CConstaterende datHilvarenbeek
Koppel je AI →
Document · PDF

11 Bestemmingsplan Groenstraat 27A-36, Esbeek (3 toelichting en regels met bijlagen)

Gemeenteraad 3 juli 2024, gemeente HilvarenbeekBij agendapunt: Raadsvoorstel tot gewijzigde vaststelling van het bestemmingsplan “Groenstraat 27a – 36”.32.383 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 4

De beoogde niet-agrarische functie behoort tot een milieucategorie

Pagina 23 van 67

2 en wonen behoort tot milieucategorie 1. Het aspect verkeer en parkeren is nader onderbouwd in hoofdstuk 4 van deze toelichting.

b. welke specifieke gebruiksactiviteit is toegestaan;

In de beoogde situatie gaat het om een verhuur bedrijf van landbouwmachines en werktuigen dienstverlening met een loods kleiner dan 500 m2. Dit wordt vastgelegd in het bestemmingsplan.

c. dat opslag en stalling plaatsvindt in gebouwen;

Er vindt geen opslag of stalling van goederen en materialen buiten de gebouwen plaats. Ten aanzien van parkeren is de basisregel dat parkeren op eigen terrein dient plaats te vinden. In de regels van het bestemmingsplan is opgenomen dat buitenopslag is uitgesloten. Hier wordt aan voldaan. In hoofdstuk 4 van deze toelichting wordt nader getoetst aan verkeer en parkeren.

d. dat de ontwikkeling verplaatst naar een passende locatie als deze niet langer past binnen de maximaal toegestane omvang.

In de regels van het bestemmingsplan is een maximale oppervlakte van 500 m2 aan bedrijfsbebouwing vastgelegd. Met deze maximale planologische bebouwing blijft het bedrijf kleinschalig en daarmee passend in de omgeving. Indien er nog verdere uitbreiding benodigd is, is het bedrijf genoodzaakt om elders op een passende locatie te vestigen. Wel is het wenselijk om dan de mogelijkheid te creëren voor andere soorten bedrijvigheid met een maximale milieucategorie 2. Dit kan als afwijkingsbevoegdheid worden opgenomen in het bestemmingsplan.

Er kan derhalve worden geconcludeerd dat het initiatief voldoet aan de voorwaarden voor vestiging van een niet-agrarische functie in het landelijk gebied. 3.3. Gemeentelijk beleid Het gemeentelijk beleid is omschreven in de gemeentelijke structuurvisie, de strategie vitalisering buitengebied, de Visie Ruimte voor Ruimte en het bestemmingsplan.

3.3.1. Structuurvisie gemeente Hilvarenbeek

De gemeente Hilvarenbeek wordt omsloten door veel groen. In het buitengebied vind je veel natuur en fiets- en wandelgebieden. Samen met het cultuurhistorische karakter van de dorpen vormt de gemeente Hilvarenbeek een aantrekkelijke omgeving voor de toerist en recreant. Daarnaast heeft de gemeente een agrarisch karakter, de agrarische sector is dan ook van groot belang voor de gemeente Hilvarenbeek. In de Structuurvisie gemeente Hilvarenbeek, vastgesteld op 25 februari 2010, is de visie op het ruimtelijke beleid van de gemeente beschreven. Het uitgangspunt van de visie is dat rode ontwikkelingen in het buitengebied in principe onwenselijk zijn, tenzij netto sprake is van een kwaliteitsverbetering van het buitengebied. In de Structuurvisie valt de locatie binnen de aanduiding ‘verwevingsgebied’ en ‘Nationaal Landschap’, zie afbeelding 6. In het verwevingsgebied is het mogelijk een nieuwe functie te starten, indien nu en in de toekomst geen sprake is van een belemmering van de bedrijfsvoering van omliggende bedrijven en het woon- en leefklimaat. De gemeente wil graag woonfuncties in vrijkomende agrarische gebouwen voorkomen, tenzij het nieuwe wooninitiatief niet conflicteert met bestaande (agrarische) functies.

De bestaande bedrijfswoning aan de Groenstraat 36 blijft een bedrijfswoning, bij deze bedrijfsbestemming wordt een nieuwe loods van 500 m2 gerealiseerd ten behoeve van een niet agrarisch bedrijf. Daarnaast wordt één nieuwe ruimte-voor-ruimte woning mogelijk gemaakt aan de Groenstraat 27A te Esbeek. De overtollige agrarische bebouwing wordt gesloopt. Dat het woon- en leefklimaat ter plaatse van de beoogde woning aanvaardbaar is en dat omliggende agrarische functies niet belemmerd worden blijkt uit de toetsing aan hoofdstuk 4 van deze toelichting. Dat het landschap niet wordt aangetast en ecologische waarden zelfs versterkt worden is in paragraaf 3.2.2 van deze toelichting uitgebreid uiteen gezet. Door de beoogde ontwikkeling te combineren met een zorgvuldige

Pagina 24 van 67

landschappelijke inpassing en het slopen van overtollige agrarische bebouwing is netto sprake van een kwaliteitsverbetering van het buitengebied. Uit bovenstaande toetsing blijkt dat de beoogde ontwikkeling past binnen de gemeentelijke structuurvisie.

Afbeelding 6: Uitsnede kaart zonering structuurvisie, plangebied zwart omcirkeld

3.3.2. Strategie vitalisering buitengebied

Op 17 maart 2020 is de ‘Strategie vitalisering buitengebied’ door de gemeenteraad van Hilvarenbeek vastgesteld. De strategie omschrijft de ontwikkelingsmogelijkheden voor onder andere vrijkomende (agrarische) gebouwen, ruimte voor ruimte woningen en de doorontwikkeling van bestaande functies. Het uitgangspunt van deze strategie is om alleen ruimte te bieden aan nieuwe ontwikkelingen indien deze bijdragen aan de versterking van de kwaliteit van de leefomgeving. Hier kan aan worden bijgedragen door een fysieke verbetering (sloop, realisatie nieuwe natuur, biodiversiteit, landschapsverbetering, aanleg recreatieve voorziening, verlagen van milieubelasting), door vergroting van de leefbaarheid en vitaliteit van het buitengebied en de realisatie van andere doelstellingen van de gemeente Hilvarenbeek en/of andere overheden. In de beoogde situatie is sprake van een ontwikkeling ter plaatse van vrijkomende agrarische gebouwen. In paragraaf 3.3 van de strategie is omschreven hoe de gemeente om wenst te gaan met vrijkomende agrarische gebouwen. Leegstand kan leiden tot verloedering van het buitengebied of illegale activiteiten aantrekken (ondermijning). De gemeente biedt daarom ruimte aan een breed pallet aan mogelijkheden om de sloop van overtollige gebouwen te stimuleren en om nieuwe functies in vrijkomende gebouwen mogelijk te maken.

Om hier medewerking voor te kunnen verkrijgen moet er per saldo sprake zijn van versterking van de omgevingskwaliteit, waaronder de sloop van overtollige gebouwen en versterking van de landschappelijke kwaliteit. De gemeente ziet kansen voor functies op het gebied van recreatie, toerisme, horeca en zorg. De gemeente ziet mogelijkheden voor woningbouw van onder andere ruimte-voor-ruimte woningen en het realiseren van woningen op nieuwe locaties waarbij toevoeging van een rode functie wordt verantwoord door het toevoegen van nieuwe natuur enerzijds en het saneren van bebouwing anderzijds. De beoogde ontwikkeling betreft het loskoppelen van het gekoppeld bouwvlak aan de Groenstraat 27A en 36 te Esbeek. Hierbij wordt de agrarische bestemming van de Groenstraat 36 herbestemd naar ‘Bedrijf’ en blijft de bedrijfswoning met bijgebouw behouden. De overtollige verouderde bedrijfsbebouwing wordt gesloopt en een loods van 500 m2 wordt gerealiseerd ten behoeve van het beoogde niet agrarische bedrijf. Meer specifiek een niet-agrarisch bedrijf met milieucategorie 1 of 2 met maximaal 500 m2 (oppervlakte nieuw te realiseren loods) aan bedrijfsgebouwen. De beoogde ontwikkeling dient ter uitvoering van de werkzaamheden van het bedrijf van de eigenaar. De eigenaar verhuurt landbouwmachines en werktuigen dienstverlening.

De beoogde loods dient in de toekomst als ruimte voor de stalling van agrarische machines, zoals tractoren. Daarnaast wordt de beoogde ontwikkeling zorgvuldig landschappelijk ingepast en wordt de enkelbestemming ‘Natuur’ binnen het plangebied opgenomen. Dit sluit aan bij de uitgangspunten die de gemeente heeft gesteld in de

Pagina 25 van 67

‘Strategie vitalisering buitengebied’. De Groenstraat 27A wordt herbestemd van ‘Agrarisch’ naar ‘Wonen’ hier wordt één ruimte-voor-ruimte woning beoogt.

3.3.3. Visie Ruimte voor Ruimte

De gemeente Hilvarenbeek heeft in september 2011 de “Visie Ruimte voor Ruimte Gemeente Hilvarenbeek” opgesteld. Deze gebiedsvisie wordt gehanteerd als handreiking bij het toetsen van Ruimte voor Ruimte initiatieven binnen de gemeente Hilvarenbeek en bevat voorwaarden waaronder Ruimte voor Ruimte woningen binnen bebouwingsconcentraties kunnen worden gerealiseerd. In de visie is opgenomen dat ruimte-voor-ruimte woningen zijn toegestaan binnen een bebouwingsconcentratie. De Groenstraat is opgenomen als concentratie aan de zuidkant van Esbeek, zie afbeelding 7. Bijzonder aan deze concentratie is dat deze bestaat uit een aaneengesloten lint dat zich rond de es vouwt waaraan Esbeek zijn naam te danken heeft. Het lint kent een relatief hoge dichtheid met erven die veelal een opstrekkend karakter hebben en zich overwegend aan de eskant (noordwestelijke kant) van de weg bevinden. Binnen dit lint zijn duidelijke ruimtelijk onderscheidende delen herkenbaar. Zo zijn er delen met een kleine korrel waar met name wonen de hoofdfunctie heeft. Hier liggen de erven dicht bij elkaar en is er een besloten sfeer. Daarnaast zijn er ook delen aan het lint met een grote korrel die gevormd worden door de grote agrarische bedrijven. Hier liggen de erven op ruime afstand van elkaar en is er een open landelijke sfeer. Het ritme van dicht bebouwd naar open ruimten aan het lint zorgt voor afwisseling.

Veelal bestaat de bebouwing uit een woonhuis direct aan de weg met daarachter eventueel agrarische bedrijfsbebouwing. Door de grote verscheidenheid aan bebouwing en de afwisseling tussen open en besloten ademt het lint een landelijke sfeer. Binnen het lint komt een sterke menging voor van hoofdzakelijk wonen en diverse agrarische bedrijven (wel- en niet grondgebonden).

Afbeelding 7: Uitsnede kaart Groenstraat visie Ruimte voor Ruimte, plangebied zwart omcirkeld

De randvoorwaarden voor RVR-mogelijkheden binnen deze bebouwingsconcentratie zijn als volgt: ▪ Hoofdbebouwing staat direct aan de weg en heeft geen terugliggende positie;

Pagina 26 van 67

▪

De ruimte-voor-ruimtewoning dient aan te sluiten bij de bebouwingseigenschappen van het betreffende delen binnen het lint; dat wil zeggen: lintbebouwing in de meer dicht (woon-delen) en erfachtige opzet in de meer open agrarische fragmenten ‘ritme’ behouden.

De ruimte-voor-ruimte woning aan de Groenstraat 27A te Esbeek zal direct aan de weg komen te liggen en zal geen terugliggende positie hebben. Daarnaast sluit de bebouwing aan binnen het dichte deel van de lintbebouwing. Zoals ook uit afbeelding 8 blijkt is ter plaatse van het plangebied geen waardevol zicht op het achterliggende landschap. In 2018 heeft een evaluatie plaatsgevonden van het Ruimte voor Ruimte beleid. In de raadsbijeenkomst d.d. 30 augustus 2018 is aangegeven dat de Visie Ruimte voor Ruimte van september 2011 nog goed bruikbaar is, maar zijn er wel enkele aanvullingen benoemd. Er geldt een inspanningsverplichting om bij toekenning van een ruimte-voor-ruimte woning de sloop en sanering in Hilvarenbeek plaats te laten vinden. Bovendien dient meer inzicht te worden gegeven in de afweging of voldaan wordt aan de kwaliteitseisen en voorwaarden en of sprake is van voldoende investering in landschappelijke inpassing. Initiatiefnemer heeft een ruimte-voor-ruimte titel aangekocht bij de Ontwikkelingsmaatschappij ruimtevoor-ruimte, zie bijlage 15 van deze toelichting. Ook wordt de bedrijfsbebouwing van de voormalige veehouderij binnen het plangebied gesloopt. Bovendien wordt de beoogde ontwikkeling gecombineerd met een ruime en zorgvuldige landschappelijke inpassing. Er wordt derhalve voldaan aan het ruimtevoor-ruimtebeleid van de gemeente Hilvarenbeek.

3.3.4. Ontwikkelingsrichting Groenstraat en omgeving Gebiedsbeschrijving In het gebied ten zuiden van Esbeek is er sprake van een afwisselend landschap. De Groenstraat 36 is gelegen op de grens tussen het Oude Ontginningslandschap en het Beekdal van de Reusel.

Oude zandontginningslandschap

Dit landschapstype wordt voornamelijk gekenmerkt door grote, open akkercomplexen met slingerende wegenpatronen waar voornamelijk lintbebouwing aan gevestigd is. De percelen worden gekaderd door boselementen, struwelen en erfbeplanting. Daarnaast kan een akkercomplex samenvallen met een beekdal. De erven aan de lintbebouwing worden omzoomd door hagen, waarbij het voor en achtererf gekenmerkt wordt door siertuinen, boomgaarden en moestuinen.

Beekdal

De begrenzing van beekdalen wordt gevormd door wegen en (hoger gelegen) akkercomplexen. Het beekdal kent van oorsprong een opstrekkende verkaveling, haaks op de beekloop. Landschapselementen zoals houtwallen, struwelen en houtsingels accentueren de perceelsgrenzen. De bebouwing is voornamelijk gelegen langs de weg, aan de beekdalranden. Ook hier worden de erven omzoomd door hagen en ingericht met functionele elementen zoals boomgaarden en moestuinen. Visie op landschap Binnen de structuurvisie van de gemeente Hilvarenbeek zijn ontwerpvisies aangegeven voor de verschillende landschapstypen. Binnen de beekdalen wordt ingezet op natuurherstel en waar mogelijk herstel van de meanderende loop. Door de jaren heen zijn de meeste beken namelijk rechtgetrokken voor de landbouw. Binnen de Oude ontginningslandschappen dient de kleinschaligheid op perceel en erfniveau behouden te blijven. Langs de wegen worden enkel solitaire bomen of boomgroepen geplant. De zijdelingse erfgrenzen worden volledig ingeplant met een houtsingel of bomenrij. Daarnaast wordt het achtererf ingericht met siertuinen, boomgroepen, sierbomen en- fruitboomgaarden. Ontwikkelingsrichting Aan het lint langs de Groenstraat zijn verschillende functies aanwezig. Daarnaast zijn er verschillende locaties die een ontwikkeling doormaken (zie onderstaande afbeelding 8).

Zo is er aan de groenstraat 12-18 een intensieve veehouderij gestaakt en omgevormd tot woonbestemming met verschillende nieuwe woningen. Daarnaast zijn er verschillende veehouderijen gesaneerd en omgevormd tot

Pagina 27 van 67

woonbestemmingen. De locatie aan de Groenstraat 27A past binnen deze ontwikkelingsrichting. De aanduiding veehouderij wordt omgevormd tot wonen en de bestaande bedrijfsbebouwing wordt hierbij gesaneerd, hiervoor komt een ruimte-voor-ruimtewoning in de plaats. De beoogde woning ligt binnen de aanduiding bebouwingsconcentratie en aan het lint. Hierdoor is deze passend binnen de regeling en de directe omgeving. De locatie aan de Groenstraat 36 wordt herbestemd van agrarisch naar bedrijf voor niet-agrarische functie. Binnen de beoogde ontwikkeling dient ter verhuur van landbouwmachines en werktuigen. Deze functie is passend op de Groenstraat aangezien er vergelijkbare functies in de omgeving aanwezig zijn zoals een hak- en vrees bedrijf en een loonwerkbedrijf.

Ontwikkelingsrichting landschap

Afbeelding 8: Ontwikkelingsrichting Groenstraat

Zoals beschreven ligt de Groenstraat op de scheiding tussen het Oude ontginningslandschap en het beekdal. Landschappelijk gezien worden deze gekenmerkt door (bijna) dezelfde landschappelijke inpassingselementen. In afbeelding 9 afkomstig uit de structuurvisie van de gemeente Hilvarenbeek geeft een beeld van de huidige situatie en de ontwerprichtlijnen voor initiatieven. Zoals te zien op de ontwikkelingsrichtingkaart zijn beoogde en gerealiseerde initiatieven ingericht naar het landschap. Zo worden de nieuwe woonlocaties aan de zijlingse perceelsgrenzen ingericht met struweelhagen/singels en bomenrijen. Daarnaast worden er verschillende boomgaarden achter op het perceel gerealiseerd. De locatie aan de Groenstraat 27A wordt in de beoogde situatie op dezelfde manier ingericht. Hierdoor is deze passend binnen de ontwikkelingsrichting. De locatie aan de Groenstraat 36 is aan de achterzijde gelegen aan een watergang. Dit biedt kansen via de ontwerpprincipes van het beekdal. Hier is mogelijkheid tot realiseren van meandering en drassige gronden. Beiden bieden ruimte voor flora & fauna, waardoor de biodiversiteit toeneemt. Hierdoor is deze locatie, ook op het gebied van landschap, passend binnen de ontwikkelingsrichting. Beide locaties

Pagina 28 van 67

worden aan de voorzijde ingepast met eventueel gras en knip- en scheerhagen om aan te sluiten op de Groenstraat.

Afbeelding 9: ontwerprichtlijnen initiatieven gemeente Hilvarenbeek

3.3.5. Bestemmingsplan

Zoals al in de inleiding van deze toelichting beschreven is voor het plangebied het bestemmingsplan ‘Buitengebied, vastgesteld d.d. 13 maart 2014 geldend met de daarbij behorende reparatieplannen. De volgende bestemmingen en aanduidingen zijn voor de locatie opgenomen, zie afbeelding 10:

Pagina 29 van 67

Groenstraat 36

Groenstraat 27A

Afbeelding 10: Uitsnede bestemmingsplan ‘Buitengebied’ d.d. 13-03-2014, plangebied rood gestreept

Conform het vigerende bestemmingsplan ‘Buitengebied’ van de gemeente Hilvarenbeek, zijn aan de Groenstraat 27A de volgende bestemmingen en aanduidingen toegekend: ▪ Enkelbestemming: Agrarisch; ▪ Dubbelbestemming: Waarde - Archeologie 2; ▪ Bouwvlak; ▪ Functieaanduiding: specifieke vorm van agrarisch – overige veehouderijen; ▪ Figuur: relatie; ▪ Gebiedsaanduiding: overige zone – bebouwingsconentratie; ▪ Gebiedsaanduiding: overige zone – beekdal; ▪ Gebiedsaanduiding: overige zone – groenblauwe mantel; Conform het vigerende bestemmingsplan ‘Buitengebied’ van de gemeente Hilvarenbeek, zijn aan de Groenstraat 36 de volgende bestemmingen en aanduidingen toegekend: ▪ Enkelbestemming: Agrarisch; ▪ Dubbelbestemming: Waarde - Archeologie 1; ▪ Dubbelbestemming: Waarde - Archeologie 2; ▪ Bouwvlak; ▪ Functieaanduiding: specifieke vorm van agrarisch – overige veehouderijen; ▪ Figuur: relatie; ▪ Gebiedsaanduiding: overige zone – bebouwingsconentratie; ▪ Gebiedsaanduiding: overige zone – akkercomplex; ▪ Gebiedsaanduiding: overige zone – groenblauwe mantel; ▪ Gebiedsaanduiding: overige zone – ecologische verbindingszone; ▪ Gebiedsaanduiding: overige zone – zoekgebied watersystemen;

Pagina 30 van 67

Voor de beoogde ontwikkeling aan de Groenstraat 36 te Esbeek zijn regels opgenomen in het vigerende bestemmingsplan ‘Reparatieplan Buitengebied Hilvarenbeek 2019’ d.d. 15-10-2020. In het vigerende bestemmingsplan is een wijzigingsbevoegdheid opgenomen in artikel 3.6.8 voor de wijziging van de bestemming agrarisch naar niet-agrarisch bedrijf. Ook wordt er getoetst of de beoogde nieuwe loods van 500 m2 na de sloop van de bedrijfsgebouwen is toegestaan. Voor de beoogde ruimte-voor-ruimte woning aan de Groentstraat 27A te Esbeek zijn regels opgenomen voor het beoogde bijgebouw. Voor de herbestemming van de Groenstraat 27A naar ‘Wonen’ zijn geen regels opgenomen in het vigerende bestemmingsplan er wordt daarom een partiële herziening van het bestemmingsplan aangevraagd om de beoogde ontwikkeling van beide locaties mogelijk te maken. Voor de volledigheid zal worden ingegaan op de voorwaarden uit het bestemmingsplan, zoals verwoord in de artikelen 3.6.8, 4.2.5, 4.2.9 en 16.3.1 om aan te tonen dat de beoogde ontwikkeling al gedeeltelijk passend is binnen het gemeentelijk beleid. Groenstraat 27A Onderstaand wordt getoetst hoeveel m2 het beoogde bijgebouw bij de beoogde ruimte-voor-ruimte woning mag zijn.

16.3.1 Sloopbonusregeling Het bevoegd gezag kan door middel van het verlenen van een omgevingsvergunning afwijken van het bepaalde in 16.2.4 teneinde de toegestane bebouwde oppervlakte van de bijgebouwen te vergroten met een aantal vierkante meter en van het bepaalde in 16.2.3 ten behoeve van het vergroten van de inhoud van een woning, mits overtollige bebouwing wordt gesloopt. Hierbij dient aan het volgende te worden voldaan: a. ten behoeve van het vergroten van de toegestane bebouwde oppervlakte van bijgebouwen geldt dat de bebouwde oppervlakte aan bijgebouwen mag worden vermeerderd met een sloop-bonus percentage van 25% (indien 100 m2 wordt gesloopt mag 25 m2 worden teruggebouwd), mits de totale bebouwde oppervlakte aan bijgebouwen niet meer bedraagt dan 200 m2; De te slopen kalverstal heeft een totale oppervlakte van circa 450 m 2. In de beoogde situatie kan er dus 4,5 (450/100) * 25 m2 = 112,5 m2. Het bijgebouw bij de ruimte-voor-ruimte woning mag in de beoogde situatie maximaal 200 m2 bedragen. Conclusie Middels de bovenstaande toetsing aan artikel 16.3.1 kan geconcludeerd worden dat het bijgebouw bij de beoogde ruimte-voor-ruimte woning 200 m2 mag bedragen.

Voor de beoogde ruimte-voor-ruimte woning aan de Groentstraat 27A te Esbeek zijn geen regels opgenomen in het vigerende bestemmingsplan er wordt daarom een partiële herziening van het bestemmingsplan aangevraagd om de beoogde ontwikkeling van beide locaties mogelijk te maken. Groenstraat 36 Onderstaand wordt voor de volledigheid of het beoogde niet-agrarisch bedrijf passend is binnen het gemeentelijk beleid.

3.6.8 Wijziging naar niet-agrarisch bedrijf Burgemeester en wethouders kunnen de bestemming van de gronden ter plaatse van de aanduiding 'bouwvlak' wijzigen in Artikel 4 Bedrijf, teneinde een niet-agrarisch bedrijf toe te staan, mits wordt voldaan aan de volgende voorwaarden: a. voor de functie gelden de volgende specifieke bepalingen: 1. de bebouwde oppervlakte ten behoeve van de bedrijfsactiviteiten mag niet meer bedragen dan 1000 m2 dan wel niet meer dan de bestaande bebouwde oppervlakte indien deze minder bedraagt dan 1000 m2; De beoogde loods ten behoeve van het beoogde niet-agrarische bedrijf (milieucategorie 2) krijgt een maximale oppervlakte van 500 m2. De oppervlakte blijft dus onder de toegestane 1000 m 2.

2. detailhandel is uitsluitend in ondergeschikte en in ondersteunende vorm toegestaan; de verkoopvloeroppervlakte bedraagt niet meer dan 100 m2;

In de beoogde situatie vindt er geen detailhandel plaats.

Pagina 31 van 67

3. de omvang van het bestemmingsvlak is passend bij de beoogde functie, met dien verstande dat de omvang niet meer bedraagt dan het voormalige agrarisch bouwvlak tot een maximum van 5000 m2;

Het bouwvlak wordt in de beoogde situatie verkleind van 7769 m2 naar 3812 m2. Het beoogde bouwvlak bedraagt niet meer dan maximaal 5000 m2. 4. de bedrijfsactiviteit behoort tot milieucategorie 1 of 2 van de in Bijlage 1 opgenomen

bedrijvenlijst, alsmede naar aard en omvang vergelijkbare activiteiten;

In bijlage 1 ‘bedrijvenlijst’ bij de planregels van het bestemmingsplan Buitengebied Hilvarenbeek is opgenomen dat een ‘dienstverlenend bedrijf – algemeen’ met een bedrijfsvloeroppervlak van maximaal 500 m2 is toegestaan en wordt aangemerkt als een milieucategorie 2 bedrijfsactiviteit. De beoogde bedrijfsactiviteit past dus binnen de gestelde regel.

b. voor statische opslag gelden de volgende specifieke bepalingen: 1. de activiteit dient plaats te vinden binnen de aanwezige gebouwen; er vindt geen uitbreiding van bebouwing ten behoeve van de activiteit plaats; 2. de opslag mag niet plaatsvinden in kassen; 3. de vloeroppervlakte van de bebouwing, die wordt aangewend voor deze activiteit, mag niet meer bedragen dan 1000 m2; 4. detailhandel ten behoeve van de nevenactiviteit is niet toegestaan; 5. de beoogde activiteit leidt niet tot een grootschalige ontwikkeling;

In de beoogde situatie wordt geen statische opslag beoogd, de regels van artikel 3.6.8 lid b zijn daarom niet van toepassing.

c. op de locatie is geen sprake geweest van een sloopregeling van bedrijfsgebouwen zoals de regeling “Ruimte-voor-ruimte” of RBV;

Op het plangebied is geen sprake geweest van een sloopregeling van bedrijfsgebouwen zoals de regeling ruimte-voor-ruimte of RBV.

d. er dient een, door de gemeente goed te keuren, bedrijfsplan te worden overlegd;

Het bedrijf is al sinds 2003 actief, onder het KVK nummer: 18081508. Voor de verhuur van landbouwmachines en werktuigen dienstverlening.

e. het hergebruik moet naar aard en omvang passen in de omgeving;

De gewenste ontwikkeling is passend in de omgeving. De omvang van het bedrijf is zodanig klein, dat het plangebied Groenstraat 36 geschikt is voor het beoogde niet-agrarische bedrijf. Daarnaast zal de gewenste bedrijvigheid landschappelijk worden ingepast met het behoud van de bestaande bedrijfswoning. Samen met de herontwikkeling zullen ook de omliggende gronden worden heringericht. Zoals te zien is op de uitsnede van het vigerende bestemmingsplan op afbeelding 8 bevindt zich in de omgeving van het plangebied een horeca bedrijf en liggen er enkele bedrijfsbestemmingen in de omgeving van het plangebied. Een kleinschalig bedrijf voor de verhuur van landbouwmachines en werktuigen past naar aard en omvang in de omgeving.

f.

er dient te worden voldaan aan de volgende landschappelijke en ruimtelijke kwaliteitseisen: 1. Zuinig ruimtegebruik: de inrichting van het bouwvlak bevordert een gunstige verhouding tussen bruto (bestemmings- of bouwvlak) en netto (bebouwing) ruimtebeslag. 2. Ontstening: met het initiatief wordt eveneens bewerkstelligd, dat overtollige bebouwing (niet zijnde cultuurhistorisch waardevol) wordt gesloopt, met dien verstande dat de oppervlakte aan bebouwing die wordt gesloopt niet minder mag bedragen dan de oppervlakte aan bebouwing die nieuw wordt gebouwd; 3. Parkeren dient binnen het bouwvlak plaats te vinden. 4. Het opslaan, storten of bergen van materialen, producten en mest is niet toegestaan, behoudens voor zover zulks noodzakelijk is voor het op de bestemming gerichte gebruik en op een afstand van minimaal 15 vanuit de as van de weg.

In de toekomstige situatie zal sprake zijn van zorgvuldig ruimte gebruik. De bestaande omvang van het bouwvlak wordt zoals eerder benoemt verkleind naar 3812 m2. Hierbinnen zullen de bedrijfsactiviteiten plaatsvinden. De bestaande bedrijfswoning met bijgebouw blijven in de beoogde situatie behouden en de verouderde bedrijfsgebouwen worden gesloopt. In de beoogde situatie wordt er een nieuwe loods van 500 m2 gerealiseerd. In de beoogde situatie vindt er geen toename in bebouwing plaats aangezien 4 bedrijfsgebouwen met een omvang van meer dan 500 m2 worden gesloopt. Derhalve wordt invulling gegeven aan het principe zorgvuldig ruimtegebruik. Zoals eerder benoemt wordt de huidige omvang van het bouwvlak verkleind, met een maximale oppervlakte van 3812 m2, waardoor voldoende ruimte

Pagina 32 van 67

beschikbaar blijft voor het parkeren binnen het bouwvlak. De parkeergelegenheid bevindt zich aan de zuiden van de beoogde nieuwe loods (afbeelding 4). Naar verwachting zullen er geen extra transporten plaatsvinden in de beoogde situatie, aangezien initiatiefnemer een bedrijf exploiteert waarbij werkzaamheden op locaties van derden worden uitgevoerd.

g. de cultuurhistorische waarden mogen niet onevenredig worden aangetast;

De ontwikkeling leidt er niet toe dat de cultuurhistorische waarden onevenredig worden aangetast. Er zal gebruik worden gemaakt van de bestaande bedrijfswoning en een verkleinde omvang van het bouwvlak. In de beoogde situatie worden de overige verouderde bedrijfsgebouwen, welke niet van cultuurhistorische waarden zijn, gesloopt. In paragraaf 4.6 van deze toelichting worden de cultuurhistorische waarden nader onderbouwd.

h. er vindt geen onevenredige aantasting plaats van de in geding zijnde belangen, waaronder die van omwonenden en omliggende (agrarische) bedrijven;

Met name voor omliggende agrarische bedrijven zijn de aspecten geur en geluid belangrijke items als het gaat om beperkingen. Met de beoogde ontwikkeling omtrent de bedrijfsactiviteiten worden geen nieuwe geurgevoelige objecten opgericht. De bedrijfswoning is en blijft een geurgevoelig object in het kader van de Wet geurhinder en veehouderij. Doordat de bedrijfswoning met het initiatief niet dichter bij veehouderijen in de omgeving wordt gesitueerd, verandert de toetsingsafstand voor die veehouderijen niet. Op grond van de Bedrijven en milieuzonering blijkt dat het beoogde niet-agrarische bedrijf behoort tot een milieucategorie 2 bedrijf. Het plangebied is gelegen in een gemengd gebied de minimale afstand van 10 meter dient hiervoor aangehouden te worden. De beoogde woonbestemming aan de Groenstraat 27A te Esbeek bevindt zich in de beoogde situatie op een afstand van circa 11 meter van de beoogde bedrijfsbestemming aan de Groenstraat 36 te Esbeek. De beoogde bedrijfsbestemming komt dichter dan 10 meter bij de woonbestemming van de Groenstraat 38 te liggen. De minimale afstand voor geur, stof en gevaar bedraagt 0 meter. De afstand voor geluid dient minimaal 10 meter te bedragen. In de beoogde situatie wordt de beoogde loods op meer dan 10 meter afstand van de woonbestemming te liggen.

De inrit van de beoogde bedrijfsbestemming Groenstraat 36 ligt op 30 meter vanaf de gevel van de woning aan de Groenstraat 38. Ook kan worden gesteld dat de milieucategorie in de huidige situatie 3.2 (rundveehouderij) bedraagt waarvoor een minimale afstand geld van 50 meter in gemengd gebied, de beoogde ontwikkeling krijgt een lagere milieucategorie. Er wordt dus voldaan aan de richtafstand, waardoor geen onevenredige aantasting plaatsvindt van de belangen van omwonende. In paragraaf 4.8 wordt nader getoetst aan de bedrijven en milieuzonering.

i.

bij toename van verharding van meer dan 500 m2 dient aangegeven te worden hoe met water wordt omgegaan via de trits: vasthouden, bergen en afvoeren; er zal in alle gevallen minimaal waterneutraal gebouwd dienen te worden;

In de beoogde situatie is er geen sprake van toename van verharding maar van een afname van verharding.

j.

de verkeersaantrekkende werking dient te zijn afgestemd op de feitelijke ontsluitingssituatie;

De beoogde ontwikkeling op het plangebied Groenstraat 36 leidt niet tot een verkeersaantrekkende werking, aangezien initiatiefnemer vooral machines verhuurt aan derden. Dit bedrijf is te vergelijken met een bedrijf, waar zeer beperkte aanvoer/afvoer van materialen benodigd is. Ook kan worden gesteld is dat de verkeersaantrekkende werking van het beoogde niet-agrarisch bedrijf afneemt ten opzichte van de verkeersaantrekkende werking van een agrarisch bedrijf welke in de huidige situatie is gevestigd op het plangebied. De verkeersaantrekkende werking is nader onderbouwd in paragraaf 4.12 van deze toelichting.

k. de aanduidingen 'specifieke bouwaanduiding - bestaande voorzieningen' en/of 'specifieke vorm van agrarisch - permanente teeltondersteunende voorziening' en/of ‘specifieke vorm van agrarisch – opslag ruwvoer’ worden verwijderd, alsmede er is zekerstelling omtrent het verwijderen van de ter plaatse aanwezige voorzieningen. Tenzij aangetoond wordt dat deze voorzieningen tevens noodzakelijk zijn voor de nieuwe functie;

De bovengenoemde aanduidingen zijn in de huidige en beoogde situatie niet aanwezig op het plangebied.

l.

de wijziging mag niet leiden tot een onevenredige aantasting van de landschappelijke, cultuurhistorische en natuurlijke waarden die de gebiedsaanduidingen, welke zijn opgenomen in artikel 29, beogen te beschermen;

Pagina 33 van 67

De cultuurhistorische en natuurlijke waarden worden niet onevenredig aangetast. Er worden geen bouwwerken danwel landschapselementen met waarden verwijderd /gesloopt, zie hoofdstuk 4 van deze toelichting. m. de regels van Artikel 4 Bedrijf worden van overeenkomstige toepassing verklaard; De regels van artikel 4 Bedrijf worden van overeenkomstige toepassing verklaard op het plangebied. Bij de inpassing van het bestemmingsplan worden de regels voor de bedrijvigheid opgenomen het bestemmingsplan.

n. de goot- en bouwhoogte van de gebouwen mogen niet meer bedragen dan respectievelijk 6 m en 10 m.

In de beoogde situatie zal de goothoogte van de beoogde loods niet meer bedragen dan 6 meter en de bouwhoogte niet meer dan 10 meter. Dit wordt opgenomen in de regels van het bestemmingsplan.

4.2.5 Bedrijfsgebouwen Voor bedrijfsgebouwen gelden de volgende bepalingen: a. de goothoogte bedraagt niet meer dan in de tabel in lid 4.1 onder a is opgenomen;

De beoogde loods zal de maximale goothoogte van 6 meter niet overschreiden. b. de bouwhoogte bedraagt niet meer dan in de tabel in lid 4.1 onder a is opgenomen; De beoogde loods zal de maximale bouwhoogte van 10 meter niet overschreiden.

c. de dakhelling bedraagt minimaal 12° en maximaal 45°.

De dakhelling van de beoogde loods zal minimaal 12° en maximaal 45° bedragen.

4.2.9 Herbouw bedrijfswoning Aanvullend gelden voor herbouw van bedrijfswoningen en bedrijfsgebouwen de volgende voorwaarden: a. de herbouw vindt voor 3/4 deel plaats op de plaats van de (voor zover aanwezige) bestaande fundamenten; In afbeelding 4 is te zien waar de beoogde loods wordt beoogd. De loods wordt gerealiseerd voor ¾ deel op de plaats van de bestaande fundamenten.

b. de voorgevel van de te herbouwen gebouwen wordt geplaatst in de (voormalige) voorgevelrooilijn;

De voorgevel van de nieuw te bouwen loods zal gelijk zijn aan de voormalige voorgevelrooilijn, zie afbeelding 3.

c. de bouwwijze (d.w.z. vrijstaand, halfvrijstaand of aaneengebouwd) van de te herbouwen bedrijfswoning(en) wijkt niet af van de bouwwijze van de oorspronkelijke woning(en).

Niet van toepassing. De bedrijfswoning wordt niet herbouwd.

Voor de omvang van het beoogde bijgebouw bij de beoogde ruimte-voor-ruimte woning wordt er getoetst aan artikel 16.3.1 van het vigerende bestemmingsplan. Conclusie Middels de bovenstaande toetsing aan artikel 3.6.8, 4.2.5 en 4.2.9 kan geconcludeerd worden dat het voorgenomen initiatief gedeeltelijk passend is binnen het gemeentelijk beleid. Om de gehele ontwikkeling mogelijk te maken wordt een partiële herziening van het bestemmingsplan aangevraagd om de beoogde ontwikkeling van beide locaties mogelijk te maken.

Pagina 34 van 67

4. Milieuhygiënische en planologische aspecten Op grond van het bepaalde in het Besluit ruimtelijke ordening (Bro) is het verplicht om inzicht te bieden in de relevante milieu-hygiënische en planologische aspecten. In dit hoofdstuk worden deze aspecten beschreven. 4.1. Milieueffectrapportage en vormvrije m.e.r.-beoordeling Een milieueffectrapportage (MER), en de bijbehorende procedure (m.e.r.), is een hulpmiddel om de belangen van het milieu volwaardig te betrekken bij de besluitvorming over plannen en projecten. Het gaat hierbij enkel om plannen en projecten die kunnen leiden tot initiatieven waardoor het milieu mogelijk nadelig wordt beïnvloed. Als uitgangspunt gelden voor plannen, waaronder partiële herzieningen, onderstaande criteria om te beoordelen of een MER noodzakelijk is: ▪ Plannen waarvoor een passende beoordeling nodig is in verband met een mogelijk significant negatief effect op Natura 2000 gebieden. ▪ Plannen die kaderstellend zijn voor toekomstige m.e.r.- (beoordelings)plichtige besluiten; Ten aanzien van het eerste criterium geldt dat er in deze situatie geen sprake is van een plan waarvoor een passende beoordeling nodig is in verband met een mogelijk significant negatief effect op Natura 2000-gebieden. In paragraaf 4.3.2 is een uitgebreide toelichting opgenomen voor de mogelijke effecten van het plan op de Natura 2000-gebieden.

Op basis van deze paragraaf kan worden geconcludeerd dat de beoogde ontwikkeling geen negatief effect heeft op Natura 2000-gebieden. Een plan is kaderstellend voor een toekomstig m.e.r.- (beoordelings)plichtig besluit indien er sprake is van een overschrijding van de grenswaarden uit de C- of D-lijst van het Besluit m.e.r. Onder de grenzen uit de C- en D-lijst van het Besluit m.e.r. geldt sinds 7 juli 2017 een vormvrije m.e.r.-beoordelingsplicht. Dit houdt in dat er bekeken moet worden of er bij het initiatief sprake is van dusdanig bijzondere omstandigheden of milieueffecten dat er toch een MER moet worden opgesteld. Groenstraat 27A te Esbeek Categorie D11.2 is mogelijk van toepassing bij onderhavig initiatief. Deze categorie betreft een stedelijk ontwikkelingsproject wat 2.000 of meer woningen omvat. Uit uitspraken van de Afdeling Bestuursrechtspraak van de Raad van State (van 15 maart 2017; ECLI:NL:RVS:2017:694, van 31 januari 2018; ECLI:NL:RVS:2018:348, van 17 april 2019; ECLI:NL:RVS:2019:1253 en van 11 maart 2020; ECLI:NL:RVS:2020:729) blijkt dat het antwoord op de vraag of sprake is van een (wijziging van een) stedelijk ontwikkelingsproject in de zin van het Besluit m.e.r., afhangt van de concrete omstandigheden van het geval, waarbij onder meer aspecten als de aard en de omvang van de voorziene wijziging van de stedelijke ontwikkeling een rol spelen.

Uit deze uitspraken volgt eveneens dat het antwoord op de vraag of een activiteit kan worden aangemerkt als een activiteit als bedoeld in kolom 1 van categorie 11.2 van onderdeel D van de bijlage bij het Besluit m.e.r., niet afhankelijk is van het antwoord op de vraag of per saldo aanzienlijke negatieve gevolgen voor het milieu kunnen ontstaan. Het initiatief betreft de realisatie van een ruimte-voor-ruimte woning met bijgebouw. Het gebruik van het perceel wijzigt door het realiseren van één reguliere burgerwoningen, maar dat betekent niet dat hetgeen waarin het project voorziet moet worden aangemerkt als een stedelijk ontwikkelingsproject als bedoeld in kolom 1 van categorie 11.2 van onderdeel D van de bijlage bij het Besluit m.e.r. Daarbij is van belang dat de oppervlakte aan bebouwing niet zal toenemen en dat het ruimtebeslag van de voorziene bebouwing beperkt is. Uit bovenstaande kan worden geconcludeerd dat er geen sprake is van een verplichting tot het opstellen van een MER en het doorlopen van de bijbehorende procedure. Groenstraat 36 te Esbeek De beoogde ontwikkeling aan de Groenstraat 36 te Esbeek is mogelijk via een wijzigingsbevoegdheid in het vigerende bestemmingsplan.

De eigenaar beoogd de agrarische bedrijfslocatie om te zetten naar een bedrijfslocatie voor niet-agrarische functie, meer specifiek een niet-agrarisch bedrijf met milieucategorie 2 met maximaal 500 m2 aan bedrijfsgebouwen. Het gaat dus om een functiewijziging, die verder geen negatieve milieuhygiënische effecten heeft op de omgeving. De huidige milieucategorie 3.2. wordt in de beoogde situatie milieucategorie 2. Hieruit kan worden geconcludeerd dat er voor het initiatief geen (vormvrije) m.e.r.-beoordelingsplicht geldt. Uit bovenstaande kan worden geconcludeerd

Pagina 35 van 67

dat er geen sprake is van een verplichting tot het opstellen van een MER en het doorlopen van de bijbehorende procedure. 4.2. Waterhuishouding Sinds 1 november 2003 is het verplicht om bij ruimtelijke ingrepen de watertoets toe te passen. Deze verplichting is wettelijk geregeld in het Besluit ruimtelijke ordening (Bro). Door middel van deze watertoets moet inzicht worden geboden in de effecten van het initiatief op de waterhuishouding. In het kader van de watertoets dient de gemeente voorafgaand aan de procedure het voornemen van de ruimtelijke ingreep aan het waterschap te verzenden. De gemeente en het waterschap kunnen afspraken maken over de wijze waarop het aspect water in het ruimtelijk plan is opgenomen. In deze waterparagraaf komen de volgende onderdelen aan bod: ▪ Beschrijving waterrelevant beleid; ▪ Bestaande waterhuishoudkundige situatie; ▪ Beoogde waterhuishoudkundige situatie.

4.2.1. Waterrelevant beleid

De Europese Kaderrichtlijn Water (KRW) is vanaf 22 december 2000 van kracht. De KRW heeft als doel om te komen tot schone, ecologisch gezonde stroomgebieden, waarin water op een duurzame manier wordt gebruikt. Om dit doel te bereiken is een systematiek opgesteld die alle Europese lidstaten in de nationale wetgeving moeten implementeren en uitvoeren. De Nederlandse regering heeft invulling aan de KRW gegeven door middel van de Waterwet, die in werking is getreden op 22 december 2009. De Waterwet regelt het beheer van het oppervlakte- en grondwater en verbetert ook de samenhang tussen het waterbeleid en ruimtelijke ordening. De visies met betrekking tot het waterbeleid worden door de verschillende bestuurslagen in diverse plannen beschreven. Provincie De wijze waarop de provincie omgaat met water, is beschreven in het Regionaal Water en Bodem Programma (2022-2027). Provinciale Staten hebben op 3 december 2021 het Regionaal Water en Bodem Programma (2022-2027) vastgesteld (RWP). Hiermee is de RWP de opvolger van het Provinciaal Milieu en waterplan (PMWP). Het RWP zal op 22 december 2021 in werking treden. Door middel van het RWP wordt beleid vastgesteld om te komen tot een klimaat robuust water en bodemsysteem in 2050, en zorg te dragen voor veilig, schoon en voldoende water en een vitale bodem in de provincie Noord-Brabant.

Belangrijk uitgangspunt van het RWP is de Europese Kader Richtlijn Water (KRW) als een mijlpaal op weg naar een klimaatrobuust en veerkrachtig water- en bodemsysteem in 2050. In dit programma ligt de focus op zuinig zijn op water en de bodem, en het wateren bodemsysteem moet toegerust zijn op natte én droge tijden (systeemgericht). Vele generaties lang had het waterbeleid als doel wateroverlast te voorkomen en water zo snel mogelijk af te voeren. Inmiddels weten we dat het doel om moet; we moeten zuinig zijn op ons water en de bodem. Doel van RWP: ▪ Voldoende water ▪ Schoon water ▪ Veilig water ▪ Vitale bodem ▪ Klimaatadaptatie In de Interim omgevingsverordening Noord-Brabant zijn ook instructieregels opgenomen voor waterschappen. Op de kaart behorende bij deze instructieregels ligt het plangebied deels binnen ‘Attentiezone Waterhuishouding’, zie afbeelding 4. Aan de voorwaarden die gelden voor deze aanduiding is in paragraaf 3.2.2 van de toelichting getoetst. Waterschap Waterschap de Dommel is de beheerder van zowel de kwantiteit als de kwaliteit van het grond- en oppervlaktewater in de omgeving van de planlocatie. Het waterbeheerplan beschrijft de doelen van Waterschap De Dommel voor de periode 2022-2027. Het plan is afgestemd op de ontwikkeling van het Regionaal Water en Bodem Programma (2022-2027).

Pagina 36 van 67

In 2050 wil waterschap De Dommel een leefomgeving die klaar is voor de toekomst en een watersysteem dat daarbij past. Dat laatste wil zeggen; een waterhuishouding die robuust, flexibel en in balans is met de natuur en de omgeving én zorgt voor een goede waterkwaliteit. De droge zomers van 2018, 2019 en 2020, én de wateroverlast in 2021 tonen de urgentie aan en laten zien dat de omgang met water fundamenteel moét veranderen. Deze grote veranderopgave heet de watertransitie.” Door de klimaatverandering is de watertransitie van belang, omdat het gebruik van (grond) water toeneemt en het weer extremer wordt. Daarnaast zijn er ook andere uitdagingen in de leefomgeving. Denk aan natuurherstel, de energie- en landbouwtransitie en de woningbouwopgave. Ten aanzien van de doelen is een indeling gemaakt in de volgende waterthema’s. ▪ Droge voeten: voorkomen van wateroverlast in het beheergebied (onder meer door het aanleggen van waterbergingsgebieden en het op orde brengen van regionale keringen); ▪ Schoon water: zuiveren van afvalwater en vervuiling van oppervlaktewater aanpakken en voorkomen. Werken aan de ecologische kwaliteit van het water in de beken, sloten en het ondiepe grondwater in het gebied; ▪ Voldoende water: zowel voor de natuur als de landbouw is het belangrijk dat er niet te veel en niet te weinig water is. Daarvoor reguleert het waterschap het grond- en oppervlaktewater.

Watertransitie 2050 ▪ ▪ ▪

Elke druppel vasthouden en infiltreren waar deze valt; Functies passen zich aan het boden en watersysteem aan; Wat schoon is, moet schoon blijven;

Het waterschap staat voor een aantal complexe uitdagingen, die zij in veel gevallen niet alleen kan realiseren. Deze uitdagingen geven invulling aan de verbinding van water met de maatschappelijke ontwikkelingen. Daarom zet het waterschap sterk in op samenwerking. In het Waterbeheerplan nodigt het waterschap waterpartners, stakeholders, boeren, burgers en bedrijven nadrukkelijk uit om gezamenlijk te werken aan slimme, innovatieve oplossingen voor de complexe wateropgaven. Dit betekent onder meer dat het waterschap de bestaande samenwerking met al de partners in het gebied wil uitbreiden en ‘grenzeloos’ organiseren vanuit de kracht van ieders rol en verantwoordelijkheid. Daarnaast heeft het waterschap waar nodig nog toegespitst beleid en beleidsregels op de verschillende thema’s/speerpunten uit het waterbeheersplan en heeft het waterschap een eigen verordening; De Keur en de Legger. De Keur bevat gebods- en verbodsbepalingen met betrekking tot ingrepen die consequenties hebben voor de waterhuishouding en het waterbeheer. De legger geeft aan waar de waterstaatswerken plus bijbehorende beschermingszones liggen, aan welke afmetingen en vorm die moeten voldoen en wie onderhoudsplichtig is. Veelal is voor deze ingrepen een watervergunning van het waterschap benodigd. In sommige gevallen vallen de werkzaamheden onder een Algemene regel.

Dan kan er onder voorwaarden sprake zijn van vrijstelling van de vergunningsplicht. De Keur en de Algemene regels zijn te raadplegen via de site van waterschap De Dommel. Gemeente De gemeente Hilvarenbeek streeft naar een zo duurzaam mogelijke en doelmatige inzameling en afvoer van hemelwater waarbij hemelwater op een zo natuurlijk mogelijke manier wordt verwerkt. Verontreinigingen naar bodem, lucht en oppervlaktewater worden zoveel mogelijk voorkomen en wateroverlast voor burgers zoveel mogelijk beperkt. De gemeente legt, conform de opzet van de wetgeving, de verantwoordelijkheid voor de verwerking van hemelwater dat afkomstig is van particuliere terreinen bij de bewoner / eigenaar binnen de grenzen van redelijkheid en doelmatigheid. Het gemeentelijke beleid is erop gericht de kansen voor ontvlechting van hemelwater en afvalwater zoveel als doelmatig wordt geacht aan te grijpen. Dit geldt zowel voor de particulier op eigen terrein als voor de openbare ruimte. Daarbij wil de gemeente de vrijstelling tot compensatie bij kleine toename in verhard oppervlak binnen de Keur voor een ontwikkeling, met dit gemeentelijk beleid teniet doen. Hiermee wil de gemeente knelpunten in het rioolstelsel mede oplossen door ook kleinere ontwikkelingen op particulier terrein hieraan bij te laten dragen.

Pagina 37 van 67

Voor de hemelwaterafvoer van particuliere verhardingen met meer dan 250 m² nieuw verhard oppervlak is uitgangspunt dat deze op eigen terrein wordt verwerkt met een mogelijkheid tot overloop naar een laagte, een gemengd riool, een regenwaterriool of een watergang zodat er bij overbelasting geen problemen ontstaan.

4.2.2. Bestaande waterhuishoudkundige situatie

Uit de legger van Waterschap De Dommel blijkt dat het plangebied is gelegen in de nabije omgeving van een A-watergang, zie Afbeelding 11. Ook is het plan voor een klein deel gelegen binnen ‘Beschermd gebied’.

Afbeelding 11: Uitsnede Legger waterschap De Dommel, plangebied zwart omcirkeld

In de bestaande waterhuishoudkundige situatie wordt het afvalwater van huishoudelijke aard van de bedrijfswoning en de overige gebouwen geloosd op het gemeentelijk riool. Voor het overige werd er uit de inrichting enkel niet-verontreinigd hemelwater geloosd. Dit hemelwater is afkomstig van regenwater dat op de daken en erfverharding valt. Gemiddeld valt er jaarlijks 0,8 m³ niet-verontreinigd hemelwater per m² verhard oppervlak. Dit hemelwater wordt door middel van afschot van daken en erfverharding geloosd op omliggende perceelsloten. Op het bedrijf werd aandacht besteed aan het schoonhouden van het verhard oppervlak. De erfverharding en de daken werden zo vaak als voor de goede orde noodzakelijk is schoon gehouden. Op het bedrijf vonden geen bijzondere activiteiten plaats die ertoe konden leiden dat er stoffen in aanraking konden komen met het hemelwater. Het nietverontreinigde hemelwater kan dus zonder problemen worden geloosd op de omliggende perceelsloten of infiltreren in de bodem.

4.2.3. Beoogde waterhuishoudkundige situatie

In de beoogde waterhuishoudkundige situatie blijft het afvalwater van huishoudelijke aard geloosd worden op het gemeentelijk riool. Ook bij de nieuwe ruimte-voor-ruimte woning zal huishoudelijk afvalwater ontstaan. Hiervoor worden de nodige voorzieningen aangebracht en wordt de nieuwe woning aangesloten op de gemeentelijke riolering. Het hemelwater zal infiltreren in de bodem of worden geloosd op omliggende perceelsloten. Bij de nieuwbouw zal gebruik worden gemaakt van milieuvriendelijke bouwmaterialen en niet van uitlogende bouwmaterialen, zoals lood, koper, zink en zacht PVC. Deze stoffen kunnen zich ophopen in

Pagina 38 van 67

het water(bodem)systeem en hebben hierdoor een zeer nadelige invloed op de water(bodem)kwaliteit en ecologie. Met dit bestemmingsplan wordt voorzien in een verwezenlijking van een ecologische verbindingszone langs de Hoogeindse Beek aan de Groenstraat 36 te Esbeek. Het gebied waar natuur wordt gerealiseerd ligt in het beekdal van de Hoogeindse Beek. Bij de ontwikkeling van de ecologische waarden en kenmerken is rekening gehouden bij de ambities van de natuur en het landschap, zoals beschreven in het ‘Projectplan Waterwet – Hoogeindse Beek’ d.d. 26 november 2020. De opgave voor de Hoogeindse Beek is om de verdroging van het beekdal tegen te gaan en de juiste hydrologische randvoorwaarden te creëren voor de natte natuurdoelen. Het streven is om het oude karakter van de beek terug te brengen door de oorspronkelijke beek te herstellen. Deze opgave is tevens in het Beheerplan van het Natura 2000-gebied ‘Kempenland - West’ opgenomen. De beek is een ecologische verbindingszone en dient als zone voor beekherstel. Het landschappelijk inpassingsplan is afgestemd, zodat het inpassingsplan met zekerheid past binnen de hydrologische randvoorwaarden. Verder zullen de beschermingszones ten opzichte van omliggende watergangen in acht worden genomen voor de Groenstraat 36 en 27A te Esbeek.

Binnen 5 meter van de A-watergang worden geen nieuwe obstakels, zijnde bebouwing dan wel landschapselementen, mogelijk gemaakt aan de Groenstraat 27A. Binnen 1 meter van de Hoogeindsche beek worden geen nieuwe obstakels, zijnde bebouwing dan wel landschapselementen, mogelijk gemaakt een raster zal worden geplaatst langs de beschermingszone wanneer er begrazing van vee zal plaatsvinden aan de Groenstraat 36. Zoals aangegeven geldt conform gemeentelijk beleid dat voor de hemelwaterafvoer van particuliere verhardingen met meer dan 250 m² nieuw verhard oppervlak het uitgangspunt is dat deze op eigen terrein wordt verwerkt met een mogelijkheid tot overloop naar een laagte, een gemengd riool, een regenwaterriool of een watergang zodat er bij overbelasting geen problemen ontstaan. Aan de Groenstraat 27A te Esbeek zal een nieuwe woning met eventuele aanbouwen/uitbouwen/bijgebouwen mogelijk gemaakt worden. De totale oppervlakte van de nieuwe woning met eventuele bijgebouwen zal niet meer bedragen dan 450 m². Aangezien de aanpassing groter is dan 250 m2 dient een waterberging van 13,5 m3 te worden gerealiseerd aan de Groenstraat 27A te Esbeek. De berekening van de waterretentie wordt onderstaand nader toegelicht. Aan de Groenstraat 36 wordt circa 660 m2 aan bedrijfsbebouwing gesloopt. Er wordt een nieuwe loods van circa 500 m2 nieuw gebouwd.

Aangezien de aanpassing groter is dan 250 m2 dient een waterberging van en 30 m3 te worden aangelegd voor dit nieuwe verhard oppervlak. De berging dient boven de GHG (Gemiddelde Hoogste Grondwaterstand) te worden aangelegd. Volgens de gegevens van het waterschap ligt de GHG in het plangebied tussen de 40-60 cm -mv. De waterberging dient in 24 uur weer beschikbaar te zijn. De berekening van de waterretentie wordt onderstaand nader toegelicht. De grootte van de retentievoorziening moet in dat gevel worden berekend conform de rekenregel die in de nieuwe Algemene regels van de Keur van de waterschappen is geïntroduceerd. Deze rekenregel luidt als volgt: Benodigde compensatie (in m3) = toename verhard oppervlak (m2) x ‘gevoeligheidsfactor’ x 0,06 (m) In de beoogde situatie is er een toename van circa 450 m2 verhard oppervlak voor de Groenstraat 27A en 500 m2 voor de Groenstraat 36. Omdat er een toename van verharding is dient er een compenserende maatregel getroffen te worden om het hemelwater op te vangen. De grootte van de retentievoorziening wordt berekend conform de rekenregel die in de nieuwe Algemene regels van de Keur van de waterschappen is geïntroduceerd. Deze rekenregel luidt als volgt: De gevoeligheidsfactor is af te leiden uit de kaart die bij de nieuwe Keur is gevoegd.

Hierbij is het grondgebied van het desbetreffende waterschap, in dit geval de Dommel, verdeeld in drie categorieën. Naarmate de gevoeligheid van een gebied of oppervlaktewatersysteem voor de gevolgen van

Pagina 39 van 67

piekafvoeren lager is, is minder compensatie nodig. Er worden drie waarden voor de gevoeligheidsfactor gehanteerd: ¼ (Laag), ½ (Gemiddeld) en 1 (Hoog). Zoals uit afbeelding 12 blijkt is er voor de locatie aan de Groenstraat 27A een gevoeligheidsfactor van ½ (Gemiddeld) van toepassing en voor de Groenstraat 36 een gevoeligheidsfactor van 1 (Hoog).

Afbeelding 12: Uitsnede kaart gevoeligheidsfactor, plangebied rood omcirkeld

De factor 0,06 (m) vertegenwoordigt een waterschijf van 60 mm (600 m3/ha) die de hoeveelheid water aangeeft die onder maatgevende omstandigheden daadwerkelijk op het watersysteem terecht zou komen als er geen voorziening wordt aangelegd. Deze is door het waterschap vastgelegd op basis van eigen onderzoek en toekomstscenario’s. Dit is een vast gegeven in de formule. Alle onderdelen van de rekenregel zijn bekend. Dit betekent dat de volgende rekensom gemaakt kan worden. Groenstraat 27A te Esbeek: Benodigde compensatie = 450 m2 x 0,5 x 0,06 = 13,5 m3 Groenstraat 36 te Esbeek: Benodigde compensatie = 500 m2 x 1,0 x 0,06 = 30 m3 Bij de uitwerking van de compenserende maatregelen zal ook rekening gehouden moeten worden met de gemiddelde hoogste grondwaterstand (GHG). De voorziening mag namelijk niet dieper worden afgegraven dan de GHG ter plaatse. De gemiddelde hoogste grondwaterstand is af te leiden uit de gedetailleerde bodematlas van de provincie Noord-Brabant. Zoals uit Afbeelding 13 blijkt ligt de gemiddelde hoogste grondwaterstand ter plaatse van de beoogde retentievoorziening tussen 40 en 60 cm beneden maaiveld.

Pagina 40 van 67

Afbeelding 13: Uitsnede Gemiddelde hoogste grondwaterstand, plangebied rood omcirkeld

In de beoogde situatie wordt er een retentievoorziening gerealiseerd aan de Groenstraat 36 en 27a te Esbeek zie afbeelding 3 en 4 dit is als een voorwaardelijke verplichting opgenomen in de regels van het bestemmingsplan. Hieruit kan worden geconcludeerd dat er ten aanzien van het aspect water geen belemmeringen zijn voor het initiatief. 4.3. Natuur Voorafgaand aan de beoogde wijziging dient onderzocht te worden of er sprake is van een aantasting van wettelijk beschermde natuurwaarden op basis van de groene wet- en regelgeving. Onderstaand zijn de diverse aspecten ten aanzien van natuurwaarden beschreven.

4.3.1. Natuurnetwerk Nederland (NNN) In de twintigste eeuw is veel Nederlandse natuur verdwenen. De overgebleven gebieden zijn vaak klein en liggen veelal ver uit elkaar. Hierdoor hebben bepaalde organismen moeite om gebieden te bereiken en zich er te handhaven, waardoor de diversiteit van planten, dieren en micro-organismen (de biodiversiteit) ook sterk achteruit gaat. Om de biodiversiteit te behouden en te versterken is het Natuurnetwerk Nederland opgericht. Het Natuurnetwerk Nederland is een netwerk van natuurgebieden en verbindingszones. Het Natuurnetwerk Nederland (NNN) is in de eerste plaats belangrijk als netwerk van leefgebieden voor veel planten en dieren. In het NNN liggen: ▪ Bestaande natuurgebieden, waaronder de 20 Nationale Parken; ▪ Gebieden waar nieuwe natuur aangelegd wordt; ▪ Landbouwgebieden, beheerd volgens agrarisch natuurbeheer; ▪ Ruim 6 miljoen hectare grote wateren: meren, rivieren, de kustzone van Noordzee en de Waddenzee; ▪ Alle Natura 2000-gebieden. Het Rijk heeft het algemene NNN-beleid in het Besluit algemene regels ruimtelijke ordening (Barro) vastgelegd. Op grond van artikel 2.10.2 van het Barro moeten provincies bij provinciale verordening de NNN-gebieden aanwijzen en nauwkeurig begrenzen. Op grond van artikel 2.10.3 Barro moeten zij ook de wezenlijke kenmerken en waarden van die gebieden vastleggen.

Daarnaast wijzen de provincies de natuurdoelen in de NNN aan. Elk NNN-gebied heeft een zogenaamd natuurdoel. Een natuurdoel beschrijft een bepaalde natuurkwaliteit en wordt gebruikt als een toetsbare doelstelling voor een natuurgebied. Natuur Netwerk Brabant (NNB) Vanaf 2014 zijn de provincies verantwoordelijke voor de begrenzing en de ontwikkeling van het NNN. De provincie Noord-Brabant heeft in zijn Interim omgevingsverordening (Iov) de gebieden opgenomen als Natuur Netwerk Brabant. Men wil in 2027 alle gaten in het netwerk hebben gedicht met nieuwe

Pagina 41 van 67

natuur. Ongeveer 90% van het Natuur Netwerk Brabant wordt gevormd door bestaande natuurgebieden. Tussen deze gebieden is men voornemens om verbindingen te leggen in de vorm van Ecologische verbindingszones. Door deze verbindingen tussen natuurgebieden kunnen dieren van het ene gebied naar het andere foerageren. De concrete ambities van de provincie Noord-Brabant staan in het Natuurbeheerplan Noord-Brabant 2016. De begrenzing van het netwerk is daarnaast ook opgenomen in de Iov. Het NNB kent geen specifiek beschermingsregime, anders dan via het ruimtelijke spoor. Conform de kaart ‘Natuur Netwerk Brabant’ is bij het plangebied een Natuur Netwerk Brabant aanwezig, zie Afbeelding 14. In paragraaf 3.2.2 van deze toelichting is reeds aangetoond dat de waarden en kenmerken binnen de aanduidingen ‘Natuur Netwerk Brabant’ en ‘Natuur Netwerk Brabant – ecologische verbindingszone’ beschermd en versterkt worden.

Afbeelding 14: Uitsnede kaart ‘Instructieregels gemeenten: natuur en stiltegebieden’ Iov 4.3.2. Wet natuurbescherming

In de Wet natuurbescherming zijn regels gesteld met betrekking tot gebiedsbescherming, soortenbescherming en bescherming van houtopstanden. In deze paragraaf wordt getoetst of de ontwikkeling invloed heeft op de beschermde gebieden en soorten die zijn opgenomen in de Wet natuurbescherming. Gebiedsbescherming De gebiedsbescherming is beperkt tot de Natura 2000-gebieden en eventueel buiten het Natuur Netwerk liggende bijzondere provinciale natuurgebieden. De bescherming van het Natuur Netwerk Nederland is al beschermd in het Barro en de provinciale verordening. In Nederland zijn 161 Natura 2000-gebieden aangewezen. Voorbeelden van de Natura 2000-gebieden zijn Kempenland-West, Kampina en Oisterwijkse Vennen en Regte Heide en Riels laag. De provincie Noord-Brabant heeft geen bijzondere provinciale natuurgebieden vastgesteld. Per Natura 2000-gebied zijn instandhoudingsdoelstellingen (voor soorten en vegetatietypen) opgesteld. Iedereen die vermoedt of kan weten dat zijn handelen of nalaten, gelet op de instandhoudingdoelen, nadelige gevolgen voor een Natura 2000-gebied kan hebben, is verplicht deze handelingen achterwege

Pagina 42 van 67

te laten of te beperken. Het bevoegd gezag kan schadelijke activiteiten beperken en eisen dat een vergunning in het kader van de Wet Natuurbescherming (Wnb) wordt aangevraagd. Regulier beheer en bestaand gebruik zijn (of worden) opgenomen in Natura 2000-beheerplannen. Na vaststelling van de beheerplannen hoeft daarvoor geen vergunning aangevraagd te worden. Het dichtstbij liggende Natura 2000-gebied betreft Kempenland-West, dat op een afstand van circa 1,4 kilometer ligt. Elke ruimtelijke ontwikkeling kan negatieve effecten hebben op de Natura 2000-gebieden. Er zijn namelijk verschillende factoren die kunnen leiden tot de verstoring van beschermde vogel- en habitattypen en soorten. Vooral de storingsfactoren verzuring en vermesting door stikstof uit de lucht spelen hierbij een belangrijke rol, omdat deze ook op grote afstand van een gebied voor effecten kunnen zorgen. Daarnaast kunnen andere factoren eveneens leiden tot een verstoring van habitattypen en soorten, indien een ontwikkeling op korte afstand van een gebied plaatsvindt.

Verzuring en vermesting door stikstof uit de lucht

Middels het rekenprogramma AERIUS kan de stikstofdepositie op omliggende Natura 2000-gebieden worden berekend. Hiermee wordt het effect op verzuring en vermesting in beeld gebracht. Wanneer met het rekenprogramma AERIUS kan worden aangetoond dat een initiatief geen toename in stikstofdepositie op Natura 2000-gebieden tot gevolg heeft, kan de ontwikkeling doorgang vinden. Indien er wel sprake is van een toename in stikstofdepositie op Natura 2000-gebieden moet onderbouwd worden hoe deze toename in depositie ongedaan wordt gemaakt (door het treffen van maatregelen of extern salderen). Voor de sloop- aanleg- en bouwfase en voor de gebruiksfase voor de beoogde situatie aan de Groenstraat 27A en 36 te Esbeek zijn AERIUS-berekeningen uitgevoerd. Middels het rekenprogramma AERIUS is de stikstofdepositie berekend op omliggende Natura 2000-gebieden. De onderbouwing en de invoergegevens van de AERIUS-berekeningen zijn uiteengezet in de bijlage van deze toelichting. Uit de berekeningen blijkt dat het initiatief met zekerheid geen toename in stikstofdepositie op Natura 2000-gebieden in de omgeving zal hebben.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/14327719/1