10 Omgevingsvisie Hilvarenbeek (3 bijlage 1 nota van beantwoording zienswijzen incl aanvulling) - geanonimiseerd
Tekst van het document
Voor kennisgeving aangenomen. Het onderstreept van het in de Omgevingsvisie opgenomen belang van gezondheid en het gebiedsgerichte werken.
Nee
35.3
Ten aanzien van het aspect cultuurhistorie onderscheidt Hilvarenbeek zich dankzij haar waarden die aanwezig zijn, volgens betrokkene. Het verhaal van het verleden en de fysieke overblijfselen hiervan, vormen de identiteit van een gebied. Benadrukt wordt dat het noodzakelijk is om cultuurhistorie een meer prominente rol te laten spelen in de Omgevingsvisie en richtinggevende beleidskeuzes te maken. Tenminste betekent dat om voor de gebieden die op de provinciale cultuurhistorische waardenkaart op te nemen dat binnen deze gebieden maatregelen worden genomen ter behoud, versterking en duurzame ontwikkeling van de cultuurhistorische waarden.
In de Omgevingsvisie is geen erfgoedkaart opgenomen. Op dit moment is de gemeente Hilvarenbeek bezig met het actualiseren van de Cultuurhistorische Waardenkaart. Deze kaart gebruikt als onderlegger de CHW kaart van de Provincie. In het Omgevingsplan zal de Cultuurhistorische Waardenkaart een kaartlaag worden zodat er bij planontwikkelingen rekening gehouden kan worden met de cultuurhistorische waarden en dat deze waar mogelijk ook versterkt kunnen worden.
Ja Kaartaanpassingen: - Landgoederen geven we met een icoon aan op de kaart. - Akkercomplexen geven we met een arcering aan op de kaart. - Het Spruitenstroompje/Roodloop geven we ook aan op de kaart.
Op pagina 18 worden akkercomplexen benoemd. De suggestie van de provincie om de cultuurhistorisch waardevolle gebieden, zoals opgenomen in de CHW kaart van de provincie, hier expliciet te benoemen nemen we over, te weten: Akkercomplex Biest/Westerwijk Akkercomplex Hilvarenbeek Beekdalen Spruitenstroompje/Roodloop
55
Ons kenmerk: 1036588
Landgoed Annanina's Rust * Landgoed Groenendaal * Landgoed Gorp en Roovert * Landgoed De Utrecht (deels) * Landgoed Wellenseind (deels) * Zodat binnen deze gebieden maatregelen genomen kunnen worden ter behoud, versterking en duurzame ontwikkeling van de cultuurhistorische waarden. 35.4
In de visie is aandacht voor het toepassen van het principe water- en bodemsturend. Bodemsturend is volgens betrokkene goed meegenomen voor de ondiepe bodem, maar nog niet voor de diepere bodemlagen. In algemene zin mist in de visie nog een uitwerking van de lagenbenadering en de effecten van de keuzes op de verschillende lagen. Specifiek wordt aandacht gevraagd voor de Aardkundige waarden.
We nemen een bodemkaart op in de Foto van de leefomgeving. Zie ook beantwoording bij 35.3.
Ja Bodemkaart opnemen in 2.6
35.5
Voor het onderdeel klimaatadaptatie wordt geadviseerd om zowel de landelijke maatlat groene, klimaatadaptief gebouwde omgeving op te nemen als ook de watersignaleringskaart van de provincie.
We maken een toevoeging in de Omgevingsvisie, door te verwijzen naar de provinciale watersignaleringskaart.
Ja We voegen een uitsnede van de watersignaleringskaart (Ontwikkelperspectief 2040 provincie Noord-Brabant) in paragraaf 6.4.4. toe.
Er wordt ambitie uitgesproken dat ruimte moet zijn voor verschillende bedrijvigheid in het landelijk gebied. Gevraagd wordt aan te geven op welke wijze invulling gegeven wordt aan deze ambitie. Welk type bedrijvigheid is passend in samenhang met andere functies en voorzieningen en wanneer kan
Hoofdkeuzes zijn gemaakt in de omgevingsvisie. In het omgevingsplan is al geregeld welke soorten (en grootte van) bedrijvigheid zijn toegestaan in het buitengebied. Hierbij wordt rekening gehouden met bestaande bedrijfsactiviteiten. Dit wordt ook benoemd in de ontwikkelingsrichtingen die al opgesteld zijn. Er is ruimte
35.6
In de omgevingsvisie staat dat we streven naar klimaatadaptief bouwen. Klimaatadaptief bouwen is belangrijk en dat moet, maar of/hoe we dit model, de maatlat groene, klimaatadaptief gebouwde omgeving, gebruiken bekijken we bij het uitwerken in omgevingsprogramma's en/of het uitvoeren ervan.
Ja Tekst aanpassen p.74: - Was: "In het buitengebied is beperkt ruimte voor de ontwikkeling van niet agrarische bedrijven mits dit passend is in de omgeving en andere voorzieningen,
56
Ons kenmerk: 1036588
het niet of is de grens qua bedrijvigheid bereikt voor een gebied? Geadviseerd wordt om voor sommige gebieden hiervoor een ontwikkelingsrichting op te stellen. Met name voor de dynamische gebieden en de bebouwingsconcentraties waar veel ontwikkelingen zijn of komen. Hierbij moet ook een link gelegd worden met het herstel van landschapswaarden. Hoe wordt sturing geven aan de behoeftevraag van bedrijven die niet op reguliere bedrijventerreinen terecht kunnen? Grootschalige bedrijvigheid is zowel vanuit het provinciaal beleid als vanuit de omgevingsvisie ongewenst in het landelijk gebied. Geadviseerd wordt om goed te kijken naar de strategie voor de dóórontwikkeling van bedrijventerreinen in relatie hiertoe en dit ook in de regio goed af te stemmen en mogelijk hiervoor samen op te trekken.
voor maatwerk op basis van regeling Vitaal Beeks buiten. Dan moet er altijd ruimtelijke kwaliteit worden toegevoegd. Ten aanzien van bedrijventerreinen, zie ook reactie onder 32.5.
We passen de tekst op pagina 74 aan.
Ten aanzien van de uitspraak op pagina 74: "In het buitengebied is beperkt ruimte voor de ontwikkeling van niet agrarische bedrijven mits dit passend is in de omgeving en andere voorzieningen, functies of bedrijvigheid niet schaadt. Dit wordt ondersteund vanuit de provincie om versnippering in het buitengebied te voorkomen, de milieubelasting niet verder te verhogen en verkeersbewegingen te beperken." PNB herkent zich niet in deze uitspraak over versnippering en verzoekt dit aan te passen. 35.7
Bij de verduurzaming van bedrijventerreinen wordt ingezet op waterbesparende maatregelen en het opvangen van wateroverlast (p.47). Gevraagd wordt of er nog andere doelstellingen zijn.
Er wordt gevraagd of er naast waterbesparing en het opvangen van wateroverlast nog andere doelstellingen zijn bij de verduurzaming van bedrijventerreinen. De verduurzaming van bedrijvigheid is sterk afhankelijk van het
functies of bedrijvigheid niet schaadt. Dit wordt ondersteund vanuit de provincie om versnippering in het buitengebied te voorkomen, de milieubelasting niet verder te verhogen en verkeersbewegingen te beperken." - Wordt: "In het buitengebied is beperkt ruimte voor de ontwikkeling van niet agrarische bedrijven mits dit passend is in de omgeving en andere voorzieningen, functies of bedrijvigheid niet schaadt. Dit om versnippering in het buitengebied te voorkomen, de milieubelasting niet verder te verhogen en verkeersbewegingen te beperken."
Nee
57
Ons kenmerk: 1036588
PNB adviseert om bij verduurzaming van bedrijvigheid om ook aandacht te besteden aan energiebesparing en circulaire economie. Met name om de extra ruimtevraag welke nodig is voor meer circulair ondernemen inzichtelijk te maken.
type bedrijventerrein en de aard van de activiteiten. Daarom is het lastig om hierover in de omgevingsvisie al concrete uitspraken te doen. Verdere uitwerking ligt meer voor de hand in een omgevingsplan of uitvoeringsprogramma. We begrijpen de opmerking om bij verduurzaming van bedrijventerreinen ook aandacht te besteden aan energiebesparing en circulaire economie. Met name de ruimtelijke impact van circulair ondernemen, zoals extra ruimte voor opslag, verwerking of infrastructuur (zoals kabels, transformatorstations en netaansluitingen), verdient daarbij aandacht. Ook regionaal is er samenwerking en afstemming ten aanzien van de ruimtevraag die nodig is om circulair ondernemen mogelijk te maken, via het Afsprakenkader bedrijventerreinen en vervolgonderzoek dat loopt.
35.8
De PNB onderschrijft het streven naar meer natuurinclusieve landbouw en het bieden van mogelijkheden voor verbreding. De PNB is wel benieuwd hoe normeringen en/of voorwaarden die gesteld worden voor ontwikkelingen van agrarische bedrijven worden uitgewerkt en onder welke voorwaarden grootschalige intensieve landbouw mogelijk is.
We beogen nadere uitwerking op dit onderwerp te doen in een omgevingsprogramma. We blijven de provincie daar bij betrekken. Concrete regels kunnen uitgewerkt worden in een omgevingsplan.
35.9
Naast het invulling geven aan de ecologische verbindingszone in het noorden van de gemeente wordt gewezen op de opgave voor een natte EVZ Spruitenstroompje/Hoogeindse Beek. Geadviseerd wordt om deze nog toe te voegen aan de kaart. Binnen het landgoed Gorp en Roovert een strook agrarische grond ligt die als Natura2000 is aangegeven op de omgevingsvisiekaart maar niet deze bescherming kent.
We sluiten aan bij de kaart van de provinciale Omgevingsverordening op zowel de specifieke natte EVZ opgave als Natura2000 bescherming van de strook agrarische grond op de kaart. De natte ecologische verbindingszone Spruitenstroompje/Hoogeindse Beek nemen we in de gewijzigde versie van de kaart op, we nemen dit onderdeel van uw zienswijze over.
Ja Op de Omgevingsvisie kaart (en Deelkaart Natuurlijke leefomgeving) wordt de Natte EVZ opgenomen Spruitenstroompje/ Hoogeindse Beek
De strook agrarische grond binnen het landgoed Gorp en Roovert heeft geen Natura 2000 status. Daarom leidt dit
58
Ons kenmerk: 1036588
35.10
Deze gronden zijn op de provinciale kaart wel aangeduid als nog om te vormen landbouwgrond naar Natuur.
niet tot een wijziging in de omgevingsvisiekaart. De strook agrarische grond is op de omgevingsvisiekaart geduid als Natuurnetwerk Brabant (donkergroen op de kaart). De arcering (stippen) die hierover heen ligt is Natura 2000 inclusief 250 m buffer. Doordat de strook smal is en de bufferzone van 250 m rondom de strook ligt, valt het gehele gebied binnen de bufferzone rondom Natura 2000gebieden.
Gevraagd wordt wat wordt voorzien qua invulling op VAB-locaties van woonzorglocaties. Voor welke doelgroepen is dit mogelijk en hoe wordt omgegaan met bijvoorbeeld milieuaspecten (gezondheid) en de afstand tot voorzieningen?
Om af te wegen of een specifieke locatie geschikt is voor wooncomplexen waar wonen met zorg wordt gecombineerd, werken we in Hilvarenbeek op basis van de woonzorgvisie met het uitnodigingskader voor woonzorginitiatieven. Hierin staan de eisen opgenomen op basis waarvan de wenselijkheid van woonzorginitiatieven worden getoetst. De geschiktheid van een locatie voor een betreffende doelgroep is per initiatief verschillend en moet op basis van het uitnodigingskader worden beoordeeld op wenselijkheid. Een gezonde leefomgeving om een fijn woonklimaat te kunnen waarborgen is hiervoor een belangrijke voorwaarde. Binnen de rode contouren van de Omgevingsverordening van de Provincie Noord-Brabant staan we binnen een straal van 500m van de kern in principe positief tegen de omzetting van VAB's naar woonzorgcomplexen binnen de bestaande bebouwing. Woningen op voormalige bedrijfslocaties van veehouderijen worden minder beschermd tegen geurbelasting veroorzaakt door omliggende veehouderijen. Uitgangspunt voor de invulling op VAB-locaties is echter wel een aanvaardbaar woon- en leefklimaat. Dit geldt voor alle milieu-aspecten.
Op de visiekaart wordt onderscheid gemaakt tussen zoekgebieden voor woningbouw en woningbouwplannen in verschillende omvang en de locaties en aantallen al akkoord zouden zijn. Geadviseerd wordt een disclaimer bij op te nemen dat de plannen nog niet zijn vastgesteld en dat hier nog over afgestemd moet worden. Waar nog niet voldoende aan de 30-40-30 norm gekomen wordt, moet dit gecompenseerd worden in de andere woningbouwontwikkelingen. Dit vraagt om nadere afstemming in een regionaal overleg. Geadviseerd wordt om zowel in bestaande als in nieuwbouw rekening te houden met de grote toename van het aantal 75-plussers ten opzichte van het aantal jongeren. Regionaal worden er ook afspraken gemaakt met betrekking tot het vestigen van aandachtsgroepen in de gemeente. Dit leest PNB nog niet terug in de omgevingsvisie.
Ja In 6.2.2 tekst toevoegen: "We werken met regionale afspraken over een eerlijke bijdrage van alle betrokken partijen aan de gezamenlijke opgave om aandachtsgroepen te huisvesten."
De gemeente Hilvarenbeek kijkt voor de 30/40/30-norm naar de totale woningbouwprogrammering van de gemeente Hilvarenbeek. Op basis hiervan sturen we op
59
Ons kenmerk: 1036588
projecten bij om eventuele percentages op te hogen. Voor plannen van 7 woningen of minder geldt de eis dat deze voor 100% uit betaalbare woningen (koop of huur) dienen te bestaan. Voor projecten van 8 woningen of meer geldt in beginsel de 30/40/30-regel. Regionale afstemming vind alleen plaats over grootschalige woningbouwontwikkelingen met 50 woningen of meer. In deze projecten is de 30/40/30norm sowieso een harde eis waar niet van afgeweken wordt. Daarom vinden we het opnemen van een disclaimer voor de nog niet vastgestelde plannen niet noodzakelijk.
Zowel in de Omgevingsvisie als het Addendum op de Woonvisie 2023 wordt rekening gehouden met de toenemende groei van het aantal 75-plussers en de dubbele vergrijzing waar de gemeente Hilvarenbeek mee te maken heeft. Op pagina 28 van de Omgevingsvisie wordt hier meer over gezegd. In de uitvoering zijn we bezig met een handreiking levensloopbestendig bouwen om aan de initiatiefnemers duidelijke voorwaarden te kunnen meegeven als het gaat om de eisen welke we stellen aan een levensloopbestendige woning. Daarnaast geldt de eis dat in nieuwbouwprojecten minimaal 15% van de woningen levensloopbestendig dienen te zijn. We zetten ook in op het vergroten van het aantal levensloopbestendige woningen in de bestaande voorraad. We nemen nog in de Omgevingsvisie op dat we regionaal afstemmen over aandachtsgroepen.
35.11
Om het autogebruik te verminderen wordt verwezen naar het STOMP-principe. Hiermee kan ook de ruimtelijke inrichting worden aangepast. Ondanks het feit de in een landelijke gemeente (ov)mobiliteitsvoorzieningen minder aanwezig wordt toch geadviseerd om het gebruik van de auto
Uitwerking hiervan hoort (deels) thuis in omgevingsprogramma mobiliteit. We zijn bekend met het STOMP-principe. Op dit moment van schrijven wordt uitwerking gemaakt op het onderwerp mobiliteit.
Nee
60
Ons kenmerk: 1036588
minder te faciliteren. Dit werkt ook verkeersveiligheid in de hand. Verminderd autogebruik biedt ook kans voor groenontwikkeling. Ook wordt aandacht gevraagd voor de toename van verkeer en bereikbaarheid bij de afweging van de woningbouwlocaties en de combinatie van landbouwverkeer en de gewenste toename van recreatie in het landelijk gebied (in het kader van verkeersveiligheid op de smalle linten). Daarnaast vraagt de PNB zich af of er nog de wens bestaat voor een rondweg in Diessen en hoe er omgegaan wordt met sluipverkeer op de N395.
35.12
De PNB wijst t.a.v. het afwegingskader van de REKS op de gewijzigde voorwaarden voor ontwikkeling (toelaatbaarheid) in trede 4 voor de realisatie van zonneparken in landelijk gebied naar aanleiding van de zonnebrief van 26 oktober 2023. In de beschrijving van de energiehubs ontbreekt één belangrijke eigenschap, namelijk dat deze ook voorzien in gebruik/verbruik van energie. Het lijkt hier dan ook meer om energieknooppunten te gaan.
De gemeente Hilvarenbeek ziet zich, net als veel andere gemeenten, gesteld voor de uitdaging van netcongestie. Om de energietransitie mogelijk te maken, is het noodzakelijk dat het elektriciteitsnet wordt verzwaard. Dat betekent concreet dat er nieuwe infrastructuur moet worden aangelegd: hoogspanningslijnen, transformatorstations en ondergrondse kabels. Deze ingrepen zijn technisch noodzakelijk, maar hebben ook duidelijke ruimtelijke gevolgen.
Ten aanzien van de opmerking op pagina 69 dat de inpassing van energieopwekking alleen binnen strenge voorwaarden op het gebied van natuur en landschap wordt toegestaan wordt aangegeven dat dit verwarrend is. Opwek van energie in natuurgebieden (NNN en/of NNB) is niet toegestaan.
De aanleg van deze voorzieningen vraagt ruimte. In het landschap, in de dorpen, soms op plekken waar ook andere opgaven spelen, zoals woningbouw of natuurontwikkeling. De visuele impact van bijvoorbeeld transformatorstations of bovengrondse lijnen is niet te negeren. Ook kan er sprake zijn van geluidsoverlast of aantasting van de beleving van het landschap. Dit vraagt om zorgvuldige afwegingen.
Daarnaast wordt in de ontwerpvisie nog niet stilgestaan bij de netcongestie voor de komende 10
Daarnaast zijn er procedurele uitdagingen. De gemeente moet vergunningen verlenen, participatieprocessen
Ja Tekst toevoegen op p.38 laatste alinea: 'We werken volgens de gewijzigde voorwaarden voor ontwikkeling (toelaatbaarheid) in trede 4 voor de realisatie van zonneparken in landelijk gebied naar aanleiding van de zonnebrief van 26 oktober 2023.' In de beschrijving van energiehubs tekst aanvullen p.38: - Was: 'Deze zogenoemde energiehubs koppelen de opslag, overslag en distributie van energie.'
61
Ons kenmerk: 1036588
jaar en de impact op de haalbaarheid van de uitbreiding van bedrijventerreinen en woningbouw. Ook moet aandacht worden besteed aan de ruimtevraag voor de verschillende onderdelen van het energienetwerk. Ook wordt nog aandacht gevraagd voor het vertalen van de aankomende wetgeving in relatie tot de energietransitie in uw omgevingsvisie (en andere uitvoeringsprogramma's en visies):
begeleiden en zorgen voor goede afstemming met inwoners, bedrijven en netbeheerders. Dit alles binnen de context van een toch al complexe ruimtelijke puzzel. Hilvarenbeek wil regie houden op deze ontwikkelingen. Niet alleen om de ruimtelijke kwaliteit te bewaken, maar ook om kansen te benutten. Bijvoorbeeld door netverzwaring te combineren met andere ruimtelijke ingrepen, of door inpassing te koppelen aan landschappelijke versterking. Zo blijft de energietransitie niet alleen een technische, maar ook een ruimtelijk verantwoorde opgave. Voor wat betreft (ruimtevraag voor) energieopslagsystemen, zie ook de reactie bij zienswijze 45.1.
Wordt: 'Deze zogenoemde energiehubs koppelen de opslag, overslag en distributie van energie en voorzien in gebruik/verbruik van energie.'
Tekst toevoegen op p.70 laatste zin op pagina: voetnoot toevoegen dat opwek in NNN en NNB niet is toegestaan.
De vertaling van aankomende wetgeving wordt gedaan in verschillende omgevingsprogramma's en het omgevingsplan.
35.13
De Omgevingsvisie voorziet vanwege de aard van het instrument in beleid op hoofdlijnen. Het is volgens PNB wel wenselijk om de visie aan te vullen met bijlagen van vastgesteld beleid, zoals de Visie Toerisme en Recreatie en de Woonzorgvisie, zodat de samenhang in beleid beter geborgd wordt.
We zien het als onwenselijk om losse beleidsstukken toe te voegen aan de omgevingsvisie. De opzet van de Omgevingsvisie is een integrale visie. De omgevingsvisie komt boven alle losse beleidsstukken te staan met betrekking tot de fysieke leefomgeving. Daar waar de omgevingsvisie niet in voorziet, vallen we terug op vastgesteld beleid zoals Visie Toerisme en recreatie, Vitaal Beeks buiten en de Woonzorgvisie zo lang deze niet zijn ingetrokken. We werken de komende tijd ook omgevingsprogramma's uit en bepalen dan welke beleidsstukken worden ingetrokken.
Nee
62
Ons kenmerk: 1036588
36
5.1.2.e 5.1.2.e R&S Advies namens 5.1.2.e 5.1.2.e Hilvarenbeek d.d. 15 mei 2025 (ingekomen 15
mei 2025)_____________________________________
In de pro forma zienwijze wordt verwezen naar de door ZLTO ingediende zienswijze.
36.1
Zie zienswijze ZLTO afdeling De Hilver.
37
5.1.2.e
Zie reactie onder 8
Zie voorgestelde wijziging bij 8
Onduidelijk is wat wordt verstaan onder natuurinclusieve landbouw. De sector is hiertoe best bereid als er financieel perspectief geboden wordt. Naar de mening van betrokkene ligt de focus te veel op kleinschaligheid, circulaire en natuurinclusieve modellen voor de landbouw.
Wat betreft de definitie van natuurinclusieve landbouw, zie reactie onder 8.1.
Zie voorgestelde wijziging bij 8.1
37.2
Wordt onder het onder voorwaarden (als leefomgeving positief wordt beïnvloed) uitbreiden van agrarische bedrijven verstaan dat bijvoorbeeld stallen en/of silo's mogen worden uitgebreid. Betrokkene vreest anders geen perspectief meer voor zijn bedrijf.
Ontwikkeling van agrarische bedrijven onder voorwaarden blijft moge lijk.
Nee
37.3
Betrokkene verzoekt om geschikte locaties aan te wijzen voor het behoud van melkveehouderijen en melkgeitenhouderijen. Dat zorgt namelijk voor behoud van een goed evenwicht tussen grasland en bouwland in onze gemeente.
In deze Omgevingsvisie zijn nu geen keuzes gemaakt voor het aanwijzen van dergelijke locaties. Als er aanleiding toe is wordt het besproken bij het opstellen van een omgevingsprogramma, wat gebeurt in dialoog met stakeholders (vertegenwoordigende partijen).
Nee
5.1.2.e
Haghorst d.d. 14 mei 2025 (ingekomen 14 mei 2025)_______________________________________ Betrokkene vindt het zeer teleurstellend dat er geen hoor en wederhoor heeft plaatsgevonden tussen de gemeente en de boeren, die een groot gedeelte van het buitengebied bezitten en beheren.
37.1
Door (deels) om te schakelen ontstaat een ander financieel profiel dan bij traditionele intensieve landbouw, met mogelijk lagere vaste lasten. Via de hogere overheden zijn er verschillende steunregelingen specifiek gericht op omschakeling.
63
Ons kenmerk: 1036588
Hierbij moeten de toekomstgerichte agrarische
locaties en bestaande agrarisch bedrijven voorrang krijgen boven andere activiteiten. 37.4
Voor de ambitie om in 2030 15% biologische landbouw te realiseren is de gemeente mede afhankelijk van andere partijen. De laatste jaren is de vraag naar biologische producten niet groter waardoor er geen afzet is voor biologische melk. Er is dus geen financieel perspectief om om te schakelen, aldus betrokkene.
Zie reactie onder 8.2
Nee
37.5
Toekomstige initiatieven moeten volgens betrokkene getoetst worden aan de Omgevingsvisie en aan de voor het betreffende gebied geldende ontwikkelrichting. Hetgeen in de Visie en de ontwikkelrichtingen wordt geschetst is volgens betrokkene te beperkt voor agrarische bedrijven, onduidelijk en tegenstrijdig.
We hebben kennisgenomen van deze opmerking. De gebiedsgerichte uitwerking geeft per deelgebied weer hoe ambities de kernvisie daar landen. Ook is er een afwegingskader en milieukader opgenomen.
Nee
37.6
Natuurinclusieve landbouw is één van de ontwikkelrichtingen, maar niet het enige volgens de betrokkene. Ook met andere vormen van landbouw kunnen emissies worden geminimaliseerd, reststromen worden hergebruikt en bijv, energie worden opgewekt. Betrokkene verwijst hiervoor naar het SER-rapport "Naar duurzame toekomstperspectieven voor de landbouw". Gevraagd wordt om ook andere transitiepaden van hoogtechnologisch tot multifunctioneel te ondersteunen. Verder wordt gevraagd om extra bouwblokruimte voor bedrijven die meer ruimte willen scheppen voor hun dieren en zorg dat ondernemers die hun
Zie reactie onder 8.1
Zie voorgestelde wijziging bij 8.1
64
Ons kenmerk: 1036588
bedrijfsvoering willen verbreden dit via een eenvoudige procedure kunnen. 37.7
Vooruitlopend op andere overheden wordt een bufferzone aangewezen van 250 meter rondom Natura 2000 gebieden. Er is niet uitgewerkt wat de bufferzones precies inhouden. Wel is omschreven dat het gaat om stikstof, waterbeheer en gewasbeschermingsmiddelen. Dit kan substantiële gevolgen hebben voor ondernemers en grondgebruik in het gebied. Het instellen van deze bufferzone of overgangsgebied kan het sluitstuk zijn van een gebiedsproces met ondernemers. Dan moet er eerst een zorgvuldig proces doorlopen worden. Gevraagd wordt om de bufferzone uit de visie te schrappen of een goede compensatieregeling voor grondeigenaren en grondgebruikers in het leven te roepen.
Zie reactie onder 8.3 en 13.1
Zie voorgestelde wijziging bij 8.3
37.8
Gevraagd wordt om ondernemers vrij te laten in teeltkeuze en te erkennen dat een bepaalde stuurbaarheid van het watersysteem van belang is om in te kunnen spelen op extreem droge en natte periodes.
Zie reactie onder 8.5
Zie voorgestelde wijziging bij 8.3
37.9
De beekdalen zijn op een aantal plaatsen ruimer begrensd dan wat daadwerkelijk tot het geomorfologisch beekdal behoort. Gevraagd wordt hier nogmaals kritisch naar te kijken.
Zie reactie onder 8.4.
Ja Zie voorgestelde wijziging bij 8.4
37.10
Onduidelijk is wat de herkomst is van de opgenomen EVZten noorden van Hilvarenbeek en Diessen. Een dergelijke zone kan ongewenste schade opleveren voor landbouwpercelen als gevolg van
Zie reactie onder 8.9.
Ja Zie voorgestelde wijziging bij 8.9
65
Ons kenmerk: 1036588
wild dat zich hierin zal bevinden. Gevraagd wordt om terughoudend te zijn met nieuwe ambities en deze zone te schrappen. Het is bovendien onduidelijk welke specifieke eisen aan een EVZ worden toegedicht. Er zou naar mening van betrokkene sprake moeten zijn van vrijwilligheid ten aanzien van de realisatie en dat maatwerk mogelijk moet zijn ten aanzien van de exacte locatie. 38
5.1.2.e
5.1.2.e
5.1.2.e
5.1.2.e
Diessen d.d. 15 mei 2025 (ingekomen 15 mei 2025)_______________________________________ 5.1.2.e
In de ontwerpvisie wordt het belang van bestaande bedrijven erkend, maar tegelijkertijd ontbreken voldoende mogelijkheden voor uitbreiding en innovatie, vindt betrokkene. Om te voldoen aan veranderende eisen, zoals die op
het gebied van dierenwelzijn is flexibiliteit noodzakelijk. Stilstand betekent immers achteruitgang. Zonder ontwikkelingsruimte wordt de toekomst van agrarische bedrijven onzeker, aldus betrokkene. 38.1
In de ontwerp omgevingsvisie ligt volgens betrokkene een sterke nadruk op kleinschalige circulaire en natuurinclusieve modellen, terwijl de borging van bestaande agrarische bedrijfsvormen onderbelicht blijft. Er wordt niet toegelicht wat onder natuurinclusieve landbouw wordt verstaan. Hierdoor is onduidelijk wat dit betekent voor de agrarische bedrijfsvoering en hoe hierop met worden geanticipeerd.
Zie reactie onder 8.1. We willen toe naar een manier van voedselproductie
Ja Zie voorgestelde wijziging bij 8.1
waarbij de boeren de bedrijfsvoering zo inrichten dat ze
rekening houden met de natuur en biodiversiteit. We willen dat water in de bodem kan infiltreren en het water meer vastgehouden wordt in het gebied. Dit is juist ook van
belang voor de agrarische sector, ook omdat weerextremen
gaan toenemen. In de omgevingsvisie geven we de richting
66
Ons kenmerk: 1036588
aan welke kant we op willen. In een omgevingsprogramma en omgevingsplan willen we dit nog verder uitwerken.
38.2
38.3
38.4
Onduidelijk is hoe de doelstelling om in 2030 15% biologische landbouw te realiseren gehaald moet worden, meent betrokkene. Worden ondernemers verplichtingen opgelegd en wat zijn de gevolgen voor de resterende bedrijven als deze doelstelling gehaald is? Betrokkene vraagt zich ook af of de gemeente bevoegdheid heeft voor dergelijke normen.
Wij spreken deze ambitie uit maar we hebben niet de intentie om gangbare bedrijven te verplichten deze omschakeling te maken. De gemeente zal binnen haar (ruimtelijke) mogelijkheden dergelijke omschakelingen zo goed mogelijk faciliteren.
Het is onduidelijk wat de onderbouwing is voor de opgenomen bufferzone van 250 meter rondom Natura-2000 gebieden. Niet alle Natura 2000-gebieden in de regio zijn aangewezen vanwege stikstofgevoelige soorten. Dit roept vragen op over de doelmatigheid van de voorgestelde bufferzone en de concrete gevolgen voor agrarische ondernemingen. Gevraagd wordt om een verdere precisering met betrekking tot de status van Landgoed De Utrecht binnen Natura 2000-gebied Kempenland-West.
Landgoed De Utrecht valt binnen Natura 2000 gebied Kempenland-West. Dit houdt in dat dit gebied extra beschermd is vanwege de waardevolle natuur en biodiversiteit. In de tekst van de Omgevingsvisie komt in onder andere 7.5.1 deze omschrijving over Natura 2000 status al terug.
Zie ook reactie onder 8.2.
Ja Op p.47 in de 4e alinea van Uitwerking voegen we tekst toe dat landgoederen een cruciale rol spelen.
Zie ook reactie bij zienswijze 20.1
Gevraagd wordt om meer duidelijkheid over de gevolgen en restricties ten aanzien van de begrenzing van de beekdalzones in de ontwerp omgevingsvisie.
Zie reactie onder 37.9.
38.5
Verwezen wordt naar de door ZLTO ingediende landbouwvisie en deze actief mee te nemen in het verdere proces van de omgevingsvisie.
Zie reactie zienswijze nummer 8
Ja Zie voorgestelde wijzigingen bij zienswijze 8
38.6
De energietransitie biedt kansen voor agrarische bedrijven, bijvoorbeeld via grootschalige toepassing van zonnepanelen. In de ontwerpvisie ontbreekt volgens betrokkene een duidelijke strategie op dit
De gemeente Hilvarenbeek ziet de potentie van zonnepanelen op agrarische daken als een belangrijke kans binnen de energietransitie. Tegelijkertijd wordt deze ontwikkeling momenteel sterk belemmerd door
Nee
Verder is het instrument Omgevingsplan wat de specifieke regels stelt ten aanzien van de beekdal zones.
67
Ons kenmerk: 1036588
vlak. Samenwerking op dit terrein kan juist bijdragen aan een duurzame agrarische sector.
transportschaarste op het elektriciteitsnet. In de regio Hart van Brabant is er sprake van beperkte capaciteit bij zowel opwek als afname, wat leidt tot lange wachttijden voor grootverbruikersaansluitingen bij netbeheerders.
Deze netcongestie zorgt ervoor dat de groei van zon op agrarische daken op dit moment vrijwel stilligt, ondanks de bereidheid van veel agrarische ondernemers om hierin te investeren. De gemeente onderkent dit knelpunt en werkt daarom actief samen met regionale en provinciale partners, netbeheerders en via programma's zoals REKS en pMIEK aan oplossingen. Daarbij wordt niet alleen ingezet op versnelling van netuitbreiding, maar ook op het beter benutten van het bestaande net en het stimuleren van slimme oplossingen. De gemeente blijft zich inzetten om de toepassing van zon op dak in de agrarische sector mogelijk te maken, zodra de netcapaciteit dit toelaat. Dit vraagt om een gezamenlijke inspanning van overheden, netbeheerders en ondernemers.
Het samenspel van de omgevingsvisie en omgevings- en uitvoeringsprogramma duurzaamheid kan de gevraagde duidelijke strategie bieden.
39
5.1.2.e
5.1.2.e
5.1.2.e
Hilvarenbeek d.d. 14 mei 2025 (ingekomen 14 mei 2025)________
De voorliggende omgevingsvisie kan voor het bedrijf van betrokkene grote problemen opleveren.
39.1
De gebiedsaanduiding 'kansrijk voor recreatie' is volstrekt onbelangrijk voor het bedrijf van betrokkene. Iedere ontwikkeling zou moeten worden getoetst op basis van maatwerk. Bestaande bedrijven moeten extra beschermd worden t.a.v. nieuwe ontwikkelingen op korte en lange termijn.
De wijze waarop bescherming wordt vormgegeven/geboden, valt buiten de reikwijdte van de Omgevingsvisie. De gebiedsaanduiding geeft een wenselijke dan wel mogelijke ontwikkelrichting. Uiteraard worden nieuwe ruimtelijke ontwikkelingen getoetst aan de hand van vigerend beleid / bestaande vergunningen.
Nee
68
Ons kenmerk: 1036588
In de visie is niets opgenomen hoe deze bescherming vormgegeven wordt.
39.2
40
In de visie ontbreekt naar mening van betrokkene op welke wijze bedrijven mogelijkheden krijgen om uit te breiden om aan betere dierenwelzijnseisen te kunnen voldoen in de toekomst. Verder is er ook op goede locaties ruimte nodig voor het produceren van groen gas. 5.1.2.e
Zie ook reactie onder 14.3. Het eventueel gebruik van groen gas wordt uitgewerkt in het Warmteprogramma van de gemeente. Daarin wordt aangegeven welk alternatief voor het gebruik van aardgas wordt ingezet om onze woningen te blijven verwarmen.
5.1.2.e
Hilvarenbeek d.d. 14 mei 2025 (ingekomen 14 mei 2025)________ 5.1.2.e
Betrokkene geeft aan dat hij bedrijfsopvolger is van 5.1.2.e het melkveebedrijf aan 5.1.2.e en veehouder in hart en nieren. Het ontwerp van de omgevingsvisie heeft mogelijk gevolgen voor de toekomst van zijn bedrijf.
40.1
De focus te ligt op kleinschalige en natuurinclusieve landbouw. Het is volgens betrokkene niet helder welke definitie voor natuurinclusieve landbouw gehanteerd wordt. Een dergelijke bedrijfsvoering is voor zijn bedrijf onmogelijk haalbaar en er zit geen verdienmodel aan.
Zie reactie onder 8.1
Ja Zie voorgestelde wijziging bij 8.1
40.2
Betrokken valt met zijn gronden binnen de bufferzone van 250 meter rondom Natura 2000gebieden. Onduidelijk is welke beperkingen dit oplegt en is een aanvulling op hogere regelgeving. Wordt beperking vergoed? Gevraagd wordt om deze zonering te schrappen.
De wens is om Natura2000 gebieden meer bescherming te bieden in de toekomst. Mogelijk vraagt dit verandering in de vorm van een andere manier van agrarisch grondgebruik zodat het bijdraagt aan natuur- en waterdoelen. Een omgevingsvisie leidt niet direct tot een beperking voor gebruik omdat dit niet rechtstreeks juridisch bindend is. Hier is pas sprake van wanneer dit uitgewerkt wordt in regels in een omgevingsplan.
Ja Zie voorgestelde wijziging bij 8.3
Zie ook reactie onder 8.3
69
Ons kenmerk: 1036588
40.3
Betrokkene valt met zijn bedrijf binnen het
Zie reactie onder 39.1
Nee
In de kaart van Provincie Noord-Brabant is deze strook aangegeven als Natuurnetwerk Brabant. Het gaat om een provinciale aanwijzing van een bestaand deel NNB. Deze aanduiding staat ook in het Omgevingsplan.
Nee
Zie reactie onder zienswijze 14.3
Nee
deelgebied 'kansrijk voor recreatie. Maatwerk zou naar mening van betrokkene een betere optie zijn dan een groot gedeelte van de gemeente voor
recreatie aan te wijzen. Betrokkene vreest dat hierdoor de agrarische sector
minder kans krijgt t.o.v. andere ontwikkelingen.
40.4
Op de kaart met de gebiedstypes op pagina 52 van de ontwerpvisie is tussen de locaties 5.1.2.e en
5.1.2.e
5.1.2.e
een stuk natuurgebied ingetekend. Deze
grond is van betrokkene en vraagt om deze aanduiding van de kaart te halen vanwege de
gevolgen voor zijn bedrijfsvoering.
40.5
Betrokkene onderschrijft de ambitie voor
diervriendelijke veehouderijen. Er moeten dan wel mogelijkheden gecreëerd worden om eenvoudiger meer ruimte voor bouwblokvergroting mogelijk te maken.
Ditzelfde geldt voor ondernemers die willen
verbreden ten behoeve van energietransitie waaronder een monovergister voor groen gas.
41
5.1.2.e
5.1.2.e
Activiteiten als monovergisters vragen ruimtebeslag: afhankelijk van de capaciteit van de vergister kan er sprake zijn van een forse contour voor externe veiligheid (groen gas heeft giftige aspecten). Andere aspecten zijn: verkeer, geur, geluid. Monovergisting is alleen mogelijk op kleine schaal met mest van het eigen bedrijf. Het eventueel gebruik van groen gas wordt uitgewerkt in het Warmteprogramma van de gemeente. Daarin wordt aangegeven welk alternatief voor het gebruik van aardgas wordt ingezet om onze woningen te blijven verwarmen.
Biest-
Houtakker d.d. Betrokkene exploiteert een kwekerijbedrijf aan 5.1.2.e
5.1.2.e
en
5.1.2.e
in
Biest-Houtakker. Er is in de ontwerp omgevingsvisie niks terug te vinden van de Landbouwvisie zoals die door de ZLTO
70
Ons kenmerk: 1036588
afdeling De Hilver destijds is opgesteld. Volgens betrokkene biedt de omgevingsvisie weinig perspectief voor de jonge agrarische ondernemers.
41.1
Onduidelijk is wat in de visie wordt verstaan onder een duurzaam landbouwsysteem. In algemene zin zijn er veel punten in de visie die onduidelijk zijn, volgens betrokkene.
Een duurzaam landbouwsysteem is een landbouwpraktijk die ecologische, economische en sociale belangen in balans brengt, met respect voor de draagkracht van bodem, water en natuur. Het systeem draagt bij aan een gezonde leefomgeving voor mens, dier en plant, en sluit aan bij de potentie van het lokale landschap en ecosysteem. We beogen de ambities uit de omgevingsvisie nader uit te werken in een omgevingsprogramma, zodat dit concreter en duidelijker wordt. Dit hebben we ook benoemd in paragraaf 6.3.4. op pagina 42 (5e alinea).
Nee
41.2
Om duurzaam te kunnen ondernemen is het volgens betrokkene nodig om extra bouwblokruimte te kunnen creëren. Om gezond te kunnen telen is extra teeltruimte, kas en containervelden nodig.
Zie ook reactie onder 14.3 en 26.2 Het daadwerkelijk afwegen van een ruimtevraag voor een specifieke locatie vindt plaats via het Omgevingsplan. Of dit ook ruimte biedt voor extra teeltruimte in de vorm van kas en/of containervelden is afhankelijk van het gebied en de wijze waarop dit in een bepaald gebied past. Dit moet verder worden uitgewerkt in een omgevingsprogramma of plan.
Nee
41.3
De 250 meter zones rondom natura 2000 gebieden moeten uit de visie geschrapt worden, vooral omdat dit aanvullend is op hogere regelgeving en dit invloed kan hebben op bestaande rechten, aldus betrokkene. Hierdoor wordt ook de teeltwisseling beperkt en dus minder mogelijkheden om duurzaam te kweken.
Zie reactie onder 8.3
Zie voorgestelde wijziging bij 8.3
41.4
De landbouw moet volgens betrokkene leidend zijn m.b.t. water en bodem.
Zie reactie onder 8.4
Zie voorgestelde wijziging bij 8.4
41.5
De energietransitie op het agrarisch bedrijf moet volgens betrokkene worden gestimuleerd.
Zie reactie zienswijze 8.1 en 38.6
Nee
71
Ons kenmerk: 1036588
41.6
De droge EVZ loop over de percelen van zijn bedrijf. Onduidelijk is welke gevolgen dit heeft voor de bedrijfsvoering. Betrokkene vraagt hier meer duidelijkheid over te geven en dit vooraf af te stemmen met de agrarische grondgebruikers.
Zie reactie onder 8.9
Ja Zie voorgestelde wijziging bij 8.9
41.7
De visie legt volgens betrokkene onwenselijke beperkingen op ten aanzien van teeltkeuze. Vrije teeltkeuze is een recht van ondernemers.
Zie reactie onder 17.1
Nee
41.8
De visie biedt volgens betrokkene geen enkel perspectief om in Hilvarenbeek een duurzaam en gezond ondernemersklimaat te creëren.
De omgevingsvisie biedt mogelijkheid voor bedrijven om te innoveren ten bate van duurzaamheid, ruimtelijke kwaliteit, gezondheid en energie. Het is aan de ondernemers om hieraan invulling te geven.
Nee
41.9
Indiener is van mening dat de archeologische en ecologische waarden rondom de bedrijfslocaties van betrokkene een grote belemmering vormen om hun bedrijven te vergroenen en te moderniseren. Om aan de wateropgave van het waterschap te kunnen voldoen moeten waterbassins worden aangelegd. Dit past niet binnen archeologische en cultuurhistorische waarden in dit agrarisch gebied. Gevraagd wordt om voor dit dilemma een oplossing te bieden in de Omgevingsvisie.
Het is een misvatting dat archeologische en ecologische waarden een belemmeringen vormen bij het nemen van klimaatadaptieve maatregelen en het versterken van een natuurinclusieve agrarische sector, in tegendeel, erfgoedwaarden herbergen veel kennis uit het verleden die weer ingezet kan worden. Dit vraagt echter om een ander aanpak, namelijk erfgoedinclusief werken. Erfgoed is dan juist een inspiratiebron en kan de ruimtelijke kwaliteiten en innovativiteit juist de biodiversiteit, gezonde bodem en waterbeheersing kunnen versterken.
Nee
42
Stichting Dorpsbehoud Hilvarenbeek, p/a 5.1.2.e 5.1.2.e Hilvarenbeek d.d. 14 mei 2025 (ingekomen 14 mei 2025)______________ In de visie wordt nergens aandacht besteed aan het aspect cultuurhistorie, terwijl dit een belangrijk item was in het voortraject.
In de Omgevingsvisie is aandacht voor cultuurhistorie en cultuurhistorische waarden. Er wordt gesproken over cultuurhistorisch waardevolle landschappen, cultuurhistorische identiteit, cultuurhistorisch waardevol karakter en cultuurhistorische waardevolle bebouwing.
72
Ons kenmerk: 1036588
De Omgevingsvisie is een visie op hoofdlijnen en een uitwerking op specifieker niveau kan plaatsvinden in het Omgevingsplan.
42.1
Geconstateerd wordt door betrokkene dat het centrumgebied, met name het deel dat behoort tot het rijksbeschermd dorpsgezicht, beduidend kleiner is ingetekend dan op de plankaart behorend bij het nu nog geldende bestemmingsplan. Dit betreft met name de westzijde. Het gebied achter de panden Vrijthof 17 en 18 en het braakliggend stuk waar een monument is gesloopt aan Vrijthof 19. Dit gebied is kwetsbaar en geniet niet voor niets Rijksbescherming. In de afgelopen jaren zijn weer een aantal objecten met cultuurhistorische waarde verdwenen, gesloopt of zodanig verbouwd dat de cultuurhistorie geweld is aangedaan, Verzocht wordt om de begrenzing van het beschermd dorpsgezicht in overeenstemming te brengen zoals die destijds door de Rijksdienst is aangegeven.
43
Stichting Natuurlijk Hilvarenbeek Zuid, p/a 5.1.2.e 5.1.2.e Hilvarenbeek d.d. 14 mei
De contouren van het Rijksbeschermd Dorpsgezicht is een begrenzing die conform besluit is vastgesteld, deze kan niet door de gemeente worden aangepast. Een onjuistheid in het kaartbeeld kan worden gecorrigeerd. Hierbij is het belangrijk om op te merken dat het planologische instrument wat hoort bij de uitwerking van de Omgevingsvisie op kaart het Omgevingsplan is. Hier is de mogelijkheid om op een gedetailleerder niveau cultuurhistorische elementen te borgen. We voegen het beschermd dorpsgezicht toe op de kaart(en) van de Omgevingsvisie.
Ja Op de kaarten wordt het beschermd dorpsgezicht toegevoegd.
2025 (ingekomen 14 mei 2025)___________________
Diverse thema's in het ontwerp Omgevingsvisie Hilvarenbeek sluiten naadloos aan bij het doel en de thema's van de Stichting (betrokkene). Zij richt zich op het verder ontwikkelen van het gebied aan de zuidzijde van Hilvarenbeek, tussen de Roovertse heide en de Annanina's Rust. Het doel is om een blijvend natuurlijk inspirerend gebied voor toekomstige generaties te ontwikkelen.
73
Ons kenmerk: 1036588
Het gaat hierbij om wonen, recreëren, werken en ondernemen waarbij de natuur en landschap op de eerste plaats blijven staan. Zij willen kenbaar maken dat ze het als stichting krachtig zouden vinden wanneer hun gezamenlijke ideeën ook terugkomen in de omgevingsvisie.
43.1
De suggestie wordt gedaan om het gezamenlijk initiatief tussen de gemeente en de stichting te tonen op de deelkaart natuurlijke leefomgeving op pagina 45, door figuur 1 te vervangen door figuur 2, waarop ook een EVZ aan de zuidzijde is ingetekend. Dit betreft een verbinding tussen de kwetsbare natuur van de Roovertse heide en Annanina's Rust.
S, \n
o.
De Omgevingsvisie maakt het al mogelijk om de natuurwaarde van het gebied te versterken en het kampen en hoevenlandschap te herstellen. We vinden het relevant om de ecologische zone op te nemen in de omgevingsvisie en op de omgevingsvisiekaart, zodat het meegenomen kan worden bij ruimtelijke ontwikkelingen. In de uitvoering moet namelijk blijken waar gronden verworven kunnen worden of dat een grondgebruiker dit zelf op wil of kan pakken.
\ J
<f ;I k nema men at m os ene
M )
Ja Tekst toevoegen 6.4.1: "Er zijn diverse opties en vormen om invulling te geven aan de 'droge ecologische verbindingzone' (zie kaart). Ontwikkeling en wijze van gebruik van de gronden binnen de droge ecologische verbindingszone gaat in overleg met/door grondeigenaren. Het is een ambitie om de zone tot stand te brengen."
A
Kaart: De ecologische zone zoals de zienswijze voorstelt nemen we over op de Deelkaart Natuurlijke Leefomgeving en Omgevingsvisiekaart.
43.2
Voorgesteld wordt om de doelen die de stichting en de gemeente gezamenlijk hebben voor het gebied ook te beschreven in de omgevingsvisie.
Tekstueel hebben we in de omgevingsvisie opgenomen dat de gemeente het welzijn van haar inwoners en de
Nee
74
Ons kenmerk: 1036588
versterking van de natuur nastreeft waar mogelijk. Ook faciliteren we hierin burgerinitiatieven.
44
Vereniging Natuur en Milieu Hilvarenbeek e.o. en 5.1.2.e Biodiversiteitsteam Hilvarenbeek, p/a 5.1.2.e 5.1.2.e Hilvarenbeek d.d. 15 mei 2025 (ingekomen 15 mei 2025)____________________________________
De vereniging onderschrijft de ambities en doelstellingen uit de ontwerp Omgevingsvisie van een Gezonde gemeenschap, een Groene economie en een Natuurlijke leefomgeving.
Zij ziet echter wel een discrepantie tussen hetgeen
beschreven is in de Delen A en B waar het gaat om het belang en de waarde van natuur en milieu en de
minimale uitwerking onder C. Ook is het een zeer omvangrijk maar
onoverzichtelijk document.
44.1
Op pagina 33 worden de randvoorwaarden genoemd voor bebouwing en buitenruimte. Uitgangspunt is BENG (Bijna Energieneutraal bouwen), zoals nu vastgelegd in 5.2. van het Bouwbesluit. Naar de mening van de vereniging moet dit aangescherpt worden tot ENG. Verwezen wordt naar het onderzoeksrapport 'Het implementeren van natuurinclusieve elementen en energieneutrale maatregelen in nieuwbouwprojecten in de Gemeente Hilvarenbeek'.
De gemeente Hilvarenbeek hanteert BENG als wettelijke norm voor nieuwbouw, conform het Bouwbesluit. De wens om aan te scherpen naar ENG (Energie Neutraal Gebouw) wordt als ambitie herkend en gedeeld. ENG betekent dat een gebouw netto geen energie verbruikt, wat bijdraagt aan klimaatdoelen. Op dit moment is ENG echter geen afdwingbare wettelijke eis. De gemeente kan ENG daarom niet verplicht stellen, maar wel stimuleren. Waar mogelijk wordt energieneutraal bouwen aangemoedigd via beleid en samenwerking. De overgang van BENG naar ENG is een geleidelijk proces. De gemeente ondersteunt deze ontwikkeling binnen de wettelijke kaders. ENG blijft een richtinggevende ambitie voor de toekomst. We blijven inzetten op verduurzaming van de gebouwde omgeving.
Nee
75
Ons kenmerk: 1036588
Het is niet altijd mogelijk om voor bebouwing in de buitenruimte de eis ENG op te leggen. Daarom is er in de Omgevingsvisie gekozen om te streven naar ENG maar BENG als minimale norm te lezen. Zo vergroten we de haalbaarheid van diverse projecten in de omgeving.
44.2
Op pagina 36 wordt onder meer de aanleg mountainbikeroutes genoemd om burgers in staat te stellen te bewegen. De vereniging is tegen de aanleg van mountainbikeroutes in natuurgebieden.
Zie reactie onder 28.3
44.3
Op de kaart 'Groene economie' (pagina 39) staat aangegeven dat de uitbreiding van het bedrijventerrein in Diessen mogelijk is. De ingetekende richting is niet gewenst, want deze uitbreiding wijst in de richting van het Diessens Broek.
De omgevingsvisie geeft voor de lange termijn aan waar de gemeente potentie ziet om te ontwikkelen. Dat is nog geen zekerheid, een dergelijke ontwikkeling wordt nader getoetst in de toekomst waarbij rekening wordt houden met landschappelijke waarden.
Nee
Zie ook beantwoording zienswijze 32.5 44.4
In de ontwerp omgevingsvisie ligt de nadruk op het bevorderen van natuurinclusieve, duurzame landbouw. Immers, natuur is niet beperkt tot aangewezen natuurgebieden of natuurnetwerken. Biodiversiteit speelt bij uitstek in gebieden met de bestemming landbouw. Zonder medewerking van agrariërs zal dat streven niet of moeilijk te realiseren zijn. Op pagina 42 staat dat het behoud van bestaande agrarische bedrijvigheid prioriteit heeft. Gevraagd wordt hoe dit beleidsvoornemen zich verhoudt met de doelstelling om te komen tot natuurinclusieve landbouw.
De agrarische sector is van oorsprong en nog steeds belangrijk in Hilvarenbeek. Het behoud van agrarische bedrijvigheid is belangrijk, waarbij we streven naar een duurzame toekomstbestendige agrarische sector. Verschillende transitiepaden kunnen leiden naar een duurzaam landbouwsysteem, dat uiteindelijk ook moet passen in een sterke natuur en biodiversiteit. De Omgevingsvisie is op hoofdlijnen. We vinden de genoemde informatie te specifiek om nu op te nemen in de Omgevingsvisie. De genoemde handreiking over natuurinclusieve landbouw kan gebruikt worden bij de verdere uitwerking, zoals in een omgevingsprogramma en/of de formulering van regels in het omgevingsplan. Zie ook reactie onder 8.1.
Nee
Het bevorderen van natuurinclusieve landbouw is een belangrijke pijler in de visie en moet daarom
76
Ons kenmerk: 1036588
integraal in de tekst worden opgenomen volgens betrokkene. De vraag hierbij is ook wanneer er sprake is van een natuurinclusief bedrijf. Voorgesteld wordt om in de visie een verwijzing te maken naar de 'Handreiking natuurinclusieve landbouw' van de provincie Noord-Brabant waarin al een aantal voorwaarden is omschreven.
44.5
Er is nu alleen een droge Ecologische Verbindingszone ingetekend. Gepleit wordt om zowel de droge, als de natte EVZ in te tekenen op de kaart en dan vooral voor de zones die van zuid naar noord lopen.
Zie reactie zienswijze 35.9.
Ja Zie voorgestelde wijziging bij 35.9
44.6
In de ontwerp-visie is de ambitie over het behoud en versterken van natuurgebieden opgenomen (pagina 43). Bij de nadere uitwerking wordt deze ambitie volgens betrokkene helaas afgezwakt en worden natuurgebieden ondergeschikt aan toerisme en recreatie, waarbij natuurgebieden toegankelijk moeten zijn door het uitbreiden van fiets- en wandelpaden. Iedere extra aanleg van paden voor fietsers, maar ook voor wandelaars levert verstoring op. De Flora en fauna en de natuur staan al onder druk. Hiervoor is niet alleen behoud maar ook herstel nodig. Er zou volgens betrokkene moeten worden aangesloten bij het uitgangspunt van de provincie Noord-Brabant die doorgaat met het realiseren van een robuust Brabants natuurnetwerk en het inrichten en beschermen van de natuurgebieden. De natuur moet op de eerste plaats als waarde op zich worden beschouwd. Niet de mens moet hier centraal staan, maar de natuur zelf.
Natuurnetwerk Brabant maakt al onderdeel uit van de integrale omgevingsvisiekaart. Wij zijn van mening dat beide ambities kunnen samengaan waarbij gezorgd moet worden voor voldoende robuuste natuur om verstoring van flora en fanau zoveel mogelijk te voorkomen. In een omgevingsprogramma en/of omgevingsplan het kan dit verder gespecificeerd worden.
nee
77
Ons kenmerk: 1036588
44.7
Op de kaart staat met een lange pijl een zoekgebied voor windmolens in nieuw aan te planten bos aangegeven. Onduidelijk is wat nu precies het zoekgebied is omdat deze pijl ook over bestaande natuur is ingetekend.
Bij de totstandkoming van het REKS-bod 1.0 is afgesproken dat de regio de mogelijkheden onderzoekt voor het combineren van windenergie met nieuw aan te planten bos. In dat kader is op de kaart een zoekrichting aangegeven met een pijl, die verwijst naar een gebied waar deze combinatie in de toekomst mogelijk onderzocht kan worden.
Nee
De pijl op de kaart is bedoeld als een indicatieve aanduiding van deze zoekrichting en géén exacte begrenzing van een zoekgebied. We begrijpen dat de huidige weergave verwarring kan oproepen, omdat de pijl ook over bestaande natuurgebieden loopt. Dat is nadrukkelijk niet de bedoeling. Bestaande natuur is uitgesloten van windenergieontwikkeling. Bij een eventuele verdere uitwerking zal het zoekgebied nauwkeuriger worden afgebakend, met uitsluiting van bestaande natuur en met zorgvuldige afweging van landschappelijke, ecologische en ruimtelijke aspecten. De zienswijze helpt ons om dit in de vervolgfase duidelijker te communiceren.
44.8
Aangedrongen wordt om meer concrete aandacht in de visie om het gebruik van chemische bestrijdingsmiddelen op gewassen aan banden leggen. De basis is niet op alle onderdelen in orde, waaronder de kwaliteit van het water dat onder de maat is. Voorgesteld wordt om aan te sluiten bij de (Europese) Kaderrichtlijn Water.
In de Omgevingsvisie staat al beschreven in 7.5.4 dat de waterkwaliteit de komende jaren ook heel belangrijk is en het wettelijk verplicht is om te voldoen aan Kaderrichtlijn Water. Ook volgen we de ontwikkelingen van provinciaal beleid zoals Actieplan gewasbescherming en Programma Overgangszones. Die houden ook verband met waterkwaliteit. Zie reactie zienswijze 8.5.
Nee
44.9
In de ontwerp visie is volgens betrokkene terecht aandacht voor de vraag wat er met de bebouwing
Voor kennisgeving aangenomen. De gemeente heeft het thema gezondheid een prominente plaats gegeven in de Omgevingsvisie. In lijn met de
Nee
78
Ons kenmerk: 1036588
moet gebeuren van agrariërs die bedrijfsactiviteiten beëindigen. In de visie wordt ten onrechte geen aandacht besteed aan de vraag wat er met de agrarische gronden gebeurt. Op deze gronden ontstaat nu vaak monocultuur. Bij de teelt van deze gewassen worden doorgaans veel bestrijdingsmiddelen gebruikt. Dit heeft volgens betrokkene een negatief effect op de biodiversiteit. De komst van deze monoculturen belemmert bovendien het noodzakelijke landschapsherstel.
Omgevingswet werken we hard om de druk op het milieu te verlagen. Dit werkt door in keuzes en beslissingen. We kiezen nu vooral voor het faciliteren van activiteiten waarbij de leefomgeving positief beïnvloed wordt. In het agrarisch gebied sturen we op het verlagen van de milieubelasting. De gemeente blijft bij het punt dat die geen ruimte biedt voor het uitbreiden of starten van agrarische bedrijfsvoering en praktijken met een negatieve invloed op de lokale leefomgeving, zoals bijvoorbeeld lelieteelt.
44.10
In de ontwerp visie wordt de betekenis van (historische) linten onderschreven en de noodzaak om deze te versterken. Betrokkene wil in de visie opgenomen zien dat tussen bebouwing en buitengebied groene corridors moeten komen als overgang met aandacht voor kwaliteit van de visueel-ruimtelijke aspecten van de bebouwingsranden.
Dit aandachtspunt wordt impliciet benoemd bij de uitwerking van het thema Herkenbaar dorps karakter. 'Het is van groot belang dat de identiteit en de kenmerkende waarden van elke kern behouden blijven. Die omvatten de ruimtelijke structuur, de dorpse identiteit, de historische en beeldbepalende elementen, het erfgoed, de routing, zichtlijnen en cultuurhistorie." en kan worden getoetst in het afwegingskader waar 'behoud van een herkenbaar dorps karakter' onderdeel van is. Dit is terug te zien in de aansluiting van de kernen en linten op de landschappelijke structuren. Ontwikkelingen staan we alleen toe binnen de bestaande concentraties. Nieuwe initiatieven die daarbuiten vallen, wegen we zorgvuldig per locatie af met als doel om voor de agrariër verbreding mogelijk te maken.
Nee
44.11
Gesteld wordt dat de ontwerp omgevingsvisie in sommige opzichten vaag is en in het algemeen concrete normen ontbreken. Onduidelijk is waaraan getoetst wordt bij de verlaging van geuroverlast en stikstofuitstoot, aldus betrokkene. Gesproken wordt over bijsturing van landgebruik in het buitengebied.
Concrete normen staan in een omgevingsplan (soms in een omgevingsprogramma), niet in een omgevingsvisie. De omgevingsvisie bepaalt wel of een hogere of lagere norm gaat gelden (eventueel per thema en per gebied). Via de 'mengpanelen' in hoofdstuk 7 is hier grotendeels invulling aan gegeven. Met de richting die we inslaan met de ambities van de omgevingsvisie, leidt dit al tot een ontwikkeling naar extensivering en ook naar herstel van
Nee
79
Ons kenmerk: 1036588
44.12
Voorgesteld wordt om hierin een keuze te maken. Bijvoorbeeld dat landbouw en vooral de veehouderij geleidelijk maar significant extensiveert. Daarnaast wordt in de beschrijving van het toekomstbeeld de expliciete aandacht voor flora en fauna gemist, waaronder het belang van het terugkrijgen van soorten die vroeger gangbaar waren en nu bedreigd zijn.
flora en fauna. Op het onderwerp flora en fauna wordt ook binnen een omgevingsprogramma nog aandacht besteedt.
Ten aanzien van de PlanMER worden de volgende opmerkingen gemaakt. - Het beleid in de omgevingsvisie heeft een positieve of licht negatieve invloed op de meeste indicatoren. Hoe moet de combinatie van die twee gevolgen gelezen worden? - Er zijn kansen en uitdagingen om de gewenste (milieu)kwaliteiten per gebied te bereiken. Hoe wordt dit gemonitord om waar nodig bij te sturen? - Aanbevolen wordt om de uitbreiding van bedrijven met hogere milieubelasting uit te werken in de visie. Het is belangrijk om hiervoor richtlijnen te geven of specifieke criteria.
- We stellen dat veel van het voorgenomen beleid van de Omgevingsvisie een positief effect zal hebben op de leefomgeving. Echter, dit geldt niet voor al het beleid; er is ook beleid dat niet of gedeeltelijk een negatief effect heeft op een of enkele thema's. Uiteindelijk is het een beoordeling per saldo, waarin op basis van de verschillende plussen en minnen een eindoordeel per thema wordt gegeven. Als er zowel positieve effecten als negatieve effecten wordt dit ook als zodanig beschreven. - In hoofdstuk 10 van het MER wordt uitgebreid op monitoring ingegaan. De gemeente zal dit na vaststelling van de visie verder concretiseren. - In het verlengde van voorgaande antwoord: dit is iets wat de gemeente in het vervolg op de visie verder zal uitwerken. Een en ander kan zover relevant overgenomen in de Omgevingsvisie 2.0.
Voorgesteld wordt om in de visie meer concrete doelen en normen op te nemen in plaats van vage termen. Hierdoor zijn de milieu-effecten ook beter te beoordelen en inzichtelijk te maken.
45
5.1.2.e
Nee
De Commissie voor de milieueffectrapportage heeft de Ontwerp Omgevingsvisie bekeken en ziet ook dat ambities nog concreter kunnen. In een aanvulling op het MER maken we nu wat zaken concreter voor zover mogelijk. Dit wordt een bijlage bij de omgevingsvisie.
5.1.2.e
Haghorst d.d. 16 mei 2025 (ingekomen 16 mei 2025)____________________________________ In de huidige omgevingsvisie wordt op meerdere plekken, zowel in tekst als op kaartmateriaal,
80
Ons kenmerk: 1036588
gesproken over energieopwekking met wind- en zonne-energie in het buitengebied, met name in relatie tot de Regionale Energiestrategie (REKS) en de twee energiehubs binnen de gemeente: Energiehub De Baars en Energiehub De Kattenberg.
45.1
Betrokkene mist een expliciete en consistente vermelding van de mogelijkheid tot energieopslag op deze locaties — zoals batterijopslag en waterstofproductie. Deze vormen van energieopslag zijn essentieel om de opgewekte energie op een betrouwbare en flexibele manier in te zetten. Ze dragen onder andere bij aan het voorkomen van netcongestie en het beter afstemmen van lokale opwek en afname. Op locaties waar veel duurzame energie wordt opgewekt is opslag onmisbaar.
Voorgesteld wordt om: - In de visie expliciet op te nemen dat binnen de Energiehubs zoals 'De Kattenberg' niet alleen opwekking, maar ook opslag en conversie van energie (zoals waterstofproductie) gewenst en toegestaan zijn. - op het kaartmateriaal niet alleen zon- en windopwekking op te nemen maar het bredere gebied van de energiehub te markeren waarbinnen ook opslag mogelijk is.
De gemeente Hilvarenbeek erkent het belang van energieopslag als essentieel onderdeel van de energietransitie. Opslagtechnieken zoals batterijopslag en waterstofproductie dragen bij aan het beter afstemmen van lokale opwek en afname, en helpen netcongestie te voorkomen. Zeker op locaties waar veel duurzame energie wordt opgewekt, zoals binnen energiehubs, is opslag onmisbaar. Energieopslag (in de vorm van batterijen, waterstof, of anders) vraagt een behoorlijk ruimtebeslag en hier is vaak een forse risicocontour (externe veiligheid) aan gekoppeld. Dit vraagt om een afweging in de omgevingsvisie, zodat te zijner tijd in het omgevingsplan dit ook kan worden uitgewerkt.
Ja Tekstvoorstel: "Binnen de Energiehubs is niet alleen opwekking, maar ook opslag en conversie van energie gewenst en toegestaan, mits passend binnen de ruimtelijke en milieukaders. Dit werken we nader uit."
In de omgevingsvisie kunnen kaders worden opgenomen voor de ruimtelijke inpassing van energieopslag. Daarbij wordt gestuurd op locatiekeuze, omvang, type systeem en landschappelijke inpassing. Binnen energiehubs zoals 'De Kattenberg' is het uitgangspunt dat niet alleen opwekking, maar ook opslag en conversie van energie (zoals waterstofproductie) mogelijk en wenselijk is, mits passend binnen de ruimtelijke en milieukaders. Bij de ontwikkeling van REKS 1.0 lag de nadruk vooral op de opwek van duurzame energie, zoals zon en wind. Inmiddels is duidelijk dat dit niet voldoende is: zonder opslag raakt het
81
Ons kenmerk: 1036588
net overbelast en ontstaan er wachttijden voor nieuwe aansluitingen. Energieopslag en onderlinge uitwisseling is daarom geen toekomstbeeld meer, maar een noodzakelijke aanvulling op het oorspronkelijke plan. De suggestie om dit explicieter op te nemen in de visie en het kaartmateriaal wordt meegenomen. De gemeente onderzoekt hoe het bredere gebied van energiehubs, inclusief opslagmogelijkheden, ruimtelijk kan worden aangeduid en juridisch-planologisch kan worden verankerd. De energiehubs zijn al aangeduid op de kaarten in de Omgevingsvisie. Alleen tekstueel verduidelijken we dat ook opslag past binnen de energiehubs. 46
5.1.2.e
5.1.2.e
5.1.2.e
5.1.2.e
5.1.2.e
5.1.2.e
Haghorst d.d. 14 mei 2025 (ingekomen 14 mei 2025)__________________________________ 5.1.2.e
Op basis van de ontwerp omgevingsvisie worden agrarische ondernemers beperkt in hun ontwikkelingen.
46.1
Verwezen wordt naar de inhoud van de zienswijze van ZLTO afdeling De Hilver.