouw mag ter plaatse van de aanduiding 'specifieke bouwaanduiding - patiowoning 2' ten hoogste 18 meter bedragen; e. in afwijking van het bepaalde onder b mag ter plaatse van de aanduiding 'specifieke bouwaanduiding - bouwdiepte' de diepte van het hoofdgebouw maximaal 8 m bedragen; f. in afwijking van het bepaalde onder b mag ter plaatse van de aanduiding 'specifieke bouwaanduiding - 2' de diepte van het hoofdgebouw niet meer bedragen dan 9 m, met dien verstande dat de woning voorzien dient te zijn van een langskap; g. in afwijking van het bepaalde onder b mag ter plaatse van de aanduiding 'specifieke bouwaanduiding - 3' de diepte van het hoofdgebouw niet meer bedragen dan 13 m, met dien verstande dat de woning voorzien dient te zijn van een dwarskap; NL.IMRO.0798.BPKernenEH-VG01
bestemmingsplan Kernen Esbeek en Hilvarenbeek
|72
h. ter plaatse van de aanduiding 'specifieke bouwaanduiding - plat dak 2' dient het hoofdgebouw voorzien te zijn van een plat dak, waarbij de oppervlakte van de tweede bouwlaag maximaal 60% van het bebouwd oppervlak op de begane grond mag bedragen. i. ter plaatse van de aanduiding 'specifieke bouwaanduiding - 1' dient de woning tweezijdig georiënteerd te zijn, met dien verstande dat de woning zowel op de gevellijn als de Bolakker georiënteerd dient te worden; j. ter plaatse van de aanduiding 'specifieke bouwaanduiding - dakhelling 1' bedraagt de dakhelling van het hoofdgebouw minimaal 45 graden; k. ter plaatse van de aanduiding 'specifieke bouwaanduiding - dakhelling 2' dient het hoofdgebouw te worden afgerond met een kap, waarbij de dakhelling maximaal 60 graden mag bedragen; l. ter plaatse van de aanduiding 'specifieke bouwaanduiding - dakhelling 3' dient het hoofdgebouw te worden afgerond met een kap, waarbij: 1. de dakhelling minimaal 30 graden en maximaal 50 graden bedraagt; 2. de nokrichting van het zadeldak loodrecht is op de voorgevellijn; m. ter plaatse van de aanduiding 'specifieke bouwaanduiding - dakopbouw' mag de dakopbouw een oppervlakte hebben van maximaal 70 m2; n. ter plaatse van de aanduiding 'specifieke bouwaanduiding - 4' geldt dat: 1.
het hoofdgebouw dient te worden voorzien van een zadeldak of samengesteld hellend dakvlak, waarvan de helling niet minder dan 30 graden en niet meer dan 50 graden bedraagt, ten opzichte van het horizontale vlak; 2. de nokrichting bij een hoofdgebouw met een zadeldak loodrecht op de voorgevellijn is; 3. de nokrichting bij een hoofdgebouw met een samengesteld gellend dakvlak, gedeeltelijk loodrecht op de voorgevellijn en gedeeltelijk parallel aan de voorgevellijn is, waarbij het gedeelte van het hoofdgebouw met het grootste dakvlak loodrecht op de voorgevellijn moet worden gesitueerd; o. ter plaatse van de aanduiding 'specifieke bouwaanduiding - plat dak 1' dienen gebouwen voorzien te zijn van een plat dak en dient het bebouwd oppervlak van de tweede bouwlaag aaneengesloten te zijn met een maximum oppervlak van 60 m2; p. ter plaatse van de aanduiding 'specifieke bouwaanduiding - inhoud 1' bedraagt de gezamenlijke inhoud van de woningen 1570 m3, met dien verstande dat: 1. de inhoud van één woning maximaal 800 m3 bedraagt; 2. onderbouwen niet worden meegeteld bij deze maximaal toegestane inhoud; q. ter plaatse van de aanduiding 'specifieke bouwaanduiding - inhoud 2' bedraagt de inhoud van de woning maximaal 800 m3, met dien verstande dat onderbouwen niet worden meegeteld bij deze maximaal toegestane inhoud; r.
bij vrijstaande hoofdgebouwen, twee aaneengebouwde hoofdgebouwen en bij aaneengebouwde woningen de hoofdgebouwen van eindwoningen dient de afstand aan de niet aaneengebouwde zijde tot de zijdelingse perceelgrens ten minste 2,5 m te bedragen; s. bij geschakelde woningen bedraagt de afstand van alle gebouwen (zowel hoofdgebouwen als bijbehorende bouwwerken) tot de zijdelingse perceelsgrens aan één zijde ten minste 1 m; t. op het bouwen van tot het hoofdgebouw behorende ondergeschikte bouwdelen, zoals erkers, is tevens artikel 38 lid 4 van toepassing;
NL.IMRO.0798.BPKernenEH-VG01
bestemmingsplan Kernen Esbeek en Hilvarenbeek
|73
u. de goot- en/of bouwhoogte van hoofdgebouwen mag ten hoogste bedragen de ter plaatse van de aanduiding ‘maximale goothoogte (m), maximale bouwhoogte (m)’ is aangegeven; v. de breedte van aaneengebouwde woningen mag ten hoogste de ter plaatse van de aanduiding 'maximum beukmaat (m)' aangegeven breedte bedragen; w. in afwijking van het bepaalde onder v geldt ter plaatse van de aanduiding 'specifieke bouwaanduiding - bouwhoogte' dat de maximum bouwhoogte voor de eerste 2 meter van de diepte vanaf de voorgevel van het hoofdgebouw niet meer mag bedragen dan 3,5 m; x. ter plaatse van de aanduiding 'specifieke bouwaanduiding - patiowoning 1' geldt dat: 1. de dakopbouw volledig binnen een afstand van 11 meter van de voorgevel van het hoofdgebouw gebouwd dient te worden; 2. het platdak niet gebruikt mag worden als dakterras; 3. het bebouwingspercentage niet meer mag bedragen dan 80% per bouwperceel, tenzij anders is aangegeven y. ter plaatse van de aanduiding 'specifieke bouwaanduiding - bebouwd oppervlak 1' geldt dat: 1. in afwijking van het bepaalde onder artikel 23 lid 2.3 sub b het gezamenlijk te bebouwen oppervlak van gebouwen ten hoogste 50% van de gronden die gelegen zijn achter de gevellijn mag bedragen tot een maximum van 500 m2; 2. het bebouwd oppervlak van de tweede bouwlaag aaneengesloten dient te zijn met een maximum oppervlak van 100 m2; 3.
gebouwen voorzien dienen te zijn van een plat dak, tenzij de aanduiding 'kap' aanwezig is; 23.2.3 Bijbehorende bouwwerken
a. bijbehorende bouwwerken mogen uitsluitend op een afstand van ten minste 3 m achter de voorgevel van hoofdgebouwen worden gebouwd; b. het gezamenlijk te bouwen oppervlak van bijbehorende bouwwerken en overkappingen mag ten hoogste 50% van het bouwperceel bedragen tot een maximum van 100 m2, met dien verstande dat een aaneengesloten oppervlakte van ten minste 25 m2 van het zij- en achtererf onbebouwd en onoverdekt dient te blijven; c. in afwijking van het bepaalde onder b mag ter plaatse van de aanduiding 'specifieke bouwaanduiding - bebouwd oppervlak 3' het gezamenlijk te bouwen oppervlak van bijbehorende bouwwerken en overkappingen ten hoogste 20 m2 per bouwperceel bedragen; d. in afwijking van het bepaalde onder b mag ter plaatse van de aanduiding 'specifieke bouwaanduiding - patiowoning 3' het gezamenlijk te bebouwen oppervlak van aan- en uitbouwen en bijgebouwen, inclusief overkappingen maximaal 100 m2 bedragen, met dien verstande dat een aaneengesloten oppervlak van ten minste 25 m2 van het zij- en achtererf onbebouwd en onoverdekt dient te blijven; e. in afwijking van het bepaalde onder b mag ter plaatse van de aanduiding 'bijgebouwen' de oppervlakte van een bijbehorend bouwwerk niet meer bedragen dan de ten tijde van de inwerkingtreding van dit bestemmingsplan bestaande grotere oppervlakte; f.
in afwijking van het bepaalde onder b mag ter plaatse van de aanduiding 'specifieke bouwaanduiding - bijgebouwen 1' is in totaal 200 m2 aan bijbehorende bouwwerken toegestaan; g. in afwijking van het bepaalde onder b mag ter plaatse van de aanduiding 'specifieke bouwaanduiding - bebouwd oppervlak 2': NL.IMRO.0798.BPKernenEH-VG01
bestemmingsplan Kernen Esbeek en Hilvarenbeek
|74
1. het gezamenlijk te bouwen oppervlak van bijbehorende bouwwerken en overkappingen ter plaatse van de aanduiding 'vrijstaand' ten hoogste 50% van het bouwperceel bedragen tot een maximum van 150 m2; 2. het gezamenlijk te bouwen oppervlak van bijbehorende bouwwerken en overkappingen ter plaatse van de aanduiding 'aaneengebouwd' ten hoogste 20 m2 bedragen; h. de diepte van aan- en uitbouwen en overkappingen aan de achtergevel van het hoofdgebouw mag ten hoogste 4 m bedragen, met dien verstande dat de diepte van het hoofdgebouw en de aan- en uitbouwen en overkappingen gezamenlijk niet meer dan 17 m mag bedragen; i. in afwijking van het bepaalde onder h mag ter plaatse van de aanduiding 'specifieke bouwaanduiding - patiowoning 2' de diepte van aan- en uitbouwen en overkappingen aan de achtergevel van het hoofdgebouw ten hoogste 4 m bedragen, met dien verstande dat de diepte van het hoofdgebouw en de aan- en uitbouwen en overkappingen gezamenlijk niet meer dan 18 m mag bedragen; j. in afwijking van het bepaalde onder h mag ter plaatse van de aanduiding 'specifieke bouwaanduiding - bouwdiepte' de diepte van het hoofdgebouw en de aan- en uitbouwen en overkappingen gezamenlijk niet meer dan 12 m bedragen; k.
in afwijking van het bepaalde onder h mag ter plaatse van de aanduidingen 'specifieke bouwaanduiding - inhoud 1' en 'specifieke bouwaanduiding inhoud 2' mag de diepte van bijbehorende bouwwerken aan de achtergevel van het hoofdgebouw niet meer dan 3,50 m bedragen, met dien verstande dat de diepte van het hoofdgebouw op de begane grond vloer en de bijbehorende bouwwerken gezamenlijk niet meer dan 22 m mag bedragen l. overkappingen mogen uitsluitend op een afstand van ten minste 1 m achter de voorgevel van het hoofdgebouw worden gebouwd; m. de goothoogte van bijbehorende bouwwerken mag niet meer bedragen dan 3,3 m; n. de bouwhoogte van bijbehorende bouwwerken mag niet meer bedragen dan 5,5 m; o. de bouwhoogte van overkappingen mag niet meer bedragen dan 3 m; p. in afwijking van het bepaalde onder m en n mag ter plaatse van de aanduiding 'bijgebouwen' de goot- en bouwhoogte van een bijbehorend bouwwerk niet meer bedragen dan de ten tijde van de inwerkingtreding van dit bestemmingsplan bestaande hogere hoogtes; q. ter plaatse van de aanduidingen 'specifieke bouwaanduiding - 4' en 'specifieke bouwaanduiding - dakhelling 3' gelden, in afwijking van het bepaalde onder b, m en n, de volgende regels: 1. de gezamenlijke oppervlakte aan bijbehorende bouwwerken niet meer mag bedragen dan 50 m2; 2. het bijbehorende bouwwerk dient te worden voorzien van een plat dak of een zadeldak; 3.
indien het bijbehorende bouwwerk wordt voorzien van een plat dak, dan mag de bouwhoogte niet meer dan 3,5 m bedragen; 4. indien het bijbehorende bouwwerk wordt voorzien van een zadeldak, dan: i. dient de nokrichting loodrecht op of parralel aan de voorgevel te worden gesitueerd; ii. mag de dakhelling niet meer dan 45 graden bedragen, ten opzichte van het horizontale vlak;
NL.IMRO.0798.BPKernenEH-VG01
bestemmingsplan Kernen Esbeek en Hilvarenbeek
|75
iii.
mag de goothoogte niet meer bedragen dan 3 meter en mag de bouwhoogte niet meer bedragen dan 6 m.
23.2.4 Bouwwerken, geen gebouwen zijnde
a. ter plaatse van de aanduiding 'bijgebouwen uitgesloten' zijn: 1. erfafscheidingen parallel ten opzichte van de westelijke perceelsgrens toegestaan, mits niet hoger dan 1 m; 2. vergunningsvrije gebouwen en bouwwerken, geen gebouwen zijnde, zoals bedoeld in artikel 2 bijlage II Bor niet toegestaan; b. ter plaatse van de aanduiding 'specifieke bouwaanduiding - 4': 1. mag de bouwhoogte van kunstobjecten, palen en master niet meer bedragen dan 8 m; 2. mag de bouwhoogte van overige bouwwerken achter de voorgevellijn niet meer bedragen dan 5 m; 3. is de bouw van zwembaden toegestaan; c. de bouwhoogte van bouwwerken, geen gebouwen zijnde, mag ten hoogste bedragen voor: bouwhoogte 1. erfafscheidingen voor de 1 m; voorgevel 2. erfafscheidingen achter de voorgevel
2 m;
3. overige bouwwerken, geen gebouwen zijnde
3 m.
23.2.5 Woonwagenstandplaats
In afwijking van het bepaalde in artikel 23 lid 2.2 tot en met artikel 23 lid 2.4 gelden ter plaatse van de aanduiding 'woonwagenstandplaats' uitsluitend de volgende regels: a. woonwagens, aan- en uitbouwen en bijbehorende bouwwerken mogen uitsluitend binnen de bouwvlakken worden gebouwd; b. de afstand van woonwagens tot de zijdelingse grenzen van de standplaats dient ten minste 2,5 m te bedragen; c. de breedte van een woonwagen mag niet meer bedragen dan 5 m; d. de lengte van een woonwagen mag niet meer bedragen dan 20 m; e. het gezamenlijk te bebouwen oppervlak van aan- en uitbouwen mag per standplaats niet meer bedragen dan 20 m2; f. per standplaats mag ten hoogste één vrijstaand bijbehorend bouwwerk worden gebouwd met een grondoppervlakte van ten hoogste 12 m2; g. de bouwhoogte van gebouwen en bouwwerken, geen gebouwen zijnde, mag niet meer bedragen dan:
NL.IMRO.0798.BPKernenEH-VG01
bestemmingsplan Kernen Esbeek en Hilvarenbeek
|76
1. woonwagens
bouwhoogte 5 m;
2. aan- en uitbouwen
5 m;
3. vrijstaande bijbehorende bouwwerken
3 m;
4. bouwwerken, geen gebouwen zijnde
2 m;
23.2.6 Onderdoorgang
Ter plaatse van de aanduiding 'onderdoorgang' mag slechts bebouwing worden opgericht indien de begane grondlaag vrij blijft van bebouwing met een doorgangsruimte van ten minste 3,5 m. 23.2.7 Ondergronds bouwen
a. onderbouwen zijn uitsluitend toegestaan onder de bovengrondse bebouwing en met inachtneming van het bepaalde in artikel 38 lid 3. 23.3 Afwijken van de bouwregels 23.3.1 Afwijking diepte gebouwen
Het bevoegd gezag is bevoegd om door middel van het verlenen van een omgevingsvergunning af te wijken van het bepaalde in artikel 23 lid 2.2 sub c, voor een grotere diepte, met inachtneming van de volgende voorwaarden: a. de afstand van de achtergevel tot de achterste grens van het bouwperceel dient minimaal 5 m te bedragen; b. de totale diepte van hoofdgebouwen, bijbehorende bouwwerken en overkappingen mag ten hoogste 17 m bedragen; c. de belangen van de rechthebbende op de aan het bouwperceel grenzende gronden mogen niet onevenredig worden geschaad. 23.3.2 Afwijking zijdelingse perceelsgrens
Het bevoegd gezag is bevoegd om door middel van het verlenen van een omgevingsvergunning af te wijken van het bepaalde in artikel 23 lid 2.2 sub r, voor het bouwen van het hoofdgebouw op een kortere afstand tot de zijdelingse perceelsgrens, met inachtneming van de voorwaarde dat de afstand tot op het naastgelegen perceel gelegen hoofdgebouw ten minste 3 m dient te bedragen. 23.3.3 Afwijking tweede bouwlaag
Het bevoegd gezag is bevoegd om door middel van het verlenen van een omgevingsvergunning, ter plaatse van de aanduiding 'specifieke bouwaanduiding bebouwd oppervlak 1' af te wijken van het bepaalde in artikel 23 lid 2.2 sub y onder 2, voor het vergoten van het bebouwd oppervlak van de tweede bouwlaag tot een oppervlakte van maximaal 120 m² indien dit noodzakelijk is uit architectonisch en/of constructief oogpunt en dit geen afbreuk doet aan het straatbeeld. 23.4 Specifieke gebruiksregels 23.4.1 Voorwaardelijke verplichtingen
a. tot een met de bestemming strijdig gebruik wordt in elk geval gerekend het gebruik van en het in gebruik laten nemen van gronden en bouwwerken ter plaatse van de aanduiding 'specifieke vorm van wonen - landschappelijke inpassing 1', overeenkomstig de in artikel 23 lid 1 opgenomen omschrijving, zonder de aanleg en instandhouding van de landschapsmaatregelen conform het in bijlage 2 opgenomen landschappelijk inpassingsplan; NL.IMRO.0798.BPKernenEH-VG01
bestemmingsplan Kernen Esbeek en Hilvarenbeek
|77
b. ter plaatse van de aanduidingen 'specifieke bouwaanduiding - 2' en specifieke bouwaanduiding - 3' wordt tot een met de bestemming strijdig gebruik in elk geval gerekend het gebruik van kunstmatige buitenverlichting die straalt op de lindeboom die op de als bijlage 3 opgenomen afbeelding is aangeduid als Lindeboom beschermd tegen kunstmatige verlichting c. het gebruiken en het (doen) laten gebruiken van de gronden voor wonen ter plaatse van de aanduiding 'specifieke vorm van wonen - landschappelijke inpassing 2' is toegestaan, indien: 1. een landschappelijke inpassing is opgesteld; 2. de landschappelijke inpassing voldoet aan artikel 3.9 van de Interim omgevingsverordening Noord-Brabant of de rechtsopvolger daarvan; 3. ten minste 1% van de grondopbrengsten dient te worden geïnvesteerd als landschappelijke inpassing; 4. de landschappelijke inpassing is gerealiseerd en in stand wordt gehouden, waarbij naar rato de landschappelijke inpassing wordt gerealiseerd rekening houdende met de voortgang van de bouw van de woning(en) waarbij binnen 5 jaar na de realisatie van de woning(en) de landschappelijke inpassing naar rato gerealiseerd moet zijn. 23.4.2 Graafwerkzaamheden
Ten behoeve van het behoud en de bescherming van de drie lindebomen zoals weergegeven in bijlage 3 moet voor graafwerkzaamheden binnen het bestemmingsvlak en ter plaatse van de aanduiding 'specifieke bouwaanduiding - 2' en 'specifieke bouwaanduiding - 3', conform het 'Handboek bomen' van het Norm Instituut Bomen, de volgende afstand in acht genomen worden vanaf het hart van ieder afzonderlijke lindeboom: • • •
1,75 m bij stamdiameter 60 cm > en < 80 cm; 2,25 m bij stamdiameter 80 cm > en < 100 cm; 2,50 m bij stamdiameter 100 cm > en < 150 cm.
23.5 Afwijken van de gebruiksregels 23.5.1 Afwijking beschermde lindeboom
Het bevoegd gezag is bevoegd om door middel van het verlenen van een omgevingsvergunning af te wijken van het bepaalde in artikel 23 lid 4.1 sub b, mits dit niet leidt tot overtreding van het bepaalde in de Wet natuurbescherming.
NL.IMRO.0798.BPKernenEH-VG01
bestemmingsplan Kernen Esbeek en Hilvarenbeek
|78
Artikel 24 Leiding - Brandstof 24.1 Bestemmingsomschrijving 24.1.1 Algemeen
De voor 'Leiding - Brandstof' aangewezen gronden zijn, behalve voor de andere daar voorkomende bestemmingen, mede bestemd voor: a. ondergrondse buisleidingen, het beheer van deze leidingen en de bescherming van het aangrenzende woon- en leefklimaat in verband met deze leidingen; alsmede voor: b. bijbehorende bouwwerken en voorzieningen (zoals regel- en meetkasten en afsluiterputten). 24.1.2 Nadere detaillering van de bestemmingsomschrijving
In afwijking van het bepaalde bij de andere bestemmingen (artikel 3 tot en met artikel 23) zijn op de in artikel 24 lid 1.1 bedoelde gronden geen nieuwe kwetsbare en beperkt kwetsbare objecten toegestaan. 24.2 Bouwregels 24.2.1 Algemeen
In afwijking van het bepaalde bij de bestemmingen in artikel 3 tot en met artikel 23 van deze regels, mag: a. binnen een afstand van 5 meter aan weerszijden van de leiding niet worden gebouwd, anders dan ten behoeve van deze bestemming; b. op de overige binnen de zone gelegen gronden geen nieuw bouwwerk ten behoeve van de in artikel 24 lid 1.2 genoemde functies worden gebouwd. 24.2.2 Bouwwerken, geen gebouwen zijnde
Voor het bouwen van bouwwerken, geen gebouwen zijnde, gelden de volgende regels: a. de hoogte van bouwwerken, geen gebouwen zijnde, mag niet meer bedragen dan 2 m; b. de oppervlakte van bouwwerken mag niet meer bedragen dan 25 m2. 24.3 Afwijken van de bouwregels
Het bevoegd gezag kan, mits geen onevenredige aantasting plaatsvindt van het doelmatig functioneren van de in artikel 24 lid 1.1 bedoelde leidingen, een vergunning verlenen voor het afwijken van het bepaalde in artikel 24 lid 2 en toestaan dat bebouwing overeenkomstig de secundaire bestemming wordt gebouwd, mits vooraf het advies wordt ingewonnen van de betreffende leidingbeheerder.
NL.IMRO.0798.BPKernenEH-VG01
bestemmingsplan Kernen Esbeek en Hilvarenbeek
|79 24.4 Omgevingsvergunning voor het uitvoeren van werken, geen bouwwerk zijnde, of van werkzaamheden 24.4.1 Omgevingsvergunning
Het is verboden zonder of in afwijking van een vergunning van het bevoegd gezag op de in artikel 24 lid 1.1 bedoelde gronden op 5 meter aan weerszijden van de leiding de volgende werken uit te voeren: a. het ontginnen, ontgronden, bodem verlagen of afgraven, ophogen en egaliseren; b. het aanleggen, verbreden en verharden van wegen, paden, of parkeervoorzieningen en het aanbrengen van andere oppervlakteverhardingen; c. het graven van watergangen alsmede het aanleggen van een drainage; d. het in de grond brengen van voorwerpen op een grotere diepte dan 30 cm; e. het verrichten van graaf- en grondwerkzaamheden dieper dan 30 cm; f. het aanbrengen van gewassen of beplantingen die dieper wortelen of kunnen wortelen dan 30 cm. 24.4.2 Toetsing
Een omgevingsvergunning als bedoeld in artikel 24 lid 4.1 moet worden geweigerd indien door het uitvoeren van de andere werken, dan wel door de daarvan hetzij direct, hetzij indirect te verwachten gevolgen, gevaar en/of nadeel voor de leiding is te duchten of blijvend onevenredig afbreuk wordt gedaan aan de mogelijkheid van een adequaat beheer van de leiding en hieraan door het stellen van voorwaarden niet of onvoldoende tegemoet kan worden gekomen. 24.4.3 Advies
Een vergunning als bedoeld in artikel 24 lid 4.1 wordt niet verleend dan nadat het bevoegd gezag wethouders daarover een advies heeft ingewonnen van de leidingbeheerder. 24.4.4 Uitzonderingen
Een vergunning als bedoeld in artikel 24 lid 4.1 is niet vereist voor: a. andere werken, die behoren tot het normale onderhoud en beheer; b. andere werken, die op het tijdstip van het van kracht worden van het plan in uitvoering waren of konden worden uitgevoerd krachtens een vóór dat tijdstip geldende dan wel aangevraagde vergunning.
NL.IMRO.0798.BPKernenEH-VG01
bestemmingsplan Kernen Esbeek en Hilvarenbeek
|80
Artikel 25 Leiding - Riool 25.1 Bestemmingsomschrijving
De voor ‘ Leiding - Riool ’ aangewezen gronden zijn, behalve voor de andere daar voorkomende bestemmingen, mede bestemd voor: a. een ondergrondse rioolpersleiding; b. het beheer en onderhoud van de leiding; c. de bescherming van het woon- en leefklimaat in verband met de leiding; met bijbehorende bouwwerken, geen gebouwen zijnde. 25.2 Bouwregels 25.2.1 Algemeen
In afwijking van het bepaalde bij de andere bestemmingen (artikel 3 tot en met artikel 23) mag alleen ten behoeve van deze bestemming worden gebouwd. 25.2.2 Gebouwen
Gebouwen mogen niet worden gebouwd. 25.2.3 Bouwwerken, geen gebouwen zijnde
Bouwhoogte van bouwwerken, geen gebouwen zijnde, bedraagt maximaal 3 m. 25.3 Afwijken van de bouwregels
Het bevoegd gezag kan een vergunning verlenen voor het afwijken van het bepaalde in artikel 25 lid 2 voor het bouwen overeenkomstig de andere bestemmingen, mits vooraf het advies is ingewonnen van de betreffende leidingbeheerder. 25.4 Omgevingsvergunning voor het uitvoeren van werken, geen bouwwerk zijnde, of van werkzaamheden 25.4.1 Omgevingsvergunning
Het is verboden zonder of in afwijking van een vergunning van het bevoegd gezag op de in artikel 25 lid 1 bedoelde gronden de volgende werken uit te voeren: a. het ontgronden, vergraven, afgraven, egaliseren, diepploegen, woelen en mengen en ophogen van gronden; b. het aanleggen, verbreden en verharden van wegen, paden, banen, parkeervoorzieningen en andere oppervlakteverhardingen; c. het aanleggen, verdiepen, verbreden en dempen van sloten, watergangen en overige waterpartijen; d. het aanbrengen of verwijderen van diepwortelende beplantingen, het bebossen en aanplanten van gronden en het rooien en/of kappen van bos of andere houtgewassen. 25.4.2 Toetsing
Een omgevingsvergunning als bedoeld in artikel 25 lid 4.1 moet worden geweigerd indien door het uitvoeren van de andere werken, dan wel door de daarvan hetzij direct, hetzij indirect te verwachten gevolgen, gevaar en/of nadeel voor de leiding is te duchten of blijvend onevenredig afbreuk wordt gedaan aan de mogelijkheid van een adequaat beheer van de leiding en hieraan door het stellen van voorwaarden niet of onvoldoende tegemoet kan worden gekomen. 25.4.3 Advies
Een vergunning als bedoeld in artikel 25 lid 4.1 wordt niet verleend dan nadat het bevoegd gezag wethouders daarover een advies heeft ingewonnen van de leidingbeheerder.
NL.IMRO.0798.BPKernenEH-VG01
bestemmingsplan Kernen Esbeek en Hilvarenbeek
|81 25.4.4 Uitzonderingen
Een vergunning als bedoeld in artikel 25 lid 4.1 is niet vereist voor: a. andere werken, die behoren tot het normale onderhoud en beheer; b. andere werken, die op het tijdstip van het van kracht worden van het plan in uitvoering waren of konden worden uitgevoerd krachtens een vóór dat tijdstip geldende dan wel aangevraagde vergunning.
NL.IMRO.0798.BPKernenEH-VG01
bestemmingsplan Kernen Esbeek en Hilvarenbeek
|82
Artikel 26 Leiding - Water 26.1 Bestemmingsomschrijving
De voor ‘ Leiding - Water ’ aangewezen gronden zijn mede bestemd voor een ondergrondse watertransportleiding. Alsmede voor: a. het beheer van deze bedoelde leiding; b. overige bijbehorende voorzieningen; met bijbehorende: c. bouwwerken, geen gebouwen zijnde. 26.2 Bouwregels
Ongeacht het bepaalde in artikelen 3 tot en met artikel 23 van deze regels, is bouwen op deze gronden uitsluitend toegestaan ten dienste van de in artikel 26 lid 1 omschreven doeleinden en met in achtneming van de volgende regels: a. de oppervlakte van bouwwerken bedraagt maximaal 25 m2; b. de hoogte van bouwwerken bedraagt maximaal 3,5 m. 26.3 Afwijken van de bouwregels 26.3.1 Omgevingsvergunning
Het bevoegd gezag kan een vergunning verlenen voor het afwijken van het bepaalde in artikel 26 lid 2, voor het bouwen in overeenstemming met het bepaalde in artikel 3 tot en met artikel 23 van deze regels, mits het belang van de leidingen niet onevenredig wordt geschaad. 26.3.2 Vrijstelling
Een vrijstelling als bedoeld in artikel 26 lid 3.1 wordt niet verleend dan nadat het bevoegd gezag daarover een advies heeft ingewonnen van de beheerder van de betreffende leiding. 26.4 Omgevingsvergunning voor het uitvoeren van werken, geen bouwwerk zijnde, of van werkzaamheden 26.4.1 Omgevingsvergunning
Het is verboden zonder of in afwijking van een vergunning van het bevoegd gezag op de in artikel 26 lid 1 bedoelde gronden de volgende werken of werkzaamheden uit te voeren: a. het vergraven, afgraven en egaliseren van gronden; b. het aanbrengen van diepwortelende beplantingen; c. het aanleggen, verbreden en verharden van wegen, paden, parkeergelegenheden en andere oppervlakteverhardingen. 26.4.2 Toetsing
Een omgevingsvergunning als bedoeld in artikel 26 lid 4.1 moet worden geweigerd indien door het uitvoeren van de andere werken, dan wel door de daarvan hetzij direct, hetzij indirect te verwachten gevolgen, gevaar en/of nadeel voor de leiding is te duchten of blijvend onevenredig afbreuk wordt gedaan aan de mogelijkheid van een adequaat beheer van de leiding en hieraan door het stellen van voorwaarden niet of onvoldoende tegemoet kan worden gekomen.
NL.IMRO.0798.BPKernenEH-VG01
bestemmingsplan Kernen Esbeek en Hilvarenbeek
|83 26.4.3 Advies
Een vergunning als bedoeld in artikel 26 lid 4.1 wordt niet verleend dan nadat het bevoegd gezag wethouders daarover een advies heeft ingewonnen van de leidingbeheerder. 26.4.4 Uitzonderingen
Een vergunning als bedoeld in artikel 26 lid 4.1 is niet vereist voor: a. andere werken, die behoren tot het normale onderhoud en beheer; b. andere werken, die op het tijdstip van het van kracht worden van het plan in uitvoering waren of konden worden uitgevoerd krachtens een vóór dat tijdstip geldende dan wel aangevraagde vergunning.
NL.IMRO.0798.BPKernenEH-VG01
bestemmingsplan Kernen Esbeek en Hilvarenbeek
|84
Artikel 27 Waarde - Archeologie 1 27.1 Bestemmingsomschrijving
De voor 'Waarde - Archeologie 1' aangewezen gronden zijn, behalve voor de andere daar voorkomende bestemmingen, mede bestemd voor de bescherming van de historische kernen. 27.2 Bouwregels
Op deze gronden mogen uitsluitend worden gebouwd: a. bouwwerken ter vervanging van bestaande bouwwerken, waarbij de bestaande oppervlakte van het bouwwerk niet wordt vergroot of ruimtelijk gewijzigd en voor zover bij de bouw geen grondwerkzaamheden worden uitgevoerd dieper dan 40 cm; b. bouwwerken waarbij grondwerkzaamheden plaatsvinden met een oppervlakte van minder dan 50 m² en niet dieper dan 40 cm. 27.3 Afwijken van de bouwregels 27.3.1 Afwijken voor bouwen ten dienste van andere bestemming tot een grotere diepte en/of oppervlakte
Het bevoegd gezag kan met een omgevingsvergunning afwijken van de diepte van de grondbewerkingen en/of de bebouwde oppervlakte als bepaald in artikel 27 lid 2, voor de bouw van bouwwerken ten dienste van de andere geldende bestemming(en), mits: a. op basis van archeologisch onderzoek, weergegeven in een door de bevoegde overheid goedgekeurd rapport, in voldoende mate is vastgesteld dat er geen archeologische waarden aanwezig zijn; of b. op basis van archeologisch onderzoek, weergegeven in een door de bevoegde overheid goedgekeurd rapport, in voldoende mate is vastgesteld dat de archeologische waarden door bouwactiviteiten niet onevenredig worden geschaad; of c. de volgende voorwaarden in acht genomen worden indien, op basis van archeologisch onderzoek, weergegeven in een door de bevoegde overheid goedgekeurd rapport, in voldoende mate is vastgesteld dat de archeologische waarden door de bouwactiviteiten kunnen worden verstoord: 1. een verplichting tot het treffen van technische maatregelen waardoor archeologische resten in de bodem kunnen worden behouden; of 2. een verplichting tot het doen van opgravingen; of 3. een verplichting de uitvoering van bouwactiviteiten te laten begeleiden door een deskundige op het terrein van de archeologische monumentenzorg namelijk een archeologische instantie met een opgravingsbevoegdheid. 27.3.2 Archeologisch rapport
Indien het bevoegd gezag niet beschikt over een voor de beoordeling van de aanvraag toereikend archeologisch onderzoek voor de gronden waarop een aanvraag om omgevingsvergunning voor bouwen wordt gedaan, dient de aanvrager ten behoeve van de beoordeling van archeologische waarden van de gronden een archeologisch rapport te overleggen dat voldoet aan de vigerende Kwaliteitsnorm Nederlandse Archeologie (KNA). 27.3.3 Advies
Bij de beoordeling van het archeologisch onderzoek en het afwijkingsverzoek als bedoeld in artikel 27 lid 3.1, laat het bevoegd gezag zich adviseren door een deskundige op het gebied van de archeologische monumentenzorg conform de Kwaliteitsnorm voor de Nederlandse Archeologie-KNA, vastgesteld door Burgemeester en wethouders van de gemeente Hilvarenbeek. NL.IMRO.0798.BPKernenEH-VG01
bestemmingsplan Kernen Esbeek en Hilvarenbeek
|85 27.4 Omgevingsvergunning voor het uitvoeren van werken, geen bouwwerk zijnde, of van werkzaamheden 27.4.1 Omgevingsvergunning
Het is verboden op of in deze gronden zonder of in afwijking van een omgevingsvergunning de volgende werken, geen bouwwerken zijnde, of werkzaamheden uit te voeren: a. het ophogen, afgraven (ook ten behoeve van het verwijderen van bestaande funderingen), woelen, mengen, diepploegen, aanbrengen van heipalen, egaliseren en ontginnen van gronden met dien verstande dat het werken, geen bouwwerken zijnde, en werkzaamheden betreft met een oppervlakte groter dan 50 m² en dieper dan 40 cm; b. het wijzigen van de waterhuishouding, zoals draineren en het uitdiepen, graven en/of verleggen van waterlopen; c. het aanbrengen van ondergrondse transport-, energie- of telecommunicatieleidingen en daarmee verband houdende constructies, installaties of apparatuur dieper dan 40 cm; d. het verlagen van het grondwaterpeil. 27.4.2 Uitzonderingen
Het verbod, zoals bedoeld in artikel 27 lid 4.1 is niet van toepassing, indien: a. het gaat om onderhouds- en vervangingswerkzaamheden van bestaande bestratingen en beplantingen en werkzaamheden binnen bestaande tracés van kabels, leidingen en rioleringen waarbij niet dieper gegraven wordt dan de reeds uitgegraven diepte; b. het gaat om het vervangen van bestaande drainages op dezelfde plaats en op maximaal dezelfde diepte; c. op basis van inventariserend en/of definitief archeologisch onderzoek is aangetoond dat op de betrokken locatie geen archeologische waarden (meer) aanwezig zijn; d. de werken en werkzaamheden: 1. reeds in uitvoering zijn op het tijdstip van het van kracht worden van het plan; 2. mogen worden uitgevoerd krachtens een reeds verleende omgevingsvergunning of een ontgrondingsvergunning; e. de werken en werkzaamheden op inventariserend of definitief archeologisch onderzoek zijn gericht. 27.5 Omgevingsvergunning voor het slopen van een bouwwerk 27.5.1 Omgevingsvergunning voor het slopen
a. Het is verboden de voor de "Waarde - Archeologie 1" aangewezen gronden, zonder of in afwijking van een omgevingsvergunning voor het slopen van een bouwwerk, de aanwezige bouwwerken te slopen indien de oppervlakte niet meer bedraagt dan 50 m2 en niet dieper dan 40 cm; b. Aan de omgevingsvergunning voor het slopen kan in ieder geval de voorwaarde worden gesteld dat de sloop wordt begeleid door een gekwalificeerde deskundige (zijnde een archeologisch bedrijf met een opgravingsvergunning). Hiervoor is een door het bevoegd gezag schriftelijk goedgekeurd Programma van Eisen vereist dat is opgesteld conform de vigerende Kwaliteitsnorm Nederlandse Archeologie (KNA). c. Indien tijdens de begeleiding van de sloopwerken vondsten van zeer hoge waarden worden aangetroffen, wordt hiervan terstond melding gemaakt bij het bevoegd gezag die in het belang van de archeologische monumentenzorg aanvullende voorschriften kunnen verbinden aan de omgevingsvergunning voor het slopen.
NL.IMRO.0798.BPKernenEH-VG01
bestemmingsplan Kernen Esbeek en Hilvarenbeek
|86
d. de vergunning kan niet worden verleend indien blijkt dat de sloop een onevenredige aantasting van de archeologische waarden van de gronden tot gevolg heeft. 27.5.2 Toelaatbaarheid
Een omgevingsvergunning als bedoeld in artikel 27 lid 5.1 wordt slechts verleend indien: a. op basis van archeologisch onderzoek is aangetoond dat er geen archeologische waarden aanwezig zijn; of b. op basis van archeologisch onderzoek is aangetoond dat de archeologische waarden door bouwactiviteiten niet onevenredig worden geschaad; of c. de volgende voorwaarden in acht genomen worden indien, op basis van archeologisch onderzoek is aangetoond dat de archeologische waarden door de werken en werkzaamheden kunnen worden verstoord: 1. een verplichting tot het treffen van technische maatregelen waardoor archeologische resten in de bodem kunnen worden behouden; of 2. een verplichting tot het doen van opgravingen; of 3. een verplichting de uitvoering van werken en werkzaamheden te laten begeleiden door een deskundige op het terrein van de archeologische monumentenzorg conform de vigerende KNA. 27.5.3 Advies
Indien het bevoegd gezag voornemens is om aan de omgevingsvergunning voorwaarden te verbinden als bedoeld in artikel 27 lid 5.1 sub c, wordt de deskundige van de bevoegde overheid (Regioarcheoloog) om advies gevraagd. 27.6 Wijzigingsbevoegdheid 27.6.1 Wijziging verwijdering dubbelbestemming
Burgemeester en wethouders kunnen, overeenkomstig artikel 3.6 van de Wet ruimtelijke ordening, het plan wijzigen in die zin dat aan de bestemming "Waarde Archeologie 1" wordt ontnomen, indien op basis van archeologisch onderzoek is aangetoond dat ter plaatse geen archeologische waarden (meer) aanwezig zijn. Alvorens de bedoelde wijziging wordt toegepast, wordt deskundig advies gevraagd aan een door Burgemeester en wethouders vastgestelde deskundige op het gebied van de archeologische Monumentenzorg conform de vigerende KNA.
NL.IMRO.0798.BPKernenEH-VG01
bestemmingsplan Kernen Esbeek en Hilvarenbeek
|87
Artikel 28 Waarde - Archeologie 2 28.1 Bestemmingsomschrijving
De voor 'Waarde - Archeologie 2' aangewezen gronden zijn, behalve voor de andere daar voorkomende bestemmingen, mede bestemd voor de bescherming van de archeologische vindplaatsen. 28.2 Bouwregels
Op deze gronden mogen uitsluitend worden gebouwd: a. bouwwerken ter vervanging van bestaande bouwwerken, waarbij de bestaande oppervlakte van het bouwwerk niet wordt vergroot of ruimtelijk gewijzigd en voor zover bij de bouw geen grondwerkzaamheden worden uitgevoerd dieper dan 50 cm; b. bouwwerken waarbij grondwerkzaamheden plaatsvinden met een oppervlakte van minder dan 100 m² en niet dieper dan 50 cm. 28.3 Afwijken van de bouwregels 28.3.1 Afwijken voor bouwen ten dienste van andere bestemming tot een grotere diepte en/of oppervlakte
Het bevoegd gezag kan met een omgevingsvergunning afwijken van de diepte van de grondbewerkingen en/of de bebouwde oppervlakte als bepaald in artikel 28 lid 2, voor de bouw van bouwwerken ten dienste van de andere geldende bestemming(en), mits: a. op basis van archeologisch onderzoek, weergegeven in een door de bevoegde overheid goedgekeurd rapport, in voldoende mate is vastgesteld dat er geen archeologische waarden aanwezig zijn; of b. op basis van archeologisch onderzoek, weergegeven in een door de bevoegde overheid goedgekeurd rapport, in voldoende mate is vastgesteld dat de archeologische waarden door bouwactiviteiten niet onevenredig worden geschaad; of c. de volgende voorwaarden in acht genomen worden indien, op basis van archeologisch onderzoek, weergegeven in een door de bevoegde overheid goedgekeurd rapport, in voldoende mate is vastgesteld dat de archeologische waarden door de bouwactiviteiten kunnen worden verstoord: 1. een verplichting tot het treffen van technische maatregelen waardoor archeologische resten in de bodem kunnen worden behouden; of 2. een verplichting tot het doen van opgravingen; of 3. een verplichting de uitvoering van bouwactiviteiten te laten begeleiden door een deskundige op het terrein van de archeologische monumentenzorg namelijk een archeologische instantie met een opgravingsbevoegdheid. 28.3.2 Archeologisch rapport
Indien het bevoegd gezag niet beschikt over een voor de beoordeling van de aanvraag toereikend archeologisch onderzoek voor de gronden waarop een aanvraag om omgevingsvergunning voor bouwen wordt gedaan, dient de aanvrager ten behoeve van de beoordeling van archeologische waarden van de gronden een archeologisch rapport te overleggen dat voldoet aan de vigerende Kwaliteitsnorm Nederlandse Archeologie (KNA). 28.3.3 Advies
Bij de beoordeling van het archeologisch onderzoek en het afwijkingsverzoek als bedoeld in artikel 28 lid 3.1, laat het bevoegd gezag zich adviseren door een deskundige op het gebied van de archeologische monumentenzorg conform de Kwaliteitsnorm voor de Nederlandse Archeologie-KNA, vastgesteld door Burgemeester en wethouders van de gemeente Hilvarenbeek. NL.IMRO.0798.BPKernenEH-VG01
bestemmingsplan Kernen Esbeek en Hilvarenbeek
|88 28.4 Omgevingsvergunning voor het uitvoeren van werken, geen bouwwerk zijnde, of van werkzaamheden 28.4.1 Omgevingsvergunning
Het is verboden op of in deze gronden zonder of in afwijking van een omgevingsvergunning de volgende werken, geen bouwwerken zijnde, of werkzaamheden uit te voeren: a. het ophogen, afgraven (ook ten behoeve van het verwijderen van bestaande funderingen), woelen, mengen, diepploegen, aanbrengen van heipalen, egaliseren en ontginnen van gronden met dien verstande dat het werken, geen bouwwerken zijnde, en werkzaamheden betreft met een oppervlakte groter dan 100 m² en dieper dan 50 cm; b. het wijzigen van de waterhuishouding, zoals draineren en het uitdiepen, graven en/of verleggen van waterlopen; c. het aanbrengen van ondergrondse transport-, energie- of telecommunicatieleidingen en daarmee verband houdende constructies, installaties of apparatuur dieper dan 50 cm; d. het verlagen van het grondwaterpeil. 28.4.2 Uitzonderingen
Het verbod, zoals bedoeld in artikel 28 lid 4.1 is niet van toepassing, indien: a. het gaat om onderhouds- en vervangingswerkzaamheden van bestaande bestratingen en beplantingen en werkzaamheden binnen bestaande tracés van kabels, leidingen en rioleringen waarbij niet dieper gegraven wordt dan de reeds uitgegraven diepte; b. het gaat om het vervangen van bestaande drainages op dezelfde plaats en op maximaal dezelfde diepte; c. op basis van inventariserend en/of definitief archeologisch onderzoek is aangetoond dat op de betrokken locatie geen archeologische waarden (meer) aanwezig zijn; d. de werken en werkzaamheden: 1. reeds in uitvoering zijn op het tijdstip van het van kracht worden van het plan; 2. mogen worden uitgevoerd krachtens een reeds verleende omgevingsvergunning of een ontgrondingsvergunning; e. de werken en werkzaamheden op inventariserend of definitief archeologisch onderzoek zijn gericht. 28.5 Omgevingsvergunning voor het slopen van een bouwwerk 28.5.1 Omgevingsvergunning voor het slopen
a. Het is verboden de voor de "Waarde - Archeologie 2" aangewezen gronden, zonder of in afwijking van een omgevingsvergunning voor het slopen van een bouwwerk, de aanwezige bouwwerken te slopen indien de oppervlakte niet meer bedraagt dan 100 m2 en niet dieper dan 50 cm; b. Aan de omgevingsvergunning voor het slopen kan in ieder geval de voorwaarde worden gesteld dat de sloop wordt begeleid door een gekwalificeerde deskundige (zijnde een archeologisch bedrijf met een opgravingsvergunning). Hiervoor is een door het bevoegd gezag schriftelijk goedgekeurd Programma van Eisen vereist dat is opgesteld conform de vigerende Kwaliteitsnorm Nederlandse Archeologie (KNA). c. Indien tijdens de begeleiding van de sloopwerken vondsten van zeer hoge waarden worden aangetroffen, wordt hiervan terstond melding gemaakt bij het bevoegd gezag die in het belang van de archeologische monumentenzorg aanvullende voorschriften kunnen verbinden aan de omgevingsvergunning voor het slopen.
NL.IMRO.0798.BPKernenEH-VG01
bestemmingsplan Kernen Esbeek en Hilvarenbeek
|89
d. de vergunning kan niet worden verleend indien blijkt dat de sloop een onevenredige aantasting van de archeologische waarden van de gronden tot gevolg heeft. 28.5.2 Toelaatbaarheid
Een omgevingsvergunning als bedoeld in artikel 28 lid 5.1 wordt slechts verleend indien: a. op basis van archeologisch onderzoek is aangetoond dat er geen archeologische waarden aanwezig zijn; of b. op basis van archeologisch onderzoek is aangetoond dat de archeologische waarden door bouwactiviteiten niet onevenredig worden geschaad; of c. de volgende voorwaarden in acht genomen worden indien, op basis van archeologisch onderzoek is aangetoond dat de archeologische waarden door de werken en werkzaamheden kunnen worden verstoord: 1. een verplichting tot het treffen van technische maatregelen waardoor archeologische resten in de bodem kunnen worden behouden; of 2. een verplichting tot het doen van opgravingen; of 3. een verplichting de uitvoering van werken en werkzaamheden te laten begeleiden door een deskundige op het terrein van de archeologische monumentenzorg conform de vigerende KNA. 28.5.3 Advies
Indien het bevoegd gezag voornemens is om aan de omgevingsvergunning voorwaarden te verbinden als bedoeld in artikel 28 lid 5.1 sub c, wordt de deskundige van de bevoegde overheid (Regioarcheoloog) om advies gevraagd. 28.6 Wijzigingsbevoegdheid 28.6.1 Wijziging verwijdering dubbelbestemming
Burgemeester en wethouders kunnen, overeenkomstig artikel 3.6 van de Wet ruimtelijke ordening, het plan wijzigen in die zin dat aan de bestemming "Waarde Archeologie 2" wordt ontnomen, indien op basis van archeologisch onderzoek is aangetoond dat ter plaatse geen archeologische waarden (meer) aanwezig zijn. Alvorens de bedoelde wijziging wordt toegepast, wordt deskundig advies gevraagd aan een door Burgemeester en wethouders vastgestelde deskundige op het gebied van de archeologische Monumentenzorg conform de vigerende KNA.
NL.IMRO.0798.BPKernenEH-VG01
bestemmingsplan Kernen Esbeek en Hilvarenbeek
|90
Artikel 29 Waarde - Archeologie 3 29.1 Bestemmingsomschrijving
De voor 'Waarde - Archeologie 3' aangewezen gronden zijn, behalve voor de andere daar voorkomende bestemmingen, mede bestemd voor de bescherming van de hoge archeologische verwachtingswaarde. 29.2 Bouwregels
Op deze gronden mogen uitsluitend worden gebouwd: a. bouwwerken ter vervanging van bestaande bouwwerken, waarbij de bestaande oppervlakte van het bouwwerk niet wordt vergroot of ruimtelijk gewijzigd en voor zover bij de bouw geen grondwerkzaamheden worden uitgevoerd dieper dan 50 cm; b. bouwwerken waarbij grondwerkzaamheden plaatsvinden met een oppervlakte van minder dan 500 m² en niet dieper dan 50 cm. 29.3 Afwijken van de bouwregels 29.3.1 Afwijken voor bouwen ten dienste van andere bestemming tot een grotere diepte en/of oppervlakte
Het bevoegd gezag kan met een omgevingsvergunning afwijken van de diepte van de grondbewerkingen en/of de bebouwde oppervlakte als bepaald in artikel 29 lid 2, voor de bouw van bouwwerken ten dienste van de andere geldende bestemming(en), mits: a. op basis van archeologisch onderzoek, weergegeven in een door de bevoegde overheid goedgekeurd rapport, in voldoende mate is vastgesteld dat er geen archeologische waarden aanwezig zijn; of b. op basis van archeologisch onderzoek, weergegeven in een door de bevoegde overheid goedgekeurd rapport, in voldoende mate is vastgesteld dat de archeologische waarden door bouwactiviteiten niet onevenredig worden geschaad; of c. de volgende voorwaarden in acht genomen worden indien, op basis van archeologisch onderzoek, weergegeven in een door de bevoegde overheid goedgekeurd rapport, in voldoende mate is vastgesteld dat de archeologische waarden door de bouwactiviteiten kunnen worden verstoord: 1. een verplichting tot het treffen van technische maatregelen waardoor archeologische resten in de bodem kunnen worden behouden; of 2. een verplichting tot het doen van opgravingen; of 3. een verplichting de uitvoering van bouwactiviteiten te laten begeleiden door een deskundige op het terrein van de archeologische monumentenzorg namelijk een archeologische instantie met een opgravingsbevoegdheid. 29.3.2 Archeologisch rapport
Indien het bevoegd gezag niet beschikt over een voor de beoordeling van de aanvraag toereikend archeologisch onderzoek voor de gronden waarop een aanvraag om omgevingsvergunning voor bouwen wordt gedaan, dient de aanvrager ten behoeve van de beoordeling van archeologische waarden van de gronden een archeologisch rapport te overleggen dat voldoet aan de vigerende Kwaliteitsnorm Nederlandse Archeologie (KNA). 29.3.3 Advies
Bij de beoordeling van het archeologisch onderzoek en het afwijkingsverzoek als bedoeld in artikel 29 lid 3.1, laat het bevoegd gezag zich adviseren door een deskundige op het gebied van de archeologische monumentenzorg conform de Kwaliteitsnorm voor de Nederlandse Archeologie-KNA, vastgesteld door Burgemeester en wethouders van de gemeente Hilvarenbeek. NL.IMRO.0798.BPKernenEH-VG01
bestemmingsplan Kernen Esbeek en Hilvarenbeek
|91 29.4 Omgevingsvergunning voor het uitvoeren van werken, geen bouwwerk zijnde, of van werkzaamheden 29.4.1 Omgevingsvergunning
Het is verboden op of in deze gronden zonder of in afwijking van een omgevingsvergunning de volgende werken, geen bouwwerken zijnde, of werkzaamheden uit te voeren: a. het ophogen, afgraven (ook ten behoeve van het verwijderen van bestaande funderingen), woelen, mengen, diepploegen, aanbrengen van heipalen, egaliseren en ontginnen van gronden met dien verstande dat het werken, geen bouwwerken zijnde, en werkzaamheden betreft met een oppervlakte groter dan 500 m² en dieper dan 50 cm; b. het wijzigen van de waterhuishouding, zoals draineren en het uitdiepen, graven en/of verleggen van waterlopen; c. het aanbrengen van ondergrondse transport-, energie- of telecommunicatieleidingen en daarmee verband houdende constructies, installaties of apparatuur dieper dan 50 cm; d. het verlagen van het grondwaterpeil. 29.4.2 Uitzonderingen
Het verbod, zoals bedoeld in artikel 29 lid 4.1 is niet van toepassing, indien: a. het gaat om onderhouds- en vervangingswerkzaamheden van bestaande bestratingen en beplantingen en werkzaamheden binnen bestaande tracés van kabels, leidingen en rioleringen waarbij niet dieper gegraven wordt dan de reeds uitgegraven diepte; b. het gaat om het vervangen van bestaande drainages op dezelfde plaats en op maximaal dezelfde diepte; c. op basis van inventariserend en/of definitief archeologisch onderzoek is aangetoond dat op de betrokken locatie geen archeologische waarden (meer) aanwezig zijn; d. de werken en werkzaamheden: 1. reeds in uitvoering zijn op het tijdstip van het van kracht worden van het plan; 2. mogen worden uitgevoerd krachtens een reeds verleende omgevingsvergunning of een ontgrondingsvergunning; e. de werken en werkzaamheden op inventariserend of definitief archeologisch onderzoek zijn gericht. 29.5 Omgevingsvergunning voor het slopen van een bouwwerk 29.5.1 Omgevingsvergunning voor het slopen
a. Het is verboden de voor de "Waarde - Archeologie 3" aangewezen gronden, zonder of in afwijking van een omgevingsvergunning voor het slopen van een bouwwerk, de aanwezige bouwwerken te slopen indien de oppervlakte niet meer bedraagt dan 500 m2 en niet dieper dan 50 cm; b. Aan de omgevingsvergunning voor het slopen kan in ieder geval de voorwaarde worden gesteld dat de sloop wordt begeleid door een gekwalificeerde deskundige (zijnde een archeologisch bedrijf met een opgravingsvergunning). Hiervoor is een door het bevoegd gezag schriftelijk goedgekeurd Programma van Eisen vereist dat is opgesteld conform de vigerende Kwaliteitsnorm Nederlandse Archeologie (KNA). c. Indien tijdens de begeleiding van de sloopwerken vondsten van zeer hoge waarden worden aangetroffen, wordt hiervan terstond melding gemaakt bij het bevoegd gezag die in het belang van de archeologische monumentenzorg aanvullende voorschriften kunnen verbinden aan de omgevingsvergunning voor het slopen.
NL.IMRO.0798.BPKernenEH-VG01
bestemmingsplan Kernen Esbeek en Hilvarenbeek
|92
d. de vergunning kan niet worden verleend indien blijkt dat de sloop een onevenredige aantasting van de archeologische waarden van de gronden tot gevolg heeft. 29.5.2 Toelaatbaarheid
Een omgevingsvergunning als bedoeld in artikel 29 lid 5.1 wordt slechts verleend indien: a. op basis van archeologisch onderzoek is aangetoond dat er geen archeologische waarden aanwezig zijn; of b. op basis van archeologisch onderzoek is aangetoond dat de archeologische waarden door bouwactiviteiten niet onevenredig worden geschaad; of c. de volgende voorwaarden in acht genomen worden indien, op basis van archeologisch onderzoek is aangetoond dat de archeologische waarden door de werken en werkzaamheden kunnen worden verstoord: 1. een verplichting tot het treffen van technische maatregelen waardoor archeologische resten in de bodem kunnen worden behouden; of 2. een verplichting tot het doen van opgravingen; of 3. een verplichting de uitvoering van werken en werkzaamheden te laten begeleiden door een deskundige op het terrein van de archeologische monumentenzorg conform de vigerende KNA. 29.5.3 Advies
Indien het bevoegd gezag voornemens is om aan de omgevingsvergunning voorwaarden te verbinden als bedoeld in artikel 29 lid 5.1 sub c, wordt de deskundige van de bevoegde overheid (Regioarcheoloog) om advies gevraagd. 29.6 Wijzigingsbevoegdheid 29.6.1 Wijziging verwijdering dubbelbestemming
Burgemeester en wethouders kunnen, overeenkomstig artikel 3.6 van de Wet ruimtelijke ordening, het plan wijzigen in die zin dat aan de bestemming "Waarde Archeologie 3" wordt ontnomen, indien op basis van archeologisch onderzoek is aangetoond dat ter plaatse geen archeologische waarden (meer) aanwezig zijn. Alvorens de bedoelde wijziging wordt toegepast, wordt deskundig advies gevraagd aan een door Burgemeester en wethouders vastgestelde deskundige op het gebied van de archeologische Monumentenzorg conform de vigerende KNA.
NL.IMRO.0798.BPKernenEH-VG01
bestemmingsplan Kernen Esbeek en Hilvarenbeek
|93
Artikel 30 Waarde - Archeologie 4 30.1 Bestemmingsomschrijving
De voor 'Waarde - Archeologie 4' aangewezen gronden zijn, behalve voor de andere daar voorkomende bestemmingen, mede bestemd voor de bescherming van de hoge archeologische verwachtingswaarde voor uitsluitend vindplaatsen van jager-verzamelaars en middelhoge/onbekende archeologische verwachtingswaarde. 30.2 Bouwregels
Op deze gronden mogen uitsluitend worden gebouwd: a. bouwwerken ter vervanging van bestaande bouwwerken, waarbij de bestaande oppervlakte van het bouwwerk niet wordt vergroot of ruimtelijk gewijzigd en voor zover bij de bouw geen grondwerkzaamheden worden uitgevoerd dieper dan 50 cm; b. bouwwerken waarbij grondwerkzaamheden plaatsvinden met een oppervlakte van minder dan 2.500 m² en niet dieper dan 50 cm. 30.3 Afwijken van de bouwregels 30.3.1 Afwijken voor bouwen ten dienste van andere bestemming tot een grotere diepte en/of oppervlakte
Het bevoegd gezag kan met een omgevingsvergunning afwijken van de diepte van de grondbewerkingen en/of de bebouwde oppervlakte als bepaald in artikel 30 lid 2, voor de bouw van bouwwerken ten dienste van de andere geldende bestemming(en), mits: a. op basis van archeologisch onderzoek, weergegeven in een door de bevoegde overheid goedgekeurd rapport, in voldoende mate is vastgesteld dat er geen archeologische waarden aanwezig zijn; of b. op basis van archeologisch onderzoek, weergegeven in een door de bevoegde overheid goedgekeurd rapport, in voldoende mate is vastgesteld dat de archeologische waarden door bouwactiviteiten niet onevenredig worden geschaad; of c. de volgende voorwaarden in acht genomen worden indien, op basis van archeologisch onderzoek, weergegeven in een door de bevoegde overheid goedgekeurd rapport, in voldoende mate is vastgesteld dat de archeologische waarden door de bouwactiviteiten kunnen worden verstoord: 1. een verplichting tot het treffen van technische maatregelen waardoor archeologische resten in de bodem kunnen worden behouden; of 2. een verplichting tot het doen van opgravingen; of 3. een verplichting de uitvoering van bouwactiviteiten te laten begeleiden door een deskundige op het terrein van de archeologische monumentenzorg namelijk een archeologische instantie met een opgravingsbevoegdheid. 30.3.2 Archeologisch rapport