10 Bestemmingsplan Prins Hendriklaan 1, Esbeek (17 Bijlage bij regels - 4 Evenwichtig samengaan)
Tekst van het document
Het landgoed is grotendeels als historische geografie voorzien van het predikaat “redelijk hoog” met op een aantal plaatsen “historisch groen”, te weten Tulder, Torenlaan, Lange Gracht en het Reuseldal. Ook de rijks- en gemeentelijke monumenten zijn op de Cultuurhistorische Waardenkaart aangeduid. Cultuurhistorisch waardevolle complexen worden in de Structuurvisie Noord-Brabant aangeduid als thematische ontwikkelopgave. Bij realisatie gaat de provincie uit van het duurzaamheidsprincipe door de drie kapitalen mens, markt en milieu in gezamenlijkheid te ontwikkelen. Ook is voor landgoed De Utrecht van toepassing het Reconstructieplan Kempenland. De reconstructiedoelen voor Kempenland zijn weergeven in Kaart 3. Voor onderdelen van het plan is van toepassing de Verordening ontgrondingen van de provincie Noord-Brabant.
“Evenwichtig Samengaan – Duurzaam Instandhoudingsplan Landgoed De Utrecht”
Pagina 29
In de Verordening Ruimte Noord-Brabant zijn met name artikel 7.8 “Regels voor complexen van cultuurhistorisch belang” en artikel 11.5 “Regels voor Landgoederen” relevant als beleidskader voor het plan “Evenwichtig Samengaan – Duurzaam Instandhoudingsplan Landgoed De Utrecht”. Landgoed De Utrecht geldt op basis van de Verordening Ruimte als een complex van cultuurhistorisch belang. Dit betekent dat ontheffing kan worden verleend voor bepalingen in bestemmingsplannen die bouwen buiten het stedelijk gebied niet toestaan. Het onderhavige plan voor Landgoed De Utrecht voldoet aan de voorwaarden van de Verordening Ruimte op de volgende punten: • de beoogde ontwikkeling leidt tot duurzame verrijking van de bestaande cultuurhistorische, landschappelijke, ecologische en waterhuishoudkundige waarden en kenmerken; • er worden voorwaarden gesteld aan de karakteristieke verschijningsvormen van de te ontwikkelen wooneenheden zodat de omvang van de bebouwing past bij de aard en het karakter van het landgoed; • de bebouwing wordt zoveel mogelijk geconcentreerd in 2 of 3 clusters; • er wordt per wooneenheid 2,5 hectare nieuwe natuur ontwikkeld, dit is extra ten opzichte van de verplichting op grond van de Verordening Ruimte art 7.8; • er zijn en worden voorzieningen getroffen voor extensieve recreatie waarbij openbare toegankelijkheid is verzekerd; • het landgoed is aangemerkt als een complex
van cultuurhistorisch belang zoals bedoeld in artikel 7.8 van de Verordening Ruimte; • door uitvoering van het plan is duurzame instandhouding van het landgoed verzekerd. Verordening Ruimte Noord-Brabant 2010 “Artikel 7.8 Regels voor complexen van cultuurhistorisch belang 1) Als complex van cultuurhistorisch belang zijn de als zodanig aangeduide gebieden aangewezen waarvan de geometrische plaatsbepaling met een indicatieve begrenzing is vastgelegd. 2) Een bestemmingsplan dat betrekking heeft op een complex van cultuurhistorisch belang zoals aangewezen op grond van het eerste lid, neemt de geldende bestemming en de met het oog daarop gegeven regels omtrent het gebruik van de grond en van de zich daarop bevindende bouwwerken in acht. 3) Gedeputeerde Staten kunnen ontheffing verlenen van het bepaalde in het tweede lid voor een bestemmingsplan dat voorziet in op grond van het geldende bestemmingsplan niet toegestane bouwactiviteiten en planologische gebruiksactiviteiten, waaronder wonen, op grond van de in het vierde lid bedoelde stukken.
4) De in artikel 13.4, tweede lid, bedoelde stukken, behorende bij de aanvraag om een ontheffing als bedoeld in het derde lid, bevatten tevens: a) Een beschrijving van de wijze waarop de beoogde ruimtelijke ontwikkeling een bijdrage zal leveren aan het behoud of herstel van het cultuurhistorische karakter van het complex; b) Een beschrijving waaruit blijkt dat de beoogde ruimtelijke ontwikkeling past binnen de hoofdlijnen van de door de gemeente voorgenomen ontwikkeling van het gebied waarop deze ruimtelijke ontwikkeling haar werking heeft; c) Een beschrijving van de wijze waarop over de voorziene ruimtelijke ontwikkeling regionale afstemming heeft plaatsgevonden; d) Een beschrijving van de wijze waarop een op de beoogde ruimtelijke ontwikkeling afgestemde afwikkeling van het personen- en goederenvervoer, waaronder een goede aansluiting op de aanwezige infrastructuur van weg, water of spoor, waaronder openbaar vervoer is verzekerd.”
“Evenwichtig Samengaan – Duurzaam Instandhoudingsplan Landgoed De Utrecht”
Pagina 30
Op kaart 6 Cultuurhistorie behorende bij de Verordening Ruimte Noord-Brabant 2010 is Landgoed De Utrecht aangeduid als cultuurhistorisch vlak en complex van cultuurhistorisch belang. Een deel van het landgoed is daarboven tevens aangeduid als aardkundig waardevol gebied. Dit betreft het beekdal van de Reusel en de Mispeleindsche en Neterselse Heide met daarin de vennen Flaes en Goor. Landgoed De Utrecht is een ensemble bestaande uit een verzameling van gebouwen in samenhang met de directe omgeving, afzonderlijk indicatief aangegeven op een kaart (Kaart 6 bij de Verordening Ruimte). Conform de toelichting bij artikel 7.8 van de Verordening betreft het oude kloostercomplexen, industriële complexen en landgoederen. Deze complexen zijn opgenomen en beschreven in de Cultuurhistorische Waardenkaart van Brabant. Het plan “Evenwichtig Samengaan” voor de duurzame instandhouding van het cultuurhistorisch complex voldoet aan de voorwaarden van de Verordening Ruimte NoordBrabant: De beoogde ruimtelijke ontwikkeling draagt bij aan het behoud van het cultuurhistorische karakter van het cultuurhistorisch complex Landgoed De Utrecht door middel van de volgende projecten (zie hiervoor ook het Projectenoverzicht Evenwichtig Samengaan): •
•
•
•
•
•
• •
•
Project N1 Natte Natuurparel De Utrecht wordt uitgevoerd door Waterschap de Dommel en heeft als doel bestrijding van verdroging op in totaal 944 hectare van Landgoed De Utrecht. In dit kader vindt ook beek- en kreekherstel plaats waarbij de oorspronkelijke loop van de Hoogeindsche Beek wordt hersteld en een deel van het beekdal wordt ingericht als natte ecologische verbindingszone. Project N2 Poelen- en venherstel Moerbleek met soortenrijke corridors versterkt niet alleen de biodiversiteit, maar brengt ook verdwenen landschapselementen terug aan de hand van historische kaarten; Project N4 ven-moeras-heide herstel Flaes en Goor en project N5 bosomvorming naar heide brengt op heidearealen het karakteristieke landschap van de Kempen van voor de ontginning terug; Project N7 Aanleg kruiden- en faunarijke akkers maakt door de aanleg van 5 kleine natuurakkers van elk 0,3 ha op enkele plaatsen verdwenen akkerenclaves weer zichtbaar, o.a.
in de omgeving van Dun en Tulder; Project C1 onderhoud cultuurhistorische elementen draagt bij aan het behoud van de cultuurhistorische waarde van de beeldbepalende lanen en zandpaden op het landgoed Project C2 cultuurhistorische route draagt – in samenhang met routes over de 5 Kempische Landgoederen – bij aan de versterking van de cultuurhistorische beleving van de landgoederen; Project C3 Herstel arboretum Arnoldspark draagt bij aan de instandhouding van een cultuurhistorisch landschapsmonument op het landgoed; Project W1 Het realiseren van 11 à 13 woningen op basis van een beeldkwaliteitsplan in harmonie met de vormen en kleurstellingen van de bestaande monumentale gebouwen op het landgoed versterkt de cultuurhistorische waarde van het landgoed en financiert de kosten voor de instandhouding van natuurlijk en cultuurhistorisch erfgoed; Project W2 groot onderhoud verharde wegen is noodzakelijk voor de instandhouding van cultuurhistorisch waardevolle en beeldbepalende lanen op het landgoed.
Sinds 1 juli 2005 kent het ruimtelijk beleid van de Provincie Noord-Brabant de rood-metgroen-koppeling. In de nieuwe Verordening Ruimte is deze verruimd naar alle ruimtelijke “Evenwichtig Samengaan – Duurzaam Instandhoudingsplan Landgoed De Utrecht”
Pagina 31
ontwikkelingen in het buitengebied. Dit betekent dat passende functies zich kunnen ontwikkelen als er ook een prestatie voor het landschap tegenover staat. Onder een kwaliteitsverbetering worden begrepen alle projecten die zijn gericht op een aantoonbare en uitvoerbare verbetering van structuren of waarden op het vlak van natuur, water, landschap of cultuurhistorie. Ook verbeteringen van de extensieve recreatieve mogelijkheden van die omgeving behoren hiertoe. (uit: Verordening Ruimte Noord-Brabant – Toelichting) In de toelichting bij bovengenoemd artikel 7.8 wordt opgemerkt “…dat voor zover een
complex van cultuurhistorisch belang aangemerkt kan worden als landgoed, de regels voor landgoederen als bedoeld in artikel 11.5 niet van toepassing zijn.” Dit betekent dat er geen verplichting bestaat op grond van de Verordening Ruimte om per woning 2,5 hectare nieuwe natuur te ontwikkelen. Echter, het plan “Evenwichtig Samengaan” brengt toch 32,5 hectare nieuwe natuur tot ontwikkeling op het landgoed door omvorming van landbouwgrond naar natuur. Dit versterkt de kwaliteit van het landgoed in combinatie met de omvorming van 50 hectare ecologisch laagwaardig naaldbos naar heide. Hierdoor ontstaat een groter areaal natuur van grotere kwaliteit met een hogere biodiversiteit, passend bij de natuurlijke en cultuurhistorische identiteit van het landgoed. Een specifiek onderdeel van de Structuurvisie zijn de Gebiedspaspoorten. Dit is een uitwerking van de Structuurvisie die als apart document door Provinciale Staten is vastgesteld. De gebiedspaspoorten bevatten de landschapskenmerken die bepalend zijn voor de kwaliteit van een gebied of een landschapstype en hoe ruimtelijke ontwikkelingen kunnen bijdragen aan het behoud en versterking daarvan. Ook voor de Kempen is een dergelijk gebiedspaspoort opgesteld. Hierin zijn beschreven de natuurlijke basis en het ontginningslandschap, waarvan Landgoed De Utrecht deel uitmaakt.
Als ambitie voor de Kempen is door de provincie in het gebiedspaspoort o.a. geformuleerd: 1. Het versterken van het groene mozaïeklandschap van de Kempen door: a. De dooradering van de Kempen met de natte robuuste beekdalen te versterken b. In de bron- en infiltratiegebieden en in de haarvaten van het watersysteem de mogelijkheden te benutten om het water langer vast te houden c. De recreatieve verbindingen te verbeteren, met name tussen de bosgebieden en de dorpen; d. Samen met partijen naar nieuwe ontwikkelingsmogelijkheden te zoeken voor bestaande landgoederen in combinatie met versterking van natuur- en landschapswaarden en de recreatieve mogelijkheden; e. Het stimuleren van het aanbieden van streekproducten, zorg en educatie; f. Extra aandacht geven aan goede verbindingen (groene wig) met het omliggende buitengebied, zowel de bos- en natuurgebieden als het ontginningslandschap; g. De identiteitsdragers van het landschap van de Kempen terug laten komen in de vormgeving van de hoofdwegen. Bijvoorbeeld door ontwikkeling van”Kempische bermen” met heide, naaldhout en berken. 2. De cultuurhistorische waarden van de Kempen in hun samenhang verder ontwikkelen, beschermen en toeristisch-recreatief ontsluiten. Dit geldt in het bijzonder voor de cultuurhistorische landschappen: a.
Landgoederen ten zuiden van Tilburg (Gorp en Roovert, De Utrecht, De Hoevens, Het Ooijevaarsnest, Wellenseind (ook deels in gebiedspaspoort Baronie).
“Evenwichtig Samengaan – Duurzaam Instandhoudingsplan Landgoed De Utrecht”
Pagina 32
Relevant voor het Duurzaam Instandhoudingsplan Landgoed De Utrecht zijn de specifieke regels voor landgoederen, waarvan de tekst hieronder is weergegeven.
Verordening Ruimte Noord-Brabant – Provincie Noord-Brabant 2 november 2010 Artikel 11.5 Regels voor Landgoederen 1.
2.
3.
4.
5.
Een bestemmingsplan dat is gelegen in de groenblauwe mantel of agrarisch gebied niet zijnde een landbouwontwikkelingsgebied of een vestigingsgebied glastuinbouw, kan voorzien in de vestiging van een nieuw landgoed met een omvang van tenminste 10 hectare waarbij er geen sprake behoeft te zijn van een VAB-vestiging en de bepaling inzake de kwaliteitsverbetering van het landschap als bedoeld in artikel 2.2 niet van toepassing is. De toelichting bij een bestemmingsplan als bedoeld in het eerste lid bevat een verantwoording waaruit blijkt dat: a. de beoogde ontwikkeling een duurzame verrijking van de bestaande cultuurhistorische, landschappelijke, ecologische en waterhuishoudkundige waarden en kenmerken tot gevolg heeft; b. het bestemmingsplan de nodige voorwaarden bevat om te verzekeren dat de beoogde wooneenheden slechts gerealiseerd kunnen worden met een karakteristieke verschijningsvorm van allure, waarbij de omvang van de bebouwing past bij de aard en het karakter van het landgoed; c. in geval de beoogde ontwikkeling plaatsvindt in de groenblauwe mantel, deze ontwikkeling onder toepassing van artikel 6.3 eerste lid onder a en b, een positieve bijdrage levert aan de bescherming en ontwikkeling van de onderkende ecologische en landschappelijke waarden en kernmerken. Een bestemmingsplan als bedoeld in het eerste lid voorziet erin dat: a.
de bebouwing zoveel mogelijk wordt geconcentreerd; b. per wooneenheid de realisatie van tenminste 5 hectare landgoed, waaronder 2,5 hectare nieuwe natuur, is verzekerd; c. de nodige voorzieningen worden getroffen voor extensieve recreatie, waarbij feitelijk en juridisch is verzekerd dat deze voorzieningen openbaar toegankelijk zijn; d. de duurzame instandhouding van het landgoed is verzekerd. Ingeval een bestemmingsplan voorziet in de uitbreiding van een bestaand landgoed is het tweede en derde lid van overeenkomstige toepassing, tenzij een bestaand landgoed is aangemerkt als complex van cultuurhistorisch belang als bedoeld in artikel 7.8. Een bestemmingsplan als bedoeld in het eerste lid kan voorzien in een planologische gebruiksactiviteit binnen de op grond van het derde lid toegelaten bebouwing, anders dan wonen, mits de toelichting een verantwoording bevat waaruit blijkt dat de beoogde ruimtelijke ontwikkeling: a. een bijdrage levert aan de versterking of het behoud van het landgoed; b. past binnen de hoofdlijnen van de door de gemeente voorgenomen ontwikkeling van het gebied waarop deze ruimtelijke ontwikkeling haar werking heeft.
Doelstellingen reconstructie Het Reconstructieplan Kempenland bevat doelstellingen op het gebied van water, natuur, landbouw, recreatie, economie en leefbaarheid. Het plan “Evenwichtig Samengaan” draagt als volgt bij aan de realisering van een aantal doelstellingen in het kader van de reconstructie: Doelen voor natuur: • veiligstellen van biodiversiteit door aanleg van poelen,herstel van verdwenen vennen met soortenrijke corridors bij Moerbleek • versterking van de biodiversiteit door de aanleg van 32,5 ha nieuwe natuur bij Flaes, Deppo en Broekeling; • versterking van de natuurkwaliteit en biodiversiteit door de omvorming van 50 ha ecologisch arm naaldbos naar heide; • versterking van de biodiversiteit door de aanleg van 5 kleine kruiden- en faunarijke akkers als stapstenen voor biodiversiteit; • bijdrage aan beek- en kreekherstel door beekherstel van de Hoogeindsche Beek.
“Evenwichtig Samengaan – Duurzaam Instandhoudingsplan Landgoed De Utrecht”
Pagina 33
Doelen voor water: • de bosomvorming van naaldbos naar heide draagt bij aan de bestrijding van de verdroging in het kader van de Natte Natuurparel De Utrecht; • de waterkwaliteit in de Hoogeindsche Beek zal toenemen door de omvorming van maïsakkers bij Broekeling naar nieuwe natuur; • er wordt een bijdrage geleverd aan beek- en kreekherstel door herstel van de natuurlijke loop van de Hoogeindsche Beek. Doelen voor recreatie en toerisme: • door de zonering van recreatieve routes wordt het beschadiging van ecologisch kwetsbare gedeelten van het landgoed vermeden; • er wordt samengewerkt met de Kempische Landgoederen en Brabants Landschap ten behoeve van de realisering van toeristisch-recreatieve routes voor fietsen, wandelen, paardrijden, mennen, rolstoelen en mountainbiken waardoor toegankelijkheid wordt vergroot en het recreatief aanbod wordt vergroot.
Doelen voor wonen, werken en leefbaarheid: • door gepaste afstand van de nieuwe woningen ten opzichte van bestaande bebouwing is het woon- en leefklimaat van de bestaande bewoners gewaarborgd; • door gepaste afstand van de nieuwe bouwlocaties ten opzichte van de geurcontouren van veehouderijen op en in de omgeving van het landgoed wordt rekening gehouden met de bedrijfsuitoefening van de agrarische ondernemers; • de pachters op het landgoed en de plaatselijke natuurorganisaties worden ingeschakeld bij onderhoud en beheer van het landgoed ter bevordering van de participatie. Doelen voor land- en tuinbouw: • het plan biedt ruimte aan duurzame landbouw door aanbod van vrijkomende pachtgronden aan agrarische bedrijven op het landgoed; • de haalbaarheid voor een natuur/heideboerderij wordt onderzocht in samenwerking met de agrarische ondernemers, Brabants Landschap, Landgoed Wellenseind, BMF en plaatselijke natuurorganisaties.
Doelen voor landschap en cultuurhistorie: • het plan draagt bij aan het behoud van variatie in landschappen door de projecten voor poelenaanleg en venherstel, de omvorming van naaldbos naar heide; • herstel en behoud van cultuurhistorische waarden vindt plaats door het onderhoud van beeldbepalende lanen en zandpaden en herstel/onderhoud van het Arnoldspark • versterking van de cultuurhistorische waarde vindt plaats door de beeldkwaliteit van de combinatie van de bestaande en nieuwe bebouwing. Ten aanzien van de recreatie wordt beleidsmatig vooral ingezet op het zoneren van de recreatie en het beter ontsluiten en verbinden door middel van recreatieroutes, wandel/ en fietsroutenetwerken en bewegwijzering. Er wordt door agrarische- en recreatieondernemers samengewerkt in het Land van de Hilver en er wordt ruimte gegeven voor verbreding. Tenslotte is het landgoed op zichzelf een waardevol cultuurhistorisch element in de regio, vanwege haar oude en jongere ontginningsgeschiedenis. Als nadere uitwerking van de Structuurvisie Noord-Brabant is door de provincie als de ontwikkelingsstrategie voor De Kempen geformuleerd:
“Evenwichtig Samengaan – Duurzaam Instandhoudingsplan Landgoed De Utrecht”
Pagina 34
• •
• •
•
Behoud door ontwikkeling of versterking van de dragende structuren van de regio; De cultuurhistorische waarden van de Kempen in hun samenhang verder ontwikkelen, beschermen en toeristisch-recreatief ontsluiten. Dit geldt in het bijzonder voor de cultuurhistorische landschappen. Dit geldt ook voor de landgoederenzone ten zuiden van Tilburg (Gorp en Rovert, De Utrecht, De Hoevens, Het Ooijevaarsnest, Wellenseind); De landgoederenzone ten zuiden van Tilburg waarvan De Utrecht deel uitmaakt is aanduid als cultuurhistorisch landschap van provinciaal belang; De oude akkercomplexen, de woeste gronden met heidevelden en vennen, de plantages met naaldhout, de (grote) landgoederen zijn aangeduid als dragende structuren; Behoud van de ruimtelijke identiteit van het ontginningslandschap van de Kempen;
Specifiek voor de landgoederenzone ten zuiden van Tilburg is in de Structuurvisie NoordBrabant door de provincie als kenmerk en ontwikkelingsstrategie geformuleerd: • • • • • •
Het gebied is een ensemble van oude en jonge landgoederen met bijzondere oude buurtschappen en akkercomplexen, waaronder Dun en Tulder op De Utrecht; Ontwikkelingsstrategie is het beter beleefbaar maken van sporen van deels verdwenen hoeves, buurtschappen en akkercomplexen; Het versterken van het contrast tussen oude ontginningen met akkers enerzijds en voormalige woeste gronden anderzijds; Het versterken van het natte karakter van beekdalen en (voormalige) vennen; De natuurontwikkeling, waterberging en economische dragers afstemmen op de cultuurhistorische identiteit; Het vergroten van de cultuurhistorische waardering door de vergroting van de beleving
Gemeentelijk beleid. Op gemeentelijk niveau vormen de Structuurvisie en de bestemmingsplannen het ruimtelijke beleidskader. Landgoederen zijn echter geen afzonderlijke bestemmingsplancategorie. Het belangrijkste beleidskader van de gemeenten zijn de Bestemmingsplannen Buitengebied. Daarin zullen de inrichtingsvoorstellen van het onderhavige Duurzaam Instandhoudingsplan Landgoed De Utrecht gefaciliteerd en verankerd dienen te worden. De gemeenten Hilvarenbeek en Reusel-De Mierden hebben beide de Countdown 2010 verklaring ondertekend, waarmee beoogd word teen halt toe te roepen aan de achteruitgang van de biodiversiteit. De gemeente Hilvarenbeek heeft als symboolsoort de geelgors gekozen. Reusel-De Mierden heeft de dagpauwoog als symboolsoort. Beide gemeenten hebben een Actieplan Biodiversiteit opgesteld.
“Evenwichtig Samengaan – Duurzaam Instandhoudingsplan Landgoed De Utrecht”
Pagina 35
Proces
N
aar aanleiding van de evaluatie van het proces van het “Integraal Ontwikkelingsprogramma Landgoed De Utrecht” van 2006 t/m 2008 is gekozen voor een zorgvuldig en interactief proces van onderop, waarbij alle belanghebbende partijen zijn uitgenodigd om in een serie werkateliers en bijeenkomsten hun visie en bijdrage te leveren. Het onderhavige plan van Landgoed De Utrecht vormt een onderdeel van het Visie- en Inrichtingsplan Kempische Landgoederen. Dit gezamenlijke inrichtingsplan wordt na advisering door de Reconstructiecommissie Kempenland voor besluitvorming aangeboden aan de provincie Noord-Brabant en de gemeentebesturen van Goirle, Hilvarenbeek, ReuselDe Mierden. Het proces voor de totstandkoming van “Evenwichtig Samengaan – Duurzaam Instandhoudingsplan Landgoed De Utrecht is in onderstaand schema weergegeven.
Processchema Duurzaam Instandhoudingsplan Landgoed De Utrecht
“Evenwichtig Samengaan – Duurzaam Instandhoudingsplan Landgoed De Utrecht”
Pagina 36
Voor het Duurzaam Instandhoudingsplan Landgoed De Utrecht is na een aantal verkennende interviews met betrokkenen de opdracht geformuleerd. Er zijn een projectteam en een stuurgroep gevormd. Zie voor samenstelling van stuurgroep en projectteam Bijlage 3. In de periode maart 2010 t/m januari 2011 is de stuurgroep 8 keer bij elkaar geweest voor de bespreking van planning en voortgang van het project en ter voorbereiding en evaluatie van de werkateliers. Er zijn met de vertegenwoordigers van alle belanghebbende partijen 3 gezamenlijke werkateliers gehouden: • • •
27 april 2010 22 juni 2010 2 november 2010
Werkatelier 1: Werkatelier 2: Werkatelier 3:
Programma van Eisen Ontwerpatelier Integratieatelier
De deelnemerslijst van de werkateliers is opgenomen in Bijlage 3. Tussen werkatelier 1 en 2 zijn door de stuurgroep gesprekken georganiseerd met 3 groepen betrokkenen bij het landgoed: de bewoners van De Utrecht, de ondernemers-pachters op het landgoed en de agrarische ondernemers in de omgeving van het landgoed. Op 6 juli 2010 is een Werkatelier “Nieuwe natuur op de Utrecht” georganiseerd, waarvoor door het adviesbureau Aequator Groen en Ruimte een werkdocument is opgesteld op basis van uitgevoerd onderzoek naar de ecologische onderbouwing en haalbaarheid van de na te streven natuurdoeltypen op de nieuwe natuurlocaties bij Flaes en Broekeling. Na het integratieatelier van 2 november 2010 is het conceptplan “Evenwichtig Samengaan” opgesteld. Dit concept is aan alle procesdeelnemers gezonden op 17 januari 2011 met de mogelijkheid om hierop te reageren. Hiervan is ruim gebruik gemaakt en de ontvangen reacties zijn door de stuurgroep besproken en dit heeft op een aantal punten tot aanpassing van het plan geleid. Met de plaatselijke natuurorganisaties en de BMF heeft naar aanleiding van hun reactie een nader overleg plaatsgevonden begin maart 2011. Daarin zijn een aantal vragen beantwoord en afspraken gemaakt over het betrekken van de natuurgroepen bij de verdere uitwerking van het plan.
“Evenwichtig Samengaan – Duurzaam Instandhoudingsplan Landgoed De Utrecht”
Pagina 37
“Evenwichtig Samengaan – Duurzaam Instandhoudingsplan Landgoed De Utrecht”
Pagina 38
Inrichtingsplan “Evenwichtig Samengaan”
H
Et voor u liggende Duurzaam Instandhoudingsplan Landgoed De Utrecht met de titel “Evenwichtig Samengaan” is de uitkomst van het intensieve en interactieve proces, waarbij alle belanghebbende partijen hun inbreng hebben geleverd in de gezamenlijke werkateliers tijdens het in het voorgaande hoofdstuk beschreven proces.
De uitkomst van het 3e werkatelier (integratieatelier) is dat het mogelijk is om een aantal doelen voor Landgoed De Utrecht in onderlinge samenhang te realiseren. Hierdoor ontstaat een nieuw en dynamisch evenwicht tussen de functies (natuur en water, landbouw, recreatie, wonen en cultuurhistorie). De wenselijk en noodzakelijk geachte projecten zijn weergegeven op de plankaart die een schetsontwerp is van het inrichtingsplan. Deze plankaart is opgenomen als Kaart 1. Op de kaarten 1a, 1b en 1c zijn de uit te voeren projecten meer gedetailleerd weergegeven. Ter bereiking van de beoogde doelstellingen, rekening houdend met het Programma van Eisen en de uitkomst van de werkateliers worden de volgende projecten uitgevoerd:
Natuur Voor het onderdeel natuur worden de volgende projecten uitgevoerd op het landgoed: • omzetting van 32,5 hectare landbouwgrond in nieuwe natuur. Dit zal geschieden aan de zuid- en oostzijde van De Flaes, bij Deppo en bij de Broekeling; • voor de inrichting bij De Flaes zal het accent liggen op natuurakkers met graan en soortenrijk grasland met houtwallen en struweelranden, bij de Broekeling zal de nieuwe natuur worden ingericht als soortenrijk grasland. Bij Deppo wordt gekozen voor een inrichting als kruiden- en faunarijke akker; • aan de hand van historische kaarten verdwenen poelen en vennen weer terugbrengen met name in het gedeelte ten westen van de N269. Tussen Moerbleek en Het Goor worden 18 nieuwe poelen aangelegd en 2 vennen gereconstrueerd; • twee aan te leggen nieuwe vennen krijgen een functie als blusvijver. De ene gelegen in de nabijheid van bungalowpark Vogelenzang, de andere in de nabijheid van Groepsaccomodatie De Kievit; • aanleg van 8 soortenrijke corridors voor vlinders en insecten tussen de aangelegde poelen in het gebied Moerbleek; • In het gebied tussen Moerbleek en Het Goor worden 8 heideterreinen aangelegd in samenhang met de poelen en corridors; • beekherstel van de Hoogeindsche Beek in het kader van de Natte Natuurparel de Utrecht; • maatregelen voor recreatiezonering in het Reuseldal ten noorden van De Bockenreijder;
“Evenwichtig Samengaan – Duurzaam Instandhoudingsplan Landgoed De Utrecht”
Pagina 39
•
• • • • •
de kwaliteitsverbetering van 50 hectare bestaande natuur door de omvorming van 50 hectare ecologisch arm productiebos van naaldhout naar heide met begrazing en plaggen als beheersvormen (hiervoor is een ontheffing nodig van de herplantplicht in het kader van de Boswet); omvorming van bos naar heide rondom de Flaes; ven- en moerasherstel van de heide bij Goor en Flaes; dynamisch bosrandenbeheer bij Moerbleek; herstel brongebied Turfven heidebeheer door middel van plaggen en heidebeheer met schapen.
De inspiratie voor het planonderdeel “Kwaliteitsverbetering bestaande natuur” is ontstaan tijdens enkele werkateliers gedurende het planproces. De vertegenwoordigers uit de agrarische sector vroegen naar mogelijkheden voor verduurzaming en extensivering van de landbouw. Hierbij realiseerde iedereen zich dat de beleidsmatige ruimte binnen de EHS beperkt is. De vertegenwoordigers van de natuur vroegen zich af of er buiten de nieuwe natuur in het kader van “rood voor groen” niet meer uitdaging te vinden was, die zou passen binnen de identiteit van het landgoed. Aldus is gezocht naar de invulling van een extra natuurambitie binnen de bestaande EHS die zou voldoen aan de volgende randvoorwaarden: • het leveren van een bijdrage aan de vergroting van de biodiversiteit op het landgoed • een relatie leggen met de identiteit en (cultuur)historie van het landgoed • enige ruimte bieden aan vormen van landbouw die ondersteunende zijn voor het bereiken van gewenste natuurdoelen • het leveren van een bijdrage aan de doelstellingen van Natura 2000 KempenlandWest en de Natte Natuurparel De Utrecht • toegestaan binnen het beleidskader dat geldt in de EHS ter plaatse. Dit heeft geleid tot het voorstel om in het plan “Evenwichtig Samengaan” een extra ambitie op te nemen voor kwaliteitsverbetering van 50 hectare bestaande natuur.
Aansluiting en inspiratie is gevonden bij zowel de natuurambitiekaart en historische kaarten uit de periode rond 1850 en 1900. De ambitie kan gerealiseerd worden door 50 hectare bosomvorming van productiebos van naaldhout door: • 50 hectare bos als heideterreinen in te richten op een vijftal daarvoor geschikte locaties (ontheffing nodig van de herplantplicht in het kader van de Boswet); • Op een vijftal plaatsen aansluitend op de vijf nieuwe (herstelde) heideterreinen kleine kruiden- en faunarijke akkers van circa 0,3 hectare in te richten als stapstenen voor biodiversiteit. Op de Plankaart 1 en de Detailkaarten 1a, 1b en 1c is aangegeven welke locaties voor de voorgestelde bosomvorming in aanmerking komen. Als mogelijke locaties voor bosomvorming naar heide zijn aangeduid: 1. Omgeving akkerenclave Dun 2. Omgeving akkerenclave Tulder 3. Bij de Weeldsebaan ter hoogte van ’t Aanrijt tussen Goor en Bolgoor 4. Valkenberg boven de Ravelse Dijk en ten zuiden van het Turfven 5. Ten noorden van Moerbleek aansluitend op de voorgestelde heidevorming.
“Evenwichtig Samengaan – Duurzaam Instandhoudingsplan Landgoed De Utrecht”
Pagina 40
Over de definitieve keuze van deze locaties zal nog overleg plaatsvinden met de provincie Noord-Brabant in relatie tot het Natuurbeheerplan en de Boswet alsmede met Waterschap De Dommel in relatie tot de doelstellingen van de Natte Natuurparel De Utrecht. De plaatselijke natuurorganisaties en de BMF zullen betrokken worden bij de nadere uitwerking en locatiekeuzes voor de bovengenoemde natuurontwikkelingen. Hierbij wordt gebruik gemaakt van de rapporten van RAVON over Moerbleek en Broekeling en het rapport van de Bosgroep “Natuurontwikkeling op Landgoed De Utrecht” uit 2008. Op basis van het bovengenoemde rapport van de Bosgroep is gekozen voor doelsoorten en biotoopverbetering. Er is gekozen voor 17 doelsoorten (14 fauna en 3 flora): Naam soort Nachtzwaluw Heikikker Levendbarende hagedis Alpenwatersalamander Rugstreeppad Poelkikker Hazelworm Bont dikkopje Heidesabelsprinkhaan Jeneverbes Rode bosbes Gladde slang Vinpootsalamander Gentiaanblauwtje Moerassprinkhaan Patrijs Akkerleeuwenbek
Status op Landgoed De Utrecht Actueel Actueel Actueel Actueel Actueel Actueel Actueel Actueel Actueel Actueel Actueel Actueel/potentieel Potentieel/actueel Potentieel Potentieel Potentieel Potentieel
Voor de op Landgoed De Utrecht na te streven biotopen en natuurdoeltypen is in het plan “Evenwichtig Samengaan” gekozen voor: • • • • • • • • •
Droge heide Natte/vochtige heide Gagelstruweel Stuifduinen Kapvlakten Open bos met pijpenstro (bos van arme zandgronden) Brede bospaden/bosranden (zoom, mantel en droog struweel) Nat bloemrijk grasland (nat matig voedselrijk grasland) (Zeer) zwak gebufferd ven
“Evenwichtig Samengaan – Duurzaam Instandhoudingsplan Landgoed De Utrecht”
Pagina 41
• • •
Gebufferde poel Haag en struweel Akker
De na te streven biotopen die ontstaan door nieuwe aanleg en kwaliteitsverbetering zullen naar verwachting leiden tot toename van de biodiversiteit en levensvatbaarheid van de bovengenoemde populaties. Voor gedetailleerde analyse wordt verwezen naar het genoemde rapport van de Bosgroep. Ook de inrichtings- en beheersmaatregelen zijn in het rapport van de Bosgroep uitgebreid beschreven voor de gebieden Tulder, Dun, Mispeleindsche Heide en Goor. Hierna volgt een beknopte beschrijving van de beheersmaatregelen per deelgebied. Tulder, Hoogeindsche Beek en Broekeling • Droge heide: beheer door begrazing met schapen • Natte/vochtige heide: tegengaan verbossing door wegzagen van boomopslag • Open bos met pijpenstro: circulerend dunnen en verjongingsgaten 0,5 ha (loofhout) • Brede bospaden en –randen: maaien en extensieve begrazing • Bloemrijk grasland: jaarlijks maaien en afvoeren, evt. nabeweiding met paarden Dun • • • • • •
Herstel voormalige heide en vergroting areaal Vrijzetting stuifzandruggen, die vroeger deel waren van een stuifduinencomplex Open bos: dunning en verjonging Bospaden en randen: verbreding en corridors t.b.v. toename soortenrijkdom Kapvlakten: niet gelijktijdig maar na elkaar om de 5 à 6 jaar voor toename biodiversiteit Aanleg poel voor toename amfibieën en gevarieerd struweel
Mispeleindsche Heide • Deel van de landbouwgronden aan zuidzijde Flaes en Goor wordt nieuwe natuur • Natte/vochtige heide: kapvlakten en dunnen,daarna kleinschalig plaggen en begrazen • Open bos met pijpenstro: combinatie van omvorming naar loofbos, verjonging en vernatting • Bospaden en –randen: verbreding en gefaseerd kappen t.b.v. toename gladde slang, nachtzwaluw en vlinders • Nat matig voedselrijk grasland: maaien en afvoeren gericht op verschraling Het Goor/Turfven • Ven: gebied geschikt voor venherstel (vroeger was hier een groot grensoverschrijdend ven, hersteld ven is gunstig biotoop voor toename biodiversiteit. Open bos met pijpenstro: omvorming naaldbos naar loofbos, vernatting, circulerend dunnen en verjongingsgaten. Brede bospaden en –randen: verbinding maken met Moerbleek met soortenrijke corridors. Natte/vochtige heide: tegengaan verbossing, kleinschalig plaggen, maaien en/of extensieve begrazing met schapen (Kempisch Heideschaap) Uitvoering van dit voorstel vergt aanpassing van het Natuurgebiedsplan en het Natuurbeheerplan 2011 van de Provincie Noord-Brabant, ten aanzien van de natuurdoeltypenkaart en de ambitiekaart. Ook is een ontheffing nodig van de herplantplicht in het kader van de Boswet. Hierover is nader overleg met de provincie noodzakelijk. De argumentatie voor de boven omschreven extra natuurambitie door bosomvorming is:
“Evenwichtig Samengaan – Duurzaam Instandhoudingsplan Landgoed De Utrecht”
Pagina 42
1. omvorming van productiebos van exotisch naaldhout naar heide (Natuurdoeltype N07.01) draagt bij aan de vergroting van de biodiversiteit van flora en fauna; 2. omvorming van productiebos van naaldhout naar heide draagt bij aan de bestrijding van verdroging, een van de kerndoelen voor de Natte Natuurparel De Utrecht; 3. omvorming van naaldbos naar heide draagt bij aan de ambities van het Beheerplan Natura 2000 Kempenland-West voor de habitattypen natte en droge heide; 4. vergroting van het heideareaal draagt bij aan de zelfstandige exploitatiemogelijkheid van de kudde van Kempische heideschapen in het gebied; 5. door de omvorming van naaldbos naar een combinatie van heide (N07.01) en kruiden- en faunarijke akker (N12.05) worden natuurdoeltypen teruggebracht die van oorsprong in dit gebied aanwezig waren en van een hogere kwaliteit zijn; 6. de omvorming van 50 hectare naaldbos naar heide met enkele kruiden- en faunarijke akkers versterkt de cultuurhistorische identiteit van het landgoed, met name als aansluiting wordt gezocht bij de middeleeuwse heide-akker nederzettingen op Dun en Tulder, die nu slecht herkenbaar zijn in het terrein; 7. voor het landgoed kan mogelijk een kleine toename van pachtopbrengst worden gerealiseerd, wat positief is voor de stabiele waardeontwikkeling van het landgoed.
Landbouw 1. de hoevepachters van het landgoed de gelegenheid bieden tot een rendabele duurzame bedrijfsvoering door middel van uitbreiding en/of verbreding; 2. in samenwerking met de hoevepachters de mogelijkheden voor particulier natuurbeheer benutten; 3. rekening houden met de belangen van de agrarische bedrijven op het landgoed en in de omgeving van het landgoed bij de keuze van de locaties voor woningbouw en de afstanden daarvan tot de boerderijen; 4. met de Stichting Korensla de mogelijkheden voor teelt van granen en andere gewassen op kruiden- en faunarijke akkers stimuleren op het landgoed. 5. met de agrarische sector de haalbaarheid onderzoeken van de opzet van een natuurboerderij eventueel in combinatie met een heideboerderij. Hierin kan natuurbeheer van heide en kruiden- en faunarijke akkers en graslanden gecombineerd worden met extensieve vormen van landbouw. Het is aan de ondernemer om te zoeken naar de mogelijke combinatie van de natuurboerderij met zorg en/of boerderijwinkel. Met Landgoed Wellenseind en Brabants Landschap worden afspraken gemaakt over de wijze van inrichting en beheer, zodat een gebied van enkele tientallen hectaren ontstaat waarop een vorm van agrarisch natuur- en landschapsbeheer kan worden uitgevoerd die een win-win situatie is voor natuur en landbouw.
Gedacht kan worden aan een combinatie van begrazing met schapen, honingproductie, graanteelt op natuurakkers voor streekproducten, aanbieden van zorg.
Cultuurhistorie 1. versterking van de (cultuurhistorische identiteit) van het landgoed door dit beter zichtbaar te maken (o.a. akkerenclave Dun, wallenstructuur Tulder en Lange Gracht); 2. instandhouding van een aantal cultuurhistorisch waardevolle gebouwen door middel van functiewijziging (kapschuren Tulder, bosbouwloods Ijzerenberg); 3. revitalisering van het Arnoldspark; 4. ontwikkeling van een cultuurhistorische route over het landgoed in aansluiting op routes over de Kempische Landgoederen.
“Evenwichtig Samengaan – Duurzaam Instandhoudingsplan Landgoed De Utrecht”
Pagina 43
Het Duurzaam Instandhoudingsplan Landgoed De Utrecht past goed in de strategie en ambitie van de provincie Noord-Brabant voor de ontwikkeling van de Kempen en de landgoederen ten zuiden van Tilburg, zoals dit is beschreven bij de Cultuurhistorische Waardenkaart.
Reconstructie Het plan draagt eveneens bij aan de realisatie van reconstructiedoelen van het Reconstructiegebied Kempenland (voorheen Beerze Reusel). Er wordt bijgedragen aan de onderstaande ILG-reconstructiedoelen uit het Meerjarenprogramma 2009-2013 voor Kempenland:
gMJP code
Omschrijving
Eenheid
LG 10.040 LG 10.070 LG 10.080 LG 10.100 LG 10.120 LG 30.010
Inrichting areaal nieuwe natuur Flaes, Deppo, Broekeling Areaal verdrogingsbestrijding Natte Natuurparels Lengte beek- en kreekherstel Areaal verbetering water- en bodemkwaliteit tbv EHS Areaal uitvoering soortenbeschermings- en habitatplannen Areaal waar maatregelen zijn genomen tbv versterking en herstel van landschap en cultuurhistorie Areaal nieuwe landgoederen (inrichting) Aantal routestructuren (samen met Kempische Landgoederen) Aantal initiatieven tbv verbetering toeristisch en recreatieve aanbod in het buitengebied
32,5 ha 60 ha 2 km 100 ha 3 stuks 50 ha
LG 30.012 LG 50.030 LG 50;040
6,5 ha 6 stuks 1 stuks
Recreatie 1. ontwikkeling en bewegwijzering van recreatieve routes voor fietsen, wandelen, paardrijden, mennen op basis van zonering om ecologisch kwetsbare terreinen te ontzien; 2. ontwikkeling en uitgave van recreatiekaarten in samenwerking met de Kempische Landgoederen; 3. bijdragen aan de realisatie van de uitkijktoren bij de Flaes (gereed voorjaar 2011); Een toename van de recreatiedruk wordt niet beoogd in het plan en derhalve ook niet verwacht. Landgoed De Utrecht zal de natuurorganisaties jaarlijks informeren over de recreatiedruk en eventuele maatregelen met de natuurorganisaties bespreken.
Wonen en leefbaarheid 1. ontwikkeling van 13 bouwkavels op basis van artikel 7.8 van de Verordening Ruimte Noord-Brabant. De woningen zullen gerealiseerd worden in clusters van 5 tot 7 “Evenwichtig Samengaan – Duurzaam Instandhoudingsplan Landgoed De Utrecht”
Pagina 44
woningen op ruime afstand van agrarische bedrijven in verband met de geurcontouren; 2. de grond van de te realiseren woningen zal worden uitgegeven in erfpacht; 3. de beoogde omvang van de woningen is tussen de 750 en 1000 m3 op percelen van circa 1.500 m2 (totaal ruimtebeslag circa 2,5 hectare, zijnde 0,1% van de oppervlakte van het landgoed); 4. de stijl en vormgeving van de woningen zal moeten passen bij de stijl van de bestaande woningen en gebouwen op het landgoed.
Wegen en infrastructuur 1. investering in groot onderhoud van 14,5 km verharde weg (Prins Hendriklaan, Torenlaan, Kinderlaan, Tuldensedijk, Roovertsebaan); 2. ontsluiting van bouwpercelen en aansluiting op nutsvoorzieningen; 3. investeren in een kleinschalige biomassa-installaties voor verwarming van een aantal woningen aan de Torenlaan op het landgoed. 4. de gemeente Hilvarenbeek wordt verzocht het zandpad Dunsedijk vanaf de Bockenreijder tot De Flaes af te sluiten voor gemotoriseerd verkeer (behalve tijdens schaatsdagen op De Flaes) De investering in groot onderhoud van de verharde wegen op het landgoed is een dringende noodzaak. Indien dit achterwege zou worden gelaten wordt dit in de toekomst een onoverkomelijke schadepost. Een andere optie zou kunnen zijn eigendomsoverdracht van de verharde wegen aan de gemeente. Voor verbetering van de recreatieve toegankelijkheid worden twee voorstellen gedaan: het aanleggen van een fietspad langs de Prins Hendriklaan door de gemeente Hilvarenbeek en het doortrekken van het fietspad Dunsedijk in zuidelijke richting door de gemeente ReuselDe Mierden. De Werkgroep Heemkunde Esbeek heeft voorgesteld om een semiverhard schelpenpad voor fietsers aan te leggen dat de oude landbouwenclaves met elkaar verbindt. Financiering van deze beide voorstellen is echter niet in het onderhavige plan opgenomen.
Ontwikkeling van recreatieve routes is een project dat in het samenwerkingsverband van de Kempische Landgoederen ter hand zal worden genomen. ASR wil investeren in de bouw van een kleinschalige biomassa-installatie ten behoeve van de verwarming van een aantal woningen op het landgoed. Deze centrale zal gevoed worden met biomassa afkomstig van het landgoed. Voorgestelde locatie is het pleintje aan de Torenlaan, aangezien de opgewekte energie dient voor de verwarming van de woningen aan de Torenlaan. De biomassa-installatie is slechts enkele vierkante meters groot. Vrijwilligers van de plaatselijke natuurorganisaties kunnen tegen vergoeding worden ingeschakeld voor het verzamelen van afval- en snoeihout.
voorbeeld natuurbegraafplaats
voorbeeld biomassa-installatie
“Evenwichtig Samengaan – Duurzaam Instandhoudingsplan Landgoed De Utrecht”
Pagina 45
Overige projecten 1. 2. 3. 4.
herinrichting parkeerplaats “In den Bockenreijder” blusvijver nabij Vogelenzang blus- en recreatievijver nabij Groepsaccomodatie De Kievit natuurbegraafplaats
Een van de ergernissen is de parkeeroverlast op Landgoed De Utrecht, vooral in de omgeving van uitspanning In den Bockenreijder en langs de Dunsedijk. De capaciteit van de bestaande parkeerplaats bij Den Bockenreijder wordt onvoldoende benut door de slechte staat van het terrein met grote diepe kuilen en plassen water. Als project is in het plan opgenomen een verbetering van deze parkeervoorziening bij Den Bockenreijder. Voor de vergroting van de brandveiligheid wordt op 2 plaatsen voorgesteld een blusvijver aan te leggen. Dit biedt de mogelijkheid aan de brandweer om effectief te kunnen optreden bij bosbranden en brand op het recreatieterrein Vogelenzang en Groepsaccomodatie De Kievit. De blusvijver bij Vogelenzang wordt geheel als natuurlijk ven ingericht met natuuroevers. De vijver bij De Kievit krijgt een gecombineerde functie als natuurlijk ven, blusvijver met recreatief medegebruik. Dit recreatief medegebruik is alleen toegestaan aan één van de oevers door gasten van Groepsaccomodatie De Kievit. Voor de aanleg van de blusvijvers wordt bij de provincie Noord-Brabant een ontgrondingsvergunning aangevraagd waarin ook opgenomen de aanleg van poelen en reconstructie van verdwenen vennen aan de westzijde van de provinciale weg N269.
Voor de aan te leggen vennen,poelen en beide blusvijvers is een watervergunning nodig van Waterschap De Dommel aangezien deze grotendeels komen te liggen in het Keurbeschermingsgebied. Uitgangspunt is dat er geen verdrogende werking mag optreden.
Tijdens een van de werkateliers is het idee naar voren gekomen voor een begraafplaats of crematorium op het landgoed. Het oordeel was dat dit niet zou passen vanwege de verkeersaantrekkende werking hiervan. Als alternatief hiervoor is wel positief gereageerd op de mogelijkheid van het aanleggen van een natuurbegraafplaats op het landgoed. Als mogelijke locatie wordt gedacht aan een locatie van circa 10 hectare langs de Scheidijk, niet te ver van de N269 aan de westelijke zijde. Hiervoor zal nog een afzonderlijk plan worden opgesteld. In de Werkgroep Kempische Landgoederen is aan de orde geweest het tot stand brengen van een educatiecentrum, te combineren met de Groene Poort , bezoekerscentrum voor de Kempische Landgoederen, gepland op Gorp en Roovert. De financiering hiervan maakt echter geen deel uit van het onderhavige plan voor Landgoed De Utrecht.
“Evenwichtig Samengaan – Duurzaam Instandhoudingsplan Landgoed De Utrecht”
Pagina 46
Het voorstel van de plaatselijke natuurorganisaties om te komen tot een gebiedsfonds voor de instandhouding van het landgoed wordt als interessant beoordeeld en zal ter sprake komen in het samenwerkingsverband met de Kempische Landgoederen.
Toekomstbeeld Het Landgoed De Utrecht heeft op duurzame wijze een aantal functies voor het landgoed in onderlinge samenhang gerealiseerd/versterkt. Er is bij deze duurzame ontwikkeling sprake van een nieuw en dynamisch evenwicht tussen de functies natuur, economie, cultuurhistorie, ruimtegebruik en leefomgeving. Landgoed De Utrecht heeft dit evenwicht gevonden in samenspraak en samenwerking met alle belanghebbenden op en om het landgoed.
Het toekomstbeeld van Landgoed De Utrecht kan bij uitvoering van “Evenwichtig Samengaan – Duurzaam Instandhoudingsplan Landgoed De Utrecht” als volgt worden geschetst: • • • • • • • • • • • • •
Landgoed De Utrecht blijft in stand als NSW Landgoed Landgoed De Utrecht werkt actief samen met de Kempische Landgoederen op het gebied van natuurbeheer, recreatie en communicatie Het landgoed wordt op duurzame wijze beheerd Natuurkwaliteit en biodiversiteit zijn versterkt Identiteit van het Landgoed is versterkt door bosomvorming Er wordt duurzame energie opgewekt met biomassa van het landgoed De landbouw draagt bij aan de duurzame instandhouding van het landgoed Het cultuurhistorisch erfgoed is behouden en beter zichtbaar gemaakt Recreatieve routes maken landgoed beter beleefbaar Door zonering van recreatie worden ecologisch kwetsbare gedeelten ontzien De pachters op het landgoed en de plaatselijke natuurorganisaties worden ingeschakeld bij werkzaamheden voor beheer en onderhoud Landgoed heeft aantrekkelijk woon- en leefklimaat behouden De exploitatie van het landgoed is in duurzaam evenwicht
Wat er aan ontwikkelingen dient plaats te vinden en hoe het landgoed er daarna uit gaat zien wordt verbeeld in de plankaart die is opgenomen in Kaart 1 en op de Detailkaarten 1a, 1b en 1c.
“Evenwichtig Samengaan – Duurzaam Instandhoudingsplan Landgoed De Utrecht”
Pagina 47
Gepast wonen als nieuwe economische drager
O
m de duurzame instandhouding van het landgoed als natuurlijke en cultuurhistorisch erfgoed te kunnen waarborgen is het noodzakelijk om ruimte te bieden voor het realiseren van nieuwe economische dragers. Het ontwikkelen van een beperkt aantal bouwkavels is daarom in dit plan opgenomen.
Het in stand houden van het landgoed als een ruimtelijke, natuurlijke en cultuurhistorische eenheid is geen gemakkelijk opgave, zeker nu forse bezuinigingen op de inrichting en het beheer van natuurgebieden plaatsvinden. Tegen die achtergrond is in samenspraak met alle bij Landgoed De Utrecht betrokken belanghebbende partijen dit plan tot stand gebracht. Vanuit de instandhoudingsplicht voor het landgoed als Natuurschoonwet-landgoed voor 25 jaar is gezocht naar een duurzaam evenwicht tussen alle aanwezige functies op het landgoed. Het proces dat is doorlopen met alle deelnemers is zeer open en zorgvuldig geweest. Het proces is gestart met het gezamenlijk opstellen van het Programma van Eisen. In deze bijeenkomst is ook de noodzaak van nieuwe woningen aan de orde geweest. De eisen en randvoorwaarden die aan nieuwe woonlocaties moeten worden gesteld zijn in het Programma van Eisen opgenomen. De eenheid van Landgoed De Utrecht bestaat vooral uit de herkenbaarheid van de bebouwing en architectuur en de verbinding met de lanen. Dit is als het ware de huisstijl van het landgoed, die door alle betrokkenen wordt herkend en gekoesterd. Er is daarom gezocht naar een wijze van inpassing van nieuwe woningen die qua schaal, locatie en vormgeving past bij het bijzondere karakter van het landgoed.
Er zijn acht mogelijke locaties onderzocht, rekening houdend met het opgestelde Programma van Eisen in het werkatelier van 27 april 2010. De bouwkavels zullen door ASR in erfpacht worden uitgegeven, waarbij deze gedurende een periode van 6 maanden exclusief zullen worden aangeboden aan inwoners van de gemeenten Hilvarenbeek en Reusel-De Mierden. De locaties zijn getoetst aan de volgende criteria: • •
de nieuw te ontwikkelen locaties hebben geen significant negatieve invloed op kwetsbare natuur op het landgoed; de nieuw te ontwikkelen locaties verstoren niet de leefbaarheid en het woongenot van de huidige bewoners van het landgoed;
“Evenwichtig Samengaan – Duurzaam Instandhoudingsplan Landgoed De Utrecht”
Pagina 48
• • • • • •
de nieuw te ontwikkelen locaties hebben voldoende afstand tot de agrarische bedrijven i.v.m. de geurcontouren in de milieuwetgeving; de nieuw te ontwikkelen locaties hebben geen negatieve invloed op de realisatie van de doelstellingen van de Natte Natuurparel De Utrecht de ontwikkeling van de bouwlocaties dient te passen binnen de regels van de Verordening Ruimte van de provincie Noord-Brabant op de te ontwikkelen nieuwe locaties dient het bouwen in clusters mogelijk te zijn, er zal niet gebouwd worden op kavels voor losse woningen; de ontsluiting dient aanwezig te zijn of eenvoudig te realiseren; op de nieuw te ontwikkelen bouwlocaties dient een goede landschappelijke en cultuurhistorische inpassing mogelijk te zijn.
Na integrale afweging van alle locaties aan de hand van de bovenstaande criteria is de keuze gevallen op de onderstaande locaties:
1. Berkensingel De potentiële bouwlocatie Berkensingel ligt buiten de begrenzing, maar wel in de invloedssfeer van de Natte Natuurparel De Broekeling. Dit betekent dat er hydrologisch neutraal gebouwd zal worden. Er dient grond onttrokken te worden aan de landbouw, maar de grond is vanwege de nattere omstandigheden ook minder geschikt voor landbouw. Andere woonbebouwing en bedrijven liggen op afstand en ondervinden geen hinder. De ontsluiting is goed. Op deze locatie is ruimte voor 5 of 6 woningen. De woningen komen zo dicht mogelijk tegen de Tuldensedijk op zo groot mogelijke afstand tot De Broekeling. Eventuele grondwaterstandverhogingen ten behoeve van de Natte Natuurparel dienen door de woningbezitters gedoogd te worden. 2. Dunsedijk De locatie Dunsedijk ligt goed ontsloten. Intensieve bedrijven liggen op voldoende afstand. De bouwlocatie ligt omgeven met bos en kan worden gekarakteriseerd als een intieme plek. Op deze locatie is de realisatie van 1 of 2 woningen mogelijk. 3. Lange Gracht Lange Gracht is een historische locatie. Er ligt een duidelijk relatie met het bos. Nieuwe ontsluiting is echter noodzakelijk, maar eenvoudig te realiseren. Op deze locatie is het mogelijk 6 of 7 woningen te realiseren.
Het totaal aantal te realiseren woningen zal 13 bedragen. Dit is voldoende voor een evenwichtige en duurzame instandhouding van het landgoed. Indien uit andere kostendragers voldoende opbrengst ontstaat kan het aantal te bouwen woningen tot 11 worden teruggebracht en zal de bouwlocatie Dunsedijk komen te vervallen. Dit hangt af van “Evenwichtig Samengaan – Duurzaam Instandhoudingsplan Landgoed De Utrecht”
Pagina 49
planologische toestemming voor de natuur-begraafplaats en de kleinschalige biomassainstallaties en haalbaarheid van de natuurboerderij. Voor de te ontwikkelen bouwlocaties en de woningen gelden de volgende uitgangspunten: • er wordt gebouwd in clusters op vergelijkbare wijze als op bestaande locaties op het landgoed; • er wordt een beeldkwaliteitsplan opgesteld voor de gekozen locaties en woningen; • de woningen dienen naar vorm, gevelaanzicht, kleurstelling en materiaalgebruik te passen bij de stijlkenmerken van het landgoed; • uitvoering zal in 2 of 3 fasen geschieden per locatie, volledige realisatie vergt naar verwachting 5 tot 10 jaar.
Kostenmakers en kostendragers
V
oor de duurzame instandhouding is evenwicht tussen de diverse functies nodig. Hierbij wordt in het plan onderscheid gemaakt tussen kostenmakende en kostendragende functies. Het nu voorliggende plan is afgestemd met alle bij Landgoed De Utrecht belanghebbende partijen. Bij de opstelling van het plan zoals het nu ter besluitvorming wordt aangeboden is rekening gehouden met alle door de deelnemers aan de werkateliers naar voren gebrachte eisen, wensen en randvoorwaarden. Op basis daarvan is het plan “Evenwichtig Samengaan” opgesteld, met daarin alle projecten in de vorm van kostenmakers en kostendragers. In het afsluitende integratieatelier van 2 november 2010 is met de deelnemers in spelvorm gezocht naar een evenwichtig plan met draagvlak. In de financiële onderbouwing van het Duurzaam Instandhoudingsplan is een onderscheid gemaakt tussen: • Investeringen en waardeverminderingen • Waardetoename en eenmalige opbrengsten • Jaarlijkse exploitatiekosten • Jaarlijkse exploitatieopbrengsten De uitvoering van het plan zoals voorgesteld vergt een totale investering van circa € 4,25 mln. De waardetoename en eenmalige opbrengsten bedragen bij uitvoering van het plan in de voorgestelde vorm en omvang circa € 4,63 mln. Dit levert in de balans een netto positieve waardeontwikkeling op van bijna € 400.000.
Het tempo waarin deze waardetoename gerealiseerd kan worden hangt af van het tempo in de uitvoering van het plan. Vooral voor de realisering van de bouwkavels zal dit naar verwachting een aantal jaren duren. Door uitvoering van het plan in de voorgestelde vorm en omvang zullen de jaarlijkse exploitatiekosten toenemen met circa € 170.000. De jaarlijkse exploitatieopbrengsten zullen naar schatting toenemen met circa 1810.000. Hierdoor kan een bescheiden verbetering van het jaarlijkse exploitatieresultaat worden bereikt van ongeveer € 11.000.
“Evenwichtig Samengaan – Duurzaam Instandhoudingsplan Landgoed De Utrecht”
Pagina 50
ASR is hiermee in staat om het landgoed als NSW-landgoed voor de komende 25 jaar duurzaam in stand te houden. Er is dan ook nog enige ruimte voor eventuele verdere teruggang in beheerssubsidies voor natuur en landschap.
W.P. Ingenegeren, directeur Levensverzekeringsmaatschappij De Utrecht, stichter van Landgoed De Utrecht gezeten op een bank op het landgoed in 1920 Kostenmakers (investeringen en waardeverminderingen)
Aanleg en inrichting nieuwe natuur 32,5 ha Flaes, Deppo en Broekeling Groot onderhoud wegen en infrastructuur Verbeteren parkeerplaats In den Bockenreijder Versterking cultuurhistorie (kwaliteitsimpuls Arnoldspark) Versterking cultuurhistorie (beeldbepalende lanen en zandpaden) Waardeverlies omzetting landbouwgrond in natuur Waardeverlies landbouwgrond omgeving nieuwe woningen Ontsluiting bouwkavels Natuurlijke inrichting omgeving bouwkavels Omzetting 50 ha naaldbos in heide en kleine kruiden- en faunarijke akkers Inrichting en ontsluiting natuurbegraafplaats Aanleg 18 poelen Venhersterstel 2 stuks Aanleg 2 blusvijvers (nabij Vogelenzang en De Kievit) Aanleg 8 soortenrijke corridors (tbv vlinders, insecten etc.) Investering kleinschalige biomassacentrale Torenlaan Plankosten en adviezen bij Duurzaam Instandhoudingsplan Onvoorzien TOTAAL
€ 300.000 € 800.000 € 50.000 € 50.000 € 25.000 € 1.462.500 € 292.500 € 65.000 € 130.000 € 245.000 € 50.000 € 47.920 € 20.000 € 100.000 € 40.000 € 250.000 € 225.000 € 100.000 € 4.252.920
Kostendragers (waardetoename en eenmalige opbrengsten Waardetoename bouwkavels Waardetoename kavel natuurbegraafplaats Zandopbrengst blusvijvers Houtopbrengst rooien 4 ha grove den zuidzijde Flaes Houtopbrengst 50 ha bosomvorming
“Evenwichtig Samengaan – Duurzaam Instandhoudingsplan Landgoed De Utrecht”
€ 3.900.000 € 450.000 € 200.000 € 9.000 € 75.000
Pagina 51
TOTAAL NETTO WAARDEONTWIKKELING
€ 4.634.000 € 381.000
Toename jaarlijkse exploitatiekosten door uitvoering van het plan Beheerkosten natuurdoeltypen 32,5 ha nieuwe natuur Beheerkosten 50 ha heide na bosomvorming (begrazen en plaggen) Beheerkosten 18 poelen en 2 herstelde vennen Beheerkosten blusvijvers Beheerkosten 8 soortenrijke corridors Beheerkosten (begrazen en plaggen) 50 ha heide na bosomvorming Afname beheerssubsidie voor 50 ha bos na omzetting bos naar heide Minderopbrengst bosbouw 5% door vernatting Natte Natuurparel Afschrijving, beheer en onderhoud wegen Afschrijving en onderhoud parkeervoorziening Bockenreijder Onderhoud en beheer cultuurhistorie Afschrijving en beheer ontsluiting bouwkavels Vermindering pachtopbrengst door omzetting landbouwgrond naar natuur Onvoorziene kosten Totaal toename jaarlijkse exploitatiekosten
€ 6.500 € 18.000 € 1.800 € 3.000 € 16.000 € 18.000 € 1.950 € 12.000 € 40.000 € 10.000 € 11.300 € 3.250 € 26.000 € 20.000 € 169.800
Toename jaarlijkse exploitatieopbrengsten door uitvoering van het plan Beheersvergoeding natuurbeheertypen na bosomvorming naar 50 ha heide Beheersvergoeding landschapsbeheertypen poelen en vennen 25 stuks Beheersvergoeding landschapsbeheertypen en kleine landschapselementen Beheersvergoedingen soortenrijke corridors Saldo baten -/- lasten kleinschalige biomassacentrale Torenlaan Toename pachtopbrengst 13 bouwkavels Toename pacht natuurboerderij Flaes (€ 200/ha)
€ 4.455 € 2.647 € 4.715 € 21.328 € 6.000 € 130.000 € 4.000
“Evenwichtig Samengaan – Duurzaam Instandhoudingsplan Landgoed De Utrecht”
Pagina 52
Toename pacht natuurbegraafplaats 10 ha
€ 8.000
Totaal toename jaarlijkse exploitatieopbrengsten
€ 181.145
Exploitatiesaldo per jaar
€ 11.345
Vervolg proces
V
oor u ligt het Duurzaam Instandhoudingsplan Landgoed De Utrecht “Evenwichtig Samengaan” dat is ontstaan in een open en interactief proces met alle belanghebbende en betrokken partijen. Het plan van Landgoed De Utrecht wordt als onderdeel van het Inrichtingsplan Kempische Landgoederen ter besluitvorming aangeboden aan: • College van Gedeputeerde Staten van de provincie Noord-Brabant • College van B&W en gemeenteraad van de gemeente Hilvarenbeek • College van B&W en gemeenteraad van de gemeente Reusel-De Mierden Ter advisering wordt het plan aangeboden aan: • Waterschap De Dommel • Reconstructiecommissie Kempenland Bij de provincie Noord-Brabant wordt een verzoek ingediend voor wijziging van het Natuurgebiedsplan en het Natuurbeheerplan 2011 ten behoeve van de ontwikkeling van nieuwe natuur en voor de plannen voor bosomvorming naar heide en enkele kleine kruidenen faunarijke akkers als stapsteen voor biodiversiteit. Tevens wordt gevraagd om ontheffing van de herplantplicht in het kader van de Boswet, waarvoor de provincie een adviseert aan de Dienst Regelingen. Bij de provincie wordt eveneens een ontgrondingsvergunning aangevraagd ten behoeve van de aanleg van nieuwe poelen, reconstructie van verdwenen vennen en aanleg van de twee blusvijvers. Bij de gemeenten wordt hiervoor een aanlegvergunning aangevraagd.
Omdat de aan te leggen vennen, poelen en de beide blusvijvers grotendeels liggen binnen het Keurbeschermingsgebied is ook een watervergunning van Waterschap De Dommel noodzakelijk. Na de besluitvorming door provincie en gemeenten zal voor de volgende onderdelen van het plan een nadere uitwerking worden opgesteld en worden aangeboden:
“Evenwichtig Samengaan – Duurzaam Instandhoudingsplan Landgoed De Utrecht”
Pagina 53
• • • • • • •
Beeldkwaliteitsplan voor de te ontwikkelen bouwkavels en te bouwen woningen Uitwerking van project Natuurbegraafplaats Nadere uitwerking van het project bosomvorming naar heide en kleine natuurakkers Haalbaarheidsonderzoek voor het project natuurboerderij en heideboerderij Plan voor kleinschalige biomassacentrale met snoei- en afvalhout van het landgoed Aanvraag ontgrondingsvergunning voor plan poelenaanleg, venherstel en blusvijvers Plan voor verbetering parkeerplaats In den Bockenreijder
Aan de gemeenten wordt verzocht om na instemming met het thans voorliggende plan “Evenwichtig Samengaan” de bestemmingsplannen zodanig aan te passen dat de in dit plan voorgestelde ontwikkelingen planologisch mogelijk worden gemaakt.