10 Bestemmingsplan Prins Hendriklaan 1, Esbeek (17 Bijlage bij regels - 4 Evenwichtig samengaan)
Tekst van het document
“Evenwichtig Samengaan – Duurzaam Instandhoudingsplan Landgoed De Utrecht”
Pagina 54
Projectenoverzicht “Evenwichtig Samengaan”
“Evenwichtig Samengaan – Duurzaam Instandhoudingsplan Landgoed De Utrecht”
Pagina 55
“Evenwichtig Samengaan – Duurzaam Instandhoudingsplan Landgoed De Utrecht”
Pagina 56
BIJLAGE 1: Werkateliers met betrokken partijen Werkatelier 1 Programma van Eisen
E
lk ontwerpproces begint met het opstellen van een Programma van Eisen. In het Programma van Eisen voor het Duurzaam Instandhoudingsplan Landgoed De Utrecht zijn de eisen, wensen en randvoorwaarden opgenomen, waaraan het plan moet voldoen. Op 27 april is met vertegenwoordigers van de betrokken belanghebbenden een Werkatelier Programma van Eisen gehouden. De uitkomst daarvan is verwerkt in het onderhavige plan.
Tijdens dit werkatelier is door de stuurgroep het proces voor totstandkoming van het Duurzaam Instandhoudingsplan aan de betrokken partijen gepresenteerd. Vervolgens is in een interactieve workshop de visie en het programma van eisen tot stand gebracht. Begonnen is met het in kaart brengen van de “parels” en “puinhopen” van Landgoed De Utrecht volgens de deelnemers aan het werkatelier.
Parels • • • • • • • • •
biodiversiteit flora en fauna afwisseling natuur – landbouw natte natuurparel cultuurhistorische identiteit netwerk van wandelpaden verkeersluwte van het landgoed recreatieve mogelijkheden (o.a. Bockenreijder- Flaes-rondje Bockenreijder) gemeenschapszin en betrokkenheid van de bewoners van het landgoed maatschappelijke functie van het landgoed
Puinhopen • •
provinciale weg N269 (verkeersveiligheid) overlast motorcrossers
“Evenwichtig Samengaan – Duurzaam Instandhoudingsplan Landgoed De Utrecht”
Pagina 57
• • • • • • •
illegaal storten van afval woekering Japanse Duizendknoop slechte kwaliteit verharde wegen (onderhoud) recreatiedruk in kwetsbaar deel van het Reuseldal parkeren bij de Bockenreijder onbegaanbare wandelpaden in de winter de vijfsprong, een uniek plekje maar te druk
In de tweede ronde zijn de eisen en wensen vanuit de aanwezige belanghebbende partijen geïnventariseerd. Als Eisen zijn onder meer genoemd: • verbetering van de biodiversiteit • verbetering van de natte natuur • professioneel heidebeheer • behoud van de landbouw • behoud van de cultuurhistorische waarde • toegankelijkheid voor bezoekers • behoud van woongenot en leefbaarheid • 1 visie met aandacht voor verscheidenheid • evenwicht tussen kostenmakers en kostendragers Als Wensen zijn onder andere naar voren gebracht: • groter oppervlak aan heide • ruimte voor verbreding van de landbouw • versterking van de identiteit van het landgoed • akkerreservaten voor biodiversiteit • ruimte voor groene landbouw (verduurzaming) • realiseren uitkijktoren De Flaes • verbetering fietspad Dunsedijk • betere handhaving tegen crossers en illegaal storten • duurzaam plan in harmonie met de omgeving Als Randvoorwaarden zijn aangemerkt: • versterking van de natte natuurparel • bij waterstanden rekening houden met agrarisch gebruik • beheersing recreatiedruk • nieuwe bebouwing in clusters • nieuwe bebouwing op gepaste afstanden van bedrijven • stijl woningen aansluiten op stijl en identiteit van het landgoed Tijdens het werkatelier zijn eveneens knelpunten en ideeën/oplossingen geïnventariseerd.
Als op te lossen Knelpunten werden onder andere aangeduid: • wat mag wel/niet in het kader van Natura 2000 • de landbouw t.o.v. de woningbouw • keuze van locaties voor de woningen • duurzame financiering natuurdoelen • recreatiedruk in het Reuseldal • afstemming beheer met aangrenzende eigenaren • wensen voor ontwikkeling t.o.v. kosten en rendement
“Evenwichtig Samengaan – Duurzaam Instandhoudingsplan Landgoed De Utrecht”
Pagina 58
Als Ideeën en oplossingen zijn onder meer aangedragen: • aandacht voor lanen en zandpaden, boomgaarden, houtwallen en solitaire bomen • ontwikkeling van streekproducten • boeren betrekken bij beheer • bezoekers- en informatiecentrum • verwarming woningen op landgoed met biomassa • ruimtelijk minder belastend bouwen in aantal, omvang en oppervlakte Belangrijke onderwerpen waren vooral het versterken van de bestaande kwaliteiten en dragers van het landgoed, het oplossen van overlast en het verbeteren van het onderhoud. Ook de houdbaarheid van het plan zelf was een belangrijk onderwerp. Het volledige Programma van Eisen is opgenomen in Bijlage 2.
Groepsbijeenkomsten met belanghebbende partijen
T
ussen werkatelier 1 en werkatelier 2 zijn groepsgesprekken gehouden met drie groepen belanghebbenden: • 17 mei 2010: de bewoners van Landgoed De Utrecht; • 31 mei 2010: de pachters/ondernemers gevestigd op het landgoed; • 7 juni 2010: ZLTO en de agrarische ondernemers in de omgeving van het landgoed.
Bijeenkomst met de bewoners Voor de bijeenkomst op 17 mei zijn door de stuurgroep alle bewoners van het landgoed uitgenodigd. Een groot aantal bewoners heeft de bijeenkomst bijgewoond. Eerst is het plan van aanpak voor het Duurzaam Instandhoudingsplan Landgoed De Utrecht toegelicht en enkele veranderingen die zich sinds 2008 hebben voorgedaan. Zo is het landgoed van eigenaar veranderd, waardoor niet langer Fortis maar ASR Verzekeringen eigenaar is van De Utrecht. Daarnaast heeft het landgoed de Natuurschoonwet-status verworven. Dit verplicht de eigenaar tot een 25-jarige openstelling en instandhouding van het landgoed. De relatie is toegelicht met Natura 2000, Natte Natuurparel De Utrecht en de samenwerking met de Kempische Landgoederen,waarmee een gezamenlijke visie en inrichtingsplan voor 5 landgoederen zal worden opgesteld. Door rentmeester Harry Breviers is toegelicht welke projecten in het op te stellen plan zullen worden opgenomen. Het gaat vooral om de ontwikkeling van natuurwaarden, kleinschalig gebruik van agrarische gronden, cultuurhistorie en recreatie. De recreatiedruk zal niet toenemen. Om het plan te kunnen bekostigen is de bouw van nieuwe woningen nodig. Er zal gebouwd worden in clusters en het aantal woningen zal kleiner zijn dan in het vorige plan uit 2007.
Ook zullen de woningen kleiner worden dan in het vorige plan, zodat het beter past bij de identiteit en karakter van het landgoed. Het op 27 april opgestelde Programma van Eisen is aan de bewoners verstrekt. Door de bewoners is dit op enkele punten aangevuld: • donkerte is op een aantal plaatsen een parel “Evenwichtig Samengaan – Duurzaam Instandhoudingsplan Landgoed De Utrecht”
Pagina 59
• • • •
de veiligheid op de provinciale weg N269 is een dringend probleem de Japanse duizendknoop is ongewenst, dit probleem vraagt om een oplossing handhaving t.o.v. motorcrossers is dringend nodig, gevaar en overlast zijn groot vergroting van de veiligheid voor het wild door plaatsing van rasters langs de N269
In de vragenronde is uitgebreid gesproken over de noodzaak van groot onderhoud aan de verharde wegen op het landgoed, vanwege de slechte staat van deze wegen. Tevens wordt gevraagd om in het plan aandacht te schenken aan het Arnoldspark als een van de parels van het landgoed. Doel is om in het kader van het plan te komen tot een kwaliteitsversterking van het Arnoldspark.
Bijeenkomst met de ondernemers op het landgoed Op 31 mei 2010 heeft een bijeenkomst plaats gevonden met de ondernemers op het landgoed (hoevepachters en recreatieondernemers). Ook hier is het plan van aanpak toegelicht en zijn de veranderingen sinds 2007 aangegeven. Ook het onderdeel “nieuwe woningen” is toegelicht aan de aanwezigen op dezelfde wijze als in de bijeenkomst met de bewonersvereniging. Op een vraag over de te realiseren nieuwe natuur rondom de Flaes wordt geantwoord dat het vooral zal gaan om soortenrijk grasland en soortenrijke akkers met houtwallen en eventueel poelen. Het streven is om de pachter een rol te geven bij het beheer en onderhoud. Gevraagd wordt of de stuurgroep bereid is mee te denken over een strategie waarbij ook niet-rendabele delen bos en hei worden betrokken als tegenhanger van het omvormen van ruim 30 hectare landbouwgrond naar nieuwe natuur. De stuurgroep verklaart zich bereid daarover mee te denken samen met de agrarische ondernemers op het landgoed. De pachters vragen ook aandacht voor de planologische ruimte voor verbreding op de bestaande bouwblokken.
Bijeenkomst agrarische ondernemers in de omgeving van het landgoed Op 7 juni 2010 is een bijeenkomst georganiseerd met de ZLTO en de agrarische ondernemers in de omgeving van het landgoed, met name aan de noordelijke zijde. Ook daar is het plan van aanpak toegelicht en zijn de veranderingen ten opzichte van het plan uit 2007 aangegeven. Gevraagd werd of er nog een uitbreiding komt van de golfbaan. Geantwoord is dat hieraan vanuit de golfbaan thans geen behoefte is. Gevraagd werd naar de stand van zaken met de bouw van de 28 vakantieappartementen. Geantwoord is dat de vergunning weliswaar is afgegeven, maar dat er kennelijk geen markt is voor dergelijke appartementen. De projectontwikkelaar is in overleg met ASR en gemeente om tot een oplossing te komen. De in het vorige plan genoemde locaties voor nieuwe woningen worden van kanttekeningen voorzien. Met name de locatie Hoogeind blijft een probleem, de stuurgroep wordt gevraagd naar een alternatief hiervoor te zoeken. Gevraagd of er voor de bouwlocaties ook zuidelijker in het landgoed gekeken is, met name vanwege de geurcontouren rond de veehouderijen. Geantwoord is dat zuidelijker in het landgoed geen mogelijkheden zijn vanwege de EHSstatus van de beschermde natuurgebieden. Het landgoed blijft opengesteld,maar de recreatie zal beter gezoneerd worden en de recreatiedruk zal niet verder toenemen.
Het helofytenfilter wordt in het nieuwe plan niet meer opgenomen, omdat uit onderzoek is gebleken dat de waterkwaliteit van het water afkomstig uit België beter is dan eerst gedacht werd. “Evenwichtig Samengaan – Duurzaam Instandhoudingsplan Landgoed De Utrecht”
Pagina 60
Ten gevolge van het plan zal alleen in het zuiden van het landgoed meer water worden vastgehouden, waardoor geen gevolgen voor de landbouw worden verwacht. Gevraagd werd naar de mogelijkheid om landbouwgronden in te richten als hoogwaardige natuur en delen van kwaliteitsarm bos om te vormen naar landbouw. Geantwoord is dat dit besproken moet worden met de provincie, maar dat de beleidsruimte in deze klein is.
Werkatelier 2 Ontwerpsessie
O
p 22 juni 2010 heeft met vertegenwoordigers van alle belangenpartijen een Werkatelier Schetsschuit plaatsgevonden van 2 dagdelen. De projectleider Kempische Landgoederen heeft ook aan dit werkatelier deelgenomen. Tijdens dit werkatelier is op basis van het Programma van Eisen en het Visiedocument een concept Inrichtingsplan Landgoed De Utrecht ontwikkeld. Doel van het ontwerpatelier was om een basis te leggen voor het Duurzaam Instandhoudingsplan voor Landgoed De Utrecht. Het atelier vormt de opmaat tot een ruimtelijk-functioneel inrichtingsplan met concrete projecten en creatieve en innovatieve oplossingen. Resultaat van het ontwerpatelier dient te zijn een voorlopige visiekaart met daarop de voorgestelde projecten. Ook worden inrichtingsvarianten verkend en worden kostenmakers en kostendragers aangeduid.
Ten behoeve van Werkatelier 2 is door DLG een startdocument opgesteld als opmaat naar een Duurzaam Instandhoudingsplan Landgoed De Utrecht. Dit document is aan alle deelnemers toegezonden. Dit startdocument bevatte: • • • • • •
Informatie over het proces Beschrijving van het kwaliteitsbeeld van het landgoed Samenvatting van beleid en randvoorwaarden Formulering van de uitdaging en het programma van eisen Visiekaart en uitgangspunten voor Evenwichtig Samengaan Kansenkaarten per thema: landbouw, natuur, energie, recreatie, wonen
Toegevoegd waren het volledige Programma van Eisen en een voorlopige Projectenlijst.
“Evenwichtig Samengaan – Duurzaam Instandhoudingsplan Landgoed De Utrecht”
Pagina 61
Tijdens het Ontwerpatelier is na een plenaire instructie in subgroepen gewerkt met ondersteuning door landschapsarchitecten van DLG. Op basis van het in Werkatelier 1 tot stand gekomen Programma van Eisen en het opgestelde startdocument is in interactie met de deelnemers een visie in hoofdlijnen voor de inrichting van het landgoed ontwikkeld. Hierna wordt het resultaat van het ontwerpatelier beschreven. Beleving van het landgoed en kansen Landgoed De Utrecht biedt een keur aan belevingen, heeft een eigen identiteit, is rijk aan kwaliteiten en kent een goed woon- en werkklimaat. Veelal is het een oase van rust, ruimte en stilte. De bewoners en gebruikers zijn erg tevreden over het huidige landgoed. Er zijn echter ook wensen en verbeterpunten en zorgen om de continuïteit. Tijdens het proces zijn diverse mogelijk nieuwe economische dragers bekeken. Belangrijk is dat de drager ook op lange termijn rendeert voor het landgoed. De volgende economische dragers werden als haalbaar genoemd: energie uit biomassa van het landgoed, nieuw wonen, kleinschalige bedrijvigheid aan huis en een natuurbegraafplaats. De mate waarin deze economische dragers bijdragen aan het gewenste nieuwe evenwicht is uiteenlopend. Tevens is gesproken over de mogelijkheid over een heffing op parkeren.
De gelden die uit deze economische dragers worden verworven kunnen worden ondergebracht in een onderhouds- en investeringsfonds. De landbouw is en blijft een belangrijke drager voor Landgoed De Utrecht. De agrarische sector staat op het landgoed zelf voor agrarisch ondernemen in een kleinschalig cultuurlandschap met agrarische natuur. De landbouw wil duurzaam extensiveren. Dit vraagt om extra areaal landbouwgrond. De landbouw blijft een belangrijke beheerder van de bestaande kwaliteiten van De Utrecht en er liggen kansen om deze rol verder uit te breiden. Zo zien de hoevepachters kansen om onderhoud van wegen, lanen en paden en onderhoud van natuur als product aan het landgoed aan te bieden. Tenslotte zien de agrariërs op het landgoed kansen in het ontwikkelen van streekproducten. Ook verbreding kan een kans zijn.
“Evenwichtig Samengaan – Duurzaam Instandhoudingsplan Landgoed De Utrecht”
Pagina 62
Er wordt een kwalitatieve verbetering gevraagd van het Arnoldspark en de Natte Natuurparels. Onderhoud is belangrijk, vooral de (verharde) wegen dienen volgens alle betrokkenen verbeterd te worden. Uitstel van groot onderhoud aan de verharde wegen op het landgoed leidt in de toekomst tot onbetaalbare kosten. De recreatiedruk is in bepaalde gedeeltes van het landgoed hoog, vooral rond de uitspanning In den Bockenreijder op Dun en in het Reuseldal. Het is van belang de recreatie beter te reguleren en te zoneren. Men wil vooral geen verdere toename van de recreatiedruk op het landgoed om het woon – en leefklimaat en de waarden als rust en stilte te behouden. Nieuwe ontwikkelingen dienen zoveel mogelijk klimaatneutraal of –positief, duurzaam en geïntegreerd te zijn. Voor nieuwe rode functies ligt een duidelijke inpassingsopgave. Deze inpassingsopgave is tijdens het ontwerpatelier verdiept. Door een bewuste keuze te maken uit het palet van mogelijke projecten kan een nieuw evenwicht worden vormgegeven met kwaliteit. Hierdoor kan Landgoed De Utrecht als een unieke en waardevolle combinatie van natuurlijke en cultuurhistorisch erfgoed voor het nageslacht vitaal en levendig bewaard blijven.
Mogelijke projecten naar thema
V
oor de diverse thema’s die in het Duurzaam Instandhoudingsplan Landgoed De Utrecht aan de orde komen is voor elk van deze thema’s een kansenkaart met mogelijke projecten ontworpen en besproken tijdens het Ontwerpatelier. Natuur en landschap: eenheid in kwaliteit
“Evenwichtig Samengaan – Duurzaam Instandhoudingsplan Landgoed De Utrecht”
Pagina 63
Voor de bestaande natuur op Landgoed De Utrecht zijn diverse ambities geformuleerd. Het gaat niet meer zozeer om de hoeveelheid, maar vooral om een kwalitatieve verbetering. De deelnemers waarderen nu vooral de belevingen van de Flaes (heide en vennen met fraaie paden), het beekdal van de Reusel, de afwisselende Prins Hendriklaan, de uitlopende kapvlakten, stille paadjes door de bossen, de Tulder en het Arnoldspark (Arboretum). Het Landgoed staat in ieder geval voor het in stand houden van het landgoed als geheel. Daartoe heeft het inmiddels ook de status in het kader van de Natuurschoonwet (NSWlandgoed). De bestaande natte natuurparels, het beekdal van de Reusel, de Flaes en de Broekeling, dienen verder te worden ontwikkeld. Delen van het landgoed staan tevens aangemerkt als verdroogd. Het bestrijden van de verdroging is een van de kernopgaven in de Natte Natuurparel De Utrecht. Ook is het wenselijk de brongebieden beter te ontwikkelen, bijvoorbeeld door omvorming van bos (van naald naar loof of heide), ondermeer rond de
“Evenwichtig Samengaan – Duurzaam Instandhoudingsplan Landgoed De Utrecht”
Pagina 64
Flaes. Voor de Hoogeindsche beek wordt beekherstel voorgesteld en voor de Flaes moeras en venherstel. Op de natuurambitiekaart van de provincie (zie Kaart 6) staat het gebied ten zuidoosten van de Flaes aangemerkt als te ontwikkelen nieuwe natuur. Het betreft ruim 30 hectare. Het gezamenlijke beeld is om dit gebied niet volledig te onttrekken aan de landbouw, maar juist in samenhang te ontwikkelen tot nieuwe agrarische natuur, een kleinschalig landschap met extensief agrarisch gebruik, kleine landschapselementen en bijzondere natuurwaarden. Een groot deel van het landgoed is bos. Dit bos heeft diverse functies: productie, natuur en recreatie. Deze combinatie maakt de eenheid aantrekkelijk en heeft publieke meerwaarde alsook meerwaarde voor de landgoedexploitatie. Het bos is nu veelal naaldbos, een monocultuur. Het dal van de Reusel is een zeer waardevol beekdalbos (Natura 2000).Het voorstel is om het bosbeheer gevarieerder te laten zijn, afgestemd op de locatie en het gebruik (recreatiebos, productiebos of natuurbos). Over de gehele breedte is het wenselijk het eenvormige bos om te vormen naar een meer gemengd bos (loofbos). De huidige doelstelling is om dit binnen 20 jaar te realiseren, maar de voorkeur bestaat om dit sneller te doen. Een gevarieerder bos maakt een stabieler bos met minder ziekten.
De bosomvorming naar loofhout heeft ook voordelen voor het watersysteem (minder verdamping)en draagt zo bij aan de bestrijding van de verdroging. De kosten van dergelijk bosbeheer zijn lager, maar over het algemeen zijn de baten ook minder. De uitdrukkelijke wens bestaat om meer open plekken te creëren. Dit is zowel interessant voor de recreant als voor flora/fauna. Dit kan deels in combinatie met venherstel of de aanleg van poelen, die tevens als blusvijver kunnen fungeren. Daarnaast kunnen interne ecologische verbindingen worden aangelegd, soortenrijke corridors. Er is ook geopperd om faunapassages aan te leggen onder de N269. Dit is echter een verantwoordelijkheid voor de provincie, en daarom niet in het plan als project opgenomen. Het Duurzaam Ontwikkelingsplan Landgoed De Utrecht levert ook een actieve bijdrage aan de realisatie van de Actieplannen Biodiversiteit van de gemeenten Hilvarenbeek en ReuselDe Mierden. Beide gemeenten hebben de internationale Countdown 2010 verklaring ondertekend. Dit verdrag heeft als doel de afname van de biodiversiteit een halt toe te roepen. De afgelopen 50 jaar is in Nederland de biodiversiteit sterk afgenomen. Van de meest bedreigde soorten komt een aantal ook voor op Landgoed De Utrecht, zoals reptielen, paddenstoelen, dagvlinders, amfibieën en libellen.
De bossen, heidevelden en beekdalen op Landgoed De Utrecht zijn erg belangrijk voor de biodiversiteit in beide gemeenten. Door de inrichtingsvoorstellen en beheersvormen op Landgoed De Utrecht in het kader van het Duurzaam Ontwikkelingsplan worden de leefgebieden van de ‘symboolsoorten biodiversiteit’ van Hilvarenbeek en Reusel-De Mierden, de geelgors en de dagpauwoog, vergroot en versterkt. De aanleg van poelen met soortenrijke corridors als verbinding tussen deze poelen leidt naar verwachting tot toename van reptielen, amfibieën, vlinders en insecten. De omvorming van bosranden door de aanleg en inrichting van natuurakkers aan de zuid- en oostzijde van De Flaes met kleinschalige landschapselementen (houtwallen, struweel en poelen) zorgt voor goede omstandigheden voor de symboolsoorten van de gemeenten en de meeprofiterende soorten, zoals o.a. roodborsttapuit, bosrietzanger, levendbarende hagedis, hazelworm, bunzing, hermelijn, wezel.
“Evenwichtig Samengaan – Duurzaam Instandhoudingsplan Landgoed De Utrecht”
Pagina 65
In het beekdal zal het bosbeheer bestaan uit regulier onderhoud en zal er zeker niet gekapt worden. Ook hier is het doel een meer gevarieerd bos te vormen. Essentieel bij het dal van de Reusel is om de recreatiedruk af te leiden. Dit komt verder aan de orde bij de visie op recreatie. Het bos kent momenteel al recreatief medegebruik, wat zich vooral richt op de oostzijde. Dit zal beter gereguleerd moeten worden. Er worden kansen gezien in nieuwe vormen van medegebruik, zowel recreatief, sociaal als economisch. Zo is er op recreatief gebied een boomkronenpad genoemd, extensieve outdooractiviteiten, verblijf in de bomen en het vitale-ouderenbos (bosbeheer door ouderen). De meest voor de hand liggende locaties betreft het gebied ten oosten van In den Bockenreijder, buiten het Natura 2000 - gebied. Er zijn dan sterk regulerende afspraken noodzakelijk met ondernemers. Overigens kan natuurbeheer ook geschieden in de vorm van veldwerkdagen (in combinatie met educatie of recreatie) en natuurlijk speelt de landbouw een continue rol in het natuurbeheer in de gezamenlijke visie.
Daarnaast zijn twee nieuwe ‘economische’ functies genoemd die een plaats zouden kunnen vinden in het bos en een meerwaarde kunnen betekenen voor de exploitatie. De eerste suggestie was een natuurbegraafplaats. De biodiversiteit en natuurwaarden zijn overwegend hoog op dergelijke begraafplaatsen. Het zijn serene plekken. Het kan een regionale voorziening zijn. Belangrijk aandachtspunt hierbij is de ontsluiting. De voorkeur heeft de begraafplaats te situeren nabij de provinciale weg. Ook de grondwaterstand is relevant bij een locatiekeuze in verband met de Wet op de Lijkbezorging. Voor een dergelijk initiatief dient een exploitant gevonden te worden. Om het geheel nog meer rendabel te maken is als extra opties gesuggereerd tevens ruimte te bieden voor een crematorium. Dit wordt echter niet wenselijk geacht vanwege de hoge verstoringsgraad en grotere verkeersdrukte. Een tweede suggestie betrof het ruimte bieden aan een bospaddenstoelenkwekerij. De vraag is ook hier of er een ondernemer geïnteresseerd is. Het centrale idee is om naast de kwalitatieve verbetering, ruimte te generen om extra pacht te kunnen genereren als continue nieuwe inkomstenbron. Duurzame landbouw met grote waarde De agrariërs op het landgoed hebben allen een grondgebonden bedrijf. Het betreft 7 melkveehouders, waarvan 1 biologisch-dynamisch melkveebedrijf.
Ook is 1 biologisch tuinbouwbedrijf op het landgoed gevestigd en 1 biologisch-dynamische rundveehouderij. Eén bedrijf heeft een omvangrijke verblijfsrecreatieve neventak. De agrariërs zijn nauw betrokken bij de kwaliteiten en potenties van het landgoed. Het voorstel van de agrariërs is om de bedrijfsvoering te extensiveren en daarmee meer ecologische en landschappelijke kwaliteiten te genereren. Extensieve landbouw vergroot de biodiversiteit en de belevingswaarde op het landgoed. De natuurwaarde wordt gecombineerd met een duurzame economische waarde. Een gezonde bedrijfsvoering blijft natuurlijk voorop staan.
“Evenwichtig Samengaan – Duurzaam Instandhoudingsplan Landgoed De Utrecht”
Pagina 66
Om te extensiveren is dan ook meer ruimte nodig. Deze ruimte kan gevonden worden door deze wens slim te combineren met het zichtbaar maken van de historische landbouwenclaves Dun en Tulder. Zowel Dun als Tulder zijn voormalige middeleeuwse landbouwenclaves, kleine akkercomplexen die ooit midden in de uitgestrekte heidevelden lagen. Tulder is in de huidige situatie grotendeels bebost, maar de contouren zijn nog duidelijk zichtbaar. Het gebied is in de toekomstige situatie beoogd als akkerreservaat met bijzondere gewassen. De oude wallen en grachten kunnen waar mogelijk worden hersteld. De bijzondere gewassen kunnen gebruikt worden om nieuwe streekproducten te lanceren. Het beter zichtbaar maken van deze oude enclave wordt gezien als een kans. Dun is in de huidige situatie deels bebost (buitenrand) en deels al verpacht en in gebruik voor kleinschalige activiteiten (paardenweiden en dergelijke). Vanuit Dun kan ook een relatie worden gelegd met de heide en het heidebeheer. Herstel van de Hertgang is wenselijk. “Evenwichtig Samengaan – Duurzaam Instandhoudingsplan Landgoed De Utrecht”
Pagina 67
Gedacht wordt aan een schaapskooi. Deze wordt in breder verband bekeken (Kempische Landgoederen). Verbreding is een actueel thema als wordt gekeken naar duurzame landbouw. Bij de bestaande bedrijven op het landgoed is beperkt interesse, met name op het gebied van recreatieve verbreding. Verbreding betekent een ondersteunende tak voor het bedrijf, maar de marges zijn klein en het werk specifiek. Er is dan vaak sprake van een wankel evenwicht. Dit betekent echter niet dat verbreding niet mogelijk moet worden gemaakt. Kansen liggen er bijvoorbeeld voor kinderopvang of (verblijfs)recreatie. Overigens heeft verbreding van een bedrijf weinig tot geen effect op de landgoedexploitatie. Verbreding zou planologisch mogelijk gemaakt dienen te worden door wijziging van de gemeentelijke bestemmingsplannen binnen de beleidsruimte van de Structuurvisie ruimtelijke ordening en de Verordening Ruimte Noord-Brabant 2010. De agrariërs in het gebied pleiten vooral voor verbreding met de landbouw als (mede)beheerder van het landgoed. De kosten voor het beheer worden dan naar alle waarschijnlijk lager voor het landgoed, dan als een aannemer moet worden ingehuurd, en de lokale ondernemers hebben een extra tak binnen hun bedrijf.
Zo kunnen kleinschalige landschapselementen worden onderhouden, bosbouw worden ondersteund, wegen worden onderhouden en wellicht zelfs natuurbeheer worden gedaan, zoals heidebeheer. De betrokkenheid tussen landgoed en ondernemers/pachters worden daardoor versterkt. Respect voor cultuurhistorie Landgoed De Utrecht is rijk aan cultuurhistorie die beeldbepalend is voor de identiteit en belevingswaarde van het landgoed. Diverse gebouwen hebben de status van monument. Van grote cultuurhistorische waarde zijn ook de drie oude, middeleeuwse buurtschappen Dun, Lange Gracht en Tulder. De woeste gronden met heidevelden, die deze buurtschappen van oudsher omringden, zijn bij de ontginning van het landgoed omgezet in landbouwgrond en bos. Daardoor zijn deze buurtschappen thans weinig herkenbaar en beleefbaar meer. Een van de onderdelen van het onderhavige plan is om de cultuurhistorie van het landgoed beter zichtbaar en beleefbaar te maken.
Dit zichtbaar en beleefbaar maken kan op verschillende manieren: • Door fysieke ingrepen in het inrichtingsplan waardoor de structuur van deze akkerenclaves weer zichtbaar wordt; • Door herstel van oude verdwenen landschapselementen, zoals akkers, voorden, poelen, houtwallen; • Door herstel van verdwenen heidearealen in de omgeving van deze enclaves; • Door het ontwerpen en beschrijven van een cultuurhistorische route over het landgoed (in aansluiting op de overige Kempische landgoederen); • Door uitgifte van een boek over de cultuurhistorie van Landgoed De Utrecht; • Door onderhoud van cultuurhistorisch waardevolle gebouwen en elementen. Bij de versterking van de cultuurhistorie zal worden samengewerkt met het bureau Cultuurhistorie van de provincie Noord-Brabant, Monumentenhuis Brabant en de plaatselijke heemkundekringen. De buurtschappen Dun en Tulder rond 1900:
“Evenwichtig Samengaan – Duurzaam Instandhoudingsplan Landgoed De Utrecht”
Pagina 68
De buurtschappen Dun en Tulder rond 2000
Als cultuurhistorische waarden van Landgoed De Utrecht zijn genoemd: • De houtvesterswoning met brandtoren en landschapspark • Het arboretum Arnoldspark • De boerderijen en arbeiderswoningen • Hotel Rustoord • De zichtlijnen bij de houtvesterswoning • De enclaves Dun, Tulder en Lange Gracht met bijbehorende (beboste) akkercomplexen met bolle ligging met een esdek • De middeleeuwse grenswal Lange Gracht • De Scheidijk • De lanenstructuur • De heiderestanten • De vennen • Het bos op rabatten langs de Reusel Investeringen in cultuurhistorie en het beheer van cultuurhistorisch waardevolle elementen zijn kostenmakers, die op zichzelf geen economische bijdrage aan de exploitatie kunnen leveren. Tijdens de werkateliers is uitgesproken dat de cultuurhistorie van De Utrecht zo belangrijk is voor de identiteit en belevingswaarde van het landgoed dat dit een plek verdient in het uitvoeringsplan. Nieuwe kostendragers moeten opbrengsten genereren om de investeringen in de cultuurhistorie te kunnen dekken. Verwaarlozing van de cultuurhistorie zou ernstige schade toebrengen aan de identiteit van het landgoed. “Evenwichtig Samengaan – Duurzaam Instandhoudingsplan Landgoed De Utrecht”
Pagina 69
Energierijk landgoed Het landgoed heeft een goede potentie voor wat betreft nieuwe vormen van energie. Denk daarbij bijvoorbeeld aan de restproducten uit bos- en natuurbeheer en de agrarische sector. Tijdens het ontwerpatelier is daarom kleinschalige energieproductie naar voren gekomen als potentiële nieuwe economische drager. Ook hier staat samenwerking tussen de bedrijven, bewoners en het landgoed centraal. De kosten op het landgoed worden gereduceerd, er is beperkte opslag en afvoer, en er kan worden voorzien in de eigen energievoorziening. Daarnaast kan de resterende energie die opgewekt wordt op termijn geleverd worden aan het net. Hiervoor zijn wel aanpassingen in het huidig beleid noodzakelijk. Voorstellen die in dit kader gedaan zijn, zijn het ontwikkelen van een kleinschalige biomassacentrale, het voorzien van stallen met zonnecollectoren. Het ontwikkelen van deze nieuwe drager betekent op korte termijn wel een hoge investering voor het landgoed, maar deze kan worden terugverdiend met de energieopbrengst uit de biomassa-installaties. Recreatiedruk in banen Het Landgoed De Utrecht is in trek als recreatiegebied, vooral voor de dagrecreant. Fietsen, wandelen en golfen zijn de meest voorkomende vormen van dagrecreatie. Dit concentreert zich vooral aan de oostzijde van het Landgoed.
Belangrijke trekpleisters zijn het dal van de Reusel, de Flaes, de golfbaan en de uitspanning In Den Bockenreijder. De dagrecreatie genereert overlast, zoals parkeeroverlast en verstoring. Het wordt daarom belangrijk geacht om de recreatie meer te geleiden. Het slim benutten en verbeteren van de bestaande infrastructuur speelt daarin een belangrijke rol. Diverse vormen van dagrecreatie worden voorzien in eigen routes en gevoelige locaties worden zoveel mogelijk ontzien (beperking paden). Door het goed ontwikkelen van enkele hotspots op minder gevoelige locaties kan naast spreiding ook voorzien worden in concentratie.
Er wordt voorgesteld de situatie rond In Den Bockenreijder te verbeteren. Een opwaardering van de parkeerplaats, met betaald parkeren was een van de suggesties ten gunste van het landgoed gecombineerd met heldere en doeltreffende maatregelen om wildparkeren te voorkomen (fysieke maatregelen bermen, handhaving en overloopmogelijkheden). Er is tevens gesproken over andere alternatieven, zoals parkeren op afstand en koppelen aan nieuwe vormen van transport het gebied in (huifkar of witte fietsen). Deze zijn als weinig kansrijk beoordeeld. Het is belangrijk te beseffen dat dagrecreatie extra onderhoud betekent en weinig inkomsten genereert, zeker voor het landgoed zelf. Verblijfsrecreatie echter is nog weinig aanwezig en zorgt voor meer inkomsten, zowel voor de ondernemer als het landgoed. Wellicht kan hierop “Evenwichtig Samengaan – Duurzaam Instandhoudingsplan Landgoed De Utrecht”
Pagina 70
worden ingezet, binnen bestaande bouwblokken en met het oog op niches. Denk daarbij aan verblijfsrecreatie voor mensen met een beperking of kleinschalige ‘wellness’ gericht op de kwaliteiten van het gebied (sereniteit van het bos). Bestaande ondernemingen dienen behouden te blijven en ruimte te krijgen voor gepaste doorontwikkeling. Het is wenselijk om compensatie te vragen van recreatieondernemers voor het onderhoud. De deelnemers achtten het niet wenselijk dat door meer recreatie de druk(te) op het landgoed toeneemt. Het is daarom van belang zorgvuldig om te gaan met het aantal, de locaties en de bereikbaarheid. Het wordt overigens ook wenselijk geacht de bestaande verblijfsrecreatie aan de zuidzijde kwalitatief te verbeteren. Dit valt echter buiten de reikwijdte van dit plan. Het Arboretum Arnoldspark wordt als zeer bijzonder en waardevol ervaren. Dit dient te worden gekoesterd en verbeterd. Er zijn hier eventueel mogelijkheden voor een Landgoed Fair en/of kleinschalige evenementen. Ook het park of de directe omgeving ten zuiden van het park een alternatieve locatie voor een mogelijke natuurbegraafplaats. Toegankelijkheid en onderhoud wegen Zoals al eerder naar voren kwam is toegankelijkheid, onderhoud en veiligheid van de wegen een belangrijk aspect. De veiligheid van de provinciale weg noopt volgens velen tot actie.
Dit zou in combinatie kunnen worden uitgevoerd met het realiseren van faunapassages. Trekker hiervan dient de provincie te zijn. De toegankelijkheid van het landgoed dient gewaarborgd te worden. Hiervoor is groot onderhoud noodzakelijk. Het betreft circa 14,5 km verharde weg (Prins Hendriklaan, Torenlaan, Kinderlaan, Tuldensedijk en de Roovertsebaan), maar ook de diverse zandpaden dienen behouden te blijven en onderhouden te worden. De bestaande recreatieroutes kunnen op basis van een zoneringsgedachte worden verbeterd, afgesloten of uitgebreid. Het landgoed biedt aan grond om niet over te dragen aan de gemeente ten bate van realisering van nieuwe fietspaden langs de Prins Hendriklaan en de Dunsedijk (zuidelijk deel). Het landgoed is rijk aan lanen. Om deze in stand te houden is onderhoud hiervan essentieel. Gepast wonen Doelstelling van het Duurzaam Instandhoudingsplan is het tot stand brengen van een nieuw duurzaam evenwicht voor Landgoed De Utrecht. De investeringen en exploitatie op het gebied van natuur, cultuurhistorie, recreatie en wegenonderhoud zijn kostenmaker, waar kostendragers tegenover moeten staan. Het evenwicht dient vooral gevonden te worden in nieuwe economische dragers met een waarborg voor continuïteit. Afhankelijk van de positieve bijdrage van de eerdere voorstellen, zal waarschijnlijk toch een aantal bouwkavels ontwikkeld dienen te worden.
Dit zal echter zorgvuldig dienen te gebeuren en onder strikte randvoorwaarden. Tijdens het atelier is daar uitvoerig met alle betrokkenen over gesproken en zijn er uitwerkingen gemaakt van randvoorwaarden en wensen. Er zijn diverse locaties onderzocht waar bebouwing mogelijk is. Daarbij is nadrukkelijk gelet op de geurcontouren van de veehouderijbedrijven. Bij de keuze van locaties voor de nieuwe bebouwing moet rekening gehouden worden met een gepaste afstand ten opzichte van bestaande agrarische bedrijven op en om het landgoed. Daarnaast moet ook gelet worden op de relatie tot de bestaande woningen op het landgoed, zodat bestaand woongenot zoveel mogelijk niet verstoord wordt. Ten slotte dienen ook de ecologische kwaliteiten gerespecteerd te worden. Ook hier is het dus van belang een juist evenwicht te vinden. “Evenwichtig Samengaan – Duurzaam Instandhoudingsplan Landgoed De Utrecht”
Pagina 71
Kansenkaart Gepast Wonen
Noot: de locatie Prins Hendriklaan is afgevallen als mogelijke bouwlocatie (zie toelichting op de volgende pagina)
Andere criteria waaraan locaties voor woningbouw getoetst moeten worden, zijn: • Een goede ontsluiting • De aanwezigheid van bestaande infrastructuur (kabels en leidingen) • Niet in de ecologische verbinding richting De Rovert De volgende mogelijke locaties voor het bouwen van nieuwe woningen zijn bezien: • Berkensingel • Roovertse Baan • Dunsedijk • Lange Gracht • Bolgoor • Spiehoeve “Evenwichtig Samengaan – Duurzaam Instandhoudingsplan Landgoed De Utrecht”
Pagina 72
• •
Prins Hendriklaan Bouwen in of aan het bos
Aan de hand van de geformuleerde criteria op basis van het programma van eisen is de geschiktheid van de bovenstaande locaties als volgt beoordeeld: Berkensingel (+)
Deze locatie ligt tegen de Natte Natuurparel De Broekeling met de Hoogeindsche beek. De potentiële bouwlocatie ligt echter buiten de begrenzing, maar wel in de beschermingszone van de Natte Natuurparel. Dit betekent dat er hydrologisch neutraal gebouwd dient te worden. Er dient grond onttrokken te worden aan de landbouw, maar de grond is vanwege de nattere omstandigheden ook minder geschikt voor de landbouw. Andere woonbebouwing en bedrijven liggen op afstand en ondervinden weinig hinder. De ontsluiting is goed. De locatie Berkensingel is beschikbaar gekomen omdat van de locatie Roovertsebaan wordt afgezien. Roovertse Baan (+/-)
Deze locatie ligt diep in het landgoed, vrij achteraf. De ontsluiting is niet optimaal. Er dient goed gekeken te worden naar de hoeveelheid te ontwikkelen woningen en de te benutten ruimte, gelet op het woongenot van bestaande bewoners. Dunsedijk (+)
Deze locatie ligt goed ontsloten. Intensieve bedrijven liggen op voldoende afstand. De bouwlocatie ligt omgeven met bos en kan worden gekarakteriseerd als een intieme plek. Lange Gracht (+)
Lange Gracht is een historische locatie. Er ligt een duidelijk relatie met het bos. Nieuwe ontsluiting is echter noodzakelijk. Bolgoor (-)
Het Bolgoor is een vrij afgelegen locatie, tegen de Belgische grens. In deze afgelegenheid ligt natuurlijk ook een voordeel. Echter de gasfabriek op Belgisch grondgebied zorgt voor een weinig aantrekkelijke ontwikkelingslocatie. Bovendien ligt deze locatie binnen de EHS en is ook daarom afgevallen. Spiehoeve (-)
Ten zuiden van de golfbaan, ingeklemd tussen de Prins Hendriklaan en de Dunsedijk ligt de Spiehoeve. Ten oosten hiervan kan wellicht nieuwe bebouwing een plaats vinden. Hier zou een klein lint van woningen mogelijk zijn. Deze locatie is echter bestemd als uitbreiding van de golfbaan. Er is een langlopende pachtovereenkomst voor deze grond, waardoor deze locatie niet beschikbaar is. Prins Hendriklaan (-)
Ook aan de westzijde van de Spiehoeve kan langs de Prins Hendriklaan zou beperkt bebouwing kunnen worden toegevoegd als een lint. Ook deze locatie is niet beschikbaar vanwege een langlopende pachtovereenkomst. Bouwen in of aan het bos (-) Het creëren van bouwlocaties aan de randen van bosgebieden is landschappelijk mogelijk veel beter in te passen dan in agrarisch gebied. Zelfs uit ecologisch oogpunt is de verstorende werking in een multifunctioneel bos, dat onderdeel uitmaakt van de bestaande EHS, mogelijk veel minder dan in een open gebied. Deze optie is negatief beoordeeld vanwege de onmogelijkheid op basis van de EHS-status en de Boswet. Het realiseren van woningen is een zeer belangrijke component in het plan voor een duurzame instandhouding van de kwaliteiten van het landgoed, vanwege de vaste erfpachtinkomsten die dit genereert. Realisatie geschiedt overigens onder strikte voorwaarden en beeldregie. Vervolgstap is het samen met een architect en landschapsarchitect opstellen van een landschappelijk ontwerp met een beeldkwaliteitsplan voor de 3 gekozen nieuwe woonlocaties. “Evenwichtig Samengaan – Duurzaam Instandhoudingsplan Landgoed De Utrecht”
Pagina 73
De wens is uitgesproken om nieuwe bewoners te trekken die gevoel hebben voor de Kempische identiteit en binding hebben met het gebied. De nieuwe bewoners moeten passen op het landgoed en onderdeel uit gaan maken van de gemeenschap van bewoners van het landgoed. Vanuit de gewenste eenheid is voorgesteld om in ieder geval één architect in de hand te nemen die de eenheid en beeldkwaliteit bewaakt. Er wordt uitgegaan van woningen van gemiddeld 750m3 op circa 1500 tot 2500 m2 grond. Echter mogelijkheden voor clustering moeten ook zeker bezien worden. Er zijn in feite drie opties: vrijstaande huizen, clustering of groepswonen (bijvoorbeeld ten bate van vitale ouderen). Woningen moeten ook ruimte bieden voor werk aan huis. Groene geleding (kleinschalig landschap) en ruimtewerking (diepte en zichtlijnen) is zeer wenselijk. Door een slimme bouwwijze kan de noodzaak voor afscheidingen beperkt worden. Indien erfafscheidingen noodzakelijk zijn dient hier eenheid in te zijn en sociaal te blijven (halfopen). Voorgesteld wordt vooral streekeigen materiaal te gebruiken. Indien de locatie aan een zandweg ligt dan wordt bij voorkeur de zandweg niet verhard. Er dient bij elke kavel voldoende ruimte tussen huis en weg te liggen om een ‘voor’ te creëren met oprijlaantje. Ten aanzien van de woningen wordt gepleit voor het gebruik van duurzame, milieuvriendelijke materialen.
De stijl dient aansluitend te zijn op de bebouwing op het landgoed, maar moet vooral ook een eigentijdse tint hebben; niet zomaar een kopie van toen. Dit doet immers ook geen recht aan de historische bebouwing. Stijlkenmerken van bebouwing op De Utrecht die gebruikt kunnen worden zijn: • Verdeling ramen • Stenen • Luiken • Kleurenpalet rood, groen en wit • ‘Warme’ gebouwen Indien gekozen wordt om geheel modern (eigentijds) te gaan, dan dient dit ook volledig autarkisch en transparant te gebeuren. Het zou dan in te passen zijn door het universele karakter. Het draagvlak hiervoor is echter beperkt. Tenslotte zijn er twee onderwerpen bediscussieerd in de uitwerking van nieuw rood. Het betreft het hergebruik van de kapschuren en het bestaande initiatief van een projectontwikkelaar voor 28 vakantieappartementen. “Evenwichtig Samengaan – Duurzaam Instandhoudingsplan Landgoed De Utrecht”
Pagina 74
De kapschuren worden niet gezien als mogelijke objecten om tot woningen om te vormen. De 28 vakantieappartementen maken geen onderdeel uit van de plannen van het Landgoed zelf. Het Landgoed is bereid een rol te spelen in de gesprekken met de gemeente Hilvarenbeek en de projectontwikkelaar rond wijziging van deze plannen.
Werkatelier Nieuwe Natuur
M
et vertegenwoordigers van de natuur is op 6 juli 2010 een werkatelier gehouden over de voorgenomen natuurontwikkelingen op het landgoed. Dit werkatelier is
“Evenwichtig Samengaan – Duurzaam Instandhoudingsplan Landgoed De Utrecht”
Pagina 75
georganiseerd ten behoeve van de voorgenomen omzetting van landbouwgrond bij de Flaes en Broekeling naar nieuwe natuur. Ook is tijdens dit werkatelier gesproken over de plannen voor versterking en kwaliteitsverbetering van bestaande natuur op Landgoed De Utrecht. Door Adviesbureau Aequator Groen en Ruimte is in opdracht van Landgoed De Utrecht een ecologische onderbouwing opgesteld voor de ontwikkeling van nieuwe natuur rond Flaes en Broekeling in het kader van “rood voor groen”. Dit rapport “Nieuwe natuur op De Utrecht” is toegelicht en besproken tijdens het werkatelier op 6 juli 2010. Zie voor de deelnemers aan dit werkatelier Bijlage 3.
Voor het in te richten gebied rond de Flaes is aansluiting gezocht bij de instandhoudingsdoelen die gelden voor het Natura 2000-gebied Kempenland-West. De doelstelling voor de heidehabitats zijn ter plaatse: behoud oppervlakte en verbetering kwaliteit. Als te realiseren nieuwe natuur is onderzoek gedaan naar beleid en haalbaarheid van de volgende natuurdoeltypen en landschapsbeheertypen uit de index SNL: • • • • •
Kruiden- en faunarijk grasland (N12.02) Kruiden- en faunarijke akker (N12.05) Droog bos met productie (N16.01) Historische bomen (L01.02) Poelen (L01.13)
Het huidige gebruik van de percelen rondom de Flaes is als volgt. De bospercelen zijn bedekt met dicht bos van voornamelijk Gordiaanse den, Grove den en Berk. Het perceel ten westen van de Flaes langs de Dunsedijk is thans kruidenrijk grasland. De 5 percelen aan de zuidzijde van de Flaes zijn in gebruik als maïsakker, evenals 2 percelen aan de oostzijde. Aan de noordoostelijke zijde zijn 2 percelen in gebruik als hooiland. Aan de zuidzijde is 1 perceel in gebruik als akker met rogge en gerst, aardappelen en maïs. Bij de Broekeling zijn alle 5 percelen nu in gebruik als maïsakker, ook het hogere gedeelte. De conclusie voor de haalbaarheid van de na te streven beheertypen bij Flaes en Broekeling is als volgt: • Voor alle percelen rond de Flaes zijn de natuurdoeltypen kruiden- en faunarijk grasland en kruiden- en faunarijke akker haalbaar; • Voor alle percelen bij Broekeling zijn de natuurdoeltypen kruiden- en faunarijk grasland en kruiden- en faunarijke akker haalbaar; • Bloemrijk grasland is niet haalbaar op het hoger gelegen perceel bij Broekeling; • Het aanleggen van poelen ten zuiden van de Flaes is niet zinvol vanwege de te lage grondwaterstanden.
De inrichting als kruiden- en faunarijk grasland en kruiden- en faunarijke akker voor Flaes en Broekeling sluiten aan bij de beleidsdoelen van de provincie Noord-Brabant (het herstellen van de functionele relaties van de heideterreinen met hun omgeving) en het versterken van
“Evenwichtig Samengaan – Duurzaam Instandhoudingsplan Landgoed De Utrecht”
Pagina 76
de beheerdoelen Natura 2000 (kwaliteitsverbetering stuifzandheide met struikheide, vochtige heide en droge heide). Ter versterking van de Natte Natuurparel heeft de provincie in het plangebied Broekeling als ambitie geformuleerd het beheertype beekbegeleidend grasland. Realisatie hiervan is momenteel onmogelijk door de te lage grondwaterstand en de thans te hoge voedselrijkdom. De realisatie van kruiden- en faunarijke akkers en graslanden is wel mogelijk. Geadviseerd is eerst het effect af te wachten van de maatregelen van Waterschap De Dommel in het kader van het beekherstel Hoogeindsche Beek.
Tijdens het werkatelier Nieuwe Natuur is het idee ontstaan om de haalbaarheid te onderzoeken voor een natuurboerderij voor het gebied aan de zuidzijde van de Flaes. Brabants Landschap en Landgoed Wellenseind hebben in principe de bereidheid om gezamenlijk met Landgoed De Utrecht te kiezen voor dezelfde inrichting en beheer van hun aan elkaar grenzende eigendommen. Aldus kan een gebied van enkele tientallen hectares worden ingericht als een combinatie van kruiden- en faunarijke akkers en graslanden met houtwallen, struweel, houtsingels en hakhoutbosjes met solitaire bomen op de perceelshoeken. Hierdoor ontstaat een aantrekkelijke overgang tussen Flaes en Goor en het landbouwgebied. Door de bosomvorming rond de Flaes wordt heide hersteld en worden de vennen beter zichtbaar. Deze inrichting draagt bij aan de bestrijding van verdroging en leidt tot een toename van de biodiversiteit van flora en fauna. In overleg met pachters, ZLTO en BMF wordt de haalbaarheid van een exploitatie als natuurboerderij onderzocht in combinatie met de tot natuur om te vormen gronden bij Broekeling en Deppo. Daarnaast is door RAVON in opdracht van het landgoed een inventarisatie van voorkomende soorten reptielen en amfibieën bij Moerbleek en Broekeling opgesteld met een advies voor de inrichting van beide gebieden.
Poelenaanleg en venherstel Moerbleek (rapport RAVON oktober 2010)
“Evenwichtig Samengaan – Duurzaam Instandhoudingsplan Landgoed De Utrecht”
Pagina 77
Veel soorten amfibieën komen voor in of nabij Moerbleek. Het betreft de doelsoorten voor de verhoging van de natuurwaarden in dit gedeelte van Landgoed De Utrecht. Voor Moerbleek zijn de populaties van enkele soorten waarschijnlijk klein en de leefgebieden en/of voortplantingswateren liggen geïsoleerd van elkaar. Isolatie treedt op als de afstand tussen de leefgebieden of voortplantingswateren te groot is en/of deze gescheiden worden door dieronvriendelijke elementen zoals droge, dichte bossen. Vernatting, vergroting van het aantal poelen, de reconstructie van vennen en het creëren en verbinden van leefgebieden “Evenwichtig Samengaan – Duurzaam Instandhoudingsplan Landgoed De Utrecht”
Pagina 78
zoals heideterreintjes, zullen zeker een positief effect hebben op de voorkomende soorten. (uit rapport RAVON: Verbetering van drie leefgebieden voor amfibieën en andere faunasoorten in Landgoed De Utrecht - Deel 1 Moerbleek , oktober 2010) De reconstructie van verdwenen vennen is belangrijk voor het vergroten van het aantal voortplantingswateren in het gebied. Speciaal de meer aan vennen gebonden amfibieënsoorten zullen hiervan profiteren. De verwachting is dat de huidige kleine en versnipperde populaties versterkt en beter verbonden zullen worden. Soortenrijke corridors en heideterreinen Moerbleek (rapport RAVON oktober 2010)
Bestaande vlindercorridor Aan te leggen heide
Beschrijving inrichting deelgebieden Broekeling (rapport RAVON december 2010)
Landbouwenclave Broekeling “Evenwichtig Samengaan – Duurzaam Instandhoudingsplan Landgoed De Utrecht”
Pagina 79
De landbouwenclave Broekeling bestaat uit grote akkers die gebruikt worden voor de teelt van maïs. In de oostelijke helft ligt een perceel dat in het verleden is opgehoogd met slib uit het ven De Broekeling. Op de locatie waar zich nu de landbouwenclave bevindt, was omstreeks 1900 nog open heide met verspreid staande kleine bosjes of boomgroepjes. De enclave is door de Provincie begrensd als Ecologische Hoofd Structuur (EHS) met als aanduiding dat natuur nog moet worden ontwikkeld. Voor de landbouwenclave Broekeling is als natuurdoeltype vochtig hooiland aangegeven.
8
7
9
Legenda: 7 = landbouwenclave 8 = vennen Broekeling 9 = graslanden in nieuw traject van de Hoogeindsche Beek
Voorgesteld wordt om de huidige, lager gelegen akkers te herindelen door de aanplant van enkele eikenhoutwallen. Deze kunnen behandeld worden als eikenhakhout door delen periodiek af te zetten. Indien het terrein hier mogelijkheden voor biedt kunnen op de lager gelegen stukken vijf poelen aangelegd worden. Hierbij kan gebruik gemaakt worden van de aanwezige sloten, greppels en leemlagen. De poelen kunnen gevoed worden door grondwater en/of regenwater. Voorts is het plan om in het terrein ruigte en struweel te laten ontwikkelen. In delen hiervan in een straal van 10-15 meter rondom de poelen, wordt de begroeiing eenmaal per jaar gemaaid en afgevoerd om de verschraling van de bodem te bevorderen en te voorkomen dat de poelen overgroeid raken. Het hoger gelegen deel van de enclave kan gebruikt worden voor de aanleg van enkele bloemrijke graanakkertjes. Aanleggen en onderhoud van de graanakkers zou gedaan kunnen worden in samenwerking met de Stichting Korensla. “Evenwichtig Samengaan – Duurzaam Instandhoudingsplan Landgoed De Utrecht”
Pagina 80
De voorgestelde aanleg en inrichting van poelen, struweel en kruidenrijke graanakkers is goed voor vlinders en andere insecten, struweelvogels en amfibieën. De inrichting zal de biodiversiteit van het gebied als geheel sterk vergroten.
Vennen Broekeling In dit deel van Broekeling liggen twee vennen. Het noordelijke ven, Broekeling, is het grootst. Het ven is omringd door (naald)bos en de bomen staan vrijwel overal tot aan de rand van het ven. De Hoogeindsche Beek loopt van zuid naar noord door het noordelijke ven en verlaat dit weer via een stenen stuw. Door een smalle, diepliggende geul stroomt het water verder in noordelijke richting. Bij het zuidelijke ven loopt de Hoogeindsche Beek niet door het ven maar passeert langs de westkant tussen een klein ven en het grotere ven. In het broekbos staan veel rododendrons. Van nature komen deze grote, groenblijvende struiken niet voor in Nederland, maar zijn wel een kenmerkende soort van landgoederen. In Broekeling staan ze op meerdere plaatsen en vormen soms dichte struwelen. Om de ontwikkeling van de moerasvegetatie in het broekbos te bevorderen, is het beter in en bij het broekbos alle rododendrons te verwijderen. Dichter bij de gecultiveerde delen van het Landgoed, zoals nabij de bebouwing kan rododendron vanuit cultuurhistorisch oogpunt wel gehandhaafd blijven. Voor het vergroten van het areaal natte heide moeten kleine delen van de natte pijpenstrobegroeiing bij de vennen geplagd worden. Hierdoor wordt het voorkomen van moeraswolfsklauw en soorten zonnedauw bevorderd.
Bovendien kan het nectaraanbod toenemen als er meer dop- en struikheide gaat groeien, wat weer gunstig is voor bloembezoekende insecten.
Traject Hoogeindsche Beek Op het te herstellen beektraject ligt een reeks van langgerekte weilanden omgeven door bos en dichte rododendronstruwelen. De weilanden staan al op een kaart uit de eerste helft van de 19e eeuw. Het oppervlak grasland was toen groter dan nu het geval is. Kennelijk zijn delen later beplant met bomen. De oude bedding van de Hoogeindsche Beek lijkt op enkele locaties nog herkenbaar. Geadviseerd wordt om mede vanuit cultuurhistorisch oogpunt het open karakter van de weilanden te handhaven en de beek te laten stromen door graslanden i.c. bloemrijk hooiland. Omdat de weilanden aangemerkt zijn als archeologisch monument, respectievelijk archeologisch landschap, is het niet mogelijk de bouwvoor af te graven omdat bodemroering niet is toegestaan. De bodem bestaat uit enkeerdgronden en deze vormen niet de meest gunstige uitgangssituatie voor de ontwikkeling van een schrale graslandvegetatie. Maar aangezien de bodem ook lemig is, kunnen zich op plekken wel soortenrijke graslanden ontwikkelen.
“Evenwichtig Samengaan – Duurzaam Instandhoudingsplan Landgoed De Utrecht”
Pagina 81
Om het leefgebied van amfibieën te verbeteren is de aanleg van 2 à 3 poelen per grasland nodig. De ligging moet zodanig zijn dat ze ook bij een hoge waterstand in de beek, niet overstroomd worden.
Werkatelier 3 Integratieatelier
“Evenwichtig Samengaan – Duurzaam Instandhoudingsplan Landgoed De Utrecht”
Pagina 82
I
n de zomerperiode is door het projectteam op basis van de uitkomst van het Ontwerpatelier van 22 juni 2010 het werkdocument “Duurzaam Instandhoudingsplan Landgoed De Utrecht” in concept opgesteld en toegestuurd aan de deelnemers van het Integratieatelier. Dit werkdocument is besproken met vertegenwoordigers van alle belanghebbende partijen in Werkatelier 3 Integratie op 2 november 2010. Aan dit werkatelier is ook deelgenomen door de projectleider Kempische Landgoederen. De uitkomsten van dit integratieatelier zijn verwerkt in het voor u liggende “Evenwichtig Samengaan – Duurzaam Instandhoudingsplan Landgoed De Utrecht”.
Door het projectteam is samen met de stuurgroep het werkatelier van 2 november 2010 voorbereid. Doel was om overeenstemming en draagvlak te bereiken voor het Duurzaam Instandhoudingsplan Landgoed De Utrecht, waarbij sprake is van een evenwicht tussen kostenmakers en kostendragers. Dit betekent een plan waarbij de gewenste maatschappelijke doelen (de instandhouding van waardevol natuurlijk en cultuurhistorische erfgoed) kunnen worden gerealiseerd op basis van een zelfstandige exploitatie van het landgoed als geheel. De werkwijze tijdens het Integratieatelier was als volgt: Plenair werden aan de deelnemers geïnstrueerd, waarbij in herinnering werden gebracht de eisen, wensen en randvoorwaarden uit het gezamenlijk tot stand gebrachte Programma van Eisen in het werkatelier van 27 april 2010. De projectenlijst van werkatelier 2 Ontwerpsessie van 22 juni 2010 is ter hand gesteld evenals diverse kaartbeelden van het landgoed. De projecten waren verdeeld in kostenmakers en kostendragers. Van elk project was een indicatie gegeven van de hoogte van de kosten of opbrengsten in aantallen blokken. Elke blok vertegenwoordigde een waarde van circa € 10.000 in de exploitatie van het landgoed. Aldus kreeg elk mogelijk project een eigen waarde, voorgesteld door een aantal blokken.
De deelnemers zijn in het integratieatelier aan het werk gezet met als opdracht: “Evenwichtig Samengaan – Duurzaam Instandhoudingsplan Landgoed De Utrecht”
Pagina 83
“Maak een selectie uit de naar voren gebracht projecten van kostenmakers en kostendragers op zodanige wijze dat sprake is van een evenwicht in de exploitatie.” Elke subgroep kon zo zijn eigen scenario voor de instandhouding van het landgoed samenstellen door een keuze van maatschappelijke projecten en kostendragers. De deelnemers werden in 4 subgroepen verdeeld waarbij elke belanghebbende partij in elke subgroep vertegenwoordigd was. Elke subgroep heeft Aldus een scenario samengesteld in de vorm van een set projecten met kostenmaker en kostendragers. Vervolgens zijn de subgroepen 1en 2 samengevoegd en de groepen 3 en 4 met de opdracht om overeenstemming te bereiken over een instandhoudingsscenario. De groepen werden ondersteund door de landschapsontwerpers van DLG. De gecombineerde resultaten van de groepen 1-2 en de groepen 3-4 zijn plenair door de deelnemers aan elkaar gepresenteerd.
De uitkomst van het bovengeschetste proces tijdens het integratieatelier is als volgt geweest: Als kostenmakende projecten werden noodzakelijk/wenselijk geacht: • Herstel en verbetering verharde wegen • Onderhoud zandpaden en lanen • Omzetting landbouwgrond naar natuur • Herstel arboretum Arnoldspark • Toeristisch-cultuurhistorische routes • Agrarisch natuur- en landschapsbeheer 3O hectare • Beheer en onderhoud poelen en soortenrijke corridors • Natuurontwikkeling Flaes door bosomvorming Als kostendragende projecten ter dekking van de kosten werden noodzakelijk/wenselijk geacht: • Toename pacht door 13 bouwkavels • Toename pacht natuurbegraafplaats • Baten biomasssacentrale
Er waren uiteraard meer wensen voor projecten die in het plan zouden kunnen worden opgenomen. Dit zou echter leiden tot een groter aantal benodigde nieuwe woningen. Het plan samengevat in het bijgevoegde Projectenoverzicht en weergegeven op Kaart 1 is echter het meest wenselijke en haalbare compromis tussen maatschappelijk gewenste “Evenwichtig Samengaan – Duurzaam Instandhoudingsplan Landgoed De Utrecht”
Pagina 84
projecten en economische dragers. Dit levert voor het landgoed het nieuwe gewenste evenwicht op, waarmee het landgoed duurzaam in stand kan worden gehouden. Bovenstaand resultaat is aan het einde van het werkatelier gepresenteerd aan wethouder Cees van de Ven van de gemeente Reusel-De Mierden en Roeland van Hooff, voorzitter van de werkgroep Kempische Landgoederen. Wethouder Jan Dierckx van de gemeente Hilvarenbeek was helaas verhinderd. Door de projectleider Kempische Landgoederen de voorzitter van de werkgroep Kempische Landgoederen is samen met de rentmeester van Landgoed de Utrecht een bestuurlijk overleg gevoerd met wethouder Dierckx van de gemeente Hilvarenbeek. In dit gesprek is door de rentmeester een toelichting gegeven op de ontwikkeling van het instandhoudingsplan voor het landgoed.
Bijlage 2: Programma van Eisen Duurzaam Instandhoudingsplan Landgoed De Utrecht “Evenwichtig Samengaan – Duurzaam Instandhoudingsplan Landgoed De Utrecht”
Pagina 85
“Evenwichtig Samengaan – Duurzaam Instandhoudingsplan Landgoed De Utrecht”
Pagina 86
Bijlage 3 Deelnemers aan de werkateliers “Evenwichtig Samengaan – Duurzaam Instandhoudingsplan Landgoed De Utrecht”
Pagina 87
Landgoed De Utrecht Landgoed De Utrecht Provincie Noord-Brabant Provincie Noord-Brabant Provincie Noord-Brabant Gemeente Hilvarenbeek Gemeente Reusel-De Mierden Gemeente Reusel-De Mierden Waterschap De Dommel Waterschap De Dommel Waterschap De Dommel Bewonersvereniging Landgoed De Utrecht Bewonersvereniging Landgoed De Utrecht Bewonersvereniging Landgoed De Utrecht Bewonersvereniging Landgoed De Utrecht Hoevepachters Landgoed De Utrecht Hoevepachters Landgoed De Utrecht ZLTO Tilburg ZLTO Afd de Hilver omringende agrariërs BMF Brabantse Milieufederatie B-team Hilvarenbeek Natuur & Milieugroep Hilvarenbeek Weidevogelgroep Reusel-De Mierden Heemkundekring Esbeek Heemkundekring Esbeek Recreatieondernemers Recreatieondernemers Rijksdienst voor Cultureel Erfgoed Natura 2000 Kempenland-West Brabants Landschap Landgoed Wellenseind Grontmij planeconoom Dienst Landelijk Gebied Dienst Landelijk Gebied Dienst Landelijk Gebied Streekhuis Kempenland Adviseur Kempische Landgoederen Voorzitter Werkgroep Kempische Landgoederen Samenwerkingsverband Regio Eindhoven SRE DUIJF advies en projectmanagement
Harry Breviers rentmeester Leon Liebregts terreinbeheerder Elles Aertsen Ria Lucassen Martine Kreuger Mark van Doormaal Gré Linden Harrie Wouters Nynke Heeg Ron Schippers Freek Willems Lou Niesten Joop Way Ad Eikenaar Annemiek Corstens Sjef Oerlemans Marco van Liere Anke de Brouwer Frans Paulissen Loek Hilgers Hans Haven Jan Neggers Jan van Gompel Jan van Helvoirt Peter de Laat Werner Gerritsen Ad de Bruijn Jan van Rooijen Marijke Beerens Wim de Jong Kees van Haaren Nick van Dalen Jan Pieter Vermeulen Bertram de Rooij Hannie Vugt-Roozen Martien van Bavel Ivo Derksen (Eelerwoude) Roeland van Hooff Karin Bakker projectsecretaris Ger Duijf projectleider