D21 Raadswerkgroep ISD-GOM, rapport vervolgonderzoek ISG en GOM.pdf
Tekst van het document
Pagina 21
agrariërs nog van bedrijfseconomische betekenis zijn. Voor de een zijn het oude verwaarloosde en niet meer te gebruiken opstallen, voor de ander zijn de opstallen nog goed inzetbaar voor hun agrarische bedrijf. Ook hier worden dus twee beleidsterreinen geraakt: landschapskwaliteit en economie. Dit zijn twee beleidsterreinen die elkaar in de beeldvorming in de weg kunnen zitten, in plaats van dat ze elkaar versterken. Dat beleidsdoelen elkaar kunnen versterken maar ook met elkaar kunnen conflicteren is op zichzelf niet vreemd. Dit komt vaker voor en gemeenteraden en colleges maken mede daarom ook politieke afwegingen en -keuzes. De ISG richt zich echter op regionaal niveau; het gaat om het resultaat voor de regio als geheel. Dat kan betekenen dat de lasten van de ene gemeente (bijvoorbeeld het verlies van landschapskwaliteit door de bouw van Greenportwoningen), ten gunste komen aan die van een andere gemeente (bijvoorbeeld het opruimen van verrommeling of productie van bollengrond). Er is dus samenvattend sprake van een mix van complicerende en op elkaar ingrijpende factoren: conflicterende beleidsdoelen, evalueerbare doelen versus niet-evalueerbare doelen, doelen en middelen die door elkaar lopen en lokale versus regionale belangen.
Deze mix maakt afwegingen binnen de raad complex en draagt bij aan een diffuse beeldvorming binnen de raad en bij betrokkenen in de lokale samenleving.
Pagina 22
4.1 Beleidsdoelen Intergemeentelijke Structuurvisie Greenport DB Intergemeentelijke Structuurvisie Greenport Duin- en Bollenstreek (ISG) De Intergemeentelijke Structuurvisie Greenport Duin- en Bollenstreek (ISG) is het beleidskader voor de vijf samenwerkende gemeenten3 en het uitvoeringskader voor GOM. De aanvankelijk in 2009 vastgestelde ISG is na een integrale evaluatie en actualisering in 2016 opnieuw unaniem vastgesteld. De ISG richt zich op het herstructureren van het buitengebied en het tot stand brengen van een ‘vitaal landschap’. De hoofddoelstelling wordt als volgt uitgedrukt: ‘een vitale economie in een vitaal landschap’.4 De ISG geldt voor het gehele buitengebied van de vijf gemeenten, met uitzondering van het duingebied, het plassengebied van Warmond en de ontwikkellocatie Valkenburg. De ISG richt zich op een gezamenlijke inzet van de vijf samenwerkende gemeenten voor herstructurering en revitalisering van de Greenport Duin- en Bollenstreek, in samenhang met verbetering van de natuurlijke, landschappelijke en recreatieve kwaliteiten. In december 2009 is de ISG door de toenmalige gemeenteraden vastgesteld. Het motief van de gemeenten om gezamenlijk de ISG te ontwikkelen en vast te stellen in de afzonderlijke raden was tweeledig: 1
Inhoudelijk vanuit maatschappelijke opgaven: De tuinbouw in het buitengebied van de gemeenten is voor de regio Duin- en Bollenstreek van economische importantie5, er wordt in de ISG daarom gesproken over een belangrijke ‘economische motor’. Er zijn in Nederland meerdere kernen waarin de tuinbouw is geconcentreerd. Dit worden ‘Greenports’6 genoemd. Deze term zullen we verder in het voorliggende rapport ook hanteren, we spreken dan van de ‘Greenport Duin- en Bollenstreek’. De Greenport Duin- en Bollenstreek heeft te kampen met grote uitdagingen. Er is namelijk sprake van zware (internationale) concurrentie. Om daar het hoofd aan te bieden is schaalvergroting en tegelijkertijd sanering nodig. Dit vraagt om een herstructurering van de ruimte om dat mogelijk te maken. De Greenport Duin- en Bollenstreek staat onder druk door allerlei vaak opstapelende ruimteclaims: denk aan wonen, natuur, milieu, water, verkeer, energietransitie et cetera. Deze ruimteclaims stapelen op en vragen om (samenhangende) keuzes zodat zij het beschikbare areaal niet overtreffen.
2
Bestuurlijk-juridisch: begin 2009 hebben de gemeenten in het samenwerkingsverband HollandRijnland een Regionale Structuurvisie (RSV) ontwikkeld. In de RSV wordt de Bollenstreek als een van de vier landschappelijke kwaliteiten van de regio gekenmerkt. De Regionale Structuurvisie fungeert echter niet als wettelijk verplicht kader, zoals de structuurvisies van gemeenten dat wel doen. Zonder een dergelijk wettelijk verplicht kader kunnen de gemeenten onvoldoende regie voeren over de ruimtelijke ordening van het buitengebied. Een nadere toelichting op het wettelijke kader geven we verderop in deze paragraaf.
3
4
Tot 1 januari 2019 waren dit zes gemeenten, namelijk de gemeenten Hillegom, Katwijk, Lisse, Noordwijk, Noordwijkerhout en Teylingen. Per 1 januari 2019 zijn de gemeenten Noordwijk en Noordwijkerhout gefuseerd tot de gemeente Noordwijk. Bronnen: Meerjarenprogramma GOM B.V. 2020-2025, blad 6 en Notitie Loep op GOM 28.09.20, p. 6.
5
In 2014 had de Duin- en Bollenstreek ongeveer 64.000 arbeidsplaatsen waarvan de Greenportbedrijven circa 5.600 fte voor hun rekening namen (bronnen: ISG 2016 en Bureau Louter 2014).
6
De term greenport is vergelijkbaar met de term mainport. Mainports zijn gebieden waar een concentratie is van bedrijven die sterk met elkaar zijn verbonden en een belangrijk logistiek en economisch knooppunt vormen.
Pagina 23
Vanuit het bovenstaande motief hebben de afzonderlijke raden van de samenwerkende gemeenten de ISG vastgesteld. Met de ISG stellen de gemeenten hun gezamenlijke ambities vast met betrekking tot verschillende samenhangende thema’s, die van invloed zijn op de vitaliteit van de Greenport Duin- en Bollenstreek en de kwaliteit van het landschap. Met betrekking tot dit punt is de ISG van goede kwaliteit. Dat wil zeggen: het omvat alle relevante thema’s, die verder ook zijn uitgewerkt. In het volgende schema 4.1 presenteren we hiervan een overzicht. Daarbij merken we op dat dit overzicht door de onderzoekers is gedestilleerd uit de ISG en dat dit een zekere inspanning heeft gevraagd. Het laatste is een signaal: de ISG is als instrument nog onvoldoende hanteerbaar voor de raad, het college en de uitvoering. Dat ligt overigens voor een groot deel aan de positie en functie van een structuurvisie in het instrumentarium voor ruimtelijke ordening, zie ook de beschrijving van het wettelijke kader verderop in deze paragraaf. Een structuurvisie is immers gericht op de langetermijn-inrichting van een gebied en beschrijft dat op hoofdlijnen. Er zijn wel kritische opmerking te plaatsen met betrekking tot de ISG als instrument voor het gemeentebestuur en de uitvoering. De functie van de ISG is namelijk onvoldoende helder voor de raad, de uitvoering en betrokkenen uit de lokale samenleving7.
Iedereen gebruikt de ISG weer op een andere wijze; vaak vanuit hun eigen positie, belang of standpunt. Zo hanteert de raad de ISG als stuurinstrument (kaderstellend en controlerend), de uitvoering hanteert de ISG als toetsingskader en betrokkenen uit de samenleving zien het ISG-beleid als het beleid van GOM. Dat blijkt uit verschillende gesprekken die zijn gevoerd in het kader van dit onderzoek, verschillende berichten in de media en rapportages van onderzoeken die belanghebbenden uit de lokale samenleving op eigen initiatief hebben uitgevoerd. Zo wordt er veelal verwezen naar het ISG-beleid als toetsingskader voor initiatieven uit de samenleving, of als referentiepunt om te bepalen of het gemeentebestuur zijn doelen realiseert, of zelfs als GOM-beleid. Dat laatste is vanzelfsprekend geheel onterecht want GOM heeft op zichzelf geen enkele beleidsbevoegdheid anders dan een uitvoerende taak. Er zijn verschillende redenen aan te wijzen waarom de ISG is verworden tot een diffuus instrument: 1
2
De wat, hoe en middelen worden op een onduidelijke wijze verweven. In de kern gaat het om sturing op drie niveaus: wat willen we bereiken? (maatschappelijk doel), hoe willen we dat bereiken? (uitvoeringsdoel) en wat hebben we daarvoor over? (middelendoel). De ISG richt zich op het ‘wat’ en met een uitvoeringshoofdstuk op het ‘hoe’. In de ISG worden de doelen op al deze niveaus in meer of mindere mate benoemd, maar geschaard onder allerlei termen die over elkaar heen buitelen: ‘ambities’, ‘uitgangspunten’, ‘strategische hoofdlijnen’, ‘pijlers’ en ‘ontwikkelingsvisie’. Het is niet helder wat de functie en samenhang is van al deze termen. De doelen komen ook bij herhaling terug in een onduidelijke mix van de ‘wat- en hoe-vraag’. Hierdoor raakt de lezer volledig de weg kwijt en kan het wat, hoe en de middelen niet meer van elkaar onderscheiden. Het ontbreekt aan een helder overzicht over welke opgaven aan welke doelen een bijdrage leveren en doelen en opgaven lopen door elkaar. In de ISG worden per thema ambities verwoord en wordt ook de huidige en gewenste situatie per thema beschreven. Daarmee kan de zwaarte van de opgave enigszins worden geduid in termen van het verschil tussen de huidige en de gewenste situatie. Het onderscheid tussen doelen en opgaven is echter niet helder en een overzichtelijke verbinding tussen doelen en opgaven ontbreekt.
We maken hierbij bewust onderscheid tussen een doel en een opgave. Een doel is namelijk een eindpunt of beeld in de toekomst, bijvoorbeeld ‘een vitaal landschap’. Het zegt echter niets over de realiseerbaarheid van dat doel. Daarvoor is het nodig om een opgave te formuleren, bijvoorbeeld: ‘De verrommeling tegengaan: de verrommeling is nu x en moet y worden, dat draagt mede bij aan de kwaliteit van het landschap’.
7 Bron: interviews
Pagina 24
3
Doelen worden soms abstract en soms concreet en evalueerbaar geformuleerd. De doelen zijn over het algemeen abstract en richtinggevend geformuleerd. Dat is immers ook de functie van een structuurvisie. Bijvoorbeeld ten aanzien van het thema Vitaal Landschap: Tegengaan van verrommeling. Dit is richtinggevend maar niet evalueerbaar. Er is geen maatstaf: wat is wel of geen verrommeling? Versterken landschapskwaliteit. Het richtpunt is het in de ISG beschreven ‘Landschapsperspectief’. Dat gaat uit van drie te onderscheiden zones: de binnenduinrandzone (actief open maken), het centrale gebied (open houden) en enkele specifieke gebieden (selectief ruimte bieden voor verdichting). Voor het centrale gebied geldt dat uitbreiding van bedrijfsgebouwen mogelijk is. Wel moet met sanering en schaalvergroting de openheid en vensters op het landschap bewaakt worden. Wat is precies ‘bewaken’. Daarentegen worden een drietal doelen wel concreter en evalueerbaar geformuleerd, te weten: Het behouden van 2.625 ha 1ste klas bollengrond; 600 te bouwen Greenportwoningen op niet nader geduide locaties in het buitengebied; Twee te ontwikkelen locaties: het Greenhouse Park (Trappenberg-Kloosterschuur) in het kader van herstructurering en versterking glastuinbouw en het Bulb Trade Park als bedrijventerrein voor handels- en exportbedrijven.
Figuur 4.1: Ambities per thema en doelen van de gemeenten. Bron: Intergemeentelijke Structuurvisie 2016 Noot: Rondom het doel ‘behouden van 2.625 ha 1ste klas bollengrond’ wordt in het bovenstaande overzicht ook verstaan het verbeteren van bestaande bollengrond (van 2e naar 1e klas bollengrond) en kavelverbetering. Deze zaken dragen ook bij aan het behouden van het 1ste klas bollenareaal.
Pagina 25
Wettelijke kader De Wet ruimtelijke ordening (Wro) en het Besluit op de ruimtelijke ordening (Bro) vormen het wettelijke kader. Hiermee kan de gemeente regie te voeren over de ruimtelijke ordening op haar grondgebied. We vatten de belangrijkste instrumenten hieronder samen in een schema. De Wro biedt gemeenten de mogelijkheid om gezamenlijk een structuurvisie vast te stellen. Een structuurvisie heeft voor de overheid een zelfbindend karakter en het is het handelings- en toetsingskader voor het bestemmingsplan, dat rechtstreeks bindend is voor de gemeente én voor inwoners. Met de komst van de nieuwe Omgevingswet zal een en ander wijzigen. In beginsel is het bestemmingsplan bedoeld als instrument voor de ruimtelijke ordening maar gaandeweg zijn ook milieu- en geluidsnormen opgenomen voor het verzekeren van een aanvaardbaar woon- en leefklimaat. In de nieuwe Omgevingswet zal het bestemmingsplan worden vervangen door een integraal omgevingsplan. Daarin zullen zowel ruimtelijke ordenings- als milieu-, natuur- en wateraspecten geregeld worden. De structuurvisie zal worden vervangen door een integrale omgevingsvisie, waarin meer dan alleen ruimtelijke aspecten worden vastgelegd.
Figuur 4.2: Wettelijk instrumentarium van de gemeenten.
Pagina 26
4.2 Uitvoeringskaders GOM Reikwijdte en de uitvoeringsdoelen van GOM De doelen van de vijf samenwerkende gemeenten met betrekking tot de Greenport Duin- en Bollenstreek zijn, zoals hiervoor behandeld, beschreven in de ISG. Om de uitvoering gezamenlijk ter hand te nemen is GOM door de gemeenten opgericht. GOM is een uitvoeringsorganisatie, waarbij de vijf samenwerkende gemeenten eigenaar zijn van GOM. GOM richt zich in de uitvoering op een beperkt deel van de ISG. In het onderstaande schema is dit deel als werkvelden van GOM gemarkeerd. In deze werkvelden voert GOM taken uit, waar we in hoofdstuk 5 ‘Uitvoering en werkwijze’ dieper op zullen ingaan.
Figuur 4.3: Werkvelden van GOM.
Uit het bovenstaande schema wordt duidelijk dat GOM taken uitvoert voor een beperkt deel van het ISG-beleid. Namelijk dat deel dat zich richt op de realisatie van de volgende uitvoeringsdoelen: Het behouden van 2.625 ha 1ste klas bollengrond; Het tegengaan van verrommeling van het landschap; Het ontwikkelen/uitvoeren van twee projecten: het Greenhouse Park en het Bulb Trade Park. GOM voert ook taken uit op het terrein van het omzetten van grasland naar bollengrond en de 600 Greenportwoningen. Dit zijn voor GOM echter geen uitvoeringsdoelen op zichzelf. Het zijn middelen om de uitvoeringsdoelen rondom het behouden van 1ste klas bollengrond en het tegengaan van verrommeling te kunnen realiseren, want: In het geval een grondeigenaar van de gemeente toestemming krijgt om op zijn grondgebied Greenportwoningen te bouwen, moet de grondeigenaar hiervoor een vergoeding betalen aan GOM. Deze vergoeding wordt door GOM vervolgens ingezet om elders initiatieven te
Pagina 27
financieren, waarmee bollengrond wordt geproduceerd en/of verrommeling wordt tegengegaan; In het geval een grondeigenaar grasland wil omzetten naar bollengrond kan de grondeigenaar hiervoor een vergoeding ontvangen omdat dit een positieve bijdrage levert aan de bollengrondbalans. Dat middel wordt behoudend ingezet omdat de gemeenten dit zeer beperkt willen toelaten. Rollen en bevoegdheden De overheid (gemeenten, provincie en rijksoverheid) is verantwoordelijk voor het ruimtelijk beleid. De gemeenten bepalen wat er, in het geval van een planologische wijzing, op hun grondgebied gebeurt. Het gezamenlijk beleidskader daarvoor is de ISG en voor de individuele gemeenten de eigen structuur- en/of omgevingsvisie, omgevings- en bestemmingsplannen. De gemeenten blijven dus verantwoordelijk voor het al dan niet toestaan van bepaalde ruimtelijke ontwikkelingen op hun eigen grondgebied, waaronder bedrijfsuitbreiding en woningbouw. GOM heeft geen publiekrechtelijke bevoegdheden of instrumenten voor ordening van de ruimte. GOM is daarmee een uitvoeringsorganisatie. Handelingskader voor GOM: de uitvoeringsdoelen en -richtlijnen De uitvoeringsdoelen en -richtlijnen voor GOM, met betrekking tot de contracteringsactiviteiten van GOM, zijn vastgelegd in de samenwerkingsovereenkomst uit 2008 en de ISG (ISG, 2009, herzien/herbevestigd in 2016).
Deze zijn vastgesteld door de raden van de deelnemende gemeenten. In hoofdstuk 5 van de ISG worden de uitvoeringsdoelen en -richtlijnen voor de uitvoering door GOM apart behandeld. We gaan daar hieronder verder op in. Drie uitvoeringsdoelen voor GOM Bron: ISG 2016 1 Er wordt gestreefd naar het behouden van het bollenteeltcomplex, in het bijzonder het handhaven van 2.625 ha 1ste klas bollengrond; 2 Het herstel van een open landschapsbeeld door het opruimen van incourante en ongewenste bebouwing en onderliggende bestemmingen; 3 Het herinrichten van het buitengebied tot een landschappelijk en recreatief aantrekkelijk geheel. Om de bovenstaande uitvoeringsdoelen te realiseren zijn financiële middelen nodig. GOM int en verstrekt financiële middelen. Dit vanuit twee daartoe bestemde fondsen: het bollengrondcompensatie- en het herstructureringsfonds: Vanuit deze fondsen verstrekt GOM financiële vergoedingen aan grondeigenaren die het initiatief nemen voor productie van 1ste klas bollengrond (uitvoeringsdoel 1) en/of het verbeteren van de kwaliteit van het landschap (uitvoeringsdoelen 2 en 3).
Aan de andere kant vult GOM deze fondsen aan met vergoedingen die grondeigenaren moeten betalen in het geval zij een initiatief nemen waarmee bollengrond verloren gaat en/of woningen worden gebouwd in het buitengebied als de gemeente daarmee planologisch heeft ingestemd (de zogenaamde Greenportwoningen). Voor de duidelijkheid: hiervan zijn de woon-bestemmingen die met gebruik making van de Ruimte voor Ruimte regeling mogelijk werden gemaakt, uitgezonderd. Deze vallen niet onder de uitvoering door GOM, zie de voetnoot onderaan8.
8
De regeling ‘Ruimte voor Ruimte’ was een regeling van de provincie Zuid-Holland met als doel een bijdrage te leveren aan de verbetering van de ruimtelijke kwaliteit van het landelijke gebied. De regeling stimuleerde de sloop van voormalige agrarische, niet-agrarische bedrijfsgebouwen of verspreid glas: bouwwerken die de landschapskwaliteit in het landelijke gebied beperken. In ruil voor het slopen mochten compensatiewoningen worden gebouwd (als de gemeente daarmee beleidsmatig heeft ingestemd), ook wel ‘Ruimte voor Ruimte’ woningen genoemd. De woning kon worden gebouwd op het perceel van de te slopen bebouwing of in de directe nabijheid daarvan of op een locatie aansluitend op een bestaande bebouwingsstructuur, bijvoorbeeld in een bebouwingslint of bij een buurtschap.
Pagina 28
Figuur 4.4: Uitvoeringsdoelen, activiteiten en financiële middelen van GOM
In de bovenstaande figuur wordt gevisualiseerd dat GOM in feite twee balansen beheert: een bollengrondbalans en een financiële balans. Hieruit komen de uitvoeringsrichtlijnen voor GOM voort. Uitvoeringsrichtlijn voor GOM ten aanzien van bollengrondcompensatie Doelstelling is het behouden van 2.625 ha 1ste klas bollengrond. Dit kan alleen door in het geval dat aan 1ste klas bollengrond de bestemming wordt onttrokken en er dus sprake is van verlies van vierkante meters 1ste klas bollenareaal, telkens (en consequent), de verplichting te koppelen dat er elders evenveel vierkante meters nieuwe 1ste klas bollengrond zal dienen te worden geproduceerd9. Er dient sprake te zijn van een financieel neutrale exploitatie van het bollengrondcompensatiefonds10. In veel gevallen kan een grondeigenaar die 1ste klas bollengrond onttrekt dit niet compenseren op zijn eigen grondgebied. In dat geval draagt de grondeigenaar de verplichting over aan GOM en betaalt daarvoor een vergoeding aan GOM. De hoogte van de vergoeding is vastgelegd in de ISG en wordt jaarlijks door de aandeelhouders vastgesteld. GOM draagt vervolgens bij aan de initiatieven van grondeigenaren voor productie van 1ste klas bollengrond elders in het buitengebied, door daarvoor een vergoeding te verstrekken.
9 Bron: ISG 2016 en interviews. 10 Bron: ISG 2016 en interviews.
Pagina 29
Dat laatste kan op verschillende manieren: (a) het opruimen van verrommeling en het aldus ontstane vlak gebruiken voor productie van 1ste klas bollengrond; (b) het opwaarderen van 2e klas bollengrond naar 1ste klas, of; (c) het transformeren van grasland naar 1ste klas bollengrond, uitsluitend op de in de ISG vastgelegde (beperkt) aantal plekken. Dit maakt duidelijk dat het gaat om de balans voor het buitengebied als totaal. Het gaat dus niet om een evenwichtige balans per gemeente; de balans kan voor een bepaalde gemeente uit evenwicht zijn. Om een financiële neutrale exploitatie te waarborgen stellen de aandeelhouders van GOM (de deelnemende gemeenten) jaarlijks een kostendekkend tarief vast voor de bollengrondcompensatiebijdrage, die initiatiefnemers aan GOM moeten betalen bij onttrekking van bollengrond. Uitvoeringsrichtlijn voor GOM ten aanzien van kwaliteitsverbetering van het landschap Doelstelling is het verbeteren van de ruimtelijke kwaliteit van het buitengebied door het opruimen van verrommeling en/of het herinrichten tot een landschappelijk en recreatief aantrekkelijk geheel. Er dient sprake te zijn van een financieel neutrale exploitatie van het herstructureringsfonds11. GOM levert een financiële bijdrage aan projecten van initiatiefnemers die de bovenstaande doelen voor ogen hebben vanuit het herstructureringsfonds.
Het fonds zelf wordt gevoed door vergoedingen van grondeigenaren die in het buitengebied op hun grond een of meerdere zogenaamde Greenportwoningen willen bouwen, met planologische medewerking van de gemeente. De hoogte van de vergoedingen is opgenomen in de ISG. Het uitgangspunt is een kostenneutraal fonds, dus alle ontvangen vergoedingen moeten worden ingezet voor projecten die als doel hebben om de kwaliteit van het landschap te verbeteren. Dit gebeurt via de systematiek van ‘kostenverhaal’. Dit betekent dat de kosten verhaald kunnen worden tot het maximum van de grondwaardestijging die door een bestemmingswijziging tot stand komt, doch nooit meer dan de feitelijke kosten van de herstructurering zelf12. Door het laatste ontstaat de balans uit figuur 4.4, waarbij de inkomsten door ontvangen vergoedingen voor de bouw van Greenportwoningen de belangrijkste financiële bron zijn voor de herstructurering. De bouw van Greenportwoningen is dus een middel om de kwaliteitsverbetering van het landschap te verbeteren, het levert financiële middelen op dat voor landschapsverbetering kan worden gebruikt. Anderzijds is de bouw van (maximaal) 600 Greenportwoningen onderdeel van de afspraken die gemeenten hebben gemaakt in het kader van bestuurlijke afspraken rondom de regionale woonagenda, in het bijzonder om de bovenregionale opgave in te vullen.
Conflicterende of elkaar versterkende doelen? Het bovenstaande maakt dat het onderwerp ‘Greenportwoningen’ complex en soms onbegrepen is. Het is een doel en een instrument in één gedaante en heeft raakvlakken met beleidsdoelen op het terrein van landschapsverbetering van het buitengebied én met die van wonen. Dit zijn twee beleidsterreinen die elkaar in de beeldvorming eerder in de weg zitten dan dat ze elkaar versterken. Dit lichten we verder toe in deel 3 van het voorliggende rapport.
11 Bron: ISG 2016 en interviews. 12 Bron: Meerjarenprogramma 2020-2025 GOM B.V. en interviews.
Pagina 30
Rondom het opruimen van verrommeling is qua beeldvorming min of meer sprake van hetzelfde probleem. Het doel is het verbeteren van de landschapskwaliteit. Tegelijkertijd is er geen objectieve maatstaf voor verrommeling gesteld of is dit op zijn minst niet helder. In gesprekken in het kader van dit onderzoek werd veelal de vraag gesteld: wanneer is er sprake van verrommeling en wanneer niet? Ook kunnen de als verrommeling geduide gebouwen en opstallen voor sommige agrariërs nog van bedrijfseconomische betekenis zijn: voor de een zijn het oude verwaarloosde en niet meer te gebruiken opstallen, voor de ander zijn de opstallen nog goed inzetbaar voor hun agrarische bedrijf. Ook hier worden dus twee beleidsterreinen geraakt: landschapskwaliteit en economie. Dit zijn twee beleidsterreinen die elkaar in de beeldvorming eerder in de weg zitten dan dat ze elkaar versterken. Ook dit lichten we verder toe in deel 3 van het voorliggende rapport. Dat beleidsdoelen elkaar kunnen versterken maar ook met elkaar kunnen conflicteren is op zichzelf niet vreemd. Dit komt vaker voor en gemeenteraden en colleges maken mede daarom ook politieke afwegingen en -keuzes. De ISG richt zich echter op regionaal niveau; het gaat om het resultaat voor de regio als geheel.
Dat kan betekenen dat de lasten voor de ene gemeente (bijvoorbeeld het verlies van landschapskwaliteit door de bouw van Greenportwoningen), ten gunste komen aan die van een andere gemeente (bijvoorbeeld het opruimen van verrommeling of productie van bollengrond). Dit maakt het voor raden lastig om een lokale afweging te maken en zich daarover te verantwoorden hun lokale samenleving. Dit is een extra complicatie in de beeldvorming over de ISG en de uitvoering door GOM. De besluitvorming zou zich moeten richten op het regionale speelveld, de uitvoering is echter voor agrariërs en inwoners merkbaar en zichtbaar op lokaal niveau. Daarbij merken we op dat GOM dit ook beseft. In haar meerjarenprogramma merkt GOM dan ook op dat zij streeft naar een evenwichtige verdeling van herstructureringsinvesteringen per deelgebied en per gemeente. Tegelijkertijd prioriteert GOM op die deelgebieden met de grootste herstructureringsopgave en het grootste ‘resultaat per geïnvesteerde euro’13. De kansrijkheid van projecten speelt daarbij ook een rol. Hierdoor kan spanning ontstaan want in de praktijk wordt niet enkel gestuurd op een evenwichtige verdeling per gemeente en dat kan het lokale draagvlak voor het ISG-beleid en de uitvoering daarvan door GOM ondermijnen.
13 Bron: Meerjarenprogramma GOM B.V. 2020-2025.
Pagina 31
5
Uitvoering en werkwijze In dit hoofdstuk staat blok B uit het evaluatiemodel centraal: uitvoering en werkwijze. ONDERZOEKSVRAGEN 3 Wat is het uitvoerings- of jaarplan van GOM en hoe worden daarin uitvoeringsdoelen, activiteiten en middelen met elkaar verbonden? 4 Wat zijn de beoogde uitvoeringsprestaties en wie stelt deze vast? 5 Hoe verloopt het werkproces binnen GOM en wie zijn in welke stap betrokken, van initiatief tot eindresultaat? In het bijzonder: Hoe start een specifieke casus en hoe en door wie worden initiatieven getoetst en besluit welke haalbaar of niet haalbaar zijn binnen gestelde kaders? Wanneer is GOM aan zet, en wanneer de gemeente? Wie beoordeelt het eindresultaat? 6 Welke organisatorische voorwaarden heeft GOM ingevuld voor een doeltreffende, doelmatige en rechtmatige wijze van werken? Hier beantwoorden we stuk voor stuk deze deelvragen. KERNBEVINDINGEN 3 De kernactiviteiten van GOM zijn te onderscheiden in: a Contracteringsactiviteiten: leveren een bijdrage aan de ISG doelen Vitale Greenport en Vitaal Landschap. De uitvoeringsdoelen zijn het behouden van 1ste klas bollengrond (bollengrondcompensatie), opruimen van verrommeling en kavelverbetering. b Eigen grondexploitaties: leveren een bijdrage aan de ISG doelen Vitale Greenport en Bedrijvige Regio. De uitvoeringsdoelen zijn het ontwikkelen van het Bulb Trade Park en het Greenhousepark.
Alle kernactiviteiten worden beschreven in een meerjarenprogramma met begroting en een jaarplan met begroting. Aangezien de eigen grondexploitaties tot op heden niet plaatsvinden op het grondgebied van Teylingen14, beperken we ons in dit rapport verder tot de kernactiviteit ‘Contractering’. Het gaat daarbij om het maken van afspraken met initiatiefnemers (grondeigenaren) over: Het innen van vergoedingen in het geval een initiatiefnemer bollengrond wil onttrekken en/of een Greenportwoning(en) wil bouwen op zijn grondgebied; Het leveren van een financiële bijdrage in het geval een initiatiefnemer verrommeling wil opruimen en/of 1ste klas bollengrond wil produceren. 4
14
Het meerjarenprogramma wordt jaarlijks opgesteld voor een planperiode van vijf jaar en de Algemene vergadering van Aandeelhouders stelt het ook jaarlijks vast. Het laatste meerjarenprogramma 2020-2025 is door de Algemene vergadering van Aandeelhouders vastgesteld in mei 2020. De uitvoeringsdoelen zijn op regionaal niveau geformuleerd, dus voor het gehele buitengebied van de samenwerkende gemeenten: Opruimen van verrommeling: benutten van 100% van het potentieel, waarvan anno 2020 nog 64% te realiseren; Bollengrondcompensatie: benutten van 100% van het potentieel, waarvan anno 2020 nog 57% te realiseren; Kavelverbetering: benutten van 100% van het potentieel, waarvan anno 2020 nog 81% te realiseren.
Het project Trappenberg-Kloosterschuur ligt deels wel op het grondgebied van Teylingen maar heeft op dat grondgebied tot op heden nog geen impact gehad.
Pagina 32
5
Voor de kernactiviteit ‘Contractering’ heeft GOM vier werkprocessen: a Het verstrekken van vergoedingen voor het opruimen van verrommeling; b Bollengrondcompensatie; c Bouwtitelovereenkomst voor Greenportwoning-bestemming; d Het verstrekken van vergoedingen voor productie van nieuwe bollengrond of voor verbeteren van bestaande bollengrond. In de onderstaande tabel worden op hoofdlijnen de werkprocessen geschetst, in het geval een proces volledig wordt doorlopen. Bijlage 1 biedt een gedetailleerd zicht op alle stappen in de werkprocessen. In grote lijnen is de gemeente altijd aan zet in het geval het plan van een initiatiefnemer vraagt om een besluit wijziging bestemmingsplan. GOM is aan zet voor het afsluiten van een overeenkomst met de initiatiefnemer en de daaruit voortvloeiende inning en verstrekking van financiële vergoedingen.
Start en toetsing op haalbaarheid
Wanneer is de gemeente en wanneer is GOM aan zet? Werkproces verstrekken van vergoedingen voor het opruimen van verrommeling Start bij GOM Initiatiefnemer heeft een plan, neemt contact op met GOM en GOM toetst op ISG kaders.
•
•
Wie beoordeelt het eindresultaat.
GOM overlegt met gemeente en gemeente neemt een principebesluit in het geval er sprake is van een wijziging bestemmingsplan. Zo ja dan start de gemeente een bestemmingsplanprocedure en sluit GOM een overeenkomst met de initiatiefnemer onder opschortende voorwaarden.
GOM toetst of het initiatief is uitgevoerd conform de overeenkomst
Na indiening van een voorontwerp overlegt de initiatiefnemer met GOM over de te sluiten bollengrondcompensatie overeenkomst. GOM sluit een bollengrondcompensatie overeenkomst onder opschortende voorwaarden. Gemeente (de raad) stelt het gewijzigde bestemmingsplan vast.
Gemeente (de raad) actualiseert het bestemmingsplan.
Bollengrondcompensatie Start bij de gemeente Initiatiefnemer heeft een plan en gaat in gesprek met de gemeente. De gemeente toetst en neemt een principebesluit om al dan niet mee te werken aan een bestemmingsplanprocedure.
•
•
•
GOM int de vergoeding van de initiatiefnemer en verwerkt het resultaat in de bollengrondbalans.
Bouwtitelovereenkomst voor greenportwoning bestemming. Start bij de gemeente Initiatiefnemer heeft een plan en gaat in gesprek met de gemeente, de gemeente toetst en neemt een principebesluit om al dan niet mee te werken aan een bestemmingsplanprocedure.
•
•
•
Na indiening van een voorontwerp overlegt de initiatiefnemer met GOM over de te sluiten bouwtitelovereenkomst. GOM sluit een bouwtitelovereenkomst onder opschortende voorwaarden. Gemeente (de raad) stelt het gewijzigde bestemmingsplan vast.
Gemeente (de raad) actualiseert het bestemmingsplan. GOM int de vergoeding van de initiatiefnemer en verwerkt het resultaat in de bollengrondbalans (in het geval van toepassing).
Verstrekken vergoedingen productie nieuwe bollengrond/verbeteren bestaande bollengrond Start bij GOM Initiatiefnemer heeft een plan, neemt contact op met GOM en GOM toetst op ISG kaders.
Tabel: 5.0: Werkprocessen op hoofdlijnen
• •
GOM sluit een overeenkomst onder opschortende voorwaarden. Initiatiefnemer verzoekt de gemeente (de raad) het bestemmingsplan te wijzigen in het geval dat voor de productie van bollengrond noodzakelijk is.
GOM toetst of het initiatief is uitgevoerd conform de overeenkomst. GOM verstrekt de vergoeding aan de initiatiefnemer en verwerkt het resultaat in de bollengrondbalans.
Pagina 33
Er zijn verschillende interactiemomenten tussen de gemeente en GOM. Dat gaat niet altijd met een formele briefwisseling maar een mail volstaat: bijvoorbeeld een mail van GOM naar de gemeente dat er een overeenkomst met de grondeigenaar is gesloten, of een mail van de portefeuillehouder van de gemeente of de ambtelijk beleidsadviseur dat het college een principebesluit heeft genomen. De vraag die hierbij speelt is of dit voldoende toereikend is voor het beheersen van risico’s. 6
De doeltreffendheid en doelmatigheid van het handelen van GOM is in de kern geborgd via de bollengrondbalans en de balans van het bollengrondcompensatie- en herstructureringsfonds. Concreet wordt dit als volgt gedaan: Iedere onttrekking van bollengrond wordt gecompenseerd door toevoeging van bollengrond elders in het buitengebied, zodat per saldo 2.625 ha 1ste klas bollengrond behouden blijft. Deze balans wordt gemonitord door GOM en hierover wordt gerapporteerd naar de aandeelhouders (de gemeenten) en de provincie Zuid-Holland. Alle ontvangen vergoedingen worden ingezet voor bollengrondcompensatie en/of initiatieven die de landschapskwaliteit verbeteren. Uiteraard wordt ook een deel ingezet om de organisatiekosten van GOM te dekken. Om dit aandeel zo laag als mogelijk te houden is GOM ingericht als een kleine organisatie met beperkte personele- en materiële middelen. In de voor dit onderzoek onderzochte casussen blijkt dat GOM in alle gevallen rechtmatig heeft gehandeld. Door de inrichting van de governance en de werkprocessen wordt in de basis het rechtmatig handelen van GOM ook geborgd.
Pagina 34
5.1 Uitvoeringsplan van GOM Meerjarenprogramma GOM Het meerjarenprogramma/-begroting van GOM is het instrument dat de uitvoeringsdoelen voor GOM concreet en evalueerbaar maakt. GOM maakt met het meerjarenprogramma een vertaling van de voornamelijk in kwalitatieve termen geformuleerde ISG naar concrete kwantitatieve uitvoeringsdoelen15. Het wordt jaarlijks opgesteld voor een planperiode van vijf jaar en de Algemene vergadering van Aandeelhouders stelt het ook jaarlijks vast. Het laatste meerjarenprogramma 20202025 is door de Algemene vergadering van Aandeelhouders vastgesteld in mei 2020. GOM voert twee kernactiviteiten uit, die in het meerjarenprogramma inzichtelijk worden gemaakt: 1 Contracteringsactiviteiten. Het maken van afspraken met initiatiefnemers (grondeigenaren) over de te innen vergoedingen of uit te keren financiële bijdragen voor het opruimen van verrommeling, kavelverbetering of bollengrondcompensatie. 2 Eigen grondexploitaties. Bij de oprichting van GOM hebben de gemeenten aan GOM twee exploitatie-opdrachten meegegeven: het Bulb Trade Park in Noordwijkerhout en het Greenhouse Park in Rijnsburg. Voor die twee opdrachten fungeert GOM als grondbedrijf.
CONTRACTERINGSACTIVITEITEN Om goed zicht te krijgen op de opgave voor GOM bepaalt GOM eerst het potentieel dat in het gehele buitengebied aanwezig is voor het opruimen van verrommeling, kavelverbetering en bollengrondcompensatie. Vervolgens wordt bepaald wat reeds door GOM is gerealiseerd. Het verschil tussen het potentieel en realisatie is op te vatten als de opgave die voor GOM voorligt. Dit wordt ook wel het Masterplan voor GOM genoemd. In de onderstaande tabel wordt dit gepresenteerd.
Omschrijving opgave
Potentieel
Gerealiseerd Nog te t/m 2019 realiseren
De opgave: nog te realiseren
Opruimen verrommeling
100%
36%
64%
85ha
Kavelverbetering 2e klas opwaarderen omspuiten grasland
100%
19%
81%
114ha
Bollengrondcompensatie
100%
43%
57%
86ha
Tabel 5.1: De opgave voor GOM 2020-2025 (Het Masterplan) In een recent verschenen notitie van GOM van 28 september 2020 ‘Loep op GOM’, wordt de realisatie verder uitgesplitst per gemeente. Dit behandelen we verder in deel 3 ‘De resultaten’ van dit rapport alsmede het meerjarenprogramma van GOM dat zicht biedt op de planning en voortgang van projecten.
15 Bron: Meerjarenprogramma GOM B.V. 2020-2025.
Pagina 35
Daarbij worden projecten als volgt ingedeeld: • Projecten in initiatief16; • Projecten in voorbereiding17; • Projecten in uitvoering; • Afgesloten initiatief- en voorbereidingsprojecten. De contracteringsactiviteiten worden verder meer in detail beschreven in de volgende paragraaf ‘De werkprocessen’. Hierbij handelt GOM altijd reactief op besluiten van de gemeente. Er is dus geen sprake van actieve acquisitie door GOM: “de telefoon staat aan en GOM houdt de brievenbus in de gaten”. De reden hiervoor is18: 1 Het initiatief behoort altijd uit te gaan van de grondeigenaren. Dit is het startpunt wat een reden geeft om de eerder genoemde balansen opnieuw in evenwicht te brengen; 2 GOM wil geen verwachtingen bij initiatiefnemers wekken. GOM kan alleen investeren als er inkomsten zijn en moet daar zelf voor zorgen. Met inkomsten wordt pas duidelijk wat GOM feitelijk tot stand kan brengen, actieve acquisitie verhoudt zich daar niet toe; 3 GOM is een klein bedrijf, dat is een bewuste keuze. GOM heeft daardoor onvoldoende personele capaciteit om zich actief op de markt te bewegen; 4 Er is tot op heden voldoende aanbod van eigenaren en initiatiefnemers.
EIGEN GRONDEXPLOITATIES VAN GOM Naast de reguliere contracteringsactiviteiten rondom het opruimen van verrommeling, kavelverbetering en bollengrondcompensatie, voert GOM in opdracht van de gemeenten twee eigen grondexploitaties uit: 1 Bulb Trade Park in Noordwijkerhout; 2 Greenhouse Park in Rijnsburg.
Op dit moment worden er vooralsnog geen eigen grondexploitaties van GOM uitgevoerd op het grondgebied van Teylingen (zie onderstaande kader), vandaar dat we het onderwerp grondexploitaties in het onderzoek en voorliggende rapport zeer beknopt beschrijven. We doen dit om de reden dat deze activiteiten ook een bijdrage leveren aan de beeldvorming over GOM. Bulb Trade Park is een bedrijventerrein in Noordwijkerhout. GOM realiseert hier in totaal 8.6 ha bedrijventerrein en ca. 6.6 ha inpassingszone. Het bedrijventerrein wordt ontwikkeld voor agrarische handels- en exportbedrijven en agrarische toeleveranciers. In de inpassingszone worden 36 bouwkavels voor Greenportwoningen gerealiseerd (het Abeleenpark). Inmiddels zijn alle bedrijvenkavels en woonkavels verkocht en zullen de kavels in 2021 woonrijp worden gemaakt. Het Greenhouse Park (project Trappenburg-Kloosterschuur) in Rijnsburg is een project dat is gericht op glastuinbouwreconstructie. Glastuinbouwbedrijven die behoefte hebben aan expansie, schaalvergroting, innovatie of een gedwongen uitplaatsing tegemoet zien vanwege planologische ontwikkelingen, kunnen zich hier vestigen. De eerste fase van het project is lopende, namelijk het
16
17
Projecten in initiatief zijn projecten die al dan niet in de contracteringenpijplijn van GOM worden opgenomen en waarvoor derhalve eerste haalbaarheidsonderzoeken en gesprekken met grondeigenaren en grondgebiedgemeenten plaatsvinden. Hiervoor worden in de meerjarenbegroting een jaarlijks werkbudget gealloceerd. Projecten in voorbereiding zijn projecten die op de nominatie staan om, nadat de haalbaarheid en uitvoerbaarheid hiervan in voldoende mate zijn onderzocht en vastgesteld, door GOM in uitvoering te worden genomen. GOM maakt hiervoor planontwikkelingskosten. In de meerjarenbegroting wordt daarom hiervoor een jaarlijks werkbudget gealloceerd.
18 Bron: interviews.
Pagina 36
ontwikkelen van 12 ha glastuinbouwgebied. De tweede fase is gestart, namelijk de verkoop van woningkavels, Inmiddels zijn woningkavels aan de Voorhouterweg verkocht en staan de woningkavels aan de Mezenlaan in de verkoop. Het project Trappenberg-Kloosterschuur ligt deels wel op het grondgebied van Teylingen maar heeft op dat grondgebied tot op heden nog geen impact gehad. Om de bovenstaande projecten te ontwikkelen is de houding richting de markt van GOM wel meer proactief (ten opzichte van de contracteringsactiviteiten). GOM fungeert hier immers als risicodragend grondbedrijf en houdt zich dan ook actief bezig met de aankoop- en verkoop van grond en het bouwrijp maken hiervan, ten behoeve van kavels voor bedrijven en Greenportwoningen. In het geval hierbij sprake is van onttrekking van bollengrond en/of het herbestemmen naar bedrijfs- of woningenbestemming moet GOM, conform de contracteringsactiviteiten, hiervoor ook de desbetreffende vergoedingen betalen die gestort worden in het bollengrondcompensatie- of herstructureringsfonds.
In de beeldvorming kunnen deze activiteiten van GOM een diffuus beeld opleveren, want: In het geval van de contracteringsactiviteiten reageert GOM op basis van plannen van een initiatiefnemer (grondeigenaar) en besluiten van de gemeente, en handelt binnen de kaders van de ISG; In het geval van de activiteiten op het terrein van de twee grondexploitatie is GOM proactief en zelf initiatiefnemer, wel nadrukkelijk in opdracht van de gemeenten en binnen de kaders van de ISG.
5.2 De werkprocessen van GOM Voor het onderzoek zijn de werkprocessen aangaande de contracteringsactiviteiten van GOM in kaart gebracht, zie bijlage 1. Het gaat om de volgende werkprocessen: 1 Het verstrekken van vergoedingen voor het opruimen van verrommeling; 2 Bollengrondcompensatie; 3 Bouwtitelovereenkomst voor Greenportwoning-bestemming; 4 Het verstrekken van vergoedingen voor productie van nieuwe bollengrond of voor het verbeteren bestaande bollengrond. De werkprocessen zijn in kaart gebracht door aan GOM en de gemeente te vragen de stappen in de processen te beschrijven. Daarna zijn aan de hand van geselecteerde casussen, die van toepassing waren op het grondgebied van Teylingen, de werkprocessen verder gecompleteerd en verfijnd. Dit aan de hand van een dossierstudie van de casussen en verdiepende interviews met GOM en de ambtelijke organisatie van de gemeente Teylingen. In de volgende paragraaf beschrijven we de werkwijze van GOM aan de hand van vijf casussen. Daarbij merken we op dat er voor een casus ook meerdere werkprocessen aan de orde kunnen zijn: bijvoorbeeld het in eerste instantie verstrekken van vergoedingen voor het opruimen van verrommeling, later het sluiten van een bouwtitelovereenkomst voor Greenportwoningbestemmingen of een overeenkomst voor productie van nieuwe bollengrond.
Pagina 37
5.3 De werkwijze van GOM in de praktijk: casussen Torenlaan 4-6 Op de locatie tussen Torenlaan 4 en 6 in Voorhout, waar voorheen het bloembollenbedrijf Molenaar en van Ginhoven B.V. gevestigd was, zijn de bestaande bedrijfsopstallen met een oppervlakte van ruim 16.000 m² gesloopt. Daarvoor in de plaats is ongeveer 13.000 m² aan 1ste klas bollengrond teruggebracht. Het aanvankelijke plan uit 2015 was om naast de sloop ‘Ruimte voor Ruimte (RvR)’ woningen19 en Greenportwoningen te ontwikkelen is niet in uitvoering gebracht. Hiervoor is in 2018 een nieuw plan door de eigenaar ingediend voor de bouw van drie nieuwe Greenportwoningen, ingepast in het landschap. Daarnaast worden de twee bestaande bedrijfswoningen omgezet naar burgerwoningen. Tussentijds zijn ook biedingen gedaan vanuit de markt om de bedrijfsopstallen aan te kopen. Geen van deze biedingen kwamen echter vanuit de bollenteeltsector20. De bedrijfssectoren die interesse hadden in het pand sloten niet aan bij de bestemmingsplan en het ruimtelijk beleid van de gemeente. TAAK GOM: 1 Het verstrekken van vergoedingen voor het opruimen van verrommeling. Door de sloop van de bedrijfsbebouwing is het landschap opener geworden, waarmee een positieve bijdrage is geleverd aan de landschapskwaliteit en is 13.000 m² 1ste klas bollengrond teruggebracht. Dit sluit aan op de opgaven uit de Intergemeentelijke Structuurvisie (ISG).
2 Het innen van bouwtitelinkomsten voor drie Greenportwoningen en storting in het herstructureringsfonds, met als doel deze middelen elders in het buitengebied in te zetten voor het opruimen van verrommeling en/of verbetering van de landschapskwaliteit.
19
Zie voor een toelichting op het begrip ‘Ruimte voor Ruimte’ woningen verderop onder de tabel.
20
Bronnen: Gemeente Teylingen, Nota van beantwoording inspraak en overleg voorontwerpbestemmingsplan Torenlaan tussen 4 en 6, Voorhout, 27.10.2020 (p. 4 van 19) en Collegebesluit ‘Ontwerpbestemmingsplan Torenlaan tussen 4 en 6 Voorhout’, 15.12.2020 en Raadsbrief ‘Ontwerpbestemmingsplan Torenlaan tussen 4 en 6 Voorhout’, november 2020 (Z-20-138067).
Pagina 38
Processtappen en omschrijving 1 Grondeigenaar heeft een wens. De gewenste uitbreiding van het bedrijf is op de huidige locatie Torenlaan 4c ruimtelijk niet mogelijk. Het bedrijf zoekt een alternatieve vestigingslocatie. Om de bedrijfsverplaatsing mogelijk te maken, overweegt de grondeigenaar om het perceel te herontwikkelen Het plan betreft: sloop van bestaande bedrijfsopstallen en de realisatie van 21 woningen (19 GOMwoningen en 2 RvR-woningen). Initiatiefnemer heeft daartoe (verkennende) gesprekken gevoerd met diverse partijen waaronder gemeente en GOM.21 2 Behandeling in de gemeenteraad. In de vergadering van de commissie Ruimte op 29 november 2011 wordt de notitie clusterlocatie Greenportwoningen behandeld (agendapunt 10). Bij dit agendapunt wordt ook het initiatief locatie Torenlaan 4c besproken. Daarbij geeft wethouder Stuurman aan dat de ISG ruimte geeft om 600 GOM-woningen te realiseren, waarvan 60% geclusterd. Volgens de wethouder is daarbij niet aangegeven wat een cluster is, en is GOM partij in de onderhandelingen.
Jaar 2011
SB1 SB2
2011
SB2 SB3
SB4
3
4
21
Indienen principeverzoek. Initiatiefnemer dient een principeverzoek in tot medewerking voor het wijzigingen van de bestemming en herontwikkeling van de locatie Torenlaan 4c te Voorhout (via projectontwikkelaar Timpaan). De herontwikkeling betreft een plan voor de bouw van 16 woningen (6 GOM-woningen en 10 RvR-woningen) en de sloop van de bestaande bedrijfsopstallen. In het kader van de oude provinciale Ruimte-voor-Ruimte regelingen kunnen bouwrechten verkregen worden door het saneren en amoveren van bestaande bedrijfsgebouwen en kascomplexen. Initiatiefnemer heeft hiervoor ook een conceptaanvraag ingediend op 15 juli 2015; dit formulier is geregistreerd als type vooroverleg omgevingsvergunning voor sloop en bouw onder nummer 20151225 (olo-nr. 1892005). Principebesluit. College van B&W besluit in principe onder voorwaarden medewerking te verlenen aan de ontwikkeling van woningbouw (16 vrijstaande woningen) op het perceel Torenlaan 4c in Voorhout. A. Informeren raad. College informeert de raad over het principebesluit. Collegebesluit is geplaatst op de lijst ingekomen B. Reactie aan initiatiefnemer. College informeert initiatiefnemer per brief over het collegebesluit in reactie op het principeverzoek en conceptaanvraag geregistreerd onder nummer 20151225.
2015
SB5
SB6
2015
SB7 SB8 SB9
Bron RBOI, Stedenbouwkundig advies Torenlaan 4c, Voorhout, 27 januari 2011. Gemeente Teylingen, Verslag raadscommissie Ruimte, 29.11.2011.
Gemeente Teylingen, Verslag raadscommissie Ruimte, 29.11.2011. Gemeente Teylingen, Notitie clusterlocatie Greenportwoningen Torenlaan 3 en 4c t.b.v. commissie Ruimte, 29 november 2011 Milieudienst West-Holland, Advies Torenlaan 3 en 4c te Voorhout, 21 december 2011, kenmerk 2011014983 Molenaar & Van Ginhoven, Brief aan college B&W Teylingen, Verzoek tot medewerking voor het wijzigen van de bestemming en de herontwikkeling van de locatie Torenlaan 4c te Voorhout, 16 juni 2015. Gemeente Teylingen, Conceptaanvraag 1892005, 15 juli 2015 Gemeente Teylingen, Collegebesluit 2015_BW_00870, 17 november 2015 Gemeente Teylingen, ingekomen stukken voor raadsvergadering, 2a., R12, 17 december 2015 Gemeente Teylingen, collegebrief aan
Ambtelijke organisatie kan geen principeverzoek van de grondeigenaar (bedrijf Molenaar & Van Ginhoven) voor de ontwikkeling van 21 woningen aanleveren. Op basis van een reconstructie wordt aangenomen dat er na verkenning van het plan van de grondeigenaar gestart is met het opstellen van een stedenbouwkundig advies en vervolgens een bestuurlijk traject via de commissie Ruimte 29 november 2011 (bron: email van 04.02.2021).
Pagina 39
Processtappen en omschrijving
Jaar
5
Indienen principeverzoek. Door initiatiefnemer is een conceptaanvraag omgevingsvergunning ingediend voor het bouwen van 3 GOM-woningen op de locatie Torenlaan 4c in Voorhout. Aanvraag is op 3 juli 2018 geregistreerd onder nummer Z-18-050082. Principebesluit. College van B&W stemt in met het principeverzoek, op basis van een eerste globale toets zal het college van BenW in principe medewerking te verlenen aan het initiatief door middel van een op te stellen bestemmingsplan en het sluiten van een anterieure overeenkomst.
2018
SB11
2018
SB10
7
Contractering door GOM. Initiatiefnemer sluit met GOM een opruimovereenkomst waarin de afspraken en vergoedingen rondom de uitvoering van het project zijn vastgelegd. Deze overeenkomst moet gesloten zijn voordat het ontwerpbestemmingsplan ter inzage wordt gelegd.
2019
SB13
8
Starten procedure voorontwerpbestemmingsplan. Het College van B&W besluit om het voorontwerpbestemmingsplan ter inzage leggen voor inspraak en vooroverleg. Het voorontwerp heeft van 14 oktober tot en met 3 september 2020 voor een periode van 6 weken ter inzage gelegen. – Beantwoording van de inspraak- en vooroverlegreacties in een Nota van Beantwoording. De inspraakreacties hebben aanleiding gegeven om de landschappelijke inpassing in het opgestelde stedenbouwkundige kader nader toe te lichten. Ook hebben een aantal ambtelijke aanpassingen (o.b.v. advies ODWH) plaatsgevonden ter verbetering van het plan – Raadsbrief voorontwerpbestemmingsplan Torenlaan tussen 4 en 6 Teylingen. Hierin informeert het college de raad over de start van de bestemmingsplanprocedure: de inspraakreacties en de gemaakte aanpassingen aan het plan geven aanleiding om in te stemmen met het ontwerpbestemmingsplan. Sluiten anterieure overeenkomst tussen gemeente en initiatiefnemer. Het is wettelijk verplicht om voor deze ruimtelijke ontwikkeling het kostenverhaal te verzekeren. Dit wordt vastgelegd in een anterieure overeenkomst. Deze overeenkomst moet zijn gesloten voordat het ontwerpbestemmingsplan ter inzage wordt gelegd.
2020
SB14
6
9
22
SB12
SB15
SB16
SB17
Bron Molenaar & Van Ginhoven, Reactie principeverzoek, 23 december 2015, zaaknr. 144579 Gemeente Teylingen, Formulier conceptaanvraag omgevingsvergunning (principeverzoek), 3 juli 2018; Z-18-050082 Gemeente Teylingen, Verslag overleg PHO Bas Brekelmans, 3 april 2018. Gemeente Teylingen, Collegebrief aan Molenaar & Van Ginhoven, Reactie vooroverleg, 23 oktober 2018, Z-18-050083 Persbericht ‘Pand M&G maakt plaats voor open bollenlandschap’, Molenaar en Van Ginhoven en Greenport Ontwikkelingsmaatschappij sluiten overeenkomst.22 Gemeente Teylingen, Besluit College B&W Voorontwerpbestemming Torenlaan tussen 4 en 6, 25.augustus 2020., Z-20-138067/D-323215 Gemeente Teylingen, Nota van Beantwoording Inspraak en overleg Voorontwerpbestemmingsplan Torenlaan tussen 4 en 6, 25.november.2020, Z-20138067, Gemeente Teylingen, Raadsbrief ontwerpbestemmingsplan Torenlaan tussen 4 en 6 Teylingen, 26.november 2020, Z-20-13806 Gemeente Teylingen en Molenaar van Ginhoven Beheer B.V., Anterieure exploitatieovereenkomst inzake locatie Torenlaan tussen 4 en 6 Voorhout, 15 december 2020.
Zie ook berichtgeving rond 30 januari 2019 op https://www.greenity.nl/nieuws/pand-m-g-maakt-plaats-voor-open-bollenlandschap en https://gomdb.wordpress.com/.
Pagina 40
Processtappen en omschrijving Over de te sluiten overeenkomst tussen initiatiefnemer en gemeente vindt afstemming plaats met GOM in het kader van een te sluiten bouwtitelovereenkomst tussen initiatiefnemer en GOM (zie hieronder)
Jaar
10
Starten (formele) bestemmingsplanprocedure. College stemt in met het ter inzage leggen van het ontwerpbestemmingsplan. Het ontwerp wordt ter inzage gelegd van 24 december 2020 tot en met 4 februari 2021. De gemeenteraad zal in een vergadering eventuele zienswijzen behandelen en een beslissing nemen over het vast te stellen bestemmingsplan Torenlaan tussen 4 en 6, Voorhout Over de te sluiten overeenkomst tussen initiatiefnemer en gemeente vindt afstemming plaats met GOM in het kader van een te sluiten bouwtitelovereenkomst tussen initiatiefnemer en GOM (zie hieronder)
2020
SB18
Gemeente Teylingen, Besluit college B&W, Ontwerpbestemmingsplan Torenlaan tussen 4 en 6, 15 december 2020, Z-20-138067/ D-367038
2021
SB19
Vaststelling bestemmingsplan. De gemeente stelt de Nota van Beantwoording en bestemmingsplan vast in de vergadering van 22 april 2021.
2021
SB20
Gemeente Teylingen, Emailbericht aan GOM over de anterieure overeenkomst Molenaar & Van Ginhoven, 28 januari 2021. Gemeente Teylingen, Raadbesluit: vaststellen bestemmingsplan Torenlaan tussen 4 en 6, Voorhout, 22 april 2021, Z-20-138067
11
12
Bron
Toelichting op ‘Ruimte voor Ruimte’ woningen De regeling ‘Ruimte voor Ruimte’ in Zuid-Holland’ was een regeling van de provincie Zuid-Holland, en is inmiddels vervallen. Het doel van de regeling was een bijdrage te leveren aan de verbetering van de ruimtelijke kwaliteit van het landelijke gebied. De regeling beoogde de sloop van voormalige agrarische, nietagrarische bedrijfsgebouwen, of verspreid glas buiten de duurzame concentratiegebieden voor glastuinbouw te bevorderen. Het ging daarbij om bouwwerken die de gewenste landschappelijke kwaliteit in het landelijke gebied beperken. In ruil voor het slopen van kassen of gebouwen mochten onder voorwaarden één of meer compensatiewoningen worden gebouwd, op passende locaties. Deze woningen werden ook wel ‘Ruimte voor Ruimte’ woningen genoemd. Dit betekende dat de bestaande bouwmogelijkheden moesten worden wegbestemd, zodat de gesloopte bebouwing niet opnieuw kon worden opgericht. De compensatiewoning kon worden gebouwd op het perceel van de te slopen bebouwing, of in de directe nabijheid daarvan. Ook was het mogelijk de compensatiewoning te bouwen op een locatie aansluitend op een bestaande bebouwingsstructuur, bijvoorbeeld in een bebouwingslint of bij een buurtschap.
Pagina 41
Casus Bergamolaan Initiatiefnemer is de gemeente Teylingen. Het initiatief betreft een reconstructie van de kruising Bergamolaan ’s-Gravendamseweg (N443) in Voorhout. In november 2012 is de reconstructie van de provinciale weg N443 - ’s-Gravendamseweg opgeleverd. Klachten van gebruikers en omwonenden over de onveiligheid van dit kruispunt hebben er in 2015 toe geleid om deze kruising samen met de provincie Zuid-Holland aan te pakken. Begin 2017 is een tussenbalans opgemaakt en heeft een evaluatie plaatsgevonden. Op 5 september 2017 heeft het college ingestemd met een geactualiseerd uitvoeringsprogramma Gemeentelijk Verkeers- en Vervoersplan (GVVP). Een onderdeel van dit uitvoeringsprogramma is de reconstructie van de kruising Bergamolaan - N443. Daarnaast is er een voornemen om een deel van de aangekochte agrarische gronden als natuurlijke speelvoorziening in te richten voor kinderen en wordt de Molentocht verlegd. Zo wordt de uitrit vanaf de Bergamolaan verlegd naar het naastgelegen perceel met bollengrond, zodat de afstand tot de hoekwoning op de ’s-Gravendamseweg wordt vergroot. Wel geldt hiervoor dat het benodigde stukje bollengrond verworven moet worden en dat er aan GOM een vergoeding moet worden betaald als compensatie voor het onttrekken van bollengrond.
TAAK GOM: 1 Het afsluiten van een contract met de initiatiefnemer over de te betalen vergoeding voor bollengrondcompensatie. 2 Het innen van bollengrondcompensatievergoeding en storting in het bollengrondcompensatiefonds met als doel om deze middelen elders in het buitengebied voor productie van bollengrond in te zetten.
Pagina 42
Stap 1
2
3
4
Beschrijving proces Initiatief. De gemeente (initiatiefnemer) heeft een plan of wens. Het initiatief betreft een aanpassing van de kruising Bergamolaan – ’s-Gravendamseweg Voorhout. De kruising van de Bergamolaan en de N443 wordt als onveilig beschouwd. Dit heeft te maken met een gebrek aan zichtlijnen wanneer de weggebruiker vanaf de Bergamolaan afslaat naar de N443. Deze situatie heeft geleid tot verschillende klachten vanuit de gebruikers en omwonenden Besluit van college B&W om te werken aan het proces voor aanpassing kruising Bergamolaan – N443 en de voorkeursvariant en instemming met het sluiten van een overeenkomst met de provincie. Sluiten overeenkomst. De gemeente sluit een overeenkomst met provincie Zuid-Holland waarin de afspraken m.b.t. overdracht en financiering rondom de aansluiting Bergamolaan op N443 zijn vastgelegd. Starten procedure voorontwerpbestemmingsplan. College stemt in met de wijziging van de bestemming om herinrichting van het kruispunt mogelijk te maken en besluit om het voorontwerpbestemmingsplan Bergamolaan – ’s Gravendamseweg, Voorhout ter inzage leggen voor inspraak en vooroverleg. Het voorontwerp heeft van 24 januari tot en met 6 maart 2019 ter inzage gelegen. Op 20 februari 2019 is hiervoor ook een inloopbijeenkomst georganiseerd. N.a.v. de reacties is een Nota van Beantwoording opgesteld en is de toelichting tekstueel aangepast.
Jaar
Bron: interviews
2015
SC1
2017
SC2
2019
SC3
SC4
College informeert gemeenteraad via een raadsbrief over de bestemmingsplanprocedure ‘Ontwerpbestemmingsplan ‘Bergamolaan – ’s-Gravendamseweg, Voorhout’. 5
23
Contractering door GOM. Gemeente sluit met GOM een overeenkomst waarin de vergoedingen voor de bollengrondcompensatie van 2e klas bollengrond op het perceel aangekocht door gemeente voor de herinrichting van de kruising Bergamolaan. Deze overeenkomst moet gesloten zijn voordat het ontwerpbestemmingsplan ter inzage wordt gelegd.
https://gomdb.wordpress.com/2018/03/
Bron
SC5
2019
SC6
SC7
Gemeente Teylingen, Besluit College B&W, Aanpassing kruising Bergamolaan – ’s-Gravendamseweg, Voorhout – Besluitvormend, nummer 2015_BW_00573, 28 juli 2015 Gemeente Teylingen en provincie Zuid-Holland, Overeenkomst aansluiting Bergamolaan op N443, 18 april 2017 Gemeente Teylingen, Advies aan college B&W Starten procedure Voorontwerpbestemmingsplan ‘Bergamolaan – ’sGravendamseweg, Voorhout’, 15 januari 2019, Z-18-066973/D – 159597 Gemeente Teylingen, Besluit College B&W, Starten procedure Voorontwerpbestemmingsplan ‘Bergamolaan – ’sGravendamseweg, Voorhout’, 15 januari 2019, Z-18-066973/D – 159597 Gemeente Teylingen, Raadsbrief Ontwerpbestemmingplan “Bergamolaan – ’s-Gravendamseweg, Voorhout’, 8 april 2019, zaaknr. Z-18-066973 Greenport Ontwikkelingsmaatschappij en Gemeente Teylingen, Overeenkomst compensatie 2e klas bollengrond Bergamolaan, Voorhout, 14 mei 2019. Bericht op website GOM23, Overeenkomst compensatie bollengrond in Voorhout, 29 mei 2019
Pagina 43
Stap 6
Beschrijving proces Starten (formele) bestemmingsplanprocedure. College stelt Nota van Beantwoording inspraak vast en stemt in met het ter inzage leggen van het ontwerpbestemmingsplan. Het ontwerp wordt van 23 mei tot en met 3 juli 2019 ter inzage gelegd na een vooraankondiging in ‘De Teylinger’ van 22 mei 2019. Er zijn geen zienswijze binnengekomen.
Jaar 2019
Bron SC8
SC9
SC10
7
Vaststelling bestemmingsplan. College besluit om het bestemmingsplan ‘Bergamolaan – ’sGravendamseweg, Voorhout’ aan de raad voor te leggen voor vaststelling. De raad stelt deze vast.
2019
SC11
SC12
Gemeente Teylingen, Advies aan college B&W Starten procedure ontwerpbestemmingsplan ‘Bergamolaan – ’sGravendamseweg, Voorhout’, 14 mei 2019, Z-18-066973/D – 1190134 Gemeente Teylingen, Besluit College B&W Starten procedure ontwerpbestemmingsplan ‘Bergamolaan – ’sGravendamseweg, Voorhout’, 14 mei 2019, Z-18-066973/D – 190134 Gemeente Teylingen, Nota van Beantwoording, Herinrichting kruising Bergamolaan – ’s-Gravendamseweg (N443), 7 maart 2019 Gemeente Teylingen, Advies aan college B&W Vaststelling bestemmingsplan ‘Bergamolaan – ’s-Gravendamseweg, Voorhout’, 3 september 2019, Z-18-066973/D – 220813 Gemeente Teylingen, Raadsvoorstel Vaststelling bestemmingsplan ‘Bergamolaan – ’s-Gravendamseweg, Voorhout’, 31 oktober 2019, Z-18-066973
Pagina 44
Casus Rijnsburgerweg 8 Er is een verzoek door de grondeigenaar (initiatiefnemer) ingediend bij de gemeente om planologisch medewerking te verlenen aan de realisatie van acht nieuwe woningen (zes Greenportwoningen en twee RvR-woningen) op het perceel Rijnsburgerweg 8 te Voorhout (locatie veehoudersbedrijf Langeveld). Bij verdere uitwerking is het aantal woningen gewijzigd in negen woningen. Het gaat hierbij om zeven Greenportwoningen, één RvR-woning en één woning ter vervanging van een bedrijfswoning in verband met een bedrijfsbeëindiging.
TAAK GOM: 1 Het afsluiten van een bouwtitelovereenkomst met afspraken over de vergoeding die de grondeigenaar moet betalen. 2 Het innen van de verschuldigde vergoeding en storting in het daartoe betreffende fonds met als doel de middelen elders in het buitengebied in te zetten voor productie van bollengrond , opruimen van verrommeling en/of verbetering van de landschapskwaliteit.
Pagina 45
Stap 1
Beschrijving proces Initiatief. De grondeigenaar (initiatiefnemer) heeft een wens om zijn bedrijfsactiviteiten te staken. Dit omdat het economisch niet haalbaar is het bedrijf op deze locatie te continueren c.q. uit te breiden. De initiatiefnemer bespreekt in een verkennend gesprek met GOM (2013) en de gemeente de mogelijkheden tot herontwikkeling van het perceel.