11 Bestemmingsplan Kernen Esbeek en Hilvarenbeek (5a Regels met in rood wijzigingen)
Tekst van het document
Indien het bevoegd gezag niet beschikt over een voor de beoordeling van de aanvraag toereikend archeologisch onderzoek voor de gronden waarop een aanvraag om omgevingsvergunning voor bouwen wordt gedaan, dient de aanvrager ten behoeve van de beoordeling van archeologische waarden van de gronden een archeologisch rapport te overleggen dat voldoet aan de vigerende Kwaliteitsnorm Nederlandse Archeologie (KNA).
NL.IMRO.0798.BPKernenEH-VG01
bestemmingsplan Kernen Esbeek en Hilvarenbeek
|94 30.3.3 Advies
Bij de beoordeling van het archeologisch onderzoek en het afwijkingsverzoek als bedoeld in artikel 30 lid 3.1, laat het bevoegd gezag zich adviseren door een deskundige op het gebied van de archeologische monumentenzorg conform de Kwaliteitsnorm voor de Nederlandse Archeologie-KNA, vastgesteld door Burgemeester en wethouders van de gemeente Hilvarenbeek. 30.4 Omgevingsvergunning voor het uitvoeren van werken, geen bouwwerk zijnde, of van werkzaamheden 30.4.1 Omgevingsvergunning
Het is verboden op of in deze gronden zonder of in afwijking van een omgevingsvergunning de volgende werken, geen bouwwerken zijnde, of werkzaamheden uit te voeren: a. het ophogen, afgraven (ook ten behoeve van het verwijderen van bestaande funderingen), woelen, mengen, diepploegen, aanbrengen van heipalen, egaliseren en ontginnen van gronden met dien verstande dat het werken, geen bouwwerken zijnde, en werkzaamheden betreft met een oppervlakte groter dan 2.500 m² en dieper dan 50 cm; b. het wijzigen van de waterhuishouding, zoals draineren en het uitdiepen, graven en/of verleggen van waterlopen; c. het aanbrengen van ondergrondse transport-, energie- of telecommunicatieleidingen en daarmee verband houdende constructies, installaties of apparatuur dieper dan 50 cm; d. het verlagen van het grondwaterpeil. 30.4.2 Uitzonderingen
Het verbod, zoals bedoeld in artikel 30 lid 4.1 is niet van toepassing, indien: a. het gaat om onderhouds- en vervangingswerkzaamheden van bestaande bestratingen en beplantingen en werkzaamheden binnen bestaande tracés van kabels, leidingen en rioleringen waarbij niet dieper gegraven wordt dan de reeds uitgegraven diepte; b. het gaat om het vervangen van bestaande drainages op dezelfde plaats en op maximaal dezelfde diepte; c. op basis van inventariserend en/of definitief archeologisch onderzoek is aangetoond dat op de betrokken locatie geen archeologische waarden (meer) aanwezig zijn; d. de werken en werkzaamheden: 1. reeds in uitvoering zijn op het tijdstip van het van kracht worden van het plan; 2. mogen worden uitgevoerd krachtens een reeds verleende omgevingsvergunning of een ontgrondingsvergunning; e. de werken en werkzaamheden op inventariserend of definitief archeologisch onderzoek zijn gericht. 30.5 Omgevingsvergunning voor het slopen van een bouwwerk 30.5.1 Omgevingsvergunning voor het slopen
a. Het is verboden de voor de "Waarde - Archeologie 4" aangewezen gronden, zonder of in afwijking van een omgevingsvergunning voor het slopen van een bouwwerk, de aanwezige bouwwerken te slopen indien de oppervlakte niet meer bedraagt dan 2.500 m2 en niet dieper dan 50 cm; b. Aan de omgevingsvergunning voor het slopen kan in ieder geval de voorwaarde worden gesteld dat de sloop wordt begeleid door een gekwalificeerde deskundige (zijnde een archeologisch bedrijf met een opgravingsvergunning). Hiervoor is een door het bevoegd gezag schriftelijk goedgekeurd Programma van Eisen vereist dat is opgesteld conform de vigerende Kwaliteitsnorm Nederlandse Archeologie (KNA). NL.IMRO.0798.BPKernenEH-VG01
bestemmingsplan Kernen Esbeek en Hilvarenbeek
|95
c. Indien tijdens de begeleiding van de sloopwerken vondsten van zeer hoge waarden worden aangetroffen, wordt hiervan terstond melding gemaakt bij het bevoegd gezag die in het belang van de archeologische monumentenzorg aanvullende voorschriften kunnen verbinden aan de omgevingsvergunning voor het slopen. d. de vergunning kan niet worden verleend indien blijkt dat de sloop een onevenredige aantasting van de archeologische waarden van de gronden tot gevolg heeft. 30.5.2 Toelaatbaarheid
Een omgevingsvergunning als bedoeld in artikel 30 lid 5.1 wordt slechts verleend indien: a. op basis van archeologisch onderzoek is aangetoond dat er geen archeologische waarden aanwezig zijn; of b. op basis van archeologisch onderzoek is aangetoond dat de archeologische waarden door bouwactiviteiten niet onevenredig worden geschaad; of c. de volgende voorwaarden in acht genomen worden indien, op basis van archeologisch onderzoek is aangetoond dat de archeologische waarden door de werken en werkzaamheden kunnen worden verstoord: 1. een verplichting tot het treffen van technische maatregelen waardoor archeologische resten in de bodem kunnen worden behouden; of 2. een verplichting tot het doen van opgravingen; of 3. een verplichting de uitvoering van werken en werkzaamheden te laten begeleiden door een deskundige op het terrein van de archeologische monumentenzorg conform de vigerende KNA. 30.5.3 Advies
Indien het bevoegd gezag voornemens is om aan de omgevingsvergunning voorwaarden te verbinden als bedoeld in artikel 30 lid 5.1 sub c, wordt de deskundige van de bevoegde overheid (Regioarcheoloog) om advies gevraagd. 30.6 Wijzigingsbevoegdheid 30.6.1 Wijziging verwijdering dubbelbestemming
Burgemeester en wethouders kunnen, overeenkomstig artikel 3.6 van de Wet ruimtelijke ordening, het plan wijzigen in die zin dat aan de bestemming "Waarde Archeologie 4" wordt ontnomen, indien op basis van archeologisch onderzoek is aangetoond dat ter plaatse geen archeologische waarden (meer) aanwezig zijn. Alvorens de bedoelde wijziging wordt toegepast, wordt deskundig advies gevraagd aan een door Burgemeester en wethouders vastgestelde deskundige op het gebied van de archeologische Monumentenzorg conform de vigerende KNA.
NL.IMRO.0798.BPKernenEH-VG01
bestemmingsplan Kernen Esbeek en Hilvarenbeek
|96
Artikel 31 Waarde - Cultuurhistorie 31.1 Bestemmingsomschrijving
De voor 'Waarde - Cultuurhistorie' aangewezen gronden zijn, behalve voor de andere daar voorkomende bestemmingen, mede bestemd voor de bescherming van de aanwezige cultuurhistorische waarden. 31.2 Bouwregels
Op of in de gronden als bedoeld in artikel 31 lid 1 is uitsluitend de bestaande bebouwing toegestaan. 31.3 Afwijken van de bouwregels
Het bevoegd gezag kan door middel van het verlenen van een omgevingsvergunning afwijken van het bepaalde in artikel 31 lid 2 ten behoeve van het aan-, ver- of nieuwbouwen van gebouwen en bouwwerken, geen gebouwen zijnde, ten behoeve van andere, voor deze gronden geldende bestemmingen, met dien verstande dat geen afbreuk wordt gedaan aan de ruimtelijke en functionele karakteristiek. 31.4 Omgevingsvergunning voor het slopen van een bouwwerk 31.4.1 Vergunningplicht
Het is verboden zonder of in afwijking van een schriftelijke vergunning van het bevoegd gezag (omgevingsvergunning) een bouwwerk te slopen. 31.4.2 Toetsing
De in artikel 31 lid 4.1 genoemde vergunning wordt slechts verleend indien en voorzover door de sloopwerkzaamheden geen onevenredige aantasting ontstaat of kan ontstaan van de cultuurhistorische waarden van de omgeving. 31.4.3 Advies
Voorafgaande aan de verlening van de vergunning als bedoeld in artikel 31 lid 4.1 dient het bevoegd gezag daarover een advies te hebben ingewonnen bij de welstands/gemeentelijke monumentencommissie omtrent de mogelijke aantasting van de cultuurhistorische waarden. 31.4.4 Uitzonderingen
Het in artikel 31 lid 4.1 vervatte verbod geldt niet voor: a. sloopwerkzaamheden waarvoor ten tijde van het inwerkingtreden van het bestemmingsplan vergunning is verleend; b. sloopwerkzaamheden van ondergeschikte betekenis binnen het op de bestemming gerichte normale onderhoud en beheer; c. sloopwerkzaamheden die op het tijdstip van inwerkingtreding van het bestemmingsplan, in uitvoering zijn.
NL.IMRO.0798.BPKernenEH-VG01
bestemmingsplan Kernen Esbeek en Hilvarenbeek
|97
Artikel 32 Waarde - Cultuurhistorie 1 32.1 Bestemmingsomschrijving
De voor 'Waarde - Cultuurhistorie 1' aangewezen gronden zijn, behalve voor de andere daar voorkomende bestemmingen, mede bestemd voor de bescherming van het aan de gronden toegekende beschermd dorpsgezicht. 32.2 Bouwregels
In afwijking van het bepaalde bij de van toepassing zijnde enkelbestemmingen is bouwen op deze gronden uitsluitend toegestaan ten dienste van de artikel 32 lid 1 omschreven doeleinden en met inachtneming van de volgende regels: a. indien gevelwanden van gebouwen zijn ingetekend op de kaarten gevelwanden I + II in de bijlage bij deze regels mogen gevelwanden uitsluitend worden gebouwd overeenkomstig de aanduidingen op deze kaart voor zover het betreft: 1. de gevelindelingen van gebouwen; 2. de voorgevelbreedte van gebouwen; 3. de dakhelling van gebouwen; b. de goot- en bouwhoogte van gebouwen mogen niet meer en niet minder bedragen dan op de kaarten gevelwanden I + II in de bijlage bij deze regels is aangegeven. Indien de goot- en bouwhoogte niet op de kaarten gevelwanden I + II dan mogen de goot- en bouwhoogte niet meer en niet minder bedragen dan de bestaande goot- en bouwhoogte. Het bepaalde in dit lid is niet van toepassing ter plaatse van de aanduiding 'maximale goot- en bouwhoogte'; c. indien kappen van gebouwen zijn ingetekend op de kaart kappenplan in de bijlage bij deze regels mogen kappen uitsluitend worden gebouwd overeenkomstig de aanduidingen op deze kaart voor zover het betreft: 1. de nokrichting; 2. de scheidingslijnen tussen dakvlakken; 3. de aanwezigheid van een plat dak; d.
indien voor hoofdgebouwen op de kaart kappenplan in de bijlage bij deze regels geen aanduidingen als bedoeld onder b zijn aangegeven, geldt voor die hoofdgebouwen dat: 1. zij uitsluitend met een zadeldak of met een schilddak, waarvan de dakhelling ten minste 45° en ten hoogste 60° bedraagt, mogen worden afgedekt; 2. de nokrichting, indien de gebouwen zijn gelegen aan de straat, evenwijdig dient te lopen aan die straat; e. hoofdgebouwen mogen uitsluitend worden opgericht in de gevellijn. 32.3 Afwijken van de bouwregels
Het bevoegd gezag kan, de welstands/gemeentelijke monumentencommissie gehoord hebbende, door middel van het verlenen van een omgevingsvergunning afwijken van het bepaalde in: a. artikel 32 lid 2 sub a, mits de afwijking ten hoogste 10% bedraagt; b. artikel 32 lid 2 sub b, mits de gebouwen met een zadeldak of een schilddak worden afgedekt; c. artikel 32 lid 2 sub d, mits de afstand tot de gevellijn ten hoogste 2 m bedraagt. De omgevingsvergunning wordt niet verleend indien daardoor afbreuk wordt gedaan aan de ruimtelijke en functionele karakteristiek. NL.IMRO.0798.BPKernenEH-VG01
bestemmingsplan Kernen Esbeek en Hilvarenbeek
|98 32.4 Omgevingsvergunning voor het uitvoeren van werken, geen bouwwerk zijnde, of van werkzaamheden 32.4.1 Vergunningsplicht
Het is verboden zonder of in afwijking van een omgevingsvergunning voor het uitvoeren van een werk, geen bouwwerk zijnde, of van werkzaamheden van het bevoegde gezag op de in artikel 32 lid 1 bedoelde gronden de volgende werken en/of werkzaamheden uit te voeren: a. het bestraten of herstraten van de gronden met de bestemming 'Verkeer Verblijfsgebied' in de zin van herprofilering en/of wijziging van bestratingsmateriaal, het aanbrengen, wegnemen of veranderen van stoepen, stoepranden, stoeppalen of waterpompen daaronder begrepen; b. het bestraten en verharden van de gronden met de bestemming 'Groen'; c. het planten van bomen, dan wel het vellen, rooien of vernietigend snoeien van houtopstanden of –gewassen. 32.4.2 Toetsing
Een vergunning als bedoeld in artikel 32 lid 4.1 mag alleen en moet worden geweigerd, indien door de uitvoering van het ander-werk, mede gelet op de te hanteren materialen, dan wel door de daarvan hetzij direct hetzij indirect te verwachten gevolgen blijvend onevenredige afbreuk wordt gedaan aan het beschermd dorpsgezicht en hieraan door het stellen van voorwaarden niet of onvoldoende tegemoet kan worden gekomen. 32.4.3 Advies
Voorafgaande aan de verlening van de vergunning als bedoeld in artikel 32 lid 4.1 dient het bevoegd gezag daarover een advies te hebben ingewonnen bij de welstands/gemeentelijke monumentencommissie omtrent de mogelijke aantasting van het beschermd dorpsgezicht. 32.4.4 Uitzondering
Het in artikel 32 lid 4.1 vervatte verbod geldt niet voor: a. het normaal onderhoud, beheer en gebruik overeenkomstig de bestemming; b. het onderhoud van bestaand houtgewas door snoeien en verwijderen van dood hout; c. werken en/of werkzaamheden, die strekken ter behoud of het herstel van de cultuurhistorische, landschaps- of natuurlijke waarde.
NL.IMRO.0798.BPKernenEH-VG01
bestemmingsplan Kernen Esbeek en Hilvarenbeek
|99
Artikel 33 Waarde - Cultuurhistorie 2 33.1 Bestemmingsomschrijving
De voor 'Waarde - Cultuurhistorie 2' aangewezen gronden zijn, behalve voor de andere daar voorkomende bestemmingen, mede bestemd voor de bescherming van de aanwezige cultuurhistorische waarden. 33.2 Bouwregels
In afwijking van het bepaalde bij de van toepassing zijnde enkelbestemmingen is bouwen op deze gronden uitsluitend toegestaan ten dienste van de artikel 33 lid 1 omschreven doeleinden en met inachtneming van de volgende regels: a. de goot- en bouwhoogte van gebouwen mag niet meer bedragen dan ter plaatse van de aanduiding 'maximale goot- en bouwhoogte' is aangegeven; met dien verstande dat een grotere bouwhoogte is toegestaan voor het realiseren van een dak zoals bedoeld in lid d onder 1; b. de voorgevelbreedte van hoofdgebouwen mag niet meer en niet minder bedragen dan de bestaande voorgevelbreedte; c. uitsluitend is de bestaande nokrichting toegestaan; d. voor de afdekking van hoofdgebouwen geldt dat: 1. zij uitsluitend met een zadeldak of met een schilddak, waarvan de dakhelling ten minste 45° en ten hoogste 60° bedraagt, mogen worden afgedekt; 2. in afwijking van het bepaalde onder 1 zijn eveneens, indien de bestaande situatie afwijkt van het daar bepaalde, het bestaande dak met de bestaande dakhelling toegestaan; e. hoofdgebouwen mogen uitsluitend worden opgericht in de gevellijn. 33.3 Afwijken van de bouwregels
Het bevoegd gezag kan, de welstands/gemeentelijke monumentencommissie gehoord hebbende, door middel van het verlenen van een omgevingsvergunning afwijken van het bepaalde in: a. artikel 33 lid 2, onder a en b, mits de afwijking ten hoogste 10% bedraagt; b. artikel 33 lid 2, onder e, mits de afstand tot de gevellijn ten hoogste 2 m bedraagt. De omgevingsvergunning wordt niet verleend indien daardoor afbreuk wordt gedaan aan de ruimtelijke en functionele karakteristiek. 33.4 Omgevingsvergunning voor het uitvoeren van werken, geen bouwwerk zijnde, of van werkzaamheden 33.4.1 Vergunningsplicht
Het is verboden zonder of in afwijking van een omgevingsvergunning voor het uitvoeren van een werk, geen bouwwerk zijnde, of van werkzaamheden van het bevoegde gezag op de in artikel 33 lid 1 bedoelde gronden de volgende werken en/of werkzaamheden uit te voeren: a. het bestraten of herstraten van de gronden met de bestemming 'Verkeer Verblijfsgebied' in de zin van herprofilering en/of wijziging van bestratingsmateriaal, het aanbrengen, wegnemen of veranderen van stoepen, stoepranden, stoeppalen of waterpompen daaronder begrepen; b. het bestraten en verharden van de gronden met de bestemming 'Groen';
NL.IMRO.0798.BPKernenEH-VG01
bestemmingsplan Kernen Esbeek en Hilvarenbeek
|100
c. het planten van bomen, dan wel het vellen, rooien of vernietigend snoeien van houtopstanden of –gewassen. 33.4.2 Toetsing
Een vergunning als bedoeld in artikel 33 lid 4.1 mag alleen en moet worden geweigerd, indien door de uitvoering van het ander-werk, mede gelet op de te hanteren materialen, dan wel door de daarvan hetzij direct hetzij indirect te verwachten gevolgen blijvend onevenredige afbreuk wordt gedaan aan het beschermd dorpsgezicht en hieraan door het stellen van voorwaarden niet of onvoldoende tegemoet kan worden gekomen. 33.4.3 Advies
Voorafgaande aan de verlening van de vergunning als bedoeld in artikel 33 lid 4.1 dient het bevoegd gezag daarover een advies te hebben ingewonnen bij de welstands/gemeentelijke monumentencommissie omtrent de mogelijke aantasting van het beschermd dorpsgezicht. 33.4.4 Uitzondering
Het in artikel 33 lid 4.1 vervatte verbod geldt niet voor: a. het normaal onderhoud, beheer en gebruik overeenkomstig de bestemming; b. het onderhoud van bestaand houtgewas door snoeien en verwijderen van dood hout; c. werken en/of werkzaamheden, die strekken ter behoud of het herstel van de cultuurhistorische, landschaps- of natuurlijke waarde. 33.5 Omgevingsvergunning voor het slopen van een bouwwerk 33.5.1 Vergunningsplicht
Het is verboden zonder of in afwijking van een schriftelijke vergunning van het bevoegd gezag (omgevingsvergunning) een bouwwerk te slopen. 33.5.2 Toetsing
De in artikel 33 lid 5.1 genoemde vergunning wordt slechts verleend indien en voorzover door de sloopwerkzaamheden geen onevenredige aantasting ontstaat of kan ontstaan van de cultuurhistorische waarden van de omgeving. 33.5.3 Advies
Een vergunning als bedoeld in artikel 33 lid 5.1 wordt niet verleend dan nadat het bevoegd gezag daarover een advies hebben ingewonnen bij de welstands/gemeentelijke monumentencommissie omtrent de mogelijke aantasting van de cultuurhistorische waarden. 33.5.4 Uitzonderingen
Het in artikel 33 lid 5.1 vervatte verbod geldt niet voor: a. sloopwerkzaamheden waarvoor ten tijde van het van kracht worden van het bestemmingsplan vergunning is verleend; b. sloopwerkzaamheden van ondergeschikte betekenis binnen het op de bestemming gerichte normale onderhoud en beheer; c. sloopwerkzaamheden die op het tijdstip waarop het plan rechtskracht verkrijgt, in uitvoering zijn.
NL.IMRO.0798.BPKernenEH-VG01
bestemmingsplan Kernen Esbeek en Hilvarenbeek