Gemeentelijk rioleringsplan Hillegom 2021-2025 23-09-2020.pdf
Tekst van het document
De bouwstenen voor regels geven invulling aan het waterbeleid dat is verwoord in de bouwstenen voor de omgevingsvisie en het programma. Nadat de omgevingsvisie is vastgesteld, zullen gemeenten aan de slag gaan met de stapsgewijze ombouw van het omgevingsplan van rechtswege naar een volwaardig, nieuw omgevingsplan. Daarbij moet de gemeente de instructieregels van het Besluit kwaliteit leefomgeving en eventuele instructieregels uit de omgevingsverordening van de provincie opvolgen. Voor de inbreng van de watergerelateerde aspecten wordt in de periode 2021-2025 jaarlijks een budget opgenomen van € 5.000 (maatregel ALG2)
23-09-20
GRP HILLEGOM
BH2619-RHD-ZZ-XX-RP-Z-0002
23
Projectgerelateerd
4.5
Het coalitieakkoord geeft richting
Het Coalitieakkoord 2018-2022 ‘Samen meer bereiken’ geeft een beeld van de ambities die wij als gemeente hebben. Daarin staat onder andere dat wij er voor kiezen om de huidige (maatschappelijke) opgaven met nuchtere en zakelijke oplossingen aanpakken. Duurzaamheid in brede zin (sociaal, fysiek en economisch) is daarin een leidend principe. We zetten daarbij ook in op betrokkenheid van onze partners en bewoners. We denken en werken met elkaar vanuit mogelijkheden. Klimaatverandering, de energietransitie, groen in de wijk en de Omgevingswet zijn belangrijke thema’s.
4.5.1
Het coalitieakkoord en dit GRP
In het coalitieakkoord beschrijven we concrete actie- en aandachtspunten op verschillende thema’s. De thema’s openbare ruimte, duurzaamheid en Omgevingswet hebben raakvlakken met dit GRP. We gebruiken het coalitieakkoord als basis en inspiratie voor de visie en de ambitie voor dit GRP en nemen de volgende punten mee.14 Actiepunten met raakvlakken met dit GRP: • Het groen in de wijken aanpakken en verfraaien; • Inwoners informeren en bewustmaken van de eigen invloed op de leefomgeving (participatie); • (Gemeentelijk beheer op behoud en versterking van biodiversiteit richten). Aandachtspunten met raakvlakken met dit GRP: • Samenwerken in de waterketen (o.a. instellen van waterloket); • Duurzaamheid, hoe kwetsbaar is onze gemeente voor extreem weer (stresstesten wateroverlast, hitte, droogte); • Hillegom loopt voorop in het traject van de Omgevingswet (zie paragraaf 4.4.1) en maakt al gebruik van de mogelijkheden die de wet biedt, dat willen we blijven doen; • De klimaat- en energietransitie zullen samen opgaan.
14
Sommige punten zijn direct relevant voor dit GRP, andere meer zijdelings. Niet alle actiepunten die genoemd worden kunnen daarom volledig vanuit de rioolheffing bekostigd worden.
23-09-20
GRP HILLEGOM
BH2619-RHD-ZZ-XX-RP-Z-0002
24
Projectgerelateerd
5
Wat willen we?
In dit hoofdstuk gaan we in op de ambitie van de gemeente Hillegom, aan de hand van vier thema’s gaan we vervolgens dieper in op onze visie voor de toekomst. De thema’s en doelen die we in dit hoofdstuk beschrijven zijn gebaseerd op het Integraal rapport bouwstenen water Omgevingswet SWR2. Deze thema’s en doelen zijn in lijn met Coalitieakkoord, verplichtingen vanuit het DPRA en de Waterwet. Dit hoofdstuk is als volgt opgebouwd: de visie voor dit GRP beschrijven we in hoofdstuk 5.1. We gaan vervolgens in hoofdstuk 5.2 in op de daaruit volgende thema’s15. Die thema’s leiden tot doelen voor dit GRP16, die we behandelen in hoofdstuk 5.3. Zie ook onderstaand Figuur 14.
5.1 Visie
5.2 Thema’s
5.3 Doelen
Figuur 14 Hoofdstukopbouw 'Wat willen we?'
5.1
Visie: een gezonde, veilige én aantrekkelijke gemeente
Wij staan voor de realisatie van een gezond, veilig en aantrekkelijk vestigings- en verblijfsklimaat voor bedrijven en bewoners van de gemeente Hillegom. Wij werken als gemeente aan een gezonde, veilige en aantrekkelijke leef- en werkomgeving, oog voor klimaatverandering is daarin onvermijdelijk. Dit doen wij samen met het waterschap, die hierbinnen haar eigen taak en rol heeft. Daarnaast verwachten wij dat onze inwoners en het bedrijfsleven hun aandeel daaraan bijdragen; dat faciliteren wij. Op basis van de ambitie en actielijnen uit Integraal rapport bouwstenen water Omgevingswet SWR2 worden de volgende GRP-thema’s (5.2) en hoofddoelen (5.3) onderscheiden.
5.2
Thema’s voor dit GRP
5.2.1
Gezond en veilig: een gezonde en veilige leefomgeving
Riolering is voor ons een vanzelfsprekendheid en is aan het zicht onttrokken. Wij worden hier enkel mee geconfronteerd als er incidenteel iets misgaat: bijvoorbeeld door een verstopping, of als het zó hard regent dat het (hemel)water niet snel genoeg afgevoerd wordt en op straat blijft staan. 15 16
De thema’s zoals gebruikt in dit GRP zijn overgenomen uit Integraal rapport bouwstenen water Omgevingswet SWR2. De hoofddoelen zoals gebruikt in dit GRP zijn overgenomen uit Integraal rapport bouwstenen water Omgevingswet SWR2.
23-09-20
GRP HILLEGOM
BH2619-RHD-ZZ-XX-RP-Z-0002
25
Projectgerelateerd
Toch is de riolering een van de belangrijkste medische doorbraken van de afgelopen anderhalve eeuw (zie onderstaand kader). De volksgezondheid is de aanleiding geweest voor de aanleg van de riolering, het hebben daarvan heeft miljoenen mensenlevens gered. Volksgezondheid is dan ook het voornaamste thema en doel van de riolering. Alle drie de wettelijke gemeentelijke zorgplichten hebben een link met het gezondheidsaspect: 1. De doelmatige inzameling en het transport van het stedelijke afvalwater (huishoudelijk afvalwater en bedrijfsafvalwater, eventueel gemengd met hemelwater of grondwater), dat vrijkomt bij de binnen het grondgebied van de gemeente gelegen percelen; 2. De doelmatige verwerking van afvloeiend hemelwater (van daken en verharde oppervlakken in stedelijk gebied) waarvan de houder zich wil ontdoen; 3. Voorkomen van structureel nadelige gevolgen van de grondwaterstand, mits met doelmatige maatregelen, voor de aan de grond gegeven bestemming.
5.2.2
Aantrekkelijk woon- en leefomgeving en vestigingsklimaat
Het klimaat verandert. Extreme buien komen meer frequent voor en de intensiteit neemt toe. Daarnaast hebben we en krijgen we vaker te maken langduriger droge perioden en hogere temperaturen. De hogere temperaturen kunnen in de bebouwde omgeving leiden tot hitte eilanden (en hittestress). Daarnaast moeten wij ons voorbereiden op een zeespiegelstijging en de kans op overstromingen vanuit onze rivieren17. Dit heeft als onvermijdelijk gevolg dat bij de inrichting van de leefomgeving rekening gehouden dient te worden met klimaatverandering. Daarom hebben we, vanuit dit GRP, de ambitie om door middel van een klimaatbestendige inrichting bij te dragen aan de aantrekkelijke woon- en leefomgeving en aantrekkelijk vestigingsklimaat.
5.3
Doelen voor dit GRP
5.3.1
Geen gezondheidsrisico’s vanuit waterketen en watersysteem
We streven als gemeente naar het zoveel mogelijk beperken van gezondheidsrisico’s. In het geval van de waterketen, betekent dit het zoveel mogelijk voorkomen van contact met afvalwater. We willen dat ons rioleringssysteem met alle bijbehorende voorzieningen werkt en in goede kwaliteit verkeert, waardoor er geen afvalwater in het milieu terechtkomt als gevolg van lekkages: met risico’s op oppervlaktewatervervuiling, bodemverontreiniging en grondwatervervuiling, met gevaar voor de drinkwaterkwaliteit tot gevolg. Inwoners en bezoekers van onze gemeente mogen niet in contact komen met ongezuiverd afvalwater als gevolg van disfunctioneren van het systeem. Wij voeren het afvalwater daarom af naar het overnamepunt van het waterschap.
17
Laatstgenoemde aspecten vallen buiten de scope van het GRP.
23-09-20
GRP HILLEGOM
BH2619-RHD-ZZ-XX-RP-Z-0002
26
Projectgerelateerd
Tijdens extreme neerslag kan er water op straat voorkomen; niet alleen uit het regenwaterriool maar deels ook vanuit de gemengde riolering. We scheiden vuilwater (zoals afvalwater) en schoonwater (zoals hemelwater) zo veel mogelijk, zodat overstorten minder vaak plaatsvinden en water op straat bij hevige buien minder vervuild is. Wij attenderen onze inwoners erop voorzichtig om te gaan met water op straat en hier niet in te spelen (zie foto). Water op straat bij hevige neerslag is niet altijd te voorkomen, wij treffen maatregelen op locaties die in de praktijk niet aan de norm voldoen. Wanneer er meldingen komen over een slechte waterkwaliteit, onderzoeken wij het aandeel van de riolering daaraan, voordat eventueel maatregelen getroffen worden. Wij sturen niet enkel op emissie, maar op kwaliteit van het ontvangende oppervlaktewater. Wij willen ook dat onze inwoners geen gezondheidsklachten ondervinden als gevolg van te hoge grondwaterstanden. Wij realiseren ons dat onze invloed daarop niet altijd aanwezig is (peilbeheer is immers een taak van Hoogheemraadschap van Rijnland), desalniettemin zijn wij als gemeente het loket, en dus het eerste aanspreekpunt voor onze inwoners en het bedrijfsleven. We streven er naar de kwaliteit van het grondwater te beschermen. Daarom wordt (potentieel) vervuild regenwater gezuiverd of naar het vuilwaterriool afgevoerd.
Voorkomen contact met afvalwater Vanuit het belang van de volksgezondheid streven we naar het zo veel mogelijk voorkomen van het contact met afvalwater. Om dit te bereiken hanteren gemeenten en het waterschap een aantal leidende principes:
•
Aansluiten van alle percelen binnen de bebouwde kom op het gemeentelijke vuilwaterriool of een andere voorziening (zoals een IBA), die ervoor zorgt dat er geen ongezuiverd afvalwater in het milieu terecht komt.
•
Het zoveel mogelijk scheiden van vuilwater en schoonwater, zodat overstorten minder vaak plaatsvinden en water op straat bij hevige regen minder is vervuild. Op basis van de huidige uitvoeringspraktijk (BRP/GRP) zal dit in een water- en rioleringsprogramma en in overleg met Hoogheemraadschap van Rijnland nader worden uitgewerkt.
Ruimtelijke ordening ondergrond De druk in de ondergrond neemt steeds meer toe. Naast riolering, drinkwaterleidingen en elektriciteitskabels neemt de behoefte aan ruimte in de ondergrond voor o.a. warmtenetten en WKO-installaties toe. Transportleidingen en installaties voor verschillende doeleinden kunnen elkaar negatief beïnvloeden wanneer deze te dicht bij elkaar liggen. Denk hierbij aan een leiding van het warmtenet die direct naast een drinkwaterleiding ligt. Om dit te bereiken hanteren de gemeenten, het Hoogheemraadschap en de drinkwaterbedrijven een aantal leidende principes:
• Bij de aanvraag voor een WKO-systeem adviseren de gemeente, het Hoogheemraadschap en het drinkwaterbedrijf de provincie over mogelijkheden en risico’s van een WKO-systeem op de desbetreffende locatie.
• Een onderling afgestemd assetmanagement: Bij het vervangen van drinkwaterleidingen (de straat gaat open) wordt zoveel als mogelijk meegekoppeld met andere beleidsterreinen (riolering, wegen, groen, etc.)1. Dit betekent dat drinkwaterbedrijf, gemeente en Hoogheemraadschap elkaar vroegtijdig informeren over geplande en te verwachten werkzaamheden (bij voorkeur in de initiatieffase van projecten en/of tijdens het regulier nutsoverleg).
23-09-20
GRP HILLEGOM
BH2619-RHD-ZZ-XX-RP-Z-0002
27
Projectgerelateerd
5.3.2
Beperken maatschappelijke weersomstandigheden
ontwrichting
en
schade
bij
extreme
Wij willen dat onze inwoners niet alleen nu, maar ook in de toekomst leven in een fijne, veilige en gezonde straat en omgeving; wij richten onze leefomgeving daarom klimaatbestendig in. Dat doen we niet allemaal van vandaag op morgen, dat is onbetaalbaar en zou enorm veel overlast tot gevolg hebben. We willen onze kwetsbaarheden onderzoeken (door middel van stresstesten) en daarop gebaseerd bewuste keuzes maken voordat wij tot uitvoering overgaan. Wij, en onze waterpartners met ons, hebben daar tot 2050 de tijd voor. Wij nemen die tijd, maken bewuste keuzes, voeren werk met werk uit (meeliften), waardoor ingrepen doelmatig en tegen de laagste maatschappelijke kosten uitgevoerd worden. Tevens investeren we daar waar dat het meeste oplevert. Bij specifieke knelpunten nemen we versneld klimaatadaptieve maatregelen. Wij anticiperen op klimaatverandering door bij ingrepen in de openbare ruimte aandacht te hebben voor water in de breedste zin van het woord. Daarbij kijken wij dus niet alleen naar de alsmaar intensiever wordende buien en hoe wij met al dat hemelwater om kunnen gaan, maar ook naar oppervlaktewater en ‘water in de grond’. Water in de grond is een natuurlijk verschijnsel, dat we zoveel mogelijk op een natuurlijke manier willen laten functioneren.
Het stedelijk gebied zal in de komende decennia klimaatbestendig gemaakt moeten worden om regenwateroverlast, verdroging en/of vernatting van de bodem en hittestress te voorkomen.18 Ook bestaande hindersituaties zullen we gaan aanpakken. Voor zover maatregelen uitgevoerd worden in het kader van de wettelijke gemeentelijke zorgplichten, kunnen en mogen deze bekostigd worden uit de rioolheffing. Vaak hebben maatregelen positieve neveneffecten op andere gebieden, denk aan tegengaan van verdroging (aspect ‘droogte’) bij afkoppeling van verhard oppervlak en het ter plaatse infiltreren van het vrijkomende hemelwater. Bij een klimaatbestendige inrichting hanteren we de voorkeursvolgorde: ‘vasthouden – bergen – afvoeren’. De betrokkenheid van inwoners, bedrijven en belangenorganisaties is essentieel om te komen tot een doelmatige en klimaatbestendige waterketen en watersysteem. De regio Kennemerland streeft naar een intensieve samenwerking en een actieve rol van inwoners en bedrijven en daar sluiten wij ons als gemeente bij aan.
18 Klimaatmaatregelen die niet gelieerd zijn aan genoemde wettelijke zorgplichten, bijvoorbeeld enkel ter bestrijding van hittestress,
worden niet uit de rioolheffing bekostigd. 23-09-20
GRP HILLEGOM
BH2619-RHD-ZZ-XX-RP-Z-0002
28
Projectgerelateerd
Aanpassen aan klimaatverandering Wij streven naar een leefbare omgeving, waarin de negatieve gevolgen van klimaatverandering zo veel mogelijk worden beperkt. Dat betekent dat: • Maatschappelijke ontwrichting en schade aan gebouwen en hoofdinfrastructuur als gevolg van waterschade zoveel mogelijk wordt beperkt. • Droogteschade aan openbaar groen, natuur en landbouw wordt beperkt. • Hittestress wordt beperkt. • Wij en onze inwoners en bedrijven weten wat ze moeten doen bij een (dreigende) calamiteit. Om dit te bereiken werken we aan klimaatbestendige inrichting van de publieke (openbare) en private buitenruimte en het watersysteem. Hiervoor hanteren gemeenten en het waterschap een aantal leidende principes: • Relevante fysieke veranderingen worden benut om klimaatbestendige maatregelen te nemen. Dat geldt voor projecten van de gemeenten en het waterschap en voor projecten van anderen (inwoners, (agrarische) bedrijven, woningcorporaties, terreinbeheerder en maatschappelijke organisatie). Dat betekent dat onderhoudscycli van infrastructuur, riolering, groen en gebouwen worden benut. • Bij ruimtelijke ontwikkelingen nemen de risico’s op schade als gevolg van hevige regenval, droogte, hitte of overstromingen niet toe. • Klimaatmaatregelen dragen bij aan de verbetering van de ruimtelijke kwaliteit.
• Als wegreconstructies en rioolvervanging/verbetering aan de orde zijn, wordt voorafgaand de meest doelmatige manier van hemelwaterverwerking onderzocht. • Bij specifieke knelpunten nemen wij versneld klimaatadaptieve maatregelen. • Wij investeren daar waar dit het meeste oplevert voor de doelmatige verwerking. Afkoppelen is hierbij geen doel op zich, maar een middel om doelen te bereiken. • We hanteren hierbij de voorkeursvolgorde ‘vasthouden – bergen – afvoeren’. • We maken ruimte voor water bij ontwikkelingen, zowel in het buitengebied als in gebouwd gebied. • We streven naar hemelwaterverwerking in bovengrondse voorzieningen, op eigen perceel en berging in het straatprofiel. • De grondwatersituatie en -fluctuatie nemen wij als uitgangspunt bij nieuwbouw (in plaats van het regulieren van de grondwaterstand via drainage). Ook voor inbreidingslocaties houden wij zoveel mogelijk vast aan dit uitgangspunt, tenzij sprake is van nadelige gevolgen bij belendende percelen. • We streven naar kringloopsluiting door o.a. hergebruik van water, mits het geen gezondheidsrisico’s met zich mee brengt. • De betrokkenheid van inwoners, bedrijven en belangenorganisaties is essentieel om te komen tot een doelmatige en klimaatbestendige waterketen en watersysteem. De regio Kennemerland streeft naar een intensieve samenwerking en een actieve rol van inwoners en bedrijven.
23-09-20
GRP HILLEGOM
BH2619-RHD-ZZ-XX-RP-Z-0002
29
Projectgerelateerd
5.3.3
Ecologisch gezond en natuurlijk watersysteem
We streven als gemeente naar een gezonde én aantrekkelijke leefomgeving, daar hoort een ecologisch gezond en natuurlijk (grond)watersysteem bij. Om dit te bereiken streven we er naar de afvalwaterketen doelmatig te beheren en beperken wij de emissie vanuit de afvalwaterketen op het oppervlaktewater zoveel als mogelijk. We staan open voor het koppelen van onze rioolgerelateerde ingrepen aan waterkwaliteitsdoelen en andere gebiedsfuncties, zoals landbouw, natuur en recreatie. Als voorbeeld: de realisatie van een gescheiden rioolstelsel met afkoppeling van verhard oppervlak in het kader van tegengaan van wateroverlast, kan als positief bijeffect bijdragen aan een verbetering van de waterkwaliteit. In ons streven naar een gezonde leefomgeving dragen wij als gemeenten en waterschap bij aan een watersysteem van goede kwaliteit. Dat betekent: • Geen achteruitgang van de huidige waterkwaliteit. Hierbij gaat het om de kwaliteit op systeemniveau en niet voor de kwaliteit van alle individuele watergangen. • Het behalen van de KRW-doelen voor KRW-wateren uiterlijk in 2027. Gemeenten zijn hier niet direct verantwoordelijk voor, maar emissie vanuit de afvalwaterketen mag het behalen van de KRW-doelen niet belemmeren. • Het zo veel mogelijk beperken van emissie uit de afvalwaterketen naar het oppervlaktewater. • Het streven naar doelmatig beheer van de afvalwaterketen.
• Het zo optimaal mogelijk functioneren van de zuivering. Om deze doelen te bereiken worden kansen gezien in het koppelen van de waterkwaliteitsdoelen aan andere gebiedsfuncties zoals landbouw, natuur en recreatie. Dit kan door het toepassen van de volgende leidende principes: • Aanleg van natuurvriendelijke oevers. • Geen of minder gewasbeschermingsmiddelen en bemesting langs de watergangen. • Ecologische verbindingszones. • Vervuiling bij de bron aanpakken. • Scheiden van vuilwater en schoonwater, zodat afvalwater minder wordt vermengd met (schoon) hemelwater en leidt tot een betere werking van de zuivering. • Toepassen van het principe: de vervuiler/initiatiefnemer betaalt. • Bij nieuwbouw de HWA-uitstroom positioneren waar deze de kwaliteit/doorstroming van de oppervlaktewaterkwaliteit verbetert. • Toepassen best mogelijke techniek op RWZI/IBA en bij transport afvalwater.
5.3.4
Duurzaamheid
Duurzame energievoorziening Het taakveld riolering behoort is geen grootverbruiker ten aanzien van energie. Desalniettemin geldt dat net als op alle andere terreinen ook binnen ons taakveld het energieverbruik gereduceerd kan worden én de energievoorziening verduurzaamd. Ten aanzien van verduurzaming van de energievoorziening sluiten wij ons aan bij initiatieven vanuit het samenwerkingsverband Kennemerland en het Hoogheemraadschap van Rijnland. Als gemeente Hillegom zijn wij hierin volgend. Verduurzaming Ten aanzien van het reduceren van energieverbruik en het gebruik van fossiele brandstoffen grijpen wij kansen aan indien die zich voordoen. Daarnaast richten wij bijvoorbeeld ons beheer en onderhoud dusdanig in dat het aantal storingen afneemt, waardoor minder motorvoertuigbewegingen nodig zijn.
23-09-20
GRP HILLEGOM
BH2619-RHD-ZZ-XX-RP-Z-0002
30
Projectgerelateerd
5.4
Hoe gaan we de doelen bereiken?
In de hoofdstukken 6 tot en met 8 wordt beschreven hoe binnen de wettelijke zorgplichten invulling wordt gegeven aan de doelen die voortvloeien uit de visie. Aan elke zorgplicht is een hoofdstuk gewijd, waarin wordt beschreven hoe de visie gerealiseerd zal worden en welke verwachtingen er vanuit het GRP zijn naar andere partijen. De afvalwaterzorgplicht komt aan bod in hoofdstuk 6, gevolgd door de hemelwaterzorgplicht in hoofdstuk 7. Tenslotte gaat hoofdstuk 8 over de grondwaterzorgplicht.
23-09-20
GRP HILLEGOM
BH2619-RHD-ZZ-XX-RP-Z-0002
31
Projectgerelateerd
6
Afvalwaterzorgplicht
6.1
Inleiding zorgplicht afvalwater
De gemeente is verantwoordelijk voor aanleg en beheer van openbare vuilwaterriolen (of gelijkwaardige voorzieningen) binnen de bebouwde kom en transport van het afvalwater naar een zuivering technisch werk (bijvoorbeeld de RWZI). Ook buiten de bebouwde kom (het buitengebied) geldt in beginsel de gemeentelijke zorgplicht. Als aanleg van een vuilwaterriool niet doelmatig is, hoeft de gemeente de zorgplicht niet in te vullen. Bij het beoordelen van doelmatigheid spelen milieubelangen ook een rol. Als de gemeente de zorgplicht niet invult, dan hebben inwoner en bedrijf een eigen verantwoordelijkheid als lozer van afvalwater. Zij mogen geen ongezuiverd afvalwater lozen (in de bodem of het oppervlaktewater) en zijn zelf verantwoordelijk voor verwerking van het afvalwater (afvoeren of via eigen zuiveringsvoorziening).
6.1.1
Zorgplicht afvalwater in de Omgevingsvisie
Zorgplicht afvalwater in de omgevingsvisie (artikel 2.16, lid 1a-3 Ow) ‘Bij de invulling van de zorgplicht afvalwater in de gemeentelijke omgevingsvisie wordt onderscheid gemaakt tussen de bebouwde kom en het buitengebied, en tussen huishoudelijk afvalwater en bedrijfsafvalwater. Bebouwde kom Voor bestaande bouw en (ver)nieuwbouw geldt impliciet 19 een aansluitplicht voor het lozen van huishoudelijk afvalwater op de riolering. De gemeente zorgt voor inzameling van huishoudelijk afvalwater en transport naar een zuivering technisch werk. Dat kan via een traditioneel gemeentelijk rioolstelsel of een andere voorziening die ervoor zorgt dat er geen ongezuiverd afvalwater in het milieu terecht komt (zoals een IBA). Voor bedrijfsafvalwater geldt dat de gemeente afvalwater dat qua biologische afbreekbaarheid vergelijkbaar is met huishoudelijk afvalwater inzamelt. Ook ander bedrijfsafvalwater dat niet lokaal kan worden teruggebracht in het milieu wordt ingezameld, tenzij dit ten koste gaat van het doelmatig functioneren van de vuilwaterriolering of de rioolwaterzuivering. In dat geval weigert de gemeente nieuwe aansluitingen van bedrijven en/of worden bestaande aansluitingen beëindigt.
Buitengebied Voor het buitengebied geldt dat de gemeente huishoudelijk afvalwater en bedrijfsafvalwater dat daar qua biologische afbreekbaarheid op lijkt inzamelt en afvoert, tenzij er sprake is van bijzondere omstandigheden. Deze omstandigheden zijn: • De capaciteit van het bestaande collectieve systeem is niet toereikend. • Het einde van de technische levensduur van het collectieve systeem (leidingen) is aanstaande. • Het effluent van nieuwe decentrale technieken (nieuwe sanitatie) mag het behalen van de waterkwaliteitsdoelen van het ontvangende oppervlaktewater niet in de weg staan. De gemeente onderhoudt de bestaande infrastructuur (drukriolering en gemalen) tenminste tot het moment dat leidingen moeten worden vervangen. Ook biedt de gemeente ruimte voor initiatieven met nieuwe sanitatie. Op het moment dat de infrastructuur aan het einde van de technische levensduur is, kan de gemeente in overleg met het waterschap een nieuwe afweging maken over het invullen van de zorgplicht voor afvalwater in het buitengebied.
19
De expliciete aansluitplicht is vervallen omdat lozing in bodem of oppervlaktewater verboden is als er riolering aanwezig is
23-09-20
GRP HILLEGOM
BH2619-RHD-ZZ-XX-RP-Z-0002
32
Projectgerelateerd
Woonboten Voor woonboten binnen de bebouwde kom geldt een aansluitplicht voor het lozen van huishoudelijk afvalwater op de riolering of op een alternatieve voorziening. De gemeente zorgt voor inzameling van huishoudelijk afvalwater en transport naar een zuivering technisch werk of draagt zorg voor lokale zuivering. In het buitengebied geldt dat de gemeente huishoudelijk afvalwater en bedrijfsafvalwater dat daar qua biologische afbreekbaarheid op lijkt inzamelt en afvoert, tenzij er sprake is van de hierboven genoemde bijzondere omstandigheden.
6.2
Uitwerking doelen
Op grond van de afvalwaterzorgplicht is het doel van de riolering het ‘doelmatig inzamelen en transporteren van afvalwater’, waaraan invulling wordt gegeven door de volgende aspecten20: • Aspect 1: inzameling van het binnen het gemeentelijk gebied geproduceerde afvalwater • Aspect 3: transport van het ingezamelde afvalwater naar een geschikt lozingspunt • Aspect 4: voorkomen van vuiluitworp naar bodem, grond- en oppervlaktewater • Aspect 5: minimale overlast voor de omgeving • Aspect 6: effectief rioleringsbeheer Binnen dit GRP 2021-2025 zijn de volgende hoofddoelen gedefinieerd (zie hoofdstuk 5): • Geen gezondheidsrisico’s vanuit waterketen en watersysteem • Beperken maatschappelijke ontwrichting en schade bij extreme weersomstandigheden • Ecologisch gezond en natuurlijk (grond)watersysteem • Duurzame energievoorziening Met het op adequate wijze invulling geven aan de 5 aspecten wordt een bijdrage geleverd aan het behalen van de vier hoofddoelen van dit GRP:
6.3
Doel 1 - Geen gezondheidsrisico’s vanuit waterketen en watersysteem
Het zoveel mogelijk voorkomen van contact met afvalwater. We willen dat ons rioleringssysteem met alle bijbehorende voorzieningen werkt en in goede kwalitatieve staat verkeert, waardoor er geen afvalwater in het milieu terechtkomt als gevolg van lekkages: met risico’s op oppervlaktewater-vervuiling, bodemverontreiniging en grondwatervervuiling. Inwoners en bezoekers van onze gemeente mogen niet in contact komen met ongezuiverd afvalwater als gevolg van disfunctioneren van het systeem. Wij voeren het afvalwater af naar het overnamepunt van het waterschap. Het beperken van de gezondheidsrisico’s bereiken wij door invulling te geven aan alle genoemde aspecten, zie bijlage 6 (functionele eisen, maatstaven en meetmethoden). In deze paragraaf lichten wij de hoofdzaken toe:
6.3.1
Rioolaansluiting
In het belang van de volksgezondheid en het milieu dienen alle percelen binnen het gemeentelijk gebied van waaruit afvalwater vrijkomt voorzien te zijn van een aansluiting op de riolering, uitgezonderd in situaties waarbij lokale behandeling doelmatiger is. In de huidige situatie zijn alle percelen aangesloten op de riolering. 20 De bij deze aspecten behorende functionele eisen, maatstaven en meetmethoden zijn opgenomen in bijlage 6.
23-09-20
GRP HILLEGOM
BH2619-RHD-ZZ-XX-RP-Z-0002
33
Projectgerelateerd
Voor nieuwbouw geldt dat het afvalwater in principe geloosd wordt op een rioleringssysteem, tenzij de initiatiefnemer aantoont dat er bij het alternatieve systemen sprake is van ‘eenzelfde graad van bescherming van het milieu’ (art. 10.33 lid 2 Wm). Hiermee staat de gemeente op termijn toe dat er onder voorwaarden alternatieve sanitatiesystemen toegepast worden. Uitgangspunt blijft daarbij de bescherming van de volksgezondheid en het milieu. Indien in de nabije toekomst bodemlozende IBA systemen aangelegd worden, dient de werking daarvan door de gemeente gecontroleerd te worden (maatregel A15). Het waterschap is bevoegd gezag voor op oppervlaktewater lozende IBA’s. Voor een nieuwe aansluiting op het gemengd en gescheiden rioleringsstelsel worden door de gemeente kosten in rekening gebracht. Hierin wordt geen onderscheid gemaakt tussen bedrijven en particulieren. Een rioolaansluiting kan aangevraagd worden bij de gemeente.
6.3.2
Frequent beheer en onderhoud
Door gedegen beheer en onderhoud en goed inzicht in de kwaliteit van de assets wordt het risico op storingen, lekkages en afvalwaterlozingen gereduceerd. De gemeentelijke voorzieningen worden hiertoe periodiek gereinigd en geïnspecteerd. Dat geldt zowel voor de rioleringsbuizen en randvoorzieningen als voor pompen en gemalen. Ingrijpmaatstaven worden beoordeeld en verholpen (indien doelmatig). In het RBP zijn de door de gemeente noodzakelijk geachte beheer- en onderhoudsfrequenties en bijbehorende kosten weergegeven. Pomp- en gemaalstoringen dienen adequaat en binnen 24 uur verholpen te worden om verontreiniging van oppervlaktewater, grondwater en/of bodem te voorkomen. In hoofdstuk 3.8 is een overzicht opgenomen van de (beheer- en onderhouds) maatregelen die getroffen worden om de kwalitatieve staat te waarborgen (bron RBP).
6.3.3
Rioolvervanging
Om bodem- en grondwaterverontreiniging te voorkomen worden de kwalitatief slechte riolen gerepareerd of vervangen. De noodzakelijke maatregelen zijn in beeld. In de planperiode is hiervoor jaarlijks € 270.000 tot € 290.000 benodigd (maatregel A3, zie hoofdstuk 3.4). Eventuele calamiteiten worden eveneens uit dit budget gefinancierd. Bij rioolvervanging wordt gelijktijdig afgekoppeld, indien doelmatig (hoofdstuk 7, maatregel H1). Gelijktijdig met de rioolvervanging worden de huisaansluitingen vervangen. Hiervoor is in de planperiode een bedrag van € 50.000 per jaar beschikbaar (maatregel A16). Het bedrag is bepaald op basis van de hoogte van de gemiddelde vervangingsinvestering in de periode 2021-2025 ten opzichte van de vervangangingsopgave en het beschikbare budget in GRP 2016-2020. De hydraulische knelpunten zijn in beeld. Deze worden de komende jaren aangepakt (hoofdstuk 6.3.5). Vervanging riolering Indien het om financiële of uitvoeringstechnische redenen gunstiger is om riolering te relinen in plaats van te vervangen, dan kiezen wij daar ook voor. In de afweging houden wij ook rekening met de mogelijkheid van afkoppelen, vervangen huisaansluitingen en/of de noodzaak om drainage mee te leggen. In de kostenraming gaan wij uit van vervangingskosten, aangezien het op voorhand niet te zeggen is welke riolen eventueel gerelined worden en welke meerkosten daarmee gemoeid zijn.
Mocht relining (inclusief meerkosten) in de praktijk kostenefficiënter zijn, dan zullen de overschotten naar de voorziening vloeien. Bij een tussenevaluatie wordt de ontwikkeling van de rioolheffing heroverwogen mede op basis van het saldo in de voorziening. Voor de bepaling van de benodigde vervangingsbudgetten is gebruik gemaakt van het RBP.
23-09-20
GRP HILLEGOM
BH2619-RHD-ZZ-XX-RP-Z-0002
34
Projectgerelateerd
6.3.4
Vervanging pompen en gemalen
Om de staat van de mechanische riolering te toetsen en waarborgen vindt er periodiek beheer en onderhoud plaats en worden storingen adequaat verholpen, zie hoofdstuk 3.7. Er zijn nog geen bouwkundige en druken persleiding vervangingen benodigd de komende jaren. Elektromechanische vervangingen van pompen en gemalen vinden gemiddeld eens in de 15 jaar plaats. Daarvoor is in de planperiode gemiddeld € 200.000 per jaar benodigd (maatregel A5).
6.3.5
Voorlichting en communicatie
Voorkomen contact met afvalwater en milieu-impact Tijdens extreme neerslag kan er water op straat voorkomen; deels is dit (sterk) verdund afvalwater vanuit de gemengde riolering. Het moet voor onze inwoners duidelijk zijn dat dit géén schoon water is en dat contact met dit water schadelijk kan zijn voor de gezondheid van mens en dier. Wij attenderen onze inwoners erop voorzichtig om te gaan met water op straat en hier niet in te spelen. Dit doen wij door hier jaarlijks aandacht aan te besteden op de gemeentelijke website en in de lokale media (maatregel ALG5). Water op straat bij hevige neerslag is niet altijd te voorkomen, ook niet vanuit het gemengde rioolstelsel. Wij treffen maatregelen op locaties die in de praktijk niet aan de norm voldoen. In hoofdstuk 3.5 is aangegeven dat dit onder andere de Voltstraat en de Ampèrestraat betreft, alsmede de Trompstraat - Michiel de Ruijterstraat (maatregel H2). Meldingen nemen wij serieus Wanneer er meldingen komen over een slechte waterkwaliteit, doen wij en/of het waterschap onderzoek naar de oorzaak een het eventuele aandeel van de riolering daaraan, voordat (indien doelmatig) maatregelen getroffen worden. Wij sturen niet enkel op vuilemissie vanuit het rioolstelsel, maar op kwaliteit van het ontvangende oppervlaktewater.
6.4
Doel 2 - Beperken ontwrichting en schade bij extreme weersomstandigheden
Als gevolg van klimaatverandering komt extreme neerslag vaker voor en neemt de intensiteit hiervan toe. Wij blijven doorgaan met het scheiden van vuilwater- (afvalwater) en schoonwaterstromen (zoals hemelwater en grondwater), waardoor minder vaak ongezuiverde riooloverstorten plaatsvinden, water op straat bij hevige buien minder vervuild is én het risico op wateroverlast (schade) als gevolg van klimaatverandering gereduceerd wordt. Wij hebben de gevoelige locaties in kaart gebracht (zie de kaarten met waterdieptes bij klimaatbuien in bijlage 5) en zullen de komende decennia maatregelen treffen om de openbare ruimte in 2050 klimaatadaptief ingericht te hebben. Hiermee worden risico’s beperkt ten aanzien van stremming van het verkeer (urgent bij calamiteiten) en het risico op schade als gevolg van extreme neerslag. Voor een nadere invulling hiervan wordt verwezen naar hoofdstuk 7. Ook hiervoor geldt dat de voorzieningen niet alleen aanwezig moeten zijn, maar dat deze óók onder extreme situaties moeten functioneren. Wij hebben een goed beeld van de staat van onze assets en beheren en onderhouden deze frequent, zodat de assets ook in extreme situaties blijven functioneren (zoals ook in hoofdstuk 6.3.2 aangegeven).
6.5
Doel 3 - Ecologisch gezond en natuurlijk watersysteem
We streven als gemeente naar een gezonde én aantrekkelijke leefomgeving, daar hoort een ecologisch gezond en natuurlijk (grond)watersysteem bij. Om dit te bereiken streven we er naar de afvalwaterketen doelmatig te beheren en beperken wij de emissie vanuit de riolering op het oppervlaktewater zoveel als mogelijk.
23-09-20
GRP HILLEGOM
BH2619-RHD-ZZ-XX-RP-Z-0002
35
Projectgerelateerd
Vanuit de afvalwaterzorgplicht zijn twee zaken relevant in dit kader: a) het beperken van de vuilemissie vanuit het rioolstelsel en b) het voorkomen van grondwater- en bodemverontreiniging als gevolg van lekke riolen. We beperken de vuilemissie vanuit het rioolstelsel door af te koppelen indien doelmatig. Daarover meer in hoofdstuk 7. Daarnaast willen wij inzicht in de aanwezigheid van foutieve afvalwateraansluitingen op hemelwaterriolen (die het water afvoeren naar oppervlaktewater of naar de bodem). Om een indicatie te krijgen over het aantal (en de effecten van) foutaansluitingen wordt tijdens de inspectie van hemelwaterriolen ook gekeken naar de aanwezigheid van vuilwateraansluitingen hierop (onderdeel van maatregel A2).
6.6
Doel 4 - Duurzaamheid
Er zijn verscheidene ontwikkelingen gaande op het gebied van duurzaamheid. Wij zijn voorstander van het hergebruik van grondstoffen. Als gemeente zullen wij niet autonoom (solistisch) innovatieve ontwikkelingen oppakken; wij sluiten ons aan bij initiatieven binnen het samenwerkingsverband Kennemerland en van het Hoogheemraadschap van Rijnland. Voorbeelden kunnen zijn vergisting van rioolslib (rioolslib als grondstof) en nieuwe vormen van sanitatie. Wij streven middels planmatig en preventief onderhoud en een goed inzicht van het actueel functioneren (via telemetrie) naar het reduceren van energieverbruik en het gebruik van fossiele brandstoffen. Door dit planmatig uit te voeren verbruiken de pompen en gemalen minder energie en neemt het aantal storingen af. Bij minder storingen wordt de monteur minder frequent ad-hoc opgeroepen, hetgeen leidt tot een beperking van het gebruik van fossiele brandstoffen. Er wordt onderzoek uitgevoerd naar de deels verouderde telemetrie en beleid opgesteld ten aanzien van de modernisatie daarvan (maatregel A14).
23-09-20
GRP HILLEGOM
BH2619-RHD-ZZ-XX-RP-Z-0002
36
Projectgerelateerd
7
Hemelwaterzorgplicht
7.1
Inleiding zorgplicht hemelwater
De gemeente is verantwoordelijk voor inzameling van afstromend hemelwater van percelen, waarvan de eigenaren niet zelf kunnen voorzien in afvoer naar oppervlaktewater of bodem. Als de gemeente hemelwater inzamelt, is ze ook verantwoordelijk voor de verdere omgang, inclusief de lozing op oppervlaktewater of in de bodem. Zij kan het zowel gescheiden van als gemengd met afvalwater inzamelen. De gekozen route bepaalt de betrokkenheid van de waterbeheerder. Het waterschap kan betrokken zijn als beheerder van de ontvangende zuivering of van het ontvangende oppervlaktewater, soms van beide.
7.1.1
Zorgplicht hemelwater in de Omgevingsvisie
Zorgplicht hemelwater in Omgevingsvisie (artikel 2.16, lid 1a-1 Ow) Hemelwater niet inzamelen tenzij, … Het algemene uitgangspunt dat de gemeente hanteert, is dat water dat schoon is zo veel mogelijk schoon dient te blijven. Gebouwen en percelen lozen geen hemelwater op de gemeentelijke riolering, tenzij dit in het belang van de leefbaarheid of volksgezondheid noodzakelijk is. Dat geldt naast de private percelen ook voor gebouwen en percelen van de gemeente zelf. Hieronder wordt per gebiedstypologie (bestaande bouw, nieuwbouw en buitengebied) beschreven hoe de gemeente invulling wil geven aan de zorgplicht hemelwater. Bestaande bouw Voor bestaande gebouwen en percelen geldt dat de gemeenten het hemelwater, als zij dat op het moment van het vaststellen van de Omgevingsvisie al doet, blijft inzamelen en transporteren naar een zuivering technisch werk (AWZI), het oppervlaktewater of in de bodem (bij gescheiden riolering). Het gescheiden aanleveren van te lozen regenwater en afvalwater op het gemeentelijk rioolstelsel en het verwerken van overtollig regenwater op het eigen perceel wordt door de gemeente en het waterschap gestimuleerd.
Bij knelpunten met betrekking tot wateroverlast en bij rioolvervangingsprojecten, waarbij gemengde riolering wordt vervangen door een gescheiden riolering kan de gemeente het lozen van hemelwater op het vuilwater of gemengde riool verbieden of een bergingseis opleggen. (Ver)Nieuwbouw Bij nieuwbouwsituaties zamelt de gemeente geen regenwater in. De eigenaar van gebouwen en percelen verwerkt het regenwater zelf binnen de perceelgrens, tenzij dat technisch onmogelijk is. Buitengebied In het buitengebied zamelt de gemeente geen regenwater in. Dit geldt zowel voor bestaande bouw als (ver)nieuwbouw. De eigenaar van gebouwen en percelen verwerkt zijn regenwater zelf op het eigen terrein of voert het in overleg met het waterschap af naar het oppervlaktewater.
7.2
Uitwerking doelen
Op grond van de hemelwaterzorgplicht is het doel van de riolering ‘een doelmatige inzameling van afstromend hemelwater van percelen, waarvan de eigenaren niet zelf kunnen voorzien in afvoer naar oppervlaktewater of bodem’, waaraan invulling wordt gegeven door de volgende aspecten21: • Aspect 2: doelmatig omgaan met de inzameling van hemelwater • Aspect 5: minimale overlast voor de omgeving 21 De bij deze aspecten behorende functionele eisen, maatstaven en meetmethoden zijn opgenomen in bijlage 6.
23-09-20
GRP HILLEGOM
BH2619-RHD-ZZ-XX-RP-Z-0002
37
Projectgerelateerd
Binnen dit GRP 2021-2025 zijn de volgende hoofddoelen gedefinieerd (zie hoofdstuk 5): • Geen gezondheidsrisico’s vanuit waterketen en watersysteem • Beperken maatschappelijke ontwrichting en schade bij extreme weersomstandigheden • Ecologisch gezond en natuurlijk (grond)watersysteem • Duurzame energievoorziening Met het op adequate wijze invulling geven aan de 2 aspecten wordt een bijdrage geleverd aan het behalen van de vier hoofddoelen van dit GRP:
7.3
Doel 1 - Geen gezondheidsrisico’s vanuit waterketen en watersysteem
Vanuit de hemelwaterzorgplicht wordt ingezet op het zoveel mogelijk scheiden van vuilwater (afvalwater) en schoonwater (hemel- en grondwater), zodat overstorten minder vaak plaatsvinden en water op straat bij hevige regen minder verontreinigd is.
7.3.1
Bestaand gerioleerd gebied – rioolvervanging versus relining
Het scheiden van vuilwater- en schoonwaterstromen doen wij in bestaande gerioleerde gebieden indien het riool vervangen moet worden en wij werk met werk kunnen maken. Daarbij maken wij altijd de afweging of afkoppeling in de betreffende situatie ook doelmatig is. Aspecten die daarbij beoordeeld worden zijn: • Hydraulisch functioneren in de huidige situatie (wordt voldaan aan de norm) • Kwetsbaarheid van de locatie en omgeving voor extreme neerslag (kaarten bijlage 5) • Milieutechnisch functioneren van het stelsel - kwaliteit oppervlaktewater • Droogteproblematiek huidig of in de toekomst (onderdeel stresstest) • Hittegevoeligheid van de locatie (idem) • Mogelijkheid tot relinen aanwezig? • Maatregelen en ingrepen in openbare ruimte door andere disciplines (wegen, groen, kabels en leidingen (aanleg warmtenet), herstructurering, …)
7.3.2
Nieuwbouw
Bij nieuwbouw wordt het hemelwater binnen de perceelgrens verwerkt door de eigenaar, tenzij dat technisch niet mogelijk is. Daarmee wordt zoveel mogelijk tegengegaan dat er bij hevige neerslag verontreinigd water op straat komt, zie Doel 2.
7.4
Doel 2 - Beperken ontwrichting en schade bij extreme weersomstandigheden
Het stedelijk gebied zal in de komende decennia klimaatbestendig gemaakt moeten worden om regenwateroverlast, verdroging en/of vernatting van de bodem en hittestress te voorkomen.22 Wij streven naar een leefbare omgeving, waarin de negatieve gevolgen van klimaatverandering zo veel mogelijk worden beperkt. Dat betekent dat maatschappelijke ontwrichting en schade aan gebouwen en hoofdinfrastructuur als gevolg van waterschade zoveel mogelijk wordt beperkt.
22 Klimaatmaatregelen die niet gelieerd zijn aan genoemde wettelijke zorgplichten, bijvoorbeeld enkel ter bestrijding van hittestress,
worden niet uit de rioolheffing bekostigd. 23-09-20
GRP HILLEGOM
BH2619-RHD-ZZ-XX-RP-Z-0002
38
Projectgerelateerd
In 2050 dient onze openbare ruimte klimaatbestendig ingericht te zijn. Wij hebben de volgende ambitie ten aanzien van het anticiperen op klimaatverandering. De ambitie kan nog aangepast of aangescherpt worden naar aanleiding van de nog uit te voeren risicodialogen.
7.4.1
Ambitie anticiperen op klimaatverandering - hydraulisch functioneren
Tijdens normale neerslagomstandigheden in het huidig klimaat dient in Hillegom het hemelwater volledig via de riolering afgevoerd te kunnen worden. Hillegom houdt hier conform haar DoFeMaMe Bui08 aan (zie bijlage 6). Bij deze bui is (eenmaal per 2 jaar) in beperkte mate water op straat toelaatbaar. Volgens de klimaatscenario’s van het KNMI (WH2050) is het aannemelijk dat de intensiteit en omvang van zware buien toeneemt. Om die reden houdt de gemeente Hillegom het volgende aan: • Bij nieuwbouw23 / nieuwe riolering kan optimaal geanticipeerd worden op klimaatverandering. Om deze reden dienen nieuw aan te leggen (regenwater)stelsels bij nieuwbouw gedimensioneerd te worden op een standaardbui die theoretisch eens in de 10 jaar voorkomt (Bui10 van Kennisbank Stedelijk Water, Stichting RIONED). Bij deze bui mag geen water op straat optreden. • Bij Bui08 is de waakhoogte minimaal 20 centimeter. • In situaties waarbij de riolering functioneel door nog zwaardere buien niet meer voldoet dient de maaiveldinrichting van de openbare ruimte de bergings- en afvoerfunctie van de riolering over te nemen. Er mag in deze situaties geen afwenteling plaatsvinden op de omliggende percelen. Dit is vastgelegd in de leidraad inrichting openbare ruimte (Lior) van Hillegom. Bij bestaande riolering wordt niet standaard gedimensioneerd op Bui10.
De afweging in hoeverre de riolering zwaarder gedimensioneerd kan worden of in hoeverre berging op of afvoer over maaiveld doelmatig is, is maatwerk. Hierbij wordt het effect op de rioolafvoer van andere locaties en het watersysteem ook afgewogen. Hillegom maakt deze afweging momentele alleen voor concrete overlastsituaties. Bij neerslagomstandigheden met herhalingstijden van eens per 10 jaar in het huidig klimaat (Bui10), mag in 2D-modelberekeningen in Hillegom geen hemelwater via maaiveld of vanuit de riolering naar particuliere terreinen stromen. Doel hiervan is het voorkomen van schade op particulier terrein.
7.4.2
Waterberging
Bij planologische ontwikkelingen (nieuwbouw) wordt de watertoets doorlopen, zoals vastgelegd in de Waterwet. De watertoets is een instrument om als initiatiefnemer en waterbeheerder de waterbelangen breed bekend te maken en deze mee te nemen in het ontwikkel- en ontwerpproces. Hierbinnen worden eisen, randvoorwaarden en uitgangspunten ten aanzien van onder andere (compenserende) waterberging besproken en vastgelegd. Om de kans op wateroverlast tijdens extreme neerslag en/of natte perioden te reduceren, sluiten wij ons wat betreft waterberging bij nieuwbouw (nieuwbouw, herbouw of uitbreiding van bestaande bebouwing) aan bij het beleid van Hoogheemraadschap van Rijnland. De minimale hoeveelheid waterberging die gerealiseerd moet worden binnen een plangebied hangt af van de toename aan verhard oppervlak als gevolg van de ontwikkelingen. Voor de regels omtrent compenserende waterberging bij uitbreiding van stedelijk gebied wordt verwezen naar de website van het Hoogheemraadschap van Rijnland: www.Rijnland.net/uw-loket/vergunningen/alle-regels-op-een-rij/ Particulieren moeten zich in beginsel houden aan de voorkeursvolgorde en stedelijke afvalwaterstromen gescheiden houden (Wet Milieubeheer art. 10.29a). Bij nieuwe woningen is dit het uitgangspunt. Bij bestaande woningen kan dit bij renovatie worden toegepast.
23
Nieuwbouw is gedefinieerd als, nieuwbouw, herbouw of uitbreiding van bestaande bebouwing.
23-09-20
GRP HILLEGOM
BH2619-RHD-ZZ-XX-RP-Z-0002
39
Projectgerelateerd
De particulier draagt zelf zorg voor de verwerking en/of afvoer van hemel- en grondwater op eigen terrein. Waar mogelijk wordt afgevoerd naar de bodem of naar het oppervlaktewater. Expliciet wordt gesteld dat lozing van hemel- en grondwater op een drukrioleringssysteem niet is toegestaan.
7.4.3
Knelpunten klimaatstresstest
Uit de in 2019 in HLT verband uitgevoerde klimaatstresstest zijn ten aanzien van potentiële wateroverlast een aantal knelpuntlocaties naar voren gekomen. Zie onderstaande figuur. In 2020 heeft Hillegom nadere berekeningen uit laten voeren waarin extreme klimaatbuien doorgerekend zijn (bijlage 5).
Figuur 15 HLT Klimaatstresstest – wateroverlast knelpunten: https://hltsamen.klimaatatlas.net/
De resultaten van deze nadere berekeningen dienen als input voor de risicodialoog, die zal leiden tot aanpassing van onderstaande risico-tabel en het opstellen van een uitvoeringsprogramma.
Figuur 16 Risico's ten aanzien van wateroverlast (klimaatatlas)
7.4.4
Afkoppelen en aanpassen openbare ruimte
Voor heel Hillegom geldt dat het verdergaand afkoppelen van verhard oppervlak bijdraagt aan het verminderen van water-op-straat. Ook kan het aanpassen van het wegprofiel en de realisatie van oppervlakkige waterberging hieraan bijdragen. Kansen die zich voor doen om mee te liften met herinrichtingwerkzaamheden worden benut.
23-09-20
GRP HILLEGOM
BH2619-RHD-ZZ-XX-RP-Z-0002
40
Projectgerelateerd
De daadwerkelijke investeringen zijn afhankelijk van de ambitie (risicodialoog). Vooruitlopend op een exacte berekening, anticiperen wij hierop met een uitbreiding van het afkoppelbudget in de periode 2021-2050. Het afkoppelbudget wordt bepaald op basis van het rioolvervangingsniveau en opgenomen in de berekening van de langjarige ontwikkeling van de kostendekkende rioolheffing (maatregel H1): in de planperiode 50% van het geraamde rioolvervangingsbudget en daarna 40%. Deze investering is voor het bijleggen van een regenwaterriool bij rioolvervanging inclusief afkoppeling van verhard oppervlak én eventuele meerkosten voor het uitvoeren van bovengrondse maatregelen om de kans op wateroverlast tijdens extreme neerslag te reduceren. Daarnaast voeren wij de komende planperiode maatregelen uit om urgente overlastsituaties aan te pakken (maatregel H2), volgend uit de actualisatie van de hydraulische berekeningen in 2020 (hoofdstuk 6.3.5). Dit leidt in 2021-2050 tot een investeringsvolume van € 6,9 miljoen, dat als volgt verdeeld is over de jaren: Periode 2021-2025 2026-2030 2031-2035 2036-2040 2041-2045 2046-2050
Investering afkoppelen (maatregel H1) € 150.000 per jaar € 180.000 per jaar € 290.000 per jaar € 160.000 per jaar € 250.000 per jaar € 250.000 per jaar
Aanpak urgente overlastlocaties (maatregel H2) € 100.000 per jaar
Figuur 17 Investeringen klimaatadaptatie
7.4.5
Bouwpeil bij verbouw en nieuwbouw
Het bouwpeil is van belang voor de waterhuishouding binnen de gemeente omdat het bouwpeil invloed heeft op de ontwateringsdiepte en op de gevoeligheid van gebouwen voor waterschade als er bij hevige neerslag water op straat komt te staan. Door het voorschrijven van een minimaal bouwpeil, kan de gewenste ontwateringsdiepte gerealiseerd en in stand gehouden worden en wordt de kans op schade door water op straat beperkt. Met het oog op het beperken van wateroverlast wordt bij nieuwbouw of vernieuwbouw van een gebouw de beganegrondvloer van het gebouw ten minste 20 cm boven straatpeil gebouwd.
7.4.6
Rol inwoners
Kennemerland streeft naar een intensieve samenwerking en een actieve rol van inwoners en bedrijven en daar sluiten wij ons als gemeente bij aan. Inwoners en het bedrijfsleven worden actief betrokken bij de risicodialoog (Wat accepteren we en waar zijn maatregelen nodig? En wie neemt die maatregelen?) en wij gaan hen uitdagen om zelf ook bij te dragen aan de gezamenlijke opgave om in 2050 klimaatadaptief ingericht te zijn. Wij proberen daarbij breder te kijken dan alleen naar de aanpak van wateroverlast, hitte-stress, grondwateren droogte problemen, maar ook naar andere ambities de we hebben, of onderwerpen die bewoners belangrijk vinden zoals duurzaamheid, leefbaarheid, gezondheid, verkeersveiligheid, biodiversiteit etc. Andere instrumenten die we de komende jaren in kunnen zetten om inwoners en ondernemers te stimuleren zijn onder andere: - Organiseren van workshops/informatiebijeenkomsten - Samenwerking met hoveniersbedrijven en tuincentra - Communiceren over pilots afkoppelen en voorbeeldtuinen - Omwonenden enthousiasmeren om aan te haken bij ingrepen in de openbare ruimte door zelf het goede voorbeeld te geven en klimaatadaptatie daar een prominente rol in te geven - Bereikbaar zijn voor vragen over afkoppelen op particulier terrein of de aanleg van een groen dak (coaching) - Samenwerking met verenigingen en woningbouwcorporaties 23-09-20
GRP HILLEGOM
BH2619-RHD-ZZ-XX-RP-Z-0002
41
Projectgerelateerd
Daarnaast is het belangrijk de bewustwording te versterken en kennis te vergroten m.b.t. klimaatverandering, weersextremen en de effecten daarvan op ons leven en de leefomgeving. Genoemde activiteiten vallen onder maatregel ALG5. Onderzocht wordt of het doelmatig is om een bijdrageregeling voor afkoppelen van verhard oppervlak en/of de aanleg van groene daken in het leven te roepen (subsidie). In de planperiode wordt deze afweging gemaakt en (indien positief) geïmplementeerd (maatregel H3).
7.5
Doel 3 - Ecologisch gezond en natuurlijk watersysteem
Om een economisch gezond en natuurlijk watersysteem te bereiken streven we er naar de afvalwaterketen doelmatig te beheren en beperken wij de emissie vanuit de afvalwaterketen op het oppervlaktewater zoveel als mogelijk. Uitgangspunt in het huidige landelijke waterbeleid is een duurzame waterketen waarin vuil en schoon water zoveel mogelijk gescheiden worden en blijven en de trits vasthouden–bergen-afvoeren van toepassing is. Hier geven wij invulling aan door afkoppeling, de aanleg van gescheiden stelsels, het niet accepteren van hemelwater op de vuilwaterriolering bij nieuwbouw en het stimuleren van particuliere initiatieven. Het hoogheemraadschap stelt geen expliciete kwaliteitseisen aan hemelwater dat op oppervlaktewater geloosd wordt. Hemelwater mag geloosd worden mits het de kwaliteit van het ontvangende water niet negatief beïnvloedt. Hoogheemraadschap en gemeente treden met elkaar in overleg over de te treffen maatregelen bij het lozen van afstromend hemelwater, zodat deze lozingen geen belemmering zijn voor een goede waterkwaliteit. Uitgangspunt is dat afstromend hemelwater “in beginsel schoon genoeg is om zonder verdere maatregelen terug te brengen in het milieu”. Wanneer het water echter afkomstig is van druk bereden wegen, markten, of oppervlakken van uitlogende bouwmaterialen (koper, zink), dan zullen hieraan eisen gesteld worden.
Bij afkoppeling van bestaande verharding worden kolken met extra grote zandvangers aangebracht. Bij nieuwbouw, waarbij afkoppeling (eigenlijk: niet aankoppeling) standaard is, dient de ontwikkelaar maatregelen te treffen zodat de kwaliteit van het afstromende hemelwater aan de eisen voldoet. Hierbij wordt tevens verwezen naar de zorgplicht in het BlBi.
7.6
Doel 4 - Duurzaamheid
Zoals bij doel 3 aangegeven is het uitgangspunt een duurzame waterketen waarin vuil en schoon water zoveel mogelijk gescheiden worden en blijven en de trits vasthouden–bergen-afvoeren van toepassing is. Op bedrijventerreinen is veelal een verbeterd gescheiden stelsel (VGS) toegepast. Doel van een VGS is dat bij een bui het eerste deel van de neerslag (meest verontreinigde deel) naar het vuilwaterriool en dus naar de zuivering afgevoerd wordt, terwijl de overige neerslag geloosd wordt op oppervlaktewater. In de praktijk wordt echter circa 90% van het hemelwater naar de zuivering afgevoerd. Dit zien wij als ondoelmatig en niet duurzaam, aangezien wij hiervoor wel een dubbel stelsel aangelegd en te beheren hebben. Een deel van de verbeterd gescheiden stelsels is al omgebouwd tot volledig gescheiden stelsels, waardoor het hemelwater niet langer afgevoerd wordt naar de zuivering. De komende planperiode bouwen wij ook de resterende verbeterd gescheiden stelsel in de Beekstraat om (maatregel H4).
23-09-20
GRP HILLEGOM
BH2619-RHD-ZZ-XX-RP-Z-0002
42
Projectgerelateerd
8
Grondwaterzorgplicht
8.1
Inleiding zorgplicht grondwater
De gemeente is verantwoordelijk voor het nemen van maatregelen in de openbare ruimte om structureel nadelige gevolgen van de grondwaterstanden voor de aan die grond gegeven bestemming zo veel mogelijk te voorkomen. Althans, voor zover de maatregelen doelmatig zijn en niet tot de zorg van het waterschap of de provincie behoren. Vaak zal het gaan om het aanbieden van inzamelvoorzieningen voor overtollig grondwater. Als de gemeente inzamelt, is ze ook verantwoordelijk voor de verdere omgang met het grondwater. Ook is zij aanspreekpunt bij grondwaterproblemen: zij heeft de regie bij het onderzoeken van oorzaken en oplossingen. Onder structureel verstaat de gemeente: regelmatig terugkerend, inhoudend dat het minimaal 2 gebeurtenissen per locatie per jaar gedurende minimaal 3 jaar betreft en dat de overlast langer dan 5 dagen aaneengesloten aanhoudt. Daarnaast moet de klacht het gevolg zijn van een te hoge grondwaterstand in het openbaar gebied. Voor de gewenste ontwatering wordt verwezen naar de in dit hoofdstuk opgenomen tabellen. Onder nadelige gevolgen van de grondwaterstand verstaat de gemeente: • Significante belemmering van het normale gebruik van de bestemming zoals vastgelegd in het bestemmingsplan/omgevingsplan; • chronische gezondheidsklachten, of • schade aan gebouwen of infrastructuur (niet als gevolg van bouwkundige gebreken).
8.1.1
Zorgplicht grondwater in de Omgevingsvisie
Zorgplicht grondwater omgevingsvisie (artikel 2.16, lid 1a-2) Grondwater niet inzamelen, tenzij… Het algemene uitgangspunt dat de gemeente hanteert, is dat eigenaren van gebouwen en percelen zelf verantwoordelijk zijn voor de verwerking van overtollig grondwater, tenzij dit in het belang van de leefbaarheid of volksgezondheid niet haalbaar en niet doelmatig is. Hierbij wordt geen onderscheid gemaakt naar gebiedstypen. Dat geldt dus ook voor de gemeente zelf als gebouw- en perceeleigenaar. Bij nieuwbouw dient rekening te worden gehouden met de grondwaterstand, zodat er bij deze nieuwbouw geen nadelige gevolgen ontstaan, maar er ook niet wordt afgewenteld op de omgeving.
8.2
Uitwerking doelen
Het hoofddoel van de grondwaterzorgplicht is het voorkómen van het ontstaan van nieuwe structurele grondwateroverlast (aspect 7 in bijlage 6) en is de gemeente aanspreekpunt bij grondwaterproblemen: zij heeft de regie bij het onderzoeken van oorzaken en oplossingen. Binnen dit GRP 2021-2025 zijn de volgende hoofddoelen gedefinieerd (zie hoofdstuk 5): • Geen gezondheidsrisico’s vanuit waterketen en watersysteem • Beperken maatschappelijke ontwrichting en schade bij extreme weersomstandigheden • Ecologisch gezond en natuurlijk (grond)watersysteem • Duurzame energievoorziening Met het op adequate wijze invulling geven aan de genoemd aspect 7 wordt een bijdrage geleverd aan het behalen van de vier hoofddoelen van dit GRP:
23-09-20
GRP HILLEGOM
BH2619-RHD-ZZ-XX-RP-Z-0002
43
Projectgerelateerd
8.3
Doel 1 - Geen gezondheidsrisico’s vanuit waterketen en watersysteem
Te hoge grondwaterstanden (dikwijls in combinatie met bouwkundige gebreken) kunnen leiden tot gezondheidsrisico’s. Om die reden streven wij naar voldoende drooglegging bij nieuwbouw en het samen met betrokkenen aanpakken van bestaande structurele grondwateroverlast.
8.3.1
Voorkomen van grondwaterproblemen bij nieuwbouw
Om het ontstaan van grondwaterproblemen bij nieuwbouw te voorkomen hebben wij de minimale drooglegging en ontwateringsdiepten vastgelegd in de Lior. Grondwaterbeleid bij nieuwbouw Bij nieuwbouw bestaat vaak nog de mogelijkheid om een nieuwe ontwateringsdiepte in te stellen. Voor grondwaterstanden bestaan echter geen wettelijke normen. Dit is begrijpelijk, omdat het grondwatersysteem complex is en zich niet eenvoudig laat sturen. Het vaststellen van de gewenste grondwaterstand is een bouwkundige, civieltechnische en financiële afweging. Dit verschilt als gevolg van de lokale omstandigheden en ambities per project. Wij hanteren voor het bouwrijp maken van nieuwe gebieden richtlijnen. Deze richtlijnen zijn gericht op het voorkomen van grondwateroverlast en het vasthouden van water in de bodem. De gewenste drooglegging en ontwateringsdiepte voor nieuwbouw is onderstaand weergegeven. Figuur 18 Schematische weergave drooglegging en ontwateringsdiepte
Drooglegging en ontwateringsdieptes bij nieuwbouw Drooglegging tenminste 1,20 m of zoveel hoger om een (aanvullend) ontwateringssysteem overbodig te maken. Minimaal benodigde ontwatering: - woningen met kruipruimte *
0,70 m
- woningen zonder kruipruimte *
0,30 m
- groenvoorzieningen
0,50 m
- secundaire wegen en woonstraten **
0,70 m
- primaire wegen **
1,00 m
- bedrijventerreinen
1,00 m
* = ten opzichte van onderkant vloer
** = ten opzichte van kruin van de weg
Figuur 19 Nieuwbouw drooglegging en ontwateringsdieptes (Lior)
De gewenste ontwateringsdieptes hebben alleen betrekking op het stedelijk gebied van Hillegom. De ontwateringsdiepte is het verschil tussen het maaiveld en de gemiddeld hoogste grondwaterstand (GHG). De gemeente beveelt ontwikkelaars aan om het vloerpeil van gebouwen bij nieuwbouw minimaal 0,20 meter boven wegpeil te leggen.
23-09-20
GRP HILLEGOM
BH2619-RHD-ZZ-XX-RP-Z-0002
44
Projectgerelateerd
Realisatie gewenste ontwatering bij nieuwbouw door ophoging Het grondwaterbeleid is gericht op het zo min mogelijk verplaatsen van grondwater, ofwel een zogenaamde hydrologisch neutrale inrichting. Het bouwen op locaties met een goede ontwatering geniet uiteraard de voorkeur, maar dergelijke locaties worden steeds schaarser. Op locaties waar de ontwatering onvoldoende is, wordt het terrein via geheel of gedeeltelijke ophoging hydrologisch neutraal ingericht. De bodem wordt zo optimaal mogelijk opgebouwd en storende lagen worden verwijderd of doorbroken tijdens het bouwrijp maken. In sommige gevallen, bijvoorbeeld bij inbreidingslocaties, kan ophogen niet of maar beperkt mogelijk zijn. In die gevallen kan de ontwatering eventueel gerealiseerd worden door het beperkt afvoeren van grondwater door bijvoorbeeld drainage. Drainage mag alleen toegepast worden om de pieken in grondwaterstanden af te toppen. De keuze voor drainage in plaats van ophoging moet in overleg met gemeente en hoogheemraadschap onderbouwd worden door een doelmatigheidsafweging op o.a. duurzaamheid, kosten, beheer e.d. Gemeente geeft actief sturing aan het proces van bouwrijp maken Via het instrument van de watertoets (waterparagraaf in bestemmingsplan) en via de Lior wordt door de gemeente actief sturing gegeven aan het proces van bouwrijp maken.
De ontwikkelaar zorgt voor minimaal 1 jaar aan metingen van de grondwaterhuishouding (middels peilbuizen) als input voor de waterparagraaf van een ontwikkeling. De geplaatste peilbuizen op de ontwikkelingslocatie moeten in uitvoering en locatie geschikt zijn om gehandhaafd te worden na oplevering van de ontwikkeling zodat de gemeente het meetpunt kan opnemen in het gemeentelijke grondwatermeetnet.