C03.2 HR, bijlage concept jaarstukken 2024.pdf
Tekst van het document
Concept Jaarstukken 2024
INHOUDSOPGAVE 1 1.1 1.2 1.3 1.4 1.5
Inleiding....................................................................................................................................... Algemene beschouwing........................................................................................................ Leeswijzer............................................................................................................................. Rekeningresultaat................................................................................................................. Regionaal Investeringsfonds................................................................................................. Bestuur..................................................................................................................................
3 3 4 5 6 9
2
Jaarverslag Programma verantwoording.................................................................................... 11 2.1 Programma Strategie en Beleid............................................................................................ 11 2.1.1 Regionale Investeringsagenda.......................................................................................... 11 2.1.2 Toekomstverkenningen..................................................................................................... 12 2.1.3 Projecten........................................................................................................................... 13 2.1.4 Fondsen en subsidies....................................................................................................... 16 2.1.5 Regionaal beleid en monitoring......................................................................................... 19 2.1.6 Wat heeft het programma Strategie en Beleid gekost?..................................................... 22 2.2 Programma Regionale Uitvoering......................................................................................... 23 2.2.1 Regionaal Bureau Leerrecht.............................................................................................
23 2.2.2 Woonurgenties.................................................................................................................. 25 2.2.3 Regiotaxi........................................................................................................................... 25 2.2.4 Wat heeft het programma Regionale Uitvoering gekost?.................................................. 26 2.3 Programma Bedrijfsvoering................................................................................................... 27 2.3.1 Overhead.......................................................................................................................... 27 2.3.2 Algemene dekkingsmiddelen............................................................................................ 29 2.3.3 Wat heeft het programma Bedrijfsvoering gekost?........................................................... 30
3
Jaarverslag Paragrafen............................................................................................................... 31 3.1 Lokale heffingen.................................................................................................................... 31 3.2 Weerstandsvermogen en risicobeheersing........................................................................... 31 3.3 Financiering........................................................................................................................... 36 3.4 Bedrijfsvoering....................................................................................................................... 38 3.4.1 Algemeen.......................................................................................................................... 38 3.4.2 Rechtmatigheid................................................................................................................. 40 3.4.3 Klachtenbehandeling......................................................................................................... 41 3.5 Openbaarheidsparagraaf Wet open overheid (Woo)............................................................ 42 3.6 Wet Gemeenschappelijke Regelingen.................................................................................. 43
4
Jaarrekening 2024....................................................................................................................... 45 4.1 Balans en toelichting op de balans........................................................................................ 45 4.1.1 Balans............................................................................................................................... 45 4.1.2 Grondslagen voor de waardering en resultaatbepaling.................................................... 47 4.1.3 Toelichting op de balans.................................................................................................... 48 4.1.4 Overzicht van niet in de balans opgenomen financiële verplichtingen.............................. 57 4.2 Overzicht van baten en lasten............................................................................................... 58 4.2.1 Toelichting op het overzicht van baten en lasten.............................................................. 59
5
Besluit.......................................................................................................................................... 77
6
Bijlagen........................................................................................................................................ 79
1
6.1 6.2
Compensabele BTW voor deelnemende gemeenten........................................................... 80 Subsidies............................................................................................................................... 81
2
1 Inleiding 1.1 Algemene beschouwing Het werk dat wij doen is van, voor en door de gemeenten. Samenwerken aan regionale opgaven vraagt inzet vanuit de organisatie Holland Rijnland én vanuit de dertien gemeenten. Samen geven we invulling aan onze ambities en zorgen we dat Holland Rijnland een bloeiende regio blijft waar het fijn is om te wonen, werken en recreëren. 2024 was een bijzonder jaar voor Holland Rijnland. De organisatie heeft inhoudelijk een flinke stap gezet met de vaststelling van de Regionale Investeringsagenda (RIA) en de voorbereidingen van de actualisatie van de gemeenschappelijke regeling. Met de RIA gaan we onze leefomgeving tussen nu en 2050 gereedmaken voor de toekomst. Daarin maken we ambitieuze keuzes. In deze investeringsagenda zetten we in op het versterken van de regionale samenhang. We gaan 30.500 woningen bouwen en 20.000 banen toevoegen. We vertalen onze ambities naar vier opgaven: 1. Een bereikbare en verbonden regio 2. Een duurzame en energiezekere regio 3. Een economisch sterke en innovatieve regio 4. Een groene en klimaatbestendige regio. De agenda vormt een grote stap vooruit in samenwerking van de dertien gemeenten. We hebben daarmee gewerkt aan de verdere ontwikkeling van onze regio. Door als gemeenten de handen ineen te slaan nemen we de regie, werken we sneller en profiteren we van efficiëntie en schaalvoordeel.
Holland Rijnland is uiteraard meer dan alleen het ruimtelijk-economisch domein. In 2024 droegen we ook bij aan een efficiënte uitvoering van een aantal sociaal-maatschappelijke uitvoeringstaken: het Regionaal Bureau Leerrecht, de Regiotaxi en de Urgentiecommissie woonruimteverdeling. Het Regionaal Bureau Leerrecht gaf uitvoering aan het beleidsplan 2022-2025 en waarborgde het recht op onderwijs van kinderen en jongeren. Het team woonurgenties droeg zorg voor de rechtvaardige toepassing van de huisvestingsverordening op het gebied van urgentieverklaringen voor de meest kwetsbaren.
3
1.2 Leeswijzer In het vervolg van dit hoofdstuk leest u het rekeningresultaat 2024, de stemverhoudingen van het Algemeen Bestuur voor de deelnemende gemeenten en de samenstelling van het Dagelijks Bestuur. In hoofdstuk 2 vindt u de inhoudelijke verantwoording van de programma's Strategie & Beleid, Regionale Uitvoering en Bedrijfsvoering. Per programma geven we aan wat er in 2024 is bereikt, wat daarvoor is gedaan en welke kosten daarmee waren gemoeid. Hoofdstuk 3 bevat de paragrafen van de jaarstukken. Nieuw is de verantwoording over de ontvangen en afgehandelde klachten in de paragraaf Bedrijfsvoering. De jaarrekening is tot slot opgenomen in hoofdstuk 4 met daarin de balans, de toelichting op de balans en het overzicht van baten en lasten inclusief toelichting.Verder, vanaf verantwoordingsjaar 2023, legt het Dagelijks Bestuur (DB) verantwoording af over de rechtmatigheid in plaats van de accountant. Hiertoe toetste het DB het rechtmatig handelen van de organisatie op de drie criteria: het begrotingscriterium, het voorwaardencriterium en het misbruik & oneigenlijk gebruik criterium. Ook deze verantwoording hebben we opgenomen in dit hoofdstuk. Leeswijzer beleidsverantwoording: • Indicatie van de realisatie van voornemens en prestaties geven we aan de hand van een stoplicht.
De te beoordelen voortgang kan per activiteit verschillen: op kwaliteit (leveren we de beoogde kwaliteit?), op kwantiteit (halen we aantallen?) en/of tijd (vindt realisatie plaats volgens de planning). Hierin proberen we zo volledig mogelijk te zijn. We onderscheiden drie kleuren: • rood: activiteit niet gerealiseerd. • oranje: activiteit niet geheel gerealiseerd of activiteit gerealiseerd (output) maar effect van de gerealiseerde activiteit niet conform verwachting (wel output, geen outcome) • groen: activiteit en effect van activiteit gerealiseerd. Leeswijzer financiële tabellen: • Directe kosten: kosten voor leveringen, goederen en diensten die rechtstreeks ten laste komen van projecten in de programma’s; • Kosten werkorganisatie: kosten voor personeel, huur gebouw en dergelijke die via toerekening van uren worden verdeeld over de projecten in de programma’s; • Directe baten: baten die rechtstreeks ten gunste komen van projecten in de programma’s. Het gaat voornamelijk om subsidies van Rijk en provincie, aanvullende bijdragen en subsidies van gemeenten of bijvoorbeeld leges.
4
1.3 Rekeningresultaat In het jaar 2024 vervolgde Holland Rijnland de ingeslagen weg naar normaal. Met de voorbereidende werkzaamheden voor de vaststelling van de RIA en de actualisatie van de GR grotendeels achter de rug, richten we de blik op de reguliere taken van de organisatie. Daarnaast hield de organisatie de controle op de financiën. In een omgeving waarin het Ravijnjaar 2026 het discours beheerste, hield Holland Rijnland zowel beleidsmatig, uitvoerend als financieel koers. Dat zien we terug in het rekeningresultaat van 2024: we sluiten het jaar af met een resultaat voor bestemming van € 45K (Voordeel). Hoe is het resultaat opgebouwd? Met de laatste begrotingswijziging 2024 gaven we aan te verwachten uit te komen op een negatief resultaat van € 67K. In de resterende maanden stuurden we erop om een negatief resultaat te voorkomen. Daarin zijn we geslaagd. Het programma Regionale Uitvoering realiseerde ten opzichte van de begroting een positief resultaat van € 16K. Het resultaat van Strategie en Beleid is € 156K positief na onttrekkingen en toevoegingen aan de reserves en het resultaat van bedrijfsvoering bedraagt € 60K negatief ten opzichte van de begroting. Opgeteld bedraagt dit een voordeel van € 112K ten opzichte van de begroting. Gesaldeerd met het negatieve saldo van € 67K met de laatste begrotingswijziging komen we uit op een positief rekeningresultaat van € 45K.
Toelichting op hoofdlijnen Het programma Regionale Uitvoering sloot het jaar af met een positief resultaat van € 16K. Dit komt voornamelijk door een positief resultaat op het Regionaal Bureau Leerrecht waar vacatures later zijn ingevuld dan verwacht en we meer salarislasten hebben doorbelast aan derden wegens detacheringen. Het programma Strategie en Beleid sluit 2024 af met een positief resultaat van € 157K ten opzichte van de begroting na de toevoegingen en onttrekkingen aan de reserves. Dit is een optelsom van meerdere kleine meevallers of uitgestelde werkzaamheden op verschillende activiteiten. Het grootste verschil betreft een voordeel van € 58K op het project doorfietsroutes en een voordeel van € 71K op het product RIA. Op de bedrijfsvoering realiseerde Holland Rijnland een negatief resultaat ten opzichte van de begroting van € 61K. Dat verklaren we door hogere lasten dan begroot op het product overige baten en lasten waar we de lasten voor personeelsvoorzieningen hebben genomen (nadeel € 139K). Verder realiseerden we minder rentebaten dan verwacht met de turap, wegens een onvolkomenheid in de administratie bij IDA die in één keer met terugwerkende kracht is gecorrigeerd (nadeel € 65K). Op de overhead - de ondersteuning van het primaire proces - realiseerde Holland Rijnland juist een voordeel van € 143K ten opzichte van begroot.
5
1.4 Regionaal Investeringsfonds Het Regionaal Investeringsfonds (RIF) heeft als doel de bereikbaarheid en de leefbaarheid van de regio Holland Rijnland te verbeteren. Het is in 2007 ingesteld door de deelnemende gemeenten en bedoeld om vijf programma’s te financieren: 1. De Rijnlandroute 2. Het Hoogwaardig OV-netwerk Zuid Holland Noord (HOV-netwerk ZHN) 3. Het Programma Ontsluiting Greenport (POG) 4. Vitalisering Greenport Duin- en Bollenstreek (Greenport Ontwikkelings Maatschappij, GOM) 5. Regionaal Groenprogramma. In totaal dragen de gemeenten in tranches € 180.000.000 bij over de periode 2007-2024. De uitvoering van enkele projecten binnen het RIF loopt nog door na deze periode. Behalve de bijdragen van gemeenten hebben Rijk en provincie Zuid-Holland ook fors bijgedragen aan de realisatie van de projecten. In onderstaande tabel staat de verdeling inclusief de prognose totale uitgaven RIF:
Budget RIF
Realisatie t/m 2024
Prognose totale uitgaven RIF
Rijnlandroute
75.000.000
75.000.000
75.000.000
HOV-netwerk Zuid-Holland Noord
37.500.000
37.363.200
37.363.200
Noordelijke ontsluiting Greenport
37.500.000
13.000.000
37.500.000
Vitalisering Greenport Duin- en Bollenstreek (GOM)
10.000.000
10.000.000
10.000.000
Regionaal Groenprogramma
20.000.000
17.427.343
19.930.467
Totaal
180.000.000
152.790.543
179.793.667
Project
*Alle bedragen zijn exclusief rente
Bovenstaande tabel laat zien dat de RIF-gelden voor nagenoeg alle programma’s volledig worden benut. Bij het Groenprogramma is sprake van een lichte onderschrijding, Voor meer inhoudelijke informatie over het RIF verwijzen we naar paragraaf 2.1.4. Ten aanzien van het Groenprogramma, dat via de exploitatie van Holland Rijnland loopt, is nagegaan in hoeverre de projecten waaraan we bijdragen al zijn gerealiseerd. Hiermee is rekening gehouden in de administratie. De lasten zijn al opgenomen in de administratie terwijl de betaling door Holland Rijnland nog moet plaatsvinden. Pas bij de eindverantwoording vindt deze daadwerkelijke betaling plaats. In 2024 hebben de gemeenten de laatste begrote bijdrage van € 5.872.514 voldaan. Dit bedrag is direct in het fonds gestort. Naast de bijdragen van gemeenten ontvangt Holland Rijnland rentebaten op de middelen als inkomsten in het RIF. De rentebaten voegen we toe aan het fonds en houden we aan als buffer voor de uitvoering van projecten waar een mogelijke overschrijding op verwacht wordt. Daarnaast bieden de rentebaten de mogelijkheid de beheerskosten voor het RIF te dekken. Aangezien we tot op heden geen grote overschrijdingen verwachten op de RIF-projecten, is er eind 2024 door het Algemeen Bestuur besloten om € 1,8 miljoen van deze rentebaten op de RIF gelden
6
terug te betalen aan de deelnemende gemeenten. Deze terugbetaling vindt plaats in 2025. Het gaat hierbij over de rentebaten over de periode tot en met het jaar 2023. Stand per 1 januari 2024
29.763.199
Ontvangsten: Totaal ontvangen van de gemeenten
5.872.514
Rentebaten 2024
1.152.803
Totaal opbrengst
7.025.317
Uitgaven: Rijnlandroute
0
HOV-netwerk ZHN
0
Programma Ontsluiting Greenports (POG)
6.000.000
Vitalisering Greenport Duin- en Bollenstreek (GOM)
0
Regionaal Groenprogramma
542.392
Personeelslasten
110.468
Terugbetaling RIF gelden aan gemeenten t/m 2023
1.883.866
Totaal besteed
8.536.725
Stand per 31 december 2024
28.251.791
Verantwoording Verantwoord op ontvangen RIF-gelden
26.418.955
Rentecorrectie op ontvangen RIF-gelden
685.037 27.103.992
Rente saldo
1.147.799
Totaal
28.251.791
7
Overzicht RIF-bijdrage per gemeente
Bijdrage t/m 2023
Kaag & Braassem
5.817.320
284.345
6.101.665
Hillegom
6.695.752
243.847
6.939.599
Katwijk
27.631.409
1.166.355
28.797.764
Leiden
48.183.670
2.033.891
50.217.561
Leiderdorp
8.565.330
Lisse
6.414.259
270.754
6.685.013
Noordwijk
15.097.367
637.278
15.734.645
Oegstgeest
6.278.211
265.011
6.543.222
Teylingen
11.462.416
483.842
11.946.258
Voorschoten
8.964.711
378.411
9.343.122
Zoeterwoude
2.577.030
108.780
2.685.810
147.687.475
5.872.514
153.559.989
685.037
0
685.037
148.372.512
5.872.514
154.245.026
8.627.300
0
8.627.300
754.974
0
754.974
Leiden: aanvullende bijdrage RIF - 2e tranche Rijnlandroute
16.372.700
0
16.372.700
Totaal
174.127.486
5.872.514
180.000.000
Subtotaal exclusief rentecorrectie Rentecorrectie Subtotaal inclusief rentecorrectie Katwijk: aanvullende bijdrage RIF - 2e tranche Rijnlandroute Leiderdorp: aanvullende bijdrage RIF - 2e tranche Rijnlandroute
8
Bijdrage 2024
Bijdrage t/m 2024
8.565.330
1.5 Bestuur De regio Holland Rijnland bestaat uit dertien gemeenten: Alphen aan den Rijn, Hillegom, Kaag en Braassem, Katwijk, Leiden, Leiderdorp, Lisse, Nieuwkoop, Noordwijk, Oegstgeest, Teylingen, Voorschoten en Zoeterwoude. Deze regiogemeenten worden vertegenwoordigd door de 33 leden van het Algemeen Bestuur. Het Algemeen Bestuur kwam in 2024 vijf keer bijeen voor een vergadering, op 31 januari, 3 april, 26 juni, 23 oktober en 18 december. Algemeen bestuur en stemverhouding per 31 december 2024 Gemeente
Aantal AB leden
Stem per lid
totaal
1.
Alphen aan den Rijn
3
1 x 18 stemmen 1 x 17 stemmen 1 x 1 stem
36
2.
Hillegom
2
1 x 5 stemmen 1 x 4 stemmen
9
3.
Kaag en Braassem
2
1 x 5 stemmen 1 x 4 stemmen
9
4.
Katwijk
3
2 x 10 stemmen 1 x 1 stem
21
5.
Leiden
4
1 x 19 stemmen 1 x 18 stemmen 2 x 1 stem
39
6.
Leiderdorp
2
1 x 5 stemmen 1 x 4 stemmen
9
7.
Lisse
3
2 x 4 stemmen 1 x 1 stem
9
8.
Nieuwkoop
3
2 x 4 stemmen 1 x 1 stem
9
9.
Noordwijk
2
1 x 8 stemmen 1 x 7 stemmen
15
10.
Oegstgeest
2
1 x 5 stemmen 1 x 4 stemmen
9
11.
Teylingen
2
2 x 6 stemmen
12
12.
Voorschoten
3
2 x 4 stemmen 1 x 1 stem
9
13.
Zoeterwoude
2
1 x 2 stemmen 1 x 1 stem
3
Totaal
33
189
9
Samenstelling van het Dagelijks Bestuur per 31 december 2024 P.J. Heijkoop
Voorzitter en portefeuillehouder Algemeen Bestuurlijke Zaken
J.W.E. Spies
Vicevoorzitter en portefeuillehouder Ruimte
R.J. van Duijn
Portefeuillehouder Economie
P. de Bruijn
Portefeuillehouder Bestuur en Middelen
Y. van Delft
Portefeuillehouder Duurzaamheid, Energie en Groen
I.G. Mostert
Portefeuillehouder Mobiliteit
J.A.C. Langeveld
Portefeuillehouder Maatschappij en Wonen
L.P. Vokurka
Secretaris-Directeur
10
2 Jaarverslag Programma verantwoording 2.1 Programma Strategie en Beleid In de inleiding benoemden we al in het kort de verschillende werkzaamheden die we uitvoeren binnen het programma Strategie en Beleid van Holland Rijnland. In 2024 is er gewerkt aan de uitvoering op de volgende onderdelen: • • • • •
Regionale Investeringsagenda Toekomstverkenningen Projecten Fondsen en Subsidies Regionaal Beleid en Monitoring
Met het vaststellen van de Regionale Investeringsagenda - de inhoud in april, en het “hoe” in december - in het AB van Holland Rijnland, is daarmee een belangrijk kader vastgesteld voor regionaal samenwerken. Dat biedt houvast voor inzet en prioritering voor de komende jaren. In dit hoofdstuk gaan we per product in op het antwoord op de vragen ‘wat hebben we bereikt en wat hebben we daarvoor gedaan’. Tot slot laten we zien wat het heeft gekost.
2.1.1 Regionale Investeringsagenda De Regionale Investeringsagenda is een overtuigend, gezamenlijk verhaal over de opgaven en een aantal concrete investeringsprojecten voor de regio Holland Rijnland. Hiermee positioneren we onszelf als regio bij andere overheden en kunnen bij hen gericht aankloppen voor cofinanciering van de investeringsprojecten. De Regionale Investeringsagenda bestaat uit een drietal gebiedsgerichte programma’s. Daarmee komen we tot concrete projecten die bijdragen aan een duurzame ontwikkeling van onze regio: • de Stedelijke As, • het Groene Hart, • de Duin- en Bollenstreek. Wat hebben we bereikt en wat hebben we daarvoor gedaan?
Op 3 april stelde het AB (Algemeen Bestuur) de Regionale Investeringsagenda vast. Hiermee werd een belangrijke basis gelegd om aan de slag te gaan met de veertien projecten uit de projectenportefeuille en het Thematisch Fonds. Met de vaststelling van de RIA is afgesproken, voordat de financiële middelen worden vrijgegeven, een beheersverordening op te stellen waarin bestuurlijke spelregels zijn gevat voor hoe we samenwerken met de investeringsagenda. In de loop van 2024 is de verordening opgesteld en voor zienswijze voorgelegd bij de dertien gemeenteraden. Op 18 december stelde het AB de verordening vast. Hiermee gaat het werken aan de veertien projecten uit de RIA echt van start. Naast de veertien projecten uit de projectenportefeuille, is er het in te richten Thematisch Fonds. Om kader aan het fonds te geven, worden thematische programma's opgesteld. De definitieve uitwerking van de thematische programma's gebeurt in Q1 2025. Tijdens het AB van 26 maart worden de thematische programma's vastgesteld. Met de vaststelling van de thematische programma's staat het Thematisch Fonds open voor aanvragen
11
2.1.2 Toekomstverkenningen Voor de thema’s Openbaar vervoer, Economie en Groenprogramma 2.0 is verder denkwerk nodig om als regio onze positie hierin te bepalen. In 2023 startten we samen met de gemeenten met dit denkwerk. In 2024 gingen we over tot uitvoering. 2.1.2.1 Openbaar Vervoersvisie Beoogd doel Een gedragen visie en strategie voor het openbaar vervoersysteem 2050 in Holland Rijnland. Deze visie schetst hoe het OV-netwerk bijdraagt aan het accommoderen van verstedelijkingsopgaven, het versterken van economische potentie, het invulling geven aan milieu- en klimaatopgaven en het verbeteren van gezondheid, veiligheid en leefomgeving. Bij het opstellen hanteren we als specifieke aandachtspunten: de instandhouding van de bereikbaarheid van het platteland, de veranderende wensen en eisen van klimaat- en milieuwetgeving, de ondersteunende functie van het OV-netwerk voor de verdere ontwikkeling van de Stedelijke As en de ruimtelijke en maatschappelijke ontwikkelingen in de regio’s en gemeenten om Holland Rijnland heen. Wat hebben we bereikt en wat hebben we daarvoor gedaan?
Het vaststellen van een concept van de ov-visie 2050 in 2024 is niet gelukt. Wel stelden we in 2024 een startdocument op met bestuurlijke en ambtelijke steun om te komen tot twee “sporen” rondom een OV-visie: een OV-visie ontwikkelen en een lobbytraject. In Q1 van 2025 geven we de opdracht aan een onderzoekbureau om een rapport op te stellen voor de OV-visie. Het lobbytraject wordt in een later stadium vormgegeven en gestart. Qua planning koersen we op vaststelling van de visie in 2025.
2.1.2.2 Economische visie Beoogd doel Ontwikkelen van een scherp economisch profiel voor de regio, voornamelijk geënt op verbinding van economische activiteiten op het gebied van gezondheid, circulariteit en maakindustrie. We versterken de banden tussen de kennisclusters en het mkb in de regio, waarbij brede welvaart centraal staat. Dat betekent dat economische groei in balans is met zaken als gezondheid, onderwijs, milieu, leefomgeving, sociale cohesie, persoonlijke ontplooiing en veiligheid.
12
Wat hebben we bereikt en wat hebben we daarvoor gedaan?
Allereerst is onderzoek uitgevoerd naar het economisch profiel van de regio, waaruit een aantal sterke sectoren naar voren kwamen. De sectoren hightech, zorg, onderwijs, bio-science, greenports en bouw leveren de belangrijkste bijdragen aan de regionale economie. Het onderzoek, uitgevoerd door Atlas Research, is in juni 2024 opgeleverd en door het Dagelijks Bestuur vastgesteld. Vervolgens stelden we een Regionaal Economisch Koersdocument op, waarin de focus van de regio is verwoord door de inzet op de sterke (toekomstbestendige) sectoren en de versterking van de economische clusters en ecosystemen. We streven naar een inclusieve arbeidsmarkt waarin alle talenten tot hun recht komen en stimuleren cluster overstijgende innovatie ten behoeve van de maatschappelijke opgaven. De economische koers geeft richting op waar de regio de samenwerking vormgeeft en de capaciteit en de middelen op worden ingezet. Het Dagelijks Bestuur besprak he koersdocument in december 2024. Op 26 maart 2025 wordt het ter vaststelling aangeboden aan het Algemeen Bestuur.
2.1.2.3 Groenprogramma 2.0 Beoogd doel: Realiseren van projecten op het gebied van natuur, biodiversiteit en recreatie die zijn gecofinancierd uit het Groenprogramma (GP). Gezien het succes van het GP besloot het Algemeen Bestuur om het programma voort te zetten in de vorm van een Thematisch programma Groen en Klimaatbestendig in de Regionale Investeringsagenda (RIA). Daarnaast zijn in de RIA twee prioritaire (investerings)projecten opgenomen die raakvlakken hebben met het Thematisch programma Groen en Klimaatbestendig. Dit zijn: project 10, Groenblauw Raamwerk en project 11, Benutten en versterken landschappelijke kwaliteiten.
We hebben gewerkt aan de evaluatie en afronding van het huidige Groenprogramma (2026). De uitkomsten van de evaluatie gebruikten we als input voor de RIA en het daarbij bijbehorende Thematisch programma Groen en Klimaatbestendig. In 2024 realiseerden we onder andere het project bloemrijke bermen in Noordwijk en delen van het project Singelpark in Leiden. Daarnaast bestemden we, in samenwerking met Leidse Ommelanden en Duin- en Bollenstreek, het restantsaldo van dit programma.
2.1.3 Projecten Aan de hand van projecten of programma's beogen we concrete doelstellingen te realiseren. Hier is sprake van een duidelijk begin en eind, met een concreet resultaat. De huidig lopende projecten zijn: Regionale Energie Strategie, Doorfietsroutes, Regiodeal Sierteeltregio en Kantorenen bedrijventerreinenstrategie. 2.1.3.1 Regionale Energie Strategie Beoogd doel: De regio heeft de ambitie om in 2050 een energieneutrale regio te zijn. De aanpak van de onderwerpen energie en energietransitie loopt momenteel vooral via de lijnen van de Regionale Energie Strategie (RES) waarbij de formele en besluitvormende rol ligt bij de gemeenten, de provincie en de waterschappen. Na de vaststelling van de RES constateerde de regio in 2023 dat
13
er onvoldoende resultaat wordt behaald. Daarnaast heeft netcongestie een steeds grotere impact op de regio. Om de samenwerking te versterken, is in 2023 het Energieprogramma Holland Rijnland vastgesteld. Dit programma vormt de basis voor de samenwerking op het gebied van energie in toekomstige jaren. Hierbij kijken we breed naar het energiesysteem in zijn geheel en zoomen we in op de regionale aspecten van de warmtetransitie en de opwekopgave. Wat hebben we bereikt en wat hebben we daarvoor gedaan?
In de samenwerking op het energieprogramma is veel bereikt in 2024. We ontwikkelden het Toekomstbeeld voor het energiesysteem van 2050. Dit toekomstbeeld geeft inzicht waar de regio op kan sturen om te komen tot een robuust energiesysteem. Wat de gemeenten kunnen doen om daar te komen, vertaalden we naar een actieagenda. Deze werken we in 2025 verder uit en zal in de individuele colleges worden vastgesteld. De taskforce netcongestie hielp de gemeenten bij het vlottrekken van ruimtelijke processen rondom onderstations. Met relatief weinig middelen werden grote vertragingen voorkomen. Ook is inzet gepleegd op energyhubs, batterijen en solarcarports. De opdracht op het gebied van warmte is om te werken aan vergroting van de haalbaarheid en borging van de regionale samenhang. Hierbij zijn de volgende conclusies getrokken • Bronnenonderzoek: er is potentieel voldoende warmte • Meerwaarde onderzoek: welke transport verbinding tussen de gemeenten hebben meerwaarde? Het best verbonden netwerk komt hieruit als meest gunstig • Governance en kavelstrategie: het verbinden van regionale bronnen tussen gemeenten, vraagt om samenwerking en onderlinge afstemming. Ook stemmen de gemeenten in de regio de inrichting van de kavels af Om de haalbaarheid te vergroten, ondersteunt de taskforce Warmte gemeenten.
DIt is onder andere bij communicatie- en participatieprocessen en het maken van schetsontwerpen van wijken in Leiden. Aardwarmte Rijnland kreeg ondersteuning bij het ontwikkelen van een kavelstrategie. Daarnaast doorliepen we in de provincie Zuid-Holland een intensief traject om tot een betere samenwerking te komen tussen de gemeenten onderling en om tot betere randvoorwaarden te komen van het Rijk om tot realisatie te komen. Dit resulteerde in een advies aan de minister van Klimaat en Groene Groei dat gedeeltelijk werd overgenomen.
2.1.3.2 Doorfietsroutes Beoogd doel: Het organiseren, optimaliseren en realiseren van een sluitend gezond en energiek doorfietsnetwerk tussen de kernen en werkgebieden in de regio. Dit betreft 150 à 200 kilometer nog te realiseren doorfietspaden. Wat hebben we bereikt en wat hebben we daarvoor gedaan?
In 2024 rondden we het onderzoek naar de actualisatie van het doorfietsroutenetwerk Holland Rijnland af. Aan de hand van dit onderzoek, stellen we een programmaplan op voor het RIA-project Doorfietsen. Dit programmaplan is naar verwachting gereed in Q1 2025. In het onderzoek benoemen we vier prioritaire routes. Voor een van deze routes, de route Katwijk-Oegstgeest-Leiden, startten we in Q4 2024 met een verkennend onderzoek. In het kader van de Mobiliteitsaanpak Noordelijke Duin- en Bollenstreek & Haarlemmermeer benoemden we drie kansrijke doorfietsroutes voor de te nemen fietsmaatregelen. Eind 2024 stelde de stuurgroep de prioritering voor deze kansrijke routes vast. Het Regionaal Management Team stelde het plan van aanpak vast. Aan de hand van dit plan van aanpak starten we in Q1 2025 met de verkenning van twee doorfietsroutes in de Noordelijke Duin- en Bollenstreek.
14
2.1.3.3 Regio Deal Sierteeltregio Beoogd doel: We streven naar de realisatie van een Regio Deal voor de drie Greenportregio's, gericht op de versterking van de brede welvaart met de dimensies ‘hier en nu’, ‘later’ en mogelijk ‘elders’. De speerpunten van de Regio Deal zullen zijn: arbeidsinzet, duurzaamheid en circulariteit. We beogen een transitie waarin people, planet, profit (PPP) hand in hand gaan. Dit doen we gebiedsbreed; we beperken ons niet tot de bedrijven en mensen die in de greenport zelf actief zijn. Wat hebben we bereikt en wat hebben we daarvoor gedaan?
In februari 2024 werd de Regio Deal aanvraag voor de sierteeltregio, zoals ingediend bij het ministerie van Binnenlandse Zaken in oktober 2023, niet geselecteerd voor het sluiten van een Deal tussen de regio en het Rijk. De vijfde tranche Regio Deals pakte niet positief uit voor de Sierteeltregio. Vanaf maart 2024 t/m oktober 2024 is gewerkt aan een nieuwe Regio Deal aanvraag voor de Sierteeltregio, voor de zesde en tevens laatste tranche Regio Deals. Op 31 oktober is de nieuwe aanvraag bij de Rijksoverheid (coördinerend ministerie VRO) ingediend. Op basis van feedback vanuit de ministeries, werd de aanvraag aangepast. De doelgroepen uit de Sierteeltregio en de kwetsbare groepen brachten we beter in beeld en daarop richtten we de aanvraag. Brede welvaart en niet de sector staat centraal. De contacten met de ambtenaren van provincie Noord- en Zuid-Holland en de betrokken ministeries werden beter aangehaald dan bij de eerdere aanvraag. De kansrijkheid op de selectie van Regio Deals voor de zesde tranche werd daarmee verhoogd. Inmiddels is bekend dat onze Regio Deal is geselecteerd voor verdere uitwerking.
2.1.3.4 Kantoren- en bedrijventerreinenstrategie Beoogd doel: Voor het maken van de juiste afwegingen in het benutten van schaarse ruimte, is goed inzicht in de behoefte naar bedrijventerreinen en kantoorruimten voor gemeenten essentieel. Op basis van dit inzicht stellen we een regionale kantorenstrategie en een regionale bedrijventerreinenstrategie op die beantwoordt welk soort kantoren en bedrijvigheid we waar in de regio willen faciliteren. Afronding van de actualisatie van de regionale kantorenstrategie is gepland voor het zomerreces in 2025.
Kantorenstrategie Na het ontvangen van het verzoek van de provincie tot actualisatie van de kantorenstrategie, startte in oktober 2024 de actualisatie. De kantorenstrategie vormt de onderlegger voor de ruimtelijke ontwikkeling voor kantoorruimten. De afgeronde kantorenmonitor (zie 2.1.6.4) wordt meegenomen als bron in de actualisatie. Uitvoering en afronding lopen door tot Q1 2025. Vervolgens zal de provincie voor de zomer 2025 een besluit nemen over de aanvaarding van de kantorenstrategie. Bedrijventerreinenstrategie. De bedrijventerreinenstrategie liep eerder dit jaar vertraging op doordat vanuit de subregio's eerst de subregionale onderdelen werden uitgewerkt. In september 2024 stelde het Dagelijks Bestuur van Holland Rijnland de bedrijventerreinenstrategie vast en bood deze aan Gedeputeerde Staten van provincie Zuid-Holland aan. Eind oktober 2024 aanvaardde de provincie de bedrijventerreinenstrategie. Daarmee is de bedrijventerreinstrategie afgerond.
15
2.1.4 Fondsen en subsidies Holland Rijnland beheert een aantal fondsen en subsidies. Deze dragen bij aan de ambities van de regiogemeenten met financiële bijdragen aan een groot aantal concrete projecten in alle gemeenten. De fondsen zijn: het Regionaal Investeringsfonds (RIF), het Cofinancieringsfonds, LEADER en de provinciale subsidieregeling mobiliteit. 2.1.4.1 Regionaal Investeringsfonds (RIF) Beoogd doel: Het Regionaal Investeringsfonds met een omvang van € 180 mln werd in 2008 ingesteld om, via cofinanciering, de bereikbaarheid en de leefbaarheid van de regio te verbeteren. De middelen werden ingezet voor een vijftal projecten/programma’s: • RijnlandRoute. Hiervan is de looptijd verlengd tot 2025. • Hoogwaardig OV-netwerk Zuid-Holland Noord. Hiervan is de looptijd verlengd tot 2027. Het behelst de volgende grote HOV-projecten: • HOV-corridor Leiden-Katwijk-Noordwijk (HOV-bus) • Spoorcorridor Leiden-Utrecht (trein) • Alphen aan den Rijn-Gouda (trein) • Programma Ontsluiting Greenport (POG). Dit programma betreft de volgende maatregelen: • Mobiliteitsaanpak Noordelijke Duin- en Bollenstreek • Maatregelen Middengebied Duin- en Bollenstreek HOV-corridor • Noordwijk-Schiphol Het POG liep tot eind 2022. Voor een aantal maatregelen uit het POG zijn nog geen uitvoeringsovereenkomsten afgesloten en is ruimte voor herprioritering. • Vitalisering Greenport Duin- en Bollenstreek.
• Regionaal Groenprogramma. Uit het groenprogramma zijn uitvoeringsovereenkomsten (UO) voortgekomen tussen Holland Rijnland en de Landschapstafels/clusters van gemeenten (Leidse Ommelanden, Duin- en Bollenstreek en Duin, Horst & Weide). De overeenkomsten behelzen de realisatie van projecten op het gebied van landschap, recreatie en natuur. In het Groenprogramma zijn de resterende middelen toebedeeld aan verschillende projecten. De looptijd is verlengd tot 2025.
16
Wat hebben we bereikt en wat hebben we daarvoor gedaan?
De geplande activiteiten op het product RIF zijn deels gerealiseerd en deels uitgesteld met een verlenging van de looptijd. Vanuit het Groenprogramma (GP) zijn de volgende projecten gerealiseerd: • Biodivers Biosciencepark • Renovatie Landschuurtjes (Duin- en Bollenstreek) • Engelse- en Franse tuin st. Bavo (Noordwijk) Verder hebben we het GP geëvalueerd. Twee van de belangrijkste conclusies zijn dat het GP de samenwerking tussen gemeenten vergrootte en bijdroeg aan een aanzienlijke cofinanciering van externe partijen. Ten aanzien van het POG geldt het volgende. De besluiten genomen in het Algemeen bestuur over de verlenging van de looptijd van projecten en de inzet van middelen Piet Gijzenbrug, zijn geformaliseerd. Met de gemeente Noordwijk is een projectovereenkomst gesloten en inmiddels zijn de (onderzoeks-)werkzaamheden gestart. Tevens is een eerste aanzet gegeven voor de lobbyactiviteiten met betrekking tot Leiden Utrecht Beter Bereikbaar. Het project Tweede Sluis heeft vertraging opgelopen. In 2025 verwacht Holland Rijnland uitsluitsel te geven over de toekomst van het project.
2.1.4.2 Cofinancieringsfonds Beoogd doel: Bevorderen van regionale, bovengemeentelijke initiatieven met een innovatief karakter die bijdragen aan het realiseren van de opgaven van Holland Rijnland. Wat hebben we bereikt en wat hebben we daarvoor gedaan?
Met een bijdrage uit het cofinancieringsfonds zijn in 2024 een aantal projecten afgerond. Het gaat onder meer om: • Pilot gewasbescherming in de Duin- en Bollenstreek met behulp van drones, satellieten en data (project Remote Sensing 1). • Schoonwatervoorziening in de greenport Boskoop • Plasmatoorts van Circulair Changes binnen de gemeente Alphen aan den Rijn • Groene Hart Waterstof project • Duurzame mobiliteit Unmanned Valley (fase 2) In 2024 ondersteunde het cofinancieringsfonds een aantal initiatieven uit de regio met een bijdrage. Het gaat om: • Kwartiermaker voor een gezamenlijke human capital aanpak voor de Greenports Boskoop en Duin- en Bollenstreek. De partijen werken toe naar een deelakkoord vanuit de Economic Board Zuid-Holland. • Human Capital versterking via Technolab. Technolab werkt ook toe naar een deelakkoord met de Economic Board ZuidHolland. Bovenstaande projecten voldoen aan de voorwaarden zoals gesteld in het cofinancieringsfonds. Hiermee bevordert Holland Rijnland regionale, bovengemeentelijke initiatieven met een innovatief karakter die bijdragen aan het realiseren van de opgaven van Holland Rijnland. Daarnaast werkten we in 2024 samen met partijen voor een passende aanvraag uit het cofinancieringsfonds. Deze zullen in 2025 worden aangevraagd.
2.1.4.3 LEADER Beoogd doel: Ondersteuning van initiatieven die bijdragen aan de economische versterking en leefbaarheid van het platteland. Holland Rijnland neemt deel aan het Europese Leaderprogramma Holland Rijnland (2016-2022), waarvan enkele projecten doorliepen tot en met 2024 en in 2025 worden afgesloten.
17
In de nieuwe periode, 2023-2027, is LEADER Hollandse Plassen weer onderdeel van het Europese landbouw- en plattelandsbeleid. Dit keer valt het binnen het Nationaal Strategisch Plan dat grofweg uit twee pijlers bestaat: • Pijler 1: directe subsidies voor agrariërs; • Pijler 2: subsidies voor plattelandsontwikkeling. Wat hebben we bereikt en wat hebben we daarvoor gedaan?
Voor LEADER Holland Rijnland (2016-2022) zijn in 2024 een aantal projecten afgerond, waaronder de gras-groene verbinding (Alphen aan den Rijn), herontwikkeling Wagenloods Landlustweg (Alphen aan den Rijn) en Betekenisvol bezoekerf Hoeve Kazan (Nieuwkoop). De projecten hebben positief bijgedragen aan de economische versterking en leefbaarheid van de regio. Er zijn nog zes projecten in uitvoering. Deze dienen uiterlijk op 31 maart 2025 te zijn afgerond. In april 2024 ging het nieuwe programma Leader Hollandse Plassen (2023-2027) van start. Er zijn circa tien projecten ingediend waarvan acht zijn goedgekeurd en een subsidie gaan ontvangen via de provincie. Holland Rijnland maakt het mogelijk dat beide programma's kunnen worden uitgevoerd. Holland Rijnland fungeert als kassier, rechtspersoon en inhoudelijk adviseur.
2.1.4.4 Provinciale subsidieregeling mobiliteit Beoogd doel: Reductie van het aantal verkeersslachtoffers in Holland Rijnland. Daarbij zetten we in op een permanente verbetering van de verkeersveiligheid door educatie en voorlichting aan verkeersdeelnemers in alle leeftijdsgroepen. De basis hiervoor is het Regionaal Plan Verkeersveiligheid. Wat hebben we bereikt en wat hebben we daarvoor gedaan?
In 2024 voerden we alle projecten uit het Actieprogramma Verkeersveiligheid uit. De gemeenten gaven uitvoering aan hun eigen lokale projecten gedragsbeïnvloeding. Hiervoor ontvingen zij – via ons – provinciale subsidie. In september dienden we bij provincie Zuid-Holland een subsidieaanvraag in van € 2.261.105 euro, voor regionale en lokale projecten gedragsbeïnvloeding voor de jaren 2025-2027. In mei hebben stelden we, op verzoek van de Provincie, een verdeling vast van € 2.850.055 euro subsidie voor lokale infrastructurele projecten.
18
2.1.5 Regionaal beleid en monitoring Onder dit product vallen de beleidsontwikkeling van en monitoring op de regionale beleidsthema's Wonen, Openbaar vervoer, Schiphol, Kantorenmonitor, Arbeidsmarktparticipatie en Huisvesting asielzoekers. 2.1.5.1 Wonen Beoogd doel: Maken van regionale afspraken (in de Regionale Woonagenda) over de realisatie van de regionale opgave voor de bouw van 30.500 nieuwe woningen voor 2030. In de Regionale Woonagenda stemmen we de regionale woningbouwopgave af met andere regionale ruimteclaims en anticiperen we op de gevolgen voor onder andere de mobiliteit en de elektriciteitsvoorziening. We besteden aandacht aan kwantiteit en kwaliteit: de juiste woning op de juiste plek. Net als op alle andere vlakken, is samenwerking met het Rijk, de provincie Zuid-Holland en andere partners cruciaal, aangezien dit procedures aanzienlijk kan versnellen. In de regionale woondeal Holland Rijnland zijn afspraken gemaakt met het Rijk, de provincie Zuid-Holland, het hoogheemraadschap, de gemeenten en de woningcorporaties over ieders rol en verantwoordelijkheid. Tot slot streven we middels onze regionale Huisvestingsverordening naar een rechtvaardige en doelmatige verdeling van de schaarse woningen in de sociale sector. Wat hebben we bereikt en wat hebben we daarvoor gedaan?
•
•
•
• •
•
Gedurende het jaar hebben we samen met gemeenten, corporaties en huurders een zorgvuldig proces doorlopen voor de actualisatie van de regionale Huisvestingsverordening. In de regionale Huisvestingsverordening maken we met elkaar afspraken over de verdeling van sociale en middeldure huurwoningen in de regio. Initieel was de planning om eind 2024 de conceptverordening vrij te geven voor zienswijzen. In november heeft het DB op advies van de commissie Wonen besloten drie maanden extra te nemen, omdat er nog geen overeenstemming is bereikt over de toewijzing van middenhuurwoningen. Ter inzagelegging is nu voorzien voor eind maart 2025, met het voornemen de verordening vast te stellen in het Algemeen Bestuur in oktober 2025. Net als elk jaar, regisseerde het Dagelijks Bestuur het proces van het regionaal woningbouwprogramma. Dit is het bouwprogramma voor de komende tien jaar, bestaande uit alle woningbouwplannen in de regiogemeenten. Ook in 2014 zagen we dat gemeenten meer sociale huurwoningen in de programmering opnamen: regionaal is meer dan 34% van de nieuwbouwwoningen een sociale huurwoning. Net als elk jaar stelde het Dagelijks Bestuur aan het eind van 2024 het aantal contingentplekken vast voor het volgende jaar. Voor het eerst ging dit vooraf aan een halfjaarlijkse monitor, die in september werd besproken met de commissie wonen en maatschappij.
Dit gaf een eerste inzicht in de benutting van het aantal plekken. Uiteindelijk is het aantal plekken voor 2025 vastgesteld op 250, op voorstel van Holland Rijnland Wonen en op advies van de commissie wonen, de commissie maatschappij en de beleidscommissie woonruimteverdeling. In oktober was het Dagelijks Bestuur medeondertekenaar van de Bestuurlijke Overeenkomst Ontwikkeling Gnephoek. Voorafgaand aan deze ondertekening ondernam het Dagelijks Bestuur actie om de regionale afspraken uit de huisvestingsverordening en Regionale Woonagenda hierin goed te laten landen. In juni 2023 werd de Regionale Woonagenda vastgesteld. Hierin maakten gemeenten afspraken over hoeveel we bouwen, wat voor woningen, waar in Holland Rijnland en voor wie. Om vinger aan de pols te houden over de uitvoering van die afspraken, bood het Dagelijks Bestuur inzicht in de voortgang van de afspraken via de ‘Monitor RWA 2023’. Deze monitor is gedeeld met de commissie wonen en laat zien op welke afspraken goede voortgang wordt gemaakt en waar extra inzet nodig is. Vanuit het Dagelijks Bestuur is in 2024 het instrument ‘regionale Versnellingstafel’ verder versterkt. Dit leidde tot een aantal concrete resultaten: Elf projecten zijn versneld, de experts van het RVO Expertteam Woningbouw zijn actief (geweest) op acht projecten en het inzicht in de projectplanning is sterk verbeterd.
19
•
• •
We organiseerden een inspiratiesessie met corporatiebestuurders en wethouders wonen, waarin is besproken hoe gemeenten en corporaties nog beter kunnen samenwerken om de doelstelling van 30% sociale huur door corporaties te realiseren, zoals vastgesteld in de regionale woondeal. De sessie droeg bij aan wederzijds begrip en versteviging van de relatie. Tijdens de ambtelijke regiodag zijn vier ambtelijke informatiesessies georganiseerd, waarbij we aandacht besteedden aan de contingentregeling, het invullen van de planregistratie, de monitor van de RWA en de betaalbaarheid van woningen. We voerden het secretariaat voor vier beleidscommissies woonruimteverdeling. Dit is een bestuurlijk overleg tussen drie vertegenwoordigers van gemeenten, drie van corporaties en drie vanuit huurdersorganisaties. Dit overleg draagt bij aan nog beter regionaal woningbouwbeleid, omdat het ook de blik van de huisvesters en de bewoners meeneemt.
2.1.5.2 OV-concessies Beoogd doel: We streven naar een pakket van buslijndiensten dat voldoet aan de bereikbaarheidswensen van alle kernen in de regio. Daarnaast streven we, samen met provincie Zuid-Holland, NS en ProRail, naar een frequentieverhoging gedurende de hele dag op de spoorcorridor Leiden-Utrecht. Holland Rijnland coördineert voor de gemeenten van de regio's Holland Rijnland en Midden-Holland de inbreng richting concessieverlener en concessienemer. Wat hebben we bereikt en wat hebben we daarvoor gedaan?
De OV-concessie Zuid-Holland Noord is gegund aan Qbuzz. In 2024 werkte Qbuzz aan de uitrol van deze concessie welke op 15 december 2024 daadwerkelijk van start ging. Lopende het jaar rezen er twijfels over de haalbaarheid wat betreft voldoende chauffeurs, voldoende materieel en het op tijd realiseren van de nieuwe remises. Het standpunt van Qbuzz was dat de voorbereidingen op schema lagen. Echter, de eerste ervaringen met de nieuwe concessie kwamen de laatste weken van 2024 niet overeen met de eerder gewekte verwachtingen. Holland Rijnland coördineert voor de gemeenten van de regio's Holland Rijnland en Midden-Holland de inbreng richting concessieverlener en concessienemer. Daarmee stroomlijnde Holland Rijnland de input van gemeenten richting Qbuzz en de reactie van Qbuzz richting gemeenten.
2.1.5.3 Schiphol Beoogd doel: Herziening van het luchtruim en de cumulatieregeling geluid, maken inzet van Holland Rijnland op het Schipholdossier nodig. Aangezien het huidige debat wordt gedomineerd door Noord-Hollandse partijen, brengt Holland Rijnland een geluid vanuit de regio.
20
Wat hebben we bereikt en wat hebben we daarvoor gedaan?
Holland Rijnland is er voldoende in geslaagd de stem van de regio te laten horen in verschillende gremia. Het contact en de samenwerking met de Omgevingsdienst West-Holland en de provincie Zuid-Holland is nauw en werd ook intensiever in 2024. Zo is er een ambtelijk clusteroverleg over Schiphol met Holland Rijnland, de Omgevingsdienst West-Holland en de provincie Zuid-Holland. We zitten als Holland Rijnland bij de ambtelijke overleggen over de Bestuurlijke Regie Schiphol, we hebben een Zuid-West Cluster met verschillende bestuurders uit de regio Holland Rijnland samen met de Omgevingsdienst en we zitten aan tafel wat betreft het cumulatiebeleid waardoor we op verschillende manieren zijn aangehaakt op het Schipholdossier. Zo vertegenwoordigen we ook de stem van de regio. Wel kan de onderlinge afstemming en rolverdeling verder verbeteren. Momenteel spelen het nieuwe Luchthavenverkeersbesluit en de cumulatieregeling een belangrijke rol in het Schipholdossier. Met de eerdergenoemde overleggen is getracht om de wensen en eisen van de regio op het gebied van geluid/zichtoverlast aan te kaarten.
2.1.5.4 Kantorenmonitor Beoogd doel: Inzichtelijk maken hoe regionaal vraag en aanbod van kantoren zich ontwikkelt, met speciale aandacht voor leegstand. Wat hebben we bereikt en wat hebben we daarvoor gedaan?
De kantorenmonitor is conform opdracht uitgevoerd in januari 2024. De monitor laat zien welke mutaties zich voordeden op de kantorenmarkt in het afgelopen jaar (2023). De trend wijkt niet af van voorgaande jaren. De vraag voor kantoorruimte in nabijheid van grote OV-locaties is hoog en het aanbod is schaars. De uitkomsten van de kantorenmonitor nemen we mee in de actualisatie van de regionale kantorenstrategie.
2.1.5.5 Arbeidsmarktparticipatie Beoogd doel: Binnen de arbeidsmarktregio Holland Rijnland werken gemeenten, UWV en sociale partners samen om de dienstverlening aan werkgevers en werkzoekenden vorm te geven. Het doel hiervan is om mensen met (grote) afstand tot de arbeidsmarkt weer aan werk te helpen. Wat hebben we bereikt en wat hebben we daarvoor gedaan?
Dit jaar maakten we een begin met de voorbereidingen voor de komst van een Regionaal Werkcentrum. Hier kunnen inwoners terecht met vragen op het gebied van werk en opleiding. De basis is al gelegd met de start van werkcafé‘s in Leiden, Alphen aan den Rijn, Katwijk en Voorhout. Het blijkt dat we hierdoor veel inwoners bereiken die geen uitkering hebben. Zeker gezien de huidige krapte op de arbeidsmarkt, is het van groot belang dat we alle mogelijkheden benutten om de arbeidsparticipatie te vergroten.
21
2.1.5.6 Huisvesting asielzoekers Beoogd doel: Holland Rijnland zorgt voor regionale afstemming en coördinatie tussen gemeenten voor de realisatie van de taakstelling voor het opvangen van statushouders en asielzoekers. Wat hebben we bereikt en wat hebben we daarvoor gedaan?
De primaire verantwoordelijkheid voor het huisvesten van asielzoekers ligt bij de gemeenten. Om gemeenten zoveel mogelijk te ontlasten, voert Holland Rijnland een aantal coördinerende, monitorende en faciliterende taken uit. In het afgelopen jaar zijn er goede stappen gezet ten aanzien van de realisatie van duurzame opvanglocaties in alle gemeenten in de regio. Daarbij monitorde Holland Rijnland de realisatie van de taakstelling door individuele gemeenten en op regioniveau. Holland Rijnland organiseerde de bestuurlijke en ambtelijke regionale governance door het ambtelijke netwerk verder uit te bouwen en te onderhouden en de bestuurlijke Regionale Regietafel (RRT) te organiseren. Daarnaast duidden we (nieuw) provinciaal en Rijksbeleid en onderhielden contacten met belangrijke stakeholders zoals het Centraal Orgaan opvang Asielzoekers, de provincie Zuid-Holland en de Provinciale Regietafel (PRT). De regio’s Midden Holland en Holland Rijnland werken samen om duurzame asielopvangplekken te realiseren. Holland Rijnland monitorde samen met de gemeenten de realisatie en stelde het concept-verslag op voor de Provinciale Regietafel (PRT), met daarin alle geplande locaties voor duurzame opvang. Daarnaast werkten we ook aan een document met daarin de randvoorwaarden die nodig zijn voor de realisatie van opvangplekken.
Na het zomerreces is het PRT-verslag vastgesteld en aangeboden aan de provincie.
2.1.6 Wat heeft het programma Strategie en Beleid gekost? Strategie en Beleid
Rekening 2023
Primitieve begroting 2024
Begrotings wijzigingen 2024
Begroting 2024 na wijziging
Rekening 2024
Verschil 2024
Directe kosten
4.166.345
2.213.659
3.395.433
5.609.092
4.593.196
1.015.896
Kosten werkorganisatie
1.266.586
1.404.096
-267.785
1.136.311
1.089.810
46.501
Lasten
5.432.930
3.617.755
3.127.648
6.745.403
5.683.006
1.062.397
Bijdrage gemeenten
-
-
-
-
-
-
Bijdrage van derden
-3.382.929
-1.017.200
-3.315.792
-4.332.992
-3.631.862
-701.130
Baten
-3.382.929
-1.017.200
-3.315.792
-4.332.992
-3.631.862
-701.130
Saldo van baten en lasten
2.050.001
2.600.555
-188.144
2.412.411
2.051.145
361.266
Storting in reserves
197.530
-
121.141
121.141
-
121.141
-
-264.889
-300.119
-565.008
-239.140
-325.868
197.530
-264.889
-178.978
-443.867
-239.140
-204.727
2.247.531
2.335.666
-367.122
1.968.544
1.812.004
156.540
Onttrekking uit reserves Saldo reserveringen Resultaat
Tabel 2.1: resultaat programma Strategie en Beleid
Voor een nadere toelichting op de baten en lasten per product verwijzen we naar hoofdstuk 4.2.
22
2.2 Programma Regionale Uitvoering De organisatie Holland Rijnland heeft in opdracht van de gemeenten drie uitvoerende taken. Deze uitvoerende taken zijn ondergebracht in het programma Regionale Uitvoering. De taken betreffen: • Het Regionaal Bureau Leerrecht. Deze geeft voor elf van de dertien gemeenten uitvoering aan de Leerplichtwet en de Regionale Meld- en Coördinatiefunctie voor voortijdig schoolverlaten; • Het secretariaat van de Regionale Urgentiecommissie; • De aanbesteding, het onderhoud van contacten met betrokken partijen en het voeren van contractbeheer met aanbieder(s) van de Regiotaxi
2.2.1 Regionaal Bureau Leerrecht Beoogd doel: • Bevorderen dat steeds meer kinderen en jongeren onderwijs volgen. Als onderwijs niet passend is, werken jongeren en/of krijgen ze (jeugd)hulp. • Vaker toeleiden van thuiszitters en voortijdig schoolverlaters naar onderwijs of, als onderwijs niet passend is, toeleiding naar werk en/of hulpverlening. • Toename in het volgen van lessen van verzuimende leerlingen na onze interventies. • Toename in waardering van de dienstverlening door jongeren, ouders, scholen en partners. Wat hebben we bereikt en wat hebben we daarvoor gedaan?
Het RBL voerde in 2024 de taken uit voor elf gemeenten op het gebied van leerrecht, verzuim, voortijdig schoolverlaten en doorstroompunt. Over het schooljaar 2023-2024 is in een jaarverslag gerapporteerd. Primair- en voortgezet onderwijs Verzuim in het primair en voortgezet onderwijs Aan alle scholen in de regio waren leerrechtconsulenten verbonden die verzuimmeldingen oppakten. Consulenten gingen met scholen en andere betrokkenen in gesprek over de achterliggende oorzaken van het verzuim en keken naar oplossingen om uitval en verder verzuim te voorkomen. Wanneer dat passend was, werd een waarschuwing gegeven. Ook voerden consulenten preventieve gesprekken. Op meerdere momenten in het jaar waren we in gesprek met scholen om aandacht te vragen voor het belang van tijdig melden van verzuim. Hierin zagen we in 2024 een verbetering. Ondersteuning voor thuiszitters Leerrechtconsulenten zetten zich, ook in 2024, in voor jeugdigen die minder dan 50% naar school gingen (voor vier aaneengesloten weken). Hierin was specifieke aandacht voor kinderen die langer dan drie maanden volledig thuiszitten. Het aantal thuiszitters dat helemaal niet naar school gaat, groeide opnieuw, maar wel minder hard dan het jaar daarvoor. We zien verschillende oorzaken van thuiszitten, maar één van de belangrijkste redenen in 2024 was de psychische gesteldheid van kinderen en jongeren.
Dit is een maatschappelijk probleem, waarover het RBL met samenwerkingspartners stevige gesprekken voert. Consulenten van het RBL coördineren, begeleiden en voeren gesprekken om, samen met partners, te zorgen voor een beter aanbod aan onderwijs en daar waar nodig andere ondersteuning. Zij wijzen partijen daarbij ook op hun verantwoordelijkheden. Ook waren de consulenten betrokken bij de kinderen die een vrijstelling van de leerplicht hebben. Vrijstellingen worden nooit zomaar afgegeven. Er is altijd een onafhankelijk arts die hierin adviseert. Samenwerking met partners In 2024 investeerden we verder in de samenwerking met partners, onder andere door aan te sluiten bij lokale- en regionale overleggen rond onderwijs en jeugd. We leverden een handreiking voor jeugd- en onderwijsprofessionals op en implementeerden verder de aanpak integraal arrangeren. Met verschillende gemeenten werkten we aan een betere samenwerking tussen RBL en de lokale toegang. We maakten ook nieuwe monitoringsafspraken met het voortgezet onderwijs. De afsprakenkaart van het RBL rond de aanpak van verzuim en thuiszitten is herzien en gedeeld met partners. We zien toe op de uitvoer van deze afspraken.
23
Mbo en doorstroompunt (voorheen RMC – regionaal meld- en coördinatiepunt) Het Doorstroompunt is verantwoordelijk voor het behandelen van verzuim op het mbo en het tegengaan van voortijdig schoolverlaten op het mbo. Daarnaast monitort het Doorstroompunt jongeren van 18 tot 23 jaar zonder startkwalificatie. We benaderen deze jongeren en bieden begeleiding aan. Verzuim op het mbo In het terugdringen van verzuim werkte het Doorstroompunt nauw samen, met mboRijnland en de (voor onze regio) meest belangrijke mbo-opleidingen. Met de opleidingen maakten we goede afspraken. Daar waar het de mbo-school niet lukt het verzuim terug te dringen, lag er een taak voor het Doorstroompunt, eventueel samen met school. Het Doorstroompunt ging in gesprek over de oorzaken van het verzuim. Samen met de jongeren werd gezocht naar oplossingen het verzuim tegen te gaan. Het Doorstroompunt richtte zich op het in kaart brengen van de onderliggende oorzaken, samen met jongeren (en eventueel ouders) én op het zoveel mogelijk continueren van de schoolloopbaan. Daar waar dit niet mogelijk was, begeleidden we jongeren richting andere duurzame mogelijkheden. Begeleiding voortijdig schoolverlaters Het Doorstroompunt benaderde alle jongeren zonder startkwalificatie, zonder schoolinschrijving tot 23 jaar of zonder inkomen.
Het Doorstroompunt bereikte een groot deel van deze groep, middels telefoon, whatsapp en huisbezoek. Veel jongeren bleken te profiteren van de gunstige arbeidsmarkt; vaak was men inmiddels aan het werk. Indien wenselijk boden we begeleiding aan de jongeren aan. Een kleine groep jongeren maakte gebruik van dit aanbod. Het RBL begeleidde deze jongeren naar school of werk. De vsv-aanpak is succesvol. Uit de regionale vsv-analyse bleek dat in 2024 het percentage vsv’ers in onze regio was gedaald en lager is dan het landelijke vsv-percentage. Dit wijkt positief af van de landelijke tendens (percentage vsv’ers was gelijk gebleven). Ook het percentage jongeren dat een jaar later was teruggekeerd naar school of was gaan werken, lag in onze regio hoger dan landelijk. Voorbereiding nieuwe wet van school naar duurzaam werk De nieuwe wet ‘van school naar duurzaam werk’, zal waarschijnlijk op 1 januari 2026 ingaan. Het RBL zette in 2024 de voorbereiding op de nieuwe wetgeving voort. In verschillende gemeenten werd ervaring opgedaan met de begeleiding van jongeren van 23-27 jaar (Leiden, Katwijk, Noordwijk). Op de entreeopleiding startte een pilot om jongeren die uitvallen intensiever te kunnen begeleiden naar andere duurzame mogelijkheden. Vsv-programma Vanuit de coördinerende rol van het RBL startte in 2024 zijn de voorbereidingen voor het nieuwe vsv-programma.
De Regiegroep vsv accordeerde een plan van aanpak en informeerde de commissie maatschappij over de nieuwe wetgeving en het nieuwe programma. Het huidige vsv-programma is geëvalueerd. Het RBL leverde hiertoe (naast inhoudelijke argumenten) ook veel data aan, ter voorbereiding. Omdat het nieuwe programma pas bij ingang van de nieuwe wetgeving kan starten, is er ook een verlengregeling voorbereid van het huidige programma. Gemeentelijke vsv-projecten In aanvulling op het vsv-programma, financieren gemeenten extra projecten. Het RBL was verantwoordelijk voor het beheer van deze projecten. In overleg met de beleidsmedewerkers onderwijs uit de regio is de inzet vastgesteld. In 2024 was de realisatie volgens verwachting. De resultaten zijn/worden gedeeld met de Regiegroep vsv. Data-analyse en omgang met persoonsgegevens Naast de uitvoerende taak, heeft het RBL ook een belangrijke taak in de analyse en beleidsontwikkeling rond thuiszitters. Op basis van de data-analyse bracht het ook in 2024 de belangrijkste trends en ontwikkelingen in kaart. Deze informatie gebruiken we om samen met partners aan oplossingen te kunnen werken. Data is belangrijk, maar moet wel juist worden ingezet en verzameld. In 2024 was er extra aandacht voor de omgang met persoonsgegevens. We voerden verbeteringen door op de uitvoer van de Wet Politiegegevens (WPG) en werkten aan data-minimalisatie.