Db01.2 Bijlage Programma LGDG DBS inclusief bijlagen.pdf
Tekst van het document
Een belangrijk onderdeel hierbij is dat de provincie
(circa 30-35 woningen per hectare of meer), passen bij de
verwacht van gemeente(n) dat de opgave voor huisvesting
tiatie van de woningvoorraad in de betreffende kern.
woonzorgvisies, in het omgevingsbeleid van gemeenten en in het
kwalitatieve woningbouwbehoefte en richten zich op differenDe zoektocht naar mogelijke locaties voor een ‘straatje’ erbij
leidt tot drie potentiële kernen: Warmond, De Engel en De Zilk. De
geschiktheid van deze locaties moet ten aanzien van de aspecten geluid en omgevingsveiligheid nog nader onderzocht worden, mede in het kader van het Luchtvaartindelingsbesluit (LIB).
arbeidsmigranten wordt opgenomen in de (regionale)
woningbouwprogramma. Dit houdt dan ook in dat er bijvoorbeeld in omgevingsvisies en programma’s die effect hebben op
arbeidsmigranten wordt ingegaan op de huisvestingsbehoefte.
Het Programma LGDG valt hier ook onder. Dit onderdeel wordt nog verder uitgewerkt.
Het streven is te komen tot één beleidslijn voor de Duin- en Bollenstreek.
4.3 Bedrijvige regio Opgaven en uitdagingen Ruimte voor bedrijvigheid In de Duin- en Bollenstreek blijft de vraag naar bedrijventerreinen toenemen. Op deze bedrijventerreinen vindt bij voorkeur enkel
bedrijvigheid plaats die niet agrarisch (Greenport) gerelateerd
is. Zo kan het landelijk gebied gebruikt worden voor de keten van de Greenporteconomie. Hier willen we actief op sturen. Het juiste
bedrijf op de juiste plek noemen we dit. Industrie die niet agrarisch gerelateerd is hoort thuis op een bedrijventerrein.
Omdat de vraag naar bedrijventerreinen en uitbreiding hiervan toeneemt, neemt ook de druk op de ruimte toe. Dit effect wordt versterkt doordat een aantal bestaande bedrijventerreinen
in de toekomst mogelijk transformeren naar binnenstedelijke
woonlocaties. Voor die locaties moet in de toekomst in de regio Programma Landelijk Gebied Duurzame Greenport 59
compensatieruimte gevonden worden. Verder vraagt ook de
transitie van de economie om (meer) bedrijfsruimte. Dit is de
transitie van een lineaire naar een circulaire economie. Verder zijn uitdagingen voor de economie en bedrijvigheid in de
regio personeelstekorten. Kansen liggen bij automatisering en digitalisering en hierdoor ontstaan ook nieuwe banen.
Regionaal zijn afspraken gemaakt over de kernsectoren die
hoofdzakelijk aandacht verdienen. Hierop is ook de meest recente regionale bedrijventerreinenstrategie Holland Rijnland (20242030) gebaseerd.
Thematische ontwikkelingen PLGDG BEDRIJVIGE REGIO
Programma Landelijk Gebied Duurzame Greenport 60
Ontwikkelingen Uitbreiding bestaande bedrijventerrein in landelijk gebied In de ISG waren verschillende locaties opgenomen voor
nieuwe bedrijventerreinen, of uitbreidingen van bestaande
Uitbreidingen Akzo-terrein en Greenib
De uitbreidingen de bedrijventerreinen van Akzo-Nobel
en Greenib zijn reeds opgenomen in de Omgevingsvisie
van Teylingen. In de regionale bedrijventerreinenstrategie is opgenomen dat deze locaties door de provincie
worden beschouwd als zachte planlocaties die meetellen in de vraag-aanbod balans.
bedrijventerreinen. Daarnaast zijn tussen 2016 en 2025
verschillende bedrijventerreinen (verder) ontwikkeld, of
planologisch mogelijk gemaakt. In het Programma LGDG wordt
in ieder geval de volgende ruimte gereserveerd voor uitbreiding
Hillegom - Pastoorslaan Noord
van bestaande bedrijventerreinen in landelijk gebied. Deze
De locatie Pastoorslaan Noord in Hillegom is in de
bedrijventerreinenstrategie.
opgenomen als zachte plancapaciteit, die nog niet
uitbreidingen van bedrijventerreinen zijn getoetst aan de regionale
regionale bedrijventerreinenstrategie Holland Rijnland met de provincie Zuid-Holland is besproken. De locatie Pastoorslaan Noord stond wel als reservelocatie
Noordwijk - Gravendam Noord
In de ISG was de locatie Gravendam Noord al
Programma Landelijk Gebied Duurzame Greenport 61
bedrijventerrein in de ISG en is om die reden ook opgenomen op de kaart.
opgenomen als mogelijke uitbreidingslocatie voor bedrijvigheid na 2030. De ontwikkelingen hebben
zich enigszins versneld. Op dit moment wordt een
stedenbouwkundig plan ontwikkeld voor deze locatie. In samenhang hiermee zal ook gezocht worden naar een locatie voor een onderstation voor de stroomlevering
aan dit toekomstig bedrijventerrein. In totaal gaat het hier netto om 7 ha bedrijventerrein. In de regionale
Lisse - Mallegatspoort 2e fase De locatie Mallegatspoort 2e fase in Lisse is in de
regionale bedrijventerreinenstrategie Holland Rijnland
opgenomen als zachte plancapaciteit, die nog niet met de provincie Zuid-Holland is besproken.
bedrijventerreinenstrategie is opgenomen dat deze locatie door de provincie wordt beschouwd als een
zachte planlocatie die meetelt in de vraag-aanbod balans.
In relatie tot de onderzochte nieuwe verbinding N208 (Lisse) – A44
(Abbenes) wordt ook nagedacht over een nieuwe locatie voor een bedrijventerrein bij de Nieuwe Poelweg in Lisse. In Hillegom wordt
gekeken naar aanvullende of alternatieve locaties voor uitbreiding van bedrijventerreinen in Hillegom, naast de locatie Pastoorslaan Noord.
In de overige gemeenten zijn geen grootschalige
Rooversbroekpolder
bedrijventerreinen voorzien. Uitzondering hierop
van het dorp) is minder open door de aanwezigheid
zoekgebieden voor uitbreiding van
De focus ligt op het meest op specifieke kennisclusters en innovatie.
vormen de gebieden met eigen ontwikkeltraject (zie verderop in deze paragraaf).
Groei mogelijk maken voor kennisclusters In Holland Rijnland verband is afgesproken dat
verstedelijking plaats vindt in de as Katwijk – Leiden – Alphen aan de Rijn. In samenhang hiermee is
ook afgesproken de focus het meest te leggen op
De Rooversbroekpolder (gelegen direct ten zuiden
van bebouwing en kassen. De kassen staan vooral in het noordelijk deel dat in de ISG is aangewezen als
glastuinbouwgebied. In de Omgevingsverordening Zuid-Holland (2020) is het een ‘maatwerkgebied glastuinbouw’, wat inhoudt dat omvorming van
glastuinbouw naar andere functies onder voorwaarden mogelijk is.
specifieke kennisclusters en innovatie. Dit is voor
Voor de Rooversbroekpolder wordt (op termijn) een
strategische agenda ruimte.
voortgang bij het project Mobiliteitsmaatregelenpakket
Deze kennis- en innovatieclusters vormen de
en duidelijkheid over het verloop van de ontsluiting van
de Duin- en Bollenstreek verder uitgewerkt in de
drijvende energie achter de economie. Het gaat dan om space
(NL Space Campus / ESA Estec), Unmanned Valley, en Health & Life
gebiedsvisie opgesteld. Dit is afhankelijk van de
Noordelijke Ontsluiting Bollenstreek en Haarlemmermeer de oost-west verbinding.
Sciences (LUMC en Universiteit Leiden). Aan deze kennisclusters wordt Programma Landelijk Gebied Duurzame Greenport 62
prioriteit gegeven bij de ontwikkeling van ruimte.
Rijnsburg – Noord
ESA ESTEC heeft rondom haar huidige terrein nog ruimte om uit
Er zijn in Rijnsburg Noord een aantal ontwikkelingen
het terrein rondom Unmanned Valley. Health & Life Sciences
denken over de toekomst van dit gebied. In 2025 wil
het Leidse Bio Science Park zich verder ontwikkelen richting de
toekomst van Rijnsburg-Noord. Er worden een Nota van
kennisintensieve bedrijvigheid op de locatie Zijlhoek de Woerd.
gaat het in Rijnsburg-Noord om transformatie van
te breiden (4,6 hectare). Hetzelfde geldt in beperkte mate voor
die er voor zorgen dat het noodzakelijk is om na te
kan zich verder ontwikkelen rondom Valkenburgse Meer. Zo kan
de gemeente in gesprek met betrokkenen over de
Duin- en Bollenstreek. Concreet gaat het om 15 hectare aan
Uitgangspunten en een gebiedsvisie opgesteld. Primair
Gebieden met een eigen ontwikkeltraject In de Duin- en Bollenstreek zijn verschillende deelgebieden aan
te wijzen waar op dit moment nieuwe bedrijventerreinen worden ontwikkeld of worden onderzocht. Deze gebieden hebben hun eigen ontwikkeltraject en vallen buiten het Programma LGDG.
bedrijvigheid, maar ook woningbouw wordt onderzocht.
4.4 Versterken recreatie en toerisme
Samenhang en samenwerking tussen toeristische en recreatieve hotspots versterken
Opgaven en uitdagingen
Zoals opgenomen in de strategische agenda Duin- en Bollenstreek
Versterken en verbreding van toeristische en recreatieve sector
verschillende recreatieve en toeristische hotspots te blijven
Toerisme is een zeer belangrijke inkomstenbron voor de
Duin- en Bollenstreek. De regio biedt een grote diversiteit aan mogelijkheden tot ontspanning, recreatie en (inter)nationaal
toerisme. Natuurlijk zijn de bollen over de hele wereld bekend,
maar onze streek biedt nog zoveel meer. Strandtoerisme in de zomer, verblijfsrecreatie in vakantieparken langs de duinrand,
wandelen en fietsen in het cultuurhistorische landschap en de duinen, kuuroordtoerisme en cultuurhistorie.
De potentie van de cultuurhistorische rijkdom en de variatie in het
landschap biedt voldoende aanknopingspunten voor een verdere uitbreiding en kwalitatieve verbetering van de infrastructuur voor Programma Landelijk Gebied Duurzame Greenport 63
fietsen, wandelen en varen. Bij veel recreatievormen binnen de
Duin- en Bollenstreek staat de beleefbaarheid van het landschap centraal.
is het van belang om de samenhang en samenwerking tussen
versterken. De combinatie biedt kansen voor versterking van de recreatieve kwaliteiten in de regio.
Daarbij is het steeds van belang om te kijken naar wie er profiteert
van investeringen in de toeristische en recreatieve sector. Enerzijds is er een economisch belang om (inter)nationale toeristen aan te trekken die (meer) geld uitgeven in de regio. Anderzijds is
het vanuit brede welvaart en de gezondheid van onze eigen
inwoners van belang om laagdrempelige en gezonde recreatieve mogelijkheden te bieden in het landelijk gebied.
Thematische ontwikkelingen PLGDG
VERSTERKEN RECREATIE EN TOERISME
Programma Landelijk Gebied Duurzame Greenport 64
Ontwikkelingen Koppelkansen aanwezig voor (recreatieve) netwerken bij groene verbindingen oost-west
Deze koppelkansen passen goed bij het uitgangspunt van de
landschapsstrategie van het Nationaal Park Hollandse Duinen.
Hollandse Duinen kenmerkt zich door een gastvrije natuur. Bekend maakt bemind; toegankelijke natuur creëert draagvlak voor
behoud en zorgt voor bewustwording. Door betere ecologische
verbindingen te koppelen aan nieuwe recreatieve verbindingen,
kunnen de meest kwetsbare natuurgebieden ook worden ontzien. Er liggen eveens koppelkansen met groen blauwe dooradering. Keukenhof als iconische trekker van de Duin- en Bollenstreek blijven versterken
De Keukenhof, die zich continu uitbreidt en vernieuwt, bezorgt Nederland een sterk eigen imago en jaarlijks vele miljoenen
euro’s aan inkomsten. De Keukenhof blijft dan ook een centrale Programma Landelijk Gebied Duurzame Greenport 65
rol houden binnen de Duin- en Bollenstreek. Dit is ook conform de
strategische agenda Duin- en Bollenstreek. Provincie Zuid-Holland heeft de Keukenhof en omgeving aangeduid als ‘kroonjuweel’. Met een verbreding van het seizoen heeft Keukenhof Lisse
(inclusief landgoederen, Keukenhofbos en omliggende landerijen/ gebied, musea, evenementen en arrangementen) een nog
Versterken recreatieve parels De beleving van de Duin- en Bollenstreek is een belangrijk doel op zich. Inwoners en bezoekers genieten van de natuurlijke schoonheid en verbinden zich met de omgeving. Hierdoor
ontstaat als vanzelf de motivatie om de omgeving te koesteren
en beschermen. De belangrijkste parels, zoals opgenomen in de ISG blijven we met volledige inzet beschermen en versterken. In
het Programma LGDG nemen we voor de volledigheid ook nieuwe parels op. Dit zijn Mient Kooltuin (in ontwikkeling), parels uit de
strategische agenda DBS (strandtoerisme: Heilzame Badplaats Noordwijk, en familiebadplaats Katwijk), Huys Dever en de Kagerplassen.
Ruïne van Teylingen
De afgelopen jaren is de ruïne van Teylingen beter beleefbaar geworden. De ruïne en omliggende
gronden worden ontwikkeld als jaarrond recreatieve trekpleister voor de inwoners, regionale recreant en
nationale toerist. De ruïne van Teylingen is op afspraak
geopend voor rondleidingen, partijen en groepsuitjes. In
samenwerking met particuliere eigenaren en beheerders, en erfgoedexperts blijven we het erfgoed profileren, gebruiken, zichtbaar en beleefbaar maken.
sterkere aantrekkende functie voor de gehele regio. Door een
betere bereikbaarheid, en nieuwe verblijfsaccommodaties in de
nabije omgeving, profiteert de hele Duin- en Bollenstreek van de vele bezoekers uit binnen- en buitenland.
Huys Dever Huys Dever is een historische en unieke parel in de Duin-
en Bollenstreek als enige overgebleven donjon (versterkt woonhuis). Huys Dever is als museum te bezoeken,
maar er zijn ook zakelijke en privé-evenementen, zoals huwelijken mogelijk. In samenwerking met particuliere
eigenaren, beheerders en erfgoedexperts blijven we Huys Dever toegankelijk en beleefbaar houden.
Tespelduyn
Valkenburgse Meer
het landschapspark Tespelduyn in Noordwijkerhout
Meer als openluchtrecreatiegebied een upgrade moest
In de ISG was de ontwikkeling van de golfbaan en
opgenomen. Het project is ten dele gerealiseerd en
heeft al geleid tot aanzienlijke natuurontwikkeling in het
gebied. Er wordt gewerkt aan een ecologische verbinding die voor een groot deel is voltooid, maar waarvan nog één belangrijke schakel ontbreekt. Deze verbinding
In de ISG was reeds opgenomen dat het Valkenburgse krijgen. Inmiddels is het vernieuwde terrein in 2021
geopend. Met de ontwikkeling van woonwijk Valkenhorst zal de druk op het recreatiegebied in de toekomst toenemen.
kan dienen als voorbeeld voor andere ecologische
verbindingen in de regio. De combinatie van recreatie, landschap en natuur blijven we hier ontwikkelen en zichtbaar maken.
Mient Kooltuin
De ontwikkeling van de Mient Kooltuin is voor de regio
van belang als recreatieve, ecologische en hydrologische bufferzone tussen de nieuwe woonwijk Valkenhorst en Oosterduinse Meer
Het Oosterduinse Meer is een belangrijke zwemlocatie voor de Duin- en Bollenstreek. Daarnaast is het
Programma Landelijk Gebied Duurzame Greenport 66
Oosterduinse Meer omringd door verschillende
recreatieparken. Het versterken van de recreatieve
waarde hier, kan ook de druk op Natura 2000-gebieden (de Duinen) en het strand aan zee verminderen.
Natura 2000-gebied (Meijendel & Berkheide). In 2020 is een gebiedsvisie opgesteld waarbij de nadruk ligt op het versterken van natuur, landschap, recreatie,
erfgoed en drinkwaterwinning. In 2025 wordt gestart met het opstellen van een ontwikkelstrategie, zodat
deze recreatieve parel verder ontwikkeld kan worden. Vanuit het maatregelenpakket ZH-PLG is 8 miljoen
euro beschikbaar gesteld voor de ontwikkeling van
robuuste natuur en gezond water in de Mient Kooltuin.
De ontwikkeling van de Mient Kooltuin vindt geïntegreerd met de Noordrand in Wassenaar (voorheen Groene Zone) plaats.
Kagerplassen
Strandtoerisme – Heilzame Badplaats Noordwijk
‘kroonjuweel cultuurhistorie’ van de provincie Zuid-
met allure. Het hele jaar rond genieten bezoekers op
Dit deelgebied valt voor een groot deel onder
Holland. Conform de omgevingsvisie van Teylingen
wordt in dit gebied gezocht naar een goede balans tussen natuur en biodiversiteit aan de ene kant, en
beleefbaarheid en (water)recreatie aan de andere kant.
De investeringen in recreatie en toerisme mogen niet ten koste gaan van de landschappelijke kwaliteiten en de natuur- en cultuurhistorische waarden.
We willen de Kagerplassen wel voor iedereen beleefbaar en toegankelijk maken. Op het ‘land’ (ook voor de
Noordwijk ontwikkelt zich verder als het kuuroord
verschillende manieren van alles wat de gehele streek te bieden heeft terwijl ze werken aan hun gezondheid. Met veel verschillende partijen wordt nagedacht over
productontwikkeling en het realiseren van aanvullende faciliteiten om het kuuroord verder gestalte te geven. Deze ontwikkelingen bieden enorm veel kansen voor
bezoekers, inwoners, bedrijven, culturele organisaties en verenigingen.
mensen die geen boot hebben) bieden we daarom ruimte aan recreatieve ontwikkelingen (inclusief
verblijfsrecreatie), mits kleinschalig en rekening houdend met de aanwezige natuur en landschapskwaliteit. We
houden hierbij rekening met de (sociale) veiligheid van bewoners en recreanten. Programma Landelijk Gebied Duurzame Greenport 67
Strandtoerisme – familiebadplaats Katwijk
Beperkte mogelijkheden kleinschalige (dag)recreatie
Het kustgebied staat voor gezondheid en vitaliteit en
Het is van belang om financiële middelen te vinden waarmee
iedereen. Of je nu rust, actie, natuur of ander vertier
De al ingezette koers uit de ISG om hier op beperkte schaal
biedt een totaalaanbod aan (strand)recreatie voor
zoekt, alle centrum-, culturele en maatschappelijke voorzieningen voor inwoners en bezoekers om te
bewegen, te ontspannen en te ontmoeten zijn aanwezig. Katwijk ontwikkelt zich als de kwalitatieve
familiebadplaats. Met een unieke kwaliteit, namelijk te bereiken per boot. Een badplaats met een regionaal bereik.
bollenerfgoed en het cultuurlandschap kan worden behouden. toeristische waarden aan te koppelen wordt voortgezet.
Daarnaast zijn kleinschalige activiteiten, zoals een Bed and
Breakfast of kamperen onder voorwaarden toegestaan. Dit heeft de prioriteit bij zogenaamde ‘huiskavels’, waar reeds bebouwing aanwezig is tbv de gebruikte kavels. Het is niet wenselijk dat er overal (dag)recreatie is toegestaan. Open gebieden moeten
open blijven en productieve bollengrond moet worden ingezet om bollen te blijven telen.
4.5 Bereikbare regio Opgaven en uitdagingen Versterken van een goed en fijnmazig mobiliteitssysteem In de Duin- en Bollenstreek is in de basis een goed en
fijnmazig mobiliteitssysteem aanwezig. Er is een spoorlijn met
sprinterstations, een goed fietsnetwerk, zowel recreatief als voor
forenzen, en via verschillende N-wegen en snelwegen is de regio vlot verbonden met Amsterdam, Schiphol, Leiden en Den Haag. Tegelijkertijd ervaren we vaak dat het wegennet ‘vol’ is. Er zijn op verschillende momenten in het jaar pieken in de verkeersafwikkeling. Met name in het voorjaar door het
bollentoerisme, en in de zomer door het strandtoerisme. De
Programma Landelijk Gebied Duurzame Greenport 68
Het resultaat: een gezamenlijk pakket wensen en acties voor de
korte, middellange en lange termijn. Daarbij zitten ook voorstellen hoe deze verbeteringen betaald kunnen worden.
komende jaren zullen binnenstedelijk meer woningen worden
Provinciale Staten van Zuid-Holland hebben het pakket
wegennet. Om deze toename van verkeer in goede banen
vormen van vervoer maken deel uit van het overeengekomen
verbindingen kunnen de verkeersdruk verminderen, maar zullen
De partijen kunnen een start maken met de uitwerking van de
gebouwd. Dat kan ook leiden tot toenemende druk op het
maatregelen voor de zomer van 2022 ontvangen. Alle
te leiden zullen nieuwe verkeersverbindingen nodig zijn. Deze
maatregelenpakket. Dus lopen, fiets, openbaar vervoer en auto.
ook impact hebben op het gewaardeerde landschap.
plannen voor de regio.
Mobiliteitsmaatregelen
Aan de Zuidkant van de Duin- en Bollenstreek is met diverse
overheidspartijen gestart met een Corridorstudie N206. De corridor
De verantwoordelijkheid voor grote(re) infrastructurele
die centraal staat in deze studie, vormt het scharnierpunt tussen
was bij vaststelling van de ISG zo, en is ook zo gebleven. Met het
in het duingebied en het kenmerkende landschap van de
welke wensen en ambities er zijn. Zo blijven wensverbindingen en
economische kansen, leefbaarheid en mobiliteit komen in deze
projecten ligt voornamelijk bij het Rijk en de provincie(s). Dit
de Stedelijke As langs de Oude Rijn, de aantrekkelijke kustplaatsen
Programma LGDG maken de bollenstreekgemeenten duidelijk
Bollenstreek. Ontwikkelingen rondom woningbouw, ruimtelijk-
tracés bespreekbaar met hogere overheden.
corridor samen. Verschillende regionale opgaven krijgen een
In 2020 is met de regio een plan van aanpak gemaakt onder de
betaalbare woningen, kennisintensieve bedrijvigheid en een
naam ‘Mobiliteitsmaatregelen Noordelijke Duin- en Bollenstreek’.
Februari 2021 stemden Provinciale Staten in met het plan van aanpak.
plek in de corridorstudie. We kijken hierin naar meer ruimte voor groen/blauwe corridor.
Thematische ontwikkelingen PLGDG BEREIKBARE REGIO
Programma Landelijk Gebied Duurzame Greenport 69
Ontwikkelingen Mobiliteitsmaatregelen Mobiliteitsaanpak Noordelijke Duin- en Bollenstreek en Haarlemmermeer
Programma Landelijk Gebied Duurzame Greenport 70
Fietsmaatregelen (doorfietsroutes)
Alle negen deelnemende partijen voeren actief beleid om te komen tot een volledig netwerk van doorfietsroutes. Basis voor de realisatie van het doorfietsroutenetwerk met benodigde kunstwerken vormen de plannen
Om de bereikbaarheid, leefbaarheid en de verkeersveiligheid in de
van de Metropoolregio Amsterdam en Zuid-Holland.
en Zuid-Holland, de samenwerkingsverbanden Holland Rijnland
van Holland Rijnland sluit goed aan op het
Hillegom, Lisse, Teylingen en Noordwijk gezamenlijk een
Rijnland) is met gemeenten en de provincie eveneens
samenwerking is beschreven. Gezamenlijk hebben deze partijen
regionaal snelfietsnetwerk. Gezamenlijk is in kaart
Het pakket richt zich op de multimodale bereikbaarheid vanuit het
voorkeur hebben. De daadwerkelijke realisatie van de
functionele regio.
verbindingen aangegeven. Dit zijn echter nog geen
Duin- en Bollenstreek te verbeteren hebben de provincies Noord-
De actualisatie van het doorfietsroutenetwerkplan
en Vervoerregio Amsterdam en de gemeenten Haarlemmermeer,
maatregelenpakket. In regionaal verband (Holland
gezamenlijke startnotitie opgesteld waarin de uitwerking van de
afstemming gezocht over het realiseren van een
een maatregelenpakket uitgewerkt dat bestaat uit drie projecten.
gebracht welke doorfietsroutes in de toekomst de
STOMP-principe, de leefbaarheid en de verkeersveiligheid van de
paden verschilt per route. Op de kaart zijn de gewenste
Het pakket onderscheidt drie delen: fietsmaatregelen, de
verbinding N208 – A44 (Lisse – Lisserbroek) en de verbinding
N206 – N207 met aftakking naar station Hillegom. Daarnaast is
eerder al ingezet op openbaar vervoer, in het bijzonder de HOVverbinding Noordwijk-Schiphol. Dit HOV-project kent een eigen projectorganisatie.
definitieve tracés. Uiteindelijk zullen de gemeenten,
eventueel provincie, en wegbeheerders hier beslissingen over nemen. Ook beschikbare gelden spelen hierin een belangrijke rol. Het doorfietsroute netwerk is door regio en provincie ook als input gebruikt voor het Nationaal
Toekomstbeeld Fiets wat op initiatief van de minister van Infrastructuur en Waterstaat landelijk wordt opgesteld. Daarnaast maakt dit project onderdeel uit van de uitvoeringsagenda Duin- en Bollenstreek.
Verbinding N208 – A44
Verbinding N206 – N207 met aftakking naar
van Lisse, draagt naar verwachting bij aan verbeterde
De verbinding N206 – N207, met een aftakking naar
Een nieuwe verbinding tussen N208 en A44, ten zuiden bereikbaarheid van de hele regio. De studie naar deze
nieuwe oostwest-verbinding verkent de mogelijkheden voor openbaar vervoer, fiets en auto. Daarbij kan de leefbaarheid en de verkeersveiligheid in de kernen
van Lisse, Lisserbroek en Sassenheim significant beter worden. De provincie Zuid-Holland trekt de regionale samenwerking voor dit project. Samen met de regio
worden oplossingsrichtingen geformuleerd. Dit start
met het bepalen van een zoekgebied tussen de N208 en A44. Vervolgens worden alle oplossingsrichtingen doorgerekend op effecten en beoordeeld op nut en
station Hillegom, vormt een oost-west verbinding als vervanging van de bestaande wegen die qua doorstroming, leefbaarheid en verkeersveiligheid
ontoereikend zijn. Door de realisatie van een verbinding met de N206-N207 kan het station Hillegom uitgroeien naar een regionale HUB richting Haarlem, Leiden en
Hoofddorp. De verbinding wordt concreet gezocht tussen het kruispunt van de N207 en N208 naar de N206 (via
een aftakking naar de N442). Hillegom en Noordwijk zijn gezamenlijk trekker van dit deelproject.
noodzaak. Ook volgt een kostenraming. Kortom: zorgt de
Het project omvat meerdere fasen:
kosten hiervoor goed uit te leggen? Deze verkenningen
-
nieuwe verbinding duidelijk voor verbetering en zijn de leiden tot een voorkeur van de regiopartijen voor
een alternatief. Dit alternatief wordt voorgelegd voor Programma Landelijk Gebied Duurzame Greenport 71
station Hillegom
-
haalbaarheidsstudie
-
uitwerking van de verkenning.
verkenning
besluitvorming. Het onderzoek is in de zomer van 2024
Er is gestart met de eerste fase (haalbaarheidsstudie).
wordt dit onderzoek voorgelegd aan de provinciale
eerste deel omvat een haalbaarheidsonderzoek naar
gestart en naar verwachting in 2025 klaar. Vervolgens staten en gemeenteraden. Zij besluiten of het zinvol is
om het onderzoek door te zetten en of er genoeg budget beschikbaar is. Daarna start de verkenningsfase. Dit
project is ook onderdeel van de uitvoeringsagenda Duinen Bollenstreek.
Deze fase is in twee parallelle sporen op te delen. Het maatschappelijk draagvlak. Het tweede deel is een meer technisch gerichte verkenning naar wat er in
een tweede fase zou moeten gebeuren. Belangrijke
elementen daarbij vormen de kruising met het spoor en
de mogelijkheid om de verbinding in fasen te realiseren. De verkenning resulteert in een besluit over het
vervolgproces. De verkenningsfase is in 2025 afgerond. Dit leidt uiteindelijk tot de conclusie of en onder welke condities er naar fase 2 kan worden overgegaan. Dit
project is ook onderdeel van de uitvoeringsagenda Duinen Bollenstreek.
We richten ons op multimodale bereikbaarheid, leefbaarheid en verkeersveiligheid Corridorstudie N206 Katwijk e.o. Met de corridorstudie N206 willen we in kaart brengen wat de
gevolgen zijn van het realiseren van diverse (harde en zachte) Programma Landelijk Gebied Duurzame Greenport 72
woningbouw-, blauw/groen- en werkgelegenheidsplannen van
de gemeenten (Katwijk, Noordwijk, Teylingen, Oegstgeest, Leiden) op gebied van leefbaarheid en bereikbaarheid. Het studiegebied
De studie gaat in beeld brengen hoe de
genoemde knelpunten kunnen worden opgelost
en welke investeringen benodigd zijn. In geval van
bereikbaarheid wordt gekeken naar meer fietsroutes, verbetering bestaande infrastructuur, verdere investering in HOV en nieuwe infrastructuur (waaronder een nieuwe oost/westverbinding).
wordt aangeduid als de corridor N206. De corridorstudie heeft
Om de knelpunten op te kunnen lossen is hulp van Rijk en
Stedelijke as en de strategische agenda Ruimte en Mobiliteit DBS.
welke aanvullende kansen op gebied van woningbouw en
twee gebiedsvisies als basis, strategische agenda Westflank
De verwachting is dat het realiseren van de genoemde plannen op een zeker moment gaat vastlopen omdat de gewenste/
benodigde leefbaarheid en/of bereikbaarheid niet gehaald
wordt (knelpunten). Voorbeelden hiervan zijn de ontwikkeling
van Rijnsburg Noord (de verwachting is dat deze ontwikkeling
niet volledig kan worden gerealiseerd als er geen nieuwe oost/
westverbinding komt) en de ontwikkeling van NL Space Campus (heeft baat bij een verbeterd HOV Noordwijk-Rijnsburg-Leiden).
Provincie nodig. Daarom moet in deze studie ook worden getoond werkgelegenheid mogelijk zijn indien substantieel geïnvesteerd
wordt in leefbaarheid en bereikbaarheid. Dit gaat hopelijk helpen om het Rijk en de Provincie mee te krijgen. Dit project maakt
onderdeel uit van de Investeringsagenda Holland Rijnland en de uitvoeringsagenda Duin- en Bollenstreek.
4.6 Duurzaam energiesysteem
Lokale Energiestrategie (LES) opgesteld. In de gemeentelijke
omgevingsvisies hebben diverse gemeenten in de streek hun ambities en zoekgebieden recent echter bijgesteld.
Opgaven en uitdagingen
Potentie van aardwarmte/geothermie
Het energievraagstuk als nieuwe opgave
In de Duin- & Bollenstreek hebben we met aardwarmte een
Anno 2025 is de sterke behoefte aan duurzame energie één van
aardwarmte kunnen we huizen, bedrijven en andere organisaties
de belangrijkste ruimtelijke vraagstukken geworden. Niet alleen is er een gezamenlijke ambitie om de transitie naar fossielvrije energie te realiseren voor 2050, maar ook is er een urgent vraagstuk om netcongestie op te lossen.
duurzaam verwarmen. Hiermee zijn we klaar voor de toekomst.
En we laten aan heel Nederland zien dat we voorop lopen. Er lijkt
een goede kans te zijn dat er in verschillende gemeenten ruimte komt om aardwarmte te winnen, en deze middels een collectief
In de ISG was het energiesysteem niet benoemd. Er waren
warmtesysteem over de inwoners en bedrijven in de streek te
In de evaluatie van de ISG is de aanbeveling gedaan om de
Het plan van Aardwarmte Rijnland is om aardwarmtebronnen
geen ambities opgenomen voor energie-opwek in de ISG.
energietransitie te beschouwen in samenhang met de andere
doelen van het Programma LGDG. Het Programma LGDG moet hier dan ook gezamenlijke (ruimtelijke) kaders voor de vijf gemeenten Programma Landelijk Gebied Duurzame Greenport 73
duurzaam alternatief. Dit is een kans voor de regio. Want met
voor gaan geven. Tegelijkertijd is dit een vraagstuk dat hogere
regionale schaal (Holland-Rijnland) en provinciale schaal speelt.
Duurzame energieopwek en de lokale energiestrategieën (LES) In Holland-Rijnland verband is reeds een regionale
energiestrategie (RES) opgesteld, die ook gemonitord wordt.
Elke Duin- en Bollenstreekgemeente heeft individueel ook een
verdelen.
te ontwikkelen en via een warmtenet te verbinden met de
warmtevraag in de regio. Het warmtesysteem is inzetbaar voor woningen van woningcorporaties en particulieren,
glastuinbouwbedrijven, hotels en andere gebouwen in de Bollenstreek. De inzet van aardwarmtebronnen in en rond
Noordwijk maakt het mogelijk om de gebouwde omgeving in de gehele Duin- en Bollenstreek aardgasvrij te maken.
Thematische ontwikkelingen PLGDG DUURZAAM ENERGIESYSTEEM
Programma Landelijk Gebied Duurzame Greenport 74
Ontwikkelingen Ruimte voor de opwek van geothermie en aanleg van een collectief warmtenet Duin- en Bollenstreek
worden ontzien (buiten de RES en LES zoekgebieden om). De
ambitie die hier wordt beschreven heeft vooral betrekking op
zogenaamde ‘grote daken’, waar meer dan 50 panelen kunnen worden geplaatst. De regionale inzet van 0,25 TWh in 2030 is op
In de Duin- en Bollenstreek is er genoeg aardwarmte om
basis van groeiprognoses realistisch. Dit is 22% van de regionale
Aardwarmte Rijnland werkt op dit moment deze plannen uit, in
invulling te geven, zetten gemeenten onder meer in op het verleiden
Er wordt gezocht naar geschikte locaties om in de toekomst
van kansen, het focussen op meerwaarde en het wegnemen van
‘aardwarmtebron’ een ruimtebeslag van ongeveer 1 ha zal hebben.
Binnen de kaders van provincie Zuid-Holland zijn windturbines
alle huizen en gebouwen in de regio te verwarmen. De partij
ambitie voor opwekking van elektriciteit voor 2030. Om de ambitie
nauwe samenspraak met de Duin- en Bollenstreekgemeenten.
en faciliteren van dakeigenaren. Het gaat dan om het benadrukken
aardwarmte te winnen. Er wordt aangenomen dat een toekomstige
belemmeringen (ook in de vergunningverlening).
Waarschijnlijk zijn voor voldoende aardwarmte circa zes van
deze bronnen benodigd. De eerste bron om de aardwarmte te
produceren komt waarschijnlijk in Noordwijk, vlakbij de kruising van de N206 en de N444. In onderstaande afbeeldingen is een
impressie gegeven van hoe de toekomstige aardwarmtewinning er uit kan zien. Programma Landelijk Gebied Duurzame Greenport 75
Op deze manier kan het karakteristieke landschap zoveel mogelijk
Daarnaast wordt onderzoek gedaan om (deels) aan te sluiten op het toekomstig warmtenet Leiden.
bij agrarische bedrijven tot maximaal 15 meter toegestaan.
De provincie is momenteel bezig met de herziening van haar omgevingsbeleid en onderzoekt de mogelijkheden tot het
verruimen van de maximale hoogte van windturbines bij agrarische bedrijven naar 45 meter. In principe staan de gemeenten
terughoudend tegenover dit soort initiatieven. Het staat gemeenten
vrij om te onderzoeken of er medewerking kan worden verleend aan windturbines bij agrarische bedrijven.
n NAM-locatie langs de Leeweg
Opwek zon op daken en schuren In de RES (2021) is de regionale ambitie afgesproken dat alle
daarvoor geschikte daken in 2050 een tweede functie hebben.
Daarbij gaat vanuit de RES de voorkeur uit naar het produceren van elektriciteit en warmte uit zon (zonnepanelen, zonnecollectoren).
n Impressie toekomstige aardwarmtebronnen (bron: Aardwarmte Rijnland)
Aanpak Netcongestie In de gehele Duin- en Bollenstreek is sprake van netcongestie,
waardoor grootgebruikers (bedrijven) niet kunnen uitbreiden en Programma Landelijk Gebied Duurzame Greenport 76
dit (in de toekomst) problemen kan geven voor het realiseren van woningbouw e.d. Het hoofdonderstation bij Sassenheim wordt
uitgebreid met een nieuw onderstation en ook in Noordwijk komen twee nieuwe onderstations (mogelijk bedrijventerrein Gravendam Noord en Freesialaan).
4.7 Totaalkaart TOTAALKAART
Programma Landelijk Gebied Duurzame Greenport
77
Programma Landelijk Gebied Duurzame Greenport
78
UITVOERINGSSTRATEGIE
5. Uitvoeringsstrategie 5.1 Planologisch kader, instrumentarium Het Programma LGDG onder de Omgevingswet Met de vaststelling van het Programma LGDG hebben de vijf Greenportgemeenten gezamenlijk één juridisch zelfbindend
planologisch kader vastgelegd voor de toekomstige ontwikkeling van de Duin- en Bollenstreek. Dit betekent onder meer dat
omgevingsplannen en omgevingsvergunningen, die niet in
overeenstemming zijn met het Programma LGDG en waarvan de betreffende afwijking niet overtuigend is gemotiveerd, het risico
lopen van een eventuele bestuursrechtelijke vernietiging. Derden
kunnen evenwel geen rechten ontlenen aan het Programma LGDG.
LGDG. Het Programma LGDG is daarnaast voor het landelijk
gebied en de Greenport kaderstellend voor de gemeentelijke
omgevingsplannen. Door het gezamenlijk vaststellen van het
programma LGDG onderschrijven de vijf gemeenten het belang van het hebben van uniforme regionale regels in de individuele omgevingsplannen.
Voor het Programma LGDG wordt geen aparte
milieueffectrapportage gevolgd. Dit is bij de totstandkoming van een aantal onderliggende omgevingsvisies van de
Greenportgemeenten al gebeurd. Voor zover het Programma kaderstellend is voor MER-plichtige activiteiten, kan bij de
actualisatie van de omgevingsvisie alsnog een mer volgen. Dit kan bijvoorbeeld het geval zijn bij grotere woningbouwontwikkelingen of projecten in de nabijheid van kwetsbare natuurgebieden. De criteria hiervoor zijn expliciet opgenomen in (bijlage V van) het Omgevingsbesluit.
Na vaststelling van het Programma LGDG en het intrekken van
de ISG door de colleges, is het Programma LGDG het vernieuwde Programma Landelijk Gebied Duurzame Greenport 79
beleidskader. Als de gemeenteraden vervolgens geactualiseerde omgevingsvisies vaststellen, waarin het Programma LGDG is
opgenomen, is het Programma LGDG ook raadsbeleid geworden. Onder de op 1 januari 2024 in werking getreden Omgevingswet is het omgevingsplan het instrument dat de functietoedeling
van in het betreffende plangebied gelegen gronden bepaalt.
Het Programma LGDG beoogt ook de betrokken gebiedspartijen, burgers en bedrijven te stimuleren om bij te dragen aan de doelstellingen.
Het Programma LGDG is een uitwerking van de omgevingsvisies van de vijf Greenportgemeenten. In de Omgevingswet zijn
omgevingsvisies en omgevingsprogramma’s onderdeel van de
beleidscyclus. De omgevingsvisies van de Greenportgemeenten worden door de gemeenteraden geactualiseerd, waarbij de omgevingsvisie zullen aansluiten bij het Programma
n Beleidscyclus
Beleidsuitgangspunt ruimtelijke ontwikkelingen Centraal beleidsuitgangspunt met betrekking tot de ruimtelijke
de programmalijn Herstructurering.
ontwikkeling van het landelijk gebied van de Duin- en Bollenstreek
Handhaving bestaande hoeveelheid 1e klas bollengrond
het bollenteeltareaal, een klimaatbestendige bollenteelt,
Belangrijk voor de Duin- en Bollenstreek is handhaving van het
biodiversiteit.
bollengrond bestemde gronden ook daadwerkelijk voor open
is het open houden van het buitengebied, het behouden van
kwaliteitsverbetering van het landschap en vergroting van de Het Programma LGDG bevat een programmalijn ‘Herstructurering’
die zich richt op het herstructureren van het landelijk gebied en het tot stand brengen van een “vitaal landschap” als drager voor een Duurzame Greenport Duin- en Bollenstreek. Enerzijds wordt in dit
verband gestreefd naar het behouden van het bollenteeltcomplex, meer in het bijzonder het handhaven van het areaal bollengrond (huidig ruimtebeslag conform Basisregistratie Gewaspercelen,
areaal 1e klas bollengrond. In de praktijk blijkt dat niet alle voor grondteelt (hieronder ook begrepen periodieke bollenteelt) worden benut. De Greenportgemeenten continueren het bestaande handhavingsbeleid op basis van eenduidige definiëring en handhaving van de ‘bollen- en sierteelt-
gerelateerde functietoedeling’. Hierbij houden de gemeenten uiteraard rekening met de wisselteeltproblematiek en de gemengde bollenteeltbedrijven.
gegevens mei 2024, Provincie Zuid-Holland). Daarnaast wordt de
De gemeenten Hillegom, Lisse en Noordwijk hebben de Nota
2e klas bollengrond geactualiseerd. Deze geactualiseerde kaart
Teylingen moet deze nota nog vaststellen. De nota vormt de
Heijkoopkaart, die de basis vormt voor het bollenareaal van 1e en zal uiteindelijk de basis vormen voor de instandhouding van het Programma Landelijk Gebied Duurzame Greenport 80
hebben. De uitvoeringsstrategie in dit hoofdstuk gaat primair in op
bollenareaal.
Anderzijds wordt met deze programmalijn nagestreefd: (i) het
herstel van een open landschapsbeeld, (ii) het vergroten van de
klimaatbestendigheid en de biodiversiteit en (iii) de herinrichting van het buitengebied tot een landschappelijk en recreatief
aantrekkelijk geheel en een toekomstbestendig bollenteeltgebied. De landschapsstrategie (bijlage 1) is hierbij leidend en integraal onderdeel van het Programma LGDG.
De uitvoering van de programmalijn Herstructurering is
ondergebracht bij de GOM. Hierbij wordt ook samengewerkt met de gebiedspartners om de doelstellingen van het
Programma LGDG te realiseren. Daarnaast kunnen er ook andere
programmalijnen worden ontwikkeld binnen het Programma LGDG die niet door de GOM worden uitgevoerd en een eigen financiering
niet meer doelmatig te gebruiken bollengrond vastgesteld.
basis voor maatwerkafwegingen in het kader van de handhaving van oneigenlijk gebruik van bollengronden respectievelijk de
legalisatie daarvan. De nota neemt als uitgangspunt dat percelen met een bepaalde omvang mogelijk in aanmerking komen voor
legalisatie, als uit een maatwerkbeoordeling blijkt dat ook andere omstandigheden het doelmatig gebruik niet meer mogelijk maken.
Voorkeursrecht en onteigening Ook inzet van het onteigeningsinstrumentarium en eventueel
het voorkeursrecht kan in sommige gevallen wenselijk zijn om de herstructurering en schaalvergroting binnen de bollensector (en het glas) te bevorderen. De gemeenten kunnen daar alsdan toe
overgaan. Het Programma LGDG dient dan als grondslag voor het vestigen van een voorkeursrecht en voor onteigening.
5.2 Integrale ontwikkeling, financiering, kostenverhaal
Kostenverhaal en verevening
De programmalijn Herstructurering van het Programma
herstructurering worden verhaald op de initiatiefnemers van
LGDG vergt een integrale ontwikkeling en uitvoering van
herstructurerings- en kwaliteitsverbeteringsopgaven en
-projecten. Deze ontwikkeling is door de Greenportgemeenten ondergebracht in dan wel opgedragen aan Greenport
Ontwikkelingsmaatschappij B.V. (GOM). Om de hiervoor
bedoelde integraliteit zo veel als mogelijk te bereiken, is een gedegen financiering (van de activiteiten) van de GOM van
essentieel belang. De GOM werkt op basis van een concreet
uitvoeringsprogramma - het Meerjarenprogramma (MJP) – met een integrale Meerjarenbegroting. De Greenportgemeenten zijn gezamenlijk de aandeelhouders van de Greenport Ontwikkelingsmaatschappij B.V..
Programma Landelijk Gebied Duurzame Greenport 81
Financiële uitvoerbaarheid De Greenportgemeenten hebben in de programmalijn
Herstructurering van dit Programma LGDG de ambities en
opgaven opgenomen waarvoor investeringen nodig zijn. De
financiële uitvoerbaarheid hiervan is dynamisch en voortdurend aan verandering onderhevig. Enerzijds is dit omdat nog niet alle
ambities zijn uitgewerkt. Anderzijds is dit het geval, omdat er in de
De bekostiging van de programmalijn Herstructurering gebeurt door middel van kostenverhaal. De totale kosten van de
bouw- en ontwikkelingsprojecten op bouwlocaties die op hun
beurt profijt hebben van het Programma LGDG. Dit gebeurt naar
proportionaliteit, profijt en toerekenbaarheid (PPT). In grote lijnen
is dit systeem overgenomen vanuit de voormalige Wet ruimtelijke
ordening in het inmiddels vigerende stelsel van de Omgevingswet. Kostenverhaal en de financiële bijdragen voor de ontwikkeling van een gebied worden opgenomen via regels in het omgevingsplan. Het Programma LGDG biedt hiervoor het beleidskader met de
onderbouwing en de functionele samenhang met de projecten
die hierbinnen worden uitgevoerd. Namens de gemeenten past de GOM bij of in het kader van projecten die derden realiseren, kostenverhaal toe.
Uitgangspunt voor de financiering van de totale programmalijn
Herstructurering is het streven naar maximale regionale, financiële verevening tussen ’winstgevende’ en ’verlieslatende’ projecten en/of activiteiten. Immers, het gehele buitengebied van de
Duin- en Bollenstreek en alle inwoners daarvan, ongeacht in
welke gemeente ze woonachtig zijn, zullen profijt hebben van de
voorgenomen herstructurering en ruimtelijke kwaliteitsverbetering. Verevening als voormeld vindt plaats via het MJP van de GOM.
loop der tijd vaak ook projecten afvallen en/of nieuwe projecten
De GOM kan overigens ook zelf projecten initiëren en uitvoeren die
projecten kunnen veranderen op basis van prijsontwikkelingen
het Programma LGDG en de programmalijn Herstructurering. In
om de financiële uitvoerbaarheid - op basis van dit soort nieuwe
aan de spelregels van kostenverhaal zoals verklaard in het
bijkomen. Ook de daadwerkelijke kosten en opbrengsten van
een bijdrage leveren aan de realisatie van de doelstellingen van
en aangescherpte eisen en regelgeving. Het is dan ook belangrijk
het kader van deze projecten is de GOM dan zelf ook gebonden
inzichten en projecten - periodiek te evalueren, te actualiseren en
Programma LGDG.
waar nodig bij te stellen.
Kostenverhaal vindt plaats bij twee typen ontwikkelingen c.q. projecten: à
Bij projecten waarvoor gronden met een bestaande
bollenteeltbestemming een andere functietoedeling
(moeten) krijgen en waarbij derhalve sprake is van een
verlies aan bollenteeltareaal er dientengevolge sprake is van een bollengrondcompensatieplicht; à
Bij woningbouwprojecten in het buitengebied van de
Duin- en Bollenstreek op locaties met de functietoedeling wonen. Hiervan zijn uitgezonderd projecten die nog ge-
bruik maken van de oorspronkelijke Ruimte voor Ruimte regeling alsmede woningen die worden gerealiseerd in bestaande, vrijkomende, erkende cultuurhistorisch waardevolle gebouwen (zoals bollenschuren).
Uitgangspunt voor beide fondsen is dat zij financieel neutraal sluiten. Dat wil enerzijds zeggen dat de inkomsten (financiële
afdrachten uit projecten die bollengrondcompensatie vergen
en financiële afdrachten uit projecten die betrekking hebben op woningbouw) toereikend moeten zijn om nieuwe, vervangende 1e klas bollengrond te produceren respectievelijk de ruimtelijke
ontwikkelingen in het kader van de herstructurering en ruimtelijke kwaliteitsverbetering van het buitengebied mogelijk te maken. Anderzijds wil dit zeggen dat in of binnen die fondsen die
inkomsten ook volledig aangewend zullen worden voor of ten behoeve van bovengenoemde doelstellingen.
De door de GOM op grond van de ISG onder kostenverhaal
gecontracteerde en verkregen financiële middelen ter bekostiging van de in de ISG vastgelegde herstructureringsdoelen, kunnen door de GOM ook worden besteed aan projecten die voldoen aan de herstructureringsdoelen die zijn vastgelegd in het
Ten behoeve van de verantwoording, het beheer en de
aanwending van in het kader van het kostenverhaal door de GOM te verkrijgen financiële middelen, zijn door of binnen de GOM twee Programma Landelijk Gebied Duurzame Greenport 82
fondsen operationeel: à
Een zogenoemd bollengrondcompensatiefonds, ten be-
hoeve van het behouden van het 1e klas bollenteeltareaal
(huidig ruimtebeslag conform Basisregistratie Gewaspercelen, gegevens mei 2024, Provincie Zuid-Holland. Daar-
naast wordt de Heijkoopkaart, die de basis vormt voor het bollenareaal van 1e en 2e klas bollengrond geactualiseerd. Deze geactualiseerde kaart zal uiteindelijk de basis
vormen voor de instandhouding van het bollenareaal.); à
Een zogenoemd herstructureringsfonds ten behoeve van
het uitvoeren van ruimtelijke ontwikkelingen en projecten
in het kader van de beoogde kwaliteitsverbetering van de
Duin- en Bollenstreek zoals vastgelegd in de programmalijn Herstructurering van het Programma LGDG.
Programma nu deze tevens de doelstellingen uit de ISG omvatten respectievelijk daarmee ook overeenkomen.
Anterieure overeenkomsten Anterieure overeenkomsten geven bij kostenverhaal in beginsel de
meeste beleidsvrijheid. Dergelijke overeenkomsten komen tot stand op basis van vrijwilligheid. Er kan in een anterieure overeenkomst
alleen een afspraak gemaakt worden over een financiële bijdrage aan (regionale, overkoepelende) ruimtelijke ontwikkelingen als de
betreffende ruimtelijke ontwikkelingen in het Programma LGDG zijn vastgelegd.
Bovenstaande financiële bijdrage ziet dus niet toe op ‘bovenplanse kosten’. Deze worden via kostenverhaal verplicht verhaald op
de initiatiefnemer door de gemeente, op wiens grondgebied het betreffende project uitgevoerd wordt. Dit is in de voorgaande paragraaf toegelicht.
Werkingsgebied Het werkingsgebied van de programmalijn Herstructurering Programma Landelijk Gebied Duurzame Greenport 83
ligt vast in de navolgende kaart.
Uitgangspunt voor beide fondsen is dat zij financieel neutraal sluiten.
WERKINGSGEBIED HERSTRUCTURERING PROGRAMMA LGDG
Programma Landelijk Gebied Duurzame Greenport 84
5.3 Bollengrondcompensatie(fonds)
Compensatie van onttrokken m2 1e klas bollengrond, lees: het
produceren van nieuwe 1e klas bollengrond, kan op meerdere manieren. Dit kan gebeuren door:
Doelstelling en functionering
à
Doelstelling van het Programma LGDG, nagestreefd in of met
het bollengrondcompensatiefonds, is onder meer het behouden van het areaal 1e klas bollengrond (situatie 2025). Dit kan alleen
door in het geval dat aan 1e klas bollengrond de functietoedeling wordt onttrokken en er dus sprake is van verlies van m 1 klas 2
e
het opruimen van verrommeling gekoppeld aan de productie van 1e klas bollengrond;
à
het opwaarderen van 2e klas bollengrond (tot 1e klas bollengrond);
à
het omspuiten van grasland (alleen onder strenge voorwaarden).
bollengrondareaal, telkens (en consequent) de verplichting te
koppelen dat er dan elders evenveel m2 nieuwe 1e klas bollengrond zal dienen te worden geproduceerd. De verplichting daartoe
wordt door gemeenten telkens vastgelegd in het betreffende
omgevingsplan of de betreffende omgevingsvergunning en rust op de grondeigenaar van de betreffende, te onttrekken 1e klas bollengrond.
Omdat de integrale, regionale uitvoering van de Programma Landelijk Gebied Duurzame Greenport 85
bollengrondcompensatie van groot belang is, kan een
grondeigenaar die 1 klas bollengrond aan het areaal onttrekt e
niet zelf compenseren. Om deze reden dienen grondeigenaren in voorkomende gevallen de verplichting tot compensatie van
onttrokken m2 1e klas bollengrond over c.q op te dragen aan de
GOM, gelijk de GOM die van die grondeigenaren over zal nemen. In dit kader zullen de betreffende grondeigenaren dan een bijdrage per m2 onttrokken 1e klas bollengrond vergoeden.
Voor de totale bollengrondcompensatieopgave wordt ernaar
gestreefd dat ten minste 40% van de benodigde compensatie
wordt gerealiseerd middels het opruimen van verrommeling en herstructurering (methode I). De overige maximaal 60% van de
compensatieplicht wordt gerealiseerd door het opwaarderen van 2e klas naar 1e klas bollengrond (methode II). Methode III wordt in principe niet toegepast. Vertaling van deze streefcijfers in
periodieke targets en bewaking hiervan vindt plaats middels de
jaarlijkse vaststelling van het Meerjarenprogramma van de GOM. Uitgaande van bovenstaande streeftallen varieert de kostprijs per vierkante meter nieuwe 1e klas bollengrond van (circa) 10 tot 150 euro afhankelijk van de wijze van compensatie (productie van
vervangende bollengrond en het betreffende specifieke door de GOM te contracteren project).
In het Meerjarenprogramma van de GOM wordt vastgesteld op welke wijze de productie van nieuwe bollengrond in het
kader van zogenaamde ‘bollengrondproducerende projecten’
plaatsvindt. Deze bollengrondproducerende projecten bepalen uiteindelijk de voor het fonds benodigde, kostendekkende bollengrondcompensatiebijdrage.
Op basis van de exploitatie van dit fonds tot en met 2024 is
De hoogte van deze bijdrage is gelijk aan het aantal
40 euro per m2 onttrokken 1e klas bollengrond en de hierna
bollengrondcompensatietarief per m2 voor 1e klas bollengrond
gebleken dat bij een bollengrondcompensatiebijdrage van bedoelde compensatiebijdrage voor te onttrekken 2 klas e
bollengrond sprake is van een financieel neutrale exploitatie van het bollengrondcompensatiefonds. In het geval er
sprake is van onttrekking van (de gebruiksfunctie van) 1e klas bollengronden zal de betreffende grondeigenaar daarom
een bijdrage ter hoogte van 40 euro per m2 onttrokken 1e klas
bollengrond aan de GOM, lees: het bollengrondcompensatiefonds, dienen te voldoen. De GOM zal – als tegenprestatie – met die bijdrage de op de grondeigenaar rustende verplichting tot
compensatie van bollengrond (dus) overnemen en uitvoeren. Het bollengrondcompensatietarief wordt jaarlijks vastgesteld in en
door de Algemene vergadering van Aandeelhouders van de GOM.
m2 te onttrekken 2e klas bollengrond x (vigerende
-/- de kosten per m2 die gemaakt moeten worden om 2e klas bollengrondgrond op te waarderen naar 1e klas bollengrond).
De GOM zal de betreffende, door grondeigenaren verschuldigde bijdragen inzetten ter realisering van overgenomen compensatieverplichting(en).
Tijdelijke krimp 1e klas bollengrond Tijdelijke krimp van de hoeveelheid 1e klas bollengrond is overigens toegestaan. Hierbij geldt evenwel als voorwaarde dat binnen een periode van drie jaar tenminste 80% van de hoeveelheid
onttrokken 1e klas bollengrond moet zijn gecompenseerd. Indien niet aan deze voorwaarde wordt voldaan, zal de GOM dan
2e klas bollengrond Omdat het opruimen van verrommeling gekoppeld aan de Programma Landelijk Gebied Duurzame Greenport 86
productie van 1 klas bollengrond ‘duur’ is en het omspuiten van e
grasland slechts in zeer beperkte mate toegestaan is, is het van groot belang dat er ook voldoende areaal 2e klas bollengrond
aanwezig is om te kunnen opwaarderen naar 1e klas bollengrond.
Om die reden is ook vereist dat in geval van onttrekking van 2e klas bollengrond door de betreffende grondeigenaar een financiële
bijdrage aan het bollengrondcompensatiefonds is verschuldigd. Indien er immers minder voorraad 2e klas bollengrond aanwezig is, zal de GOM genoodzaakt zijn meer gebruik te maken van de duurdere variant (methode (i)) als hiervoor bedoeld om
te kunnen voldoen aan de (over te nemen c.q. overgenomen) compensatieverplichting.
wel zullen de gemeenten op eerste verzoek van de GOM geen medewerking verlenen aan de verdere onttrekking van 1e klas bollengrond.
Aan het eind van elke volgende periode van drie jaar geldt dat
100% van de in de voorgaande periode van 3 jaren onttrokken 1e
klas bollengrond is gecompenseerd (dus aan het einde van jaar 6 dient in de jaren 1 tot en met 3 onttrokken 1e klas bollengrond
volledig gecompenseerd te zijn), plus tenminste 80% van de in de zojuist afgesloten periode (jaren 4 tot en met 6) onttrokken 1e klas bollengrond.
In het kader van het Meerjarenprogramma van de GOM wordt het bovenstaande gewaarborgd.
Drie zones Om een goede balans te scheppen tussen bedrijfsbelangen en
de belangen van landschapsverbetering, zijn in het Programma LGDG drie zones gedefinieerd (zie de beschrijving en kaart in hoofdstuk 4.1).
Woningbouw en woningbouwlocaties In het Meerjarenprogramma van de GOM zijn ter verwezenlijking van het bovenstaande concrete herstructureringsprojecten
opgenomen. De financiering van deze projecten vindt plaats uit of middels het herstructureringsfonds. Het fonds wordt gevoed door
5.4 Herstructurering(sfonds) Doelstelling en functionering Programma Landelijk Gebied Duurzame Greenport 87
De beoogde ruimtelijke ontwikkeling en kwaliteitsverbetering van
het landelijk gebied van de Duin- en Bollenstreek richt zich ook op het herstellen van een open landschapsbeeld en het vergroten van de biodiversiteit en op het herinrichten van het landelijk
gebied tot een landschappelijk en recreatief aantrekkelijk geheel en een toekomstbestendig bollenteeltgebied. Tegelijkertijd dient het Programma LGDG ook ruimte te maken voor woningbouw, nieuwe functies en bedrijfsuitbreidingen (in het kader van
economische vitaliteit). Om deze doelstelling te verwezenlijken is een actieve herstructureringsaanpak noodzakelijk, waarbij ook
gebruik zal worden gemaakt van herverkaveling(sinstrumenten). De landschapsstrategie is leidend bij de uitvoering van de herstructureringsaanpak.
de afdrachten uit woningbouw in het werkingsgebied Programma
LGDG. Voor de ontwikkeling van woningbouwlocaties is een areaal van circa 50 ha beschikbaar. Met behulp van deze afdrachten is het fonds in staat om geldkostende c.q. verlieslatende
herstructureringsprojecten ten behoeve van de gemeenschap uit te (doen) voeren.
Voor de woningbouwlocaties binnen de zoekgebieden die
in hoofdstuk 4.2 zijn aangegeven zullen door de Greenport gemeenten gezamenlijk uniforme randvoorwaarden worden toegepast, o.a. met betrekking tot het
volkshuisvestingsprogramma, woningtypes en de woningdichtheid zodat wordt geborgd dat er op uniforme wijze en in voldoende mate afdrachten worden gegenereerd ter bekostiging van de
herstructureringsopgaven binnen het Programma LGDG. Hierbij
wordt bij voorkeur een te bepalen vast tarief/normbedrag per m2 te realiseren plangebied vastgesteld.
Als hardheidsclausule buiten deze woningbouwlocaties zal alleen in heel uitzonderlijke gevallen woningbouw worden toegestaan
als de kwaliteit van het buitengebied daardoor verbetert. In
deze gevallen wordt vooralsnog vastgehouden aan de bijdrage die ook in de ISG werd toegepast: 275 euro per m2 te realiseren woonfunctie.
Het fonds is kostenneutraal (geen tekorten, maar ook geen overschot) en kent een kostendekkende opzet. Dit laatste
impliceert onder meer dat de investeringen in de uit te voeren
herstructurerings- en kwaliteitsverbeteringsingrepen afhankelijk
zijn van de omvang van het fonds. Indien er ruimtelijk gezien een
woonfunctie kan worden toegestaan, is betaling van de afdracht
Daarnaast blijft de ISG van toepassing op ontvankelijke aanvragen voor een omgevingsvergunning, waarvan:
a. Voor de inwerkingtreding van het Programma LGDG door het bevoegde bestuursorgaan een positief advies is gegeven op een principeverzoek en; b. de ontvankelijke aanvraag voor de
omgevingsvergunning niet later dan 30 juni 2026 is ingediend.
noodzakelijk en dus voorwaarde voor de medewerking van de
gemeenten en de GOM aan het kunnen realiseren van woningbouw in het werkingsgebied Programma LGDG.
De afdracht uit woningbouwontwikkelingen wordt, binnen de
wettelijke spelregels van het kostenverhaal, jaarlijks op basis van
Spuitvrije zones langs de sloten op bollengrond en zones
vastgesteld.
de groenblauwe dooradering behouden hun functietoedeling
het Meerjarenprogramma van de GOM door de aandeelhouders
Uit het Meerjarenprogramma volgt welke kwaliteitsverbeteringen Programma Landelijk Gebied Duurzame Greenport 88
Groenblauwe dooradering
de GOM zal (kunnen) verwezenlijken. De resultaten van die
verbeteringen komen aan de ruimtelijke ontwikkelingen die
bijdragen aan de doelstellingen van het Programma LGDG ten goede. Deze zijn ook nodig om de woningbouw(locaties) in
het werkingsgebied Programma LGDG in te passen en/of de aanwezigheid daarvan ruimtelijk te kunnen verantwoorden.
Overgangsrecht Greenportwoningen De ISG blijft van toepassing op ontvankelijke aanvragen voor een omgevingsvergunning, die zijn ingediend voorafgaand aan de inwerkingtreding van het Programma LGDG.
bollengrond die ingericht en beheerd worden in het kader van bollengrond. Ze worden echter niet meer beteeld. Indien in het
kader van de landschapsstrategie de inrichting, het gebruik en het
beheer van deze zones ten behoeve van biodiversiteit en landschap duurzaam privaatrechtelijk kan worden vastgelegd en verankerd, is het mogelijk dat via het herstructureringsfonds hiervoor een financiële bijdrage aan de grondeigenaar wordt verstrekt.
5.5 Uitvoering, kwaliteit en regie
De GOM zal voor de uitvoering van de afzonderlijke projecten samenwerken met private partijen. De GOM stelt voor de
uitvoering jaarlijks een Meerjarenprogramma op dat wordt
Uitvoeringsorganisatie GOM Ten behoeve van de uitvoering c.q. verwezenlijking van de
doelstelling van de toenmalige ISG hebben de gemeenten op 3
maart 2010 het gezamenlijke ‘herstructureringsbedrijf’, genaamd
Greenport Ontwikkelings Maatschappij (kortweg: GOM), opgericht. De GOM is een besloten vennootschap (bv), waarvan de vijf
gemeenten voor een gelijk deel aandeelhouder zijn. Ook onder de vlag van het Programma LGDG, als opvolger van de ISG, blijft de GOM de uitvoeringsorganisatie.
De uitgangspunten, randvoorwaarden, taken,
verantwoordelijkheden en bevoegdheden van de GOM
liggen vast in de door de Greenportgemeenten getekende
Samenwerkingsovereenkomst (SOK). De SOK en de statuten van de GOM beschrijven het doel van de GOM. Programma Landelijk Gebied Duurzame Greenport 89
vastgesteld door de aandeelhouders van de GOM.
De GOM is actief betrokken bij stakeholder management. Dit is nodig voor breed maatschappelijk draagvlak en actieve
betrokkenheid bij de uitvoering. De GOM werkt daarbij nauw samen met de gebiedspartijen. De gebiedspartijen (de niet gemeentepartners) moeten actief betrokken blijven bij de uitvoering, in de geest van het Pact van Teylingen.
Kwaliteitscommissie Duin- en Bollenstreek Er wordt een kwaliteitscommissie ingesteld om de ruimtelijke kwaliteit van het landschap te bewaken en te versterken in
lijn met de uitgangspunten van het Programma LGDG. Deze
commissie geeft een zwaarwegend advies aan initiatiefnemers van ruimtelijke projecten in het buitengebied op basis van
De GOM geeft namens de Greenportgemeenten uitvoering aan
de landschapsstrategie en functioneert naast de bestaande
met toepassing van de hierin beschreven instrumenten van
kwaliteitscommissie ze adviseert over ruimtelijke ontwikkelingen
van het landelijk gebied en een aantal belangrijke ruimtelijke
herverkaveling, natuurbeheer en recreatieve voorzieningen, zodat
de programmalijn Herstructurering van het Programma LGDG
kwaliteitsteams van de gemeenten. Dit betekent concreet dat de
kostenverhaal c.q. -verevening. De GOM dient de herstructurering
in het buitengebied, zoals bouwprojecten, infrastructuur, ruil- of
ontwikkelingen en kwaliteitsverbeteringen ten uitvoer te brengen.
deze passen binnen het karakter en de landschappelijke identiteit
De GOM is en werkt als een gebiedsontwikkelingsorganisatie.
ontwikkelingen in het gebied zorgvuldig worden afgestemd op de
De GOM heeft als uitvoeringsorganisatie echter geen
publiekrechtelijke taken. Deze blijven bij de individuele gemeenten. De verantwoordelijkheid voor een gebiedsgewijze aanpak ligt bij de GOM.
van de streek. De kwaliteitscommissie zorgt er dus voor dat
unieke landschappelijke en ecologische kwaliteiten van de Duinen Bollenstreek zodat te allen tijde toegewerkt wordt naar een
vitaal landschap als basis voor een Duurzame Greenport. De rol en de samenstelling van de kwaliteitscommissie zullen nader worden uitgewerkt.
Opbrengsten
Kostendoorrekening programmalijn Herstructurering Er is een duurzame financieringsstructuur nodig die de uitvoering van de programmalijn Herstructurering van het Programma
LGDG waarborgt en met beheersbare risico’s. De gemeenten ramen het saldo van kosten en opbrengsten van de totale
Bollengrondcompensatie-afdrachten
€ 40 mln
Bijdragen uit woningbouwontwikkeling
€ 50 mln*
Saldo GOM fondsen
€ 15 mln
Totaal opbrengsten
€ 105 mln
herstructureringsopgave, lees: de exploitatie van of binnen
de GOM op basis van het Programma LGDG op een neutraal