CConstaterende datHilvarenbeek
Koppel je AI →
Document · PDF

11 Bestemmingsplan Kernen Esbeek en Hilvarenbeek (4a Toelichting met in rood wijzigingen)

Gemeenteraad 12 december 2024, gemeente HilvarenbeekBij agendapunt: Raadsvoorstel tot gewijzigde vaststelling van het bestemmingsplan "Hilvarenbeek, Esbeek".23.148 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 3 van 3

5.7

Geluidsaspecten

Op grond van de Wet geluidhinder is langs wegen met een maximumsnelheid hoger dan 30 km/u en spoorwegen een geluidzone van kracht. Bij ontwikkeling van nieuwe geluidgevoelige objecten binnen deze geluidzones dient akoestisch onderzoek te worden uitgevoerd om aan te tonen dat de ontwikkeling voldoet aan de in de wet bepaalde voorkeursgrenswaarde. Binnen het plangebied zijn meerdere wegen met een maximumsnelheid van 50 km/u aanwezig. Daarbij ligt tevens een deel van het plangebied binnen de geluidzone van enkele wegen buiten het plangebied, waaronder de N269.

NL.IMRO.0798.BPKernEH-VG01

Bestemmingsplan Kernen Esbeek, Hilvarenbeek

|45

Plangebied Voor zover dit bestemmingsplan rechtstreeks nieuwe ontwikkelingen mogelijk maakt, betreft dit de incidentele invulling binnen het bestaande bebouwingspatroon en de ontwikkelingsruimte die de aanwezige functies hebben gekregen. Derhalve wordt in beginsel uitgegaan van de bestaande situering van de gevoelige objecten. Er is geen sprake van het toevoegen van geluidsgevoelige objecten binnen bestaande zones langs wegen, of anderzijds een verandering of uitbreiding van wegen die een geluidszone kennen. De kernen Esbeek en Hilvarenbeek zijn daarnaast niet gelegen in een geluidszone voor industrielawaai, niet voor zware industrie en mijnbouw. Voor onderhavig bestemmingsplan wordt toetsing aan de normen van de Wet geluidhinder dan ook niet noodzakelijk geacht. Conclusie Het aspect geluid vormt geen belemmering voor onderhavig bestemmingsplan.

5.8

Luchtkwaliteit

Beleid De Wet luchtkwaliteit is op 15 november 2007 in werking getreden. Met de inwerkingtreding van de Wet luchtkwaliteit is het Besluit luchtkwaliteit 2005 komen te vervallen. Voor de verschillende stoffen zijn normen (grenswaarden) opgenomen voor de jaargemiddelde concentraties en voor dagelijkse concentraties (vierentwintiguurgemiddelde). De Wet luchtkwaliteit voorziet onder meer in een gebiedsgerichte aanpak van de luchtkwaliteit via het ‘Nationaal Samenwerkingsprogramma Luchtkwaliteit (NSL)’. Van bepaalde projecten met getalsmatige grenzen is vastgesteld dat deze ‘niet in betekenende mate (NIBM)’ bijdragen aan de luchtverontreiniging. In de algemene maatregel van bestuur ‘Niet in betekenende mate (Besluit NIBM)’ en de ministeriële regeling NIBM zijn de uitvoeringsregels vastgelegd die betrekking hebben op het begrip NIBM. De definitie NIBM is 3% van de grenswaarde voor NO2 en PM10. In de regeling NIBM is een lijst met categorieën van gevallen (inrichtingen, kantoor- en woningbouwlocaties) opgenomen die niet in betekenende mate bijdragen aan de luchtverontreiniging. Op grond van de regeling NIBM zijn onder andere woningenbouwprojecten met minder dan 1.500 woning vrijgesteld van toetsing. De vigerende grenswaarden voor stikstofdioxide en fijnstof zijn in de navolgende tabel weergegeven. Stof Stikstofdioxide (NO2) Fijnstof (PM10) Fijnstof (PM2,5)

Toetsing van Jaargemiddelde concentratie Jaargemiddelde concentratie Jaargemiddelde concentratie

Grenswaarde 40 µg/m3 40 µg/m3 20 µg/m3

Plangebied Onderhavig bestemmingsplan is voornamelijk conserverend van aard. Voor zover dit bestemmingsplan rechtstreeks nieuwe ontwikkelingen mogelijk maakt, betreft dit de incidentele invulling binnen het bestaande bebouwingspatroon en de ontwikkelingsruimte die de aanwezige functies hebben gekregen. Gesteld kan worden dat ten opzichte van de geldende bestemmingsplannen geen ontwikkelingen mogelijk worden gemaakt die ‘in betekenede mate’ bijdrage aan de verslechtering van de luchtkwaliteit. Nadere toetsing aan de luchtkwaliteitseisen wordt dan ook niet noodzakelijk geacht.

NL.IMRO.0798.BPKernEH-VG01

Bestemmingsplan Kernen Esbeek, Hilvarenbeek

|46

Echter is het in het kader van een goede ruimtelijke ordening wel wenselijk de luchtkwaliteit ter plaatse in kaart te brengen. Luchtkwaliteit ter plaatse Volgens de Grootschalige Concentratie- en Depositiekaarten Nederland (GCN en GDN van het Rijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieu – RIVM) is de concentratie NO2 in 2021 ter plaatse maximaal 15 μg/m3. De concentratie PM10 in 20201 is ter plaatse van het plangebied maximaal 18 μg/m3. De concentratie PM2,5 in 20201 is ter plaatse maximaal 12 μg/m3, waarbij het grootste deel van het plangebied lager is dan 10 μg/m3. Op basis van de kaarten van het RIVM is de luchtkwaliteit ter plaatse hiermee ruimschoots voldoende. Conclusie Het aspect luchtkwaliteit vormt geen belemmering voor onderhavig bestemmingsplan.

5.9

Water

Beleid Kaderrichtlijn Water De Kaderrichtlijn water is een Europese richtlijn die moet leiden tot een verbetering van de kwaliteit van het oppervlakte- en grondwater. De Kaderrichtlijn moet in landelijke wet- en regelgeving worden omgezet. Met de komst van de Implementatiewet EG-kaderrichtlijn water is de KRW vertaald in de Nederlandse wetgeving. De Europese Kaderrichtlijn heeft gevolgen voor de gemeente op het gebied van riolering, afkoppelen, toepassing van bouwmaterialen en het ruimtelijke beleid. Er worden ecologische en fysisch-chemische doelen geformuleerd die afhankelijk zijn van de functie van een watergang. Nationaal Water Programma 2022-2027 In het Nationaal Water Programma 2022-2027 beschrijft de Rijksoverheid de hoofdlijnen van het nationale waterbeleid en de uitvoering ervan in de rijkswateren en -vaarwegen. Het programma geeft een overzicht van de ontwikkelingen binnen het waterdomein en legt nieuw ontwikkeld beleid vast. Dit doet het Rijk voor de periode 2022 – 2027, maar men kijkt ook verder vooruit. Het Rijk werkt aan schoon, veilig en voldoende water dat klimaatadaptief en toekomstbestendig is. Ook is er aandacht voor de raakvlakken van water met andere sectoren.

De ministeries van Infrastructuur en Waterstaat, Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties en Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit hebben de gezamenlijke verantwoordelijkheid voor het opstellen van het NWP. Dit ontwikkelen zij samen met medeoverheden, drinkwaterbedrijven, maatschappelijke organisaties en branche- en sectorpartijen. Om de uitdagingen rondom water het hoofd te bieden is samenwerking cruciaal. Regionaal Water- en Bodem Programma (RWP) 2022 – 2027 Op 22 december 2021 is het nieuwe Regionaal Water- en Bodem Programma in werking getreden. Het Regionaal Water en Bodem Programma (RWP) is de opvolger van het Provinciaal Milieu en Waterplan. Het is onderdeel van het planstelsel voor de wateropgaven in Nederland, samen met het Nationaal Water Programma en de waterbeheerprogramma’s van de waterschappen. Het RWP kent vijf beleidsopgaven met bijbehorende doelen: • Voldoende water - voldoende water betekent: niet te weinig diep en ondiep grondwater en oppervlaktewater met optimale zoetwaterbeschikbaarheid en waterverdeling in geval van extreme droogte, en niet te veel oppervlaktewater om ernstige regionale wateroverlast zo veel mogelijk te voorkomen. • Schoon water - schoon grond- en oppervlaktewater voor onze volksgezondheid en natuur, conform de normen van de KRW; voorkomen van verontreiniging en het beschermen van diepe grondwatervoorraden.

• Veilig water - veiligheid tegen hoogwater in het hoofdwatersysteem en het regionaal watersysteem. NL.IMRO.0798.BPKernEH-VG01

Bestemmingsplan Kernen Esbeek, Hilvarenbeek

|47

• •

Vitale bodem - vergroten van de vitaliteit, sponswerking, resistentie tegen ziekten en natuurlijk productievermogen van de bodem voor duurzame landbouw en biodiversiteit. Klimaatadaptatie - aanpassen aan klimaatverandering in alle domeinen van het provinciale waterbeleid

Waterbeheerplan 2022-2027 Waterschap De Dommel Bij ruimtelijke ontwikkelingen hanteert het waterschap een aantal beleidsuitgangsprincipes ten aanzien van het duurzaam omgaan met water, die van belang zijn als vertrekpunt van het overleg tussen initiatiefnemer en waterbeheerder. Daarnaast wordt er in het Waterbeheersplan 2022-2027 ingespeeld op initiatieven van derden en kansen die zich voordoen in het gebied. Ten aanzien van de doelen is een indeling gemaakt in de volgende waterthema’s: • Droge voeten: voorkomen van wateroverlast in het beheergebied (onder meer door het aanleggen van waterbergingsgebieden en het op orde brengen van regionale keringen); • Voldoende water: zowel voor de natuur als de landbouw is het belangrijk dat er niet te veel en niet te weinig water is. Een goede regulatie van het beschikbare water is hierin belangrijk; • Schoon water: dit behelst het voorkomen dat relatief schoon regenwater vermengd raakt met “vies” water waardoor het onbruikbaar is voor hergebruik. Brabant Keur Voor de beheergebieden van de waterschappen Aa en Maas, Brabantse Delta en De Dommel geldt dezelfde keur: Brabant keur. De keur bevat regels ter bescherming van de waterwerken die nodig zijn voor een goed waterbeheer (kwantiteit) en voor de bescherming van het gebied tegen hoog water. Bij veel projecten is sprake van een toename van het verharde oppervlak.

Hieromtrent is bij de Algemene regels bij de keur het volgende opgenomen: 1. Bij een toename van het verharde oppervlak van minder dan 500 m² stelt het waterschap geen andere eisen aan de verwerking van het hemelwater. Hiervoor geldt het gemeentelijk beleid; 2. Bij een toename van het verharde oppervlak van meer dan 500 m² maar minder dan 10.000 m² moeten compenserende maatregelen ten aanzien van de verwerking van het hemelwater worden getroffen conform de rekenregel: benodigde compensatie (in m²) X gevoeligheidsfactor X 0,06 (in m²); 3. Bij een toename van het verhard oppervlak van meer dan 10.000 m² is een watervergunning nodig. Gemeentelijk beleid Het ‘Hemel- en grondwaterbeleid Hilvarenbeek’ behoorde als bijlage aan het verbreed Gemeentelijk Rioleringsplan (vGRP) 2017-2021 en is door vaststelling direct het beleid voor de twee zorgplichten van de gemeente Hilvarenbeek geworden. Het ‘Hemel- en grondwaterbeleid Hilvarenbeek’ is geactualiseerd en behoort opnieuw als bijlage/beleid bij het nieuwe Riool- en Waterprogramma 2022-2026. In de geactualiseerde uitwerking van de hemel- en grondwaterzorgplicht legt de gemeente de keuzes vast ten aanzien van hemel- en grondwater. Het rapport beschrijft onder meer wat de gemeente redelijkerwijs van bewoners en ontwikkelende partijen verwacht en wat bewoners/ontwikkelaars redelijkerwijs van de gemeente mogen verwachten.

Het rapport geeft een beeld van het wettelijke kader en het beleidskader en geeft een uitwerking van de hemel- en grondwaterzorgplicht. Bij ruimtelijke ontwikkelingen wordt te allen tijde het proces van de watertoets gevolgd. Ten aanzien van dimensionering van de hemelwatervoorzieningen worden de keurregels gevolgd met de gemeentelijke regels als aanvulling hierop.

NL.IMRO.0798.BPKernEH-VG01

Bestemmingsplan Kernen Esbeek, Hilvarenbeek

|48

Watertoets De ´Watertoets´ is een instrument dat ervoor zorgt dat water genoeg aandacht krijgt in ruimtelijke plannen. Met dit instrument komt de initiatiefnemer van een ruimtelijk plan in een vroegtijdig stadium in contact met Waterschap de Dommel. De watertoets is verplicht voor nieuwe plannen in ruimtelijke ordening, zoals bestemmingsplannen, projectbesluiten en partiële herzieningen. Plangebied Algemeen De waterhuishouding in een bepaald gebied is een complex systeem en de kwaliteit ervan is voor veel functies essentieel. Daarnaast is de kwaliteit van water sterk afhankelijk van de wijze waarop de verschillende functies hier mee omgaan. Maatregelen om de waterhuishouding te verbeteren, vragen vaak om een aanpassing van het gehele systeem. Het is de vraag of dit in de bebouwde kom van Esbeek en Hilvarenbeek haalbaar is, omdat het voorliggende bestemmingsplan consoliderend van aard is. Technisch gezien zijn er toch mogelijkheden om met relatief kleine aanpassingen bijvoorbeeld de infiltratie van regenwater te bevorderen en verontreiniging van grondwater en oppervlaktewater (verder) te reduceren. De gemeente zal zowel bij eventuele nieuwe bouwplannen als bij ingrepen in de openbare ruimte aandacht besteden aan de belasting en de eventuele verbeteringsmogelijkheden van de waterhuishouding ter plaatse.

Situatie plangebied Het bestemmingsplan is primair van een conserverend karakter; er worden geen wezenlijke veranderingen in de waterhuishouding voorzien. Het voorliggende conserverende bestemmingplan voorziet in enkele gevallen in perceelsgebonden (binnenplanse) ontwikkelingen om de planologische situatie kloppend te maken met de feitelijk bestaande situatie. Deze ontwikkelingen leiden hoogstens tot een beperkte (planologische) toename van oppervlakteverharding. Nieuwe ontwikkelingen zullen worden getoetst worden middels de handreiking watertoets van waterschap De Dommel. Op basis van de watertoets worden algemene uitgangspunten meegegeven of zal het waterschap een specifiek wateradvies opstellen. Grondwater De planlocatie is gelegen op enkeerdgronden (zowel hoge als lage), bestaande uit lemig fijn zand. Volgens gegevens uit de Bodematlas Noord-Brabant van de provincie Noord-Brabant bedraagt de gemiddeld hoogste grondwaterstand (GHG) tussen de 60 en 115 centimeter onder het maaiveld. Het freatisch grondwater in de gemeente Hilvarenbeek heeft een niveau van circa 13,5 meter +NAP. Oppervlaktewater Binnen de planlocatie zijn diverse A-watergang gelegen. Deze watergangen kennen de bestemming ‘Water’ in onderhavig bestemmingsplan.

Beschermingszone Natte natuurparel Voor meer gevoelige gebieden in het kader van de waterhuishouding zijn de zogenaamde Attentiegebieden waterhuishouding aangewezen. Binnen deze gebieden strekt het beleid tot bescherming van de waterhuishouding en sluit functies en activiteiten uit die een negatief effect hebben op de hydrologische instandhoudingsdoelen van het hierbinnen gelegen Natuur Netwerk Brabant. Binnen de attentiezone zijn onder andere de beschermingszones voor natte natuurparels opgenomen. Het doel van deze gebieden is om ontwikkelingen die een negatieve invloed hebben op de binnen de attentiezone gelegen natte natuurparels tegen te gaan. Stromingen in het grondwatersysteem kunnen veranderen door verandering van bodemopbouw of het doorboren van lagen (bij grondverzet of diepploegen).

NL.IMRO.0798.BPKernEH-VG01

Bestemmingsplan Kernen Esbeek, Hilvarenbeek

|49

Het voorstaande wordt gewaarborgd middels de dubbelbestemming ‘Waterstaat – Beschermingszone Natte Natuurparel’. Voor activiteiten die een negatief effect op de (grond)waterstand in een natte natuurparel kunnen hebben, is een vergunning nodig. Bij het toelaten van functies die een negatief effect kunnen hebben op de waterhuishouding, geldt dat overleg met het waterschap nodig is. Meanderzone In verband met de bescherming en het beheer van de watergangen en beekherstel is een meanderzone van 25 meter ingesteld. Het doel van deze zone is dat er (planologisch) ruimte wordt gegeven aan beekherstel om te meanderen. Deze meanderzone is gewaarborgd middels de dubbelbestemming ‘Waterstaat – Meanderzone’. Riolering / afvalwater Ten behoeve van de bestaande bebouwing is in het plangebied een gemengd rioleringsstelsel aanwezig. In toenemende mate zal regenwater niet meer via de riolering afgevoerd gaan worden, maar middels infiltratie worden toegevoegd aan het grondwater. Op basis van landelijke en regionale doelstellingen ten aanzien van het milieutechnisch functioneren van de riolering en het omgang met regenwater in stedelijk gebied, worden in de kern regenwaterafvoeren van de riolering ontkoppeld.

Hiermee wordt bijgedragen aan vermindering van de belasting van het rioolstelsel, de RWZI en de overstorten, en wordt een natuurlijk waterhuishouding zoveel als mogelijk benaderd oor het regenwater in het plangebied vast te houden en aan het grondwater toe te voegen. Afkoppelen zal in hoofdzaak plaatsvinden in combinatie met groot onderhoud in de openbare ruimte.

NL.IMRO.0798.BPKernEH-VG01

Bestemmingsplan Kernen Esbeek, Hilvarenbeek

|50

6.

JURIDISCHE ASPECTEN

Het juridische deel van het bestemmingsplan bestaat uit een verbeelding en regels. In dit hoofdstuk wordt ingegaan op de wijze van juridische vertaling in regels van de voor het plangebied gewenste eindbeeld. Bij het opstellen van de verbeelding en de planregels is uitgegaan van de bepalingen uit het Standaard Vergelijkbare BestemmingsPlannen (SVBP2012).

6.1

Algemeen

Het beleid en de planuitgangspunten, zoals verwoord in de vorige hoofdstukken, hebben in de regels van onderhavig bestemmingsplan hun juridische vertaling gekregen in de vorm van bestemmingen. De Wet ruimtelijke ordening (Wro) bevat de regeling voor de opzet en de inhoud van een bestemmingsplan. In het Besluit ruimtelijke ordening (Bro) is deze regeling verder uitgewerkt. Het juridische deel van het bestemmingsplan bestaat uit een verbeelding en regels. Daarnaast is het bestemmingsplan voorzien van een toelichting. Deze toelichting geeft aan welke gedachte aan het plan ten grondslag liggen, wat de uitkomsten van verrichten onderzoeken zijn, wat het resultaat is van de overleggen en tot slot doet het verslag van de georganiseerde inspraak van het plan. Hiermee voldoet het bestemmingsplan aan alle vereiste die zijn opgenomen in de Wro en Bro. Bij het opstellen van de verbeelding en de planregels is uitgegaan van de bepalingen uit het Standaard Vergelijkbare BestemmingsPlannen (SVBP2012). De SVBP maakt het mogelijk om bestemmingsplannen te maken die op vergelijkbare wijze zijn opgebouwd en op eenzelfde manier worden verbeeld.

6.2

Bestemmingsregels

De bestemmingsregels bestaan uit de volgende vier hoofdstukken: 1.

2.

3.

4.

6.3

Inleidende regels, dit hoofdstuk bestaat uit twee delen. Het eerste deel betreft het artikel ‘Begrippen’ waarin wordt toegelicht wat onder bepaalde begrippen wordt verstaan. Het tweede artikel is ‘Wijze van meten’ waarin wordt toegelicht hoe de benoemde maatvoering moet worden gemeten. Bestemmingsregels, in dit hoofdstuk worden de op de kaart aangegeven bestemmingen nader verklaard. Hierin wordt onder andere bepaald de maximale bebouwingshoogte. De gehanteerde bestemmingen worden in de paragraaf 6.3 van dit hoofdstuk verder uitgewerkt. Algemene regels, in dit hoofdstuk worden regelingen opgenomen die zijn bedoeld voor meer dan één bestemming. De gehanteerde algemene regels worden nader toegelicht in paragraaf 6.3 van dit hoofdstuk. Overgangs- en slotregels, binnen de overgangsbepalingen wordt geregeld dat met het bestemmingsplan strijdige bouwwerken en plannen welke bestaan ten tijde van de inwerkingtreding van het bestemmingsplan mogen worden uitgevoerd, mits er geen veranderingen plaatsvinden in aard en omvang. In de slotregel wordt de officiële naam van het bestemmingplan genoemd, welke moet worden gebruikt om te verwijzen naar het plan.

Toelichting op de bestemmingen

Hoofdstuk 1 Inleidende regels Artikel 1 Begrippen In dit artikel wordt een aantal in het plan gebruikte begrippen nader omschreven. Door de omschrijving wordt de interpretatie van de begrippen beperkt en daarmee de duidelijkheid en rechtszekerheid van het plan vergroot.

NL.IMRO.0798.BPKernEH-VG01

Bestemmingsplan Kernen Esbeek, Hilvarenbeek

|51

Artikel 2 Wijze van meten In dit artikel wordt aangegeven op welke wijze de in het plan voorgeschreven maatvoeringen dienen te worden bepaald. Hoofdstuk 2 Bestemmingsregels Ten aanzien van de bestemmingsregels geldt dat zoveel als mogelijk is aangesloten bij de opzet van de ‘grotere’ vigerende bestemmingsplannen in de kernen van de gemeente Hilvarenbeek. Onder de ‘grotere’ bestemmingsplannen in de kernen wordt verstaan: • Bestemmingsplan Kern Baarschot; • Bestemmingsplan Kern Biest-Houtakker; • Bestemmingsplan Kern Diessen; • Bestemmingsplan Kern Esbeek en bedrijventerrein De Mierbeek; • Bestemmingsplan Kern Haghorst; • Bestemmingsplan Kern Hilvarenbeek; • Bestemmingsplan Woongebieden en bedrijventerreinen, Hilvarenbeek. Artikel 3 Agrarisch De gronden met de bestemming ‘Agrarisch’ zijn aangewezen voor de uitoefening van grondgebonden agrarische bedrijven en het hobbymatig houden van vee. Gebouwen alsmede (sleuf)silo's en mestopslagplaatsen mogen uitsluitend binnen het bouwvlak worden gebouwd. De goot- en bouwhoogte van bedrijfsgebouwen en het bebouwingspercentage van het bouwvlak mogen niet meer bedragen dan op de verbeelding is aangegeven. Daarbij is één bedrijfswoning toegestaan binnen de aanduiding ‘bedrijfswoning’.

De inhoud van een bedrijfswoning mag ten hoogste 750 m³ (dan wel de ten tijde van de inwerkingtreding van dit bestemmingsplan bestaande grotere inhoud) bedragen met een maximale goot- en bouwhoogte van respectievelijk 6 en 9 meter. Artikel 4 Bedrijf Op enkele plaatsen binnen het plangebied komt de bestemming ‘Bedrijf’ voor. Deze regelt over het algemeen kleinschalige (nijverheids- en verzorgende) bedrijven die zich binnen Esbeek en Hilvarenbeek hebben ontwikkeld. De bestemming ‘Bedrijf’ biedt ruimte voor bedrijven die zijn genoemd in de Staat van Bedrijfsactiviteiten onder de milieucategorieën 1 en 2. Gebouwen mogen uitsluitend binnen het bouwvlak worden gebouwd. De goot- en bouwhoogte van bedrijfsgebouwen en het bebouwingspercentage van het bouwvlak mag niet meer bedragen dan op de verbeelding is aangegeven. Een bijbehorende bedrijfswoning is mogelijk binnen de aanduiding ‘bedrijfswoning’. De inhoud van een bedrijfswoning mag ten hoogste 500 m³ (dan wel de ten tijde van de inwerkingtreding van dit bestemmingsplan bestaande grotere inhoud) bedragen met een maximale goot- en bouwhoogte van respectievelijk 6 en 9 meter. Middels een omgevingsvergunning is het (onder enkele voorwaarden) mogelijk om het bebouwingspercentage of de toegestane milieucategorie te verhogen.

Daarbij kan het bevoegd gezag een omgevingsvergunning verlenen voor het toestaan van een bedrijf dat niet vermeld is in de Staat van Bedrijfsactiviteiten en bewoning van een bedrijfswoning door derden. Deze afwijkingen sluiten aan bij de huidige planologische mogelijkheden. Artikel 5 Bedrijventerrein Op twee locaties binnen de kern Hilvarenbeek en op één locatie binnen Esbeek komt de bestemming ‘Bedrijventerrein’ voor. Deze gronden zijn bestemd voor bedrijven als vermeld in de staat van bedrijfsactiviteiten met inachtneming van de aangegeven categorie-indeling. Gebouwen mogen uitsluitend binnen het bouwvlak worden gebouwd. De goot- en bouwhoogte van bedrijfsgebouwen en het bebouwingspercentage van het bouwvlak mag niet meer bedragen dan op de verbeelding is aangegeven. Een bijbehorende bedrijfswoning is mogelijk binnen de aanduiding ‘bedrijfswoning’. De inhoud van een bedrijfswoning mag ten hoogste 500 m³ (dan wel de ten tijde van de inwerkingtreding van dit bestemmingsplan bestaande grotere inhoud) bedragen met een maximale goot- en bouwhoogte van respectievelijk 6 en 9 meter.

NL.IMRO.0798.BPKernEH-VG01

Bestemmingsplan Kernen Esbeek, Hilvarenbeek

|52

Middels een omgevingsvergunning is het (onder enkele voorwaarden) mogelijk om het bebouwingspercentage of toegestane milieucategorie te verhogen Verder kan het bevoegd gezag ook een omgevingsvergunning verlenen voor het toestaan van een buitenopslag of de vestiging van een bedrijf dat niet vermeld is in de Staat van Bedrijfsactiviteiten. Deze afwijkingen sluiten aan bij de huidige planologische mogelijkheden. Artikel 6 Centrum – 1 De centrumbestemming komt uitsluitend voor in de kern Hilvarenbeek, waarbij de gronden met ‘Centrum – 1’ zijn bestemd voor detailhandel, dienstverlening, kantoren, (ondersteunende) horeca, bedrijven en wonen. De voorgevel van hoofdgebouwen mag uitsluitend in de gevellijn worden gebouw met een diepte van maximaal 13 meter. De goot- en bouwhoogte van hoofdgebouwen mag niet meer bedragen dan op de verbeelding is aangegeven. Per hoofdgebouw is niet meer dan 1 woning toegestaan, dan wel het bestaande aantal indien er meerdere woningen aanwezig is. Middels een omgevingsvergunning is het (onder enkele voorwaarden) mogelijk om af te wijken van de maximale diepte en de afstand tot de zijdelingse perceelsgrens. Verder kan het bevoegd gezag ook een omgevingsvergunning verlenen voor het toestaan van functies op de verdieping, het splitsen van woningen en het toestaan van detailhandelsvestigingen groter dan 200 m 2.

Artikel 7 Centrum – 2 De centrumbestemming komt uitsluitend voor in de kern Hilvarenbeek, waarbij de gronden met ‘Centrum – 2’ zijn bestemd voor detailhandel, dienstverlening, kantoren, maatschappelijke voorzieningen, cultuur en ontspanning, (ondersteunende) horeca en wonen. De voorgevel van hoofdgebouwen mag uitsluitend in de gevellijn worden gebouw met een diepte van maximaal 13 meter. De goot- en bouwhoogte van hoofdgebouwen mag niet meer bedragen dan op de verbeelding is aangegeven. Per hoofdgebouw is niet meer dan 1 woning toegestaan, tenzij het anders staat aangegeven dan wel het bestaande aantal indien er meerdere woningen aanwezig is. Middels een omgevingsvergunning is het (onder enkele voorwaarden) mogelijk om af te wijken van de maximale diepte en de afstand tot de zijdelingse perceelsgrens. Verder kan het bevoegd gezag tevens een omgevingsvergunning verlenen voor het toestaan van functies op de verdieping, het splitsen van woningen en het toestaan van detailhandelsvestigingen groter dan 200 m 2. Ook bestaat er de mogelijkheid om een omgevingsvergunning te verlenen om ter plaatse van bestaande woningen dienstverlening, een kantoor en/of een maatschappelijke voorziening toe te staan, horecabedrijven toe te staan ter plaatse van de aanduiding ‘detailhandel’ of ondergeschikte detailhandel mogelijk te maken.

Artikel 8 Centrum – 3 De centrumbestemming komt uitsluitend voor in de kern Hilvarenbeek, waarbij de gronden met ‘Centrum – 3’ zijn bestemd voor detailhandel, dienstverlening, kantoren, maatschappelijke voorzieningen, cultuur en ontspanning, (ondersteunende) horeca en wonen. De voorgevel van hoofdgebouwen mag uitsluitend in de gevellijn worden gebouw met een diepte van maximaal 13 meter. De goot- en bouwhoogte van hoofdgebouwen mag niet meer bedragen dan op de verbeelding is aangegeven. Per hoofdgebouw is niet meer dan 1 woning toegestaan, dan wel het bestaande aantal indien er meerdere woningen aanwezig is. Middels een omgevingsvergunning is het (onder enkele voorwaarden) mogelijk om af te wijken van de maximale diepte en de afstand tot de zijdelingse perceelsgrens. Verder kan het bevoegd gezag ook een omgevingsvergunning verlenen voor het toestaan van functies op de verdieping, het splitsen van woningen en het toestaan van detailhandelsvestigingen groter dan 200 m 2. Artikel 9 Centrum – 4 De centrumbestemming komt uitsluitend voor in de kern Hilvarenbeek, waarbij de gronden met ‘Centrum – 4’ zijn bestemd voor detailhandel, dienstverlening, (ondersteunende) horeca en wonen. De voorgevel van hoofdgebouwen mag uitsluitend in de gevellijn worden gebouw met een diepte van maximaal 13 meter.

NL.IMRO.0798.BPKernEH-VG01

Bestemmingsplan Kernen Esbeek, Hilvarenbeek

|53

De goot- en bouwhoogte van hoofdgebouwen mag niet meer bedragen dan op de verbeelding is aangegeven. Per hoofdgebouw is niet meer dan 1 woning toegestaan, dan wel het bestaande aantal indien er meerdere woningen aanwezig is. Middels een omgevingsvergunning is het (onder enkele voorwaarden) mogelijk om af te wijken van de maximale diepte en de afstand tot de zijdelingse perceelsgrens. Verder kan het bevoegd gezag tevens een omgevingsvergunning verlenen voor het toestaan van functies op de verdieping, het splitsen van woningen, het toestaan van detailhandelsvestigingen groter dan 200 m 2 en het mogelijk maken van nieuwvestiging/uitbreiding van een horecabedrijf. Artikel 10 Detailhandel Binnen de bestemming ‘Detailhandel’ zijn (tenzij anders aangegeven middels een aanduiding) uitsluitend detailhandelsvestigingen toegestaan. Gebouwen mogen uitsluitend binnen het bouwvlak worden gebouwd. De goot- en bouwhoogte van bedrijfsgebouwen en het bebouwingspercentage van het bouwvlak mag niet meer bedragen dan op de verbeelding is aangegeven. Een bijbehorende bedrijfswoning is uitsluitend mogelijk binnen de aanduiding ‘bedrijfswoning’. Middels een omgevingsvergunning kan het bebouwingspercentage worden verhoogd, mits dit onder andere niet leidt tot een vergroting van het aantal detailhandelsvestigingen.

Artikel 11 Dienstverlening Binnen de bestemming ‘Detailhandel’ zijn uitsluitend dienstverlenende bedrijven toegestaan. Gebouwen mogen uitsluitend binnen het bouwvlak worden gebouwd. De goot- en bouwhoogte van bedrijfsgebouwen en het bebouwingspercentage van het bouwvlak mag niet meer bedragen dan op de verbeelding is aangegeven. Een bijbehorende bedrijfswoning is uitsluitend mogelijk binnen de aanduiding ‘bedrijfswoning’. Middels een omgevingsvergunning kan het bebouwingspercentage worden verhoogd, mits dit onder andere niet leidt tot een vergroting van het aantal dienstverlenende bedrijven. Daarnaast kan het bevoegd gezag ter plaatse van de aanduiding ‘specifieke vorm van dienstverlening – 1’ een omgevingsvergunning verlenen voor het toestaan van een gebruik ten behoeve van detailhandel. Artikel 12 Gemengd Ter plaatse van de bestemming ‘Gemengd’ zijn ateliers en bedrijven in de milieucategorie 1, zoals vermeld in de staat van bedrijfsactiviteiten, toegestaan. Gebouwen mogen uitsluitend binnen het bouwvlak worden gebouwd en de voorgevel van het hoofdgebouw dient in de gevellijn te worden gebouwd. De begane grond dient volledig in gebruik te zijn ten behoeve van bedrijfsactiviteiten. Op de verdieping zijn uitsluitend een bedrijfswoning, atelier of ondergeschikte kantoorruimte toegestaan.

Middels een omgevingsvergunning is het (onder enkele voorwaarden) mogelijk om een zelfstandig kantoor zonder baliefunctie of een dienstverlenend bedrijf toe te staan. Ook kan het bevoegd gezag een omgevingsvergunning verlenen voor de vestiging van een bedrijf in milieucategorie 2. Artikel 13 Groen Gronden met de bestemming ‘Groen’ zijn hoofdzakelijk bestemd voor parken, plantsoenen, groenstroken en beplantingen. Met uitzondering van de aanduiding ‘nutsvoorziening’ zijn gebouwen in deze bestemming niet toegestaan, enkel kunstuitingen en bouwwerken, geen gebouwen zijnde. Voor kunstuitingen is een maximale bouwhoogte van 12 meter opgenomen. Een muziekkiosk, verlichting en speelvoorziening mogen niet meer bedragen dan 6 meter. Overige bouwwerken, geen gebouwen zijnde hebben een maximale bouwhoogte van 2 meter. Ter plaatse van Wijkpark Slibbroek is de aanduiding ‘antennemast’, waardoor een zendmast met antenne met een maximale bouwhoogte van 33 meter is toegestaan.

NL.IMRO.0798.BPKernEH-VG01

Bestemmingsplan Kernen Esbeek, Hilvarenbeek

|54

Artikel 14 Groen – Landschappelijke inpassing Aan de noordzijde van de straat Biedonk is de bestemming ‘Groen – Landschappelijke inpassing’ opgenomen, waarbij de gronden zijn bestemd voor het aanleggen en in stand houden van gebiedseigen beplanting overeenkomstig het landschappelijk inpassingsplan (zoals opgenomen in de bijlagen van de regels). Het bouwen van gebouwen of overige bouwwerken is niet toegestaan. Daarbij wordt onder strijdig gebruik in ieder geval begrepen het gebruik van gronden voor het aanbrengen van verhardingen en het opslaan, storten of bergen van materialen, producten en mest. Artikel 15 Horeca Binnen de bestemming ‘Horeca’ zijn horecabedrijven tot ten hoogste categorie C of D (afhankelijk van de aanwezige aanduiding) toegestaan. Gebouwen zijn uitsluitend binnen het bouwvlak toegestaan. De goot- en bouwhoogte van bedrijfsgebouwen en het bebouwingspercentage van het bouwvlak mag niet meer bedragen dan op de verbeelding is aangegeven. Het bevoegd gezag kan middels het verlenen van een omgevingsvergunning (onder voorwaarden) een hoger bebouwingspercentage of de vestiging van een horecabedrijf met één categorie hoger dan is aangegeven toestaan. Artikel 16 Kantoor De voor ‘Kantoor’ aangewezen gronden zijn uitsluitend bestemd voor kantoren. Gebouwen zijn uitsluitend binnen het bouwvlak toegestaan.

De goot- en bouwhoogte van bedrijfsgebouwen en het bebouwingspercentage van het bouwvlak mag niet meer bedragen dan op de verbeelding is aangegeven. Het bevoegd gezag kan middels het verlenen van een omgevingsvergunning (onder voorwaarden) een hoger bebouwingspercentage toestaan. Artikel 17 Maatschappelijk Binnen het plangebied komen enkele maatschappelijke voorzieningen voor, welke met de bestemming ‘Maatschappelijk’ zijn geregeld. Het gaat hier onder andere om een kerk en basisschool. Daarnaast zijn middels aanduidingen nog enkele specifieke voorzieningen geregeld, waaronder een begraafplaats (ter plaatse van de aanduiding ‘begraafplaats’) en kinderboerderij (ter plaatse van de aanduiding ‘kinderboerderij’). Gebouwen mogen uitsluitend binnen het bouwvlak worden gebouwd. De goot- en bouwhoogte van bedrijfsgebouwen en het bebouwingspercentage van het bouwvlak mag niet meer bedragen dan op de verbeelding is aangegeven. Het bevoegd gezag kan middels het verlenen van een omgevingsvergunning (onder voorwaarden) een hoger bebouwingspercentage toestaan. Daarnaast zijn een tweetal wijzigingsbevoegdheden opgenomen binnen deze bestemming. Ter plaatse van de aanduiding ‘specifieke vorm van maatschappelijk – 1’ kan de bestemming gewijzigd worden naar ‘Wonen’ en ter plaatse van de aanduiding ’specifieke vorm van maatschappelijk – apotheek’ naar ‘Detailhandel’.

Artikel 18 Recreatie De bestemming ‘Recreatie’ komt uitsluitend voor in de kern Esbeek, waar de gronden worden gebruikt ten behoeve van volkstuinen. Hierdoor zijn naast recreatieve voorzieningen tevens volkstuinen toegestaan binnen de bestemming. Op deze gronden mogen geen gebouwen worden gebouwd en zijn uitsluitend erf- en terreinafscheidingen met een maximum bouwhoogte van 2 meter toegestaan. Artikel 19 Sport De bestaande sportcomplexen zijn onder de bestemming ‘Sport’ gebracht. Hier zijn de gronden bestemd voor binnen- en buitensportbeoefening, sportmedische voorzieningen en een overdekt zwembad. Gebouwen mogen uitsluitend binnen het bouwvlak worden gebouwd. De goot- en bouwhoogte van bedrijfsgebouwen en het bebouwingspercentage van het bouwvlak mag niet meer bedragen dan op de verbeelding is aangegeven. In afwijking hiervan mag ter plaatse van de aanduiding ‘specifieke bouwaanduiding – bebouwd oppervlak’ het maximum bebouwd oppervlak voor een fitnessaccommodatie en sportmedische voorzieningen niet meer bedragen dan 760 m 2.

NL.IMRO.0798.BPKernEH-VG01

Bestemmingsplan Kernen Esbeek, Hilvarenbeek

|55

Het bevoegd gezag kan middels het verlenen van een omgevingsvergunning (onder voorwaarden) een hoger bebouwingspercentage toestaan. Artikel 20 Tuin Gronden met de bestemming ‘Tuin’ zijn aangewezen voor tuinen en alsmede voor water en waterhuishoudkundige voorzieningen. Gebouwen mogen niet worden gebouwd, waardoor uitsluitend bouwwerken, geen gebouwen zijnde, in de vorm van erfafscheidingen zijn toegestaan. Artikel 21 Verkeer – Verblijfsgebied Met de bestemming ‘Verkeer – Verblijfsgebied’ worden de wegen, voet- en fietspaden, pleinen, parkeerterreinen en andere openbare ruimten met zowel een functie voor verblijf als voor verkeer in het plangebied geregeld. Gebouwen zijn uitsluitend ter plaatse van de aanduiding ‘garage’ toegestaan. Ter plaatse van de aanduiding ‘onderdoorgang’ geldt dat bebouwing slechts opgericht mag worden indien de begane grondlaag vrij van bebouwing blijft met een doorgangsruimte van ten minste 4,5 meter. Artikel 22 Water De voor ‘Water’ aangewezen gronden zijn bestemd voor waterhuishoudkundige doeleinden, waterbergingen en waterlopen. Gebouwen zijn in deze bestemming niet toegestaan, enkel bouwwerken, geen gebouwen zijnde, waaronder bruggen, dammen en/of duikers. De bouwhoogte van bruggen en viaducten mag niet meer dan 8 meter. Voor overige bouwwerken, geen gebouwen zijnde geldt een maximale bouwhoogte van 4 meter.

Artikel 23 Wonen Binnen de woonbestemming zijn (binnen de daarvoor bedoelde aanduidingen) aaneengebouwde, gestapelde, twee aaneengebouwde, vrijstaande woningen, woonwagenstandplaatsen en patiowoningen toegestaan. Het aantal woningen per bouwperceel mag niet meer bedragen dan op het tijdstip van terinzagelegging van het ontwerpplan bestaande aantal. Nieuw te bouwen woningen zijn uitsluitend toegestaan daar waar met een aanduiding ‘maximaal aantal woningen’ op de verbeelding is aangegeven, met dien verstande dat het aantal nieuw te bouwen woningen maximaal het aangegeven aantal mag bedragen. De voorgevels van woningen mogen uitsluitend in de gevellijn worden gebouwd. De diepte van het hoofdgebouw mag ten hoogste 13 meter bedragen (met uitzondering van woonwagenstandplaatsen). Bij vrijstaande, twee aaneengebouwde en aaneengebouwde woningen dient de afstand van de niet aaneengebouwde zijde tot de zijdelingse perceelgrens ten minste 2,5 meter te bedragen. De goot- en/of bouwhoogte van hoofdgebouwen mag ten hoogste bedragen de ter plaatse van de aanduiding ‘maximale goothoogte (m), maximale bouwhoogte (m)’ aangegeven maten. Afwijkende regelingen voor locatiespecifieke gevallen worden geregeld middels aanduidingen. Bijbehorende bouwwerken mogen uitsluitend op een afstand van 3 meter achter de voorgevellijn van hoofdgebouwen worden gebouwd.

Het gezamenlijk te bouwen oppervlak van bijbehorende bouwwerken mag niet meer bedragen dan 50% van het bouwperceel tot een maximum van 100 m2. Daarbij dient een aaneengesloten oppervlakte van ten minste 25 m2 van het zij- en achtererf onbebouwd en onoverdekt te blijven. De goot- en bouwhoogte van bijbehorende bouwwerken mag niet meer bedragen dan respectievelijk 3,3 en 5,5 meter. Middels een omgevingsvergunning kan het bevoegd gezag afwijken van de maximale diepte van gebouwen en de afstand tot de zijdelingse perceelgrens. Voor enkele locaties binnen de bestemming ‘Wonen’ geldt een voorwaardelijke verplichting vanwege het uitvoeren en in stand houden van een landschappelijke inpassing of een verbod op kunstmatige buitenverlichting.

NL.IMRO.0798.BPKernEH-VG01

Bestemmingsplan Kernen Esbeek, Hilvarenbeek

|56

Artikel 24 Leiding - Brandstof (dubbelbestemming) De voor ‘Leiding – Brandstof’ aangewezen gronden zijn, behalve voor de andere daar voorkomende bestemmingen, mede bestemd voor ondergrondse buisleiding, het beheer van deze leidingen en de bescherming van het aangrenzende woon- en leefklimaat in verband met deze leidingen. In afwijking van het bepaalde bij de andere bestemmingen zijn op deze gronden geen nieuwe kwetsbare en beperkt kwetsbare objecten toegestaan. Binnen een afstand van 4 meter aan weerszijde van de aanduiding ‘hartlijn leiding – gas’ mag niet worden gebouwd, anders dan ten behoeve van deze bestemming. Artikel 25 Leiding – Riool (dubbelbestemming) De voor deze bestemming bedoelde gronden zijn mede bestemd voor een ondergrondse rioolpersleiding, het beheer en onderhoud van de leiding en de bescherming van het woon- en leefklimaat in verband met de leiding. In afwijking van het bepaalde bij de andere bestemmingen mag alleen ten behoeve van deze bestemming worden gebouwd. Gebouwen mogen niet worden gebouwd, enkel bouwwerken, geen gebouwen zijnde, met een maximale bouwhoogte van 3 meter zijn toegestaan Artikel 26 Leiding – Water (dubbelbestemming) De voor ‘Leiding – Water’ aangewezen gronden zijn mede bestemd voor een ondergrondse watertransportleiding, het beheer van deze bedoelde leiding en overige bijbehorende voorzieningen.

Ongeacht het bepaalde in de andere bestemmingen, is bouwen op deze gronden uitsluitend toegestaan ten dienste van deze bestemming. De oppervlakte van bouwwerken bedraagt maximaal 25 m2. De bouwhoogte van bouwwerken bedraagt maximaal 3,5 meter. Artikel 27 t/m 30 Waarde – Archeologie 1, 2, 3 en 4 (dubbelbestemming) Overeenkomstig het archeologische beleid van de gemeente Hilvarenbeek zijn de dubbelbestemming ‘Waarde – Archeologie 1 t/m 4’ opgenomen. Deze hebben als doel om bij meer omvangrijke werkzaamheden na te gaan of er sprake is van beïnvloeding van archeologische waarden. Hiervoor is een omgevingsvergunningenstelsel opgenomen voor het uitvoeren van werken en werkzaamheden die diepe(re) grondbewerkingen als gevolg kunnen hebben. Ook gelden vanuit dit oogpunt regels voor het bouwen. De bepalende maatvoeringen zijn hieronder schematisch weergegeven, met de aantekening dat normaal onderhoud en normale exploitatie zijn uitgesloten. Dubbelbestemming Waarde – Archeologie 1 Waarde – Archeologie 2 Waarde – Archeologie 3 Waarde – Archeologie 4

Onderzoeksplicht Groter dan 50 m2 en dieper dan 40 cm Groter dan 100 m2 en dieper dan 50 cm Groter dan 500 m2 en dieper dan 50 cm Groter dan 2.500 m2 en dieper dan 50 cm

Artikel 31 Waarde – Cultuurhistorie (dubbelbestemming) De voor ‘Waarde – Cultuurhistorie’ aangewezen gronden zijn, behalve voor de andere daar voorkomende bestemmingen, mede bestemd voor de bescherming van de aanwezige cultuurhistorische waarden. Op deze gronden is uitsluitend de bestaande bebouwing toegestaan. Middels het verlenen van een omgevingsvergunning kan het bevoegd gezag hiervan afwijken ten behoeve van het aan-, ver- of nieuwbouwen van gebouwen en bouwwerken, geen gebouwen zijnde, met dien verstande dat geen afbreuk wordt gedaan aan de ruimtelijke en functionele karakteristiek. Artikel 32 Waarde – Cultuurhistorie 1 De voor 'Waarde - Cultuurhistorie' aangewezen gronden zijn, behalve voor de andere daar voorkomende bestemmingen, mede bestemd voor de bescherming van de aanwezige cultuurhistorische waarden.

NL.IMRO.0798.BPKernEH-VG01

Bestemmingsplan Kernen Esbeek, Hilvarenbeek

|57

Artikel 33 Waarde – Cultuurhistorie 2 De voor 'Waarde - Cultuurhistorie 1' aangewezen gronden zijn, behalve voor de andere daar voorkomende bestemmingen, mede bestemd voor de bescherming van het aan de gronden toegekende beschermd dorpsgezicht. Artikel 34 Waterstaat – Beschermingszone natte natuurparel (dubbelbestemming) Deze gronden zijn, behalve voor de andere daar voorkomende bestemming(en), mede bestemd voor de bescherming van de waterhuishouding en het voorkomen van negatieve effecten op de hydrologische instandhoudingsdoel van het hierbinnen gelegen Natuur Netwerk Brabant. Artikel 35 Waterstaat – Meanderzone (dubbelbestemming) Deze gronden zijn, behalve voor de andere daar voorkomende bestemming(en), mede bestemd voor het behoud, herstel en de ontwikkeling van landschappelijke en natuurwaarden en bestaande biotopen en de bescherming en het beheer van de watergang en beekherstel. Artikel 36 Waterstaat – Waterlopen (dubbelbestemming) Deze gronden zijn, behalve voor de andere daar voorkomende bestemming(en), tevens bestemd voor het beheer en het onderhoud van de watergang met de bijbehorende voorzieningen, zoals bermen en beschoeiing. De dubbelbestemming komt uitsluitend voor ter plaatse van bedrijventerrein De Mierbeek in Esbeek. In afwijking van het bepaalde bij de bestemming ‘Bedrijventerrein’ mag niet worden gebouwd, anders dan ten behoeve van deze (dubbel)bestemming.

Middels het verlenen van een omgevingsvergunning kan het bevoegd gezag hiervan afwijken ten behoeve van het toestaan van overige bouwwerken, geen gebouwen zijnde, voor een andere bestemming, met dien verstande dat geen onevenredige aantasting plaatsvindt van het beheer, het onderhoud en het doelmatig functioneren van de watergang. Hieromtrent wordt vooraf bij het waterschap advies ingewonnen. Hoofdstuk 3 Algemene regels Artikel 37 Anti-dubbeltelregel In dit artikel is een regel opgenomen die voorkomt dat een al verleende bouwvergunning meegenomen word bij de beoordeling van latere bouwplannen. Artikel 38 Algemene bouwregels In de algemene bouwregels worden regels gegeven in welke gevallen burgemeester en wethouders nadere eisen kunnen stellen aan de maatvoering en bebouwingspercentage van gebouwen en bouwwerken, geen gebouwen zijnde en bouwvlakken. Verder zijn er regels opgenomen voor ondergeschikte bouwdelen en ondergronds bouwen. Artikel 39 Algemene gebruiksregels In dit artikel zijn algemene regels opgenomen ten aanzien van het strijdig gebruik en de uitzonderingen en afwijkingen hierop. Daarbij zijn er regels voor mantelzorg, het gebruik van aan huis verbonden bedrijven en het toestaan van seks-, porno- of prostitutiebedrijf opgenomen. Artikel 40 Algemene aanduidingsregels In dit artikel zijn algemene regels opgenomen ten aanzien van de aanwezige gebiedsaanduidingen.

Artikel 41 Algemene afwijkingsregels In de algemene afwijkingsregels zijn verschillende regels opgenomen waarmee afgeweken kan worden van de bestemmingsregels. Artikel 42 Algemene wijzigingsregels In de algemene wijzigingsregels zijn verschillende regels opgenomen waarmee het bevoegd gezag wijzigingen kan doorvoeren in het bestemmingsregels.

NL.IMRO.0798.BPKernEH-VG01

Bestemmingsplan Kernen Esbeek, Hilvarenbeek

|58

Artikel 43 Algemene procedureregels In de algemene procedureregels is de procedure op de voorbereiding van een besluit tot afwijking of nadere eisen opgenomen. Artikel 44 Overige algemene regels In dit artikel worden de voorrangsregels van de bestemmingen vastgelegd en zijn regels opgenomen met betrekking tot parkeren. Hoofdstuk 4 Overgangs- en slotregels Artikel 45 Overgangsrecht Dit artikel betreft het overgangsrecht met betrekking tot gebruik van onbebouwde gronden en bouwwerken dat afwijkt van het bestemmingsplan op het moment dat dit rechtskracht verkrijgt. Dit gebruik mag worden voortgezet. Wijziging van het afwijkend gebruik is slechts toegestaan indien de afwijking hierdoor wordt verkleind. Artikel 46 Slotregel Het laatste artikel “Slotregel” geeft de officiële naam van het plan aan, wanneer naar het plan wordt verwezen. De planregels kunnen worden aangehaald onder de naam: Bestemmingsplan “Kernen Esbeek en Hilvarenbeek”.

NL.IMRO.0798.BPKernEH-VG01

Bestemmingsplan Kernen Esbeek, Hilvarenbeek

|59

7.

UITVOERBAARHEID

7.1

Economische uitvoerbaarheid

De grondexploitatiewet (onderdeel van de Wet ruimtelijke ordening) stelt een gegarandeerd kostenverhaal verplicht bij het opstellen van bestemmingsplannen waarin bepaalde bouwplannen mogelijk worden gemaakt. Voorliggend bestemmingsplan betreft een overwegend conserverend plan. Het gaat om een actualisering van bestaande bestemmingen en niet om nieuwe ontwikkelingen. Een exploitatieopzet of exploitatieplan is daarom niet aan de orde.

7.2

Maatschappelijke uitvoerbaarheid

In het kader van het zgn. 3.1.1 Bro is het concept-ontwerpbestemmingsplan toegezonden naar bestuurlijke instanties, waarbij de gelegenheid is geboden om een reactie te geven op het plan.

NL.IMRO.0798.BPKernEH-VG01

Bestemmingsplan Kernen Esbeek, Hilvarenbeek

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/14896794/2