CConstaterende datHilvarenbeek
Koppel je AI →
Document · PDF

11 Bestemmingsplan Groenstraat 27A-36, Esbeek (3 toelichting en regels met bijlagen)

Gemeenteraad 3 juli 2024, gemeente HilvarenbeekBij agendapunt: Raadsvoorstel tot gewijzigde vaststelling van het bestemmingsplan “Groenstraat 27a – 36”.32.383 woorden

Open het PDF bij iBabs ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 4

Groenstraat 27A en 36 te Esbeek

bestemmingsplan Groenstraat 27A en 36 te Esbeek

Inhoudsopgave

Toelichting

5

Bijlagen toelichting

73

Bijlage 1

Inrichtingsplan Groenstraat 27A

74

Bijlage 2

Inrichtingsplan Groenstraat 36

76

Bijlage 3

Beplantingsplan

78

Bijlage 4

Berekening kwaliteitsverbetering

80

Bijlage 5

Ecologische quickscan

85

Bijlage 6

Bodemonderzoek Groenstraat 27A

118

Bijlage 7

Akoestisch onderzoek Groenstraat 27A

194

Bijlage 8

Akoestisch onderzoek Groenstraat 36

284

Bijlage 9

Standaard Advies veiligheid incl. verantwoording Groepsrisico 2020

389

Bijlage 10

Invoergegevens AERIUS

408

Bijlage 11

AERIUS gebruiksfase

420

Bijlage 12

AERIUS aanleg- en bouwfase

431

Bijlage 13

Verslag omgevingsdialoog

442

Bijlage 14

Beantwoording vooroverlegreacties

459

Bijlage 15

Ruimte-voor-Ruimte titel

472

Regels

475

Hoofdstuk 1 Artikel 1 Artikel 2

Inleidende regels Begrippen Wijze van meten

476 476 484

Hoofdstuk 2 Artikel 3 Artikel 4 Artikel 5 Artikel 6 Artikel 7 Artikel 8

Bestemmingsregels Agrarisch Bedrijf Natuur Wonen Waarde - Archeologie 1 Waarde - Archeologie 2

485 485 488 497 500 505 507

Hoofdstuk 3 Artikel 9 Artikel 10 Artikel 11 Artikel 12

Algemene regels Anti-dubbeltelregel Algemene gebruiksregels Algemene aanduidingsregels Algemene afwijkingsregels

509 509 510 511 513

Hoofdstuk 4 Artikel 13 Artikel 14

Overgangs- en slotregels Overgangsrecht Slotregel

514 514 515

Bijlagen regels

517

Bijlage 1

518

2 " (ontwerp)

Landschappelijke inpassing Groenstraat 27A

bestemmingsplan "Groenstraat 27A en 36 te Esbeek

bestemmingsplan Groenstraat 27A en 36 te Esbeek

Bijlage 2

Landschappelijke inpassingsplan Groenstraat 36

520

Bijlage 3

Bedrijvenlijst

522

Bijlage 4

Te slopen bedrijfsbebouwing

532

bestemmingsplan "Groenstraat 27A en 36 te Esbeek" (ontwerp) 3

bestemmingsplan Groenstraat 27A en 36 te Esbeek

4 " (ontwerp)

bestemmingsplan "Groenstraat 27A en 36 te Esbeek

bestemmingsplan Groenstraat 27A en 36 te Esbeek

Toelichting

bestemmingsplan "Groenstraat 27A en 36 te Esbeek" (ontwerp) 5

Toelichting Bestemmingsplan

Groenstraat 27A en 36 te Esbeek

Colofon

Gemeente:

Hilvarenbeek

Projectlocatie:

Groenstraat 27A en 36 te Esbeek

Datum:

19-04-2023/ gewijzigd 27-09-2023/ 08-11-2023/ gewijzigd 24-11-2023

Status:

Ontwerp

IMRO-Code: c Opgesteld door:

NL.IMRO.0798.BPGroenstr27Aen36-ON01 Van Dun Advies BV Raadhuisstraat 32 5126 CJ Gilze T. 013 519 94 58 Postel 8 5711 ET Someren T. 0493 745 015 E. info@vandunadvies.nl I. www.vandunadvies.nl

Projectnummer:

JR/19053.002

Pagina 2 van 67

Inhoudsopgave 1. Inleiding ........................................................................................................... 5 1.1.

Aanleiding en doel ........................................................................................... 5

1.2.

Geldend planologisch regime ............................................................................ 5

1.3.

Procedure ....................................................................................................... 6

1.4.

Leeswijzer ....................................................................................................... 7

2. Planbeschrijving............................................................................................... 8 2.1.

Bestaande situatie............................................................................................ 8

2.2.

Beoogde situatie .............................................................................................. 9

3. Beleidskader................................................................................................... 12 3.1.

Rijksbeleid...................................................................................................... 12

3.1.1. 3.2.

Provinciaal beleid ............................................................................................ 12

3.2.1. 3.2.2. 3.3.

Ladder duurzame verstedelijking ............................................................... 12 Omgevingsvisie Noord-Brabant .................................................................. 12 Interim Omgevingsverordening Noord-Brabant ........................................... 13

Gemeentelijk beleid......................................................................................... 24

3.3.1. 3.3.2. 3.3.3. 3.3.4.

Structuurvisie gemeente Hilvarenbeek ........................................................ 24 Strategie vitalisering buitengebied ............................................................. 25 Visie Ruimte voor Ruimte .......................................................................... 26 Bestemmingsplan ..................................................................................... 29

4. Milieuhygiënische en planologische aspecten ................................................ 35 4.1.

Milieueffectrapportage en vormvrije m.e.r.-beoordeling ...................................... 35

4.2.

Waterhuishouding ........................................................................................... 36

4.2.1. 4.2.2. 4.2.3. 4.3.

Waterrelevant beleid................................................................................. 36 Bestaande waterhuishoudkundige situatie .................................................. 38 Beoogde waterhuishoudkundige situatie ..................................................... 38

Natuur ........................................................................................................... 41

4.3.1. 4.3.2.

Natuurnetwerk Nederland (NNN) ............................................................... 41 Wet natuurbescherming ............................................................................ 42

4.4.

Bodemkwaliteit ............................................................................................... 44

4.5.

Spuitzones ..................................................................................................... 45

4.6.

Cultuurhistorie, aardkunde en archeologie......................................................... 45

4.6.1. 4.6.2.

Cultuurhistorie en aardkunde..................................................................... 46 Archeologie .............................................................................................. 47

4.7.

Bedrijven en milieuzonering ............................................................................. 47

4.8.

Geur .............................................................................................................. 49

4.8.1. 4.8.2.

Omgekeerde werking ................................................................................ 49 Woon- en leefklimaat ................................................................................ 51

Pagina 3 van 67

4.9.

Luchtkwaliteit ................................................................................................. 52

4.9.1. 4.9.1.

Niet in betekenende mate ......................................................................... 52 Woon- en leefklimaat ................................................................................ 54

4.10.

Geluid ......................................................................................................... 56

4.11.

Verkeer en parkeren .................................................................................... 57

4.12.

Externe veiligheid ........................................................................................ 57

4.12.1.

Regelgeving ............................................................................................. 57

4.13.

Technische infrastructuur ............................................................................. 60

4.14.

Volksgezondheid .......................................................................................... 61

4.14.1.

Onderzoek veehouderij en gezondheid omwonenden................................... 61

5. Juridische planbeschrijving ............................................................................ 63 5.1.

Juridische achtergrond .................................................................................... 63

5.2.

Toelichting verbeelding.................................................................................... 63

5.3.

Toelichting regels............................................................................................ 64

6. Uitvoerbaarheid ............................................................................................. 65 6.1.

Financiële uitvoerbaarheid ............................................................................... 65

6.2.

Maatschappelijke uitvoerbaarheid ..................................................................... 65

6.2.1. 6.2.2.

Vooroverleg en omgevingsdialoog .............................................................. 65 Zienswijzen en beroep .............................................................................. 65

7. Bijlagen .......................................................................................................... 66

Pagina 4 van 67

1. Inleiding In dit hoofdstuk komen de aanleiding en het doel, het geldend planologisch regime en de procedure aan bod. Daarnaast is in dit hoofdstuk een leeswijzer opgenomen. 1.1. Aanleiding en doel Het plangebied is gelegen aan de Groenstraat 27A en 36 te Esbeek in het buitengebied van de gemeente Hilvarenbeek. Op de locaties is een gekoppeld bouwvlak gelegen. De Groenstraat 27A en Groenstraat 36 te Esbeek zijn in eigendom van twee eigenaren. De locatie Groenstraat 27A te Esbeek is jaren geleden verkocht, hier worden kalveren tot 2 jaar opgefokt. Aan de Groenstraat 36 te Esbeek is een melkveehouderij gevestigd. Op 29 augustus 2019 hebben toezichthouders van de Omgevingsdienst Midden- en West Brabant (OMWB) geconstateerd dat de aanwezige kalverenhouderij op de locatie Groenstraat 27A te Esbeek wordt beschouwd als intensieve veehouderij. Conform het vigerende bestemmingsplan is op deze locatie geen intensieve veehouderij toegestaan en voldoet de bestaande stal niet aan de emissie arme huisvesting eisen van de Interim omgevingsverordening Noord-Brabant (Iov). De eigenaar van de Groenstraat 27A te Esbeek heeft met het oog op de toekomst geen intentie om te investeren in zijn bestaande stal. Het doel van de beoogde ontwikkeling is daarom een passende en duurzame herbestemming te vinden voor beide locaties. 1.2.

Geldend planologisch regime Ter plaatse van het plangebied is het bestemmingsplan ‘Buitengebied’ van de gemeente Hilvarenbeek het vigerende bestemmingsplan voor de verbeelding. Het genoemde bestemmingplan is op 13 maart 2014 onherroepelijk vastgesteld. Voor de regels is het bestemmingsplan ‘Reparatieplan Buitengebied Hilvarenbeek 2019’ het vigerende bestemmingsplan. Het genoemde reparatieplan is op 15 oktober 2020 vastgesteld.

Groenstraat 36

Groenstraat 27A

Afbeelding 1: Uitsnede bestemmingsplan ‘Buitengebied’ d.d. 13-03-2014, plangebied rood gestreept

Pagina 5 van 67

Conform het vigerende bestemmingsplan ‘Buitengebied’ van de gemeente Hilvarenbeek, zijn aan de Groenstraat 27A de volgende bestemmingen en aanduidingen toegekend: ▪ Enkelbestemming: Agrarisch; ▪ Dubbelbestemming: Waarde Archeologie 2; ▪ Bouwvlak; ▪ Functieaanduiding: specifieke vorm van agrarisch – overige veehouderijen; ▪ Figuur: relatie; ▪ Gebiedsaanduiding: overige zone – bebouwingsconcentratie; ▪ Gebiedsaanduiding: overige zone – beekdal; ▪ Gebiedsaanduiding: overige zone – groenblauwe mantel; Conform het vigerende bestemmingsplan ‘Buitengebied’ van de gemeente Hilvarenbeek, zijn aan de Groenstraat 36 de volgende bestemmingen en aanduidingen toegekend: ▪ Enkelbestemming: Agrarisch; ▪ Dubbelbestemming: Waarde Archeologie 1; ▪ Dubbelbestemming: Waarde Archeologie 2; ▪ Bouwvlak; ▪ Functieaanduiding: specifieke vorm van agrarisch – overige veehouderijen; ▪ Figuur: relatie; ▪ Gebiedsaanduiding: overige zone – bebouwingsconcentratie; ▪ Gebiedsaanduiding: overige zone – akkercomplex; ▪ Gebiedsaanduiding: overige zone – groenblauwe mantel; ▪ Gebiedsaanduiding: overige zone – ecologische verbindingszone; ▪ Gebiedsaanduiding: overige zone – zoekgebied watersystemen; De beoogde ontwikkeling is niet passend binnen de regels van het vigerende bestemmingsplan er wordt daarom een partiële herziening van het bestemmingsplan aangevraagd. 1.3.

Procedure Voor het beoogde initiatief dient een bestemmingsplan te worden vastgesteld, conform artikel 3.1 van de Wet ruimtelijke ordening (Wro). Het plan doorloopt als volgt de procedure. Allereerst wordt er een voorontwerpbestemmingsplan opgesteld waarin onderbouwd wordt dat het initiatief voldoet aan het gemeentelijk en provinciaal beleid en aan alle relevante milieu- en ruimtelijke ordeningsaspecten. In deze fase wordt overleg gevoerd met de gebruikelijke overlegpartners zoals gemeente, provincie en waterschap. Eventuele opmerkingen worden verwerkt in het ontwerpbestemmingsplan. Volgens artikel 3.8 Wro is op de voorbereiding van een bestemmingsplan afdeling 3.4 van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) van toepassing. Dit houdt in dat het ontwerpbestemmingsplan gedurende 6 weken voor iedereen ter inzage wordt gelegd. Tijdens deze periode van 6 weken kan een ieder zienswijzen kenbaar maken. Binnen 12 weken nadat het ontwerpbestemmingsplan ter inzage heeft gelegen, moet de gemeente beslissen over de vaststelling van het bestemmingsplan. Hierbij worden eventuele zienswijzen in acht genomen. Nadat het bestemmingsplan is vastgesteld, wordt het opnieuw 6 weken ter inzage gelegd. Binnen deze 6 weken kan een ieder die tijdig een zienswijze kenbaar heeft gemaakt bij het ontwerp en belanghebbenden beroep indienen bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State.

Als er geen beroep wordt ingesteld, dan is het bestemmingsplan daags na afloop van de beroepsperiode onherroepelijk. Zodra het bestemmingsplan in werking is getreden kunnen de benodigde omgevingsvergunningen voor het beoogde initiatief worden aangevraagd.

Pagina 6 van 67

1.4. Leeswijzer In deze toelichting zijn in het eerste hoofdstuk een inleiding op het initiatief gegeven, waarin de aanleiding, het doel, het geldend planologische regime en de te doorlopen procedure zijn beschreven. In hoofdstuk 2 worden de bestaande en beoogde situatie omschreven. Het van toepassing zijnde nationaal, provinciaal en gemeentelijk beleid wordt uiteengezet in hoofdstuk 3. Hierna worden in hoofdstuk 4 de milieu-hygiënische en planologische aspecten beschreven. De juridische achtergrond van het bestemmingsplan, een toelichting op de verbeelding en een toelichting op de regels wordt gegeven in hoofdstuk 5. De financiële en maatschappelijke uitvoerbaarheid van het initiatief wordt verantwoord in hoofdstuk 6.

Pagina 7 van 67

2. Planbeschrijving In dit hoofdstuk worden de bestaande en beoogde situatie beschreven. Hierin komt naar voren welke veranderingen er plaatsvinden binnen het plangebied. 2.1. Bestaande situatie Het plangebied is gelegen aan de Groenstraat 27A en 36 te Esbeek in het buitengebied van de gemeente Hilvarenbeek. De locaties zijn met elkaar gekoppeld via een gekoppeld bouwvlak. De Groenstraat 27A en Groenstraat 36 te Esbeek zijn van twee eigenaren. De locatie Groenstraat 27A te Esbeek is namelijk jaren geleden verkocht. Het plangebied heeft de volgende kadastrale gegevens: Gemeente Hilvarenbeek, sectie Q, nummers 670 en 1412. Afbeelding 2 geeft de ligging van het plangebied in de omgeving weer. De locatie is gelegen op een afstand van circa 840 meter ten zuiden van de kern Esbeek. In de omgeving zijn voornamelijk agrarische gronden, horeca, woningen en agrarische bedrijven gelegen. Onderstaand wordt per adres de huidige situatie weergegeven. Groenstraat 27Ak De Groenstraat 27A is, zoals eerder benoemt, gelegen in het buitengebied van de gemeente Hilvarenbeek, sectie Q en nummer 1412. De ligging van de locatie is weergegeven in afbeelding 2. Op deze locatie is één stal (circa 450 m2) aanwezig (nummer 1 afbeelding 2) met een huidig bouwvlak van circa 6.894 m2. Conform de vigerende milieu toestemming d.d.

05-06-2012 mogen hier 50 melk- en kalfkoeien en 237 vrouwelijk jongvee tot 2 jaar worden gehuisvest. Ook heeft de eigenaar een vigerende Wet natuurbescherming vergunning d.d. 07-05-2018 waarin 138 vleeskalveren tot 8 maanden en 54 stuks vrouwelijk jongvee vergund zijn. Ook kan worden opgemerkt is dat de Groenstraat 27A is gelegen binnen een bebouwingsconcentratie. Groenstraat 36 De Groenstraat 36 is, zoals eerder benoemt, gelegen in het buitengebied van de gemeente Hilvarenbeek, sectie Q en nummer 670. De ligging van de locatie is weergegeven in afbeelding 2. Op deze locatie is één melkveehouderij aanwezig met een huidig bouwvlak van circa 7.769 m2. Op 01-052012 heeft er een gedeeltelijke intrekking van de veestapel plaats gevonden en worden er conform deze vigerende milieu toestemming nog 50 melk- en kalfkoeien ouder dan 2 jaar en 49 vrouwelijk jongvee tot 2 jaar gehuisvest. De volgende bedrijfsgebouwen en voorzieningen zijn binnen het plangebied aanwezig (afbeelding 2): ▪ Nummer 2: Bestaande bedrijfswoning Groenstraat 36 ▪ Nummer 3: Stal (circa 150 m2) ▪ Nummer 4: Gesaneerde melkveestal (circa 220 m2) ▪ Nummer 5: Loods (circa 220 m2) ▪ Nummer 6: Loods (circa 70 m2)

Pagina 8 van 67

6

5 4

3 2

1

Afbeelding 2: Luchtfoto bestaande situatie, rood kader is plangebied, blauw kader zijn de bestaande gekoppelde bouwvlakken

Het bestaande gekoppelde bouwvlak heeft een totale omvang van circa 14.663 m². Voor de beoogde ontwikkeling heeft de gemeente Hilvarenbeek op 21 januari 2020 een positief principebesluit genomen. 2.2. Beoogde situatie In de beoogde situatie wordt de koppeling van de twee bouwvlakken opgeheven en worden beide locaties herbestemd. Onderstaand is de beoogde situatie voor de Groenstraat 27A en Groenstraat 36 te Esbeek nader toegelicht. Groenstraat 27A Gezien de ligging van het plangebied in een bebouwingsconcentratie wordt de locatie Groenstraat 27A te Esbeek in de beoogde situatie herbestemd van ‘Agrarisch’ naar ‘Wonen’ en wordt de bestaande bedrijfsbebouwing gesloopt en worden de bedrijfsactiviteiten beëindigd. Op deze locatie wordt een (burger)woning, bijgebouw (200 m2) met bouwperceel (1.720 m2) gerealiseerd. De ligging van het plangebied in een bebouwingsconcentratie, maakt het namelijk mogelijk om de beoogde woonkavel te realiseren in het kader van de regeling ruimte-voor-ruimte. In de beoogde situatie wordt er één ruimtevoor-ruimte titel bij de ontwikkelingsmaatschappij aangekocht. De beoogde woning wordt gesitueerd aan de voorzijde van het erf waardoor deze aansluit op het de bestaande bebouwing.

De bestaande inrit wordt in de beoogde situatie gebruikt voor de verkeersontsluiting naar de beoogde woning en er zal voldoende parkeergelegenheid aanwezig zijn binnen het bouwvlak. De toevoeging van een ruimte-voor-ruimte woning met bijgebouw van maximaal 200 m2 (sloopbonusregeling) gaat gepaard met een passende kwaliteitsverbetering (zie bijlage bij deze toelichting). Ook wordt de beoogde woonbestemming aan de Groenstraat 27A te Esbeek landschappelijk ingepast, zie afbeelding 3 (tevens toegevoegd in de bijlage van deze toelichting).

Pagina 9 van 67

Afbeelding 3: Voorstel beoogde landschappelijke inpassing en bebouwing Groenstraat 27A te Esbeek

Groenstraat 36 De Groenstraat 36 te Esbeek wordt herbestemd van ‘Agrarisch’ naar ‘Bedrijf’ voor niet-agrarische functie, meer specifiek een niet-agrarisch bedrijf met milieucategorie 1 of 2 met maximaal 500 m 2 (oppervlakte nieuw te realiseren loods) aan bedrijfsgebouwen. De beoogde ontwikkeling dient ter uitvoering van de werkzaamheden van het bedrijf van de eigenaar. De eigenaar verhuurt landbouwmachines en werktuigen dienstverlening. In de beoogde situatie worden de bestaande bedrijfsgebouwen gesloopt en wordt er een nieuwe loods van circa 500 m2 gerealiseerd. De bestaande bedrijfswoning met bijgebouw blijft behouden. De beoogde loods dient in de toekomst als ruimte voor de stalling van de landbouwmachines. In de beoogde situatie wordt het bouwvlak verkleind van 7.769 m² naar 3.812 m² en het totale planologisch toegestane ruimtebeslag zal derhalve afnemen. De nieuwe loods van 500 m2 zal worden gerealiseerd ten behoeve van de beoogde ontwikkeling, een niet-agrarisch bedrijf (milieucategorie 1 of 2), voor de verhuur van landbouwmachines en werktuigen dienstverlening. Naast de bouw van de nieuwe loods wordt de overtollige bedrijfsbebouwing op de locatie gesloopt. Genoemde bedrijfsmatige activiteit op het plangebied maakt de beëindiging van de melkveehouderij en de sloop van de bestaande bedrijfsgebouwen interessant.

Voor de gemeente betekent dit dat leegstand in het buitengebied wordt voorkomen en dat de in verouderde staat verkerende locatie weer wordt opgewaardeerd. In afbeelding 4 is een voorstel beoogde landschappelijke inpassing en bebouwing van de Groenstraat 36 te Esbeek weergegeven. In de bijlage van deze toelichting is het beplantingsplan weergegeven. Ook is de ontwikkelingsrichting van de Groenstraat toegevoegd in de bijlage van deze toelichting.

Pagina 10 van 67

Afbeelding 4: Voorstel beoogde landschappelijke inpassing en bebouwing Groenstraat 36 te Esbeek

Pagina 11 van 67

3. Beleidskader In dit hoofdstuk wordt het relevante beleid uiteengezet. Het initiatief wordt getoetst aan het provinciaal en gemeentelijk beleid. 3.1. Rijksbeleid

3.1.1. Ladder duurzame verstedelijking

In geval van stedelijke ontwikkeling moet de Ladder voor duurzame verstedelijking worden toegepast. Deze is wettelijk vastgelegd in artikel 3.1.6, tweede lid, van het Besluit ruimtelijke ordening (Bro). Toepassing van de ladder is verplicht voor opgaven die nieuwe stedelijke ontwikkelingen, gebaseerd op een regionale behoefte, mogelijk moeten maken. Voor woningbouw vanaf 12 woningen is sprake van een stedelijke ontwikkeling die Ladderplichtig is. Het initiatief betreft het realiseren van één woning, wat geen betrekking heeft op een stedelijke ontwikkeling die voorziet in een regionale behoefte. Toepassing van de ladder is daarom niet nodig. Verder wordt in paragraaf 3.2.3 ingegaan of het plan voldoet aan een goede ruimtelijke ordening en voldoet aan een behoefte aan woningen. 3.2. Provinciaal beleid Het geldende ruimtelijke beleid van de provincie Noord-Brabant is omschreven in de Omgevingsvisie en de Interim omgevingsverordening Noord-Brabant.

3.2.1. Omgevingsvisie Noord-Brabant

De provincie Noord-Brabant heeft de omgevingsvisie Noord-Brabant vastgesteld. De omgevingsvisie vindt zijn legitimatie in de Omgevingswet. Vanzelfsprekend staan de achterliggende doelen van de Omgevingswet dan ook centraal in de positiebepaling van de Brabantse Omgevingsvisie. Onder het motto ‘eenvoudig beter’, doelt de Omgevingswet op meer inzichtelijkheid, en een grotere voorspelbaarheid en gebruiksgemak van het Omgevingsrecht. Ook beoogt de wet meer bestuurlijke afwegingsruimte en een meer samenhangende benadering van de fysieke leefomgeving in beleid, besluitvorming en regelgeving. Het doel van de omgevingsvisie is om de kwaliteit van de leefomgeving voor alle Brabanders te verbeteren. In de visie is voor verschillende programma’s de ambitie geformuleerd hoe de Brabantse leefomgeving er in 2050 uit moet zien. Daarbij zijn mobiliserende tussendoelen gesteld voor 2030 om het einddoel te kunnen bereiken. De uitwerking in programma’s is een opgave die de visie volgt en die in opeenvolgende bestuursperiodes de opdracht en ruimte geeft om dat met eigen accenten in te vullen. Het belangrijkste programma dat hier een rol speelt is ‘omgevingskwaliteit’. Het Brabantse doel voor 2050 in dit programma is:

‘Brabant heeft een goede leefomgevingskwaliteit doordat wij op alle aspecten beter presteren dan wettelijk als minimumniveau is bepaald. Brabant staat met zijn TOP-landschap van oude en nieuwe landschappen in de top 5 van Europa. De biodiversiteit binnen en buiten de natuurgebieden is op orde, de lucht- en waterkwaliteit voldoet en de bodem is vitaal.’ Het tussendoel voor 2030 in dit programma is:

‘Brabant heeft een aanvaardbare leefomgevingskwaliteit doordat wij voor alle aspecten voldoen aan de wettelijke normen. Natuurgebieden zijn ingericht, de afname van biodiversiteit is naar een positieve trend omgebogen, waardevolle cultuurhistorische landschappen zijn behouden en er is breed draagvlak voor de nieuwe energie- en klimaatadaptieve landschappen door de ontwerpende aanpak.’ Deze basisopgave is veelomvattend en gaat over milieuaspecten zoals een schone bodem, schoon water (ondergrond) en schone lucht. Maar ook om landschappelijke- en cultuurhistorische aantrekkelijkheid, een goede woon- en werkomgeving met een aantrekkelijk aanbod aan voorzieningen, stilte en een natuurrijke omgeving, waarin biodiversiteit en recreatie hand in hand gaan.

Pagina 12 van 67

Het initiatief voldoet aan het tussendoel voor 2030 omdat aan alle milieu wet- en regelgeving wordt voldaan. Door een zorgvuldige landschappelijke inpassing van het plangebied wordt ook een positieve bijdrage geleverd aan de leefomgevingskwaliteit. Hiermee wordt een eerste stap gezet richting het einddoel van 2050. Het initiatief past dus binnen de Omgevingsvisie voor Noord-Brabant.

3.2.2. Interim Omgevingsverordening Noord-Brabant

De Interim omgevingsverordening (Iov) betreft een samenvoeging van verschillende regelingen op provinciaal niveau met betrekking tot de fysieke leefomgeving. Dit betekent dat de regels betrekking hebben op milieu, natuur, ruimtelijke ordening, water, bodem en wegen. De Iov is daarbij een eerste stap op weg naar een definitieve omgevingsverordening, die op grond van de op handen zijnde Omgevingswet moet worden vastgesteld en die verplicht is voor provincies. De laatste versie van de Iov is vastgesteld en in werking getreden. De Iov is opgesteld vanuit een doelgroepenbenadering. Dit is ook het systeem dat de Omgevingswet, en de daaronder liggende wetgeving, hanteert. Dit betekent dat de regels in de Iov zijn gegroepeerd in hoofdstukken waarbij de doelgroep van de regel, de zogenaamde normadressaat, leidend is. Regels waar gemeenten bij vaststelling van een bestemmingsplan rekening mee moeten houden zijn opgenomen in hoofdstuk 3. Deze regels zijn in de vorm van instructieregels opgenomen waarbij de verschillende niveau’s zijn opgedeeld in meerdere afdelingen. Voor elke ruimtelijke ontwikkeling geldt dat toepassing moet worden gegeven aan de basisprincipes voor een evenwichtige toedeling van functies zoals deze zijn opgenomen in paragraaf 3.1.2. Voor het overige dient getoetst te worden aan de regels die van toepassing zijn op het werkingsgebied waarin het plangebied ligt.

In dit geval ligt het plangebied in de werkingsgebieden ‘Behoud en herstel van watersystemen’, ‘Natuur Netwerk Brabant’, ‘Groenblauwe mantel’, ‘Landelijk gebied’ en ‘Stalderingsgebied’, zie afbeelding 5.

Afbeelding 5: Uitsnede Iov, plangebied rood omcirkeld

Pagina 13 van 67

In de beoogde situatie vindt er geen ontwikkelingen plaats in ‘Behoud en herstel van watersystemen’ en ‘Natuur Netwerk Brabant’. Er wordt daarom niet uitgebreid getoetst aan deze artikelen. In paragraaf 4.3.1. wordt nader in gegaan op het Natuur Netwerk Brabant. De voorwaarden behorende bij deze aanduidingen zijn opgenomen in de volgende artikelen ▪ 3.15 Natuur Netwerk Brabant ▪ 3.25 Natuur Netwerk Brabant – ecologische verbindingszone ▪ 3.32 landschappelijke waarden in de groenblauwe mantel ▪ 3.52 aanvullende regels stalderen ▪ 3.73 vestiging niet-agrarische functie in Landelijk gebied ▪ 3.79 ruimte-voor-ruimte kavel Hierna wordt achtereenvolgens aan de relevante artikelen van de Iov getoetst. Basisprincipes voor een evenwichtige toedeling van functies (paragraaf 3.1.2) Onder een evenwichtige toedeling van functies wordt verstaan dat invulling wordt gegeven aan een goede omgevingskwaliteit met een veilige, gezonde leefomgeving. Hiervoor moet rekening worden gehouden met: ▪ zorgvuldig ruimtegebruik; ▪ de waarden in een gebied door toepassing van de lagenbenadering; ▪ meerwaardecreatie. Deze aspecten zijn in de Iov nader uitgewerkt in de artikel 3.6 t/m 3.8. Daarnaast geldt voor ontwikkelingen in het landelijk gebied ook dat er sprake moet zijn van kwaliteitsverbetering (zie artikel 3.9). Voor beide locaties zijn artikel 3.32 en 3.52 van toepassing.

Deze artikelen worden hieronder nader toegelicht. Daarna wordt per locatie aan de relevante artikelen getoetst welke van toepassing zijn op de beoogde ontwikkeling. Zorgvuldig ruimtegebruik (artikel. 3.6) Conform artikel 3.6 houdt zorgvuldig ruimtegebruik in dat in beginsel gebruik wordt gemaakt van een bestaand ruimtebeslag. Een bestaand ruimtebeslag ligt binnen het werkingsgebied ‘Stedelijk gebied’ of een bestaand bouwperceel. Wanneer er sprake is van een stedelijke ontwikkeling dient toepassing te worden gegeven aan artikel 3.1.6, tweede lid, van het Besluit ruimtelijke ordening (ladder voor duurzame verstedelijking). Alle gebouwen, bijbehorende bouwwerken en ander permanente voorzieningen dienen te worden geconcentreerd binnen een bouwperceel. Bij de herontwikkeling van de Groenstraat 27A en 36 te Esbeek wordt gebruik gemaakt van het bestaand bouwperceel. In de beoogde situatie worden de bouwvlakken ontkoppeld. Het bouwvlak van de Groenstraat 36 wordt verkleind van 7.769 m2 naar 3.812 m2. De bestaande bedrijfswoning met bijgebouw blijft behouden en de overtollige bedrijfsbebouwing wordt gesloopt. Er wordt een nieuwe loods van 500 m2 ten behoeve van het niet-agrarisch bedrijf gerealiseerd. In de beoogde situatie zijn de gebouwen binnen het bouwperceel gerealiseerd.

Op de Groenstraat 27A wordt de bestaande stal gesloopt en wordt er een ruimte-voor-ruimte woning met bijgebouw en bouwvlak (1.720 m2) gerealiseerd door de aankoop van een ruimte-voor-ruimte titel bij de ontwikkelingsmaatschappij. De totale oppervlakte aan bouwvlak neemt af van 14.663 m2 naar 5.532 m2. Er wordt derhalve voldaan aan artikel 3.6 van de Iov. Toepassing van de lagenbenadering (artikel 3.7) De toepassing van de lagenbenadering omvat het effect van de ontwikkeling op verschillende lagen. Hierbij dient onderzocht te worden wat de effecten zijn op: ▪ de ondergrond ▪ de netwerklaag ▪ de bovenste laag Met het effect op de ondergrond worden o.a. de aspecten bodem, grondwater en archeologische waarden bedoeld. De netwerklaag omvat aspecten zoals infrastructuur, natuurnetwerk,

Pagina 14 van 67

energienetwerk, waterwegen waaronder een goede, multimodale afwikkeling van het personen- en goederenvervoer. In de beschouwing van de bovenste laag dienen aspecten zoals cultuurhistorische en landschappelijke waarden, de omvang van de functie en de bebouwing, de effecten op bestaande en toekomstige functies, de effecten op volksgezondheid, veiligheid en milieu aan bod te komen. Hierbij dient te worden gekeken naar het verleden, heden en toekomst. De beoogde ontwikkeling mag geen negatieve effecten hebben op de waarden in de omgeving en dient ook in de toekomst geen beperkingen op te leveren voor de omgeving. De toetsing van de gevolgen van het initiatief op bovengenoemde aspecten is uitgebreid uiteengezet in hoofdstuk 4 van deze toelichting. Meerwaardecreatie (artikel 3.8) Het aspect meerwaardecreatie omvat een evenwichtige benadering van de economische, ecologische en sociale aspecten die in een gebied en bij een ontwikkeling zijn betrokken. Het biedt de mogelijkheid om opgaven en ontwikkelingen te combineren, waardoor er meerwaarde ontstaat. Daarnaast ontstaat een bijdrage aan andere opgaven en belangen dan die rechtstreeks met de ontwikkeling gemoeid zijn. In dit bestemmingsplan wordt meerwaarde gecreëerd door de beoogde ontwikkeling aan de Groenstraat 36 te Esbeek te combineren met een goede landschappelijke inpassing.

Daarnaast is er binnen de bestemming ‘Agrarisch’ een agrarisch bedrijf toegestaan welke hogere emissies mogelijk maakt dan de beoogde bestemmingen ‘Bedrijf’ en ‘Wonen’. Kwaliteitsverbetering (artikel 3.9) Een bestemmingsplan in landelijk gebied moet gepaard gaan met een fysieke verbetering van het landschap. Daarnaast moet worden aangetoond hoe deze fysieke verbetering financieel, juridisch en feitelijk wordt verzekerd. Een verbetering kan o.a. bestaan uit een landschappelijke inpassing, behoud of herstel van cultuurhistorisch waardevolle bebouwing of terreinen, het slopen van bebouwing of aanleggen van extensieve recreatieve mogelijkheden. Deze vormen van kwaliteitsverbetering moeten worden geborgd in het bestemmingsplan. Over de exacte invulling van de kwaliteitsverbetering zijn in het regionaal ruimtelijk overleg tussen gemeenten en provincie afspraken gemaakt. Binnen de gemeente Hilvarenbeek is het afsprakenkader Regio Hart van Brabant van toepassing. De beoogde ontwikkeling betreft een categorie 3 ontwikkeling. Daar deze beide ontwikkelingen worden mogelijk gemaakt middels dit bestemmingsplan, wordt de gehele ontwikkeling in het kader van een categorie 3 ontwikkeling bezien. Voor de beoogde ontwikkeling moet een financiële berekening worden gemaakt om de waardevermeerdering van de gronden te bepalen.

20% Van het verschil tussen de bestaande bestemmingswaardes en de beoogde bestemmingswaardes dient te worden geïnvesteerd in het landschap. Op basis van de huidige situatie, de beoogde situatie en het landschappelijke inpassingsplan is een economische berekening betreffende de waardevermeerdering en kwaliteitsinvestering opgesteld. Deze berekening is opgenomen in de bijlage van deze toelichting en in tabel 1. Uit deze berekening blijkt dat door het landschappelijk inpassen van het bedrijf sprake is van een extra kwaliteitswinst bovenop de kwalitatieve investering die de provincie redelijk acht. De aanleg en instandhouding van deze landschappelijke inpassing wordt feitelijk en juridisch verzekerd door middel van de opname van functieaanduiding ‘specifieke vorm van groen – landschappelijke inpassing’ ter plaatse van de landschappelijke inpassing, een voorwaardelijke verplichting in de regels van het bestemmingsplan. De beoogde ontwikkeling is daarom in overeenstemming met artikel 3.9 van de Iov.

Pagina 15 van 67

Tabel 1: Kwaliteitsverbetering berekening beoogde ontwikkeling

Landschappelijke waarden in groenblauwe mantel (artikel 3.32) In artikel 3.32 van de Iov zijn voorwaarden opgenomen voor landschappelijke waarden in de groenblauwe mantel. Zie onderstaande toetsing aan deze voorwaarden:

Artikel 3.32 landschappelijke waarden in de groenblauwe mantel Lid 1. Een bestemmingsplan van toepassing op de Groenblauwe mantel: a. strekt tot behoud, herstel of duurzame ontwikkeling van het watersysteem en de daarmee samenhangende ecologische waarden en kenmerken en landschappelijke waarden en kenmerken;

De beoogde ontwikkeling wordt gecombineerd met een goede landschappelijke inpassing. Door het combineren van het initiatief met een goede landschappelijke inpassing zullen geen negatieve effecten ontstaan op de ontwikkeling van de natuurwaarden in de groenblauwe mantel. Uit paragraaf 4.2.3 van

Pagina 16 van 67

deze toelichting blijkt dat het watersysteem met de beoogde ontwikkeling niet wordt aangetast. Er zijn in de planregels tevens regels opgenomen waarmee wordt geborgd dat er geen ontwikkelingen plaats zullen vinden die een negatieve invloed kunnen hebben op het watersysteem.

b. stelt regels ter bescherming van de ecologische, landschappelijke en hydrologische waarden en kenmerken van het gebied;

In de regels wordt geborgd dat de ecologische, landschappelijke en hydrologische waarden in de groenblauwe mantel niet zullen worden aangetast.

c. borgt dat een ontwikkeling gepaard gaat met een positieve bijdrage aan de bescherming en ontwikkeling van de ecologische waarden en kenmerken en landschappelijke waarden en kenmerken.

Zoals reeds benoemd zijn ter plaatse van deze aanduiding regels opgenomen die borgen dat de landschappelijke waarden niet zullen worden aangetast. Door de beoogde ontwikkeling te combineren met een goede landschappelijke inpassing zal de ontwikkeling zelfs een positieve bijdrage leveren aan de bescherming en ontwikkeling van de ecologische en landschappelijke waarden en kenmerken.

Lid 2. De toelichting bij een bestemmingsplan als bedoeld in het eerste lid bevat een beschrijving van de aanwezige ecologische waarden en kenmerken en landschappelijke waarden en kenmerken. In het landschappelijk inpassingsplan zijn de ecologische & landschappelijke waarden en kenmerken omschreven. Dit landschappelijk inpassingsplan is opgenomen in de bijlage van deze toelichting.

Aanvullende regels stalderen (artikel 3.52) Verder bevat artikel 3.52 aanvullende regels ten aanzien van het stalderingsgebied. Deze regels hebben betrekking op een toename in de oppervlakte dierenverblijven voor hokdieren. Met het initiatief wordt de veehouderij ter plaatse gesaneerd. De regels met betrekking tot het stalderingsgebied zijn derhalve niet van toepassing. Groenstraat 27A Onderstaand worden de artikelen uit de Interim omgevingsverordening Noord-Brabant benoemt welke van toepassing zijn voor de beoogde ontwikkeling aan de Groenstraat 27A te Esbeek. Ruimte-voor-ruimte (artikel 3.79) In artikel 3.79 van de Iov zijn de voorwaarden opgenomen voor realisatie van ruimte-voor-ruimte kavels in het landelijk gebied. Dit is toegestaan indien:

Lid 1 Een bestemmingsplan kan voorzien in een of meerdere ruimte-voor-ruimtekavels in Stedelijk gebied of Landelijk gebied als deze ontwikkeling: a. door of vanwege de Ontwikkelingsmaatschappij ruimte voor ruimte plaatsvindt, gelet op de in het verleden behaalde aanzienlijke winst van omgevingskwaliteit ;

Een aanzienlijke winst voor de omgevingskwaliteit kan worden bewerkstelligd door de sanering van veehouderijen en kassen of door de aankoop van een titel bij de Ontwikkelingsmaatschappij ruimtevoor-ruimte. In dit geval zal een aanzienlijke winst voor de omgevingskwaliteit worden bewerkstelligd door de koop van een ruimte-voor-ruimte titel bij de Ontwikkelingsmaatschappij ruimte-voor-ruimte. De ruimte-voor-ruimte titel is toegevoegd in de bijlag 15 van deze toelichting.

b. op een aanvaardbare locatie plaatsvindt als bedoeld in Artikel 3.78 Maatwerk met als doel omgevingskwaliteit , derde Lid ; en

Zie onderstaande toetsing aan artikel 3.78.

c. past binnen de ontwikkelingsrichting van het gebied, bedoeld in Artikel 3.77.

Uit de toetsing aan de structuurvisie van de gemeente Hilvarenbeek, de strategie vitalisering buitengebied en de visie Ruimte-voor-Ruimte in paragraaf 3.3.1, 3.3.2 en 3.3.3 van deze toelichting en de onderstaande toelichting, blijkt dat de beoogde ontwikkeling past binnen de ontwikkelingsrichting van het gebied. Ontwikkelingsrichting (artikel 3.77)

Lid 1

Pagina 17 van 67

Voor de toepassing van de maatwerkbepalingen in deze afdeling geldt dat het bestemmingsplan een onderbouwing bevat dat de ontwikkeling past binnen de ontwikkelingsrichting van het gebied. Een ontwikkelingsrichting wordt opgesteld met toepassing van de basisprincipes, bedoeld in Paragraaf 3.1.2 , en gaat in ieder geval in op de volgende aspecten: a. welke activiteiten en functies vanuit een gebiedsgerichte benadering passen in de omgeving;

In de omgeving van het plangebied zijn agrarische-, bedrijfs- , horeca- en woonbestemmingen gelegen, het beoogde initiatief betreft het loskoppelen van een gekoppeld agrarisch bouwvlak en de Groenstraat 27A te herbestemmen naar een woonbestemming door de aankoop van een ruimte-voor-ruimte titel. In de Groenstraat te Esbeek hebben de laatste jaren ontwikkelingen plaatsgevonden van agrarische bedrijvigheid naar onder ander wonen. De beoogde ontwikkeling aan de Groenstraat 27A voor het herbestemmen naar een woonbestemming past bij de ontwikkelingsrichting van het gebied. De beoogde ontwikkeling gaat gepaard met een zorgvuldige landschappelijke inpassing wat zal passen bij de natuur in de omgeving. Uit de toetsing aan de structuurvisie van de gemeente Hilvarenbeek, de strategie vitalisering buitengebied en de visie Ruimte-voor-Ruimte in paragraaf 3.3.1, 3.3.2 en 3.3.3 van deze toelichting blijkt dat de beoogde ontwikkeling past binnen de ontwikkelingsrichting van het gebied.

b. welke effecten de ontwikkeling van die activiteiten en functies heeft op andere aspecten, waaronder een veilige en gezonde leefomgeving , de te beschermen waarden, bedoeld in Afdeling 3.2 Basis op orde , mobiliteit, agrarische ontwikkeling, stedelijke ontwikkeling, leefbaarheid en leegstand elders;

De toetsing van de gevolgen van het initiatief op de genoemde aspecten is uitgebreid uiteengezet in hoofdstuk 4 van deze ruimtelijke onderbouwing. Wat betreft de beoogde ontwikkeling en leegstand is in de onderbouwing van artikel 3.6, 3.7 en 3.8 van de Iov in deze toelichting aangegeven dat de beoogde ontwikkeling geen belemmering vormt voor beide aspecten.

c. op welke wijze de omgevingskwaliteit in het gebied versterkt kan worden, mede gericht op de toepassing van Artikel 3.9 Kwaliteitsverbetering landschap ; en

Nieuwe groenstructuren in het landschap zorgen voor een versterking van de omgevingskwaliteit van het gebied. Het initiatief zal begeleid worden met de aanleg van landschappelijke inpassing. De landschapselementen zorgen voor meer biodiversiteit, schuil- en broedmogelijkheden. Hierdoor zal de ontwikkeling gepaard gaan met een positieve bijdrage aan de bescherming en ontwikkeling van de ecologische waarden en kenmerken en van de landschappelijke waarden en kenmerken.

d. op welke wijze de sloop van overtollige bebouwing wordt gerealiseerd.

In de regels van het bestemmingsplan is een voorwaardelijke verplichting tot sloop opgenomen. Maatwerk met als doel omgevingskwaliteit (artikel 3.78)

Lid 1 Een bestemmingsplan kan voor een concreet initiatief nieuwvestiging mogelijk maken als: a. de ontwikkeling volledig tot doel heeft een versterking te geven van de omgevingskwaliteit en voor dat doel de middelen genereert; Door de aankoop van een ruimte-voor-ruime titel is er in de beoogde situatie sprake van dat de omgevingskwaliteit elders wordt verbeterd. Ook nemen de emissies op het plangebied af aangezien de agrarische bestemming in de beoogde situatie wordt waardoor het woon- en leefmilieu wordt verbeterd. Ook wordt de beoogde woning landschappelijk ingepast. De beoogde ontwikkeling zal derhalve op verschillende wijzen bijdragen aan een verbetering van de omgevingskwaliteit.

b. de realisering van de onder a bedoelde versterking van omgevingskwaliteit niet op een andere wijze is verzekerd;

De realisering van de onder a bedoelde versterking van de omgevingskwaliteit zal niet op een andere wijze worden verzekerd.

c. de ontwikkeling door meerwaardecreatie aanzienlijk bijdraagt aan algemene belangen zoals sloop van overtollige bebouwing, de aanleg van natuur en bos, de verbetering van het woonen leefklimaat, het terugdringen van de emissie van milieuhinderlijke stoffen of het behoud van cultuurhistorische waarden;

Zie de onderbouwing onder lid a. Door het realiseren van één woning wordt voorzien in het tekort aan woningen binnen Esbeek. Door de woonvoorraad te vergroten hoeven de inwoners van Esbeek niet naar elders uit te wijken.

Pagina 18 van 67

d. de ontwikkeling en de versterking van omgevingskwaliteit passen binnen de gewenste ontwikkelingsrichting van het gebied, bedoeld in Artikel 3.77 ;

Zie toetsing aan artikel 3.77.

e. is onderbouwd dat de activiteit volhoudbaar is naar de toekomst, bezien vanuit duurzaamheid en economisch oogpunt;

Voor de nieuw te bouwen woningen geldt sinds 1 juli 2018 een aardgasverbod. Dit betekent dat de woning niet op het aardgas mag worden aangesloten. De woning zal derhalve worden voorzien van een toekomstbestendige energievoorziening.

f.

de ontwikkeling past binnen de uitgangspunten, belangen en doelen die deze verordening beoogt te beschermen; en

Zoals eerder beschreven past de ontwikkeling binnen de uitgangspunten, belangen en doelen die de verordening beoogt te beschermen.

g. bij de uitwerking van het plan deskundigen worden betrokken op het gebied van omgevingskwaliteit , onder wie een deskundige die bij de provincie Noord-Brabant werkzaam is.

Bij de uitwerking van het plan worden deskundigen betrokken op het gebied van omgevingskwaliteit, onder wie een deskundige die bij de provincie Noord-Brabant werkzaam is.

Lid 2 De bijdrage aan het versterken van omgevingskwaliteit betreft maatwerk waarbij in ieder geval de volgende aspecten in acht worden genomen en juridisch vastgelegd: a. als de activiteit de realisatie van een woning betreft: 1. wordt de woning opgericht op een aanvaardbare locatie in Landelijk gebied; 2. is de fysieke tegenprestatie, die is gericht op het versterken van omgevingskwaliteit , qua omvang gelijk aan de tegenprestatie voor een ruimte-voor-ruimtekavel; en 3. is in overleg met de Ontwikkelingsmaatschappij ruimte voor ruimte onderzocht of de ontwikkeling van een ruimte-voor-ruimtekavel tot de mogelijkheden behoort; Op de verbeelding van het vigerende bestemmingsplan is de gebiedsaanduiding ‘bebouwingsconcentratie’ gelegen op het plangebied. Het plangebied ligt in een planologisch aanvaardbare locatie in een bebouwingsconcentratie. Bovendien zal door de aankoop van een ruimtevoor-ruime titel sprake zijn van een afname van emissies elders en is er een afname in emissies op het plangebied aangezien de agrarische bestemming wordt herbestemd, waardoor het woon- en leefmilieu wordt verbeterd. De beoogde ontwikkeling zal derhalve op verschillende wijzen bijdragen aan een verbetering van de omgevingskwaliteit.

b. als de ontwikkeling mede tot doel heeft een milieubelastende activiteit te saneren, moeten alle daarvoor aanwezige rechten en toestemmingen, waaronder de verleende vergunningen, zijn ingetrokken;

In de beoogde situatie worden de aanwezige rechten en toestemmingen, waaronder de verleende vergunningen ingetrokken.

Lid 3 Er is sprake van een aanvaardbare locatie voor de ontwikkeling van een woning als: a. de locatie in een bebouwingsconcentratie ligt;

Op de verbeelding van het vigerende bestemmingsplan is de gebiedsaanduiding ‘bebouwingsconcentratie’ gelegen op het plangebied. Het plangebied ligt in een planologisch aanvaardbare locatie in een bebouwingsconcentratie. Uit jurisprudentie van de Raad van State (17 januari 2018, ECLI:NL:RVS:2018:117, r.o. 5.4) blijkt dat het ook moet gaan om een feitelijke aanwezige bebouwingsconcentratie. Hetgeen in gemeentelijk beleid is bepaald over bebouwingsconcentraties is zodoende niet volledig bepalend. In de Interim omgevingsverordening Noord-Brabant is bepaald dat een bebouwingsconcentratie kan voorkomen in drie vormen: kernrandzone, bebouwingscluster en bebouwingslint. Onder bebouwingcluster wordt het volgende verstaan: vlakvormige verzameling van bebouwing, geheel of gedeeltelijk, in Landelijk gebied. Ten noorden, ten oosten, ten zuiden en ten westen van het plangebied zijn verschillende bouwpercelen gelegen van woonbestemmingen en agrarische bedrijfsbestemmingen, zie afbeelding 5. Hierdoor is er sprake van een vlakvormige verzameling van bebouwing en daarmee van een bebouwingsconcentratie. De ligging van het

Pagina 19 van 67

plangebied in een bebouwingsconcentratie maakt het een planologisch aanvaardbare locatie voor de ruimte-voor-ruimte woning.

Afbeelding 5: Omliggende bouwpercelen in bebouwingscluster, plangebied ruimte-voor-ruimte rood omcirkeld

b. of de ontwikkeling een bebouwingsconcentratie.

logische

afronding

geeft

van

Stedelijk

gebied

of

een

Zie bovenstaande toetsing.

Conclusie Gelet op bovenstaande voldoet de beoogde ontwikkeling aan de Groenstraat 27A aan de voorwaarden die zijn opgenomen in de Interim omgevingsverordening Noord-Brabant. Groenstraat 36 Onderstaand worden de artikelen uit de Interim omgevingsverordening Noord-Brabant benoemt welke van toepassing zijn voor de beoogde ontwikkeling aan de Groenstraat 36 te Esbeek. Natuur Netwerk Brabant (artikel 3.15)

Lid 1. Een bestemmingsplan van toepassing op Natuur Netwerk Brabant: a. strekt tot het behoud, herstel of de duurzame ontwikkeling van de ecologische waarden en kenmerken;

Op de locatie aan de Groenstraat 36 te Esbeek is de aanduiding ‘Natuur Netwerk Brabant’ opgenomen ten behoeve van de ecologische verbindingszone langs de Hoogeindse Beek. Met dit bestemmingsplan wordt voorzien in een verwezenlijking van een ecologische verbindingszone langs de Hoogeindse Beek aan de Groenstraat 36 te Esbeek. Het gebied waar natuur wordt gerealiseerd ligt in het beekdal van de Hoogeindse Beek. Door de beoogde bedrijfsbestemming te combineren met de aanleg van een natuurstrook, zal de beoogde ontwikkeling een positief effect hebben op het Natuur Netwerk Brabant. Bij de ontwikkeling van de ecologische waarden en kenmerken is rekening gehouden bij de ambities van de natuur en het landschap, zoals beschreven in het ‘Projectplan Waterwet – Hoogeindse Beek’ d.d. 26 november 2020. De opgave voor de Hoogeindse Beek is om de verdroging van het beekdal tegen te gaan en de juiste hydrologische randvoorwaarden te creëren voor de natte natuurdoelen. Het streven is om het oude karakter van de beek terug te brengen door de oorspronkelijke beek te herstellen. Deze opgave is tevens in het Beheerplan van het Natura 2000-gebied ‘Kempenland - West’ opgenomen. De beek is een ecologische verbindingszone en dient als zone voor beekherstel. Het

Pagina 20 van 67

landschappelijk inpassingsplan is afgestemd met het Waterschap, zodat het inpassingsplan met zekerheid past binnen de hydrologische randvoorwaarden. De Groenstraat 36 is gelegen tegen het beekdal van de Hoogeindsebeek. Deze vindt zijn oorsprong net over de grens van België en maakt onderdeel uit van het landgoed De Utrecht. De beek vormt de scheiding tussen landbouw en natuur. De beek is verdroogd en dient op verschillende plekken opnieuw ingericht te worden om natte natuurdoelen te behalen. De noordelijke zijde van het perceel is gelegen tegen de Hoogeindsebeek. In overleg met het waterschap de Dommel is de landschappelijke inpassing opgesteld. Het waterschap gaf aan dat het belangrijk is dat de beek bereikbaar blijft. Hiervoor heeft het waterschap een beschermingszone langs de Hoogeindsche beek aangewezen, die is 1 meter breed. Binnen de 1 meter tot de beek zijn “obstakels”, zoals bomen of struiken niet toegestaan. Buiten de 1 meter beschermingszone is beplanting en retentie poel toegestaan. Buiten de 1 meter beschermingszone van de beek wordt grasland, kruiderijk grasland, overbeplanting en een retentiepoel gerealiseerd (zie afbeelding 4). De bestaande landschappelijke elementen bestaan voornamelijk uit kleine stukken bos, welke goed aansluiten op de beek en oever. Om een volwaardige natte natuur zone te realiseren dient deze minimaal 10 meter breed te zijn.

Binnen de landschappelijke inpassing is hier rekening mee gehouden.

b.

bevat regels gericht op de bescherming van de ecologische waarden en kenmerken en houdt daarbij ook rekening met andere aanwezige waarden en kenmerken, zoals rust, stilte, cultuurhistorische waarden en kenmerken;

Er zijn specifieke gebruiksregels opgenomen om de bescherming en de aanleg van ecologische kenmerken te borgen conform het landschappelijk inpassingsplan. Het inpassingplan is afgestemd op de aanwezige waarden en kenmerken. c. staat, zolang het Natuur Netwerk Brabant niet is gerealiseerd, bestaande bebouwing en bestaande

planologische gebruiksactiviteiten toe.

Tegelijkertijd met de realisatie van het Natuur Netwerk Brabant zullen overtollige (agrarische) gebouwen gesloopt worden, zal een nieuwe loods bij de bestaande bedrijfswoning met bestaand bijgebouw gerealiseerd worden. Tegelijkertijd wordt het bouwvlak verkleind.

Lid 2. Als ecologische waarden en kenmerken gelden de natuurbeheertypen zoals vastgelegd op de beheertypenkaart en de ambitiekaart van het natuurbeheerplan.

Zoals reeds benoemd is bij de ontwikkeling van de ecologische waarden en kenmerken rekening gehouden bij de ambities van de natuur en het landschap, zoals beschreven in het ‘Projectplan Waterwet – Hoogeindse Beek’ d.d. 26 november 2020 en in het natuurbeheerplan van ‘Kempenland – West’. De opgave voor de Hoogeindse Beek is om de verdroging van het beekdal tegen te gaan en de juiste hydrologische randvoorwaarden te creëren voor de natte natuurdoelen.

Lid 3 Als de inrichting en beheer van het Natuur Netwerk Brabant binnen een gebied is verzekerd, stelt de gemeente binnen negen maanden een bestemmingsplan vast overeenkomstig het eerste lid. De inrichting en het beheer van het Natuur Netwerk Brabant is verzekerd middels de opname van de enkelbestemming ‘Natuur’ op de verbeelding en door het opnemen van een voorwaardelijke gebruiksverplichting in de regels van het bestemmingsplan. Natuur Netwerk Brabant – ecologische verbindingszone (artikel 3.25)

Lid 1. Een bestemmingsplan van toepassing op Natuur Netwerk Brabant - ecologische verbindingszone strekt tot verwezenlijking, het behoud en het beheer van een ecologische verbindingszone met een breedte van: a. ten minste 50 meter in Stedelijk Gebied en in Verstedelijking Afweegbaar; b. ten minste 25 meter in alle overige gebieden. De bestemming ‘Natuur’, welke op de gronden van eigenaar wordt gerealiseerd, heeft een breedte van circa 22 à 23 meter. De bestemming ‘water’, welke aan het plangebied is gelegen heeft een breedte van 6 meter. In totaal heeft het Natuur Netwerk Brabant – ecologische verbindingszone aan één zijde van de beek dus een breedte van minimaal 25 meter. Aan de andere zijde van de beek (deze gronden zijn niet in eigendom) is bovendien nog de gebiedsaanduiding ‘overige zone – ecologische verbindingszone’ opgenomen.

Pagina 21 van 67

Lid 2. Een bestemmingsplan als bedoeld in het eerste lid stelt regels, om te voorkomen dat het gebied minder geschikt wordt voor de verwezenlijking, het behoud en het beheer van een ecologische verbindingszone, die in ieder geval: a. het oprichten van bebouwing beperken; b. het aanbrengen van oppervlakteverhardingen of verharde oppervlakten beperken. Binnen de bestemming ‘Natuur’ zijn geen gebouwen of oppervlakteverhardingen toegestaan. Het gebied wordt dus niet minder geschikt voor de verwezenlijking, het behoud en het beheer van de ecologische verbindingszone.

Lid 3. Na realisatie van de ecologische verbindingszone is Artikel 3.15 Bescherming Natuur Netwerk Brabant van overeenkomstige toepassing. Hiervoor is al aan artikel 3.15 getoetst, waaruit blijkt dat aan dit artikel voldaan wordt en dat het Natuur Netwerk Brabant beschermd wordt.

Vestiging niet-agrarische functie in landelijk gebied (artikel 3.73) In artikel 3.73, eerste lid, van de Iov is vastgelegd dat op een bestaand bouwperceel binnen het landelijk gebied kan worden voorzien in de vestiging van een niet-agrarische functie als dit past binnen de ontwikkelingsrichting van het gebied. Daarbij dienen de volgende aspecten te worden betrokken:

1. een gebiedsgerichte benadering welke activiteiten en functies passen in de omgeving;

De beoogde ontwikkeling van het landelijke gebied betreft een gemengde plattelandseconomie met in hoofdzaak een agrarische economie met daarbij passende bestemmingen en de ontwikkeling van groenblauwe functies. Er is naast land- en tuinbouw in een gemengde plattelandseconomie ruimte voor de ontwikkeling van niet-agrarische functies, zoals toerisme, recreatie, kleinschalige bedrijvigheid, zorgfuncties et cetera. Dit kan door verbreding van agrarische activiteiten maar ook als zelfstandige functie, met name op vrijkomende locaties. Met de beoogde ontwikkeling worden de bouwvlakken aan de Groenstraat 27A en 36 ontkoppeld. Aan de Groenstraat 27A wordt de bestaande stal gesloopt en wordt er een ruimtevoor-ruimte woning met bijgebouw gerealiseerd door de aankoop van een ruimte-voor-ruimte titel bij de ontwikkelingsmaatschappij. De Groenstraat 36 te Esbeek wordt herbestemd van ‘Agrarisch’ naar ‘Bedrijf’, de overtollige bedrijfsbebouwing wordt gesloopt en een nieuwe loods van 500 m 2 wordt gerealiseerd ten behoeve van het beoogde niet-agrarische bedrijf. Hierdoor wordt leegstand en verloedering van het buitengebied voorkomen. Daarnaast worden er geen waarden aangetast bij de wijziging van de bestemming, aangezien de ontwikkeling gebruik maakt van een bestaand bouwperceel. Het principe van zorgvuldig ruimtegebruik wordt nagestreefd.

Om de beoogde ontwikkeling passend te maken in de omgeving wordt gebruik gemaakt van kwaliteitsverbetering van het landschap door het plangebied landschappelijk in te passen. Dit is een vereiste gesteld in het afsprakenkader Regio Hart van Brabant.

2. welke effecten de mogelijke ontwikkeling heeft op andere aspecten, waaronder mobiliteit, agrarische ontwikkeling, leefbaarheid en leegstand elders;

De toetsing van de gevolgen van het initiatief op de genoemde aspecten is uitgebreid uiteengezet in hoofdstuk 4 van deze ruimtelijke onderbouwing. Wat betreft de beoogde ontwikkeling en leegstand is in de onderbouwing van artikel 3.6, 3.7 en 3.8 van de Iov in deze toelichting aangegeven dat de beoogde ontwikkeling geen belemmering vormt voor beide aspecten.

3. hoe een ontwikkeling bijdraagt aan het versterken van de omgevingskwaliteit waaronder een bijdrage aan de sloop van overtollig en leegstaand vastgoed in het landelijk gebied.

In de toetsing aan artikel 3.6 tot en met 3.9 van de Iov is reeds aangetoond dat de beoogde ontwikkeling bijdraagt aan het versterken van de omgevingskwaliteit door: Gebruik van de voormalige bestaande bedrijfswoning aan de Groenstraat 36 te Esbeek, de overige bestaande verouderde bedrijfsbebouwing wordt gesloopt en een nieuwe loods van 500 m2 wordt gerealiseerd. Het is immers onwenselijk dat oude bebouwing aanwezig blijft wat verloedering van het buitengebied creëert. Daarnaast wordt de locatie Groenstraat 36 ingepast

Pagina 22 van 67

met een zorgvuldige landschappelijke inpassing. Door het loskoppelen van de bouwvlakken en het herbestemmen van de Groenstraat 27a en 36 te Esbeek, krijgen beide locaties weer een doelmatig gebruik en verbeterd te omgevingskwaliteit. Tevens zijn er in de beoogde situatie geen emissies meer van een agrarisch bedrijf, aangezien deze niet meer mogelijk is in de beoogde situatie. Verder moet worden aangetoond dat:

b. er geen splitsing van het bouwperceel plaatsvindt;

Binnen het plangebied is momenteel sprake van een gekoppeld bouwvlak (Groenstraat 27A en 36 te Esbeek) in eigendom van twee eigenaren. De eigenaar van de Groenstraat 36 is zelf woonachtig aan de Groenstraat 36 en wenst hier een niet-agrarisch bedrijf te vestigen door de locatie te herbestemmen van ‘Agrarisch’ naar ‘Bedrijf’. Verder is de eigenaar van de Groenstraat 27A voornemens om de locatie te herbestemmen van ‘Agrarisch’ naar ‘Wonen’ en naar de aankoop van een ruimte-voor-ruimte titel hier een ruimte-voor-ruimte woning met bijgebouw (200 m2) te realiseren. De ligging van het plangebied in een bebouwingsconcentratie, maakt het namelijk mogelijk om de beoogde woonkavel te realiseren in het kader van de regeling ruimte-voor-ruimte. Doordat er in de beoogde situatie een ruimte-voor-ruimte titel wordt aangekocht, is er door dit bestemmingsplan geen sprake van de splitsing van een bouwperceel wat een nieuw extra bouwperceel mogelijk maakt. Verder is er ook geen sprake van het mogelijk maken van twee zelfstandige niet-agrarische bedrijfsfuncties, wat deze voorwaarde probeert de voorkomen. Derhalve wordt voldaan aan deze voorwaarde.

c. overtollige bebouwing wordt gesloopt;

Zoals reeds uiteen is gezet wordt ten behoeve van de beoogde ontwikkeling aan de Groenstraat 36 te Esbeek de overtollige bebouwing gesloopt. De bestaande bedrijfswoning met bijgebouw blijft behouden er wordt een nieuwe loods van 500 m 2 gerealiseerd ten behoeve van het beoogde niet-agrarisch bedrijf. De bestaande stal aan de Groenstraat 27A te Esbeek wordt gesloopt en wordt er op deze locatie door de aankoop van een ruimte-voor-ruimte titel een (burger) woning met bijgebouw van maximaal 200 m2 gerealiseerd.

d. de vestiging geen betrekking heeft op een kantoor met baliefunctie, lawaaisport of mestbewerking. Met de beoogde ontwikkeling wordt geen kantoor met baliefunctie, lawaaisport of mestbewerking gerealiseerd.

Conform artikel 3.73, tweede lid, dient een bestemmingsplan dat de vestiging mogelijk maakt te borgen dat de functie, ook op langere termijn, past binnen de ontwikkelingsrichting. Er dienen daartoe regels te worden gesteld:

a. over een bij de omgeving passende omvang en publieksaantrekkende werking;

Als een binnen de omgeving passende omvang geldt op grond van artikel 3.69, derde lid, sub a, voor bedrijvigheid, dat deze kleinschalig is en past binnen een gemengde omgeving waardoor het niet doelmatig is om deze te vestigen op een bedrijventerrein. Onderhavige ontwikkeling aan de Groenstraat 36 betreft de vestiging van een niet-agrarische functie op een voormalige veehouderij locatie. Meer specifiek een niet-agrarisch bedrijf met milieucategorie 1 of 2 met maximaal 500 m 2 (oppervlakte nieuw te realiseren loods) aan bedrijfsgebouwen. De beoogde ontwikkeling dient ter uitvoering van de werkzaamheden van het bedrijf van de eigenaar. De eigenaar verhuurt landbouwmachines en werktuigen dienstverlening. In de beoogde situatie worden de bestaande bedrijfsgebouwen gesloopt en wordt er een nieuwe loods van circa 500 m2 gerealiseerd. De bestaande bedrijfswoning met bijgebouw blijft behouden. De beoogde loods dient in de toekomst als ruimte voor de stalling van de landbouwmachines. De publieksaantrekkende werking van een bedrijfsbestemming met een loods van 500 m2 en één woonbestemming (Groenstraat 27A) zal vele malen lager zijn dan de huidige publieksaantrekkende werking van een veehouderij locatie. De huidige aanwezige veehouderij behoort conform de handreiking ‘Bedrijven en milieuzonering’ tot een milieucategorie 3.2 bedrijf.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij iBabs is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/14327719/1