Db04 Raadsbrief Regionale Realisatieagenda Wonen Holland Rijnland.pdf
Tekst van het document
Geluid De Aanvullingswet geluid bevat de wet- en regelgeving over geluid onder de Omgevingswet. Met de beoogde inwerkingtreding van de Omgevingswet treedt ook de Aanvullingswet geluid in werking. Dit gaat gepaard met een aantal beleidswijzigingen, waaronder een wettelijke verplichting om cumulatieve geluidbelasting mee te nemen in de verantwoording van ruimtelijke ontwikkelingen. In de rekenregels voor deze cumulatieve geluidbelasting is luchtvaart zodanig meegenomen, dat deze in een zeer groot gebied de dominante factor wordt. Dat lijkt een beperkende factor voor de woningbouwplanning van verschillende gemeenten in de regio te betekenen. In NOVEX Regio Schiphol wordt een oplossing voor deze beperking gezocht, als voorbereiding op een bestuurlijk overleg. In relatie tot geluid in de regio spreken partijen het volgende af: • Alle partijen erkennen het belang van het terugdringen van geluidsoverlast voor een gezonde leefomgeving • In 2023 onderzoeken Rijk, provincie en gemeenten in de context van NOVEX-gebied Regio Schiphol de effecten van de aanpassing van de geluidsnormering, evenals naar mogelijk andere benodigde acties om deze effecten te mitigeren. De Omgevingsdienst wordt hier ook bij betrokken.
Middelen en sturing voor verhogen aandeel betaalbaarheid Het realiseren van voldoende betaalbare woningen om te voldoen aan de doelstellingen is een zeer grote opgave. Om de kwalitatieve doelstellingen van sociaal en betaalbaar in de regio Holland Rijnland op het gewenste niveau te brengen zijn meer middelen en instrumentarium noodzakelijk. • • • • • •
De minister van voor VRO, in consultatie met partijen sturingsmogelijkheden onderzoekt voor Rijk, provincie en gemeenten om via juridische instrumentarium doorzettingsmacht te creëren, zodat er kan worden voorzien in de sociale en betaalbare woonopgave. Te voorzien in een definitie van sociale huur die garandeert dat er sprake is van langdurige sociale huur aan de doelgroep. Partijen leveren hier input op via de consultatie van het wetsvoorstel versterking regie volkshuisvesting. De provincie is voornemens om het streven naar tenminste 30% sociale huurwoningen in de woningvoorraad in regionaal verband en per gemeente te verankeren bij de aankomende herziening van het Omgevingsbeleid in het provinciaal Omgevingsbeleid. Rijk en provincie bieden gemeenten ondersteuning over welke sturingsmogelijkheden er zijn, zoals over welke juridisch instrumentarium er is om in de nieuwbouw van betaalbare woningen ook kwaliteitseisen op te kunnen nemen. De provincie gebruikt haar huidige en toekomstige instrumentarium om gemeenten te houden aan de in de regio gemaakte afspraken over betaalbaarheid en om gemeenten die niet voldoen aan de percentages betaalbaar aan te spreken en te bewegen. Het Rijk werkt toe naar een regulering van de middenhuur (voor nieuwbouw en de bestaande voorraad).
De regio vraagt het Rijk snel duidelijkheid te verschaffen aan de markt over de exacte condities en grenzen van de uitbreiding van de huurregulering en de huurbescherming naar een deel van het vrije-sectorhuursegment en de regio Holland Rijnland inventariseert daarbij de wenselijkheid en mogelijkheid voor realisatie van middensegment door corporaties. Uitkomsten worden geïntegreerd in het proces van de Regionale Woonagenda.
16
• • •
Rijk, provincie, gemeenten en woonregio’s gaan in gesprek over de huidige systematiek van de WBI-financiering, waarbij provincie en gemeenten als suggestie meegeven om de voorwaarden voor betaalbaar aan te passen (zoals percentages cofinanciering). In algemene zin willen GS, regio Holland Rijnland, woningcorporaties en gemeenten benadrukken dat om de kwalitatieve doelstellingen van twee derde betaalbaar te halen in deze regio er meer middelen en instrumentarium nodig zijn. Het geprogrammeerde aandeel woningen in het betaalbare segment op Valkenhorst blijft achter bij de ambities van het Rijk, regio en gemeente. Het is de ambitie van partijen om het aandeel woningen in het betaalbare segment op Valkenhorst in deelgebied 2 en 3 te verhogen. Partijen gaan met elkaar in gesprek om te kijken naar de mogelijkheden om het aandeel betaalbare woningen op Valkenhorst in deelgebied 2 en 3 te verhogen.
Toekomstbestendig bouwen Woningen die nu gebouwd worden moeten toekomstbestendig, aantrekkelijk en betaalbaar zijn. Partijen in deze realisatieagenda spannen zich in om toekomstbestendig, klimaatadaptief, circulair, modulair en beweegvriendelijk en ten minste energieneutraal en natuurinclusief te (ver)bouwen en in te richten. Ze hanteren hierbij bij het beoordelen van initiatieven - vooruitlopend op mogelijke wettelijke borging - de ‘landelijke maatlat voor een groene klimaatadaptief gebouwde omgeving’. Deze is eind 2022 afgerond. Zolang de maatlat nog niet beschikbaar is, proberen partijen zoveel mogelijk in de geest van het convenant Klimaatadaptief bouwen in Zuid-Holland te handelen. • • •
Provincie, gemeenten en omgevingsdienst spannen zich in om het proces van de vergunningverlening voor soortenbescherming te versnellen; Op het moment dat de door de minister aangekondigde ‘nationale maatlat klimaatadaptief bouwen’, welke is gebaseerd op het convenant klimaatadaptief bouwen, ingevoerd wordt neemt de regio dit aan als vigerende richtlijn; Het Rijk onderzoekt bij de verdere uitwerking van de landelijke maatlat de mogelijkheid voor het aanpassen van landelijke wet- en regelgeving op het gebied van toekomstbestendig bouwen om eisen rondom toekomstbestendig bouwen recht te trekken en een gelijk speelveld te creëren.
Schaarse middelen, materialen en menskracht Personeelstekorten (ook in relatie tot vergrijzing) in de gehele keten van de woningbouw (van planvorming tot realisatie) zijn een groot knelpunt bij realisatie. Het gaat dan o.a. om de tekorten bij (a) overheden/ambtelijke capaciteit, (b) rechterlijke macht en (c) bouwende en ontwikkelende partijen. Daarnaast is het noodzakelijk om tekorten aan (bouw)materialen op te lossen of over te stappen naar andere materialen, waarmee de voortdurende kostenstijgingen kunnen worden afgeremd. Partijen zetten zich in om daar een bijdrage aan te leveren. •
De Taskforce Nieuwbouw Woningcorporaties en de Taskforce Versnellen tijdelijke huisvesting worden uitgenodigd voor de eerste Versnellingstafel Woningbouw Holland Rijnland om daar een blijvende actieve rol te spelen bij het vlottrekken van stagnerende projecten en het versnellen van de realisatie.
Nutsvoorzieningen Energie en water (e.a. nutsvoorzieningen) zijn randvoorwaardelijk voor nieuwe woningbouwlocaties. De regio staat voor een verstedelijkingsopgave die leidt tot een grotere behoefte aan elektriciteit. Verzwaring van het elektriciteitsnet is op veel plaatsen op korte termijn urgent en noodzakelijk: netbeheerders Liander (verantwoordelijk voor de regionale distributie van elektriciteit) en TenneT (verantwoordelijk voor de landelijke distributie) hebben aangegeven dat er knelpunten gaan ontstaan in het netwerk en daarmee op de distributie van elektriciteit binnen onze regio. Een aantal gemeenten ervaart nu al signalen dat gebruikers en/of bedrijven niet kunnen aansluiten op het huidige net, en het niet aanpakken van de nutsvoorzieningen heeft als risico dat reeds voor 2030 de woningbouw stokt. Een van de noodzakelijke oplossingen die naar voren geschoven wordt door de regio is het bouwen van een nieuw 150/50 kV station in het oostelijk deel van de regio. Om het huidige netwerk te versterken zijn er daarnaast extra investeringen nodig om van een zgn. 3 sterren netwerk richting een 5 sterren netwerk te gaan. Dat betekent extra investeren in een huidig transformatorstation in 17
Sassenheim, met daarnaast een extra toe te voegen transformatorstation (150/50 kV station) in het oostelijk deel van onze regio. Gekozen is voor een nieuwe voorkeurslocatie in de Barrepolder binnen de gemeente Alphen aan den Rijn en er wordt nu niet meer onderzocht of, maar hoe dit mogelijk te maken is. De provincie steunt de inzet met de RES Holland Rijnland om de mogelijkheden van een warmtenet naar Alphen aan den Rijn en WLQ naar Leiden te onderzoeken. De Barrepolder ligt aan het begin van het vermoedelijke tracé en is daarmee kansrijk om deel te nemen. Verder willen we de initiatiefnemers voor de Barrepolder adviseren om de toekomstige warmtevraag zo goed mogelijk in beeld te brengen zodat deze warmtevraag in het proces, ook richting Gasunie, meegenomen kan worden. Gasunie werkt aan een landelijk waterstofnetwerk, te realiseren voor 2030. Provincie laat gezamenlijk met gemeente Alphen ad Rijn en werkorganisatie Groene Hart werkt een onderzoek uitvoeren naar het mogelijk vormen van een waterstofcluster in de regio waarbij onder andere Barrepolder wordt beschouwd. De regio onderzoekt in 2023 met drinkwaterbedrijven en netbeheerders welke monitorings- en afstemmingsafspraken mogelijk zijn op het niveau van tijd (planning) en omvang (aantallen). Daarbij moet aandacht zijn voor mogelijke gevoelige informatie bij het al dan niet delen van woningbouwplannen.
De monitoring moet ertoe leiden dat toekomstige of huidige leveringsknelpunten of vertraging door langlopende procedures worden voorkomen. Daarnaast moet de monitoring moet ertoe leiden dat scherp wordt wie voor welke actie aan zet is en wat er gedaan moet worden om leveringsknelpunten tegen te gaan dan wel te voorkomen. Dit wordt geagendeerd bij de ‘Versnellingstafel Woningbouw Holland Rijnland’.
Streven naar complete steden en dorpen In de provincie Zuid-Holland wordt gestreefd naar sterke en vitale steden en dorpen waar mensen fijn wonen, werken en recreëren. Daarbij is het van belang dat de woonfunctie in balans moet zijn met werkgelegenheid en het voorzieningenniveau, zoals voldoende scholen, winkels, parken, en werkgelegenheid. De regio roept het Rijk op om: • de ‘Impulsaanpak winkelgebieden’ om leegstaande ruimte boven winkels te benutten voor woningbouw te continueren. Daarbij is ook winst te behalen in het sneller kunnen aanpassen van bestemmingsplannen om wonen boven winkels mogelijk te maken (van winkelbestemming naar gemengde bestemming). • Partijen gaan in gesprek over de mogelijkheden (maatregelen en middelen) om bestaande bedrijventerreinen beter te kunnen benutten ten behoeve woningbouw en vice versa.
Procedures De lange proceduretijd en het veelvoud aan proceduremogelijkheden leiden veelal tot vertraging bij woningbouwprojecten. De regio roept het Rijk en/of de provincie op om: •
Op korte termijn te onderzoeken welke mogelijkheden er zijn om bestaande procedures van wet- en regelgeving te verkorten, zonder hierbij het grondwettelijk recht op inspraak te schaden.
Partijen zetten zich binnen haar mogelijkheden, in voor een tijdige vergunningverlening en op een hoge jaarlijkse woningproductie om daarmee het woningtekort versneld in te lopen.
Handtekeningen
18
Bijlage 1: Overzicht woningbouwplannen en -locaties
Overzicht MIRT- en WBI-projecten De tabel hieronder geeft een overzicht van de woningbouwprojecten binnen de regio Holland Rijnland die een MIRT-/WBI-subsidie hebben ontvangen. Tabel 2: MIRT en WBI projecten regio Holland Rijnland MIRT-projecten
WBI-projecten
Versnellingsproject: •
•
Knooppunt Leiden Centraal (onderdeel Verkenning Oude Lijn)
• • • • •
Katwijk: Gebiedsontwikkeling Valkenhorst (voorheen PLV) Leiden: Werninkterrein Leiden: Lammenschansstrip Leiden Campus: Stationsgebied Leiden: De Zwijger Alphen aan den Rijn: Rijnhaven Oost
Locaties met 100+/150+ geplande woningen op basis van het door GS vastgestelde regionaal woningbouwprogramma d.d. 24 januari 2023.12 Tabel 3: Sleutelprojecten Gemeente 100+/150+-project Alphen a/d/ Rijn Rijnhaven Oost SHL Aarhof Stationsomgeving Westvaartpark De Centrale Dr. Sacharovlaan Herstructurering Rode Dorp Noorderkeerkring Nieuwe Sloot Bentwijck Hillegom SIZO De Witte Tulp Woonzorgzone Kaag en Braassem Beukenlaan Scholencluster Oude Wetering Braassemerland Katwijk De Horn Hoornes Valkenhorst Nieuw Rijnvaart Kleipetten Leiden De Zwijger Hof36 - Avery Dennisonlocatie Gebiedsontwikkeling Verbeekstraat 1- 9 Groenoord Fase 2 Lammenschanspark/LeidseSchans Blok A LBSP Fysiologie - Schilperoortpark 12
aantal 1540 303 257 350 216 190 172 167 300 212 309 115 121 200 113 1000 203 392 5600 164 182 1232 444 681 235 621 289
100+ woningen voor de kleine gemeenten, 150+ voor de grotere gemeenten (Leiden, Katwijk en Alphen aan den Rijn)
19
Leiderdorp
LEAD - Monuta & KPN-locatie Park More Schoulslocatie Stationsgebied Titus Brandsmalaan Verbeekstraat Jacobs Vijf Meilaan 210 - De Premier Vondelkwartier Werninkterrein Zirkzee- en Rodenburglocatie Corantijnstraat De Ananas Kappa Leidsedreef
Lisse
Geestwater
582 1173 400 1502 200 419 321 1123 460 300 168 374 161 310 206 459
Nieuwkoop
Ter Aar Noord Oost Buytewech-Noord Langeraar Noordwest/Waterzuivering Offem-Zuid Bronsgeest Noordwijkerduin St. BAVO Nieuw Rhijngeest Frederiksoord-Zuid Overgeest Nieuw Boekhorst Langeveld
350 290 275 708 350 300 715 842 142 120 1226 125
Hooghkamer Starrenburg Intratuin Huize Bijdorp Verde Vista
149 360 129 177 550 8.451 39.055
Noordwijk
Oegstgeest Teylingen
Voorschoten Zoeterwoude Overige projecten TOTAAL
Woningbouwlocaties die provinciale subsidie hebben ontvangen vanuit de subsidieregeling sociaal Holland Rijnland en de knelpuntenpot flexpoolmiddelen/vliegende brigade Subsidieregeling sociaal 202113 HRL-gemeente
Project
Leiden Voorschoten
Turkooios Jan Wagtendon straat
49 20
Hillegom Lisse Teylingen Katwijk
Graaf Janlaan Waterkanten fase 3 Hooghkamer fase 3 Petronella van Saxenstraat fase 2
65 43 39 63
Noordwijk
Diverse loc. landgoed Op den Houte ("Bavo") De Barones Braassemerland fase 3,6,11.
45
Alphen Kaag en Braassem
# woningen met subsidies
TOTAAL
52 50 426
13
Gemeenten konden tot 31 december 2022 een aanvraag voor deze subsidie indienen en zijn in procedure om te worden beoordeeld. Deze zijn om die reden nog niet verwerkt in deze realisatieagenda. Subsidiebedrag voor de jaren 2021 en 2022 was totaal €5 mln.
20
Knelpuntenpot 2021 en 2022 2021
2022
Project
#sociale huur
#middenhuur
Alphen a/d Rijn 'Asfaltcentrale' Hillegom 'Savioschool' Kaag en Braassem De Veense Campus Leiden 'Rhijnvreugd' Lisse 'Rembrandtschool' Nieuwkoop 'Ter Aar scholenlocaties' Noordwijk 'Schippersvaartweg' Teylingen 'Bloementuin' Voorschoten 'Huize Blijdorp' Nieuwkoop "Lindelaan" Lisse 'Geestwatertoren' Hillegom 'Patrimonium' Teylingen 'Arend Verkleijstraat' Leiden 'Woningbouw Franck Bizetpad 1' Katwijk "Hoornes Noordoost" Noordwijk "Kantoorlocatie NWS"
70 35 26 30 44 16 45 30 32 15 45 19 68 87 71 22
40
30
12 20
9 43
Mogelijke woningbouwontwikkeling locatie Gnephoek, gemeente Alphen a/d Rijn • De locatie Gnephoek is in de Omgevingsvisie van de gemeente Alphen aan den Rijn opgenomen als ontwikkellocatie voor woningbouw. Woningbouw buiten bestaand stads- en dorpsgebied op de locatie Gnephoek past echter niet binnen het vigerende provinciale Omgevingsbeleid. De locatie is niet opgenomen in het vigerende regionale woningbouwprogramma tot en met 2030. • Naar aanleiding van een motie van de Tweede Kamer over deze locatie heeft de heer Kuijken een onafhankelijk advies gegeven aan de minister voor Volkshuisvesting en Ruimtelijke Ordening. Dit advies is besproken door de minister, de provincie, het hoogheemraadschap, de regio en de gemeente. Het college van burgemeester en wethouders van Alphen aan den Rijn heeft vervolgens besloten om scenario 3.1 uit het advies nader uit te werken. Dit scenario (ca 5500 woningen) gaat uit van woningbouw op de gronden met een betere bodemgesteldheid aan de zuidoostkant van de Gnephoek langs de Oude Rijn en de Heimanswetering. Daarnaast wordt een flink aandeel natuur en water toegevoegd. Er is door de betrokken overheden afgesproken dat zij het door de gemeente uitgewerkte scenario in juli 2023 met elkaar bespreken.
In het uitgewerkte scenario zullen ook de kosten in beeld gebracht worden van de infrastructurele maatregelen die niet gefinancierd kunnen worden vanuit de gebiedsontwikkeling van de Gnephoek. • De verwachting is dat er in de 2e helft van 2023 besluitvorming kan plaatsvinden over dit uitgewerkte scenario door de gemeente en de provincie. De provincie hanteert daarbij de elementen die genoemd zijn in de brief van april 2022. Indien de provincie in de 2 e helft van 2023 een positieve afweging maakt over het uitgewerkte scenario, zal de locatie Gnephoek worden ingebracht bij de jaarlijkse actualisatie van deze regionale woondeal en het regionale woningbouwprogramma inclusief het te verwachten aantal en typen woningen en de fasering in de tijd. Tevens zal in dat geval de procedure gestart worden voor de Herziening van het provinciale Omgevingsbeleid voor de locatie Gnephoek. Valkenhorst • De locatie Valkenhorst is een grote uitleglocatie van circa 475 ha, gelegen buiten Bestaand Stads- en Dorpsgebied (BSD), en betreft de herontwikkeling van het voormalige vliegkamp Valkenburg tot een nieuwe energieneutrale wijk van de gemeente Katwijk, waarin voorzien wordt in de realisatie van in totaal 5.600 woningen met bijbehorende voorzieningen en in combinatie met bedrijfslocaties. Valkenhorst wordt een volledige nieuwe wijk waarin plek zou moeten zijn voor alle doelgroepen.
• Het is van groot belang dat in Valkenhorst de uitgangspunten voor een inclusieve samenleving nageleefd worden en dat zowel in haar fysieke als sociaal maatschappelijke
21
•
•
•
verschijningsvorm de locatie ruimte biedt waarin het voor alle doelgroepen prettig wonen, werken en recreëren is. Op 30 juni 2022 heeft de gemeenteraad het bestemmingsplan ‘Woongebied Valkenhorst’ vastgesteld. Het totale woningbouwprogramma van 5.600 woningen is verdeeld over twee gebieden. Woongebied 1 omvat maximaal 3.500 woningen en kent de volgende beoogde segmentering in sociale huur, middensegment (middendure huur en betaalbare koop) en dure woningen. Het tweede gebied 1.560 woningen.
Dat maakt dat op Valkenhorst bijna 36% geprogrammeerd staat in het betaalbare segment. Het Rijk heeft een hogere ambitie: twee derde (66%) van het aantal woningen dat wordt toegevoegd dient in het betaalbare segment te liggen, waarvan 30% sociale huur. In woongebied 1 zijn de verhoudingen beter aangesloten op de ambities van het Rijk (52% betaalbaar), maar het aandeel in woongebied 2 is zo laag (8,5 %) dat dit het aandeel betaalbaar over het hele plangebied iets onder de 36% trekt. Er ligt een enorme kans om juist in de tweede fase van de ontwikkeling van Woongebied Valkenhorst het aandeel betaalbaar op te trekken en daarmee te komen tot een meer inclusieve wijk. Met name ligt er een kans voor het middensegment, waarin woningen voor de middengroep gerealiseerd dienen te worden omdat deze groep in de huidige woningmarkt verdrongen wordt.
22
Bijlage 2: Aanvullende nog uit te werken onderwerpen De minister voor VRO wil met partijen aanvullende afspraken maken over de volgende onderwerpen: • • • • • • • •
Woon-zorgvisie; Woningbouw voor ouderen en verpleegzorgplekken; Herstructurering; Vakantieparken; Duurzaam en toekomstbestendig bouwen; Ruimtelijke ordeningsaspecten; Flexibele woningen; Transformeren van vastgoed.
Vanaf 2023 wordt bezien op welke onderwerpen aanvullende afspraken gemaakt moeten en kunnen worden. Hier onder is per onderwerp aangegeven waar de afspraken over kunnen gaan in de vorm van aandachtspunten en voorbeelden van afspraken. Op deze manier kan in 2023 de wenselijkheid van afspraken op deze onderwerpen verder verkend worden. Het zijn dus nadrukkelijk nog geen afspraken waar partijen mee akkoord gaan bij de ondertekening van deze regionale realisatieagenda. Woon-zorgvisie • Het Rijk heeft in het beleidsprogramma ‘Een thuis voor iedereen’ aangegeven dat elke gemeente uiterlijk 1 januari 2024een actuele integrale woon-zorgvisie heeft die aansluit bij de regionale woningbouwprogrammering. Hiervoor maken gemeenten een analyse van zowel de woon-, de zorg- als ondersteuningsbehoefte van ouderen en aandachtsgroepen (volgens definitie van het Rijk behoren tot de aandachtsgroepen: sociaal/medisch urgenten, uitstromers uit zorginstellingen, statushouders, arbeidsmigranten, dak- en thuislozen, woonwagenbewoners en studenten) in de eigen gemeente (hoeveel mensen, welke aandachtsgroepen, wat is de woonbehoefte en wat is de eventueel langdurige ondersteuningsbehoefte).
De regio Haaglanden is koploperregio voor het opstellen van een integrale regionale woonzorgvisie De regionale woonzorgvisie vormt een invulling van de regionale afspraken over de verdeling van woningen, mensen uit diverse aandachtsgroepen en middelen. De huisvesting van studenten wordt, in lijn met het actieplan studentenhuisvesting, ook meegenomen in de woon-zorgvisies. Voor goede huisvesting van arbeidsmigranten houden gemeenten rekening met de voorwaarden die in de omgevingsverordening van de provincie hierover zijn opgenomen (onder andere. welke locaties, voldoen aan kwaliteitsnormen). Zie onderstaand voor een verdere uitwerking. De provincie vervult een coördinerende rol en levert inhoudelijke sturing en regie in het afstemmingsproces van de regionale woonzorgvisie en ziet erop toe dat de woonzorgvisies van de gemeenten congruent zijn met de afspraken gemaakt in deze regionale realisatieagenda. •
Voor de analyse die gemeenten van zowel de woon-, de zorg- als ondersteuningsbehoefte van de aandachtsgroepen moeten maken is het noodzakelijk dat er eenduidige definities en goede meerjarenramingen zijn van de verschillende aandachtsgroepen. BZK zorgt in 2023 voor een ondersteuningsstructuur voor gemeenten om de woonzorgvisies op te stellen en voor eenduidige landelijke definities en een uniforme landelijke manier van meerjarenramingen voor de verschillende aandachtsgroepen.
•
De provincie heeft een subsidieregeling voor 2023 opengesteld waar gemeenten financiële ondersteuning kunnen aanvragen voor het opstellen van een regionale woonzorgvisie.
•
De gemeenten binnen het regionaal verband huisvesten de daar werkzame arbeidsmigranten op basis van behoefte. In 2023 verkennen BZK, provincie en gemeenten welke mogelijkheden er zijn om te komen tot kwalitatief goed aantallenonderzoek en eventueel welke verdeelsleutel over gemeenten daarbij past en hoe de governance eruitziet. BZK zorgt voor eenduidige landelijke definities en een uniforme landelijke manier van meerjarenramingen voor arbeidsmigranten. Zolang er nog geen uniform behoeftenonderzoek is vastgesteld, verrichten de gemeenten in regionaal verband zelf
23
deugdelijk onderzoek naar de aantallen werkzame en woonachtige arbeidsmigranten in de regio en komt zelf tot een verdeling op basis van aantallen werkzame arbeidsmigranten over gemeenten. Indien nodig of gewenst zal ook bovenregionaal hierover worden afgestemd. Bij nieuwe bedrijvigheid of uitbreiding van bestaande bedrijvigheid in de gemeente, brengt de gemeente met het bedrijfsleven, de extra huisvestingsbehoefte voor de toekomstige werknemers in beeld en geeft aan op welke wijze hierin wordt voorzien. Dit is ook opgenomen in de herziening van het provinciaal Omgevingsbeleid, module Ruimte en Wonen (inwerkingtreding per 1 december 2022). Waar nodig, en op verzoek van in de regio gelegen gemeenten, wordt dit regionaal afgestemd. Bij de huisvesting van arbeidsmigranten wordt rekening gehouden met ten minste de normenset voor huisvesting van arbeidsmigranten van het register van de Stichting Normering Flexwonen of een eventuele opvolger daarvan en zijn er gescheiden contracten voor wonen en werken. De huisvestingsbehoefte van arbeidsmigranten wordt vastgelegd in de (regionale) woonzorgvisie. •
Corporaties worden actief betrokken bij de totstandkoming van de woon-zorgvisies.
•
Vanuit de lokale en regionale woonzorgvisie kunnen aanvullende afspraken nodig zijn voor de huisvesting van aandachtsgroepen. De uitkomsten van de woonbehoefte uit de regionale woonzorgvisies kunnen leiden tot het actualiseren van deze regionale realisatieagenda.
Woningbouw voor ouderen en verpleegzorgplekken • Specifieke aandacht is nodig voor de ondersteuning van de woonbehoeften van ouderen. Door de vergrijzing zijn er over twintig jaar naar schatting in heel Nederland 1,6 miljoen 80+ers. Dat is twee keer zoveel als op dit moment. Er is een toenemende behoefte aan woningen die aansluiten bij de wensen van ouderen. In het beleidsprogramma ‘wonen en zorg’ is aangekondigd dat er nationaal behoefte is aan 250.000 woningen geschikt voor ouderen. Het betreft 170.000 nultredenwoningen14 en 80.000 geclusterde woonvormen15 die ook geschikt zijn voor ouderen. Volgens cijfers van BZK bedraagt het regionale aandeel in deze opgave 6.000 nultredenwoningen en 2.700 geclusterde woonvormen. •
De provincie zorgt ervoor dat gemeenten in 2023 in de Planregistratie Wonen het aandeel nultredenwoningen en geclusterde woonvormen binnen een plan kunnen registreren, zodat in beeld is wat in de huidige plannen al is opgenomen. In de integrale woonzorgvisies die in 2023 worden opgesteld, maken gemeenten eventueel aanvullende afspraken over dit type ouderenwoningen.
•
Van de woningen die geschikt zijn voor ouderen is er een landelijke opgave voor ca. 40.000 woningen met verpleegzorg op basis van scheiden wonen en zorg (VPT). Dit aantal is onderdeel van de landelijke 900.000 te bouwen woningen. Volgens (Fortuna) cijfers van BZK bedraagt het regionale aandeel in deze nationale opgave 1.430 aantal verpleegzorgplekken.
Holland Rijnland
•
Verpleegzorgplekken
Geclusterd wonen
Nultreden
Totaal
1.430
2.700
6.000
10.130
Bij het opstellen van de woonzorgvisies besteden gemeenten expliciet aandacht aan de woon-, de zorg- als ondersteuningsbehoefte van ouderen. Daarbij moet ook aandacht worden besteed aan de inrichting van de leefomgeving (onder andere voorzieningen,
14
Nultredenwoningen zijn waarbij je niet hoeft trap te lopen, zowel binnen het huis als om naar binnen te komen. Vaak betreffen het gelijkvloerse woningen/appartementen in de buurt van voorzieningen. 15 Geclusterde woonvormen, vaak met ontmoetingsruimtes, zijn onder andere hofjeswoningen (zoals de Knarrenhof), serviceflats en seniorenflats. Geclusterde woonvormen voorzien niet alleen in prettige huisvesting, maar verminderen ook eenzaamheid doordat ze het aangaan van sociale contacten vergemakkelijken. Woningen in geclusterde woonvormen zijn nultredenwoningen en bij voorkeur toe- en doorgankelijk voor rollators.
24
inrichting buitenruimte). Afstemming met het Zorgkantoor en de zorgaanbieders is daarbij gewenst. •
Na het opstellen van de woon-zorgvisies worden eind 2023 in elke woondealregio aanvullende afspraken gemaakt m.b.t. wonen en zorg voor ouderen. De uitkomsten van de woonbehoefte uit de woonzorgvisies zullen leidend zijn voor het actualiseren van de bestaande woondealafspraken.
Herstructurering • In het Nationaal programma leefbaarheid en veiligheid is aangekondigd dat er naast afspraken over woningbouw, ook afspraken over herstructurering worden gemaakt. Het betreft zeer slecht onderhouden woningen in een onaantrekkelijke woonomgeving waardoor de leefbaarheid onder druk staat. Deze woningen sluiten niet aan op de lokale behoefte. In deze herstructureringsopgave onderscheiden we drie categorieën: vervangende nieuwbouw, sloop en grootschalige renovatie. •
De partijen in de regionale realisatieagenda spannen zich in om deze opgave beter in beeld te brengen en minimaal eens per jaar te bespreken op de Bestuurlijke Tafel Wonen.
•
De partijen in de regionale realisatieagenda spannen zich in om deze opgave gezamenlijk op te pakken en waar mogelijke gebruik te maken van de ondersteuningsmiddelen van het Rijk, zoals het Volkshuisvestingsfonds.
Vakantieparken • In Nederland bevinden zich bijna 4.000 vakantieparken, hieronder bevinden zich een grote variëteit, zoals campings, stacaravanparken en bungalowparken. Een groot aantal van deze parken vervult een belangrijke recreatieve en economische rol in onze gemeenten. Voor een deel van deze parken geldt echter dat zij deze rol minder of niet meer kunnen vervullen. In die gevallen kan er gedacht worden aan een nieuw toekomstscenario voor het park, wat deze scenario’s zijn is afhankelijk van veel factoren, zoals ruimtelijke ordening, veiligheid en lokale economie. Eén van de toekomstscenario’s die in deze tijden van het woningtekort extra aandacht krijgt, is het transformeren van vakantieparken naar wonen. Het beleid van de provincie Zuid-Holland op het gebied van recreatie- en vakantieparken is recent geactualiseerd en geeft hier kaders voor. Duurzame en toekomstbestendige bouw Elke gemeente heeft ambities met betrekking tot duurzaamheid. Hieronder staan suggesties aangegeven voor afspraken over toekomstbestendig bouwen. •
Het versneld bouwen van voldoende duurzame en betaalbare woningen vraagt – versterkt door de beperkte capaciteit in de bouwsector en de stikstofproblematiek – om vormen van innovatie, standaardisatie en industrialisatie zodat de gewenste bouwproductie slimmer kan worden gerealiseerd. Daarbij is aandacht voor zowel duurzaamheidsprestaties in gebruik (energie) als duurzaamheidsprestaties in de realisatie (milieu-impact & stikstof) en het verlagen van de milieu-impact van groot belang.
•
De partijen spannen zich in om in 2030 minimaal de helft van het aantal woningen circulair en industrieel te laten bouwen, zoals ook benoemd in het Programma Woningbouw van BZK. Deze verschuiving leidt onder meer tot een kortere bouwtijd, minder stikstofuitstoot op de bouwplaats en een betere milieuprestatie.
•
Woningbouw met een lage milieu-impact (uitgedrukt in de Milieuprestatie Gebouwen, MPG) is technisch mogelijk. Betrokken partijen zetten binnen aanbestedingen in op het verbeteren van de milieuprestatie tot minimaal een MPG van 0,5, vooruitlopend op de voorgenomen aanscherping van nationale wetgeving. Woningcorporaties nemen dit mee in opdrachtverlening; gemeenten nemen dit mee bij eventuele grondverkoop.
•
Toepassing van biobased materialen levert een grote bijdrage aan het verbeteren van de milieuprestatie en slaat bovendien CO2 op. Deze toepassing wordt actief gestimuleerd in 25
nieuw te realiseren projecten, waarbij partijen zich inspannen om het gebruik van hernieuwbare (biobased) bouwmaterialen en/of het hergebruik van bouwmaterialen te verhogen naar 25% in 2025 en 50% in 2030. •
We hanteren Het Nieuwe Normaal16 als eenduidige taal voor circulair bouwen, en vragen bij al onze projecten naar de circulaire prestaties op basis van het HNN-raamwerk. Daarmee dragen we – in lijn met Toekomstbestendig bouwen – bij aan de nationale transitie naar een circulaire bouweconomie.
•
Om te zorgen voor een toekomstbestendige woningvoorraad besteden we aandacht aan de aanpasbaarheid en flexibiliteit van woningen, om in te kunnen spelen op toekomstige behoeften.
•
Woningen die nu gebouwd worden moeten ook in het toekomstige klimaatveilig, aantrekkelijk en betaalbaar zijn. Partijen in deze regionale realisatieagenda spannen zich dan ook in om klimaatadaptief, toekomstbestendig en natuurinclusief te (ver)bouwen en in te richten. Ze passen hiertoe - vooruitlopend op mogelijke wettelijke borging - de ‘landelijke maatlat voor een groene klimaatadaptieve gebouwde omgeving’ toe. Deze is eerste kwartaal van 2023 afgerond.
•
Voor een aantal locaties per provincie financiert het Rijk projectevaluaties op basis van Het Nieuwe Normaal (in totaal max. 400 evaluaties verspreid over het land). Voor uitvoering van een evaluatie dient het project zich minimaal in definitieve ontwerpfase te bevinden en de realisatie voor 1 januari 2025 hebben plaatsgevonden. Een evaluatie geeft inzicht in de prestaties van het project op de thema’s van Het Nieuwe Normaal en de lessen uit alle evaluaties worden landelijk gedeeld.
Ruimtelijke ordeningsaspecten • Op de locaties zie zijn opgenomen in het vastgestelde regionale woningbouwprogramma 2022, dat onderdeel uitmaakt van de regionale woondeal Holland Rijnland 2022 is een quick scan uitgevoerd, waarbij mogelijk conflicterende ruimtelijke provinciale belangen in beeld zijn gebracht. De definitieve beoordeling van de locaties vindt plaats in het kader van bestemmingsplan.
16
•
Het realiseren van de in deze regionale realisatieagenda opgenomen woningen moet samengaan met verschillende andere grote ruimtelijke opgaven als klimaat, landbouw, natuur en energie. Met het programma NOVEX wordt deze brede ruimtelijke indeling de komende maanden opgepakt. De woningbouwaantallen die bestuurlijk afgesproken zijn in oktober tussen Rijk en provincie, en regionaal uitgewerkt en bestuurlijke afgesproken in deze regionale realisatieagenda, zijn hiervoor uitgangspunt.
•
Partijen in deze woondeal spannen zich in om het water- en bodemsysteem sturend te laten zijn bij gebiedsontwikkeling en locatiekeuze. Hiertoe worden waterschappen vroegtijdig in het planvormingsproces betrokken. Het ministerie van Infrastructuur en Waterstaat werkt verdere richtinggevende uitspraken en randvoorwaarden uit in het programma ‘Water en Bodem Sturend’.
•
Om integraal aan de complexe opgaven in de Zuidelijke Randstad, het Groene Hart en Schiphol te werken wordt in de verschillende NOVEX-gebieden een Ontwikkelperspectief voor deze gebieden geschetst als tijdshorizon 2050, waarin ambities en spelregels voor ruimtelijke ontwikkelingen samen zorgen dat deze gebieden voor de toekomst ontwikkeld worden. Het Rijk en de provincie zijn de trekkers van het ontwikkelperspectief. En vormt de basis voor de uitvoeringsstrategie met gebied specifieke ontwikkelrichtingen die concreet worden gemaakt met een Regionale Investeringsagenda. In het najaar van 2022 is gestart met het maken van een Ontwikkelperspectief. Dit gebeurt gelijktijdig met het provinciale programma Landelijk Gebied (PPLG). De resultaten uit het ontwikkelperspectief zullen worden vertaald in de herijking van de woondeal, waarbij we ons ervan bewust zijn dat de looptijd van de woondeal (tot en met 2030) en die van de NOVEX gebieden Zuidelijke Randstad, Groene Hart en Schiphol (2050) sterk uiteen open.
Voorziet nu in een aantal criteria die gezamenlijk de circulariteit van een bouwwerk kwantificeren.
26
Flexibele en tijdelijke woningen • Flexibele of tijdelijke woningen kunnen snel worden gerealiseerd en ook worden geplaatst op locaties die slechts tijdelijk beschikbaar zijn om te wonen. Daarmee helpt de realisatie van dit type woningen om aanvullend aan de realisatie en instandhouding van permanente sociale en betaalbare woningen de acute woningnood onder spoedzoekers te verkleinen. Daarom wordt landelijk gestreefd naar de realisatie van 15.000 flexwoningen per jaar. In Haaglanden hebben de corporaties afgesproken dat zij een flexibele schil van 1.500 flexwoningen willen realiseren en permanent in stand willen houden. Hierbij wordt ingezet op kwalitatief hoogwaardige woningen. De huisvestingsbehoefte voor de verschillende groepen spoedzoekers en de slaagkansen in de bestaande voorraad verschillen tussen regio’s en tussen gemeenten binnen de regio. Dit geldt met name voor de spoedzoekersgroepen (internationale) studenten en arbeidsmigranten. Om deze reden wordt er vooralsnog geen tabel opgesteld per regio van jaarlijkse streefcijfers op basis van inwonertal voor het aantal te bouwen flexwoningen. •
De regio's dragen naar vermogen en behoefte bij in het streven van het Rijk om 15.000 flexwoningen per jaar te realiseren. De bouw van flexwoningen een onderdeel van woonbeleid en er worden in toenemende mate afspraken over gemaakt in Omgevingsbeleid, prestatieafspraken en woningbouwprogrammering. Voorafgaand aan de opstelling van lokale woonzorgvisies wordt de regionale en lokale behoefte voor huisvesting van de onderscheiden groepen spoedzoekers vastgesteld aan de hand van uniforme landelijk geldende definities. Individuele gemeenten bepalen vervolgens uiterlijk voor 1 januari 2024 in samenspraak met de lokaal werkzame woningcorporaties welk deel van de onderscheiden groepen spoedzoekers in de jaren tot en met 2030 in reguliere woningen en welk deel in flexwoningen gehuisvest wordt. Tevens wordt ten behoeve van de lokale woonzorgvisie bepaald wat de inzet wordt ten aanzien van het aantal jaarlijks te realiseren flexwoningen in de individuele gemeente en de regio.
•
Elke gerealiseerde flexwoning, die volgens de BAG een reguliere permanente woning is, telt in kwantitatieve en kwalitatieve zin mee in de realisatieafspraken rondom betaalbare woningbouw zoals die zijn gemaakt in deze regionale realisatieagenda. Gemeenten registreren flexwoningen en tijdelijke woningen in de planregistratie wonen.
•
Op 6 december 2022 heeft de minister voor VRO de Tweede Kamer geïnformeerd dat er met Aedes en VNG overeenstemming is bereikt over de contouren van een herplaatsingsgarantie voor het realiseren van flexwoningen. Deze garantieregeling behelst een systeem met kwaliteitsvoorschriften, het delen locaties voor herplaatsen van flexwoningen, en mocht herplaatsing uiteindelijk niet mogelijk zijn een financiële compensatie om de investeringen te dekken. Daarbij moet eerst worden verkend of de woning herplaatst kan worden in de regio. Wanneer dat niet mogelijk is, en het ook niet in een andere regio of in de provincie kan, zorgt het Rijk voor een marktmeester die landelijk de locaties, wensen van gemeenten en beschikbare flexwoningen bij elkaar brengt.
•
Partijen komen overeen in gesprek te gaan over het participeren in de verdere uitwerking van het systeem van herplaatsgarantie voor te realiseren flexwoningen en deze in principe bij toekomstige ontwikkelingen van verplaatsbare flexwoningen toe te passen.
Transformeren van vastgoed • Met het transformeren van vastgoed worden extra woningen gecreëerd. Daarnaast kan het bijdragen aan de vitaliteit van steden, dorpen en gebieden. De regio draagt naar vermogen bij in het streven van het Rijk om 15.000 woningen door middel van transformaties per jaar te realiseren. Daarnaast stelt het Rijk leegstaand rijksvastgoed beschikbaar. Transformatiekansen ontstaan wanneer vastgoed dat geen woonfunctie heeft vrijkomt en kan worden omgezet naar een woon- of verblijfsfunctie. Of panden leegkomen en of transformatie mogelijk is, hangt sterk af van marktontwikkelingen en lokale omstandigheden. Om die redenen maken we geen kwantitatieve afspraken met de regio en wordt er geen tabel opgesteld per regio van jaarlijkse streefcijfers op basis van inwonertal voor het aantal transformaties per jaar.
27
Bijlage 3: Kritische succesfactoren en oplossingsrichtingen De nodige afspraken per kritische succesfactor in deze regionale woondeal zijn uitgewerkt binnen drie sporen: 1. Op korte termijn: actuele en urgente knelpunten in de regio Holland Rijnland (laaghangend fruit). 2. Tot 2025 (middellange termijn): afspraken tegen het stilvallen van de woningbouwproductie of afspraken om te komen tot een hogere productie(snelheid) in Holland Rijnland te komen, o.b.v. de doelstellingen. 3. Van 2025 tot 2030 (langere termijn): (proces)afspraken maken om toe te werken naar een hoge(re) structurele jaarlijkse bouwstroom in Holland Rijnland. A. Water en bodem sturend Om te komen tot versnelling van de woningbouwagenda met daarbij oog voor water en bodem sturend spreken de partijen het volgende af: Korte termijn • Partijen spannen zich in om tijdig de randvoorwaarden vanuit de succesfactoren ‘water en bodem sturend’ en ‘toekomstbestendig bouwen’ in te brengen in het planproces waardoor de kans op vertraging op een later moment beperkt is. Tot 2025 • Ondertekenende partijen onderzoeken in samenwerking met de waterschappen wat het betekent om water en bodem sturend te laten zijn. Hierbij leveren alle partijen de benodigde betrokkenheid om te komen tot een eenduidige definiëring en werkwijze omtrent ‘water en bodem sturend’.
• Voor de periode na 2030 wordt kritisch gekeken naar nieuwe locaties in relatie tot water en bodem sturend. B. Stikstof In relatie tot de stikstofproblematiek in de regio spreken partijen het volgende af: Korte termijn • De provincie en de gemeenten roepen het Rijk op om op korte termijn met een oplossing te komen voor stikstof in relatie tot de bouwfase; Partijen gaan in gesprek over een robuust (bron)maatregelenpakket waarmee de afgesproken reductie van stikstofdepositie in de Zuid-Hollandse stikstofgevoelige natuurgebieden wordt waargemaakt en die de benodigde ruimte geeft aan de economische ontwikkelingen waaronder de woningbouw. Hierbij wordt rekening gehouden met gebieden buiten de provincie die door ontwikkelingen binnen Zuid-Holland/Holland Rijnland worden aangetast. Tot 2025 • De regio geeft doorgang aan het Instellingsbesluit doelenbank Depositiebank Stedelijke Ontwikkeling Zuid-Holland; Van 2025 tot 2030 • Partijen verkennen bronmaatregelen die leiden tot minder stikstofdepositie, tot natuurherstel en in samenhang daarmee tot houdbare rekenregels rondom stikstof, zodat woningbouwprojecten tijdig gericht kunnen anticiperen en niet door gewijzigde regelgeving voor verrassingen komen te staan; • Partijen verkennen alternatieve landelijke bronmaatregelen ter vervanging van stikstofruimte die vanuit de snelheidsmaatregel beschikbaar was. C.
Mobiliteit en infrastructuur In relatie tot de mobiliteit en infrastructuur in de regio spreken partijen het volgende af: Korte termijn • De regio Holland Rijnland brengt in 2023 in kaart wat de grote bereikbaarheids- en leefbaarheidsknelpunten zijn, gekoppeld aan de bestaande en toekomstige plannen voor wonen en werken, en welke financiering hiervoor nodig is. Het gaat daarbij om ontsluiting én (schone) mobiliteit. De regio Holland Rijnland wil Rijk en provincie betrekken om samen 28
•
• •
•
te komen tot een prioritering van projecten. De stuurgroep LKN (Leiden-KatwijkNoordwijk) heeft in december 2021 geconcludeerd dat er R-net/HOV potenties liggen op de verbinding Leiden-Oegstgeest-Rijnburg (Katwijk)-Noordwijk. Op dit moment wordt samen met de gemeenten leiden, Oegstgeest, Katwijk en Noordwijk diepgaander onderzoek verricht naar deze verbinding. Hierbij is het van belang dat de haltes goed aanhaken op bestaande- en nieuwe woongebieden en bedrijvigheid (LBSP en omgeving, Valkenhorst). Dit is nodig om de mobiliteitseffecten van de realisatie van grote aantallen woningen in goede banen te leiden. De regio Holland Rijnland roept het Rijk op om bij te dragen aan voldoende financiële middelen om gemeenten in positie te brengen en te houden om de (hoge percentages voor) cofinanciering bij infrastructurele maatregelen te kunnen borgen om projecten doorgang te kunnen laten vinden; Het Rijk spant zich in dat de toegezegde middelen uit het MIRT tijdig bij projecten belanden. De gemeente Lisse en Keukenhof doen een onderzoek naar een verbetering van de bereikbaarheid. De potentie voor de heropening van station Lisse en verbetering van bereikbaarheid per bus maken hier onderdeel vanuit. Tevens zoeken Lisse en Keukenhof uit waarom de opening van station Lisse in de jaren 1998 en 1999 tijdens een geopende Keukenhof destijds gestaakt is.
Het Rijk, de provincie en de gemeenten trekken actief samen op in het oplossen van knelpunten rond de op- en afritten van snelwegen om een groeiend aantal inwoners mogelijk te maken.
Tot 2025 • De regio Holland Rijnland roept het Rijk op om een andere routering van goederentreinen vanuit Zuidwest-Nederland richting Noordoost-Europa te onderzoeken, waardoor de bestaande route door de (zuidelijke) Randstad, zoals de Oude Lijn, ingezet kan worden voor personentreinen die verstedelijkingslocaties op een duurzame manier kunnen ontsluiten; • Partijen faciliteren een regionaal onderzoek naar geschikte locaties voor mobiliteitshubs van zowel goederen als personen om bestaande mobiliteitsknelpunten af te vangen; • De provincie draagt bij aan de regionale financiële bijdrage voor de ingediende propositie voor het Nationaal Groeifonds; • De provincie voert Omgevingsbeleid dat wederkerigheid tussen verstedelijking en mobiliteit faciliteert, bijvoorbeeld door lage parkeernormen rondom knooppunten Hoogwaardig Openbaar Vervoer en sturing op de woningdichtheden. Van 2025 tot 2030 • Partijen verkennen een geschikt instrumentarium om slimmer om te gaan met procedures, gericht op versnellen waar mogelijk. Focus hierbij is niet alleen het oplossen, maar ook het voorkomen van mobiliteitsknelpunten; • De gemeenten roepen het Rijk en de provincie op om voldoende financiële middelen te leveren om gemeenten in positie te brengen en te houden om de (hoge percentages voor) cofinanciering bij infrastructurele maatregelen te kunnen borgen om projecten doorgang te kunnen laten vinden.
D. Geluid In relatie tot de geluid spreken partijen het volgende af: Korte termijn • Partijen erkennen het belang van het terugdringen van geluidsoverlast voor een gezonde leefomgeving. In analogie met luchtkwaliteit is een samenwerkingsprogramma tussen alle overheden gewenst, om te komen tot vermindering van geluidhinder tot waarden die aansluiten op de advieswaarden van de World Health Organisation; • In de context van NOVEX-gebied Regio Schiphol wordt in 2023 door Rijk samen met de regio Holland Rijnland gekeken naar de effecten van de aanpassing van de geluidsnormering, evenals naar mogelijk andere benodigde acties om deze effecten te mitigeren. Hierbij wordt in het bijzonder gekeken naar het effect van (de rekenregels voor) cumulatie van vliegtuiggeluid voor woningbouw in bestaand en nieuw bebouwd gebied. De Omgevingsdienst dient hierbij ook bij betrokken te worden.
29
Tot 2025 • Partijen onderzoeken de inzet vanuit het Herstructureringsfonds voor geluidsisolatie. Het goed kwalitatief isoleren van woningen en bedrijven maakt ‘mengen’ van wonen en werken onder bepaalde condities beter mogelijk. 2025-2030 • Partijen onderzoeken wat er gedaan kan worden in het kader van bronregulering tegen vliegtuiggeluid en in het, waar nodig, ondersteunen van gemeenten in Holland Rijnland in de geluidscontour van Schiphol met het nemen van bronmaatregelen. E. Middelen en sturing voor verhogen aandeel betaalbaarheid In relatie tot de betaalbaarheidsdoelstellingen in de regio spreken partijen het volgende af: Korte termijn •
•
•
•
•
•
• •
•
De minister voor VRO werkt aan een wetsvoorstel om meer sturingsmogelijkheden vast te leggen voor voldoende sociale woningbouw bij woningcorporaties en huisvesting van aandachtgroepen in de nieuwe Wet versterking regie volkshuisvesting en andere wet- en regelgeving voor provincie en gemeente. En hierbij een verduidelijking van de sturing op het toegroeien naar minstens 30% sociale huur per gemeente in de bestaande bouw, door erop toe te zien dat er per gemeente voldoende locaties aangewezen worden voor de bouw van corporatiewoningen. De provincie gebruikt haar huidige en toekomstige instrumentarium om gemeenten te houden aan de afspraken over betaalbaarheid en om gemeenten die niet voldoen aan de percentages betaalbaar aan te spreken en te bewegen. Het Rijk gaat voorzien in een definitie van sociale huur die garandeert dat er sprake is van langdurige sociale huur aan de doelgroep. Ook zetten partijen zich in om te komen tot een eenduidige spelregels voor de toewijzing van sociale huurwoningen (woonruimteverdeelsysteem). Het Rijk werkt toe naar een regulering van de middenhuur (voor nieuwbouw en de bestaande voorraad). De eerste contouren hiervoor zijn op 14 oktober jl. geschetst door de Minister.
De regio Holland vraagt het Rijk snel duidelijkheid te verschaffen aan de markt over de exacte condities en grenzen van de uitbreiding van de huurregulering en de huurbescherming naar een deel van het vrije-sectorhuursegment. Partijen inventariseren de wenselijkheid en mogelijkheid voor realisatie van middensegment door corporaties. Uitkomsten worden geïntegreerd in het proces van de Regionale Woonagenda. Regio Holland Rijnland, gemeenten en woningcorporaties geven aan dat, ten opzichte van de huidige programmering en in relatie tot het aandeel huishoudens dat hierop is aangewezen, het aandeel sociaal en betaalbaar in de regio Holland Rijnland op het gewenste niveau te brengen en te houden én te borgen het voorwaardelijk is dat hiervoor vanuit het Rijk een subsidie en een extra instrumentarium op korte termijn gewenst is. Gemeenten zullen corporaties in positie brengen als afnemer van de sociale huur op locaties die door marktpartijen ontwikkeld worden. Rijk, provincie, gemeenten en woonregio’s gaan in gesprek over de huidige systematiek van de WBI-financiering, waarbij gemeenten als suggestie meegeven om de voorwaarden voor betaalbaar aan te passen. Partijen onderzoeken de mogelijkheid om het werkgebied van corporaties zodanig te verruimen dat zij in elke gemeente waar zij grondposities hebben ook in nieuwbouw kunnen investeren.
Tot 2025 • De regio Holland Rijnland wil benadrukken dat om de kwalitatieve doelstellingen van 2/3e betaalbaar te halen in deze regio er meer middelen en instrumentarium nodig zijn tot en met 2030. • Partijen vragen aanvullende projectsteun in de zin van de Woningwet op de gerichte lokale en regionale inzet van middelen die anders voor de verhuurdersheffing werden gereserveerd, om zo de investeringscapaciteit van corporaties te verhogen. Hiertoe is het
30
•
•
oprichten van een landelijk fonds voor corporaties die aantoonbaar te weinig investerend vermogen hebben een interessante optie. Dit wordt geagendeerd bij de ‘Versnellingstafel Woningbouw Holland Rijnland’; Partijen verkennen via de ‘Versnellingstafel Woningbouw Holland Rijnland’ gezamenlijk een aanpak om te komen tot meer doorstroming in de woningmarkt evenals mogelijkheden om te komen tot een regionale woningbouwmonitor. De regio Holland Rijnland vraagt aan het college van GS om een open houding ten aanzien van realisatie van tijdelijke woningen buiten BSD die primair bedoeld zijn om de huisvesting van spoedzoekers mogelijk te maken. o Voor verzoeken voor ontwikkeling van locaties buiten BSD wordt de hiervoor bekende procedure gevolgd, waarbij plannen eerst opgenomen dienen te zijn in het vastgestelde regionale woningbouwprogramma, waarna het college van GS deze locaties aandragen bij Provinciale Staten om het op te nemen op de 3ha kaart. Het vergroten van het aandeel sociale huurwoningen en het bouwen in bovengemiddelde dichtheden op deze locatie is onderdeel van het gesprek. o De provincie is voornemens om het streven naar tenminste 30% sociale huurwoningen in de woningvoorraad in regionaal verband en per gemeente te verankeren bij de aankomende herziening van het Omgevingsbeleid in het provinciaal Omgevingsbeleid.
o Met industriële woningbouw kan er meer gebruik gemaakt worden van praktisch geschoolde arbeidskrachten en kan er sneller gebouwd worden. De Provincie ZuidHolland is samen met De Bouwcampus en de Verstedelijkingsalliantie zo’n 3 jaar geleden een opschalingstraject gestart om samen met gemeenten, aannemers, ontwerpers, ontwikkelaars, toeleveranciers en kennisinstellingen oplossingen te ontwikkelen om industrialisatie van de woningbouw te versnellen. Ook in de regio Holland-Rijnland wordt vraag en aanbod gebundeld in een bouwstroom, zodat er meer continuïteit en zekerheid komt voor aanbieders én het aanbod op korte termijn te verruimen. De regio wil zo spoedig mogelijk starten door met elkaar helderheid te krijgen hoe we een bouwstroom Holland Rijnland kunnen inrichten. Partijen zetten zich in op de opzet van een bouwstroom en/of onderzoeken wat de mogelijkheden zijn om aan te haken bij een bestaande bouwstroom. De provincie zet zich in op de huisvesting van aandachtgroepen en onderzoekt met gemeenten, corporaties en regio Holland Rijnland naar concrete locaties voor flexwonen. De provincie heeft reeds het Omgevingsbeleid aangepast voor meer mogelijkheden voor de huisvesting van arbeidsmigranten. •
•
Partijen verkennen via de ‘Versnellingstafel Woningbouw Holland Rijnland’ het vergroten van de financiële armslag van corporaties om de afspraken over sociaal en betaalbaar te halen. Daarbij zal aanvullend financieel onderzoek worden gedaan om de Nationale prestatieafspraken in 2023 opnieuw door te rekenen. Naar aanleiding van de uitkomst van deze financiële doorrekening worden in 2023 door woningcorporaties en gemeenten afspraken gemaakt over de gewenste prioritering voor de korte termijn en samen met de provincie Zuid-Holland en de minister van VRO hoe we omgaan met de te lage investeringscapaciteit voor de middellange termijn (regionale solidariteit/collegiale financiering maar ook mogelijke inzet van het instrument landelijke projectsteun en fiscale maatregelen of subsidies).
F. Toekomstbestendig bouwen In relatie tot een groene en gezonde leefomgeving nu en in de toekomst spreken partijen het volgende af: Korte termijn • Partijen onderschrijven bestaande locatiekeuzes die zijn opgenomen in de vastgestelde regionale woningbouwprogramma’s tot en met 2030 of locatiekeuzes die opgenomen zijn in vastgestelde regionale woningbouwprogramma’s maar in realisatie doorlopen na 2030; • Partijen participeren in de coalitie toekomstbestendig bouwen, die wordt opgezet vanuit het convenant Klimaatadaptief bouwen;
31
•
Provincie coördineert en regisseert de raakvlakken tussen het Nationaal Programma Landelijk Gebied, Programma Mooi Nederland, de woningbouwopgave en de grote infraprojecten.
Tot 2025 • Provincie, gemeenten en omgevingsdienst spannen zich in om het proces van de vergunningverlening voor soortenbescherming te versnellen; • Partijen dragen zorg voor voldoende middelen voor beheer en onderhoud van groene gebieden; • Een aantal gemeenten experimenteert met circulaire woningbouw in concrete gebiedsontwikkelingen. Rijk en provincie ondersteunen deze experimenten. De provincie onderzoek of zij hieraan kan bijdragen. • Op het moment dat de door de minister aangekondigde ‘nationale maatlat klimaatadaptief bouwen’, welke is gebaseerd op het convenant klimaatadaptief bouwen, ingevoerd wordt neemt de regio Holland Rijnland dit aan als vigerende richtlijn; • Rijk, gemeenten en waterschap gaan met elkaar in overleg om rollen en verantwoordelijkheden met betrekking tot de gezamenlijke opgave m.b.t. grond, oppervlakte en hemelwater duidelijk te krijgen en afspraken hierover te maken. • De provincie biedt een aanvulling op de Vliegende Brigade voor woningbouwprojecten en gebiedsontwikkelingen die toekomstbestendigheid op de agenda zetten. Dit mag ook worden ingezet door gemeenten ter ondersteuning om toekomstbestendig bouwen te stimuleren. • De community ‘Bouw Adaptief’ helpt elkaar in 2023 in het toepassen van klimaatadaptatie bij concrete bouwprojecten. Vanaf 2024 is klimaatadaptief bouwen één van de thema’s van Toekomstbestendig bouwen.
• De provincie zet in op het ontwikkelen van standaarden en concretiseren van prestatieindicatoren (Het Nieuwe Normaal) voor circulair, biobased en conceptueel bouwen. • De provincie biedt door middel van een ‘groene brigade’ concrete procesondersteuning en advisering t.b.v. het toekomstbestendig ontwikkelen van nieuwbouwprojecten. • De provincie ondersteunt corporaties via diverse netwerken en onderzoeken vanuit het geloof dat corporaties een strategisch partner zijn om Toekomstbestendig Bouwen in de praktijk te brengen.
•
De provincie ziet de ontwikkeling van groen en water als noodzakelijke voorwaarde voor biodiversiteit en een gezonde beweegvriendelijke leefomgeving.
G. Schaarse middelen, materialen en menskracht In relatie tot schaarse middelen, materialen en menskracht spreken partijen het volgende af: Korte termijn • Q1 2023 selecteren gemeenten onder regie van de regio Holland Rijnland en in samenwerking met de provincie de kansrijkste projecten tot en met 2030. Deze projecten worden ondersteund door het team woningbouwversnelling van het Rijk en de Vliegende Brigade, zodat het planvormingsproces sneller doorlopen kan worden. • Continuering van de Vliegende Brigade door de provincie, en eventueel uitbreiden voor stikstofvraagstukken. • Rijk en Provincie onderzoeken, naast bestaande mogelijkheden, of het mogelijk is procesgeld in te zetten om extra ondersteuning/expertise in te huren voor capaciteit. • Partijen gaan met elkaar in gesprek over de invulling van projectsteun voor corporaties (in het kader van stijgende bouwkosten) tot en met 2030. Dit wordt geagendeerd bij de ‘Versnellingstafel Woningbouw Holland Rijnland’. • Met betrekking tot de capaciteitstekorten bij vergunningverlening gaat de ‘Versnellingstafel Woningbouw Holland Rijnland’ in gesprek over kennisdeling en het organiseren van extra ondersteuning bij onvoldoende capaciteit. • Partijen onderzoeken mogelijkheden om een flexibele werkpool te organiseren die op regionaal niveau kan opereren. Dit wordt geagendeerd bij de ‘Versnellingstafel Woningbouw Holland Rijnland’.
• Continuering van Taskforce Nieuwbouw Woningcorporaties en de Taskforce versnellen tijdelijke huisvesting. De Taskforce Nieuwbouw Woningcorporaties, die bestaat uit leden namens alle betrokken partijen, kan bestuurlijk hulp bieden wanneer er belemmeringen 32
worden geconstateerd bij het realiseren van de gemeentelijke bouwopgave voor sociale huurwoningen, waaronder flexwoningen. 2025-2030 • Partijen verkennen geschikte wet- en regelgeving om de continue bouwstromen verder uit te breiden (b.v. standaardisering en toelating van meer prefab woningen). H. Nutsvoorzieningen Om te komen tot versnelling van de woningbouwafspraken zijn de volgende randvoorwaarden noodzakelijk in relatie tot nutsvoorzieningen: Korte termijn • De regio Holland Rijnland onderzoekt in 2023 met drinkwaterbedrijven en netbeheerders welke monitorings- en afstemmingsafspraken mogelijk zijn op het niveau van tijd (planning) en omvang (aantallen). Daarbij moet aandacht zijn voor mogelijke gevoelige informatie bij het al dan niet delen van woningbouwplannen. De monitoring moet ertoe leiden dat toekomstige of huidige leveringsknelpunten of vertraging door langlopende procedures worden voorkomen. En de monitoring moet ertoe leiden dat scherp wordt wie voor welke actie aan zet is en wat er gedaan moet worden om leveringsknelpunten tegen te gaan dan wel te voorkomen. Dit wordt geagendeerd bij de ‘Versnellingstafel Woningbouw Holland Rijnland’.
• De gemeenten Alphen aan den Rijn en Zoeterwoude komen in samenwerking en betrokkenheid met provincie en de lokale betrokken partijen tot de ontwikkeling van Barrepolder als uniek duurzaam en circulair bedrijventerreinen, met regionale (economische en maatschappelijke) betekenis. Hier wordt onderzocht hoe een 150 kVstation gerealiseerd kan worden om de netcapaciteit van de regio te vergroten. Tot 2025 •
De regio Holland Rijnland spant zich in om aan tafel te kunnen met de netbeheerders om knelpunten op middellange en lange termijn in kaart te brengen en op basis daarvan maatregelen te bepalen (zie monitoringsafspraken 2C);
• I. Streven naar complete steden en dorpen In relatie tot het streven naar complete steden en dorpen spreken partijen het volgende af: Korte termijn • Partijen gaan in gesprek over mogelijkheden (maatregelen en middelen) om bestaande bedrijventerreinen toekomstbestendig te maken (opgaven op het gebied van de energietransitie, circulariteit, klimaatadaptatie) en het beter kunnen benutten van bedrijventerreinen t.b.v. woningbouw. Door slimme bedrijfsaanpassingen en /of verplaatsingen kan er ruimte worden gecreëerd voor woningbouw. De investeringen die hiervoor nodig zijn, kunnen vaak niet worden bekostigd uit grondexploitaties van de woningbouw. De mogelijkheden voor additionele investeringen worden geagendeerd bij de ‘Versnellingstafel Woningbouw Holland Rijnland’. • Continueren van de ‘Impulsaanpak winkelgebieden’ om leegstaande ruimte boven winkels te benutten voor woningbouw. Daarbij is ook winst te behalen in het sneller kunnen aanpassen van bestemmingsplannen om wonen boven winkels mogelijk te maken (van winkelbestemming naar gemengde bestemming). Tot 2025 • Om wonen en werken in balans te houden, woonwerkpendel te verminderen en ruimte te bieden aan de verduurzamingsopgave waar Nederland voor staat, is er een groeiende behoefte aan bedrijventerreinen. Niet alle bedrijvigheid is te combineren met wonen.
De ontwikkeling richting een circulaire economie vraagt bovendien om ruimte voor bedrijven met een zwaardere milieucategorie. Provincie, regio Holland Rijnland en gemeenten werken op basis van een gezamenlijke behoefteraming een bedrijventerreinenstrategie uit
33
•
waarin voldoende ruimte geboden wordt voor bedrijvigheid. Keuzes worden in samenhang met andere ruimtelijke opgaven (wonen, mobiliteit, klimaat, natuur, enzovoorts) gemaakt. Partijen zetten zich in op het gericht versnellen van woningbouwlocaties zoals Valkenhorst.