CConstaterende datHilvarenbeek
Koppel je AI →
Document · PDF

11 Bestemmingsplan Kernen Esbeek en Hilvarenbeek (4a Toelichting met in rood wijzigingen)

Gemeenteraad 12 december 2024, gemeente HilvarenbeekBij agendapunt: Raadsvoorstel tot gewijzigde vaststelling van het bestemmingsplan "Hilvarenbeek, Esbeek".23.148 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 3

logistiek); Provinciale weg (Rechtstreeks werkende regels: milieubeschermingsgebieden, natuur en wegen).

Stedelijke gebied (art. 3.42) Lid 1. Een bestemmingsplan dat voorziet in de ontwikkeling van een locatie voor wonen, werken of voorzieningen ligt binnen Stedelijk gebied en bevat een onderbouwing dat: a) de ontwikkeling past binnen de regionale afspraken, bedoeld in afdeling 5.4 Regionaal samenwerken; b) het een duurzame stedelijke ontwikkeling is. Lid 2. Een duurzame stedelijke ontwikkeling voor wonen, werken of voorzieningen: a) bevordert een goede omgevingskwaliteit met een veilige en gezonde leefomgeving; b) bevordert zorgvuldig ruimtegebruik, waaronder de transformatie van verouderde stedelijke gebieden; c) geeft optimaal invulling aan de mogelijkheden voor productie en gebruik van duurzame energie; d) houdt rekening met klimaatverandering, waaronder het tegengaan van hittestress en voldoende ruimte voor de opvang van water; e) geeft optimaal invulling aan de mogelijkheden voor duurzame mobiliteit; f) draagt bij aan een duurzame, concurrerende economie. Onderhavig bestemmingsplan voorziet in het actualiseren en consolideren van de vigerende bestemmingsplannen binnen de kernen Esbeek en Hilvarenbeek. Hiermee maakt onderhavig bestemmingsplan in beginsel geen nieuwe ontwikkelingen mogelijk. Voor zover nieuwe ontwikkelingen mogelijk worden gemaakt, betreft dit de incidentele invulling binnen het bestaande bebouwingspatroon en de aanwezige ontwikkelingsruimte van functies.

Hierdoor is er sprake van

NL.IMRO.0798.BPKernEH-VG01

Bestemmingsplan Kernen Esbeek, Hilvarenbeek

|24

een duurzame ontwikkeling en zorgvuldig ruimtegebruik. Door de actualisatie hoeven in de nabije toekomst geen (ongewenste) planologische wijzigingen plaats te vinden. Norm wateroverlast Stedelijk gebied (art. 4.4) Met het oog op de bergings- en afvoercapaciteit waarop regionale wateren moeten zijn ingericht, geldt binnen Stedelijk gebied, als norm een overstromingskans van: a. 1/100 per jaar voor gebieden die in een ruimtelijke plan bestemd zijn voor de doeleinden bebouwing, hoofdinfrastructuur en spoorwegen; b. 1/10 per jaar voor overige gebieden. Het plangebied is bestemd ten behoeve van de doeleinden bebouwing en hoofdinfrastructuur, waardoor rekening gehouden dient te worden met een norm van een overstromingskans op 1/100 per jaar. De normen drukken de hoogst toelaatbaar geachte kans op overstroming uit, ofwel het wenselijk geachte beschermingsniveau. De normering bakent de zorgplicht af die de waterbeheerder heeft op het vlak van het voorkomen dan wel beperken van ontoelaatbare wateroverlast door inundatie vanuit oppervlaktewater ten gevolge van neerslag. De waterbeheerder geeft daarmee helderheid voor de burgers en de bedrijven over het restrisico en hun eigen verantwoordelijkheid ten aanzien van roerende en onroerende zaken. In paragraaf 5.9 wordt nader ingegaan op het aspect ‘water’.

Overige gebieden Het planvoornemen maakt niets mogelijk wat eventueel in strijd kan zijn met de overige gebieden. Tevens worden (indien nodig) de regels vanuit de IOV direct geborgd in de planregels van onderhavig bestemmingsplan. De overige gebieden waar het plangebied onder valt, vormen daarmee geen beperking op het planvoornemen. Daarnaast geldt bij het opstellen van een ruimtelijk plan de basisprincipes voor een evenwichtige toedeling van functies (paragraaf 3.1.2). Basisprincipes voor een evenwichtige toedeling van functies (artikel 3.5) Voor elke ruimtelijke ontwikkeling geldt dat toepassing moet worden gegeven aan de basisprincipes voor een evenwichtige toedeling van functies, die zijn opgenomen in artikel 3.5 van de Interim Omgevingsverordening. Onder een evenwichtige toedeling van functies wordt verstaan dat invulling wordt gegeven aan een goede omgevingskwaliteit met een veilige, gezonde leefomgeving. Hiervoor moet rekening worden gehouden met: Zorgvuldig ruimtegebruik (art. 3.6); De waarden in een gebied door toepassing van de lagenbenadering (art. 3.7); Meerwaardecreatie (art. 3.8). Zorgvuldig ruimtegebruik (art. 3.6) Conform artikel 3.6 houdt zorgvuldig ruimtegebruik in dat de toedeling van functies in beginsel plaatsvindt binnen bestaand ruimtebeslag voor bebouwing (binnen bestaande stedelijk gebied).

Onderhavig bestemmingsplan is actualiserend en consoliderend van aard, waardoor in beginsel geen nieuwe bebouwing mogelijk wordt gemaakt. De planologische situatie wordt kloppend gemaakt met de werkelijke situatie. Zodoende kan gesproken worden van zorgvuldig ruimtegebruik. Hiermee wordt voldaan aan de zorgplicht voor de ruimtelijke kwaliteit zoals beschreven in artikel 3.6 van de Interim Omgevingsverordening.

NL.IMRO.0798.BPKernEH-VG01

Bestemmingsplan Kernen Esbeek, Hilvarenbeek

|25

Toepassing van de lagenbenadering (art. 3.7) De toepassing van de lagenbenadering omvat het effect van de ontwikkeling op de lagen in onderlinge wisselwerking met elkaar en het actief benutten van de factor tijd. De lagenbenadering omvat de effecten op: -

De ondergrond, zoals de bodem, het grondwater en archeologische waarden; De netwerklaag, zoals infrastructuur, natuurnetwerk, energienetwerk, waterwegen waaronder een goede, multimodale afwikkeling van het personen- en goederenvervoer; De bovenste laag, zoals cultuurhistorische en landschappelijke waarden, de omvang van de functie en de bebouwing, de effecten op bestaande en toekomstige functies, de effecten op volksgezondheid, veiligheid en milieu.

Door actief de factor tijd te benutten wordt rekening gehouden met de herkomstwaarde, vanuit het verleden, de (on)omkeerbaarheid van optredende effecten en de toekomstwaarde gelet op duurzaamheid en toekomstbestendigheid. De toetsing van de gevolgen van het initiatief op de bovengenoemde aspecten is uitgebreid uiteengezet in hoofdstuk 4 van deze toelichting. Meerwaardecreatie (art. 3.8) Meerwaardecreatie omvat een evenwichtige benadering van de economische, ecologische en sociale aspecten die in een gebied en bij een ontwikkeling zijn betrokken, waaronder: -

De mogelijkheid om opgaven en ontwikkelingen te combineren waardoor er meerwaarde ontstaat; De bijdrage van een ontwikkeling aan andere opgaven en belangen dan die rechtstreeks met de ontwikkeling gemoeid zijn.

Het plangebied ligt binnen bestaand stedelijk gebied, waardoor de regeling Kwaliteitsverbetering landschap niet noodzakelijk is. Het planvoornemen voorziet in de actualisatie en consolidatie van de vigerende bestemmingsplannen in de kernen Esbeek en Hilvarenbeek. Hierdoor worden de planologische en werkelijke situatie op elkaar aangesloten en ontstaan hier geen (grotere) verschillen in. Dit zorgt voor een overzichtelijkere situatie omtrent de wensen en regelgeving op het ruimtelijk aspect. Conclusie Het planvoornemen past binnen het provinciaal beleid

4.3

Gemeentelijk beleid

Structuurvisie Hilvarenbeek, 2010 De gemeente Hilvarenbeek heeft op 25 februari 2010 de Structuurvisie Hilvarenbeek vastgesteld. Met de structuurvisie wil de gemeente regie voeren op de ontwikkelingen en processen die voor de toekomst van Hilvarenbeek van belang zijn. Uiteraard wil de gemeente ontwikkelingen voorkomen die afbreuk doen aan de toekomst van de gemeente. Ontwikkelingen die het goed wonen, leven en werken ondersteunen en verbeteren wil de gemeente kunnen faciliteren en stimuleren. Bij sommige ontwikkelingen zal de gemeente zelf als initiatiefnemer fungeren, bij andere ontwikkelingen is de gemeente afhankelijk van initiatieven van derden, zoals ondernemers, woningcorporaties, instellingen en burgers. In de structuurvisie wordt eerst voor de gehele gemeente een visie gegeven met betrekking tot het ruimtelijke karakter, wonen en de woonomgeving, welzijn en voorzieningen, economie en werken en mobiliteit en bereikbaarheid. In de uitvoeringsparagraaf van de structuurvisie zijn deze aspecten per kern beschreven. Het ruimtelijk karakter van de 6 dorpen en het buitengebied van de gemeente vormt een belangrijk onderdeel van een goede woon- en leefomgeving en daarmee van het woongenot in Hilvarenbeek. De gemeente ziet het behoud en beschermen van het ruimtelijk karakter als

NL.IMRO.0798.BPKernEH-VG01

Bestemmingsplan Kernen Esbeek, Hilvarenbeek

|26

basisverantwoordelijkheid. Voor het beoordelen van initiatieven van derden zijn de beleidsuitgangspunten uitgewerkt in toetsingscriteria per kern. De toetsingscriteria voor de twee kernen is in de onderstaande tekst nader uitgewerkt. Esbeek Ten zuiden van Hilvarenbeek is de kern Esbeek gelegen. Esbeek is een kransakkerdorp, ontstaan door het bouwen van buurtschappen rondom de bolle akkers. De ringvormige structuur is gecombineerd met de verbindingsweg naar Hilvarenbeek en De Mierden. De Esbeekseweg liep via de Oude Trambaan, en de Dorpsstraat naar Lage Mierde. Later is de verbindingsweg recht getrokken. Hierdoor werd de oorspronkelijke ringstructuur van Esbeek doorbroken. De Oude Trambaan verloor hiermee haar doorgaande route. Met de aanleg van de N269 werd de ringstructuur ter hoogte van de Groenstraat en de Oude Groenstraat verder verstoord. De velden ten noorden en zuiden van de Oude Trambaan zijn als woongebied ontwikkeld. Dit lag voor de hand omdat met de N269 een eventuele oostelijke ontwikkeling van Esbeek was voorkomen. Het resterende deel van de Groenstraat heeft daardoor haar oorspronkelijk karakter grotendeels kunnen behouden. De zone tussen N269 en Esbeekseweg is recent ontwikkeld als bedrijventerrein. De goede bereikbaarheid van de locatie is hiervan een van de oorzaken geweest.

De in 1900 opgerichte Steenfabriek van de familie Zeebregts gaf bovendien al vroeg de aanleiding voor bedrijvigheid in dit gebied.

Centrumzone De centrumzone van Esbeek is het deel van de Oude Trambaan dat voorheen deel was van de verbindingsweg tussen Hilvarenbeek en De Mierden. Aan dit deel is de kerk en een aantal voorzieningen gelegen. Woongebied Ten zuiden maar vooral ten noorden van de Oude Trambaan is Esbeek met woningbouw gegroeid tot wat ze nu is. Aan de noordkant van het dorp wordt Leeuwerik nog uitgebreid. Verbindend lint

NL.IMRO.0798.BPKernEH-VG01

Bestemmingsplan Kernen Esbeek, Hilvarenbeek

|27

Het oorspronkelijk deel van de verbindingsweg tussen Hilvarenbeek en De Mierden ligt voor een klein deel in Esbeek. Echter de Dorpsstraat en De Oude Trambaan hebben met het rechttrekken van de weg, al geruime tijd de functie van verbindingsweg verloren. Hoewel met de aanleg van de N269 het verbindend karakter sterk is afgenomen is de Esbeekseweg nog het deel binnen Esbeek dat binnen de ruimtelijke structuur deze positie inneemt. Landschapsverbinder Oude Groenstraat, Groenstraat, Spaaneindsestraat en het deel van de Oude Trambaan westelijk van de Dorpsstraat hebben een lagere dynamiek dan de Esbeekseweg. Deze linten hebben een directe relatie met het landschap. Vooral aan de Groenstraat is dit nog goed zichtbaar. Aan de linten wordt vooral gewoond. Andere functies zijn beperkt tot een beroep aan huis. Aan de Groenstraat is de agrarische functie nog sterk aanwezig. Bedrijventerrein De Mierbeek In de zone tussen Esbeekseweg en N269 is het bedrijventerrein “De Mierbeek” gelegen. Dit bedrijventerrein is binnen de gemeente Hilvarenbeek het jongste bedrijventerrein. Het bedrijventerrein is bijna in zijn geheel ontwikkeld. De Oude Steenfabriek is niet meer in gebruik. Dit deel van het bedrijventerrein zal op termijn geherstructureerd kunnen worden. Sportvelden Aan de noordzijde van Esbeek is het sportterrein gelegen.

De gemeente voorziet geen initiatieven waarvoor nadere toetsingcriteria nodig zijn. Zoekgebied nieuwe ontwikkelingen Deze zones zijn afkomstig uit een uitwerkingsplan van de provincie Noord-Brabant. In deze uitwerking van het streekplan zijn deze gebieden benoemd als "transformatie afweegbaar". De gemeente Hilvarenbeek zal de lokale behoefte aan nieuwe bedrijfsterreinen en woongebieden continu blijven onderzoeken. Op het moment dat na intensivering van bestaande bedrijfsterreinen behoefte is aan nieuwe bedrijfsterreinen zal hiervoor binnen het zoekgebied een nieuwe terrein worden aangelegd. Voor die tijd zal de gemeente al een studie hebben uitgevoerd naar de meest geschikte locatie. In deze studie zullen de bestaande waarden van het landschap en het ruimtelijk karakter in belangrijke mate meewegen. Opknapzone Deze zone, grofweg gelegen aan de noordrand van De Mierbeek is gelegen buiten de zone die in de uitwerking van het streekplan aangeduid is als "transformatie afweegbaar". De gemeente Hilvarenbeek ziet een eventuele toekomstige ontwikkeling als afronding van het bedrijventerrein als kans om het ruimtelijk karakter op deze plek te verbeteren. Deze locatie is een belangrijke entree voor de kern Esbeek. Hilvarenbeek De kern Hilvarenbeek is gelegen op een hoger gelegen dekzandrug. Ten westen en zuiden van de kern zijn de agrarische gebieden gelegen.

Verderop liggen de bosgebieden "Gorp en Rovert" en "Landgoed de Utrecht". Ten noorden en oosten van de kern zijn de beekdalen van Roodloop en Spruitenstroompje gelegen. In de vijftiende eeuw groeit het dorp, doordat het langs een handelsroute komt te liggen, uit tot een welvarende plaats, zoals nog te zien is aan de forse kerktoren. Maar door de Tachtigjarige Oorlog zal het dorp vanaf die tijd tot in de twintigste eeuw vooral een boerendorp zijn. Dit verschil is nog steeds te herkennen aan de linten. De kern van Hilvarenbeek is De Vrijthof. Vanuit De Vrijthof loopt een aantal linten naar de omliggende dorpen (de oude handelsroutes) en een aantal linten naar het landelijk gebied ten westen van de kern. De linten Hakvoortseweg, Diessenseweg, Gelderstraat en Doelenstraat zijn linten die de verbinding leggen met de omliggende plaatsen. Deze linten kennen van oudsher een grote dynamiek (verkeersbewegingen, bebouwingsdichtheid) en een grote functionele diversiteit. De linten aan de westzijde van De Vrijthof (Hoog Spul, Koestraat, Klein Loo en Groot Loo) kennen een veel lagere dynamiek. Deze linten hebben van oudsher een functionele relatie gehad met het landschap en legden geen verbinding met andere plaatsen. Het verschil tussen beide linten is nog steeds

NL.IMRO.0798.BPKernEH-VG01

Bestemmingsplan Kernen Esbeek, Hilvarenbeek

|28

aanwezig. De verschillende linten zijn op Vrijthof met elkaar verbonden. Zichtbaar is dat de hoge dynamiek van de linten aan de westzijde zich heeft uitgezaaid naar de gebieden die tegen De Vrijthof zijn gelegen. Naast Vrijthof als historische kern is een duidelijke "centrumschil" aan te duiden. Binnen deze "centrumschil" zijn verschillende functies gelegen. De Hakvoortseweg en Diessenseweg zijn met de aanleg van de provinciale weg doorsneden. Door de aanleg van de provinciale weg is Hilvarenbeek aan de westzijde begrensd geworden. De gebieden die hierdoor tussen de linten zijn komen liggen, zijn hierdoor ingevuld als woonwijk. Ten zuiden van de wijken "Drie Eilanden" en "Molenakkers" worden de nieuwe woongebieden "Gelderakkers" en "Laag Spul" gerealiseerd. Aan de buitenkant van Hilvarenbeek, nabij de belangrijkste linten zijn de bedrijventerreinen Bukkum en Slibbroek, en de sportvoorzieningen aangelegd.

Centrumschil Doordat de verschillende linten allemaal bij elkaar uitkomen op De Vrijthof, en er buiten De Vrijthof verbindingen zijn gerealiseerd tussen de verschillende linten, is er een gebied te definiëren waarin de dynamiek van de linten is uitgezaaid. Deze zone is gelegen buiten de centrumzone en tussen de linten. Dit gebied ligt vooral tussen de linten die Hilvarenbeek met de omliggende dorpen verbindt. In dit gebied worden verschillende functies en voorzieningen gecombineerd met wonen. Woongebied dorps Tussen de verschillende verbindende linten is een aantal woongebieden gelegen. Deze woongebieden nemen hiermee ten opzicht van de hoofdstructuur allemaal dezelfde positie in. De verschillende woongebieden zijn afzonderlijk van elkaar in een andere tijd aangelegd. Deze verschillen zijn in de stedenbouwkundige opzet en architectuur zichtbaar. NL.IMRO.0798.BPKernEH-VG01

Bestemmingsplan Kernen Esbeek, Hilvarenbeek

|29

Woongebied landelijk De woongebieden die omsloten zijn door de landschapsverbinders zijn beperkt van omvang. De gebieden hebben vaak een goed zichtbare visuele relatie met het buitengebied. De gebieden bestaan voor het belangrijkste deel uit woningen. De woningen beschikken veelal over grote ruime percelen. In sommige gevallen zijn de percelen direct gelegen aan het buitengebied. Verbindend lint De verbindende linten in de kern van Hilvarenbeek (Doelenstraat, Tilburgseweg, Hakvoortseweg, Diessenseweg en Gelderstraat) hebben een grote dynamiek (verkeersbewegingen, bebouwingsdichtheid en een grote functionele diversiteit). De bebouwing aan de linten bestaat uit veelal individuele panden. Kenmerkend hierdoor is de grote diversiteit aan gevelbeelden. Landschapsverbinder De landschapsverbinders (Papenstraat-Hoog Spul, Koestraat, Klein Loo en Groot Loo) hebben in tegenstelling tot de verbindende linten een lagere dynamiek (verkeersbewegingen, bebouwingsdichtheid en functionele diversiteit). De landschapsverbinders hebben oorspronkelijk alleen de functie gehad om Hilvarenbeek in functionele zin te verbinden met het westelijk gelegen agrarisch gebied. Bedrijventerreinen Bukkum en Slibbroek Aan de buitenkant van het dorp zijn de bedrijventerreinen Bukkum en Slibbroek gelegen. Deze bedrijventerreinen nemen hiermee ten opzicht van de hoofdstructuur allebei dezelfde positie in.

De bedrijventerreinen zijn afzonderlijk van elkaar in een andere tijd aangelegd. Deze verschillen zijn in de stedenbouwkundige opzet en gebruik zichtbaar. Bukkum is langer in gebruik dan Slibbroek. Sportvelden Aan de noordzijde van Hilvarenbeek is het sportterrein "De Roodloop" gelegen. De gemeente voorziet geen initiatieven waarvoor nadere toetsingscriteria nodig zijn. Zoekgebied dorpsontsluiting Aan de zuidzijde van Hilvarenbeek is in de structuurvisie het studietracé voor een eventuele randweg opgenomen. Deze randweg zal een substantieel deel van het verkeer vanuit het zuiden direct gaan afvoeren op de Provinciale weg. De verwachting is dat met de ontwikkeling van de woongebieden “Laag Spul” en “Gelderakkers” het verkeer uit het zuiden van Hilvarenbeek verder zal toenemen. Zoekgebied nieuwe ontwikkelingen Deze zones zijn afkomstig uit het uitwerkingsplan van de provincie Noord-Brabant. In deze uitwerking van het streekplan zijn deze gebieden benoemd als "transformatie afweegbaar". De gemeente Hilvarenbeek zal de lokale behoefte aan nieuwe bedrijfsterreinen en woongebieden continu blijven onderzoeken. Op het moment dat na intensivering van bestaande bedrijfsterreinen behoefte is aan nieuwe bedrijfsterreinen zal hiervoor binnen het zoekgebied een nieuwe terrein worden aangelegd. Voor die tijd zal de gemeente al een studie hebben uitgevoerd naar de meest geschikte locatie.

In deze studie zullen de bestaande waarden van het landschap en het ruimtelijk karakter in belangrijke mate meewegen. Opknapzone Deze zone, grofweg gelegen aan de noordrand van Hilvarenbeek is gelegen buiten de zone die in de uitwerking van het streekplan aangeduid is als "transformatie afweegbaar". De gemeente Hilvarenbeek ziet een eventuele toekomstige ontwikkeling in combinatie met een eventuele noordelijke dorpsontsluiting als kans om het ruimtelijk karakter op deze plek te verbeteren. Deze locatie is een belangrijke entree voor de kern Hilvarenbeek. Toetsing Onderhavig bestemmingsplan voorziet in de actualisering en consolidatie van de vigerende bestemmingsplannen binnen de kernen Esbeek en Hilvarenbeek. Zodoende leidt het

NL.IMRO.0798.BPKernEH-VG01

Bestemmingsplan Kernen Esbeek, Hilvarenbeek

|30

bestemmingsplan in beginsel niet tot nieuwe ontwikkelingsmogelijkheden. In enkele uitzonderingsgevallen wordt de planologische situatie kloppend gemaakt met de werkelijke situatie, aangezien de vigerende bestemmingsplannen op sommige locaties zijn verouderd. De gemeente ziet het behoud en beschermen van het ruimtelijk karakter als basisverantwoordelijkheid. Met onderhavig bestemmingsplan wordt de regelgeving aangepast op het daadwerkelijke gebruik, waardoor niet direct nieuwe ontwikkelingen mogelijk worden gemaakt. Het ruimtelijk karakter, zoals aangegeven in de toetsingscriteria, blijft behouden. Hierdoor kan gesteld worden dat het voornemen niet in strijd is met de toetsingscriteria van één of meerdere zoekgebieden. Woonvisie 2020-2030 De gemeente Hilvarenbeek heeft op 5 juni 2019 de Woonvisie 2020-2030 vastgesteld. De gemeente Hilvarenbeek blijkt een aantrekkelijke gemeente te zijn om te wonen. De woningvraag is daardoor groter dan het aanbod. Door de economische groei en lage rentestand is het aantrekkelijk geworden om te verhuizen. Er is daardoor een grote vraag naar woningen. De bouwproductie blijft hierbij nog achter. De provincie Noord-Brabant gaat er vanuit dat met name de komende tien jaar de woningbehoefte nog zal toenemen (voor Hilvarenbeek ongeveer +500 woningen).

Daarbij wordt er van uitgegaan dat het aantal vestigers en vertrekkers in de gemeente elkaar in evenwicht houden. De praktijk van de laatste jaren is echter dat de gemeente Hilvarenbeek met een sterk vestigingsoverschot te maken heeft. Dit zorgt voor een toenemende druk op de woningmarkt. De afgelopen jaren zijn er veel woningbouwinitiatieven bij de gemeente binnengekomen die in meer of mindere mate inspelen op deze woonwensen. Hierbij gaat het vaak om plannen voor inbreidingslocaties. Door deze plannen te ontwikkelen kan in een substantieel deel van de kwalitatieve woningvraag van woningen worden voorzien. Het is niet reëel om uit te gaan van alleen de lokale woningvraag. Er zal meer gebouwd moeten worden om zowel vestigers als eigen inwoners van voldoende woningaanbod te voorzien. Alleen dan kan het gevarieerde woningaanbod gecreëerd worden waarbij voor iedere doelgroep een woning binnen de gemeente te vinden is. Dit betekent dat de gemeente Hilvarenbeek de komende jaren meer ruimte wil geven voor woningbouw.

Ten behoeve van de gestelde doelen in de Woonvisie heeft de gemeente Hilvarenbeek enkele maatregelen opgesteld: • In elke kern van de gemeente moet ruimte zijn voor woningbouw om in te spelen op de woningbehoefte (mits aantoonbaar) en kernen leefbaar en vitaal te houden; • Om in te kunnen spelen op de grote woningvraag worden de plannen vooral getoetst op hun bijdrage aan de kwalitatieve opgaven binnen de gemeente. Met de provincie en regiogemeenten wordt overleg gevoerd over de woningbouwopgave om tot zorgvuldig ruimtegebruik te komen; • De gemeente biedt ruimte om (waar mogelijk en passend bij de woonomgeving) woningbouw op inbreidingslocaties en (waar nodig om te voorzien in de behoefte en behoud van het woonmilieu) woningbouw op aan de randen van onze kernen te realiseren. Het afronden van Gelderakkers II vormt een belangrijk onderdeel in het bewerkstelligen van deze ambitie; • Nieuwe woningbouwinitiatieven worden kwalitatief getoetst aan de beoordelingscriteria. Addendum De gemeenteraad van Hilvarenbeek heeft in zijn vergadering van 8 juni 2023 het “Addendum op de Woonvisie Hilvarenbeek 2020-2030” vastgesteld. Met het Addendum wordt de Woonvisie 2020-2030 uit 2019 op een aantal onderdelen aangepast en geactualiseerd. Onder meer zijn de prijsgrenzen voor nieuw te bouwen woningen verhoogd vanwege de gestegen bouwkosten. Verder is het streefbouwprogramma herzien.

Dat geeft aan

NL.IMRO.0798.BPKernEH-VG01

Bestemmingsplan Kernen Esbeek, Hilvarenbeek

|31

hoeveel van de verschillende woningtypes gebouwd worden en in welke prijsklasse. De gemeente gaat hierbij uit van de geconstateerde behoefte, de gerealiseerde woningen in de afgelopen jaren en de richtlijnen vanuit de nationale Woon- en Bouwagenda en de Regionale SRBT-woondeal 20222030. Toetsing Onderhavig bestemmingsplan betreft een actualisatie van de vigerende bestemmingsplannen. Nieuwe woningbouwontwikkelingen worden niet mogelijk gemaakt en de bestaande woningen blijven behouden. Zodoende zijn de opgestelde maatregelen niet van toepassing op onderhavig plan. Gemeentelijk Verkeersplan 2013-2022 Op 21 maart 2013 is het Gemeentelijk Verkeersplan 2013-2022 door de gemeenteraad vastgesteld. In het Gemeentelijk Verkeersplan staat het gemeentelijk verkeersbeleid beschreven voor de periode 2013 – 2022. Dit beleid gaat over verkeersveiligheid, parkeren, fiets en openbaar vervoer. Met aandacht voor verkeersveiligheid en leefbaarheid wordt er ingezet op een goede bereikbaarheid van de kernen onderling en naar het hoofdwegennet. Bij ruimtelijke ontwikkelingen is er aandacht voor de bereikbaarheid en een goede afwikkeling van het (eventuele) extra verkeer over de bestaande wegen. Kader hiervoor is CROW publicatie 317, ‘Kencijfers parkeren en verkeersgeneratie’.

Ruimtelijke ontwikkelingen worden beoordeeld op verkeersveiligheidsaspecten, zodat tijdig maatregelen hiervoor getroffen kunnen worden. De beoordeling van planologische wijzigingen gebeurt op basis van de rekenmethode (parkeerbalans) uit de parkeernormennota. Het college kan hiervan afwijken, indien bijvoorbeeld de parkeerbehoefte niet op eigen terrein opgelost kan worden en in de openbare ruimte voldoende parkeergelegenheid aanwezig is. Toetsing Om te zorgen dat bij toekomstige regelingen voldaan worden aan het Gemeentelijk Verkeerplan, wordt een algemene regel opgenomen om het benodigd aantal parkeerplaatsen te waarborgen. Het bestemmingsplan is hierdoor in lijn met het beleid, zoals opgenomen in het Gemeentelijk Verkeersplan. Archeologiebeleid gemeente Hilvarenbeek De gemeente Hilvarenbeek heeft op 27 september 2012 de gemeentelijke archeologische beleidskaart met bijbehorende beleidsuitgangspunten vastgesteld. Bij het (her)bestemmen van gronden kan op basis van de beleidskaart op relatief eenvoudige wijze rekening worden gehouden met het aspect archeologie. In gebieden waar archeologische resten aanwezig zijn of verwacht worden, kunnen bijvoorbeeld maatregelen worden genomen om deze zoveel mogelijk te ontzien.

Voor gebieden waar wel bodemverstorende activiteiten gaan plaatsvinden, is op de beleidskaart aangegeven of archeologisch onderzoek noodzakelijk is en wanneer eventueel vrijstelling van onderzoek kan worden verleend. Hiertoe zijn ondergrenzen vastgesteld ten aanzien van de diepte van de bodemingreep en de oppervlakte van het plangebied. Hierdoor is het beleid met name ook geschikt om de archeologische waarden in bestemmingsplannen te borgen. In onderstaande tabel zijn de ondergrenzen die de gemeente Hilvarenbeek hanteert samengevat. Wanneer de ontwikkelingen de ondergrenzen niet overschrijden, is er vanuit archeologisch oogpunt geen bezwaar om een (omgevings)vergunning te verlenen of de bestemming van de gronden te wijzigen. Er hoeft dan ook geen archeologisch onderzoek plaats te vinden. Wanneer de ondergrenzen wél worden overschreden, dienen de plannen te worden aangepast of zal de initiatiefnemer een archeologisch onderzoek moeten laten uitvoeren.

NL.IMRO.0798.BPKernEH-VG01

Bestemmingsplan Kernen Esbeek, Hilvarenbeek

|32

De ondergrenzen zijn juridisch gewaarborgd middels archeologische dubbelbestemmingen. Hierin is onderscheid gemaakt tussen Waarde – Archeologie 1 tot en met 4. De dubbelbestemming wordt bepaald aan de hand van de opgestelde ondergrenzen. Terreinen van hoge archeologische waarde (AMK-terrein) komen uitsluitend voor in het buitengebied en niet in de kernen van Hilvarenbeek. Zodoende is de historische kern opgenomen als Waarde – Archeologie 1.

Waarde – Archeologie 1: Waarde – Archeologie 2: Waarde – Archeologie 3: Waarde – Archeologie 4:

Categorie 2 Categorie 3 Categorie 4 Categorie 5 & Categorie 6

In paragraaf 5.1 wordt ingegaan op het aspect archeologie in het plangebied. Conclusie Het planvoornemen past binnen het gemeentelijk beleid

NL.IMRO.0798.BPKernEH-VG01

Bestemmingsplan Kernen Esbeek, Hilvarenbeek

|33

5.

OMGEVINGSASPECTEN

De ontwikkelingen in het plangebied worden afgestemd op het overheidsbeleid zoals beschreven in hoofdstuk drie. Daarnaast moet ook rekening gehouden worden met de aanwezige functies in en rond het plangebied. Het uitgangspunt voor het bestemmingsplan is dat zo een goede omgevingssituatie ontstaat. In dit hoofdstuk zijn de randvoorwaarden, die voortvloeien uit de omgevingsaspecten, beschreven.

5.1

Archeologie

Beleid Verdrag van Malta Voor archeologie geldt de nationale wetgeving die afkomstig is uit Europees beleid. Het Verdrag van Valletta (of wel: 'Verdrag van Malta') regelt hoe er omgegaan moet worden met het Europees archeologisch erfgoed. Nederland heeft het verdrag in 1992 mede ondertekend. De uitgangspunten van dit Europese verdrag zijn in de Nederlandse wet- en regelgeving verankerd door middel van de Wet op de archeologische monumentenzorg (Wamz). Wet op de archeologische monumentenzorg (Wamz) De Wamz is in werking getreden op 1 september 2007 en wijzigt hiermee de Monumentenwet uit 1988, de Ontgrondingenwet (Ow), de Wet milieubeheer (Wm), de Woningwet (Ww) en de Wet ruimtelijke ordening (Wro). Sinds de invoering van de Wamz zijn gemeenten belast met de zorgplicht voor het archeologisch erfgoed. Vanaf 1 juli 2016 is dit op dezelfde wijze als via de Wamz verwerkt in de Erfgoedwet en in de toekomst zal dit verwerkt worden in de Omgevingswet. Tot de Omgevingswet ingaat gelden voor onderdelen, die gaan over de fysieke leefomgeving, de bepalingen uit de Monumentenwet. Dit is opgenomen in de overgangsregeling van de Erfgoedwet. Het uitgangspunt is dat verplicht rekening gehouden moet worden met het behoud van het archeologisch erfgoed in de bodem. Waar dit niet mogelijk is, dient het bodemarchief met zorg ontsloten te worden door middel van archeologisch onderzoek.

Bij het ontwikkelen van ruimtelijke plannen moet het archeologisch belang vanaf het begin meewegen in de besluitvorming. Gemeentelijk beleid De gemeente Hilvarenbeek heeft op 27 september 2012 de gemeentelijke archeologische beleidskaart met bijbehorende beleidsuitgangspunten vastgesteld. Bij het (her)bestemmen van gronden kan op basis van de beleidskaart op relatief eenvoudige wijze rekening worden gehouden met het aspect archeologie. In gebieden waar archeologische resten aanwezig zijn of verwacht worden, kunnen bijvoorbeeld maatregelen worden genomen om deze zoveel mogelijk te ontzien. Voor gebieden waar wel bodemverstorende activiteiten gaan plaatsvinden, is op de beleidskaart aangegeven of archeologisch onderzoek noodzakelijk is en wanneer eventueel vrijstelling van onderzoek kan worden verleend. Hiertoe zijn ondergrenzen vastgesteld ten aanzien van de diepte van de bodemingreep en de oppervlakte van het plangebied.

NL.IMRO.0798.BPKernEH-VG01

Bestemmingsplan Kernen Esbeek, Hilvarenbeek

|34

Uitsnede archeologische beleidskaart, plangebied (Esbeek links, Hilvarenbeek rechts) rood omlijnd

Plangebied Volgens de Archeologische Beleidskaart van de gemeente Hilvarenbeek zijn in de kernen Esbeek en Hilvarenbeek archeologische verwachtingswaarden aanwezig variërend van categorie 2 tot en met categorie 7. Wat betreft de archeologische waarden wordt in dit bestemmingsplan rekening gehouden met het archeologische beleid van de gemeente Hilvarenbeek. Dit resulteert in vier dubbelbestemmingen ‘Waarde – Archeologie 1’ tot en met ‘Waarde – Archeologie 4’ vanuit het thema ‘archeologie’. Daarbij is de onderverdeling gehanteerd zoals beschreven in paragraaf 3.3 Onderhavig bestemmingsplan is voornamelijk conserverend van aard. Voor zover dit bestemmingsplan rechtstreeks nieuwe ontwikkelingen mogelijk maakt, betreft dit de incidentele invulling binnen het bestaande bebouwingspatroon en de ontwikkelingsruimte die de aanwezige functies hebben gekregen. Geconcludeerd kan worden dat de uitvoerbaarheid op het gebied van archeologie niet in het geding is. Conclusie Het aspect archeologie vormt geen belemmering voor onderhavig bestemmingsplan.

NL.IMRO.0798.BPKernEH-VG01

Bestemmingsplan Kernen Esbeek, Hilvarenbeek

|35

5.2

Bedrijven en milieuzonering

Beleid De Wet milieubeheer zorgt ervoor dat milieuoverlast in woongebieden zoveel mogelijk wordt beperkt. Alle voorzieningen en bedrijven die overlast veroorzaken moeten daarom een vergunning hebben in het kader van de Wet milieubeheer. In “Bedrijven en Milieuzonering” van de VNG (Vereniging van Nederlandse Gemeenten) is een indicatieve richtafstandenlijst voor milieubelastende activiteiten opgenomen. De lijst geeft richtafstanden voor de ruimtelijk relevante milieuaspecten geur, stof, geluid en gevaar. De grootste van de vier richtafstanden is bepalend voor de indeling van een milieubelastende activiteit in een milieucategorie en daarmee ook voor de uiteindelijke richtafstand. De richtafstanden volgens de VNG-brochure ‘Bedrijven en Milieuzonering’ gelden tussen enerzijds de grens van de bestemming die bedrijven (of andere milieubelastende functies) toelaat en anderzijds de uiterste situering van de gevel van een woning die volgens het bestemmingsplan of via vergunningvrij bouwen mogelijk is. Milieucategorie 1 2 3.1 3.2 4.1 4.2 5.1 5.2 5.3 6

t.o.v. rustige woonwijk 10 meter 30 meter 50 meter 100 meter 200 meter 300 meter 500 meter 700 meter 1.000 meter 1.500 meter

t.o.v. gemengd gebied 0 meter 10 meter 30 meter 50 meter 100 meter 200 meter 300 meter 500 meter 700 meter 1.000 meter

De richtafstandenlijst gaat uit van gemiddeld moderne bedrijven. Indien bekend is welke activiteiten concreet zullen worden uitgeoefend, kan gemotiveerd worden uitgegaan van de daadwerkelijk te verwachten milieubelasting, in plaats van de richtafstanden. Plangebied Bij de bedrijvigheid in het plangebied van onderhavig bestemmingsplan gaat het vooral om kleinschalige ambachtelijk activiteiten uit milieucategorie 1 en 2. Bedrijvigheid met een hogere toegestane milieucategorie zitten geclusterd op de bedrijventerreinen. De bedrijvigheid binnen het plangebied wordt veelal gecombineerd met een woonfunctie. Ook voorzieningen als een basisschool of een horecagelegenheid hebben een milieuzone. Hierbij is sprake van functies met maximaal milieucategorie 1 of 2 en een grootste richtafstand van 10 meter of 30 meter. Dit bestemmingsplan maakt geen nieuwe bedrijfsactiviteiten mogelijk. Andersom worden er ook geen nieuwe gevoelige functies mogelijk gemaakt waarvoor getoetst dient te worden aan de richtafstanden uit de VNG-brochure voor omliggende bedrijven. Conclusie Het aspect bedrijven en milieuzonering vormt geen belemmering voor onderhavig bestemmingsplan.

5.3

Bodemkwaliteit

Beleid Sinds 2008 is het Besluit bodemkwaliteit (Bbk) in werking getreden. Het doel van het Bbk is duurzaam bodembeheer. Dat wil zeggen: een balans tussen bescherming van de bodemkwaliteit NL.IMRO.0798.BPKernEH-VG01

Bestemmingsplan Kernen Esbeek, Hilvarenbeek

|36

voor mens en milieu, én gebruik van de bodem voor maatschappelijke ontwikkelingen zoals woningbouw of de aanleg van wegen. Op grond van artikel 3.1.6 lid 2 van het Besluit ruimtelijke ordening (2008) moet een bodemonderzoek worden verricht om de realiseerbaarheid van een bestemmingswijziging te beoordelen. Voor alle bestemmingen waar een functiewijziging of een herinrichting mogelijk is moet ten minste een verkennend bodemonderzoek worden verricht. Vanaf 1 oktober 2019 is het tevens verplicht de PFAS-waarde in de bodem te onderzoeken, voordat gestart kan worden met grondverzet en/of kavelverkoop. PFAS is de verzamelnaam voor de stoffen PFOA, PFOS en GenX en wordt gezien als een zeer zorgwekkende stof (ZZS). Deze verplichting houdt in dat er geen grond vervoerd mag worden als de PFAS-waarde niet bekend is. Plangebied In het plangebied is de bodem in het verleden op enkele plaatsen onderzocht. Dit was in veel gevallen naar aanleiding van een concrete ontwikkeling. Bij ontwikkelingen, ook op perceelsniveau, is het van belang om te achterhalen of sprake is van bodemverontreiniging. Bij nieuwe ontwikkelingen is het dan ook noodzakelijk om te overwegen of een verkennend bodemonderzoek nodig. Onderhavig bestemmingsplan is voornamelijk conserverend van aard.

Voor zover dit bestemmingsplan rechtstreeks nieuwe ontwikkelingen mogelijk maakt, betreft dit de incidentele invulling binnen het bestaande bebouwingspatroon en de ontwikkelingsruimte die de aanwezige functies hebben gekregen. Geconcludeerd kan worden dat de uitvoerbaarheid op het gebied van bodemkwaliteit niet in het geding is. Een verkennend bodemonderzoek wordt niet noodzakelijk geacht, aangezien geen nieuwe ontwikkelingen rechtstreeks mogelijk worden gemaakt waarbij bodemingrepen plaatsvinden. Indien bij toekomstige ontwikkelingen sprake is van grondverzet en/of kavelverkoop dient de PFASwaarde in de bodem alsnog onderzocht te worden. Voor onderhavig bestemmingsplan is dit vanwege de conserverende aard niet van toepassing. Conclusie Het aspect bodemkwaliteit vormt geen belemmering voor onderhavig bestemmingsplan.

5.4

Cultuurhistorie

Beleid Onder de noemer Modernisering Monumentenzorg (MoMo) heeft het Rijk in 2009 een aanzet gegeven voor een goede afweging van het belang van de cultuurhistorie in de ruimtelijke ordening. Gepleit wordt voor een verantwoorde verankering van de integrale cultuurhistorie in structuurvisies, bestemmingsplannen en milieueffectrapportages. Het voornaamste doel hiervan is om het cultuurhistorische karakter van Nederland op gebiedsniveau te behouden en te versterken. Op 5 juli 2011 is een wijziging van het Besluit ruimtelijke ordening (Bro) gepubliceerd. Vanaf 1 januari 2012 moet ieder nieuw bestemmingplan een analyse van cultuurhistorische waarden bevatten. In aansluiting op de vaststelling van de Wet tot wijziging van de Monumentenwet 1988 en de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht in mei 2011 zijn op 17 juni 2011 het Bro, het Besluit omgevingsrecht (Bor) en het Besluit archeologische monumentenzorg (Bamz) aangepast. Door een wijziging van het Bro moeten cultuurhistorische waarden voortaan vooraf in het proces van ruimtelijke ordening worden meegenomen, met name bij de voorbereiding en vaststelling van bestemmingsplannen. Het Bro bevat eisen waaraan de voorbereiding van een bestemmingsplan moet voldoen. Zo wordt er onder meer een beschrijving verlangd van de manier waarop met de in het gebied aanwezige

NL.IMRO.0798.BPKernEH-VG01

Bestemmingsplan Kernen Esbeek, Hilvarenbeek

|37

cultuurhistorische waarden en in de grond aanwezige of te verwachten monumenten wordt omgegaan. De wetgever wil hiermee bereiken dat aandacht voor cultuurhistorische waarden voortaan in het planproces naar voren wordt gehaald. In de toelichting van het bestemmingsplan dient een beschrijving te worden opgenomen hoe met de in het gebied aanwezige cultuurhistorische waarden en in de grond aanwezige of te verwachten monumenten rekening is gehouden. De opsteller en vaststeller van het bestemmingsplan is daarmee dus verplicht om breder te kijken dan alleen naar het facet archeologie. Ook de facetten historische (steden)bouwkunde en historische geografie dienen te worden meegenomen in de belangenafweging. Hierbij gaat het om zowel beschermde als niet formeel beschermde objecten en structuren. De Erfgoedwet, van kracht sinds 1 juli 2016, bundelt wet- en regelgeving op het gebied van behoud en beheer van het cultureel erfgoed in Nederland in één nieuwe wet. Een groot deel van de bestaande wet- en regelgeving (Monumentenwet, Wet ruimtelijke ordening) is overgenomen in de Erfgoedwet, bijvoorbeeld de aanwijzing van rijksmonumenten, wie welke verantwoordelijkheden heeft en hoe het toezicht daarop wordt uitgeoefend. Voor het eerst is er nu één integrale wet die betrekking heeft op onze museale objecten, musea, monumenten en archeologie op het land en onder water.

Voorheen was het behoud en beheer van ons erfgoed geregeld in zes verschillende wetten met elk hun eigen procedures en beschermingsmaatregelen. Het uitgangspunt is dat de beschermingsniveaus zoals die in de eerdere wetten en regelingen golden, worden gehandhaafd. Daarnaast worden aan de Erfgoedwet een aantal nieuwe bepalingen toegevoegd. Samen met de Omgevingswet die naar verwachting in 2023 wordt ingevoerd, wordt een integrale bescherming van ons cultureel erfgoed mogelijk. Cultuurhistorische Waardenkaart In de provincie Noord-Brabant dienen in het kader van het behoud van waardevolle cultuurhistorische elementen en archeologische vindplaatsen, bestemmingsplannen te worden getoetst aan de provinciale Cultuurhistorische Waardenkaart (CHW). Hierop staan de bepalende cultuurhistorische elementen aangegeven.

Uitsnede Cultuurhistorische Waardenkaart met de kernen Esbeek en Hilvarenbeek rood omlijnd

Op de CHW is af te lezen dat het plangebied volledig ligt binnen de regio ‘Kempen’ en het cultuurhistorisch landschap ‘Landgoederen ten zuiden van Tilburg’. Verder ligt het plangebied NL.IMRO.0798.BPKernEH-VG01

Bestemmingsplan Kernen Esbeek, Hilvarenbeek

|38

grotendeels binnen het archeologische landschap ‘Dekzandeiland Moergestel-Hilvarenbeek’ en voor een klein deel binnen de cultuurhistorische vlakken ‘Beekdalen Spruitenstroompje/Roodloop’ en ‘Akkercomplex Hilvarenbeek’. Kempen De Kempen is een zwak golvend dekzandlandschap dat bestaat uit dekzandvlakten en -ruggen. De dekzandruggen hebben een zandige bodem waar regenwater infiltreert, dat in de beekdalen als kwel naar boven komt. De ruimtelijke identiteit van het ontginningslandschap van de Kempen wordt gevormd door de contrasten tussen de verschillende agrarische gebruikseenheden: de akkers, graslanden en woeste gronden. De akkercomplexen, dorpen en gehuchten liggen vanouds op de rand van de beekdalen. In de afgelopen decennia zijn de verschillen tussen de oude en jonge ontginningen genivelleerd door ruilverkaveling, normalisatie van de beken en de uitbreiding van steden en dorpen. De dorpen van de Kempen hebben zich afhankelijk van hun ligging verschillend ontwikkeld. De kernen die liggen aan belangrijke routes zijn uitgegroeid tot suburbane woonkernen met soms redelijk grote bedrijventerreinen. De dorpen op afstand van deze routes hebben een landelijker karakter en zijn beperkter in omvang gebleven. De ontwikkelingsstrategie voor dit gebied is: 1. Behoud door ontwikkeling of versterking van de samenhang van de dragende structuren van de regio; 2.

De cultuurhistorische waarden van de Kempen in hun samenhang verder ontwikkelen, beschermen en toeristisch-recreatief ontsluiten. Dit geldt in het bijzonder voor de cultuurhistorische landschappen; Het Groene Woud, Dommeldal, Oud zandlandschap bij Oerle-Knegsel, Oud zandlandschap Cartierheide, Oud zandlandschap bij Stiphout en de Landgoederenzone ten zuiden van Tilburg; 3. Het duurzaam en in samenhang behouden van het bodemarchief (o.a. door afstemming van het gemeentelijk archeologiebeleid) van de archeologische landschappen: Dekzandeiland Moergestel-Hilvarenbeek, Kempenland, Keersop-Dommel, Dekzandeiland Tongelreep-Groote Aa en Helmondse Akkers. Akkercomplex Biest/Westerwijk Het gebied bestaat uit het akkercomplex van de buurtschappen Biest, Driehuizen, Voort en Westerwijk.Het akkercomplex wordt doorsneden door het Wilhelminakanaal en de N269. Het bodemgebruik is grasland, bouwland en verschillende percelen boomteelt. Het is een akkercomplex met esdek, bolle ligging, openheid, steilranden en zandpaden. Over het akkercomplex loopt de Bosscheweg. Deze onverharde weg maakte onderdeel uit van de oude handelsroute van Hilvarenbeek naar 's-Hertogenbosch. Aan de noordkant van het akkercomplex staat een oude kapel een restant van het grotendeels verwenen buurtschap Westrik. Het gebied kent een samenhang met het beekdal Spruitenstroompje/Roodloop.

De ontwikkelingsstrategie voor dit gebied is een planologische bescherming van de waarden/kenmerken. Landgoederen ten zuiden van Tilburg Het gebied bestaat uit een ensemble van oude en jongere landgoederen. Bijzonder voor dit gebied zijn de middeleeuwse hoeves en buurtschappen (met kleine akkercomplexen) die de kern vormden van de landgoederen of die daarin zijn opgenomen. De dorpen Goirle, Hilvarenbeek en Esbeek stammen vermoedelijk uit de vroege middeleeuwen. Vanuit deze vroeg bewoonde gebieden werd het landschap in gebruik genomen. Uitgestrekte akkercomplexen zijn te vinden rond Hilvarenbeek, met mooie overgangen naar de beekdalen van de Roodloop en het Spruitenstroompje. Langs de beken lagen de beemden, smalle graslandpercelen, omgeven door elzensingels of bomenrijen. Veel van de vroegere perceelrandbegroeiing is verdwenen, zodat de beslotenheid van de beekdalen grotendeels verdwenen is. Aan het eind van de 19e eeuw zijn ten zuiden van Tilburg en bij Esbeek enkele grote landgoederen aangelegd. Aanvankelijk was het doel van deze landgoederen vooral gericht op de houtproductie, maar in de loop van de twintigste eeuw is de inrichting mede bepaald

NL.IMRO.0798.BPKernEH-VG01

Bestemmingsplan Kernen Esbeek, Hilvarenbeek

|39

door recreatieve en landschappelijke doelen. Tegenwoordig is ook natuurontwikkeling op dit enorme landgoed van belang. De ontwikkelingsstrategie voor dit gebied is: • Het behoud en beter beleefbaar maken van sporen van deels verdwenen hoeves, buurtschappen en akkercomplexen; • Het versterken van het contrast tussen oude ontginningen met akkers enerzijds en voormalige woeste gronden anderzijds; • Het versterken van het natte karakter van beekdalen en (voormalige) vennen; • De natuurontwikkeling, waterberging en economische dragers afstemmen op de cultuurhistorische identiteit; • Het vergroten van de cultuurhistorische waardering door de vergroting van de beleving Dekzandeiland Moergestel-Hilvarenbeek Dit landschap bestaat uit het licht glooiende dekzandeiland van Moergestel-Hilvarenbeek en de aangrenzende beekdalen van de Leij, de Reusel en de Hoogeindsche beek. Aan de oostzijde, op de overgang naar de beekdalen van de Reusel, het Spruitenstroompje en de Hoogeindsche beek, ligt een brede zone met oude bouwlanden. Het rond Diessen gelegen complex met oude bouwlanden behoort ook tot dit landschap. In het westen en zuidwesten bevinden zich oppervlakken met stuifduinen.Vanwege de lage dichtheid aan bebouwing kenmerkt dit landschap zich door een hoge ruimtelijke samenhang. De ontwikkelingsstrategie voor dit gebied is het duurzaam en in samenhang behouden van het bodemarchief (o.a.

door afstemming van het gemeentelijk archeologiebeleid). Beekdalen Spruitenstroompje/Roodloop Het gebied bestaat uit de beekdalen van de Roodloop en het Spruitenstroompje. Het bodemgebruik is grotendeels grasland. De percelering langs de beken is strookvormig in vrij kleine percelen. Veel van de vroegere perceelrandbegroeiing is verdwenen, en daardoor is de beslotenheid grotendeels verdwenen.Het gebied kent een samenhang met de akkercomplexen van Hilvarenbeek en BiestWesterwijk. De ontwikkelingsstrategie voor dit gebied is een planologische bescherming van de waarden/kenmerken. Toetsing Voorliggend plan voorziet alleen in de actualisatie van vigerende plannen, waardoor nieuwe ontwikkelingen uitblijven. Het planvoornemen voorziet daarmee niet in ontwikkelingen welke invloed hebben op de ontwikkelingsstrategie voor de cultuurhistorisch waardevolle gebieden. Zodoende heeft het voornemen geen negatieve effecten op de cultuurhistorische waarden binnen de regio ‘Kempen’, het cultuurhistorisch landschap ‘Landgoederen ten zuiden van Tilburg’, het archeologische landschap ‘Dekzandeiland Moergestel-Hilvarenbeek’ en de cultuurhistorisch vlakken ‘Akkercomplex Biest/Westerwijk’ en ‘Beekdalen Spruitenstroompje/Roodloop’. Cultuurhistoriekaart Hilvarenbeek Voor het gehele grondgebied in de gemeente Hilvarenbeek is een cultuurhistoriekaart opgesteld.

Het primaire doel van de cultuurhistoriekaart is het inzichtelijk maken van het aanwezige bovengrondse erfgoed in de gemeente. Om de aanwezigheid van cultuurhistorische waarden te beoordelen is de Cultuurhistoriekaart Hilvarenbeek (2013) geraadpleegd.

NL.IMRO.0798.BPKernEH-VG01

Bestemmingsplan Kernen Esbeek, Hilvarenbeek

|40

Uitsnede Cultuurhistoriekaart Hilvarenbeek

Esbeek Esbeek is een dorp dat is ontstaan uit een Kransakkerdorp, waarvan ook tegenwoordig de structuur nog goed te herkennen is. Pas eind 19e eeuw werd Esbeek een eigen parochie en ontstond rondom de kerk een kleine dorpskern. Esbeek ligt op aan de rand van een akkercomplex nabij het Spruitenstroompje. Vanuit het Landgoed de Utrecht (ten zuiden van Esbeek) stroomt de Hoogeindse Beek, via enkele vennen, naar het noordoosten om bij Groenstraat in het Spruitenstroompje uit te komen. Naast Landgoed de Utrecht ligt ten westen van Esbeek ook de Rovertsche Heide. Dit zijn uitgestrekte bos- en natuurgebieden. Hilvarenbeek Bewoning in Hilvarenbeek kwam al voor in de prehistorie, zoals blijkt uit een legio vondsten van onder meer stenen en bronzen bijlen. Hilvarenbeek ligt op zandgronden, die zijn komen aanwaaien in de laatste ijstijd. Deze zandgronden werden doorsneden door beekdalen waarin zich bebouwing ontwikkelde. De stichting van een kapittel, omstreeks 1200, is van grote betekenis geweest voor de ontwikkeling van Hilvarenbeek. In de vijftiende eeuw groeide Hilvarenbeek uit tot een religieus en cultureel centrum van formaat. Met het eind van de Tachtigjarige Oorlog kwam er ook een einde aan de bloeiperiode van Hilvarenbeek. Bij de overgang van 19e naar de 20e eeuw kwam de lokale samenleving weer in een stroomversnelling.

Hilvarenbeek ligt te midden van een kleinschalig cultuurlandschap waardoor beekjes als de Roodloop, het Spruitenstroompje en de Hilver stromen.

NL.IMRO.0798.BPKernEH-VG01

Bestemmingsplan Kernen Esbeek, Hilvarenbeek

|41

Voorliggend bestemmingsplan is een actualisatie van het vigerende bestemmingsplan en voorziet geen ingrepen aan de bestaande bebouwing. Het is niet nodig om aanvullende eisen te stellen ten aanzien van de bescherming van cultuurhistorische waarden. Conclusie Het aspect cultuurhistorie vormt geen belemmering voor het planvoornemen.

5.5

Externe veiligheid

Beleid Externe veiligheid heeft betrekking op het beheersen van risico’s die mensen lopen door opslag, productie, gebruik en vervoer van gevaarlijke stoffen in hun omgeving. Het gaat hierbij om de risico's van inrichtingen met gevaarlijke stoffen, het vervoer van gevaarlijke stoffen over de weg en water en door buisleidingen. Besluit externe veiligheid inrichtingen Het Besluit externe veiligheid inrichtingen (Bevi) legt veiligheidsnormen op aan bedrijven die een risico vormen voor personen. Het gaat daarbij onder meer om bedrijven die vallen onder het BRZO (Besluit Risico's Zware Ongevallen), LPG-tankstations en opslagplaatsen met gevaarlijke stoffen. Belangrijke begrippen in het kader van externe veiligheid zijn het plaatsgebonden risico en het groepsrisico. Het plaatsgebonden risico (PR) is in het Bevi gedefinieerd als het "risico op een plaats buiten een inrichting, uitgedrukt als de kans per jaar dat een persoon die onafgebroken en onbeschermd op die plaats zou verblijven, overlijdt als rechtstreeks gevolg van een ongewoon voorval binnen die inrichting waarbij een gevaarlijke stof of gevaarlijke afvalstof betrokken is".

Het groepsrisico is gedefinieerd als de "cumulatieve kansen per jaar dat ten minste 10, 100 of 1000 personen overlijden als rechtstreeks gevolg van hun aanwezigheid in het invloedsgebied van een inrichting en een ongewoon voorval binnen die inrichting waarbij een gevaarlijke stof of gevaarlijke afvalstof betrokken is". Verder zijn kwetsbare en beperkt kwetsbare objecten van belang. Kwetsbare objecten zijn bijvoorbeeld scholen, kantoorgebouwen met een bruto vloeroppervlak van meer dan 1.500 m² en woningen met een dichtheid van meer dan twee woningen per hectare. Beperkt kwetsbare objecten zijn onder meer sporthallen, zwembaden en woningen met een dichtheid van maximaal twee woningen per hectare. Het Bevi bevat eisen voor het plaatsgebonden risico en regels voor het groepsrisico. Voor het plaatsgebonden risico geldt onder meer een grenswaarde van 10-6 per jaar voor kwetsbare objecten in nieuwe situaties (PR-contour). Voor het groepsrisico geldt dat de gemeenteraad verantwoording moet afleggen over de wijze waarop het groepsrisico is meegewogen in de besluitvorming. Besluit externe veiligheid transportroutes Het externe veiligheidsbeleid voor het vervoer van gevaarlijke stoffen is vanaf 1 april 2015 vastgelegd in de ‘Wet Basisnet’ en de ‘Wet vervoer gevaarlijke stoffen’ (Wgvs).

Voor ruimtelijke ordening in relatie tot transportroutes is er het ‘Besluit externe veiligheid transportroutes’ (Bevt). Dit besluit is gebaseerd op de ‘Wet ruimtelijke ordening’ en de ‘Wet milieubeheer’. Volgens het Bevt mag op grond van een ruimtelijke besluit geen kwetsbaar object in de veiligheidszone worden gebouwd. Nieuwe beperkt kwetsbare objecten mogen alleen in uitzonderlijke gevallen in de veiligheidszone worden toegestaan. Het Bevt gaat ook in op de hoogte van het groepsrisico. Wanneer het aannemelijk is dat het groepsrisico ver beneden de oriëntatiewaarde blijft of nauwelijks toeneemt, is een verantwoording van het groepsrisico niet verplicht.

NL.IMRO.0798.BPKernEH-VG01

Bestemmingsplan Kernen Esbeek, Hilvarenbeek

|42

Besluit externe veiligheid buisleidingen Het ‘Besluit externe veiligheid buisleidingen’ (Bevb) regelt de taken en verantwoordelijkheden van leidingexploitanten en gemeenten. De belangrijkste eisen aan bestemmingplannen zijn: ruimtelijke reservering voor plaatsgebonden risico, verantwoording van het groepsrisico en een ruimtelijke reservering voor zogenoemde belemmeringenstroken met een aanlegvergunningenstelsel. Inventarisatie risicobronnen Voor de inventarisatie van de risicobronnen is gebruik gemaakt van de risicokaart van de provincie Noord-Brabant, zie onderstaande afbeelding.

Uitsnede Risicokaart

Inrichtingen Binnen de kernen Esbeek en Hilvarenbeek zijn enkele risicovolle inrichting aanwezig. Uitsluitend in de kern Hilvarenbeek is er sprake van Bevi-inrichtingen. Het gaat hierbij in beide gevallen om een benzineservicestation. Op beide locaties is een gebiedsaanduiding aanwezig ten behoeve van de een veiligheidszone. De betreffende gebiedsaanduidingen worden overgenomen in onderhavig bestemmingsplan, waarmee het woon- en leefklimaat voldoende wordt beschermd. Verder wordt de situatie niet verandert ten opzichte van de bestaande situatie. Transport over wegen Zowel langs de kern Esbeek als de kern Hilvarenbeek is direct ten oosten een provinciale weg gesitueerd. Het gaat hierbij om het traject N269. Voor dit traject zijn geen veiligheidszones opgenomen. Onderhavig bestemmingsplan is voornamelijk conserverend van aard. Aangezien de feitelijke situatie niet verandert, zal de huidige regelgeving omtrent de provinciale weg gehandhaafd worden. Transport over water Binnen of in de directe omgeving van het plangebied zijn geen vaarwegen aanwezig die relevant zijn in het kader van externe veiligheid. Transport over het spoor Uit de risicoatlas voor vervoer van gevaarlijke stoffen over het spoor blijkt dat in het plangebied en de directe omgeving geen spoorwegen aanwezig zijn die relevant zijn in het kader van externe veiligheid.

NL.IMRO.0798.BPKernEH-VG01

Bestemmingsplan Kernen Esbeek, Hilvarenbeek

|43

Transport per buisleiding Binnen de kern Esbeek zijn geen buisleidingen aanwezig waardoor transport van gevaarlijke stoffen plaatsvindt. Door de kern Hilvarenbeek loopt één buisleiding die relevant is in het kader van externe veiligheid. De buisleiding ligt aan de noordzijde van de kern en loopt van west naar oost. De transportroute is onderdeel van een defensieleiding. Ten behoeve van de buisleiding is geen risicocontour opgenomen. Echter zijn in de vigerende bestemmingsplannen wel een dubbelbestemming (Leiding – Brandstof) opgenomen. De betreffende dubbelbestemming wordt overgenomen in onderhavig bestemmingsplan, waarmee het woon- en leefklimaat voldoende wordt beschermd. Conclusie Het aspect externe veiligheid vormt geen belemmering voor het planvoornemen.

5.6

Natuurwetgeving

Beleid Wet natuurbescherming Per 1 januari 2017 is de Wet natuurbescherming (Wnb) in werking getreden. De Flora- en faunawet, de Natuurbeschermingswet 1998 en de Boswet zijn opgegaan in deze wet. De wet bevat regels voor de bescherming van in het wild levende dier- en plantensoorten en de belangrijkste natuurgebieden in Nederland. Natura 2000-gebieden Natura 2000 is de benaming voor een Europees netwerk van natuurgebieden waarin belangrijke flora en fauna voorkomen, gezien vanuit een Europees perspectief. Per Natura 2000-gebied zijn (instandhoudings-)doelen (voor soorten en vegetatietypen) opgesteld. Iedereen die vermoedt of kan weten dat zijn handelen of nalaten, gelet op de instandhoudingsdoelen, nadelige gevolgen voor een Natura 2000-gebied kan hebben, is verplicht deze handelingen achterwege te laten of te beperken. Natuurnetwerk Nederland Het Natuurnetwerk Nederland (NNN), voorheen de Ecologische Hoofdstructuur (EHS), is het Nederlandse netwerk van bestaande en nieuw aan te leggen natuurgebieden. Het netwerk moet natuurgebieden beter met elkaar en het omringende agrarische gebied verbinden.

In het Natuurnetwerk Nederland liggen: • Bestaande natuurgebieden, waaronder 20 nationale parken; • Gebieden waar nieuwe natuur aangelegd wordt; • Landbouwgebieden, beheerd volgens agrarisch natuurbeheer; • Ruim 6 miljoen hectare grote wateren, meren, rivieren, de kustzone van de Noordzee en de Waddenzee; • Alle Natura 2000-gebieden. In het natuurpact hebben de provincies met het Rijk afgesproken om tot 2027, 80.000 hectare natuur in te richten. Het NNN moet uiteindelijk samen met de natuurgebieden in andere Europese landen een aaneengesloten Pan Europees Ecologisch Netwerk (PEEN) vormen. Beschermde planten en dieren De Wet natuurbescherming kent drie algemene beschermingsregimes: 1. Soorten vogelrichtlijn: dit zijn alle van nature in Nederland in het wild levende vogels (zoals bedoelt in artikel 1 van de Vogelrichtlijn); 2. Soorten Habitatrichtlijn: dit zijn soorten die genoemd worden in Bijlage IV van de Habitatrichtlijn, Bijlage I en II van het Verdrag van Bern en Bijlage II van het Verdrag van Bonn. In de bijlagen van de Verdragen van Bern en Bonn worden ook vogels genoemd;

NL.IMRO.0798.BPKernEH-VG01

Bestemmingsplan Kernen Esbeek, Hilvarenbeek

|44

3.

Andere soorten: dit zijn soorten die genoemd worden in Bijlage A van de Wnb. Het gaat hier om de bescherming van zoogdieren, amfibieën, reptielen, vissen, dagvlinders, libellen, kevers en vaatplanten voorkomend in Nederland. De beschermde status van soorten kan echter per provincie verschillen. Provincies hebben de bevoegdheid om bij een provinciale verordening vrijstelling te verlenen voor nationaal beschermde soorten. Voor soorten die ook niet in de bijlagen van de Wnb worden genoemd, fungeert de zorgplichtbepaling (artikel 1.11 Wnb) als vangnet. Op grond van deze bepaling moeten schadelijke handelingen voor alle in het wild levende dieren en planten en hun directe leefomgeving in beginsel achterwege worden gelaten, dan wel moeten maatregelen worden genomen om schadelijke gevolgen (zoveel mogelijk) te beperken. Stikstof Het Programma Aanpak Stikstof (PAS) en de daarbij behorende toetsingskader is in werking getreden op 1 juli 2015. Te veel stikstof is slecht voor de natuur, waardoor een natuurvergunning of een ander toestemmingsbesluit nodig is voor activiteiten waar stikstof bij vrij komt (bijvoorbeeld in de landbouw, woningbouw of de industrie). Tot 29 mei 2019 was toestemming voor dergelijke activiteiten gebaseerd op het Programma Aanpak Stikstof. Op 29 mei 2019 heeft de Afdeling Bestuursrechtspraak van de Raad van State het PAS ongeldig verklaard.

Het Programma Aanpak Stikstof (PAS) biedt niet genoeg bescherming aan zogenoemde Natura 2000-gebieden. Een nieuwe stikstofrekentoepassing maakt sommige bouwprojecten toch mogelijk. Het kabinet heeft een nieuwe rekenmethode naar buiten gebracht (de ‘AERIUS Calculator 2020’) welke het verlenen van vergunning voor projecten mogelijk moet maken. Projecten waarvan (met behulp van deze rekenmethode) kan worden bewezen dat ze de natuur niet raken, komen in aanmerking voor een vergunning. De natuur wordt niet geraakt zolang de depositie van stikstof op beschermde natuurgebieden niet hoger bedraagt dan 0,00 mol/ha/j. Door intreding van de wet Stikstofreductie op 1 juli 2021 is het niet langer nodig een activiteit met tijdelijke emissies op de lokale effecten te toetsen. Het gaat hierbij om de bouw, sloop en eenmalige aanleg van bebouwing. Plangebied Onderhavig bestemmingsplan is voornamelijk conserverend van aard. Voor zover dit bestemmingsplan nieuwe ontwikkelingen mogelijk maakt, betreft dit de incidentele invulling binnen het bestaande bebouwingspatroon en de ontwikkelingsruimte die de aanwezige functies hebben gekregen. Geconcludeerd kan worden dat de uitvoerbaarheid van het bestemmingsplan op grond van de Wet natuurbescherming niet in het geding is. Conclusie Het aspect natuurwetgeving vormt geen belemmering voor onderhavig bestemmingsplan.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/14896794/2