D20 ODWH, vastgestelde kadernota 2027 en conceptjaarverslag 2025.pdf
Tekst van het document
Jaarstukken 2025 (2026038044)
16 / 64
2.4 Programma Duurzaamheid
Het programma Duurzaamheid houdt zich bezig met de belangrijke vraagstukken rondom de energietransitie, klimaatadaptatie en circulariteit.
Wat zeggen de cijfers?
Toelichting Energietransitie en energietoezicht Dit programma richt zich op de uitvoering van de wettelijke taken met betrekking tot energiebesparing en de informatieplicht van bedrijven. Onze focus lag in 2025 op het uitvoeren van energiecontroles en hercontroles bij de bedrijven. Gedurende het jaar is regelmatig handhaving ingezet waarmee we constateren dat het nalevingsgedrag lager is dan voorheen. Nederland heeft afgesproken om minder CO2 uit te stoten. Het zakelijke en woon-werkverkeer levert een aanzienlijke bijdrage aan deze uitstoot. Elke organisatie met meer dan 100 mensen personeel moeten bij RVO een rapportage leveren over de zakelijke mobiliteit en het woon-werkmobiliteit van de medewerkers. Wij hebben dit jaar de eerste rapportages beoordeeld en in sommige gevallen bij bedrijven om aanvullende gegevens gevraagd. In 2026 gaan we verder met deze taak.
Biodiversiteit Bijenlandschap Tijdens de jaarlijkse bijeenkomst in september zijn er workshops en presentaties gegeven door verschillende organisatie en hebben vier organisaties zich aangesloten als partner bij het netwerk. Groene Cirkel Bijenlandschap heeft een bijdrage geleverd aan bijeenkomsten over Community of Practice Vergroening van NPHD, Kennissessie Basiskwaliteit Natuur van Provincie Zuid-Holland en Landschapspark Perspectief in de Polder. Op verzoek van de Nationale Bijenstrategie is meegewerkt aan de routekaart Groene Maatregelen. Deze routekaart biedt handelingsperspectief voor de transitie naar bestuivervriendelijk Nederland, waarin ecologisch verantwoord plantaanbod, aanleg en beheer de norm zijn. Er is een helpdeskadvies verschenen voor twee terreinen die worden beheerd door Avifauna. Avifauna is dit jaar partner geworden en wil deze terreinen (gelegen in de polder ten zuiden van Alphen aan den Rijn) insectenvriendelijk inrichten en beheren. Deze terreinen zijn ook bedoeld als een voorbeeldlocatie voor de realisatie van leefgebied voor bijen en andere bestuivers, zoals opgenomen in het werkplan 2026.
Circulaire economie Begin dit jaar hebben wij het initiatief genomen om samen met gemeenten, provincie en de regio Holland Rijnland te verkennen welke stappen gezet kunnen worden als het gaat om het realiseren van circulaire hubs. Jaarstukken 2025 (2026038044)
17 / 64
Met de nadrukkelijke hulp van Holland Rijnland heeft dit geresulteerd in een projectplan dat uiteindelijk onder de RIA is komen te vallen. In opdracht van de provincie hebben vergunningverleners en toezichthouders de ontwerp CMP-afvalplannen (als opvolger van het Landelijk afvalbeheerplan 3) en ketenplannen gelezen en 60 specifieke materialen van commentaar voorzien. Op 17 maart 2025 is het circulair loket Zuid-Holland gestart. Dit loket is een samenwerking tussen de vijf Zuid-Hollandse omgevingsdiensten, de Zuid-Hollandse gemeenten en de provincie Zuid-Holland. Het Circulair Loket ZuidHolland is hét startpunt voor ondernemersvragen over ondernemen met hernieuwbare en secundaire grondstoffen en reststromen, circulaire experimenten en andere juridische en administratieve vragen rondom circulair ondernemen. In 2025 zijn we voor de gemeente Leiden verdergegaan met het project Leiden Circulair. Naast de enquête over afvalpreventie bij bedrijven is er ook een enquête voor scholen ontwikkeld. Deze had wat minder voeten in de aarde en is inmiddels verstuurd naar de scholen. De eerste ingevulde enquêtes zijn inmiddels ontvangen door ODWH. In 2026 volgt de rapportage.
Regionale samenwerking Samen met de Provincie Zuid-Holland en de andere Zuid-Hollandse omgevingsdiensten werken wij samen in verschillende netwerken, zoals ‘Duurzame bedrijventerreinen’, ‘Netwerk Nieuwe Energie’ en het netwerk Circulaire Economie. Zo bundelen en ontwikkelen we samen onze kennis en kunde, waarmee we bedrijven en deelnemers helpen te verduurzamen. Binnen de regio Holland Rijnland hebben we veel input geleverd door deel te nemen aan de verschillende regionale overleggen en door aan te sluiten bij verschillende thematische tafels van de Regionale Investeringsagenda tijdens de Ambtelijke Regiodagen. Daarnaast hebben we in 2025 deelgenomen aan andere regionale en provinciale overlegstructuren, zoals de DPRA-werkregio en het Lerend Netwerk Circulaire Bedrijventerreinen, waar wij zowel input leverden als waardevolle kennis en contacten opdeden. In 2026 blijven we actief deelnemen aan deze overlegstructuren.
Handhaving In 2025 hebben we voor het product handhavingsbesluit 207% van de uren gedraaid. Deze forse overschrijding is het gevolg van een onvoorziene toename in handhavingszaken en een aantal complexere zaken waar meer uren aan besteed zijn. Dit stroomt ook door in de producten invordering en intrekking dwangsom, waarvoor 42 respectievelijk 63 uur is gemaakt.
Bezwaar en beroep Voor de producten bezwaar en beroep waren geen uren begroot, maar is 5 respectievelijk 35 uur gemaakt
Subsidies, leningen en energiescans Wij blijven aanvragen behandelen en vaststellen voor gemeentelijke duurzaamheidssubsidies en duurzaamheidsleningen. Dit doen wij voor de gemeenten Leiden, Leiderdorp, Noordwijk, Voorschoten, Zoeterwoude en Oegstgeest. Daarnaast bieden wij opnieuw energiescans aan. Deze zijn regionaal ingekocht. Vooralsnog maken de gemeenten Kaag en Braassem, Leiden, Noordwijk en Zoeterwoude hiervan gebruik. Alle gemeenten in de regio werken inmiddels met het Regionaal Energieloket, met uitzondering van Noordwijk. Deze gemeente werkt met het Duurzaam Bouwloket.
Jaarstukken 2025 (2026038044)
18 / 64
2.5 Programma Bouwen Tot de belangrijkste taken van het programma Bouwen behoren vergunningverlening, toezicht en handhaving en asbest- en gevelsanering.
Wat zeggen de cijfers?
Toelichting Bouwtaken voor alle deelnemers Asbestsanering en -sloop Wij voeren voor alle deelnemers het toezicht uit op het gebied van asbestsanering en -sloop. In 2025 is het aantal behandelde sloopmeldingen hoger uitgekomen dan verwacht. De casus kruipluiken in Leiden heeft daar mede voor gezorgd. Het verwachte aantal asbestcontroles is licht gedaald. Dit is inherent aan de geleverde extra inzet bij sloopmeldingen. Bij 2 nacontroles -na verwijdering asbest- zijn resten asbest aangetroffen. Deze zijn opnieuw geïnventariseerd en door een gecertificeerd bedrijf alsnog verwijderd. De arbeidsinspectie heeft landelijk een onderzoek gedaan naar de eindcontroles, nadat het asbest was verwijderd. Hieruit bleek dat ook daar een aantal casussen was, waar asbestresten werden aangetroffen terwijl het gebied reeds was vrijgegeven. Deze ervaringen leren dat het toezicht op het verwijderen van asbest in 2026 mogelijk geïntensiveerd zal moeten worden.
Sanering wegverkeerslawaai De geluidsaneringsprojecten worden gesubsidieerd door het Ministerie van Infrastructuur en Waterstaat. Met de invoering van de Omgevingswet is er een nieuwe subsidieregeling gekomen. Dit heeft geen effect op de lopende projecten. Deze vallen onder het overgangsrecht Wet geluidhinder. Voor de geluidsanering van de woningen blijft er, zolang deze projecten lopen, uitvoeringssubsidie beschikbaar. De uitvoering van deze projecten duurt langer dan voorzien en gewenst, dit komt door een beperkt aantal adviesbureaus die deze werkzaamheden kan uitvoeren en doordat aannemers beperkt zijn in hun capaciteit.
Bouwtaak Noordwijk In 2025 was er een onderbesteding van uren binnen het programma Bouwen. De onderbesteding is ontstaan door een combinatie van factoren, waarvan de belangrijkste zijn: ▪
de dienst heeft niet het hele jaar over de gewenste capaciteit kunnen beschikken, door de huidige inhuur – en arbeidsmarkt en door interne personeelswisselingen, mede als gevolg van de opzegging van de bouwtaken eind 2024
▪
de overgang naar een nieuw zaaksysteem (van PowerBrowser naar Mozard) heeft de nodige capaciteit gevergd, onder andere voor het aanleren van nieuwe werkprocessen,
Jaarstukken 2025 (2026038044)
19 / 64
▪
het aantal aangevraagde en verleende vergunningen bleef beneden de raming; dat heeft ook een direct gevolg voor het reguliere toezicht.
Bouwloket Via het Bouwloket kunnen inwoners en bedrijven in de gemeente Noordwijk telefonisch vragen stellen over de wet- en regelgeving van (ver)bouw- en sloop gerelateerde onderwerpen. In 2025 bleek dat het loket in een belangrijke behoefte voorziet, wat ook in 2025 heeft geleid tot een overbesteding van de oorspronkelijke raming. Ook constateren we dat er vragen bij het bouwloket binnenkomen na doorverwijzing vanuit de gemeente Noordwijk. Deze zijn niet altijd gerelateerd aan de werkzaamheden die bij ons belegd zijn, maar vanuit de bij ons beschikbare expertise kunnen we deze wel adequaat beantwoorden. Dit leidt ook tot toename van gerealiseerde uren.
Vergunningverlening Het onderdeel vergunningen is een vraag gestuurd programma en we constateren dat er in 2025 minder vergunningaanvragen zijn ingediend. Echter heeft dit slechts beperkt geleid tot minder uren in verhouding daarmee, omdat de complexiteit van de afhandeling nog onverminderd hoog is en veel afstemming vereist.
Toezicht en Handhaving Over het algemeen zien we een behoorlijke afname van de gerealiseerde uren voor toezicht en handhaving. De belangrijkste oorzaak hiervoor is ontoereikende beschikbaarheid van voldoende gekwalificeerde medewerkers. In samenwerking met de opdrachtgever is geïnvesteerd in gezamenlijk casus overleg en vakinhoudelijke ondersteuning aan de gemeente. Daarnaast heeft de Omgevingsdienst het juridische handhavingswerk voor Noordwijk uitgevoerd en een aantal bezwaar- en beroepsprocedures bij de bezwaarcommissie en de rechtbank.
Bibob In 2025 is de Bibob-taakuitvoering voor het programma Bouwen uitgevoerd conform de vastgestelde beleidsregel van de gemeente Noordwijk d.d. 1 april 2025. In het verslagjaar zijn in totaal 36 nieuwe Bibobonderzoeken opgestart, waarvan er 17 in 2025 zijn afgerond. Voor één dossier heeft het uitgevoerde onderzoek geleid tot het opnemen van Bibob-voorschriften in de desbetreffende vergunning. Daarnaast zijn nog eens 7 onderzoeken afgerond die reeds in 2024 waren gestart. Gedurende het jaar heeft tevens met regelmaat voortgangsoverleg plaatsgevonden met het Bibob-team van de gemeente Noordwijk, waarin casuïstiek en bevindingen zijn besproken.
Jaarstukken 2025 (2026038044)
20 / 64
2.6 Programma Randvoorwaardelijke Taken Programma Randvoorwaardelijke taken richt zich op een kwalitatief goede dienstverlening en verantwoording van de Omgevingsdienst. De taken worden uitgevoerd voor alle deelnemers en betreffen voorlichting, relatiebeheer, functioneel applicatiebeheer, bestuurlijk overleg, coördinatie Wet Bibob en algemene juridische advisering.
Wat zeggen de cijfers?
Toelichting Dienstverlening Op 14 juli 2025 heeft het Algemeen Bestuur de Nota Advisering, Uitvoering en Handhaving 2025 (Nota AUH) vastgesteld. Deze nota bevat het uitvoeringsbeleid van de Omgevingsdienst West-Holland met betrekking tot de taken die zij uitvoert voor de deelnemende gemeenten en de provincie Zuid-Holland. De hoofdlijnen uit de vorige nota (Nota VTH 2023-2024) zijn overgenomen in dit document. Waar wet- en regelgeving, nieuwe ontwikkelingen en onderzoeksrapporten daartoe aanleiding hebben gegeven, is dit aangepast. De hoofddoelstelling van deze nota is het creëren van een gelijk speelveld voor initiatieven, waarbij regionaal het minimumniveau, de ondergrens, wordt bepaald en er ruimte is voor lokale prioriteiten, mits deze de ondergrens niet overgaan. Door middel van diverse ambtelijke sessies zijn de vertegenwoordigers van de gemeenten en de provincie uitgenodigd om richting te geven aan dit uitvoeringsbeleid. Door het vaststellen van dit uitvoeringsbeleid wordt het meerjarenprogramma van de ODWH duidelijk, waardoor de vervolgstappen volgens de regionale beleidscyclus kunnen worden genomen. Met de nota AUH draagt de dienst bij aan een duurzame, gezonde en veilige leefomgeving voor mens en natuur.
Verantwoording en kwaliteit Het onderdeel Verantwoording en Kwaliteit heeft afgelopen jaar veel uren gevraagd, met name door de intensieve inzet op juridische ontwikkelingen en de implementatie van nieuwe regelgeving, die aanpassingen in beleid, werkprocessen en instructies vereist. Bovendien is op 1 april 2025 de ODWH live gegaan met het nieuwe zaaksysteem, Mozard. De livegang van het nieuwe zaaksysteem heeft in de eerste paar maanden veel aandacht gevraagd van de dienstverlening. Tijdens de testfase zijn er meerdere bijeenkomsten georganiseerd waarbij keyusers uit diverse teams actief hebben deelgenomen. Deze sessies waren van groot belang voor het delen van eerste ervaringen, het signaleren van knelpunten en het verzamelen van gerichte feedback. De input van de keyusers heeft een belangrijke bijdrage geleverd aan het identificeren van verbeterpunten en het optimaliseren van het systeem. Hun betrokkenheid en actieve participatie hebben in belangrijke mate bijgedragen aan een soepele overgang en een succesvolle implementatie. Na het optimalisatieproces konden deze werkzaamheden langzaam afgebouwd worden en kon de dienstverlening zich weer focussen op andere taken en projecten.
Jaarstukken 2025 (2026038044)
21 / 64
Projecten Project Ontwikkelingen Omgevingswet De impact van de recente ontwikkelingen rondom het Digitaal Stelsel Omgevingswet (DSO) en het Omgevingsloket op de Omgevingsdienst is beperkt. Wel zijn er enkele verbeteringen doorgevoerd in de samenwerkingsfunctionaliteit van het Omgevingsloket om het gebruik met gemeenten en ketenpartners te optimaliseren. Daarnaast zal de nieuwe VNG-handreiking Activiteiten en Milieuzonering wél belangrijke veranderingen met zich meebrengen. Ter voorbereiding hierop is door de Omgevingsdienst een project gestart, waarbij de belangrijkste inzet in 2026 plaatsvindt. Project Regionale en landelijke bijeenkomsten In 2025 zijn acht regionale bijeenkomsten georganiseerd rondom het Omgevingsplan. Aan deze bijeenkomsten nemen alle gemeenten, de Provincie Zuid-Holland, Veiligheidsregio Hollands Midden, GGD, het Hoogheemraadschap van Rijnland en een vertegenwoordiger van de VNG deel. De nadruk ligt op het uitwisselen van kennis en ervaringen bij het opstellen van het definitieve Omgevingsplan. Deze bijeenkomsten blijken waardevol en dragen bij aan het intensiveren van de samenwerking tussen de betrokken partijen. Project Informatie- en datamanagement Het project informatie- en datamanagement behelsde in 2025 het ontwikkelen van nieuwe functionaliteiten in de kernapplicaties van de dienst.
Voorbeelden hiervan zijn het automatisch omzetten van checklists naar rapporten inclusief foto's bij milieutoezicht, het opzetten van een nieuwe werkwijze voor het project D05 Gevelsanering in Mozard en het maken van kaartlagen waarin bodemmedewerkers buiten in het veld meteen hun meetresultaten kunnen invullen en weergeven op de specifieke locatie waar zij zich op dat moment bevinden. Daarnaast wordt er door middel van onder andere scripting gewerkt aan het verbeteren van de datakwaliteit van onze data. Project Archief In 2023 heeft de archiefinspectie de Omgevingsdienst gewezen op tekortkomingen in het archiefbeheer, met name ten aanzien van het omvangrijke papieren archief van ongeveer 500 strekkende meter. Naar aanleiding hiervan is in 2024 gestart met een grootschalige inventarisatie van de aanwezige archiefbescheiden. In 2025 is, in afstemming met de archiefinspecteurs van Erfgoed Leiden en de provincie Zuid-Holland, een plan van aanpak vastgesteld voor de verdere verwerking van het papieren archief. Dit plan voorziet in de nabewerking van de archiefstukken conform de geldende wet- en regelgeving, waaronder selectie, herordening en – waar van toepassing – vernietiging. De uitvoering van dit traject vergt een aanzienlijke inspanning van de Omgevingsdienst, maar is essentieel voor het op orde brengen van het archiefbeheer en het voldoen aan de wettelijke eisen.
Project Juridische gevolgen Omgevingswet en natuurherstelwet in beeld brengen In vervolg op de informatiebrief aan gemeenten in april 2024 over het in werking treden van de Omgevingswet hebben we het afgelopen jaar de gevolgen onderzocht van de Omgevingswet en de Natuurherstelverordening voor de uitvoering van de natuurtaak van de gemeenten. Hiervoor is afgestemd met de Omgevingsdienst Midden-Holland, de Provincie Zuid-Holland en een aantal gemeenten. Ook is deelgenomen aan een regionale en landelijke bijeenkomst over de Natuurherstelverordening. In het Regionale overleg Omgevingsplan is begin december 2025 een presentatie gegeven over de brief aan gemeentelijke managers Omgevingsplan.
Jaarstukken 2025 (2026038044)
22 / 64
Naar aanleiding hiervan hebben we een informatiebrief opgesteld voor onze gemeenten die op 5 januari 2026 is verstuurd. Begin 2026 wordt het project geëvalueerd en een start gemaakt met het vervolg: natuurregels in het Omgevingsplan.
2.7 Klanttevredenheid Ook in 2025 heeft de dienst de klanttevredenheid gemeten van afgeronde producten binnen de programma’s. Dit is uitgevoerd met het uitsturen van korte enquêtes. De contactpersoon van een zaak kon op de vragen over het product antwoorden met de mogelijkheden ‘zeer tevreden’, ‘tevreden’ of ‘ontevreden’.
Resultaten In 2025 zijn in totaal 337 enquêtes verstuurd waarbij 20% van de geadresseerden gereageerd heeft. Uit ervaring weten we dat tevreden contactpersonen vaak niet reageren omdat zij geen bijzonderheden te melden hebben. Van de respondenten was 90% tevreden en zeer tevreden. Dit is zo goed als gelijk aan de resultaten in 2024. 10% gaf aan ontevreden te zijn.
Jaarstukken 2025 (2026038044)
23 / 64
3. Bedrijfsvoering
Jaarstukken 2025 (2026038044)
24 / 64
3.1 Personeel De ambitie van de dienst is om een toekomstgerichte, wendbare en mensgerichte organisatie te zijn. HR ondersteunt deze ontwikkeling door het versterken van leiderschap en professioneel gedrag, het stimuleren van leren en kennisdeling en het bevorderen van duurzame inzetbaarheid en vitaliteit. Ook in 2025 heeft binnen team HR, net als in voorgaande jaren, de nadruk gelegen op het versterken van de basis: betrouwbare HR-processen en een effectieve samenwerking met leidinggevenden. Dankzij de (tijdelijke) uitbreiding van de bezetting was ook meer ruimte beschikbaar voor ondersteuning van organisatieontwikkeling. Enkele ontwikkelingen worden hieronder verder toegelicht.
Management Development programma Het opleidingsprogramma voor alle leidinggevenden, gericht op verdieping van leiderschapsstijlen en verbetering van samenwerking ter optimalisatie van de dienstverlening, is uitgevoerd. In 2026 krijgt dit programma een vervolg.
HR processen Team HR heeft gewerkt aan het ontwikkelen van betrouwbare, efficiënte en AVG‑conforme werkprocessen. Door volledige digitalisering van onder meer onboarding, PBM‑registratie, hardwareflow, sollicitantencommunicatie en ondersteunende HR‑processen, is één uniforme en toekomstbestendige digitale keten van instroom tot uitstroom gerealiseerd, met duidelijke verantwoordelijkheden voor HR, leidinggevenden en medewerkers.
Aanbesteding Arbo-dienstverlening Gecontracteerd is een arbodienst die in de rol van business partner de komende jaren met de dienst zal samenwerken op het terrein van verzuimbegeleiding, preventie en duurzame inzetbaarheid. De samenwerking start in maart 2026, inclusief gedigitaliseerde werkprocessen (Wet verbetering Poortwachter) en noodzakelijke koppelingen voor gegevensuitwisseling met de arbodienst.
Actualisatie functiebeschrijvingen HR21 In aansluiting op de actualisering en herwaardering van de functies binnen Bedrijfsvoering (2024) is gestart met de actualisatie van de functiebeschrijvingen binnen de afdeling Omgevingstaken. Het project wordt in 2026 organisatiebreed afgerond.
Opleidingsactiviteiten en Kwaliteitscriteria 3.0 Net als in 2024 is in 2025 prioriteit gegeven aan opleidingen die bijdragen aan het voldoen aan de Kwaliteitscriteria 3.0. en was hiervoor een verhoogd opleidingsbudget beschikbaar gesteld. Daarnaast is gewerkt aan de ontwikkeling van de visie op leren en ontwikkelen binnen de dienst vanaf 2026, om medewerkers in staat te stellen hun kennis en vaardigheden te onderhouden en te ontwikkelen terwijl tegelijkertijd de continuïteit van de uitvoering wordt gewaarborgd. Daarbij biedt een helder opleidingsbeleid en afwegingskader ook de mogelijkheid om in de toekomst te sturen op een meer evenwichtige verdeling en besteding van het opleidingsbudget voor het versterken van persoonlijke professionele ontwikkeling en medewerkersbehoud. Ook is eind 2025 onderzoek gestart naar mogelijkheden voor implementatie van een Leer- en Ontwikkelsysteem (LMS) om processen rondom aanvragen, vastlegging, monitoring en rapportage te automatiseren en uniformeren.
Jaarstukken 2025 (2026038044)
25 / 64
Onboarding 2.0 In samenwerking met team Communicatie, is gestart met de ontwikkeling van een gestructureerd fysiek onboardingsprogramma, waarvan implementatie is gepland in de eerste helft van 2026. De ODWH heeft in 2025 geen M&O-beleid.
3.2 Informatisering en automatisering Informatiemanagement (IM) bouwde in 2025 voort op de successen en geleerde lessen van de voorgaande jaren, onder andere van het "IM in Control" programma uit 2022. De digitale transitie die afgelopen jaren voornamelijk aan de orde was, zal in 2026 worden opgevolgd met een focus op de digitale integratie. Met de in 2025 voltooide transitie naar een nieuw VTH-A systeem (Mozard) en een volledige cloud- based infrastructuur is de fase van digitale transitie afgerond en verschuift de nadruk nu naar de daadwerkelijke benutting, verdere ontwikkeling en innovatie van de systemen en -processen. De doelstellingen zijn altijd gericht op het versterken van de dienstverlening, zowel intern als extern, door middel van efficiëntieverbetering en het bevorderen van data gedreven werken. Het programma is op onderdelen nog in ontwikkeling en zal gedurende het jaar worden bijgestuurd op basis van voortschrijdend inzicht.
Algemene Focus en Doelstellingen De algemene doelstellingen voor Informatiemanagement in 2025 en de jaren daarna zijn strategisch gericht op het verstevigen van de digitale fundamenten van de organisatie. De intensivering van de samenwerking en integratie van de teams Informatiemanagement en het Serviceburo, die medio 2025 in gang is gezet, is een fundamenteel onderdeel en uitwerking van deze strategie. De synergie van deze teams heeft afgelopen jaar onder andere geleid tot succesvolle introductie en ontwikkeling van RPA-bots voor het asbest en publicatieprocessen.
Innoveren en Efficiëntieverbetering Innoveren is geen doel op zich, maar ondersteunt het realiseren van strategische doelstellingen. Een belangrijk uitgangspunt daarbij is het benutten van extern ingegeven kansen en ontwikkelingen. Dit omvat onder meer de adoptie van opkomende technologieën zoals Machine Learning (ML), Artificial Intelligence (AI), Collaborative Business Intelligence, Robotic Process Automation (RPA) en Robotic Data Automation. Deze technologieën zullen de komende jaren in toenemende mate relevant worden en bieden de organisatie kansen om zowel de efficiëntie als de kwaliteit van werkzaamheden te verbeteren. In 2025 is een pilot uitgevoerd voor de verwerking van asbestmeldingen. Deze pilot kan als zeer succesvol worden beschouwd. De meldingen worden, na inhoudelijke beoordeling door de specialist, via RPA in het systeem afgehandeld. Hiermee is de administratieve belasting voor de specialist aanzienlijk verminderd.
Gebruik en Adaptatie Na de initiële realisatie en inrichting van de systemen verschuift de focus in 2025 en de daaropvolgende jaren naar het intensiever gebruik, het verbeteren van de efficiëntie en het verder aanpassen en innoveren van de bestaande tools en systemen. De succesvolle implementatie van onder andere het Geoportaal, Office 365 en Power BI in eerdere jaren heeft al een solide basis gelegd. De komende periode ligt de nadruk op het verder benutten en optimaliseren van deze voorzieningen, zodat zij maximaal kunnen bijdragen aan de organisatiebrede doelstellingen.
Jaarstukken 2025 (2026038044)
26 / 64
Data gedreven Werken De organisatie zet de ingezette weg naar datagedreven werken voort. Waar beslissingen in het verleden voornamelijk op "gevoel en ervaring" werden gebaseerd, vormen inzichten en analyses uit gestandaardiseerde rapportages nu steeds vaker de onderbouwing. De dienst komt hierdoor steeds meer "in control" van haar eigen data en rapportages. Om efficiënt in te kunnen spelen op veranderende omstandigheden, voorspellingen te kunnen doen en een toekomstgerichte visie en strategie te ontwikkelen, blijft training en ontwikkeling van medewerkers essentieel.
3.3 Planning & Control In 2025 heeft de Omgevingsdienst West-Holland de Planning & Control-cyclus verder geprofessionaliseerd met het oog op versterking van sturing, verantwoording en rechtmatigheid. In aansluiting op de geldende rechtmatigheidsvereisten zijn interne beheersingsmaatregelen aangescherpt en is de Verbijzonderde Interne Controle (VIC) structureel binnen de organisatie geïmplementeerd. De P&C-cyclus, bestaande uit de Kadernota, Begroting, tussentijdse rapportages en de Jaarstukken, vormt daarmee een robuust en transparant kader voor beleidsvorming en financiële verantwoording. Dankzij deze doorontwikkeling is de betrouwbaarheid van de informatievoorziening verder toegenomen, hetgeen bijdraagt aan een solide basis voor bestuurlijke besluitvorming.
Belangrijkste voordelen van de aangescherpte P&C-cyclus • • • • •
Rechtmatigheid en betrouwbaarheid: Door inzet van VIC en aanvullende interne controles wordt voldaan aan wettelijke vereisten en wordt het risico op onrechtmatigheden geminimaliseerd. Transparantie: Uniforme en consistente rapportages vergroten het inzicht voor bestuur en management. Effectieve sturing: Tijdige en accurate informatie ondersteunt het realiseren van beleidsdoelstellingen en het beheersen van middelen. Voorspelbaarheid en stabiliteit: De verbeterde cyclus draagt bij aan een betrouwbare planning en helpt om ongewenste afwijkingen te voorkomen. Interne samenhang: Het proces bevordert de samenwerking tussen organisatieonderdelen en versterkt de gezamenlijke focus op resultaat.
Met deze versterking borgt de dienst een hoog niveau van rechtmatigheid en transparantie, passend bij de eisen van goed bestuur en publieke verantwoording. In de komende jaren richt de dienst zich op verdere digitalisering en datagedreven sturing, om de Planning & Control-cyclus nog efficiënter en toekomstbestendig te maken.
3.4 Inkoop en aanbesteding In 2025 heeft de Omgevingsdienst West-Holland verdere stappen gezet in het professionaliseren van het inkoopen aanbestedingsproces. De samenwerking met de Omgevingsdienst Midden-Holland is daarbij verder geïntensiveerd. Door deze samenwerking en door structurele kennisdeling met andere omgevingsdiensten is de expertise van de organisatie aanzienlijk vergroot. Dit stelt de dienst in staat om op een meer professionele wijze in te kopen en
Jaarstukken 2025 (2026038044)
27 / 64
optimaal gebruik te maken van raamcontracten, hetgeen bijdraagt aan een efficiënte en rechtmatige uitvoering van het inkoopbeleid. Belangrijke aanbestedingen in 2025: • • • • •
Energiescans Grondwateronderzoek Arbodienstverlening Geluidmeetposten Salarisadministratie
Voordelen van digitalisering van het inkoopproces: • • • • •
Efficiëntie en tijdswinst: Automatisering van processen vermindert handmatige werkzaamheden en verkort doorlooptijden. Transparantie en rechtmatigheid: Digitale systemen waarborgen volledige documentatie, audit-trails en naleving van wet- en regelgeving. Datagedreven sturing: Digitalisering maakt het mogelijk om analyses en rapportages te genereren ter ondersteuning van strategische besluitvorming. Risicobeheersing: Digitale monitoring en signalering zorgen voor vroegtijdige detectie en correctie van afwijkingen. Toegankelijkheid en samenwerking: Online platforms faciliteren samenwerking met partners en leveranciers, zowel regionaal als landelijk.
Vooruitblik: In de komende periode richt de dienst zich op verdere digitalisering van het inkoopproces en het intensiveren van gezamenlijke aanbestedingen om schaalvoordelen, rechtmatigheid en kwaliteit nog beter te borgen.
3.5 Maatschappelijk Verantwoord Opdracht geven en Inkopen In 2025 heeft de Omgevingsdienst West-Holland zich gecommitteerd aan het implementeren van het Manifest Maatschappelijk Verantwoord Opdrachtgeven en Inkopen (MVOI). Dit manifest vormt een belangrijke stap in het realiseren van duurzame, sociale en innovatieve inkooppraktijken binnen de organisatie. Door deze ambitie sluit de dienst aan bij landelijke doelstellingen om maatschappelijke waarde te creëren via inkoop en aanbestedingen. Vooruitblik: In 2026 richt de dienst zich op het vertalen van deze uitgangspunten naar concrete inkoopcriteria, het opstellen van een implementatieplan en het monitoren van de voortgang. Hiermee draagt de dienst actief bij aan maatschappelijke opgaven en versterkt zij haar rol als publieke organisatie die duurzaam en verantwoord opereert.
3.6 Communicatie Communicatie zet het komende jaar in op verdere professionalisering om onze dienstverlening te verbeteren. Een belangrijk onderdeel hiervan is om nog herkenbaarder en vooral toegankelijker te zijn voor al onze doelgroepen. We ontwikkelen onze website daarom door naar de laatste maatstaven van digitale toegankelijkheid. Zo kunnen ook mensen met visuele beperkingen of een lager taalniveau feilloos bij ons terecht met vragen of klachten. Onze niet-digitale middelen, zoals brieven en flyers, zetten we eveneens om naar beter begrijpbare teksten en onze (sinds vorig jaar) vernieuwde, beter herkenbare huisstijl.
Jaarstukken 2025 (2026038044)
28 / 64
Communicatie is ook intern een bouwsteen voor samenwerking en trots. Goede interne communicatie zorgt dat medewerkers weten waar we voor staan en hoe zij bijdragen aan de gezamenlijke doelen. In 2026 werken we hier onder andere aan door het vorig jaar opgezette initiatief “Onder ons” verder uit te breiden: een terugkerende bijeenkomst waar intern informatie voor en door collega’s wordt gedeeld. Persvragen We zien in de afgelopen twee jaar een stijgende lijn in het aantal persvragen dat wij ontvangen. In 2025 ontvingen we vooral vragen over de verzakking van een deel van het Valkenburgse Meer en over het woningbouwproject Valkenhorst. Arbeidsmarktcommunicatie De vijf omgevingsdiensten in Zuid-Holland werken al een paar jaar samen aan arbeidsmarktcommunicatie, onder de naam De Betere Wereldbaan. In 2025 is een grote campagne opgezet om meer naamsbekendheid te ontwikkelen. Zo waren we een tijd lang te zien op billboards op de grote treinstations van Zuid-Holland, hebben we campagnevideo’s opgenomen en zijn er gezamenlijke social mediapagina’s ontwikkeld. In 2026 gaan we met deze lijn door om het belangrijke werk van de omgevingsdiensten bij werkzoekenden en eventuele zij-instromers onder de aandacht te brengen.
3.7 Verantwoordingsverslag klachten (conform artikel 9:12a Algemene wet bestuursrecht) De dienst streeft ernaar haar taken zorgvuldig, transparant en professioneel uit te voeren. Daarbij staat een correcte en respectvolle omgang met inwoners en bedrijven centraal. Desondanks kan het voorkomen dat belanghebbenden ontevreden zijn over de dienstverlening. In dergelijke gevallen kan sprake zijn van een klacht over de wijze waarop de omgevingsdienst zich in een specifieke situatie heeft gedragen. De dienst hecht eraan dergelijke signalen serieus te nemen en te benutten voor het verbeteren van de uitvoering en dienstverlening. Op grond van artikel 9:12a van de Algemene wet bestuursrecht zijn de in het verslagjaar ingediende schriftelijke klachten geregistreerd. In 2025 zijn vijf schriftelijke klachten ontvangen. Vier klachten zijn informeel met de klager besproken en naar tevredenheid opgelost. Eén klacht heeft geleid tot een formele klachtprocedure en is ongegrond verklaard. Alle klachten zijn behandeld overeenkomstig hoofdstuk 9 van de Algemene wet bestuursrecht. De registratie en analyse van klachten leveren inzicht op in het functioneren van de organisatie en dragen bij aan het verder versterken van de kwaliteit en zorgvuldigheid van de bedrijfsvoering. Hiermee is invulling gegeven aan de wettelijke verplichting tot registratie en jaarlijkse publicatie van klachten.
Jaarstukken 2025 (2026038044)
29 / 64
4. Paragrafen
Jaarstukken 2025 (2026038044)
30 / 64
4.1 Lokale heffingen De dienst heeft niet als taak lokale heffingen op te leggen. Deze taak ligt bij de deelnemende gemeenten.
4.2 Weerstandsvermogen Het weerstandsvermogen geeft aan in welke mate de dienst in staat is tegenvallers/risico’s op te vangen.
Vrije ruimte in de algemene reserve In de nota Planning & Control is vastgesteld dat de algemene reserve maximaal 5% van de omzet mag bedragen. Met de algemene reserve (voor bestemming zie paragraaf 5.2) kunnen de geïnventariseerde risico’s gedekt worden.
Maximale omvang algemene reserve
Bepaling vrije ruimte algemene reserve Algemene reserve 31-12-2025
€ 3.691.000
Risico impact
€ -750.000
Vrije ruimte algemene reserve
€ 2.941.000
In paragraaf 4.2 “Toelichting op de balans” van deze jaarstukken wordt een uitgebreide uitleg gegeven over de algemene reserve en de gevraagde besluiten. Hier wordt onder andere besproken hoe de algemene reserve wordt ingezet, de bestemmingsreserve Taakstelling als buffer voor de taakstelling van 6%, financiële risico's en onvoorziene uitgaven richting de komende jaren.
Jaarstukken 2025 (2026038044)
31 / 64
Weerstandsvermogen en risicobeheersing In de tabel hieronder zijn alle risico’s volledig geïnventariseerd, de verwachte omvang wordt ingeschat met beheersmaatregelen in overweging. Financiële impact wordt bepaald volgens de regels in de nota weerstandsvermogen en risicomanagement, wat resulteert in de benodigde omvang van de algemene reserve. Beheersmaatregelen met een structureel effect zijn meegenomen in de financiële impact van de risico’s, per risico staat de gekozen aanpak en het (structurele) effect vermeld. De bedragen zijn onderdeel van de eerdere risico-impactbepaling. Risico (x €1.000)
Beheersmaatregel
Risico
Klasse
Impact
S1 .
Accepteren: Bij de vaststelling wordt het indexcijfer van de commissie Financiële Kaderstelling Gemeenschappelijke Regelingen gebruikt, definitief vastgesteld door het
€0
75%
€0
Prijsontwikkelingen niet gecompenseerd in de indexatie.
Algemeen Bestuur in de kadernota. S2 .
Dwangsom bij te late beslissing (Wet dwangsom en beroep)
Accepteren: Termijnen om te beslissen worden nauwlettend bewaakt.
€0
5%
€0
S3 .
Risico’s die voortvloeien uit
Overdragen: Hiervoor is een standaard
€0
5%
€0
€ 700
50%
€ 350
rechtsgedingen als gevolg van handelen.
S4 .
Heeft de organisatie voldoende kritische massa om haar (wettelijke) taken te kunnen uitvoeren
rechtsbijstands- en aansprakelijkheidsverzekering afgesloten.
Verminderen: De dienst werft actief op de arbeidsmarkt via “Werken in het Westen” en digitale kanalen. De samenwerking “Betere Wereldbaan” bevordert de samenwerking tussen de vijf omgevingsdiensten.
(robuustheid).
Jaarstukken 2025 (2026038044)
32 / 64
Risico (x €1.000)
Beheersmaatregel
Risico
klasse
Impact
I5.
De implementatie van de Omgevingswet is in 2024 voltooid. De werkzaamheden zijn inmiddels regulier werk geworden.
Accepteren: De samenwerking tussen de partijen verloopt goed en is onderdeel geworden van het reguliere werk
€0
25%
€0
S6.
De dienst heeft te maken met een stuwmeer niet opgenomen verlofuren.
Verminderen: De organisatie stuurt op het verminderen van de stuwmeren op een verantwoordelijke manier.
€ 500
70%
€ 350
S7.
Ondanks de steeds toenemende automatiseringsgraad, ook in het kader van de diverse regelgevingen is het de vraag of de dienst in staat is om dit te realiseren. (Informatiseringskosten)
Verminderen: Hoewel het huidige informatiseringsproject is afgerond, moeten we ons blijven aanpassen aan voortdurende veranderingen om de efficiëntie, effectiviteit en veiligheid van onze informatiesystemen te waarborgen en toekomstige uitdagingen en
€ 500
10%
€ 50
De gemeente Noordwijk heeft besloten om per 1 januari 2027 de bouwtaken weer zelfstandig uit te voeren.
Overdragen:
€0
100%
€0
I8.
kansen te anticiperen.
De nota Planning & Control voorziet in de situatie dat een deelnemer zijn takenpakket wil terugnemen. Het proces van ontvlechting zal dit jaar verder vorm krijgen om een soepele overgang van taken per 1-1-2027 mogelijk te maken. De verwachting is dat in begin 2026 er definitieve afspraken met Noordwijk zullen worden gemaakt over de financiële compensatie.
Totaal risico impact
€ 750
I = Incidenteel en S= structureel
De financiële impact van risico’s wordt berekend op basis van verwachte omvang, kans en zekerheidsfactor, volgens de risicomatrix in de nota weerstandsvermogen met vastgestelde grenzen.
Financiële kengetallen Conform artikel 11 van het BBV rapporteert de dienst over de financiële kengetallen die inzicht geven in onze vermogenspositie. Hoewel de wet vijf indicatoren voorschrijft, zijn de kengetallen voor de grondexploitatie en belastingcapaciteit niet van toepassing op de activiteiten van deze dienst. De onderstaande drie kengetallen vormen voor de dienst de graadmeter voor de financiële gezondheid:
Jaarstukken 2025 (2026038044)
33 / 64
Netto schuldquote: Geeft inzicht in de schuldenlast ten opzichte van de inkomsten. Solvabiliteitsratio: Toont in hoeverre wij over voldoende eigen vermogen beschikken om aan onze verplichtingen te voldoen. Structurele exploitatieruimte: Laat zien of de structurele inkomsten en uitgaven in evenwicht zijn.
Netto schuldquote De netto schuldquote geeft de verhouding weer van de schuldenlast van de dienst ten opzichte van de eigen middelen. De netto schuldquote geeft een indicatie van de druk van de rentelasten en de aflossingen op de exploitatie. De realisatie laat een ander beeld zien dan begroot. De eigen middelen zijn door het toevoegen van het exploitatieresultaat (voor bestemming) hoger dan de initiële begroting.
Solvabiliteitsratio De solvabiliteitsratio geeft de verhouding weer van het eigen vermogen ten opzichte van de totale passiva. Bovendien geeft het aan in welke mate de dienst het eigen vermogen kan inzetten voor de dekking van de schulden, oftewel in hoeverre de dienst in staat is aan zijn financiële verplichtingen te voldoen. Onder het eigen vermogen verstaan we de algemene reserve en de overige bestemmingsreserves. Het eigen vermogen (voor bestemming) van de dienst is mede door de toevoeging van het positieve exploitatieresultaat en vrijval van enkele bestemmingsreserves hoger dan begroot. Dit betekent dat de dienst meer middelen beschikbaar heeft om de eventuele schulden te voldoen.
Structurele exploitatieruimte De structurele exploitatieruimte toont of de vaste inkomsten genoeg zijn om de vaste uitgaven te dekken. Het geeft de financiële ruimte weer door de vaste inkomsten naast de vaste uitgaven te leggen en dit te vergelijken met het totaal van de inkomsten. In het kader van het Interbestuurlijk Programma VTH (IBP VTH) zijn criteria vastgesteld waaraan wij moeten voldoen om robuust te zijn. Dit heeft er onder andere voor gezorgd dat het opleidingsbudget is verhoogd van 1,8% naar 3% van de loonsom en het creëren van een innovatiebudget van 1% van de omzet. Dit tezamen met de taakstelling in het kader van het ravijnjaar 2026 heeft als gevolg dat de structurele uitgaven hoger dan de structurele inkomsten. De verwachting is dat in 2028 de dienst de structurele uitgaven en structurele inkomsten weer in balans heeft.
4.3 Onderhoud kapitaalgoederen De paragraaf Onderhoud kapitaalgoederen bevat volgens het BBV in elk geval wegen, riolering, water, groen en gebouwen. Voor de dienst zijn geen van deze onderdelen van toepassing.
4.4 Financiering De dienst is als uitvoeringsinstantie van een Gemeenschappelijke Regeling, volgens de Wet Financiering Decentrale Overheden (Wet FIDO), verplicht een financieringsparagraaf op te nemen. Hierin beschrijven we de ontwikkelingen rond de kasgeldlimiet, de ontwikkelingen wat betreft de rente- en risiconorm, de verwachte toe- en/of afname van geldleningen of uitzettingen en het beleid en de uitvoering van de treasury.
Jaarstukken 2025 (2026038044)
34 / 64
Enkele deelnemers gaven extra opdrachten gedurende het jaar, maar de dienst heeft de voorschotten niet aangepast. Hierdoor verschillen het resultaat en het te betalen/ontvangen bedrag nog van de betaalde voorschotten. • •
• • • • • • •
Rentevisie: De dienst heeft geen leningen lopen. Koersrisico: Koersrisico is de kans dat de financiële activa van de organisatie in waarde verminderen door negatieve koersontwikkelingen. De dienst bezit geen derivaten en van koersrisico is daarom geen sprake. Valutarisico: Valutarisico is bij de dienst uitgesloten omdat de dienst niet beschikt over, of aanspraken heeft in vreemde valuta. Rente- en risiconorm: De dienst heeft geen schulden. Er is geen sprake van een mogelijk renterisico. Liquiditeitenplanning: Omdat de dienst met voorschotnota’s werkt, waarbij rekening is gehouden met ons uitgavenpatroon, is het minder noodzakelijk een liquiditeitenplanning op te stellen. Financieringsrisico’s: Omdat de deelnemende gemeenten gezamenlijk verantwoordelijk zijn voor het financiële beleid van de dienst en zich verplicht hebben de tekorten in zijn geheel gezamenlijk te dragen, zijn er geen financieringsrisico’s. Kasgeldlimiet: Jaarlijks bepaalt het ministerie de kasgeldlimiet voor gemeenten. Voor 2025 bedraagt dit 8,2% van de opgestelde begroting. De toegestane kasgeldlimiet is € 2.105.104. Deze limiet mag gedurende het begrotingsjaar niet worden overschreden. Bij structurele overschrijding moet de kortlopende schuld worden omgezet in een langlopende schuld.
1e kwartaal 2e kwartaal 3e kwartaal
4e kwartaal
Omvang begroting
25.672.000
25.672.000
25.672.000
25.672.000
In procenten van de grondslag
8%
8%
8%
8%
In bedrag
2.105.104
2.105.104
2.105.104
2.105.104
Opgenomen gelden < 1 jaar
12.040.825
12.615.656
10.135.699
12.752.090
Schuld in rekening courant
0
0
0
0
Gestorte gelden door derden < 1 jaar-
0
0
0
0
Overige geldleningen niet zijnde vaste schuld
0
0
0
0
Totaal Omvang vlottende korte schuld
12.040.825
12.615.656
10.135.699
12.752.090
Contante gelden in kas
-
-
-
-
Tegoeden in rekening courant
14.206.903
16.159.083
15.988.782
15.229.090
Overige uitstaande gelden < 1 jaar
670.447
1.469.072
-230.055
1.307.217
Totaal vlottende middelen
14.877.350
17.628.155
15.758.728
16.536.308
Toegestane kasgeldlimiet
2.105.104
2.105.104
2.105.104
2.105.104
Totaal netto vlottende middelen
-2.836.525
-5.012.499
-5.623.029
-3.784.217
Ruimte(+) / Overschrijding (-)
4.941.629
7.117.603
7.728.133
5.889.321
Overzicht Kasgeldlimiet (bedragen in €) Toegestane kasgeldlimiet
Omvang vlottende korte schuld
Vlottende middelen
Toets kasgeldlimiet
Jaarstukken 2025 (2026038044)
35 / 64
4.5 Paragraaf Wet Open Overheid De Wet open overheid (Woo) is op 1 mei 2022 in werking getreden en heeft de Wet openbaarheid van bestuur (Wob) vervangen. Met de invoering van de Woo heeft de wetgever beoogd de transparantie binnen het openbaar bestuur te versterken en de toegankelijkheid van overheidsinformatie voor burgers, bedrijven, journalisten en maatschappelijke instellingen te vergroten. De Woo legt een nadruk op zowel reactieve openbaarmaking—het behandelen van informatieverzoeken—als op proactieve openbaarmaking, waarbij overheidsinstanties zelf verantwoordelijk zijn voor het actief publiceren van een brede categorie informatie zonder dat daar eerst een verzoek voor nodig is. Hiermee wordt beoogd de democratische controle te versterken, de kwaliteit van de publieke dienstverlening te vergroten en het publieke vertrouwen in de overheid te bevorderen. In het kalenderjaar 2025 heeft de dienst in totaal 20 Woo-verzoeken ontvangen. Deze verzoeken variëren in omvang, reikwijdte en complexiteit. Van deze 20 verzoeken zijn 9 verzoeken binnen de wettelijke beslistermijn afgehandeld. Een deel van de verzoeken heeft echter een langere doorlooptijd gekend. De verzoeken die niet binnen de termijn konden worden afgerond, betroffen omvangrijke en inhoudelijk complexe dossiers.
De afhandeling daarvan vergde extra tijd, onder meer in verband met het zorgvuldig uitvoeren van de benodigde anonimisering, het afstemmen met betrokken interne afdelingen en het waarborgen dat alle verstrekte informatie voldeed aan de eisen van juistheid, volledigheid en zorgvuldigheid die de Woo stelt. Hoewel de wettelijke termijn niet in alle gevallen is gehaald, is bij elk verzoek een zorgvuldige en integrale beoordeling uitgevoerd om te voldoen aan de normen die de Woo stelt aan openbaarmaking. De dienst heeft prioriteit gegeven aan het waarborgen van de kwaliteit en rechtmatigheid van de besluitvorming, ook wanneer dat een langere afhandelingstijd met zich meebracht. Per einde 2025 staat er nog één Woo-verzoek open. Dit verzoek betreft een dossier met een brede reikwijdte en is daarom nog in behandeling. De dienst werkt actief aan de verdere afhandeling hiervan en streeft ernaar dit verzoek conform de wettelijke vereisten en met de gebruikelijke zorgvuldigheid af te ronden. Met deze ervaringen neemt de dienst de leerpunten mee om de interne werkprocessen rondom de Woo verder te optimaliseren, onder meer op het gebied van dossiervorming, informatiebeheer en het vergroten van de interne bewustwording rondom tijdige en transparante informatieverstrekking.
Jaarstukken 2025 (2026038044)
36 / 64
4.6 Bedrijfsvoering Conform de voorschriften van het BBV dient een afzonderlijke paragraaf over de bedrijfsvoering te worden opgenomen. Bedrijfsvoering is belangrijk voor de dienst en om die reden in een apart hoofdstuk 3 uitgewerkt. Voor de inhoud verwijzen wij naar hoofdstuk 3 van dit document.
4.7 Staat van Investeringen
De ontwikkeling Materiële vaste activa: Bedrijfsgebouwen laat zien dat de boekwaarde van de bedrijfsgebouwen per 31 december 2024 € 253.000 bedraagt. In 2025 hebben geen investeringen of desinvesteringen plaatsgevonden, waardoor de samenstelling van de activa ongewijzigd is gebleven. Het enige mutatie-element in 2025 betreft de reguliere jaarlijkse afschrijving van € 38.000. Na verwerking van deze afschrijving komt de boekwaarde per 31 december 2025 uit op € 215.000. Hiermee weerspiegelt het overzicht een stabiel activum zonder nieuwe toevoegingen of afstotingen, waarbij de daling in waarde volledig wordt verklaard door de jaarlijkse afschrijving.
4.8 Begrotingsrechtmatigheid Bij de rechtmatigheidscontrole vormt het begrotingscriterium een belangrijk toetsingscriterium. In de toelichting op het Besluit accountantscontrole decentrale overheden (Bado) wordt begrotingsrechtmatigheid omschreven als: ‘Financiële beheershandelingen, die ten grondslag liggen aan de baten en lasten, alsmede de balansposten, dienen tot stand te zijn gekomen binnen de grenzen van de geautoriseerde begroting en hiermee samenhangende programma’s (begrotingscriterium). In de begroting zijn de maxima voor de lasten vermeld die door de raad zijn vastgesteld. Dit houdt in dat de financiële beheershandelingen dienen te passen binnen de begroting, waarbij het juiste programma, de toereikendheid van het begrotingsbedrag, evenals het begrotingsjaar van belang zijn.’ Er is een aantal verschillende begrotingsoverschrijdingen te onderscheiden. Bij de toetsing van begrotingsafwijkingen kunnen, volgens de Commissie BBV, ten minste de volgende “soorten” begrotingsafwijkingen worden onderkend:
Jaarstukken 2025 (2026038044)
37 / 64
#
Beschrijving soort onrechtmatigheid
Telt mee voor het oordeel
1
Kostenoverschrijdingen die geheel of grotendeels worden gecompenseerd door direct gerelateerde opbrengsten
Nee
2
Kostenoverschrijdingen bij open einde (subsidie)regelingen
Nee
3
Kostenoverschrijdingen die worden gecompenseerd door extra inkomsten die niet direct
Ja
gerelateerd zijn 4
Kostenoverschrijdingen die passen binnen het bestaande beleid, maar waarbij de accountant ondubbelzinnig vaststelt dat die ten onrechte niet tijdig zijn gesignaleerd
Ja
5
Kostenoverschrijdingen inzake activiteiten die niet passen binnen het bestaande beleid en waarvoor tegen beter weten in geen voorstel tot begrotingswijziging is ingediend
Ja
6
Kostenoverschrijdingen inzake activiteiten welke achteraf als onrechtmatig moeten worden beschouwd omdat dit bijvoorbeeld bij nader onderzoek van de subsidieverstrekker, belastingdienst of een toezichthouder blijkt
Nee
a Geconstateerd tijdens verantwoordingsjaar
Ja
b Geconstateerd na verantwoordingsjaar
Nee
Kostenoverschrijdingen op activeerbare activiteiten waarvan de gevolgen voornamelijk zichtbaar worden via hogere afschrijvings- en financieringslasten in het jaar zelf of pas in de volgende jaren
Nee
a Jaar van investeren
Nee
7
Ja
b Afschrijvings- en financieringslasten in latere jaren De werkelijke lasten op programmaniveau mogen in principe de begrote lasten na de laatste begrotingswijziging niet overschrijden. Als er toch sprake is van een overschrijding, is het voor de beoordeling van de begrotingsrechtsmatigheid van belang om te onderzoeken in hoeverre deze overschrijding past binnen het beleid dat is geformuleerd door het algemeen bestuur en/of wordt gecompenseerd door hogere inkomsten die gerelateerd zijn aan de betreffende lasten. Een gedetailleerde uiteenzetting hierover is, op advies van de Commissie BBV, toegevoegd aan 4.6 rechtmatigheidsverantwoording.
Jaarstukken 2025 (2026038044)
38 / 64
5. Jaarrekening
Jaarstukken 2025 (2026038044)
39 / 64
5.1 Balans per 31 December Hierna volgt de financiële verantwoording van het gerealiseerde beleid via de balans met toelichting.
Grondslagen voor waardering en resultaatbepaling Besluit Begroting en Verantwoording provincies en gemeenten (BBV): De jaarrekening is opgesteld met inachtneming van het Besluit Begroting en Verantwoording provincies en gemeenten (BBV), de financiële verordening en de nota Planning & Control 2020-2027. De toegepaste waarderingsgrondslagen voor de activa en passiva zijn ten opzichte van het voorgaande jaar ongewijzigd gebleven. Baten worden geboekt in het jaar van realisatie en lasten in het jaar van voorzienbaarheid, met ongewijzigde waarderingsgrondslagen. Materiële vaste activa: De materiële vaste activa worden gewaardeerd tegen verkrijgings- of vervaardigingsprijs, verminderd met afschrijvingen op basis van de economische levensduur volgens artikel 64 van het BBV. De afschrijvingstermijn en methode zijn vastgesteld bij de begroting 2015, waarbij het BBV-beleid en de financiële verordening van de dienst worden gevolgd. Vlottende activa: De vorderingen, overlopende activa en liquide middelen worden gewaardeerd tegen de nominale waarde, verminderd met de noodzakelijk voorzieningen, zoals bedoeld in artikel 63 van het BBV. Vlottende passiva: De vlottende schulden en overlopende passiva worden gewaardeerd tegen de nominale waarde, zoals bedoeld in artikel 63 van het BBV.
Eigen vermogen: Onder het eigen vermogen zijn opgenomen de algemene reserve, de bestemmingsreserves en het saldo van de rekening van baten en lasten. Voorzieningen: De voorzieningen worden gewaardeerd tegen de nominale waarde.
Jaarstukken 2025 (2026038044)
40 / 64
5.2 Toelichting op de balans Activa Vaste activa A123 - Materiële vaste activa: Bedrijfsgebouwen
Vlottende activa Uitzettingen (Debiteuren) Er zijn in 2025 geen vorderingen wegens oninbaarheid op debiteuren afgeboekt. A221 - Uitzetting : Vorderingen op openbare lichamen Vorderingen op openbare lichamen
Vorderingen op overige debiteuren
Uitzettingen (Debiteuren) Er zijn in 2025 geen vorderingen wegens oninbaarheid op debiteuren afgeboekt.
Jaarstukken 2025 (2026038044)
41 / 64
A225a - Uitzettingen: Schatkistbankieren
De drempel voor gemeenschappelijke regelingen met een begrotingstotaal tot € 500 miljoen voor het verplicht schatkistbankieren bedraagt 2% van het begrotingstotaal met een minimum van € 1 miljoen. Berekening benutting drempelbedrag schatkistbankieren (bedragen x € 1000) Verslagjaar 2025 (1)
Drempelbedrag
1.000
1.000
1.000
1.000
Kwartaal 1
Kwartaal 2
Kwartaal 3
Kwartaal 4
(2)
Kwartaalcijfer op dagbasis buiten 's Rijks schatkist aangehouden middelen
226
230
212
248
(3a) = (1) > (2)
Ruimte onder het drempelbedrag
774
770
788
752
(3b) = (2) > (1)
Overschrijding van het drempelbedrag
-
-
-
-
(1) Berekening drempelbedrag Verslagjaar (4a)
Begrotingstotaal verslagjaar
25.672
(4b)
Het deel van het begrotingstotaal dat kleiner of gelijk is aan € 500 miljoen
25.672
(4c)
Het deel van het begrotingstotaal dat de € 500 miljoen te boven gaat
-
(1) = (4b)*0,0075 + (4c)*0,002 met Drempelbedrag een minimum van €1.000.000
1.000
(2) Berekening kwartaalcijfer op dagbasis buiten 's Rijks schatkist aangehouden middelen Kwartaal 1
Kwartaal 2
Kwartaal 3
Kwartaal 4
20.336
20.899
19.485
22.853
(5a)
Som van de per dag buiten 's Rijks schatkist aangehouden middelen (negatieve bedragen tellen als nihil)
(5b)
Dagen in het kwartaal
90
91
92
92
(2) - (5a) / (5b)
Kwartaalcijfer op dagbasis buiten 's Rijks schatkist aangehouden middelen
226
230
212
248
Jaarstukken 2025 (2026038044)
42 / 64
A23 - Liquide middelen (kas- en banksaldi)
Opmerking: Rekening BNG 28.51.80.940 betreft een bankgarantie. Het totaal wat ter vrije beschikking staat is dus € 250.000 A29c- Overlopende activa: Nog te ontvangen bijdrage van overige overheid.
A29d - Overlopende activa: Overige overlopende activa
Passiva Eigen vermogen
Jaarstukken 2025 (2026038044)
43 / 64
P111 - Algemene reserve In de Nota Planning & Control is opgenomen dat het exploitatieresultaat zal worden toegevoegd aan de algemene reserve voor zover deze niet de 5% van de omzet overschrijdt. Het maximale toegestane bedrag voor de algemene reserve in 2025 mag € 1.258.000 bedragen, wat overeenkomt met 5% van de omzet, zoals vastgesteld in de Nota Planning & Control 2020-2023. P112 - Bestemmingsreserve Bij de behandeling van de jaarstukken 2024 is in het kader van de algemene reserve (weerstandsvermogen) besloten om het programmaresultaat 2024 en de vrijval van de bestemmingsreserves toe te voegen aan de algemene reserve van de dienst. In 2025 is de bestemmingsreserve Taakstelling gevormd ter dekking van de taakstelling van 6%. Conform besluit is hier in 2025 € 665.000 aan toegevoegd. Bestemmingsreserve subsidie Geluidsanering De accountant heeft vastgesteld dat op de balans van de dienst een totaalbedrag van € 8.933.000 aan vooruit ontvangen subsidies voor geluidsanering is opgenomen waarvoor op balansdatum geen directe verplichtingen meer bestaan. Het betreft € 1.200.000 aan ISV‑middelen (Investeringsbudget Stedelijke Vernieuwing, 2000–2015) en € 7.733.000 aan BSV‑middelen (Brede Saneringsregeling Verkeerslawaai, vanaf 2015).
Hoewel de ISV‑regeling formeel is opgevolgd door de BSV‑regeling, worden tot en met 2028 nog werkzaamheden verwacht die niet binnen de reikwijdte van de BSV‑subsidie vallen. Het gaat onder meer om de sanering van niet‑gemelde woningen, aanvullende onderzoeken en asbestinventarisaties. Om deze resterende werkzaamheden op een rechtmatige en budget neutrale wijze te kunnen afronden, is voorgesteld om het resterende ISV‑budget om te zetten in een meerjarige bestemmingsreserve van ca. € 1.200.000. Het algemeen bestuur heeft dit voorstel op 9 maart 2026 vastgesteld, met terugwerkende kracht tot 1 januari 2025. Conform de voorschriften van het BBV betreft dit een verschuiving, het bedrag wordt overgeboekt van vooruit ontvangen bedragen naar bestemmingsreserves. Deze herclassificatie heeft geen invloed op het exploitatieresultaat. Met deze bestemmingsreserve beschikt de dienst over de benodigde middelen om het ISV‑dossier in 2028 af te ronden binnen de financiële kaders. Bestemmingsreserve Taakstelling De commissie FKGRHM heeft voor de begroting van 2026 het advies gegeven aan de gemeenten om de gemeenschappelijke regelingen te vragen een bijdrage te leveren aan het zogenaamde “Ravijnjaar” en stellen een begrotingsafname voor van 6% ten opzichte van 2025. In de kadernota 2026 heeft de dienst uitwerking gegeven aan het bovengenoemde advies.
Voor 2025 is het voorstel conform de begrotingswijziging € 760.000 toe te voegen aan de bestemmingsreserve Taakstelling. Hiermee wordt financiële dekking geboden, zodat de organisatie continuïteit kan waarborgen en niet overhaast hoeft te bezuinigen zonder een weloverwogen besluit en langetermijnplanning. Deze aanpak geeft de organisatie twee jaar extra de tijd om 3% aan structurele bezuinigingen of lastenbeperkingen te realiseren. Dit biedt ruimte voor een gefaseerde en evenwichtige uitvoering van de taakstelling, met oog voor een zorgvuldig en duurzaam proces. Na besluitvorming zal deze bestemmingsreserve worden onttrokken aan de algemene reserve. Het saldo van de algemene reserve zal dan per 31-12-2025 € 1.115.000 bedragen.
Jaarstukken 2025 (2026038044)
44 / 64
P114 – Saldo van de rekening In 2025 Het exploitatieresultaat vóór bestemming bedraagt € 838.000 (zie 4.4. Programmarekening). Voorgestelde verwerking van het exploitatieresultaat van €838.000. • • • •
Toevoegen van het resultaat à €838.000 aan de algemene reserve, welke dan €1.875.000 bedraagt Onttrekken aan de algemene reserve €760.000 conform begrotingswijziging 2025, welke toegevoegd wordt aan de bestemmingsreserve Taakstelling. Het totaal van de bestemmingsreserve zal uitkomen op €1.425.000 Vaststellen van de algemene reserve die dan uitkomt op € 1.115.000. Dit is onder de norm van 5% zoals bepaald in de nota Planning & Control (zie ook paragraaf 3.2.1)
Kortlopende schulden P213 - Vlottende schuld: Overige vlottende schulden
Crediteuren waarvan openbare lichamen
Specificatie nog te betalen
Jaarstukken 2025 (2026038044)
45 / 64
P29c – Overlopende passiva: Vooruit ontvangen bijdrage van overige overheid
Voorzieningen P12 - Voorzieningen
• •
De premie aanvullen WW wordt maandelijks via de salarissen volgens de wet regeling aanvullende voorzieningen bij werkloosheid toegevoegd. De voorziening spaarverlof is opgebouwd uit volledig verlof van actieve medewerkers met bestemming spaarverlof. Daarnaast is van het bovenwettelijk verlof alles boven de grens van 50 uur meegenomen in de voorziening. Het tijdstip van verlofopname blijft onvoorspelbaar.
5.3 Niet uit de balans blijkende verplichtingen Voor de komende jaren heeft de dienst financiële verplichtingen aangegaan die niet zijn opgenomen in een balanspost. Hieronder worden de belangrijkste verplichtingen toegelicht, waarbij ‘belangrijk’ verwijst naar overeenkomsten met een totale contractwaarde van minimaal € 50.000. Contractpartij
Aard van het contract
Startdatum
Einddatum
Bedrag per jaar €
Leithon
Huur kantoorpand Vondellaan 55
1-6-2020
31-7-2037
434.000
Esprit (Voorheen Detron)
ICT-helpdesk en onderhoud
15-12-2021
14-12-2029
155.000
Mozard (Visma)
VTH&A systeem
1-10-2024
30-9-2033
130.000
Jaarstukken 2025 (2026038044)
46 / 64
5.4 Overzicht van baten en lasten De programmarekening geeft beknopt de financiële verantwoording van het gerealiseerde beleid weer.
Exploitatieresultaat - € 838.000 In 2025 heeft de dienst niet alleen strak gestuurd op financiële uitgaven, maar heeft de dienst ook voortgebouwd op het ingezette pad van innovatie en efficiëntie. Hiermee kan de dienst hetzelfde werk leveren, van hogere kwaliteit met lagere kosten. Hieronder zullen we de verschillen van meer dan € 50.000 verklaren.
Toelichting op de lasten 1.1 Salarissen en sociale lasten – nadeel € 62.000 De salarissen en sociale lasten laten een overschrijding zien. Oorspronkelijk was er een voordeel van € 168.000 waarbij de dienst de lijn van de afgelopen jaren heeft doorgetrokken met het verder ontwikkelen van het traineeprogramma, het verjongen van de dienst en lagere kosten in de overige personeelskosten, zoals studiekosten. Door de verplichte dotatie van € 230.000 aan de voorziening verlofsparen, welke hoger was dan begroot, is het uiteindelijke nadeel dus € 62.000.
3.5.1 Ingeleend personeel – nadeel € 547.000 Het moeilijk kunnen vervullen van vacatures is een item wat inmiddels al enkele jaren zijn tol eist. Dit leidt tot meer inhuur wat gepaard gaat met stijgende kosten. Hier speelt de inhuur op het bouwdossier Noordwijk een grote rol in.
3.8 Overige goederen en diensten – voordeel € 2.020.000 Dit voordeel wordt hoofdzakelijk veroorzaakt door het verschuiven van werkzaamheden van het onderdeel Spoed en Nazorg van de Provincie (€ 1.298.000). Dit heeft uiteindelijk geleidt dat er minder is uitgegeven aan materiele kosten voor de deelnemers (€ 1.289.000). Dit heeft geen invloed op het exploitatieresultaat. Verder heeft de dienst de weg ingeslagen van strak sturen op zijn uitgaven. Voor 2025 heeft dit voornamelijk geleidt tot minder uitgaven bij het onderdeel ICT (€ 230.000), Advies en ondersteuning (€ 105.000), maar ook bij de huisvestingkosten en organisatiekosten (€ 89.000) en nog overige kleine onderdelen. In totaal is er € 618.000 minder uitgegeven.