Db01.2 Bijlage Programma LGDG DBS inclusief bijlagen.pdf
Tekst van het document
Programma Landelijk Gebied Duurzame Greenport DUIN- EN BOLLENSTREEK
16 DECEMBER 2025
Vaststelling
Programma Landelijk Gebied Duurzame Greenport
2
Inhoudsopgave 1. Inleiding
5
1.1
Wat is het Programma Landelijk Gebied Duurzame Greenport Duin- en Bollenstreek?
5
1.2
Aanleiding
5
1.3
Geografische afbakening
7
1.4
Leeswijzer
9
2. Uitgangspunten Programma LGDG 11 2.1
Geschiedenis en aanleiding voor de ISG
3. Landschapsstrategie Duin- en Bollenstreek 19
5. Uitvoeringsstrategie
3.1
5.2 Integrale ontwikkeling, financiering, kostenverhaal 81
Inleiding
19
3.2 Kernboodschap en leidende principes
21
3.3 Uitwerking op de kaart
28
3.4 Water en bodem sturend
30
3.5 Openhouden (cultuur)landschap
34
3.6 Fijnmazige groenblauwe dooradering van het landschap
38
11
Planologisch kader, instrumentarium
85
5.4 Herstructurering(sfonds)
87
5.5 Uitvoering, kwaliteit en regie
89
5.6 Meerjarenprogramma
91
5.7 Projectgebonden samenwerking tussen de GOM en gemeenten
91
12
4. Thematische uitwerking
2.3 Uitgangspunten vanuit bestuursopdracht
14
4.1
2.4 Proces totstandkoming en participatie
14
4.2 Aantrekkelijke woonregio
53
2.5 Wenkend perspectief
16
4.3 Bedrijvige regio
59
4.4 Versterken recreatie en toerisme
63
Bijlage 1: Landschapsstrategie
4.5 Bereikbare regio
68
Bijlage 2: Historie Programma LGDG
4.6 Duurzaam energiesysteem
73
4.7 Totaalkaart
77
43
Colofon Bijlagen
Bijlage 3: Uitgangspunten programma (uitgebreid) Bijlage 4: Evaluatie ISG Bijlage 5: Opbrengsten participatietraject Bijlage 6: Ruimtegebruik Programma LGDG
3
79
5.3 Bollengrondcompensatie(fonds)
2.2 Aanbevelingen uit Evaluatie ISG 2023
Vitale Greenport
43
5.1
79
Programma Landelijk Gebied Duurzame Greenport
4
INLEIDING
1.
Inleiding
1.2
1.1
Wat is het Programma Landelijk Gebied Duurzame Greenport Duin- en Bollenstreek?
om met meerdere gemeenten een structuurvisie op te stellen
De Duin- en Bollenstreek is een uniek gebied langs de Hollandse
kust. Natuurlijk staat deze streek nationaal en zelfs internationaal bekend om de bloembollenteelt, maar ook recreatie en
ondernemerschap kenmerken het gebied – en nog veel meer! De streek staat ook voor grote uitdagingen. Energietransitie,
klimaatverandering en de behoefte aan schoon water vragen dat
we onze omgang met de leefomgeving opnieuw doordenken. Hoe ziet bijvoorbeeld de toekomst van de bollenteelt eruit? Hoe gaan we met water om, zodat we voldoende zoet water beschikbaar Programma Landelijk Gebied Duurzame Greenport 5
houden? Wat betekent dat voor de land- en tuinbouw? Ook is er
in het gebied behoefte aan voldoende en geschikte woningen, in
een omgeving die bereikbaar is en waar inwoners gezond zijn. Hoe
vinden we balans tussen recreatiedruk, het economisch belang en een gezond leefgebied?
De vijf gemeenten waar de Duin- en Bollenstreek uit bestaat – Hillegom, Teylingen, Lisse, Noordwijk en Katwijk – willen nieuwe
plannen maken voor de toekomst van de Duin- en Bollenstreek.
Hiervoor is de Intergemeentelijke Structuurvisie Greenport Duinen Bollenstreek (ISG) herijkt naar een Programma onder de
Omgevingswet: het Programma Landelijk Gebied en Duurzame Greenport Duin- en Bollenstreek (vanaf nu Programma LGDG) dat u hier voor u heeft liggen.
Dit Programma LGDG beslaat de periode 2026 – 2040 met een doorkijk naar 2050.
Aanleiding
Onder de Wet ruimtelijke ordening (Wro) was het mogelijk
en deze ook uitvoering te geven. Hillegom, Teylingen, Lisse,
Noordwijk (en voorheen Noordwijkerhout) en Katwijk werkten op die manier met de Intergemeentelijke Structuurvisie Greenport Duin- en Bollenstreek (ISG). De wettelijke kaders zijn met de inwerkingtreding van de Omgevingswet op 1 januari 2024
gewijzigd. Het maken van een gezamenlijke structuurvisie is
niet langer mogelijk. Wel kunnen gemeenten er voor kiezen om vrijwillig een gezamenlijk programma op te stellen onder de
Omgevingswet en daaraan uitvoering te geven. Dit is de meest concrete aanleiding om het Programma LGDG op te stellen. Een programma is één van de kerninstrumenten van de
Omgevingswet. Het programma is zelfbindend. Dit betekent dat
het alleen het bestuur zelf bindt. Een programma kan wel burgers en bedrijven stimuleren om die dingen te doen, die helpen
om de doelstellingen te behalen. Een programma kan door
meerdere overheden worden opgesteld om samen vastgestelde doelstellingen te behalen. Zij stellen dan ieder voor zich hetzelfde
programma vast. Zo geldt het programma voor al die overheden. In dit geval dus voor de vijf gemeenten uit de Duin- en Bollenstreek. Een tweede aanleiding vormt de integrale evaluatie van de
ISG in 2022 en 2023. Sinds de vaststelling van de ISG in 2009 en de evaluatie en actualisatie uit 2016 zijn goede stappen gezet.
Echter gaven de maatschappelijke, economische en ruimtelijke
ontwikkelingen in de Duin- en Bollenstreek en daarbuiten, ons een natuurlijk moment om terug te kijken en te bezien of de toekomst andere keuzes vergt. Daarvoor heeft bureau Wing in 2022/2023
een evaluatie uitgevoerd en een eindrapport ‘Vitalere Greenport
en vitaler landschap’ opgeleverd. Daarvoor hebben zij veel partijen geraadpleegd.
Door Wing wordt geconcludeerd, dat er veel resultaten zijn
Het landelijk gebied in Nederland staat voor een
gedateerd is en aangepast moet worden aan nieuwe opgaven,
landbouwveranderingen, natuurkwaliteit
behaald onder de ISG, maar dat dit beleid ook enigszins
zoals het Provinciaal Programma Landelijk Gebied (ZH-PLG), in een veranderende tijdgeest. Deze evaluatie is in juni 2023 door alle vijf gemeenteraden vastgesteld. Daarna is een vervolg gegeven aan
dit Programma LGDG, waarbij de conclusies en aanbevelingen van deze evaluatie voor de vijf gemeenten mede het uitgangspunt zijn. De evaluatie bood de ruimte om het Programma LGDG
ook inhoudelijk aan te passen aan urgente opgaven en aan de aanbevelingen uit de evaluatie van de ISG.
Dit Programma LGDG vormt enerzijds een herijking van de ISG, en
daarmee de voortzetting van het gezamenlijk optrekken van de vijf
Duin- en Bollenstreek gemeenten op het ruimtelijke beleid voor het landelijk gebied. Anderzijds is met deze herijking ook door de vijf
colleges besloten om het Programma LGDG vorm te geven na een integrale toekomstverkenning voor het landelijk gebied. In deze
toekomstverkenning is rekening gehouden met de grote opgaven Programma Landelijk Gebied Duurzame Greenport 6
voor woningbouw, mobiliteit, energietransitie, klimaatadaptatie en economie. Al deze opgaven komen samen in het landelijk
gebied van de Duin- en Bollenstreek. Ze vragen om een integrale
oplossing en toekomstperspectief voor 2040 met een doorkijk naar 2050. Daarbij horen ook een effectieve gebiedssamenwerking en het maken van gezamenlijke keuzes voor het landelijk gebied.
grote transitie. Energie- en klimaatdoelstellingen, (waaronder de biodiversiteit en de
cultuurhistorische waarden van het landschap) en woningbouw komen samen en vragen een oplossing in het buitengebied. Samenwerking en een integrale aanpak zijn essentieel voor
perspectief en toekomst voor dit waardevolle
gebied. Het vroeg ook de ISG te verbreden met aandacht voor nieuwe thema’s zoals ZH-PLG
(voor natuurversterking, klimaat, wateropgave, waterkwaliteit, zoetwater, biodiversiteit, groen/
blauwe dooradering en stikstof), energietransitie
en klimaatadaptatie, die in samenhang aandacht vragen naast de in de ISG genoemde opgaven.
Dit vormde de derde en laatste aanleiding om het Programma LGDG op te stellen.
Het landelijk gebied in Nederland staat voor een grote transitie.
1.3
Geografische afbakening
De Duin- en Bollenstreek is onderdeel van het
binnenduinlandschap, dat zich achter de Hollandse kustboog uitstrekt van Hoek van Holland naar Den Helder. Naast de
gemeentegrenzen zorgen ook de Noordzee, Amsterdamse
Waterleidingduinen, de ringvaart van de Haarlemmermeerpolder,
de Kagerplassen, gemeente Oestgeest en Duin, Horst en Weide de geografische afbakening van het gebied. Ook het buitengebied van Katwijk, zuidelijk van de Oude Rijn/Limes, is onderdeel
van de afbakening binnen dit Programma LGDG. Ondanks
dat het Kagerplassengebied ook onderdeel is van de Rijn- en
Veenstreek (en de daarbij horende veenweidestrategie) is het
als buitengebied van de gemeente Teylingen ook onlosmakelijk verbonden met dit Programma LGDG.
De Duin- en Bollenstreek bestaat uit vijf gemeenten; Katwijk,
Noordwijk, Hillegom, Lisse en Teylingen. Het Programma LGDG
heeft hoofdzakelijk betrekking op het landelijk gebied, alles buiten Programma Landelijk Gebied Duurzame Greenport 7
de ‘rode contouren’. Opgaven binnen de kernen die geen directe relatie hebben met het landelijk gebied maken dus in principe geen onderdeel uit van dit programma.
n
De Duin- en Bollenstreek in regionaal verband
Gebiedsafbakening landelijk gebied Duin- en Bollenstreek
Programma Landelijk Gebied Duurzame Greenport 8
1.4 Leeswijzer Hoofdstuk 1 van het Programma LGDG geeft de inleiding van en aanleiding voor het programma weer.
Hoofdstuk 4 bevat de thematische uitwerking. Hierin worden de belangrijkste ontwikkelingen en doelstellingen voor de
thema’s vitale Greenport, wonen, bedrijvigheid, recreatie en
toerisme, bereikbaarheid en duurzame energie beschreven. Dit In hoofdstuk 2 worden de uitgangspunten toegelicht.
Daarin wordt een korte geschiedenis van de intergemeentelijke
samenwerking (ook met regionale partners en gebiedspartijen)
weergegeven. Ook worden hier de belangrijkste aanbevelingen uit de evaluatie van de ISG uit 2023 beschreven, de uitgangspunten die vijf colleges hebben meegegeven en het participatieproces
hoofdstuk eindigt met een totaalkaart, waarop de belangrijkste ontwikkelingen gebundeld zijn. De uitwerking van de thema’s
gebeurt met het landschap als belangrijke drager. De thematische keuzes maken we dus op basis van de uitgangspunten
beschreven in hoofdstuk 2 en de landschapsstrategie beschreven in hoofdstuk 3.
en de resultaten hiervan kort benoemd. Al deze elementen
vormen de inhoudelijke en procesmatige uitgangspunten voor de inhoudelijke hoofdstukken die daarop volgen. Het tweede
hoofdstuk wordt afgesloten met het ‘wenkend perspectief’, waarin het toekomstbeeld van de Duin- en Bollenstreek en de Vitale Programma Landelijk Gebied Duurzame Greenport 9
Greenport voor 2040 is beschreven.
In hoofdstuk 5 wordt tot slot de uitvoering van het Programma LGDG beschreven. Dit hoofdstuk gaat in op de verschillende financiële aspecten voor de uitvoering, zoals de kosten en de kostendragers, fondsen voor herstructurering en
bollengrondcompensatie. Daarnaast gaat het onder andere ook in op de uitvoering zelf, de samenwerking tussen gemeenten,
Hoofdstuk 3 bevat de essentie van de landschapsstrategie. Deze landschapsstrategie is de onderlegger voor de thematische
uitwerking uit hoofdstuk 4. In bijlage 1 bij dit Programma LGDG kunt u de gehele landschapsstrategie lezen.
gebiedspartners en ketenpartners, de rol van de Greenport
Ontwikkelingsmaatschappij (GOM) en de kwaliteitscommissie.
Programma Landelijk Gebied Duurzame Greenport
10
UITGANGSPUNTEN PROGRAMMA LGDG
2. Uitgangspunten Programma LGDG 2.1
Geschiedenis en aanleiding voor de ISG
Samenwerkingsovereenkomst Duin- en
Bollenstreek afspraken gemaakt over de verdere formalisering van het gezamenlijke ruimtelijke ordeningsbeleid en over het oprichten van een gezamenlijk herstructureringsbedrijf:
Greenport Ontwikkelingsmaatschappij (GOM). De
Intergemeentelijke Structuurvisie Greenport Duin-
en Bollenstreek (ISG) werd vervolgens vastgesteld
Sinds de jaren tachtig van de twintigste eeuw groeit de druk op
door de gemeenteraden in december 2009. De
Er liggen talloze ruimteclaims op het gebied voor onder andere
is de ISG integraal geëvalueerd en geactualiseerd
genoemd, de aanleg van ondersteunend en gespecialiseerde
De ISG verschaft sinds 2009 de noodzakelijke,
het gebied van de vijf gemeenten binnen de Duin- en Bollenstreek.
GOM werd in maart 2010 opgericht. In 2015 en 2016
woningbouw en bedrijventerreinen. Daarnaast leidden, zoals
vastgesteld.
glastuinbouw en de bouw van grote handels- en exportbedrijven/ centra tot een behoorlijke bebouwing van het oorspronkelijke
open buitengebied. Verrommeling van het open bollengebied en claims ten behoeve van andere bestemmingen zijn ongewenste ontwikkelingen binnen de Greenport Duin- en Bollenstreek. Programma Landelijk Gebied Duurzame Greenport 11
In 2009 werden in een
Er liggen talloze ruimteclaims op het gebied.
regionale ruimtelijke ordeningsbeleidsbasis
en ontwikkelstrategie voor het buitengebied. Het is een
formele planfiguur conform de Wet ruimtelijke ordening en
het is “zelfbindend” voor het ruimtelijkeordeningsbeleid van de
gemeenten. De ISG biedt de grondslag voor toepassing van een
Die ontwikkelingen leidden ertoe dat maatschappelijke
systematiek van kostenverhaal en kostenverevening waarmee
te keren. Deze samenwerking werd op 25 maart 1996 vastgelegd
gewenste ruimtelijke ordening.
organisaties en overheden de handen ineen sloegen om het tij
inkomsten verkregen kunnen worden voor de financiering van de
in het Pact van Teylingen. Dit pact was nadrukkelijk bedoeld
Sinds de vaststelling van de ISG zijn goede stappen gezet.
om verdere aantasting van het gebied tegen te gaan en heeft
daarom een defensief karakter. In maart 2004 is in aanvulling op het Pact van Teylingen het Offensief van Teylingen vastgesteld. Dit offensief zet op initiatief van de Greenportgemeenten in op
het realiseren van gewenste ontwikkelingen en op het saneren van ongewenste ontwikkelingen door middel van gebieds- en bedrijfsmodules.
Echter gaven de maatschappelijke, economische en ruimtelijke ontwikkelingen in de Duin- en Bollenstreek noodzaak de ISG te herijken en vorm te geven onder de vlag van het Programma LGDG.
Uiteraard is er nog meer te vermelden over de zeer interessante
ontstaansgeschiedenis van dit programma en haar voorgangers. Een meer volledige en gedetailleerde ontstaangeschiedenis
is beschreven in Bijlage 2. Een uitgebreidere toelichting op de
uitgangspunten van het Programma LGDG is te vinden in bijlage 3.
n Het Pact van Teylingen, oprichting GOM, ISG 2016, en evaluatierapport ‘Vitalere Greenport en vitaler landschap’
2.2 Aanbevelingen uit Evaluatie ISG 2023 De ISG is vastgesteld in mei 2016 en is in 2023
geëvalueerd. Het bijhorende evaluatierapport Programma Landelijk Gebied Duurzame Greenport 12
‘Vitalere Greenport en vitaler landschap’
vormt een bouwsteen voor het opstellen van het Programma LGDG. Het evaluatierapport
is bijgevoegd als bijlage 4 bij het Programma LGDG. De volledige aanbevelingen zijn in de
evaluatie terug te vinden. Hieronder wordt kort ingegaan op hoe het Programma LGDG de aanbevelingen meeneemt.
n De tijdlijn van het Pact van Teylingen in 1996 naar de start van de actualisering van de ISG in 2024. Bron: GOM
1.
2.
Programma Landelijk Gebied Duurzame Greenport 13
Herijk de ISG Het Programma LGDG is de directe uitwerking van deze aanbeveling. Er is hierin ruimte voor een brede, multi-sectorale aanpak (zie volgende aanbeveling). Daarnaast worden de sterke punten vanuit de ISG behouden en voortgezet. Wees duidelijk over wat je doet De oorspronkelijke indeling van de ISG is aangepast, om recht te doen aan de gedane aanbevelingen. Zo zijn doelen en ambities die passen bij het ISGthema ‘vitaal landschap’ ondergebracht in een nieuw hoofdstuk ‘landschapsstrategie’ (zie daarvoor ook aanbeveling 4 en 5). Aan dit hoofdstuk zijn álle doelen en ambities opgenomen die directe invloed hebben op het landschap. Thema-specifieke om ruimte vragende doelen en ambities zijn vervolgens ondergebracht in de thematische hoofdstukken. Bij nadere bestudering is gebleken dat het hoofdstuk ‘Duurzaam en robuust watersysteem’ uit de ISG vooral gaat over bescherming tegen wateroverlast en ingaat op onder andere waterkeringen. Dit beleid heeft al een plek heeft gekregen in het waterbeheerprogramma en de waterschapsverordening van het Hoogheemraad schap van Rijnland. Om die reden is besloten om geen specifiek thematisch hoofdstuk meer te wijden aan het waterbeleid. De ruimtelijke impact wordt integraal meegenomen in de landschapsstrategie, waarin water en bodem sturend een leidend principe is.
Maatregelen ten behoeve van de waterkwaliteit binnen de Greenport sector worden in het hoofdstuk ‘vitale Greenport’ behandeld. Daarnaast is een hoofdstuk ‘Duurzaam energiesysteem’ toegevoegd.
3.
Leg uit waarom je bouwt voor openheid Hier wordt in de uitvoeringsstrategie (hoofdstuk 5) nader op ingegaan. Greenportwoningen in de oude vorm komen niet meer terug in het Programma LGDG.
4.
Zorg voor heldere definities. En toets deze In het hoofdstuk Landschapsstrategie zijn definities vastgesteld voor kwalitatieve openheid en verrommeling. Deze zullen worden gehanteerd bij toetsing van nieuwe initiatieven
5.
Wees helder over ambities voor het landschap Bovenstaande aanbeveling heeft geleid tot het opstellen van de landschapsstrategie. Deze landschapsstrategie vormt de onderlegger waarin thematisch uitwerking kan worden gegeven. In de uitvoeringsstrategie is een belangrijke rol voor een kwaliteitscommissie ingeruimd.
6.
Durf te vragen: zijn we nog samen? Het Programma LGDG is het resultaat van een intensief samenwerkingstraject waarin de bestuurders van de vijf Duin- en Bollenstreek gemeenten, in overleg met provincie, hoogheemraadschap en gebiedspartners de gezamenlijke doelen hebben herijkt.
7.
Investeer in begrip en kennis In de uitvoeringsstrategie wordt nader ingegaan op hoe het document levend wordt gehouden, en hoe wordt geïnvesteerd in kennis van het gebied om de opgaven uit het Programma LGDG uit te voeren.
2.3
Uitgangspunten vanuit bestuursopdracht
2.4
Proces totstandkoming en participatie
Bij de aanvang van het traject om tot dit Programma LGDG
Bij de totstandkoming van dit Programma LGDG heeft een
inhoudelijke speerpunten afgesproken. Deze speerpunten zijn
van elk drie bijeenkomsten zijn tussen februari en oktober
te komen zijn door de vijf Duin- en Bollenstreek gemeenten
leidend geweest bij de totstandkoming van het Programma LGDG:
uitgebreid participatieproces plaatsgevonden. In twee rondes 2024 gesprekken georganiseerd met inwoners, stakeholders,
raadsleden en de colleges van burgemeester en wethouders.
Ook hebben 2.854 inwoners en 120 jongeren hun mening gegeven
1.
2.
Programma Landelijk Gebied Duurzame Greenport 14
3. 4.
Het Programma LGDG moet gebaseerd zijn op de aanbevelingen uit het Rapport Evaluatie ISG ‘Vitalere Greenport en vitaler landschap’ uit 2023 Water en bodem zijn sturend: “Water en bodem sturend” is een principe dat de nadruk legt op het beheer van water en bodem als basis voor ruimtelijke ordening en duurzame ontwikkeling. Een toekomstbestendig perspectief waarbij people, planet en profit met elkaar in balans zijn Emissieloze en residuvrije teelt met voldoende ruimte en oppervlakte
5.
Landschapsverbetering, bevorderen van een open landschap en toerisme
6.
Bestaand beleid: Tot slot wordt rekening gehouden met een uitgebreid aantal bestaande beleidsstukken, waarbij met name de strategische agenda ruimte DBS leidend is geweest.
via een online vragenlijst. Zo kregen ook zoveel mogelijk inwoners een kans om mee te praten over de toekomst van de Duin- en Bollenstreek.
Het proces bestond uit drie fases:
1.
Sponsfase – de eerste fase stond in het teken van een bureauanalyse en het ophalen van perspectieven bij alle partijen
2.
Synergiefase – vanuit vier denkmodellen komen tot een gedragen synergiemodel
3.
Vaststellingsfase – de fase van ontwerp tot vaststelling
De belangrijkste uitgangspunten vanuit de participatie waren: à
Het voorspelbare maar niet minder ware beeld is dat er een veelheid aan belangen en perspectieven is.
à
Er moet blijvend worden ingezet op het in stand houden van het areaal bollengrond.
à
Vanuit brede welvaart is het nodig om daarbij ruimte te maken voor andere ruimteclaims die ook belangrijk zijn om de streek vitaal te houden. Dit is ruimte voor wonen,
n Een indruk van enkele bijeenkomsten georganiseerd in de sponsfase en synergiefase
Vier denkmodellen als basis voor het gesprek Experts zijn met inwoners, stakeholders, de vijf gemeenteraden en de vijf colleges van B&W in gesprek geweest om een model voor
de toekomst van het landelijk gebied te ontwikkelen. Daarvoor zijn
vier modellen gepresenteerd. De resultaten van deze sessies en de gehele participatie zijn ondergebracht in een zogenaamde Story Programma Landelijk Gebied Duurzame Greenport 15
Room. Deze vindt u hier.
werken, energie, mobiliteit en voldoende kwalitatief en zoet water.
Mogelijkheid tot zienswijzen en proces tot vaststelling De colleges van de vijf gemeenten zijn het bevoegd gezag en hebben het ontwerp van het Programma LGDG in juni 2025
vrijgegeven voor zienswijzen van inwoners en stakeholders. Het ontwerp heeft zes weken ter inzage gelegen. Iedereen uit de
Duin- en Bollenstreek heeft een zienswijze kunnen indienen op het
voorliggende Programma. In de Nota van beantwoording is hierop gereageerd. De zienswijzen zijn vervolgens verwerkt.
Rode draden participatie
De gemeenteraden van de vijf gemeenten hebben in Q3/Q4
De inbreng van de verschillende bijeenkomsten, vragenlijsten en
december 2025 hebben de colleges van Katwijk, Hillegom, Lisse en
de schriftelijke inbreng zijn gebruikt om één synergiemodel verder uit te werken.
De totale opbrengsten van het participatietraject bestaande uit verschillende rondes zijn beschreven in de rapportage
‘Opbrengsten participatietraject’. Deze is terug te lezen in bijlage 5.
2025 hun wensen en bedenkingen kenbaar kunnen maken. Op 16 Teylingen het Programma LGDG na afweging van de ingediende zienswijzen, wensen en bedenkingen, definitief vastgesteld. De
verwachting is dat gemeente Noordwijk het Programma in Q1 2026 zal vaststellen.
2.5
Wenkend perspectief
De Duin- en Bollenstreek verlegt je horizon door voortdurend
vooruit te denken, nieuwe mogelijkheden te verkennen en toe te passen.
Als vijf gemeenten – Hillegom, Katwijk, Lisse, Noordwijk en
Teylingen – hebben we onze ambities tot 2040 vastgelegd in de Strategische Agenda Ruimte Duin- en Bollenstreek en werken
we met onze inwoners, ondernemers, het hoogheemraadschap, provincie en andere partners aan een gezonde en prettige
leefomgeving: wonen, werken, recreëren, nu en in de toekomst. Zo zorgen we samen voor een leefbare, goed bereikbare, gezonde en aantrekkelijke regio en komen we tot betere resultaten. De
streek biedt de ruimte om te werken, te wonen, te innoveren, uit te waaien en te recreëren tussen de bollenvelden.
In het landelijke gebied ervaren inwoners en bezoekers
onze unieke relatief open (cultuur)landschappen. Ook het kustgebied met zee, strand, duinen, bossen, kustplaatsen, Programma Landelijk Gebied Duurzame Greenport 16
dorpen, landgoederen en trekvaarten, Kagerplassen en diverse
accommodaties wordt als aantrekkelijk ervaren. Er is sprake van een écht mozaïeklandschap, als een schilderij van Mondriaan. Deze kwaliteit maakt onderdeel uit van het Nationaal Park
Hollandse Duinen. Vanuit ondergrond, bodem en water maken we keuzes die goed zijn voor mensen, planten, en dieren. Goed voor
inwoners, ondernemers en bezoekers. Goed voor het welbevinden van mensen nu en voor toekomstige generaties, de economie en de natuur. Goed voor de brede welvaart van de streek. De bloembollen, de landgoederen, de Haarlemmertrekvaart, de
Keukenhof, de Kagerplassen, de duinen en de zee zijn voor ons hele belangrijke parels.
We behouden en versterken de kwalitatieve openheid van ons
landschap waar die nog ‘gaaf’ en intact is. Verrommeling ruimen we op. In 2030 beschikken we over een nagenoeg emissievrije bollenteelt voor wat betreft gewasbeschermingsmiddelen.
We richten het landschap zo in dat we in 2040
toekomst- en klimaatbestendig zijn met duurzame, winstgevende en nagenoeg emissievrije en zo veel mogelijk biologische bollenteelt en
veeteelt met agrarisch natuurbeheer, natuur,
biodiversiteit, water, cultuurhistorie en recreatie. En we maken daarbij keuzes voor andere ruimtelijke uitdagingen, zoals wonen, werken, energie,
mobiliteit, voldoende kwalitatief en zoet water en groen/blauwe verbindingen.
In de Duin- en Bollenstreek omarmen we
We omarmen innovaties om te blijven doen waar we zo goed in zijn.
innovaties om te blijven doen waar we zo goed
in zijn. Het unieke kennisecosysteem van Leiden tot Schiphol (Space cluster, Unmanned Valley,
Flower Sience) zet kennis om in groei en MKB en dit
maken we steeds sterker. We sturen op economische groei door duurzaamheid en circulariteit.
De bollentelers en veetelers zien zich als rentmeesters van het
landschap. Een nieuw groen verdienmodel ontstaat en de emissie neemt af. Regiocertificering is hierbij een belangrijk en effectief
instrument voor kennisdeling. De voorlopers krijgen de ruimte om
te experimenteren, ook in regelgeving om hun kennis verder uit te
breiden. De Keukenhof fungeert als showtuin voor deze innovatieve teelt. De Keukenhof brengt dit verhaal over aan haar bezoekers
in Nederland en over de hele wereld. Het ecosysteem van kennis en innovatie, productie, handel en veredeling, staat als een huis. Flora Holland is daarbij een belangrijke speler voor handel en
export. De nadruk ligt op koopmanschap, aftelen en niches in de
soorten bollen, knollen en vaste planten. Wij zijn grensverleggend in kennisintensieve maakindustrie en koploper in de wereld in innovatieve bollenteelt. Samen met het waterschap kijken we
naar zoetwateropslag op grotere schaal en op perceelsniveau en innovatieve energievoorzieningen.
Er zijn voldoende woningen voor de verschillende doel- en
We behouden en versterken onze natuurgebieden en benutten
werken. De geplande woningbouwprojecten worden gerealiseerd
We verbeteren de inrichting van dorpsranden en groene
aandachtsgroepen die in de Duin- en Bollenstreek leven en
en in de dorpen vindt in hoofdzaak verdere inbreiding plaats. Na 2030 concentreren we de woningbouw en bedrijven rond
de Oude Rijn bij Katwijk. We bouwen alleen aan de rand van de overige dorpen met een regulier woningbouwprogramma met betaalbare woningbouw. Ook jongeren, kwetsbaren en andere
aandachtsgroepen vinden in de buurt de woning die ze zoeken. Daarvoor wordt alleen het oppervlakte gebruikt dat eerder was gereserveerd voor Greenportwoningen.
De komende jaren hebben we vanwege de bevolkingskrimp en vergrijzing een tekort aan arbeidskrachten, met name
de beroepsgeschoolden. Dit betekent dat we internationale
werknemers (arbeidsmigranten) nodig hebben voor seizoenarbeid en vaste banen. De arbeidsmigranten hebben we in beeld en zijn zoveel mogelijk gehuisvest bij het bedrijf waar ze werken.
In het kader van de Regiodeal Sierteelt zetten we in op het Programma Landelijk Gebied Duurzame Greenport 17
verbeteren van de brede welvaart in het gebied. Enerzijds
kansen voor natuurontwikkeling en groen/blauwe dooradering. verbindingen naar het open landschap. Nog niet verbonden delen van de ecologische verbindingszones verbinden we met elkaar. Hierdoor neemt de biodiversiteit toe, net als de weerbaarheid
van bodem en gewassen tegen ziektes. De natuur wordt steeds
veerkrachtiger. We zetten vol in op het zo ver mogelijk behalen van de Kaderrichtlijn Water in 2027. Regiocertificering en de transitie
naar nagenoeg emissievrije bollenteelt in 2030 dragen hier aan bij. Wij leveren onze bijdrage aan duurzame energie voor provincie Zuid Holland en Nederland door het optimaal benutten van
de in onze streek aanwezige warmtebronnen voor collectieve warmtevoorziening en door de opvang van zon via de daken van woningen, bedrijven en instellingen. We onderzoeken
mogelijkheden voor duurzame opwek in een aantal gemeenten en gaan op zoek naar locaties voor nieuwe transformatiestations in
het buitengebied en/of energiehubs, zodat er geen sprake meer is van netcongestie.
door lokale kennisontwikkeling (vakkennis en ontwikkeling) en
De recreatieve mogelijkheden breiden we niet
van leven voor arbeidsmigranten. Ook willen we de overlast
personeel aan kan. We maken een kwaliteitsslag
anderzijds door meer grip te krijgen op een betere kwaliteit
terugdringen. We gaan met bedrijven en gemeenten afspraken maken voor het realiseren van kwalitatief goede huisvesting en betere leefomstandigheden.
We benutten de mobiliteitsnetwerken optimaal en onderzoeken nieuwe wegverbindingen en OV-verbindingen, zoals het
Maatregelenpakket Ontsluiting Noordelijke Duin- en Bollenstreek
en de Corridor N206 bij Katwijk om de streek voldoende bereikbaar te houden voor nu en in de toekomst.
verder uit dan de arbeidsmarkt qua beschikbaar in recreatie het hele jaar rond en richten ons sterk op “beweging”.
Zo verleggen we de horizon. Hier wil je blijven
ondernemen en investeren. Hier kun je steeds heerlijk recreëren en verblijven in de directe nabijheid van stad en strand.
Met het Programma LGDG als opvolger van de ISG creëren we de ruimtelijke randvoorwaarden om dat mogelijk te maken.
Hier wil je blijven ondernemen en investeren.
Programma Landelijk Gebied Duurzame Greenport
18
LANDSCHAPSSTRATEGIE DUIN- EN BOLLENSTREEK
3. Landschapsstrategie Duin- en Bollenstreek 3.1
Inleiding
Een veelzijdig en gevarieerd landschap De Duin- en Bollenstreek kent een veelzijdig en gevarieerd
landschap met karakteristieke landschappelijke elementen. Stuivende duinen en kleurrijke bollenvelden zijn iconische
beelden in dit landschap. Het landschap is een leefgebied voor vele soorten dieren en planten. Het beleefbare landschap is
van belang voor de mens en een plek om te ontspannen in een gezonde, aantrekkelijke, groene en koele omgeving. Omdat
een vitaal landschap letterlijk en figuurlijk de drager vormt voor een toekomstbestendige Greenport Duin- en Bollenstreek is Programma Landelijk Gebied Duurzame Greenport 19
er veel aan gelegen het iconische landschap van de streek te
beschermen en te versterken. Zo behouden we het unieke mozaïek aan kleurschakering in de bollenvelden.
In dit hoofdstuk vindt u de essentie van de landschapsstrategie. In bijlage 1 kunt u de volledige landschapsstrategie lezen met
concrete aanbevelingen voor de inrichting van het landschap, die voor de toetsing en uitvoering van het Programma LGDG sturend zijn.
Aanleiding landschapsstrategie In de ISG-evaluatie uit 2023 is aangegeven
een visie op het landschap van de Bollenstreek nodig is. Het landschap is in de ISG versmald tot het behoud van openheid en behoud van areaal bollengrond. In de ISG is een
landschapsperspectief opgenomen dat
functioneert voor landschapsverbetering en als raamwerk voor sanering, intensivering
en uitbreiding voor Greenportbedrijven. Er is
echter meer relevant, zoals de bouwhoogte van
Toekomstbestendig voor landbouw, natuur en recreatie.
gebouwen en de kwaliteit van de inrichting van het cultuurlandschap.
Er is in de ISG-evaluatie dan ook aanbevolen
om duidelijk te maken in welke mate het nieuwe programma ambieert om te zorgen voor een mooi bollenlandschap
(landschappelijk, toeristisch, recreatief etc.). Een gezamenlijke
landschapsvisie is gewenst, in combinatie met een onafhankelijke kwaliteitscommissie.
Met een helder uitgewerkt landschapsstrategie kan de Duin- en
Bollenstreek niet alleen haar unieke karakter behouden, maar ook toekomstbestendig worden voor landbouw, natuur en recreatie.
Programma Landelijk Gebied Duurzame Greenport 20
n De veelkleurigheid van de regio zit in de bollenvelden, strand, duinen, landgoederen, graslanden en watergangen
3.2
Kernboodschap en leidende principes
1.
Water en bodem sturend: de landschapsstrategie volgt het principe dat water en bodem sturend zijn in de ruimtelijke ordening. De strategie is gebaseerd op de ondergrond, water en bodem. Op basis daarvan zijn deelgebieden met eigen kwaliteiten en gebiedseigen opgaven gedefinieerd.
2.
Openhouden (cultuur)landschap: inwoners en gebiedspartners waarderen de openheid van het cultuurlandschap in de Duin- en Bollenstreek. Met het Pact van Teylingen en de ISG is de strategie ingezet om zichtlijnen te versterken en verrommelde bebouwing op te ruimen. Dit blijft een leidend principe voor deze landschapsstrategie. Wel zijn de definities van openhouden en verrommeling sterker gedefinieerd en kiezen we strategische locaties waar we de openheid willen versterken.
3.
Fijnmazige groenblauwe dooradering van het landschap: Landschapselementen zijn de dragers van het landschap met grote cultuurhistorische waarde doordat zij kenmerkend zijn voor specifieke gebieden. Ze versterken daarmee de landschappelijke identiteit en dragen bovendien bij aan de belevingswaarde van een gebied. Het behoud, doorstromen en berging van zoetwater en meer biodiversiteit zijn daarbij belangrijke uitgangspunten.
Kernboodschap: vitaal landschap als drager De landschapsstrategie van de Duin- en Bollenstreek is
opgebouwd uit een kernboodschap met een drietal leidende principes. Deze luidt als volgt:
Een vitaal landschap als drager voor een Duurzame Greenport Duin – en Bollenstreek De Duin - en Bollenstreek is gebaat bij een vitaal landschap als onderlegger voor huidige functies en alle andere toekomstige
programma’s. Een vitaal landschap en een vitale Greenport zijn in de Duin- en Bollenstreek onlosmakelijk verbonden. Om dit vitale landschap te realiseren zijn drie leidende principes uitgewerkt: Programma Landelijk Gebied Duurzame Greenport 21
ACHT DEELGEBIEDEN MET OPGAVEN EN AANDACHTSPUNTEN VANUIT BODEM EN WATER
Programma Landelijk Gebied Duurzame Greenport 22
Leidend principe 1: water en bodem sturend: een gebiedsindeling gebaseerd op ondergrond
Programma Landelijk Gebied Duurzame Greenport 23
Leidend principe 2: openhouden (cultuur) landschap Er ligt een belangrijke opgave om verdergaande verrommeling
Het landschap van de Duin- en Bollenstreek is met klei-
van het kostbare open (cultuur)landschap tegen te gaan. Een
invloeden van nieuwe duinen, oude duinen en strandvlakten,
potenties van de Greenportsector te gebruiken om de kostbare
afzettingen, zandgronden maar ook veenvorming rijk aan
goede sturing van dit complexe proces biedt kansen om de grote
de Oude Rijn met kleiafzettingen, en de meren en plassen
kwaliteiten van het landschap te verbeteren. Herstructurering van
(Kagerplassengebied en droogmakerijen).
het landschap is een middel om dit te bereiken.
Voldoende en schoon water en een gezonde bodem is van groot
Tijdens de uitvoering van de ISG is al veel gedaan om
water en bodem sturend (of richtinggevend) bij beslissingen over
behouden. Zo is de verstedelijking effectief een halt toegeroepen,
gestuurde aanpak vormt de noodzakelijke basis voor alle andere
-areaal is behouden, het landschap is op veel locaties opener
de Duin- en Bollenstreek is een omslag in het denken en doen en
en er is een aanzienlijke hoeveelheid opstallen opgeruimd. Tot slot
sturend te laten zijn, heeft voordelen op de korte en de lange
in een evenwichtige verhouding tot het landschap.
belang voor iedereen in de Duin- en Bollenstreek. Daarom zijn
verrommeling tegen te gaan en het open landschap te
de inrichting van de Duin- en Bollenstreek. Een water en bodem
is grondspeculatie grotendeels verdwenen, het teeltcomplex en
agenda’s. Water en bodem sturend maken bij de inrichting van
geworden, het karakter van de Duin- en Bollenstreek is behouden,
daardoor een stevige opgave. Maar de keuze om water en bodem
zijn bedrijven in staat gesteld zich te kunnen (blijven) ontwikkelen
termijn.
Stabiel ruimtelijk beleid is randvoorwaardelijk om ook de komende
De verschillen in ondergrond en bodemtype leiden tot acht
jaren effectief door te kunnen gaan met de herstructurering. Deze
vanuit bodem en water. Op de deelgebiedenkaart zijn
dat er soms nog wel degelijk gebouwd wordt in zichtlijnen.
Op termijn krijgt de hele streek te maken met verzilting.
‘openheid’, ‘zichtlijnen’ en het opruimen van ‘verrommeling’ nader
deelgebieden met specifieke opgaven en aandachtspunten
is namelijk nog niet voltooid. Ook blijft het een aandachtspunt
verschillende aandachtspunten per deelgebied aangegeven.
Naar aanleiding van de ISG-evaluatie worden de begrippen
Dit is dus een gebiedsoverstijgende opgave.
gedefinieerd.
Nadere definitie openheid
Kwalitatieve openheid
Wat is openheid en wat is de kwaliteit van open landschap? Voor
Om concreter te kunnen werken aan het verbeteren van
betekenis. Voor agrariërs valt dit samen met open bollenareaal;
‘kwalitatieve openheid’ gehanteerd. Kwalitatieve openheid
en om de kwaliteit van open landschap. Daarbij maakt het uit
betreft hier aantrekkelijke zichtlijnen van een bepaalde maat en
bedrijfsgebouwen.
onaantrekkelijke objecten, structuren of bebouwing. Daarbij is
verschillende stakeholders in de streek heeft openheid een andere
het open (cultuur)landschap wordt vanaf nu het begrip
voor veel burgers gaat het om de beleving van open ruimte
is meer dan ver kunnen kijken in een bepaalde richting. Het
of open gebied begrensd wordt door beplanting of moderne
schaal die niet onderbroken worden of uitmonden in zicht op
Uniek in de streek is ook de beleving van het mozaïeklandschap. Kleurige velden dragen bij aan het ‘Mondriaan-effect’.
Openheid verwijst naar de zichtbaarheid en toegankelijkheid van het unieke landschap van de streek, waaronder de uitgestrekte
bij voorkeur kenmerkende cultuurhistorische architectuur, zoals
oude bollenschuren en arbeiderswoningen wel zichtbaar, maar
wordt moderne bebouwing, of bedrijfsuitbreiding landschappelijk ingepast met erfbeplanting.
bollenvelden, duinen en polders. Belangrijke (langere) zichtlijnen
zijn daarbij bepalend voor het ervaren van openheid. Dit betekent dat er bewust wordt omgegaan met bebouwing en dat de
ruimtelijke kwaliteit van het open landschap beschermd blijft tegen verstedelijking. Programma Landelijk Gebied Duurzame Greenport 24
n Wel open, maar in het zicht is relatief forse niet ingepaste bedrijfsbebouwing
n Buffergroen en landschappelijke inpassing helpt het versterken van de ‘’kwalitatieve openheid’
Nadere definitie verrommeling
à
Verlies van historisch, cultureel en natuurlijk erfgoed: het verdwijnen van traditionele elementen zoals bollenvelden, historische boerderijen, karakteristieke bollenschuren, landschuurtjes, duinen en houtwallen door modernisering of verwaarlozing.
à
Ontbreken van landschapselementen: het ontbreken van typerende karakteristieke landschapselementen is ook een vorm van verrommeling. Concreet voorbeeld is het ontbreken van erfbeplanting. Op de strandwallen het ontbreken van lanen, houtwallen, bosschages en hagen; in het zanderijenlandschap het ontbreken van hagen.
à
Druk door verstedelijking en infrastructuur: de behoefte aan meer woningen, bedrijventerreinen en wegen leidt vaak tot aantasting van het unieke open landschap.
Wanneer zorgt een verouderd gebouw of schuur voor
verrommeling van het landschap? Ook daar wordt op
verschillende manieren invulling aan gegeven. Een oude
bollenschuur heeft bijvoorbeeld ook cultuurhistorische waarde voor het gebied.
Het begrip verrommeling staat gelijk aan een ongeordende,
gefragmenteerde of versnipperde ontwikkeling van het landschap, waarbij het oorspronkelijke karakter en de esthetische waarde
ervan verloren dreigen te gaan. Dit gebeurt door een combinatie van factoren, zoals:
à
Programma Landelijk Gebied Duurzame Greenport 25
à
à
à
Versnippering van ruimtelijke functies: bijvoorbeeld het door elkaar plaatsen van bollenareaal met bedrijfsbebouwing, nieuwe woonwijken, bedrijven in het buitengebied (die niet bollengerelateerd zijn), recreatiegebieden en infrastructuur zonder een duidelijke samenhang. Ongestructureerde bebouwing: het ontstaan van ongeplande bebouwing zoals loodsen, kassen, schuren of woonwagens in landschappelijk waardevolle gebieden. Incourante en verpauperde bebouwing: het ontstaan van rommelige en verouderde bebouwing in het landschap die afbreuk doet aan de landschappelijke kwaliteit. Niet agrarische bebouwing: bebouwing in het landschap die bedrijfsmatig geen duidelijke relatie heeft met de Greenport Duin- en Bollenstreek en bedrijfsmatig niet past in het landelijk gebied.
Bij de uitvoering van de ISG is ingezet op het tegengaan van
deze verrommeling, en door verrommeling actief op te ruimen. In het rapport Loep op GOM zijn hier verschillende voorbeelden van gegeven. In onderstaande afbeelding is te zien hoe bij de
Leidsevaart een gebied met verouderde kassen (linksboven) is
opgeruimd, en omgezet in bollengrond en water (rechtsboven). Aan de Torenlaan is eveneens verrommelde bedrijfsbebouwing opgeruimd en is nieuwe teeltgrond gerealiseerd (links- en
rechtsonder). Deze lijn wordt met het Programma LGDG voortgezet wanneer deze kansen zich voordoen.
GEFRAGMENTEERD
KWALITATIEF OPEN
n Leidsevaart, Noordwijk
n Voorbeeld van een gefragmenteerd gebied aan de ‘s-Gravendamseweg, Voorhout versus een meer kwalitatief open gebied langs de Trekvaart tussen Tespelduyn en Noordwijkerhout (bron: Google Earth) n Torenlaan, Voorhout
In delen van de Duin- en Bollenstreek zijn er o.a. door
schaalvergroting en verspreide bedrijfsbebouwing gebieden ontstaan die landschappelijk gefragmenteerder zijn dan de
gebieden waar de ‘kwalitatieve openheid’ nog heel sterk aanwezig Programma Landelijk Gebied Duurzame Greenport 26
is. In algemene zin kunnen we stellen dat de oostelijke strandwal
Leidend principe 3: fijnmazige groenblauwe dooradering van het landschap Wat is groenblauwe dooradering?
(bijvoorbeeld de Mottigerpolder en het gebied aan de
Een perceel in een agrarisch landschap wordt vaak omlijst door
bijvoorbeeld de relatief open oude strandvlakten langs de
landschapselementen wordt ook wel ‘groenblauwe dooradering’
’s-Gravendamseweg) sterker gefragmenteerd zijn dan Trekvaart.
bomensingels, houtwallen en sloten. Een netwerk van dit soort genoemd (ook afgekort tot GBDA).
Landschapselementen zoals singels, sloten, beken, weteringen,
natuurvriendelijke oevers, kruidenrijke akkerranden, houtwallen en bomenrijen hebben verschillende functies in het landelijk gebied.
Het zijn plekken die het leefgebied vormen en/of belangrijk zijn als
verbinding tussen leefgebieden (afhankelijk van de soort). Plekken waar dieren kunnen schuilen, voedsel kunnen zoeken en waar ze zich langs kunnen verplaatsen en waar ruimte is voor bijzondere planten. Het vormt een belangrijke basis voor biodiversiteit.
Ook dragen landschapselementen bij aan de belevingswaarde van het landschap voor de mens. Elk landschapstype heeft zijn
eigen kenmerkende elementen, die mede de identiteit van de plek bepalen. Binnen de groenblauwe dooradering zijn zowel
droge (groene dooradering) als natte (blauwe dooradering) landschapselementen van belang.
Het gaat bij de term groenblauwe dooradering niet om de
hoeveelheid natuurgebieden. Het netwerk van ‘groene en blauwe elementen’ vormt juist de verbinding tussen de beschermde natuurgebieden in het agrarisch cultuurlandschap en de
structuren vormen op zichzelf ook een leefgebied voor kleinere
soorten. Een gebied met veel groenblauwe dooradering bestaat dus uit een fijnmazig netwerk van verbindingen (lijnelementen)
tussen verschillende beschermde natuurgebieden (leefgebieden en stevige verbindingen).
Ook gebieden met landschapselementen van maximaal 1,5
hectare maken onderdeel uit van de groenblauwe dooradering.
Programma Landelijk Gebied Duurzame Greenport 27
Inventarisatie GBDA en ambitie De Duin- en Bollenstreek is gezegend met grote en kleine
natuurgebieden die deel uit maken van het Nationaal Natuur Netwerk (NNN), vroeger de Ecologische Hoofd Structuur
(EHS) genoemd. Het NNN is het Nederlands netwerk van
bestaande en nieuw aan te leggen natuurgebieden. Het
netwerk moet natuurgebieden beter verbinden met elkaar en met het omringende agrarisch gebied. Daartoe behoren het
gehele duingebied (Coepelduynen, Kennemerland-Zuid), het
Keukenhofcomplex (bossen, weiden en kasteelpark) alsmede de kleinere landgoederen als Huys te Warmont, Offem en Leeuwenhorst.
Het kleinschalige landschap van de Duin- en Bollenstreek biedt veel voordelen voor biodiversiteit die al worden benut. In het gebied komen relatief veel akkervogels voor (de ‘high five’:
scholekster, kievit, veldleeuwerik, gele kwikstaart, patrijs). Er zijn
Waarom groenblauwe dooradering?
veel initiatieven om de biodiversiteit op bollengrondpercelen te
Inzetten op een groenblauwe dooradering van het landschap
van regiocertificering, dus van de teelt van de toekomst. Hieraan
is een manier om landschap, natuur, landbouw, water en
bodem integraal te benaderen. Meer groenblauwe dooradering is van belang voor het versterken van landschappelijke
kwaliteit, tegengaan van verdroging en draagt bij aan het
toekomstperspectief voor de landbouw en het landelijk gebied als geheel. Het is daarmee goed voor vele diensten, zoals: à
Vergroten biodiversiteit (o.a. Vogel- en Habitatrichtlijn)
à
Verbeteren bodem- en waterkwaliteit (o.a. KRW)
à
Klimaatbestendiger landschap Duin- en Bollenstreek
à
Herstel cultuurlandschappen (verbinding menslandschap)
vergroten. Daarnaast is biodiversiteit ook onderdeel van de KPI’s kunnen GBDA maatregelen in belangrijke mate bijdragen. Ook
initiatieven zoals de Kruidentuin en Tuin van Holland dragen bij
aan een toekomstbestendige oplossing voor de agrarische sector en het verbeteren van lokale biodiversiteit.
In de provinciale Omgevingsvisie is als doelstelling opgenomen dat in 2050 de provincie 10% groenblauwe dooradering heeft gerealiseerd met als tussendoel in 2030 de helft van het gat
tussen de bestaande GBDA en de 10%. De provincie heeft voor de Duin- en Bollenstreek geïnventariseerd dat anno 2024 ongeveer 3,9% van het gebied ‘dooraderd’ is. De inzet van het Programma
LGDG is om door middel van robuuste dooradering een bijdrage te leveren aan een verhoging richting de 7%.
3.3
Uitwerking op de kaart
Binnen de drie leidende principes zijn de volgende negen speerpunten uitgewerkt en op de kaart gezet;
Water en bodem sturend Water en bodem sturende principes zijn een wezenlijk onderdeel
Fijnmazige groenblauwe dooradering van het landschap De groenblauwe dooradering wordt uitgevoerd op verschillende schaalniveaus;
7.
Een robuust hoofdraamwerk met groenblauwe corridors
8.
Groenblauwe landschapskamers
9.
Groenblauwe kavelinrichting
van de landschapsstrategie;
Programma Landelijk Gebied Duurzame Greenport 28
1.
Opzetten waterstanden veenweidegebieden en droogmakerijen
2.
Optimaliseren kavels van bollenareaal op zandgronden
Deze uitwerking geldt als leidraad voor sanering, intensivering
3.
Meer ruimte voor water in de binnenduinrand
en het tegengaan van verrommeling. Met als doel om
en uitbreiding van Greenportbedrijven uit oogpunt van
landschapsverbetering: zoals het behoud van open vensters landschapsverbetering te bewerkstelligen.
Op basis van de landschapsstrategie werkt de
Openhouden (cultuur)landschap De herstructurering van het landschap is nog niet klaar en verrommeling in het buitengebied wordt opgeruimd:
4.
Versterken open karakter Bollenstreek en respecteren belangrijke zichtlijnen
5.
Openhouden grasland
6.
Landschappelijke inpassing
landschapsvisiekaart door in het gehele Programma LGDG. Het vormt letterlijk de onderlegger voor de verdere uitwerking. Het
vitale landschap vormt de drager voor een Duurzame Greenport Duin – en Bollenstreek.
LANDSCHAPSSSTRATEGIEKAART
Programma Landelijk Gebied Duurzame Greenport
29
De opgave Het landschapsgebied van de Kagerplassen en omliggende veenweidegebieden is overwegend in gebruik als recreatief
gebied met hoge natuurwaarden en als waardevol beschermd (agrarisch) grasland. De begrenzing is deels gebaseerd op
landschappelijke kenmerken en het provinciale ‘kroonjuweel cultuurhistorie’.
Het klimaatadaptief inrichten van dit deel van Duin- en
Bollenstreek is een grote uitdaging. Een specifiek aandachtspunt is het tegengaan van bodemdaling in het veenweidegebied.
Daarnaast is het tegengaan van de gevolgen van droogte een
opgave. De diepere polders in het deelgebied bieden overigens
ook kansen voor waterberging. Waterbeschikbaarheid in heel de
Duin- en Bollenstreek is een aandachtspunt. Het opzetten van de
3.4 Water en bodem sturend Programma Landelijk Gebied Duurzame Greenport 30
Speerpunt 1: opzetten waterstanden veenweidegebieden en droogmakerijen Het opzetten van de waterstanden in de veenweidegebieden
rondom de Kagerplassen is een strategie die voortkomt uit de
nationale strategie, Zuid-Hollandse Veenweidestrategie en de
waterstanden in de veenweidegebieden en de droogmakerijen draagt bij aan de doorspoeling van schoon water in de gehele Duin- en Bollenstreek wat een positief effect heeft op het
tegengaan van verzilting op de langere termijn. Het verhogen van waterstanden in veenweidegebieden zal tevens de tegendruk op de boezemwaterlopen – Trekvaart, Ringvaart en Kagerplassen – vergroten door een sterkere variatie in aan- en afvoer. Opzetten van de waterstanden als strategisch plan
nadere uitwerking in de Omgevingsvisie Teylingen. Het strategisch
Er is een strategisch plan om het waterpeil in de
in een groot deel van de Duin- en Bollenstreek. Dit is de reden dat
plan richt zich op duurzaam waterbeheer, ecologische voordelen
waterplan Kagerplassen heeft effect op de waterbeschikbaarheid deze als eerste genoemd wordt. Tijdens een zeer warme (droge)
periode is er in de toekomst bovendien risico op een verminderde hoeveelheid (drink)water. Ook de kwaliteit van het (drink)water neemt dan af.
veenweidegebieden rondom de Kagerplassen te verhogen. Dit en betrokkenheid van belanghebbenden.
We zetten in op een robuust watersysteem in de veengebieden
met een optimale bediening ten behoeve van de klimaatopgave en het voorkomen van verdere bodemdaling. Waterbeheer stemmen we af op de bodemcondities. Daarvoor is een
landschapstransformatie nodig. Veehouderij, akkerbouw en
de natuurwaarden. Aandachtspunt is de verbetering van de
de nodige ontwatering). Indien nodig heroverwegen we
ligt in het veenweidegebied opgave om de
opengrondteelt is gezamenlijk moeilijk vol te houden (vanwege peilbesluiten en droogleggingsnormen samen met andere daarvoor verantwoordelijke medeoverheden. Een hoger
grondwaterpeil zorgt voor voldoende water bij droogte, vertraagt daling van veenbodems en vermindert hiermee de uitstoot van broeikasgassen.
In de kleigebieden voorzien we de ontwikkeling van
brakwaternatuur (incl. peilfluctuaties), eventueel in combinatie
met recreatie. Ook is hier meer ruimte nodig voor het opvangen, bufferen en hergebruiken van zoetwater. Dit kan door het
Programma Landelijk Gebied Duurzame Greenport 31
waterkwaliteit in de Kagerplassen en de watergangen. Verder biodiversiteit te vergroten (in samenspraak met de duurzame landbouwtransitie). Dit doen we
bijvoorbeeld door het inzetten op het terug laten komen van specifieke icoonsoorten (zoals de
grutto). De omgeving van de Kagerplassen heeft veel potentie voor het beheer van weidevogels. Opzetten waterpeil in droogmakerijen – droogmakerijen als ‘regenton’
Waterbeschikbaarheid is in heel de Duinen Bollenstreek een aandachtspunt.
optimaliseren van de in-/uitstroom van zoetwater en het
De droogmakerijen in de Duin- en Bollenstreek
aanpassen van het landgebruik als dit echt nodig is.
eerste te maken krijgen met verzilting. Voor de
zouttolerante gewassen gestimuleerd.
deze kleipolders dan ook al in als ‘zoute’ gebieden.
Klimaatbestendige inrichting van watergangen
op de gehele Duin- en Bollenstreek kunnen echter verminderd
vergroten van peilvakken in polders. Ook wordt ingezet op het
zullen volgens het hoogheemraadschap als
Waar sprake is van verzilting wordt de overschakeling naar meer
langere termijn deelt het hoogheemraadschap
Aandachtspunt is de verbetering van de waterkwaliteit in de
Kagerplassen en de watergangen. Hogere temperaturen leiden in ondiepe watergangen sneller tot overlast (stank, zuurstofloosheid en dode vissen, botulisme). Een klimaatbestendige inrichting
van de watergangen bestaat uit goed beheer, voldoende diepte, weinig emissies, bestrijding van exoten en draagt bij aan een hogere kwaliteit van de leefomgeving. Aandacht voor biodiversiteit We hebben veel aandacht voor het vergroten van de biodiversiteit. Een deel van de Kagerplassen is onderdeel van NatuurNetwerk Nederland. De nadruk ligt op bescherming en versterking van
De effecten van verzilting en klimaatverandering
worden door de droogmakerijen te zien als ‘regenton’. Bij grotere
hoeveelheden neerslag worden deze gebieden gebruikt om water maximaal op te vangen en tijdens droge periodes te kunnen
hergebruiken. Hiervoor is het van belang de in- en uitstroom van zoet water te optimaliseren. Het vergroten van peilvakken in de polders is hierbij van belang. Het water kan vervolgens worden
ingezet in de landbouw, of het kan geschikt worden gemaakt voor menselijk gebruik als drinkwater.
De uitwerking van dit speerpunt ligt bij het hoogheemraadschap, in samenwerking met de betrokken gemeenten, provincie ZuidHolland en andere gebiedspartijen.
Speerpunt 2: optimaliseren kavels van bollenareaal op de zandgronden
droge perioden. Ook is het vergroten van de waterbuffercapaciteit (ondergronds) mogelijk nog beter in te passen wanneer kavels worden geoptimaliseerd.
Het optimaliseren van kavels is goed te koppelen aan
landschapsverbetering. Herverkaveling en ruilverkaveling kunnen
§ Verdiepen en verbreden van slotenpatroon: door het optimaliseren van kavels kunnen sloten (boezemsloten/zandsloten) verbreed en verdiept worden. Dit is goed voor de biodiversiteit en om overtallig regenwater langer vast te houden.
in de Duin- en Bollenstreek bijdragen aan landschapsverbetering door een integrale aanpak waarin agrarische efficiëntie wordt gecombineerd met ecologische, recreatieve en esthetische doelen. Deze koppeling kan op verschillende manieren gerealiseerd worden:
1.
Efficiënt gebruik van landbouw- en bollengrond § Optimalisatie van percelen: Door efficiëntere indeling kunnen landbouwbedrijven profiteren van schaalvoordelen, wat ruimte vrijmaakt voor landschapsverbetering zonder productieverlies.
Programma Landelijk Gebied Duurzame Greenport 32
§ Bundeling van functies: Door agrarische functies te combineren met natuurbeheer en recreatie ontstaan nieuwe verdienmodellen en wordt multifunctioneel grondgebruik gestimuleerd.
2.
§ Bodembeheer: percelen kunnen zo worden ingericht dat de bodemkwaliteit wordt verbeterd, bijvoorbeeld door ruimte te maken voor groenbemesters of minder intensieve teelt.
Waterbeschikbaarheid en klimaatadaptatie § Waterbuffering: herverkaveling kan helpen bij het aanleggen van waterbergingsgebieden om klimaatverandering op te vangen. § Eigen watersystemen en vergroten waterbuffercapaciteit: door herverkaveling of ruilverkaveling kan mogelijk ingezet worden op eigen watersystemen ten behoeve van
3.
Verbeteren van ecologische verbindingen § Creëren van groene corridors: Door percelen opnieuw in te delen, kunnen ecologische verbindingszones worden aangelegd die de biodiversiteit vergroten. Bijvoorbeeld het verbinden van natuurgebieden door het creëren van bloemrijke akkerranden, houtwallen, hagen of andere landschapselementen. Dit helpt bij het realiseren van meer groenblauwe dooradering (speerpunt 7 t/m 9). § Waterbeheer en natuurontwikkeling: Slimmere indeling kan ruimte maken voor natte natuur, zoals plas-drasgebieden of slootverbreding/ slootverdieping, wat gunstig is voor weidevogels en andere fauna.
4.
Herstel van historische landschapselementen § Terugbrengen van kenmerkende landschappen in de Duin- en Bollenstreek, zoals hagen, houtwallen en slootpatronen. Herverkaveling biedt de kans om deze elementen in ere te herstellen en ze onderdeel te maken van het moderne landschap. § Behouden van bollengronden: Zorg dragen voor een balans tussen moderne bollenteelt en de esthetische waarde van het landschap.
Speerpunt 3: meer ruimte voor water in de binnenduinrand De binnenduinrand is een gebied met complexe vraagstukken op het gebied van waterbeschikbaarheid en waterkwaliteit. Zo ligt het gebied dicht bij kwelwater van hoge kwaliteit uit
de duinen, maar ook aan het einde van de aanvoerketen van
water vanuit de Rijn en Ringvaart. Op de langere termijn (vanaf
2050) kan verzilting in dit gebied een negatieve rol gaan spelen voor de bollenteelt in dit gebied. Doordat in droge zomers enkel
verzilt water kan worden aangevoerd. In de binnenduinrand zijn
5.
Recreatieve en landschappelijke waarde vergroten § Aantrekkelijke routes: Door samenwerking kunnen wandel- en fietspaden worden aangelegd langs bloemrijke bollenvelden of door ecologische verbindingszones.
Programma Landelijk Gebied Duurzame Greenport 33
§ Uitzichtpunten en rustplekken: Herverkaveling kan de aanleg van recreatieve faciliteiten mogelijk maken, zoals uitkijkpunten over de bloeiende bollenvelden of picknickplekken. Mogelijk kan zo bollenerfgoed nog beter beleefd en toegankelijk gemaakt worden.
verdroging, waterbeschikbaarheid en (interne) verzilting zeer belangrijke aandachtspunten naar de toekomst. Langdurige
droogte en minder beschikbaarheid van (zoet) water gaat vaak samen met een hoger gebruik van water. Dit is een probleem voor drinkwaterwinning en het effect op mensen, bebouwing, wegen, openbaar groen, vitale en kwetsbare functies wordt
steeds voelbaarder. Dit geldt zowel voor de waterwinning in de duinen nabij Katwijk door Dunea als in de Amsterdamse Waterleidingduinen bij de Zilk (Zuid-Kennemerland) door Waternet.
Om op de lange termijn over voldoende (drink)water van
hoge kwaliteit te beschikken, is nog veel onderzoek nodig en
waarschijnlijk grote investeringen. In het NL Deltaprogramma Om herverkaveling en ruilverkaveling effectief te koppelen aan landschapsverbetering, zijn enkele randvoorwaarden
belangrijk. Participatie en de betrokkenheid van (bollen)boeren, natuurorganisaties, gemeenten en bewoners is van belang. Dit
moet leiden tot een integrale aanpak. Voor de financiering dragen subsidies of stimuleringsregelingen voor landschapsbehoud en -ontwikkeling bij aan de haalbaarheid.
Zoetwater 2025 wordt er vooruitgekeken naar de
zoetwaterbeschikbaarheid op lange termijn (2050 – 2100). Het
hoogheemraadschap heeft in 2025 de studie Toekomstgericht
Waterbeheer Rijnland afgerond en de provincie heeft aangegeven een geohydrologisch onderzoek te willen uitvoeren naar de
binnenduinrand. De resultaten van deze studies kunnen richting geven aan hoe dit gebied toekomstbestendig kan worden
ingericht. Mogelijke maatregelen zijn: kwelvermindering door
schermen en/of installatie van een pompgemaal in het gebied en grootschalige extra waterberging. Ook de sector realiseert zich dat er in de bedrijfsvoering maatregelen nodig zullen zijn
om beter bestand te zijn tegen periodes van extreme droogte, watertekorten en verzilting. De inzet is om de komende jaren
gezamenlijk met de gebiedspartijen op te trekken en na te gaan met (model)onderzoek, kennisuitwisseling en mogelijk pilots
welke maatregelen haalbaar zijn om ook op de lange termijn over voldoende zoetwater te kunnen blijven beschikken.
Natuurontwikkeling binnenduinrand – Mient Kooltuin In de binnenduinrand liggen kansen voor natuurontwikkeling gerelateerd aan de kwelpotenties van dit gebied. Op enkele plekken zijn hiervan al voorbeelden gerealiseerd (zoals
Programma Landelijk Gebied Duurzame Greenport 34
3.5 Openhouden (cultuur)landschap Speerpunt 4: versterken open karakter Duin- en Bollenstreek en respecteren van belangrijke zichtlijnen
Lentevreugd bij Wassenaar). Met het verder uitbouwen van deze
De Duin- en Bollenstreek biedt een grote diversiteit aan
potenties van deze gradiënt verzilverd en kan een betekenisvolle
jaren is erkend. Het adagium ‘openhouden van het gebied’ leeft
agrarisch achterland. Deze natuurontwikkeling kan mogelijk
Sommige gebieden zijn veel ‘opener’ dan andere gebieden.
waarde en recreatief medegebruik. Met name in de Mient Kooltuin
houden. In de streek zijn er ook plekken die meer gefragmenteerd
initiatieven tot meer continue structuren worden de bijzondere
landschappen, misschien nog wel diverser dan de afgelopen
buffer worden gerealiseerd tussen Natura2000 gebied en het
sterk in de regio. Er is tegelijkertijd sprake van verschillende zones.
aangevuld worden met natte natuurwaarden met een recreatieve
Er liggen kansen om gebieden die écht open zijn ook open te
liggen hier aanzienlijke kansen.
zijn en waar veel meer bebouwing staat. Enkel het adagium
‘openhouden’ helpt hier niet om het gebied landschappelijk
sterker te maken. Conclusie: we ‘vieren’ en versterken de openheid van het landschap waar deze nog ‘gaaf’ is.
De evaluatie van de ISG liet zien dat veel belangrijke zichtlijnen zijn behouden. Twee zichtlijnen zijn duidelijk verbeterd doordat
bebouwing is gesloopt. In een vijftal zichtassen is wel gebouwd. Deze zijn kwalitatief verminderd. De overige zichtlijnen zijn
verbeterd. De ambitie blijft om deze zichtlijnen te behouden en
de ingezette herstructurering van het landschap door te zetten.
Dat betekent dat er blijvend wordt ingezet op het opruimen van verrommeling binnen deze zichtlijnen en daar de kwalitatieve
openheid te vergroten. De zichtlijnen zijn integraal overgenomen in de landschapsvisiekaart van het Programma LGDG.