CConstaterende datHillegom
Koppel je AI →
Document · PDF

D20 ODWH, vastgestelde kadernota 2027 en conceptjaarverslag 2025.pdf

Gemeenteraad 12 mei 2026, gemeente HillegomBij agendapunt: 10: Ingekomen stukken22.119 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 3

Van: Bestuurszaken ODWH Verzonden: dinsdag 28 april 2026 13:36 Aan: Griffie-Hillegom Onderwerp: Algemene financiële en beleidsmatige kaders en de voorlopige jaarrekening Geachte heer/mevrouw, Conform de Wet Gemeenschappelijke Regelingen (artikel 58b) stuurt het dagelijks bestuur de algemene financiële en beleidsmatige kaders en de voorlopige jaarrekening voor 30 april aan de raden van de deelnemende gemeenten en aan provinciale staten van de deelnemende provincie. Om hieraan uitvoering te geven ontvangt u hierbij de definitieve Kadernota 2027 (vastgesteld in de vergadering van het algemeen bestuur van 9 maart 2026) en het concept Jaarverslag 2025 (behandeld in de vergadering van het dagelijks bestuur op 13 april 2026). Met vriendelijke groet, Noor de Kruif Bestuursadviseur

KADERNOTA 2027

Versie : 1.2 Datum : 9 januari 2026

1

2

VOORWOORD Voor u ligt de Kadernota voor 2027. De dienst maakt nu, met name in financiële zin, een bijzondere periode door. Dat is niet altijd gemakkelijk, maar het biedt wel veel perspectief voor de jaren die gaan komen, vanaf 2027. Dat maakt dat deze Kadernota 2027 er vooral één is van hoop en verwachting, van de blik gericht op de toekomst, van nieuwe mogelijkheden. De Renaissance van de ODWH: hoe mooi is dat in een jaar waarin de dienst viert dat hij 25 jaar bestaat! Drie belangrijke ontwikkelingen voor de dienst vallen samen in deze periode: voldoen aan de robuustheidscriteria, ontvlechting van de bouwtaken van Noordwijk en de invulling van de taakstelling van 6%. Ze hebben alle drie verschillende effecten voor de dienst: ze doen een beroep op onze flexibiliteit, leren ons lessen en noodzaken tot verandering: dat klinkt als uitdagingen! In financiële zin is het ingewikkelder: ze versterken elkaar met een combinatie van minder opbrengsten en meer noodzaak tot investeren. Dat betekent dat de bodem van wat de dienst op financieel gebied nog zelf kan doen in zicht is. Eigenlijk zijn de drie grote financiële risico’s voor de dienst tegelijk gekomen. Dat maakt dat we ze in verband met elkaar kunnen aanpakken, en daarna ook weer sneller verder kunnen met opbouw en groei. De Renaissance van de ODWH… Los van deze ontwikkelingen staat de dienst er op dit moment goed voor.

De door gemeenten en provincie gevraagde producten worden geleverd, de basistaken worden uitgevoerd en de organisatie voldoet aan de ‘robuustheidscriteria’. Wij zien wel veel ontwikkelingen op ons en de deelnemers afkomen die effect zullen hebben op de opdracht aan de dienst. Er is nu al een toenemende vraag vanuit gemeenten om te adviseren over ruimtelijke ontwikkelingen en het werk voor de uitvoering van de basistaken neemt gestaag in omvang toe, omdat steeds meer aspecten in regelgeving worden opgenomen. In combinatie met nog meer nieuwe wet- en regelgeving voorzien wij een verdere verbreding en intensivering van ons takenpakket. De dienst is gestart met een traject om dit in de loop van 2026 concreet te maken met de deelnemers, opdat dit vanaf de werkplannen voor 2027 kan worden ingeregeld. Het is voor de omgevingsdienst, en voor de gemeenten en provincie als eigenaren, belangrijk om voor de komende jaren in stabiel financieel vaarwater te komen en te blijven voldoen aan eisen van robuustheid, zoals het investeren in de kwaliteit van medewerkers en het zoeken naar vernieuwing. Om dit te vergemakkelijken doen wij een voorstel om de invulling van de taakstelling van 6% al vanaf 2027 te vereenvoudigen en te concretiseren. Dat heeft tot gevolg dat ons tarief voor nieuwe zaken en taken concurrerender wordt.

Innovatie en handel: kenmerken van de Renaissance (van de ODWH)! Wij hebben en houden een positief gevoel bij de ontwikkelingen die komen. Ik hoop dat wij dat gevoel met deze Kadernota 2027 ook op u kunnen overbrengen.

Marlies Krul-Seen Directeur Omgevingsdienst West-Holland

Agendapunt 4 DB 19 januari 2026: Kadernota 2027 (2026038038)

3

BELEIDSKADER FINANCIEN De Nota Planning & Control vormt de basis voor de planning- en control cyclus van de dienst, waarvan deze Kadernota onderdeel uitmaakt: het is het startdocument van een nieuwe cyclus. De Kadernota 2027, waarvan de goedkeuring door het algemeen bestuur voorzien is op 9 maart 2026, dient als basis voor de Begroting 2027 die op 13 april 2026 als concept ter vaststelling wordt geagendeerd bij het dagelijks bestuur. Vervolgens wordt de begroting voor zienswijzen voorgelegd aan de raden en staten van de deelnemers. Het algemeen bestuur neemt, volgens planning, op 13 juli 2026 een definitief besluit over de Begroting 2027.

BELEIDSKADER UITVOERING VTHA In 2025 is de Nota Advisering Uitvoering en Handhaving vastgesteld (nota AUH). Deze nota vormt het uitvoeringsbeleid op basis waarvan wij onze wettelijke en opgedragen taken uitvoeren. Het beleid geeft helder aan welke voorwaarden, kaders, richtlijnen en keuzes van toepassing zijn op de uitvoering. Dit uitvoeringsbeleid is door alle deelnemende gemeenten en de provincie vastgesteld en is daarmee zowel ons als uw beleid geworden. Om de taken die bij ODWH zijn belegd conform het vastgestelde uitvoeringsbeleid uit te voeren, is het noodzakelijk dat opdrachtgevers hiervoor toereikend budget beschikbaar stellen. Dit is niet alleen een randvoorwaarde voor een effectieve uitvoering, maar ook voor het voldoen aan de robuustheidscriteria en het waarborgen van de kwaliteit zoals vastgelegd in het Interbestuurlijk Programma – Vergunningverlening Toezicht & handhaving (IBP-VTH). Deze kaders zijn essentieel om de continuïteit, betrouwbaarheid en rechtmatigheid van onze uitvoering te garanderen.

ROBUUSTHEIDSKADER In 2021 heeft de commissie Van Aartsen aanbevelingen gedaan over het functioneren van (het stelsel van) de omgevingsdiensten. Het rijk heeft de aanbevelingen overgenomen. In het IBP- VTH zijn vervolgens zogenaamde ‘robuustheidscriteria’ ontwikkeld. Het kabinet heeft die criteria overgenomen en vastgesteld. Iedere omgevingsdienst moet aan die robuustheidscriteria voldoen. De robuustheidscriteria gaan (ook) over de financiële robuustheid van een omgevingsdienst. In het afgelopen jaar heeft de dienst gewerkt aan het voldoen aan alle criteria voor de robuustheid van de dienst. Dit houdt in dat in de (meerjaren) begroting budgetten zijn opgenomen voor innovatie en opleiding, capaciteit voor business intelligence, dat de dienst voldoet aan de verschillende kwaliteits- en procescriteria, een omvangrijk opleidingsprogramma uitvoert en samenwerkt met de collega omgevingsdiensten in de provincie Zuid-Holland. Ook is het ‘beleidskader’ voor ODWH vernieuwd en vastgesteld: de nota AUH. Al deze zaken zijn van belang voor het voldoen aan de ‘robuustheidscriteria’. Voor de robuustheid van onze dienst hebben wij van het Rijk opdracht gekregen in gesprek te gaan met onze deelnemers. De opdracht is te bezien in welke mate aanvullende taken of werkzaamheden door onze deelnemers bij de ODWH kunnen worden belegd.

In de maanden december 2025 en januari 2026 zijn en worden de gesprekken hierover met de gemeenten (betrokken AB-leden) gevoerd. Dit zal resulteren in een aantal producten en een planning voor het vervolgtraject. .

Agendapunt 4 DB 19 januari 2026: Kadernota 2027 (2026038038)

4 POLITIEK BESTUURLIJKE KADER In 2026 vinden zowel de gemeenteraadsverkiezingen als de vorming van een nieuw kabinet plaats. Dit zal naar verwachting leiden tot een aanzienlijke wijziging in de personele samenstelling van het algemeen bestuur (AB) en het dagelijks bestuur (DB) van ODWH. Daarnaast kunnen de nieuwe collegeprogramma’s aanleiding geven tot herziening van de huidige plustaken binnen onze organisatie. Vooruitlopend op de kabinetsformatie geldt dat het nieuwe kabinet, zoals de huidige prognoses aangeven, niet minder maar eerder meer aandacht zal besteden aan de thema’s milieu, energie en klimaat. Het is aannemelijk dat wet- en regelgeving die momenteel ‘on hold’ staat, onder een nieuw kabinet alsnog geïmplementeerd zal worden. Hierbij valt te denken aan dossiers op het gebied van stikstof, waterkwaliteit, energie, klimaat en natuur.

INHOUDELIJKE ONTWIKKELINGEN Ontwikkelingen en gevolgen voor inzet en budget Ons werkpakket groeit licht, en door de invoering van de Omgevingswet is er meer behoefte aan integrale advisering over milieuaspecten. We worden steeds vaker gevraagd mee te denken over omgevingsvisies en -plannen. Sinds de Omgevingswet (in werking per 1 januari 2024) is toezicht en handhaving veel meer risicogericht. Landelijke beleidsplannen geven aan dat vergunningverlening, toezicht en handhaving (VTH) gebaseerd moeten zijn op omgevingsanalyses en prioriteiten. Dit betekent dat keuzes over capaciteit en focus explicieter worden gemaakt. Wat zien we concreet? • Toezicht wordt scherper en meer risicogericht, met meer hercontroles en handhavingszaken. • Het aantal milieubelastende activiteiten (mba’s) dat bij standaardcontroles beoordeeld moet worden, stijgt. • Onze capaciteit wordt zwaarder belast, in lijn met het landelijke VTH-beleid. Gevolgen voor inzet en budget Deze ontwikkelingen hebben directe impact: • Meer hercontroles en handhavingsacties zorgen voor een hogere personele en operationele belasting. • De stijging van mba’s vraagt om intensievere inzet. • Het beschikbare budget wordt sneller uitgeput, omdat de inzet in omvang en frequentie toeneemt.

In 2025 zagen we dat bijna de helft van de gemeenten in het vierde kwartaal vroeg om taken af te remmen om overschrijding van het budget te voorkomen. Dit leidde tot het terug schalen van toezicht, wat onwenselijk is omdat het uitvoeringsbeleid voorschrijft hoe vaak en op welke manier toezicht moet plaatsvinden. Een andere optie om binnen budget te blijven, zou dan zijn om geen integrale adviezen meer te geven. Maar deze adviezen zijn juist belangrijk voor gemeenten bij hun ruimtelijke afwegingen. Conclusie Het werk neemt toe, zowel in de breedte als in de diepte. Daarom is het noodzakelijk om met elkaar in gesprek te gaan om het budget vanaf 2027 structureel te verhogen om de taken goed uit te kunnen blijven voeren.

Agendapunt 4 DB 19 januari 2026: Kadernota 2027 (2026038038)

5 Ontwikkelingen in wet- en regelgeving en gevolgen voor inzet Naast de autonome groei en de effecten van de Omgevingswet zijn er diverse nieuwe wettelijke en beleidsmatige ontwikkelingen die leiden tot een toename van werkzaamheden voor omgevingsdiensten. Deze ontwikkelingen hebben directe gevolgen voor de inzet van zowel gemeenten als de omgevingsdienst. Voorbeelden van relevante wijzigingen zijn: • Circulair Materialenplan (CMP) – treedt in werking op 30 december 2025. • Strengere asbestregelgeving – van kracht per 1 januari 2027. • EPBD IV – Europese richtlijn voor energieprestatie van gebouwen, van toepassing vanaf mei 2026. • Nieuwe VNG-handreiking ‘Activiteiten en milieuzonering’. • Herindeling risicoclassificering bedrijvenbestand op basis van milieubelastende activiteiten (mba’s). • Kaderrichtlijn Water (KRW) – EU-doelstellingen voor chemische en ecologische waterkwaliteit moeten uiterlijk in 2027 worden gehaald. Deze en andere ontwikkelingen vragen om een aanzienlijke intensivering van de inzet en samenwerking tussen gemeenten en de omgevingsdienst. In de bijlage bij deze kaderbrief is een overzicht opgenomen van nieuwe wet- en regelgeving (niet limitatief). Gevolgen voor de rol van de bevoegd gezagen De genoemde ontwikkelingen hebben niet alleen operationele impact, maar ook bestuurlijke consequenties.

De bevoegd gezagen van de omgevingsdienst blijven primair verantwoordelijk voor het nemen van besluiten en het vaststellen van beleidskaders. Dit betekent dat er: • Strategische keuzes moeten maken over prioritering van taken en inzet van middelen. • Zorg dragen voor tijdige besluitvorming bij vergunningverlening, toezicht en handhaving, conform de nieuwe wettelijke kaders. • Verantwoordelijkheid nemen voor naleving van Europese en nationale doelstellingen, zoals die voortvloeien uit EPBD IV en KRW. • Afstemming organiseren tussen gemeenten, provincies en de omgevingsdienst om uniforme uitvoering en handhaving te waarborgen. • Budgettaire en personele consequenties expliciet meenemen in de planning en control-cyclus. De omgevingsdienst ondersteunt hierbij met expertise, uitvoering en signalering, maar onveranderd blijft de uiteindelijke juridische verantwoordelijkheid bij de bevoegd gezagen.

Agendapunt 4 DB 19 januari 2026: Kadernota 2027 (2026038038)

6

FINANCIEEL KADER INDEXERING VAN UURTARIEVEN EN MATERIËLE BUDGETTEN In de Nota Planning en Control is vastgelegd dat het uurtarief en de materiële budgetten van de deelnemers jaarlijks worden geïndexeerd conform de richtlijn van de commissie Financiële Kaderstelling Gemeenschappelijke Regelingen Hollands Midden (FKGRHM), tenzij het algemeen bestuur anders besluit. Deze richtlijn wordt sinds 2010 gehanteerd door de gemeenten in de regio Hollands-Midden om uniforme afspraken te waarborgen met betrekking tot indexering en algemene taakstellingen binnen gemeenschappelijke regelingen. De Provincie Zuid-Holland neemt geen deel aan de commissie FKGRHM en is derhalve niet gebonden aan deze kaderstelling. Voor de gemeenschappelijke regelingen waarin zij participeert, hanteert de provincie eigen financiële kaders. Toelichting op het doel van de indexering Het doel van de jaarlijkse indexering is het waarborgen van een reële en actuele kostprijs voor de uitvoering van taken binnen de gemeenschappelijke regelingen. Door de uurtarieven en materiële budgetten aan te passen aan de economische ontwikkelingen, zoals loon- en prijsstijgingen, wordt voorkomen dat er structurele tekorten ontstaan of dat deelnemers onevenredig worden belast. De indexering draagt bij aan transparantie, voorspelbaarheid en een evenwichtige verdeling van kosten tussen de deelnemende partijen.

Verschil indexering 2027: Onderdeel Loon Materieel

Indexatiepercentage Provincie Zuid-Holland 5,70% 2,20%

Indexatiepercentage FKGRHM 4,53% 2,60%

Verschil -1,17 % 0,4 %

Het verschil tussen beide komt voort uit andere gekozen uitgangspunten die gebaseerd zijn op publicaties van het CPB, en de andere benadering van de commissie FKGRHM. Deze commissie streeft naar een waardevaste indexering, houdt rekening met ontwikkelingen uit voorgaande jaren, en verwerkt deze in het uiteindelijke indexeringspercentage. De provincie hanteert een andere wijze van indexering.

De prijsindexatie voor 2027, na correctie voor 2025 en 2026, is 4,53% voor personeelskosten en 2,60% voor materiële kosten. Het gewogen gemiddelde, met 75% op personeelskosten en 25% op materiële kosten, resulteert in een indexeringspercentage van 4,05%.

Het algemeen bestuur beslist in beginsel over het indexeringspercentage. In lijn met voorgaande jaren wordt uitgegaan van het indexeringspercentage zoals vastgesteld door de commissie FKGRHM. Het gewogen gemiddelde op basis van de prijsindexatiepercentages van de provincie resulteert in een indexeringspercentage van 5,00%. Dit ligt hoger dan het gewogen gemiddelde van het FKGR.

Agendapunt 4 DB 19 januari 2026: Kadernota 2027 (2026038038)

7 TARIEF 2027 Uurtarief deelnemers In overeenstemming met de aangegeven indexering bedraagt het uurtarief voor 2027 € 121,30 voor alle deelnemers. De ontwikkeling van het uurtarief is: Begroting Uurtarief

2026 € 116,60

Indexering 4,05% € 4,70

2027 € 121,30

Nader voorstel in het kader van de 6% taakstelling

De dienst ziet het als een voortdurende uitdaging om de werkprocessen te optimaliseren en de dienstverlening te verbeteren. Met het invullen van de taakstelling van 6%, die op 1 januari 2028 volledig geregeld moet zijn, is deze uitdaging serieus te noemen. Om dit te realiseren worden in de komende jaren drie strategische lijnen gevolgd: taakuitbreiding, intensivering van samenwerking en efficiency verbeteringen. Daartoe zijn al verschillende acties ondernomen en zullen ook verdere stappen gezet worden in 2026 en 2027, opdat de dienst niet alleen voldoet aan de robuustheidscriteria die gelden op 1 april 2026, maar ook een continue robuuste dienstverlening kan blijven bieden in de toekomst. De dienst heeft de invulling van de taakstelling op twee manieren aangepakt: 1. De aanpassingen uitsmeren over 4 jaar, om geleidelijkheid te creëren: feitelijk vult de dienst een taakstelling van 3% in vanaf 2024 t/m 2027 (die vanaf 2026 als korting op de begroting van 6% met de deelnemers wordt verrekend) en wordt de 6% met ingang van 2028 bereikt 2. Om risico’s van lange termijneffecten te voorkomen, vooralsnog de inspanningen vertalen in een jaarlijkse ‘lump sum’-korting op de begroting. De dienst heeft geconstateerd dat het eerste goed werkt, maar het tweede eigenlijk niet. Er blijven vragen leven bij deelnemers of de dienst dit wel effectief kan invullen.

Dat levert extra werk op voor de dienst, maar het lijkt ook remmend te werken op gesprekken over taakuitbreiding als gevolg van wijzigingen in wet- en regelgeving en alle andere (landelijke) ontwikkelingen. Binnen de huidige financieringssystematiek en de begrotingsuitgangspunten voor 2027 kan de dienst de taakstelling alsnog vorm te geven als een eenmalige korting op het tarief van 6% per 1 januari 2027. Voor de deelnemers geeft dit: - Meer zekerheid: iedere deelnemer weet precies en aan de voorkant waar hij aan toe is (van inspanning naar resultaat) - Meer gelijkheid: het risico is weggenomen dat 6% over het geheel voor de ene deelnemer meer oplevert dan voor de andere - Meer duidelijkheid: het is eenvoudig uit te leggen aan opvolgende bestuurders - Meer voordeel: voor extra opgedragen werk gaat dan ook meteen een korting van 6% gelden. De dienst adviseert om deze wijziging door te voeren en het tarief te verlagen. Dan bedraagt het uurtarief voor 2027 € 114,00 voor alle deelnemers. Begroting Uurtarief

2027 € 121,30

Taakstelling (6%) -€ 7,28

2027* € 114,00

* het voorgestelde tarief voor 2027 komt nagenoeg overeen met het tarief van 2025; per saldo is dus de volledige prijscompensatie van twee opvolgende jaren door de dienst zelf ingevuld.

Agendapunt 4 DB 19 januari 2026: Kadernota 2027 (2026038038)

8 Overige tarieven

Voor het verstrekken van bodemrapporten worden kosten in rekening gebracht. Dit leidt tot extra administratieve handelingen en vertragingen in het proces. Het beschikbaar stellen van bodemrapporten is een belangrijk instrument voor transparantie en het faciliteren van besluitvorming. Door deze informatie kosteloos aan te bieden, wordt de toegankelijkheid vergroot en de efficiëntie verbeterd. Argumentatie 1. Transparantie en openbaarheid Het gratis beschikbaar stellen van bodemrapporten draagt bij aan een open en transparante overheid, conform de uitgangspunten van de Wet open overheid (Woo). 2. Efficiëntie en lastenverlichting Door het schrappen van facturatieprocessen en kosten daarvan wordt de administratieve belasting voor zowel de organisatie als externe partijen verminderd. 3. Publiek belang Bodeminformatie is essentieel voor ruimtelijke ordening, bouwprojecten en milieubeheer. Kosteloze toegang bevordert een zorgvuldige en duurzame ontwikkeling. 4. Digitale toegankelijkheid Via het digitale loket wordt de informatie uniform en veilig aangeboden, wat de gebruiksvriendelijkheid vergroot. Financiële consequenties Het wegvallen van inkomsten uit bodemrapporten wordt gecompenseerd door besparingen op administratieve processen. De maatregel heeft geen significante impact op de begroting.

Het voorstel is om per 2027 de bodemrapporten kosteloos ter beschikking te stellen aan hen die ze opvragen.

BOUWTAKEN NOORDWIJK Voor het opstellen van de begroting 2027 is het van groot belang dat op korte termijn in financiële zin duidelijkheid is over de terugname van de bouwtaak door de gemeente Noordwijk, aangezien dit directe gevolgen heeft voor de raming van lasten en baten in de meerjarenbegroting. Financiële consequenties Uitgangspunt is dat de scheiding van bouwtaken niet mag leiden tot kostenverhoging voor andere deelnemers; evenmin mag het zo zijn dat Noordwijk onevenredig wordt belast. Hoewel de dienst deze processen strikt probeert te scheiden, constateren wij dat er desondanks onderlinge financiële effecten optreden. Deze worden voornamelijk veroorzaakt door het structureel ontbreken van de dekking van de overhead- en exploitatiekosten voor een bedrag van ca. € 1,2 miljoen per jaar. Om te kunnen voldoen aan de vereisten van rechtmatigheid en doelmatigheid zoals opgenomen in artikel 8 BBV, is het streven erop gericht om voorafgaand aan het vaststellen van de Begroting 2027 definitief overeenstemming te bereiken met Noordwijk over een bedrag aan kostenvergoeding. Gevolgen begroting 2027 en meerjarenperspectief 2028-2030 Ten tijde van het opstellen van deze kadernota is er sprake van een conceptovereenstemming over de financiële afhandeling van de terugname van de bouwtaken door Noordwijk.

Deze zal, na positieve besluitvorming door het college en de gemeenteraad van Noordwijk en door het dagelijks- en algemeen bestuur van de dienst, worden verwerkt in een -sluitende- begroting 2027 en meerjarig financieel perspectief 2028-2030. Agendapunt 4 DB 19 januari 2026: Kadernota 2027 (2026038038)

9 Dit betekent dat er op het moment van het opstellen van deze kadernota 2027 (begin januari 2026) nog geen definitieve zekerheid is over het kunnen opstellen van een sluitende begroting 2027 en meerjarenperspectief 2028-2030.

VERVOLGSTAPPEN FINANCIERING VAN DE DIENST In 2027 zal de dienst een belangrijke stap zetten richting een toekomstbestendige financiële structuur door te werken aan een voorstel voor een nieuwe financieringssystematiek. Deze systematiek moet beter aansluiten bij de veranderende omstandigheden, waaronder de toenemende druk op ureninzet door gewijzigde regelgeving en landelijke ontwikkelingen, evenals de noodzaak om investeringen in efficiency en samenwerking duurzaam te bekostigen. Het doel is een transparant en evenwichtig model dat recht doet aan zowel de kwaliteitseisen als de financiële stabiliteit van de dienst. Dit voorstel zal voortbouwen op de strategische lijnen die in voorgaande jaren zijn ingezet, zoals robotisering van werkprocessen, intensivering van samenwerking met andere Zuid-Hollandse Omgevingsdiensten en uitbreiding van het takenpakket. Door deze elementen in samenhang te bezien, kan een financieringssystematiek worden ontwikkeld die niet alleen de huidige uitdagingen adresseert, maar ook ruimte biedt voor innovatie en kostenbeheersing op de lange termijn.

CAO ONTWIKKELINGEN De huidige CAO gemeenten/SGO loopt op 31 maart 2027 af. Wij zullen tegen die tijd de ontwikkelingen nauwgezet in de gaten houden en zullen de gevolgen zo nodig in een begrotingswijziging verwerken.

PRODUCTIVITEITSNORM Voor 2027 geldt een productiviteitsnorm van 1.365 uur per fte per jaar op basis van een 36-urige werkweek.

ONDERTEKENING Vastgesteld door het algemeen bestuur van de Omgevingsdienst West-Holland op 9 maart 2026,

De voorzitter,

De secretaris,

A.M. North

M.E. Krul-Seen

Agendapunt 4 DB 19 januari 2026: Kadernota 2027 (2026038038)

Jaarstukken 2025 (2026038044) Samen maken we ruimte voor de toekomst

Inhoud Voorwoord ................................................................................................................................. 4 1.

Inleiding .............................................................................................................................. 6 1.1 Verantwoording .............................................................................................................................................6 1.2 Leeswijzer ......................................................................................................................................................6

2. Programmaverantwoording .................................................................................................. 7 2.1 Programma Milieu .........................................................................................................................................8 2.2 Programma Bodem .....................................................................................................................................12 2.3 Programma Omgevingsadvies ....................................................................................................................14 2.4 Programma Duurzaamheid .........................................................................................................................17 2.5 Programma Bouwen ...................................................................................................................................19 2.6 Programma Randvoorwaardelijke Taken ...................................................................................................21 2.7 Klanttevredenheid ......................................................................................................................................23

3.

Bedrijfsvoering ................................................................................................................. 24 3.1 Personeel .....................................................................................................................................................25 3.2 Informatisering en automatisering .............................................................................................................26 3.3 Planning & Control ......................................................................................................................................27 3.4 Inkoop en aanbesteding .............................................................................................................................27 3.5 Maatschappelijk Verantwoord Opdracht geven en Inkopen ......................................................................28 3.6 Communicatie .............................................................................................................................................28 3.7 Verantwoordingsverslag klachten (conform artikel 9:2 Algemene wet bestuursrecht) ............................29

4.

Paragrafen......................................................................................................................... 30 4.1 Lokale heffingen ..........................................................................................................................................31 4.2 Weerstandsvermogen .................................................................................................................................31 4.3 Onderhoud kapitaalgoederen ....................................................................................................................34 4.4 Financiering .................................................................................................................................................34 4.5 Paragraaf Wet Open Overheid .....................................................................................................................36 4.6 Bedrijfsvoering ............................................................................................................................................37 4.7 Staat van Investeringen ...............................................................................................................................37 4.8 Begrotingsrechtmatigheid ..........................................................................................................................37

5.

Jaarrekening..................................................................................................................... 39 5.1 Balans per 31 December .............................................................................................................................40 5.2 Toelichting op de balans .............................................................................................................................41 5.3 Niet uit de balans blijkende verplichtingen ................................................................................................46

Jaarstukken 2025 (2026038044)

2 / 64

5.4 Overzicht van baten en lasten .....................................................................................................................47 5.5 Gebeurtenissen na balansdatum ................................................................................................................48 5.6 Wet Normering Topinkomens .....................................................................................................................49 5.7 Rechtmatigheidsverantwoording ...............................................................................................................50

B. Bijlagen ................................................................................................................................ 52 B1 SISA-Bijlage ..................................................................................................................................................53 B2 Toelichting Eindafrekening ..........................................................................................................................56 B3 Programmarekening ....................................................................................................................................56 B4 Programmarekening naar taakvelden ........................................................................................................56 B5 Rapportage Kwaliteitscriteria 3.0 ................................................................................................................57 B6 Controleverklaring .......................................................................................................................................64

Jaarstukken 2025 (2026038044)

3 / 64

Voorwoord Met een positief gevoel presenteren wij u onze jaarstukken 2025. Dat doen we eigenlijk ieder jaar, maar 2025 was wel een bijzonder jaar en vanuit het perspectief van de dienst een heel spannend jaar. Dat de accountant onze dienst ook dit jaar weer een goedkeurende verklaring heeft verstrekt is opnieuw een feit om blij mee te zijn.

Robuust worden Robuustheid was, net als in 2024, een belangrijk thema in 2025. Naar het zich laat aanzien gaat onze dienst er in slagen om onze robuustheid te verbeteren en op 1 april 2026 te voldoen aan alle zes gestelde criteria. Budgettair waren de gestelde eisen ten aanzien van een opleidingsbudget (3% van de loonsom) en een innovatiebudget (1% van de omzet) al direct vanaf 2024 in de begroting verwerkt. Als reactie op onze halfjaar rapportage ontvingen wij opnieuw een positieve terugkoppeling van het ministerie van I en W dat zij verwachten dat wij tijdig robuust zijn. Elders in het land zijn inmiddels verschillende fusies tussen omgevingsdiensten in voorbereiding of inmiddels al gerealiseerd. Samen met de andere Zuid-Hollandse omgevingsdiensten heeft de dienst een gezamenlijk innovatieprogramma opgezet, als onderdeel van de brede samenwerkingsagenda. Vooralsnog besteden we een bescheiden deel van de innovatiemiddelen gezamenlijk, met de verwachting dat dit in de loop van de jaren zal toenemen. De overige middelen besteden we, eveneens programmatisch, aan dienstgerichte innovaties. De toename van het opleidingsbudget is volledig besteed aan het voldoen aan de kwaliteitscriteria, die met ingang van 2025 zijn vernieuwd.

Naast de besteding van het deel van het opleidingsbudget dat hieraan altijd al werd besteed betekent dit een grote en zeer gewenste investering in de kwaliteit van medewerkers. En de samenwerking in Zuid-Holland levert ook een belangrijke bijdrage aan het kunnen voldoen aan de kwaliteitscriteria, vooral voor taken die bij de dienst qua omvang te klein zijn.

Taakstelling In lijn met de afspraken die zijn gemaakt over het realiseren van de taakstelling van 6%, die op basis van een aanbeveling van de Commissie financiële kaderstelling gemeenschappelijke regelingen in Hollands Midden (FKGRHM) door de dienst is overgenomen, heeft de dienst ook in 2025 een positief exploitatiesaldo van ca 3% gerealiseerd. Dit betekent dat de afspraken die begin 2025 in de Kadernota voor 2026 verder waren uitgewerkt, in 2026 kunnen worden uitgevoerd als afgesproken.

Ontvlechting Bouwtaken In 2025 is gestart met de ontvlechting van de bouwtaken van de gemeente Noordwijk, ter opvolging van het besluit van de raad van de gemeente Noordwijk om de bouwtaken vanaf 1 januari 2027 zelf te gaan uitvoeren. Voor de medewerkers van Bouwen was dit erg lastig; bestuurlijk is er een grote inspanning geleverd om tot een voor de dienst en voor Noordwijk acceptabele financiële afspraak te komen. En met succes: vóór het eind van 2025 was er overeenstemming, die inmiddels is vastgelegd en ook door de raad van Noordwijk en ons algemeen bestuur is onderschreven.

Jaarstukken 2025 (2026038044)

4 / 64

Robuust blijven In het kader van de robuustheid heeft de dienst vanuit het ministerie van I en W nog de vraag gekregen om te onderzoeken of de deelnemers overwegen om meer plustaken bij de dienst in te brengen. Daartoe zijn in 2025 de eerste gesprekken gevoerd met de deelnemers. In combinatie met de taakstelling is het een gezamenlijke zoektocht met de deelnemers, die niet eenvoudig is. De dienst geeft daar dit jaar en in de komende jaren via diverse acties een vervolg aan. Robuust worden is één stap, maar robuust blijven is een volgende! Marlies Krul-Seen Directeur Omgevingsdienst West-Holland

Jaarstukken 2025 (2026038044)

5 / 64

1. Inleiding 1.1 Verantwoording Het jaarverslag en de jaarrekening zijn opgesteld volgens het Besluit Begroting en Verantwoording (BBV) voor provincies en gemeenten. De jaarrekening is in lijn met het BBV, de financiële verordening en de Nota Planning en Control 2020-2027. De kosten voor gemeenten zijn gebaseerd op de werkelijk bestede uren, vermenigvuldigd met een vooraf vastgesteld uurtarief (voor 2025 is het uurtarief 114 euro). Afschrijvingen worden lineair berekend op basis van de verwachte levensduur van de activa.

1.2 Leeswijzer In hoofdstuk 2 vindt u het jaarverslag, waarin per programma zowel inhoudelijk als financieel verantwoording wordt afgelegd. Hoofdstuk 3 behandelt bedrijfsvoering. Hoofdstuk 4 behandelt de paragrafen, waaronder de actualisatie van de risico-inventarisatie. Hoofdstuk 5 bevat de jaarrekening, inclusief de balans met toelichting en de overzichten van baten en lasten met bijbehorende toelichtingen. Vervolgens bieden diverse bijlagen verdere verduidelijking van de jaarrekening. De controleverklaring van de accountant is als afsluitende bijlage opgenomen. Voor een betere leesbaarheid worden alle bedragen, voor zover mogelijk, afgerond op duizendtallen.

Jaarstukken 2025 (2026038044)

6 / 64

2. Programmaverantwoording

Jaarstukken 2025 (2026038044)

7 / 64

2.1 Programma Milieu Het programma Milieu controleert bedrijven op milieuwet- en regelgeving. We verlenen vergunningen, toetsen meldingen en controleren bedrijven op het naleven van de regels.

Wat zeggen de cijfers?

Toelichting Omgevingswet Sinds de invoering van de Omgevingswet is ons toezicht op bedrijven veranderd. De gemeentelijke omgevingsplannen bevatten, via de bruidsschat, regels over onder andere geur en geluid. Bedrijven moeten zich aan deze regels houden. Binnen het programma Milieu controleren wij actief of bedrijven deze regels naleven. We kijken daarbij ook of zij voldoen aan de wettelijke zorgplicht en schade aan het milieu voorkomen. Na de inwerkingtreding van de Omgevingswet hebben wij onderzocht welk juridisch kader geldt voor het overgangsrecht. Dat kader vormt de basis voor onze manier van toezicht houden en handhaven.

Advies Inwoners, bedrijven en organisaties weten ons steeds beter te vinden. Aanvragen worden ook steeds complexer. Hierdoor kostte de beantwoording van deze vragen veel meer tijd dan begroot. Omdat het budget voor beantwoording relatief laag begroot was, is deze overschrijding opgevangen binnen het gehele programma.

Aandacht bedrijven Binnen onze regio zijn er verschillende bedrijven die integraal aandacht vragen of op de bestuurlijke agenda staan. We houden de betrokken opdrachtgevers ambtelijk op de hoogte van de voortgang. Sommige dossiers vragen bestuurlijke besluitvorming. In die gevallen informeren wij de portefeuillehouder zelf of via de milieuregisseur. Deze dossiers kosten vaak meer tijd, omdat ze meestal juridische gevolgen hebben en de besluitvorming bijna altijd via bezwaar- en/of beroepsprocedures loopt. Met onze inzet zorgen wij ervoor dat het bestuur voldoende zekerheid en duidelijkheid krijgt. Veel dossiers vergen helaas een lange adem, zowel van de gemeenten als van ons. Daarnaast zoeken wij actief de samenwerking met alle betrokken partijen, zoals de gemeenten, de politie, het Hoogheemraadschap, de NVWA en de ILT.

Vergunningen Aanvragen worden steeds complexer. De maatschappij verandert, inwoners en bedrijven weten ons beter te vinden, en de jurisprudentie ontwikkelt zich voortdurend, onder andere op het gebied van stikstof en de Kaderrichtlijn Water. In 2025 hebben we alle binnengekomen aanvragen, adviesverzoeken en milieubelastende activiteiten (MBA’s) behandeld. In datzelfde jaar zijn we gestart met een programma om vergunningen bij te werken. Met dit Jaarstukken 2025 (2026038044)

8 / 64

programma beoordelen en vernieuwen we de komende jaren de vergunningen van bedrijven die onder de vergunningplicht vallen. Het gaat om meer dan 100 bedrijven waarvan we de vergunning in de komende drie jaar opnieuw willen beoordelen. Deze aanpak is vastgesteld en verwerkt in de werkplannen.

Toezicht bedrijven In 2025 hebben we 113% van de uren gerealiseerd. Een deel van die toename komt doordat er meer juridisch uren voor toezicht zijn gemaakt (+300 uur), we meer projectcontroles hebben uitgevoerd (+500 uur) en een inhaalslag hebben gemaakt bij relatief lichtere bedrijfscategorieën (zoals garages, horeca, transportbedrijven, akkerbouw, bollenteelt, lichte industrie), die al enige tijd niet waren gecontroleerd (+2500 uur). Ook daar werden de milieubelastende activiteiten in kaart gebracht wat ten goede is gekomen van de datakwaliteit. Verder leverden onder andere de gevelcontroles veel nieuwe meldingen voor reguleren op, die door toezicht vervolgens zijn gecontroleerd. Dit zorgde voor extra werk (+ 600 uur). Qua milieucontroles hebben we iets minder aantallen (-10%) dan geraamd gehaald. Deels komt dit doordat het aantal klachten aanzienlijk hoger lag dan geraamd (+60% - + 328 klachten meer), wat ten koste is gegaan van de reguliere controles. In 2025 zijn we ook met een nieuw zaaksysteem (Mozard) gaan werken. Deze wisseling van zaaksysteem kostte in het begin extra tijd, omdat de medewerkers werken met het nieuwe systeem nog moesten aanleren. Ondertussen werken we weer als vanouds met dit nieuwe zaaksysteem.

Het werken met de Omgevingswet, omgevingsplannen en het Besluit activiteiten leefomgeving (Bal) vraagt om meer flexibiliteit van de medewerkers dan voorheen onder het Activiteitenbesluit. De bedrijven moeten nu ook worden getoetst aan de lokale regels in de gemeentelijke Omgevingsplannen. Ondanks dat we in 2024-25 zeven nieuwe medewerkers hebben aangetrokken, was er nog steeds sprake van een krapte bij toezicht bedrijven en zijn er in 2025 drie nieuwe medewerkers bij milieutoezicht gestart en in september met de deelopleiding tot milieuhandhaver zijn begonnen (Hamil). Met het aanstaande vertrek van drie collega’s in 2026 gaat de werving naar nieuwe toezichthouders door, ook al om de inhuurbehoefte te verkleinen en de verjonging van het team toezicht verder te realiseren. Op het gebied van de projecten (circa 5.100 uur) hebben de doelstellingen niet geheel behaald, maar zijn op 95% uitgekomen (-250 uur). Alle projecten zijn opgepakt en afgerond en op het gebied van de datakwaliteit hebben we grote stappen gezet. We gaan hier in Mozard nog mee verder, samen met de andere teams.

Themagerichte of projectcontroles blijven we in 2026 doen en ramen ongeveer eenzelfde hoeveelheid tijd daarvoor, wel verspreid over meer onderwerpen, bijvoorbeeld UO-registraties, natte koeltorens, SCIOSregistraties, lozingen afvalwater (met betrekking tot de waterkwaliteitsopgave, de KRW), gevelcontroles, etc. Aan de hand van ondermijningscontroles en gevelcontroles zijn nog meer onbekende bedrijven opgespoord. Hierdoor is het inzicht in het bedrijvenbestand verbeterd en zijn diverse aanschrijvingen opgesteld aan bedrijven die zich niet hebben gemeld.

Ondermijning Het hoofddoel van het project ondermijning was om inzicht te krijgen in de omvang en aard van ondermijnende activiteiten binnen de deelnemende gemeenten. We namen deel aan gezamenlijke acties, die leidden tot handhavingsacties en samenhangende maatregelen. Het resultaat tot nu toe is dat in alle Jaarstukken 2025 (2026038044)

9 / 64

deelnemende gemeenten significante stappen zijn gezet om ondermijning aan te pakken. Daarnaast heeft samenwerking met en tussen de gemeenten geleid tot een beter begrip van de problematiek en de ontwikkeling van effectieve strategieën. Naar aanleiding van gezamenlijke acties zijn meerdere handhavingszaken opgestart. We hebben gemiddeld ongeveer 50 uur per gemeente aan dit project besteed in 2025. Bijzonderheden: • • •

In Voorschoten en Leiden hebben de bovenstaande acties geleid tot een behoefte aan extra uren voor ondermijningscontroles. Dit zal in 2026 leiden tot extra zaken. De gemeente Katwijk heeft de meeste uren besteed aan ondermijningsactiviteiten. Deze waren ook nodig, want het heeft geresulteerd in diverse succesvolle interventies. Voor de Samenwerkingsorganisatie HLT wordt gekeken of er via een extra opdracht meer uren ingezet kunnen worden voor gezamenlijke ondermijningsacties.

Administratief- en ketentoezicht We werken nauw samen met de andere omgevingsdiensten in onze provincie en zoeken daar waar nodig aansluiting bij Omgevingsdienst IJmond, Omgevingsdienst Noordzeekanaalgebied en de samenwerkende Gelderse omgevingsdiensten. Dit doen we om het toezicht op de afvalstromen te intensiveren en eenduidiger te maken. We verwachten dat breder wordt geïnvesteerd in ketentoezicht, ook in relatie tot het landelijk proces tot verbetering van het VTH-proces. In 2025 hebben we, in samenwerking met de andere vier omgevingsdiensten in Zuid-Holland, bij een aantal bedrijven in de provincie gericht ketenonderzoek uitgevoerd. Hierbij is, indien van toepassing, ook samengewerkt met omgevingsdiensten uit andere provincies. Ook het ketenonderzoek naar ziekenhuisafval, waarbij tevens meerdere diepgaand administratieve controles heeft plaatsgevonden, heeft geleid tot verdere samenwerking met onder andere de ODZOB, Fumo en ODNZKG. In 2026 zal het ketentoezicht toegevoegd als onderwerp aan de AT-pool worden toegevoegd. De vijf diensten wordt gevraagd 8 uur per week extra capaciteit te leveren aan de AT-pool om ook ketentoezicht uit te kunnen voeren. In het jaarwerkprogramma 2026 van de AT-pool is hier alvast een voorschot op genomen.

In 2025 is gewerkt aan uniformiteit van de rapportages en afhandeling van onderzoeken binnen de vijf verschillende diensten om zo effectief mogelijk te kunnen handhaven binnen de gehele provincie indien nodig.

Geluid Met de intreding van de Omgevingswet verviel formeel een aantal beleidskeuzes die op basis van de oude wetgeving gemaakt waren. Om een nieuw houvast te creëren, is in de loop van 2024 het “afwegingskader geluid omgevingsplan” opgesteld. Dit afwegingskader vormt de basis van de (geluid)advisering die wij als dienst toepassen. Op basis van inbreng van onze deelnemers en op basis van onze eigen ervaringen zal dit kader de komende jaren geëvalueerd en zo nodig geactualiseerd worden. Het afgelopen jaar hebben wij geadviseerd op basis van het afwegingskader. Naar aanleiding van de verkregen reacties zullen wij begin 2026 een geactualiseerd kader opstellen.

Zeer Zorgwekkende Stoffen (ZZS) – Kaderrichtlijn Water (KRW) Steeds meer chemische stoffen blijken schadelijk voor mens en milieu. Daarom streven we ernaar Zeer Zorgwekkende Stoffen (ZZS) uit de leefomgeving te weren. Bedrijven moeten hiervoor een vermijdings- en reductieprogramma (VRP) opstellen. De Provincie ZuidHolland heeft ons, samen met de vier andere omgevingsdiensten, opdracht gegeven om ZZS-vergunningen te

Jaarstukken 2025 (2026038044)

10 / 64

actualiseren en toetsen. Komend jaar beoordelen we welke afvalverwerkers een VRP nodig hebben, met als doel eind 2026 alle VRP’s te hebben beoordeeld. Daarnaast is de kwaliteit van zoet water van belang voor mens en dier. Vanuit Europa is Nederland verplicht om de kwaliteit van het grond- en oppervlaktewater te verbeteren. De verplichting is opgenomen in de landelijke Kaderrichtlijn Water, de KRW. De rol van de ODWH ligt met name op het inventariseren van de kwaliteit van het geloosde water door bedrijven op het riool, om die vervolgens te kunnen reguleren. In 2025 zijn we gestart met de eerste inventarisaties. Enkele medewerkers hebben hiervoor al trainingen gevolgd met betrekking tot monstername en beoordelen van de analyses van de watermonsters. Deze krijgen een uitgebreid vervolg in de komende jaren. Onder andere wordt gekeken naar de aanwezigheid van ZZS, zware metalen en gewasbeschermingsmiddelen. Aan bedrijven die verantwoordelijk zijn voor het lozen van voornoemde stoffen kunnen vervolgens maatwerkvoorschriften worden opgelegd om lozingen te verminderen, te voorkomen of anderszins te reguleren. Sinds medio 2025 werken Omgevingsdienst NL en RIVM samen aan kennisontwikkeling over ZZS, zoals PFAS. Onze dienst neemt namens de provincie Zuid-Holland deel aan het kennisteam Water van het IPLO.

Hierdoor versterken wij onze en ook de landelijke kennisinfrastructuur op dit thema.

Handhaving In 2025 hebben we voor het product handhavingsbesluit 85% van de uren gedraaid. Dit is voornamelijk het gevolg van minder handhavingszaken bij de bedrijven onder provinciaal toezicht. De onderschrijding ebt ook door in de producten invordering en intrekking. Wel is er een toename in uren ten opzichte van 2024 (+360 uur). Qua handhavingsverzoeken is sprake van een forse overschrijding, er is 970 uur (ofwel 498%) gerealiseerd. Er zijn meer handhavingsverzoeken ingediend en een aantal waren juridisch complex van aard.

Bezwaar en beroep In 2025 hebben we voor de producten bezwaar, beroep en voorlopige voorziening 120% van de uren gedraaid. Dit is het gevolg van meer en complexere zaken bij bedrijven onder gemeentelijk gezag, bij de provinciale bedrijven is juist sprake van een forse onderschrijding. Ook in 2025 hebben we veel tijd moeten steken in veranderingen: tot op het laatste moment werden regels vernieuwd in de Omgevingswet, omgevingsplannen en het Besluit activiteiten leefomgeving (Bal) en speelden er vraagstukken rond de toepassing van het overgangsrecht. Er is sprake van een moeilijk in te vullen vacature voor juridisch medewerker/adviseur. Dit zorgt ervoor dat inhuur nog steeds noodzakelijk is.

Jaarstukken 2025 (2026038044)

11 / 64

2.2 Programma Bodem Binnen het programma Bodem houden wij ons bezig met het beheer en de bescherming van de bodemkwaliteit. Dit omvat het beoordelen van bodemonderzoeken, het verstrekken van bodeminformatie, het geven van adviezen en het behandelen van vergunningaanvragen, meldingen en informatieplicht

Wat zeggen de cijfers?

Toelichting Bodem en grondwater Algemeen De invoering van de Omgevingswet en de Aanvullingswet bodem heeft veel wijzigingen teweeggebracht binnen het bodemdomein. Veel overheidstaken (bevoegdheden) zijn overgegaan van de provincie naar gemeenten. Tot op het laatste moment in 2023 zijn wijzigingen in het overgangsrecht vastgesteld, terwijl de wetgever dit in eerste instantie niet van plan was. Het overgangsrecht maakte dat minder taken van provincie overging naar de gemeenten. In 2024 en 2025 werd meer duidelijk hoe de Omgevingswet en overgangsrecht gelezen moesten worden en hebben de marktpartijen hun meldgedrag aangepast. Hierdoor moest er intern geschoven worden met personeel en taken. Uiteindelijk is de besteding rond de 97% geweest. Verschuiving reguleren naar toezicht Door veranderingen van de wettelijke verplichtingen die voor het bedrijfsleven onduidelijk waren, heeft er een verschuiving van regulering naar toezicht plaatsgevonden. Door taken en personeel te verschuiven, kon goed worden ingespeeld op ontwikkelingen binnen het taakveld. Omdat onder de Omgevingswet informatie niet meer vooraf hoeft te worden aangeleverd, is er een lastenverzwaring voor toezicht. Voor toezicht is de informatie over de kwaliteit van de grond, vervoersdocumenten en herkomst van de grond namelijk onontbeerlijk en wordt opgevraagd bij de meldende partijen.

Bevoegdheid Voor activiteiten die onder het overgangsrecht vallen, gelden nog steeds de ‘oude’ regels. Bodemsaneringen en beheersmaatregelen duren vaak lang. Verplichtingen uit het overgangsrecht kunnen hierdoor nog lang (soms zelfs eeuwigdurend) van kracht blijven. Dit betekent dat bij bestaande nazorglocaties werkzaamheden onder bevoegdheid blijven van de provincie. Breed bodemadvies Voor de adviesbureaus en initiatiefnemers bleken de nieuwe regels onder de Omgevingswet vaak onduidelijk. Maar ook binnen de overheden kwamen veel vragen over het toepassingsbereik en uitleg van voorschriften. Met inachtneming van het overgangsrecht zijn processen, werkwijzen en sjablonen aangepast aan de nieuwe werkelijkheid. Actualiteiten zoals de ‘Kamerbrief Water en Bodem Sturend’ bij ruimtelijke ordening van 25 november 2022, en nieuwe inzichten over bijvoorbeeld PFAS, waren voor ons de aanleiding om onze advisering voor het integraal omgevingsadvies onder de loep te nemen en onze kennispositie verder op te bouwen en uit te breiden.

Grondwater De provincie is onder de Omgevingswet het bevoegd gezag voor alle grondwatertaken. Dat betekent dat er meer samenwerking plaatsvindt tussen de gemeenten (die het bevoegd gezag zijn voor bodem) en de

Jaarstukken 2025 (2026038044)

12 / 64

provincie. Voor onze grondwatertaken en de Zuid-Hollandse omgevingsverordening zijn de processen en sjablonen aangepast en de vrijeveldcontroles geïntensiveerd. Expertise en ervaringen zijn met andere omgevingsdiensten uitgewisseld en we hebben gezamenlijke controles uitgevoerd met Omgevingsdienst Haaglanden.

Nota bodembeheer Eind 2023 is de regionale ‘Nota bodembeheer 2023-2033’ vastgesteld door tien gemeenten binnen ons werkgebied. In deze nota staat welke gebied specifieke mogelijkheden er zijn voor het toepassen en hergebruiken van grond en baggerspecie. In 2024 hebben wij de gemeenten ondersteund bij het implementeren van dit beleid binnen de eigen organisaties. Vanuit de gemeenten en marktpartijen zijn in 2025 nog vragen gesteld over de nota. De nota is via internet ter beschikking gesteld voor algemeen gebruik.

RSP, de Regionale bodemtafel en kennisontwikkeling Samenwerking en kennisopbouw blijft onder de aandacht van de Omgevingsdienst. Het RSP valt voor een groot deel samen met de regionale bodemtafel. Daarom geven wij via deze omgevingstafel vorm aan de uitgangspunten van het RSP. Op 9 oktober hebben wij samen met onze deelnemers een interessante sessie georganiseerd. De onderwerpen waren: • • •

waar is relevante kennis te halen hoe kunnen we de samenwerking tussen gemeenten, ODWH, waterschappen, GGD en provincie versterken; en ontwikkeling van een regionale en landelijke kennisstructuur.

Medio 2025 zijn, vanuit de provincie en ODNL, initiatieven genomen om de kennisinfrastructuur te versterken, waarbij ODWH via de Kennis Infrastructuur (KIS) de rol kennismakelaar voor bodem en ondergrond heeft gekregen. Deze rol richt zich met name op de samenwerking binnen de provincies Zuid-Holland en Zeeland, met een lijn naar de landelijke samenwerking.

PFAS Provinciebreed is toegewerkt naar een ‘Handreiking zorgplichtverontreiniging met PFAS’. Dit traject loopt parallel met het dat van het rijk, dat een gelijksoortige handreiking ontwikkelt. In samenwerking met de vijf Zuid-Hollandse omgevingsdiensten is er een inventarisatie gemaakt van onderzoekslocaties. Gemeenten zijn hierover geïnformeerd. In een enkel geval is ons door de gemeente gevraagd uitleg te geven over pfas. Deze uitleg is gegeven. In 2026 wordt er verder locatieonderzoek gedaan worden.

Handhaving In 2025 hebben we voor het product handhavingsbesluit slechts 6% van de uren gedraaid. Er vloeiden eenvoudigweg maar een beperkt aantal handhavingszaken voort uit het toezicht op de bodemlocaties en het grondverzet. Wel is er 34 uur gemaakt op het productinvorderings- en 62 uur op het producthandhavingsverzoek.

Bezwaar en beroep De onderschrijding bij met name handhaving druppelt door in de producten bezwaar en beroep. In 2025 is slechts 47% van de uren gedraaid.

Jaarstukken 2025 (2026038044)

13 / 64

2.3 Programma Omgevingsadvies Het programma Omgevingsadvies geeft advies bij ruimtelijke vraagstukken en bouwplannen, met name op het gebied van milieu.

Wat zeggen de cijfers?

Toelichting Advisering Binnen het programma Omgevingsadvies ondersteunen wij gemeenten bij hun ruimtelijke en bouwkundige plannen. Dit omvat onder meer deskundige adviezen over bouwplannen, schetsontwerpen en omgevingsplannen. Dit jaar hebben wij samen met gemeenten gewerkt aan de ontwikkeling van omgevingsvisies en omgevingsplannen. Verder valt onder dit programma de advisering over Schiphol en onze inzet binnen het Project Voorbeeldregels Omgevingsplan, waarin wij met deelnemende gemeenten actief hebben samengewerkt. In het afgelopen jaar is het aantal verstrekte adviezen door de dienst toegenomen: van 1.700 adviezen in 2024 naar 2.250 in 2025. Deze stijging hangt samen met een groei in zowel integrale als partiële adviesaanvragen vanuit onze deelnemers. Daarentegen is het aantal gemaakte uren niet gestegen ten opzichte van 2024. We adviseren efficiënter. Op het niveau van afzonderlijke deelnemers zien we verschillen: sommige gemeenten hebben meer adviesaanvragen ingediend, andere juist minder. Dit hangt onder meer samen met een afname van het aantal vergunningaanvragen en ruimtelijke principeverzoeken bij bepaalde gemeenten. Tegelijkertijd zijn veel gemeenten intensief bezig met het aanpassen van hun omgevingsplannen. Naarmate deze trajecten vorderden, hebben zij ons vaker om advies gevraagd.

Daarnaast anticiperen we op actuele en toekomstige ontwikkelingen binnen de ruimtelijke ordening en milieu. Een aantal thema's zal relevanter gaan worden. Denk aan de problematiek rondom Schiphol (natuur, geluid, luchtkwaliteit, enzovoorts), ontwikkelingen rondom woningbouw en de risico’s bij het gebruik van gewasbeschermingsmiddelen.

Schiphol Het programma Omgevingsadvies adviseert en ondersteunt gemeenten uit de regio over vlieghinder. Het Schipholdossier is de afgelopen periode zeer dynamisch geweest. Beleidsmatige en operationele ontwikkelingen volgden elkaar in hoog tempo op. Wij hebben hierin een actieve rol gespeeld door gemeenten te ondersteunen, belangen te behartigen en inhoudelijk te adviseren. Dit omvat het opstellen van memo’s, raadsinformatiebrieven en annotaties voor overleggen. Verder spelen de volgende kernpunten op het dossier:

Jaarstukken 2025 (2026038044)

14 / 64

•

•

•

• • •

•

Aanbesteding geluidmeetposten: we hebben de contracten met Sensornet geïnventariseerd. Omdat de aanbestedingsgrens in zicht komt, wordt een gezamenlijke aanbesteding onderzocht. Daarbij zijn kansen en risico’s van een regionale aanpak beschreven, met aandacht voor uniforme dataverzameling en marktpositie. Brief aan minister: begin 2025 stuurde de Provincie Zuid-Holland, mede namens clusters ZuidWest en Groene Hart, een brief met zorgen over het nieuwe handhavingsstelsel in het Luchthavenverkeerbesluit. Wij leverden inhoudelijke input en verzorgden de afstemming. Zienswijzen: Namens de clusters zijn zienswijzen ingediend over het vastleggen van een maximumaantal vliegtuigbewegingen en over de tijdelijke regeling groot onderhoud banenstelsel Schiphol 2025. Hiermee hebben we de regionale stem geborgd en aandacht gevraagd voor een evenwichtige verdeling van hinder. Luchtruimherziening: Na publicatie van het schetsontwerp zijn annotaties en memo’s opgesteld voor informatiesessies met BRS-gemeenten. De ontwikkelingen worden nauwgezet gevolgd en gemonitord. Klachten en verzoeken: Gemeentelijke meldingen en signalen zijn geregistreerd en waar nodig individueel behandeld met specifieke toelichting. Samenwerking: Er is intensief contact onderhouden met BRS, Holland Rijnland, Provincie Zuid-Holland, GGD en bewonersorganisaties.

Periodieke overleggen zorgden voor informatie-uitwisseling en gezamenlijke standpuntbepaling. Bestuurlijke en ambtelijke overleggen: Deelname aan gesprekken met gedeputeerden en het ministerie over LVB, luchtruimherziening en stelselherziening. Voor ZuidWest en Groene Hart vervullen we een coördinerende rol door agendavoorbereiding, verslaglegging en opvolging van actiepunten. Signalen en standpunten worden gebundeld en vertaald naar gezamenlijke zienswijzen en brieven richting het Rijk.

Omgevingswet Voorbeeldregels Omgevingsplan Gemeenten hebben tot 2032 de tijd om omgevingsplannen te maken. Er is onder de Omgevingswet veel mogelijk, want gezondheid, duurzaamheid en milieu worden ook meegenomen in de omgevingsplannen. Het afgelopen jaar heeft de Omgevingsdienst binnen dit project gewerkt aan het opstellen van voorbeeldregels voor milieuthema’s. Uitgangspunt was een beleidsarme omzetting van de bruidsschat (hoofdstuk 22 van het tijdelijk omgevingsplan), met inachtneming van de instructieregels uit het Besluit kwaliteit leefomgeving (Bkl) en de Zuid-Hollandse Omgevingsverordening. De eerste concepten zijn opgeleverd en besproken met diverse gemeenten. Deze documenten worden ook gebruikt door adviesbureaus die gemeenten ondersteunen bij de omzetting van omgevingsplannen, evenals door al gepubliceerde en aangepaste plannen. Voor het thema Externe Veiligheid is samen met de VRHM een handreiking ontwikkeld om gemeenten te helpen bij het maken van keuzes en het opstellen van voorbeeldregels. Andere lopende trajecten betreffen ‘Geluid’ en ‘Algemene bepalingen’. Daarnaast wordt het onderwerp ‘Handreiking Activiteiten en Milieuzonering’ opgepakt binnen de regio en binnen de provincie Zuid-Holland. De komende periode gaan wij door met het adviseren over deze plannen.

Jaarstukken 2025 (2026038044)

15 / 64

Regionale en landelijke bijeenkomsten Het afgelopen jaar zijn regionale bijeenkomsten op het gebied van het Omgevingsplan georganiseerd. Alle gemeenten, Provincie Zuid-Holland, Veiligheidsregio Hollands Midden, GGD, Hoogheemraadschap van Rijnland en een vertegenwoordiger namens VNG hebben hieraan deelgenomen. De nadruk lag op het uitwisselen van kennis en ervaringen met het opstellen van het definitieve Omgevingsplan. Ontwikkelingen Omgevingswet De ontwikkelingen rondom de Omgevingswet en in het bijzonder het Digitaal Stelsel Omgevingswet (DSO) en het Omgevingsloket zijn beperkt gebleven qua impact op de Omgevingsdienst. De nieuwe VNG Handreiking Activiteiten en Milieuzonering heeft wel veranderingen met zich meegebracht, maar de verwachting is dat dit vooral in 2026 zal gaan spelen. Hiervoor is door de Omgevingsdienst een project opgezet.

Archeologie Uit deelnemersvragen blijkt dat er steeds meer behoefte is aan specialisten op het gebied van onder andere archeologie. Binnen onze dienst is deze kennis aanwezig en wij werken nauw samen met Erfgoed Leiden en Omstreken. Hierdoor kunnen wij kwalitatief goed adviezen verstrekken. Archeologie is iets waar bijna alle bouwplannen mee te maken hebben. Daarnaast speelt ook archeologisch beleid hier een rol. Gemeentes moeten volgens de Omgevingswet zorgen voor de bescherming van archeologie door regels op te nemen in het omgevingsplan. De Omgevingswet stelt t.a.v. archeologische waarden- en verwachtingenkaarten dat deze “aantoonbaar te verwachten archeologische resten” moeten weergeven. Hiermee wordt bedoeld dat gemeentes bij het opstellen van deze kaarten en het archeologiebeleid gebruik maken van actuele en accurate lokale kennis van het bodemarchief. Dit betekent dat gemeentes gebruik (moeten gaan) maken van archeologische waarden- en verwachtingenkaarten die aangeven waar de kans op het aantreffen van archeologische resten groot is, en waar minder groot tot klein. Wij ondersteunen onze deelnemers bij de invulling van de bescherming van archeologie aan de eisen die de Omgevingswet stelt.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://gemeenteraad.hillegom.nl/api/v1/meetings/1821/documents/24514