D21 VNG, ledenbrief 23_031 Stand van de uitvoering gemeenten, Actieagenda uitvoeringspraktijk gemeenten.pdf
Tekst van het document
Voetbalteam aanmoedigen Zzp’er in de bouw Ronald rekent de gebakjes af, drie voor 5 euro. Wat is er níet duurder geworden? Ronald en Marijke konden altijd goed rondkomen. Totdat Ronald een paar jaar geleden van een steiger viel tijdens een verbouwingsklus. Hij werkte toen nog in loondienst. Het had veel erger kunnen aflopen, maar hij heeft wel er chronische
54
De eerste periode na het ongeval was een moeilijke periode voor Ronald. Lars was als kleuter al behoorlijk energiek. Hij had graag met z’n zoon een balletje getrapt in de speeltuin, maar het ging gewoon niet. Zelfs het brengen en halen van school was te veel, waardoor Lars drie dagen in de week op de sport-BSO bleef. Zijn vrijwilligerswerk als coach van het
1,2 miljoen
< € 10.000
20%
zzp’ers in Nederland eind 2022.87
Was de financiële buffer bij ongeveer een derde van de zelfstandigen in 2020.88
van de zzp’ers gaf in 2021 aan minder dan drie maanden rond te kunnen komen zonder inkomen uit eigen bedrijf.89
25%
35%
van de huishoudens weet niet of ze recht hebben op toeslagen.91
van de rechthebbende huishoudens maakt geen gebruik van de algemene bijstand. Niet-gebruik is het hoogst onder zelfstandigen: 85%.92
401.000 WIA-uitkeringen uitgekeerd in januari 2023, 60 procent betrof WGA-uitkeringen.90
voetbalteam van Lars (JO8-1) moest Ronald met pijn in zijn hart neerleggen. Gelukkig wilde een andere vader deze rol tijdelijk op zich nemen. Superfijn dat een moeder van een teamgenootje aanbod om Lars op te pikken voor de trainingen, zodat hij lekker door kon trainen. Aangezien Marijke veel klanten in de avonduren knipt, was dat ook voor haar niet haalbaar geweest. Gelukkig kon zij Lars op de zaterdag wel aanmoedigen tijdens de voetbalwedstrijd. In het nieuwe seizoen heeft Ronald zijn rol als coach van het voetbalteam weer op zich genomen. Weer of geen weer, de wekelijkse trainingen gaan door en op zaterdag moedigt hij het team vol enthousiasme aan.
Financiële tegemoetkoming kinderopvang (sport-BSO) misgelopen Ronald en Marijke wisten niet dat ze na drie maanden geen recht meer hadden op kinderopvangtoeslag in de periode dat Ronald thuis was. Ze hadden, omdat Ronald niet zelf voor Lars kon zorgen, op basis van sociaal medische indicatie (SMI) een tegemoetkoming voor de kinderopvang kunnen aanvragen bij de
55
gemeente. Daar hadden zij geen weet van. Helaas kan de gemeente dit ook niet met terugwerkende kracht verstrekken.
Oplopende schulden Mede door de terugval in inkomen en de onzekere inkomstenstroom als zelfstandige, hebben Marijke en Ronald bij verschillende instanties betalingsachterstanden opgebouwd, waaronder de Belastingdienst, het CJIB, Toeslagen en enkele private organisaties. Met hun huidige inkomsten kunnen ze weliswaar rondkomen, maar ze houden onvoldoende over om die achterstanden weg te werken. Het helpt ook niet dat rente de schuld steeds verder doet oplopen. Een maatje van de voetbalvereniging heeft Ronald al eens gewezen op het geld-fit-uurtje. Dat is een tweewekelijkse inloop op de club waar vrijwilligers mensen met geldzorgen helpen en ondersteunen. Marijke hoorde hierover ook positieve verhalen van een buurvrouw, die nu een bijdrage ontvangt voor de kosten van zwemles voor haar dochter Guusje. Ook krijgt ze wat hulp bij de administratie.
7.1. Perspectief inwoner Bestaans(on)zekerheid van zzp’ers Ronald en Marijke bevinden zich in een situatie van bestaansonzekerheid die hen veel stress bezorgt. Ze hebben schulden, en maken zich zorgen hoe de eindjes nog aan elkaar te knopen zijn. Ronald en Marijke voelen zich verantwoordelijk voor het onderhouden van hun gezin. Ze zijn daar altijd prima toe in staat geweest, tot dat vervelende bedrijfsongeval. Ondanks dat ze proberen het in huis gezellig te houden, pikt Lars de spanningen ook op. Het voelt voor hen als falen dat ze Lars op dit moment niet kunnen bieden wat hij nodig heeft. Ze proberen uit alle macht inzicht te krijgen in hun financiële positie en waar ze recht op hebben. Dat valt echter niet mee. Waarom is alles toch zo complex? Ronald en Marijke zijn beiden (deels) zzp’er. Zij zijn hiermee onderdeel van een steeds grotere groep Nederlanders die niet (alleen) in loondienst werken, maar geheel of gedeeltelijk als ondernemer hun inkomen verdienen. In 2022 waren er in Nederland 1,2 miljoen zzp’ers.93 Het gaat hier om een zeer diverse groep, waarvan een deel bestaat uit zzp’ers als Ronald, die min of meer gedwongen zijn om als zzp’er verder te gaan.
Deze groep beschikt niet altijd over de benodigde kennis van wat bij het ondernemerschap komt kijken, bijvoorbeeld rond het bijhouden van de boekhouding, het doen van aangifte voor de omzetbelasting of het afsluiten van een arbeidsongeschiktheidsverzekering. Als zzp’ers hier zelf onvoldoende kennis van hebben en geen hulp inschakelen van bijvoorbeeld een boekhouder, dan maakt dit hen extra kwetsbaar voor situaties als die van Ronald. In veel dorpen en steden zijn er laagdrempelige initiatieven van vrijwilligers die kunnen ondersteunen bij financiële en administratieve vragen, zoals het ‘geld-fit’-uurtje uit de casus van Ronald en Marijke. Ook gemeenten zelf ontplooien (met maatschappelijke partners) initiatieven in het kader van preventie. Dit soort initiatieven kunnen van grote waarde zijn voor ondernemers, maar zijn niet in elke buurt of wijk aanwezig.
Praktijkvoorbeeld: Vraagbaak voor ondernemers De gemeente Emmen werkt onder andere samen met De Drentse Ondernemerszaak. Dit is een onafhankelijk steunpunt waarin studenten van Stenden Hogeschool met een ervaren ondernemer van het Ondernemersklankbord, ondernemers helpen met vragen op bedrijfskundig, financieel of commercieel gebied. Een onderdeel hiervan is het, op kosten van de gemeente, op orde maken van de boekhouding van de ondernemer; een belangrijke stap om te kunnen starten met financiële (schuld-) hulpverlening.
Terughoudendheid bij gebruik van voorzieningen Het zit in de aard van de meeste ondernemers om zo lang mogelijk zelf hun eigen problemen op te lossen. Hulp van anderen, en zeker hulp van officiële instanties, proberen zij zo lang mogelijk buiten de deur te houden. Dit maakt dat ondernemers vaak (te) laat aan de bel trekken; pas wanneer de problemen zó groot worden dat ze niet meer weten hoe ze er zelf uit kunnen komen.
‘Ondernemers zeggen altijd dat zij geen schulden hebben, maar een tijdelijk tekort aan geld.’ Nanda van Zeijl, gemeente Emmen
De ervaring van veel zzp’ers is dat gemeenten of andere overheidspartijen onvoldoende ingesteld zijn op deze specifieke doelgroep. Een voorbeeld hiervan is dat het proces van schuldhulpverlening bij veel gemeenten primair is ingericht op inwoners die in loondienst zijn en niet op inwoners die als ondernemer werkzaam zijn. Gemeenten beschikken niet altijd over de expertise om zzp’ers goed te kunnen helpen. Dit maakt het voor zzp’ers lastig om de juiste hulp te vinden. Onder zzp’ers leeft breed het beeld dat aankloppen bij de gemeente ook betekent dat men moet stoppen als ondernemer; dat zorgt voor terughoudendheid.
56
‘Veel gemeenten zien ondernemers die aankloppen met financiële problemen als een bloempje aan de rand van de afgrond. Ze benaderen de ondernemer vaak vanuit de vraag: Hoe maken we de afgrond minder diep? Terwijl je ook dit vanuit een ander perspectief kunt benaderen: Hoe zorgen we dat het bloempje blijft bloeien?’ Frank Alferink, ZZP Nederland
Angst voor terugbetalen Daarnaast speelt ook bij veel inwoners mee dat zij bang zijn dat zij door een verkeerd gebruik van regelingen juist verder in de problemen raken. Dit kan te maken hebben met een breder wantrouwen in de overheid, door misstanden als de toeslagenaffaire, maar ook met concrete eigen ervaringen of die van collega’s. Ronald en Marijke moeten bijvoorbeeld een deel van hun toeslagen terugbetalen, omdat zij vergaten hun kinderopvangtoeslag op tijd stop te zetten. Hier is geen sprake van opzet, maar door de complexiteit van regelingen, gecombineerd met de onbekendheid hiermee bij Ronald en Marijke en de stressvolle situatie waarin zij zaten, zitten zij nu met een financieel probleem.
Complexiteit en onbekendheid van het aanbod van regelingen De terughoudendheid van mensen als Ronald en Marijke om een beroep te doen op regelingen van de overheid heeft ook te maken met onbekendheid met regelingen: deze casus laat al zien met hoeveel verschillende regelingen van verschillende instanties Ronald en Marijke te maken hebben. Het is voor mensen erg moeilijk om het overzicht te houden van alle regelingen waar zij mogelijk gebruik van kunnen maken. Vaak kennen regelingen ook elk een eigen systematiek, eigen voorwaarden en een eigen aanvraagprocedure. Dit maakt dat mensen regelingen bij verschillende instanties op verschillende wijzen moeten aanvragen. Daarbij moeten zij vaak dezelfde informatie meerdere keren opnieuw aanleveren. Soms zijn afzonderlijke regelingen ook van invloed op elkaar. Voor inwoners waarvan het inkomen samengesteld is uit verschillende inkomenscomponenten, levert dit vaak onzekerheid op over schommelingen in hun totaalinkomen. Dit kan bijvoorbeeld het geval zijn als iemand in een bepaalde periode meer inkomsten uit werk heeft en daardoor onder grenzen voor toeslagen of een uitkering terechtkomt.
7.2. Perspectief gemeente Gemeente als schuldeiser, hulpverlener en inkoper Ronald en Marijke hebben in deze casus betalingsachterstanden bij verschillende (private en publieke) organisaties, maar (nog) niet bij de gemeente. Bovendien redden Ronald en Marijke het op dit moment nog om financieel het hoofd boven water te houden, al is wel de vraag hoe lang zij dit nog volhouden. Als de situatie van Ronald en Marijke niet verandert, dan is de kans groot dat hun problemen toenemen en zij op verschillende vlakken met de gemeente in aanraking komen. Als hun schuldenproblematiek verder toeneemt, dan kunnen zij bij de gemeentelijke schuldhulpverlening terechtkomen. Hier heeft de gemeente dan de rol van hulpverlener. Vanuit deze verantwoordelijkheid probeert de gemeente met verbonden partners problemen ook eerder te signaleren en preventieve acties te ondernemen (zoals bijvoorbeeld het ondersteunen van het geldfit-uurtje). Het kan zijn dat Ronald en Marijke op enig moment ook hun gemeentelijke belastingen niet meer kunnen betalen en dus ook bij de gemeente een schuld opbouwen. De gemeente krijgt dan de rol van schuldeiser. Verder spelen er op de achtergrond nog meer zaken die bij een verdere verslechtering van de situatie van Ronald en Marijke ertoe kunnen leiden dat zij met de gemeente in aanraking komen.
Zo kan het zijn dat het gedrag van Lars op school, als gevolg van de spanningen thuis, ertoe leidt dat er jeugdhulp ingezet wordt. De gemeente heeft een rol als inkoper van deze jeugdhulp en, afhankelijk van de organisatie van de jeugdhulp in de betreffende gemeente, het kan ook zijn dat de jeugdhulp door een medewerker van de gemeente ingezet wordt.
57
Gedeelde verantwoordelijkheid voor preventie Preventie kan helpen om te voorkomen dat de situatie van inwoners als Ronald en Marijke verder verslechtert. Gemeenten hebben hierin een rol en proberen deze zo goed mogelijk in te vullen. Zo kunnen gemeenten zorgen voor voorlichting over ‘wijzer omgaan met geld’ voor zzp’ers. Tegelijkertijd is dit een taak die niet alleen bij gemeenten ligt of hoeft te liggen. Zo kunnen er ook voorlichtingscampagnes vanuit het rijk georganiseerd worden over omgaan met geld, kan het onderwijs hier aandacht aan besteden en kan de Kamer van Koophandel mensen die zich inschrijven als zzp’er informeren over zaken die zij moeten regelen. Ook de (publieke) schuldeisers kunnen een rol pakken in preventie van het verder escaleren van schulden. Voorlichting over de spelregels van Toeslagen kan bijvoorbeeld ook helpen. Voor gemeenten is een groot risico dat, wanneer er minder aandacht is voor preventie elders, de problemen die op een later moment kunnen ontstaan op het bordje van de gemeente terechtkomen. Goede afspraken over welke partijen verantwoordelijk zijn voor deze taak, met ook beschikbaarheid van voldoende capaciteit en middelen, is van groot belang.
‘Niet iedere zzp’er is ook een ondernemer. In preventieve zin zou meer moeten worden gedaan aan voorlichting voor beginnende zzp’ers, zodat zij weten waar ze aan beginnen. Dat is niet primair een taak van de gemeente. Daar ligt ook een verantwoordelijkheid bij andere organisaties.’ Esther Spans, gemeente ’s-Hertogenbosch
Preventie en het voorliggend veld In het zogenaamde ‘voorliggend veld’ zijn vaak organisaties aanwezig, veelal werkend met vrijwilligers, die een belangrijke preventieve rol kunnen spelen. Zij helpen mensen bijvoorbeeld met het op orde krijgen van hun financiële administratie. Zij zijn vaak laagdrempelig toegankelijk en verwijzen ook door naar de gemeente als dat nodig is; ze zijn dus ook een belangrijke toegangspoort. Veel van deze organisaties zijn echter afhankelijk van gemeentelijke subsidies en gemeenten zijn geneigd om bij financiële krapte juist op dit (niet-wettelijke) voorliggend veld te bezuinigen. Dit brengt de continuïteit van dit soort waardevolle organisaties in gevaar en kan uiteindelijk ook tot nadelige gevolgen leiden voor gemeenten. Het kan immers betekenen dat mensen pas op een later moment aankloppen voor hulp, als hun (financiële) situatie inmiddels verder verslechterd is.
Kansen voor effectieve vroegsignalering Vroegsignalering is een belangrijke taak van gemeenten die kan helpen om verdere escalatie van problemen te voorkomen. Veel gemeenten zijn hiermee bezig en zien het positieve effect van hun inzet. Er zijn ook verbeterpunten. Zo krijgt de gemeenten geen signalen van de Belastingdienst, terwijl deze in veel gevallen wel van belang kunnen zijn om problematische situaties bij inwoners in een vroeg stadium te kunnen signaleren. Tegelijkertijd kan effectieve vroegsignalering ook veel tijd vragen van medewerkers. Door de schaarste aan personeel, waar veel gemeenten mee kampen, is het risico dat gemeenten minder aan vroegsignalering kunnen doen dan wenselijk is. Hierdoor dreigt de bestaanszekerheid van meer inwoners in het gedrang te komen en krijgen gemeenten (en andere partijen) te maken met de uitvoeringslasten die hiermee gepaard gaan. Voldoende personele ruimte is voor gemeenten dus van belang om hun verantwoordelijkheid op het gebied van vroegsignalering goed te kunnen invullen en hiermee meer inwoners te helpen om verdere escalatie van hun (financiële) problemen te voorkomen.
Dienstverlening op maat Zzp’ers zoals Ronald en Marijke zijn een relatief nieuwe doelgroep voor gemeenten. Bij de Tijdelijke overbruggingsregeling zelfstandige ondernemers (TOZO-regeling) was dit duidelijk het geval, maar ook breder
58
zien gemeenten steeds vaker zzp’ers ‘aan de balie staan’.94 Deze doelgroep vraagt zowel qua kennis als qua vaardigheden om dienstverlening op maat. Qua vaardigheden vraagt deze doelgroep om medewerkers die snappen dat ondernemers geneigd zijn ‘hun eigen boontjes te doppen’ en niet snel om hulp vragen.
‘Ondernemers zijn geneigd om dingen zelf te regelen, zonder de overheid. Als wij als gemeente ondernemers met financiële problemen eerder willen helpen, dan vraagt dat dus extra inzet.’ Sanne Veeneman, gemeente Lelystad
Ook qua expertise stelt de doelgroep van zzp’ers specifieke eisen aan medewerkers van de gemeente. Zzp’ers hebben vaak boekhoudkundige of fiscale vragen, waar niet elke medewerker van de gemeente een antwoord op heeft. Ook is de aard van de schuldeisers vaak anders. Het slagingspercentage van schuldhulpverlening is hierdoor relatief laag. Vaak is bijvoorbeeld wel sprake van vermogen, maar zit dit in de woning. Banken en hypotheekverstrekkers gaan echter zeer terughoudend om met het liquide maken van een deel van de overwaarde om schulden af te lossen. Dit type vraagstukken vraagt van gemeenten dus dat zij schuldhulpverleners in dienst hebben die zich specifiek richten op ondernemers. Grotere gemeenten kunnen deze expertise vaak binnen de organisatie makkelijker organiseren, voor kleinere gemeenten is dit een extra uitdaging. In veel gevallen wordt de schuldhulpverlening aan zzp’ers uitbesteed aan externe bureaus. Daar zitten gespecialiseerde mensen, die goed kunnen helpen bij schuldenproblematiek. Het nadeel kan zijn dat op deze manier de verbinding met andere ondersteuningsbehoefte uit het oog verdwijnt. Van gemeenten vraagt dit dat zijn een goede relatie hebben met deze externe partijen.
Praktijkvoorbeeld: Specifieke kennis in huis De gemeente Tilburg heeft bij de afdeling Schuldhulpverlening medewerkers in dienst die zich gespecialiseerd hebben in hulp aan zzp’ers. Deze voor gemeenten nieuwe doelgroep heeft met specifieke regelgeving te maken, bijvoorbeeld op het gebied van belastingwetgeving. De specialisten van de gemeente Tilburg hebben kennis hierover in huis en kunnen deze inwoners daardoor op maat helpen.
Werken als één overheid Op het moment dat de situatie van inwoners als Ronald en Marijke verder escaleert, dan is het vanuit de gemeentelijke uitvoering van belang om zoveel mogelijk integraal, als één overheid, te handelen. Hierbij zijn verschillende zaken van belang. Ten eerste is het belangrijk dat medewerkers een zo goed mogelijk overzicht hebben van de situatie van inwoners en de verschillende regelingen waar zij recht op hebben. Gezien de complexiteit van het aantal organisaties en regelingen waar inwoners als Ronald en Marijke mee te maken kunnen krijgen, is dat voor een medewerker van de gemeente vaak al een hele uitdaging. Het is daarom ook van belang dat medewerkers snel kunnen schakelen met andere betrokken organisaties, zoals in dit geval het UWV, de Belastingdienst, het CJIB en Toeslagen. Hieronder gaan wij hier vanuit het perspectief van ketenpartners verder op in. Ten tweede is het van belang dat inwoners niet steeds opnieuw al hun gegevens hoeven aan te leveren bij de gemeente. Ook wanneer verschillende afdelingen en/of gemeentelijke systemen betrokken zijn, is van belang dat de gemeente als één overheid optreedt en toegang heeft tot gegevens die de inwoner reeds aangeleverd heeft. Ten derde is van belang dat gemeenten de ruimte hebben om, waar nodig, maatwerk te bieden.
Dit vraagt om efficiënt ingerichte procedures voor de grofweg 80 procent van de situaties waarin zaken relatief eenvoudig en voorspelbaar zijn, zodat gemeenten voldoende tijd en capaciteit overhouden om voor de grofweg 20 procent van de situaties die complexer is, maatwerk te kunnen toepassen. Ook in wet- en regelgeving moet duidelijkheid gegeven worden over de ruimte die medewerkers hebben voor het leveren van maatwerk.
59
7.3. Perspectief ketenpartners Preventie van begin tot eind van de keten Voor veel zzp’ers vormt een gebrek aan kennis over boekhoudkundige, fiscale of verzekeringstechnische zaken een risico. Daarom zijn voorlichting en preventie zo belangrijk. Dat kan in opleidingen en trainingen, instructie of toetsing bij de inschrijving als ondernemer. Ook informatiebijeenkomsten voor ondernemers dragen bij aan inzicht en kunnen voorkomen dat zzp’ers in de (financiële) problemen komen. De verantwoordelijkheid voor voorlichting en preventie bij ondernemers is echter niet eenduidig belegd bij één of meerdere instanties. En zoals het vaak bij preventie het geval is: als er op één punt in de keten onvoldoende aan preventie gedaan wordt, dan wordt de pijn elders in de keten gevoeld. Gemeenten zitten vaak op de plek in de keten waar de pijn gevoeld wordt, wanneer mensen als Ronald en Marijke op een (te) laat moment aankloppen voor hulp. Daarom is het van belang dat de verantwoordelijkheden voor voorlichting en preventie aan ondernemers duidelijker belegd worden. Gemeenten kunnen hierbij een rol spelen, maar zijn zeker niet de enige partij in de keten. Zo kan het onderwijs hier een belangrijke rol in spelen, maar ook de Kamer van Koophandel ten tijde van de inschrijving van ondernemers.
Niet de regel centraal, maar de mens Als inwoners, bijvoorbeeld zzp’ers, in de financiële problemen komen, dan kunnen zij een beroep doen op een groot aantal verschillende regelingen en gebruikmaken van diverse inkomenscomponenten. Deze voorzieningen sluiten niet altijd goed op elkaar aan. In veel gevallen zijn de systematiek en voorwaarden van deze regelingen en inkomenscomponenten verschillend, afhankelijk van de uitvoeringsorganisatie, beleidsdirectie of het departement waar ze vandaan komen. Voor inwoners en voor medewerkers in de uitvoering betekent dit dat het vrijwel onmogelijk is om een compleet beeld te krijgen van het totaal aan regelingen en inkomenscomponenten, laat staan om de samenhang en verschillen goed te kennen. Het komt namelijk ook veelvuldig voor dat regelingen elkaar niet versterken maar tegenwerken. Ook voor beleidsmakers zijn de consequenties van herverdelingen van inkomen moeilijk te overzien.95 En in de taken van degenen die in de uitvoering werken, zit niet automatisch de controle om te checken bij andere organisaties wat de impact is van een bepaalde beslissing of toekenning op andere regelingen. Het is daarom nodig dat regelingen en inkomenscomponenten vanuit het perspectief van de inwoner bezien worden. Mensen als Ronald en Marijke hebben namelijk geen behoefte aan aparte potjes voor hun zorgkosten, huurkosten, energiekosten, et cetera.
Zij hebben eenvoudigweg voldoende inkomen nodig om in hun levensonderhoud te voorzien.
Hardheden en complexiteit in het stelsel Onregelmatige inkomsten (zoals de inkomsten uit zelfstandige arbeid van Ronald) kunnen grote gevolgen hebben. In deze casus speelt dit rondom de WIA/WGA-uitkering, die het UWV uitkeert. Het benutten van de zogeheten ‘restverdiencapaciteit’ is bepalend voor de hoogte van de uitkering. Als iemand er niet in slaagt om de helft of meer te verdienen van deze restcapaciteit, dan wordt de totale uitkering verlaagd en gebaseerd op het minimumloon in plaats van op iemands oorspronkelijke maandloon. De inwoner valt dan terug op de zogeheten ‘vervolguitkering’ en niet meer op een loonaanvullingsuitkering, wat grote financiële consequenties heeft voor betrokkene. Deze wisselende inkomsten kunnen leiden tot grote onzekerheid voor inwoners. Daarnaast zien we dat de aansluiting tussen het stoppen van het recht op kinderopvangtoeslag door Toeslagen en de verstrekking van een vergoeding door de gemeente op basis van een Sociaal Medische Indicatie (SMI) tot problemen leidt. Deels komt dit doordat mensen niet weten dat ze hun toeslagen moeten stoppen, maar ook doordat ze de optie bij de gemeente niet kennen en vanwege de beperkte terugwerkende kracht van de SMI.
Praktijkvoorbeeld: Knelpunten benoemen vanuit de praktijk De impact van onregelmatige inkomsten op een WIA-uitkering is benoemd in de Knelpuntenbrief 2022 van UWV.96 Het UWV heeft gevraagd om stelselwijzigingen in de WIA, waarbij aandacht is voor de hardheden in de WIA en die tot een eenvoudiger stelsel voor de burger en de uitvoering leiden. De hardheden worden door de onafhankelijke commissie (OCTAS) onderzocht. Naast de werkzaamheden van OCTAS wordt, ook in overleg met sociale partners, onderzocht welke hardheden er binnen het huidige stelsel op korte termijn aangepakt zoudenkunnen worden.
60
Dilemma’s in het leven van alledag als gevolg van de regels In deze casus speelt ook dat Lars naar de buitenschoolse opvang (BSO) is blijven gaan terwijl Ronald niet aan het werk was. Bij Ronald kwam dat door een bedrijfsongeval, maar er bestaan ook situaties waarbij iemand tijdelijk zonder werk zit. Daarmee vervalt het recht op toeslagen voor de kinderopvang. Dat levert weer andere dilemma’s op: als een kind uitgeschreven wordt van de opvang, is de kans groot dat er een enorme wachtlijst is om weer een plekje te krijgen wanneer er wel weer werk is. Het dilemma is dan: opvang door laten open zonder toeslagen, of toch opzeggen met het risico van geen opvang op het moment dat er wel weer werk is?
Informatie delen: mag het wel of niet? Medewerkers in de uitvoering missen in veel gevallen de kennis en handvatten om een juiste inschatting te maken wanneer zij wel of niet gegevens mogen delen. Doordat ze niet altijd precies weten hoe om te gaan met toepassing van de AVG zorgt dit voor terughoudendheid om informatie te delen of op te vragen.
‘Medewerkers weten vaak niet welke informatie ze wel of niet mogen uitwisselen. De AVG zit vaak ‘tussen de oren’, zonder dat mensen weten wat er daadwerkelijk mag.’ Octavia Rietveld, gemeente Tilburg
Als door ketenpartners onderling onvoldoende informatie uitgewisseld wordt, dan heeft dit tot gevolg dat medewerkers ook geen inzicht kunnen krijgen in het totaalbeeld van de inkomenssituatie van inwoners. Een inwoner kan bijvoorbeeld betalingsachterstanden hebben bij verschillende instanties. Van elkaar weten wat rond een bepaalde inwoner speelt, is belangrijk om dit totaalbeeld te krijgen en inwoners goed te kunnen helpen. Bij gegevensuitwisseling leeft vaak ten onrechte het beeld dat informatie niet gedeeld mag worden vanwege de AVG. Dit heeft in veel gevallen te maken met onvoldoende kennis bij medewerkers van de AVG, maar ook met de angst voor de gevolgen van het ten onrechte delen van gegevens. Door betere voorlichting in organisaties over de toepassing van de AVG op specifieke domeinen of bij bepaalde typen casuïstiek, kan in veel gevallen bereikt worden dat er vaker belangrijke informatie gedeeld wordt tussen ketenpartners. Dit is van groot belang omdat inwoners beter geholpen kunnen worden.
Snel contact noodzakelijk Bij ingrijpende levensgebeurtenissen als ontslag, ziekte of scheiding krijgen inwoners vaak met meerdere overheden te maken. Dit geldt ook voor huishoudens waar complexe problematiek speelt, bijvoorbeeld op het terrein van jeugdzorg. Bereikbaarheid van uitvoeringsorganisaties is dan erg belangrijk. Het is essentieel dat er snel contact gelegd kan worden met medewerkers van de verschillende instanties. Professionals van verschillende organisaties hebben onderling onvoldoende een vaste (netwerk)structuur waarin ze elkaar kunnen bereiken, bovendien is dit vaak afhankelijk van het persoonlijke netwerk van een medewerker.
Praktijkvoorbeeld: In de wacht voor de Belastingtelefoon Een gemeentelijke baliemedewerker die voor een inwoner contact legt met de Belastingdienst, moet dit vaak doen via de Belastingtelefoon, waardoor de medewerker en de inwoner gezamenlijk vaak (lang) in de wacht staan en een complexe vraag niet direct beantwoord kan worden.
61
Verbetering is onderweg Gelukkig werken individuele organisaties aan verbetering hiervan, zoals de Belastingdienst en Dienst Toeslagen. Deze diensten bieden verschillende directe lijnen aan specifieke doelgroepen (zoals bijvoorbeeld voor bewindvoerders en belastingconsulenten) en inbellijnen voor Toeslagen en Geldzaken. Uitvoeringsorganisaties bekijken hoe ingangen voor professionals behoedzaam breder kunnen worden verspreid, zonder het risico te lopen dat deze lijnen verstopt raken. Dit is een belangrijke ontwikkeling om de onderlinge samenwerking in ketens te verbeteren.
7.4. Samenvatting knelpunten Knelpunt
Inwonerperspectief
Preventie is niet structureel georganiseerd en verantwoordelijkheid is niet duidelijk belegd
Zzp’ers zijn zich niet altijd bewust van hun (fiscale) verplichtingen en komen daardoor sneller in financiële problemen
Voorliggend veld is kwetsbaar door gebrek aan structurele middelen en beschikbare vrijwilligers
Laagdrempelige Initiatieven van vrijwilligers die kunnen ondersteunen bij financiële en administratieve vragen, zijn niet in elke buurt of wijk aanwezig
Specifieke kennis over doel-groepen (bijvoorbeeld zzp’ers) die nodig is voor dienstverlening op maat is niet altijd voldoende aanwezig
Zzp’ers met financiële problemen ervaren regelmatig dat instanties pas kunnen helpen als zij hun onderneming stopzetten
Door wantrouwen in de overheid zijn mensen terughoudend in het gebruik maken van regelingen
Zzp’ers zijn vaak terughoudend in het aanvragen van regelingen uit angst om ‘in de molen van de overheid’ terecht te komen
Risico van verkeerd gebruik bij toeslagen waardoor inwoners moeten terugbetalen
Bij gebruik van toeslagen lopen inwoners het risico dat zij op een later moment geld moeten terugbetalen; dit is zeker voor inwoners met een krappe portemonnee een risico
Complexe formulieren en voorwaarden
Aanvragen van regelingen is complex; bovendien moeten mensen voor verschillende regelingen steeds opnieuw dezelfde gegevens aanleveren
Complex geheel van inkomensregelingen die niet op elkaar aansluiten
Inwoners hebben geen overzicht van de regelingen waar zij mogelijk recht op hebben; door de verschillende systematiek van regelingen lopen inwoners het risico op onvoorziene schommelingen in hun inkomen
Gebrek aan informatie-uitwisseling staat vroegsignalering en aanpak van de problematiek in de weg
Inwoners die betalingsachterstanden hebben bij verschillende instanties, komen pas laat in beeld en krijgen daardoor geen tijdig hulpaanbod
Ketenbreed overzicht en ketensamenwerking is onvoldoende
Inwoners weten niet bij welke instantie zij moeten aankloppen en hebben geen totaaloverzicht over hun status; een vast aanspreekpunt of regiehouder ontbreekt vaak
62
Gemeenteperspectief
Ketenpartnerperspectief
Gemeenten hebben geen expliciete rol in preventie (bijvoorbeeld voorlichting voor ondernemers), maar wel als zzp’ers in de financiële problemen komen
Preventie is geen expliciete verantwoordelijkheid van ketenpartners, zoals onderwijs of KVK (voorlichting of toetsing bij inschrijving)
Bij financiële krapte bezuinigen veel gemeenten snel op nietwettelijke taken, zoals subsidiëring van partijen in het voorliggend veld Met name kleinere gemeenten hebben vaak moeite om de juiste expertise in huis te halen om specifieke doelgroepen op maat te kunnen helpen Inwoners kloppen pas aan bij de gemeente als hun problemen groot zijn en lichte ondersteuning niet meer voldoende is
Niet-gebruik van regelingen die door verschillende ketenpartners worden aangeboden
Wanneer inwoners afzien van het gebruikmaken van toeslagen, of geconfronteerd worden met het (deels) moeten terugbetalen van toeslagen, dan kan dit de problemen van inwoners (onnodig) vergroten
De systematiek van toeslagen is gebaseerd op een stabiel inkomen, dat bij ondernemers vaak ontbreekt; het risico van schommelingen ligt bij de inwoner, omdat deze moet terugbetalen als blijkt dat hij teveel ontvangen heeft
Hergebruik van gegevens lukt nog onvoldoende door wettelijke beperkingen en beperkte interne samenwerking
Vanuit verschillende instanties en verschillende wettelijke regelingen worden steeds verschillende aanvraagprocedures en voorwaarden bedacht
Gemeenten hebben geen overzicht van het totaal aan regelingen waarop inwoners recht hebben (met name van andere instanties); verschillende gemeentelijke regelingen kennen bovendien verschillende voorwaarden, termijnen en verantwoordingssystematieken
In de keten ontbreekt het overzicht vanuit het perspectief van de inwoner, waardoor onvoldoende rekening kan en wordt gehouden met regelingen die elkaar mogelijk niet versterken maar tegenwerken
Gemeenten hebben bij vroeg-signalering geen compleet beeld (bijvoorbeeld de Belastingdienst ontbreekt); bovendien is er onvoldoende ruimte voor een eigen afweging om te acteren op signalen
Organisaties zijn terughoudend met het delen van gegevens, door onvoldoende kennis van wat mag en angst voor de gevolgen van het ten onrechte delen van informatie
Medewerkers hebben geen totaaloverzicht van de situatie van de inwoner en missen vaak korte lijnen met ketenpartners om op casusniveau te overleggen
Korte lijnen tussen ketenpartners om op casusniveau informatie te kunnen uitwisselen en overleggen ontbreken vaak
63
8. Casus 2 Gerrit
Het is 5.00 uur ‘s ochtends, de zon is nog niet op. Maar de dag is al lang begonnen op Gerrits boerderij. Tweehonderd koeien staan te wachten om gemolken te worden. Gerrit runt het boerenbedrijf samen met zijn vrouw en hun kinderen. Het is de bedoeling dat zoon Pim het bedrijf op termijn overneemt. Zoals Gerrit het bedrijf 30 jaar geleden ook overnam van zíjn ouders. Gerrits ouders wonen nog steeds op het erf, in een bungalow die ze na hun pensioen bouwden. Ze genieten nog altijd van het weidse uitzicht en de buitenlucht. Na de overname heeft Gerrit flink geïnvesteerd in het moderniseren en verduurzamen van het bedrijf.
Generatie op generatie Vanwege de huidige stikstofplannen overweegt Gerrit om zijn bedrijf stop te zetten. Omdat hij niet wil wachten tot het moment dat hij misschien verplicht wordt om te stoppen. Zich vrijwillig laten uitkopen is daarom een serieuze optie. Het is alleen nog erg onduidelijk voor Gerrit onder welke voorwaarden hij zijn bedrijf kan verkopen en wat dit allemaal met zich meebrengt. Het stoppen van het familie-
64
bedrijf is een beslissing die impact heeft op alle generaties, zowel voor zijn ouders als voor de kinderen. Waar zouden zijn ouders moeten gaan wonen als hij wil meedoen aan de beëindigingsregeling in het kader van de aanpak piekbelasting? Kunnen ze als familie dan wel op dezelfde locatie blijven wonen of moeten ze dan weg? En zouden zijn ouders zich dan thuis kunnen gaan voelen in een seniorenwoning in het dorp? Gerrit krijgt ook pijn in zijn buik als hij denkt aan Pim, die zich al zijn hele leven voorbereidt en verheugt op het boerenleven, op zijn eigen bedrijf. Kan hij het hem aandoen het familiebedrijf voortijdig te verkopen?
Camping En hij zal zelf ook moeten bedenken wat hij wil gaan doen. Wil hij zijn grond verkopen aan de gemeente, zodat die daar bijvoorbeeld nieuwe woningen kan gaan bouwen? Of gaat hij iets anders doen met de grond, bijvoorbeeld door een camping te beginnen? Misschien kan hij ook wel blijven boeren, maar dan op een kleinschaliger niveau en op een biologische
>30.000
2%
9 op de 10
van de veehouders zegt nog vrij veel vertrouwen te hebben in de overheid, 70% heeft dat niet meer.98
veeboeren vinden dat de overheid “niets begrijpt van de positie van de veeteeltbedrijven”.99
+585
20 van de 750
4,4%
meer biologische landbouwbedrijven (2015-2022).100
van de in aanmerking komende bedrijven is uitgekocht (2020-2022).101
van het totaal Nederlandse landbouwareaal was in 2022 biologisch.100
boerderijen met vee.
97
wijze, al dan niet gecombineerd met kinderopvang bijvoorbeeld. Maar kan dat zomaar of heeft hij daarvoor allerlei vergunningen, diploma’s en certificaten nodig? Dit zijn allemaal vragen waar Gerrit mee zit.
Loods verhuren Onlangs ontving Gerrit een lucratief aanbod van iemand die zijn loods wel wil huren. Hij weet niet precies waarvoor het is, maar het klinkt als een interessant financieel aanbod. En misschien biedt het hem de financiële ruimte om zonder ingrijpende toekomstplannen in zijn levensonderhoud te kunnen blijven voorzien. Aankloppen bij de overheid voor hulp zal Gerrit niet snel doen. Hij heeft nooit veel met politiek gehad, maar sinds de stikstofcrisis is zijn vertrouwen in de overheid tot een dieptepunt gedaald. Hij zal tot het uiterste gaan om zelf zijn boontjes te blijven doppen.
65
8.1. Perspectief inwoner Onzekerheid en gesprek aan perspectief Boeren zijn ondernemers die van oudsher gewend zijn zelf hun zaakjes te regelen. Momenteel is de bestaansonzekerheid onder agrariërs echter groot. Door de onduidelijkheid over de regelgeving en het gebrek aan perspectief weten agrariërs niet waar zij aan toe zijn. Wat zijn de gevolgen van de stikstofaanpak voor het eigen bedrijf? Hoe ziet de beëindigingsregeling er concreet uit en welke mogelijkheden komen er om te innoveren of te extensiveren? Of komt er toch nog ooit gedwongen bedrijfsbeëindiging? Betaalt de overheid straks de reële prijs voor het bedrijf, of de prijs voor een bedrijf gebaseerd op het feit dat het naast een natuurgebied ligt en niemand het meer wil kopen? Als gevolg van deze onzekerheid willen banken vaak investeringen, bijvoorbeeld in verduurzaming (en dus terugdringen van de stikstofuitstoot) niet meer financieren omdat onzeker is of het bedrijf blijft bestaan.102 Dat leidt tot stilstand en bestaansonzekerheid.
Verlies van zingeving Het potentieel verlies van het boerenbedrijf betekent verlies van zingeving, een andere toekomst voor eventuele kinderen, afscheid van een manier van leven, statusverlies en dit gaat niet zelden gepaard met psychische klachten.
‘Het is een existentiële onzekerheid die alles raakt. Het is niet alleen ons werk. Als je uitrekent hoeveel uur we in het bedrijf steken en wat het oplevert, dan ligt dat vaak onder het minimumloon. Het gaat bij onze boeren om zoveel meer dan inkomen; het is onze manier van leven, onze sociale context, de kinderen die hier op school zitten, de toekomst van onze kinderen, onze woonplek, het is diepingrijpend.’ Maria Buitenkamp, Het BioHuis (vereniging voor belangenbehartiging van biologische boeren en boerinnen)
Naast de onzekerheid over de toekomst en hun financiële situatie, is er door veranderende wet- en regelgeving ook steeds opnieuw onzekerheid over de huidige situatie. Boeren zijn gebonden aan allerlei ingewikkelde administratieve verplichtingen, maar het is niet altijd duidelijk waaraan zij precíes moeten voldoen. Een actueel voorbeeld zijn de nieuwe mestregels die in 2023 (derogatie naar aanleiding van een interventie vanuit Europa) van kracht werden maar waar pas in februari 2023 duidelijkheid over is gekomen dat ze van toepassing werden verklaard en op welke wijze. Het vertrouwen in de overheid is onder agrariërs over het algemeen niet groot. Gemeenten zijn ook voor boeren de meest nabije overheid en zeker wanneer er vanuit de gemeente is geïnvesteerd in een duurzame relatie met boeren, dan kunnen juist gemeenten een rol spelen in het gesprek met boeren over hun toekomst.
Keuzevrijheid en maatwerk bij het zoeken naar toekomstbestendige oplossingen Net als Gerrit hebben veel agrariërs plannen voor een nieuwe bestemming van hun bedrijf en hun grond. Dit kunnen uiteenlopende initiatieven zijn, maar voor boeren is het van belang dat zij in deze onzekere tijden zelf keuzes kunnen maken met betrekking tot hun toekomst. Uiteraard moeten initiatieven passen in bredere opgaven en plannen die er voor het buitengebied zijn, maar maatwerk, waarbij op individueel niveau gekeken wordt naar de mogelijkheden voor dit specifieke gebied, is van belang om boeren een nieuwe toekomst te kunnen bieden waar zij zelf ook weer in kunnen geloven.
66
Initiatieven steunen en samenwerken In veel plattelandsgemeenten bestaan bewonersinitiatieven, waarbij bewoners gezamenlijk plannen ontwikkelen voor hun gebied of kern. Voor het slagen hiervan is een goed samenspel tussen deze initiatieven en gemeente en provincie cruciaal. De ene gemeente lukt het beter om aan te sluiten bij de diversiteit van de verschillende kernen en de initiatieven van inwoners dan de andere gemeente. De Landelijke Vereniging voor Kleine Kernen heeft een publicatie uitgebracht met daarin tips voor bewonersinitiatieven en gemeenten hoe de samenwerking vorm gegeven kan worden.103
Financiële onzekerheid geeft risico op ondermijning In zijn algemeenheid geldt dat financiële kwetsbaarheid het risico op ondermijning vergroot. Ondermijning is zeker niet voorbehouden aan het buitengebied, maar de inrichting van het buitengebied biedt hier wel kansen voor. In deze casus overweegt Gerrit om zijn loods te verhuren aan iemand die hem daar goed voor wil betalen. Mogelijk krijgt Gerrit op zijn erf te maken met drugscriminaliteit of andere ondermijnende activiteiten. De ervaring leert dat als één keer ja gezegd is tegen dit soort criminelen, het ontzettend moeilijk loskomen is. Om weerbaar te zijn tegen ondermijning, helpt het als bewoners meer zekerheid en perspectief krijgen. Daarnaast is ook hier een goede, duurzame relatie met de overheid, specifiek de gemeente, van belang. Als mensen weten waar zij terecht kunnen en medewerkers van de gemeente ook persoonlijk kennen, dan zullen zij ook sneller aan de bel trekken wanneer zij in aanraking komen met ondermijnende activiteiten.
8.2. Perspectief gemeente Elkaar kennen vermindert het wantrouwen Er is wantrouwen jegens de overheid, ook onder agrariërs. Toch geven verschillende (plattelands)gemeenten aan dat zij hier weinig last van hebben. Als reden hiervoor voeren zij aan dat zij al gedurende een langere periode geïnvesteerd hebben in een goede duurzame relatie met agrariërs en de bewoners van het buitengebied. Hierdoor kennen medewerkers hun inwoners, en inwoners kennen de medewerkers van de gemeente. Deze korte lijnen en persoonlijke contacten helpen om in vertrouwen naar de toekomst te kijken.
Praktijkvoorbeeld: Investeren in actieve contacten De gemeente Hof van Twente heeft erfcoaches, die actief langsgaan bij bewoners in het buitengebied. Ook organiseert de gemeente roadshows in de verschillende kernen, om daarmee de bewoners actief op te zoeken. Daarnaast heeft de gemeente in 2019, toen het slecht ging met de varkenshouderij, het Platform Stil Leed opgericht. Naast de gemeente bestaat dit platform uit agrariërs, erfcoaches en andere organisaties (bijvoorbeeld de dierenarts). Bij dit platform kunnen agrariërs op een laagdrempelige manier terecht met vragen.
Het investeren in een duurzame relatie met inwoners vraagt om capaciteit en een lange adem. Dit is, met de brede personele schaarste waar ook gemeenten mee te maken hebben, een groeiend knelpunt.
Gemeente als gezicht van dé overheid Als het gaat om het stikstofbeleid en de voorgenomen maatregelen in de agrarische sector vanuit het Nationaal Programma Landelijk Gebied en de daarmee gepaard gaande gebiedsprocessen, dan zijn provincies daarvoor ‘in the lead’ en werken gemeenten samen met provincies. Het gaat grotendeels om landelijk en provinciaal beleid met opgaven op het gebied van water, natuur en klimaat. Toch zien gemeenten wel degelijk een belangrijke rol voor zichzelf, en wel om twee redenen. Ten eerste omdat zij bij uitstek de overheidslaag zijn die dicht bij de inwoners staat en een duurzame relatie met hun inwoners kunnen opbouwen. Wat hierbij niet helpt is dat er nog veel onduidelijkheid is met betrekking tot de instrumenten die kunnen worden ingezet om de opgaven in te vullen (beëindigingsregelingen, aanpak piekbelasting et cetera). Hierdoor kunnen ook gemeenten hun inwoners nog onvoldoende duidelijkheid verschaffen wat betreft hun toekomstplannen, terwijl inwoners wel bij hen aankloppen met vragen
67
Ruimtelijke puzzel Ten tweede zien gemeenten een rol voor zichzelf omdat zij verantwoordelijk zijn voor de ruimtelijke ordening in hun gemeente. De ontwikkelingen in de agrarische sector zijn van grote invloed op deze ruimtelijke ordening en gemeenten proberen hierbij dan ook een coördinerende rol te vervullen. Sommige gemeenten hebben daarvoor een coördinator buitengebied. Er zijn gemeenten die actief inspelen op triggers voor bedrijfsbeëindiging, zoals wanneer boeren wat ouder zijn en er geen bedrijfsopvolger aanwezig is, of wanneer er bijvoorbeeld een beëindigingsregeling is waar gebruik van gemaakt kan worden. Het handhaven of versterken van het voorzieningenniveau op het platteland is ook een belangrijke opgave in de ruimtelijke ordening. De afgelopen jaren is dit niveau immers fors onder druk komen staan, wat negatieve gevolgen heeft voor de leefbaarheid op het platteland.104 Het is dus van belang dat gemeenten tijdig betrokken zijn bij dit soort plannen, om ook deze aspecten mee te kunnen laten wegen.
‘Goede ruimtelijke ordening. Dat is het belang van de gemeente. Dus wil je voorkomen dat initiatieven van inwoners hap-snap binnen-komen. Wij proberen dat op een meer gestructureerde wijze aan te pakken, door initiatieven in een vroeg stadium in beeld te krijgen en met elkaar te verbinden.’ Arnold Kooij, gemeente Meierijstad
Ruimte nodig voor maatwerk Bij het zoeken naar werkbare oplossingen voor de initiatieven die bewoners van het buitengebied hebben, proberen gemeenten te zoeken naar maatwerk. Hiermee proberen zij enerzijds zoveel mogelijk tegemoet te komen aan de wensen van agrariërs die hun toekomst opnieuw moeten vormgeven, maar anderzijds ook vanuit het grotere geheel te kijken naar de samenhang tussen alle initiatieven en bredere plannen en ambities. Hierbij is een voorkomend knelpunt dat gemeenten in de landelijke en provinciale kaders onvoldoende ruimte ervaren voor het leveren van maatwerk. Meer ruimte voor maatwerk, met oog voor de verschillen die er tussen regio’s en gemeenten zijn en die dus ook vragen om verschillende oplossingen, is nodig. Dit betekent gebiedsgericht werken in de eigen regio, met ruimte voor invulling van de opgaven op een eigen wijze die via participatie van inwoners tot stand komt.
Uitgestrekt gebied bemoeilijkt inperking risico op ondermijning Situaties als deze casus, waarin Gerrit benaderd wordt om zijn loods te verhuren tegen een lucratieve vergoeding, zijn voor veel (plattelands)gemeenten herkenbaar. Gemeenten proberen goed toezicht te houden in het buitengebied om dit soort situaties op te sporen, maar dit is in de praktijk moeilijk te organiseren. Hoe uitgestrekter het buitengebied is, hoe moeilijker het is om overal goed zicht op te houden. Daarnaast is de beschikbare handhavingscapaciteit schaars.
Zichtbaar en benaderbaar Ook hier zetten veel gemeenten in op preventie, onder andere door te investeren in een duurzame relatie met de bewoners in het buitengebied. Door zichtbaar, herkenbaar en benaderbaar te zijn, proberen gemeenten te bereiken dat bewoners zelf eerder naar de gemeente komen als zij met ondermijning te maken krijgen. Daarbij is van belang dat de gemeente ook een betrouwbare partner is voor de inwoner; als bijvoorbeeld eerder meldingen gedaan worden van bijvoorbeeld gps-diefstal, moeten die ook opvolging krijgen; alleen zo werk je aan vertrouwen.
68
Praktijkvoorbeeld: Voorbeelden van gemeentelijke acties ter preventie van ondermijning in het buitengebied • Voorlichting over ondermijning met de wijkagent en andere relevante partners • Begeleiding bij herbestemmen of slopen van leegstaande panden • Modelhuurcontracten en een meldingsplicht verhuur in de APV Ook hier geldt dat dit van gemeenten voldoende inzet van capaciteit vraagt, over een langere periode. Met de toenemende personele schaarste is dat voor veel gemeenten een knelpunt.
8.3. Perspectief ketenpartners Onduidelijke en botsende ambities en plannen Voor agrariërs als Gerrit is er grote onzekerheid over de toekomst. Goede samenwerking tussen gemeenten en provincies is van belang. Nog steeds is er veel onduidelijk over de landelijke en provinciale plannen voor de agrarische sector, wat ertoe leidt dat instanties op elkaar wachten en er voor de mensen om wie het gaat niets gebeurt. Een voorbeeld hiervan is de aanpak piekbelasting. In oktober 2022 was dit al onderdeel van het advies van Remkes en kondigde het kabinet regelingen aan. Het loket waar ondernemers kunnen zien of zij piekbelaster zijn voor stikstof opent echter naar verwachting in juli 2023. Dit roept veel vragen op en brengt onzekerheid met zich mee. Dit terwijl het landelijk gebied en haar inwoners juist toekomstperspectief nodig hebben over ‘wat dan wel’. Snelle duidelijkheid over de regelgeving en kaders op landelijk en/of provinciaal niveau is dan ook van primair belang om tot oplossingen te kunnen komen. Vervolgens is het ook belangrijk dat gemeenten en provincies samen optrekken in het beoordelen en realiseren van de initiatieven die ingediend worden voor het buitengebied. Door de veelheid aan plannen die in het buitengebied, op de schaarse ruimte die er is, gerealiseerd moeten worden, ontstaat voor veel gemeenten een complexe puzzel.
Het is belangrijk dat gemeenten en provincie over de verschillende wettelijke kaders en ruimtelijke plannen heen kijken naar de beste totaaloplossing voor het betreffende buitengebied en haar bewoners. Dit vraagt om heldere kaders met voldoende ruimte voor maatwerk.
Participatie, bezwaar en beroep van invloed op tempo procedures Zowel gemeenten als boeren hebben belang bij soepele procedures bij de transformatie van erven. Duidelijkheid over de mogelijkheden én onmogelijkheden dragen bij aan perspectief en bestaanszekerheid. Dat vraagt om een goede interactie met de provincie. De ervaring is ook dat regelmatig bezwaar en beroep aangetekend wordt bij dit soort trajecten, dat vaak met bestemmingsplanwijzigingen gepaard gaat. Een intensief traject van participatie met de buurt kan daarbij helpen. Wanneer wel sprake is van beroep en bezwaar, duren deze trajecten vaak lang. Ook de beperkte capaciteit bij de Raad van State heeft tot gevolg dat procedures erg lang kunnen duren, met een langere periode van bestaansonzekerheid tot gevolg. De Raad van State waarschuwde zelf in haar jaarverslag voor oplopende wachttijden, mede als gevolg van personeelsgebrek. De Afdeling bestuursrechtspraak had eind vorig jaar 50 vacatures openstaan. De verwachting is dat de invoering van de Omgevingswet per 2024 nog een groter beroep zal doen op de Raad van State. Dit heeft te maken met een veranderd regime, waardoor de drempel voor beroep bij de Raad van State omlaaggaat. Daarnaast moet ook nieuwe jurisprudentie opgebouwd worden en dat kost meer tijd.105
Praktijkvoorbeeld: Laagdrempelige vraagbaak van de provincie binnen de gemeente Elke maand werkt een medewerker van de provincie Limburg op een locatie van de gemeente Peel en Maas. Gemeentemedewerkers kunnen bij deze medewerker terecht met vragen over bijvoorbeeld herbestemmen. De ervaring van Peel en Maas is dat dit bijdraagt aan soepeler procedures.
69
Samenwerking in de aanpak ondermijning Bij de aanpak van ondermijning is in veel gemeenten en regio’s al sprake van brede samenwerking tussen (overheids)organisaties. Gemeenten trekken hiervoor bijvoorbeeld veel op met het Regionale Informatieen Expertise Centrum (RIEC), de politie, het OM en de omgevingsdienst. Ook zijn er voorbeelden waar met de agrarische sector zelf wordt samengewerkt om ondermijning tegen te gaan. Een veelgehoorde wens in dit onderzoek is om informatie van de Belastingdienst te kunnen betrekken in het signaleren van ondermijning.
‘Er zijn ook goede contacten met LTO, de ondernemers organisatie voor boeren en tuinders. Die zien ook het belang van het tegengaan van ondermijning en willen dus ook graag samen met ons optrekken. Dat helpt ook in de communicatie richting hun achterban.’ Bo Bremmers, RIEC Midden-Nederland
Deze vormen van samenwerking zijn cruciaal voor het tegengaan van ondermijning. Juist vanwege het feit dat preventie in veel gevallen effectiever en beter uitvoerbaar is dan toezicht en handhaving, is investeren in een duurzame samenwerkingsrelatie van belang. Dit vraagt om passende prioriteit bij de verschillende ketenpartners, vertaald in voldoende capaciteit en middelen.
70
71
8.4. Samenvatting knelpunten Knelpunt
Inwonerperspectief
Beperkte capaciteit om duurzame relaties te onderhouden met de bewoners van het buitengebied
Zonder een duurzame relatie met de gemeente vragen bewoners minder snel om hulp
Wantrouwen in de overheid staat het gesprek over de toekomst in de weg
Veel bewoners van het buitengebied hebben weinig vertrouwen in de overheid in het algemeen, dat straalt ook af op het vertrouwen in de gemeente
Onduidelijkheid over regelingen en gebrek aan perspectief
Het gebrek aan duidelijkheid heeft veel impact op betrokken boeren, zowel psychisch als qua bedrijfsvoering
Verschillende opgaven in de openbare ruimte die elk een beroep doen op de schaarse ruimte
Initiatieven van bewoners kunnen soms niet gerealiseerd worden vanwege botsende opgaven en plannen
Ruimte voor lokale/regionale verschillen in oplossingsrichtingen
Agrariërs hebben behoefte aan maatwerk bij de beoordeling van initiatieven voor de toekomst van hun bedrijf
Bestaansonzekerheid en geografische inrichting buitengebied vergroot risico op ondermijning
Als de bestaanszekerheid van bewoners in het gedrang komt, dan is het risico dat zij vatbaarder worden voor ondermijning
72
Gemeenteperspectief
Ketenpartnerperspectief
Het opbouwen van een duurzame relatie vraagt om structurele inzet van personele capaciteit, die is er slechts beperkt Gemeenten moeten zich lokaal extra inzetten voor het winnen van vertrouwen, als tegenwicht voor het meer generieke wantrouwen tegenover de overheid
Het generieke wantrouwen tegenover de overheid straalt af op de verschillende overheidslagen en ketenpartners
Door onduidelijkheid over landelijke en provinciale regelingen kunnen gemeenten bewoners onvoldoende duidelijkheid bieden
Het ontbreken van duidelijkheid maakt dat overheidslagen en ketenpartners wachten op elkaar
Gemeenten moeten verschillende opgaven uitvoeren in de schaarse ruimte die hiervoor beschikbaar is
Gemeentelijke ambities en provinciale plannen sluiten niet altijd goed op elkaar aan
Gemeenten zien vaak wel mogelijkheden voor lokale maatwerkoplossingen, maar worden daarin belemmerd door landelijke of provinciale regels of plannen Met name in uitgestrekt buitengebied is toezicht en handhaving moeilijk te organiseren
73
Samenwerking tussen onder andere gemeenten, politie en RIEC is nodig om het risico op ondermijning te beperken
9. Casus 3 Nathalie en Dunya
‘Rachid, wil je alsjeblieft de tussendeur dichtdoen als je terugkomt naar de woonkamer?’ Het 10-jarige neefje van Dunya logeert dit weekend gezellig bij hen thuis, een sociale huurwoning in de Componistenwijk. Het tocht in de woning en dat doet geen goed voor de astma van Nathalie. Haar klachten zijn de afgelopen jaren toegenomen. Dit wijt zij aan de slechte isolatie van de woning en de schimmel die daardoor is ontstaan in huis. De woningcorporatie geeft aan dat hun woning een energielabel B heeft, maar Nathalie en Dunya twijfelen erg of dit wel klopt.
Arbeiderswoningen Nathalie en Dunya zijn midden twintig en wonen sinds een paar jaar samen in de Componistenwijk, een stadswijk uit de jaren ’20 van de vorige eeuw die grotendeels uit eenvoudige arbeiderswoningen bestaat. Nathalie werkt in de horeca en Dunya in de zorg. Nathalie en Dunya hadden altijd een druk sociaal leven, maar de laatste tijd hebben ze er niet de puf voor. Wel passen ze passen regelmatig op hun 10-jarig neefje Rachid.
74
Slechte isolatie Het afgelopen jaar zijn de energiekosten voor hun woning sterk gestegen. Bij de woningcorporatie hebben Nathalie en Dunya hun beklag gedaan over de slechte isolatie. De woningcorporatie gaat daar de komende tijd niets aan doen. Nathalie en Dunya hebben daarom zelf maar duurzaamheidsmaatregelen genomen in hun woning. Zo hebben ze radiatorfolie en tochtstrips aangebracht, met hulp van de kant-en-klaar box van de gemeente.
Stijgende prijzen Door de stijgende energieprijzen wordt het voor Nathalie en Dunya steeds moeilijker om hun woonlasten op te brengen. Ze dreigen hierdoor in financiële problemen te komen, mede door de hoge inflatie. Verhuizen naar een andere woning is voor hen geen optie, vanwege de schaarste aan beschikbare woningen en de hoge(re) huur die in veel gevallen voor deze woningen gevraagd wordt.
1,5 miljoen
3%
>600.000
slecht geïsoleerde woningen.106
Gemiddelde stijging van de huurprijzen in 2022 ten opzichte van 2021, voor sociale huur was dit 2,6%.107
huishoudens leeft in energiearmoede.108
+90.000
12,7%
16,3%
Energiearmoede is gestegen met 90.000 huishoudens (2020-2022), zonder energiecompensatie waren dit er 400.000.108
van hun inkomen geven energiearme huishoudens uit aan de energierekening (2022). In 2020 was dit nog 9%.108
van hun inkomen (gemiddeld) waren energiearme huishoudens in de energetisch slechtste woningen -na compensatie- kwijt aan de energierekening (2022).108
Etentje met vrienden Het valt Dunya op dat Nathalie steeds vaker al wakker is als zij opstaat voor een vroege dienst. ’s Nachts zorgen de financiële zorgen ervoor dat Nathalie de slaap niet goed kan vatten. Hun sociale leven staat even op een laag pitje. Door de stress hebben ze hier minder energie voor; daarnaast kunnen ze het geld goed gebruiken voor andere dingen. Gelukkig worden ze regelmatig uitgenodigd bij vrienden om te komen eten. Als ze daar eenmaal zijn, is het toch altijd wel weer gezellig.
Zonnepanelen Dunya en Nathalie hechten grote waarde aan het klimaat. Zonnepanelen staan dan ook al heel lang op hun wensenlijstje. Daarin staan ze niet alleen in de wijk. In een bewonerscollectief hebben de wijkbewoners hun handen ineengeslagen om gezamenlijk meer voor elkaar te krijgen op het gebied van energie en duurzaamheid. Vanuit dit collectief is de woningcorporatie al meerdere keren verzocht om zonne-
75
panelen te plaatsen. De corporatie staat daar wel voor open, maar pas nadat het groot onderhoud aan het dak heeft plaatsgevonden. Dat staat gepland voor 2026. De schimmel in huis is problematisch voor de astma van Nathalie. Ook hier hebben zij, zelf en via het bewonerscollectief, de woningcorporatie al op aangesproken, eveneens zonder resultaat.
Samenwerken Het bewonerscollectief zoekt regelmatig contact met de beleidsmedewerker wonen op het gemeentehuis, om te kijken of de gemeente op basis van de gemaakte prestatieafspraken de woningcorporatie kan aanspreken op haar verantwoordelijkheid. Het contact met de gemeente liep de afgelopen jaren heel goed. Onlangs is er een nieuwe medewerker duurzaamheid gestart op het gemeentehuis. Dit maakt dat het bewonerscollectief en de gemeente weer even moeten zoeken naar een goede rolverdeling en samenwerking. Ondertussen neemt het collectief zoveel mogelijk eigen initiatief, bijvoorbeeld door het adviseren van bewoners over isolatie.
9.1. Perspectief inwoner Beperkte invloed op omstandigheden Huurders als Nathalie en Dunya hebben beperkt invloed op hun energieverbruik en de verduurzaming van hun woning. Als een woning moeilijk geïsoleerd of verduurzaamd kan worden of de kosten hiervoor erg hoog zijn, dan worden inwoners desondanks geconfronteerd met de stijgende energiekosten waarvoor zij de rekening gepresenteerd krijgen. De bestaansonzekerheid ontstaat dus door omstandigheden waar ze zelf weinig invloed op hebben. Huurders zijn daarbij immers grotendeels afhankelijk van de verhuurder voor het isoleren en verduurzamen van de woning. Huurders in sociale huurwoningen in particulier eigendom zijn het meest kwetsbaar.
Energiearmoede verhoogt kans op gezondheidsproblemen Een veel gekozen oplossing is om de verwarming dan maar uit te zetten. Dit levert alleen, naast oncomfortabele kou, vaak weer andere problemen op. Nathalie is niet de enige die last krijgt van haar gezondheid: TNO heeft onderzoek gedaan en constateerde een correlatie tussen energiearmoede en gezondheid: zorgkosten van jongeren in woningen die niet verwarmd worden zijn gestegen. Kortom, óók het uitzetten van de verwarming kan leiden tot een stijging van kosten.109 Daarnaast kunnen financiële zorgen niet alleen tot fysieke klachten leiden, maar ook impact hebben op de mentale gezondheid van bewoners. Veel mensen met financiële problemen krijgen te maken met psychische klachten, variërend van stress tot depressiviteit.
Verschraling van levensomstandigheden Ook breder leiden problemen op één leefgebied vaak tot problemen op andere vlakken. De Voedselbank geeft aan dat zij een verschraling van de levensomstandigheden zien bij mensen die in financiële problemen komen. Hoewel het veel mensen lukt om uit de schulden te blijven, wordt het op diverse vlakken wel steeds krapper.
‘Wij zien het verpauperen achter de voordeur. Er is geen geld voor uitjes in gezinnen, kinderen doen geen ervaringen meer op. Als er een fiets kapotgaat, kan deze niet gerepareerd worden. Het verkleint de wereld nog verder. De verschillen worden steeds groter. De mensen krijgen eten en drinken van ons, vaste lasten worden betaald uit de uitkering en toeslagen. Maar er is geen luxe meer. Zelfs een koekje bij de thee kan niet meer. Wanneer is het op? Wat is in 2023 een normale standaard van bestaan?’ Cieka Galenkamp, Voedselbank Amersfoort
Een woud aan regelingen: onvoorspelbaar inkomen Kenmerkend voor de groep inwoners die te kampen hebben met financiële onzekerheid is dat zij afhankelijk zijn van velerlei regelingen waarvoor verschillende voorwaarden en looptijden gelden. Het wordt hen bovendien pas laat duidelijk op welke regelingen zij aanspraak kunnen maken en welke voorwaarden daar eventueel voor gelden. Het is onmiskenbaar dat deze financiële regelingen inwoners helpen de gestegen kosten te dragen. Als gevolg van de veelheid en tijdelijkheid van maatregelen blijft het inkomen echter gefragmenteerd en onvoorspelbaar.