Db01.2 Bijlage Programma LGDG DBS inclusief bijlagen.pdf
Tekst van het document
Speerpunt 5: openhouden grasland Het streven is om grasland open te houden voor veehouderij,
agrarisch natuurbeheer en recreatief medegebruik. In de streek
hebben de graslanden een belangrijke onderscheidende functie
door hun openheid en groene karakter. Juist de graslanden zorgen
In deze kleine polder, ook tot het NNN behorend, is het beheer
afgestemd op behoud en versterking van de weidevogelstand. Het vormt in onze regio het beste broedgebied voor kievit, grutto en tureluur.
voor de beleving dat niet alle kernen aan elkaar zijn gegroeid.
Speerpunt 6: landschappelijke inpassing
De graslanden vormen belangrijke leefgebieden voor
Inpassing stedelijke ontwikkelingen
Daarmee geven ze letterlijk en figuurlijk ademruimte.
weidevogels, akkervogels en bollenvogels. Voor weidevogels zijn onder meer een hoge waterstand, weinig bemesting en
een aangepast maaibeheer van belang, naast bijvoorbeeld
voorkomen van verstoring in het broedseizoen (zonering in tijd
en ruimte). In de Duin- en Bollenstreek zijn enkele graslanden als
weidevogelgebied aangewezen. Zo zijn onder andere het zuidelijk deel Rooversbroekpolder maar vooral de Lisserpoelpolder en de Boterhuispolder in Teylingen belangrijk voor weidevogels.
In de Roodemolenpolder, gelegen tussen Voorhout en Sassenheim, Programma Landelijk Gebied Duurzame Greenport 35
De Elsbroekerpolder is een grasgebied ten zuiden van Hillegom.
blijft de bestemming weidevogelgebied gehandhaafd. De ambitie
is de Roodemolenpolder een open gebied te houden en zichtlijnen niet te doorbreken.
Voor de Greenportsector is het essentieel om over goed
toegankelijke en bruikbare bedrijfsbebouwing te beschikken. Het is belangrijk dat deze bebouwing efficiënt aansluit op
infrastructuur enerzijds en de gebruikte (bollen)grond anderzijds. De bedrijfsbebouwing van de Greenportsector is gebiedseigen bedrijfsbebouwing. Het hoort immers bij de productie van
bloembollen. Om die reden is het onder voorwaarden toegestaan om deze bebouwing te bouwen of uit te breiden (hier wordt in hoofdstuk 4.1 Vitale Greenport nader op ingegaan).
Tegelijkertijd kan ook de bebouwing van de Greenportsector de kwaliteit van de openheid in de Duin- en Bollenstreek negatief beïnvloeden. Wanneer een lange zichtlijn eindigt met zicht op
Een bijzondere plaats nemen de graslanden ten noorden
helderwitte, moderne bedrijfsbebouwing, is dat een minder prettig
Weerlanerpolder, heeft de bestemming natuur-en recreatiegebied
(als gevolg van schaalvergroting) minder binnen het juist
van Hillegom in. Een deel van dit grasland, de Vosse- en
gezicht. Bovendien past de steeds groter wordende bebouwing
en is een aangewezen weidevogelgebied door de provincie.
kleinschalige en open cultuurlandschap.
Het gebied is toegankelijk gemaakt door de aanleg van fietsen wandelpaden.
Een landschappelijke inpassing, aansluitend op bestaande groene structuren kan daarom helpen om de effecten van
De Elsgeesterpolder en de Polder Hoogeweg zijn belangrijke
bedrijfsbebouwing en andere gebouwen en bouwwerken (zoals
De ambities voor deze gebieden zijn of worden verder
verzachten. Er zijn diverse manieren om te zorgen voor een goede
broedgebieden voor weidevogels (o.a. kievit en grutto).
woningen en schuren) op open gebieden en zichtlijnen te
uitgewerkt in de gemeentelijke omgevingsvisies.
landschappelijke inpassing. Bij voorkeur worden deze stuk voor stuk toegepast. Hiervoor worden (concept-)regels opgesteld
die kunnen landen in de omgevingsplannen van de vijf Duin- en Bollenstreek gemeenten.
n De kleur van agrarische bebouwing doet veel, op links een grote witte loods en op rechts een groene schuur die veel beter in het landschap past.
In de Duin- en Bollenstreek hanteren gemeenten diverse
planregels voor de landschappelijke inpassing om de ruimtelijke
5.
Inpassen van parkeren; daarnaast moet de landschappelijke inpassing van functies zoals parkeren op een verantwoorde manier plaatsvinden, zodat de ruimtelijke kwaliteit van het buitengebied niet wordt aangetast.
6.
Groene inpassing: het groen inpassen van bedrijfsbebouwing met gebiedseigen soorten, zoals heggen en hagen, natuurvriendelijke oevers, kleinere maatregelen zoals bijenhotels, nestkasten voor vogels en vleermuizen, natuurrijke plekken.
kwaliteit van het buitengebied te waarborgen, o.a.:
Programma Landelijk Gebied Duurzame Greenport 36
1.
Maatvoering en bouwhoogtes: alleen bouwwerken geen gebouwen zijnde, met een maximale bouwhoogte van 3 meter, zijn toegestaan.
2.
Beperking van zichtbaarheid nieuwe bebouwing: bij de bouw van nieuwe schuurkassen kan geadviseerd worden deze aan te laten sluiten op bestaande bebouwing en op enige afstand van de weg te plaatsen, zodat de openheid en zichtlijnen behouden blijven.
3.
4.
Kleur bedrijfsbebouwing: groene bedrijfsbebouwing, met evt. groene daken/wanden, is aantrekkelijker in het landschap dan grote witte bedrijfsbebouwing Behoud van cultuurhistorische elementen: bij de herbestemming van monumentale voormalige agrarische bebouwing kan geëist worden dat het monumentale karakter behouden blijft of verbeterd wordt.
In sommige gevallen kan maatwerk worden toegepast,
bijvoorbeeld bij bijzondere projecten of locaties. Gemeenten beoordelen dan op basis van een landschappelijke
inpassingsstudie of een afwijkende bouwhoogte toelaatbaar is, mits dit geen afbreuk doet aan de landschappelijke waarden. Cultuurhistorie en inpassing Het is van belang om bij ruimtelijke planvorming, herstructurering en schaalvergroting het aspect cultuurhistorie vroegtijdig te
betrekken en het behoud of de versterking van karakteristieke structuren en elementen na te streven.
n Een mooi voorbeeld landschapsverbetering en landschappelijke inpassing met een natuurvriendelijke oever langs de Trekvaart ter compensatie van de aanleg van de Noordelijke randweg (Bollendreef) bij Voorhout
Belangrijke cultuurhistorische uitgangspunten en inspiratiebronnen
landschappelijke inpassing/landschapsimpuls gevraagd.
Atlas Duin- en Bollenstreek”. Daarnaast is de “Regionale
van, zoals te zien is langs de Trekvaart in Teylingen. Bij de
kunnen gevonden worden in de digitale “Cultuurhistorische
Collectie Bollenschuren” die in samenspraak met de werkgroep Bollenerfgoed van het Cultuurhistorisch Genootschap Duin-en
Bollenstreek (CHG) tot stand gekomen is, en is vastgesteld in het
Algemeen Bestuur van Holland Rijnland (update 2010) van belang Programma Landelijk Gebied Duurzame Greenport 37
voor de juiste waardering en het behoud van het bollenerfgoed.
Bij de inpassing van nieuwe initiatieven kan gezocht worden naar aansluiting op bestaande cultuurhistorische elementen in de
omgeving, het laten herleven van verloren gegane elementen, of door gebruik te maken van gebiedseigen cultuurhistorische vormen van inpassing. In hoofdstuk 5 is beschreven dat de
nieuwe kwaliteitscommissie toeziet op dergelijke aansluiting op
cultuurhistorische elementen. Ook stuurt de kwaliteitscommissie op de landschappelijke inpassing.
Inpassing en koppelkansen nieuwe infrastructuur Landschappelijke inpassing Bij nieuwe infrastructuur in het buitengebied, zoals voorgestelde (hoofd)wegen en energie-infrastructuur wordt een goede
Binnen de Duin- en Bollenstreek zijn daar al mooie voorbeelden ontwikkeling van de randweg om Voorhout, en de ontwikkeling
van Nieuw Boekhorst is langs de Trekvaart een brede ecologische
oever gerealiseerd. Deze oever biedt ruimte aan flora en fauna en zorgt daarmee voor een verbetering van de ecologische zone die de Trekvaart is.
Koppelkansen nieuwe infrastructuur De landschapimpuls bij nieuwe infrastructuur kan bijdragen aan het versterken van de groenblauwe dooradering (zie volgende paragrafen). Rondom grote infrastructurele projecten, zoals
gewenste doorgaande weg- en/of OV-verbindingen (bijvoorbeeld noordelijke ontsluiting bollenstreek), moeten samenvallen met
het creëren van het robuuste hoofdraamwerk van groenblauwe corridors. Daarnaast ligt er ook een koppelkans om recreatieve
netwerken, zoals wandel- en fietspaden, te combineren met het versterken van een meer fijnmazig groenblauw netwerk en het realiseren van landschapskamers.
de natuurkwaliteit en bevorderen de biodiversiteit. Met het
aanleggen van een robuust hoofdraamwerk met groenblauwe corridors zijn er de nodige koppelkansen aanwezig voor
(recreatieve) netwerken en (hoofd)infrastructuur, wateropgaven, natuurkwaliteit en biodiversiteit.
Ook in de landschapsstrategie Nationaal Park Hollandse Duinen is het maken van robuuste verbindingen een speerpunt. Om
een samenhangend, robuust natuurlijk netwerk te realiseren zijn robuuste verbindingen noodzakelijk. Droge verbindingen (met
name bos) vormen schakels tussen de duinen en het achterland (Staelduinse Bos, zuidelijke stadsrand Den Haag, Duivenvoorde
en de verbinding met de landgoederen in de Bollenstreek). Natte
verbindingen sluiten met name aan bij historische waterstructuren (kreken, vaarten) en vormen schakels tussen de nattere milieus in de duinen en het achterland. Voor deze verbindingen is een robuuste maatvoering en een adequate opheffing van de
barrièrewerking van grote infrastructuur van cruciaal belang. Hier
Programma Landelijk Gebied Duurzame Greenport 38
3.6 Fijnmazige groenblauwe dooradering van het landschap Speerpunt 7: een robuust hoofdraamwerk met groenblauwe corridors Zoekgebied groene, ecologische oost-west verbinding Belangrijk in het NNN zijn de ecologische verbindingszones die geïsoleerd liggende gebieden verbinden met grotere
natuurgebieden. In de Duin- en Bollenstreek wordt vooral een verbinding gemist tussen de duingebieden en de
landgoederenzone, bijvoorbeeld bij Noordwijk. Corridors verhogen
is aandacht voor bijvoorbeeld faunapassages over/onder wegen. Bij het tot stand brengen en in stand houden van een duurzaam en robuust groenblauw raamwerk is een beschermings- en
ontwikkelingsgerichte strategie leidend. Bescherming van de huidige kwaliteiten en behoud van het open gebied gebeurt
vooral door handhaving én realisatie van de landschapsstrategie, alsmede door het actief realiseren van nieuwe functies die gewenst zijn in het groenblauwe raamwerk.
In de ISG zijn verschillende ecologische verbindingen
benoemd. Een deel hiervan is inmiddels (deels) gerealiseerd. Deze verbindingen zijn op de landschapsstrategiekaart
ook weergegeven. Het gaat dan om de natte ecologische
verbindingszone rondom de Trekvaart, delen van de verbinding tussen de Keukenhof en de duinen, en de verbinding tussen de
Coepelduynen naar de Noordduinen via de landgoederenzone.
plekken vol verhalen die het landschap van de Duin- en
te werken NNN-gebieden: waarvoor de provincie in eerste instantie
leven in de streek er heel anders uit, maar er zijn opvallend veel
Delen ontbreken hiervan nog, maar zijn wel al opgenomen als uit het bevoegde gezag is.
In het Programma LGDG wordt een verbinding tussen de
Noordduinen, Nieuw Leeuwenhorst en Offem uitgewerkt. Het
zoekgebied voor deze verbinding (moeras- en bosverbinding) is
buitenplaatsen en landgoederen bewaard gebleven. Overal is
de bijzondere geschiedenis voelbaar. Niet alleen in de prachtige huizen en historische interieurs, maar ook in de omliggende landschapstuinen en parkbossen.
gelegen ten noordoosten van de bebouwde kom van Noordwijk en
De ambitie is om met een toenemende verstedelijking in de regio
– Landgoed de Offem – Coepelduynen (Natura 2000). Delen van
natuur. Een mooie kans is het versterken en vergroten van de
verbindt na afronding de Noordduinen – Landgoed Leeuwenhorst deze verbinding zijn reeds ingericht met de gewenste elementen,
zoals struweel, poelen, natuurvriendelijke flauwe oevers en bosjes met wilgen en elzen.
Versterken (historische) laanstructuren en buffergroen De historische laanstructuren lopen voornamelijk van noord naar zuid. Op veel plaatsen zijn deze historische lanen nog
intact, maar er zijn ook verschillende plekken waar traditionele Programma Landelijk Gebied Duurzame Greenport 39
Bollenstreek karakter geven. Inmiddels ziet het landschap en het
beplanting, zoals hagen of bomen ontbreken. Het versterken van deze laanstructuren biedt kansen om aan de ene kant cultuurhistorische kwaliteiten terug te brengen, en aan de
andere kant om de groenblauwe dooradering te versterken en
(Katwijk - Leiden) ook meer ruimte te bieden aan recreatie en landgoederenzone nabij Nieuw Leeuwenhorst.
Speerpunt 8: groenblauwe landschapskamers In een specifiek deel van de Duin- en Bollenstreek zetten we in
op een landschappelijke kamerstructuur. Dit is het deelgebied
‘Oostelijke strandwal’ ten zuidoosten van de Trekvaart. Dit groene raamwerk zorgt ervoor dat het landschap robuust genoeg is om de steeds groter wordende bebouwing (schaalvergroting) goed
in te passen en in de toekomst te absorberen. Deze maatregelen zijn gebiedseigen en op enkele plekken in dit deelgebied al sterk aanwezig.
ontbrekende stukken groen met elkaar te verbinden. Zo kunnen deze lanen transformeren tot robuuste groenblauwe corridors.
Deze lanen zijn daarmee ook aantrekkelijkere verkeersroutes voor fietsers en automobilisten.
In de eigen openbare ruimte kunnen gemeenten ook buffergroen dat grenst aan de (historische) laanstructuren inzetten om meer ecologische en ruimtelijke kwaliteit te realiseren. Versterken landgoederenzone Kastelen, prachtige buitenplaatsen en eeuwenoude landgoederen met koetshuizen, oranjerieën en fraaie parken: het zijn prachtige
n Bestaande groenblauwe landschapskamers aan de Essenlaan in Lisse
Op de vorige pagina zien we een mooi voorbeeld van bestaande
Het uitwerken van de landschapskamers vormt nadrukkelijk geen
zijn niet open maar hebben wel veel kwaliteit. Het maken van
die geïntegreerd kan worden met de schaalvergroting van de
landschappelijke kamers aan de Essenlaan in Lisse. Deze kamers groenblauwe landschapskamers is niet van toepassing bij
bepaalde bestaande en waardevolle zichtlijnen. Zo blijft het vrije zicht op bijvoorbeeld de Ruïne van Teylingen een belangrijke kwaliteit.
Het maken van groenblauwe landschapskamers past goed in
de provinciale Bossenstrategie. Voor de bollenstreek is door de
provincie de volgende opgave gedefinieerd: “toekomstbestendige bollenteelt in een kleinschalig landschap” In de Duin- en
Bollenstreek worden kansen gezien om mét behoud van de
Greenportbedrijven en herverkaveling op gebiedsniveau. Het
vormt als het ware een uitgebreidere vorm van landschappelijke inpassing. Op projectniveau kan financiering worden gevraagd
om bedrijfsuitbreiding samen te laten gaan met het aanleggen van (delen) van een nieuwe landschapskamer. Ook kan een
teeltbedrijf hier zelf actief aan bijdragen. Dit wordt nader toegelicht in hoofdstuk 4.1 Vitale Greenport.
Speerpunt 9: groenblauwe kavelinrichting
bollenteelt bos en bomen toe te voegen op kavelniveau. Een
Dit speerpunt gaat over het groenblauw inrichten van kavels
kan zonder een al te grote aanslag te doen op de ruimte veel
In principe komt elke kavel hiervoor in aanmerking, vandaar
groene dooradering van kleinschalige landschapselementen meerwaarde toevoegen. Overhoeken die niet meer rendabel zijn, kunnen worden ingeplant met bosjes. Daarnaast liggen
er kansen voor boomsingels en hagen, die hier van oudsher al Programma Landelijk Gebied Duurzame Greenport 40
blauwdruk voor het aangewezen gebied. Wel is het een strategie
veel voorkwamen. Door goed rekening te houden met de wijze waarop de grond wordt bewerkt, hoeft dit de opbrengst niet in
met streekeigen en cultuurhistorische landschapselementen. dat dit speerpunt niet specifiek is opgenomen op de kaart. Een
groenblauwe kavelinrichting kan gebeuren op vrijwillige basis bij
betreffende eigenaren en telers. Te denken valt aan de volgende maatregelen die goed in te passen zijn op agrarische kavels: à
Aanplant van houtsingels
opbouw van organisch materiaal en ondersteunen bij natuurlijke
à
Aanplant heggen en hagen
plaagbestrijding.
à
Bloeminzaai op akkerranden en resthoeken
Ten westen van Lisse vormt het landschap met houtwallen en
à
Wintervoedselakkers maken
à
Maken van rafelranden en rommelhoekjes
verbinding van het Keukenhofbos met de Haarlemmermeer.
à
Natuurvriendelijke oevers en zoetwateropslag op/langs
de weg te zitten. Sterker nog: boomsingels dragen hier bij in de
watergangen met natuurvriendelijke oevers een fijnmazige
kavels
Onder dit Programma LGDG is de doelstelling het toevoegen van gebiedseigen heggen en hagen. Samenwerking met de sector
en gebiedspartners is hierbij gewenst en noodzakelijk. Zij weten immers het beste waar rafelranden en rommelhoekjes kunnen
worden gecreëerd en landschappelijke elementen kunnen worden toegevoegd. In de regio Holland Rijnland worden momenteel
in het kader ven de Regionale Investeringsagenda groen- en
landschapsprojecten (P10 en P11) gebiedsgericht opgesteld en
uitgevoerd waarmee de beoogde opgaven mede gerealiseerd kunnen worden.
Maatregelen langs oevers Ook al worden maatregelen langs oevers niet veel toegepast, deze worden samen met andere maatregelen langs perceelranden
(bloemenranden, heggen) wel als meest kansrijk gezien voor de n Karakteristieke beuken- meidoorn- en ligusterhagen in het bollengebied
natuur en om in te passen in de bedrijfsvoering. Historische sloten
kunnen hiervoor ook worden gebruikt. Op kavelniveau en bij oevers zijn ook mogelijkheden om de koppeling te maken met de eerder
Programma Landelijk Gebied Duurzame Greenport 41
Vroeger hadden de karakteristieke beuken- meidoorn- en
ligusterhagen in het bollengebied een functie als windkering. Door
de mechanisatie zijn veel hagen verdwenen. In de jaren ’90 van de vorige eeuw zijn de nog resterende hagen geïnventariseerd. Ooit was er in de gehele Duin- en Bollenstreek zo’n 270 kilometer aan hagen en heggen aanwezig. In 2000 was daar nog ongeveer 10 kilometer van over.
De regio Holland Rijnland heeft in het verleden een
stimuleringsfonds voor herstel van hagen en streekeigen
erfbeplanting in het leven geroepen. Dankzij dit regionale project
‘Robuust Groen’ hebben veel agrariërs en andere bewoners in het buitengebied van de Bollenstreek hagen en ander streekeigen groen aangelegd op erven, langs percelen of in tuinen. Deze
projecten zijn door ANLV Geestgrond uitgevoerd onder het motto ‘Bollenstreek mooi landschap’. Van 2000 tot 2024 is er zo’n 12 à 15 kilometer aan hagen gerealiseerd.
beschreven opgave om water (langere tijd) te kunnen bergen.
Telers zien in dat maatregelen voor biodiversiteit een voorwaarde van de maatschappij is om door te kunnen gaan met telen. Met financiële compensatie zijn er mogelijkheden. De aanwezige
telers benadrukken dat voor biodiversiteitsherstel ook inwoners en gemeenten moeten kijken hoe zij zelf hieraan kunnen bijdragen.
Daarvoor vinden zij het belangrijk dat bollentelers, gemeenten, en inwoners regelmatig geïnformeerd en geïnspireerd worden over biodiversiteit in de streek.
Programma Landelijk Gebied Duurzame Greenport
42
THEMATISCHE UITWERKING
4. Thematische uitwerking 4.1
Vitale Greenport
Opgaven en uitdagingen Economisch kerngebied van wereldformaat blijven
samenwerking met de Greenportsector. Dit vraagt om innovatie, kennisuitwisseling en voldoende ondersteuning vanuit de
overheid. Een emissievrije teelt levert veel gezondheidsvoordelen op voor mens en dier; de waterkwaliteit verbetert en de grond blijft ook in de toekomst vruchtbaar en bruikbaar. Om de
Greenportsector vitaal en toekomstbestendig te houden is het van belang dat deze voldoende teelbaar areaal behoudt.
De Greenport Duin- en Bollenstreek vormt anno 2025 een
Borgen waterbeschikbaarheid en de kwaliteit van bodem en water
Bollenstreek is aangewezen als één van de vijf Greenports in
Klimaatverandering heeft aanzienlijke effecten op de
Bollenteelt (maar ook knollen en vaste planten), handel en
Duin- en Bollenstreek. Perioden van langdurige droogte leiden
belangrijke culturele identiteitsdrager in de regio. Bedrijven uit
en natuur onder druk zet. Tegelijkertijd zorgen hevige regenbuien
en export van bloembollen. Samen met het bloemencluster
bodems en schade aan gewassen. De bodemvruchtbaarheid
hele agrocomplex in de Duin- en Bollenstreek een belangrijke
vormt in de hele Duin- en Bollenstreek een groeiende bedreiging
dan een miljard euro genereert.
de teelt van gewassen. Tegelijkertijd voldoet de waterkwaliteit in
Transitie naar een nagenoeg emissievrije bollenteelt in 2030
ecologisch. Dit wordt mede veroorzaakt door de uitspoeling van
Positief is dat het gebruik van gewasbeschermingsmiddelen in de
het behalen van de gestelde waterkwaliteitsdoelen. De opgave is
economisch kerngebied van wereldformaat. De Duin- en
Programma Landelijk Gebied Duurzame Greenport 43
Er is een transitie ingezet naar emissievrije bollenteelt in innige
Nederland en een economisch belangrijk productielandschap.
waterbeschikbaarheid en de kwaliteit van bodem en water in de
innovatie komen hier samen. De bollenteelt is daarbij een
tot watertekorten en droogtestress, wat de landbouwproductie
deze regio verzorgen een groot gedeelte van de mondiale handel
steeds vaker voor wateroverlast, wat kan leiden tot verzadigde
rond Rijnsburg en het toerisme van Keukenhof tot kust is dit
staat onder druk door uitputting en verzilting. Externe verzilting
economische motor. Eén die duizenden banen en jaarlijks meer
voor de beschikbaarheid van voldoende zoetwater, essentieel voor
streek over het algemeen steeds verder afneemt. Dit vermindert de
druk op waterkwaliteit en biodiversiteit. Dit vraagt wel om alternatieve oplossingen om ziekten en plagen te beheersen en een transitie naar een emissievrije en biologische bollenteelt in te zetten. Een integrale aanpak is noodzakelijk om deze uitdagingen te adresseren en de toekomstbestendigheid van de streek te waarborgen.
veel gevallen niet aan de Kaderrichtlijn Water, zowel chemisch als toxische stoffen en fosfaat naar het oppervlakte- en grondwater. Deze stoffen verstoren het ecologisch evenwicht en bemoeilijken
waterbeschikbaarheid op de lange termijn te kunnen garanderen en de kwaliteit van bodem en water op orde te hebben ten
behoeve van een vitale Greenport en een gezonde leefomgeving.
Herstructurering van het landschap voortzetten Er is een grote herstructurering van de sector nodig om te
overleven in de versterkte internationale concurrentiestrijd.
Een herstructurering waar ruimte is voor schaalvergroting en
intensivering, maar ook voor sanering. Teeltareaal staat centraal in de herstructurering. Dat vormt de basis voor een blijvend
economisch én ruimtelijk vitale regio. Zonder toekomstbestendig areaal is er geen vitale teelt. Zonder vitale teelt is er geen
economisch weerbare Greenport. En geen aantrekkelijk landschap. Bovenregionale opgaven en randvoorwaarden vanuit natuur,
bodem, water, verkeer en milieu maken dat herstructurering van de Greenport een complexe zaak is. De ruimteclaims vanuit alle
belanghebbende sectoren en partijen overstijgen het beschikbare areaal in de Duin- en Bollenstreek veruit. Veel ruimteclaims zijn strijdig en de beleidsmarges door de ingenomen standpunten
van alle betrokken partijen zijn zeer klein geworden. Het gevolg is dat partijen elkaar gevangen houden met hun eisen en claims,
waardoor voortgang in alle noodzakelijke ontwikkelingen dreigt Programma Landelijk Gebied Duurzame Greenport 44
te stagneren. Keuzes kunnen de zaak in beweging krijgen. De Greenport Ontwikkelingsmaatschappij (GOM) is opgericht
door de Greenportgemeenten om aan de slag te gaan met de herstructurering van de sector en landschapsverbetering.
Beschikbaarheid arbeidskrachten en goede huisvesting voor arbeidsmigranten De agrarische sector, met name de bollenteelt en aanverwante bedrijven, kampt met een tekort aan lokale arbeidskrachten,
vooral voor seizoensgebonden werk. Dit tekort wordt versterkt door een afnemend aantal lokale arbeidskrachten en een toenemende afhankelijkheid van arbeidsmigranten.
Tegelijkertijd is het vinden van geschikte huisvesting voor
arbeidsmigranten, net als voor onze inwoners, een groeiend
probleem. De beschikbare woonruimte in de streek is beperkt,
en de hoge woningdruk maakt het moeilijk om aan de vraag te
voldoen. Deze werknemers worden mogelijk geconfronteerd met
overvolle of kwalitatief onvoldoende woonvoorzieningen, wat niet alleen hun welzijn onder druk zet, maar ook negatieve gevolgen kan hebben voor de regionale sociale cohesie.
Om deze uitdagingen het hoofd te bieden, is samenwerking tussen gemeenten, werkgevers en woningcorporaties
essentieel. Het ontwikkelen van duurzame en betaalbare
huisvestingsoplossingen, gecombineerd met initiatieven om
personeelstekorten op te vangen, zoals scholing en aantrekkelijke arbeidsvoorwaarden, is cruciaal voor de toekomst van de regio. De Regiodeal Sierteelt geeft hier ook invulling aan.
Thematische ontwikkelingen PLGDG VITALE GREENPORT
Programma Landelijk Gebied Duurzame Greenport 45
Ontwikkelingen
Uitvoeringsprogramma Toekomstvisie gewasbescherming 2030,
Instandhouding van het bollenareaal en inzet op transitie naar een nagenoeg emissievrije teelt in 2030 i.c.m. regiocertificering.
in de toekomst ook het netto areaal planologisch beschikbaar te
In de basis is langjarige zekerheid over duurzaam agrarisch grondgebruik nodig voor de bedrijfsvoering om verder te
verduurzamen en te vernieuwen. Het is van belang dat in de regio het areaal bollengrond behouden blijft (huidig ruimtebeslag
conform Basisregistratie Gewaspercelen, gegevens mei 2024,
Programma Landelijk Gebied Duurzame Greenport 46
LVVN). Het samenwerken aan deze transitie is een voorwaarde om houden. Hierover blijven we met de bollenteeltsector en andere overheden in gesprek.
Telers in de Duin- en Bollenstreek onderkennen de urgentie om hun bedrijfsvoering verder te verduurzamen en op een
gestructureerde en inzichtelijke wijze de regionale doelen te
halen. Een groot aantal telers sluit zich aan bij het initiatief van regiocertificering.
Provincie Zuid-Holland). Daarnaast is het belangrijk dat het
Zo nodig zijn ruilverkaveling/herverkaveling in te zetten om kavels
Duurzame Greenport Duin- en Bollenstreek. Op dit moment wordt
ruimtevragers. Dit heeft als doelstelling om minder bedrijven met
en 2e klas bollengrond geactualiseerd. Deze geactualiseerde kaart
uitbreidingsmogelijkheden en schaalvergroting gefaciliteerd
bollenareaal.
maatwerkafspraken blijven bestaan.
bollenareaal kwalitatief verder verbeterd wordt t.b.v. een
efficiënter in te delen en uit te ruilen (te compenseren) met andere
de Heijkoopkaart, die de basis vormt voor het bollenareaal van 1e
een groter areaal en gebouwen te faciliteren. Hiermee worden
zal uiteindelijk de basis vormen voor de instandhouding van het
passend binnen de landschapsstrategie. De mogelijkheden tot
Dit betekent niet dat elke vierkante meter bollengrond voor altijd als bollengrond bestemd en gebruikt moet blijven, maar wel
dat er te allen tijde 1e klas bollengrond gecompenseerd moet
worden voor gebruik en bestemming van bollengrond voor andere doeleinden, zodat het areaal netto intact blijft.
De teelt van bollen, knollen en vaste planten moet daarom zo
efficiënt mogelijk plaatsvinden, in combinatie met de transitie
naar een emissievrije en biologische bollenteelt, voor wat betreft gewasbeschermingsmiddelen. Voor 2030 wordt aangesloten bij de ambitie van het ministerie van Landbouw, Visserij,
Voedselzekerheid en Natuur (LVVN). Deze ambitie luidt als volgt: “Het gebruik van gewasbeschermingsmiddelen kan zo veel
mogelijk worden voorkomen. Waar gebruik van middelen nog
nodig is, is dit nagenoeg emissievrij en nagenoeg geen residu
op landbouw- en tuinbouwproducten.” (pagina 3 Jaarplan 2025
De landelijke KAVB doelen voor 2030 zijn: à
Plantgezondheid & gewasbescherming Uitfasering van middelen met een hoge
milieubelasting. Minstens 50% minder chemische
gewasbeschermingsmiddelen. Open en transparante communicatie over de voortgang. Randvoorwaarde
is hier dat er een medicijnkast moet zijn om virussen
en plagen te kunnen bestrijden en groene middelen of middelen met een lage impact op het milieu versneld moeten worden toegelaten. In het Zuid-Hollandse Programma Landelijk Gebied (ZH-PLG)
Programma Landelijk Gebied Duurzame Greenport 47
à
Duurzaam waterbeheer
komen de opgaven en doelen op het gebied van water, bodem,
Nagenoeg geen emissie van
eerste prioriteit is het voldoen aan de normen van de Kaderrichtlijn
conform het Rijks uitvoeringsprogramma
terugdringen van de emissie van gewasbeschermingsmiddelen
beperken van nutriënten overschotten. Balans tussen
biodiversiteit en klimaat voor de komende jaren bij elkaar. De
gewasbeschermingsmiddelen naar oppervlaktewater
Water door het verminderen van de emissies van fosfaat en het
gewasbescherming 2030. Actieve inzet op het
naar het oppervlaktewater en grondwater. Het Programma LGDG
watertekort en – overschot.
onderschrijft de landelijke ambities van de KAVB, die aansluiten op de ambities van het ministerie van LVVN: nagenoeg emissievrije
à
Bodemgezondheid & biodiversiteit
Een gezonde, levende en weerbare bodem behouden
teelt, met zo min mogelijk milieubelasting en nagenoeg zonder
en versterken. Een neutrale of positieve organische
residuen op producten in 2030.
stoffenbalans voor bedrijven. Actieve inzet op behoud en verbetering van de biodiversiteit. à
Klimaat & energie
Maximale reductie van onze CO2-footprint. Gebruik maken van duurzame energie of groene inkoop. à
Arbeid & innovatie
Een veilige, eerlijke aantrekkelijke werkomgeving.
Mechanisatie, automatisering en robotisering van zware en repeterende taken. Regiocertificering is
hiervoor het middel om met elkaar samen te werken aan bovengenoemde doelen.
Omzetting grasland naar 1e klas bollengrond indien noodzakelijk ter compensatie van onttrekking bollengrond
Er doen zich ook nieuwe kansen voor omzetten van grasland
Sanering van vrijkomende bollenbedrijven en oud verspreid glas
voor bollenteelt.
heeft de hoogste prioriteit bij het vinden van de noodzakelijke bollencompensatiegrond. Daarnaast blijkt het opwaarderen van tweede klas bollengrond tot nu toe goed in de behoefte
te kunnen voorzien, zodat er in de afgelopen jaren nog geen gebruik gemaakt is van de mogelijkheid om daartoe in de
ISG aangewezen graslanden om te zetten naar bollengrond.
Het slopen van voormalige bedrijfsbebouwing, het opruimen van verrommeling en het opwaarderen van tweede klas
bollengrond zal ook in de toekomst voor een heel groot deel in
de compensatiebehoefte kunnen voorzien. Vanuit het oogpunt van landschap en natuur is omzetten van grasland de minst wenselijke vorm van bollengrondcompensatie.
De reeds in 2009 in de uitvoeringsparagraaf aangegeven
verdeling (minimaal 40% opruimen verrommeling en de overige Programma Landelijk Gebied Duurzame Greenport 48
(maximaal) 60% voor tenminste de helft door het opwaarderen van tweede klas bollengrond) wordt derhalve nadrukkelijk als
prioriteitsvolgorde onderstreept. Zolang het voor de dynamiek in de Greenport niet nodig is wordt er niet overgegaan tot het
omspuiten van graslanden. Breed onderkend wordt dat opruimen veel belangrijker is dan omspuiten. Het omzetten van grasland wordt echter wel als laatste optie opengehouden. Indien de
prioritaire maatregelen onverhoopt te weinig hectares opleveren om aan de noodzakelijke bollengrondcompensatie te kunnen
percelen aan de westzijde van de regio. In deze polder is dit in de toekomst mogelijk als aanwezige veehouders hun bedrijf
zouden willen beëindigen. De grond is hier van goede kwaliteit
Behoud van enkele graslanden en veehouderijen We houden tenminste een aantal veehouderijgebieden met
een behoorlijke schaal in stand. Zij zijn van groot belang voor
een onderscheidende landschapsbeleving. In de eerste plaats gaat het om het mondingsgebied van de Oude Rijn met de
Polder Hoogeweg en de Elsgeesterpolder, een gebied dat ligt tussen Noordwijk, Voorhout, de A44 en Rijnsburg. Het tweede graslandgebied van enige omvang ligt in de Poelpolder en
de Rooversbroekpolder ten zuiden van Lisse. Dit gebied sluit
aan op de graslanden langs de Kagerplassen, behorende bij het Groene Hart. Daarnaast wordt ingezet op het verbeteren
van de natuurwaarden in de Elsbroekpolder (NNN), Vosse- en Weerlanerpolder (weidevogelgebied) en Oosteinderpolder. Voor deze - en de overige - veehouderijgebieden geldt dat
voortdurend verduurzaamd wordt op tal van aspecten en dat (passend) recreatief medegebruik en biodiversiteit van de graslanden bijdragen aan een aantrekkelijker landschap.
voldoen kan bekeken worden of door omzetting van grasland in bollengrond de gezochte compensatie bereikt kan worden. Bij
Zonering voor sanering, intensivering en schaalvergroting bollen en bloemen
omzetten van grasland naar bollengrond zal ook altijd gekeken worden naar de waarde van het grasland voor weidevogels en
Het is een wens van Greenportbedrijven en brancheorganisaties
overige biodiversiteit. In beginsel wordt hier terughoudend mee
om te kunnen beschikken over uitbreidingsmogelijkheden op
het eigen perceel of bouwvlak. Daarnaast zijn regels nodig over
omgegaan.
(nieuwe) bijgebouwen en overkappingen, bijvoorbeeld om fusten te kunnen overkappen om zo uitloging te voorkomen.
Opschaling is noodzakelijk om meer ruimte te kunnen bieden aan
groei van het bollencomplex met behoud van de landschappelijke kwaliteit, binnen het netto beschikbare areaal. Het is van belang
Algemene voorwaarden voor uitbreiding van bedrijfsbebouwing
voor de Bollenstreek om een gelijk speelveld te creëren voor telers.
In de bestemmingsplannen buitengebied is op dit moment bij recht
Tegelijkertijd zijn water en bodem sturend, en daarmee het
over 250 m2 aan bedrijfsbebouwing mogen beschikken per hectare
Dit is dan ook het uitgangspunt voor de voorgestelde zonering.
toegestaan dat bollenteeltbedrijven en gemengde teeltbedrijven
landschap. Het is daarom niet wenselijk dat in elk landschapstype
duurzaam in gebruik zijnde teeltgrond in de Duin- en Bollenstreek.
op dezelfde manier wordt omgegaan met uitbreiding.
Hiervoor geldt een maximum van 3.000m2 aan bedrijfsbebouwing.
In de ISG was reeds een zonering opgenomen met voorwaarden
Daarnaast zijn er in de bestemmingsplannen voor de
uitbreiding van agrarische bebouwing. In het Programma
Bollenteelt - bollenzone 3’ binnenplanse afwijkingsmogelijkheden
bollenteeltbedrijven en gemengde teeltbedrijven, zodat een
6.000 m2. Onderstaande voorwaarden gelden daarvoor:
die te maken hebben met schaalvergroting, sanering en
bestemmingen ‘Agrarisch - Bollenteelt - bollenzone 2’ en ‘Agrarisch -
LGDG wordt een ‘ja, mits’-houding gehanteerd richting
geboden om bedrijfsbebouwing uit te breiden tot maximaal
gelijker speelveld ontstaat. Er wordt daarbij gebruik gemaakt van drie zones, om gebiedseigen, lokale voorwaarden te hanteren. Deze zonering is toegepast op het gehele gebied waar het
werkingsgebied ‘herstructurering’ geldt (zie ook hoofdstuk 5.2). Dit komt overeen met het werkingsgebied van de GOM. De zonering Programma Landelijk Gebied Duurzame Greenport 49
is alleen van toepassing op bollenteeltbedrijven en gemengde teeltbedrijven. Andersoortige bedrijvigheid is in beginsel niet toegestaan in deze gebieden.
Het ‘ja, mits’-principe houdt in dat uitbreiding in beginsel
onder voorwaarden mogelijk is. Per zone gelden hier specifieke voorwaarden voor. Deze worden hierna toegelicht. Eerst wordt
ingegaan op de algemene voorwaarden die gekoppeld zijn aan mogelijkheden tot bedrijfsuitbreiding. Deze voorwaarden zijn nu reeds opgenomen in de bestemmingsplannen buitengebied
van de vijf bollenstreekgemeenten (inmiddels onderdeel van
het omgevingsplan van elke gemeente). Elke gemeente zal na
a. Een verzoek tot afwijking of tot maatwerk wordt
uitsluitend verleend voor teeltbedrijven die over meer dan 12 hectare duurzaam in gebruik zijnde teeltgrond beschikken in de Duin- en Bollenstreek;
b. de oppervlakte aan bedrijfsgebouwen, géén glas of
ondersteunend glas zijnde, bedraagt ten hoogste 125 m² per hectare duurzaam in gebruik zijnde teeltgrond in de Duin- en Bollenstreek;
c. de vergroting van de oppervlakte bedrijfsgebouwen dient daadwerkelijk noodzakelijk te zijn voor een doelmatige agrarische bedrijfsvoering;
d. de nieuwe bedrijfsgebouwen dienen in aansluiting op de bestaande gebouwen te worden gebouwd;
e. er dient voorzien te worden in een adequate
vaststelling van het programma op termijn aan de slag gaan
landschappelijke inpassing waarbij de bestaande
onderstaande voorwaarden opnemen in de regels.
niet onevenredig worden aangetast.
met de actualisatie van haar eigen omgevingsplan, en daarbij
natuur-, landschappelijke en cultuurhistorische waarden
Gemeenten kunnen hier reeds uitgebreidere voorwaarden hebben
Daarnaast zijn enkele meer geïsoleerde bollenvelden buiten
uitbreiding binnen het bestaande bouwvlak en dergelijken.
bollenteeltzones zuidelijk van Voorhout en rond Warmond. Deze
opgenomen, bijvoorbeeld met betrekking tot waterberging,
Bij de maatwerkprocedure (buitenplans afwijken, via bijvoorbeeld een omgevingsplanwijziging of BOPA) zal altijd advies worden ingewonnen bij de kwaliteitscommissie (zie hoofdstuk 5.5). De
kwaliteitscommissie beoordeelt in ieder geval of het voorgestelde ontwerp in lijn is met de landschapsstrategie.
De landschapsstrategie biedt de benodigde uitgangspunten
voor de verschillende landschapstypen en mogelijkheden tot kwaliteitsverbetering van het landschap, bijvoorbeeld door
het versterken van het open karakter en zichtlijnen (speerpunt 4), landschappelijke inpassing (speerpunt 6), groenblauwe
landschapskamers (speerpunt 8) en vrijwillige groenblauwe
kavelinrichting (speerpunt 9). Daarnaast gelden, tot deze regels
zijn overgenomen in elk individueel gemeentelijk omgevingsplan, de bestemmingsplannen buitengebied, waarin regels omtrent inpassing zijn opgenomen gebaseerd op aanbevelingen uit Programma Landelijk Gebied Duurzame Greenport 50
de “Handreiking Bedrijfsuitbreiding Duin- en Bollenstreek”, die
samenwerkende overheden, bedrijven en organisaties in 2008 hebben opgesteld. Verder kunnen individuele gemeenten randvoorwaarden hebben gesteld voor landschappelijke
deze zones ook toegevoegd aan deze zone. Bijvoorbeeld de
bollenteeltgebieden worden in de bestemmingsplannen van de betreffende gemeentes al op dezelfde manier behandeld als de ‘nee, tenzij’-gebieden uit de ISG. Er zijn de facto nauwelijks
nieuwe gebieden aan zone 1 toegevoegd. Alleen aan de oostzijde van de Trekvaart tussen de N443 en het Keukenhofbos wordt een zone van ongeveer 300 meter gehanteerd waarin de
kwalitatieve openheid actief wordt behouden en vergroot. Het gaat om de achterzijde van bollenteeltpercelen, waar nu ook
bollen geteeld worden. Het is dus logisch om op deze gronden geen bedrijfsbebouwing te plaatsen. Hier zou immers ook een
uitgebreidere ontsluiting naar toe moeten worden aangelegd, die dan ten koste zou gaan van bollengrond.
In zone 1 wordt een ‘ja, mits’-principe gehanteerd richting
maatwerkverzoeken. De betreffende gebieden zijn zodanig open,
dat niet zo maar binnenplans kan worden afgeweken van bestaande omvang van bedrijfsbebouwing. Het college van de betreffende gemeente zal een positieve grondhouding innemen tegenover
binnenkomende initiatieven voor grotere bedrijfsbebouwing, mits aan de volgende voorwaarden kan worden voldaan:
inpassing in hun omgevingsvisies. Hillegom doet dit bijvoorbeeld voor de linten binnen de gemeente. Individuele gemeenten
à
waarbij ze in de basis aansluiten op de zonering zoals beschreven
een evenwichtige toedeling van functies aan locaties (ETFAL, basisprincipe Omgevingswet);
à
Landschappelijke inpassing en bijdrage aan landschappelijke kwaliteit ter plaatse (landschapsstrategie)
à
Actief vergroten en versterken van kwalitatieve openheid (landschapsstrategie)
à
Behoud en versterking van zichtlijnen
à
Sanering van glasopstanden en onrendabele bedrijven
à
Waar mogelijk beschikbare onbenutte bouwvlakken opheffen
kunnen deze uitspraken ook in hun omgevingsplan laten landen, in dit Programma LGDG.
De zonering is te vinden op de kaart behorende bij deze paragraaf (pagina 45)
Zone 1 Zone 1 beslaat de gebieden die in de ISG waren aangeduid
met groen en donkergroen. Hier gold onder de ISG ‘nee, tenzij’beleid dat gericht was op sanering. Hierbij was in beginsel
alleen uitbreiding toegestaan onder strenge voorwaarden.
Zone 2
Zone 3
Zone 2 wordt grofweg gehanteerd in de gebieden tussen de
In het gebied tussen de Loosterweg, Landgoed Keukenhof
Mottigerpolder in Teylingen, en in enkele kleinere gebieden
en ‘s-Gravendamseweg) wordt, ten opzichte van de ISG, een
Trekvaart en Hillegom en Lisse, tot aan de Keukenhof, in de
ten westen van de Trekvaart. Deze gebieden komen voor een belangrijk deel overeen met de oude strandwallen en aan
de oostzijde met de zanderijen. De gebieden hadden in de
ISG dezelfde zonering, met dezelfde ruimtelijke voorwaarden. Dat betekent dat hier kan worden afgeweken van huidige
bouwvlakken tot maximaal 6.000 m2, onder de voorwaarden dat:
à
de openheid ter plaatse wordt behouden
à
de zichtlijnen ter plaatse worden behouden
à
dat landschappelijke inpassing plaatsvindt door aanleg van beplanting en verbetering van de beeldkwaliteit
(Spekkelaan), Lisse, N208, Sassenheim en N443 (Teylingerlaan nieuwe richtlijn voor landschappelijke inpassing gehanteerd voor schaalvergroting en uitbreiding van bebouwing. Deze richtlijn staat beschreven in speerpunt 8 uit de landschapsstrategie. Door bij nieuwe bedrijfsbebouwing ook te werken aan een
structuur van landschapskamers, is het mogelijk om dit gebied
van meer ruimtelijke kwaliteit te voorzien. Het realiseren van een
landschappelijke kamerstructuur vindt op die manier stapsgewijs en op projectbasis plaats. Daarbij moet rekening gehouden
worden met lokale zichtlijnen uit gemeentelijke omgevingsvisies. Daarmee wordt ook de zichtlijn uit de ISG aangepast. Binnen dit gebied worden over het algemeen de mogelijkheden tot
uitbreiding voor bedrijven versimpeld ten opzichte van de ISG. Dat betekent dat hier kan worden afgeweken van huidige
Door middel van een maatwerkprocedure kan ook grotere Programma Landelijk Gebied Duurzame Greenport 51
bouwvlakken tot maximaal 6.000 m2, onder voorwaarde van:
bedrijfsbebouwing worden gerealiseerd, mits er sprake is van bovenstaande voorwaarden, en aanvullend:
à
een evenwichtige toedeling van functies aan locaties (ETFAL, basisprincipe Omgevingswet);
à
landschappelijke inpassing en bijdrage aan de landschappelijke kwaliteit ter plaatse (landschapsstrategie)
à
sanering van glasopstanden en onrendabele bedrijven
à
landschappelijke inpassing; met als richtlijn een inpassing in een groenblauwe kamerstructuur, rekening houdend met bestaande zichtlijnen;
à
door middel van een maatwerkprocedure kan ook grotere bedrijfsbebouwing worden gerealiseerd, mits er sprake is van bovenstaande voorwaarden, en aanvullend:
à
een evenwichtige toedeling van functies aan locaties (ETFAL, basisprincipe Omgevingswet);
à
landschappelijke inpassing en bijdrage aan de landschappelijke kwaliteit ter plaatse (landschapsstrategie)
à
sanering van glasopstanden en onrendabele bedrijven
Transformatie Glastuinbouwgebied Trappenberg Kloosterschuur
In de Greenport Duin- en Bollenstreek is de ruimte schaars.
Versnippering van bollenbedrijven in het landschap moeten we
met herstructurering tegengegaan. Primaire productiebedrijven
In de ISG is de locatie Trappenberg-Kloosterschuur als
zijn sterk lokaal- en grondgebonden. Daarom is het op tijd
gebied door de GOM in ontwikkeling genomen met als doel een
noodzakelijk. De herstructureringsambitie creëert kansen om
met meer flexibiliteit in bestemmingsvoorwaarden” te realiseren.
kan door op strategische plaatsen de openheid te herstellen
omdat deze glastuinbouwontwikkeling volgens de regionale
schuifruimte voor agrarische handels- en exportbedrijven te
gebleken. De gemeente Katwijk heeft in samenhang met het
(Nieuwe) agrarisch logistieke, handels – en/of exportbedrijven zijn
waarin voor dit gebied toekomstige ontwikkelingen gericht zijn
bij voorkeur op een bedrijventerrein gesitueerd.
de ontwikkeling van de voormalige GOM-gronden ligt op de
Green Flower Campus
Hierover voert de regio DBS overleg met de provincie.
In de ISG is reeds de ambitie opgenomen om sector en
Greenhousepark aangemerkt. Ten tijde van de ISG was het
reserveren en garanderen van voldoende schuifruimte
“aaneengesloten, aan de sierteelt gerelateerde bedrijvenlocatie
ook de kwaliteitsimpuls voor het landschap te realiseren. Dit
Anno 2025 zijn de gronden in bezit van de gemeente Katwijk,
en verrommeling tegen te gaan. Het valt te overwegen om
Greenport Ontwikkelmaatschappij (GOM) niet haalbaar is
realiseren op de locatie Trappenberg-Kloosterschuur te Katwijk.
gebied Rijnsburg Noord een Nota van Uitgangspunten vastgesteld
ongewenste ontwikkelingen in het open buitengebied en worden
op diverse vormen van bedrijvigheid. De primaire focus van
ontwikkeling van andere typen bedrijvigheid dan glastuinbouw.
Programma Landelijk Gebied Duurzame Greenport 52
Herstructurering en vitalisering Greenport
kennisinstituten beter met elkaar kennis uit te laten wisselen. In de participatie is een grote potentie geïdentificeerd voor
het inzetten van innovatie om de Greenport vitaal te houden
Er ontstaan in de Greenport meer gemengde en hybride bedrijven,
en te verduurzamen. In de Regio Deal bloeiende Sierteeltregio,
gebruik daarvan nodig hebben dan strikt passend is binnen de
Boskoop, wordt ingezet op de realisatie van een ‘Green Flower
hierdoor sterke en innoverende spelers in de knel komen. Er moet
sierteeltregio.
die een andere verhouding van kassen en schuren en het
in samenwerking met de Greenportregio’s Aalsmeer en
huidige definities van bedrijfstypen. Voorkomen moet worden dat
Campus’, gericht op bollen, bloemen en bomen voor de gehele
daarom ruimte zijn voor meer flexibiliteit in bedrijfstypologieën
De ambitie voor een ‘Green Flower Campus’ sluit goed aan bij de
en ontwikkelingsmogelijkheden. Niet alle ontwikkelingen zijn op voorhand te voorzien. Er is dan ook geen behoefte aan nieuwe
generieke regels, wel aan meer flexibiliteit en mogelijkheden voor maatwerk. Het gaat er daarbij vooral om ruimte te bieden aan bedrijven die Greenportgerelateerd zijn, waarbij investeringen
die onmiskenbaar bijdragen aan de kwaliteit van de Greenport
mogelijk gemaakt kunnen worden. Gevestigde Greenportbedrijven moeten zich op een goede wijze kunnen doorontwikkelen. De deur moet niet worden opengezet voor oneigenlijke nieuwvestiging.
wens om een kennis Greenport te zijn en te blijven en onderzoeksen innovatiebedrijven met elkaar te verbinden. Kruisbestuiving
tussen de kennisintensieve (maak)industrie en samenwerking met NL Space Campus en Unmanned Valley kan het verschil maken voor een duurzame toekomst. Samenwerking kan gevonden
worden met de programma’s die de Keukenhof op dit moment al onderhoudt.
Handhaving doelmatig gebruik In principe zal altijd gehandhaafd moeten worden op gebruik
van bollengrond in strijd met de functietoedeling, zeker waar het
Opgaven en uitdagingen
betekenen dat het teeltareaal niet alleen op papier, maar ook in
Woningbouwontwikkelingen in de streek
gaat om (grotere) percelen en gebouwen. Dit zal in veel situaties de praktijk vergroot kan worden. Voor kleine, niet meer bruikbare snippers teeltareaal zijn uitzonderingen mogelijk op dit principe
door middel van maatwerk, mits er medewerking wordt verleend door de overheden, uiteraard onder de geldende voorwaarden voor bollengrondcompensatie.
De gemeenten Hillegom, Lisse en Noordwijk hebben de Nota niet meer doelmatig te gebruiken bollengrond vastgesteld.
Teylingen moet deze nota nog vaststellen. De nota vormt de
basis voor maatwerkafwegingen in het kader van de handhaving van oneigenlijk gebruik van bollengronden respectievelijk de
legalisatie daarvan. De nota neemt als uitgangspunt dat percelen met een bepaalde omvang mogelijk in aanmerking komen Programma Landelijk Gebied Duurzame Greenport 53
4.2 Aantrekkelijke woonregio
voor legalisatie, als uit een maatwerkbeoordeling blijkt dat
ook andere omstandigheden het doelmatig gebruik niet meer mogelijk maken. Het legaliseren van het strijdige gebruik van
paardenweitjes en moestuinen wordt dus beoordeeld en getoetst aan de hand van het afwegingskader. Ook is het belangrijk dat,
waar het gaat om de mate van geïsoleerd liggen van percelen,
niet alleen naar de huidige situatie gekeken wordt, maar ook naar de mogelijkheden dat bijvoorbeeld omliggende bebouwing of
andere gebruiksfuncties op termijn gesaneerd kunnen worden, waardoor wél aansluiting bij een groter areaal mogelijk is.
Het woningtekort in Nederland, en met name in de Randstad
blijft groot. De Duin- en Bollenstreek is op dit moment een zeer
aantrekkelijke regio om te wonen. Dichtbij grote steden en (inter) nationale voorzieningen, maar ook landelijk met de natuur en
het cultuurhistorische landschap dichtbij. Deze aantrekkelijkheid koesteren we, maar zorgt er ook voor dat de druk op de regio
toeneemt. In het verleden is de Duin- en Bollenstreek regelmatig in beeld geweest om te voorzien in een deel van de woningbehoefte van de noordvleugel van de randstad. Met succes is dit
afgehouden, door jarenlange samenwerking tussen gemeenten
en gebiedspartners. Die ambitie en samenwerking zetten we voort.
Bouwen voor lokale behoefte en woningbouwprogrammering Het bouwen voor bovenregionale behoefte binnen de streek stuit
op steeds meer verzet. Afgesproken is de bovenregionale behoefte (verstedelijkingsopgave) op te vangen in de stedelijke as langs
de Oude Rijn (Katwijk – Leiden – Alphen aan de Rijn). De Duin- en
Bollenstreek met open landschap vormt dan ook een tegenhanger
van deze verstedelijking. In de kleinere kernen wordt slechts ingezet op beperkte extra woningbouw. Primair voor de lokale behoefte.
Deze woningbouw vindt primair binnen de bestaande stads- en dorpsgrenzen plaats.
In de Realisatie Agenda is vastgelegd dat Holland Rijnland 30.500 woningen bouwt tot 2030. 6.500 – 7.500 woningen komen in
Hillegom, Lisse, Teylingen en Noordwijk. Een belangrijke opgave en uitdaging is de betaalbaarheid van toekomstige woningbouw.
Er is een dringende behoefte dat van de opgeleverde woningbouw 2/3e betaalbaar is.
Thematische ontwikkelingen PLGDG AANTREKKELIJKE WOONREGIO
Programma Landelijk Gebied Duurzame Greenport 54
De provincie hanteert het principe dat er geen nieuwe
zogenaamde ‘3 hectare’-plannen bijkomen. Dit zijn nieuwe
zoeklocaties voor woningen van meer dan 3 hectare in omvang in het buitengebied. Op korte termijn is er echter geen mogelijkheid om aan de woningbehoefte te voorzien binnen het bestaande stedelijk gebied. Dit speelt met name in Hillegom.
Katwijk staat de komende jaren voor een grote strategische opgave die gevormd wordt door een uitdagende
verdichtingsopgave. De gemeente Katwijk heeft in de
Woonagenda 2020-2024 vastgesteld een opgave te hebben van
8.000 woningen tot 2040. Een groot deel daarvan, 5.600 woningen, wordt gerealiseerd buiten bestaand stedelijk gebied, in de nieuwe
kern Valkenhorst. 2.500 woningen worden in en rond de bestaande kernen gerealiseerd.
Bouwen alleen op een geschikte ondergrond Water en bodem zijn sturend in de keuze voor
woningbouwlocaties. Dit is bij voorkeur op de hoger gelegen Programma Landelijk Gebied Duurzame Greenport 55
Zoekgebieden integrale stedelijke en dorpse uitbreiding Tot 2030 ligt de woningbouwopgave in de Duin- en Bollenstreek
redelijk vast en zijn ook verschillende binnenstedelijke plannen in ontwikkeling. Tegelijkertijd speelt de vraag hoe er ná 2030 verder wordt ontwikkeld en waar dit kan plaats vinden.
Voor het opstellen van het Programma LGDG is dan ook
geïnventariseerd wat de meest logische plekken zouden zijn om
mogelijke uitleglocaties voor woningbouw in het landelijk gebied te onderzoeken. Hierbij zijn de uitgangspunten uit hoofdstuk
2 ter hand genomen, aangevuld met de uitgangspunten uit
deze paragraaf. Het is nadrukkelijk niet de bedoeling om een
‘bollenstad’ te realiseren. Tegelijkertijd kan gerichte, geclusterde woningbouw en de daarbij behorende investeringen, leiden tot verbetering van de openheid elders.
De zoektocht naar geschikte woningbouwlocaties heeft zich dan
ook geconcentreerd op locaties die aan de volgende eisen voldoen: à
gesloten op bestaande infrastructuur en draagt toekom-
zandgronden en niet in de veenpolders.
stige woningbouw bij aan het levendig houden van de
Goede huisvesting voor arbeidsmigranten
kernen.
Het vinden van voldoende ruimte en draagvlak voor de huisvesting
à
van de regio. Short-stay en mid-stay huisvesting vindt plaats
à
van arbeidsmigranten, die nodig zijn voor de economische groei op basis van de beleidsregel “Ruimtelijke randvoorwaarden
logiesgewijze huisvesting tijdelijke arbeidsmigranten Duin- en
Bollenstreek” voor de gemeenten Hillegom, Lisse, Noordwijk en Teylingen. Kortweg ‘de beleidsregel’.
De long-stay woningbehoefte is onderdeel van de reguliere woningbouwopgave.Ontwikkelingen
Gelegen aan stads- en dorpsranden: zo wordt goed aan-
Water- en bodemgestuurd: alleen woningbouw op locaties op zandgronden.
Geen woningbouw in de meest open gebieden. Dit geldt
zowel voor landschappelijke openheid, als voor aaneengesloten bollengronden.
Op basis van de hierboven genoemde eisen is een aantal
zoekgebieden voor woningbouw op de kaart gezet. In totaal
wordt naar maximaal 50 hectare aan woningbouw gezocht op
deze locaties. Dit is hetzelfde ruimtebeslag dat onder de ISG was gereserveerd voor (nog te realiseren) Greenportwoningen. In
plaats van de ontwikkeling van (solitaire) Greenportwoningen
verspreid door het buitengebied, gelden voor deze locaties de
uitgangspunten van de Realisatieagenda Wonen van Holland
De locatie Vinkeveld-Zuid (3,1 hectare) stond in de
plaatsvinden, waarbij (minimaal) 65% van de woningen binnen
Greenportwoningen. Dit gebied wordt betrokken bij de
Rijnland. Dat betekent dat alleen reguliere woningbouwprojecten de categorie ‘betaalbaar’ valt. Hierover voeren de vijf gemeenten overleg met de provincie.
ISG al op de kaart als mogelijke clusterlocatie voor
ontwikkeling ‘Achterweg’. De rest van dit zoekgebied is nieuw ten opzichte van de ISG.
De zoekgebieden worden hieronder per gemeente nader toegelicht.
Noordwijk - Noordwijkerhout (Pilarenlaan e.o.)
Het gebied tussen Noordwijkerhout en de Trekvaart
is opgenomen omdat dit gebied op dit moment niet
dezelfde kwalitatieve openheid heeft als andere gebieden. Vanuit water en bodem geredeneerd is dit ook een
Noordwijk – Ruigenhoek
Bij Ruigenhoek is een locatie aan de noordkant in beeld geweest als zoeklocatie voor Greenportwoningen. Deze
locatie wordt in het Programma LGDG aangedragen als locatie voor een gemengd woonprogramma.
logische plek op een hoger gelegen zandgrond. In het
gebied zijn nu zowel vrijstaande woningen als bedrijven
aanwezig. Het zuidelijke deel van dit gebied, rondom de
Pilarenlaan is al in beeld geweest als clusterlocatie voor
Greenportwoningen. De rest van dit zoekgebied is nieuw ten opzichte van de ISG. Programma Landelijk Gebied Duurzame Greenport 56
Aan de zuidrand wordt de komende jaren het
bedrijventerrein Gravendam ontwikkeld. Hierdoor neemt de verstedelijking ook toe. Het is wel belangrijk om bij
woningbouw goed rekening te houden met voldoende afstand tussen woningen en bedrijvigheid om zo milieuhinder tegen te gaan.
Hillegom - Pastoorslaan Zuid (vervallen op verzoek van de gemeenteraad van Hillegom)
De locatie aan de Pastoorslaan Zuid was in de ISG
van 2009 reeds opgenomen als reservelocatie voor woningbouw. Deze locatie omvat circa 22 ha. Uit de
lokale woningbehoefteberekening van de gemeente
Hillegom komt een kwalitatieve behoefte aan 400 sociale
huurwoningen. De totale woningopgave voor Hillegom tot 2030 bedraagt 870 woningen. Deze locatie zou daaraan
een belangrijke bijdrage kunnen leveren. Binnenstedelijk is in Hillegom tot 2030 geen ruimte voor verdere
woningbouwontwikkeling dan huidige lopende projecten. Noordwijk – Achterweg / Vinkeveld-Zuid
In 2024 is begonnen met een verkenning naar
mogelijkheden tot woningbouw in dit gebied. De
verkenning is gericht op het bouwen van ongeveer 500 woningen voor lokale woningzoekenden. Dit wordt een
combinatie van huur- en koopwoningen in verschillende prijsklassen.
Hillegom - Zanderij (vervallen op verzoek van de gemeenteraad van Hillegom)
Deze locatie tussen station Hillegom, Stationsweg en
Wilhelminalaan is vanwege haar ligging dichtbij openbaar vervoer en het centrum van Hillegom een logische
locatie voor woningbouw. Bovendien vormt het geen
Lisse
bollenlandschap, aangezien het aan alle kanten wordt
voor woningen (i.p.v. Greenportwoningen), waarbij zoveel
essentieel onderdeel van het open en aaneengesloten omsloten door woningen.
Voor Lisse wordt nog naar een geschikte locatie gezocht mogelijk rekening wordt gehouden met de genoemde
eisen in dit Programma LGDG en de beperkingen van de 48 Lden contour van Schiphol.
Hillegom - tussen Spoor en Vaart (toegevoegd op verzoek van de gemeenteraad van Hillegom)
Gebied tussen spoor en Noorderleidsevaart, van Beeklaan tot en met Margrietenlaan.
Hillegom - Beeklaan (toegevoegd op verzoek
Lisse - Mens locatie (toegevoegd op basis van zienswijzen) Het gebied ten westen van de kruising van de Heereweg en de N208 in Lisse.
van de gemeenteraad van Hillegom)
Gebieden met een eigen ontwikkeltraject
Gebied tussen 3 Loosterweg en Spoor, vanaf Beeklaan.
In het Programma LGDG zijn verschillende deelgebieden aan te
e
wijzen waar op dit moment woningbouw wordt ontwikkeld of wordt Programma Landelijk Gebied Duurzame Greenport 57
onderzocht. Deze gebieden hebben hun eigen ontwikkeltraject, en Hillegom - Pastoorslaan Noord (toegevoegd op
vallen buiten het Programma LGDG.
verzoek van de gemeenteraad van Hillegom)
Locatie tussen Pastoorslaan/ Noorderlaan en
Valkenhorst / Valkenburgse Meer
aan transformatielocatie Van der Schoot.
verrijst in de komende 15 tot 20 jaar een nieuwe
Weeresteinstraat t/m Van Waveren. Locatie grenzend
Op voormalig Marinevliegkamp Valkenburg in Katwijk woonwijk: Valkenhorst. Op deze groene locatie midden
in de Randstad, gelegen tussen stad en strand, worden Teylingen - Eikenhorstlaan
In gemeente Teylingen is de locatie ‘Eikenhorstlaan’
opgenomen. Het gaat concreet om het gebied tussen Teylingerdreef, Eikenhorstlaan en Van den Berch van
Heemstedeweg. Deze locatie is in beeld geweest om 60
Greenportwoningen te realiseren. Nu er geen Greenportwoningen meer gerealiseerd zullen worden, kan gezocht worden naar een passend, gemengd programma.
in totaal 5.600 woningen en maatschappelijke en
commerciële voorzieningen gebouwd. Er komen sociale huurwoningen, vrije sector huurwoningen, betaalbare en duurdere koopwoningen. Valkenhorst grenst aan
verschillende natuur- en recreatiegebieden, waaronder de Mient Kooltuin en het Valkenburgse meer.
Rijnsburg – Noord
Er is in Rijnsburg Noord een aantal ontwikkelingen die er
voor zorgen dat het noodzakelijk is om na te denken over de toekomst van dit gebied. In 2025 wil de gemeente in gesprek met betrokkenen over de toekomst van
Rijnsburg-Noord. Er worden een Nota van Uitgangspunten en een gebiedsvisie opgesteld. Primair gaat het in
Rijnsburg-Noord om transformatie van bedrijvigheid, maar ook woningbouw wordt onderzocht.
Huisvesting van arbeidsmigranten De gemeenten hebben beleid voor het huisvesten van
arbeidsmigranten, maar dit beleid is grotendeels verouderd. In
het kader van de Regiodeal Sierteelt willen we enerzijds inzetten op lokale kennisontwikkeling (vakkennis en ontwikkeling) en
anderzijds meer grip krijgen op een betere kwaliteit van leven voor arbeidsmigranten. Dit richt zich op de volgende vier onderwerpen: 1. Betere registratie en inzicht 2. Sociale binding en integratie
Ontwikkeling van ‘straatjes erbij’ De Rijksoverheid en provincie Zuid-Holland zien de ontwikkeling van een ‘straatje erbij’ als één van de manieren waarop het
woningtekort in Nederland kan worden verminderd. Tegelijkertijd biedt een ‘straatje erbij’ de mogelijkheid om kleinere kernen
vitaal en leefbaar te houden. Provincie Zuid-Holland heeft enkele randvoorwaarden geschetst voor een ‘straatje erbij’. De meest Programma Landelijk Gebied Duurzame Greenport 58
relevante voor de Duin- en Bollenstreek zijn:
1. Een ‘straatje erbij’ is mogelijk bij kernen van minimaal 250 tot 10.000 inwoners.
2. Een ‘straatje erbij’ bevat in beginsel een plan van maximaal 1,5 ha groot.
3. Initiatieven hebben een zo hoog mogelijke woningdichtheid
3. Afspraken over kwalitatief goede huisvesting 4. Controle en handhaving Provincie Zuid-Holland heeft beleid waarin zij huisvesting
van arbeidsmigranten toestaat aan de randen van kernen.
Concreet betekent dit dat er onder voorwaarden mogelijkheden zijn voor zowel grootschalige huisvesting op enkele locaties als kleinschalige huisvesting op erven. Het is aan de regio
of individuele gemeente om hier een keuze en uitwerking in te maken. Verder wordt er gewerkt om in de herziening van het provinciaal Omgevingsbeleid in 2025 op dit onderwerp
aan te scherpen (beleidsvoornemen is terug te vinden in de internetconsultatie).