C03.2 HR, bijlage concept jaarstukken 2024.pdf
Tekst van het document
24
2.2.2 Woonurgenties Beoogd doel: We zorgen voor een effectieve en efficiënte uitvoering van de taken rondom urgentieaanvragen voor sociale huurwoningen. Wat hebben we bereikt en wat hebben we daarvoor gedaan?
Ook in 2024 droeg het team woonurgenties van Holland Rijnland bij aan een effectieve en efficiënte uitvoering van de taken rondom urgentieaanvragen voor sociale huurwoningen. Aanvragen werden tijdig opgepakt. Het team is ondersteuner en gesprekspartner van de onafhankelijke Regionale urgentiecommissie. De termijn van twee leden uit de commissie verstreek. We zorgden er samen voor dat twee nieuwe leden konden toetreden om de continuïteit van het werk te waarborgen. Hoewel het aantal aanvragen de laatste jaren lager ligt dan daarvoor, was er in de zomer van 2024 een piek te zien in het aantal aanvragen. Richting het einde van het jaar daalde het aantal aanvragen weer wat. Dankzij de tijdelijke piek kreeg het team in het najaar ook te maken met een verhoogd aantal bezwaren. In 2024 vonden de voorbereidingen plaats voor een professionaliseringsslag in het proces rond woonurgenties. In 2026 gaat de Wet modernisering elektronisch bestuurlijk verkeer in. Dit betekent onder andere dat het dan mogelijk wordt om digitaal een urgentieaanvraag in te dienen. In het najaar van 2024 startte hiervoor de voorbereidingen.
2.2.3 Regiotaxi Beoogd doel: We zorgen dat alle inwoners van onze regio veilig en plezierig van A naar B kunnen reizen als de auto of het OV voor hen geen optie of wens is. Hiertoe zorgen we middels stevig contractbeheer met vervoerder(s) voor een kwalitatief hoogstaand systeem van Collectief Vraagafhankelijk Vervoer (Regiotaxi). Wat hebben we bereikt en wat hebben we daarvoor gedaan?
Met de Regiotaxi zorgden we ervoor dat alle inwoners van onze regio veilig en plezierig van A naar B konden reizen als de auto of het OV voor hen geen optie of wens was. We voerden contractbeheer door maandelijks te overleggen met de vervoerder over de naleving van het contract. We overlegden in 2024 vier keer per jaar met de belangenorganisaties, verenigd in de Klankbordgroep, en met de dertien gemeenten. We zorgden voor communicatie met de reizigers via nieuwsbrieven en de website. De uitvoering van de Regiotaxi verliep hierbij voorspoedig. Zo gaven reizigers in alle gemeenten rapportcijfers van een 8 of meer op klanttevredenheid. Het aantal klachten was laag. Vanwege een tekort aan chauffeurs haalde de vervoerder nog niet in het gehele jaar de gewenste stiptheid van 95%. Dit tekort aan chauffeurs en personeel is een landelijk probleem. Hierover zijn we voortdurend in gesprek met de vervoerder. De vervoerder heeft een plan van aanpak aangeleverd om in 2025 te verbeteren.
25
2.2.4 Wat heeft het programma Regionale Uitvoering gekost? Regionale Uitvoering
Rekening 2023
Primitieve begroting 2024
Begrotings wijzigingen 2024
Begroting 2024 na wijziging
Rekening 2024
Verschil 2024
478.834
1.087.883
-327.581
760.302
744.700
15.602
Kosten werkorganisatie
2.352.307
2.263.011
435.020
2.698.031
2.712.115
-14.084
Lasten
2.831.142
3.350.894
107.439
3.458.333
3.456.814
1.519
Bijdrage gemeenten
-
-
-154.435
-154.435
-179.163
24.728
Bijdrage van derden
-1.542.163
-1.746.783
75.550
-1.671.233
-1.661.056
-10.177
Baten
-1.542.163
-1.746.783
-78.885
-1.825.668
-1.840.219
14.551
Saldo van baten en lasten
1.288.979
1.604.111
28.554
1.632.665
1.616.595
16.070
Storting in reserves
-
-
-
-
-
-
Onttrekking uit reserves
-
-
-213.012
-213.012
-213.012
-
Saldo reserveringen
-
-
-213.012
-213.012
-213.012
-
1.288.979
1.604.111
-184.458
1.419.653
1.403.583
16.070
Directe kosten
Resultaat
Tabel 2.2: resultaat programma Regionale Uitvoering
Voor een nadere toelichting op de baten en lasten per product verwijzen we naar hoofdstuk 4.2.
26
2.3 Programma Bedrijfsvoering Onder bedrijfsvoering verstaan we de overhead en de Algemene dekkingsmiddelen. Hieronder lichten we de activiteiten en ontwikkelingen voor het jaar 2024 toe.
2.3.1 Overhead Beoogd doel: De overheadtaken van Holland Rijnland richten zich op een effectieve en efficiënte ondersteuning van bestuur en organisatie en bestaan uit activiteiten zoals management, control, managementondersteuning, bestuurszaken en bestuursondersteuning. Deze activiteiten leiden ertoe dat Holland Rijnland de basistaken kan uitvoeren en dat de organisatie voldoet aan de weten regelgeving. Verwachte (beleids)realisatie eind 2024: Informatie over de voortgang van overheadsactiviteiten valt uiteen in twee categorieën: 1. Ondersteuning primair proces, met als onderdelen: algemeen beeld overhead en Organisatieontwikkeling (a. opleidingsbudget, b. P&C-cyclus, c. administratieve organisatie en d. interne regelgeving) 2. Compliance wet- en regelgeving, met als onderdelen: Algemene Verordening Gegevensbescherming (AVG), Wet politiegegevens (Wpg), Wet Gemeenschappelijke Regelingen (Wgr) en Wet Open Overheid (Woo) Waar het personeel betreft, behoren binnen Holland Rijnland in 2024 tot de overhead: • • • • • •
Leidinggevenden primair proces (hiërarchisch) Control, informatie- en beveiligingsbeleid Interne en externe communicatie Bestuurszaken en (juridische) bestuursondersteuning Documentatie en informatieverstrekking (DIV) Managementondersteuning primair proces
Naast personele kosten rekenen we ook materiële kosten tot de overhead. Dit betreft onder andere: • • • • •
De kosten voor de huisvesting om de algemene taken van de eigen organisatie uit te voeren; De verzekeringskosten en opleidingskosten voor personeel; ICT-licenties; Communicatiekosten; Juridische en organisatieadvies kosten.
27
Wat hebben we bereikt en wat hebben we daarvoor gedaan? Ondersteuning primair proces Algemeen beeld overhead
Deels gerealiseerd conform planning Holland Rijnland ervaart in de uitvoering van de basistaken een toenemende wens vanuit de regio voor (ambtelijke) afstemming, ofwel het bieden van een ambtelijk platform voor overleg. Deze functie legt een druk op de begroting van de overheadtaken. Met een begrotingswijziging alloceerde Holland Rijnland extra middelen voor ondersteuning. Met deze middelen slaagde Holland Rijnland erin de overheadtaken effectief uit te voeren. Organisatieontwikkeling - Opleidingsbudget
Holland Rijnland hecht eraan dat medewerkers zich continu ontwikkelen en alloceert derhalve middelen voor opleidingen voor het personeel. Op basis van de eindejaarsprognose was de verwachting dat we niet alle opleidingsmiddelen zouden uitputten. Bij de realisatie is echter gebleken dat de middelen hun besteding hebben gevonden. Organisatieontwikkeling - P&C-cyclus
In 2024 gingen we de volgende fase in op het gebied van realistisch begroten en beleidsrijk verantwoorden en vooruitkijken in relatie tot de begrote middelen. Met de nieuwe werkwijze in de turap 2024 startten we deze fase. Deze zetten we door in de Jaarstukken 2024, Kaderbrief en Begroting 2026 Organisatieontwikkeling - administratieve organisatie
In het verslag van bevindingen over de jaarstukken 2023 deed de accountant aanbevelingen om de administratieve processen te beschrijven en periodiek de juiste uitvoering van deze processen te controleren. Daarnaast vroeg de frauderisicoanalyse en het M&O -beleid (misbruik en oneigenlijk gebruik van regelingen) om actualisatie. In 2024 zijn beide gerealiseerd. Organisatieontwikkeling - interne regelgeving
In 2024 actualiseerden we het normenkader voor het toetsjaar 2024. De insteek was om in 2024 het mandaatregister en de budgethoudersregeling te actualiseren. Dat is niet gelukt en schuiven we door naar 2025
Compliance wet- en regelgeving Algemene Verordening Gegevensbescherming (AVG)
In 2023 stelden wij het ambitieniveau voor de gegevensbescherming op 'bepaald' (3 van 4). Holland Rijnland heeft dit niveau in 2023 behaald en houdt dit niveau vast in 2024. Daarnaast hebben we de taken van de Privacy Officer intern belegd bij de bedrijfsjurist waardoor de externe inhuur voor de toezicht op privacy en gegevensbeveiliging is stopgezet.
28
Wet politiegegevens (Wpg)
In 2023 hebben wij het ambitieniveau van de mate van compliance aan de Wet politiegegevens op “voldoende” bepaald. Naar dit niveau zullen we ons moeten gaan ontwikkelen. Voor 2024 streven we naar een beoordeling van matig tot voldoende op alle maatregelen. Holland Rijnland heeft dit niveau weliswaar bereikt, maar nog niet voldoende op alle onderdelen. Wet gemeenschappelijke regelingen (Wgr)
Per 1 juli 2024 moeten gemeenschappelijke regelingen de gewijzigde Wgr hebben verwerkt in de eigen Gemeenschappelijke Regeling. Dit is wegens een nodige actualisatie niet gelukt. Het Algemeen Bestuur stelde op 18 december de geactualiseerde Gemeenschappelijke Regeling vast. Wet Open Overheid
In 2024 hebben we ambitieniveau voor compliance op de Wet Open Overheid op “basis” bepaald. Holland Rijnland behaalde dit niveau in 2024.
2.3.2 Algemene dekkingsmiddelen Beoogd doel: Holland Rijnland gebruikt de algemene dekkingsmiddelen voor de uitvoering van de basistaken zoals opgenomen in de Gemeenschappelijke Regeling. De algemene dekkingsmiddelen bestaan uit rentebaten en de reguliere bijdragen van gemeenten. We streven ernaar de taken zo effectief en efficiënt mogelijk uit te voeren en de bijdrage van gemeenten zo laag mogelijk te houden. Verwachte (beleids)realisatie eind 2024: Begrotingsevenwicht - Sluitende begroting
Het doel is het realiseren van de organisatiedoelen binnen de door het algemeen bestuur gestelde kaders van de begroting 2024. Holland Rijnland is hierin geslaagd Rentebaten
Holland Rijnland verwacht € 140K aan rentebaten te realiseren.
29
2.3.3 Wat heeft het programma Bedrijfsvoering gekost? Bedrijfsvoering
Rekening 2023
Primitieve begroting 2024
Begrotings wijzigingen 2024
Begroting 2024 na wijziging
Rekening 2024
Verschil 2024
76.989
1.272.965
-1.172.873
100.092
243.151
-143.059
Kosten werkorganisatie
3.524.563
1.573.103
1.914.972
3.488.075
3.385.416
102.659
Lasten
3.601.552
2.846.068
742.099
3.588.167
3.628.567
-40.400
Bijdrage gemeenten
-6.148.550
-6.635.845
0
-6.635.845
-6.635.845
-
Bijdrage van derden
-218.018
-150.000
2.965
-147.035
-88.512
-58.523
-
-
-89.526
-89.526
-127.952
38.426
Baten
-6.366.568
-6.785.845
-86.561
-6.872.406
-6.852.309
-20.097
Saldo van baten en lasten
-2.765.016
-3.939.777
655.538
-3.284.239
-3.223.742
-60.497
-
-
-
-
-
-
Onttrekking uit reserves
-154.944
-
-37.318
-37.318
-37.318
-
Saldo reserveringen
-154.944
-
-37.318
-37.318
-37.318
-
-2.919.960
-3.939.777
618.220
-3.321.557
-3.261.060
-60.497
Directe kosten
Inkomsten werkorganisatie
Storting in reserves
Resultaat
Tabel 2.3: resultaat programma Bedrijfsvoering
Voor een nadere toelichting op de baten en lasten per product verwijzen we naar hoofdstuk 4.2.
30
3 Jaarverslag Paragrafen 3.1 Lokale heffingen Voor één van de overige uitvoerende taken worden leges geïnd, namelijk bij de uitvoering van de woonruimteverdeling voor de toetsing van urgentieverzoeken. Het gaat om een bedrag van € 65 per aanvraag voor een urgentie of een stadvernieuwingsurgentie. In 2024 is een bedrag van € 27K aan leges ontvangen. Begroot was een bedrag van € 20K. De onkosten voor het product Woonurgenties worden zodoende voornamelijk gedekt uit de reguliere bijdrage van gemeenten.
3.2 Weerstandsvermogen en risicobeheersing De deelnemende gemeenten zijn, op grond van de gemeenschappelijke regeling, gezamenlijk verantwoordelijk voor de financiële situatie bij het samenwerkingsorgaan en voor mogelijke tekorten of financiële tegenvallers. Dit houdt in dat Holland Rijnland geen weerstandsvermogen en weerstandscapaciteit hoeft aan te houden (zie kader). Omdat het samenwerkingsorgaan niet beschikt over vreemd vermogen, is Holland Rijnland niet gevoelig voor fluctuaties in rentepercentages. Het samenwerkingsorgaan Holland Rijnland heeft bij het opstellen van deze begroting €11K ter beschikking als algemene reserve die eventueel kan worden ingezet wanneer risico's zich voordoen. Daarnaast heeft Holland Rijnland in de begroting 2026 een post opgenomen voor uitgaven die onuitstelbaar, onvoorzienbaar en onvermijdbaar zijn. Holland Rijnland informeert de deelnemende gemeenten driemaal per jaar over het verloop van de begroting door middel van de begroting, de Tussentijdse rapportage (Turap) en de jaarrekening. Indien aan de orde, informeert het DB het AB over ontwikkelingen en legt zo nodig een begrotingswijziging voor aan het AB. Eventuele risico’s worden zo spoedig mogelijk gemeld. Op basis van deze informatie zijn gemeenten in staat om voldoende voorzieningen te treffen in de eigen begroting.
De eventuele risico’s kunnen worden betrokken in het geheel van de door de gemeenten gelopen risico’s. Om die reden is er geen afzonderlijke risicoreserve bij de gemeenschappelijke regeling aangehouden. Weerstandsvermogen Het vermogen van Holland Rijnland om onverwachte financiële tegenvallers op te kunnen vangen. Risico’s Onder risico's wordt verstaan: alle voorzienbare risico's waarvoor geen voorzieningen zijn gevormd, of die niet tot afwaardering van activa hebben geleid en die van materiële betekenis kunnen zijn in relatie tot het balanstotaal of de financiële positie.
Weerstandscapaciteit Artikel 11a BBV beschrijft welke middelen tot de weerstandscapaciteit behoren: de middelen en mogelijkheden waarover de provincie onderscheidenlijk gemeente beschikt of kan beschikken om niet begrote kosten te dekken. Randvoorwaarde is dat de inzet van deze middelen geen invloed heeft op de uitvoering van de programma’s. Voor Holland Rijnland geldt dat de algemene reserve en de post onvoorzien deel uitmaken van de weerstandscapaciteit. Met de begroting 2025 heeft Holland Rijnland een bedrag van € 90K opgenomen. De weerstandscapaciteit bedraagt per 1-1-2025 derhalve € 101K.
31
Risico's Jaarlijks inventariseert Holland Rijnland in de begroting de risico’s voor de organisatie. Deze risico’s kunnen zowel van binnen als van buiten de organisatie afkomstig zijn. In deze inventarisatie proberen we de risico’s zo veel mogelijk te kwantificeren. Dat doen we door twee onderdelen nader te bepalen: de mate van risico (kans x impact) en de geraamde financiële impact wanneer het risico zich voordoet. De mate van risico (weging) bepalen we door de kans te vermenigvuldigen met de impact, beide op een schaal van 1 tot 5. In de mate van risico onderscheiden we laag (1-8), midden (9-16) en hoog (17-25). Omschrijving risico
1
De inhoud van de nog af te sluiten CAO 2026 is niet bekend. We gaan uit van een stijging van 3,4% (inschatting ABP). De FKGR adviseert voor 2026 een toegestane stijging van de looncomponent van 2,1%.
2
Wanneer gemeenten geen eigen inleg doen voor verkeersveiligheidsprojecten (SRM gedragsbeïnvloeding) dan zal er geen doorgang kunnen vinden voor verkeersveiligheid projecten voor de betreffende gemeente en zal het bedrag dat de provincie bijlegt, vaak 75%, terugbetaald moeten worden.
3
Structurele subsidieverstrekkers houden de subsidiebijdragen op een vast prijspeil. Holland Rijnland moet dezelfde hoeveelheid werkzaamheden uitvoeren met minder middelen. Op termijn is dit niet houdbaar.
4
Toegekende indexatie vanuit deelnemende gemeenten (=advies FKGR) loopt achter op de stijging van de kosten
5
De baten van Holland Rijnland vanuit de gemeentelijke bijdragen worden niet gecorrigeerd voor de groei van het aantal inwoners in de regio, waardoor Holland Rijnland meer inwoners moet bedienen en daar geen middelen voor ontvangt.
6
Huisvesting asielzoekers. Tot en met 2025 ontvangt de organisatie middelen om deze taak uit te voeren, 2026 is nog onbekend.
Kans
5
1
5
3
5
3
Impact
4
Score
20
5
4
4
3
32
Geraamde impact als risico zich voordoet
Holland Rijnland vangt het verschil op in de eigen begroting.
€ 77.500 (3,4% - 2,1%) * € 5,85 miljoen
5
Holland Rijnland onderhoudt actief contact met de deelnemende gemeenten over de subsidie en benoemde risico's. We schatten de kans laag in dat alle (of het merendeel van) gemeenten geen eigen inleg doen.
20
1: Holland Rijnland gaat in gesprek met subsidieverstrekkers. 2: Holland Rijnland bepaalt welke activiteiten buiten de taken vallen en voert deze niet meer uit.
12
1
Beheersmaatregel
Holland Rijnland vangt prijsstijgingen op binnen de eigen begroting.
5
Holland Rijnland vangt eventuele extra werkzaamheden op binnen de eigen begroting. Impact gering aangezien dit primair gevolgen heeft voor de uitvoerende taken.
9
Voor 2024 en een deel 2025 is een subsidie ontvangen. Voor 2026 is nog geen dekking voorzien
€ 50.000 (betreft een inschatting van structurele kosten HR)
€ 55.000 (2,5% * 2,2 mln = € 55.000)
€ 150.000 (Impact afhankelijk van ontwikkeling inflatie)
€ 70.000 (1,1% * € 7,39 miljoen)
€ 100.000
Omschrijving risico
Kans
Impact
Score
Beheersmaatregel
Geraamde impact als risico zich voordoet € 50.000
9
Op het moment van schrijven van deze begroting vinden gesprekken plaats met de deelnemers aan de Versnellingstafel over hun financiële bijdrage. Het Rijk, de provincie en Holland Rijnland Wonen hebben al toegezegd een financiële bijdrage te leveren. Van de andere partijen, zoals IVBN, Bouwend Nederland, hoogheemraadschap. Omgevingsdienst en Dunea, komt binnenkort meer duidelijkheid. Holland Rijnland zal ook een bijdrage leveren vanuit de reeds begrote middelen. De verwachting is dat de financiering van de versnellingstafel daarmee rondkomt voor 2026.
3
Investeren in bewustwording privacy en informatieveiligheid. Implementeren, borgen en toezien op naleving maatregelen door Privacy Officer en Functionaris Gegevensbescherming.
5
Holland Rijnland heeft een risico-inventarisatie uitgevoerd op de ICTprocessen en heeft beheersmaatregelen getroffen.
Holland Rijnland is naar aanleiding van de regionale woondeal aangewezen als trekker van de Versnellingstafel Woningbouw. Dit brengt extra werkzaamheden met zich mee, waarvoor nog geen dekking is.
7
8
9
3
Er is niet voorzien in financiële dekking voor claims bij het openbaar worden van gegevens of het verlies van gegevens en boetes van de Autoriteit Persoons gegevens (AVG en Wpg).
Wanneer zich een grootschalig beveligingsincident (hack of ransom aanval) voordoet, moet Holland Rijnland de expertise inhuren om hiernaar te handelen.
1
1
3
3
5
€ 30.000 (hoogte boete AP bij kleinere gemeente)
€ 100.000
Tabel 3.1: Risicotabel
Benodigde weerstandscapaciteit Op basis van de score uit de risicotabel en de (maximaal) geraamde impact wanneer het risico zich voordoet, kunnen we een inschatting maken van de benodigde weerstandscapaciteit. Een lage score (1-8) telt voor 25% van de (maximaal) geraamde impact mee, een midden score (9-16) voor 50% en een hoge score (16-25) telt voor 75% mee voor de benodigde weerstandscapaciteit. Onderstaande tabel laat de weging zien en geeft een overzicht van de benodigde weerstandscapaciteit.
33
Risico
Weging
Maximale impact
Benodigde weerstandscapaciteit
1
CAO stijging hoger dan looncompensatie
75%
€ 77.500
€ 58.000
2
Geen eigen inleg gemeenten SRM gedragsbeïnvloeding
25%
€ 50.000
€ 12.000
3
Geen indexatie subsidies
75%
€ 55.000
€ 41.000
4
Indexatie loopt achter op inflatie
50%
€ 150.000
€ 75.000
5
Baten niet gecorrigeerd voor groei aantal inwoners
25%
€ 70.000
€ 18.000
6
Huisvesting asielzoekers
50%
€ 100.000
€ 50.000
7
Geen structurele dekking Versnellingstafel Woningbouw
50%
€ 50.000
€ 25.000
8
Claims bij datalekken en boetes Autoriteit Persoonsgegevens
25%
€ 15.000
€ 4.000
9
Inhuur expertise bij beveiligingsincident
25%
€ 100.000
€ 25.000
Totaal
€ 308.000
Tabel 3.2: Benodigde weerstandscapaciteit
Weerstandsratio De weerstandsratio is de verhouding tussen benodigde en beschikbare weerstandscapaciteit. Holland Rijnland heeft geen norm vastgesteld voor de weerstandsratio. Een eventueel negatief resultaat brengt Holland Rijnland immers in rekening bij de deelnemende gemeenten, conform de afspraken rond garantstelling die volgen uit artikel 30a van de Gemeenschappelijke Regeling Holland Rijnland (c.q. artikel 33 van de geactualiseerde Gemeenschappelijke Regeling Regio Holland Rijnland die naar verwachting per 1 juni 2025 in werking treedt). Wanneer we de benodigde weerstandscapaciteit gelijkstellen aan de waarde van de risico’s, bedraagt de weerstandsratio van Holland Rijnland: € 101.000 / € 308.000 = 0,33. Een weerstandsratio van 1,0 wordt beschouwd als voldoende, een weerstandsratio lager dan 0,6 als ruim onvoldoende. Met 0,33 is de weerstandscapaciteit van Holland Rijnland weliswaar ruim onvoldoende om de financiële risico's af te dekken, maar aanmerkelijk hoger dan de 0,02 in het voorgaande jaar. Onderstaande tabel toont een normering waartegen de ratio kan worden afgezet. Normering Weerstandsratio Ratio Weerstandvermogen
Uitstekend
Ruim voldoende
Voldoende
Matig
Onvoldoende
Ruim onvoldoende
>2
1,4 < 2,0
1,0 < 1,4
0,8 < 1,0
0,6 < 0,8
< 0,6
Tabel 3.3: Normering weerstandsratio
Een eventueel negatief resultaat groter dan de weerstandscapaciteit brengt Holland Rijnland in rekening bij de deelnemende gemeenten, conform de afspraken rond garantstelling die volgen uit artikel 33 lid 1 van de Gemeenschappelijke Regeling Regio Holland Rijnland (geactualiseerde GR
34
vanaf 25 juni 2025) of uit artikel 30a van de Gemeenschappelijke Regeling Samenwerkingsorgaan Holland Rijnland. Voor deelnemende gemeenten is het zodoende raadzaam in hun eigen risicoparagraaf deze garantstelling op te nemen. Financiële kengetallen Het BBV schrijft voor dat enkele kengetallen in de jaarrekening worden opgenomen die kunnen helpen bij de beoordeling van de financiële positie. Deze kengetallen staan in onderstaande tabel. Jaarrekening 2023
Begroting 2024
Jaarrekening 2024
Netto schuldquote
-11,0%
-24,3%
-10,8%
Netto schuldquote gecorrigeerd voor alle verstrekte leningen
-11,0%
-24,3%
-10,8%
Solvabiliteitsratio
3,2%
2,8%
3,0%
Structurele exploitatieruimte
-4,2%
0,0%
0,4%
Financiële kengetallen:
Tabel 3.4: Financiële kengetallen
Netto schuldquote De netto schuldquote geeft aan in welke mate de schuldenlast van een organisatie een risico kan vormen voor de financiële positie. Dit wordt berekend door de schulden te verminderen met de vorderingen en dit te delen door de omzet van een bepaald jaar. Als bijvoorbeeld de netto schuldquote 100% is, betekent dit dat het totaal aan schulden minus vorderingen gelijk is aan de jaarlijkse omzet van de organisatie. Dit kan een risico vormen voor de organisatie doordat een stijging van de rente bij een hoge schuldquote een groot effect kan hebben op de rentelasten binnen de exploitatie. Voor de jaarrekening 2024 geldt een negatieve netto schuldquote. Dit betekent dat het totaal van de vorderingen hoger is dan het totaal van de schulden. De netto schuldquote, gecorrigeerd voor alle verstrekte leningen, houdt ook rekening met leningen die de organisatie aan derden uitgeeft. Omdat Holland Rijnland geen leningen uitgeeft, is dit gelijk aan de netto schuldquote. Solvabiliteitsratio De solvabiliteitsratio is de verhouding tussen het eigen vermogen (reserves) en het balanstotaal. Aan dit percentage valt dus af te lezen welk deel van de bezittingen van de organisatie is gefinancierd met eigen vermogen. De rest is gefinancierd met leningen en/of schulden. Aangezien Holland Rijnland reserves van beperkte omvang heeft, is de solvabiliteitsratio zeer laag.
Structurele exploitatieruimte Structurele exploitatieruimte is een indicator om aan te geven hoeveel ruimte er structureel beschikbaar is in de begroting. Dit wordt berekend door het saldo van structurele baten en lasten te delen door de totale baten. Hoe hoger dit kengetal is, hoe meer ruimte er beschikbaar is om de begroting bij te sturen als dat nodig is.
35
Onderstaande tabel toont een normering waartegen de diverse ratio’s kunnen worden afgezet. Normering financiële kengetallen:
Voldoende
Matig
Onvoldoende
Netto schuldquote
< 100%
100% > < 130%
> 130%
Netto schuldquote gecorrigeerd voor alle verstrekte leningen
< 100%
100% > < 130%
> 130%
Solvabiliteitsratio
> 50%
30% < > 50%
< 30%
Structurele exploitatieruimte
> 0,6%
0% > < 0,6%
0%
Tabel 3.5: Normering financiële kengetallen
De Netto schuldquote en de Netto schuldquote gecorrigeerd voor alle verstrekte leningen zijn voor Holland Rijnland gelijk, aangezien Holland Rijnland geen leningen verstrekt. Alles onder de 100% is aangemerkt als voldoende. Met een negatieve schuldquote (Holland Rijnland leent geen geld) blijft Holland Rijnland hier ruim binnen. De solvabiliteitsratio van Holland RIjnland is zeer laag en daarmee onvoldoende, wat komt door de beperkte omvang van de reserves. Holland Rijnland wordt grotendeels gefinancierd door de deelnemende gemeenten. In die zin is er meerjarig geen sprake van exploitatieruimte, deze is negatief en zodoende onvoldoende. Wel kan het voorkomen dat in een jaar in de realisatie een resultaat wordt behaald zodat er sprake is van enige structurele exploitatieruimte bij de jaarrekening.
3.3 Financiering In de paragraaf financiering lichten we de ontwikkelingen en beleidskeuzes toe voor 2024. Holland Rijnland beschikte in 2024 niet over korte of lange leningen, noch leende Holland Rijnland geld uit aan derden. Voor Holland Rijnland is de renteontwikkeling met name relevant voor de hoogte van de gerealiseerde rentebaten. Beleidsverantwoording treasury De exploitatietekorten van het samenwerkingsorgaan worden gefinancierd door de dertien deelnemende gemeenten. Op basis van de vastgestelde begroting wordt de geraamde gemeentelijke bijdrage als voorschot in rekening gebracht in de maand december van het lopende begrotingsjaar. Bij de vaststelling van de jaarrekening, wordt de definitieve bijdrage over het betreffende jaar bepaald. Het rekeningresultaat wordt verrekend met de algemene reserve tenzij het algemeen bestuur anders besluit. Daarnaast zijn er geldstromen van ministeries en provincie waarvan de bedragen worden doorgegeven naar de betreffende instanties. De treasury-functie binnen Holland Rijnland dient uitsluitend de publieke taak. Holland Rijnland heeft momenteel geen externe langlopende en kortlopende financieringsmiddelen in portefeuille. Wel heeft Holland Rijnland een beperkte kredietfaciliteit op de rekening courant bij de Bank Nederlandse Gemeenten (BNG). Eventuele positieve saldi op de rekening courant worden afgestort in de schatkist van het Rijk.
Kasgeldlimiet De gemiddelde vlottende schuld, over drie maanden gezien, is voor een gemeenschappelijke regeling gelimiteerd op 8,2% van het begrotingstotaal. In onderstaande tabel is de ontwikkeling van deze kasgeldlimiet in 2024 weergegeven:
36
Kasgeldlimiet
1e kw.
Gemiddelde Vlottende schuld (1)
2e kw.
3e kw.
4e kw.
-
-
-
-
Gemiddelde Vlottende middelen (2)
33.782
31.278
34.324
34.591
Saldo (3) (+ = schuld / - = overschot)
-33.782
-31.278
-34.324
-34.591
805
805
805
805
34.587
32.083
35.129
35.396
Begrotingstotaal (primitief)
9.815
9.815
9.815
9.815
Percentage
8,20%
8,20%
8,20%
8,20%
805
805
805
805
Kasgeldlimiet (4) Ruimte onder de kasgeldlimiet (4) > (3) Overschrijding van de kasgeldlimiet (4) < (3)
Toegestane kasgeldlimiet Tabel 3.6: kasgeldlimiet
In 2024 overschreden we de kasgeldlimiet niet. Renterisiconorm Over de langlopende schuld mogen de jaarlijkse aflossingen en renteherzieningen niet meer bedragen dan 20% van het begrotingstotaal met een minimum van €2.500.000. In onderstaande tabel is de ontwikkeling van deze renterisiconorm in 2024 weergegeven: Omschrijving
2023
2024
Begrotingstotaal (primitief)
8.058.442
9.814.716
20%
20%
2.500.000
2.500.000
0
0
2.500.000
2.500.000
Wettelijk percentage Renterisiconorm
1
Bedrag waarover renterisico wordt gelopen (aflossingen) Ruimte onder renterisiconorm 1
Voor de renterisiconorm geldt een minimumbedrag van 2.500.000 euro. Zie Uitvoeringsregeling Financiering decentrale overheden artikel 2 lid 3
Tabel 3.7: Renterisiconorm
Holland Rijnland heeft geen langlopende leningen. Als gevolg hiervan loopt Holland Rijnland geen renterisico op herfinancieringen en voldoen we aan de renterisiconorm. Schatkistbankieren Gedurende 2024 zijn de overtollige middelen afgestort in de schatkist van het Rijk om binnen de gestelde doelmatigheidsdrempel te blijven. Conform de vereisten in het BBV (art 52c) is in de toelichting op de balans het drempelbedrag vermeld en, per kwartaal, het bedrag aan middelen dat Holland Rijnland buiten de schatkist van het Rijk heeft aangehouden.
37
3.4 Bedrijfsvoering 3.4.1 Algemeen Organisatie Holland Rijnland De ambtelijke organisatie van Holland Rijnland staat onder leiding van de secretaris-directeur. De taken van de organisatie zijn ondergebracht in twee programma’s, tevens afdelingen: Strategie & Beleid en Regionale Uitvoering. In de afdeling bedrijfsvoering zijn de aan het primaire proces ondersteunende taken ondergebracht.
Figuur 3.8: Organogram Holland Rijnland
Secretaris-directeur De secretaris-directeur is eindverantwoordelijk voor de organisatie en geeft leiding aan drie managers. Strategie & Beleid In de afdeling Strategie & Beleid staan de invulling en uitvoering van de strategische thema’s centraal waarop de dertien deelnemende gemeenten samenwerken. De afdeling Strategie & Beleid voert tevens regie op de totstandkoming en uitvoering van de Regionale Investeringsagenda. De dagelijkse leiding van de afdeling is belegd bij de manager Strategie & Beleid. De afdeling telde in 2024 11,6 FTE (Formatie 2024 12,5 FTE).
38
Regionale Uitvoering De afdeling Regionale Uitvoering voert een drietal taken uit voor de deelnemende gemeenten: Woonurgenties, contractbeheer van de Regiotaxi en het Regionaal Bureau Leerrecht (RBL). De dagelijkse leiding is belegd bij de manager Regionale Uitvoering. De afdeling telde in 2024 31,3 FTE (Formatie 2024 27,0 FTE). Per 2025 is de formatie van het RBL uitgebreid, in 2024 is hierop voorgesorteerd. De bovenformatieve inzet is in 2024 gedekt uit de inzet van de bestemmingsreserve RBL. Bedrijfsvoering De uitvoering van de taken ondersteunend aan het primaire proces zijn belegd binnen de afdeling Bedrijfsvoering. De afdeling bedrijfsvoering bevat communicatie/public affairs, (algemene) juridische zaken, documentatie- en informatievoorziening, ambtelijk en directiesecretariaat en financiën & control. Het bedrijfsonderdeel Interne Dienstverlening en Advisering (IDA) van de gemeente Leiden voert een deel van de bedrijfsvoeringstaken voor Holland Rijnland uit, net zoals voor de gemeenten Leiden, Leiderdorp, Oegstgeest en Zoeterwoude. Voor Holland Rijnland gaat het hierbij om de: • • • • •
Financiële administratie; ICT; HRM; Juridische zaken; Inkoop/aanbesteding.
De afdeling bedrijfsvoering wordt geleid door de manager Bedrijfsvoering die tevens de functie van concerncontroller invult. De afdeling bedrijfsvoering bestond in 2024 uit 14,2 FTE (Formatie 2023 15,8 FTE). Daarvan is 4,0 FTE ingevuld door de secretaris-directeur en de managers Strategie & Beleid, Regionale Uitvoering en Bedrijfsvoering, die in het verantwoordingsjaar 2024, conform BBV, tot overhead worden gerekend. In 2024 was de totale inzet voor Holland Rijnland exclusief inhuur: 57,1 FTE (Formatie 2024: 55,3) Beleidsindicatoren Met de voorgeschreven beleidsindicatoren van het BBV is het via de website 'waarstaatjegemeente.nl' beter mogelijk de resultaten van gemeenten onderling te vergelijken. Van deze indicatoren vallen er een aantal onder het hoofdtaakveld Bestuur en Organisatie. Omdat het voornamelijk overhead-gerelateerde indicatoren betreft, worden ze in deze paragraaf opgenomen. Het betreft de volgende indicatoren: Beleidsindicator
Eenheid
Formatie
Fte per 1.000 inwoners
0,09
Bezetting
Fte per 1.000 inwoners
0,10
Apparaatskosten
Kosten per inwoner
€ 14,45
Externe inhuur
Kosten inhuur als % van totale loonsom incl inhuur
34,4%
Overhead
% van de totale lasten
26,4%
Tabel 3.9: beleidsindicatoren
39
2024
In de realisatie zien we dat de lasten voor externe inhuur t.o.v. de loonsom fors waren in 2024. Holland Rijnland maakt gebruik van externe inhuur om twee redenen: (1) inzet op producten en activiteiten die tijdelijk van aard zijn ten behoeve van het primaire proces en (2) tijdelijke vervanging (bijvoorbeeld in geval van ziekte) of invulling van lastig invulbare vacatures. De inzet van externe inhuur op het primaire proces bedroeg in 2024 ongeveer 2,0 miljoen euro, afgerond 26,6% van de loonsom. De overige 7,8% externe inhuur betrof tijdelijke invulling van structurele formatieplekken, opgeteld ongeveer € 558K. Dit is een afname ten opzichte van de 10,1% in 2023. Onvoorzien Artikel 30a van de Gemeenschappelijke Regeling Holland Rijnland (c.q. artikel 33 van de geactualiseerde Gemeenschappelijke Regeling Regio Holland Rijnland die naar verwachting per 1 juni 2025 in werking treedt) bepaalt dat deelnemende gemeenten er steeds zorg voor dragen dat Holland Rijnland te allen tijde beschikt over voldoende middelen om aan al zijn verplichtingen jegens derden te kunnen voldoen. Om deze reden is onvoorzien geraamd op nihil.
3.4.2 Rechtmatigheid Vanaf verantwoordingsjaar 2023 legt het Dagelijks Bestuur verantwoording af aan het Algemeen Bestuur. Hiertoe heeft het Dagelijks Bestuur het rechtmatig handelen van de organisatie op de drie criteria getoetst: het begrotingscriterium, het voorwaardencriterium en het misbruik & oneigenlijk gebruik criterium. In de rechtmatigheidsverantwoording in paragraaf 4.2.1 ,Toelichting op het overzicht van baten en lasten, is opgenomen dat het Dagelijks Bestuur een totaal van onrechtmatigheden van € 292.832 heeft geconstateerd. De rapportagegrens bedraagt € 127.684, waardoor de geconstateerde afwijking buiten deze grens valt en toegelicht wordt in deze paragraaf Bedrijfsvoering. Rechtmatigheidsverantwoording
Bedrag
1A. Overschrijding lasten programma’s
145.332
Begrotingscriterium
145.332
Voorwaardencriterium
147.500
M&O criterium
0
Totale onrechtmatigheden
292.832
Tabel 3.10 Rechtmatigheidsverantwoording
Het begrotingscriterium toetst in hoeverre er onder- en overschrijdingen plaatsvonden in het verantwoordingsjaar op zowel de lasten als de baten. Afwijkingen groter dan 1% van het begrotingstotaal die niet tijdig zijn gemeld aan het Algemeen Bestuur, merken we aan als een onrechtmatigheid. Categorie 1A betreft de overschrijding van de lasten op de programma’s. Dit gaat om een onrechtmatigheid van € 145.332. Deze overschrijding valt op het programma Bedrijfsvoering en verklaren we door het moeten treffen van een voorziening personeelslasten, waarvan de omvang niet bekend was ten tijde van het opstellen van de slotwijziging 2024. Deze lasten bleken onvoorzienbaar, onuitstelbaar en onvermijdbaar.
40
Het voorwaardencriterium toetst in hoeverre alle financiële beheershandelingen zijn verricht in overeenstemming met (externe en interne) wet- en regelgeving (normenkader). Hier hebben we één onrechtmatigheid geconstateerd. Het gaat om de inkoop van een dienst waarvan de totale waarde in vier jaar uitkomt boven de Europese aanbestedingsgrens. Voor 2024 betreft het een bedrag van € 147.500. Deze overschrijding van de Europese aanbestedingsgrens is niet gesignaleerd omdat de aanbestedingsgrens bij inkoop van IDA Leiden abusievelijk voor een te hoog bedrag was opgenomen. Het Misbruik en Oneigenlijk Gebruik criterium houdt in dat het orgaan effectieve maatregelen heeft genomen om misbruik en oneigenlijk gebruik tegen te gaan. Het M&O-beleid is dit jaar geactualiseerd. Op dit criterium zijn - uitgaande van het geactualiseerde beleid - geen onrechtmatigheden geconstateerd. Beheersmaatregelen om eventuele onrechtmatigheden in de toekomst te voorkomen In 2024 voerden we de verbeterslag door op de interne sturing en beheersing van de organisatie door middel van het op meer regelmatige basis voeren van voortgangsgesprekken. Hierdoor informeerden we ons Algemeen Bestuur tijdig met betrekking tot bekende over- en onderschrijdingen. Vanzelfsprekend zal Holland Rijnland deze tijdige signalering voortzetten.
Voor het beheersen van het overschrijden van de lasten geldt dat we in de begroting een post onvoorzien hebben opgenomen van € 90K, waardoor we onvermijdbare, onvoorzienbare en onuitstelbare kosten kunnen opvangen tot dit bedrag. Ten aanzien van het voorwaardencriterium zal Holland Rijnland er alert op zijn dat IDA de juiste grensbedragen registreert bij de inkoopcontracten en ook op deze inkoop periodiek een spendanalyse uitvoeren.
3.4.3 Klachtenbehandeling Bij het behandelen van klachten gelden de regels van hoofdstuk 9 van de Algemene wet bestuursrecht. Volgens de Algemene wet bestuursrecht heeft iedereen het recht om een klacht in te dienen. Iemand kan een klacht indienen tegen de manier waarop een bestuursorgaan zich tegenover diegene heeft gedragen. Holland Rijnland heeft een klachtenreglement vastgesteld en een klachtencoördinator aangewezen. Klachten zijn belangrijk om van te leren en om de dienstverlening te verbeteren. Om die reden is het belangrijk om te weten hoeveel klachten er zijn ingediend en waarover die gaan. Daarom wordt de klachtenbehandeling van 2024 gepubliceerd. Klachtenbehandeling 2024
Consulent leerplicht en voortijdig schoolverlaten
Huisvestingsverordening Holland Rijnland 2024
Eindtotaal
Gegrond
0
0
0
Niet ontvankelijk
0
8
8
Niet van toepassing: doorgestuurd naar derde
0
2
2
Ongegrond
1
0
1
Eindtotaal
1
10
11
Tabel 3.11: Klachtenbehandeling 2024: onderdeel en uitkomst
41
In 2024 kwamen er acht klachten binnen over de nieuwe Huisvestingsverordening. De klager is het in zo’n geval niet eens met het vastgestelde beleid. Deze klachten worden niet in behandeling genomen. Wel wordt er uitleg gegeven over de totstandkoming van deze regels. Deze categorie maakt duidelijk dat (de uitvoering van) het beleid voor burgers tot knelpunten kan leiden. Ook zijn er klachten over de Huisvestingsverordening die niet bij Holland Rijnland thuishoren, zoals klachten over woningtoewijzing door een corporatie. Deze klachten worden doorgestuurd. In 2024 is één klacht over het handelen van een consulent leerplicht en voortijdig schoolverlaten van het Regionaal Bureau Leerrecht behandeld. De klager is in de gelegenheid gesteld gehoord te worden, maar had daar geen behoefte aan. De klacht is ongegrond verklaard. Nationale Ombudsman Holland Rijnland is aangesloten bij de Nationale ombudsman. Als een klacht bij Holland Rijnland is afgehandeld, kan de klager zijn klacht ook voorleggen aan de Nationale ombudsman. Er zijn in 2024 geen klachten over Holland Rijnland door de Nationale Ombudsman behandeld.
3.5 Openbaarheidsparagraaf Wet open overheid (Woo) Op 1 mei 2022 trad de Wet open overheid (Woo) gedeeltelijk in werking. De Woo is de opvolger van de Wet openbaarheid van bestuur (Wob) en regelt het recht van burgers op informatie van de overheid. Zo krijgt iedereen meer inzicht in het handelen van de overheid. Een belangrijk verschil met de Wob, is dat de Woo naast informatieverstrekking op verzoek (passief) overheidsorganisaties ook verplicht zelf informatie gefaseerd openbaar te maken (actief). Mede hierdoor is de Woo een belangrijke stap naar een open overheid. Uitgangspunt hierbij is dat iedereen recht heeft op toegang tot publieke informatie en dat alle overheidsinformatie in beginsel openbaar is. Alleen in uitzonderingsgevallen wordt hiervan afgeweken. Verder wijzen alle overheidsorganisaties een contactpersoon Woo aan. Deze helpt bij de beantwoording van vragen over de beschikbaarheid van publieke informatie door burgers en journalisten. Holland Rijnland heeft de jurist (van de afdeling Bedrijfsvoering) aangewezen als contactpersoon. Ook de website van Holland Rijnland is aangevuld met informatie over de Woo. Het Dagelijks Bestuur van Holland Rijnland heeft het ambitieniveau om te voldoen aan de Woo bepaald op ‘Basis’. Op 1 november 2024 trad de eerste tranche van de Woo in werking.
Holland Rijnland heeft de verplichtingen uit de Woo tijdig geïmplementeerd en voldoet daarmee aan de eerste tranche van de Woo én aan het ambitieniveau. Holland Rijnland blijft het verplicht actief openbaar maken van informatiecategorieën volgen om blijvend te voldoen aan de Woo en het ambitieniveau. Holland Rijnland ontving in 2024 geen Woo-verzoeken. Holland Rijnland is wel als belanghebbende in de gelegenheid gesteld om een zienswijze te geven op openbaarmaking van documenten van andere gemeenten.
42
3.6 Wet Gemeenschappelijke Regelingen In juni 2022 is het Algemeen Bestuur met een memo geïnformeerd over de gevolgen van de gewijzigde Wet gemeenschappelijke regelingen (Wgr) per 1 juli 2022. De gewijzigde Wgr versterkt de democratische legitimatie van gemeenschappelijke regelingen door meer handen en voeten te geven aan de kaderstellende en controlerende rol van gemeenteraden van de deelnemende gemeenten. Deze wetswijziging leidde tot aanpassing van onze regeling. De oude gemeenschappelijke regeling van Holland Rijnland is voor het laatst geactualiseerd in 2018. Bepaalde artikelen sloten niet meer aan op de basistaken van de organisatie. Door een aantal artikelen anders te formuleren, werd de regeling toekomstbestendiger. Holland Rijnland bracht de gemeenschappelijke regeling zo niet enkel in lijn met de Wgr, maar bracht tevens verheldering aan in de beschrijving van taken en bevoegdheden belegd bij Holland Rijnland. Daarmee is de regeling niet enkel in overstemming met de huidige wet- en regelgeving, maar ook toereikend voor de basistaken en eventuele extra taken die mogelijk voortvloeien uit de Regionale Investeringsagenda. Op 18 december 2024 stelde het Algemeen Bestuur de geactualiseerde versie van de gemeenschappelijke regeling vast, welke vervolgens ter vaststelling is voorgelegd aan de raden van de deelnemende gemeenten.
43
44
4 Jaarrekening 2024 4.1 Balans en toelichting op de balans 4.1.1 Balans ACTIVA
31-12-2023
Immateriële vaste activa Materiële vaste activa - Overige investeringen met een economisch nut
31-12-2024 0
0
25.287
16.858
25.287
Financiële vaste activa Totaal Vaste activa
Voorraden Uitzettingen met een rentetypische looptijd < 1 jaar
16.858 0
0
25.287
16.858
0
0
34.404.631
32.919.283
- Vorderingen op openbare lichamen
305.230
791.253
- Schatkistbankieren rekening-courant
33.843.713
31.964.121
255.687
163.909
- Overige vorderingen Liquide middelen
122.867
- Kassaldi - Bank- en girosaldi
273.588
0
0
122.867
273.588
Overlopende activa
1.439.049
- De van de Europese en Nederlandse overheidslichamen nog te ontvangen voorschotbedragen die ontstaan door voorfinanciering op uitkeringen met een specifiek bestedingsdoel - Overige nog te ontvangen bedragen, en de vooruitbetaalde bedragen die ten laste van volgende begrotingsjaren komen
1.231.250
355.099
285.466
1.083.949
945.785
Totaal Vlottende activa
35.966.547
34.424.122
Totaal ACTIVA
35.991.834
34.440.981
45
PASSIVA
31-12-2023
Eigen vermogen
31-12-2024
1.147.570
- Algemene reserve
1.031.785
10.577
10.577
- Bestemmingsreserves
1.753.543
975.735
- Gerealiseerd resultaat
-616.550
45.472
Voorzieningen
125.269
- Voorzieningen met een verplichting
125.269
Vaste schulden met een rentetypische looptijd ≥ 1 jaar Totaal Vaste passiva
Netto vlottende schulden met een rentetypische looptijd < 1 jaar
317.970 317.970
0
0
1.272.839
1.349.755
984.896
2.601.470
- Kasgeldleningen
0
0
- Overige schulden
984.896
2.601.470
Overlopende passiva
33.734.099
30.489.756
- Verplichtingen die in het begrotingsjaar zijn opgebouwd en die in een volgend begrotingsjaar tot betaling komen, met uitzondering van jaarlijks terugkerende arbeidskosten gerelateerde verplichtingen van vergelijkbaar volume
3.164.458
1.899.125
- De van overige Nederlandse overheidslichamen ontvangen voorschotbedragen voor uitkeringen met een specifiek bestedingsdoel die dienen ter dekking van lasten van volgende begrotingsjaren
30.569.641
28.590.631
0
0
- Overige vooruitontvangen bedragen die ten bate van volgende begrotingsjaren komen Totaal Vlottende passiva
34.718.995
33.091.225
Totaal PASSIVA
35.991.834
34.440.981
0
0
Borg- en garantstellingen
46
4.1.2 Grondslagen voor de waardering en resultaatbepaling Inleiding De jaarrekening 2024 is opgemaakt met inachtneming van de voorschriften die het Besluit begroting en verantwoording provincies en gemeenten (BBV) daarvoor geeft. Algemene grondslagen voor het opstellen van de jaarrekening De waardering van de activa en de passiva en de bepaling van het resultaat, vindt plaats op basis van historische kosten. Tenzij bij het desbetreffende balanshoofd anders vermeld, worden activa en passiva opgenomen tegen nominale waarden. Voor aanvullende informatie over de waardering van activa, zie verderop bij ’Overige investeringen met economisch nut’. Baten en Lasten De baten en de lasten worden toegerekend aan het jaar waarop zij betrekking hebben. Baten en winsten worden slechts genomen voor zover zij op de balansdatum zijn gerealiseerd. Verliezen en risico’s die hun oorsprong vinden voor het einde van het begrotingsjaar, worden in acht genomen indien zij vóór het opmaken van de jaarrekening bekend zijn. Personeelslasten worden in principe toegerekend aan het boekjaar waarop ze betrekking hebben. Als gevolg van het formele verbod op het opnemen van voorzieningen c.q. schulden uit hoofde van jaarlijks terugkerende arbeidskosten gerelateerde verplichtingen van vergelijkbaar volume, worden sommige personele lasten echter toegerekend aan de periode waarin uitbetaling plaatsvindt.
Denk daarbij aan componenten zoals ziektekostenpremies ten behoeve van gepensioneerden, verlofaanspraken en dergelijke. Lastenneming groenprogramma Op basis van de enige jaren geleden aangepaste verslaggevingsvoorschriften en nadere interpretatie van het BBV zijn de subsidielasten voor het groenprogramma toegerekend naar rato van de voortgang van de individuele projecten. Pensioenen Holland Rijnland waardeert de pensioenverplichtingen volgens de ‘verplichting aan de pensioenuitvoerder benadering’. In deze benadering wordt de aan de pensioenuitvoerder te betalen premie als last verantwoord. De pensioenen van de werknemers van Holland Rijnland zijn ondergebracht bij het ABP (bedrijfstakpensioenfonds). Vennootschapsbelasting (vpb) Holland Rijnland is niet Vpb-plichtig voor het jaar 2024. Voor de activiteiten Regionaal Bureau Leerrecht, de beleidsagenda, de woonruimteverdeling en detachering van personeel is geen sprake van een onderneming. Hierdoor is er geen Vpb-plicht. Bij de activiteit collectief vervoer kan Holland Rijnland een beroep doen op de vrijstelling in de Vpb voor dienstverleningsovereenkomsten. Per saldo is er dus geen sprake van een Vpb-plicht voor Holland Rijnland. Grondslag Rechtmatigheid Het normenkader rechtmatigheid met betrekking tot 2024 is op 26 juni 2024 vastgesteld door het Algemeen Bestuur.
De verantwoordingsgrens is een door het Algemeen Bestuur vastgesteld bedrag, waarboven het Dagelijks Bestuur de afwijkingen (fouten en onduidelijkheden) moet opnemen in de
47
rechtmatigheidsverantwoording. De verantwoordingsgrens is gesteld op 1% van de totale lasten van Holland Rijnland, inclusief de dotaties aan de bestemmingsreserves.
4.1.3 Toelichting op de balans Toelichting op de activa Vaste activa Materiële vaste activa met economisch nut Overige investeringen met economisch nut De materiële vaste activa zijn gewaardeerd tegen de historische verkrijgingsprijs verminderd met de gedane afschrijvingen en eventuele investeringsbijdragen. De investeringen worden geactiveerd inclusief BTW, omdat de BTW voor Holland Rijnland een onderdeel van de kosten vormt. De afschrijvingstermijn wordt bepaald op basis van artikel 12 van de Verordening op de uitgangspunten voor het financieel beleid van Holland Rijnland over het waarderings- en afschrijvingsbeleid van de vaste activa. De materiële vaste activa met economisch nut - zoals bedoeld in artikel 35 van het Besluit begroting en verantwoording provincies en gemeenten - met een ondergrens van € 20.000 worden, te beginnen in het jaar na aanschaf, lineair afgeschreven, afhankelijk van de economische levensduur, in maximaal: • 10 jaar voor telefooninstallaties, bekabeling en meubilair; • 5 jaar voor automatiseringsapparatuur; • 5 jaar voor software. De afschrijving van de niet genoemde soorten investeringen wordt afgestemd op de verwachte economische levensduur. Boekwaarde 31-12-2023
Boekwaarde 31-12-2024
- Overige investeringen met een economisch nut
25.287
16.858
Totaal Materiele vaste activa
25.287
16.858
Materiele vaste activa
Het onderstaande overzicht geeft het verloop weer van de overige investeringen met een economisch nut.
Investeringen
Desinvesteringen
Afschrijvingen
Bijdragen van derden
Afwaarderingen
Boekwaarde 31-12-2024
25.287
-
-
8.429
-
-
16.858
25.287
-
-
8.429
-
-
16.858
Boekwaarde 01-01-2024 Meubilair 2016 Totaal
Er zijn geen investeringen gedaan in 2024.
48
Vlottende activa • Vorderingen De vorderingen worden gewaardeerd tegen nominale waarde. Voor verwachte oninbaarheid is een voorziening in mindering gebracht. De voorziening wordt statisch bepaald op basis van de geschatte inningskansen. Holland Rijnland heeft in 2023 een malus opgelegd aan de vervoerder van het Collectief Vraagafhankelijk Vervoersysteem wegens het niet nakomen van contractuele verplichtingen voor het WMO-vervoer en openbaar vervoer. Het zero-emissie deel is gecrediteerd en het WMO-deel van de malus met een omvang van € 74K keert Holland Rijnland na ontvangst uit aan de deelnemende gemeenten. Op het moment van het opstellen van deze jaarstukken is de betaling van de vervoerder net ontvangen en zal deze ontvangst zo spoedig mogelijk worden uitgekeerd aan de deelnemende gemeenten.
Uitzettingen met een rentetypische looptijd < 1 jaar - Overige vorderingen op openbare lichamen - Uitzettingen in ’s Rijks schatkist - Debiteuren algemeen - Nog te ontvangen bedragen Totaal Uitzettingen met een rentetypische looptijd < 1 jaar
Boekwaarde 31-12-2023
Boekwaarde 31-12-2024
305.230
791.253
33.843.713
31.964.121
255.687
161.920
0
1.989
34.404.631
32.919.283
• Schatkistbankieren Conform de wet FIDO is Holland Rijnland verplicht om overtollige middelen boven de doelmatigheidsdrempel aan te houden in de schatkist van het Rijk. Voor 2024 bedraagt de doelmatigheidsdrempel € 1.000.000 (Regeling schatkistbankieren decentrale overheden). De middelen die, in het kader van de doelmatigheidsdrempel, buiten 's Rijks Schatkist zijn gehouden, zijn: Middelen buiten 's Rijks Schatkist
2024
Kwartaal 1
151.120
Kwartaal 2
190.021
Kwartaal 3
160.367
Kwartaal 4
126.580
Geconcludeerd kan worden dat over 2024 de doelmatigheidsdrempel niet is overschreden.
49
• Liquide middelen Deze activa worden tegen nominale waarde opgenomen. Boekwaarde 31-12-2023
Boekwaarde 31-12-2024
0
0
- Bank Nederlandse Gemeenten (BNG)
122.867
273.588
Totaal Liquide middelen
122.867
273.588
Boekwaarde 31-12-2023
Boekwaarde 31-12-2024
355.099
285.466
- Overige nog te ontvangen bedragen, en de vooruitbetaalde bedragen die ten laste van volgende begrotingsjaren komen
1.083.949
945.785
Totaal Overlopende activa
1.439.049
1.231.250
Liquide middelen - Kassaldi
• Overlopende activa De overlopende activa worden tegen nominale waarde opgenomen.
Overlopende activa - De van de Europese en Nederlandse overheidslichamen nog te ontvangen voorschotbedragen die ontstaan door voorfinanciering op uitkeringen met een specifiek bestedingsdoel
Verloopoverzicht overlopende activa Op de balans staan nog te ontvangen voorschotbedragen van Europese en Nederlandse overheidslichamen. Deze ontstaan door voorfinanciering op uitkeringen met een specifiek bestedingsdoel. Ze zijn als volgt te specificeren. Saldo per 01-01-2024
Toevoegingen
Afboekingen
Ontvangen bedragen
Saldo per 31-12-2024
Leader Holland Rijnland
224.361
13.019
5.300
84.514
147.566
Subsidieregeling CVV / PZH Regiotaxi 2021
69.000
69.000
0
Subsidieregeling CVV / PZH Regiotaxi 2022
26.738
26.738
0
Versnellingstafel Woningbouw Holland Rijnland 2023
35.000
35.000
0
Versnellingstafel Woningbouw Holland Rijnland 2024
0
100.000
80.000
20.000
Regionale asielopgave 2023-2024
0
45.000
45.000
0
Regionale asielopgave 2024-2025
0
117.900
0
117.900
355.099
275.919
340.252
285.466
Omschrijving specifieke uitkering
Totaal Overlopende activa
50
5.300
Toelichting op de passiva Vaste passiva Reserves Indien beschikbare middelen in enig jaar niet worden uitgegeven op een reguliere taak (dat is een taak opgenomen in de gemeenschappelijke regeling en jaarlijks voorkomend in de exploitatie), dan kunnen overschotten die het volgend jaar niet opnieuw worden begroot worden toegevoegd aan een bestemmingsreserve. Indien er sprake is van cofinanciering met betrekking tot een reguliere taak, dan worden de overlopende middelen gesplitst in een bestemmingsreserve en de van Europese en Nederlandse overheidslichamen ontvangen voorschotbedragen voor uitkeringen met een specifiek bestedingsdoel die dienen ter dekking van lasten van volgende begrotingsjaren. Boekwaarde 31-12-2023
Boekwaarde 31-12-2024
- Algemene reserves
10.577
10.577
- Bestemmingsreserves
1.753.543
975.735
Totaal Reserves
1.764.120
986.313
- Gerealiseerd resultaat
-616.550
45.472
Totaal Eigen vermogen
1.147.570
1.031.785
Eigen vermogen
Staat van reserves
Reserves
Saldo per 31-12-2023
Resultaatbestemming 2023 Toevoeging
Saldo per 01-01-2024
Toevoeging 2024
Onttrekking 2024
Saldo per 31-12-2024
Onttrekking
Algemene reserve Algemene Reserve
10.577
0
0
10.577
0
0
10.577
Totaal Algemene reserve
10.577
0
0
10.577
0
0
10.577
Reserve Regionaal Bureau Leerrecht
213.012
0
0
213.012
0
213.012
0
Reserve Cofinanciering
760.015
0
214.345
545.670
0
201.487
344.182
Reserve Onderwijsarbeidsmarkt
98.653
0
61.000
37.653
0
37.653
0
0
37.318
0
37.318
0
37.318
0
Bestemmingsreserves
Reserve Budgetoverheveling
51
Reserve Regionale energiestrategie (RES) Totaal Bestemmingsreserves
681.863
0
50.310
631.553
0
0
631.553
1.753.543
37.318
325.655
1.465.206
0
489.470
975.735
Reserves Algemene Reserves Doel van de reserve: Dekkingsmiddel bij het opvangen van financiële tegenvallers en calamiteiten. Mutaties 2024: Storting: Geen Onttrekking: Geen Reserve Regionaal Bureau Leerrecht Doel van de reserve: Ter dekking onverwachte kosten. Mutaties 2024: Storting: Geen Onttrekking: € 213.012 conform TuRap 2024 Deze reserve komt te vervallen per eind 2024 conform besluit TuRap 2024 Reserve cofinancieringsfonds Doel van de reserve: Ter dekking van bijdragen aan projecten. Mutaties 2024: Storting: Geen Onttrekking: € 214.345 conform resultaatbestemming 2023; € 201.487 conform systematiek TuRap 2024 Reserve onderwijsarbeidsmarkt Doel van de reserve: Activiteiten onderwijsarbeidsmarkt. Mutaties 2024: Storting: Geen Onttrekking: € 61.000 conform resultaatbestemming 2023; € 37.653 conform TuRap 2024 Deze reserve komt te vervallen per eind 2024 conform besluit TuRap 2024 Reserve Budgetoverheveling Doel van de reserve: Overheveling van budgetten naar een volgend jaar.
52
Mutaties 2024: Storting: € 37.318 conform resultaatbestemming 2023 Onttrekking: € 37.318 conform TuRap 2024 Reserve Regionale Energiestrategie (RES) Doel van de reserve: Middelen die overgebleven zijn, kunnen bij resultaatbestemming worden gestort in deze reserve om ze in een later jaar weer te kunnen gebruiken. Mutaties 2024: Storting: Geen Onttrekking: € 50.310 conform resultaatbestemming 2023 Voorzieningen Volgens het BBV worden voorzieningen gevormd voor: • Verplichtingen en verliezen waarvan de omvang op de balansdatum onzeker is, doch redelijkerwijs te schatten; • Op de balansdatum bestaande risico's ter zake van bepaalde te verwachten verplichtingen of verliezen waarvan de omvang redelijkerwijs is te schatten; • Kosten die in een volgend begrotingsjaar zullen worden gemaakt, mits het maken van die kosten zijn oorsprong mede vindt in het begrotingsjaar of in een voorafgaand begrotingsjaar en de voorziening strekt tot gelijkmatige verdeling van lasten over een aantal begrotingsjaren; • De bijdragen aan toekomstige vervangingsinvesteringen, waarvoor een heffing wordt geheven als bedoeld in artikel 35, eerste lid, onder b.
• De van derden verkregen middelen die specifiek besteed moeten worden, met uitzondering van voorschotbedragen ontvangen van Europese en Nederlandse overheidslichamen met een specifiek bestedingsdoel die dienen ter dekking van lasten van volgende begrotingsjaren Boekwaarde 31-12-2023
Boekwaarde 31-12-2024
- Voorzieningen met een verplichting
125.269
317.970
Totaal Voorzieningen
125.269
317.970
Voorzieningen
De omvang van voorzieningen is afgestemd op het verwachte risico. Per voorziening is in de toelichting aangegeven wat de (kwantitatieve) grondslag is voor de omvang van de voorziening. Het verloop van de voorzieningen in 2024 wordt in onderstaand overzicht weergegeven:
53
Saldo per 01-01-2024
Toevoeging
Aanwending
Vrijgevallen bedragen
Saldo per 31-12-2024
Voorziening Verlofsparen
98.000
0
0
24.910
73.090
Voorziening personeelslasten
17.000
244.880
17.000
0
244.880
Voorziening Malus HR-deel 2023
10.269
0
0
10.269
0
Totaal Voorzieningen
125.269
244.880
17.000
35.179
317.970
Voorzieningen
• Voorziening Verlofsparen Vanaf het kalenderjaar 2022 is in de cao Gemeenten en SGO opgenomen dat werknemers verlof kunnen sparen door verlof aan te merken als spaarverlof. Als spaarverlof aangemerkt bovenwettelijk verlof verjaart met deze wijziging niet meer, waardoor werknemers dit kunnen opsparen en op een voor hen gewenst moment kunnen opnemen. Het BBV schrijft voor te moeten voorzien voor (de toename in) het bovenwettelijk verlof (inclusief IKB), tenzij kan worden beredeneerd dat het saldo structureel gelijk blijft. Holland Rijnland stelt dat in het geval van een toename van 5% of meer geen sprake is van een structureel gelijkblijvend saldo. In dat geval moet Holland Rijnland de waarde van het toegenomen deel toevoegen aan de voorziening. Voor 2024 is de waarde bepaald op € 73.090. In 2024 is er geen (spaar)verlof opgenomen dat noopte tot tijdelijke vervanging, maar door een afname in het saldo bovenwettelijke verlofuren heeft een vrijval van € 24.910 plaatsgevonden op de voorziening. • Voorziening personeelslasten Dit betreft op de balansdatum bestaande personele risico's voor verplichtingen waarvan de omvang redelijkerwijs is in te schatten. Het BBV schrijft voor deze lasten te voorzien.
• Voorziening Malus HR-deel 2023 Deze voorziening is vrijgevallen, aangezien de provincie Zuid-Holland heeft aangegeven dit niet te verrekenen met de ontvangen CVV-subsidie vanuit de provincie.
54
Vlottende passiva • Netto vlottende schulden De netto vlottende schulden worden gewaardeerd tegen de nominale waarde. Aangezien we tot op heden geen grote overschrijdingen verwachten op de RIF-projecten, is er eind 2024 door het Algemeen Bestuur besloten om € 1,8 miljoen van de rentebaten op de RIF gelden over de periode tot en met 2023 terug te betalen aan de deelnemende gemeenten. Deze terugbetaling vindt plaats in 2025. Dit veroorzaakt het grote verschil tussen de boekwaarde 2023 en 2024. Boekwaarde 31-12-2023
Boekwaarde 31-12-2024
- Crediteuren
601.619
343.453
- Overige schulden
383.277
2.258.017
Totaal Netto vlottende schulden
984.896
2.601.470
Netto vlottende schulden met een rentetypische looptijd < 1 jaar Overige schulden
• Overlopende passiva Met ingang van 1 januari 2008 schrijft het Besluit Begroting en Verantwoording (BBV) voor, dat in geval van overblijvende middelen op een incidentele, additionele taak of project (er is dus sprake van een concrete bestedingsverplichting) deze middelen worden opgenomen bij de overlopende passiva onder de van Europese en Nederlandse overheidslichamen ontvangen voorschotbedragen voor uitkeringen met een specifiek bestedingsdoel die dienen ter dekking van lasten van volgende begrotingsjaren. Ook in geval van Rijksgelden waarbij de gemeenten als doorgeefluik fungeren (denk aan de Vinexregeling/ ISV-gelden), dienen deze gelden te worden opgenomen bij de overlopende passiva onder ’vooruit ontvangen derden gelden’, daar de gelden door derden (lees het Rijk) zijn beklemd. Indien er sprake is van cofinanciering met betrekking tot een reguliere taak, dan worden de overlopende middelen gesplitst in een bestemmingsreserve en vooruit ontvangen derden gelden. Boekwaarde 31-12-2023
Boekwaarde 31-12-2024
- Totaal verplichtingen die in het begrotingsjaar zijn opgebouwd en die in een volgend begrotingsjaar tot betaling komen, met uitzondering van jaarlijks terugkerende arbeidskosten gerelateerde verplichtingen van vergelijkbaar volume
3.164.458
1.899.125
- Totaal van overige Nederlandse overheidslichamen ontvangen voorschotbedragen voor uitkeringen met een specifiek bestedingsdoel die dienen ter dekking van lasten van volgende begrotingsjaren (voor toelichting zie bijlage 5.9 Staat overlopende passiva)
30.569.641
28.590.631
- Overige vooruit ontvangen bedragen die ten bate van volgende begrotingsjaren komen
0
0
33.734.099
30.489.756
Overlopende passiva
Totaal Overlopende passiva
55
Staat van overlopende passiva De specificatie van de nog niet bestede ontvangen voorschotbedragen voor uitkeringen met een specifiek bestedingsdoel die dienen om de lasten van volgende begrotingsjaren te dekken, is als volgt.
Omschrijving
Saldo per 01-01-2024
Toevoeging
RIF gelden
27.773.869
5.872.514
6.542.392
27.103.992
RIF rente
1.989.329
1.152.803
1.994.334
1.147.798
Subtotaal RIF-project:
29.763.198
7.025.317
8.536.725
28.251.790
51.513
0
Besteding
Saldo per 31-12-2024