10 Jaarstukken 2024 (3 boekwerk jaarstukken 2024 - pag 75 geactualiseerd)
Tekst van het document
45
binnen de begroting. Dit werd met name veroorzaakt door het achterblijven van geplande investeringen. Op die plekken ontstond daardoor een voordeel ten opzichte van de ramingen. Aandelen (dividend) We realiseerden in 2024 € 51.000 dividenduitkering op ons aandelenkapitaal van € 58.775 (23.510 aandelen x € 2,50) van ‘NV Bank voor Nederlands Gemeenten (BNG)’. Het heeft betrekking op de winstbestemming van de BNG over het jaar 2023. We hebben ook nog aandelenkapitaal € 1.316 (13.166 x € 0,10) van Brabant Water NV. Over deze aandelen ontvangen gemeenten geen dividend. In 2023 besloot het college tot deelname aan het Publiek Ontwikkelbedrijf REKS B.V. voor de aankoop van aandelen tot een bedrag van circa € 430.000. In 2023 is daarvan € 134.000 gestort als aandelenkapitaal in de BV. De rest van het kapitaal zal gefaseerd gestort worden in het bedrijf afhankelijk van de voortgang van de bedrijfsactiviteiten. Kosten In de volgende tabel vindt u een overzicht van de kosten voor uitvoering van het thema. Algemene dekkingsmiddelen en onvoorzien
x € 1.000 01 Lasten en Baten 01 Lasten 02 Baten 02 Mutatie reserve 01 Lasten 02 Baten Eindtotaal
Bijgestelde Begroting 2024 -34.784 300 -35.084 -962 -962 -35.746
Jaarrekening 2024 -34.831 460 -35.291 -750 211 -962 -35.581
Saldo 2024 -47 160 -207 211 211 165
Toelichting financiële afwijkingen ten opzichte van de begroting Op dit thema ziet u een negatief resultaat van € 165.000 ten opzichte van onze bijgestelde begroting 2024. Dit voordeel is het resultaat van meerdere voor- en nadelen. In de jaarrekening vindt u in paragraaf 3.1.4 Toelichting afwijkingen een nadere analyse van dit verschil.
46
Hoofdstuk 6
1.6 Overhead en VPB
Dit hoofdstuk gaat over de overhead van de gemeente. Ook gaat het over de vennootschapsbelasting die we betalen over winstgevende ondernemingsactiviteiten.
Overhead en VPB Overhead We ramen de baten en lasten van onze overhead, zoals verplicht door het BBV, centraal onder een afzonderlijk hoofdstuk. Deze eenduidige systematiek maakt een betere vergelijking met andere gemeenten mogelijk. Om te voorkomen dat er verschillen ontstaan in de systematiek passen we een algemene definitie van overhead toe. Overhead: Alle kosten die samenhangen met sturing en ondersteuning van medewerkers in het primaire proces.
In de beleidsprogramma’s vinden de primaire processen plaats. Dit zijn de activiteiten die onze externe klanten direct dienen. Uitgangspunt is dat we kosten zoveel mogelijk toerekenen aan de activiteiten uit de beleidsprogramma’s. De salarislasten van onze medewerkers - die direct bijdragen aan een primair proces - verantwoorden we bijvoorbeeld in de beleidsprogramma’s. Uiteraard behoren ook de kosten van onder andere onderhoud van de openbare ruimte, zorg en het subsidiebeleid tot de primaire processen, en dus tot de beleidsprogramma’s. Overhead zijn de kosten die samenhangen met de sturing en ondersteuning van het primaire proces. Daarbij kunt u denken aan kosten voor leidinggevenden, personeel van stafafdelingen en algemene personeelskosten zoals het opleidingsbudget. Maar overhead omvat niet alleen personeel. Naast loonkosten bevat de overhead bijvoorbeeld ook de huisvesting van het gemeentehuis met kosten voor schoonmaak, verzekeringen en energie. Ook ICT, het archief en kosten voor organisatieontwikkeling zijn ondersteunend aan de primaire processen. Ook aan projecten binnen de grondexploitatie en rehabilitatie projecten wegen en riolering zijn onderdeel van overhead. Bij het opstellen van de begroting maken we per medewerker een inschatting van het percentage van de loonkosten dat aan de GREX/IMVA’s en kredieten moet worden toegerekend.
Op basis daarvan wordt ook de toe te rekenen overhead begroot middels de overheadopslag. De werkelijke toerekening vindt na het einde van het boekjaar plaats op basis van de gerealiseerde capaciteitsinzet. Meer over de algemene bedrijfsvoering leest u ook terug in de paragraaf bedrijfsvoering.
47
Vennootschapsbelastingplicht Sinds de invoering van de wet ‘modernisering Vennootschapsbelastingplicht (Vpb) in 2016 voor overheidsondernemingen’ geldt voor ons een VPB-plicht voor het cluster Grondexploitaties én voor het cluster Afval opbrengst recycleerbare reststromen. In 2024 is er 1 nieuwe grondexploitatie geopend, Hart van Haghorst. We sloten in 2024 geen grondexploitaties af. De aangiften Vpb over de jaren 2022 en 2023 zijn ingediend. Beide zijn nog niet definitief vastgesteld door de Belastingdienst. De aangifte Vpb 2024 dienen we later in 2025 in. Er is geen voorlopige aanslag opgelegd voor 2024 of 2025. Kosten In de volgende tabel vindt u een overzicht van de kosten voor uitvoering van het thema. Overhead en Vpb
x € 1.000 01 Lasten en Baten 01 Lasten 02 Baten 02 Mutatie reserve 02 Baten Eindtotaal
Bijgestelde Begroting 2024 8.053 8.267 -214 -198 -198 7.856
Jaarrekening 2024 8.722 8.984 -262 -719 -719 8.003
Saldo 2024 669 717 -48 -521 -521 148
Toelichting financiële afwijkingen ten opzichte van de begroting Op dit thema ziet u een negatief resultaat van € 148.000 ten opzichte van onze bijgestelde begroting 2024. Dit nadeel is het resultaat van meerdere voor- en nadelen. In de jaarrekening vindt u in paragraaf 3.1.4 Toelichting afwijkingen een nadere analyse van dit verschil.
48
Jaarverslag 2. Paragrafen
49
Paragraaf 1
2.1 Lokale heffingen
We gaan in deze paragraaf in op de ontwikkeling van de lokale algemene belastingen en de gevolgen voor de lokale belastingdruk. We sluiten de paragraaf af met het kwijtscheldingsbeleid. Maar eerst gaan we in op het verschil tussen algemene belastingen, bestemmingsbelastingen en retributies. Algemene belastingen De opbrengsten van de algemene belastingen gaan naar de algemene middelen van de gemeente. Algemene belastingen zijn onroerende-zaakbelastingen (OZB), forensenbelasting, toeristenbelasting, vermakelijkhedenretributie en precariobelasting. Bestemmingsbelastingen Onze bestemmingsbelastingen bestaan uit rioolheffing en afvalstoffenheffing. Bestemmingsbelastingen zijn belastingen waarvan de opbrengsten zijn bestemd voor specifieke taken of voorzieningen met een duidelijk algemeen belang. Een gemeente mag op basis van de Gemeentewet artikel 229b niet meer heffen dan de begrote kosten die gedekt worden met de specifieke belasting. De mate waarin we de kosten betalen met de opbrengsten wordt kostendekkendheid genoemd. De kostendekkendheid is opgenomen in bijlage ‘onderbouwing kostendekkendheid heffingen’. Retributies Retributies worden geheven aan personen aan wie de gemeente een specifieke dienst verleent. De belangrijkste retributies zijn leges. Voor een bij de gemeente aangevraagde dienst zijn leges verschuldigd.
Denk hierbij aan het aanvragen van een omgevingsvergunning of een paspoort. Net als bij bestemmingsbelastingen mogen de retributies niet meer dan kostendekkend zijn.
Lokale heffingen Onroerende-zaakbelastingen (OZB) De OZB heffen we over onroerende zaken in de gemeente. Het gaat om twee belastingen; een eigenarenbelasting en een gebruikersbelasting. Het gebruikersdeel van de OZB geldt alleen voor niet-woningen. Huurders van een woning betalen dus geen OZB. Jaarlijks vastgestelde indexatie We hebben onze opbrengst in 2024 ten opzichte van 2023 -conform bestaand beleid- geïndexeerd met de reguliere index van 2,25%. Daarbovenop is conform besluitvorming bij de voorjaarsnota 2023 (knop 81) een extra indexatie doorgevoerd van 1,5% bij woningen en 26,5% bij niet-woningen. Waardeontwikkeling naar peildatum 1 januari 2023 Jaarlijks worden - op grond van de Wet waardering onroerende zaken - alle onroerende zaken gewaardeerd. De maatstaf voor de aanslagen onroerende-zaakbelastingen (OZB) voor het belastingjaar 2024 50
is de waarde in het economisch verkeer op peildatum 1 januari 2023. De Wet WOZ schrijft namelijk voor dat gemeenten een waarde vaststellen zoals die gold op 1 januari van één jaar eerder. We rekenden met de landelijke waardeontwikkeling naar waardepeildatum 1 januari 2023. Voor woningen +3,0 % en voor niet-woningen +2,0 %. Bij een waardestijging verlagen we het tarief OZB om niet meer dan de gewenste totaalopbrengst te genereren. Dit uitgangspunt werkt uiteraard ook andersom. Wanneer de WOZ waarde daalt, moeten we met een hoger tarief de begrote totaalopbrengst behalen. De totale WOZ waarden van niet-woningen is in 2024 lager dan waar we mee gerekend hebben. Hierdoor valt de opbrengst onroerende-zaakbelastingen niet-woningen lager uit dan begroot. Bedragen afgerond op veelvoud van € 1.000
Begroting 2024
Realisatie betreffende 2024 Eigenaren woningen 2.880.000 2.870.000 Eigenaren niet-woningen 1.185.000 1.111.000 Gebruikers niet-woningen 813.000 758.000 Totalen 4.878.000 4.739.000 Tabel – Realisatie OZB 2024 ten opzichte van begroting OZB 2024
Eigenaren woningen Eigenaren niet-woningen Gebruikers niet-woningen Tabel - Tarievenoverzicht OZB 2024
Realisatie opbrengst voorgaande jaren -/- 5.000 16.000 11.000 22.000
Tarieven 2024 0,0898 % 0,2476 % 0,2069 %
Forensenbelasting We heffen forensenbelasting van natuurlijke personen die geen hoofdverblijf in de gemeente hebben maar gedurende meer dan 90 dagen van het belastingjaar een gemeubileerde woning beschikbaar houden voor zichzelf of voor hun gezin. In de regel gaat het om eigenaren en gebruikers van recreatieverblijven, zoals vakantiewoningen of stacaravans. De forensenbelasting kent een laag en een hoog tarief. Welk tarief van toepassing is, dat hangt af van de WOZ-waarde van het object. In de voorgaande belastingjaren gold voor objecten tot € 65.000 het lage tarief en voor objecten vanaf € 65.000 het hoge tarief. Voor 2024 handhaven we beide categorieën. De tarieven zijn niet gewijzigd. 2024 2023 Laag tarief € 382,40 382,40 Hoog tarief € 792,40 792,40 Tabel - Tarievenoverzicht forensenbelasting 2024 ten opzichte van 2023
De totale opbrengsten van de forensenbelasting zijn in het volgende overzicht weergegeven, met vermelding van de in de begroting geraamde bedragen. Begroting 2024 Forensenbelasting 215.000 Tabel - Opbrengstoverzicht forensenbelasting raming en realisatie 2024
Realisatie 2024 219.000
51
Toeristenbelasting Vanaf 2024 wordt de hoogte van het tarief toeristenbelasting bevroren tot en met 2026 op het prijspeil 2023. Tarieven Toeristenbelasting per nacht: groepsaccommodaties vaste standplaatsen op een minicamping vaste standplaatsen, niet zijnde een minicamping overige accommodaties
2024
2023
1,90 1,90 2,15 2,65
1,90 1,90 2,15 2,65
Tabel - Tarievenoverzicht toeristenbelasting 2024 ten opzichte van 2023
De totale opbrengsten van de toeristenbelasting zijn in het volgende overzicht weergegeven, met vermelding van de in de begroting geraamde bedragen. Vanwege de uitbreiding van de Beekse Bergen en de toename van het aantal overnachtingen bij meerdere exploitanten resulteren in een hogere opbrengst toeristenbelasting 2024. Toeristenbelasting Waarvan minder opbrengst voorgaand jaar
Begroting 2024 1.379.500
Realisatie 2024 1.407.000 € 9.000 -
Tabel - Opbrengstoverzicht toeristenbelasting raming en realisatie
Vermakelijkhedenretributie De vermakelijkhedenretributie is een heffing die de gemeente oplegt aan exploitanten van vermakelijkheden, bijvoorbeeld de Beekse Bergen. Zij maken gebruik van voorzieningen uit de gemeente.
Vermakelijkhedenretributie 2024 Afrekening vermakelijkhedenretributie 2023 Tabel - Opbrengstoverzicht vermakelijkhedenretributie
Begroting 2024 160.000 0
Realisatie 2024 162.000 26.000
Precariobelasting Gemeenten kunnen precariobelasting heffen op het gebruik van voorwerpen onder, op of boven voor de openbare dienst bestemde gemeentegrond. Denk bijvoorbeeld aan gebruik voor terrassen. Precariobelasting terrassen
Begroting 2024 10.000
Realisatie 2024 7.000
Marktgelden Voorgaande jaren verhoogden we de marktgelden met de inflatiecorrectie. Conform de gebruikelijke gedragslijn verhogen we de marktgelden met een indexering van 2,25%. We rekenen € 69,20 per kwartaal per standplaats van vier m1. Tarieven Tarief per kwartaal per standplaats van max. 4 meter Tabel - Tarievenoverzicht marktgelden 2024 ten opzichte van 2023
2024 € 69,20
2023 € 67,70
De leges marktgelden mogen niet meer dan 100% kostendekkend zijn. Hieronder ziet u een overzicht van de kostendekkendheid. Marktgelden Hieronder ziet u de kostendekkendheid op realisatiebasis.
52
Taakveld 3.3
Begroting 2024
Jaarrekening 2024
Lasten
8.500
5.200
BTW-component lasten
1.785
1.100
Totale lasten taakveld
10.285
6.300
Opbrengsten
3.500
6.000
Dekkingspercentage
34%
95%
Directe baten/lasten:
Rioolheffing De rioolheffing is een zogenoemde bestemmingsheffing. Hiermee betalen we onze watertaken. Conform de gebruikelijke gedragslijn verhoogden we de tarieven met een indexering van 2,25%. Tarieven Eigenarenheffing: voor percelen zijnde woningen, per jaar voor percelen zijnde niet-woningen, per jaar voor percelen zijnde garageboxen, per jaar Gebruikersheffing: Voor percelen bij een hoeveelheid afgevoerd water tot en met 130 m3 van 131 m3 tot en met 250 m3 van 251 m3 tot en met 500 m3 van 501 m3 tot en met 1.500 m3 van 1.500 m3 tot en met 5.000 m3 bij 5.001 m3 en meer Tabel - Tarievenoverzicht rioolheffing 2024 ten opzichte van 2023
2024
2023
€ 113,67 € 194,32 € 57,15
€ 111,17 € 190,05 € 55,90
€ 32,88 € 137,16 € 308,76 € 708,60 € 1.417,20 € 2.834,64
€ 32,16 € 134,16 € 301,92 € 693,00 € 1.386,00 € 2.772,24
Begroting 2024
Realisatie 2024
Rioolheffing woningen
€ 1.310.000
€ 1.272.000
Rioolheffing Niet-woningen
€
€
302.000
299.000
Tabel – Realisatie rioolheffing ten opzichte van begroting
Hieronder ziet u de kostendekkendheidsberekening voor het product riolering. Kostendekkendheid Riolering Lasten taakveld riolering Lasten taakveld inkomensregelingen Toe te rekenen BTW-lasten Toe te rekenen Overhead Totaal lasten Baten exclusief rioolrecht Opbrengsten rioolheffing Resultaat Onttrekking aan voorziening riolering Saldo
Begroting Realisatie 1773 1644 6 6 155 183 232 168 2166 2001 -81 -18 -1612 -1571 474 412 -474 -412 0 0
Verschil Voor- of Nadelig 129 Voordelig 0 Voordelig -28 Nadelig 64 Voordelig 165 Voordelig -63 Nadelig -41 Nadelig 62 Voordelig -62 0
Tabel – Lasten en baten riolering 2024 ten opzichte van begroting 2024
Toelichting grotere verschillen tussen begroting en realisatie Lasten taakveld riolering Door beperkte ambtelijke capaciteit is de inzet op het gebied van riolering achtergebleven bij de raming. Dit leidde in 2024 tot minder uitvoering van werk. 53
Onttrekking aan voorziening riolering De mutatie op de voorziening riolering is het resultaat van het saldo van de uitgaven en inkomsten. Dit sluit aan bij het vastgestelde beleidskader door de raad bij de vaststelling van het Riool- en waterprogramma in 2022. Door het achterblijven van met name uitgaven in 2024, hoeven we ook minder aan de voorziening te onttrekken. In de paragraaf Kapitaalgoederen gaan we verder in op het product riolering. Afvalstoffenheffing We zamelen restafval en GFT-afval in via afzonderlijke containers. Een aantal (appartementen)complexen heeft een eigen inzamelsysteem met ondergrondse containers. Tarieven Afvalstoffenheffing (particuliere huishoudens) Vast tarief per maand Variabel tarief per lediging Restafvalcontainer 270 liter Variabel tarief per lediging Restafvalcontainer 120 liter Variabel tarief per lediging GFT-afval Tarief per inworp 60 liter zak in ondergrondse container
Tarief 2024
Tarief 2023
12,50 10,95 10,95 2,44 5,47
7,87 12,85 Nvt 2,39 1,90
Tabel - Tarieven afvalstoffenheffing 2024 versus 2023 Begroting 2024
Realisatie 2024
Afvalstoffenheffing vast recht
€
1.031.000
€
1.015.000
Afvalstoffenheffing ledigingen
€
472.000
€
567.000
Tabel – Realisatie afvalstoffenheffing 2024 ten opzichte van begroting 2024
Hieronder ziet u de kostendekkendheidsberekening voor het product afval. Kostendekkendheid Afval Lasten taakveld Afval Lasten taakveld inkomensregelingen Toe te rekenen BTW-lasten Toe te rekenen Overhead Totaal lasten Baten exclusief afvalstoffenheffing Opbrengsten afvalstoffenheffing Resultaat Onttrekking aan voorziening Afval Saldo
Begroting Realisatie 1499 1676 17 24 180 264 130 135 1826 2098 -302 -411 -1502 -1583 21 104 -21 -104 0 0
Verschil Voor- of Nadelig -177 Nadelig -7 Nadelig -84 Nadelig -5 Nadelig -273 Nadelig 109 Voordelig 80 Voordelig -83 Nadelig 83 0
Tabel – Lasten en baten afval 2024 ten opzichte van begroting 2024
Toelichting grotere verschillen tussen begroting en realisatie Lasten taakveld afval Een deel van het geraamde budget voor de implementatie nieuw afvalbeleid was niet in 2023 besteed. De uitgaven zijn grotendeels gemaakt in 2024. Verder vallen de verwerkingskosten voor het grof afval dat is aangeboden bij de milieustraat mee. Toe te rekenen BTW-lasten In de begroting 2024 rekenden we met een fictieve BTW-last, gelijk aan de stand van de vorige begroting. In werkelijkheid blijkt die substantieel hoger zijn. Waarom spreken we van een fictieve BTW-last? Sinds de invoering van het BTW-compensatiefonds in 2003 geldt dat we voor onder andere het product afval de BTW kunnen declareren uit het fonds. Het BTW-compensatiefonds toendertijd is gevormd door een verlaging van het gemeentefonds. 54
In beginsel geldt dat het product afval (en ook riolering) niet meer dan kostendekkend mag zijn. Dus niet meer dan kostendekkend zou in dit geval betekenen, niet meer dan de kosten exclusief BTW. Omdat het gemeentefonds wel voor het deel van de BTW afval en riolering is gekort, zouden de gemeenten er per saldo netto op achteruitgaan. Om dat ongewenste neveneffect te elimineren is de gemeentewet aangepast in die zin dat de ‘fictieve’ BTW-last wel als kosten meegenomen mag worden voor de berekening van de kostendekkendheid. Baten exclusief afvalstoffenheffing De vergoedingen ‘aan de poort’ waren in 2024 hoger dan geraamd. Daarnaast ontvingen we meer aan vergoedingen van derden voor verschillende afvalstromen. Baten afvalstoffenheffing In werkelijkheid was er sprake van meer ledigingen dan ingeschat was. Dit kwam doordat vooraf heel moeilijk in te schatten was wat het aantal ledigingen zou zijn na invoering van de nieuwe inzamelsystematiek per 1 april 2024. Onttrekking aan voorziening Afval De mutatie op de voorziening afval is het resultaat van het saldo van de uitgaven en inkomsten. Met name door kosten van implementatie van de nieuwe inzamelsystematiek die we in 2024 hadden (in plaats van 2023) maakt het dat we ook meer aan de voorziening moeten onttrekken in 2024 in plaats van 2023.
Bedragen x € 1.000 Werkelijke Stand voorziening 1-1-2024 Onttrekking nadelig saldo product afval Stand 31-12-2024
Realisatie 2024 209 -104 105
Leges De legesinkomsten bestaan onder andere uit inkomsten van burgerzaken voor bijvoorbeeld reisdocumenten, rijbewijzen en burgerlijke stand. Maar u kunt ook denken aan leges voor omgevingsvergunningen of voor APV activiteiten zoals evenementen. De tarieven voor de verschillende activiteiten en producten stelde de gemeenteraad vast op 9 november 2023.
Ontwikkeling totale belastingdruk In deze paragraaf vergelijken we de totale gemeentelijke lasten 2024 voor een gemiddeld gezin ten opzichte van 2023. Dit doen we voor zowel een eigenaar als voor een huurder van een woning. Bij een EIGENAAR van een woning Bedragen x € 1,2024 2023 Procentueel 2024 tov 2023 Afgerond op hele euro’s Afvalstoffenheffing 209,00 187,00 11,8 % stijging Rioolheffing, o.b.v. 3 x 50 = 150 m3 137,16 134,16 2,2 % stijging Rioolheffing eigenaar 113,67 111,17 2,2 % stijging OZB – eigenaar 403,20 395,00 2,1 % stijging Totaal 863,00 827,00 4,35 % stijging Tabel - Belastingdruk eigenaar woning 2024 ten opzichte van 2023
55
Bij een HUURDER van een woning Bedragen x € 1,2024 2023 Procentueel 2024 tov 2023 Afgerond op hele euro’s Afvalstoffenheffing 209,00 187,00 11,8 % stijging Rioolheffing, o.b.v. 3 x 50 = 150 m3 137,16 134,16 2,2 % stijging Rioolheffing eigenaar nvt nvt OZB – eigenaar nvt Nvt Totaal 346,00 321,00 7,8 % stijging Tabel - Belastingdruk huurder woning 2024 ten opzichte van 2023
Uitgangspunten Bij de bepaling van de belastingdruk zijn we uitgegaan van de volgende uitgangspunten: Afvalstoffenheffing Afvalstoffenheffing Vast tarief per maand Variabel tarief per lediging restafval Variabel tarief per lediging GFT-afval Totalen afgerond Tabel - Afvalstoffenheffing
Tarief 2024 12,50
Tarief 2023 7,87
Aantal ledigingen 2024 12 maanden
Aantal ledigingen 2023 12 maanden
Totaal 2024 150,00
Totaal 2023 94,44
10,95
12,85
4,32
6,65
47,30
85,45
2,44
2,39
5,09
3,13
12,41 209
7,48 187
Rioolheffing We hanteren een waterverbruik van 50 m³ per gezinslid als grondslag voor de berekening van de rioolheffing en gaan uit van een twee ouderhuishouden met één kind. Dit leidt tot een gemiddeld waterverbruik van 150 m³ per jaar. OZB – eigenaar De gemiddelde waarde per woning, op basis waarvan de belastingdruk is berekend, is als volgt: € 449.000,- in 2024 (na bezwaarafhandeling) € 445.000,- in 2023 (na bezwaarafhandeling) € 385.000,- in 2022 (na bezwaarafhandeling)
Gemeentelijk kwijtscheldingsbeleid We voeren een actief kwijtscheldingsbeleid voor afvalstoffenheffing en rioolheffing. De begrote en gerealiseerde kosten voor 2024 bedragen € 30.000 voor het kwijtscheldingsbeleid voor afvalstoffenheffing en rioolheffing (exclusief uitvoeringskosten).
56
Paragraaf 2
2.2 Weerstandsvermogen en risicobeheersing
In deze paragraaf leest u meer over ons risicoprofiel en hoe we dit opvangen met onze weerstandscapaciteit. Deze weerstandscapaciteit bestaat uit de middelen om substantiële onverwachte kosten af te dekken zonder dat dit ten koste gaat van het bestaand beleid. Het weerstandsvermogen is de mate waarin we de risico’s op kunnen vangen met onze weerstandscapaciteit. In de nota ‘risicomanagement & weerstandsvermogen’ beschrijven we hoe we risicomanagement toepassen als vast proces in onze bedrijfsvoering. In deze paragraaf beoordelen we ook onze financiële positie aan de hand van vijf kengetallen. Beoordelen risico’s Om te bepalen welke risico’s de meeste aandacht verdienen, kwantificeren we ze. Per risico, schatten we in - eventueel op basis van ervaringen - hoe waarschijnlijk het is dat het zich voordoet en hoe groot de financiële gevolgen zijn. Ontwikkelingen waarvan de kans 90% of meer is dat deze zich voordoen, nemen we niet mee omdat we dit niet als risico’s zien. We gebruiken de volgende scoringstabellen. Kans Gering (minder dan 1 x per 4 jaar) Gemiddeld (ongeveer 1 x per 4 jaar) Hoog (minimaal 1 x per jaar)
Score 1 3 5
Financieel gevolg Gering (< 0,1% omzet = < € 45.000 Beperkt (> 0,1% omzet < 0,5 % omzet = tussen € 45.000 - € 225.000) Groot (> 0,5 % omzet = > € 225.000)
Score 1 2 3
Omdat risico’s zich niet allemaal tegelijkertijd voordoen, nemen we alle risico’s niet voor de volledige omvang mee. Aan de hand van de kans vermenigvuldigt met het gevolg van het risico berekenen we een score. Aan de hand van deze score voorzien we het risico van een ranking met impactcategorie. Afhankelijk van de impactcategorie nemen we een risico volledig, voor een deel of niet mee in de berekening van ons benodigd weerstandscapaciteit. Ranking Scores 10 en hoger Scores hoger dan 5, maar lager dan 10 Scores van 5 en lager
Impactcategorie Hoog risico Voor het risico dient 100% weerstandscapaciteit aanwezig te zijn. Beperkt risico Voor een structureel risico dient 25% weerstandscapaciteit aanwezig te zijn. Voor een incidenteel risico dient 50% weerstandscapaciteit aanwezig te zijn. Gering risico We achten het risico te dragen binnen de regulieren bedrijfsvoering
57
Opstellen risicoprofiel Het risicoprofiel bevat alle risico’s die we hebben geïnventariseerd in onze organisatie. We maken een onderscheid tussen de risico’s voor de ‘algemene dienst’ en risico’s voor de grondexploitaties. In deze paragraaf volstaan we met een samenvatting van de belangrijkste risico’s van de algemene dienst en de belangrijkste risico’s van de grondexploitaties zoals bekend op 1 januari 2025. Het gedetailleerd risicoprofiel vindt u in bijlage ‘risicokaart’. Nr.
Onderwerp Structurele risico's algemene dienst 1. Huisvesting statushouders 2. Vergoeding Gemeentelijke Opvang Oekraïners 3. Jeugdhulpverlening (specialistische zorg) 4. WMO-middelen ontoereikend 5. BUIG-middelen ontoereikend 6. Structurele gevolgen omgevingswet 7. Veiligheidsregio Midden- en West-Brabant (VRMWB) 8. Project Hart van Haghorst 9. Toerekening uren aan investeringen en grondexploitaties 10. Toenemende druk op gemeenten 11. Algemene uitkering 12. Stijgende ICT kosten, o.a. transitie naar Cloud en Dataficering 13. Informatiewetten NL en Digital Decade 2030 EU Totaal structurele risico’s algemene dienst
1. 2. 3. 4. 5. 6. 7.
Nr. 1. 2. 3. 4.
Incidentele risico's algemene dienst Onvoorzien uit reguliere bedrijfsvoering / Algemeen bedrijfsrisico Huur Nieuwe Erf Wachtgeldregeling wethouders Gerechtelijke procedures en aansprakelijkheidsstellingen Deelname Regionaal Publiek Ontwikkelbedrijf Gerechtelijke procedures en aansprakelijkheidsstellingen Niet voldoen aan privacywetgeving Totaal incidentele risico’s algemene dienst
Onderwerp Risico’s grondbedrijf Afzet gronden Prijsrisico/inflatie Geurcontour de Leeuwerik 3 Gemaakte kosten diverse IMVA-s Totaal risico’s grondbedrijf
Risico 400.000 100.000 200.000 150.000 39.500 0 0 50.000 99.300 127.000 160.000 12.500 0 1.338.000
490.000 0 50.000 0 215.000 0 0 755.000
Risico € 162.500 € 92.500 € 82.500 € 200.000 € 537.500
58
Weerstandscapaciteit De weerstandscapaciteit bestaat uit de middelen waarmee de gemeente in staat is om substantiële tegenvallers op te vangen zonder dat dit betekent dat we het beleid moeten wijzigen. We onderscheiden een structurele en een incidentele weerstandscapaciteit. We gaan hier nu verder op in. Structurele capaciteit Onze structurele weerstandscapaciteit bepalen we op basis van de onbenutte belastingcapaciteit voor de onroerende zaakbelastingen. We berekenen de onbenutte belastingcapaciteit op twee wijzen. Enerzijds houden we rekening met de meest recente OZB-tarieven van het gemiddeld niveau in Nederland. We hanteren deze onbenutte belastingcapaciteit voor onze weerstandscapaciteit. Anderzijds laten we ook de OZB-opbrengst zien als we het OZB-tarief hanteren dat opgelegd wordt indien een gemeente een artikel 12 status aanvraagt. Het rijk stelt zo’n gemeente dan onder financiële curatele.
Bedragen x € 1.000 OZB opbrengst Hilvarenbeek 2024 OZB opbrengst landelijk gemiddeld 2024 1 OZB artikel 122
Ruimte ten opzichte van landelijk artikel 12 4.739 5.228 6.474
489 1.735
Onze beschikbare capaciteit - de ruimte die beschikbaar is wanneer we het gemiddeld landelijk tarief hanteren - bedraagt € 489.000. De onbenutte belastingcapaciteit, wanneer de tarieven gelijk zouden zijn aan de artikel 12 norm, bedraagt € 1.735.000. We houden bij de beschikbare structurele capaciteit rekening met de structurele resultaten die ná vaststelling najaarsnota 2024 in onze begroting 2025 zitten. Deze bedraagt voor 2025 € 516.000 (2026: -/- € 2134.000, 2027: -/- € 313.000, 2028: -/- € 258.000) Incidentele capaciteit Voor de incidentele capaciteit weerstandscapaciteit nemen wij bij de omvang van onze algemene reserve en de reserve grondexploitatierisico’s - voor resultaatbestemming - mee. Incidentele weerstandscapaciteit (x € 1.000) Algemene bedrijfsreserve Algemene reserve grondexploitatie
4.572 1.844
Tabel - Stand van 31-12-2024
Weerstandsvermogen Het weerstandsvermogen is de mate waarin de gemeente in staat is om substantiële tegenvallers op te vangen zonder dat het beleid veranderd moet worden. Om het structurele weerstandsvermogen te bepalen, confronteren we de structurele risico’s met de structurele weerstandscapaciteit. Het incidentele weerstandsvermogen bepalen we door alle incidentele risico’s af te zetten tegen de algemene bedrijfsreserve. De confrontatie van het risicoprofiel en weerstandscapaciteit is hieronder weergegeven. Weerstandsvermogen (x € 1.000) Structureel Algemene Dienst Algemene bedrijfsreserve Algemene reserve grondexploitatie 1 2
Beschikbaar A C E
1.005 4.572 1.844
Benodigd B D F
1.338 755 538
Bron: Coelo.nl, tarievenoverzicht 2024 Bron: meicirculaire 2023, tarieven 2024
59
Ratio's Structureel Algemene Dienst (A / B) Algemene bedrijfsreserve (C / D) Algemene reserve grondexploitatie (E / F)
JR20 1,0 0,8 2,2
JR21 0,99 0,76 1,95
JR22 0,75 10,2 1,23
JR23 1,2 7,9 1,4
JR24 0,8 6,1 3,42
Conclusie: waardering en normen voor het weerstandsvermogen We waarderen het weerstandsvermogen zoals opgenomen in onderstaande tabel. Ratio >2 1,5 – 2 1,0 - 1,5 0,8 - 1,0 0,6 - 0,8 < 0,6
Waardering uitstekend ruim voldoende voldoende matig onvoldoende ruim onvoldoende
De provincie adviseert ons om een norm vast te stellen voor het noodzakelijke weerstandsvermogen. Wij hebben dit advies ter harte genomen. Wij hanteren een norm van minimaal 0,8 voor zowel het structurele als het incidentele weerstandsvermogen. Tussen de 1 en de 0,8 is extra voorzichtigheid geboden. Een score onder de 0,8 betekent dat we een onvoldoende scoren. Structureel Voor het structurele weerstandsvermogen voldoen wij net aan deze norm. In de berekening is rekening gehouden met de structurele ruimte die nu in onze begroting voor jaarschijf 2025 zit. In de berekening is alleen gekeken naar het verschil in OZB ten opzichte van het gemiddelde in Nederland en niet naar de uitbreidingsmogelijkheden in vergelijking met een artikel 12 status. Wanneer we deze werkwijze hanteren stijgt de ratio nog van 0,8 naar 1,7. In dat geval is de waardering ruim voldoende. Incidenteel Het incidentele weerstandsvermogen van de algemene dienst scoort uitstekend. Het incidentele weerstandsvermogen voor de grondexploitatie is ook uitstekend. Wanneer we naar het totaal van de incidentele risico´s kijken en dit afzetten tegen de totale beschikbare incidentele weerstandscapaciteit is de ratio 5,95. Dit wordt gewaardeerd als uitstekend.
Financiële kengetallen In deze paragraaf geven wij u een overzicht van enkele financiële kengetallen met als doel u op een eenvoudige manier inzicht te geven in de financiële positie van de gemeente. Deze financiële kengetallen zijn verplicht op basis van artikel 11 BBV. Naast een structureel sluitende reële begroting is het voor een gezonde financiële positie ook van belang dat de schulden niet te hoog oplopen, de risico’s binnen de grondexploitatie op te vangen zijn en er nog voldoende financiële ruimte is binnen de exploitatie of om belastingen te verhogen. We gaan eerst in op de normering en daarna volgen de financiële kengetallen. Normering Om meer inzicht te krijgen in de kengetallen kiezen we ervoor om aan te sluiten bij de ‘signaleringswaarden’ die diverse gemeenten gebruiken zoals in onderstaande tabel weergegeven. De signaleringswaarden zijn oorspronkelijk afkomstig uit de stresstest voor 100.000+ gemeenten. De signaleringswaarden zijn geen normeringsinstrument in het kader van het financieel toezicht door de provincie. Het is primair bedoeld al instrument voor de raad. Per kengetal zijn signaleringswaarden ingedeeld in
60
drie categorieën. Categorie A is het minst risicovol, categorie B is een risicoprofiel waarbij voorzichtigheid is geboden, categorie C is een risicovol profiel. Kengetallen Netto schuldquote
Cat. A <0,9
Cat. B 0,9 - 1,3
Cat. C >1,3
Netto schuldquote - correctie verstrekte leningen Solvabiliteitsratio Structurele exploitatieruimte
<0,9 >0,5 >0
0,9 - 1,3 0,2 - 0,5 0
>1,3 <0,2 <0
Grondexploitatie Belastingcapaciteit: Woonlasten meerpers. huishouden
<0,2 <0,95
0,2 - 0,35 0,95 - 1,05
>0,35 >1,05
Financiële kengetallen We hebben de financiële kengetallen berekend voor onze gemeente. U ziet ze in onderstaand overzicht. De kengetallen van 2020 – 2023 hebben we zoals in het overzicht aangegeven gebaseerd op de voorgaande jaarstukken. Per kengetal hebben we met kleur weergegeven in welk risicoprofiel het kengetal valt. Kengetallen Netto schuldquote Netto schuldquote gecorrigeerd voor alle verstrekte leningen Solvabiliteitsratio Structurele exploitatieruimte Grondexploitatie Belastingcapaciteit: Woonlasten Meerpersoonshuishouden
JR20 0,55 0,49
JR21 0,51 0,46
JR22 0,61 0,55
JR23 0,44 0,37
JR24 0,45 0,37
0,26 -0,02 0,10 1,00
0,27 0,03 0,10 0,97
0,23 0,07 0,16 1,02
0,26 0,06 0,06 0,88
0,25 -0,01 0,07 0,87
Netto schuldquote De netto schuld weerspiegelt het niveau van de schuldenlast van de gemeente ten opzichte van de eigen middelen. De netto schuldquote geeft een indicatie van de druk van de rentelasten en de aflossingen op de exploitatie. Een laag percentage is gunstig. Omdat bij verstrekte leningen er onzekerheid kan bestaan of ze allemaal terug worden betaald bepalen we de netto schuldquote zowel inclusief als exclusief verstrekte leningen. De VNG adviseert om 1,3 als maximum norm te hanteren en daarboven de schuld af te bouwen. Als algemene norm geven we de onderstaande richtgetallen. De netto schuldquote voor 2024 is 0,37. De netto schuldquote waarderen we daarmee als goed. Als we naar onze begroting 2025 kijken zien we de komende jaren wel een verdere toename van deze schuldquote. Solvabiliteitsratio De solvabiliteitsratio geeft inzicht in de mate waarin het bezit van de gemeente is afbetaald en de gemeente in staat is aan haar financiële verplichtingen te voldoen. Het betreft het eigen vermogen uitgedrukt in een percentage van het balanstotaal. De schuldratio is de tegenhanger hiervan. De toename of afname van de schulden in een jaar is het financieringsresultaat van de gemeente. Het wordt ook wel schuldevolutie genoemd. De schuld mag niet zover oplopen dat de financiële positie in de waagschaal wordt gelegd.
De gemeentefinanciën horen - ook bij economisch slecht weer - zonder hulp van buitenaf beheersbaar te blijven. Normaal ligt de waarde voor de solvabiliteitsratio tussen de 0,5. Voorzichtigheid is geboden bij een ratio tussen de 0,2 en 0,5. Voor 2024 bedraagt de waarde 0,25. Dit ligt in lijn met afgelopen jaren. Voor de volgende jaren, gebaseerd op onze begroting 2025 wordt een daling verwacht waarbij we tegen een risicovol profiel schuren.
61
Structurele exploitatieruimte negatief Dit kengetal is van belang om te kunnen beoordelen welke structurele ruimte er is om de eigen lasten te dragen, of welke structurele stijging van de baten of structurele daling van de lasten daarvoor nodig is. De provincie hanteert de richtlijn dat de begroting structureel en reëel in evenwicht moet zijn. Het structurele saldo berekenen we in hoofdstuk 3 van de jaarrekening. Als het structurele saldo positief is dan is het kengetal van de structurele exploitatieruimte ook positief. We berekenen dit kengetal namelijk door het structurele saldo van de baten en lasten te delen door de totale baten. De provincie hanteert als richtlijn dat het structurele saldo meerjarig positief moet zijn. Wij hanteren daarom als norm dat de structurele exploitatieruimte minimaal 0 moet zijn. Met een kengetal van -0,01 in 2024 voldoen wij aan niet deze norm. We kunnen de structurele exploitatieruimte verder vergroten door het eigen beleid aan te passen waardoor we meer opbrengsten ontvangen of minder kosten maken. Grondexploitatie Dit kengetal geeft weer hoe de waarde van de grond zich verhoudt tot de totale (geraamde) baten. De boekwaarde van de voorraden grond is van belang, omdat deze waarde moet worden terugverdiend bij de verkoop.
De boekwaarden van verliesgevende plannen zijn gebaseerd op de actuele marktwaarde en voor verwachte verliezen zijn voorzieningen getroffen. De invloed van de grondexploitatie op de exploitatie is met een kengetal van 0,07 beperkt. We hebben een aparte algemene reserve voor de grondexploitatie waarmee we risico’s opvangen. Belastingcapaciteit De ruimte die een gemeente heeft om belastingen te verhogen wordt vaak gerelateerd aan de totale woonlasten. Onder woonlasten worden verstaan de OZB, de rioolheffing en de afvalstoffenheffing voor een woning met gemiddelde waarde in de gemeente. Het kengetal belastingcapaciteit wordt berekend door de totale woonlasten meerpersoonshuishouden in het begrotingsjaar te vergelijken met het landelijke gemiddelde. De (ongewogen) gemiddelde woonlasten van alle gemeenten zijn € 994. De gemiddelde woonlasten voor een meerpersoonshuishouden in de gemeente Hilvarenbeek bedragen € 863 in 2024. De berekening hiervan ziet in terug in de paragraaf Lokale Heffingen van deze jaarstukken. Het kengetal komt daardoor op 0,87. Daarmee is onze lokale lastendruk normaal en iets onder het landelijk gemiddelde. Algemene conclusie financiële positie Onze financiële positie voor 2024 is kwetsbaar, voorzichtigheid is geboden. De netto schuldquote ligt met deze jaarrekening op een normaal niveau.
Voor de solvabiliteitsratio is een lichte mate van voorzichtigheid geboden. Nieuwe investeringen van een grote omvang moeten zorgvuldig worden afgewogen omdat onze schuld daarmee kan stijgen naar een niet wenselijke omvang. De grondexploitaties hebben een beperkte invloed op de exploitatie. De gemiddelde woonlasten liggen iets onder het landelijk gemiddelde. Tot slot ligt de structurele exploitatieruimte onder de norm van de provincie. We hebben hier nog invloed op door het eigen beleid aan te passen. Bijvoorbeeld de lokale heffingen verhogen of versoberen op een beleidsterrein waardoor kosten dalen. Naar de toekomst toe blijft het noodzakelijk om voorzichtig om te gaan met onze financiële positie. De begroting 2025 laat zien dat we de komende jaren naar een risicovoller profiel toe bewegen als het gaat om onze schuldratio’s en onze structurele begrotingssaldi.
62
Paragraaf 3
2.3 Onderhoud kapitaalgoederen
Deze paragraaf gaat in op hoe wij onze kapitaalgoederen beheren en onderhouden. Het gaat zowel om gemeentelijke wegen, riolering en gebouwen, als om groen, sportvelden en water. Het grootste deel van de werkzaamheden aan kapitaalgoederen vloeit voort uit onze verantwoordelijkheden als eigenaar en beheerder van de publieke ruimte en van een aantal eigendommen. We hebben een groot vermogen geïnvesteerd in kapitaalgoederen. De kwaliteit van deze kapitaalgoederen en het onderhoud hiervan zijn medebepalend voor het voorzieningenniveau binnen onze gemeente. Ze bepalen uiteraard ook de hoogte van de lasten die dit met zich meebrengt. De paragraaf geeft inzicht in de beleidskaders voor instandhouding van kapitaalgoederen en de financiële consequenties daarvan. We gaan eerst in op de kapitaalgoederen binnen de openbare ruimte. Hierna lichten we de categorie gebouwen toe.
Onderhoud openbare ruimte Beleidskader openbaar groen We hebben het openbaar groen in 2024 onderhouden op het vastgestelde onderhoudsniveau B. De geplande werkzaamheden zijn uitgevoerd, de kosten zijn binnen het beschikbaar gestelde budget gebleven. Onze contractpartner is de DiamantGroep. Zij geven invulling aan de social-return verplichting. In 2024 is een nieuw contract opgesteld voor de DiamantGroep dat in is gegaan op 1 januari 2025. Beleidskader bomen In 2024 is een inventarisatie uitgevoerd van de bomen in het buitengebied langs zandpaden en de bomen die in de wegenlegger zijn aangegeven. Deze inventarisatie is boven budget uitgekomen om de simpele reden dat we meer bomen hebben dan van te voren ingeschat. (75k) De storm in juli heeft aardig wat schade aangericht wat weer hersteld is en weer voldoende bomen voor terug zijn geplant. (50K) Als laatste budget overschrijdende factor: de boom besparende maatregelen aan bijv. de Diessenseweg voor Enexis en Brabant Water. (32k) Beleidskader Spelen De beleidsnota Spelen vormt het kader voor ons speelterreinenbeleid. Vanaf 2021 vervangen we alleen toestellen waarvan uit de keuring is gebleken dat ze gevaarlijk zijn. Daarnaast zijn in overleg met bewoners enkele speelplekken vernieuwd. Al onze speeltoestellen worden per jaar vier keer gecontroleerd waaronder één keuring door een extern deskundige.
De diverse noodzakelijke reparaties aan 10 speeltoestellen zijn uitgevoerd en verspreid over de gemeente zijn 4 speeltoestellen vervangen. Financiële consequenties die voortvloeien uit het beleidskader openbaar groen en spelen We maken het volgende financiële onderscheid: 1. Exploitatiekosten, exclusief de kapitaallasten; 2. Kapitaallasten (rente- en afschrijvingslasten) van investeringen; 63
Afgerond op € 1.000 1. Exploitatiekosten 2. Kapitaallasten
Begroting 2024 1.306.000
Realisatie 2024 1.526.000
Verschil
Voordeel/Nadeel
220.000
Nadeel
8.000
5.000
3.000
Voordeel
Op het taakveld openbaar groen en spelen is in 2024 aanzienlijk meer werk verricht dan vooraf ingeschat. Voor de extra werkzaamheden als gevolg van de zomerstorm in juli en de bomeninventarisatie in het buitengebied is uw raad al eerder om extra budget gevraagd. Daarnaast zijn er nog een flink aantal extra werkzaamheden verricht of zijn we geconfronteerd met niet voorziene kosten die tot overschrijding van het budget hebben geleid. Voorbeelden daarvan zijn verhoogde kosten van onderhoud door de Diamantgroep, aanpak invasieve exoten en een groter aantal verzoeken voor (aanvullend) onderhoud vanuit de samenleving waaraan gevolg is gegeven. Maar ook zijn er extra werkzaamheden die mogelijk vaker terug gaan komen als gevolg van klimaatverandering (extra werk aan puinen zandwegen na de extreem natte winter 23/24, afroven bermen i.v.m. afvoer hemelwater, meer en vaker duikers en sloten uitdiepen. Voor het eerste onderdeel van deze overschrijding zijn intern nieuwe procesafspraken gemaakt zodat de raad eerder vooraf gekend wordt in budgetoverschrijdingen. Voor het tweede deel zijn voorstellen opgenomen bij de Voorjaarsnota 2025 om tegemoet te komen aan de verwachte structureel hogere beheerskosten als gevolg van klimaatverandering. Sportvelden Beleidskader Het onderhoud aan de sportvelden stemmen we jaarlijks af met de lokale sportverenigingen.
Daarnaast voeren we groot onderhoud uit. In 2024 heeft groot onderhoud plaatsgevonden op Sportpark Stevort in Biest-Houtakker. Dit doen we op basis van een raambestek. In maart 2024 is het nieuwe bestek van start gegaan. Financiële consequenties die voortvloeien uit het beleidskader We maken het volgende financiële onderscheid: 1. Exploitatiekosten, exclusief de kapitaallasten; 2. Kapitaallasten (rente- en afschrijvingslasten) van investeringen; Afgerond op € 1.000
Begroting 2024
Realisatie 2024
Verschil
1. Exploitatiekosten 2. Kapitaallasten
296.000 95.000
302.000 75.000
6.000 20.000
Voordeel/Nadeel Nadeel Voordeel
Riolering en Water Beleidskader De wet milieubeheer verplicht gemeenten om een actueel gemeentelijk rioleringsplan (vGRP) te hebben. In februari 2022 is het Riool- en Waterprogramma voor de periode 2022-2026 vastgesteld. Daarbij is een kostendekkingsplan met kostendekkende tarieven opgesteld voor de periode 2022 tot en met 2026. Als gevolg van de vacature bij Rioolbeheer is geen uitvoeringsprogramma in het kader van regulier onderhoud opgesteld. Dit zal nu in 2025 ingehaald gaan worden. Ook zonder uitvoeringprogramma worden de belangrijkste zaken wel aangepakt. In 2024 is de reconstructie riolering Koestraat e.o. afgerond.
64
Financiële consequenties die voortvloeien uit het beleidskader De ramingen, realisatie en toelichting verschillen riolering vindt u terug in de paragraaf Lokale Heffingen. Wegbeheer Beleidskader In februari 2022 heeft de raad het nieuw beleids- en wegenbeheerplan 2021-2025 scenario 2a vastgesteld. Daarbij wordt onderhoudsniveau C als ondergrens gehanteerd. In 2024 hebben we uitvoering gegeven aan dit beheer- en beleidsplan 2021-2025. Voor de voetpaden zijn extra middelen beschikbaar gesteld om knelpunten aan te pakken en het onderhoudsniveau te verbeteren. Er wordt meer preventief onderhoud uitgevoerd zodat de kosten voor groot structureel onderhoud uitgesmeerd worden over een langere periode. De provincie hanteert als toezichthouder van gemeenten zelf ook onderhoudsniveau C als ondergrens bij de integrale toetsing van de financiële positie van de gemeente. Het beheerplan kunnen we uitvoeren binnen de huidige beschikbare middelen voor wegenonderhoud. Wij verwachten dat dit geen nadelige effecten oplevert voor de kwaliteit van onze wegen en dat de verkeersveiligheid niet in het geding komt. In 2024 zijn de eerste voorbereidingen getroffen voor het actualiseren van het huidige beleids- en wegenbeheerplan ten behoeve van de periode 2026 - 2030.
Voorvloeiende financiële consequenties uit beleidskader Om het beleidskader uit te voeren, kennen we het volgende financiële onderscheid in: 1. Exploitatiekosten; 2. Kapitaallasten rehabilitaties, zijnde rente- en afschrijvingslasten voor vervangingen van het wegdek inclusief de fundering. Betreft bestaande en nieuwe kapitaallasten samen. De nieuwe investeringen vindt u terug in de bijlage ‘Overzicht investeringen (meerjarig). 3. Jaarlijks groot onderhoud aan asfalt- en elementenverharding, die we ten laste van de voorziening dekken; 4. Storting in voorziening ter dekking van de jaarlijkse kosten voor groot onderhoud (stand van de voorziening per 1 januari 2025 = € 636.000); Afgerond op € 1.000
Begroting 2024
Realisatie 2024
Verschil
1. Exploitatiekosten
306.000
321.000
15.000
Voordeel/Nadeel Nadeel
2. Kapitaallasten
120.000
67.000
53.000
Voordeel
3. Storting in voorziening wegen
413.000
413.000
0
Voordeel
4. Groot onderhoud tlv voorziening wegen
447.000
475.000
28.000
Nadeel
Toelichting verschillen: Exploitatiekosten Niet van toepassing gezien het beperkte verschil Kapitaallasten In de begroting voorzagen we onder andere kapitaallasten door de investeringen landbouwverkeer, waarvoor de raad eerder kredieten beschikbaar stelde. De realisatie moet echter nog plaatsvinden. Vandaar dat de kapitaallasten ook pas later starten dan eerder voorzien. Storting in voorziening wegen De (geïndexeerde) storting komt voort uit het door de raad vastgestelde beheerplan wegen. 65
Groot onderhoud tlv voorziening wegen Het is lastig vooraf exact te bepalen wat de realisatie gaat doen. Is altijd mede afhankelijk van de werkelijke staat van wegen en de daarvoor geldende prijzen voor het onderhoud. Openbare verlichting Beleidskader Uitgangspunt voor onderhoud en vervanging van afgeschreven materieel is het vastgestelde beleidsplan ‘Openbare Verlichting 2012 -2021’. Dit beleidsplan is opgesteld overeenkomstig de bepalingen van de Nederlandse Stichting voor Verlichtingskunde (NSVV). Een en ander is uitgevoerd binnen het budget.
Voorvloeiende financiële consequenties uit beleidskader Om uitvoering te geven aan het beleidskader kennen we het volgende financiële onderscheid in: 1. Exploitatiekosten, zijnde jaarlijks regulier onderhoud, oplossen storingen en stroomverbruik; 2. Jaarlijkse kapitaallasten (in de vorm van rente en afschrijving) bij vervangingen lichtmasten en armaturen. De nieuwe investeringen vindt u terug in de bijlage ‘Overzicht investeringen (meerjarig). Afgerond op € 1.000
Begroting 2024
Realisatie 2024
Verschil
1. Exploitatiekosten
247.000
197.000
50.000
Voordeel/Nadeel Voordeel
2. Kapitaallasten
56.000
49.000
7.000
Voordeel
We hebben dit jaar het budget voor onderhoud niet geheel nodig gehad en verder vielen de elektrakosten lager uit dan de raming ten tijde van de najaarsnota 2024. Gemeentelijke gebouwen Beleidskader onderhoud gebouwen We voeren onderhoud uit aan onze gebouwen en dit doen we op basis van Duurzaam Meerjaren OnderhoudsProgrammas’s (DMJOP’S). De DMJOP’s geven inzicht in de kosten die we de komende tien jaar moeten maken om onze panden in goede bouwkundige en installatietechnische staat te behouden. Aan de hand van de DMJOP’s maken we jaarlijks een planning voor de uit te voeren werkzaamheden. Het gehele pakket van de DMJOP’s) is in 2023 voor de periode van 2023 - 2032 geactualiseerd en hierin worden verdere stappen gezet naar verduurzaming van het eigen vastgoed. Dit zal gedeeltelijk parallel lopen met het accommodatie- en vastgoedbeleid en nog na-ijlen in 2025. De extra kosten en opbrengsten zijn nog niet in beeld gebracht. De financiële vertaling van de effecten vond plaats via de begroting 2024. We maken onderscheid tussen kosten voor groot onderhoud en vervangingsinvesteringen. De kosten voor groot onderhoud - zoals schilderwerk - brengen we in één keer ten laste van de voorziening. Bij vervangingsinvesteringen – zoals vervangen van een dak - brengen we jaarlijks de kapitaallasten (afschrijvingen en rente) afhankelijk van de afschrijvingsperiode ten laste van de exploitatie.
Voorvloeiende financiële consequenties uit beleidskader Om uitvoering te geven aan het beleidskader kennen we het volgende financiële onderscheid in: 1. Jaarlijkse storting in de voorziening gemeentelijke gebouwen en gymnastieklokalen (werkelijke stand voorziening per 31-12-2024 € 1.930.000); 2. Kosten ten laste van de voorziening gemeentelijke gebouwen en gymnastieklokalen; 66
Afgerond op € 1.000
Begroting 2024
Realisatie 2024
Verschil
1. Storting in voorziening
266.000
266.000
0
Voordeel/Nadeel Voordeel
2. Kosten ten laste van de voorziening
498.000
275.000
223.000
Voordeel
Kosten ten laste van de voorziening laten een voordelig saldo zien van € 223.000 2024 laat een positief verschil zien tussen begroting en de werkelijk gemaakte kosten. In 2024 was er minder capaciteit beschikbaar voor gebouwenbeheer. Dit heeft zijn invloed gehad op het in procedure brengen van een aantal geplande werkzaamheden. Hierdoor lukte het niet om alle werken binnen het gestart en uitgevoerd te krijgen. Werkzaamheden die betrekking hebben op het aspect veiligheid zijn uitgevoerd.
67
Paragraaf 4
2.4 Financieringsparagraaf
Inleiding We gaan in deze paragraaf in op de gemeentelijke financieringsbehoefte. We beantwoorden de vraag hoe we in onze financieringsbehoefte hebben voorzien en geven aan wat de wettelijke kaders zijn. Bij een overschot aan kasmiddelen zijn we verplicht deze aan te houden bij het rijk. Hierna evalueren we de schuldpositie van de gemeente. Doordat we financieren met externe middelen, hebben we te maken met rente. We gaan in op de korte en lange rente en analyseren het renteresultaat. Uitgaven en inkomsten staan centraal We stellen de gemeentelijke begroting op volgens de regels van het stelsel van baten en lasten. Voor gezonde gemeentefinanciën is alleen sturen op baten en lasten niet genoeg. We moeten ook sturen op onze uitgaven en inkomsten (kasstelsel). Kopen we bijvoorbeeld een nieuw gebouw dan betekent dit dat we eenmalig een bedrag betalen aan de verkoper. We moeten er dan bij stilstaan hoe we dit financieren. Betalen we het bedrag met onze eigen middelen – hebben we het bijvoorbeeld op onze bankrekening staan – of moeten we een lening afsluiten waardoor we een schuld opbouwen. Het is belangrijk dat we de schuld in de gaten houden en deze niet te hoog laten oplopen.
Rentevisie en ontwikkelingen Inleiding De rentelasten zijn een belangrijke kostenpost voor de gemeente. Het renteverloop wordt sterk bepaald door economische ontwikkelingen. We beschrijven de ontwikkelingen in Nederland, op Europees vlak en wereldwijd. De Nederlandse economie – bescheiden herstel In 2024 wordt de Nederlandse economie naar verwachting afgesloten met een groei van 0,8%, aldus de prognoses van de ING bank. De positieve groei is grotendeels te danken aan de koopkracht van de Nederlandse consument, die ondanks aanhoudende uitdagingen nog steeds substantieel bijdraagt aan de economische activiteit. “Na een moeilijke periode van milde krimp, begon de economie zich te herstellen in de tweede helft van 2024,” zegt Marieke Blom, hoofdeconoom van ING. Blom merkt op dat de Nederlandse economie wel tegen beperkingen aanloopt. “De groei wordt beperkt door hoge kosten voor lonen, grondstoffen en energie, evenals door personeelstekorten die bedrijven verhinderen om aan de vraag te voldoen.” Ondanks de inflatie, die nog steeds hoger is dan het Europese gemiddelde, dragen stijgende lonen bij aan de koopkracht van de consument. Deze koopkracht blijft een belangrijke motor voor de economie. De inflatie in Nederland blijft in 2024 rond de 3,2% hangen, terwijl veel andere Europese landen de inflatie dichter bij de beoogde 2% weten te brengen.
68
Europa – gestabiliseerde inflatie, gematigde groei Europa kende in 2024 een bescheiden economische groei van 0,8%. De scherpe renteverhogingen in 2023 door de Europese Centrale Bank (ECB) hebben hun doel bereikt: de inflatie is teruggedrongen naar ongeveer 2% aan het eind van het jaar 2024, waardoor een stabieler economisch klimaat werd gecreëerd. De geopolitieke spanningen blijven echter een bron van zorg. De Amerikaanse president Donald Trump kondigde aanzienlijke importheffingen aan voor meerdere landen, waaronder China en Europa. Deze maatregelen zullen naar verwachting in 2025 een scherpe vertraging van de Europese economische groei veroorzaken, ondanks de huidige stabilisatie van de inflatie. Wereldwijd – de opkomst van Azië en Amerikaanse protectionisme Wereldwijd werd de economische groei in 2024 voornamelijk aangedreven door Aziatische landen, met name China en India, die samen bijna 50% van de wereldwijde groei voor hun rekening namen. Deze landen profiteren van hun groeiende binnenlandse markten en sterke industriële basis. Tegelijkertijd ziet de Verenigde Staten een heropleving van protectionistisch beleid onder leiding van president Donald Trump. Importtarieven en handelsbeperkingen zullen vooral China treffen, maar ook Europa ondervindt de gevolgen.
De verwachting is dat deze protectionistische maatregelen in 2025 zullen leiden tot hogere inflatie in de VS en een verdere vertraging van de wereldwijde handel. De economische vooruitzichten voor Nederland en Europa in 2024 laten een gemengd beeld zien van bescheiden groei en dalende inflatie, maar blijven kwetsbaar door geopolitieke spanningen en protectionistische maatregelen vanuit de VS. De Nederlandse consument blijft een belangrijke pijler voor economische activiteit, terwijl Europa zich aanpast aan een nieuw evenwicht van stabiliteit en gematigde groei. Wereldwijd blijft de economische dynamiek verschuiven richting Azië, met China en India als voornaamste motoren van groei. Rente voor leningen met een korte looptijd De refirente - ook wel herfinancieringsrente genoemd - is de rente die banken moeten betalen aan de ECB (Europese Centrale Bank) als zij geld bij de ECB opnemen. Banken gebruiken deze faciliteit als ze liquiditeiten tekortkomen. De ECB verlaagde de refirente in verschillende stappen gedurende 2024, van 4,50% in september 2023 naar 3,15% in december 2024. Deze verlagingen werden mogelijk gemaakt door de afname van de inflatie. De driemaands Euribor-rente, die leningen met een looptijd van drie maanden betreft, daalde eveneens van 3,96% eind 2023 naar 2,92% eind 2024.
Rente voor leningen met een lange looptijd De lange rente voor leningen met een lange looptijd daalde geleidelijk van 2,93% eind 2023 naar 2,30% eind november 2024. De rente op hypotheken volgde de dalende trend van de lange rente. De hypotheekrente voor een 10-jaars hypotheek lag eind 2024 tussen de 3,40% en 3,60%. Nederlandse banken zoals Rabobank, ING en ABN/AMRO boden eind 2024 een rentevergoeding van ongeveer 1,60% voor spaarbedragen tot €100.000.
69
Financieringsbehoefte Inleiding De behoefte aan financiering ontstaat hoofdzakelijk door twee zaken. Enerzijds door investeringen in materiële vaste activa. Anderzijds door verstrekte leningen en onze grondexploitaties. Dit laatste komt doordat bij grondexploitaties de kosten voor de baten uitgaan. We organiseren deze financieringsbehoefte door - naast de eigen reserves en voorzieningen - geld te lenen. We voorzien in onze (nieuwe) financieringsbehoefte door continu kort en lang te lenen binnen de kaders. Een tweetal kengetallen zegt iets over onze financieringsbehoefte: kasgeldlimiet en renterisiconorm. De betekenis en het verloop van beide kengetallen lichten we hieronder toe. Kasgeldlimiet niet overschreden in 2024 De kasgeldlimiet bepaalt het bedrag dat de gemeente maximaal als gemiddelde netto-vlottende schuld per kwartaal mag hebben. Dat bedrag wordt uitgedrukt als een percentage van de jaarlijkse begroting. Voor de gemeente is dat percentage vastgesteld op 8,5%. Onze kasgeldlimiet voor 2024 was 8,5% van € 51,76 miljoen = € 4,40 miljoen. Gedurende het verslagjaar 2024 had de kasgeldlimiet het volgende verloop: Afwijking Kasgeldlimiet (Bedragen x € 1 mln.)
1e kw.
2e kw.
3e kw.
4e kw.
1
Kortlopende geldleningen (vlottende passiva)
0,79
0,93
0,52
1,02
2
Kortlopende geldleningen (vlottende activa)
3,92
2,56
2,34
0,64
3
Overschot middelen
3,13
1,63
1,82
0,00
4
Tekort middelen
0,00
0,00
0,00
0,38
5
Kasgeldlimiet (7 x 8/ 100)
4,40
4,40
4,40
4,40
6a
Ruimte onder kasgeldlimiet
7,53
6,03
6,22
4,02
6n
Overschrijding van kasgeldlimiet
0,00
0,00
0,00
0,00
Bepaling Kasgeldlimiet (Bedragen x € 1 mln.)
1e kw.
2e kw.
3e kw.
4e kw.
Begrotingstotaal, afgerond op 1 mln. Percentage regeling
51,76 8,5%
51,76 8,5%
51,76 8,5%
51,76 8,5%
7 8
Toelichting op de tabel Uit de tabel is te lezen dat er het gehele jaar sprake was van ruimte onder de kasgeldlimiet. We voldoen ruimschoots aan de renterisiconorm De renterisiconorm bepaalt dat jaarlijks 20% van het begrotingstotaal onderhevig mag zijn aan renteherziening en herfinanciering. Hiermee is een maximumgrens gesteld aan het renterisico op de langlopende leningenportefeuille. Van renteherziening is sprake als in de leningsovereenkomst is bepaald dat de rente gedurende de looptijd in een bepaald jaar wordt aangepast. Herfinanciering is het totaalbedrag aan aflossingen op de bestaande leningenportefeuille. Als gevolg van deze norm kan een rentestijging op de kapitaalmarkt slechts gedeeltelijk doorwerken in de te betalen rentelasten over de vaste schuld. Als we de berekening toepassen op de begroting 2024 leidt dit tot een renterisiconorm van 20% van € 51,7 miljoen (totaal van de lasten op de begroting) = € 10,34 miljoen. Het renterisico op de vaste schuld mag deze norm niet overschrijden.
70
Het verloop van de renterisiconorm staat in onderstaand overzicht weergegeven: Bedragen x € 1 mln. 1a
Renteherziening op vaste schuld o/g
Begroting 2024 0,00
Rekening 2024 0,00
1b
Renteherziening op vaste schuld u/g
0,00
0,00
1
Renteherziening op vaste schuld (1a-1b)
0,00
0,00
2
Aflossingen
1,19
1,19
3
Renterisico op vaste schuld (1+2)
1,19
1,19
4a
Begrotingstotaal
51,7
59,1
4b
Percentage regeling
20
20
4
Renterisiconorm (4a x 4b/ 100)
10,34
10,34
5a
Ruimte onder renterisiconorm (4>3)
9,15
9.15
5b
Overschrijding renterisiconorm (3>4)
0,00
0,00
In onze gemeente is het totaal van de renteherziening en de aflossingen lager dan de renterisiconorm; we voldoen ruimschoots aan de renterisiconorm. Omslagrente in de Begroting 1,00%, in de Rekening 0,50% Inleiding De rentekosten aan de taakvelden worden toegerekend met behulp van de renteomslag. Deze renteomslag is afhankelijk van onze huidige financiering en de rentepercentages die we op dit moment betalen voor onze geldleningen. Hoe berekenen we het rente omslagpercentage? Uitgangspunt is het bedrag van de externe rentelasten over de korte en lange financiering minus de externe rentebaten. Aan de taakvelden toe te rekenen externe rente wordt vervolgens bepaald door het saldo van de rentelasten en rentebaten te verminderen met de rente die aan de grondexploitaties wordt doorberekend, rente van projectfinancieringen (bijvoorbeeld het nieuwe zwembad/sportcomplex) en rentebaten van door verstrekte leningen (geldleningen aan woonstichting Leystromen). Bij het saldo wat resteert wordt de rente over de voorziening Pensioenen wethouders bijgeteld. Het restant wordt door middel van een rente omslagpercentage aan de verschillende taakvelden toegerekend. In de Begroting hebben we gerekend met een omslagpercentage van 1,00%.
De - verplichte - herberekening met de werkelijke lasten en baten van 2024 leidt tot een aanpassing van het rente omslagpercentage naar 0,50% (op grond van de geldende regels). Oorzaken van de lagere rentelasten In vergelijking met de begroting wijken de toe te rekenen rentelasten af door het volgende: - De begrote rentelasten voor het opnemen van gelden tot de kasgeldlimiet waren in werkelijkheid beperkt. Door een overschot aan liquide middelen en het gestegen korte rentepercentage ontvingen we juist meer rentebaten. - De hogere rentebaten ten opzichte van de begroting golden ook voor de uitstaande SVn deposito’s, mede ook door hogere rentepercentages. - In de Rekening is gerekend met een omslagpercentage van 0,50%. Naar de Exploitatie worden minder rentelasten, mede door de achterblijvende investeringen, doorberekend wat leidt tot een voordeel. Binnen het taakveld Rente leidt de lagere doorbelasting tot nadeel voor hetzelfde bedrag. 71
Bijgaand het rekenschema Rentekosten. De bepalingen en richtlijnen van de notitie Rente 2017 van de commissie BBV traden in werking met ingang van het begrotingsjaar 2018. Bij toepassing van de notitie Rente 2017, beveelt de commissie aan om de effecten van de notitie toe te lichten in de jaarverslaggeving, door gebruik te maken van het hieronder opgenomen renteschema.