CConstaterende datHillegom
Koppel je AI →
Document · PDF

D18.1 Voorlopige Jaarstukken 2023 VRHM.pdf

Gemeenteraad 30 mei 2024, gemeente HillegomBij agendapunt: 6: Ingekomen stukken19.485 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 3

De VRHM houdt zich aan de in de Uitvoeringsregeling financiering decentrale overheden vermelde normen ten aanzien van de renterisiconorm en de kasgeldlimiet. Binnen de taken van der VRHM is geen sprake van grondexploitatie.

4.3.2 Kasgeldlimiet De gemiddelde vlottende schuld, over drie maanden gezien, is voor een gemeenschappelijke regeling gelimiteerd op 8,2% van het begrotingstotaal. Een gemeenschappelijke regeling mag twee kwartalen achter elkaar deze limiet overschrijden. In onderstaande tabel is de ontwikkeling van de kasgeldlimiet in 2023 weergegeven: Kasgeldlimiet 2023 (bedragen x € 1.000) Kwartaal 1 Kwartaal 2 Kwartaal 3 Kwartaal 4

Gemiddeld netto Ruimte of vlottende schuld Kasgeldlimiet Overschrijding 6.601 -3.448 -22.404 -3.997

5.020 5.020 5.020 5.020

1.581 -8.468 -27.424 -9.017

In het 4e kwartaal 2022 is een overschrijding ontstaan door het aantrekken van een kasgeldlening. Deze overschrijding was in het eerste kwartaal 2023 nog steeds aanwezig. De wet FIDO schrijft voor dat de toezichthouder vooraf geïnformeerd moet worden als de kasgeldlimiet drie opeenvolgende kwartalen wordt overschreden.

4.3.3 Renterisiconorm Over de langlopende schuld mogen de jaarlijkse aflossingen en renteherzieningen niet meer bedragen dan 20% van het begrotingstotaal. In onderstaande tabel is de ontwikkeling van de renterisiconorm in 2023 weergegeven:

Voorlopige jaarstukken 2023

Pagina 31

Renterisiconorm

2023

2022

61.220

59.358

20%

20%

Renterisiconorm

12.244

11.872

Bedrag waarover renterisico wordt gelopen (aflossingen)

-2.106

-1.955

Ruimte onder renterisiconorm

10.138

9.917

(bedragen x € 1.000) Begrotingstotaal (primitief) Wettelijk percentage

Uit bovenstaand tabel blijkt dat het bedrag aan langlopende leningen, waarover de VRHM een renterisico loopt, ruimschoots binnen de wettelijke norm (volgens de wet FIDO) blijft. 4.3.4 Financiering De ontwikkeling van de leningenportefeuille is in onderstaande tabel gegeven: Ontwikkeling leningenportefeuille

2023

(bedragen x € 1.000) Stand per 1 januari 2023

48.082

Nieuwe leningen

52.000

Reguliere aflossingen

-36.936

Vervroegde aflossingen stand per 31 december 2023

63.146

Het aantrekken van de 2 langlopende leningen voor totaal € 35 miljoen was noodzakelijk voor het financieren van de aanschaf van veel brandweermaterieel (o.a. 45 tankautospuiten, 8 autoladders, 7 Voorlopige jaarstukken 2023

Pagina 32

Water Transport Systemen 500), de nieuwbouw van de brandweerkazerne aan de Schipholweg in Leiden en de verbouwing van het (Hoofd)kantoor Leiden Zuid.

4.3.5 Rentemethodiek en renteresultaat Voor de toerekening van de rentelasten maakt de VRHM gebruik van de rente-omslag-methode. Het totaal van de rentelasten wordt ‘omgeslagen’ over het geheel van de investeringen. De rentelasten betreffen het totaal van de rentelasten op de langlopende geldleningen. Door toepassing van de rente-omslag-methode worden de rentelasten aan de hand van de stand van de investeringen toegerekend aan de prestaties. De achterliggende gedachte is hierbij dat de gehanteerde omslagrente een reëel percentage is. Bij de gehanteerde rentesystematiek wordt de betaalde rente omgeslagen over het totaal aan activa. Voor 2023 bedraagt dit 1,07%. Dit percentage wordt de omslagrente genoemd. Omslagrente

2023

(bedragen x € 1.000) Aan taakvelden toe te rekenen rente

483

Waarde vaste activa per 31 december 2022

44.973

Gemiddelde rente

1,07%

Keuze voor de omslagrente

1,07%

Hieronder een overzicht van het renteresultaat:

Voorlopige jaarstukken 2023

Pagina 33

Renteresultaat

2023

(bedragen x € 1.000) De externe rentelasten

750

De externe rentebaten

-267

Saldo rentelasten en rentebaten

483

Doorbelaste rente Aan taakvelden toe te rekenen externe rente

483

Rente over het eigen vermogen Rente over voorzieningen Rente over het eigen vermogen en voorzieningen

-

0 0 0

Totaal aan taakvelden toe te rekenen rente

483

Aan taakvelden toegerekende rente

-483

Renteresultaat op het taakveld Treasury

0

4.3.6 Schatkistbankieren Op grond van de wet Verplicht schatkistbankieren houdt VRHM haar overtollige middelen gedurende het jaar aan bij de schatkist. Het gemiddelde saldo van de overtollige middelen van een kwartaal mag het drempelbedrag niet overschrijden. Dat is in 2023 niet gebeurd. Het drempelbedrag voor openbare lichamen met een begrotingstotaal kleiner dan of gelijk aan € 500 miljoen is het drempelbedrag gelijk aan 2,0% van het begrotingstotaal. Waarbij het drempelbedrag minimaal € 1 miljoen bedraagt. Berekening drempelbedrag (bedragen x € 1.000)

2023

Begrotingstotaal verslagjaar

61.220

Drempelbedrag VRHM

1.224

Voorlopige jaarstukken 2023

Pagina 34

Berekening (bedragen x € 1.000) 2023

Drempelbedrag

1.224 1e kwartaal 2e kwartaal 3e kwartaal 4e kwartaal

Kwartaalcijfer op dagbasis buiten 's Rijks schatkist aangehouden middelen

286

300

300

300

Ruimte onder het drempelbedrag

938

924

924

924

Overschrijding van het drempelbedrag

-

-

-

-

Berekening kwartaalcijfer op dagbasis buiten 's Rijks schatkist aangehouden middelen 2023 (bedragen x € 1.000) 1e kwartaal 2e kwartaal 3e kwartaal 4e kwartaal

Som van de per dag buiten 's Rijks schatkist aangehouden middelen (negatieve bedragen tellen als nihil)

25.763

27.303

27.611

27.608

Dagen in het kwartaal

90

91

92

92

Kwartaalcijfer op dagbasis buiten 's Rijks schatkist aangehouden middelen

286

300

300

300

4. 3.7 Overig Complexe financiële producten De VRHM maakt geen gebruik van complexe financiële producten zoals derivaten. Geldstromenbeheer De betalingen van de gemeente vinden zo veel mogelijk via de BNG plaats. Met de BNG is daartoe een ruime kredietfaciliteit van € 2 miljoen overeengekomen.

4.4 Paragraaf verbonden partijen (artikel 15 BBV lid 2 BBV) 4.4.1 Openbaar belang dat behartigd wordt De Veiligheidsregio behartigt, op grond van de vastgestelde gemeenschappelijke regeling, de gemeenschappelijke belangen van de deelnemende gemeenten op de volgende terreinen: • De brandweerzorg. Voorlopige jaarstukken 2023

Pagina 35

• • • •

Het inrichten en in stand houden van de gemeenschappelijke meldkamer. De geneeskundige hulpverlening bij ongevallen en rampen. De multidisciplinaire rampenbestrijding en crisisbeheersing. De samenwerking bij de gemeentelijke crisisbeheersing en rampenbestrijding.

Gemeente Alphen aan den Rijn Bodegraven-Reeuwijk Gouda Hillegom Kaag en Braassem Katwijk Krimpenerwaard Leiden Leiderdorp Lisse Nieuwkoop Noordwijk Oegstgeest Teylingen Voorschoten Waddinxveen Zoeterwoude Zuidplas Totaal

Aantal stemmen

Inwonerbijdrage Percentage 2023 Percentage 6 12% 6.918.498 13% 2 4% 2.363.350 4% 4 8% 4.976.815 9% 2 4% 1.286.112 2% 2 4% 1.854.149 3% 4 8% 3.759.775 7% 3 6% 3.577.285 7% 6 12% 10.833.266 20% 2 4% 1.785.779 3% 2 4% 1.528.076 3% 2 4% 1.690.437 3% 3 6% 3.140.716 6% 2 4% 1.420.898 3% 2 4% 2.121.866 4% 2 4% 1.465.207 3% 2 4% 1.606.909 3% 1 2% 707.403 1% 3 6% 2.548.453 5% 50 100% 53.584.994 100%

Conform Artikel 51 van de Gewijzigde Gemeenschappelijke regeling VRHM geldend per 1 januari 2014 staan gemeenten garant voor exploitatie- en begrotingstekorten van de VRHM.

Artikel 51 Waarborg/Garantstelling 1. 2.

3.

De deelnemende gemeenten dragen er zorg voor dat de Veiligheidsregio te allen tijde over voldoende middelen beschikt om aan zijn verplichtingen te kunnen voldoen. Indien aan het algemeen bestuur blijkt dat een deelnemer weigert deze uitgaven in de begroting op te nemen, doet het algemeen bestuur onverwijld aan gedeputeerde staten het verzoek over te gaan tot toepassing van artikel 194 en 195 Gemeentewet. De aan deze regeling deelnemende gemeenten waarborgen dan wel stellen zich garant voor de Veiligheidsregio voor betaling van rente en aflossing van de door de Veiligheidsregio aangegane leningen en voor dekking van eventuele exploitatie- of begrotingstekorten van de Veiligheidsregio. Een en ander vindt plaats binnen de door het algemeen bestuur vastgestelde kaders en procedures.

4.4.2 Omvang van het vermogen x € 1.000

Eigen vermogen 31/12/2022 Eigen vermogen 31/12/2023

€ 5.724 € 6.422 Voorlopige jaarstukken 2023

Pagina 36

Vreemd vermogen 31/12/2022 Vreemd vermogen 31/12/2023

€ 68.319 € 79.579

4.4.3 Omvang van het financiële resultaat 2023 x € 1.000

Resultaat 2023

4.5

€ 935

positief

Paragraaf bedrijfsvoering (artikel 14 BBV)

De beleidsverantwoording is opgenomen onder ‘Programmataak Bedrijfsvoering’ (blz. 21). Dit is conform de indeling van de programmabegroting 2023. Duurzaamheidsrapportage Grote ondernemingen moeten vanaf 2025 verplicht rapporteren over hun duurbaarheidsprestaties volgens de regels van de CSRD (Corporate Sustainability Reporting Directive). Deze CSRD is een rapportageplicht op het vlak van ESG (Environmetal, Social en Governance). Ondanks dat de VRHM benoemd wordt als grote organisatie is dit nu echter nog niet van toepassing. De reden is dat wij geen BV of NV zijn maar een overheidsorganisatie (gemeenschappelijke regeling) echter de verwachting is dat binnen afzienbare tijd deze toepassingskring verruimd wordt. Het advies is dan ook om hiermee aan de slag te gaan. Onze eerste aanzet op dit gebied was de oprichting van ons zogeheten “Greenteam” een samenwerking van enthousiaste medewerkers vanuit vele geledingen van de VRHM. Dit Greenteam heeft diverse acties, gestimuleerd door de Directeur Bedrijfsvoering ondernomen. Hierbij een korte weergave van de huidige stand van zaken: a. We zijn gestart met het vaststellen van de CO2 Footprint.; onder begeleiding van een extern gespecialiseerd adviesbureau is onderzocht in welke mate CO2 wordt “uitgestoten”.

In hoofdzaak betreft het de uitstoot als gevolg van de op normale dieselbrandstof rijdende voertuigen, zijnde 51% en het gasverbruik, zijnde 45% en in mindere mate onze dienstreizen en het Electra gebruik - in onze gebouwen. b. Vervolgens is het CO2-reductieplan opgesteld en behandeld in ons Directieteam met als gevolg dat er is besloten dat wij ons laten certificeren, op trede 3 van de CO2 prestatieladder.

c. Het CO2-reductieplan is onderdeel van het handboek CO2 -prestatieladder. Hierin zijn de onderwerpen beschreven: Beschrijving organisatie en organisatiegrens Inventarisatie emissies en energie CO2 voetafdruk 2022 Doelstellingen Reductie maatregelen Monitoring en Managementsysteem Taken, verantwoordelijkheden en planning

Voorlopige jaarstukken 2023

Pagina 37

d. Ten einde dit programma te implementeren is de vacature programmanager Duurzaamheid opengesteld. In de functieomschrijving zijn de volgende elementen opgenomen. Strategische planning Stakeholdersbetrokkenheid Budgetbeheer Compliance Onderzoek en innovatie

Continuïteit Er zijn geen continuïteitsrisico’s (van materieel belang), zijnde gebeurtenissen of omstandigheden die gerede twijfel kunnen doen ontstaan, over de mogelijkheid van de gemeenschappelijke regeling Veiligheidsregio Hollands Midden om haar continuïteit te handhaven’. Deze continuïteitsveronderstelling is gebaseerd op: ➢ Wet gemeenschappelijke regelingen. Het Algemeen Bestuur van het openbaar lichaam stelt de begroting en de bijdrage van de deelnemende gemeenten vast; ➢ Gemeenschappelijke regeling Veiligheidsregio Hollands Midden. Een bij Wet veiligheidsregio’s verplichte gemeenschappelijke regeling. De colleges van burgemeester en wethouders van de gemeenten die behoren tot een regio treffen een gemeenschappelijke regeling, waarbij een openbaar lichaam wordt ingesteld met de aanduiding: veiligheidsregio. Artikel 51 (Waarborg / Garantstelling) van de gemeenschappelijke regeling VRHM bepaalt dat de deelnemende gemeenten er zorg voor dragen dat de Veiligheidsregio te allen tijde over voldoende middelen beschikt om aan zijn verplichtingen te kunnen voldoen; ➢ Een structureel en reëel sluitende begroting.

De VRHM heeft een sluitende Programmabegroting 2024 en meerjarenraming 2025-2027; ➢ De VRHM heeft voldoende middelen en financiering om de wettelijke taken van het Jaarplan 2024 (‘voorzienbare’ toekomst) in continuïteit te kunnen vervullen; ➢ Het huidige weerstandsvermogen duidt op ‘voldoende’ weerstandsvermogen, conform de normtabel die NARIS hanteert (en is ontwikkeld in samenwerking met de Universiteit Twente); ➢ Provincie Zuid-Holland: Financieel Toezicht gemeenten en gemeenschappelijke regelingen. Met het toezicht wordt beoogd een gezonde financiële situatie bij gemeenten en gemeenschappelijke regelingen te bevorderen. De VRHM staat onder repressief toezicht.

Wet open overheid (Woo) De Wet open overheid (hierna: Woo) wil een transparante en actief openbaar makende overheid. In artikel 3.5 (Openbaarheidsparagraaf) van de Woo wordt voorgeschreven dat bestuursorganen in de jaarlijkse begroting aandacht besteden aan de beleidsvoornemens inzake de uitvoering van deze wet en in de jaarlijkse verantwoording verslag doen van de uitvoering ervan, mede in relatie tot de beleidsvoornemens. Hiermee wordt een impuls gegeven aan de actieve openbaarheid door voor te schrijven dat bestuursorganen in hun begroting en verantwoordingsverslag aan moeten geven hoe zij rekening houden met de bepalingen uit de Woo. De VRHM maakt op dit moment de belangrijkste verslagen en verantwoordingsrapportages (w.o. de Programmabegroting en het Jaarverslag) al actief openbaar. Verder is binnen de organisatie het proces van ontvangst, beoordeling en verwerking van een aanvraag tot openbaarmaking uitgewerkt en belegd. De website wordt aangevuld met een WOO formulier. De VRHM zal in de komende periode in samenspraak met het Bestuur nagaan of meerdere documenten en/ of rapportages actief openbaar gemaakt zullen worden.

Voorlopige jaarstukken 2023

Pagina 38

Voorlopige jaarstukken 2023

Pagina 39

Jaarrekening 2023

Voorlopige jaarstukken 2023

Pagina 40

Balans per 31 december 2023 Activa

31-12-2023

31-12-2022

(x € 1.000) Vaste activa Materiële vaste activa - Investeringen met economisch nut Totaal Financiële vaste activa - Overige uitzettingen met een rentetypische looptijd van één jaar of langer Totaal

63.397

44.973 63.397

8.417

Totaal vaste activa

44.973

8.768 8.417

8.768

71.814

53.741

Vlottende activa Uitzettingen met een rentetypische looptijd k orter dan één jaar - Vorderingen op openbare lichamen - Uitzettingen ´s Rijks schatkist met een rentetypische looptijd korter dan één jaar - Overige vorderingen Totaal Liquide middelen - Kassaldi - Banksaldi Totaal Overlopende activa - De van Europese en Nederlandse overheidslichamen nog te ontvangen voorschotbedragen die ontstaan door voorfinanciering op uitkeringen met een specifiek bestedingsdoel a Europese overheidslichamen b Het Rijk c Overige Nederlandse overheidslichamen - Overige nog te ontvangen bedragen, en de vooruitbetaalde bedragen die ten laste van volgende begrotingsjaren komen Totaal Totaal vlottende activa

Totaal activa

853

247

9.275 12

9.712 88 10.140

1 348

10.047

1 346 349

179 2.428

347

941 8.126

1.059

840 3.666

9.908

14.155

20.302

85.969

74.043

Voorlopige jaarstukken 2023

Pagina 41

Passiva

31-12-2023

31-12-2022

920 4.566 935

920 5.145 -341

(x € 1.000) Vaste passiva Eigen vermogen - Reserves a. Algemene reserve b. Bestemmingsreserves - Gerealiseerd resultaat Totaal Voorzieningen - Voorzieningen voor verplichtingen, verliezen en risico's - Voorziening ter egalisatie van kosten Totaal Vaste schulden met een rentetypische looptijd van één jaar of langer - Onderhandse leningen van a. Binnenlandse banken en overige financiële instellingen b. Openbare lichamen Totaal

6.422

7.589 -

5.724

8.052 7.589

62.976 -

Totaal vaste passiva

8.052

30.082 62.976

30.082

76.987

43.858

Vlottende passiva Netto-vlottende schulden met een rentetypische looptijd k orter dan één jaar - Kasgeldlening - Overige schulden Totaal Overlopende passiva - Verplichtingen die in het begrotingsjaar zijn opgebouwd en die in een volgend begrotingsjaar tot betaling komen, met uitzondering van jaarlijks terugkerende arbeidskosten gerelateerde verplichtingen van vergelijkbaar volume - De van de Europese en Nederlandse overheidslichamen ontvangen voorschotbedragen voor uitkeringen met een specifiek bestedingsdoel die dienen ter dekking van lasten van volgende begrotingsjaren a. Voorschotten van het Rijk Totaal Totaal vlottende passiva

Totaal passiva

6.567

18.000 10.318 6.567

1.324

28.318

801

1.092

1.067 2.416

1.868

8.982

30.186

85.969

74.043

Voorlopige jaarstukken 2023

Pagina 42

Overzicht van baten en lasten over 2023 Realisatie 2023

Verschil

Saldo

Saldo

Saldo

Programmabegroting 2023 Primair

Wijziging

BATEN PROGRAMMAPLAN FYSIEKE VEILIGHEID

-

Gemeentelijke bijdrage

-53.584.994

-

-53.584.994

-53.283.266

-301.728

Rijksbijdrage (BDUR)

-6.539.838

-1.407.149

-7.946.987

-8.708.629

761.642

Overige bijdragen

-944.800

-

-944.800

-3.450.110

2.505.309

-

-

-

-14.546.489

14.546.489

-61.069.633

-1.407.149

-62.476.782

-79.988.494

17.511.712

Meldkamer

1.164.227

-

1.164.227

1.202.348

-38.121

Brandweerzorg

29.904.051

-

29.904.051

32.802.549

-2.898.497

Risico- en Crisisbeheersing

572.731

Vergoeding kosten noodopvang vluchtelingen TOTAAL BATEN LASTEN PROGRAMMAPLAN FYSIEKE VEILIGHEID Programmataken

5.585.400

845.800

6.431.200

5.858.469

Bevolkingszorg

608.044

-

608.044

667.621

-59.577

Totaal Programmataken

37.261.722

845.800

38.107.522

40.530.987

-2.423.464

Directie & Staf

2.977.310

561.349

3.538.659

1.997.162

1.541.497

Bedrijfsvoering

8.280.800

-

8.280.800

8.838.210

-557.410

11.258.110

561.349

11.819.459

10.835.372

984.087

12.699.800

-

12.699.800

13.290.607

-590.807

-

-

-

14.546.489

-14.546.489

TOTAAL LASTEN

150.000

-

150.000

79.203.455

935.039

Gerealiseerd saldo van baten en lasten

150.000

-

150.000

-785.039

935.039

Toevoegingen aan reserves

-

-

-

-

-

Onttrekkingen aan reserves

-150.000

-

-150.000

-150.000

-

-

-

-

-935.039

935.039

-

-

-

-

-

-

-935.039

935.039

Management en Ondersteuning

Totaal Management & Ondersteuning Overhead Kosten noodopvang vluchtelingen

Gerealiseerd resultaat na bestemming VPB Gerealiseerd resultaat van baten en lasten

Voorlopige jaarstukken 2023

-

Pagina 43

Het rekeningresultaat 2023 (vóór bestemming) bedraagt € 935 positief.

Toelichting verschil in baten De baten in 2023 bedroegen € 80,5 mln. ten opzichte van € 62,5 begroot, totaal € 18,0 mln. meer. Hiervan is € 14,5 mln. de vergoeding voor de kosten die de VRHM heeft gemaakt voor de crisisnoodopvanglocatie(s) COA (€ 8,9 mln.) en 1e opvang ontheemden Oekraïne (€ 5,7 mln.). Resteert € 3,5 mln. Gemeentelijke bijdragen De gemeentelijke bijdragen, begroot op € 53,6 mln., zijn € 301.728 lager. Oorzaak is dat de in de gemeentelijke bijdrage van Gouda de vordering op Gouda ingevolgde FLO via de balans wordt verwerkt en niet meer via de V&W-rekening. Deze waren in de begroting 2023 nog niet via de balans Verwerkt. Rijksbijdrage BDuR (Brede Doeluitkering Rampenbestrijding) De beschikking bedraagt uiteindelijk € 253.000 meer dan als verwachte bijdrage voor 2023 in de beschikking voor 2022 (december 2021) was aangegeven. De toekenning van de loon- en prijsbijstelling over de BDuR 2023 bedraagt € 559.000. Overige baten De overige baten bedragen € 1,0 mln. meer dan begroot, met name veroorzaakt door boekwinst op verkoop van activa (tankautospuiten) ad € 517.000 en rente uit deposito ad € 267.000. Vergoeding coördinatiekosten (COA) VRHM heeft in 2023 asielzoekers opgevangen in het kader van de crisisnoodopvang (CNO). De door de VRHM gemaakte kosten zijn in rekening gebracht bij het Centraal orgaan opvang asielzoekers (COA).

Conform afspraak met veiligheidsregio’s en COA brengt ook de VRHM coördinatiekosten bij het COA in rekening op basis van het overheadpercentage (voor de VRHM 20,8%) als opgenomen in de Programmabegroting 2023. Toelichting verschil in lasten De totale lasten bedragen € 79,2 mln. en liggen € 16,6 mln. hoger dan de programmabegroting 2023. Dit komt met name door: - De verantwoording van de voorgefinancierde lasten voor de vluchtelingennoodopvang ad € 14,5 mln.; - Hogere overheadkosten, hogere uitgaven bij de Programma’s Bedrijfsvoering en Brandweerzorg en de kosten voor de vorming van de voorziening personeel. De hogere uitgaven op de 2 programma’s zijn voornamelijk het gevolg van de financiële wijzigingen in de nieuwe CAO met als ingangsdatum 2 januari 2023. Onvoorziene lasten In 2023 bedroegen de incidentele lasten (exclusief de voorgefinancierde lasten voor de vluchtelingennoodopvang) ca € 0,2 mln. -

Voorziening personeel In 2023 is op basis van vaststellingsovereenkomsten met (voormalig) medewerkers € 207.000 gedoteerd aan de voorziening personeel. Uitbetaling vindt plaats in 2024.

Voorlopige jaarstukken 2023

Pagina 44

Overheadkosten De totale overheadkosten bedragen € 13,3 mln. en liggen € 591.000 hoger dan begroot. Zie voor de toelichting op de overheadkosten pagina 21.

Voorlopige jaarstukken 2023

Pagina 45

Grondslagen voor waardering en resultaatbepaling 1. 2.

3.

4.

5.

6. 7.

8. 9. 10.

De jaarrekening is opgesteld overeenkomstig het Besluit begroting en verantwoording provincies en gemeenten (BBV). De waardering van de activa en passiva en de bepaling van het resultaat vinden plaats op basis van historische kosten. Tenzij bij het desbetreffende balanshoofd anders is vermeld, worden de activa en passiva opgenomen tegen nominale waarden. De baten en lasten worden toegerekend aan het jaar waarop zij betrekking hebben. Baten worden slechts opgenomen voor zover zij op balansdatum zijn gerealiseerd. Verliezen en risico’s die hun oorsprong vinden voor het einde van het begrotingsjaar, worden in acht genomen indien zij voor het opmaken van de jaarrekening bekend zijn geworden. Personeelslasten worden in principe toegerekend aan het boekjaar waarop ze betrekking hebben. Als gevolg van het formele verbod op het opnemen van voorzieningen c.q. schulden uit hoofde van jaarlijks terugkerende arbeid gerelateerde verplichtingen van vergelijkbaar volume, worden sommige personele lasten echter toegerekend aan de periode waarin uitbetaling plaatsvindt; daarbij moet worden gedacht aan componenten zoals ziektekostenpremie ten behoeve van gepensioneerden, verlofaanspraken en dergelijke. Indien er sprake is van (eenmalige) effecten van grote omvang dient een verplichting opgenomen te worden.

Materiële vaste activa: Investeringen met economisch nut worden gewaardeerd tegen de verkrijgings- of vervaardigingsprijs. Specifieke investeringsbijdragen van derden worden op de desbetreffende investering in mindering gebracht; in die gevallen wordt op het saldo afgeschreven. Op grondbezit met economisch nut (buiten de openbare ruimte) wordt niet afgeschreven. De afschrijving start in het jaar dat volgt op het jaar waarin de investering is afgerond/ verworven. De gehanteerde afschrijvingstermijnen (op basis van de lineaire afschrijvingsmethode) bedragen in jaren: Soort activum Jaren Gronden en terreinen Gebouwen 5-40 Vervoermiddelen 5-15 Overige bedrijfsmiddelen 5-20 Voor het bepalen van de afschrijvingstermijnen is het bepaalde in artikel 9.5 lid 9 Waarderen en afschrijven van vaste activa van het Financieel Statuut VRHM van toepassing. De minimale activeringsgrens is € 25.000 voor aangeschafte (groep) activa vanaf 1 januari 2017. Investeringen in software betreft veelal een SaaS-oplossing en worden daarom niet geactiveerd en afgeschreven. Financiële vaste activa: Overige uitzettingen met een rentetypische looptijd van korter dan één jaar of van één jaar of langer worden gewaardeerd tegen nominale waarde. Vorderingen en overlopende activa worden gewaardeerd tegen nominale waarde. Voor verwachte oninbaarheid wordt een voorziening in mindering gebracht.

Liquide middelen en overlopende posten worden tegen nominale waarde opgenomen. De voorzieningen worden gewaardeerd tegen nominale waarde. Vaste schulden met een rentetypische looptijd van korter dan één jaar of één jaar of langer worden gewaardeerd tegen de nominale waarde, verminderd met gedane aflossingen. Vlottende passiva worden gewaardeerd tegen de nominale waarde. Na wijziging van het BBV op 10 juli 2007 omvatten de overlopende passiva ook de van Europese en Nederlandse overheidslichamen ontvangen maar nog niet bestede voorschotbedragen voor overdrachten met een specifiek bestedingsdoel die dienen ter dekking van lasten van volgende begrotingsjaren en waarvoor bij niet-besteden een terugbetalingsverplichting bestaat.

Voorlopige jaarstukken 2023

Pagina 46

Toelichting op de balans per 31 december 2023 Vaste activa Materiële vaste activa

Investe- Desinve- Afschrijvingen Afschrijvingen steringen steringen desinvesteringen

Materiële vaste activa

Saldo

(bedragen x € 1.000)

31-12-2022

Saldo 31-12-2023

Gronden en terreinen

1.932

15

-

-

-

1.947

Gebouwen

25.338

459

-289

289

-1.023

24.774

Vervoermiddelen

12.959

12.598

-1.498

1.498

-1.601

23.956

Overige materiële vaste activa

4.744

7.602

-920

897

-545

11.778

-

942

-

-

44.973

21.616

-2.707

2.684

ICT-middelen Totaal

942 -3.169

63.397

De VRHM heeft alleen vaste activa met economisch nut in eigendom. De materiële vaste activa bedragen per 31-12-2023 € 63.397.000 en bestaan voornamelijk uit gebouwen en vervoersmiddelen. De toename in 2023 van € 18.424.000 komt door de investeringen in gebouwen, vervoermiddelen, overige materiele vaste activa en ICT-middelen en de desinvesteringen van gebouwen, overige materiele vaste activa en vervoermiddelen. De investeringen en desinvesteringen worden hieronder weergegeven.

Voorlopige jaarstukken 2023

Pagina 47

Voorlopige jaarstukken 2023

Pagina 48

Financiële vaste activa Financiële vaste activa (bedragen x € 1.000)

Saldo 31-122022

Ontvangst

Saldo 31-122023

Vordering gemeente Gouda

8.768

-351

8.417

Totaal

8.768

-351

8.417

De financiële vaste activa bedraagt per 31-12-2023 € 8.417.000. De afname in 2023 van € 351.000 wordt veroorzaakt door de jaarlijkse ontvangst van de gemeente Gouda. De VRHM ontvangt jaarlijks een vast bedrag van € 351.000 voor de afkoop van de FLO-rechten van voormalig Goudse medewerkers die bij de regionalisatie in dienst zijn gekomen van de VRHM. Bij de start van de VRHM is met de gemeente Gouda afgesproken dat de gemeente Gouda jaarlijks een vaste vergoeding betaalt voor de FLO-rechten van hun oud-medewerkers. De nominale waarde van deze vordering staat op de balans als langlopende vordering (financieel vast actief) en loopt af in 2047. Tegenover deze langlopende vordering staan de FLO-verplichtingen aan de medewerkers. Deze zijn opgenomen in de voorziening FLO-Gouda. Vlottende activa Uitzettingen met een rentetypische looptijd korter dan één jaar Uitzettingen met een rentetypische looptijd korter dan één jaar (bedragen x € 1.000)

Saldo 31-122023

Saldo 31-122022

Vorderingen op openbare lichamen 853

247

Uitzettingen ´s Rijks schatkist met een rentetypische looptijd korter dan één jaar Overige vorderingen

9.275 12

9.712 88

Totaal

10.140

10.047

De vlottende activa bedragen per 31 december 2023 € 10.140.000 en bestaan voornamelijk uit Uitzettingen ’s Rijks schatkist (€ 9.275.000). De toename van het totale saldo met € 93.000 komt door de toename van de Vorderingen op openbare lichamen met € 606.000, de afname van het saldo van de uitzettingen in ’s Rijks Schatkist met € 437.000 en de afname van de overige vorderingen met € 76.000 De uitzettingen in ’s Rijks Schatkist betreffen de liquide middelen die conform de regeling Schatkistbankieren decentrale overheden binnen ’s Rijks Schatkist dienen te worden aangehouden. Hiermee voldoet de VRHM aan de drempelwaarde voor het aanhouden van gelden buiten ’s Rijks

Voorlopige jaarstukken 2023

Pagina 49

Schatkist. Voor het overzicht van de berekening van de benutting van het drempelbedrag schatkistbankieren wordt verwezen naar paragraaf 4.3 Financiering. Het saldo van de vorderingen op openbare lichamen bestaat voornamelijk uit facturen voor detacheringen en subsidies..

Liquide middelen Liquide middelen (bedragen x € 1.000)

Saldo 31-122022

Saldo 31-122022

Kassaldi

1

1

Banksaldi

348

346

Totaal

349

347

De totale liquide middelen bedragen per 31-12-2023 € 349.000 en bestaan voornamelijk uit banksaldi. De banksaldi zijn in lijn met 2022. Het per ultimo 2023 aangehouden saldo aan liquide middelen blijft binnen de normering van de ‘Regeling schatkistbankieren decentrale overheden’. Overlopende activa Overlopende activa (bedragen x € 1.000)

Saldo 31-122023

Saldo 31-122022

De van Europese en Nederlandse overheidslichamen nog te ontvangen voorschotbedragen die ontstaan door voorfinanciering op uitkeringen met een specifiek bestedingsdoel a Europese overheidslichamen 179

941

c Overige Nederlandse overheidslichamen Overige nog te ontvangen bedragen, en de vooruitbetaalde bedragen die ten laste van volgende begrotingsjaren komen

2.428

8.126

1.059

840

Totaal

3.666

9.907

b Het Rijk

De overlopende activa bedragen per 31 december 2023 € 3.666.000 en zijn met € 6.241.000 afgenomen. Deze afname wordt grotendeels veroorzaakt doordat de voorfinanciering van de kosten Noodopvang vluchtelingen in 2023 is afgerekend.

Voorlopige jaarstukken 2023

Pagina 50

Nog te ontvangen, vooruitbetaald Noodopvang Vluchtelingen (bedragen x € 1.000)

Vooruitbetaald Vluchtelingen COA Vooruitbetaald Vluchtelingen Oekraïne Totaal

Saldo 31-122023

Saldo 31-122022

2.428

8.126

179

941

2.607

9.067

In totaliteit zijn de volgende bedragen vooruitbetaald vanwege de werkzaamheden ten behoeve van de Noodopvang vluchtelingen. Dit zijn de kosten die zijn gemaakt voor CNO (COA) en voor een deel voor de GOO (Ministerie van J&V). Voor de CNO betreft dit zowel betalingen aan leveranciers als overheadkosten. Het saldo van de vooruitbetaalde bedragen bij Het Rijk van € 179.000 betreffen de kosten die zijn gemaakt voor de werkzaamheden ten behoeve van de Noodopvang vluchtelingen voor de GOO (Oekraïne). Deze kosten worden middels een SiSa-verantwoording in rekening gebracht bij het Ministerie van Justitie & Veiligheid. Het saldo van de vooruitbetaalde bedragen bij Overige Nederlandse overheidslichamen van € 2.428.000 betreffen de kosten die zijn gemaakt voor de werkzaamheden ten behoeve van de Noodopvang vluchtelingen voor de CNO. Deze kosten worden middels een declaratie in rekening gebracht bij het Centraal Opvang Asielzoekers (COA).

Voorlopige jaarstukken 2023

Pagina 51

Vooruitbetaald ten laste van volgende begrotingsjaren Overige nog te ontvangen bedragen, en de vooruitbetaalde bedragen ten laste van volgende begrotingsjaren komen (bedragen x € 1.000)

Saldo 31-122023

Saldo 31-122022

Nog te ontvangen bedragen

428

260

Vooruitbetaalde bedragen Overige

630 1

577 3

1.059

840

Totaal

Het totaal van de ‘vooruitbetaalde bedragen’ bedraagt per 31-12-2023 € 630.000 en bestaat hoofdzakelijk uit vooruitbetaalde licentie- en onderhoudskosten van doorlopende contracten. Het totaal van de ‘nog te ontvangen bedragen’ bedraagt per 31-12-2023 € 428.000. Dit saldo bestaat grotendeels uit de nog te factureren bedragen; RAV afhijsingen; detacheringskosten en projectkosten Leiden Noord.

Vaste passiva Eigen vermogen Eigen vermogen (bedragen x € 1.000)

Saldo 31-122023

Reserves Gerealiseerd resultaat Totaal

Saldo 31-122022

5.486

6.065

935

-341

6.422

5.724

Het eigen vermogen (inclusief het gerealiseerd resultaat 2023) bedraagt per 31-12-2023 € 6.421.000 en bestaat voornamelijk uit de reserves.

Voorlopige jaarstukken 2023

Pagina 52

Reserves Reserves (bedragen x € 1.000)

Saldo Saldo 31-12-2023 31-12-2022 920

920

Bestemmingsreserves

4.566

5.145

Totaal

5.486

6.065

Algemene reserve

Het totaalbedrag aan Reserves bedraagt per 31-12-2023 € 5.486.000. Deze worden hieronder verder uitgesplitst. Algemene reserve

Saldo

Dotatie

(bedragen x € 1.000)

31-12-2022

Ont-

Saldo

trekking 31-12-2023

Algemene reserve

920

-

-

920

Totaal

920

-

-

920

In 2023 hebben er, conform de resultaatbestemming 2022, geen mutaties in de Algemene reserve plaatsgevonden. Bestemmingsreserves

Saldo

(bedragen x € 1.000)

Resultaat

Toe-

bestemming voegingen

Onttrekking

Vermin-

Saldo

dering ivm afschrijving

31-12-2022

op activa

31-12-2023

Samenwerken loont

419

-

-

-

-

419

Flankerend beleid

627

-

-

(195)

-

432

Multiteam/netcentrisch werken/LCMS

37

-

-

-

-

37

Resterende exploitatielasten MK HM

1.755

-

-

-

(150)

1.605

FLO Gouda

725

-

-

(146)

-

579

FLO overgangsrecht 2018

125

-

-

-

-

125

Ontwikkel en Innovatiebudget

387

-

-

-

-

387

Groot Onderhoud

890

-

-

(88)

-

802

2e Loopbaanbeleid

180

-

-

-

-

180

5.145

-

-

(429)

(150)

4.566

Totaal

Het saldo van de bestemmingsreserves bedraagt per 31-12-2023 € 4.566.000 en is in 2023 met € 579.000 afgenomen. De mutaties in 2023 hebben enkel betrekking op onttrekkingen aan de reserves. Deze worden hieronder verder toegelicht. Samenwerken loont Doel van de reserve: Ter dekking van de incidentele kosten voor multi-beleidsvoornemens.

Voorlopige jaarstukken 2023

Pagina 53

Mutaties 2023

Begroot

Realisatie

Overige mutatie

-

-

Verschil -

Toelichting mutaties 2023: In 2023 waren er geen kosten die in aanmerking kwamen voor een onttrekking uit deze reserve.

Flankerend beleid Doel van de reserve: Het opvangen van financiële negatieve gevolgen van organisatieontwikkeling voor de medewerkers. Voorbeelden zijn bijscholing, herplaatsingen, outplacement, vervroegde uittredingsmogelijkheden o in uiterste gevallen het treffen van stimuleringsmaatregelen bij vertrek. Mutaties 2023:

Begroot

Realisatie

Overige mutatie

-

-195

Verschil 195

Toelichting mutaties 2022: Conform de winstbestemming 2022 heeft een onttrekking van € 194.651 aan de Reserve Flankerend Beleid plaatsgevonden t.b.v. RVU-betalingen en afkoop centralisten

Multiteam/netcentrisch werken/LCMS Doel van de reserve: Oorspronkelijk was deze reserve ter dekking van de migratiekosten van het MultiTeam-systeem naar LCMS, nu is de reserve ter dekking van de incidentele (door) ontwikkelkosten van LCMS.

Mutaties 2023:

Begroot

Realisatie

Overige mutatie

-

-

Verschil -

Toelichting mutaties 2023: In 2023 waren er geen kosten die in aanmerking kwamen voor een onttrekking uit deze reserve.

Voorlopige jaarstukken 2023

Pagina 54

FLO Gouda Doel van de reserve: De reserve dient ter egalisatie van de verschillen inde balansposten Financiële vaste activa FLO Gouda en Voorziening FLO Gouda, in het kader van het FLO-overgangsrecht voor de medewerkers in dienst van de gemeente Gouda ten tijde van het instellen van het FLOovergangsrecht. De verschillen kunnen onder andere ontstaan door collega’s die uit dienst gaan, veranderende (fiscale) wet- en regelgeving, stelselwijzigingen of wijzigingen in gehanteerde rekenrentes. Mutaties 2023: Onttrekking

Begroot

Realisatie

-

-146

Verschil 146

Toelichting mutaties 2023: Conform de winstbestemming 2022 heeft een onttrekking van € 146.000 aan de Reserve FLO plaatsgevonden ter grootte van de dotatie aan de Voorziening FLO

FLO overgangsrecht 2018 Doel van de reserve: Het opvangen van kosten in verband met de Reparatie van het FLO-overgangsrecht 2018 (oudmedewerkers) Alpen aan den Rijn en Leiden. Het gaat hierbij om de baten (voor deelnemende gemeenten) en lasten (voor VRHM) over de jaren heen gelijkmatig te verdelen (egalisatiefunctie).

Mutaties 2023: Onttrekking

Begroot

Realisatie

-

-

Verschil -

Toelichting mutaties 2023: In 2023 waren er geen kosten die in aanmerking kwamen voor een onttrekking uit deze reserve.

Ontwikkel en Innovatiebudget Doel van de reserve: Het opvangen van kosten in verband met het versnellen en versterken van het ontwikkelproces van de Veiligheidsregio Hollands Midden (bestedingsfunctie).

Mutaties 2023:

Begroot

Realisatie

Onttrekking

-

-

-

Dotatie

-

-

-

Voorlopige jaarstukken 2023

Verschil

Pagina 55

Toelichting mutaties 2023: In 2023 waren er geen kosten die in aanmerking kwamen voor een onttrekking uit deze reserve.

Resterende exploitatielasten MK HM Doel van de reserve: Gedeeltelijke dekking van de resterende exploitatielasten van de oude GMK Hollands Midden.

Mutaties 2023: Onttrekking

Begroot

Realisatie

-150

-150

Verschil -

Toelichting mutaties 2023: De onttrekking is ter dekking van de kapitaallasten ivm de herbestemming van de Meldkamer.

Groot Onderhoud Doel van de reserve: Het opvangen van kosten in verband met de uitvoering van het MJOP (huisvesting).

Mutaties 2023: Onttrekking

Begroot

Realisatie

-

-88

Verschil -

Toelichting mutaties 2023: In 2023 is voor € 88.000 aan kosten voor groot onderhoud onttrokken aan de reserve groot onderhoud.

Voorlopige jaarstukken 2023

Pagina 56

2e Loopbaanbeleid Doel van de reserve: Het opvangen van kosten in verband met de uitvoering van het 2e loopbaanbeleid binnen de VRHM.

Mutaties 2023: Onttrekking

Begroot

Realisatie

-

-

Verschil -

Toelichting mutaties 2023: In 2022 is het voorgestelde bestemmingsresultaat van 2021 ad € 180.000 toegevoegd aan de nieuw te vormen reserve 2e loopbaanbeleid.

Voorzieningen Voor verplichtingen, verliezen en risico’s Voorzieningen (bedragen x € 1.000)

FLO

Saldo

Dotatie

31-12-2022

31-12-2023

7.054

-

Verlofsparen

748

(Schadeuitkering) personeel

250 8.052

Totaal

Saldo

Vrijval

-843

6.211

423

-

1.171

207

-250

207

630

-1.093

7.589

Het totaalbedrag van de voorzieningen bedraagt per 31-12-2023 € 7.589.000. Deze bestaat uit de voorziening FLO, voorziening verlofsparen en voorziening voor personeel. Voorziening FLO De voorziening FLO is in 2023 met € 843.000 afgenomen. In de berekening van 2023 is de indexering van eventuele CAO-verhogingen niet meegenomen. Dit volgens de Financiële Verordening van de VRHM. Na afkoop van het FLO-overgangsrecht door de gemeente Gouda, komen de lasten van deze regeling voor rekening van de Veiligheidsregio Hollands Midden. De omvang van de voorziening is bepaald op basis van de toekomstige verplichtingen. Het financieel risico voor het beroepsbrandweerpersoneel afkomstig van de gemeenten Alphen aan den Rijn en Leiden ligt niet bij de VRHM. Voor betreffende gemeenten is geen voorziening noodzakelijk in de jaarrekening van de VRHM. De jaarlijkse verplichtingen en bijdragen hiervan zijn in het overzicht van baten en lasten verantwoord. De voorziening is berekend op basis van het Principeakkoord Reparatie FLO-overgangsrecht brandweerpersoneel. De rechten van personeelsleden inzake FLO-overgangsrecht zijn gebaseerd op

Voorlopige jaarstukken 2023

Pagina 57

de bepalingen uit hoofdstuk 9a tot en met 9f van de CAR. De FLO-rechten zijn gewaardeerd op basis van het bij de berekening bekende Cao-loon. In dit geval is dit de Cao 2019-2020. In de berekening van de totale voorziening is geen rekening gehouden met de kans op het vervallen van rechten door natuurlijk verloop en het voortijdig uit dienst treden van het beroepsbrandweerpersoneel. Voorziening Verlofsparen De nieuwgevormde voorziening voor verlofsparen ad € 1.171.000 heeft betrekking op het totaal aantal uren dat voor alle medewerkers in 2023 is omgezet in spaarverlof. De berekening is gebaseerd op de werkelijke tarieven Met spaarverlof krijg je de mogelijkheid om uren opzij te zetten voor later. Het spaarverlof is onbeperkt geldig. Voorziening personeel In 2023 is € 250.000 onttrokken aan deze voorziening in verband met een civielrechtelijke aansprakelijkheidsaanstelling, die in het jaar 2022 in goed overleg was overeengekomen. De toevoeging van € 207.000 betreft de beëindiging van een aantal dienstverbanden, waarvan de uitbetalingen in 2024 hebben plaatsvinden.

Vaste schulden met een rentetypische looptijd van één jaar of langer Onderhandse leningen van binnenlandse banken en overige financiële instellingen met een rentetypische looptijd van één jaar of langer (bedragen x € 1.000)

Saldo Vermeer- Aflossing Saldo dering 31-12-2022 31-12-2023

Leningen bij de Bank Nederlandse Gemeenten Nederlandse Waterschapsbank

20.479 9.602

35.000 -

-1.766 -340

53.713 9.263

Totaal

30.082

35.000

-2.106

62.976

De stand van de onderhandse leningen per 31-12-2023 bedraagt € 62.976.000 en bestaat uit leningen bij de Bank Nederlandse Gemeenten (BNG) en de Nederlandse Waterschapsbank (NWB). Het saldo is in 2023 met € 32.894.000 toegenomen. In 2023 zijn er twee nieuwe langlopende leningen afgesloten voor een totaalbedrag van € 35.000.000. De totale aflossing in 2023 bedraagt € 2.106.000. Voor een specificatie van de onderhandse leningen verwijzen wij naar paragraaf 4.3 Financiering. Rentelast 2023 De rentelast over de langlopende leningen bedraagt € 750.000 in 2023.

Voorlopige jaarstukken 2023

Pagina 58

Vlottende passiva Netto-vlottende schulden Netto-vlottende schulden met een rentetypische looptijd korter dan één jaar (bedragen x € 1.000)

Saldo 31-122023

Saldo 31-122022

Kasgeldlening

-

18.000

Overige schulden

6.567

10.318

Totaal

6.567

28.318

De netto-vlottende schulden bedragen per 31-12-2023 € 6.567.000 en zijn in 2023 met € 21.751.000 afgenomen. Deze afname komt voornamelijk door de aflossing van de Kasgeldlening begin 2023. Overige schulden De overige schulden bedragen per 31 december 2023 € 6.567.000 en zijn in 2023 met € 3.751.000 afgenomen. De overige schulden bestaan voornamelijk uit de nog te betalen crediteuren, loonheffing, omzetbelasting, vergoedingen vrijwilligers en salarisuitbetalingen via de 13e run. Overlopende passiva Overlopende passiva (bedragen x € 1.000)

Saldo 31-122023

Verplichtingen die in het begrotingsjaar zijn opgebouwd en die in een volgend begrotingsjaar tot betaling komen, met uitzondering van jaarlijks terugkerende arbeidskosten gerelateerde verplichtingen van vergelijkbaar volume

Saldo 31-122022

1.324

801

De van de Europese en Nederlandse overheidslichamen ontvangen voorschotbedragen voor uitkeringen met een specifiek bestedingsdoel die dienen ter dekking van lasten van volgende begrotingsjaren

1.092

1.067

Totaal

2.416

1.868

Het saldo van de overlopende passiva bedraagt € 2.416.000 en is toegenomen met € 548.000. De toename wordt grotendeels veroorzaakt door nog te betalen rente en nog te betalen kosten. Lasten die volgend boekjaar worden betaald De verplichtingen die in het jaar 2024 betaald gaan worden bedragen € 1.324.000. Deze lasten zijn ontvangen na balansdatum en zijn voor het boekjaar 2023 bestemd. Deze lasten worden in het jaar 2024 betaald, maar zijn opgenomen in het boekjaar 2023.

Voorlopige jaarstukken 2023

Pagina 59

Voorschotbedragen van overheidslichamen voor uitkeringen met een specifiek bestedingsdoel Voorschotten van het Rijk (bedragen x € 1.000)

Bijdrage Complete Lijn uitschakeling en inzet van de 25 kV Spanningstester (CLU+) SiSa CTB 2021 Totaal

Saldo

Saldo

31-12-2022

31-12-2023

Toevoeging

Aanwending

133 934

120 70

133 -

120 1.004

1.067

190

133

1.124

De voorschotten van het Rijk bedragen per 31 december 2023 € 1.124.000 en zijn in 2023 met € 57.000 toegenomen. Deze toename komt door de afrekening en inzet Corona controletoegangsbewijzen (CTB) 2021 en de nog af te rekenen SiSa-bijdrage (CTB 2021) in 2024. Volgens de SiSa CTB verantwoordt de VRHM in de jaarrekening 2023 de ontvangen SiSa-bijdrage van het Ministerie J&V en de betaalde declaraties aan de gemeenten. De gemeenten hebben deze verantwoord in hun jaarrekening 2022. Echter, enkele gemeenten hebben hun verantwoording van de ontvangen vergoeding doorgeschoven naar de jaarrekening 2023. De VRHM heeft daardoor de eindverantwoording van de SiSa CTB in jaarrekening 2023 opgenomen. Zie voor de exacte berekening bijlage 3 Verantwoording CTB, GOO en CNO-onderbouwing

Voorlopige jaarstukken 2023

Pagina 60

Niet in de balans opgenomen verplichtingen Huurcontracten van de kazernes De totale huurlasten van de kazernes bedragen in 2023 € 2,8 miljoen. De huurcontracten van de diverse kazernes zijn jaarlijks opzegbaar. Het huurcontract van de kazerne Driebruggen is, in verband met de geplande oplevering van de nieuw te bouwen kazerne, per 31-12-2024 opgezegd. De huurlasten van deze kazerne bedragen € 20.500 per jaar. Tankautospuiten Eind 2020 is het contract ter waarde van ca € 17,7 miljoen voor de levering van 45 nieuwe tankautospuiten getekend. In 2021 is er echter een discussie ontstaan met de leverancier over de al dan niet door te berekenen prijsindexatie. In 2022 is de aanvullende indexering contractueel vastgelegd. De totale contractwaarde bedraagt totaal (inclusief indexering) € 18,5 miljoen. In 2023 zijn er 18 vervangen en in gebruik genomen. De resterende 18 tankautospuiten kosten totaal € 7,5 miljoen. Autoladders Medio 2020 is het contract ter waarde van ca € 5,5 miljoen voor de levering en onderhoud van 7 nieuwe autoladders getekend. In 2021 is er echter een discussie ontstaan met de leverancier over de al dan niet door te berekenen prijsindexatie. In 2022 is de aanvullende indexering contractueel vastgelegd. De totale contractwaarde bedraagt totaal (inclusief indexering) € 5,7 miljoen.

In 2023 is het besluit genomen tot aanschaf van de 8ste autoladder en deze zal in 2025 worden geleverd. De 8ste autoladder kost € 1 miljoen, zodat de totale contractwaarde van de 8 autoladders uitkomt op € 6,6 miljoen. In 2023 zijn er 3 geleverd. De resterende 3 ladderwagens kosten in totaal € 2,6 miljoen. Water Transport Systeem (WTS) 500 Naast de 3 kazernes die al een WTS500 hebben, zijn er nog 7 nieuwe voertuigen besteld. Medio 2023 is de aanvulling op de bestaande overeenkomst uit 2020 overeengekomen. De 7 WTS-voertuigen kosten totaal € 3,3 miljoen. De eerste WTS-500 zal naar verwachting in 2025 worden geleverd.

Gebeurtenissen na balansdatum Regeling Vervroegd Uittreden (RVU) Bij de RVU nemen medewerkers ontslag en volgt er een (maandelijkse) ontslagvergoeding die de exmedewerker in staat stelt om financieel de tijd te overbruggen tot aan de AOW-leeftijd. De regeling geldt binnen de VRHM vanaf 1 januari 2024. Op dit moment heeft 1 medewerker die voldoet aan de gestelde voorwaarden om in aanmerking te komen voor de RVU in 2024 een schriftelijk verzoek ingediend.

Truckkartel Vrachtwagenfabrikanten profiteerden jarenlang van verboden prijsafspraken. In 2017 legde de Europese Commissie een boete op van meer dan 3 miljard euro aan de betrokkenen van de zogenoemde truckkartel. TVM verzekeringen heeft haar krachten gebundeld met ondernemersorganisatie Transport en Logistiek Nederland (TLN) en advocatenkantoor Hausfeld & Co bij de voorbereiding van een collectieve claim tegen deze vrachtwagenfabrikanten. De VRHM voert de zaak van het truckkartel namens gemeenten. Voorlopige jaarstukken 2023

Pagina 61

In december 2021 is het vorderingsverzoek ingediend. De vrachtwagenfabrikanten hebben zich niet tegen dit verzoek verzet. Op 16 februari 2022 heeft de rechtbank dit verzoek ingewilligd en besloten de vorderingen op te nemen. De rechtbank doet consequent zeer bemoedigende uitspraken ten gunste van de claimanten. Hoewel dit proces eventueel nog enkele jaren kan duren, zijn de recente ontwikkelingen zowel in Europa als met name- Nederland zeer positief. De rechtbank heeft bekend gemaakt dat zij in 2024 een beslissing neemt over de voorzetting van de procedure die relevant is voor de VRHM.

Voorlopige jaarstukken 2023

Pagina 62

Toelichting op het overzicht van baten en lasten over 2023 Algemeen Binnen de programmabegroting en –verantwoording van de VRHM worden vier programmataken onderscheiden met per programmataak één of meerdere beleidsproducten. Onderstaande tabellen geven per programmataak en onderdeel de begrote en de gerealiseerde cijfers voor 2023 aan, alsmede het verschil tussen begroting en realisatie. Begrotingsrechtmatigheid In een aantal taken is sprake van een overschrijding van de lasten ten opzichte van de begroting. Het totaal van de winst en verliesrekening laat een negatief saldo zien. Vennootschapsbelasting Naar verwachting heeft de VRHM geen prestaties die in aanmerking komen voor de VPB-plicht. In de hiernavolgende overzichten is derhalve geen post vennootschapsbelasting opgenomen.

Programmataak Meldkamer Meldkamer

Programmabegroting 2023 Primair

Wijziging

Saldo

Realisatie 2023

Verschil

Saldo

Saldo

BATEN Gemeentelijke bijdrage

-1.164.227

-

-1.164.227

-1.164.227

-

-

-

-

-30.000

30.000

-1.164.227

-

-1.164.227

-1.194.227

30.000

Salarislasten

1.164.227

-

1.164.227

1.202.348

-38.121

TOTAAL LASTEN

1.164.227

-

1.164.227

1.202.348

-38.121

-

-

-

8.121

-8.121

Toevoegingen aan reserves

-

-

-

-

-

Onttrekkingen aan reserves

-

-

-

-

-

-

-

-

8.121

-8.121

Overig bijdragen TOTAAL BATEN LASTEN

Gerealiseerd totaal van baten en lasten

Gerealiseerd resultaat na bestemming

Het (beperkte) negatieve resultaat (inclusief overhead) op de programmataak Meldkamer bedraagt inclusief de toegestane onttrekkingen uit reserves € 8.121. De overige bijdragen ad € 30.000 betreft de vanuit de Politie ontvangen vergoeding over 2023 voor de Caco (Calamiteitencoördinator). Deze bijdrage was niet begroot. Tegenover deze niet begrote bijdrage staat € 38.121 aan hogere salarislasten als gevolg van de financiële wijzigingen uit de nieuwe CAO met als ingangsdatum 2 januari 2023.

Voorlopige jaarstukken 2023

Pagina 63

Programmataak Risico – en Crisisbeheersing Risico- en Crisisbeheersing

Programmabegroting 2023 Primair

Wijziging

Saldo

Realisatie 2023

Verschil

Lasten

Saldo

BATEN Rijksbijdrage (BDUR)

-

-1.407.149

-1.407.149

-1.407.149

-0

Vergoeding kosten noodopvang vluchtelingen

-

-

-

-14.546.489

14.546.489

-

-1.407.149

-1.407.149

-15.953.638

14.546.489 -398.778

TOTAAL BATEN LASTEN Salarislasten

5.532.200

-

5.532.200

5.930.978

Opleiden en oefenen

242.700

-

242.700

245.160

-2.460

Overige lasten

474.100

845.800

1.319.900

404.692

915.208

-

-

-

14.546.489

-14.546.489

TOTAAL LASTEN

Kosten noodopvang vluchtelingen

6.249.000

845.800

7.094.800

21.127.319

-14.032.519

Gerealiseerd totaal van baten en lasten

6.249.000

845.800

7.094.800

5.173.681

513.970

Toevoegingen aan reserves

-

-

-

-

-

Onttrekkingen aan reserves

-

-

-

-

-

6.249.000

845.800

7.094.800

5.173.681

513.970

Gerealiseerd resultaat na bestemming

Het positieve resultaat (inclusief overhead) op de programmataak Risico- Crisisbeheersing bedraagt € 513.970. Dit wordt per saldo veroorzaakt door hogere salarislasten en lagere overige lasten. De salarislasten liggen € 398.778 hoger als gevolg van de financiële wijzigingen uit de nieuwe CAO met als ingangsdatum 2 januari 2023. De belangrijkste wijzigingen zijn: • Een nominale verhoging van €100 bruto per 2 januari 2023 gevolgd door: • Een loonsverhoging van 5,5% per 2 januari 2023. • En een verhoging van de eindejaarsuitkering (EJU) van 1,58% waardoor een volledige dertiende maand ontstaat. De EJU maakt onderdeel uit van het IKB. • Voor de vrijwilligers is afgesproken dat de jaar- en uurvergoedingen stijgen met 9,3%. In de programmabegroting 2023 is een salaristoename van 3,7% begroot. Tevens zijn in 2023 extra lasten voor de verhoging van de voorziening voor verlofsparen verantwoord, terwijl deze niet waren begroot. De overige lasten liggen € 915.208 lager dan begroot. De voornaamste oorzaak is € 845.800 van het totaal aan ontvangen geld uit de extra Brede doeluitkering 2023 niet is besteed. De VRHM heeft ook in 2023 invulling gegeven aan de extra taak voor het tijdelijk opvangen van Oekraïners (GOO) en overige vluchtelingen (CNO). Deze werkzaamheden zijn uitgevoerd onder de wettelijke taak van Risico- en crisisbeheersing.

Zowel de voorgefinancierde lasten voor de vluchtelingennoodopvang (€ 14,5 mln.) als de ontvangst vanuit het Ministerie van Justitie en Veiligheid en het COA (€ 14,5 mln.) zijn op de programmataak Risico- en Crisisbeheersing verantwoord.

Voorlopige jaarstukken 2023

Pagina 64

Programmataak Bevolkingszorg Bevolkingszorg

Realisatie 2023

Verschil

Saldo

Lasten

Saldo

Programmabegroting 2023 Primair

Wijziging

BATEN Gemeentelijke bijdrage

-656.544

-

-656.544

-656.544

-

Rijksbijdrage (BDUR)

-66.500

-

-66.500

-66.000

-500

-723.044

-

-723.044

-722.544

-500

Salarislasten

321.900

-

321.900

501.565

-179.665

Opleiden en oefenen

108.200

-

108.200

83.815

24.385

Overige lasten

245.744

-

245.744

134.883

110.861

TOTAAL LASTEN

675.844

-

675.844

720.263

-44.419

Gerealiseerd totaal van baten en lasten

-47.200

-

-47.200

-2.281

-44.919

Toevoegingen aan reserves

-

-

-

-

-

Onttrekkingen aan reserves

-

-

-

-

-

-47.200

-

-47.200

-2.281

-44.919

TOTAAL BATEN LASTEN

Gerealiseerd resultaat na bestemming

Het negatieve resultaat (inclusief overhead) op de programmataak Bevolkingszorg bedraagt € 44.919 en wordt per saldo voornamelijk veroorzaakt door hogere salarislasten en de lagere overige lasten. De hogere salarislasten ad € 179.665 zijn voornamelijk het gevolg van de verantwoording van totaal € 112.000 voor aan diverse gemeenten betaalde piketvergoeding 2023. Deze lasten waren op ‘overige lasten’ begroot, zodat deze lasten € 110.861 lager zijn dan begroot. Daarnaast liggen de salarislasten hoger als gevolg van de financiële consequenties uit de nieuwe CAO per 2 januari 2023 (zie boven). In de Programmabegroting 2023 is een lagere salaristoename (3,7%) begroot.

Voorlopige jaarstukken 2023

Pagina 65

Programmataak Brandweerzorg Brandweerzorg

Programmabegroting 2023 Primair

Wijziging

Saldo

Realisatie 2023

Verschil

Lasten

Saldo

BATEN Gemeentelijke bijdrage

-

-

-

-

-

Rijksbijdrage (BDUR)

-50.000

-

-50.000

-112.816

62.816

Subsidies en overige bijdragen

-521.800

-

-521.800

-1.080.495

558.695

-571.800

-

-571.800

-1.193.311

621.511

Salarislasten

22.726.200

-

22.726.200

25.542.954

-2.816.754

Opleiden en oefenen

2.476.325

-

2.476.325

2.614.694

-138.369

Mobiliteit

4.527.226

-

4.527.226

4.888.610

-361.384

Personele Functionele Uitrusting

1.975.958

-

1.975.958

1.002.039

973.919

977.342

-

977.342

1.243.631

-266.289

TOTAAL LASTEN

32.683.051

-

32.683.051

35.291.928

-2.608.877

Gerealiseerd totaal van baten en lasten

32.111.251

-

32.111.251

34.098.617

-1.987.366

Toevoegingen aan reserves

-

-

-

-

-

Onttrekkingen aan reserves

-

-

-

-

-

32.111.251

-

32.111.251

34.098.617

-1.987.366

TOTAAL BATEN LASTEN

Overige lasten

Gerealiseerd resultaat na bestemming

Het negatieve resultaat (inclusief overhead) op de programmataak Brandweerzorg bedraagt, inclusief de toegestane onttrekkingen uit reserves, € 1.987.366. De baten zijn € 621.511 hoger dan begroot. Zie pagina 42.voor de toelichting op de baten. De lasten zijn € 2.608.877 hoger dan begroot. Dit wordt per saldo voornamelijk veroorzaakt door de hogere salarislasten en lasten voor mobiliteit en de lagere lasten voor PFU. De salarislasten zijn € 2.816.754 hoger dan begroot. Grotendeels als gevolg van de loonstijgingen voortkomend uit de nieuwe CAO met als ingangsdatum 2 januari 2023. Tevens zijn in 2023 extra lasten voor de verhoging van de voorziening voor verlofsparen verantwoord, terwijl deze niet waren begroot. De overschrijding op mobiliteit van € 361.384 wordt voornamelijk veroorzaakt door de toegerekende rente. Deze lasten worden niet begroot maar op basis van de werkelijke rentelasten toegerekend aan het geheel van de investeringen in mobiliteit. Daarnaast liggen de kosten van de verzekeringspremies 2023 hoger dan was begroot. De onderschrijding bij Personele Functionele Uitrusting (PFU) van € 973.919 is deels het gevolg van lagere afschrijvingslasten vanwege het doorschuiven van een aantal grote vervangingsinvesteringen (o.a. operationeel uniform en uitrukuniform). Daarnaast is per 1 januari 2023 voor de nieuwe investeringen het nieuwe afschrijvingsregime van toepassing.

Hierbij wordt het startmoment van afschrijven het boekjaar volgend op het jaar waarin het kapitaalgoed gereed komt/ verworven wordt. Dit is vastgelegd in de nieuwe financiële verordening die in september 2023 door het Algemeen Bestuur is vastgesteld.

Voorlopige jaarstukken 2023

Pagina 66

Management & Ondersteuning Bedrijfsvoering

Programmabegroting 2023 Primair

Wijziging

Saldo

Realisatie 2023

Verschil

Lasten

Saldo

BATEN N.v.t.

-

-

-

-

-

TOTAAL BATEN

-

-

-

-

-

Salarislasten

5.163.700

-

5.163.700

4.941.433

222.267

Huisvesting

6.331.500

-

6.331.500

7.725.155

-1.393.655

Mobiliteit

170.700

-

170.700

186.144

-15.444

2.252.900

-

2.252.900

1.964.710

288.190

LASTEN

Informatiemanagement & ICT

1.283.800

2.230.546

-946.746

TOTAAL LASTEN

Overige lasten

15.202.600

-

15.202.600

17.047.987

-1.845.387

Gerealiseerd totaal van baten en lasten

15.202.600

-

15.202.600

17.047.987

-1.845.387

Toevoegingen aan reserves

-

-

-

-

-

Onttrekkingen aan reserves

-150.000

-

-150.000

-150.000

-

15.052.600

-

15.052.600

16.897.987

-1.845.387

Gerealiseerd resultaat na bestemming

1.283.800

Het negatieve resultaat (inclusief overhead) op onderdeel Bedrijfsvoering bedraagt € 1.845.387. De lasten voor Huisvesting bedragen € 7.725.155 en zijn € 1.393.655. hoger dan begroot. De toegerekende rente aan gebouwen bedraagt € 0,4 mln. Deze lasten worden niet begroot maar op basis van de werkelijke rentelasten toegerekend aan het geheel van de investeringen in gebouwen. In 2023 is van het project verbouwing Leiden-Zuid € 0,4 in de kosten verantwoord. Deze kosten voldoen niet aan het activeringscriterium. De kosten voor de nutsvoorzieningen liggen € 0,3 mln. hoger als gevolg van de hogere tarieven. De Overige lasten bedragen € 2.230.546 en zijn € 946.746 hoger dan begroot. De voornaamste oorzaken zijn de fors hogere rentelasten als gevolg van de nieuwe leningen in 2023 en de inhuur binnen de sector bedrijfsvoering als gevolg van knelpunten in de bezetting. De lasten voor Informatiemanagement & ICT bedragen € 1.964.710 en zijn € 288.190 lager dan begroot. Voornaamste oorzaken zijn de lagere afschrijvingslasten als gevolg van de gewijzigde afschrijvingsmethodiek en het uitstellen van het project om het financieel systeem te vervangen.

Voorlopige jaarstukken 2023

Pagina 67

Directie & Staf

Realisatie 2023

Verschil

Saldo

Lasten

Saldo

Programmabegroting 2023 Primair

Wijziging

BATEN Gemeentelijke bijdrage

-51.764.223

-

-51.764.223

-51.462.495

Rijksbijdrage (BDUR)

-6.423.338

-

-6.423.338

-7.235.480

812.142

-423.000

-2.226.799

1.803.799

Subsidies en overige bijdragen TOTAAL BATEN

-423.000

-301.728

-58.610.561

-

-58.610.561

-60.924.774

2.314.213

5.244.910

561.349

5.806.259

3.813.610

1.992.649

5.244.910

561.349

5.806.259

3.813.610

1.992.649

-53.365.651

561.349

-52.804.302

-57.111.163

4.306.861

Toevoegingen aan reserves

-

-

-

-

-

Onttrekkingen aan reserves

-

-

-

-

-

-53.365.651

561.349

-52.804.302

-57.111.163

4.306.861

LASTEN Overige lasten TOTAAL LASTEN Gerealiseerd totaal van baten en lasten

Gerealiseerd resultaat na bestemming

Het positieve resultaat (inclusief overhead) op onderdeel Directie & Staf bedraagt € 4.306.861. De baten liggen € 2.314.213 hoger dan begroot. Zie pagina 42.voor de toelichting op de baten. De overige lasten bedragen € 3.813.610 en zijn € 1.992.649 lager dan begroot. De voornaamste oorzaken zijn: - In de Programmabegroting 2023 is op de programmataak Directie & Staf € 0,9 miljoen begroot voor onvoorziene kosten. De realisatie van deze kosten heeft plaatsgevonden binnen de overige programmataken; - Wel begrote uitgaven maar uiteindelijk niet gerealiseerde budget van de Extra-BDuR 2023; - De lagere salarislasten door in 2023 ontstane vacante functies, maar die gedurende 2023 (nog) niet zijn ingevuld.

Voorlopige jaarstukken 2023

Pagina 68

Incidentele baten en lasten De volgende incidentele baten en lasten zijn in de jaarrekening 2023 opgenomen.

Incidentele baten en lasten (bedragen x € 1.000)

2023

Baten Onvoorzien Noodopvang vluchtelingen Overhead CNO-werkzaamheden (COA)

14.546 1.843

Subtotaal incidentele baten

16.389

Lasten Onvoorzien Noodopvang vluchtelingen Voorziening personeel

14.546

Subtotaal incidentele lasten

207 14.753

Totaal incidenteel

1.636

Incidentele baten Onvoorzien noodopvang vluchtelingen De kosten die de VRHM heeft gemaakt in 2023 voor het tijdelijk opvangen van Oekraïners (GOO) en overige vluchtelingen (CNO) zijn verrekend met het ministerie van J&V en het COA. De baten zijn gelijk aan de lasten. Zie ook incidentele lasten. Overhead CNO-werkzaamheden Er zijn incidentele baten bij het COA vanwege de werkzaamheden voor de CNO. Over de totale werkzaamheden ten behoeve van de CNO zijn overheadkosten in rekening gebracht. Deze baten waren van tevoren niet voorzien.

Incidentele lasten Onvoorzien noodopvang vluchtelingen De VRHM heeft in 2022 een incidentele taak erbij gekregen voor het tijdelijk opvangen van Oekraïners (GOO) en overige vluchtelingen (CNO). De kosten die de VRHM hiervoor in 2023 heeft gemaakt zijn verrekend met het ministerie van J&V en het COA. Voorziening personeel Op basis van vaststellingsovereenkomsten als gevolg van de beëindiging van dienstverbanden is € 207.000 aan de voorziening gedoteerd.

Voorlopige jaarstukken 2023

Pagina 69

Verantwoording Wet normering bezoldiging topfunctionarissen (WNT) Algemeen De WNT stelt een maximum aan de bezoldiging van topfunctionarissen in de publieke en semipublieke sector. De WNT is op 6 december 2011 door de Tweede Kamer aangenomen en met ingang van 1 januari 2013 in werking getreden. De WNT kent een openbaarmakingsregime en een maximale bezoldigingsnorm. De maximale bezoldigingsnorm is van toepassing op topfunctionarissen die in dienstbetrekking werkzaam zijn en topfunctionarissen die niet in dienstbetrekking werkzaam zijn (maar worden ingehuurd op basis van een overeenkomst van opdracht), indien zij binnen een periode van 18 maanden meer dan 6 maanden werkzaam zijn voor de (semi-) publieke instelling. Daarnaast kent de WNT een verbod op het verstrekken van winstdelingen, bonussen of andere vormen van variabele beloning aan topfunctionarissen. Voor zover deze regels niet worden nageleefd dan wel afspraken worden gemaakt die uitgaan boven het door de WNT opgelegd maximum, is op grond van de WNT sprake van een onverschuldigde betaling. Het te veel ontvangen bedrag dient door de topfunctionaris te worden terugbetaald aan de (semi-) publieke instelling. Hieronder vermelden wij, conform het verantwoordingsmodel WNT 2023, de persoon die de wetgever als topfunctionaris ziet voor een gemeenschappelijke regeling.

WNT-verantwoording 2023 VRHM De WNT is van toepassing op de VRHM. Het voor de VRHM toepasselijke bezoldigingsmaximum is in 2023 € 223.000, dit is het algemeen bezoldigingsmaximum. Bezoldiging topfunctionarissen 1a. Leidinggevende topfunctionarissen met dienstbetrekking Leidinggevenden met bezoldiging Gegevens 2023 Bedragen x € 1 Functiegegevens

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://gemeenteraad.hillegom.nl/api/v1/meetings/1629/documents/21573