CConstaterende datHillegom
Koppel je AI →
Document · PDF

D21 VNG, ledenbrief 23_031 Stand van de uitvoering gemeenten, Actieagenda uitvoeringspraktijk gemeenten.pdf

Gemeenteraad 21 september 2023, gemeente HillegomBij agendapunt: 6: Ingekomen stukken35.079 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 4 van 4

76

Onzekere compensatie energiekosten Huurders kunnen bijvoorbeeld een beroep doen op het noodfonds energie. Het aanvragen daarvan is voor inwoners ingewikkeld en het is een tijdelijke tegemoetkoming. Ook is er de energietoeslag die bij de gemeente aangevraagd kon worden. Daarnaast is er het prijsplafond voor energie, dat door energieleveranciers op de nota verrekend wordt. Voor huurders met een collectieve aansluiting is lang onduidelijk geweest hoe zij gecompenseerd zouden worden. Inmiddels is bekend dat dit via de verhuurder gaat. Inwoners moeten er dan wel op kunnen vertrouwen dat de verhuurder deze compensatie aanvraagt en ook eerlijk verdeelt onder de huurders. Een andere optie voor huurders die worstelen met hun woonlasten is om woonkostentoeslag aan te vragen. Het probleem daarmee is dat het gaat om een tijdelijke toeslag en er per gemeente specifieke regels aan verbonden zijn (bijvoorbeeld een verhuisverplichting, iets wat niet haalbaar is in de huidige huizenmarkt). Kortom, de bestaanszekerheid blijft in het gedrang, met alle stress en vermindering van levensgeluk die daarbij horen. Ook de Woonbond herkent dit beeld, het aantal meldingen bij de diverse meldpunten van de Woonbond is enorm toegenomen.

‘Het Meldpunt energie-alarm is eind 2021 gestart. De bedoeling was dat dit meldpunt een paar maanden zou lopen, toen kwamen de oorlog in Oekraïne en de forse prijsstijgingen. Het meldpunt loopt nog steeds en we ontvangen nog steeds heel veel meldingen over de energieprijs en isolatie van woningen.’ Frederique Westenberg, Woonbond

Onbenut recht op toeslagen Inwoners hebben schroom om toeslagen aan te vragen. Ze zijn bang dat ze bijvoorbeeld de energietoeslag op een later moment (deels) moeten terugbetalen. Het niet-gebruik van regelingen waar men wel recht op heeft kan de financiële situatie van inwoners nog verder verslechteren.

‘De toeslagenaffaire heeft ertoe geleid dat inwoners terug houdend zijn. Soms vragen inwoners geen energietoeslag aan, omdat ze bang zijn dat ze deze op een later moment weer terug moeten betalen. Misschien moeten we het geen ‘toeslag’ meer noemen?’ Wendy Meulens, gemeente Apeldoorn

Gezamenlijke vraagstukken, individuele aanvragen De meeste regelingen waar inwoners als Nathalie en Dunya gebruik van kunnen maken, zijn individuele regelingen. Inwoners moeten deze dus ook individueel aanvragen, ook als het gaat om een gezamenlijke problematiek in een appartementencomplex, straat of wijk. In veel gevallen zijn collectieve oplossingen wenselijk, maar deze ontbreken vaak.

77

Samenredzaamheid In veel wijken ontstaan bewonerscollectieven, zoals ook in de wijk van Nathalie en Dunya. Deze bewonerscollectieven kunnen van grote waarde zijn, omdat ze kunnen helpen om de sociale structuur in een wijk te verstevigen. Het versterkt de zelfredzaamheid (of ‘samenredzaamheid’) van bewoners en zorgt voor oplossingen die ‘van en voor’ bewoners zijn. Bewonerscollectieven ontstaan vaak op initiatief van één of meerdere actieve bewoners van een wijk of buurt. Dit geeft ook gelijk de kwetsbaarheid ervan aan: niet in elke wijk of buurt is een bewonerscollectief en het is ook niet zomaar van buitenaf te organiseren. In meer kwetsbare wijken ontbreekt vaak een bewonerscollectief, omdat bewoners daar veel bezig zijn met hun eigen problemen en niet de energie kunnen opbrengen om een bewonerscollectief op te zetten. Bestaansonzekerheid bedreigt hier ook het ontstaan en voortbestaan van bewonerscollectieven.

‘Het is heel ingewikkeld om energie te besteden aan iets terwijl je niet weet of je je rekeningen kunt betalen.’ Kristel Jeuring, Landelijke Samenwerkingsverband Actieve bewoners (LSA bewoners)

9.2. Perspectief gemeente Opgaven op wijkniveau Gemeenten hebben een verantwoordelijkheid voor de leefomgeving van hun inwoners. Die leefomgeving wordt niet per individuele inwoner bepaald, maar krijgt vorm op het collectieve niveau van een straat, flat, wijk of kern. Veel gemeenten werken dan ook wijkgericht, samen met andere partijen die hier een rol in spelen. Vanuit de casus van Nathalie en Dunya is de woningcorporatie zo’n belangrijke partij. De woningcorporatie heeft een aantal directe verantwoordelijkheden richting haar huurders en de gemeente maakt met de woningcorporatie prestatieafspraken om te zorgen dat huurders voldoende woonzekerheid hebben. Daarnaast hebben gemeenten een rol in de energietransitie en de verduurzaming van woningen. Ook deze opgave wordt vaak op wijkniveau opgepakt en kan verschillen per type wijk. De gemeente kan deze opgave niet alleen invullen, maar heeft ook hier weer de samenwerking met andere partijen nodig.

Versnippering van tijdelijke regelingen Het rijk stelt allerlei regelingen en potjes beschikbaar rond het thema energie. Naast het feit dat dit geheel aan regelingen voor gemeenten moeilijk te overzien is, gaat het vaak ook om tijdelijke regelingen en subsidies, die voor zeer specifieke doeleinden bestemd zijn (zoals bijvoorbeeld een bedrag per woning voor isolatie). Dit maakt dat gemeenten veel tijd kwijt zijn aan het aanvragen van deze regelingen en aan de verantwoording die hierbij hoort. Ook kunnen gemeenten door de smalle afbakening van regelingen en subsidies moeilijk tot integrale, gebiedsgerichte oplossingen komen, waarbij zij zelf de inschatting maken wat in hun gemeente de beste oplossing is. Gemeenten buigen zich bijvoorbeeld ook over het vraagstuk hoe je de kwetsbaarste inwoners meeneemt, ook met een koophuis. En welke mogelijkheden er zijn om de inwoners die het echt niet zelf kunnen een soort ‘kant en klaar’-oplossing te bieden.

‘Gemeenten dreigen ‘subsidie-junkies’ te worden, die uit alle macht proberen gebruik te maken van het brede en gefragmenteerde geheel aan landelijke regelingen. Als die regelingen dan ook nog allemaal verschillende verantwoordingseisen kennen, dan wordt de puzzel voor gemeenten helemaal ingewikkeld.’ Nick Rombout, gemeente Oss

78

Inwoners die tussen wal en schip vallen, komen toch vaak bij de gemeente uit Gemeenten zijn voor inwoners vaak het eerste loket waar zij terechtkomen als zij in de problemen komen of wanneer zij bij andere instanties niet terecht kunnen. Veel gemeenten proberen hun inwoners dan ook op allerlei manieren te helpen om hun energiekosten omlaag te brengen, ook wanneer hun woning moeilijk te verduurzamen is of de woning niet van henzelf is. Hierbij speelt ook mee, dat gemeenten zich bewust zijn van het feit dat problemen van inwoners op één leefgebied zich ook kunnen doorvertalen naar andere leefgebieden, waardoor de situatie van inwoners verder verslechtert en ook de maatschappelijke kosten uiteindelijk snel oplopen.

Praktijkvoorbeeld: Energiecoaches leggen contact met inwoners De gemeente Apeldoorn zet energiecoaches en wijkteams in, die er soms bewust voor kiezen om niet te noemen dat zij namens de gemeente komen. Sommige inwoners hebben veel wantrouwen richting de overheid: dat kan ook afstralen op de gemeente. Soms komen de energiecoaches en wijkteams makkelijker binnen bij mensen door te werken onder een andere naam en logo.

Cruciale rol van woningcorporaties Gemeenten maken vanuit hun integrale blik afspraken met andere partijen. In situaties zoals de casus van Nathalie en Dunya spreekt de gemeente de woningcorporatie aan op de gemaakte prestatieafspraken. De woningcorporatie heeft immers als eigenaar van de woningen een cruciale rol in de verduurzaming ervan. Het is de meest effectieve manier om de energiekosten voor haar huurders te beperken. Gemeenten en corporaties hebben weliswaar prestatieafspraken, maar deze gelden vaak voor een wat langere periode. Dit maakt dat bij acute situaties, zoals de snel stijgende energieprijzen in de afgelopen periode, aanvullende afspraken nodig zijn. Bij woningcorporaties spelen vaak ook andere belangen mee dan alleen het per direct omlaag brengen van de energiekosten voor huurders. Zo hebben zij vaak lange termijnplanningen voor onderhoud en/of vervanging van (met name oudere) woningen. Dat kan voor de woningcorporatie een reden zijn om op korte termijn niet te willen investeren in kleiner onderhoud, zoals het plaatsen van zonnepanelen op een dak dat over twee jaar vervangen wordt. Huurders kunnen hierdoor echter wel geconfronteerd worden met hoge energiekosten.

Oplossingen op wijkniveau In casussen als die van Nathalie en Dunya proberen gemeenten vaak te kijken naar oplossingen op wijkniveau. Ze trekken bijvoorbeeld actief de wijk in om bewoners op te zoeken en te kijken wat zij voor hen kunnen doen. Dit gebeurt bijvoorbeeld vanuit wijkteams of speciale ‘energiecoaches’.

Praktijkvoorbeeld: Ervaringsdeskundige geeft advies De gemeente Oss heeft een energiecoach in dienst die zelf in een huurwoning van een woningcorporatie heeft gewoond. Deze energiecoach begrijpt de situatie van huurders en weet goed wat je wel en niet kunt doen in een huurwoning en kan vanuit deze eigen praktijkervaring inwoners goed adviseren over het verduurzamen van hun woning en het besparen op hun energielasten.

Individueel karakter van regelingen Waar gemeenten wel veel tegenaanlopen is, dat veel landelijke regelingen een individualiserend karakter hebben en dus niet goed aansluiten op een wijkgerichte aanpak. Gemeenten moeten hier dus zelf oplossingen voor zien te vinden.

Bewonerscollectief houdt regie Met bewonerscollectieven, zoals ook in de casus van Nathalie en Dunya, hebben veel gemeenten positieve ervaringen. Deze bewonerscollectieven ontstaan naar hun aard organisch in een wijk waar actieve bewoners zijn die zich verenigen in een dergelijk collectief. Dit maakt dat het niet mogelijk is om

79

een voorbeeld van een succesvol collectief zomaar te kopiëren naar een naastgelegen wijk. Ook is een risico voor gemeenten dat zij te veel willen sturen op een bewonerscollectief, ook al is dit vanuit goede bedoelingen. Voor het voortbestaan van een bewonerscollectief is nodig dat de verantwoordelijkheid en regie bij de bewoners zelf blijven liggen.

Ondersteuning van huurteams Hoewel huurders afhankelijk zijn van hun verhuurder, hebben zij ook een belangrijk recht in de vorm van het initiatiefrecht huurders.110 Dit geeft huurders het recht een redelijk voorstel te doen aan de verhuurder voor het aanbrengen van energiebesparende maatregelen aan de buitenschil van de woning. Echter, veel huurders weten dit niet of zijn niet in staat om adequaat voor dit recht op te komen. Wat kan helpen om de weerbaarheid van kwetsbare huurders te vergroten is wanneer gemeenten een huurteam oprichten en/of bekostigen. Huurteams helpen huurders op diverse vlakken zoals het afdwingen van huurverlaging, meedenken in oplossingen voor slecht onderhoud, en, in het geval van Nathalie en Dunya, helpen met acties gericht op verduurzaming, met als uiterste middel het aanspannen van een rechtszaak.

9.3. Perspectief ketenpartners Losse regelingen zonder samenhang Het knelpunt van de vele losse en individueel ingerichte regelingen is in de voorgaande paragrafen al benoemd. Wat hierbij nodig is, is dat vanuit de verschillende verantwoordelijke instanties (veelal de verschillende beleidsdirecties van diverse departementen) bij het ontwerpen van deze regelingen gekeken wordt vanuit het vraagstuk van de inwoner, en dan nog het liefst op wijkniveau. Hiermee kunnen regelingen ontwikkeld worden die beter op elkaar aansluiten, meer structurele oplossingen mogelijk maken en ook een wijkgerichte aanpak faciliteren.

Deelverantwoordelijkheden staan een integrale benadering in de weg Het deelbelang van de woningcorporatie als een van de ketenpartners, is al benoemd. Woningcorporaties zijn verantwoordelijk voor hun huurders, maar slechts zolang zij ook daadwerkelijk in een woning van de corporatie wonen. Omdat Nathalie en Dunya een gebrek aan hun huis hebben (schimmel), kunnen ze ook de huurcommissie inschakelen. Zij kunnen inwoners ondersteunen bij het matigen van de huur als gevolg van dit gebrek. Afhankelijk van het aantal zaken dat bij de huurcommissie gemeld wordt en de beschikbare capaciteit, kan hier echter enige tijd overheen gaan.

Maatschappelijke effecten in de keten In situaties zoals die van Nathalie en Dunya waarbij de problemen toenemen, kan het zijn dat de maatschappelijke kosten van deze inwoners veel groter worden dan de kosten van het verduurzamen van de woning. In het meest extreme geval kan het er zelfs toe leiden dat bewoners de woning moeten verlaten en op straat komen te staan. De verantwoordelijkheid van de woningcorporatie houdt dan op, maar de problemen van de inwoners worden alleen maar groter en de gemeente krijgt hier vaak ook mee te maken. Dit kan bijvoorbeeld zijn wanneer de bewoners die op straat komen te staan aankloppen bij de maatschappelijke opvang. Vanuit hun brede takenpakket hebben gemeenten vaak een integraler beeld van de problematiek van hun inwoners, maar ook van de benodigde oplossingen. Deze oplossingen moeten echter in veel gevallen tot stand komen in samenwerking met ketenpartners. In de besproken casus is dat vooral de woningcorporatie. Betere afspraken in de keten over taken en verantwoordelijkheden en het werken vanuit een integraal, inwonergericht perspectief kunnen helpen om tot betere oplossingen te komen voor individuele inwoners en voor de maatschappij als geheel.

80

81

9.4. Samenvatting knelpunten Knelpunt

Inwonerperspectief

Veel verschillende en niet-structurele regelingen en ‘potjes’

Inwoners hebben vaak onvoldoende overzicht over het totaal van allemaal losse regelingen en potjes rond energie en verduurzaming

Complex geheel van regelingen

De voorwaarden, procedures en mogelijke consequenties van het gebruik van regelingen zijn voor inwoners vaak niet goed te overzien

Wantrouwen bij inwoners waardoor zij regelingen niet aanvragen

Door de affaire kinderopvangtoeslag zijn veel inwoners terughoudend bij het aanvragen van toeslagen, waaronder de energie-toeslag, uit angst dat zij deze op een later moment (deels) moeten terugbetalen

Verschillende instanties handelen vanuit eigen belangen, waardoor inwoners de dupe kunnen worden

Inwoners hebben zelf soms beperkt invloed op hun energieverbruik en de verduurzaming van hun woning, maar betalen wel de rekening

Kwetsbaarheid op één leefgebied kan ook gevolgen hebben voor andere leefgebieden, waardoor de maatschappelijke kosten veel hoger liggen

Financiële problemen van inwoners kunnen ook van invloed zijn op hun mentale en fysieke gezondheid

Regelingen zijn individueel ingestoken, terwijl de problematiek op wijkniveau speelt

Iedere inwoner moet voor zijn eigen problemen opkomen; collectieve oplossingen, bijvoorbeeld via bewonersinitiatieven, zijn vaak beperkt aanwezig

Bewonerscollectieven moeten organisch ontstaan en kunnen niet zomaar geregisseerd of gekopieerd worden

Het samen optrekken in een bewonerscollectief versterkt de sociale structuren in een wijk en de zelfredzaamheid van burgers, maar vraagt wel om enkele actieve inwoners die hierin het initiatief nemen

82

Gemeenteperspectief

Ketenpartnerperspectief

Gemeenten moeten steeds opnieuw regelingen en subsidies aanvragen en afzonderlijk verantwoorden en kunnen vanwege het incidentele karakter moeilijk structureel beleid maken Voor gemeenten is het totaal van regelingen, met verschillende voorwaarden, procedures en verantwoordingssystematieken ook niet te overzien

Regelingen worden vanuit verschillende instanties ontwikkeld, waardoor zij onvoldoende op elkaar aansluiten

Doordat inwoners geen gebruik maken van regelingen waar zij wel recht op hebben, komen zij verder in de problemen en via andere ingangen bij de gemeente terecht

Als ketenpartners hun verantwoordelijkheid strak afbakenen en inwoners hier de dupe van worden, dan komen inwoners uiteindelijk bij de gemeente terecht

Betere afspraken over rollen en verantwoordelijkheden zorgen ervoor dat er meer vanuit inwoner- en ketenbelang gedacht wordt

Vanuit haar brede takenpakket ervaart de gemeente de gevolgen van problemen van inwoners op één leefgebied die van invloed zijn op andere leefgebieden

Doordat ketenpartners vanuit hun eigen deelverantwoordelijkheid kijken, worden problemen van inwoners niet integraal opgepakt en zijn de totale maatschappelijke kosten uiteindelijk hoger

Gemeenten proberen tot oplossingen op wijkniveau te komen, maar regelingen zijn hier vaak niet op ingericht

Gemeenten hebben vaak goede ervaringen met bewonerscollectieven in bepaalde wijken, maar kunnen deze aanpak niet zomaar kopiëren naar andere wijken

83

84

Wat is er nodig? Actieagenda

85

10. Conclusies en acties Vijf conclusies en reden tot zorg In dit afsluitende deel C maken we de balans op. Op basis van de analyse uit de eerste twee delen trekken we conclusies over de stand van de gemeentelijke uitvoering. Het beeld dat we ophaalden is opvallend consistent: er zijn serieuze zorgen over de gemeentelijke uitvoering en de urgentie om zaken anders te doen is groot. De conclusies ordenen we langs vijf thema’s: 1 Kiezen in schaarste 2 Van pleisters naar preventie 3 Slim sturen met regels en geld 4 Effectieve ketensamenwerking: de AVG als mogelijk-maker 5 Personeel als het gouden fundament

We staan samen aan de lat De vijf conclusies werken we in dit hoofdstuk beknopt uit. Aan elk van deze thema’s koppelen we ook acties; samen vormen deze de actieagenda. De aanbevelingen die zijn opgenomen in de actieagenda zijn gericht aan zowel het rijk als aan gemeenten (individueel en gezamenlijk). Het versterken van de uitvoering is immers een gezamenlijke opgave.

Renoveren en herstellen De agenda bevat twee typen acties: • Renovaties: structureel verbeteren van de gemeentelijke uitvoering op de langere termijn • Herstelwerkzaamheden: oplossen van concrete ‘weeffouten’ en urgente knelpunten in de uitvoeringspraktijk op de korte termijn Beide soorten acties kunnen per direct opgepakt worden, maar de scope van de acties en de snelheid waarmee resultaat bereikt kan worden, verschilt per type actie.

10.1 Conclusie 1: Kiezen in schaarste ‘Niet alles kan en zeker niet tegelijkertijd, de overheid moet keuzes maken’. Met deze boodschap lanceerde de Raad van State haar jaarverslag over 2022.111 De uitvoeringsorganisaties van het rijk geven in hun Staat van de Uitvoering ook een nadrukkelijke waarschuwing af over de personeelstekorten en het vraagstuk rondom de verdeling van schaarste.112 Er dienen scherpere keuzes gemaakt te worden en er zal vaker nee gezegd gaan worden. Deze boodschappen sluiten naadloos aan bij het signaal dat gemeenten afgeven in deze Stand van de Uitvoering.

De gemeente als sluitpost Het decentraliseren van taken naar gemeenten is een trend die al langere tijd gaande is. Daarnaast zijn gemeenten de afgelopen tijd vaak ingesprongen op opgaven die elders niet belegd of uitgevoerd konden worden, niet zelden met een crisis- of ad hoc karakter en bijbehorend tempo. Zo hebben gemeenten inmiddels al drie keer de energietoeslag uitgekeerd, hebben zij in sneltreinvaart opvang gecreëerd voor meer dan 90.000 Oekraïense ontheemden, verzorgen zij met de Veiligheidsregio’s de crisisnoodopvang van asielzoekers, hebben zij een grote rol gespeeld in het uitvoeren van corona-steunmaatregelen et cetera. De druk op de gemeentelijke uitvoering zal alleen maar toenemen als andere partijen vaker nee gaan zeggen of niet aan hun taken kunnen voldoen. Dat is voor de gemeentelijke uitvoering, die al overbelast is, geen houdbare situatie.

Kiezen met visie Scherpere keuzes zijn nodig over waar de uitvoering van taken belegd moet worden. Deze keuzes moeten niet gebaseerd zijn op de vraag welke instantie bereid of in staat is om een nieuwe taak op te pakken.

86

Middelen (zowel personele als financiële) horen niet leidend te zijn bij de vraag waar een taak belegd moet worden. Wat nodig is, is een visie op de rol van verschillende uitvoerende overheidsinstanties. Op basis van deze visie kan een afwegingskader opgesteld worden dat antwoord geeft op de vraag of een taak logischerwijs bij gemeenten hoort of juist bij andere partijen, zoals één van de uitvoeringsorganisaties van het rijk. Afwegingen die hierin een plek kunnen krijgen, zijn bijvoorbeeld: • Zijn er lokale beleidskeuzes nodig/wenselijk of juist uniform landelijk beleid? • Moet de uitvoering van de taak in de lokale leefwereld van inwoners verankerd zijn of kan de uitvoering centraal georganiseerd worden? • Gaat het om een taak die op zichzelf staat en weinig impact heeft op andere leefdomeinen van inwoners, of is sprake van een taak die grote impact heeft op andere leefdomeinen en dus in nauwe samenhang met andere bestaande taken uitgevoerd moet worden (en waarbij dus gekeken dient te worden waar de uitvoering van deze bestaande taken belegd is)? Op basis van zo’n afwegingskader kunnen rijk en gemeenten gezamenlijk tot beter onderbouwde keuzes komen.

Bij de keuze voor lokale uitvoering, bestaan vervolgens nog verschillende varianten: gemeenten kunnen taken ook uitbesteden aan andere partijen, maar taken kunnen ook in regionaal verband uitgevoerd worden (verlengd lokaal bestuur). De middelen die nodig zijn om taken uit te voeren, vloeien vervolgens logischerwijs voort uit deze keuzes. Hierop wordt onder conclusie 3 – Slim sturen met regels en geld verder ingegaan.

Kiezen in spagaat Gemeenten zitten bij dit soort keuzes in een lastige spagaat. Aan de ene kant staat de uitvoeringskracht onder druk, zowel door stapeling van opgaven als door krapte op de arbeidsmarkt en in de portemonnee. Aan de andere kant staan gemeenten in nauwe verbinding met de lokale samenleving en zijn lokale bestuurders loyaal aan hun kiezers. ‘Als een inwoner op de stoep staat met zijn problemen, gooi je niet makkelijk even de deur dicht.’ Nee zeggen zit niet sterk in het gemeentelijk DNA verankerd.

Actieagenda Kiezen in schaarste • Stel als rijk en gemeenten gezamenlijk een afwegingskader op over de positionering van de uitvoering van overheidstaken, waarmee op een transparante en coherente wijze keuzes gemaakt kunnen worden waar de uitvoering van taken belegd wordt. Dit afwegingskader kan ondergebracht worden bij het nieuwe Beleidskompas, dat onlangs is gelanceerd.113 • Vul vanuit het rijk de opdrachtgeversrol en de randvoorwaarden richting uitvoeringsorganisaties zodanig in dat, wanneer een taak logischerwijs centraal uitgevoerd dient te worden, de betreffende uitvoeringsorganisatie een heldere opdracht hiervoor krijgt en ook de middelen om de taak goed te kunnen uitvoeren. • Gebruik als gemeenten (individueel en collectief via de VNG) het afwegings- kader om duidelijker ‘nee’ te zeggen, wanneer de uitvoering van een taak logischerwijs niet bij gemeenten behoort te liggen.

87

10.2 Conclusie 2: Van pleisters naar preventie Inwoners kloppen bij de gemeente en haar partners aan op het moment dat ze ondersteuning nodig hebben bij allerhande vraagstukken, van schuldenproblematiek tot het realiseren van voorzieningen zoals speelplekken in de buurt. Ook als mensen niet uit zichzelf naar de gemeente komen, nemen gemeenten vaak een proactieve rol in, om mensen die dat nodig hebben eerder te bereiken of om (escalatie van) problemen voor te zijn. Enkele voorbeelden uit de cases in dit rapport zijn laagdrempelige spreekuren voor financiële vragen in de wijk, relatiemanagement voor agrariërs, actief beleid op leegstand in het buitengebied om ondermijning te voorkomen en een wijkgerichte aanpak voor verduurzaming.

Preventie onder druk Voor een deel voeren gemeenten zelf dit soort preventieve activiteiten uit, maar daarnaast zijn er ook allerlei partijen in het zogenoemde ‘voorliggend veld’ die hier een rol in vervullen. Vaak zijn dit lokale partijen die (voor een deel) draaien op vrijwilligers en voor hun voortbestaan afhankelijk zijn van gemeentelijke subsidies. Mede door financiële tekorten bij gemeenten dreigt een verschraling van de sociale basisinfrastructuur te ontstaan, waardoor deze gemeentelijke preventieve rol onder druk komt te staan.

Hulp te laat Gemeenten signaleren daarnaast in de uitvoering van hun brede takenpakket dat zij regelmatig pleisters aan het plakken zijn op problemen die eerder in de keten voorkomen hadden kunnen worden; het gaat dan dus niet om preventie door gemeenten zelf, maar door andere partijen. Als gevolg van het ontbreken van de preventie elders, kloppen meer inwoners aan bij de gemeente en wordt de problematiek ook zwaarder. Dit komt in de analyse in deze Stand van de Uitvoering op verschillende manieren naar voren:

1 Verantwoordelijkheid en visie Als de verantwoordelijkheid voor preventie niet duidelijk belegd is, dan hebben de instanties achter in de keten daar het meest last van. Een voorbeeld hiervan is de casus van Ronald en Marijke, waarbij in de analyse bleek dat het gebrek aan voorlichting aan zzp’ers ‘aan de voorkant’ (bijvoorbeeld in de opleiding of bij hun inschrijving als ondernemer) over de (administratieve) verantwoordelijkheden bij het ondernemerschap leidt tot problemen later. Nu wordt de gemeente geconfronteerd met een zzp’er die al in de schulden zit. Dit vraagt ook om een langere termijn visie op domeinoverstijgende maatschappelijke vraagstukken. Zo komt in alle cases de vraag terug wat het gedeelde beeld is van een voldoende niveau van bestaanszekerheid voor inwoners en welke ketenpartner daarbij welke rol heeft.

2 Complexe regelingen zonder oog voor de mens Systemen en regelingen zijn te complex voor mensen, waardoor ze onbedoeld in de problemen komen of in hun handelen beperkt worden. De menselijke maat is zoek. In de analyse van de casussen kwamen hierbij de voorbeelden aan de orde van verschillende inkomenscomponenten en regelingen met verschillende eisen waaruit inwoners hun inkomen bij elkaar scharrelen, de geschetste WIA-problematiek in de casus van Ronald en Marijke, de herberekening van toeslagen voor het hele jaar bij een wisselend inkomen et cetera. Ook de terughoudendheid bij inwoners om toeslagen aan te vragen uit angst dat zij deze op een later moment weer moeten terugbetalen, is hier een uiting van.

3 Onduidelijkheid maakt afwachtend Het ontbreken van (tijdige) duidelijkheid zorgt voor onzekerheid en gebrek aan perspectief bij inwoners en maakt dat partijen in de keten afwachtend zijn. Dit bleek heel duidelijk in de analyse van de casus van Gerrit, waar het ging over de fundamentele onzekerheid bij boeren over hun toekomstperspectief, waarbij het ontbreken van duidelijkheid er ook toe leidt dat banken geen financiering meer verstrekken. In al deze situaties ontstaat onnodige escalatie van problemen, die met behulp van de figuurlijke pleisters gefikst moeten worden, terwijl het voor alle betrokkenen beter zou zijn om de problemen in een eerder stadium te voorkomen of bijtijds een structurele oplossing te regelen.

88

Bestaansonzekerheid voorkomen Voor inwoners betekent dit dat zij langer dan nodig in situatie van bestaansonzekerheid verkeren en dat problemen onnodig groot worden. Voor gemeenten betekent dit dat zij meer inwoners met een grotere ondersteuningsbehoefte aan de spreekwoordelijke balie krijgen. Dit vraagstuk vraagt om overheidsbreed samenwerken vanuit een gezamenlijke visie op maatschappelijke vraagstukken, vanuit de leefwereld van inwoners. Daarbij horen inzet op complexiteitsreductie en een solide sociale basisinfrastructuur, het maken van afspraken over verantwoordelijkheidsverdeling tussen overheden en het beschikbaar stellen van de benodigde middelen om de afspraken na te komen.

Actieagenda Van pleisters naar preventie • Ontwikkel nieuwe wet- en regelgeving als rijk samen met gemeenten en andere partners en neem hierbij het perspectief van inwoners als vertrekpunt. - Voorkom hierbij complexiteit van de regelgeving zelf; - Voorkom ongewenste tegenstrijdigheden in de samenhang met andere (bestaande) wet- en regel- geving; - Zorg dat elke nieuwe regel uitlegbaar, uitvoerbaar en juridisch houdbaar is.

• Kijk als gezamenlijke ketenpartners naar de rol die preventie kan spelen in het voorkomen van problemen voor inwoners en het borgen van hun bestaanszekerheid. Beleg de verantwoordelijkheid voor deze preventietaak expliciet bij de ketenpartner die hier het beste voor geëquipeerd is en zorg voor voldoende middelen om deze preventietaak in te vullen. Concrete voorbeelden die indeze Stand van de Uitvoering aan de orde gekomen zijn: - Voorlichting aan (toekomstige) zzp’ers over de financiële verantwoordelijkheden die bij het onder nemerschap horen. Dat kan in de vorm van opleiding of informatieavonden. De inschrijving bij de KVK is een goed moment om een nieuwe ondernemer hierop te attenderen. - Opbouwen en onderhouden van een structurele relatie met bewoners van het buitengebied om samen met hen te kijken naar de toekomst van de agrarische sector en het tegengaan van onder- mijning. Hierbij kunnen gemeenten samen optrekken met bijvoorbeeld het RIEC, politie, OM of omgevings diensten. Erfbezoeken, informatieavonden of informele borrels zijn mooie middelen daarvoor. - Stimuleren en faciliteren van bewonerscollectieven die in wijken en kernen laagdrempelige ondersteuning kunnen bieden aan inwoners en (daarmee) een belangrijke partner van de overheid kunnen zijn.

• Investeer als gemeenten in het structureel versterken van de sociale basisinfrastructuur en voorkom verschraling door bezuinigingen in financieel krappe tijden. Leer hierbij ook van goede praktijkvoorbeelden uit andere gemeenten. Zorg als rijk voor voldoende langjarige financiële zekerheid voor gemeenten om dit mogelijk te maken. • Neem als rijk en gemeenten complexiteit en tegenstrijdigheden bij bestaande regelingen weg. Enkele voorbeelden uit deze Stand van de Uitvoering:

89

Stijging van toeslagen waardoor inwoners niet meer in aanmerking komen voor kwijtschelding gemeentelijke lasten. Impact van onregelmatige inkomsten op een WIA-uitkering (zoals al benoemd in de Knelpunten- brief 2022 van UWV).

- Herberekening van toeslagen bij flexibel inkomen, waardoor inwoners geen inkomenszekerheid hebben. - Verantwoordelijkheid van inwoners om bij (tijdelijke) werkloosheid wijzigingen met betrekking tot de kinderopvangtoeslag zelf door te geven en de aansluiting van vergoeding door het rijk en vergoeding door gemeenten op grond van sociaal medische indicatie. - Verantwoordelijkheid voor huurders om bij huurverlaging sociale huur zelf verlaging toeslagen aan te vragen.

• Versterk de ketensamenwerking door een betere onderlinge bereikbaarheid van ketenpartners:

Zorg dat medewerkers van gemeenten laagdrempelig contact kunnen opnemen met vaste contactpersonen bij uitvoeringsorganisaties, via een direct doorkiesnummer. Maak afspraken over welke informatie medewerkers van gemeenten mogen opvragen bij uitvoeringsorganisaties, zodat medewerkers van uitvoeringsorganisaties op een uniforme wijze met gemeenten kunnen communiceren (zie ook conclusie 4 - Effectieve ketensamenwerking: de AVG als mogelijk-maker).

10.3 Conclusie 3: Slim sturen met regels en geld Wetten en financiering: dat zijn grofweg de twee manieren waarop uitvoering aangestuurd kan worden.

Disbalans tussen enerzijds inzet wetten en financiering en anderzijds maatschappelijke opgaven Het rijk stuurt uitvoeringsorganisaties aan via landelijke wetten en financiering. We spreken dan van een centrale uitvoering. Richting gemeenten gaat het om een decentrale uitvoering. Bij gemeentelijke uitvoering is er ook vaak ruimte voor (aanvullende) lokale sturing, via lokaal beleid en/of lokale financiering. Landelijke wet- en regelgeving die ontworpen is met de menselijke maat en uitvoerbaarheid als uitgangspunt, biedt de lokale uitvoeringspraktijk een duidelijk kader, met ruimte voor lokaal maatwerk waar nodig. Passende (structurele) financiering biedt de uitvoering de randvoorwaarden om taken uit te voeren op een wijze die past bij de lokale behoefte. Gemeenten signaleren op dit moment echter een disbalans tussen de wijze waarop de instrumenten wetten en financiering ingezet worden en de opgaven waar zij voor aan de lat staan.

Slim sturen met regels We signaleren verschillende knelpunten ten aanzien van wet- en regelgeving in de uitvoering bij gemeenten.

Regel op regel: Complexiteit en stapeling van regels Gemeenten krijgen in de uitvoering veel te maken met nieuwe wet- en regelgeving die geïsoleerd voor een specifieke taak ontwikkeld is, zonder oog voor samenhang met andere aanpalende uitvoeringstaken. Dit leidt tot stapeling van wetgeving, waarbij dezelfde medewerkers steeds opnieuw met nieuwe wettelijke kaders geconfronteerd worden. Het leidt er ook toe dat de verschillende wetten en regelingen vaak niet goed op elkaar aansluiten of zelfs tegenstrijdig zijn, waardoor de uitvoeringspraktijk (onnodig) complex wordt, zowel voor medewerkers als voor de inwoners die erdoor geraakt worden. Denk aan verschillende inkomensregelingen die ook door verschillende uitvoerende partijen uitgevoerd worden (de casus van Ronald en Marijke) en verschillende regelingen rond energie en verduurzaming (de casus van Nathalie en Dunya). De implementatietijd van wet- en regelgeving is vaak beperkt en als iets niet meteen goed gaat, wordt er weer een andere regel bovenop gestapeld. Een gedegen feedbackloop met de praktijk is nodig en een gelijkwaardig gesprek tussen rijk en gemeenten over welke zaken niet goed gaan. Van hieruit kan gezamenlijk gewerkt worden aan meer structurele en integrale oplossingen.

90

De stapeling van wetgeving wordt nog versterkt doordat, naast landelijk beleid, gemeenten in toenemende mate te maken krijgen met wetgeving uit Europa. Deze wetgeving heeft soms directe werking en soms moet doorvertaling plaatsvinden in nationale wetgeving. Grote ontwikkelingen als de Green Deal en Digital Decade hebben grote gevolgen voor gemeenten. Gemeenten zijn nog niet altijd goed op de hoogte van wat uit Europa op hen afkomt. Ook het bewaken van de uitvoerbaarheid is hier een aandachtspunt, evenals interbestuurlijke samenwerking op deze thema’s en coördinatie op samenhangende implementatie.

Uitvoerbaarheid als uitgangspunt Ook de uitvoerbaarheid van wet- en regelgeving staat onder druk. Bepalingen in wet- en regelgeving sluiten niet altijd aan bij wat mogelijk of nodig is in de praktijk. Het etiket ‘crisis’ werd de afgelopen periode regelmatig gebruikt als excuus om af te wijken van reguliere afspraken over interbestuurlijke samenwerking: consultatietermijnen voor gemeenten worden ingekort en de tijd om de uitvoerbaarheid voor gemeenten in de praktijk te onderzoeken is er te vaak niet of zeer beperkt. Wanneer door gemeenten (bijvoorbeeld via de VNG) wel praktijksignalen over de uitvoerbaarheid ingebracht worden in het wetgevingsproces, worden deze signalen soms terzijde geschoven. De spreidingswet asiel is hier een pijnlijk voorbeeld van. Dat is onwenselijk, omdat niet uitvoerbare wetten hun doel ook niet bereiken. Een zorgvuldige toets op uitvoerbaarheid is niet alleen nodig bij wetsvoorstellen zelf, maar ook op eventuele aanvullende amendementen en/of lagere regelgeving zoals AMvB’s en Ministeriële Regelingen. Bij de toets op uitvoerbaarheid dient bovendien niet alleen gekeken te worden naar de uitvoerbaarheid van het geïsoleerde wetsvoorstel, maar ook naar de uitvoerbaarheid in samenhang met andere bestaande aanpalende wet- en regelgeving. Medewerkers in de uitvoering kunnen deze samenhang vaak haarfijn aanwijzen.

Slim sturen met geld Gemeenten ervaren ook ten aanzien van geld, het andere sturingsinstrument, de nodige knelpunten.

Onvoldoende structurele financiële basis: verschraling van broodnodige basisvoorzieningen De opgaven waar gemeenten voor aan de lat staan zijn veelal structurele opgaven, die vragen om investeringen. Daarvoor is structureel geld nodig. Met de voorgenomen herziening van de financieringssystematiek van gemeenten per 2026 is grote onduidelijkheid ontstaan over de financiële positie van gemeenten. Dat leidt bij gemeenten tot terughoudendheid bij het doen van investeringen die juist nodig zijn om met deze opgaven aan de slag te gaan, of zelfs tot voorbereidingen voor nieuwe bezuinigingen. Daarnaast leidt dit, door de financiële keuzes die gemaakt moeten worden, tot een verschraling van het niveau van sociale basisvoorzieningen (zoals bibliotheek, zwembad, buurthuis), terwijl we in dit onderzoek juist zien wat de voordelen zijn van een dergelijke infrastructuur: laagdrempelige aanwezigheid in de wijk, sociale cohesie en de kracht van wijkinitiatieven.

Tijdelijke en strak afgebakende financiering: tijdrovende verantwoording Tegelijkertijd is een fikse toename te zien van het aantal specifieke uitkeringen (spuks), gekoppeld aan akkoorden en deals als GALA, regiodeals, citydeals, towndeals, nationaal programma landelijk gebied et cetera. Het gaat hier om tijdelijke gelden, de voor een specifiek doel ingezet moeten worden en waarover gemeenten zich separaat moeten verantwoorden. Ook worden eisen gesteld aan de wijze van verstrekken, die per dossier weer anders zijn. Soms loopt de financiering via een centrumgemeente of via de provincie. Bij de analyse van de casus van Nathalie en Dunya bleek dat gemeenten bijvoorbeeld rond het onderwerp energie en duurzaamheid veel tijd kwijt zijn aan het binnenhalen van deze tijdelijke gelden, maar ook met de (onderling steeds weer verschillende wijzen van) verantwoording. Ook bij de casus van Gerrit bleek dit te spelen bij de verschillende opgaven die gemeenten in het buitengebied hebben. De tijd die gemeenten hieraan kwijt zijn, is tijd die niet besteed kan worden aan de uitvoering, terwijl juist daar meters gemaakt kunnen worden om (preventief) de bestaanszekerheid van inwoners te waarborgen. Bovendien ervaren gemeenten dat de gefragmenteerde financiering haaks staat op de gebiedsgerichte aanpak die nodig is om maatschappelijke opgaven aan te pakken.

91

Aansluiten bij lopende ontwikkelingen: zorgvuldig beleidsproces Het rijk zet op dit punt stappen door de introductie van een Beleidskompas114 en een Uitvoerbaarheidstoets Decentrale Overheden (UDO) als onderdeel van de Actieagenda Sterk Bestuur.115 Beide bieden handvatten voor een zorgvuldig beleidsproces met betrokkenheid van medeoverheden. De bedoeling is dat dit proces leidt tot uitvoerbare voorstellen met een goede balans tussen ambities, verantwoordelijkheden en middelen. Van gemeenten vraagt dit (via de VNG) een goede betrokkenheid in het interbestuurlijke traject en een goede verbinding met de gemeentelijke uitvoeringsnetwerken. Ook de herziening van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) biedt gemeenten straks meer ruimte om, indien nodig, maatwerk te bieden. Van gemeenten vraagt dit ook een cultuuromslag. Deze ontwikkelingen kunnen bijdragen aan het oplossen van de knelpunten die gemeenten momenteel ervaren.

Actieagenda Slim sturen met regels en geld • Zet als rijk, VNG en Tweede Kamer vol in op de invoering van het Beleids- kompas, om te borgen dat nieuwe wet- en regelgeving gebaseerd wordt op het perspectief van inwoners en dat van de uitvoering:

Zorg vanuit het rijk dat het Beleidskompas bij alle departementen ingevoerd wordt als standaard werkwijze bij de totstandkoming van nieuwe wet- en regelgeving; richt ook checkmomenten hiervoor in (zoals de rijksbrede wetgevingstoets) en verbind gevolgen aan onvoldoende naleving van het Beleidskompas. Organiseer vanuit de VNG de capaciteit en verbinding met (netwerken van) gemeenten om invulling te geven aan deze werkwijze. Waak als Tweede Kamer ervoor dat wetsvoorstellen voor gemeenten waar geen uitvoeringstoets voor gedaan is niet behandeld worden. Dit geldt ook voor amendementen en lagere regelgeving die impact hebben op de uitvoering.

• Neem als rijk het initiatief op de inrichting van een interbestuurlijke coördinatie op Europese wet- en regelgeving die op lidstaten en decentrale overheden afkomt, met als doel:

Concrete vertaling van de Europese wet- en regelgeving naar de nationale en/of lokale situatie. Verbinding van Europese wet- en regelgeving met bestaand nationaal en lokaal beleid en kaders, om samenhang te creëren en tegenstrijdigheden te voorkomen. Planning van de implementatie van Europese wet- en regelgeving in samenhang met andere (nationale en lokale) wet- en regelgeving, om stapeling te voorkomen.

• Zorg vanuit het rijk voor afdoende structurele financiering, die gemeenten de mogelijkheden biedt om te investeren in duurzame oplossingen voor maat- schappelijke opgaven: - Stop met spuks in de huidige vorm en zorg voor voldoende beleids- en bestedingsvrijheid voor gemeenten. - Richt een uniforme verantwoordingssystematiek in, die qua administratieve belasting proportioneel is. - Onderzoek, in het licht van het groeiende aantal taken van gemeenten, de mogelijkheden van uitbreiding van het eigen belastinggebied van gemeenten.

• Richt als rijk en gemeenten gezamenlijk een overhedenoverleg in, waar de voortgang van de interbestuurlijke samenwerking besproken kan worden, gevoed door onder andere invoeringstoetsen op recent ingevoerde weten regelgeving en breder opgehaalde ervaringen vanuit de uitvoeringspraktijk.

92

10.4 Conclusie 4: Effectieve ketensamenwerking: de AVG als mogelijk-maker Natuurlijk is zorgvuldige gegevensuitwisseling binnen en tussen organisaties van belang om invulling te kunnen geven aan maatschappelijke opgaven. Toch ervaren gemeenten op dit vlak veel knelpunten. In de uitvoering heerst breed het beeld dat er ‘veel niet mag van de AVG’. Dit standpunt berust grotendeels op een (te) rigide interpretatie van de AVG. De AVG wordt door gemeenten, maar ook door veel ketenpartners, nog veel als hindermacht ervaren en gebruikt. In de praktijk is echter veel meer mogelijk, mits er aan een aantal voorwaarden wordt voldaan: een zorgvuldig proces, een zorgvuldige belangenafwegingen en het inbouwen van de juiste waarborgen.

Té voorzichtig is ook een schending van waarden Het vertrekpunt is nu te vaak dat het uitwisselen van gegevens niet mag. Dit wordt versterkt door de angst voor de consequenties van het ten onrechte uitwisselen van gegevens, zoals boetes van de Autoriteit Persoonsgegevens (AP). Het besef dat het niet uitwisselen van gegevens ook een schending van belangrijke waarden kan zijn, is vaak onvoldoende aanwezig. Juist door het niet uitwisselen van gegevens kan bijvoorbeeld de bestaanszekerheid van inwoners in gevaar gebracht worden, zoals bleek bij de casus van Ronald en Marijke. Door gegevensuitwisseling tussen ketenpartners kan een centraal overzicht gevormd worden van de betalingsachterstanden die inwoners bij verschillende instanties hebben, waardoor bijtijds ingegrepen kan worden en zo voorkomen wordt dat hun financiële problemen verder toenemen. Van gemeenten en ketenpartners vraagt dit het vergroten van privacybewustzijn en bijbehorende kennis en vaardigheden in de organisatie. Ook dient het uitwisselen van gegevens technisch mogelijk gemaakt te worden. Gemeenten zetten hier stappen in, in lijn met de informatiekundige visie Common Ground. Daarnaast vraagt dit om een ander discours binnen gemeenten en tussen gemeenten en de AP.

Actieagenda Effectieve ketensamenwerking: de AVG als mogelijk-maker • Zorg vanuit het rijk bij de ontwikkeling van wet- en regelgeving voor voldoende juridische grondslagen voor de benodigde gegevensuitwisseling tussen uitvoerende partijen. Een voorbeeld is de Belastingdienst betrekken bij vroeg- signalering van schulden. • Zorg als rijk en gemeenten gezamenlijk voor goede voorlichting richting de uitvoering (zowel bij gemeenten als bij uitvoeringsorganisaties en andere ketenpartners) over de toepassing van de AVG, met focus op een zorgvuldige afweging van verschillende waarden (waarbij privacy één van die waarden is):

Voorlichting aan medewerkers in de uitvoering die gericht is op houding en gedrag en op de vraag op welke wijze binnen een specifiek domeingegevensuitwisseling plaats kan vinden. Voorlichting aan beleidsmakers over hoe voor verschillende domeinen goede convenanten en protocollen ontwikkeld kunnen worden die betere gegevensuitwisseling mogelijk maken. Voorlichting aan privacy-deskundigen en functionarissen gegevensbeheer (FG’s) over het inzetten van de AVG als ‘mogelijk-maker’.

• Zorg als gemeenten samen met ketenpartners per domein voor convenanten en protocollen die medewerkers in de uitvoering betere handvatten bieden voor de gegevensuitwisseling: welke gegevens mogen in welke situatie met welke ketenpartners uitgewisseld worden?

93

• Standaardiseer als gemeenten waar nodig werkprocessen om dit mogelijk te maken, zodat de gegevensuitwisseling vanuit ketenpartners met gemeenten op een uniforme en voorspelbare wijze verloopt. • Ga als rijk en gemeenten in gesprek met de AP over een gezamenlijke strategie om de (onterechte) terughoudendheid in de uitvoering bij gegevensuitwisselin weg te nemen. Benader elkaar hierbij als partners die vanuit gedeelde waarden werken aan hetzelfde doel, namelijk het beschermen van de rechten en belangen van inwoners.

10.5 Conclusie 5: Personeel als het gouden fundament Arbeidsmarktkrapte is een groeiend probleem in de hele westerse samenleving. In het dagelijks leven is dit bijvoorbeeld te merken aan de lange wachttijden voor leveringen van spullen die besteld worden en extra sluitingsdagen van restaurants of winkels. Arbeidsmarktkrapte heeft – nu en in de toekomst – ook grote impact op de mate waarin en de wijze waarop gemeenten hun taken kunnen uitvoeren. Ook gemeenten maken noodgedwongen keuzes over het aanpassen van openingstijden of dienstverleningsnormen. Gezien de positie die gemeenten hebben in de samenleving, is het cruciaal om strategieën te ontwikkelen waarop gemeenten, gegeven de schaarste aan personeel, hun unieke rol kunnen blijven vervullen.

Takenpakket groeit, bezetting niet De groei van het aantal fte’s bij gemeenten is de afgelopen jaren achtergebleven bij de ontwikkeling van het gemeentelijk takenpakket en bij de groei van fte’s bij het rijk en haar uitvoeringsorganisaties. Daarnaast hebben gemeenten de komende jaren een fikse vervangingsopgave, omdat een flink deel van het huidige personeelsbestand de komende jaren met pensioen gaat. Er is een groeiende behoefte aan gekwalificeerd personeel om de taken van de gemeenten uit te voeren, maar het aantal beschikbare medewerkers is niet voldoende om aan deze vraag te voldoen. Nieuwe taken vragen vaak ook om andere vaardigheden van medewerkers en specifieke expertise is vaak schaars en lastig te vinden. Bijna 1 op de 5 vacatures bij gemeenten is moeilijk vervulbaar, vooral in het fysieke domein waar gemeenten in de komende jaren de meeste vraag naar personeel voorzien. De werkdruk is hierdoor fors opgelopen, wat leidt tot een hoger ziekteverzuim. Vaak concurreren gemeenten op vacatures met andere organisaties, zoals buurgemeenten, maar ook met het rijk en marktpartijen. De uitvoeringskracht van gemeenten staat onder druk. Er zijn echter ook voorbeelden zichtbaar waar gemeenten met andere partijen proberen samen te werken, bijvoorbeeld door gezamenlijke werving van specifieke expertise of door het vormen van regionale pools van werknemers met een bepaalde expertise.

Strategisch personeelsbeleid nodig Het aantrekken en behouden van gekwalificeerd personeel is cruciaal voor het succesvol invullen van de maatschappelijke opgaven waar gemeenten voor aan de lat staan. Dit vraagt om strategisch personeelsbeleid en het goed inrichten van de organisatie. Belangrijk daarbij is om te investeren in het behouden van jonge medewerkers. Het feit dat bijna 1 op de 5 medewerkers die uitstromen jonger is dan 35 jaar, laat zien dat hier nog veel winst te behalen valt. Daarbovenop zorgt het tekort aan structurele middelen bij gemeenten voor een extra drempel om vast personeel aan te nemen. Ook moeten gemeenten zich richten op het bieden van voldoende carrièreperspectief en doorgroeimogelijkheden, en het verbeteren van de arbeidsvoorwaarden om concurrerend te zijn met andere werkgevers. Tot slot is aandacht nodig voor het verbeteren van de statuur van de uitvoering. Uitvoerende functies hebben in veel organisaties nog steeds een minder imago dan beleidsfuncties, wat zich ook vertaalt in de bijbehorende arbeidsvoorwaarden.

94

Innovatie en samenwerking Innovatie en samenwerking vormen adequate antwoorden op deze krapte op de arbeidsmarkt. Ze kunnen eraan bijdragen dat de dienstverlening zo goed mogelijk op peil blijft. Dit kan bijvoorbeeld door te kijken waar processen vereenvoudigd en/of gedigitaliseerd kunnen worden, zodat het beschikbare personeel op een manier ingezet kan worden die maximale meerwaarde creëert voor de samenleving. Ook het maken van keuzes in (de intensiteit en omvang van) taken die opgepakt kunnen worden is, gezien de arbeidsmarktkrapte, onoverkomelijk. Eén van de zaken om in dit licht te bezien is de capaciteit die nu besteed wordt aan verantwoording van gemeenten aan het rijk.

Actieagenda Personeel als het gouden fundament • Ontwikkel als gemeenten strategisch personeelsbeleid, om zo invulling te geven aan duurzame inzetbaarheid van personeel, met aandacht voor: -

Werving en behoud van personeel; Leren en ontwikkelen; Kennismanagement; Gesprekken met oudere medewerkers over betekenisvolle inzet van hun ervaring.

• Richt je als gemeenten op het ontwikkelen en werven van andere expertise en vaardigheden die nodig zijn voor de uitvoering van nieuwe taken. Denk hierbij aan specifieke expertise rond nieuwe taken op het gebied van energie en klimaat of datagedreven werken, maar ook vaardigheden die gevraagd worden vanuit de toenemende regierol van gemeenten of het groeiende belang van participatie van inwoners. • Beperk vanuit het rijk de administratieve lastendruk voor gemeenten door bij nieuwe wet- en regelgeving uitvoerbaarheid centraal te zetten en verantwoor- dingseisen te beperken. Hierdoor kunnen medewerkers ingezet worden op een wijze waarop zij maximale maatschappelijke meerwaarde hebben. • Werk als gemeenten individueel en collectief (bijvoorbeeld via de VNG en het A&O fonds Gemeenten) aan het vergroten van de statuur van de uitvoering, door het benadrukken van de maatschappelijke betekenis en meerwaarde van het werken in de uitvoering. • Richt je als gemeenten op samenwerking en innovatie. Denk aan:

Het vormen van regionale pools van medewerkers of het gezamenlijk werven van specifieke expertise, ook om een aantrekkelijker werkgever te zijn voor medewerkers. Het digitaliseren van werkprocessen, zodat medewerkers ingezet kunnen worden op taken waarmee zij maximale meerwaarde voor de samenleving creëren.

• Ondersteun gemeenten vanuit de VNG, ook samen met het A&O fonds Gemeenten, door zaken waaraan behoefte is collectief te organiseren.

95

10.6 Tot slot Grote opgaven vragen om een betrouwbare uitvoering Grote maatschappelijke opgaven liggen op het bord van de overheid en in het bijzonder van gemeenten. Of het nu gaat om taken op het terrein van armoede, kansenongelijkheid, energie, klimaat en fysieke leefomgeving; in de gemeentelijke uitvoering komt het samen. Dit alles in een tijdgewricht van verlies van vertrouwen in diezelfde overheid en een toenemende groep mensen die hun bestaanszekerheid ziet wankelen. Dit vraagt om een betrouwbare uitvoering, die beloftes kan waarmaken en kan doen wat nodig is in het leven van mensen. Omdat gemeenten als eigenstandige overheidslaag dicht bij de inwoners staan, hebben zij een belangrijke sleutel in handen. De (potentiële) kracht van deze positie wordt heel duidelijk in de voorbeelden in dit rapport.

Zorgvuldige onderbouwing van serieuze knelpunten De noodzaak om de knelpunten op te lossen is misschien wel groter dan ooit. Deel A en B van dit onderzoek geven de onderbouwing voor de -onvermijdelijk stevige- conclusies die we in dit deel trekken. Veel organisaties werkten mee aan dit onderzoek, allemaal vanuit hun eigen achtergrond en expertise.

Samen aan de lat Van knelpunten moeten we naar oplossingen. De actieagenda geeft concrete aanknopingspunten voor vervolg. Het rijk en de gemeenten staan hiervoor samen aan de lat.

96

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://gemeenteraad.hillegom.nl/api/v1/meetings/1577/documents/20051