C01 Hecht, Zienswijze ontwerpbegroting 2025 en jaarstukken 2023.pdf
Tekst van het document
0
2.121 2.121
Onverdeelde resultaat Eigen vermogen
-747 5.889
747 0
0 5.889
-3.919 631
0 457
-3.919 174
Reserve verplichtingen voormalig personeel Reserve programma Hecht24 Reserve onderhoud huisvesting Reserves GGD
31-12-2022 1.952
Weerstand 1.147
354 354
Tabel 7: Weerstand
Coronabestrijding De financiering van de coronawerkzaamheden door Hecht zijn afkomstig van het Rijk. De regels en afspraken zijn vastgelegd, waardoor het helder is welke kosten en op welke wijze de inzet vergoed 13
worden. De werkzaamheden worden dan ook resultaat neutraal uitgevoerd. Ook de afbouwkosten worden door VWS vergoed. Risicomanagementsysteem Het risicomanagementsysteem (RMS) is door het Algemeen Bestuur op 8 december 2021 vastgesteld. Hieronder volgt een actuele inschatting van de risico’s. Alle risico’s zijn gebaseerd op mitigerende maatregelen. Het risicoprofiel is € 4.610k. Er zijn meerdere risico’s geïdentificeerd, maar door de geringe impact in combinatie met de lage kans dat een dergelijk risico zich voordoet, zijn deze hieronder niet opgenomen. Bij de risicoanalyse en de risico voortgangsanalyse wordt wel beoordeeld of er een wijziging heeft plaatsgevonden. Ten opzichte van het jaar 2022 hebben zich in de vastgestelde risico’s weinig veranderingen voor gedaan. In de realisatie van 2023 bleken de indexaties op de exploitatie en de salariskosten hoger te zijn dan de opgenomen begroting van 2023, hiervoor is een begrotingswijziging ingediend en afgewezen. Dit had een grote impact op het resultaat. Het verhogen van dit risico leidt tot een grotere behoefte aan weerstandsvermogen en hiermee een hoger eigen vermogen, waardoor er in de toekomst meer ruimte ontstaat om dit in het eigen vermogen zelf op te vangen. De cyber gerelateerde risico’s zijn afgenomen als gevolg van grootschalige updates en aanpassingen van de gebruikte software en methodes.
De overige risico en inschatting van de kansen en impact zijn niet materieel gewijzigd.
Tabel 8: Risicomatrix
Specificatie van de risico’s en beheersmaatregelen Belangrijkste risico’s
Totaal Maatregelen
€ 4.610
Risico's
* 1.000 Toelichting
Bestuurlijk
€
Uitkomsten RDOG 2024.
Niet alle besparingen zullen worden gerealiseerd.
Primaire taken
€
Verlies aanvullende opdrachten.
Door verlies van opdrachten is er geen continuïteit op bepaalde onderdelen. Afbouw van onderdelen kost geld.
Volgen ontwikkelingen en opvangen van grootste schommelingen met flexibele schil. Afspraken in nieuwe GR opnemen.
Onjuiste registratie leidt tot omzet verlies en mogelijk imago schade.
Door onjuist gebruik van systemen of onjuiste vastlegging in de systemen is er geen volledigheid in de registratie en de
Continu proces van verbetering inrichting en instructie, gericht op standaard gebruik.
150 Managen van de projecten en door het niet te optimistisch ramen van de kosten en opbrengsten worden mogelijke tegenvallers beperkt.
910
14
ingebouwde interne controles werken onvoldoende.
Onzekerheid over structurele financiering VIP.
Uitgestelde zorg leidt op een bepaald moment tot te grote druk.
Interne controles moet problemen en impact zichtbaar maken en leiden tot betere controles.
Versterking infectieziektebestrijding en pandemische paraatheid (VIP) tijdelijk gefinancierd door het ministerie van VWS. Financiering is tijdelijk, continuïteit of toekomstige financiering is onzeker.
Duur van de verplichting in overeenstemming brengen met de looptijd van de garandeerde financiering.
Door gebrek aan capaciteit maar ook doordat door uitstel van de vraag de problemen groter zijn geworden.
Scenarioplanning en op de hoogte blijven de van de ontwikkelingen bij de verschillende gemeenten.
Informatiemanagement
€
Digitalisering leidt tot aanpassingsproblemen bij medewerkers.
Voortdurende ontwikkeling en veranderingen van de systemen en de digitalisering van hele processen leidt tot problemen bij bepaalde medewerkers.
Opleidingen en continu ondersteuning aanpassen op deze groep medewerkers.
Onvoldoende beveiligde systemen (cyber security).
Door de bekendheid van de organisatie is er een groot risico op (bewust of onbewust) ongewenste toegang tot de systemen wat leidt tot grote extra reparatie uitgaven.
Zorgdragen dat alle systemen update zijn en er uitwijkmogelijkheden zijn bij calamiteiten.
550
De overheid heeft een claim ontvangen Data lekken GGD en ICAM-claim t.a.v. schade door dataregistratie voor alle NL. inclusief WOB verzoek
VWS en GGD-NL werken samen om de claim af te wenden; dit gaat mogelijk veel geld kosten aan juristen en advocaten.
Financiën
€
Verschillen tussen de extra inkomsten door inflatie en cao worden niet direct gedekt door de gemeenten.
De FKGR houdt rekening met een correctie op de index maar de komt pas Door voeren van begrotingswijziging na twee jaar en voorziet niet in compensatie voor de gemiste index in die of dekken uit het eigen vermogen. twee jaar. Met name een risico bij niet verwachte hoge inflatie en cao stijging.
3.000
Stijging personeelskosten hoger dan de index in de begroting. (subsidies en langlopende contracten)
De vaststelling van de index op de begroting van een jaar is ver voor dat jaar Aanvullende financieringsafspraken vastgesteld. Afwijking in de realisatie kan of oplossen uit reserve. leiden grote structurele verliezen door verkeerde inschattingen.
Vaste kosten organisatie betaald uit variabele subsidie opbrengsten
Een belangrijk deel van de vaste kosten van de organisatie (overhead) wordt bekostigd uit de opbrengsten voor aanvullende subsidies. De wettelijke taken van de GGD zijn hierdoor relatief goedkoop.
Door wegvallen van aanvullend omzet ontstaan er frictiekosten of worden door de toegenomen overheadkosten de tarieven hoger voor de deelnemers.
Kosten a.g.v. ontvlechting GHOR bureau
Door de ontvlechting van het GHOR bureau blijft Hecht eenmalig of structreel met kosten zitten die niet gedekt worden door het GHOR bureau of uit het eigen vermogen van het GHOR Bureau.
Inzichtelijk maken van de verwachten kosten en hier (structurele) afspraken over maken met de VR. Dekking uit de reserve GHOR bureau.
Projecten
€
Risico in projecten.
Er is een project gestart om de Door afwijking van het projectplan moeten extra kosten gemaakt worden om uitvoering van projecten te optimaliseren. het gewenste resultaat te halen.
Totaal
€
-
4.610
Tabel 9: Risico specificaties
1.5.2.
Kengetallen
De kengetallen geven een indicatie van de financiële gezondheid van de organisatie. In onderstaande 15
tabel zijn de voorgeschreven kengetallen gepresenteerd en vervolgens verder toegelicht. 2023 Realisatie 2023 Begroting HECHT
HECHT
Solvabiliteitsratio
1,62%
11,30%
Netto Schuldquote
14,38%
14,70%
Netto Schuldquote gecorrigeerd voor verstrekte leninge
14,38%
14,70%
Structurele exploitatieruimte
-3,23%
0,60%
Tabel 10: Kengetallen
Solvabiliteitsratio De solvabiliteitsratio geeft inzicht in de mate waarin de organisatie in staat is aan haar financiële verplichtingen te voldoen. Onder de solvabiliteitsratio wordt verstaan het eigen vermogen als percentage van het balanstotaal. Als signaalwaarde voor de solvabiliteitsratio geldt een percentage van 20%. De solvabiliteitsratio is gedaald van 14,8% naar 1,61%. Met dit percentage is de financiële positie van Hecht slechter geworden. Netto schuldquote Investeringen worden niet betaald met reserves, maar met geld. Als dat niet op de bank staat, dan moet dat worden geleend. Daarmee stijgt de schuld. Als signaalwaarde voor de netto schuldquote geldt: als de netto schuld groter is dan 130% van de inkomsten, is er sprake van een erg hoge schuld. Het licht staat dan op rood. Maar al bij een netto schuld die 100% van de inkomsten te boven gaat, springt het licht op oranje. De netto schuldquote van Hecht is gestegen van 7,8% naar 14,33%. Dat is toereikend om aan de schuldverplichtingen te voldoen. Netto schuldquote gecorrigeerd voor alle verstrekte leningen De netto schuldquote gecorrigeerd voor alle verstrekte leningen geeft aan in hoeverre sprake is van doorlenen. Zo wordt in beeld gebracht wat het aandeel van de verstrekte leningen is en wat dit betekent voor de schuldenlast.
Structurele exploitatieruimte De structurele exploitatieruimte geeft aan hoe groot de structurele vrije ruimte binnen de jaarrekening is, afgezet tegen de inkomsten. Een begroting waarvan de structurele baten hoger zijn dan de structurele lasten is meer flexibel dan een begroting waarbij structurele baten en lasten in evenwicht zijn. De structurele baten van Hecht zijn in 2023 minder dan de structurele lasten. De structurele exploitatieruimte is 3,53% negatief door een andere baten-lasten verhouding. Dit is in 2023 veroorzaakt door de financiering vanuit de reserves die worden gekwalificeerd als incidentele baten. Dit waren voorziene uitgaven die gedekt worden uit de betreffen de bestemmingsreserves. De structurele ontwikkelingen zijn meegenomen in de begrotingswijzigingen en de meerjarenbegroting. De structurele lasten van de begroting en meerjarenraming zijn gedekt door structurele baten. Het structurele resultaat is toegelicht in paragraaf 2.5.7. EMU-saldo Het EMU-saldo geeft het saldo van de inkomende en uitgaande geldstromen die daadwerkelijk in het kalenderjaar 2023 hebben plaatsgevonden minus deelname aan bedrijven en inkomsten uit kredietverstrekking.
16
2023 Omschrijving
1.
Exploitatiesaldo vóór toevoeging aan c.q. onttrekking uit reserves (zie BBV, tik l 17 )
2.
Mutatie (im)materiële vaste activa
x € 1000,-
-5.258
5.432 3.
Mutatie voorzieningen
4.
Mutatie voorraden (incl. bouwgronden in exploitatie)
14
5.
Verwachte boekwinst/verlies bij de verkoop van financiële vaste activa en (im)materiële vaste activa, alsmede de afwaardering van financiële vaste activa
0
976
Berekend EMU-saldo
-9.728
Tabel 11: EMU-saldo
Het EMU-saldo kan gezien worden als een extra financieel kengetal, naast de andere vijf verplichte financiële kengetallen zoals de solvabiliteit en de (netto) schuldquote. Het EMU-saldo heeft een vergelijkbare functie als het kasstroomoverzicht in het bedrijfsleven. Het negatieve EMU-saldo over 2023 geeft aan dat we als Hecht via reële transacties afgelopen jaar meer uitgegeven hebben dan dat we hebben ontvangen. 1.5.3. Financiering Algemeen In 2023 heeft het Algemeen Bestuur van Hecht een geactualiseerd Treasurystatuut vastgesteld. Dit Treasurystatuut regelt de verantwoordelijkheden en randvoorwaarden voor het aangaan, garanderen en verstrekken van geldleningen. Het Treasurystatuut verbiedt het gebruik van financiële derivaten. Financiering Het programma GGD wordt voor het basispakket gefinancierd door de deelnemende gemeenten naar rato van hun inwonertal. De aanvullende diensten zijn gefinancierd op basis van door het Algemeen Bestuur vastgestelde tarieven of op basis van met deze afnemers gesloten overeenkomsten. Geplande investeringen worden gefinancierd uit de beschikbare liquide middelen. De financiering van het programma GHOR geschiedt sinds 1 januari 2014 door de deelnemende gemeenten van Hecht. Geplande investeringen worden gefinancierd uit de beschikbare liquide middelen.
Er loopt momenteel een project om het programma onder te brengen bij de Veiligheidsregio, de verwachte overgangsdatum is 1-1-2025. De zorgverzekeraars financieren het programma RAV op basis van contractafspraken. Saldo financieringsfunctie De specificatie van het saldo van de financieringsfunctie is opgenomen in onderstaande tabel.
17
€ 1000
2023
2022
Afschrijvingen Rente langlopende schulden Rente kortlopende schulden
2.779 448 76 3.317 2.835 0 468 3.317 0
3.072 249 1 3.322 3.072 235 15 3.322 0
Totale lasten
Doorberekende afschrijvingen Doorberekende rente Ontvangen rente Totaal baten Saldo financieringsfunctie Tabel 12: Financieringsfunctie
Kasgeldlimiet Artikel 4 van de Wet financiering decentrale overheden bepaalt dat gelijktijdig met het jaarverslag gerapporteerd dient te worden over de kasgeldlimiet en de renterisiconorm. De toegestane kasgeldlimiet is 8,2% van de grondslag, te weten het totaal van de lasten van de primaire begroting, zijnde € 103.916 x 8,2% = € 8.521k. € 1.000
Omvang vlottende korte schuld Vlottende middelen Totaal netto vlottende schuld/overschot
1e kwartaal 10.670 13.660 2.990
2 kwartaal 7.000 10.937 3.937
3 kwartaal 7.008 9.214 2.206
4 kwartaal 7.029 9.776 2.747
8.521 11.511
8.521 12.458
8.521 10.727
8.521 11.268
Toegestane kasgeldlimiet Ruimte
e
e
e
Tabel 13: Kasgeldlimiet
Door het overschot/ tekort te berekenen en deze op te tellen bij het toegestane kasgeldlimiet ontstaat er inzicht in de ruimte per kwartaal. Renterisico De renterisiconorm wordt niet overschreden. Het renterisico is nihil. Er zijn geen gelden uitgezet voor langer dan een jaar. Het pand aan de Parmentierweg te Leiden is in 2003 gefinancierd met een 20-jarige lineaire lening van de BNG Bank. De rentevaste periode voor de financiering is gelijk aan de aflossingsperiode. De verbouwing aan de Parmentierweg is in 2023 gefinancierd met een lening bij de BNG Bank, met een looptijd van 15 jaar, tot 2-1-2038. De rentevaste periode voor de financiering is gelijk aan de aflossingsperiode. In 2011 zijn twee 50-jarige leningen afgesloten voor de financiering van de nieuwbouw van de RAV in Leiden en Gouda. De rentevaste periode voor beide geldleningen bedraagt 25 jaar, met een rentewijziging in 2037. De eerste aflossing van beide leningen was in januari 2013. Medio 2012 is een aanvullende 49,5-jarige lening afgesloten voor de RAV. De aflossingen en rentevaste periode daarvan lopen synchroon met de beide 50-jarige leningen. De rente van deze drie leningen wordt volledig vergoed door de zorgverzekeraar. Voor de aanschaf van ambulances is in 2019 een financial leaseovereenkomst afgesloten met de ING Bank. De rente bedraagt 1,25% en wordt volledig vergoed door de zorgverzekeraars. 1.5.4.
Onderhoud kapitaalgoederen Huisvesting De verbouwing van het kantoor in Leiden is eind 2023 gerealiseerd. Op basis van de investeringen en verwachte levensduur zal nog beoordeeld worden of een onderhoudsvoorziening wenselijk is. Dit is op 31-12-2023 nog niet het geval. 18
1.5.5. Bedrijfsvoering Vennootschapsbelasting Hecht heeft haar vennootschapsbelasting (vpb) positie fiscaal getoetst. Op grond van deze toetsing door een fiscalist concludeert Hecht dat de activiteiten niet leiden tot vpb-plicht respectievelijk tot heffing van vpb. De Belastingdienst is op basis van de fiscale toetsing en de beoordeling van vpb-plicht gevraagd te bevestigen dat Hecht bij ongewijzigde omstandigheden vanaf 2016 niet zal zijn onderworpen aan de heffing van vpb. Hierop heeft de Belastingdienst in haar schriftelijke reactie aangegeven dat zij niet kan bevestigen dat Hecht met ingang van 1 januari 2016 niet vennootschapsbelastingplichtig is. De reactie van de Belastingdienst geeft geen aanleiding om de analyse en conclusie van de fiscale toetsing bij te stellen waar het de handelwijze met betrekking tot de beoordeling van vpb-plicht betreft. Indien Hecht wel onderworpen zou zijn aan vpb-heffing, dan ontstaat overigens een aanzienlijke post te verrekenen verliezen, waardoor van feitelijke betaling van vpb in de komende jaren naar verwachting geen sprake zal zijn. Het financiële risico wordt voor de komende jaren op nihil geschat. Hecht is niet VPB plichtig en de VPB dan ook niet opgenomen in de staat van Baten en lasten.
Er is in de begroting en de realisatie geen sprake van algemene dekkingsmiddelen (zijn de baten die niet specifiek tot een programma behoren, deze kennen wettelijk geen vooraf bepaald bestedingsdoel en zijn daarmee vrij aanwendbaar) of Onvoorziene middelen. Fraude In 2022 zijn we gestart met het actualiseren van de frauderisicoanalyse, deze analyse vormt een onderdeel van de risicoanalyse zoals deze gebruikt zal worden als onderdeel van de rechtmatigheidsverklaring. Doel van de frauderisicoanalyse is het inventariseren van Hecht specifieke frauderisico’s. Na inventarisatie kan beoordeeld worden of de maatregelen afdoende zijn om de risico’s af te dekken. Tevens kunnen de ingeschatte risico’s betrokken worden bij de controles in het kader van de rechtmatigheid. Er zijn in 2023 geen gevallen van fraude bekend. Continuïteit Hecht is als gemeenschappelijk regeling een onderdeel van 18 gemeenten, hiermee is de continuïteit gewaarborgd. Om ook de bedrijfsvoering continuïteit te waarborgen wordt jaarlijks in het eerste half jaar de begroting van het volgende jaar inclusief de financiering vastgelegd. Toelichting op de rechtmatigheidsverantwoording Vanaf het verslagjaar 2023 is het Dagelijks Bestuur verantwoordelijk om een rechtmatigheidsverantwoording af te geven en deze op te nemen in de jaarrekening.
In deze verklaring verantwoordt het Dagelijks Bestuur zich direct tot het Algemeen Bestuur over het (financieel) rechtmatig handelen van de organisatie. Het Dagelijks Bestuur verantwoordt zich aan het Algemeen Bestuur in hoeverre de in de jaarrekening verantwoorde baten en lasten, alsmede de balansmutaties, rechtmatig tot stand zijn gekomen. Dit houdt in dat afwijkingen wel of niet in overeenstemming zijn met door het Algemeen Bestuur vastgestelde kaders zoals de begroting en interne verordeningen en met bepalingen in de relevante wet- en regelgeving. Het Algemeen Bestuur bepaalt vanaf het begrotingsjaar 2023 de verantwoordingsgrens en de spelregels. De uitgangspunten waaraan het Dagelijks Bestuur moet voldoen zijn vastgelegd in het op 12 april 2023 vastgestelde normenkader en de door Commissie BBV uitgegeven Kadernota Rechtmatigheid 2023. In hoofdstuk 1.5.7. van dit jaarverslag is de rechtmatigheidsverantwoording opgenomen over het boekjaar 2023. De uitkomst is dat geconstateerde afwijkingen onder de verantwoordingsgrens blijven (3% van de lasten) en daarmee sprake is van een ‘schone’ rechtmatigheidsverantwoording. Op basis van de spelregels gesteld door het Algemeen Bestuur moeten individuele afwijkingen groter dan € 100.000 aanvullend worden toegelicht in deze paragraaf bedrijfsvoering.
In onderstaande tabel zijn alle afwijkingen opgenomen die gedurende het jaar zijn geconstateerd.
19
Begrotingscriterium 1A. Overschrijding lasten programma’s (of indien van toepassing een ander door het algemeen bestuur vastgesteld autorisatieniveau) 1B. Overschrijding investeringsbudgetten (kredieten)
Bedrag (* € 1.000) € 358 €€-
2. Ongeautoriseerde reservemutaties 3. Overschrijding van baten en/of onderschrijding van lasten en baten die niet tijdig tot een begrotingswijziging hebben geleid
€ 2.865 € 3.223
Totaal begrotingsonrechtmatigheden 4. Totaal van de begrotingsonrechtmatigheden (van onderdeel 1 en 2) dat past binnen het vooraf vastgestelde beleid en daarmee vooraf als acceptabel is geduid vermelden en verwijzen naar dit vooraf vastgestelde beleid 5. Resterend saldo aan begrotingsonrechtmatigheden Voorwaardecriterium Inkopen ten onrechte niet Europees aanbesteed Overige bevindingen inzake voorwaardecriterium Totaal onrechtmatigheden voorwaardencriterium
€ 2.865
€ 358 P.M. P.M. P.M.
M&O criterium Overige bevindingen inzake M&O criterium
-
Totaal onrechtmatigheden M&O criterium
P.M.
Totaal van onrechtmatigheden Tabel 14: Begrotings-, voorwaarde- en M&O criterium
Op basis van de bepalingen in de Kadernota Rechtmatigheid 2023 worden de afwijkingen hieronder individueel toegelicht. 1A. Overschrijding lasten programma GGD Op het programma GGD is per saldo sprake van een overschrijding van lasten voor een bedrag van € 16.954.000 die grotendeels wordt gecompenseerd door direct toerekenbare baten (€ 16.596.000). Deze overschrijding van lasten is niet tijdig gemeld aan het Algemeen Bestuur of in een begrotingswijziging meegenomen. Derhalve telt deze afwijking mee als fout in de rechtmatigheidsverantwoording. Mocht een soortgelijke situatie zich in de toekomst opnieuw voordoen dan zal tijdig een begrotingswijziging worden doorgevoerd. 3. en 4. Overschrijding van baten en/of onderschrijding van lasten en baten die niet tijdig tot een begrotingswijziging hebben geleid Uit de analyse op de begrotingsrechtmatigheid blijkt dat op de programma’s ZVH, RAV en overhead sprake is van afwijkingen van begrote baten en lasten. Het Algemeen Bestuur autoriseert de begroting op het saldo van baten en lasten; in bovenstaande analyse is daarmee rekening gehouden. Met het Algemeen Bestuur zullen nadere afspraken worden gemaakt vanaf boekjaar 2024 op welke wijze, in afwijking van begrotingswijzigingen, het Algemeen Bestuur tijdig kan worden geïnformeerd over onderschrijdingen van baten en lasten en overschrijdingen van baten. 5.
Voorwaardencriterium Hecht heeft een zogeheten ‘SPEND-analyse’ uitgevoerd waarmee tevens de rechtmatigheid van aanbestedingen wordt getoetst. Op basis van regelgeving is hierbij uitsluitend een analyse gemaakt ten opzichte van de wettelijke bepalingen in de Aanbestedingswet. Uit deze analyse blijken een aantal onrechtmatigheden die hieronder, voor zover boven de rapportagegrens van € 100.000 uitkomend, nader worden toegelicht. 20
Categorie
Bedrag
Toelichting
1
€ 385k
Voornamelijk veroorzaakt door de hoge niet juist inschatte voorziening spaarverlofsaldi.
3.
€ 1.259k
Overhead doorbelasting als gecategoriseerd als doorbelasting overhead bij de RAV voor de balans naar NZA verdeeld over de verschillende kostencategorieën. Bij gelijke presentatie was dit tegen elkaar weggevallen. Leidt niet tot resultaat maar is een afwijking ten opzichte van een eerdere presentatie van cijfers.
3.
€ 1.318k
Verschuiving binnen de RAV leiden tot verschillen ten opzichte van de gerapporteerde bedragen in de goedgekeurde begroting. Leidt niet tot resultaat maar is een afwijking ten opzichte van een eerdere presentatie van cijfers.
Tabel 15: Toelichtingen
1.5.6. Openbaarheidsparagraaf Op grond van artikel 3.5 van de Wet open overheid dient een openbaarheidsparagraaf te worden opgenomen in de beengroting. In deze paragraaf wordt toegelicht hoe Hecht middelen zal inzetten om in het kader van Open op Orde de informatiehuishouding op orde te brengen om te kunnen voldoen aan de eisen van een transparante organisatie en de Wet open overheid. Belangrijke speerpunten zijn daarbij de actieve en passieve openbaarmaking van documenten en het verder op orde brengen van de informatiehuishouding. Actieve openbaarmaking Stukken met betrekking tot de openbare vergaderingen van het Algemeen Bestuur worden – van tevoren – gepubliceerd op onze website. Daarmee voldoet Hecht aan het actief openbaar maken van vergaderstukken. Met ingang van juni 2022 worden ook de agenda’s en besluitenlijsten van vergaderingen van het Dagelijks Bestuur op onze website geplaatst. Dit is nog niet verplicht vanuit de Woo, maar draagt wel bij aan een transparante overheid. Passieve openbaarmaking Het is van groot belang om burgers, wetenschappers en journalisten tijdig van informatie te kunnen voorzien ingeval zij een Woo- of informatieverzoek indienen. Hiervoor is het noodzakelijk het afhandelingsproces van de Woo-verzoeken efficiënt in te richten teneinde een tijdige afhandeling mogelijk te maken.
Binnen Hecht is aandacht voor het continue verbeteren van het proces van indienen en afhandelen van een Woo-verzoek. Daar waar nodig werkt Hecht bij complexe Wooverzoeken intensief samen met gemeenten of landelijk via de branchevereniging. Informatiehuishouding Hecht heeft continue aandacht voor de verbetering van de digitale informatiehuishouding. Zo kunnen wij sneller en makkelijker op verzoeken om informatie reageren. Daarnaast helpt dit bij het actief openbaar maken van documenten. Binnen Hecht zal een informatienetwerk worden opgetuigd om dit te bewerkstelligen. 1.5.7. Rechtmatigheid Verantwoordelijkheid dagelijks bestuur De baten en lasten alsmede de balansmutaties moeten getrouw in de jaarrekening worden opgenomen. Uit het getrouw opnemen van de baten en lasten alsmede de balansmutaties, blijken een drietal rechtmatigheidscriteria niet expliciet. Dit betreffen het begrotings-, voorwaarden-, en misbruiken oneigenlijk gebruik criterium. In deze rechtmatigheidsverantwoording licht het dagelijks bestuur toe in hoeverre bij de in de jaarrekening verantwoorde baten en lasten, alsmede de balansmutaties het 21
begrotings-, voorwaarden-, en misbruik- en oneigenlijk gebruik criterium zijn nageleefd. Dit houdt in dat de verantwoorde baten en lasten, alsmede de balansmutaties in overeenstemming zijn met door het algemeen bestuur vastgestelde kaders zoals de begroting en verordeningen van Hecht en met bepalingen in de relevante wet- en regelgeving. Bij de waarderingsgrondslagen in de jaarrekening is het door het algemeen bestuur op 12 april 2023 vastgestelde normenkader van de relevante wet- en regelgeving verder toegelicht. Deze verantwoording hanteert een grensbedrag omdat alleen de van belang zijnde aspecten in de verantwoording hoeven te worden betrokken. Deze grens is door het algemeen bestuur bepaald en bedraagt 3% van de totale lasten inclusief toevoegingen aan de reserves en is daarmee vastgesteld op € 4.085.000. Bevinding Het dagelijks bestuur is van mening dat de in deze jaarrekening verantwoorde baten en lasten alsmede de balansmutaties wel rechtmatig tot stand zijn gekomen binnen de daarvoor gestelde grens. De bevindingen betreffen: Begrotingscriterium 1A. Overschrijding lasten programma’s (of indien van toepassing een ander door het algemeen bestuur vastgesteld autorisatieniveau) 1B. Overschrijding investeringsbudgetten (kredieten) 2. Ongeautoriseerde reservemutaties
Bedrag (* € 1.000) € 358 €€-
3.Overschrijding van baten en/of onderschrijding van lasten en baten die niet tijdig tot een begrotingswijziging hebben geleid of te laat aan het algemeen bestuur zijn gemeld (hangt af van de intern vastgelegde spelregels in bijvoorbeeld de financiële verordening art. 212 Gemeentewet over de planning & control cyclus, budgetafwijkingen, budgetoverheveling etc.).
€ 2.865
Totaal begrotingsonrechtmatigheden 4. Totaal van de begrotingsonrechtmatigheden (van onderdeel 1 en 2) dat past binnen het vooraf vastgestelde beleid en daarmee vooraf als acceptabel is geduid vermelden en verwijzen naar dit vooraf vastgestelde beleid. 5.Resterend saldo aan begrotingsonrechtmatigheden (inhoudelijk hier toelichten en in de paragraaf bedrijfsvoering)
€ 3.223
Voorwaardecriterium Inkopen ten onrechte niet Europees aanbesteed (inhoudelijk hier toelichten en in de paragraaf bedrijfsvoering)) Overige bevindingen inzake voorwaardecriterium Totaal onrechtmatigheden voorwaardencriterium M&O criterium Overige bevindingen inzake M&O criterium Totaal onrechtmatigheden M&O criterium
€ 2.865 € 358
P.M. (vooralsnog fout tenminste € 736) €P.M. €€-
Tabel 16: Rechtmatigheidsbevindingen In de paragraaf bedrijfsvoering is op basis van de Kadernota rechtmatigheid van de commissie BBV en op basis van de afspraken met het algemeen bestuur aanvullende informatie opgenomen over de financiële rechtmatigheid. In deze paragraaf heeft het dagelijks bestuur ook beschreven welke actie zij ondernemen om vermelde afwijkingen in de toekomst te voorkomen. Investeringen Naast de gerealiseerde investeringen zoals openomen in de gewijzigde programmabegroting, heeft het bestuur een investeringskrediet goedgekeurd voor de verbouwing van de Parmentierweg. De verbouwing is in 2022 gestart en in 2023 opgeleverd. De bouw van een ambulancepost bij het Alrijne in Leiderdorp is in 2023 gestart en zal in 2024 worden opgeleverd. Op dat moment zal activering 22
plaats vinden. € 1.000,-
Initiële begroting 2023
Gewijz. begroting 2023
Realisatie 2023
Afwijking
Gebouwen
6.673
4.400
7.350
2.950
Vervoermiddelen
1.518
700
391
-309
Machines, apparaten, installaties
1.661
3.900
194
-3.706
Overige (ICT)
720
800
875
75
Overige
770
900
0
-900
Totaal
11.342
10.700
8.810
-1.890
Tabel 17: Investeringen
De investering van de verbouwing aan de Parmentierweg is opgenomen in de programmabegroting 2023, de realisatie is binnen de begroting maar er is wel een verschuiving binnen de categorieën zichtbaar. De machines en installaties zijn gekoppeld aan de nagelvaste voorzieningen en deze worden onder de categorie Gebouwen verantwoord en niet onder de begrote categorie Machines, apparaten en installaties. 1.5.8. VWS-verantwoording In de verantwoordingsinstructie van VWS is opgenomen dat er in het jaarverslag een Covid-19 paragraaf wordt opgenomen. Hierin wordt alle relevante informatie over Covid-19 beschreven waarvan de kosten door VWS zijn vergoed (zie onderstaande tabel).
Tabel 18: VWS verantwoording De bedragen voor Corona zijn opgenomen in de realisatiecijfers van de GGD. 23
2. Jaarrekening Hierna wordt de financiële verantwoording afgelegd over het gerealiseerde beleid in het jaar 2023 via de balans met toelichting en het overzicht van baten en lasten in de jaarrekening met toelichting. 2.1. Balans
24
Tabel 19: Balans
25
2.2. Overzicht van baten en lasten De baten en lasten per programma (GGD, GHOR, ZVH en RAV) worden hieronder met en zonder overhead weergegeven. Overzicht exclusief overhead Programma begroting 2023 excl. OH
Omschrijving Programma
Baten
Lasten
Gewijzigde begroting 2023 excl. OH
Saldo
Baten
Lasten
Realisatie 2023 Excl. OH
Saldo
Baten
Lasten
Saldo
GGD
43.665
32.073
11.592
45.581
35.628
9.953
62.177
52.589
GHOR
2.375
1.903
472
2.383
1.587
796
2.372
1.558
9.588 814
ZVH
20.523
14.546
5.976
21.180
15.812
5.368
21.024
15.368
5.656
RAV
36.361
31.621
4.740
38.669
33.477
5.192
40.170
33.660
6.510
Subtotaal
102.923
80.143
22.780
107.813
86.505
21.308
125.743
103.175
22.568
Overhead Gerealiseerd saldo Mutatie reserves Gerealiseerd resultaat
1.193
23.773
-22.580
9.152
35.723
-26.571
5.174
33.000
-27.826
104.116
103.916
200
116.966
122.228
-5.263
130.917
136.175
-5.258
-200
0
-200
1.685
0
1.685
1.339
0
1.339
103.917
103.916
0
118.651
122.228
-3.577
132.256
136.175
-3.919
Tabel 20: Overzicht baten en lasten excl. overhead
Overzicht inclusief overhead Programma begroting 2023 incl OH
Omschrijving Programma
Baten
Lasten
Realisatie 2023 incl. OH
Gewijzigde begroting 2023 incl. OH
Saldo
Baten
Lasten
Saldo
Baten
Lasten
Saldo
GGD
44.857
44.867
-10
54.008
58.459
-4.451
67.064
72.630
-5.566
GHOR
2.375
2.416
-41
2.383
2.135
248
2.390
2.285
105
ZVH
20.524
20.274
250
21.906
22.965
-1.059
21.247
21.180
67
RAV
36.361
36.361
0
38.669
38.669
0
40.216
40.080
136
Subtotaal
104.116
103.917
199
116.966
122.228
-5.262
130.917
136.175
-5.258
-200
0
-200
1.685
0
1.685
1.339
0
1.339
103.917
103.917
-1
118.651
122.228
-3.577
132.256
136.175
-3.919
Mutatie reserves Gerealiseerd resultaat
Tabel 21: Overzicht baten en lasten incl. overhead
Toelichting In bovenstaande tabel worden de baten en lasten en het saldo hier van per programma weergegeven. De bovenste tabel geeft in zicht in de programma’s exclusief overhead en de onderstaande tabel zijn de cijfers gepresenteerd inclusief overhead. Hier wordt zichtbaar dat ook in de overhead een extra last ten opzichte van begroting zichtbaar is, die ook hier wordt veroorzaakt door de extra last als gevolg van het spaarverlof. 2.3. Grondslagen voor balanswaardering en resultaatbepaling De jaarrekening is opgemaakt met inachtneming van de voorschriften die het Besluit Begroting en Verantwoording provincies en gemeenten (BBV) daarvoor geeft. 2.3.1. Algemene grondslagen voor het opstellen van de jaarrekening De waardering van de activa en passiva en de bepaling van het resultaat vindt plaats op basis van historische kosten. Tenzij bij het desbetreffende balanshoofd anders is vermeld, worden de activa en passiva opgenomen tegen nominale waarden. De baten en lasten worden toegerekend aan het jaar waarop zij betrekking hebben. Baten en winsten worden slechts genomen voor zover zij op balansdatum zijn gerealiseerd. Verliezen en risico’s die hun oorsprong vinden voor het einde van het begrotingsjaar, worden in acht genomen indien zij voor het opmaken van de jaarrekening bekend zijn geworden.
26
Personeelslasten worden in principe toegerekend aan het boekjaar waarop ze betrekking hebben. Als gevolg van het formele verbod op het opnemen van voorzieningen en schulden uit hoofde van jaarlijks terugkerende aan arbeidskosten gerelateerde verplichtingen van vergelijkbaar volume, worden sommige personele lasten echter toegerekend aan de periode waarin uitbetaling plaatsvindt; daarbij moet worden gedacht aan componenten zoals ziektekostenpremie ten behoeve van gepensioneerden en overlopende vakantiegeld- en verlofaanspraken. Voor arbeidskosten gerelateerde verplichtingen van een jaarlijks vergelijkbaar volume wordt geen voorziening getroffen of op andere wijze een verplichting opgenomen. De referentieperiode is dezelfde als die van de meerjarenraming, te weten vier jaar. Indien er sprake is van (eenmalige) schokeffecten, bijvoorbeeld door reorganisaties, dient wel een verplichting opgenomen te worden. 2.3.2. Grondslagen voor de waardering van de balans Materiële vaste activa De materiële vaste activa zijn gewaardeerd tegen de verkrijgings- of vervaardigingsprijs. Slijtende investeringen worden vanaf het moment van ingebruikneming lineair afgeschreven in de verwachte gebruiksduur, waarbij rekening wordt gehouden met een eventuele restwaarde.
Bij de waardering wordt in voorkomende gevallen rekening gehouden met een bijzondere vermindering van de waarde als deze naar verwachting duurzaam is. In het begrotingsjaar heeft een dergelijke vermindering overigens niet plaatsgevonden. Dergelijke afwaarderingen worden teruggenomen als ze niet langer noodzakelijk blijken. De waardering en afschrijving van materiële vaste activa behorend tot het programma RAV die vallen onder de voorschriften van de NZa kunnen te eniger tijd worden gewijzigd door de Nza. In die gevallen prevaleren de voorschriften ter zake van Nza. Gronden en terreinen worden altijd geactiveerd, maar niet afgeschreven. Activa met een verkrijgingsprijs van minder dan € 5.000 (GGD en GHOR) of € 2.500 (RAV) worden niet geactiveerd maar direct in de kosten opgenomen. De gehanteerde afschrijvingstermijnen zijn in de volgende tabel vermeld. Omschrijving
Afschrijvingstermijn
Bedrijfsgebouwen Bedrijfsgebouwen RAV Bedrijfsgebouwen Kantineopbouw Parmentierweg te Leiden Verbouwingen Verbouwingen RAV Nagelvaste voorzieningen bedrijfsgebouwen
50 jaar 40 jaar 20 jaar 15 jaar 10 jaar 10 jaar
Vervoermiddelen Ambulances RAV; overige vervoermiddelen RAV; overige vervoermiddelen Machines, apparaten en installaties Veiligheidsvoorzieningen bedrijfsgebouwen; veiligheidsvoorzieningen RAV; noodstroomvoorziening; röntgenapparatuur; audiometers; hogedrukreiniger RAV Overige kantoorapparatuur Overige materiële vaste activa Meubilair; kantoorinventaris en overige bedrijfsmiddelen RAV Telefooninstallaties; verbindingsapparatuur/-netwerk RAV Kantoorautomatisering, automatiseringsapparatuur, -infrastructuur en software Overige kantoorinventaris; medische inventaris RAV en (overige) voorzieningen (in gebouwen)
5 jaar
10 jaar 5 jaar 5 jaar 5 jaar 5 jaar 5 jaar
Tabel 22: Afschrijvingstermijnen
Financiële vaste activa De financiële vaste activa worden gewaardeerd tegen nominale waarde. Zo nodig is een voorziening 27
voor verwachte oninbaarheid in mindering gebracht. Grond- en hulpstoffen De Grond- en hulpstoffen gereed product en handelsgoederen zijn gewaardeerd tegen historische kostprijs. Uitzettingen met een rentetypische looptijd korter dan één jaar De vorderingen worden gewaardeerd tegen nominale waarde. Voor verwachte oninbaarheid is een voorziening in mindering gebracht. De voorziening wordt statisch bepaald op basis van de geschatte inningskansen. Liquide middelen en overlopende posten Deze activa worden tegen nominale waarde opgenomen. Overlopende activa De overlopende activa worden gewaardeerd tegen nominale waarde. Voorzieningen Voorzieningen worden gewaardeerd op (jaarlijkse) schattingen van de te verwachten kosten. Schulden met een rentetypische looptijd van één jaar of langer Vaste schulden worden gewaardeerd tegen de nominale waarde, verminderd met gedane aflossingen. De vaste schulden hebben een rentetypische looptijd van één jaar of langer. Vlottende passiva De vlottende passiva worden gewaardeerd tegen de nominale waarde. 2.3.3. Algemene waarderingsgrondslagen voor de rechtmatigheidsverantwoording De in de jaarrekening opgenomen rechtmatigheidsverantwoording is opgesteld op basis van de kaders zoals besloten in de financiële verordening en op basis van de kadernota rechtmatigheid.
Dit betekent dat: • De rechtmatigheidsverantwoording toeziet op de financiële rechtmatigheid van baten, lasten, balansmutaties, alsmede de baten en lasten inzake de specifieke uitkeringen op grond van art. 17 Financiële-verhoudingswet; • De financiële rechtmatigheid waaronder het Voorwaardencriterium, het Begrotingscriterium en het Misbruik & Oneigenlijk gebruik (M&O) criterium, omvat: - Voor het Voorwaardencriterium bestaat de norm uit het normenkader zoals op 12 april 2023 door het Algemeen Bestuur is vastgesteld; - Voor het Begrotingscriterium geldt dat alle overschrijdingen van lasten en investeringskredieten onrechtmatig zijn, waarbij voor een aantal scenario’s in de financiële verordening is beschreven wanneer deze overschrijdingen acceptabel zijn. Voor over- en onderscheidingen van baten, onderschrijdingen van lasten en onderschrijdingen van investeringskredieten geldt dat deze als onrechtmatig zijn aangemerkt indien ze niet tijdig aan het Algemeen Bestuur zijn gemeld; - Ten aanzien van het Misbruik & Oneigenlijk gebruik criterium is de beleidsnotitie M&O van de organisatie leidend bij het voorkomen en opsporen van misbruik en oneigenlijk gebruik.
Omdat alleen bij misbruik sprake is van een onrechtmatigheid zijn eventuele gevallen van misbruik (mits cumulatief met andere fouten of onduidelijkheden boven de verantwoordingsgrens) opgenomen in de rechtmatigheidsverantwoording. • De rechtmatigheidsverantwoording is opgesteld binnen de kaders van de kadernota rechtmatigheid 2023 van de Commissie BBV alsmede de eigen financiële verordening. Dit betekent dat: - Een verantwoordingsgrens van 3% is gehanteerd waarboven cumulatieve fouten en onduidelijkheden in de rechtmatigheidsverantwoording worden opgenomen; 28
-
Een rapporteringstolerantie van € 100.000 is gehanteerd waarboven fouten en onduidelijkheden in de paragraaf bedrijfsvoering worden opgenomen.
2.4. Toelichting op de balans 2.4.1. Materiële vaste activa Het hierna opgenomen overzicht geeft het verloop van de boekwaarde van de investeringen met een economisch nut weer.
Tabel 23: Verloop investeringen met economisch nut
2.4.2. Financiële vaste activa Het verloop van de financiële vaste activa gedurende het boekjaar is in het volgende overzicht weergegeven:
Tabel 24: Verloop vaste activa
In 2008 is een 20-jarige lening uitgegeven aan de personeelsstichting RDOG Hollands Midden voor de aankoop van een sloep. Deze sloep dient als onderpand van de lening. In verband met onvoorziene onderhoudskosten is in 2018 een aanvullende lening verstrekt. Op het lening bedrag wordt met ingang van 2022 € 3k per jaar afgelost. 2.4.3. Voorraden De voorraden grond- en hulpstoffen zijn gewaardeerd tegen historische kostprijs.
€1.000 Voorraden grond- en hulpstoffen Totaal
31-12-2023 51 51
31-12-2022 37 37
Tabel 25: Voorraden 2.4.4. Uitzettingen met een rentetypische looptijd korter dan één jaar De uitzettingen met een rentetypische looptijd korter dan één jaar zijn als volgt gespecificeerd.
29
Tabel 26: Uitzettingen met een rentetypische looptijd korter dan één jaar
Schatkistbankieren Onderstaand overzicht toont het gemiddelde saldo van de liquide middelen die buiten de schatkist zijn gebleven. €1.000 Gemiddeld saldo per kwartaal Limiet Ruimte ten opzichte van de limiet
1e kwartaal
2e kwartaal 3e kwartaal 60 73 61 779 779 779 719 706 718
4e kwartaal 105 779 674
Tabel 27: Schatkist
Het maximale gemiddelde saldo per kwartaal van buiten de schatkist gebleven middelen is gelijk aan 0,75% van het begrotingstotaal van de begroting. Dat is een bedrag van € 103.916k x 0,75% = € 779k. 2.4.5. Liquide middelen Het saldo van de liquide middelen bestaat uit de volgende componenten:
Tabel 28: Liquide middelen
De rekening-courant bij de huisbankiers is niet rentedragend.
30
2.4.6. Overlopende activa De post overlopende activa kan als volgt onderscheiden worden.
Tabel 29: Overlopende activa
De post ‘overige nog te ontvangen en vooruitbetaalde bedragen' betreft overige nog te ontvangen en vooruitbetaalde bedragen die ten laste van volgende begrotingsjaren komen. De in de balans opgenomen van Europese en Nederlandse overheidslichamen nog te ontvangen voorschotbedragen die ontstaan door voorfinanciering op uitkeringen met een specifiek bestedingsdoel, kunnen als volgt gespecificeerd worden:
Tabel 30: Overige nog te ontvangen en vooruitbetaalde bedragen
2.4.7. Eigen Vermogen De post ‘overige nog te ontvangen en vooruitbetaalde bedragen' betreft overige nog te ontvangen en vooruitbetaalde bedragen die ten laste van volgende begrotingsjaren komen. Eigen vermogen Algemene reserve Hecht heeft een algemene reserve GGD en GHOR voor het opvangen van eventuele tegenvallers in de bedrijfsvoering van de GGD en de GHOR. Hecht heeft een Reserve Aanvaardbare Kosten (RAK) voor het opvangen van fluctuaties in de exploitatie van de RAV. Het resultaat dient volledig ten goede te komen aan de RAV. Indien de gelden van de RAK niet worden besteed aan de RAV, dan wordt dat bedrag door de zorgverzekeraars in mindering gebracht op het initiële budget van het daaropvolgende boekjaar. Bestemmingsreserves Hecht heeft per einde boekjaar de volgende bestemmingsreserves: − reserve programma Hecht24; 31
-
reserve onderhoud huisvesting; reserve OvDG: de reserve OvDG is een reserve van de GHOR. Het doel is de kosten van werving en opleiding van nieuwe Officieren van Dienst te bekostigen.
Toelichting op het eigen vermogen Hieronder staat het eigen vermogen na de bestemming van het resultaat over het boekjaar 2022. De saldi per 31 december 2022 zijn overgenomen uit de jaarrekening 2022. Na de verdeling van het resultaat over 2022 resteert het saldo per 1 januari 2023. Dit is inclusief de herverdeling zoals goedgekeurd door het Algemeen Bestuur op 8 december 2021. Tevens zijn van ieder programma de vermogensmutaties over het jaar 2023 weergegeven en in de laatste kolom staat de stand per eind 2023. €1.000
31-12-2022
Bestemming
1-1-2023
Algemene reserve GGD
1.952
-805
1.147
Algemene reserve ZVH
670
-199
471
471
Algemene reserve GHOR
94
260
354
354
Reserve aanvaardbare kosten RAV
2.124
-3
2.121
Algemene reserve
4.840
-747
4.093
Reserve verplichtingen voormalig personeel
Storting
Onttrekking
Resultaat 31-12-2023 1.147
2.121 0
0
0
345
345
Reserve markttaken GGD
0
0
0
Reserve ERP
0
0
0
Reserve frictiekosten Corona
0
0
0
Reserve programma Hecht24
923
923
566
357
Reserve onderhoud huisvesting
428
428
428
0
Reserve project OvDG
100
Bestemmingsreserves
1.796
Onverdeeld resultaat GGD Onverdeeld resultaat ZVH
345
4.093 0
100 0
1.796
-805
805
260
-260
Onverdeel resultaat GHOR
-3
Onverdeeld resultaat RAV Onverdeeld resultaat
100 0
1.339
0
457
0
-4.447
-4.447
0
287
287
3
0
105
105
-199
199
0
136
136
-747
747
0
0
0
-3.919
-3.919
Eigen vermogen
5.889
0
5.889
0
1.339
-3.919
631
GGD
2.843
0
2.843
0
1.339
-4.447
-2.943
ZVH
471
0
471
0
0
287
758
GHOR
454
0
454
0
0
105
559
RAV
2.121
0
2.121
0
0
136
2.257
Eigen vermogen
5.889
0
5.889
0
1.339
-3.919
631
0
Tabel 31: Toelichting op het eigen vermogen
Het eigen vermogen daalt als gevolg van het negatieve resultaat van Hecht in 2023.
32
Reserve kosten programma Hecht24 De Bestemmingsreserve kosten programma Hecht24 is bedoeld om de kosten die gemaakt moeten worden voor de realisatie van het programma te kunnen voldoen. Met deze reserve worden de reeds toegewezen middelen aan het programma Hecht24 die niet zijn besteed, door het uitstellen van taken, gereserveerd voor het programma Hecht24 in 2024. Reserve Officieren van Dienst Geneeskundig (OvDG’en) De Bestemmingsreserve Officieren van Dienst Geneeskundig is bestemd voor de financiering van de werving en opleiding van crisisfunctionarissen binnen de GHOR. De bestemmingsreserve heeft het doel om in de planperiode de incidentele kosten op te vangen van de verwachte wisseling van OvDG’en en andere crisisfunctionarissen GHOR en van de initiële opleiding van toekomstige crisisfunctionarissen. Reserve onderhoud huisvesting De reserve onderhoud huisvesting is afgebouwd ter financiering van de verbouwings- en renovatiekosten.. 2.4.8. Voorzieningen Het verloop van de voorzieningen wordt in de hierna opgenomen overzichten weergegeven.
€1.000
31-12-2022
Storting
Onttrekking
Vrijval
31-12-2023
Spaarverlof
168
1.108
-
-
1.276
Voorziening voor verplichtingen, verliezen en r
168
1.108
-
-
1.276
Tabel 32: Voorzieningen voor verplichtingen, verliezen en risico's
Vanuit de cao zijn er afspraken over het aanhouden van bovenwettelijke verlofuren door de medewerkers. De BBV heeft richtlijnen gegeven over de verwerking van deze voorziening. De voorziening verlofsparen is ingesteld als gevolg van wijziging van de Cao SGO, waarin medewerkers ongelimiteerd een verlofsaldo kunnen opbouwen voor spaarverlof. Voor de wijze van opbouw is aangesloten bij de toelichting vanuit de commissie BBV. Daarbij wordt gesteld dat mag worden aangesloten bij het gemeentelijk beleid alsmede dat van de gemeenschappelijke regeling ter bepaling van het maximale bovenwettelijk verlof dat mag meegenomen worden naar een volgend jaar. Voor Hecht is dit bepaald naar rato dienstverband voor 6 dagen jaarlijks over een periode van 5 jaar gebaseerd op het verleden. De omvang van de voorziening is hierop gebaseerd. Vooralsnog hebben geen medewerkers expliciet te kennen gegeven gebruik te willen maken van de omvang van het spaarverlof. In dat geval wordt het gehele saldo aan spaarverlof voor de betreffende medewerker als onderdeel van de voorziening opgenomen. €1.000
Onderhoud ambulances Egalisatievoorziening
31-12-2022
347 347
Storting
Onttrekking
-
132 132
Vrijval
31-12-2023
-
215 215
Tabel 33: Egalisatievoorziening
De RAV heeft het onderhoud van de ambulances in eigen beheer. Voor het onderhoud heeft de RAV een onderhoudsvoorziening gevormd. De voorziening is gebaseerd op de ingeschatte onderhoudskosten op basis van een gebruiksperiode van 5 jaar en 300.000 gereden kilometers. 2.4.9. Overige leningen met een rentetypische looptijd van één jaar of langer Deze balanspost betreft vaste schulden met een rentetypische looptijd van één jaar of langer en bevat 33
onderhandse leningen van binnenlandse banken en financiële instellingen en verplichtingen uit hoofde van vaststellingsovereenkomsten.
Tabel 34: Vaste schulden met een rente typische looptijd, langer dan één jaar
Hecht heeft vier langlopende leningen opgenomen bij de BNG Bank. Het rentepercentage van de lening voor het gebouw aan de Parmentierweg 49 te Leiden staat gedurende de gehele looptijd vast. De drie leningen voor de RAV zijn per 2 januari 2021 opnieuw afgesloten met een vast rentepercentage tot het einde van de looptijd (2 januari 2062). Bij de ING Bank is in 2019 een financial leaseovereenkomst afgesloten voor de aanschaf van ambulances. De looptijd is 58 maanden. Hecht heeft ten gunste van de lessor een pandrecht gevestigd op het bedrijfsmiddel en de verzekering van het bedrijfsmiddel als aanvullende zekerheid verschaft. €1.000
Nummer
Hoofdsom
Start
Looptijd
Rente
Lening nieuwbouw Leiden en Gouda, RAV
40106139
4000
2011 40 jaar
4,95%
Lening nieuwbouw Leiden en Gouda, RAV
40106499
2000
2011 40 jaar
5,25%
Lening nieuwbouw Leiden en Gouda, RAV
40107567
1400
2012 491/2 jaar
3,52%
203948-MX-0
max 4.500
2019 58 mnd
1,25%
40115999
7000
2023 15 jaar
3,28%
Financial lease ambulances Lening Parmentierweg, Leiden
Tabel 35: Leningen
Hieronder staat de onderverdeling en het verloop van de vaste schulden met een looptijd langer dan één jaar. Na de kolom met de stand per 31 december van het boekjaar is weergegeven wat het aandeel in lening bedrag is waarvan de resterende looptijd nog meer dan 5 jaar is. In de laatste kolom staat het rentebedrag over de lening in het boekjaar. De aflossingen op de langlopende leningen vinden jaarlijks plaats per 1 januari voor de leningen van de RAV en per 1 maart voor de Lening Parmentierweg, Leiden.
Tabel 36: Leningen
2.4.10. Schulden met een looptijd korter dan één jaar Deze post omvat de volgende netto-vlottende schulden met een rentetypische looptijd korter dan één jaar.
34
Tabel 37: Schulden, korter dan één jaar
2.4.11. Overlopende passiva De specificatie van de post overlopende passiva is als volgt:
Tabel 38: Overlopende passiva
De post ‘in het begrotingsjaar opgebouwde verplichtingen’ betreft verplichtingen die in het begrotingsjaar zijn opgebouwd en die in een volgend begrotingsjaar tot betaling komen met uitzondering van jaarlijks terugkerende arbeidsgerelateerde verplichtingen van vergelijkbaar volume. Van overheidslichamen ontvangen voorschotbedragen De post van ‘overheidslichamen ontvangen voorschotbedragen’ betreft de van de Europese en Nederlandse overheidslichamen ontvangen voorschotbedragen voor uitkeringen met een specifiek bestedingsdoel die dienen ter dekking van lasten van volgende begrotingsjaren. De in de balans opgenomen van Europese en Nederlandse overheidslichamen ontvangen voorschotbedragen voor uitkeringen met een specifiek bestedingsdoel die dienen ter dekking van lasten van volgende begrotingsjaren, kunnen als volgt gespecificeerd worden:
35
Tabel 39: Overheidslichamen ontvangen voorschotbedragen
36
2.4.12. Niet uit de balans blijkende financiële verplichtingen Hecht is voor een aantal toekomstige jaren verbonden aan verschillende, niet uit de balans blijkende, financiële verplichtingen. Hierna volgt een opsomming van de belangrijkste van deze verplichtingen. Huurverplichtingen De looptijd van de huurverplichtingen inzake onroerend goed verschilt per gehuurd object. De totale jaarlijkse verplichting bedraagt voor het programma GGD € 1.487 voor CJG huisvesting. Deze huurverplichtingen worden jaarlijks vergoed vanuit de deelnemende gemeenten. De grootste algemene post betreft huurverplichtingen rond de vestiging in Gouda (€ 460k) met een looptijd tot aan 2024. De GHOR heeft huurverplichtingen van € 45k. De RAV heeft huurverplichtingen inzake onroerend goed. De totale jaarlast bedraagt € 405k. De looptijd van de huurverplichtingen verschilt per standplaats. Naast de huurverplichting Vondellaan Leiden met een looptijd van 25 jaar, heeft geen van de verplichtingen een looptijd langer dan 5 jaar. Standplaats Gouda. Deze standplaats wordt gehuurd van Promen. Per 30 april 2021 liep het huurcontract af en is vervolgens automatisch verlengd. Dit contract bevat een opzegtermijn van 3 jaar. De boekwaarde van standplaats Gouda per eind 2023 bedraagt ca. € 977k.
Verplichtingen uit hoofde van meerjarige overeenkomsten Deze verplichtingen betreffen overeenkomsten ter zake van softwarelicenties, mobiele telefonie en dergelijke, met een inkoopwaarde van circa € 3,7m per jaar. Verplichtingen uit hoofde van investeringen en onderhoudscontracten van de RAV bedragen € 2,4m per jaar. De overeenkomsten hebben verschillende looptijden. Arbeidskosten gerelateerde verplichtingen Dit betreft de in de volgende tabel vermelde saldi. Het saldo van de opgebouwd verlof betreffen de programma’s GGD, ZVH, GHOR en RAV. Voor het deel van opgebouwd spaarverlof is een bedrag van € 1.122k voor GGD, ZVH en de GHOR verantwoordt in de exploitatie waarvoor per begin 2023 een voorziening is ingesteld. Voor de RAV is er een voorziening getroffen voor spaarverlof voor in totaal een bedrag van € 154k op de balans opgenomen. Buiten de balans gebleven verlof is voor de GGD, ZVH en GHOR € 5.274k (2022: € 3.663k) en voor de RAV € 3.772k (2022: € 3.420k). €1.000 GGD-GHOR/ZVH Opgebouwde vakantiegelden Niet opgenomen vakantie-uren 5274 Totaal opgebouwde vakantiegelden 5.274
RAV
666 3106 3.772
31-12-2023 GGD-GHOR/ZVH 666 8380 3663 9.046 3.663
RAV
620 2822 3.442
31-12-2022 620 6485 7.105
Tabel 40: Niet uit de balans blijkende financiële verplichtingen
Verplichtingen RAV inzake functioneel leeftijdsontslag Per 1 januari 2006 is het Flexibel Pensioen en Uittreden (FPU) afgeschaft. Partijen zijn eind 2008 overeengekomen dat de overbrugging van personeel in de leeftijd van 62 tot 62 jaar en 9 maanden onder andere gedekt zal worden door de inkoop van extra pensioen door de werkgever. Deze inkoop zal voor een deel van de werknemers plaatsvinden door een directe afstorting bij het ABP en voor het overige deel op het moment dat de werknemer 53 jaar wordt. Collectieve waardeoverdracht pensioenen uit Sociaal Plan Naar aanleiding van vier fusies dient, oorspronkelijk 150, pensioenen overgedragen te worden naar het ABP. Mogelijk ontstaat daarbij een kostenpost voor Hecht indien de voorwaarden bij ABP minder zijn dan van de oorspronkelijke pensioenfondsen en zal Hecht moeten bijstorten. Als de kosten daarvan berekend zijn, zal er duidelijkheid komen over de mogelijke kosten. 2.5. Toelichting op het overzicht van baten en lasten Hierna volgen de toelichtingen van de baten en lasten per programma. De financiële overzichten zijn onderverdeeld naar economische categorieën en worden gevolgd door een beknopte tekstuele toelichting. 37
2.5.1. Programma Gemeentelijke Gezondheidsdienst (GGD) Financieel overzicht GGD Hieronder is het overzicht van de baten en lasten opgenomen, onderverdeeld naar economische categorieën. Prog. Begroting 2023
Begr. Incl. wijz (A) 2023
Salarissen en sociale lasten
33.464
Tijdelijk personeel
1.151
€1.000
Realisatie 2023 Overhead
Realisatie (B) 2023
Verschil (A-B)
Realisatie 2023 (excl. Corona)
40.003
9.218
3.661
2.248
Corona
41.672
-1.669
38.371
3.301
9.429
-5.768
3.494
5.935
Overige personeelslasten
1.595
2.607
1.461
2.720
-113
2.194
526
Subtotaal personeelslasten
36.210
46.271
12.927
53.821
-7.550
44.059
9.762
Kapitaallasten
879
909
899
959
-50
959
-
Huisvesting
1.977
2.928
1.552
8.870
-5.942
2.677
6.193
Organisatiekosten
872
5.220
7.485
4.291
7.113
372
6.241
Materialen
580
869
131
1.079
-210
1.058
21
Voorzieningen
-
-
251
777
-777
757
20
Kosten meldkamer
-
-
-
-
-
-
-
Onvoorzien
-
-
-
-
-
-
-
Lasten vorig boekjaar
-3
-10
10
-13
-14
24
Subtotaal overige lasten
8.656
-
12.188
7.114
18.808
-6.620
11.678
7.130
Lasten
44.866
58.459
20.041
72.629
-14.170
55.737
16.892
Gemeenten BPI/BPK
33.344
33.344
1.189
33.344
-
33.344
-
Gemeenten overige
6.844
6.541
1.476
8.403
1.862
8.400
3
Derden
2.117
5.297
-183
8.536
3.239
6.669
1.867
Zorgverzekeraars
1.345
-
-
-
-
-
-
Rijk
1.207
8.826
2.404
16.781
7.955
1.844
14.937
Baten vorig boekjaar Baten Gerealiseerde saldo van baten en
-
-
1
1
1
-85
86
44.857
54.008
4.887
67.065
13.057
50.172
16.893
-9
-4.451
-15.154
-5.564
-1.113
-5.565
Storting reserves
-447
-
-
-
-
-
-
1
Onttrekking reserves
456
1.421
1.119
1.119
-302
1.119
-
Gerealiseerde resultaat
-0
-3.030
-14.035
-4.445
-1.415
-4.446
1
Tabel 41: Financieel overzicht programma GGD, onderverdeeld naar economische categorieën
Toelichting De realisatie 2023 laat ten opzichte van de begroting 2023 de volgende afwijkingen zien: Allereerst is de cao-stijging de grootste oorzaak voor het afwijken t.o.v. de begroting, dit beslaat dan ook het grootste deel van de afwijking € 2,5 mln. Daarnaast is er een forse stijging te zien voor tijdelijk personeel. Dit valt mede te verklaren door extra taken. Dit betrof o.a. twee inhaalcampagnes van het Rijksvaccinatieprogramma (RVP), de zorg voor Oekraïense vluchtelingen, de toename in nieuwkomers, extra inhuur door krapte op de arbeidsmarkt, het inhuren van kennis en competenties die niet in huis is en meer gebruik van ouderschapsverlof waarvoor de regels zijn vernieuwd. Tijdelijk taken worden zo veel mogelijk door tijdelijk personeel uitgevoerd. De kosten voor tijdelijk personeel bedragen € 3.494k (dit is exclusief de inzet voor coronabestrijding). Door de verruiming van de regels omtrent spaarverlof is er dit jaar meer gebruik van gemaakt dan verwacht. Dit leidt tot een mutatie in de voorziening € 777k. Ook de versterking van de forensische geneeskunde en behoud, werving en opleiding van personeel heeft geleid tot hogere kosten. Door krapte op de arbeidsmarkt zijn hogere kosten gemaakt voor noodzakelijke inhuur. Toename spaarverlof Door de verruiming van de regels rond het spaarverlof in de cao zijn er in 2023 meer medewerkers gaan sparen voor verlof.
De wettelijke verlofregels leiden tot een extra last in het huidige boekjaar en in de toekomst. De spaarverlofregeling bleek een interessante vorm van extra verlof te zijn, met name om hiermee eerder met pensioen te kunnen gaan. Inschattingen maken is lastig, omdat het niet altijd duidelijk is of er direct verlof opgenomen wordt of er gespaard wordt voor de toekomst. Op basis van een prognose is voor een deel van de gespaarde uren een verlofvoorziening gevormd.
38
2.5.2. Zorg- en Veiligheidshuis (ZVH) Financieel overzicht ZVH Hieronder is het overzicht van de baten en lasten opgenomen, onderverdeeld naar economische categorieën. Prog. Begroting 2023
Begr. Incl. wijz (A) 2023
Realisatie 2023 Overhead
Realisatie (B) 2023
Verschil (A-B)
Salarissen en sociale lasten
14.910
16.602
2.737
15.482
1.120
Tijdelijk personeel
€1.000
1.455
1.547
393
1.504
43
Overige personeelslasten
704
1.010
546
970
40
Subtotaal personeelslasten
17.070
19.158
3.676
17.956
1.202
Kapitaallasten
360
436
347
347
89
Huisvesting
397
1.122
582
582
540
2.440
2.245
1.120
2.158
87
Organisatiekosten Materialen Voorzieningen
6
3
-
-
2
2
1
90
140
-140
Kosten meldkamer
-
-
-
-
-
Onvoorzien
-
-
-
-
-
-
-
-5
-5
5
Subtotaal overige lasten
Lasten vorig boekjaar
3.204
3.806
2.136
3.224
582
Lasten
20.274
22.965
5.812
21.180
1.785
Gemeenten BPI/BPK
17.030
17.030
-
17.031
1
Gemeenten overige
3.306
4.336
16
3.148
-1.188
Derden
101
494
182
417
-77
Zorgverzekeraars
-
-
-
Rijk
-
-
630
585
87
45
4
-
-
21
21
21
20.524
21.906
223
21.247
-659
Gerealiseerde saldo van baten en
250
-1.059
-5.589
67
1.126
Storting reserves
-250
-
-
Onttrekking reserves
-
Baten vorig boekjaar Baten
Gerealiseerde resultaat
0
-
-
264
220
220
-44
-795
-5.369
287
1.082
Tabel 42: Financieel overzicht programma ZVH, onderverdeeld naar economische categorieën
Toelichting Het resultaat voor het Zorg- en Veiligheidshuis voor 2023 is € 287k. Hiervoor zijn een aantal redenen te noemen. De salarislasten zijn gestegen door de cao-verhoging in 2023 met € 224k. De verwachting was een stijging van € 683k, maar door het hoge verloop met als gevolg openstaande vacatures zijn de salarislasten minder gestegen dan verwacht. Uiteindelijk zijn deze vacatures deels opgevuld met tijdelijk personeel zodat de dienstverlening door kon gaan. Daarnaast is er een stijging te zien in de overige personeelslasten door hogere opleidingslasten € 50k en het uitvoeren van een medical check up van € 45k. Bij het Veiligheidshuis zijn hogere kosten gemaakt, dit heeft echter ook geresulteerd in extra omzet. Er is daarnaast ook voor zo’n € 60k aan voorzieningen getroffen voor het spaarverlof die niet vooraf in de begroting stond. Ook dit is een gevolg van de cao 2023. De omzet was in 2023 hoger dan vooraf ingeschat.
39
2.5.3. Programma Geneeskundige Hulpverlening (GHOR) Financieel overzicht GHOR Hieronder is het overzicht van de baten en lasten opgenomen, onderverdeeld naar economische categorieën. Prog. Begroting 2023
Begr. Incl. wijz (A) 2023
Realisatie 2023 Overhead
Realisatie (B) 2023
Verschil (A-B)
1.439
1.245
404
1.230
15
Tijdelijk personeel
257
300
145
434
-134
Overige personeelslasten
54
5
11
30
-25
Subtotaal personeelslasten
1.750
1.550
560
1.694
-144
Kapitaallasten
74
20
8
25
-5
Huisvesting
49
56
53
54
2
Organisatiekosten
521
509
106
439
70
2
-
-
-
-
-
€1.000 Salarissen en sociale lasten
Materialen Voorzieningen
-
Kosten meldkamer
-
42
-42
-
-
-
-
19
-
-
-
-
Lasten vorig boekjaar
-
-
-
31
-31
Subtotaal overige lasten
666
585
167
591
-6
Lasten
2.416
2.135
727
2.285
-150
Gemeenten BPI/BPK
2.372
2.372
-
2.372
-
-
-
-
-
Onvoorzien
Gemeenten overige
3
Derden
-
Zorgverzekeraars
-
-
-
-
-
Rijk
-
-
-
-
-
-
-
-
Baten vorig boekjaar
11
18
18
7
-
-
2.375
2.383
18
2.390
7
Gerealiseerde saldo van baten en
-41
248
-709
105
-143
Storting reserves
-
-
-
-
-
Baten
Onttrekking reserves
41
-
-
-
-
Gerealiseerde resultaat
0
248
-709
105
-143
Tabel 43: Financieel overzicht programma GHOR, onderverdeeld naar economische categorieën
Toelichting Totale resultaat van de GHOR in 2023 is € 105k. Ook de GHOR had te maken met een cao-stijging, maar door meerdere vacatures die lang open hebben gestaan is het resultaat positief. Het verwachte resultaat was hoger, maar door extra inzet van tijdelijk personeel in het laatste kwartaal op de niet vervulde vacatures is het uitgekomen op € 105k. Dit is deels door lagere personele en lagere organisatiekosten. Er is dan ook geen noodzaak om een bijdrage te onttrekken vanuit de bestemmingsreserve OvDG voor kosten opleiding nieuwe OvDG functionarissen.
40
2.5.4. Programma Regionale Ambulancevoorziening (RAV) Financieel overzicht RAV Hieronder is het overzicht van de baten en lasten opgenomen, onderverdeeld naar economische categorieën. Progr.begr 2023 primair
Prog. Begroting 2023
Begr. Incl. wijz (A) 2023
Realisatie 2023 Overhead
Realisatie (B) 2023
Verschil (A-B)
22.776
25.575
27.149
3.642
28.479
-1.330
690
783
1.256
628
1.436
-180
Overige personeelslasten
1.306
1.729
2.059
415
2.076
-17
Subtotaal personeelslasten
24.773
28.087
30.464
4.685
31.991
-1.527
Kapitaallasten
2.343
2.452
2.025
333
1.975
50
Huisvesting
1.043
1.043
1.331
-
1.259
72 40
€1.000
Salarissen en sociale lasten Tijdelijk personeel