CConstaterende datHillegom
Koppel je AI →
Document · PDF

D01.1 Bijlage jaarverslag 2024 Tweede Kamer.pdf

Gemeenteraad 25 september 2025, gemeente HillegomBij agendapunt: 6: Ingekomen stukken30.825 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 3 van 4

Bijeenkomst ombudsmannen Benelux Op 30 mei 2024 ontving Claudia Monti, ombudsman van Luxemburg, alle ombudsmannen uit de Benelux en enkele van hun medewerkers. Zij spraken over de laatste ontwikkelingen in de Benelux. De meeste aandacht ging uit naar het recht om fouten te maken. Te vaak worden mensen gestraft en beschuldigd van fraude als ze (soms onbedoeld) iets onjuist doen. In die gevallen achten de Benelux-ombudsmannen het strikt toepassen van fraudebeleid te formeel. Behoorlijke afhandeling van zaken zou ervoor moeten zorgen dat de autoriteiten zich realiseren dat mensen

Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 36 747, nr. 2

41

fouten kunnen maken en dus niet meteen fraude plegen. Het vergeten van een handtekening of het – zonder opzet – invullen van verkeerde gegevens, mag niet automatisch ernstige gevolgen hebben. Hierin zien de ombudsmannen voor zichzelf een belangrijke taak die ze nader met elkaar gaan vormgeven. Koninkrijk Sinds oktober 2024 heeft Aruba, voor het eerst, een ombudsman. Dit betekent dat alle landen in het koninkrijk nu een ombudsinstituut hebben. In gesprekken met de Nationale ombudsman is onder meer gesproken over hoe de ombudsmannen van het koninkrijk steun kunnen verlenen bij het opstarten van het Arubaanse instituut. Het jaarlijkse Koninkrijksoverleg in 2024 werd uitgesteld naar januari 2025. Inmiddels heeft het eerste overleg met de ambtsdragers van de vier ombudsinstituten van het Koninkrijk plaatsgevonden in Aruba.

Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 36 747, nr. 2

42

2. HET WERK VAN DE KINDEROMBUDSMAN De Kinderombudsman bevordert de naleving van kinderrechten in Europees en Caribisch Nederland. In het brede palet van onderwerpen waarmee de Kinderombudsman zich bezighoudt, staan het welzijn en de ontwikkeling van het kind voorop. Het Kinderrechtenverdrag van de Verenigde Naties (IVRK) is in ons werk altijd het vertrekpunt. «Kinderen hebben recht op een goede jeugd, liefde en zorg die nodig is voor hun ontwikkeling. Bij elke wet of beslissing die hen aangaat, moet hun belang voorop staan. Daarom is luisteren naar kinderen om te begrijpen wat zij belangrijk vinden essentieel. Echte betrokkenheid betekent dat kinderen actief meedoen, meepraten en invloed hebben.» Margrite Kalverboer – Kinderombudsvrouw 2.1. Missie en visie De Kinderombudsman bevordert de naleving van kinderrechten in Europees en Caribisch Nederland. We geven gevraagd en ongevraagd advies over kinderrechtenissues en geven voorlichting. We helpen de mensen die ons benaderen op weg. Als het nodig is, doet de Kinderombudsman nader onderzoek. We betrekken kinderen en jongeren bij onze activiteiten, om zo de problematiek vanuit hun mening, belangen en belevingswereld zichtbaar te maken. Met als doel dat alle kinderrechten, zoals vastgelegd in het IVRK en andere verdragen in Nederland, van alle kinderen en jongeren in Nederland altijd worden nageleefd.

Dit betekent dat kinderen in Europees en Caribisch Nederland allemaal kunnen opgroeien in een omgeving die stimulerend en vrij van geweld is. Bij alle besluiten, op elk niveau, staan de ontwikkelingsbelangen van kinderen en jongeren voorop. Hun mening telt en ze worden gelijk behandeld ten opzichte van andere kinderen en jongeren. De Kinderombudsman ziet in de praktijk dat er steeds meer aandacht is voor de rechten van kinderen en dat hun perspectief steeds meer wordt meegenomen in besluiten. Maar er is nog veel werk te doen. De Kinderombudsman blijft partijen stimuleren om de ontwikkeling van kinderen steeds voorop te stellen in wetgeving, beleid en individuele besluiten. Kinderen hebben het recht om hierop invloed uit te oefenen. 2.2. Werkwijze, cijfers en relaties met burger en overheid Het lukt volwassenen maar niet om de grote maatschappelijke problemen die er zijn het hoofd te bieden. De Kinderombudsman ziet dat verschillende systemen en stelsels waarmee kinderen te maken hebben, eigenlijk niet meer goed functioneren. Het piept en het kraakt. Dit maakt het extra belangrijk om goed te kijken naar wat kinderen nodig hebben, zeker kinderen in een kwetsbare situatie. De Kinderombudsman behandelt individuele verzoeken (klachten, signalen en vragen) van of over de situatie van kinderen.

Wij bekijken dan hoe een vraag vanuit het belang van het kind het beste behandeld kan worden. Daarnaast zetten we in op het verwezenlijken van kinderrechten door de overheid en andere organisaties door kinderrechtenissues te agenderen. Dit doet de Kinderombudsman door onderzoek uit eigen beweging, al dan niet samen met de Nationale ombudsman of Veteranenombudsman. Ook schrijft de

Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 36 747, nr. 2

43

Kinderombudsman verschillende adviezen op wetsvoorstellen en beleid. Het uitgangspunt in vrijwel alle schriftelijke en mondelinge bijdragen van de Kinderombudsman is dat het ontwikkelingsbelang van het kind voorop moet staan in de besluitvorming, in lijn met het IVRK. Door hierop te blijven hameren en ook handvatten te bieden over hoe je dit doet, probeert de Kinderombudsman een verandering teweeg te brengen. Ontvangen verzoeken In 2024 ontving de Kinderombudsman 1.812 verzoeken. De meeste kwamen van ouders (1.216), grootouders (81), professionals (115) en kinderen zelf (76). Zij wisten de Kinderombudsman voornamelijk te vinden via e-mail of e-formulier (758) en telefoon (963). Ook andere kanalen werden gebruikt, zoals social media, post of werkbezoek. Er waren 289 verzoeken meer dan in 2023. De onderwerpen waarover mensen contact opnamen, zijn vergelijkbaar met eerdere jaren. De verzoeken gingen onder meer over onderwijs (576), jeugdhulp (471), gezag en omgang (152), armoede (122), familierecht (73), vreemdelingenrecht (47) en politie en justitie (41). Wat opvalt, is een duidelijke stijging in het aantal verzoeken met betrekking tot onderwijs (489 in 2023). Behandelde verzoeken In 2024 heeft de Kinderombudsman 1.785 verzoeken behandeld, 69 hiervan via interventie.

Het aantal behandelde verzoeken verschilt hier van het aantal ontvangen verzoeken, omdat behandeling niet altijd in hetzelfde kalenderjaar wordt afgerond. In 1.682 zaken heeft de Kinderombudsman ouders en kinderen een luisterend oor geboden, informatie gegeven, hen op weg geholpen en doorverwezen, soms ook naar de overheidsorganisatie waar de klacht over ging. In 32 zaken heeft de Kinderombudsman de zaak afgesloten, omdat er een oplossing mogelijk was of omdat niet meer werd gereageerd. En naar aanleiding van één verzoek vond bemiddeling plaats. Tot slot leidden twee verzoeken tot gezamenlijke onderzoeken met de Nationale ombudsman, «Besluitvorming bij internationale kinderontvoering» en «Raad voor de Kinderbescherming moet afwijkend eindadvies beter motiveren»6. Beide zijn afgerond met een rapport. Onderzoek uit eigen beweging Daarnaast deed de Kinderombudsman in 2024 vier onderzoeken uit eigen beweging, die allemaal werden afgerond met een openbaar rapport. Twee daarvan werden samen met de Nationale ombudsman gedaan. Overige activiteiten uit eigen beweging Verder schreef de Kinderombudsman negen signaalbrieven aan een minister of staatssecretaris om aandacht te vragen voor een bepaald onderwerp. Ook gaf zij 22 lezingen, interviews en presentaties om aandacht te vragen voor de belangen van het kind. Aanvullend gaf zij vijf adviezen op wetsvoorstellen en beleid.

De Kinderombudsman trok ook het land in. Naast twee meerdaagse provincietours in Overijssel en NoordHolland legde zij nog negen werkbezoeken af. Tot slot heeft de Kinderombudsman in 2024 de «Kinderrechtentoets» gelanceerd. De relatie met het parlement De Kinderombudsman onderhoudt goede contacten met het parlement. Zij draagt daar regelmatig haar boodschap uit en luistert naar wat het parlement haar aan signalen aanreikt. 6

Dit rapport is geregistreerd als rapport van de Nationale ombudsman.

Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 36 747, nr. 2

44

Samen met de Nationale ombudsman sprak de Kinderombudsman in 2024 met de Eerste Kamercommissie voor Immigratie & Asiel / JBZ-Raad over het rapport «De crisis voorbij» uit 2023 over een menswaardige opvang van asielzoekers vanuit mensen- en kinderrechtelijk perspectief. Ook maakte zij kennis met de nieuwe leden van de Eerste Kamer. Daarnaast had de Kinderombudsman overleg met de vaste Tweede Kamercommissie Digitale Zaken over online kinderrechten. In 2024 ontving de Kinderombudsman drie kabinetsreacties, waarvan twee op een rapport van de Kinderombudsman en één op het gezamenlijke jaarverslag 2023. Ook werden twee keer Kamervragen gesteld direct naar aanleiding van een rapport of brief van de Kinderombudsman en werd er drie keer in andere Kamervragen naar verwezen. Verder gebeurde het één keer dat een bewindspersoon bij de beantwoording van Kamervragen de Kinderombudsman noemde, terwijl zij niet in de vragen zelf genoemd werd. Tot slot werden er in 2024 vier moties ingediend waarin de Kinderombudsman werd aangehaald. Twee daarvan werden aangenomen.

Onderzoeken en stukken van de Kinderombudsman uit 2024 die het vaakst genoemd werden in de Kamerstukken, waren: • Gezamenlijk rapport met de Nationale ombudsman over gedwongen je huis moeten verlaten vanwege sloop- of renovatieprojecten «Als je je huis moet verlaten» (8 Kamerstukken); • De handreiking voor professionals «Het beste besluit voor het kind» (6 Kamerstukken); • De signaalbrief over thuiszitters (6 Kamerstukken); • Het jaarverslag over 2023, «Burgerperspectief: een manier van doen» (10 Kamerstukken). Ook zagen we onderzoeken uit eerdere jaren terugkomen in de Kamerstukken van 2024, zoals het rapport «De crisis voorbij» (5 Kamerstukken). Verder was er opnieuw aandacht voor de gezamenlijke reflectie «De eindjes aan elkaar knopen» over armoede-gerelateerde problematiek in Caribisch Nederland (11 Kamerstukken). De relatie met het kabinet, overheids- en maatschappelijke instanties De Kinderombudsman spreekt, behalve met volwassenen en kinderen, ook met de overheid. Het is haar doel om kinderen goed te laten opgroeien, maar ook om de overheid te helpen meer oog te hebben voor het belang hiervan. In reguliere individuele gesprekken met leden van het kabinet gaf zij een introductie op haar ambt en de werkwijze van het instituut. Daarnaast drong zij aan om goed te kijken naar wat kinderen nodig hebben, zeker kinderen in een kwetsbare situatie.

In gesprekken met bestuurders van nationale en lokale overheden wees zij op problemen en oplossingsrichtingen die de Kinderombudsman ziet op basis van klachten, signalen en eigen onderzoek. Verder voerde de Kinderombudsman reguliere gesprekken met de Inspectie Gezondheidszorg en Jeugd, het Centraal Orgaan opvang Asielzoekers (COA), de Immigratie- en Naturalisatiedienst (IND), de Raad voor de Kinderbescherming (RvdK), het NIDOS, de Raad voor Strafrechtstoepassing en Jeugdbescherming (RSJ) en de Inspectie van het Onderwijs. Verder bezocht zij meerdere scholen, waaronder basisscholen, scholen voor speciaal onderwijs en een rijdende school op een kermis. Tot slot spraken de Kinderombudsman en haar medewerkers geregeld met

Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 36 747, nr. 2

45

maatschappelijke (belangen)organisaties. Dit waren onder meer het Kinderrechtencollectief, Defence for Children, de Nationale Jeugdraad (NJR), Amnesty, NIDOS, Unicef, het Nederlands Jeugdinstituut (NJi) en Stichting Het Vergeten kind. Kinderombudsman online Met onze website, sociale media en de artikelen over de Kinderombudsman willen wij in contact staan met kinderen, jongeren, ouders en professionals en onze informatie en standpunten delen. Hieronder een overzicht van 2024 in cijfers, met tussen haakjes de aantallen in 2023: –

–

–

–

Website kinderombudsman.nl in 2024: – Aantal bezoekers: 87.925 (74.519) – Paginaweergaven: 181.083 (164.663) NB: door een tijdelijke systeemstoring in augustus 2024 liggen de werkelijke aantallen iets hoger. Top 3 best bezochte webpagina’s Kinderombudsman (homepage uitgesloten) – Leeftijdsladder: 26.278 paginaweergaven – Kinderrechten: 22.552 paginaweergaven – Over ons: 7.472 paginaweergaven Volgers van de Kinderombudsman op sociale media in 2024: – LinkedIn: 18.631 (17.523) – Facebook: 5.251 (5.263) – Instagram: 2.160 (1.900) – X: 14.575 (15.114) – YouTube: 106 (104) Webcare: Interacties7 via Facebook, X, LinkedIn en Instagram: 2.736

Uit de praktijk van de Kinderombudsman Ook recht op zakgeld onder voogdij Ben staat onder voogdij en woont in een woongroep. Hij ontvangt geen zak- en kleedgeld. Als hij hiernaar vraagt, verwijzen de woongroep, de voogd en de gemeente naar elkaar. Dat helpt Ben niet verder. Hij neemt contact op met de Kinderombudsman en vraagt om hulp. De Kinderombudsman neemt contact op met de voogd en legt uit dat Ben hier wel recht op heeft en dat hij niet de dupe kan zijn van de onduidelijkheid over wie het zak- en kleedgeld moet betalen. Dat is niet in het belang van Ben. Daar zijn de instanties het mee eens en er kwam goed bericht. Ben krijgt nu wel het zak- en kleedgeld. Kinderen hebben recht op een toereikende levenstandaard (art. 27 IVRK). Minderjarigen die in een jeugdhulpinstelling verblijven hebben net als ieder ander kind recht op kosten voor hun levensonderhoud, waaronder zak- en kleedgeld. Het zijn de ouders die dit in eerste instantie moeten betalen. Toch zijn er situaties waarbij kinderen geen zak- en kleedgeld kunnen ontvangen van hun ouders. In dat geval heeft de gemeente vanuit de Jeugdwet een zorgplicht. De Kinderombudsman heeft hiervoor in eerdere publicaties «Mag ik

7

Anders dan klachtbehandeling.

Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 36 747, nr. 2

46

mijn zakgeld» (2017) en «Wie geeft mij(n) zak- en kleedgeld?» (2021) al aanbevelingen gedaan. 2.3. Belangrijke onderwerpen in 2024 Kinderrechtentoets Nederland ondertekende in 1995 het Kinderrechtenverdrag en is verplicht de rechten uit het verdrag te verwezenlijken. Het VN-Kinderrechtencomité riep Nederland in 2022 op hiervoor een Kinderrechtentoets te gebruiken. In 2024 ontwikkelde de Kinderombudsman een «Kinderrechtentoets», een online hulpmiddel dat in vier stappen de impact van voorgenomen wet- en regelgeving op de verwezenlijking van kinderrechten in kaart kan brengen. Ook kan de online tool gebruikt worden om bestaand beleid te toetsen op de naleving van kinderrechten. Tijdens de bijeenkomst «Kinderrechtendialoog» in april 2024 presenteerde de Kinderombudsman de eerste versie van de Kinderrechtentoets. Om de gebruiksvriendelijkheid van de tool te waarborgen, hebben rijksambtenaren en medewerkers van kinderrechtenorganisaties meegekeken en ermee geoefend. Op basis hiervan is de tool verder ontwikkeld. De Kinderrechtentoets volgt in grote lijnen dezelfde vier stappen als de tool «Het Beste Besluit voor het Kind», een handreiking voor professionals bij individuele besluitvorming die de Kinderombudsman eerder maakte.

De vier stappen helpen om de impact van voorgenomen wetgeving en beleid op de verwezenlijking van kinderrechten inzichtelijk te maken en doen ook recht aan andere belangen die spelen bij wet- en regelgeving en beleidsvorming. Het doel van de toets is om de ontwikkeling en het welzijn van kinderen te waarborgen in alle voorstellen die raken aan hun belangen. Dit betekent dat de toets niet alleen gebruikt wordt bij voorstellen die kinderen direct raken (zoals onderwijs), maar ook bij voorstellen die kinderen indirect (denk aan toeslagen via ouders of huisvesting) of op de langere termijn (zoals klimaat- en milieubeleid) raken. Op 10 december werd de definitieve versie van de Kinderrechtentoets gelanceerd. Deze is sindsdien beschikbaar als online tool via www.kinderrechtentoets.nl. De Kinderombudsman heeft alle bewindspersonen opgeroepen om de Kinderrechtentoets bij hun medewerkers onder de aandacht te brengen en te stimuleren dat deze wordt gebruikt. «Kinderen blijven nu nog te vaak buiten beeld. Met de Kinderrechtentoets en het stappenplan van het Beste Besluit kunnen professionals en beleidsmakers het belang en de rechten van kinderen in praktijk brengen. Beide instrumenten zijn bedoeld als reflectiekader om kritisch te kijken voor welke kinderen het beoogde beleid en de wetgeving onbedoeld negatief uitpakken.

Dit kan vervolgens worden aangepast, zodat alle rechten van het kind worden nageleefd en hun stem ook echt telt! Het is belangrijk om de toets óók te gebruiken bij voorstellen waarbij het op voorhand niet meteen duidelijk is dat ze over kinderen gaan. Denk aan de mogelijke uitbreiding van Schiphol. Wat betekent de extra geluidsoverlast voor de ontwikkeling van kinderen die er in de buurt wonen? Kunnen zij zich nog concentreren op school?» Margrite Kalverboer – Kinderombudsvrouw

Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 36 747, nr. 2

47

Jeugdzorg Veel kinderen hebben een vorm van jeugdzorg nodig. De sector staat onder druk. Ook in 2024 had de Kinderombudsman hier veel aandacht voor. In het bijzonder vroegen we aandacht voor de gesloten jeugdzorg en adviseerden we op het concept-wetsvoorstel en het Ontwerpbesluit Verbetering beschikbaarheid jeugdhulp. De gesloten jeugdzorg kreeg in 2024, net als in eerdere jaren, volop aandacht. De af- en ombouw van de gesloten jeugdzorg is in volle gang, maar er zijn mede hierdoor ook grote zorgen. De Kinderombudsman vroeg hiervoor opnieuw op verschillende momenten aandacht, onder meer in twee brieven aan de Tweede Kamer. In een brief over de gesloten jeugdzorg gaf zij aan dat een gebrek aan visie en sturing ervoor zorgt dat de instellingen grote moeite hebben om de kwaliteit van zorg te leveren die wij van hen verlangen. De jongeren met de meest complexe problematiek, in vaak moeilijke omstandigheden, krijgen niet de allerbeste zorg. Terwijl zij hier recht op hebben en juist zij deze zorg het meest nodig hebben. Ook in haar brief aan de Tweede Kamer ten behoeve van het Wetgevingsoverleg uitte zij haar zorgen over het niet op orde zijn van de kwaliteit van de gesloten jeugdzorg en de beschikbaarheid van passende zorg voor jeugdigen met complexe problematiek.

Om de beschikbaarheid van jeugdzorg te verbeteren, wordt gewerkt aan een Wet en een Besluit Verbetering beschikbaarheid jeugdzorg. De Kinderombudsman heeft in 2024 gereageerd op het Ontwerpbesluit Verbetering beschikbaarheid jeugdzorg. Ook gaf zij op verzoek van de Tweede Kamer haar visie op het inmiddels ingediende wetsvoorstel Verbetering beschikbaarheid jeugdzorg. In beide stukken adviseerde de Kinderombudsman expliciet om een Kinderrechtentoets uit te voeren. Ook uitte de Kinderombudsman haar zorgen over de borging van de participatie van kinderen. En over het effect van de wet op kinderen die «gewone» jeugdhulp nodig hebben of nu al krijgen. Tot slot zijn er zorgen over de verschillen tussen gemeenten als het gaat om welke vormen van jeugdhulp algemene dan wel bijzondere voorzieningen zijn. Onderwijs De Kinderombudsman besteedde ook veel aandacht aan verschillende knelpunten in het onderwijs. Zo reageerde zij op het beleidskader van het ministerie van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap (OCW): «Met elkaar voor alle kinderen en jongeren: werken aan een inclusieve leeromgeving». Voorafgaand aan het onderwijsdebat in de Tweede Kamer waarschuwde de Kinderombudsman in een brief aan de minister van Primair- en Voortgezet Onderwijs (PVO) dat een ambitie – zoals opgenomen in het beleidskader – te vrijblijvend is.

Op grond van internationale verdragen hebben kinderen recht op inclusief onderwijs. Dit zou daarom als verplichting in overheidsbeleid moeten worden opgenomen. Leerlingenvervoer Verder vroeg zij aandacht voor de aanhoudende problemen in het leerlingenvervoer. Ook in 2024 waren kinderen hiervan vrijwel dagelijks de dupe. Veel van deze kinderen hebben een beperking. De problemen met het leerlingenvervoer worden al jaren breed gedeeld en onderkend. Er zijn allerlei initiatieven ter verbetering, maar nog altijd is er geen zicht op een echte oplossing. De Kinderombudsman pleitte daarom in een zorgenbrief aan de staatssecretaris Funderend Onderwijs en Emancipatie voor een nieuwe aanpak van het leerlingenvervoer. De staatssecretaris heeft via een verzamelbrief aan de Tweede Kamer laten weten dat ze de problemen,

Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 36 747, nr. 2

48

die de Kinderombudsman adresseert, erkent. Ook vindt de staatssecretaris enkele van onze oplossingsrichtingen interessant om nader te verkennen, met name het centraal stellen van het kind en het zien van vervoer als een vorm van zorg. «Mijn rapport over het leerlingenvervoer uit 2019 is helaas vijf jaar later nog even actueel. Het leerlingenvervoer is verworden tot een veelkoppig monster; er is niet één oorzaak aan te wijzen voor de problemen. Praktische en financiële belangen gaan voor die van het kind. Kinderen krijgen hierdoor niet het onderwijs waar zij recht op hebben, ze missen belangrijke lessen en komen overprikkeld aan op school. Hoog tijd dat we leerlingenvervoer echt gaan zien als een vorm van zorg.» Margrite Kalverboer – Kinderombudsvrouw Uit de praktijk van de Kinderombudsman Gemeente start onderzoek naar leerlingenvervoer De Kinderombudsman ontvangt een klacht van een kind dat gebruikmaakt van het leerlingenvervoer. Vanwege gezondheidsredenen wordt hij zo kort mogelijk vervoerd, dat wil zeggen volgens het principe van last in first out (LIFO). Vanaf dit schooljaar kan het kind door personeelstekorten niet langer via het LIFO-systeem worden vervoerd. Het kind zit daardoor langer in de taxi en komt vaak te laat voor medische behandelingen, waardoor deze zijn gestopt.

De Kinderombudsman heeft de gemeente gevraagd naar een oplossing te kijken zodat het kind minder lang hoeft te worden vervoerd. Na de interventie liet de gemeente weten een onderzoek te zijn gestart om te bekijken of het kind recht heeft op een medische indicatie voor aangepast leerlingenvervoer. Gemeente en moeder zijn in overleg om tot een geschikte oplossing te komen. Thuiszitters Ook heeft de Kinderombudsman in 2024 aandacht gevraagd voor thuiszitters. Te veel kinderen in Nederland zitten thuis, terwijl ze recht hebben op onderwijs. De Kinderombudsman maakte een analyse van de thuiszittersproblematiek. Naar aanleiding hiervan schreef zij op 12 april 2024 een signaalbrief. Hierin vroeg ze de minister voor Primair en Voortgezet Onderwijs om per direct een aantal concrete acties te nemen om de situatie van de thuiszittende kinderen te verbeteren. Zo dient de minister te borgen dat bij ieder kind dat vast dreigt te lopen in het onderwijssysteem, altijd een inzichtelijke belangenafweging wordt gemaakt. Het belang van het betrokken kind dient hierbij voorop te staan. Daarnaast moet worden bevorderd dat er voldoende hulp in de klas aanwezig is om extra ondersteuning te bieden aan kinderen die dit nodig hebben. Ook moeten reguliere scholen onderwijs blijven bieden aan kinderen die op de wachtlijst staan voor het gespecialiseerd onderwijs.

«Alle goede bedoelingen en inspanningen hebben nog niet tot het gewenste resultaat geleid. Nog steeds zijn er te veel kinderen die geen onderwijs krijgen en dat heeft grote gevolgen voor henzelf en voor de maatschappij als geheel. Ik blijf daarom aandacht vragen voor de situatie van thuiszitters.» Margrite Kalverboer – Kinderombudsvrouw

Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 36 747, nr. 2

49

Op 21 mei 2024 gaf de minister per brief aan de zorgen van de Kinderombudsman te delen en zette ze uiteen welke maatregelen zij neemt om het aantal thuiszittende kinderen te verminderen. Sociale veiligheid op scholen Daarnaast was er ook aandacht voor sociale veiligheid. De Kinderombudsman schreef in 2024 een brief ten behoeve van het debat over veiligheid op scholen in de Tweede Kamer. Hierin uitte zij haar zorgen over kinderen die worden gepest. Zij voelen zich vaak eenzaam, verdrietig, onveilig en onzeker. Ook bracht ze de aanbevelingen uit haar rapport «In eenzaamheid gepest» (2022) opnieuw onder de aandacht. Evenals haar reactie (2023) op het conceptwetsvoorstel Vrij en veilig onderwijs. Vaccinatie De Kinderombudsman heeft een reactie gegeven op het initiatiefwetsvoorstel «Vaccinatie als toelatingsvoorwaarde kinderopvang bij gevaarlijk lage vaccinatiegraad». Hierin staat dat, wanneer de vaccinatiegraad voor bof, mazelen en rodehond tot onder 92 procent zakt, alleen kinderen die aantoonbaar deelnemen aan het Rijksvaccinatieprogramma, worden toegelaten tot de kinderopvang. De Kinderombudsman gaf de indieners mee om bij de Memorie van Toelichting stil te staan bij de mogelijk bijkomende gevolgen voor kinderen die straks van de kinderopvang kunnen worden uitgesloten. Ook adviseerde de Kinderombudsman een Kinderrechtentoets te doen op het initiatiefvoorstel.

Omgang met grootouders In 2024 behandelde de Tweede Kamer het wetsvoorstel om de drempel te verlagen voor omgang met grootouders. De Kinderombudsman wees ten behoeve van dit debat op het feit dat het recht op omgang alleen mag worden vastgesteld als dit in het belang is van het kind. Dit belang moet dus onderzocht worden. Naar aanleiding van deze inbreng is er een amendement met deze strekking ingediend en met ruime meerderheid aangenomen. Het wetsvoorstel moet nog behandeld worden in de Eerste Kamer. Input Spreidingswet Begin 2024 werd de Spreidingswet behandeld in de Eerste Kamer. De Kinderombudsman heeft ten behoeve van dit debat inbreng geleverd. Hierin pleitte zij ervoor de belangen van de kinderen voorop te stellen in de besluitvorming. Het ontwikkelingsbelang van de kinderen die in de asielopvang verblijven wordt ernstig geschaad. Hoewel de Spreidingswet niet ideaal is voor kinderen, verwacht de Kinderombudsman dat de kinderrechten met de wet beter gewaarborgd zullen zijn, dan zonder. De Eerste Kamer steunde de Spreidingswet. Hierna hebben de Nationale ombudsman en de Kinderombudsman hierover nog gesproken met de Eerste Kamer. Kinderrechten online Het leven van een kind speelt zich steeds meer online af. Sterker nog, kinderen merken vaak vrijwel geen verschil meer tussen de online- en offlinewereld.

Problemen in de leefwereld van kinderen bestaan ook in hun onlinewereld. Denk aan zaken als pesten, schadelijke content of ongelijke kansen. De Kinderombudsvrouw vroeg in een kennisdocument aandacht voor kinderrechten in de onlinewereld en de positieve en negatieve impact hiervan op de ontwikkeling van kinderen in de verschillende leeftijdsfasen. We deden aanbevelingen aan de overheid over wat zij kan doen om kinderrechten online te borgen. Ook nam de Kinderom-

Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 36 747, nr. 2

50

budsman deel aan een rondetafelgesprek hierover in de Tweede Kamer. Tijdens dit gesprek heeft ze het kennisdocument toegelicht en vragen beantwoord van Tweede Kamerleden. 2.4. Ombudsagenda De Nationale ombudsman, de Kinderombudsman en de Veteranenombudsman zijn er om burgers, kinderen en veteranen te helpen als het misgaat. En om overheden en andere instanties uit te dagen het perspectief van burgers te borgen in alles wat ze doen en te zorgen dat kinderrechten worden nageleefd. Een belangrijk instrument in dit kader is het onderzoek uit eigen beweging, gericht op structurele knelpunten tussen burger en (overheids-)instanties en op de achterliggende oorzaken van de problemen. Vervolgens adviseren de ombudsmannen de overheid en andere instanties over de aanpak hiervan. Een eigen onderzoek wordt onder meer gestart naar aanleiding van opvallend veel klachten over een bepaald onderwerp. Ook kunnen specifieke signalen uit de media of van maatschappelijke organisaties een reden zijn voor onderzoek. Op onze Ombudsagenda staan onderwerpen waar de ombudsmannen uit eigen beweging aandacht aan willen geven. In 2024 omvatte de Ombudsagenda zes thema’s: fundamentele rechten, armoede, participatie en invloed, toegang tot voorzieningen, leefbaarheid, en levensloop en ontwikkeling. In deze paragraaf presenteren we de in 2024 gepubliceerde onderzoeken op deze thema’s door de Kinderombudsman.

Ook gaan we in op de voortgang die geboekt is op het terrein van onderzoeken die we al eerder opleverden en die nog steeds actueel zijn. 2.4.1. Fundamentele rechten Iedereen heeft rechten. Er zijn wetten en regels die burgers van alle leeftijden beschermen. De Kinderombudsman controleert of de overheid zich aan de wet houdt en of rechten van kinderen niet worden ingeperkt of ontnomen. In 2024 heeft de Kinderombudsman, al dan niet samen met de Nationale ombudsman, verschillende onderzoeken gedaan naar de fundamentele rechten van burgers en kinderen, onder meer op het gebied van huisvesting. De Kinderombudsman publiceerde haar tweejaarlijkse onderzoek naar wat er speelt in de levens van kinderen en jongeren in Nederland. Ook onderzocht de Kinderombudsman wat de impact is op het welzijn van kinderen als hun ouders zijn gescheiden, met alle mogelijke gevolgen van dien. «Nog steeds is er te weinig aandacht voor wat dakloosheid doet met welzijn en waardigheid van mensen en wat dit betekent voor de ontwikkeling van kinderen. Hun belang wordt niet of te weinig meegewogen in de besluitvorming.» Margrite Kalverboer – Kinderombudsvrouw Als je je huis moet verlaten Als een woningcorporatie besluit om een huis te slopen of renoveren, worden bewoners daar vaak te laat en onvoldoende bij betrokken. Kinderen zijn zelfs helemaal geen gesprekspartner.

Terwijl de impact groot is als je je (t)huis moet verlaten. Goede en stabiele huisvesting is essentieel voor een goede ontwikkeling van kinderen. Dit blijkt uit het

Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 36 747, nr. 2

51

onderzoek «Als je je huis moet verlaten», waarin de Nationale ombudsman en de Kinderombudsman zich samen richten op de knelpunten die bewoners – volwassenen en kinderen – ervaren bij de sloop of renovatie van hun huurhuis door de woningcorporatie. Het onderzoek is een vervolg op het rapport «Als de overheid niet thuis geeft» uit 2023, naar huisuitzettingen van gezinnen vanwege betaalachterstanden en/of overlast. De minister, gemeenten en woningcorporaties gaan er soms te snel vanuit dat de belangen van kinderen altijd worden meegenomen door hun ouders en verzorgers. De ombudsmannen roepen de minister daarom op om met woningcorporaties af te spreken hoe zij kinderen betrekken in hun beslissingen. Daarnaast is het belangrijk om bewoners eerder en beter te betrekken als de woningcorporatie plannen heeft tot sloop of renovatie van hun huurhuis. Zij voelen zich nu te laat en onvoldoende betrokken en worden vaak overvallen door het besluit van de woningcorporatie. De ombudsmannen adviseren de minister ervoor te zorgen dat gemeenten afspraken maken met woningcorporaties. Want gemeenten staan nu op afstand, maar zijn wel eindverantwoordelijk. De afspraken moeten de betrokkenheid garanderen van bewoners, dus ook kinderen. Branchevereniging van de woningcorporaties Aedes en de Woonbond zetten met het recent gepubliceerde «Nationaal sloop- en renovatiestatuut» een mooie stap.

Het laat zien hoe je bewoners goed kunt betrekken bij de sloop of grootschalige renovatie van hun huurhuis. De ombudsmannen adviseren de minister over een jaar te rapporteren over de werking van het statuut. Op 25 oktober 2024 gaf de minister van Volkshuisvesting en Ruimtelijke Ordening (VRO) in een schriftelijke reactie op het rapport onder meer aan de conclusie te herkennen dat in veel gevallen onduidelijk is of kinderen voldoende zelfstandig worden betrokken bij dit soort processen. De minister zegde toe om samen met de woningcorporaties te bekijken hoe de handreiking van de Kinderombudsman «In 4 stappen naar het beste besluit voor het kind» in de praktijk kan worden gebruikt. Ook gaf de minister aan in gesprek te blijven met Aedes en de Woonbond over het bevorderen van goede betrokkenheid van bewoners, onder wie kinderen, bij dit soort trajecten. We gaven advies op het Ontwerpbesluit en de Conceptregeling Versterking regie volkshuisvesting. De kinderrechtelijke verplichting voor gemeenten om de belangen van de betrokken kinderen en jongeren te onderzoeken en op transparante wijze mee te wegen in hun besluitvorming rond urgentie voor een gezin, zou expliciet moeten worden opgenomen. Dakloosheid Al in december 2019 riepen de Nationale ombudsman en de Kinderombudsman samen het kabinet op om verantwoordelijkheid te nemen in de huisvestings- en daklozenproblematiek.

Sindsdien hebben zij zich door de jaren heen meerdere keren over deze problematiek uitgelaten. Ondertussen groeit het aantal dakloze mensen in Nederland. Door een andere manier van tellen kwamen in 2024 nieuwe groepen dak- en thuislozen naar voren. Er waren bijvoorbeeld veel meer vrouwen en kinderen dakloos dan verwacht. Deze vrouwen en kinderen sliepen bij vrienden op de bank of verbleven in tijdelijke (slechte) huisvesting zoals kraakpanden, caravans of auto’s. Maar ze waren feitelijk dakloos. Ook zagen beide

Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 36 747, nr. 2

52

ombudsmannen dat kinderen en ouders van elkaar werden gescheiden. Voor de kinderen was er opvang in een pleeggezin, voor ouders is die mogelijkheid er niet. Tot slot signaleerden zij dat er jongeren uit de jeugdzorg kwamen, terwijl zij nog geen stabiele woonplek hadden. Om die reden riepen de Nationale ombudsman en Kinderombudsman de verantwoordelijk staatssecretaris van VWS in een brief van 22 januari 2024 op om meer inspanning te leveren om dak- en thuisloosheid op te lossen. Dakloosheid ontstaat vaak en blijft bestaan door een samenspel van meerdere factoren. Het oplossen vraagt om een integrale en gecoördineerde aanpak. De ombudsmannen verzochten de staatssecretaris om deze aanpak op veel grotere schaal in te zetten en het tempo op te voeren. Waardigheid kinderen onder druk in crisisnoodopvang Een groot deel van de crisisopvanglocaties in Nederland voldoet niet aan de normen. Een onderzoek van VluchtelingenWerk Nederland heeft dit bevestigd. Er worden mensen- en kinderrechten geschonden omdat basale voorzieningen ontbreken. En deze situatie is niet tijdelijk. Kinderen verblijven soms al meer dan een jaar in deze omstandigheden. Halverwege 2023 brachten de Nationale ombudsman en de Kinderombudsman het rapport «De Crisis Voorbij» uit.

Ook toen al constateerden zij dat de waardigheid van volwassenen en kinderen ernstig onder druk staat in de crisisnoodopvang, omdat de voorzieningen niet voldoen. Zij riepen op tot directe aanpassingen en structurele oplossingen om de situatie niet nog slechter te laten worden. Sinds die oproep is er te weinig veranderd, concludeerden de Nationale ombudsman en de Kinderombudsman. Reden voor beiden om in 2024 opnieuw met de Eerste Kamercommissie voor Immigratie en Asiel/JBZ-Raad over het rapport «De crisis voorbij» uit 2023 te praten. 2.4.2. Participatie en invloed De drie ombudsmannen vinden het belangrijk dat burgers, kinderen en veteranen invloed hebben op beslissingen en ontwikkelingen die hen rechtstreeks raken. In 2024 onderzocht de Kinderombudsman samen met de Nationale ombudsman de participatie van jongeren en volwassenen in de jeugdzorg. Participatie vanaf de zijlijn De Nationale ombudsman en Kinderombudsman onderzochten samen in het rapport«Participatie vanaf de zijlijn» de participatie in de jeugdwet. Dit was het derde en laatste onderzoek in een drieluik over participatie in het sociaal domein. In eerdere jaren onderzocht de Nationale ombudsman participatie in de Wmo en binnen de Participatiewet.

Op 6 november 2024 publiceerden we het rapport en hebben we het aangeboden aan de colleges van burgemeester en wethouders van alle Nederlandse gemeenten en aan Jeugdzorg Nederland. We interviewden 27 ouders en dertien jeugdigen over hun ervaringen met de toegang tot en inzet van jeugdhulp. We wilden weten hoe hun ervaringen waren met het beïnvloeden van hun eigen jeugdhulptraject.

Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 36 747, nr. 2

53

Uit de praktijk van de Nationale ombudsman en Kinderombudsman Een ouder vertelt: «Als ouder denk ik vooruit, op een andere manier dan de gemeente doet, want die werkt van aanvraag naar aanvraag. Ze gaan steeds uit van één hulpvraag en bedenken dan daar een oplossing voor. Maar bij kinderen zoals mijn zoon zouden ze moeten kijken naar hoe er een langdurig plan gemaakt kan worden, zodat hij tot zijn 18e de hulp kan krijgen die hij nodig heeft.» Een kind vertelt: «Er is nooit met me gesproken. Ik heb op mijn elfde maar zelf moeten zeggen: «Ik ga bij mijn opa en oma wonen. Ik ben er klaar mee.» Op mijn elfde! Nou ja, dat had een volwassen vrouw die even met een kind was gaan praten ook wel eruit kunnen halen. En dat is niet gebeurd. Het is zo belangrijk om dit met een kind te doen.» Ook spraken we met de respondenten over hoe zij de klachtenprocedure ervaren. Daarnaast spraken we met leden van acht adviesraden en zes jongerenraden. Van hen wilden we weten op welke manieren zij invloed konden uitoefenen op het lokale jeugdhulpbeleid. We zagen dat ouders en kinderen te weinig invloed ervaren op hun eigen jeugdhulptraject. Ze worden onvoldoende betrokken bij de toegang tot (vrijwillige) jeugdhulp en bij de uitvoering ervan. Ouders, maar zeker jeugdigen, ervaren weinig ruimte om hun mening te geven en voelen zich vaak onvoldoende geïnformeerd en serieus genomen.

Er bestaat veel onduidelijkheid rondom de klachtenprocedure. Ouders en kinderen zijn ontevreden over het gebrek aan invloed: vaak is niet duidelijk waar ouders een klacht moeten indienen als de zorg wordt geleverd door derde (private) partijen. Ook is het voor ouders emotioneel belastend om een klachtenprocedure te starten en vinden kinderen het moeilijk open te zijn over hun ontevredenheid. Al met al zijn zowel ouders als kinderen ontevreden over de invloed die zij kunnen uitoefenen op het gehele hulpverleningstraject. Uit de praktijk van de Nationale ombudsman en Kinderombudsman Een ouder vertelt: «Ik heb klachtprocedures gehad over die onderzoeken. Het komt er steeds op neer dat ze alles afwijzen en zich nergens in herkennen of geen onderzoek kunnen doen, of dat het jouw woord tegen hun woord is enzovoorts, enzovoorts. Maar ik kan, en dat is het ergste, aantonen op welke momenten mijn rechtsbescherming mij is onthouden, waar die is geschonden, waar de checks-and-balances niet zijn opgevolgd. En toch raast de trein door en denderen ze over je heen, want zij weten het beter.» Adviesraden hebben meer invloed op het lokale jeugdhulpbeleid dan jongerenraden. Die laatste gaven aan weinig ruimte te ervaren om mee te praten en mee te denken.

Adviesraden voelen zich wél serieus genomen, maar gaven daarbij ook aan dat dit beduidend moeizamer verloopt als het om jeugdhulp gaat die regionaal georganiseerd wordt. De ombudsmannen deden verschillende aanbevelingen richting gemeenten, wijkteams en zorgaanbieders. Zij riepen deze partijen op om ervoor te zorgen dat ouders en jeugdigen een vast aanspreekpunt krijgen

Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 36 747, nr. 2

54

en dat zij gedurende het gehele proces goed geïnformeerd worden, inclusief goede terugkoppeling over de besluitvorming. Dit geldt ook voor advies- en jongerenraden. Waarbij vooral jongerenparticipatie serieuzer moet worden genomen. Ook moet er bij gemeenten één loket komen voor klachten en vinden we dat gemeenten actiever klachten zouden moeten uitvragen. Nu is de drempel voor veel mensen vaak te hoog. 2.4.3. Levensloop en ontwikkeling Sommige problemen in de sfeer van levensloop en ontwikkeling kunnen van generatie op generatie worden doorgegeven. De Kinderombudsman zet deze vicieuze cirkel van kwetsbaarheid op de agenda. In 2024 onderzochten we hoe kinderen en jongeren zich voelen, zowel in de online als offline wereld. Ook zoomden we in op impact die (complexe) scheidingen van ouders op de kinderen hebben. «Als het gaat om wat er speelt in levens van kinderen en jongeren en hoe gelukkig zij zich voelen, maak ik me ernstige zorgen over de verschillen tussen jongens en meisjes en de kinderen en jongeren die zich niet als meisje of jongen identificeren.

De overheid moet beleid en wetgeving afstemmen op gender- en leeftijdsverschillen.» Margrite Kalverboer – Kinderombudsvrouw Als je het ons vraagt Iedere twee jaar doet de Kinderombudsman een groot onderzoek naar de kwaliteit van leven van kinderen (8–12 jaar) en jongeren (13–18 jaar), om te achterhalen wat er speelt in de levens van kinderen en jongeren in Nederland. We gebruiken hiervoor een uitgebreide online vragenlijst. In 2024 keken we voor dit onderzoek «Als je het ons vraagt» niet alleen naar de offline wereld, maar ook naar de ervaringen van kinderen en jongeren in de online wereld. Deze online wereld wordt voor iedereen belangrijker, zeker ook voor kinderen en jongeren. Dit jaar vulden 2.729 kinderen en jongeren de vragenlijst in. Kinderen en jongeren geven hun leven over het algemeen een voldoende. Opvallend is dat ze hun leven online minder leuk vinden dan offline. We zagen ook verschillen. Jongeren zijn minder tevreden over hun leven dan kinderen. Opvallend was vooral dat meisjes van 13–18 jaar een stuk minder gelukkig zijn dan jongens van dezelfde leeftijd of jongere kinderen. Zowel online als offline. Daarnaast bleek dat deze meisjes de meeste onveiligheid online ervaren. Ook viel op dat kinderen en jongeren die zich niet als jongen of meisje identificeren het minst tevreden zijn over hun offline leven, maar juist positiever over hun online leven.

De Kinderombudsman maakt zich ernstig zorgen over de verschillen. Ze roept daarom de overheid om rekening te houden met leeftijds- en genderverschillen. En tot verder onderzoek specifiek naar de groep kinderen en jongeren die zich anders identificeren dan als jongen of meisje. Uit het onderzoek blijkt ook dat kinderen en jongeren vinden dat ouders niet zo veel interesse hebben in het online leven van hun kinderen. We vroegen onderwijsinstellingen en jeugdhulporganisaties om meer met kinderen en jongeren, én hun ouders, in gesprek te gaan over hun online ervaringen. We publiceerden het onderzoek op 20 november 2024 en boden het aan de ministeries van VWS, OCW en BZK aan. En ook aan de

Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 36 747, nr. 2

55

Primair Onderwijs (PO)-Raad, Voortgezet Onderwijs (VO)-Raad, GGD-GHOR en Jeugdzorg Nederland. Ouders zijn onvervangbaar Ieder jaar krijgen zo’n 40.000 kinderen te horen dat hun ouders uit elkaar gaan. De Kinderombudsman ontving ook in 2024 weer veel meldingen waarin complexe scheidingen, scheidingen die met veel ruzie gepaard gaan, een rol speelden. In het onderzoek «Ouders zijn onvervangbaar» bekeken we wat de negatieve impact hiervan op het welzijn van kinderen is. Kinderen van gescheiden ouders zijn vooral negatiever over de band met hun ouders. Het onderzoek is gebaseerd op vier edities van het eerder genoemde tweejaarlijkse onderzoek. Voor de impact van (complexe) scheidingen gebruikten we de vragenlijsten van 7.520 kinderen. Hiervan hadden 5.603 kinderen geen scheiding meegemaakt, 1.210 kinderen een vreedzame scheiding en 707 een complexe scheiding. Uit de resultaten blijkt dat kinderen van gescheiden ouders negatiever zijn over de aandacht en liefde die ze van hun ouders krijgen, over de stabiliteit in de thuissituatie en over het voorbeeldgedrag dat ouders laten zien. Dit geldt ook als ouders vreedzaam gescheiden zijn, maar de negatieve impact blijkt beduidend groter bij een complexe scheiding. Ook is de impact negatiever voor meisjes dan voor jongens.

Andere factoren, zoals fijne vrienden of het goed hebben op school, compenseren niet voor de negatieve impact van scheiding. De Kinderombudsman roept ouders op om oog te houden voor de behoeften van hun kinderen bij een scheiding en om de belangen van hun kinderen voorop te stellen bij beslissingen die hierbij gemaakt moeten worden. Ook roept ze professionals en beleidsmakers op om ouders hulp te bieden bij een scheiding en om met kinderen zélf te praten als er in het scheidingsproces beslissingen gemaakt moeten worden. Daarnaast vraagt ze om meer genderspecifiek beleid rondom scheidingsproblematiek. Naar aanleiding van de publicatie in juli 2024 zijn er vragen gesteld in de Tweede Kamer. In de beantwoording gaf de staatssectretaris van VWS, mede namens de staatssecretaris voor Rechtsbescherming, aan dat zij onze opvatting deelt dat de situatie van kinderen van gescheiden ouders dient te worden verbeterd. Ook gaf zij aan dat het goed is dat de Kinderombudsman aandacht vraagt voor de mogelijke verschillen in effect van een scheiding op jongens en meisjes. Tegelijkertijd is iedere gezinssituatie anders en is het volgens de staatssecretaris belangrijk dat professionals per situatie maatwerk bieden. De staatssecretarissen zullen zich blijven inzetten voor het voorkomen van schade bij kinderen als gevolg van een scheiding van hun ouders.

«Te lang hebben we als volwassenen gedacht dat het wel meevalt: de impact van een scheiding op het welzijn en de ontwikkeling van een kind. Maar kinderen laten ons weten dat ze veel last kunnen hebben van een scheiding. Vooral als de scheiding niet fijn verloopt. Ze vertellen ons dat ze vooral een goede band met hun ouders missen. Wat ze ervaren kan doorwerken in hun verdere leven. Daarom roep ik alle ouders op om ook na een scheiding samen ouders te blijven voor hun kinderen. Als partners ga je uit elkaar. Als ouders blijf je samen verantwoordelijk voor het welzijn van je kinderen.»

Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 36 747, nr. 2

56

Margrite Kalverboer – Kinderombudsvrouw 2.5. Caribisch Nederland De Kinderombudsman komt op voor de rechten van alle kinderen tot achttien jaar in heel Nederland, inclusief Caribisch Nederland. Evenals de Nationale ombudsman bezoekt de Kinderombudsman jaarlijks de bijzondere gemeenten Bonaire, Sint Eustatius en Saba. De Kinderombudsman behandelt de verzoeken uit Caribisch Nederland (klachten, signalen en vragen) voornamelijk door een luisterend oor te bieden, te interveniëren of benodigde informatie te verstrekken. De Kinderombudsman ontving in 2024 zestien verzoeken uit Caribisch Nederland. Kinderombudsman/Caribisch Nederland online De webomgeving is onder bewerking en vooralsnog opgedeeld in drie talen: Nederlands, Engels en Papiamentu. Dit om de burgers van Caribisch Nederland in alle drie de voertalen te kunnen informeren en verder te helpen. Een overzicht van 2024 in cijfers: – – –

Website kinderombudsman.nl/caribisch nederland in 2024: – Paginaweergaven [ENG]: 1.157 – Paginaweergaven [PAP]: 473 Volgers op sociale media in 2024: – Facebook Kinderombudsman Caribisch Nederland: 376 Webcare: – Interacties8 via Facebook/Kinderombudsman: 11

Uit de praktijk van de Kinderombudsman Ziek kind kan naar Europees Nederland De Kinderombudsman raakt in gesprek met een moeder die aangeeft dat haar kind een ernstige spierziekte heeft. Haar kind kan hiervoor geen hulp krijgen op het eiland zelf. De dokter heeft haar kind doorverwezen voor een medische behandeling in (Europees) Nederland, maar daar moet Zorg en Jeugd Caribisch Nederland (ZJCN) nog goedkeuring voor geven. Omdat er niets gebeurt, neemt de moeder contact op met ZJCN en zij krijgt het bericht dat ZJCN nog wacht op de doorverwijzing van de dokter. Daarna is het weer lang wachten. Omdat alles nu al maanden stil ligt, vraagt zij of de Kinderombudsman hier iets in kan betekenen. Nadat wij contact opnemen met ZJCN om hier aandacht voor te vragen, krijgt het kind toestemming voor een behandeling in (Europees) Nederland. 2.6. Internationale activiteiten De Kinderombudsman is lid van het Europese Netwerk van Kinderombudsmannen (ENOC). Ieder jaar brengt dit netwerk een gezamenlijke verklaring met aanbevelingen uit. In 2024 ging deze verklaring over het beschermen en promoten van de rechten van kinderen in alternatieve vormen van zorg. «Policy Position Statement on «Protecting and Promoting the Rights of Children in Alternative Care»

8

Anders dan klachtbehandeling.

Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 36 747, nr. 2

57

De Kinderombudsman heeft hieraan bijgedragen door input te leveren over de Nederlandse situatie en deel te nemen aan het seminar ter voorbereiding op de verklaring. In 2024 is er nog een statement uitgebracht, namelijk over de bescherming van kinderen op de vlucht bij de EU-grenzen, in het licht van de adoptie van het EU-pact over migratie en asiel. «Ad-hoc Position Statement on the protection of children on the move at EU borders in light of the adoption of the EU Pact on Migration and Asylum» Verder ontving de Kinderombudsman verschillende internationale delegaties uit onder meer Cuba en Egypte.

Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 36 747, nr. 2

58

3. HET WERK VAN DE VETERANENOMBUDSMAN Sinds 2015 is de Nationale ombudsman ook in functie als Veteranenombudsman. Bij hem kunnen veteranen en hun relaties terecht als zij een probleem hebben met de overheid. Daarnaast heeft de Veteranenombudsman de taak om de regering en de Tweede Kamer te informeren over zijn bevindingen. In 2024 waren er naar schatting van het Nederlands Veteraneninstituut (NLVi) 100.800 Nederlandse veteranen. Van hen zijn 76.000 veteranen niet meer actief, 24.800 veteranen zijn nog in dienst. Duizenden veteranen dienden tijdens recente vredesmissies of crisisbeheersingsoperaties in onder meer Libanon, Bosnië, Kosovo, Irak, Afghanistan en Mali. Ook werden zij ingezet op schepen in de Golfregio en in de anti-piraterij missies. De steun van het thuisfront is van groot belang voor, tijdens en zeker ook na een missie. De Veteranenombudsman keek in 2024 daarom specifiek naar de ondersteuning van de relaties van veteranen. «Veteranen zijn, behalve veteraan, dikwijls ook iemands (ex)partner, vader, moeder, zoon of dochter. Deze persoonlijke relaties leven, door het werk van «hun» veteraan, vaak onder bijzondere en ongewone omstandigheden. Het is belangrijk oog te hebben voor hun bijzondere leefomstandigheden en voor de specifieke behoefte aan zorg en ondersteuning die hieruit voortkomt.

Relaties van veteranen verdienen erkenning en waardering voor de grote rol die zij spelen in de (mentale) weerbaarheid en gezondheid van de veteraan.» Reinier van Zutphen – Veteranenombudsman 3.1. Missie en visie De Veteranenombudsman helpt veteranen, (voormalig) militairen en hun relaties als het misgaat tussen hen en de overheid. We ondersteunen hen door het geven van antwoorden en praktische handvatten. En we wijzen veteranen, (voormalig) militairen en hun relaties op weg naar het juiste loket. Als het nodig is, doen we nader onderzoek. Waar we zien dat de behandeling beter kan, dagen we overheden uit om anders te kijken naar hun dienstverlening en processen. Met als doel het voorkomen van vergelijkbare klachten in de toekomst. We zetten ons ervoor in dat het perspectief van veteranen, (voormalig) militairen en hun relaties geborgd is in alles wat de overheid doet. Ook is de Veteranenombudsman een vraagbaak voor ambtenaren, medewerkers van uitvoeringsinstanties, intermediairs en andere professionals, opdat zij veteranen, (voormalig) militairen en hun relaties met een hulpvraag beter kunnen helpen. 3.2. Werkwijze, cijfers en relaties met burger en overheid De Veteranenombudsman behandelt verzoeken (klachten, signalen en vragen) van veteranen over de overheid of organisaties die taken uitvoeren voor veteranen.

Bijvoorbeeld het ministerie van Defensie, het Algemeen Burgerlijk Pensioenfonds (ABP), het Uitvoeringsinstituut Werknemersverzekeringen (UWV) of een gemeente. Verder doet hij onderzoek en monitort hij wat er gedaan wordt met eerdere rapporten en aanbevelingen. Daarnaast spreekt hij regelmatig met veteranen, veteranenorganisaties, het ministerie van Defensie, politici en bestuurders. Hierbij brengt hij de noden van veteranen en hun relaties onder de aandacht. De Veteranenombudsman was met een informatiestand

Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 36 747, nr. 2

59

aanwezig op de jaarlijkse Veteranendag 2024 en bezocht de jaarlijkse herdenkingen en veteranenontmoetingscentra, zoals het Veteraneninloophuis in Eefde. Ontvangen en behandelde verzoeken In 2024 zijn 277 verzoeken van veteranen, (voormalig) militairen en relaties ontvangen. Dat zijn er 43 meer dan in 2023 (234). In 2024 zijn 248 verzoeken behandeld. Hiervan lostte de Veteranenombudsman een groot aantal op met een interventie (84). Soms was alleen al een gesprek met de veteraan genoeg. Indien helpend, gingen we ook thuis langs bij de veteraan en diens relaties. In 109 dossiers verwezen we door naar een andere (overheids)instantie, zoals het NLVi of het ministerie van Defensie. In 32 dossiers was een zaak ook onder de rechter. In zo’n situatie stelt de Veteranenombudsman zich terughoudend op. Er zijn 20 klachten terugverwezen voor interne klachtbehandeling door de (overheids)instantie. In deze gevallen krijgt eerst de instantie de gelegenheid om de klacht te behandelen, voordat de Veteranenombudsman zich inhoudelijk over de klacht buigt. De Veteranenombudsman blijft dan wel op de hoogte van het verloop van de klachtenprocedure, om te monitoren of de veteraan goed wordt geholpen. Verder werd één klacht ingetrokken en werden er twee beëindigd met een brief.

Het aantal behandelde klachten kan verschillen van het aantal ontvangen klachten, omdat de behandeling niet altijd in hetzelfde kalenderjaar wordt afgerond. Onderzoek uit eigen beweging In 2024 deed de Veteranenombudsman onderzoek uit eigen beweging naar de ondersteuning door de overheid van relaties van veteranen. Dit onderzoek en de effecten ervan komen aan de orde in paragraaf 3.4. Wie doen een beroep op de Veteranenombudsman? Om inzicht te krijgen in de groep veteranen die een beroep doet op de Veteranenombudsman registreren we de missie waaraan is deelgenomen, het betreffende krijgsmachtonderdeel en de leeftijdsgroep van de veteraan. De grootste groep individuele veteranen die in 2024 een beroep op ons deed, diende in voormalig Joegoslavië, gevolgd door Afghanistan. Veruit de meesten dienden, net als voorgaande jaren, bij de Koninklijke Landmacht. Dit is een logisch gevolg van de bijdrage van de landmacht aan de langdurige missies in Libanon, voormalig Joegoslavië en Afghanistan. De meeste veteranen die zich in 2024 tot de Veteranenombudsman wendden, waren tussen de 41 en 60 jaar oud. Veel klachten over erkenning De ingediende klachten bevatten soms meerdere klachtonderdelen. Ook hadden sommige klachten betrekking op meerdere instanties.

De ruime meerderheid van de klachten die de Veteranenombudsman ontving, ging over het gebrek aan erkenning, gevolgd door klachten over inkomensvoorzieningen. In 2023 was de volgorde omgekeerd. Andere onderwerpen, waarover klachten binnenkwamen bij de Veteranenombudsman, zijn behandeltermijnen, geneeskundige voorzieningen, nazorg, reïntegratie en schuldenproblematiek. Het grootste deel van de ontvangen verzoeken ging over het ministerie van Defensie. De Veteranenombudsman ontvangt bijvoorbeeld regelmatig klachten over de lange behandelingsduur van verzoeken om volledige (letsel)schadevergoeding door Defensie. Daarom startten wij in 2024 een vervolgonderzoek. Na Defensie gaan de meeste verzoeken over het ABP

Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 36 747, nr. 2

60

als uitvoeringsorganisatie voor de Militaire Invaliditeitspensioenen en voorzieningen voor militaire oorlogs- en dienstslachtoffers. Daarnaast werd geklaagd over andere overheidsinstanties, waaronder diverse gemeenten, uitkeringsinstanties en andere ministeries. Soms is de rol van de Veteranenombudsman beperkt, bijvoorbeeld als er nog een bezwaaren beroepsprocedure loopt. Dit was bijvoorbeeld het geval bij klachten over de veiligheidsonderzoeken voor Defensiemedewerkers met (schoon-) familie in Rusland. De Veteranenombudsman vroeg hier aandacht voor bij het ministerie van Defensie. Die erkende dat de procedure beter had gekund en nam maatregelen ter verbetering. De relatie met het kabinet en parlement De Nationale ombudsman heeft ook in zijn rol als Veteranenombudsman in 2024 veel contact gehad met het kabinet en het parlement. Tijdens deze contacten pleitte hij voor de belangen en behoeften van veteranen, (voormalig) militairen en hun relaties. Veteranenombudsman online De Veteranenombudsman staat via de website en sociale media van de Nationale ombudsman in contact met de samenleving en deelt via deze kanalen informatie. Daarnaast heeft de Veteranenombudsman een eigen Facebookpagina. In 2024 had deze 3.706 volgers. Een overzicht van de overige online cijfers in 2024: – –

–

Website nationaleombudsman.nl/veteranenombudsman in 2024: – Paginaweergaven: 12.303 Top 3 best bezochte webpagina’s Veteranenombudsman (homepage uitgesloten) – Nieuwsbericht zorgplicht gemeenten: 907 paginaweergaven – Nieuwsbericht lange letselschadeprocedure: 795 paginaweergaven – Nieuwsbericht motorclub veterans: 791 paginaweergaven Webcare – Interacties9 via Facebook/Veteranenombudsman: 44

3.3. Belangrijke onderwerpen in 2024 Viering tien jaar Veteranenwet en Veteranenombudsman Op 21 juni 2024 nam de Veteranenombudsman deel aan een symposium bij het Nederlands Veteraneninstituut (NLVi) ter viering van het tienjarig bestaan van de Veteranenwet en Veteranenombudsman. Met honderd deelnemers, onder wie mensen die betrokken waren bij de totstandkoming en uitvoering van de Veteranenwet, Kamerleden en vertegenwoordigers van alle krijgsmachtdelen, werd teruggeblikt. De Veteranenwet is het resultaat van een initiatief van de Tweede Kamer om de erkenning, waardering en zorg voor veteranen beter te regelen. Na inwerkintreding van de wet in 2014 werd de inspecteur-generaal der krijgsmacht ook inspecteur der veteranen en werd de Veteranenombudsman in het leven geroepen.

9

Anders dan klachtbehandeling

Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 36 747, nr. 2

61

Opening opvanglocatie Sparrenheuvel Op 8 april 2024 was de Veteranenombudsman aanwezig bij de opening van Sparrenheuvel in Bosch en Duin door de minister van Defensie. Deze opvanglocatie voor veteranen is een initiatief van het Leger des Heils en het Nederlands Veteraneninstituut en een uitvloeisel van het rapport «Noodopvang Veteranen» uit 2022. Sparrenheuvel biedt een veilig en beschermd thuis aan twaalf tot veertien zorgbehoevende veteranen. Zij kunnen er terecht wanneer ze te maken hebben met meervoudige problematiek, zoals (dreigende) dak- of thuisloosheid in combinatie met een posttraumatische stressstoornis (PTSS), psychiatrische problematiek en/of verslaving. Deze opvang is een positief voorbeeld van hoe het werk van de Veteranenombudsman leidt tot concreet resultaat en impact heeft op het leven van veteranen. Toezegging aan Afghaanse bewakers De Veteranenombudsman is ook verantwoordelijk voor het behartigen van de belangen van veteranen die vanuit de Nederlandse krijgsmacht zijn ingezet voor een veiliger Afghanistan. Zij waren degenen die aan de bel trokken over de Afghaanse tolken die jarenlang voor de Nederlandse missie hadden gewerkt, maar aan hun lot dreigden te worden overgelaten. Dit heeft al jaren de aandacht van de Veteranenombudsman. Eind september 2024 draaide het kabinet een eerder genomen besluit terug.

Afghaanse bewakers die tussen 2002 en 2021 Nederlandse militaire bases en de ambassade beschermden tegen de Taliban, mogen toch niet naar Nederland komen. Een heldere toelichting op of onderbouwing van deze beslissing ontbrak. Uit de bijbehorende ambtelijke «beslisnota» werd duidelijk dat het grote aantal Afghanen dat mogelijk recht zou hebben op een verblijfsvergunning en de daarmee gepaard gaande hoge kosten een rol speelden. De Veteranenombudsman heeft hierover in de Tweede Kamer en de media gezegd dat het kabinet die eerdere toezegging niet zomaar kan terugdraaien. «Ik heb heel lang moeten volhouden, maar ik deed dat omdat de veteranen tegen mij zeiden: het is voor ons onverteerbaar dat de mensen die ons daar hebben geholpen in de steek worden gelaten. Dat is ook de reden dat ik me nu weer uitspreek.» Reinier van Zutphen – Veteranenombudsman Uit de praktijk van de Veteranenombudsman Toch steun en toeverlaat voor veteraan Arie is een 74-jarige veteraan, die onder andere werd uitgezonden naar Irak. Nu woont hij samen met zijn Mexicaanse vrouw in Mexico. Arie heeft een ernstige posttraumatische stressstoornis (PTSS). Als hij meerdere heftige herbelevingen krijgt, een soort flashbacks waarbij hij opnieuw zijn trauma ervaart, wil Arie in therapie. In Nederland is er een gespecialiseerde praktijk voor mensen met PTSS. Daarvoor komt hij terug naar Nederland.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://gemeenteraad.hillegom.nl/api/v1/meetings/1735/documents/23238