CConstaterende datHillegom
Koppel je AI →
Document · PDF

Db04 Raadsbrief Regionale Realisatieagenda Wonen Holland Rijnland.pdf

Gemeenteraad 30 maart 2023, gemeente HillegomBij agendapunt: 6: Ingekomen stukken20.395 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 3

Hillegom

Raadsbrief Regionale Realisatieagenda Wonen Holland Rijnland aan:

de raad van de gemeente Hillegom

zaaknummer: Z-22-262132 datum collegevergadering: 7 maart 2023 portefeuillehouder: Anne de Jong behandelend ambtenaar: Thea Aandewiel emailadres: T.aandewiel@hltsamen.nl telefoon: 14 0252 embargo: ☒

Inleiding De behoefte aan woningen in Nederland is groot. De minister van Volkshuisvesting en Ruimtelijke Ordening heeft als doel gesteld dat er in de periode 2022-2030 900.000 extra woningen zijn gebouwd in Nederland. Van deze nieuwe woningen komen er 235.460 in Zuid-Holland, waarvan 30.500 woningen in de regio Holland Rijnland. Om dit voor elkaar te krijgen is een goede samenwerking tussen betrokken overheden, woningbouwcorporaties en andere belanghebbenden zoals nutsbedrijven en aannemers van groot belang. Met al deze partijen is in de afgelopen maanden een agenda opgesteld die moet bijdragen aan de realisatie van het doel om het benodigde aantal woningen te realiseren en waarbij deze woningen bijdragen aan een optimaal woon- en leefklimaat. Opzet van de realisatieagenda In de Regionale Realisatieagenda Wonen Holland Rijnland (hierna realisatieagenda) hebben de samenwerkende partijen allereerst de opgave geïdentificeerd. Naast de 30.500 woningen zit in deze opgave ook het kwalitatieve aspect van betaalbaarheid, waarbij de programmering voor minimaal 2/3e betaalbaar is (sociale huur, middeldure huur en koop tot €355.000). Andere kwalitatieve aspecten zoals bodem en water leidend, klimaat, energie, beweegvriendelijke omgeving en een inclusieve omgeving zijn opgaven die verbonden zijn aan de realisatieagenda.

De realisatieagenda zet daarbij zoveel mogelijk in op verdichting, om zo het omliggende landschap zoveel mogelijk te besparen. Daarbij is wel opgemerkt dat bij enkele gemeenten dat de grenzen van het Bestaande Stads- en Dorpsgebied (BSD) belemmerend werken voor het realiseren van voldoende woningen binnen de betaalbaarheidsambities. Vervolgens zijn er afspraken gemaakt om bestaande woningbouwplannen te versnellen. Hiervoor wordt op regionaal niveau een versnellingstafel opgericht. Onderdeel van de gesprekken aan de regionale versnellingstafel is om Kritische Succesfactoren (KSF’s) te identificeren en op te lossen. Een deel van de KSF’s ligt op rijksniveau of provinciaal niveau zoals bijvoorbeeld de stikstopproblematiek en de regionale ontsluiting. Beide partijen schuiven daarom standaard aan bij deze tafel. Provincie en rijksoverheid hebben daarnaast aangegeven met regelingen zoals de Woningbouwimpuls en de Vliegende Brigade geld en middelen beschikbaar te blijven stellen.

1

Relatie met de Regionale Woonagenda en prestatieafspraken Uw raad heeft in februari een zienswijze opgesteld en ingediend voor de Regionale Woonagenda (hierna: RWA). De RWA is nog niet vastgesteld, dit gebeurt pas in juni 2023 door het Algemeen Bestuur van Holland Rijnland. In deze RWA worden door de regio ‘beleidsrijke’ keuzes gemaakt. De afspraken in de realisatieagenda zijn in lijn met de concept-RWA. De definitieve RWA kan andere beleidskeuzes bevatten als gevolg van de gemeentelijke zienswijzen die worden gegeven. Daarom tekenen de gemeenten de realisatieagenda onder voorbehoud van de vaststelling van de RWA. Afspraken uit de realisatieagenda die relevant zijn voor de lokale prestatieafspraken zullen gemeenten in de nieuwe prestatieafspraken vastleggen.

Bijlagen: Regionale Realisatieagenda Wonen Holland Rijnland, 23 februari 2023. Sideletter Regionale Realisatieagenda Wonen Holland Rijnland, 28 februari 2023. Oplegger Regionale Realisatieagenda Wonen Holland Rijnland, 14 maart 2023.

2

Regionale Realisatieagenda Wonen Regio Holland Rijnland (regionale woondeal) 23-02-2023 Ondertekenaars •

College van GS van de Provincie Zuid-Holland

•

Colleges van Burgemeesters en Wethouders van de gemeenten: o Alphen aan den Rijn o Hillegom o Kaag en Braassem o Katwijk o Leiden o Leiderdorp o Lisse o Nieuwkoop o Noordwijk o Oegstgeest o Teylingen o Voorschoten o Zoeterwoude

•

Minister voor Volkshuisvesting en Ruimtelijke Ordening (VRO)

•

Bestuurders van de woningcorporaties: o STEK o Woningstichting Sint Antonius van Padua o Rijnhart Wonen o Habeko Wonen o Woningstichting Nieuwkoop o Dunavie o Ons Doel o Portaal o De Sleutels o Stichting Woondiensten Aarwoude o MeerWonen o Woonforte o Woonzorg Nederland

•

Koepel van woningcorporaties, Holland Rijnland Wonen

Ondersteuningsverklaring • • • • •

Regio Holland Rijnland Bouwend NL Netbeheerder o Liander Drinkwaterbedrijven: o Oasen o Dunea Huurdersorganisaties: o Huurders in Holland Rijnland o Woonbond

1

Inhoudsopgave Overwegingen .................................................................................................................... 3 Rollen en verantwoordelijkheden ........................................................................................ 5 Regio specifieke context .................................................................................................... 6 1. Woningbouwopgave: van provinciale naar regionale opgave ................................................. 6 Betaalbaarheid................................................................................................................. 9 2. Versnellingsafspraken .................................................................................................... 10 3. Samenwerking en sturing ............................................................................................... 11 4. Kritische succesfactoren en ondersteuning........................................................................ 13 Water en bodem sturend ................................................................................................. 15 Stikstof ......................................................................................................................... 15 Mobiliteit en infrastructuur ..............................................................................................

15 Geluid ........................................................................................................................... 16 Middelen en sturing voor verhogen aandeel betaalbaarheid ................................................. 16 Toekomstbestendig bouwen............................................................................................. 17 Schaarse middelen, materialen en menskracht .................................................................. 17 Nutsvoorzieningen .......................................................................................................... 17 Streven naar complete steden en dorpen .......................................................................... 18 Procedures .................................................................................................................... 18 Handtekeningen................................................................................................................ 18 Bijlage 1: Overzicht woningbouwplannen en -locaties ............................................................ 19 Bijlage 2: Aanvullende nog uit te werken onderwerpen .......................................................... 23 Bijlage 3: Kritische succesfactoren en oplossingsrichtingen ....................................................

28 Bijlage 4: Versnellingsprojecten vanuit de gemeenten en woningcorporaties ............................ 35

2

Overwegingen •

De woningbouwopgave in Nederland is in de afgelopen jaren ingrijpend veranderd. Prijzen van koopwoningen en particuliere huurwoningen zijn flink gestegen in de afgelopen tien jaar. De bevolking is daarbij sterk gegroeid en de verwachting is dat deze groei komende jaren en in ieder geval tot en met 2030 doorzet. De vraag naar woningen is groot, maar het aanbod is beperkt. Het oplossen van het woningentekort vraagt om de bouw van nieuwe woningen. Om op korte termijn te kunnen doorbouwen en plannen in de periode tot en met 2030 te kunnen realiseren is het nodig keuzes te maken en gerichte maatregelen in te zetten.

•

Om het woningtekort terug te dringen tot een gezonder evenwicht op de woningmarkt wordt met het Rijksprogramma Woningbouw nationaal ingezet op de realisatie van 900.000 woningen bruto tot en met 2030. Om dit te realiseren wordt gestreefd naar de groei tot 100.000 nieuwbouwwoningen per jaar vanaf 2024. Daarbij is het streven dat ten minste twee derde van deze woningen betaalbaar zijn vanaf 2025. Nationaal is daarom de bouw van 250.000 sociale corporatiewoningen en 350.000 woningen in het middensegment, waarvan 50.000 woningen door de corporaties (middenhuursegment van €850 tot €1.000) nodig. Gemeenten, provincies, woningcorporaties en het Rijk maken samen wederkerige afspraken over ieders aandeel in het behalen van deze doelstellingen. De nationale opgave is vastgesteld in de Nationale Woon- en Bouw Agenda en de onderliggende programma’s en is uitgewerkt in wederkerige bestuurlijke afspraken over de ambities op provinciaal niveau en in deze woondeal op regionaal niveau.

•

Tussen de minister voor Volkshuisvesting en Ruimtelijke Ordening (hierna: minister voor VRO) en het college van Gedeputeerde Staten van de Provincie Zuid-Holland (hierna: college van GS) zijn op 13 oktober 2022 “Samenwerkingsafspraken woningbouw Zuid-Holland" gemaakt over de provinciale ambitie in de nationale opgave. Het college van GS spant zich er in de periode 2022 t/m 2030 voor in dat er bruto 235.460 woningen worden toegevoegd. Dit is ruim 26% van de landelijke woningbouwambitie en een toename van 14% ten opzichte van de huidige woningvoorraad in Zuid-Holland.

•

De behoefte aan woningen in de regio Holland Rijnland bedraagt 30.500 woningen netto in de periode 2022 t/m 2030. In de geactualiseerde inzet voor de woonopgave Zuid-Holland (vastgesteld door college van GS op 4 oktober 2022) geeft het college van GS aan dat het zetten van stappen op de kritische succesfactoren randvoorwaardelijk is om aan de ambitie voor het aantal woningen en de kwalitatieve ambitie te voldoen.

•

Daarnaast heeft het college van GS de ambitie uit de samenwerkingsafspraken onderschreven dat vanaf 2025 de programmering bestaat uit minimaal 2/3 betaalbare woningen, waarvan minimaal de helft door corporaties wordt gebouwd1. Het betaalbare segment bestaat uit sociale huur2, middenhuur (€850 - €1.000)3 en betaalbare koop onder €355.0004. De minister voor VRO, het college van GS, de regio Holland Rijnland, de gemeenten en de corporaties streven ernaar dat elke gemeente toegroeit naar minimaal 30% sociale huur in de bestaande voorraad, zowel in regionaal verband als per gemeente. In de regio Holland Rijnland wordt deze ambitie over het aandeel sociaal en betaalbaarheid in de programmering en het toegroeien naar 30% in de programmering, vastgelegd in de Regionale Woonagenda (hierna: RWA). Verderop in deze paragraaf staat een meer uitgebreide omschrijving wat deze RWA inhoudt.

•

In deze regionale realisatieagenda wordt een doorvertaling naar de regio gemaakt van de ambities in de Samenwerkingsafspraken woningbouw Zuid-Holland tussen Rijk en provincie Zuid-Holland. Met deze regionale realisatieagenda’s worden de krachten van de verschillende overheidslagen gebundeld met als doel het versnellen van de woningbouw in de regio. Hiertoe leggen partijen hun wederzijdse verantwoordelijkheden en inspanningen

1

De corporaties staan aan de lat voor 250.000 sociale woningen en 50.000 woningen middenhuur in het segment twee derde betaalbaar. 2

Sociale huur: volgens de wet geregelde huurprijs (gemaximeerd). 3 Prijspeil 2020 4

Met betaalbare koopwoningen worden woningen bedoeld die een marktwaarde hebben onder de €355.000, prijspeil 2022. Deze grens is gebaseerd op de NHG-grens 2022 en is bevroren als het gaat om de definitie betaalbare koopwoning.

3

vast en erkennen zij wederzijds de in deze realisatieagenda opgenomen kwantitatieve en kwalitatieve opgaven. De genoemde partijen zien de regionale realisatieagenda’s als een wederzijdse inspanningsverplichting. Partijen houden elkaar aan het maximaal haalbare, niet het onmogelijke. •

De colleges van burgemeester en wethouders (hierna: colleges van B&W), het college van GS en de minister voor Volkshuisvesting en Ruimtelijke Ordening (hierna: minister voor VRO), het Dagelijks Bestuur van de regio Holland Rijnland en de bestuurders van de corporaties in de regio Holland Rijnland bevestigen dat ze gezamenlijk alle inspanningen zullen verrichten ter uitvoering van de afspraken in deze regionale realisatieagenda.

•

Water en bodem sturend is onmisbaar voor een toekomstbestendig Zuid-Holland. Het is van het grootste belang dat dit bij de inpassing van woningen integraal en in een vroeg stadium wordt meegenomen. Samen met partners (marktpartijen, huurdersorganisaties, netbeheerders, drinkwaterbedrijven en zuiveringsbeheerders) zetten de overheden, corporaties en private partijen zich in om op een toekomstbestendige manier huizen te bouwen.

•

In deze regionale realisatieagenda ligt het accent op de bouwopgave tot en met 2030 en wordt de verbinding gelegd met de bredere opgaven. Het gaat hierbij om het bouwen van woningen, maar ook om het bouwen en versterken van de samenleving, rekening houdend met opgaven zoals klimaat, werkgelegenheid, kansengelijkheid, bereikbaarheid, energie, natuurinclusiviteit, voorzieningennet, beweegvriendelijkheid en modulaire bouw, et cetera. Woningen dienen goed bereikbaar zijn, de economie en werkgelegenheid moeten een grote impuls krijgen door de woningbouw, en aanvullende voorzieningen waaronder de onderwijsinfrastructuur in de volle breedte dienen te worden gerealiseerd.

•

Naast het realiseren van nieuwbouw is het ook belangrijk om aandacht te hebben voor de bestaande woningvoorraad. In Nederland zijn meer instrumenten nodig om de prijsstijgingen, de misstanden en de excessen in de bestaande woningvoorraad aan te pakken. In de huidige marktomstandigheden zorgt het gebrek aan instrumenten voor cumulatie van problemen. Er is meer regulering en sturing nodig. Het Rijk werkt onder andere via de verschillende Rijksprogramma’s aan oplossingen en wetgeving die mogelijkheden biedt tot gerichte overheidsinterventies. In deze realisatieagenda wordt ook om inspanningen van het Rijk gevraagd voor instrumentarium voor provincie en gemeenten om te (kunnen) interveniëren in de woningmarkt.

•

Deze realisatieagenda wordt jaarlijks geactualiseerd en is onderdeel van het cyclisch proces dat overheden, corporaties en steunverklaring gevers met elkaar gaan starten in het eerste kwartaal van 2023 en dat de komende acht jaar blijft doorlopen, waarbij knelpunten worden opgelost om te komen tot de doelen die zijn opgenomen in deze realisatieagenda.

•

Het door Holland Rijnland en het college van GS parallel met deze realisatieagenda vast te stellen regionale woningbouwprogramma 2022 is gekoppeld aan deze regionale realisatieagenda. Hierdoor komen de locaties die door regio, gemeenten en provincie ZuidHolland zijn vastgesteld in het woningbouwprogramma 2022, in aanmerking voor toegang tot rijksinstrumenten, zoals de Woningbouwimpuls en andere (financiële) mogelijkheden. Elke gemeente is hierbij verantwoordelijk voor de eigen bijdrage aan de regionale afspraken en via deze weg uiteindelijk ook voor het geheel van de nationale bouwopgave. De definitieve ruimtelijke beoordeling vindt plaats in het kader van het bestemmingsplan.

•

In de regio Holland Rijnland is er in de vorige bestuursperiode een aantal regionale beleidsproducten opgeleverd, waaronder de Regionale Omgevingsagenda 2040 (hierna: ROA). Hierin heeft de regio Holland Rijnland ruimtelijk-economische ontwikkelingen in de regio integraal en in samenhang afgewogen op basis waarvan er binnen de regio afspraken zijn gemaakt over de grote verstedelijkingsopgaven. o Het college van GS hebben hiervan kennis genomen, maar hierop geen akkoord gegeven, mede omdat de looptijd van de ROA (2040) verschilt met die van de regionale realisatieagenda (tot en met 2030). o Naast de ROA wordt de Regionale Woonagenda Holland Rijnland uit 2018 geactualiseerd. In de RWA worden nadere afspraken tussen gemeenten gemaakt over woningbouw in de regio. De geactualiseerde RWA is vanaf 15 december 2022 4

ter inzage aangeboden. Raden en andere belanghebbenden zijn gevraagd een zienswijze in te dienen. Besluitvorming over de RWA door het Algemeen Bestuur van Holland Rijnland is voorzien op 28 juni 2023. Daarna gaat deze ter vaststelling naar GS. o

In de nieuwe RWA luidt het streven dat elke gemeente toegroeit naar minimaal 30% sociale huur in de programmering, zowel in regionaal verband als per gemeente. Daarnaast spannen partijen zich in om vanaf 2025 minimaal twee derde betaalbare woningen op te nemen in de woningbouwprogrammering van gemeenten. Van deze twee derde wordt de helft door corporaties gebouwd. Deze regionale realisatieagenda loopt vooruit op dit al lopende proces van de te actualiseren RWA, waarvan afronding is beoogd eind juni 2023. Gezien het proces omtrent de RWA is het ondertekenen van deze realisatieagenda voor gemeenten onder voorbehoud van vaststelling van de RWA. Indien andere uitgangspunten in de RWA worden vastgelegd dan in de regionale realisatieagenda, dan gaan partijen daarover in overleg met elkaar.

•

Met de koepel Huurders in Holland Rijnland is het proces van de totstandkoming van de realisatieagenda gedeeld. Zij hebben bij het ontstaan van de agenda geen actieve rol gehad. Op provinciaal niveau heeft de Woonbond meegesproken. De realisatieagenda wordt na ondertekening verder uitgewerkt in de lokale prestatieafspraken.

•

Het ondertekenen van deze realisatieagenda is onder voorbehoud van bespreking in de gemeenteraden, de provinciale staten en met de directeuren van de woningcorporaties.

Rollen en verantwoordelijkheden •

Eén overheid: Gemeenten, provincie, regio Holland Rijnland en het Rijk zijn gezamenlijk verantwoordelijk voor de versterking van de regie op de woningbouw en het realiseren van de woningbouwopgave. Alle overheidslagen dragen bij aan de woningbouwopgave vanuit hun specifieke rol in aansluiting bij het huis van Thorbecke, en wet- en regelgeving zoals de Woningwet, de Huisvestingswet, de Wet op de Ruimtelijke Ordening, de Waterwet en – wanneer deze in werking treedt - de Omgevingswet.

•

Het College van B&W is als eerste bestuursorgaan verantwoordelijk voor de zorg voor de fysieke leefomgeving. In aansluiting daarop zetten de gemeenten zich in voor voldoende bouwlocaties in ruimtelijke plannen voor de realisatie van de woningbouwafspraken uit de regionale realisatieagenda. Met inzet van de wettelijke instrumenten zorgen gemeenten voor de benodigde (harde) plancapaciteit in de verschillende prijssegmenten (sociale huur, middenhuur en betaalbare koop) en voor verlening van omgevingsvergunningen. Zo nodig hakt het college van B&W knopen door. o Gemeenten spreken af om in regionaal verband af te stemmen en samen te werken. Dit gebeurt al in de Gemeenschappelijke Regeling Holland Rijnland (hierna: GR). Een van de artikelen in de GR bepaalt dat Holland Rijnland een verantwoordelijkheid heeft voor regionaal woonbeleid. In de vast te stellen RWA worden nadere afspraken gemaakt.

•

De minister voor VRO is de trekker voor de nationale opgave voor versnelling van de woningbouw. De nationale opgave is vastgesteld in de Nationale Woon- en Bouwagenda en de onderliggende programma’s. Deze wordt uitgewerkt in wederkerige bestuurlijke afspraken op provinciaal en regionaal niveau. De minister voor VRO is verantwoordelijk voor de realisatie van de nationale opgave en stelselverantwoordelijk voor de versterking van het wettelijk instrumentarium voor de medeoverheden om de woningbouwopgave te realiseren en voor ondersteuning van de uitvoering via inzet van (financiële) middelen. De minister stuurt actief op de realisatie van de nationale opgave door intensief en periodiek overleg met medeoverheden en monitoring van de woningbouw. Daarnaast coördineert de minister de opgaven die samenhangen met de woningbouw met de medeoverheden en andere departementen. Zo nodig hakt de minister voor VRO samen met collegabewindspersonen knopen door.

•

De Provinciale Omgevingsvisie, omgevingsverordening en het omgevingsprogramma vormen het bovenliggende beleidskader en bevat de regels en voorwaarden voor de regionale woonvisies en regionale woningbouwprogramma's. Vanuit deze wettelijke bevoegdheid is het college van Gedeputeerde Staten van de provincie verantwoordelijk 5

voor het gebiedsgerichte aanjagen, coördineren, afwegen en sturen op de (ruimtelijke) doorvertaling van de provinciale woningbouwopgave in regionaal verband met de gemeenten. Het college van Gedeputeerde Staten stuurt actief op de kwantitatieve en kwalitatieve woningbouwprogrammering, waarbij het kwalitatieve in deze afspraken voor nu vooral de betaalbaarheid betreft. Doel is het toewerken naar meer balans in de woningvoorraad, waarbij elke gemeente toegroeit naar minimaal 30% sociale huur in de bestaande voorraad. De provincie bevordert door actieve sturing deze evenwichtige verdeling tussen en in de woondealregio’s. Het college van GS heeft de afgelopen collegeperiode sterk gestuurd op voldoende betaalbare woningbouw met inzet van de beschikbare instrumenten en subsidies. De provincie zorgt voor actueel omgevingsbeleid waarin deze doelstellingen zijn opgenomen. Rijk en provincie en gemeenten spannen zich gezamenlijk vanuit vertrouwen in om de doelstellingen te bereiken. Om dit te bereiken zorgt het Rijk, zoals afgesproken in de Samenwerkingsafspraken Woningbouw, onder andere voor extra noodzakelijk juridisch instrumentarium voor provincies dat onderdeel zal

uitmaken van het wetsvoorstel Versterking Regie Volkshuisvesting. •

Woningcorporaties hebben vanuit de Woningwet de kerntaak om te zorgen voor betaalbare en goede huisvesting voor mensen met een laag inkomen. Het bestuur van een woningcorporatie maakt een goede afweging binnen de brede volkshuisvestelijke opgave en spant zich in om de beschikbare investeringscapaciteit voor de korte termijn zo optimaal mogelijk in te zetten voor het realiseren van kwalitatief goede en betaalbare sociale huurwoningen.

•

Om de woningbouwproductie te versnellen en de regionale woningbouwopgave op een toekomstbestendige manier te realiseren, is samenwerking met alle partijen in de woningbouwketen essentieel, met besef van ieders rol en verantwoordelijkheid. Dit vraagt om een nauwe betrokkenheid van corporaties, marktpartijen, netbeheerders, drinkwaterbedrijven en huurdersorganisaties bij de regionale realisatieagenda.

Regio specifieke context •

De ROA en de RWA laten zien dat er nadere randvoorwaardelijke ontwikkelingen en investeringen nodig zijn om de regio verder te ontwikkelen en te laten bloeien. De regio en gemeenten hebben daartoe aangegeven te willen gaan werken aan een regionale investeringskaart. Deze regionale investeringskaart is breder dan alleen woningbouw. In deze investeringskaart komen diverse proposities en investeringsopgaven naar voren die noodzakelijk zijn voor verdere ontwikkelingen in de regio. Door slim te koppelen met rijksen provinciale programma's, opgaven en ambities zijn doorvertalingen naar benodigde investeringen goed te maken. Overleg over deze investeringskaart moet in 2023 nog met de provincie plaatsvinden. Bij de investeringskaart wordt gebruik gemaakt van het jaarlijks te actualiseren regionaal woningbouwprogramma.

•

Belangrijk en specifiek voor de regio is de hinder van vliegverkeer van en naar de Luchthaven Schiphol. Een deel van de nieuwbouwplannen is gelegen binnen de 45 c.q. 48 Lden contour. Het ministerie van BZK spant zich in om op rijksniveau mogelijke knelpunten vanuit vliegverkeer van en naar de Luchthaven Schiphol op te lossen. Bestaande overleggen verlopen via de BRS-structuur Schiphol en de BO VRO. In de NOVEX Schiphol wordt verbinding gelegd met woningbouwprogramma’s en bijbehorende woondeals.

•

In relatie tot deze regionale realisatieagenda zijn de volgende beleidsstukken relevant: o De regionale huisvestingsverordening o Provinciaal Omgevingsbeleid (onder andere 3ha locaties, binnenstedelijkbuitenstedelijk, compensatie bedrijfsterreinen) o NOVEX Zuidelijke Randstad, NOVEX Schiphol en NOVEX Groene Hart.

1. Woningbouwopgave: van provinciale naar regionale opgave In de realisatieagenda worden de locaties van de huidige woningbouwplannen zo concreet mogelijk opgenomen. Er is een ‘foto’ gemaakt van de huidige plannen (tabel 1), aangevuld met een overzicht van locaties (bijlage 1). Locaties, die op dit moment nog vertrouwelijk zijn, zijn nog niet 6

opgenomen. Naast de opgenomen locaties zijn er kleinere of minder complexe woningbouwplannen verspreid over de regio. Ook deze zijn van waarde voor het realiseren van de doelstelling. Door het hebben van voldoende plancapaciteit, kunnen vertragingen in ontwikkeling van locaties ook worden opgevangen door de ontwikkeling van andere locaties naar voren te halen. Ook kunnen gemeenten locaties hiervoor aandragen, die nog niet de status hebben van “aanvaarde” locaties. Eerste toetssteen in deze discussies is of deze locaties kunnen bijdragen aan de woningbouwopgave tot en met 2030, En uiteraard gelden voor zulke locaties de normale afwegingscriteria waaronder ruimtelijke criteria als de ladder voor duurzame verstedelijking, de benodigde investeringen in infrastructuur, water en bodem leidend en leefbaarheid. We gaan over dergelijke locaties in gesprek met elkaar. Dit gesprek over deze locaties is ook van belang voor de borging van de woningbouw na 2030. Het rijk is overigens voornemens de Ladder voor duurzame verstedelijking te evalueren. We hebben een gezamenlijke opgave. Om het huidige woningtekort aan te pakken is het noodzakelijk om de komende jaren het bouwtempo flink te verhogen en sneller en meer woningen bij te bouwen. In heel Nederland zijn tot en met 2030 in totaal 900.000 (bruto) woningen nodig.

Om op de woningbehoefte in te spelen is het nodig om 30.500 woningen in de regio Holland Rijnland te realiseren in de periode 2022 t/m 2030. De gemeenten, regio Holland Rijnland, provincie en Rijk zetten zich, in samenwerking met waterschappen, corporaties en de andere partijen, in voor de realisatie van de ambitie zoals opgenomen in tabel 1. •

Tabel 1 is een weergave van het regionale woningbouwprogramma ('foto') van de regio Holland Rijnland in de periode 2022-2030. Dit overzicht is gebaseerd op het regionale woningbouwprogramma 2022. De laatste twee kolommen geven de huidige programmering van de corporaties aan. Opmerkingen bij de tabel: o In kwantitatieve zin zijn er genoeg plannen om aan de opgave te voldoen. o Wat aandacht nodig heeft is het realiseren van plannen, het hard maken van zachte plannen en het verdere stappen zetten om het aandeel sociaal en betaalbaar in de programmering verder op te hogen.

•

Inzet vanuit Rijk en provincie is om: o Minimaal een derde van het totaal door woningcorporaties te laten bouwen (sociale huur en het middenhuursegment tussen €850-€1.000) en dat marktpartijen de andere 1/3 gaan bouwen (betaalbare koop- en huurwoningen). In totaal wordt gestreefd naar minimaal twee derde betaalbare woningen in het segment sociale huur, middenhuur en betaalbare koop onder de grens van €355.000. De regio Holland Rijnland en gemeenten bekrachtigen deze inzet in het traject van de RWA. o Te komen tot meer balans in de woningvoorraad in de regio en een evenwichtige verdeling van de opgave tussen gemeenten (fair-share). Deze evenwichtige verdeling is gericht op het toegroeien naar minimaal 30% sociale huurwoningen in de bestaande voorraad zowel in regionaal verband als per gemeente. De regio en gemeenten bekrachtigen deze inzet in het traject van de Regionale Woonagenda.

•

Woningcorporaties stellen zich op grond van de woningwet ten doel uitsluitend op het gebied van de volkshuisvesting werkzaam te zijn en beogen hun financiële middelen uitsluitend in het belang van de volkshuisvesting in te zetten. De woningcorporaties binnen de regio Holland Rijnland zijn hiervoor natuurlijke partners van overheden en huurdersorganisaties. Met beiden sluiten zij prestatieafspraken en corporaties dragen naar redelijkheid bij aan de woonvisies van de gemeenten waarin zij werkzaam zijn. In het kader van deze bovenlokale woondeal werken de deelnemende woningcorporaties samen in Holland Rijnland Wonen en spannen zij zich in voor de realisatie van deze regionale realisatieagenda. Deze corporaties zijn de eerste partner om binnen het kader van hun wettelijke, volkshuisvestelijke taak goede, duurzame en betaalbare woningen in leefbare buurten voor gemengde groepen te behouden en hebben de ambitie om 13.000 betaalbare woningen tot 2030 te realiseren (*). In tabel 1 is een deel van deze ambitie in aantallen

7

opgenomen. Gemeente en corporaties spannen zich in om voor deze ambitie waar te maken (onder andere meer grondpositie). •

De cijfers betreffen wederzijdse inspanningsverplichtingen. Deze aantallen zijn enkel mogelijk als er oplossingen komen voor de kritische succesfactoren.

•

In het proces om te komen tot deze regionale realisatieagenda is gebleken dat nog niet alle gemeenten de gegevens eenduidig hebben ingevuld. Partijen spreken af om gezamenlijk in te zetten op het verbeteren van de kwaliteit van de data van de foto van het woningbouwprogramma uiterlijk voor 1 juli 2023. Partijen spreken af dat er op 1 mei een tabel gemaakt kan worden van de aantallen bruto toe te voegen woningen per gemeente, naar de betaalbaarheidscategorieën en de opleverjaren. De tabel betreft een momentopname van het regionale woningbouwprogramma van de regio op gemeenteniveau. Het betreft alleen de locaties, die zijn opgenomen in het door GS vastgestelde regionale woningbouwprogramma. Voor de tabel kunnen gemeenten de gegevens in de Planregistratie Wonen desgewenst corrigeren.

•

Tabel 1: Indicatieve weergave woningbouwprogramma 2022 Aantallen regio Holland Rijnland Jaartal

2022 2023 2024 2025 2026 2027 2028 2029 2030 Totaal % van totaal

Bruto nieuwbouw (te realiseren woningen)

Beschikbare netto plancapaciteit (aantal woningen)

Aantal woningen in harde plancapaciteit

Betaalbaarheid5

Aantal woningen door corporaties(*)

Sociale huurwoningen6

Huurwoningen vanaf de sociale huurgrens tot €1.000 per maand

Koopwoningen tot aan de betaalbaar heids-grens (€355.000)

Sociale huurwoningen

Midden huurwoningen

4.030 5.952 6.280 7.117 6.232 4.045 2.189 1.902 1.308 39.055*

3.754 5.327 5.913 6.716 6.201 3.954 2.189 1.859 1.308 37.221*

3.856 5.184 2.604 2.181 1.749 1.529 911 795 636 19.445

973 2.774 2.267 2.379 1.785 1.001 553 619 322 12.673

195 147 1.053 738 646 651 144 190 50 3.814

445 239 369 920 691 348 217 394 70 3.693

216 718 1.340 1.998 1.316 1.870 675 608 364 9.105

8 0 20 43 77 35 93 153 0 429

50%

32%

10%

9%

Bijlage 1 geeft een overzicht van de volgende bouwlocaties binnen de regio Holland Rijnland: o Projecten binnen de regio die een MIRT- of WBI-subsidie hebben ontvangen o Lijst met 100+-locaties o Projecten waarvoor de provincie subsidies heeft verstrekt o Mogelijke woningbouwontwikkeling locatie Gnephoek, gemeente Alphen aan den Rijn Bijlage 2 is een ‘Overzicht bouwlocaties en projecten’. Via de nog op te richten ‘Versnellingstafel Woningbouw Holland Rijnland’ (zie hoofdstuk 3 Versnellingsafspraken) blijven Rijk, provincie, gemeenten, waterschappen, corporaties, private partijen, nutsbeheerders, huurdersorganisaties en 5

Onder het betaalbare segment vallen de sociale huurwoningen, huurwoningen vanaf de sociale huurgrens tot een maximaal van €1.000 per maand (prijspeil 2020) en koopwoningen tot aan €355.000. Zie ook opmerking bij format afsprakenkader Rijkregio over hoogte NHG-grens) 6 Aantal van de bruto nieuwbouw

8

andere partijen met elkaar het continue gesprek voeren om gesignaleerde kritische succesfactoren ten behoeve van de realisatie aan te pakken. In het regionale woningbouwprogramma Holland Rijnland 2022 zijn de door de colleges van B&W en het college van GS vastgestelde woningbouwplannen opgenomen. In deze regionale realisatieagenda staan bouwlocaties uit het vastgestelde woningbouwprogramma 2022 waarover gemeenten afspraken willen maken om zo versnelling op korte termijn (bij voorkeur voor 2025) te realiseren. Deze locaties en eventuele kritische succesfactoren voor de realisatie daarvan zijn opgenomen in bijlage 4. Deze lijst is dynamisch en nadrukkelijk niet uitputtend. Als projecten zijn gerealiseerd of de knelpunten zijn opgelost verdwijnen projecten van de lijst, en als er zich knelpunten voordoen bij locaties kunnen andere locaties worden opgenomen op de lijst, et cetera. Het beoogde gremium om deze afspraken te maken is de op te richten ‘Versnellingstafel Woningbouw Holland Rijnland’, waarover in hoofdstuk 3 verder wordt uitgeweid.

Betaalbaarheid •

De regio zet zich ervoor in dat twee derde van de woningen tot en met 2030 in het betaalbare segment7 worden gerealiseerd. We erkennen echter dat voor een deel van de plannen de programmering al vastligt. Om een betrouwbare partner te zijn en de gewenste versnelling niet te frustreren worden contracten (anterieure overeenkomsten en bestemmingsplannen) niet opengebroken. In de overige plannen wordt de programmering bijgestuurd in lijn met de betaalbaarheidsambities.

•

In het beleidsprogramma ‘Een thuis voor iedereen’ is opgenomen dat via de regionale woningbouwprogrammering de nieuwbouw van sociale huurwoningen zo wordt ingepland dat wordt toegewerkt naar een meer evenwichtige verdeling van de woningvoorraad met een streven naar 30% sociale huurwoningen in de woningvoorraad in elke gemeente. Dit is een ingroeimodel, het streven naar 30% sociale huur in de woningvoorraad hoeft niet per 2030 bereikt te zijn. Oftewel het maximale wordt gevraagd, maar niet het onmogelijke. Alle gemeenten in Holland Rijnland hebben zich uitgesproken om in het bij te bouwen programma 30% sociale huur en 2/3 betaalbaar na te streven.

•

Bij een ongewijzigd beleid voor woningbouw is in het regionale woningbouwprogramma 2022 een realisatie van 20.180 betaalbare huur- en koopwoningen vanuit de regio voorzien. Van iets meer dan 10.000 woningen is de prijsklasse nog onbekend8. Dit biedt ruimte om het aandeel betaalbaar op te hogen.

•

De minister voor VRO zal in de in de voorbereiding zijnde Wet versterking regie op de Volkshuisvesting zorgen voor versterking van het instrumentarium dat hiervoor nodig is voor gemeenten, provincies en Rijk. Daarnaast is extra instrumentarium nodig om af te

dwingen dat de realisatie van sociale woningbouw door corporaties wordt uitgevoerd, ook als de grond niet in bezit is van de gemeente. Ook als de sociale woningen door een ander wordt uitgevoerd op grond die niet in bezit is van de gemeenten is er extra instrumentarium nodig. •

In de Nationale Prestatieafspraken met de woningcorporatiesector is opgenomen dat woningcorporaties verantwoordelijk zijn voor de bouw van nationaal 250.000 sociale huurwoningen en 50.000 middenhuurwoningen. De woningcorporaties in de regio zetten zich in voor de realisatie van ten minste 10.000 sociale huurwoningen en 430 middeldure huurwoningen. Conform afspraken tussen Rijk en Aedes neemt het aantal woningen met een huurprijs tot €550 (prijspeil 2020) in de totale corporatievoorraad niet af. Tot 2025 blijft het huidige aandeel van 32% ten minste gelijk. o Gemeenten zetten zich, in lijn met de Nationale prestatieafspraken, in voor voldoende steun en locaties om de afgesproken aantallen sociale huurwoningen en

7 Onder het betaalbare segment vallen:

•

Sociale huurwoningen met een prijs tot de sociale huurgrens (BZK werkt aan vernieuwde definitie van sociale huurwoningen). Middenhuur: huurwoningen €1.000 per maand Betaalbare koopwoningen: koopwoningen tot €355.000 (niet door woningcorporaties te realiseren)

• • 8

Het woningbouwprogramma van projecten die verder in de toekomst liggen is nog niet uitgekristalliseerd.

9

middenhuurwoningen daadwerkelijk te realiseren. Hiertoe zetten de instrumenten in die ze tot hun beschikking hebben, zoals het verkennen van actief grondbeleid. In geval gemeenten geen eigen grondposities hebben, zijn zij hiervoor afhankelijk van de medewerking van marktpartijen. •

In de deze realisatieagenda is opgenomen dat de gemeenten zoveel mogelijk inzetten op verdichting, om zo het omliggende landschap zoveel mogelijk te besparen. Echter, enkele gemeenten lopen tegen de grenzen van de Bestaand Stads- en Dorpsgebied (BSD) aan en willen daarom buitenstedelijk bouwen. Het college van GS wil vooral de focus leggen op het realiseren van harde plannen en het omzetten van zachte plannen naar harde plannen. Indien dit leidt tot een belemmerende factor bij het halen van de betaalbaarheidsambities, waaronder het streven om door te groeien naar 30% in de sociale voorraad, dan kan dit onderwerp worden meegenomen bij de versnellingstafel.

2. Versnellingsafspraken •

Vanwege de grote urgentie van de opgave is het nodig dat woningen sneller worden gerealiseerd. Het is daarom cruciaal dat er wordt gewerkt aan het sneller, slimmer en efficiënter inrichten van de processen en procedures die bij de realisatie van woningbouw van toepassing zijn. Hierbij bezien we het gehele bouwproces tot en met de bezwaarprocedure. Ook is het van belang samen een goed participatieproces in te richten, informeel en formeel. Door het ministerie van BZK is in overleg met medeoverheden en marktpartijen een actieplan Versnellen Processen en Procedures opgesteld. De volgende aanbevelingen – voor zover nodig – worden (regionaal) gezamenlijk opgepakt; o

o

o o o

•

Bij de initiatieffase, bij het organiseren van het plan- en realisatieproces, zorgen voor heldere beslismomenten en benodigde mandaten. Dit zorgt voor het efficiënt en binnen termijnen doorlopen van procedures. Versterking van de samenwerking tussen provincie en gemeenten bij het zo efficiënt mogelijk inzetten van de beschikbare ambtelijke capaciteit en expertise, bijvoorbeeld door inzet van de Vliegende Brigade en het vroegtijdig betrekken van de provincie bij nieuwe ontwikkelingen. Vroegtijdig (in de verkennings- of initiatiefase) betrekken van de waterschappen in het planproces. Actueel houden van ruimtelijke beleidskaders en beleid rondom participatie en ruimtelijke plannen ten behoeve van een transparant en zorgvuldig proces. Om ervoor te zorgen dat bij planuitval reserveplannen beschikbaar zijn, maken partijen afspraken over voldoende plancapaciteit en harde plancapaciteit.

Over de woningbouwprogrammering maken partijen de volgende afspraken: o Partijen continueren de afspraak om in te zetten op maximaal 130% plancapaciteit. Zo kan de provincie juridische zekerheid bieden aan alle, door het college vastgestelde, in het regionale woningbouwprogramma opgenomen projecten. o Het is van belang om te streven naar realistische, harde9 plancapaciteit. o Gemeenten, regio en provincie komen in het eerste kwartaal van 2023 samen om de projectenlijst van het vastgestelde regionale woningbouwprogramma te bezien hoe hard de verschillende plannen zijn, hoe groot de kans op realisatie is en hoe zachte plannen hard kunnen worden gemaakt. Daartoe worden zachte en harde plannen, waarvan wordt verwacht dat die niet meer gerealiseerd gaan worden waar mogelijk geschrapt of verplaatst naar de reservecategorie, zodat ze niet meetellen voor de maximale programmeerruimte en kansrijke plannen niet programmatisch blokkeren. Daarmee kan binnen de maximale programmeerruimte, ruimte worden gemaakt voor projecten uit de reservecategorie. Daarbij weegt mee of het toe te voegen project bijdraagt aan de betaalbaarheidsdoelstellingen. Deze check gebeurt na vaststelling van het regionale woningbouwprogramma 2022. o Gemeenten spreken af de planregistratie Wonen up to date te houden, zowel kwantitatief als kwalitatief. Gemeenten , regio en provincie actualiseren jaarlijks

9

Harde woningbouwplannen zijn plannen waarvoor een bestemmingsplan (of Omgevingsplan), zonder wijzigingsbevoegdheid, door de gemeenteraad is vastgesteld en/of onherroepelijk is geworden.

10

o

o

gezamenlijk de planlijst en bepalen samen welke (realistische) plannen als harde plancapaciteit op te nemen in het regionale woningbouwprogramma. Deze regionale realisatieagenda, waarvan het woningbouwprogramma onderdeel uitmaakt, vormt de basis voor bijdragen van Rijk en provincie om woningbouwprojecten mogelijk te maken, zoals Woningbouwimpulsgelden. Tussentijds naar voren schuiven van kansrijke plannen, passend binnen het provinciaal Omgevingsbeleid, die tot 2030 snel te realiseren zijn, als hard plan. De provincie staat hier positief tegenover. De provincie, regio en gemeenten spannen zich in om te sturen op een realistische plancapaciteit binnen de maximale programmeerruimte. Scherpe monitoring van de woningproductie en van de harde en zachte plancapaciteit wordt gebruikt als aanvullend instrument om onder- en overproductie te voorkomen en tijdig bij te sturen.

•

De gemeenten spannen zich in voor het afgeven van voldoende vergunningen voor de realisatie van het regionale aandeel van de provinciale woningbouwopgave en betrekken vroegtijdig de waterschappen in het planproces (verkenning/initiatiefase).

•

Partijen willen gezamenlijk nog nader uitwerken of er afspraken moeten worden gemaakt maken over: Woon-zorgvisie10; Woningbouw voor ouderen en verpleegzorgplekken; Herstructurering; Vakantieparken; Duurzaam en toekomstbestendig bouwen; Ruimtelijke ordeningsaspecten; Flexibele woningen; Transformeren van vastgoed. Deze onderwerpen staan beschreven in Bijlage 2. Vanaf 2023 wordt bezien op welke onderwerpen aanvullende afspraken gemaakt moeten en kunnen worden.

3. Samenwerking en sturing •

Een handtekening van Rijk, provincies, regio en gemeenten in regionaal verband onder deze regionale realisatieagenda heeft implicaties. Duidelijk moet zijn wat de rol van eenieder is in de regionale realisatieagenda. Overheden werken samen vanuit hun eigen rol en verantwoordelijkheid en zetten gezamenlijk en gecoördineerd hun instrumenten en middelen in. De opgave wordt uitgewerkt in wederkerige bestuurlijke afspraken op provinciaal en regionaal niveau.

•

De voortgang ten aanzien van de wederkerige bestuurlijke afspraken wordt gemonitord met de interbestuurlijke landelijke monitor voortgang woningbouw. Daarnaast wordt de voortgang op het oplossen van knelpunten besproken in het cyclisch proces tussen overheden, woningcorporaties en de steunverklaarders op de Versnellingstafel Woningbouw Holland Rijnland. o De woningbouwaantallen worden door gemeenten periodiek geactualiseerd in het provinciale registratiesysteem wonen t.b.v. het vaststellen van de jaarlijkse woningbouwprogrammering. Hierdoor worden woningbouwplannen bijgesteld op basis van de meest recente inzichten. De ambitie per jaar tot en met 2030 wordt bijgewerkt op basis van de gerealiseerde bouwproductie en ontwikkeling van de woningvoorraad. Deze bijstelling kan leiden tot bijstelling van de voorliggende regionale woondeal, welke jaarlijks wordt herzien. o De woningbouwaantallen worden conform de landelijke interbestuurlijke afspraken planmonitoring geactualiseerd in het provinciale registratiesysteem, de Planregistratie Wonen. Provincie stelt jaarlijks geactualiseerde woningbouwprogramma’s per regio vast op basis van de door gemeenten aangeleverde gegevens via het provinciale planregistratiesysteem. De vastgestelde woningbouwprogramma’s worden gebruikt voor de aanlevering van gegevens voor de landelijke monitoring woningbouw.

Na een half jaar actualiseren de gemeenten de vastgestelde woningbouwprogramma’s op basis van actuele gegevens in het provinciale planregistratiesysteem en levert de provincie deze aan voor de landelijke monitoring woningbouw. Deze gegevens gebruikt de provincie al enige tijd om te sturen op versnellen en kwalitatieve doelen en zet dat graag in partnerschap met elkaar voort. Hierbij is het belangrijk aandacht te blijven houden voor de administratieve lasten,

10

Tussenakkoord ‘Samen werken aan een solide woningmarkt in Haaglanden – de eerste stap (2021-2030)’: Gemeenten starten in 2021 met het opstellen van een nieuwe regionale woonvisie.

11

die samenhangen met het bijhouden van de planregistratie; verbetering blijft bespreekbaar. Over de communicatie en openbaarheid van de gegevens worden in onder andere het gebruikersprotocol van de landelijke interbestuurlijke planmonitoring nadere afspraken gemaakt. De woningcorporaties worden betrokken bij de onderliggende data die leidt tot de monitoringsoverzichten. Doel van de monitoring is onder andere om besprekingen over bijsturing te kunnen voeren. Zoals: wat kunnen we doen om projecten niet te laten vertragen en is het nodig om eerder geplande projecten te vervangen door projecten van de reservelijst met woningbouwplannen? Gemeenten kunnen reserve of nieuwe locaties voorleggen om te streven naar de gestelde doelen. Als projecten van de reservelijst naar voren gehaald worden als vervanging van projecten wordt daarbij ook afgewogen hoe die projecten bijdragen aan de kwalitatieve, betaalbaarheidsdoelen en de leefbaarheid van gemeenten.

11

•

Er is tussen VNG, IPO en BZK afgesproken een interbestuurlijke monitor voortgang woningbouw te maken. Hierin zijn definitie afspraken gemaakt en er is afgesproken dat deze monitor gebruikt wordt om de woningbouwopgave te monitoren.

•

Met het oog op het behalen van de doelen van de monitor regionale realisatieagenda gaan de gemeenten, de corporaties in de regio, de provincie Zuid-Holland en het ministerie van BZK afspraken maken over monitoring en voortgang van de woningbouw en de aanpak op de kritische succesfactoren. De frequentie van het regulier overleg wordt onderling bepaald.

•

Partijen maken gebruik van een nieuw gremium genaamd de ‘Versnellingstafel Woningbouw Holland Rijnland’ (bestuurlijk en ambtelijk). Deze tafel is erop gericht de afspraken uit de monitoring te bespreken en nieuwe afspraken te maken om thematische knelpunten op te lossen en woningbouwprojecten te versnellen. De focus hierbij ligt zowel op de kritische succesfactoren in de algemene zin en op het versnellen van de voortgang van concrete projecten. Ook de samenwerking komt hierbij aan bod. De kerngroep van de realisatieagenda11 bereidt in het eerste kwartaal van 2023 een voorstel voor de inrichting, de frequentie van overleg en de bespreekpunten. Bij de eerste bijeenkomst in het eerste kwartaal van 2023 wordt het overzicht van projecten en hun knelpunten betrokken. Naast de provincie, de gemeente(n), de regio Holland Rijnland, het hoogheemraadschap, het Rijk en corporaties zijn ook marktpartijen en afhankelijk van het vraagstuk kennisinstellingen netbeheerders, drinkwaterbedrijven en huurdersorganisaties uitgenodigd. Deze organisaties kunnen ook onderwerpen agenderen indien zij dat nodig achten.

•

Bestuurlijk Overleg Versnellingstafel Woningbouw Holland Rijnland tussen de directeur Woningbouw BZK, de provincie, corporaties, waterschappen, de Bestuurlijke Tafel Wonen van Holland Rijnland en mogelijke andere direct betrokken partijen vindt twee keer per jaar plaats. Hierbij zijn aanwezig een afvaardiging van het ministerie voor VRO, een bestuurlijke afvaardiging vanuit het college van GS, de corporaties, de waterschappen, de Bestuurlijke Tafel Wonen van de regio Holland Rijnland en mogelijke andere direct betrokken partijen. De monitoring en voortgang van de woningbouw en de uitvoering van de aanpak op de kritische succesfactoren worden hier structureel geagendeerd en besproken.

•

De frequentie van regulier ambtelijk overleg over de voortgang van de regionale realisatieagenda wordt in onderling overleg tussen rijk, provincie en regio bepaald. Op ambtelijk niveau nemen hieraan het ministerie van BZK, de provincie, de regio, gemeenten, woningcorporaties, waterschappen en andere afgevaardigden vanuit de woondealregio deel. De ambtelijke kerngroep bereidt de ambtelijke ‘Versnellingstafel Woningbouw Holland Rijnland’ voor, waaronder de monitoring en voortgang van de woningbouw en de uitvoering van de aanpak op de kritische succesfactoren worden hier structureel geagendeerd en besproken.

•

Partijen spreken af elkaar op de hoogte te houden van ontwikkelingen die van invloed zijn en/of een raakvlak hebben met de afspraken genoemd in deze woondeal. Daarnaast spreken zij af om de projecten en kritische succesfactoren in deze woondeal jaarlijks aan

In de kerngroep zitten afgevaardigden van BZK, de provincie, de waterschappen, de regio en de corporaties.

12

te passen op basis van de laatste inzichten. De regionale realisatieagenda wordt daarmee een dynamisch document. •

Het Rijk informeert de provincie en de gemeenten in de regio indien er nieuwe regelingen of subsidiemogelijkheden worden opengesteld. Ook dient het Rijk als vraagbaak bij eventuele onduidelijkheden omtrent de aanvraag van financiële middelen. De provincie informeert gemeenten in de regio indien er nieuwe regelingen of subsidiemogelijkheden worden opengesteld.

•

Energie en water: energie en water (e.a. nutsvoorzieningen) zijn randvoorwaardelijk voor nieuwe woningbouwlocaties. Met drinkwaterbedrijven, waterschappen en netbeheerders wordt in 2023 nader onderzocht welke monitorings- en afstemmingsafspraken mogelijk zijn op het niveau van tijd (planning) en omvang (aantallen). Daarbij moet aandacht zijn voor mogelijke gevoelige informatie bij het al dan niet delen van woningbouwplannen. De monitoring moet er toe leiden dat toekomstige of huidige leveringsknelpunten of vertraging door langlopende procedures worden voorkomen. Daarbij is het van belang en dat scherp wordt gemaakt wie voor welke actie aan zet is en wat er gedaan moet worden om leveringsknelpunten tegen te gaan dan wel te voorkomen.

•

Intensief en kort-cyclisch ambtelijk en bestuurlijk overleg is belangrijk met als doel goed zicht te krijgen en te houden op de uitvoering. Daarom signaleren we vroegtijdig wanneer de voortgang van de woningbouw en de uitvoering van de bestuurlijke afspraken stokt.

•

De colleges van B&W van de gemeenten uit de regio, het college van D&H, het college van GS en de minister voor VRO beseffen dat er ook ontwikkelingen zijn waar beperkt invloed op uitgeoefend kan worden, zoals de hoogte van de hypotheekrente en/of nieuwe inzichten, rond bijvoorbeeld klimaatscenario’s. Daarnaast is het goed mogelijk dat er de komende maanden of jaren weer nieuwe, nu nog onbekende ontwikkelingen kunnen optreden die van invloed zijn op de realisatie. Daarom zijn eerder in deze samenwerkingsafspraken passages opgenomen over het continue gesprek met elkaar om huidige en nieuwe knelpunten te tackelen. De op te zetten ‘Versnellingstafel Woningbouw Holland Rijnland’ vervult daarin een belangrijke functie.

4. Kritische succesfactoren en ondersteuning Onderstaand wordt een overzicht gegeven van de kritische succesfactoren. Het betreft een analyse vanuit de regio. Ook worden op sommige punten oplossingsrichtingen geschetst. Deze oplossingsrichtingen zijn nog niet onderling besproken met alle partijen. Dat betekent dat de minister van VRO ten tijde van de ondertekening zich namens het Rijk niet kan committeren aan deze oplossingen. Mogelijk zijn er ook andere oplossingen mogelijk. We gaan tijdens het uit-voeringstraject van de Woondeal in gesprek over de versnelling van de woningbouw, ook in relatie tot de kri-tische succesfactoren. Daarvoor biedt dit overzicht een goede basis om knelpunten in relatie tot de woningbouw aan de woon-dealtafel en regionale versnellingstafel te adresseren. Partijen werken samen om oplossingen te vinden voor de genoemde kritische succesfactoren. Gezamenlijk kan men ervoor kiezen om als een genoemde oplossingsrichting niet haalbaar is, een andere oplossing te kiezen die wel mogelijk is. Indien een kritische succesfactor niet opgelost kan worden dan blijven de volkshuisvestelijke doelen als aantallen en betaalbaarheid wel overeind. Gemeenten kunnen reserve of nieuwe locaties voorleggen om te streven naar de gestelde doelen.

Als dat onmogelijk blijkt kunnen partijen niet op de doelen worden afgerekend Naar aanleiding van de realitycheck en de bestuurlijke gesprekken die zijn gevoerd over de opgave waar we gezamenlijk voor staan zijn onder meer de onderstaande kritische succesfactoren geïdentificeerd om tot versnelling te komen: • • •

Mobiliteit en infrastructuur Stikstof Geluid 13

• • • • • • •

Water en bodem sturend Voldoende middelen en sturing voor meer sociale en betaalbare woningen Beperken schaarste van middelen en menskracht en stijgende kosten Toekomstbestendige bouw (inclusief klimaatadaptief, duurzaam en circulair bouwen, energieneutraliteit) Streven naar complete steden en dorpen Aansluiting op nutsvoorzieningen (energie en drinkwater) Procedures

Naast bovenstaande punten is het goed mogelijk dat er de komende maanden of jaren weer nieuwe, nu nog onbekende ontwikkelingen kunnen optreden die van invloed zijn op de realisatie. Daarom hebben we afspraken opgenomen over voortdurend het gesprek met elkaar om huidige en nieuwe knelpunten aan te pakken. In aanvulling hierop staat hieronder een nadere beschrijving van knelpunten waarvoor de regio aandacht vraagt. Partijen zullen zich maximaal inspannen om elkaar de komende jaren te helpen en ondersteunen bij het vinden van oplossingsrichtingen voor deze ksf’s. Niet om elkaar af te rekenen, maar wel om daarop aanspreekbaar te zijn: partijen kijken daarbij naar kansen en mogelijkheden en vragen daarbij het maximale van elkaar, niet het onmogelijke. Voor alle opgenomen ksf’s geldt dat deze daarom periodiek besproken zullen worden in de realisatieagenda overleggen om de voortgang te monitoren. We kijken daarbij ook naar de economische ontwikkelingen, die sterke invloed kunnen hebben op de bouw van woningen. Daarbij worden de volgende vertrekpunten gehanteerd:

o

o o o

Wanneer partijen tegen locatie- of regio specifieke knelpunten aanlopen voor de realisatie van de woningbouw worden deze ingebracht op de Versnellingstafel/regionale bouwtafel. Indien er sprake is van locatie- of gebiedsoverstijgende problematiek, dan kunnen deze worden doorgezet naar de landelijke versnellingstafel. Wanneer er al een andere gebied specifieke, regionale of landelijke tafel is voor een kritische succesfactor wordt het knelpunt primair daar besproken en opgelost. BZK coördineert de opgaven die samenhangen met woningbouw waarvoor de inzet van het Rijk nodig is en fungeert als eerste aanspreekpunt (en indien nodig als toegangspoort) richting andere departementen. De minister van VRO zet zich maximaal in om samen met de verantwoordelijke collega-ministers kritische succesfactoren in relatie tot woningbouw aan te pakken.

Concrete hulp Minister Rijk en medeoverheden zorgen ervoor dat knelpunten om te kunnen voldoen aan randvoorwaarden voor woningbouw zoveel mogelijk worden weggenomen. Het streven is om onduidelijkheden in beleid, die belemmerend kunnen werken op het besluitvormingsproces en de bouw van woningen, weg te nemen. Door de minister voor VRO wordt ingezet op ondersteuning van de regio via onder meer: Het verstrekken van financiële middelen via diverse regelingen en subsidies waar de regio aanspraak op kan maken. Het gaat hierbij om middelen die generiek beschikbaar zijn, ook andere regio’s kunnen hier aanspraak op maken (denk aan WBI, VHF, regeling huisvesting aandachtsgroepen, expertteams). Het verstrekken van kennis en expertise wanneer projecten vastlopen, bijvoorbeeld via het Expertteam woningbouw of één van de taskforces. Ook wordt met de flexpoolregeling een bijdrage geleverd aan extra capaciteit voor provincies en gemeenten. Wet- en regelgeving voor de realisatie van de woningbouwopgave. Voor versterking van dit instrumentarium wordt het wetsvoorstel versterken regie op de volkshuisvesting voorbereid. Partijen blijven in contact als de middelen (geld of instrumentarium) onvoldoende blijken te zijn. Daarnaast staat in bijlage 3 een aantal suggesties voor oplossingsrichtingen, welke door de regio naar voren zijn geschoven in het proces richting deze realisatieagenda.

De opgenomen 14

oplossingsrichtingen dienen als vertrekpunt van het gesprek tussen ondertekenaars en steunverklaarders. Genoemde oplossingsrichtingen zijn de eerste inzichten ten behoeve van het oplossen van de kritische succesfactoren. In 2023 worden deze verder verkend. In Holland Rijnland specifiek kunnen zij periodiek geagendeerd worden in de in hoofdstuk 3 ‘Samenwerkingsafspraken’ besproken Versnellingstafel Wonen. Bijlage 4 ‘Kritische succesfactoren en oplossingsrichtingen’ is een overzicht van versnellingslocaties die door gemeenten zijn aangedragen. Het betreffen door GS vastgestelde plannen opgenomen, die volgens de gemeenten opgelost dienen te worden om aan de gemaakte afspraken te kunnen voldoen.

Water en bodem sturend De woondeal hangt nauw samen met de uitwerking van het principe ‘water en bodem sturend’. Dit principe helpt enerzijds bij de locatiekeuze van nieuwe bebouwing en anderzijds bij de wijze waarop er gebouwd moet worden. Bij de plannen waarvan de locatie al vastligt, is er nog wel winst te behalen door op de juiste manier te bouwen (zie ook Toekomstbestendig bouwen) en gebieden in te richten.

Stikstof De impact van het stikstofdossier op het realiseren van de woningbouwdoelstellingen is onzeker, maar in potentie groot. In Holland Rijnland zijn er drie mogelijke aanleidingen voor vertraging. Ten eerste heeft de invoering van de maximale rekenafstand van 25 km voor alle stikstofbronnen het risico op stikstofknelpunten vergroot voor woningbouwplannen binnen 25 kilometer van Natura 2000 gebieden. Ten tweede brengt de recente gerechtelijke uitspraak waardoor de bouwvrijstelling is komen te vervallen onzekerheid mee. Ten derde vindt er in Holland Rijnland ook stikstofdepositie plaats vanuit zee. Die drie oorzaken leiden ertoe dat er extra capaciteit, expertise en tijd nodig is voor o.a. stikstofberekeningen, onderzoeken naar interne saldering of extra maatregelen ter voorkoming van significante nadelige gevolgen. Uitvoering hiervan werkt kostenverhogend en in potentie vertragend. Daarnaast vraagt het om extra capaciteit bij gemeenten, terwijl hieraan nu al een tekort is. Het Rijk werkt aan een nationale aanpak. De regio Holland Rijnland is daarvan afhankelijk. Regio, gemeenten en provincie roepen het Rijk op om: • •

De urgentie van het stikstofdossier te onderkennen en hier aandacht voor te hebben en te blijven houden. In te zetten om op korte termijn met een oplossingsrichting te komen voor stikstof in relatie tot de bouwfase. Partijen onderzoeken een robuust (bron)maatregelenpakket waarmee de afgesproken reductie van stikstofdepositie in de Zuid-Hollandse stikstofgevoelige natuurgebieden wordt waargemaakt en de benodigde ruimte gegeven wordt aan economische ontwikkelingen, waaronder de woningbouw. Hierbij wordt rekening gehouden met gebieden buiten de provincie die door ontwikkelingen binnen Zuid-Holland/Holland Rijnland worden aangetast.

Mobiliteit en infrastructuur De regio Holland Rijnland focust op een aantal speerpunten binnen de woningbouwopgave. Hierbij zijn het versterken van de knooppunten en het concentreren van de verstedelijking rondom deze knooppunten belangrijke aandachtspunten. De realisatie van woningbouw is onderdeel van deze verstedelijking. Wonen, werk en voorzieningen moeten goed verbonden zijn. Echter, door de toegenomen verkeersdruk raken huidige netwerken overbelast. In relatie tot de mobiliteit en infrastructuur in de regio spreken partijen het volgende af: •

De regio Holland Rijnland brengt in 2023 in kaart wat de grote bereikbaarheids- en leefbaarheidsknelpunten zijn, gekoppeld aan de bestaande en toekomstige plannen voor wonen en werken, en welke financiering hiervoor nodig is en stemt dit af met de provincie. Het gaat daarbij om ontsluiting én (schone) mobiliteit. De regio Holland betrekt het Rijk en

15

•

• •

de provincie om samen te komen tot een prioritering van projecten. De provinciale financiële middelen en fysieke inpassingsmogelijkheden om infrastructuur bij te bouwen zijn beperkt. Om de bouw niet te vertragen, is het daarom extra belangrijk de (toekomstige) mobiliteitskosten van ruimtelijke ontwikkelingen vroegtijdig te bespreken om te kunnen prioriteren om het geheel betaalbaar te houden. Daarom beoordeelt de provincie met de mobiliteitstoets (voor)ontwerp bestemmingsplannen op de verkeerseffecten. Hierover worden procesafspraken gemaakt tussen partijen. De provincie en de gemeenten roepen het Rijk op om bij te dragen aan voldoende financiële middelen om gemeenten in positie te brengen en te houden om de (hoge percentages voor) cofinanciering bij onder andere infrastructurele maatregelen te kunnen borgen om projecten doorgang te kunnen laten vinden. De provincie en de gemeenten vragen het Rijk de toegezegde middelen uit het MIRT tijdig bij projecten te laten belanden. Aandacht te houden voor de thema’s leefbaarheid, groen, water en integraliteit in zaken rondom mobiliteit en de woningbouwopgave (alle partners).

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://gemeenteraad.hillegom.nl/api/v1/meetings/1539/documents/19497