CConstaterende datHillegom
Koppel je AI →
Document · PDF

Bestemmingsplan Goed Wonen fase 2.pdf

Raadscommissie 14 april 2022, gemeente HillegomBij agendapunt: 8: Bestemmingsplan 'Goed Wonen fase 2, Hillegom'33.286 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 3 van 4

Akoestische aspecten

7.4.1 Kader Onderzoekszone wegverkeer Langs een weg bevindt zich aan weerszijden een zone waarbinnen akoestisch onderzoek moet worden uitgevoerd. Voordat nieuwe woningen binnen deze zone kunnen worden geprojecteerd dient te worden onderzocht of aan de normen van de Wgh wordt voldaan. De zonebreedte is afhankelijk van het aantal rijstroken en van de aard van de omgeving (stedelijk of buitenstedelijk gebied). De nieuwe ontwikkeling wordt niet gerealiseerd binnen een zone zoals benoemd is in de Wet geluidhinder. In dit onderzoek is, vanuit het oogpunt van een goede ruimtelijke ordening, wel het verkeer op de Julianastraat, Emmastraat, Meerstraat en Hofstraat betrokken. De wettelijk toegestane snelheid op deze wegen is 30 km/uur. Normstelling Wet geluidhinder In het geval een nieuwe woning wordt gerealiseerd binnen een zone van een weg, dan mag de geluidsbelasting niet meer bedragen dan de voorkeurswaarde. Indien de geluidsbelasting hoger is dan de voorkeurswaarde moeten er maatregelen worden getroffen om hieraan alsnog te kunnen voldoen. Blijkt dat niet mogelijk te zijn of op zwaarwegende bezwaren te stuiten van stedenbouwkundige, verkeerskundige, landschappelijke of financiële aard dan is het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Hillegom (het college van de Hillegom) bevoegd tot het vaststellen van hogere waarden.

In tabel 1 zijn de voorkeurswaarde en de maximale hogere waarde voor nieuwe woningen in stedelijk gebied aangegeven. Tabel 1 : Normstelling wegverkeerslawaai nieuwe woningen Wet geluidhinder. Bron Voorkeurswaarde Maximale ontheffingswaarde wegverkeer

48 dB (art. 82, lid 1 Wgh)

63 dB (art. 83, lid 2 Wgh)

Deze grenswaarden zijn ook toegepast op de 30 km-wegen.

Bestemmingsplan Goed Wonen fase 2, Hillegom Toelichting Vaststelling

50

Reductie geluidsbelastingen wegverkeerslawaai Op grond van de verwachting dat de geluidproductie van motorvoertuigen in de toekomst afneemt, mogen de berekende geluidbelastingen op de gevels worden gereduceerd. Volgens artikel 110g Wgh is deze reductie 5 dB bij wegen met een rijsnelheid van lager dan 70 km/h. De resultaten van de alle wegen die in dit onderzoek betrokken zijn, zijn daarom gereduceerd met 5 dB. Hogere waarde beleid gemeente Hillegom Voor de gemeenten die binnen het werkgebied van de Omgevingsdienst West-Holland vallen, waaronder Hillegom, is hogere waarden beleid van toepassing. Dit beleid is vastgelegd in het rapport ‘Richtlijnen voor het vaststellen van hogere waarden Wet geluidhinder’, van 4 maart 2010. Kort gezegd is in dit beleidsstuk vastgelegd onder welke voorwaarden kan worden meegewerkt aan het vaststellen van een hogere waarde. In onderstaande tekst zijn de algemene en specifieke criteria uit dat hogere waarden beleid beschreven. Algemene voorwaarden Een hogere waarde kan slechts worden vastgesteld als maatregelen tot het terugbrengen van de geluidbelasting tot de voorkeursgrenswaarde onvoldoende doeltreffend zijn, of als er ernstige bezwaren zijn op het gebied van stedenbouwkundige, verkeerskundige, vervoerskundige, landschappelijke of financiële aard.

Specifieke criteria voor vaststellen hogere waarde wegverkeerslawaai Een hogere waarde kan slechts worden verleend als het betreft: 1. woningen die ter plaatse noodzakelijk zijn om redenen van grond- of bedrijfsgebondenheid, of; 2. woningen die in een gemeentelijke structuurvisie worden opgenomen, of; 3. woningen die door de gekozen situering een open plaats tussen aanwezige bebouwing opvullen, of; 4. woningen die ter plaatse gesitueerd worden als vervanging van bestaande bebouwing; 5. nog niet geprojecteerde woningen buiten de bebouwde kom die verspreid gesitueerd worden, of; 6. nog niet geprojecteerde woningen binnen de bebouwde kom die door de gekozen situering of bouwvorm een doelmatige akoestisch afschermende functie gaan vervullen voor andere woningen - in aantal ten minste de helft van het aantal woningen waaraan de afschermende functie wordt toegekend -, of voor andere geluidsgevoelige objecten, of; 7. geprojecteerde, in aanbouw zijnde of aanwezige woningen en een nog niet geprojecteerde weg voor zover die weg: a. een noodzakelijke verkeers- en vervoersfunctie zal vervullen of b. een zodanige verkeersverzamelfunctie zal vervullen, dat de aanleg van die weg zal leiden tot aanmerkelijk lagere geluidsbelastingen van woningen binnen de zone van een andere weg. én onder de voorwaarden: 8. bij een gevelbelasting hoger dan 53 dB wordt akoestische compensatie toegepast; 9.

voor nog niet geprojecteerde woningen kan alleen een hogere waarde dan 53 dB als de ten hoogste toelaatbare geluidsbelasting worden vastgesteld als voldoende verzekerd wordt, dat de verblijfsruimten, alsmede ten minste één van de tot de woning behorende buitenruimten niet aan de uitwendige scheidingsconstructie worden gesitueerd waar de hoogste geluidsbelasting optreedt, tenzij overwegingen van stedenbouw of volkshuisvesting zich daar tegen verzetten; in dat geval wordt de buitenruimte afsluitbaar uitgevoerd. 10. bij een waarde vanaf 53 dB wordt gestreefd naar ten minste één stille gevel (< 48 dB);

Bestemmingsplan Goed Wonen fase 2, Hillegom Toelichting Vaststelling

51

11. dove gevels worden bij voorkeur niet toegepast; indien toch noodzakelijk dan maximaal één dove gevel, bij voorkeur niet als voor- of achtergevel; 12. voor nog niet geprojecteerde woningen ter vervanging van bestaande woningen is een hogere waarde alleen mogelijk als de vervanging niet leidt tot: a. een ingrijpende wijziging van de bestaande stedenbouwkundige functie of structuur; b. een toename van het aantal geluidgehinderden met meer dan 100, gerekend op bouwplanniveau; 13. de hogere waarde bedraagt niet meer dan 58 dB. Op 4 maart 2013 is er een herziening uitgekomen van het hogere waarden beleid, waarin staat beschreven dat de omschrijving van het begrip geluidzone voor wegverkeerslawaai is verbreed en het wetsvoorstel om 30 km/uur wegen zoneringsplichtig te maken is verworpen. In het document staat dat 30 km/uur wegen dus niet vallen onder het regime van de Wgh en er dus ook geen hogere waarde procedure voor kan worden gevolgd. Dit ontslaat gemeenten echter niet van de verplichting om in het kader van een goede ruimtelijke ordening de geluidsbelasting van deze wegen in de belangenafweging te betrekken. Deze werkwijze is in dit onderzoek gevolgd. Bouwbesluit In het Bouwbesluit 2012 is aangegeven wat de karakteristieke geluidwering moet zijn om een binnenwaarde, bij gesloten ramen, te garanderen voor verblijfsgebieden van een nieuwe woning.

De geluidbelasting door wegverkeerslawaai mag in verblijfsgebieden (gebruiksgebied of een gedeelte daarvan voor het verblijven van personen) niet hoger zijn dan 33 dB, waarbij 20 dB het minimum is. 7.4.2 Onderzoek De nieuwe ontwikkeling wordt niet gerealiseerd binnen een zone zoals benoemd is in de Wet geluidhinder. Door KuiperCompagnons is akoestisch onderzoek in het kader van een goede ruimtelijke ordening uitgevoerd (bijlage 7). In dit onderzoek is het verkeer op de Julianastraat, Emmastraat, Meerstraat en Hofstraat betrokken. Meerstraat Uit de resultaten blijkt dat de geluidsbelasting op het meest noordelijke bouwblok op de gevel die langs de Meerstraat is gelegen op alle bouwlagen de voorkeursgrenswaarde overschrijdt. De geluidsbelasting is maximaal 56 dB. De maximale ontheffingswaarde van 63 dB wordt niet overschreden. Ook wordt de voorkeursgrenswaarde overschreden op de zuidoostgevel op de eerste en tweede verdieping van de oostelijk gelegen appartementen. Op de noordoostgevel wordt de voorkeursgrenswaarde eveneens overschreden op vier van de zes appartementen. Uit de resultaten blijkt dat de geluidsbelasting de voorkeursgrenswaarde niet overschrijdt. De geluidsbelasting is maximaal 46 dB. Emmastraat Het verkeer op de Emmastraat veroorzaakt een geluidbelasting op de nieuwbouw van maximaal 42 dB. De voorkeursgrenswaarde wordt niet overschreden.

Hofstraat Uit de resultaten blijkt dat de geluidsbelasting voorkeursgrenswaarde wordt niet overschreden.

maximaal

Bestemmingsplan Goed Wonen fase 2, Hillegom Toelichting Vaststelling

47

dB

bedraagt.

De

52

Cumulatie Op de laatste afbeelding in bijlage 3 is de cumulatieve geluidsbelasting van alle wegen gepresenteerd zonder de correctie van 5 dB ex artikel 110g Wgh. De hoogst berekende cumulatieve geluidsbelasting bedraagt 61 dB aan de zijde van de Meerstraat. Toetsing aan het hogere waarden beleid In het hogere waarden beleid is aangegeven onder welke omstandigheden het bevoegd gezag medewerking verleent aan het vaststellen van hogere waarden in het geval de onderzochte wegen onderzoeksplichtige wegen zouden zijn. In dit rapport zijn de resultaten voor de 30 kmwegen getoetst aan dit beleid. De belangrijkste aspecten die in het beleid zijn beschreven betreffen de aanwezigheid van een stille gevel, geluidsluwe buitenruimte en het situeren van de verblijfsruimten aan de stille gevel vanaf een geluidsbelasting van 53 dB. Zoals hierboven is beschreven bedraagt de maximaal berekende geluidbelasting voor de Meerstraat 56 dB. Omdat de Meerstraat een maximum snelheid van 30 km/uur heeft is het aanvragen van hogere waarden niet mogelijk. Wel kan in het kader van een goede ruimtelijke ordening getoetst worden aan het hogere waarden beleid. Gezien het verblijfskarakter van de Meerstraat is het treffen van geluidreducerende maatregelen, in de vorm van een stiller wegdek of schermen, niet reëel.

Als ontheffingsgrond kan worden aangevoerd dat de nieuwe woningen dienen ter vervanging van bestaande bebouwing. Bij een aanvraag om een omgevingsvergunning bouwen moet worden aangetoond dat de karakteristieke geluidwering van de woningen zodanig is dat het geluidniveau in verblijfsgebieden niet meer is dan 33 dB, bij gesloten ramen en deuren. In deze berekening dient de geluidsbelasting van alle wegen samen inclusief het verkeer op de 30 km-wegen als uitgangspunt te worden aangehouden. Omdat ook een buitenruimte meegenomen moet worden bij de beoordeling van de goede ruimtelijke ordening, worden eventuele buitenruimten aan de hoogst geluidbelaste gevels voorzien van een gesloten borstwering en een absorberend platond. Dit om ook voor alle appartementen een buitenruimte te realiseren waar sprake is van een aanvaardbaar woon- en leefklimaat. 7.4.3 Conclusie Met het herstructureringsproject ‘Goed Wonen fase 2’ wenst Woningcorporatie Stek nieuwbouw mogelijk te maken in het plangebied gelegen aan de Julianastraat/Emmastraat in de gemeente Hillegom. Een wooncomplex van 36 eengezinswoningen uit de jaren ’20 wordt gesloopt en er worden 62 nieuwe woningen gebouwd die passen bij het centrumgebied van Hillegom en het afgeronde nieuwbouwproject Goed Wonen fase 1.

De nieuw te bouwen woningen zijn niet gelegen binnen de in de Wet geluidhinder (Wgh) vastgelegde onderzoekszones voor weg-, rail- en/of industrielawaai. Dit betekent dat op grond van de Wgh geen akoestisch onderzoek noodzakelijk is. In dit onderzoek is, vanuit het oogpunt van een goede ruimtelijke ordening, wel de geluidbelasting die veroorzaakt wordt vanwege het verkeer op de omliggende 30 km/uur wegen beoordeeld. Uit het onderzoek blijkt dat de voorkeursgrenswaarde wordt overschreden door het verkeer op de Meerstraat tot een maximale geluidbelasting van 56 dB. Door de overige wegen wordt de voorkeursgrenswaarde van 48 dB niet overschreden.

Bestemmingsplan Goed Wonen fase 2, Hillegom Toelichting Vaststelling

53

De Meerstraat is een 30 km/uur straat, waardoor er geen hogere waarden kunnen worden aangevraagd. Omdat het treffen van (aanvullende) bron en overdrachtsmaatregelen niet reëel is, is getoetst aan het hogere waarden beleid. Als ontheffingsgrond kan het vervangen van bestaande bebouwing worden aangevoerd. De geluidwering zal zodanig uitgevoerd worden dat het geluidniveau in de verblijfsgebieden niet meer dan 33 dB zal bedragen. Dit is geborgd in de regels van dit bestemmingsplan. Tevens worden er voorwaarden gesteld aan de eventuele buitenruimte van de gevels waar de geluidbelasting hoger is dan 53 dB. Met deze aanvullende voorwaarde kan een aanvaardbaar woon- en leefklimaat voor de toekomstige bewoners worden verkregen. 7.5

Luchtkwaliteit

7.5.1 Kader Het onderzoek naar luchtkwaliteit wordt uitgevoerd op grond van hoofdstuk 5, titel 5.2 ‘Luchtkwaliteitseisen’ van de Wet milieubeheer. De titel 5.2 ‘Luchtkwaliteitseisen’ is beter bekend als de Wet luchtkwaliteit. De kern van de Wet luchtkwaliteit is het Nationaal Samenwerkingsprogramma Luchtkwaliteit (NSL). Het NSL is een bundeling maatregelen op regionaal, nationaal en internationaal niveau die de luchtkwaliteit verbeteren en waarin alle ruimtelijke ontwikkelingen/projecten zijn opgenomen die de luchtkwaliteit in belangrijke mate verslechteren. Het doel van de NSL is om overal in Nederland te voldoen aan de Europese normen voor de luchtverontreinigende stoffen. Voor wegverkeer zijn stikstofdioxide (NO 2), fijnstof (PM10) en zeer fijnstof (PM2,5) de belangrijkste stoffen. De in de Wet luchtkwaliteit gestelde norm voor NO 2 en PM10 jaargemiddelde grenswaarde is voor beide stoffen 40 µg/m3. Daarnaast mag de PM10 24 uurgemiddelde grenswaarde van 50 µg/m3 maximaal 35 keer per jaar worden overschreden. De jaargemiddelde grenswaarde voor zeer fijnstof (PM2,5) bedraagt 25 µg/m3. Met het van kracht worden van het NSL zijn de tijdstippen waarop moet worden voldaan aan de jaargemiddelde grenswaarden NO2 en PM10 aangepast. Voor PM10 is dat 11 juni 2011 en 1 januari 2015 voor NO2. De grenswaarde voor PM2,5 is vanaf 1 januari 2015 van toepassing.

Naast de introductie van het NSL is het begrip ‘niet in betekenende mate bijdragen’ (NIBM) een belangrijk onderdeel van de Wet luchtkwaliteit. Een project draagt NIBM bij aan de verslechtering van de luchtkwaliteit als de NO2 en PM10 jaargemiddelde concentraties niet meer toenemen dan 1,2 µg/m3. In dat geval is de ontwikkeling als NIBM te beschouwen. Een ruimtelijke ontwikkeling vindt volgens de Wet luchtkwaliteit doorgang als ten minste aan één van de volgende voorwaarden is voldaan: - de ontwikkeling is opgenomen in het NSL; - de ontwikkeling aangemerkt wordt als een NIBM-project; - de gestelde grenswaarden in bijlage 2 van de Wet luchtkwaliteit niet worden overschreden; - projectsaldering kan worden toegepast. Voor zover de ruimtelijke ontwikkeling is opgenomen in het NSL of de ontwikkeling kan worden aangemerkt als NIBM-project is toetsing aan de grenswaarden van de Wet luchtkwaliteit niet nodig.

Bestemmingsplan Goed Wonen fase 2, Hillegom Toelichting Vaststelling

54

7.5.2 Onderzoek Een project draagt niet in betekenende mate (NIBM) bij aan de verslechtering van de luchtkwaliteit als de NO2 en PM10 jaargemiddelde concentraties niet meer toenemen dan 1,2 µg/m3. In dat geval is de ontwikkeling als NIBM te beschouwen. In de regeling NIBM is aangegeven dat een woningbouwlocatie met maximaal 1.500 woningen aan één ontsluitingsweg is aan te merken als een ontwikkeling die niet in betekende mate bijdraagt aan de verslechtering van de luchtkwaliteit. De herstructurering, waarbij maximaal 62 woningen mogelijk gemaakt worden, in dit bestemmingsplan valt dan ook ruim binnen de NIBM-regeling zodat onderzoek op grond van de Wet luchtkwaliteit niet noodzakelijk is. In het kader van een goede ruimtelijke ordening zijn tevens de jaargemiddelde concentraties NO 2, PM10 en PM2,5 bepaald ter plaatse van het projectgebied. In de NSL-monitoringstool zijn langs de belangrijkste wegen de jaargemiddelde concentraties NO 2, PM10 en PM2,5 voor het peiljaar 2020 bepaald.

Afbeelding 7.1: overzicht concentraties NO2, PM10 en PM2,5, peiljaar 2020 (NSL-monitoringstool)

Bovenstaande afbeelding geeft de dichtstbijzijnde hoofdwegen waaraan meetpunten met concentraties van bekend zijn. Dit betreffen de Van den Endelaan en de Weerland. Deze wegen kennen geen overschrijdingen van de jaargemiddelde grenswaardes. Vanwege de grote afstand tussen de wegen en het projectgebied is sprake van een te verwaarlozen invloed van het project op de jaargemiddelde concentraties. Uit de voorgaande afbeeldingen blijkt dat de jaargemiddelde concentraties NO 2, PM10 en PM2,5 ter plaatse van het projectgebied de jaargemiddelde grenswaarde van 40 µg/m3 (voor NO2 en PM10) en 25 µg/m3 (voor PM2,5) niet overschrijden. Daarnaast is de trend dat in de toekomst de emissies en de achtergrondconcentraties van deze stoffen zullen dalen, waardoor geen overschrijdingen van de grenswaarden zijn te verwachten. 7.5.3 Conclusie Het aspect luchtkwaliteit vormt geen belemmering voor voorgenomen ontwikkeling.

Bestemmingsplan Goed Wonen fase 2, Hillegom Toelichting Vaststelling

55

7.6

Bedrijven en milieuzonering

7.6.1 Kader Voor het behoud en de verbetering van de kwaliteit van de woon- en leefomgeving is een juiste afstemming tussen de verschillende voorkomende functies en wonen noodzakelijk. Daarbij kan gebruik worden gemaakt van een milieuzonering die uitgaat van richtinggevende afstanden tussen hinderlijke functies (in de vorm van gevaar, geluid, geur, stof) en gevoelige functies. In de brochure “Bedrijven en Milieuzonering” van de Vereniging van Nederlandse Gemeenten (VNG) (versie 2009) zijn deze richtafstanden opgenomen. Van deze richtafstanden kan gemotiveerd worden afgeweken. 7.6.2 Onderzoek De omgeving van het plangebied kan getypeerd worden als rustige woonwijk. In onderstaande tabel is een overzicht gemaakt van de bedrijven in de omgeving en de bijbehorende richtafstanden.

In bovenstaande tabel is per bedrijf/activiteit aangegeven wat de bijbehorende milieucategorie en richtafstand is. Vervolgens is aangegeven wat de feitelijke afstand van het bedrijf tot het plangebied is. Uit deze tabel blijkt dat de geïnventariseerde bedrijven en activiteiten verder van het plangebied liggen dan de geldende richtafstand. Voor deze bedrijven en activiteiten kan geconcludeerd worden dat er geen belemmeringen bestaan. Op het perceel Hofstraat 14 is geen bedrijf bekend. Het perceel is echter bestemd voor bedrijven in maximaal categorie 2 en tevens een loodgietersbedrijf. Een loodgietersbedrijf valt onder SBI2008: 41, 42, 43.3 ‘ aannemersbedrijven met werkplaats: b.o.< 1000 m²’, milieuvatcategorie 2. De richtafstand is 30 meter. Naast de bestemming liggen echter al woonbestemmingen op kortere afstand dan de nieuwbouw. Ook dit bedrijf zorgt niet voor belemmeringen voor voorgenomen ontwikkeling. 7.6.3 Conclusie Het aspect bedrijven en milieuzonering vormt geen belemmering voor voorgenomen ontwikkeling.

Bestemmingsplan Goed Wonen fase 2, Hillegom Toelichting Vaststelling

56

7.7

Externe veiligheid

7.7.1 Kader Externe veiligheid richt zich op het beheersen van activiteiten die een risico voor de omgeving kunnen opleveren. Bij de (her)inrichting van een gebied bepaalt de externe veiligheidssituatie mede de ruimtelijke (on)mogelijkheden. In het kader van het Besluit ruimtelijke ordening (Bro) gelezen in samenhang met de regels omtrent externe veiligheid moet worden onderzocht of er sprake is van aanwezigheid van risicobronnen in de nabijheid van de locatie waarop het Wro besluit betrekking heeft en dienen het plaatsgebonden risico (PR) en het groepsrisico (GR), en de eventuele toename hiervan, berekend te worden. Het PR is de kans per jaar dat een persoon op een bepaalde plaats overlijdt als rechtstreeks gevolg van een ongeval met gevaarlijke stoffen, indien hij onafgebroken en onbeschermd op die plaats zou verblijven. Het PR wordt weergegeven met risicocontouren rondom een inrichting of langs een vervoersas. De normstelling heeft de status van een grenswaarde die niet overschreden mag worden. Voor kwetsbare objecten wordt in zowel bestaande als nieuwe situaties het niveau van 10-6 per jaar als grenswaarde gehanteerd. Nieuwe beperkt kwetsbare objecten zijn alleen toegestaan onder een gewichtige motivering. Bestaande beperkt kwetsbare objecten zijn toegestaan binnen de PR 10-6 contour.

Het GR kan worden beschouwd als de maat van maatschappelijke ontwrichting in geval van een calamiteit (en drukt dus de kans per jaar uit dat een groep mensen van minimaal 10 personen overlijdt als rechtstreeks gevolg van een calamiteit). De normstelling heeft de status van een oriënterende waarde. Deze waarde is geen vastgestelde wettelijke norm. Voor het bevoegd gezag geldt met betrekking tot het GR wel een verantwoordingsverplichting. 7.7.2 Onderzoek Het plangebied is niet gelegen in het invloedsgebied van een bedrijf waar gevaarlijke stoffen worden opgeslagen of geproduceerd. Daarnaast ligt het plangebied ook niet in het invloedsgebied van een weg, spoorlijn, waterweg of buisleiding die wordt gebruikt voor het transport van gevaarlijke stoffen. 7.7.1 Conclusie Het aspect externe veiligheid vormt geen belemmering voor de voorgenomen ontwikkeling.

Bestemmingsplan Goed Wonen fase 2, Hillegom Toelichting Vaststelling

57

7.8

Schaduwwerking

7.8.1 Kader Met betrekking tot de juridische aspecten in relatie tot de bezonningsstudie kan het volgende worden vermeld. Er wordt onderscheid gemaakt tussen bezonning en daglichttoetreding. Bezonning is het rechtstreeks opvallende zonlicht. Daglicht is het geheel van zonlicht, zowel rechtstreeks, diffuus als gereflecteerd. In relatie tot bezonning geldt geen wettelijke normstelling. Door de vijf grootste gemeenten (Amsterdam, Rotterdam, Den Haag, Utrecht en Eindhoven) wordt echter regelmatig overlegd over dit onderwerp. Er is een criterium opgesteld, welke als volgt luidt: ‘Ten minste twee mogelijke bezonningsuren per dag voor de gevels van woningen, in de periode van 19 februari tot 21 oktober’. Deze norm wordt ook wel de ‘lichte TNO-norm ‘genoemd. De ‘zware TNO-norm’, die in principe zelden wordt gehanteerd, gaat uit van het volgende: ‘Ten minste drie mogelijke bezonningsuren per dag voor de gevels van woningen, in de periode van 21 januari tot 22 november’. 7.8.2 Onderzoek Om het aspect schaduwwerking inzichtelijk te maken is voor het project Goed Wonen fase 2 een bezonningsstudie uitgevoerd (bijlage 8). In de bouwfysica en ruimtelijke ordening worden de dagen 21 maart, 21 juni, 21 september en 21 december als maatgevend beschouwd voor de bezonning in de verschillende seizoenen.

De bezonningsstudie is uitgevoerd in het kader van het motiveren van een goede ruimtelijke ordening. De vier data zijn in de studie onderzocht waarbij twee scenario’s zijn bekeken; de huidige situatie en de nieuwe situatie. 21 maart en 21 september zijn nagenoeg gelijkwaardig. In deze bezonningsstudie is daarom in ieder geval gekeken naar de schaduwwerking op de dagen 21 maart, 21 juni en 21 december. De schaduwwerking op de gevels en tuin van de omliggende bebouwing is daarbij beoordeeld. 7.8.2 Conclusie Op de maatgevende dagen 21 maart, 21 juni en 21 september wordt in de nieuwe situatie voldaan aan zowel de lichte als de zware TNO norm. Daarmee is aangetoond dat het woon- en leefklimaat in deze maanden met het realiseren van het bouwplan niet afneemt in vergelijking met de huidige situatie. Het aspect schaduwhinder belemmert voorliggend bestemmingsplan niet. 7.9

Overige belemmeringen Naast de hiervoor beschreven milieuaspecten kunnen er nog andere belemmeringen in of nabij het plangebied aanwezig zijn die van invloed kunnen zijn op de planvorming. Het gaat bijvoorbeeld om de aanwezigheid van straalpaden, planologisch relevante kabels en leidingen (zoals waterleidingen of rioleringsleidingen), beschermingszones en dergelijke. In het noordelijk deel van het plangebied is een rioolleiding gelegen. Deze leiding kent de dubbelbestemming ‘Leiding – Riool’. In het nieuwe bestemmingsplan is deze leiding overgenomen met bijbehorende, beschermende regeling. In dit deel van het plangebied zijn geen ontwikkelingen voorzien. Derhalve gelden er geen overige belemmeringen.

Bestemmingsplan Goed Wonen fase 2, Hillegom Toelichting Vaststelling

58

7.10 Duurzaamheid Omgevingsvisie Hillegom 2030 In de Omgevingsvisie Hillegom 2030 is aangegeven dat de gemeente Hillegom een duurzame gemeente wil zijn. De raad heeft unaniem de ambitie geadopteerd om in 2030 energieneutraal te zijn en in 2050 klimaatneutraal. Ingezet wordt op het verduurzamen van de bestaande woonvoorraad en op duurzame nieuwbouw. Hierbij kan gedacht worden aan energieleverende of -neutrale woningen, gasloos, het afkoppelen van hemelwater, het indikken van rioolwater, het realiseren van extra waterberging en het vergroenen van versteende oppervlaktes (bij voorkeur ook in private tuinen) om de waterbergende capaciteit te vergroten. In de Omgevingsvisie Hillegom herziening 2019 staan de volgende streefwaarden voor GPRgebouw voor de nieuwbouw van woningen: • DuurzaamheidsPrestatie Gebouwen (DPG, combinatie van milieu en energie): minimaal een 8 • Gezondheid en gebruikskwaliteit: minimaal een 8 • Toekomstwaarde: minimaal een 7 (of bij de keuze voor een ander instrument vergelijkbare streefwaardes te formuleren). Regionaal Energieakkoord 2017 De gemeente Hillegom heeft op 27 september 2017, samen met vele andere partijen, het Energieakkoord Holland Rijnland 2017-2025 ondertekend. Binnen de regio Holland Rijnland hebben gemeenten hun ambities en doelstellingen rondom klimaat/energie uitgesproken.

De regionale ambitie is om in 2050 een energie neutrale regio te zijn en daarmee bij te dragen aan de nationale en internationale doelstellingen op het gebied van klimaat en energie. Alle huidige en toekomstige ontwikkelingen zullen daar aan bij moeten dragen. Immers wat nu al voldoet hoeft niet meer aangepast te worden voor 2050. Het advies is om toekomstige ontwikkelingen energie neutraal te realiseren. Dit gaat verder dan de toekomstige wettelijke wijziging van nieuwbouw. Op basis van het beleid dienen alle nieuwe ontwikkelingen, groot of klein een bijdrage te leveren aan de boven gestelde duurzaamheidsdoelstellingen van de gemeente, genoemd in de Omgevingsvisie. Daarbij speelt ook nog mee dat de huidige EPC per 2020 gewijzigd zijn in BENG eisen (voor overheidsgebouwen al vanaf 1 januari 2019) en wanneer de Omgevingswet van kracht is gemeenten eigen energie en duurzaamheideisen kunnen stellen in het omgevingsplan (nu bestemmingsplan CHW). Bij de verdere planontwikkeling zal de voorgenomen doelstelling verder beoordeeld dienen te worden. Lokaal beleid Ook in praktische zin ondersteunt de gemeente Hillegom het duurzaam bouwen. Zo kunnen de inwoners gratis en onafhankelijk advies inwinnen via het Duurzaam Bouwloket Hillegom. Bovendien kan via de gemeente een zogenaamde 'Duurzaamheidslening' afgesloten worden om energiebesparende maatregelen in en aan de woning te financieren.

Goed Wonen fase 2 De initiatiefnemer bekijkt de mogelijkheden om duurzaam te bouwen en is voornemens voor het programma sociale huurwoningen ‘Nul op de Meter’ woningen te realiseren. Hierbij zal waar mogelijk rekening worden gehouden met bovengenoemde streefwaarden. De marktpartij welke de koopwoningen gaat realiseren zal eigen duurzaamheidsambities hanteren. De nadere uitwerking hiervan vindt buiten de kaders van het bestemmingsplan plaats.

Bestemmingsplan Goed Wonen fase 2, Hillegom Toelichting Vaststelling

59

8

Uitvoerbaarheid

8.1

Economische uitvoerbaarheid Exploitatieverplichting Bij de voorbereiding van een bestemmingsplan dient op grond van artikel 3.1.6 van het Besluit ruimtelijke ordening (Bro) in de plantoelichting minimaal inzicht te worden gegeven in de economische uitvoerbaarheid van het plan. Tevens is met de inwerkingtreding van de Wet ruimtelijke ordening de verplichting ontstaan om, indien sprake is van ontwikkelingen waarvoor de gemeente redelijkerwijs kosten moet maken, bijvoorbeeld voor de aanleg van voorzieningen van openbaar nut, en de plankosten, deze moeten worden verhaald op de initiatiefnemer c.q. ontwikkelaar. Een en ander dient te worden vastgelegd in privaatrechtelijke overeenkomsten met iedere grondeigenaar. Als er met een grondeigenaar geen overeenkomst is gesloten en het kostenverhaal niet anderszins is verzekerd, dient een exploitatieplan te worden opgesteld welke tegelijkertijd met het bestemmingsplan moet worden vastgesteld. Gelet op het voorgaande wordt in het kader van de voorgenomen ontwikkeling een privaatrechtelijke overeenkomst gesloten tussen de gemeente en de initiatiefnemer. Daarmee wordt het voorliggende initiatief financieel uitvoerbaar geacht.

8.2

Maatschappelijke uitvoerbaarheid

8.2.1 Voorontwerpfase Vooraankondiging Op grond van artikel 1.3.1 van het Bro dient voorafgaand aan een bestemmingsplanprocedure, een vooraankondiging te worden gepubliceerd waarin de gemeente aangeeft een bestemmingsplan voor te bereiden. Informatiebijeenkomsten In een informele setting heeft op 25 april 2020 op een locatie in Hillegom een eerste informatiebijeenkomst plaatsgevonden. Op deze avond heeft de gemeente Hillegom en wooncorporatie Stek de toekomstige plannen met de buurt besproken. De avond stond in het teken van informeren en het ophalen van eventuele aandachtspunten. Op 11 mei 2021 was er – vanwege Corona - een digitale participatiebijeenkomst voor de ongeveer 200 omwonenden van het nieuwbouwproject Goed Wonen fase II. Belangstellenden konden hier reageren op het voorontwerpbestemmingsplan. Circa 30 omwonenden hebben van deze mogelijkheid gebruik gemaakt. Het doorlopen van deze participatie met de buurt draagt bij aan de maatschappelijke uitvoerbaarheid van voorliggend plan. Inspraak Het voorontwerpbestemmingsplan ‘Goed Wonen fase 2, Hillegom’ heeft 6 weken voor inspraak ter inzage gelegen van 14 april 2021 tot en met 25 mei 2021. Een ieder is in de gelegenheid gebracht een inspraakreactie in te dienen. De ontvangen inspraakreacties zijn samengevat en beantwoord in de inspraaknota

Bestemmingsplan Goed Wonen fase 2, Hillegom Toelichting Vaststelling

60

voorontwerpbestemmingsplan. Deze nota is als bijlage 11 bij dit plan gevoegd. Overleg Artikel 3.1.1 van het Bro schrijft voor dat diverse overheidsorganen en overheidsdiensten worden betrokken bij de voorbereiding van een bestemmingsplan. Om die reden is het plan om advies voorgelegd aan de overlegpartners waaronder Provincie Zuid-Holland, Hoogheemraadschap van Delfland, Veiligheidsregio Hollands Midden en de Omgevingsdienst West-Holland. Ontvangen opmerkingen zijn verwerkt in het ontwerpbestemmingsplan. Het advies van de veiligheidsregio is opgenomen in de inspraaknota en zal in de nadere uitwerking van de plannen worden meegenomen. 8.2.2. Ontwerpfase Het ontwerpbestemmingsplan heeft van woensdag 17 oktober tot en met dinsdag 7 december 2021 ter inzage gelegen. Binnen deze termijn is een ieder in de gelegenheid gesteld schriftelijk en/of mondeling een zienswijze op het plan in te dienen. Er zijn geen zienswijzen binnengekomen. In het kader van de terinzagelegging zijn dan ook geen wijzingen doorgevoerd. Naar aanleiding van ontwikkelingen in het stikstof-beleid en een wijziging in de rekenmethode van stikstofdepositie, is enkel het stikstofonderzoek geactualiseerd.

Dit heeft geen consequenties gehad op de conclusie van dit onderzoek of de haalbaarheid van het bestemmingsplan Dit onderdeel is ook tekstueel aangepast in de aanmeldnotitie m.e.r.-beoordeling, maar dit heeft geen invloed op het reeds genomen besluit hierover. Na deze wijziging is het bestemmingsplan ter vaststelling aan de gemeenteraad aangeboden. 8.3

Handhavingsaspecten Het bestemmingsplan is bindend voor zowel de overheid als de burger. De primaire verantwoordelijkheid voor controle en handhaving ligt bij de gemeente. Handhaving kan worden omschreven als elke handeling die erop gericht is de naleving van regelgeving te bevorderen of een overtreding te beëindigen. Het doel van handhaving is om de duurzame bescherming van mens en omgeving te waarborgen. Binnen het kader van het bestemmingsplan heeft regelgeving met name betrekking op de Wet ruimtelijke ordening en de Woningwet. Bij overtreding van deze regelgeving moet gedacht worden aan bouwen zonder omgevingsvergunning voor het bouwen, bouwen in afwijking van een verleende vergunning, het handelen zonder of in afwijking van een noodzakelijke vergunning voor het uitvoeren van werken, geen bouwwerken zijnde, en voor werkzaamheden (de vroegere aanlegvergunning) en het gebruik van gronden en opstallen in strijd met de gebruiksregels van het bestemmingsplan of een afwijking. Er zijn twee vormen handhaving te onderscheiden: preventieve en repressieve handhaving. Preventieve handhaving bestaat uit actief toezicht door of namens de gemeente door bijvoorbeeld regelmatige controles op de uitvoering van vergunningen en regelmatige gebiedscontroles.

Vervolgens worden in het kader van preventieve handhaving duidelijke en maatschappelijk geaccepteerde regels opgesteld en aandacht besteed aan communicatie en voorlichting. Repressieve handhaving bestaat uit de aanwending van publiekrechtelijke middelen bij geconstateerde overtredingen, zoals het opleggen van een dwangsom of het uitoefenen van bestuursdwang. Daarnaast is het mogelijk strafrechtelijke middelen toe te passen en Bestemmingsplan Goed Wonen fase 2, Hillegom Toelichting Vaststelling

61

privaatrechtelijk actie te ondernemen bij inbreuk op het eigendomsrecht van de gemeente. Repressieve handhaving heeft als primaire doel een einde te maken aan een specifieke overtreding van de Wro of de Woningwet. De handhaafbaarheid van een bestemmingsplan is met name afhankelijk van het draagvlak van de regels onder de burgers en van de duidelijkheid van de regels. Vertaling naar bestemmingsregeling De regels die voor het plangebied opgesteld worden zijn flexibel en ruim waar mogelijk en zijn star en strak gesteld waar nodig. Bij de opzet van deze beheersregels is een ruimtelijke motivering opgenomen in de toelichting (zie hoofdstuk 2) die in de dagelijkse praktijk goed is uit te leggen. In deze motivering wordt ook ingegaan op de mogelijkheden om alsnog af te wijken van dit plan na een ruimtelijk-juridisch afwegingsproces. Zo wordt recht gedaan aan de praktijk dat een bestemmingsplan een momentopname is. De mogelijkheden voor een goede handhaafbaarheid van dit bestemmingsplan zijn daarmee gewaarborgd.

Bestemmingsplan Goed Wonen fase 2, Hillegom Toelichting Vaststelling

Gemeente Hillegom Bestemmingsplan Goed Wonen Fase 2, Hillegom Regels

NL.IMRO.0534.bpgoedwonenfa2-VA01 28 april 2022

Inhoudsopgave

Hoofdstuk 1 Artikel 1 Artikel 2

INLEIDENDE REGELS Begrippen Wijze van meten

2 2 9

Hoofdstuk 2 Artikel 3 Artikel 4 Artikel 5 Artikel 6 Artikel 7

BESTEMMINGSREGELS Groen Verkeer - Verblijfsgebied Wonen Leiding - Riool Waarde - Archeologie - 3

10 10 11 12 15 16

Hoofdstuk 3 Artikel 8 Artikel 9 Artikel 10 Artikel 11 Artikel 12

ALGEMENE REGELS Anti-dubbeltelregel Algemene bouwregels Algemene gebruiksregels Algemene afwijkingsregels Overige regels

19 19 20 21 22 23

Hoofdstuk 4 Artikel 13 Artikel 14

OVERGANGS- EN SLOTREGELS Overgangsrecht Slotregel

24 24 25

Bijlage 1

Staat van Bedrijfsactiviteiten

26

2

Hoofdstuk 1 INLEIDENDE REGELS Artikel 1

Begrippen

In deze regels wordt verstaan onder: 1.1

plan:

het bestemmingsplan 'Goed Wonen fase 2' van de gemeente Hillegom. 1.2

bestemmingsplan:

de geometrisch bepaalde planobjecten als vervat in het GML-bestand NL.IMRO.0534.bpgoedwonenfa2-VA01 met de bijbehorende regels (en eventuele bijlagen). 1.3

aanduiding

een geometrisch bepaald vlak of figuur, waarmee gronden zijn aangeduid, waar ingevolge de regels worden gesteld ten aanzien van het gebruik en/of het bebouwen van deze gronden. 1.4

aanduidingsgrens

de grens van een aanduiding indien het een vlak betreft. 1.5

aan-huis-verbonden-beroep

het beroepsmatig verlenen van diensten op administratief, ontwerptechnisch, kunstzinnig, juridisch, medisch, paramedisch of daarmee naar de aard gelijk te stellen gebied, dat ondergeschikt aan de woonfunctie kan plaatsvinden. 1.6

achtererfgebied

erf aan de achterkant en de niet naar openbaar toegankelijk gebied gekeerde zijkant, op meer dan 1 m van de voorgevelrooilijn, van het hoofdgebouw. 1.7

achtergevel

de van de weg afgekeerde gevel van een gebouw of, indien het een gebouw betreft met meer dan één van de weg afgekeerde gevels, de gevel die kennelijk als zodanig moet worden aangemerkt. 1.8

afhankelijke woonruimte

een aanbouw, uitbouw of bijgebouw dat qua ligging een ruimtelijke eenheid vormt met de woning en waarin een gedeelte van de huishouding uit een oogpunt van mantelzorg gehuisvest is. 1.9

andere bouwwerken

bouwwerken, geen gebouwen en geen overkappingen zijnde. 1.10

archeologisch onderzoek

diverse vormen van onderzoek naar de archeologische waarden binnen een plangebied, uitgevoerd volgens de geldende versie van de Kwaliteitsnorm Nederlandse Archeologie. 1.11

archeologisch rapport

in rapportvorm vervat verslag van een volgens de in de archeologische beroepsgroep gebruikelijke normen verricht archeologisch onderzoek, op basis waarvan een conclusie kan worden getrokken over de aanwezigheid van archeologische waarden. Bestemmingsplan Goed Wonen fase 2, Hillegom Regels Vaststelling

3

1.12

archeologische verwachting

de aan een gebied toegekende verwachting in verband met de kans op het voorkomen van archeologische resten. 1.13

archeologische waarde

de waarde die een gebied bezit op grond van de aldaar aanwezige archeologische resten. 1.14

bebouwing

één of meer gebouwen en/of andere bouwwerken. 1.15

bebouwingspercentage

het in de regels en/of op de verbeelding aangegeven percentage, dat de grootte van het deel van het bouwperceel aangeeft, dat ten hoogste bebouwd mag worden met gebouwen. 1.16

begane grond

de eerste bouwlaag van een gebouw. 1.17

(bedrijfsmatige) kamerverhuur

een samenstel van verblijfsruimten, uitsluitend of mede bestemd of gebruikt om daarin aan anderen dan de rechthebbende en de personen behorende tot diens huishouden, woonverblijf, niet in de zin van zelfstandige woongelegenheid, te verschaffen, al dan niet met gehele of gedeeltelijke verzorging; een en ander kan onder meer blijken uit het feit dat voor de kamers afzonderlijk huur wordt berekend en/of betaald en elke kamer zelfstandig wordt bewoond, waarbij al dan niet sprake is van enkele gemeenschappelijke voorzieningen. 1.18

(beperkt) kwetsbaar object

een object zoals genoemd in artikel 1 van het Besluit externe veiligheid inrichtingen. 1.19

bestaand

a. ten aanzien van bebouwing: bebouwing, zoals aanwezig en toegestaan op het tijdstip van de terinzagelegging van het ontwerp van het plan of mag worden gebouwd; b. ten aanzien van gebruik: het gebruik van grond en opstallen, zoals aanwezig en toegestaan op het tijdstip van de terinzagelegging van het ontwerp van het plan. 1.20

bestemmingsgrens

de grens van een bestemmingsvlak. 1.21

bestemmingsvlak

een geometrisch bepaald vlak met eenzelfde bestemming. 1.22

bijbehorende bouwwerken

uitbreiding van een hoofdgebouw dan wel functioneel met een zich op hetzelfde perceel bevindend hoofdgebouw verbonden, daar al dan niet tegen aangebouwd op de grond staand gebouw of ander bouwwerk, met een dak en ondergeschikt aan het hoofdgebouw.

Bestemmingsplan Goed Wonen fase 2, Hillegom Regels Vaststelling

4

1.23

bouwen

het plaatsen, het geheel of gedeeltelijk oprichten, vernieuwen of veranderen en het vergroten van een bouwwerk, alsmede het geheel of gedeeltelijk oprichten, vernieuwen of veranderen van een standplaats. 1.24

bouwgrens

de grens van een bouwvlak. 1.25

bouwlaag

een doorlopend gedeelte van een gebouw dat door op gelijke hoogte of bij benadering gelijke hoogte liggende vloeren of balklagen is begrensd, met inbegrip van de begane grond. Hieronder wordt niet begrepen:   

een onderbouw: een gedeelte van een gebouw dat wordt afgedekt door een vloer waarvan de bovenkant minder dan 1,20 m boven peil is gelegen; een vide, waarvan de oppervlakte niet meer bedraagt dan 50% van de onderliggende laag; een zolder waarvan de oppervlakte, voor zover de hoogte groter is dan 1,50 m, niet meer bedraagt dan 50% van de oppervlakte van de onderliggende laag.

1.26

bouwperceel

een aaneengesloten stuk grond, waarop ingevolge de regels een zelfstandige, bij elkaar behorende bebouwing is toegelaten. 1.27

bouwperceelsgrens

een grens van een bouwperceel. 1.28

bouwvlak

een geometrisch bepaald vlak, waarmee gronden zijn aangeduid, waar ingevolge de regels bepaalde gebouwen en andere bouwwerken, zijn toegelaten. 1.29

bouwwerk

elke constructie van enige omvang van hout, steen, metaal of ander materiaal, die hetzij direct hetzij indirect met de grond is verbonden, hetzij direct of indirect steun vindt in of op de grond. 1.30

dakkapel

een op een schuin dakvlak uitgebouwde uitstulping met een eigen dak, met dien verstande dat de onderzijde van de dakkapel ten minste 0,5 m boven de dakvoet is gelegen. 1.31

daknok

hoogste punt van een schuin dak. 1.32

dakopbouw

de ophoging van de goothoogte en/of bouwhoogte en/of de dakhelling. 1.33

dakvoet

het laagste punt van een schuin dak.

Bestemmingsplan Goed Wonen fase 2, Hillegom Regels Vaststelling

5

1.34

deskundige

een door het college van burgemeester en wethouders aan te wijzen onafhankelijke deskundige of commissie van deskundigen inzake een bepaalde vakdiscipline. 1.35

detailhandel

het bedrijfsmatig te koop aanbieden, waaronder de uitstalling ten verkoop, het verkopen en/of leveren van goederen aan personen, die deze goederen kopen voor gebruik, verbruik of aanwending anders dan in de uitoefening van een beroeps- of bedrijfsactiviteit. 1.36

erf

zie achtererfgebied. 1.37

erker

uitbouw in één bouwlaag aan de voor en/of zijgevel van een woning die ondergeschikt is aan het hoofdgebouw. 1.38

escortbedrijf

de natuurlijke persoon, groep van personen of rechtspersoon die bedrijfsmatig of in een omvang alsof zij bedrijfsmatig was, prostitutie aanbiedt, die op een andere plaats dan in de bedrijfsruimte wordt uitgeoefend zoals escortservices en bemiddelingsbureaus. 1.39

gebouw

elk bouwwerk, dat een voor mensen toegankelijke, overdekte, geheel of gedeeltelijk met wanden omsloten ruimte vormt. 1.40

geluidzoneringsplichtige inrichting

een inrichting waarbij ingevolge de Wet geluidhinder rondom het terrein van vestiging een zone moet worden vastgesteld, waarbij de geluidsbelasting vanwege dat terrein de waarde van 50 dB(A) niet te boven mag gaan. 1.41

gestapelde woning

een woning die geheel of gedeeltelijk boven/onder een andere woning is gelegen. 1.42

halfvrijstaand

aan één zijde aangebouwd. 1.43

hoofdgebouw

gebouw, of gedeelte daarvan, dat noodzakelijk is voor de verwezenlijking van de geldende of toekomstige bestemming van een perceel en, indien meer gebouwen op het perceel aanwezig zijn, gelet op die bestemming het belangrijkst is. 1.44

huishouden

persoon of groep personen die een huishouding voert, waarbij sprake is van onderlinge verbondenheid en continuïteit in de samenstelling ervan; bedrijfsmatige kamerverhuur wordt daaronder niet begrepen;

Bestemmingsplan Goed Wonen fase 2, Hillegom Regels Vaststelling

6

1.45

kunstwerk

een dragende bouwconstructie in op of over een weg, spoorlijn of watergang, waaronder begrepen zijn viaducten, bruggen, tunnels alsmede hiermee vergelijkbare bouwwerken. Vliesconstructies en duikers daaronder niet begrepen. Niet te verwarren met voorwerp van beeldende kunst. 1.46

Kwaliteitsnorm Nederlandse Archeologie (KNA)

de binnen de beroepsgroep de geldende norm voor de uitvoering van archeologisch onderzoek. 1.47

mantelzorg

zorg aan een ieder die hulpbehoevend is op het fysieke, psychische en/of sociale vlak en op vrijwillige basis. 1.48

nutsvoorziening

voorzieningen ten behoeve van het openbare nut, zoals transformatorhuisjes, gasreduceerstations, schakelhuisjes, duikers, bemalingsinstallaties, gemaalgebouwtjes, telefooncellen, elektrische oplaadpunten, voorzieningen ten behoeve van (ondergrondse) afvalinzameling en apparatuur voor telecommunicatie al dan niet ondergronds. 1.49

ondergeschikt bouwdeel

een buiten de gevel of dakvlak uitstekend ondergeschikt deel van een bouwwerk met uitzondering van een uitgebouwd gedeelte van een gebouw dat dient ter uitbreiding van het oppervlak. 1.50

overkapping

een bijbehorend bouwwerk, geen gebouw zijnde, losstaand of aangebouwd aan het hoofdgebouw voor het stallen van voertuigen of goederen en/of schuilen van personen tegen weersomstandigheden. 1.51

peil

a. voor een bouwwerk, waarvan de hoofdtoegang direct aan de weg grenst, de hoogte van de weg ter plaatse van die hoofdtoegang; b. voor andere bouwwerken de gemiddelde hoogte van het aansluitende, afgewerkte terrein ter plaatse. 1.52

productiegebonden detailhandel

detailhandel in goederen die ter plaatse worden vervaardigd, gerepareerd en/of toegepast in het productieproces, waarbij de detailhandelsfunctie ondergeschikt is aan de productiefunctie. 1.53

Programma van Eisen

een document, opgesteld conform de Kwaliteitsnorm Nederlandse Archeologie, waarin wordt aangegeven op welke wijze archeologisch onderzoek moet worden uitgevoerd. Een Programma van Eisen behoeft altijd goedkeuring door het college van burgemeester en wethouders. 1.54

prostitutie

het zich beschikbaar stellen tot het verrichten van seksuele diensten ten behoeve van een ander tegen vergoeding. 1.55

raamprostitutie

een seksinrichting met één of meer ramen van waarachter de prostituee tracht de aandacht van passanten op zich te vestigen. Bestemmingsplan Goed Wonen fase 2, Hillegom Regels Vaststelling

7

1.56

risicovolle inrichting

a. een inrichting bij welke ingevolge het Besluit externe veiligheid inrichtingen een grenswaarde, richtwaarde voor het risico dan wel een risico-afstand moet worden aangehouden bij het in het bestemmingsplan toelaten van kwetsbare of beperkt kwetsbare objecten; b. een AMvB-inrichting waarvoor krachtens artikel 8.40 van de Wet Milieubeheer regels gelden met betrekking tot minimaal aan te houden afstanden bij de opslag en/ of het gebruik van gevaarlijke stoffen. 1.57

seks- en/of pornobedrijf

een inrichting bestemd voor het doen plaatsvinden van voorstellingen en/of vertoningen van erotische aard en/of pornografische aard. Onder seks- en of pornobedrijf wordt mede begrepen: a. seksbioscoop: een inrichting, bestemd voor het doen plaatsvinden van film- en/of videovoorstellingen van erotische en/of pornografische aard; b. seksclub: een inrichting, bestemd voor vertoningen van erotische aard en/of pornografische aard; c. seksautomaat: een inrichting, bestemd voor het door middel van automaten doen plaatsvinden van films- en/of videovoorstellingen van erotische en/of pornografische aard; d. sekswinkel: een ruimte, bestemd voor het bedrijfsmatig te koop aanbieden, waaronder begrepen uitstalling ten verkoop, verkopen en/of leveren van seksartikelen aan de uiteindelijke verbruiker of gebruiker. 1.58

seksinrichting

een voor het publiek toegankelijke, besloten ruimte, waarin bedrijfsmatig, of in de omvang alsof zijn bedrijfsmatig is, seksuele handelingen worden verricht, of vertoningen van erotische/pornografische aard plaatsvinden. Onder een seksinrichting wordt in ieder geval verstaan: een prostitutiebedrijf, seksbioscoop, seksautomatenhal, sekstheater of parenclub al dan niet in combinatie met elkaar. 1.59

straatmeubilair

bouwwerken, zoals: a. verkeersgeleiders, bewegwijzering, parkeerregulerende constructies, verkeersborden, lichtmasten, rijwielstandaards, zitbanken, bloembakken en afvalbakken; b. telefooncellen, abri's, kunstwerken, gedenktekens, speeltoestellen en draagconstructies voor reclame en overige voorzieningen; c. kleinschalige bouwwerken ten behoeve van (openbare) nutsvoorzieningen waaronder begrepen voorzieningen ten behoeve van telecommunicatie, energievoorziening (alsmede oplaadpunten voor elektrische voertuigen) en brandkranen en overige voorzieningen van openbaar nut; d. afvalinzamelsystemen. 1.60

verdieping

de tweede bouwlaag en hoger gelegen bouwlagen van een gebouw. 1.61

voorerfgebied

erf dat geen onderdeel is van het achtererfgebied. 1.62

voorgevel

de gevel van het hoofdgebouw die door zijn aard, functie, constructie dan wel gelet op uitstraling ervan als belangrijkste gevel kan worden aangemerkt.

Bestemmingsplan Goed Wonen fase 2, Hillegom Regels Vaststelling

8

1.63

voorgevel(bouw)grens

de grens van een bouwvlak aan de zijde(n) vanwaar een gebouw of ander bouwwerk hoofdzakelijk toegankelijk is en/of aan de zijde(n) die op openbaar gebied georiënteerd is (zijn), al dan niet aangegeven ter plaatse van de aanduiding 'gevellijn'. 1.64

voorgevelrooilijn

de snijlijn van de voorgevel van een woning of hoofdgebouw en het grondvlak waarop de woning of het hoofdgebouw zich bevindt alsmede de verlengde (denkbeeldige doorgetrokken lijn) ervan binnen het bouwperceel. 1.65

Wonen

huisvesting in een woning waarbij de bewoner(s) gezamenlijk één afzonderlijk huishouden vormen. 1.66

woning

een complex van ruimten, dat blijkens zijn indeling en inrichting bestemd is voor de huisvesting van niet meer dan één huishouden; hieronder worden tevens zorgwoningen en bedrijfs/dienstwoningen verstaan.

Bestemmingsplan Goed Wonen fase 2, Hillegom Regels Vaststelling

9

Artikel 2

Wijze van meten

Bij toepassing van deze regels wordt als volgt gemeten: 2.1

afstand:

de afstand tussen bouwwerken onderling alsmede de afstand van bouwwerken tot perceelsgrenzen worden daar gemeten waar deze afstand het kleinst is. 2.2

bouwhoogte van een bouwwerk:

vanaf het peil tot aan het hoogste punt van een gebouw of van een bouwwerk, geen gebouw zijnde, met uitzondering van ondergeschikte bouwonderdelen, zoals schoorstenen, antennes, en naar de aard daarmee gelijk te stellen bouwonderdelen. 2.3

de breedte en diepte van een bouwwerk:

tussen de buitenwerkse gevelvlakken en/of het hart van de scheidingsmuren, neerwaarts geprojecteerd op het gemiddelde niveau van het afgewerkte bouwterrein ter plaatse van het bouwwerk. 2.4

dakhelling:

langs het dakvlak ten opzichte van het horizontale vlak. 2.5

goothoogte van een bouwwerk:

vanaf het peil tot aan de bovenkant van de goot, c.q. de druiplijn, het boeibord, of een daarmee gelijk te stellen constructiedeel. 2.6

inhoud van een bouwwerk:

tussen de onderzijde van de begane grondvloer, de buitenzijde van de gevels (en/of het hart van de scheidsmuren) en de buitenzijde van daken en dakkapellen. 2.7

oppervlakte van een bouwwerk:

tussen de buitenwerkse gevelvlakken en/of het hart van de scheidingsmuren, neerwaarts geprojecteerd op het gemiddelde niveau van het afgewerkte bouwterrein ter plaatse van het bouwwerk.

Bestemmingsplan Goed Wonen fase 2, Hillegom Regels Vaststelling

10

Hoofdstuk 2 BESTEMMINGSREGELS Artikel 3 3.1

Groen

Bestemmingsomschrijving

De voor 'Groen' aangewezen gronden zijn bestemd voor: a. b. c. d. e. f. g. h.

groen(voorzieningen) en water; voet- en fietspaden; parkeervoorzieningen; voorwerpen van beeldende kunst; geluidwerende voorzieningen; kunstwerken; duikers; bij de bestemming behorende voorzieningen waaronder nutsvoorzieningen, speelvoorzieningen, voorzieningen voor de waterhuishouding en straatmeubilair.

3.2

Bouwregels

Op de in lid 3.1 bedoelde gronden mogen uitsluitend bouwwerken ten dienste van de bestemming worden gebouwd. 3.2.1

Gebouwen

Voor het bouwen van gebouwen gelden de volgende regels: a. gebouwen zijn niet toegestaan; b. in afwijking van het bepaalde onder a geldt dat uitsluitend nutsvoorzieningen mogen worden gebouwd, waarbij: 1. de oppervlakte niet meer mag bedragen dan 50 m2; 2. de bouwhoogte niet meer mag bedragen dan 5 meter; 3. de nutsvoorziening uit niet meer dan één bouwlaag mag bestaan. 3.2.2

Andere bouwwerken

Voor het bouwen van andere bouwwerken geldt dat de bouwhoogte niet meer mag bedragen dan: a. 10 m voor lichtmasten; b. 5 m voor voorwerpen van beeldende kunst; c. 4 m voor overige andere bouwwerken. 3.3

Afwijken van de bouwregels

Burgemeester en wethouders zijn bevoegd om met een omgevingsvergunning af te wijken van het bepaalde in lid 3.2.2 onder a sub 3 voor het bouwen van voorwerpen van beeldende kunst waarbij de bouwhoogte niet meer mag bedragen dan 15 m.

Bestemmingsplan Goed Wonen fase 2, Hillegom Regels Vaststelling

11

Artikel 4 4.1

Verkeer - Verblijfsgebied

Bestemmingsomschrijving

De voor 'Verkeer - Verblijfsgebied' aangewezen gronden zijn bestemd voor: a. b. c. d. e. f. g. h. i. j. k. l.

woonerven, wijkontsluitingswegen (30 km/u), pleinen; voet- en fietspaden; parkeervoorzieningen; kruisende infrastructuur; geluidwerende voorzieningen; duikers; bruggen; speelvoorzieningen; kunstwerken; voorwerpen van beeldende kunst; terrassen ten dienste van een horecafunctie in de aangrenzende bestemming; bij de bestemming behorende bouwwerken en voorzieningen zoals groen, water nutsvoorzieningen en straatmeubilair.

4.2

Bouwregels

Op de in lid 4.1 bedoelde gronden mogen uitsluitend bouwwerken ten dienste van de bestemming worden gebouwd, waarbij de volgende regels gelden. 4.2.1

Gebouwen

Voor het bouwen van gebouwen gelden de volgende regels: a. gebouwen zijn niet toegestaan; b. in afwijking van het bepaalde onder a geldt dat uitsluitend nutsvoorzieningen mogen worden gebouwd, waarbij: 1. de oppervlakte niet meer mag bedragen dan 25 m2; 2. de bouwhoogte niet meer mag bedragen dan 3 m. 4.2.2

Andere bouwwerken

Voor het bouwen van andere bouwwerken geldt dat de bouwhoogte niet meer mag bedragen dan: a. b. c. d. e. f.

10 m voor lichtmasten; 6 m voor geluidwerende voorzieningen; 6 m voor vlaggenmasten; 5 m voor voorwerpen van beeldende kunst; 3 m voor reclamezuilen; 4 m voor overige andere bouwwerken.

Bestemmingsplan Goed Wonen fase 2, Hillegom Regels Vaststelling

12

Artikel 5 5.1

Wonen

Bestemmingsomschrijving

De voor 'Wonen' aangewezen gronden zijn bestemd voor: a. wonen; b. aan-huis-verbonden beroepen; c. bij deze bestemming behorende voorzieningen waaronder parkeervoorzieningen, groen, water, erven, tuinen en paden. 5.2

Bouwregels

Op de in lid 5.1 bedoelde gronden mogen uitsluitend bouwwerken ten dienste van de bestemming worden gebouwd, waarbij de volgende regels gelden. 5.2.1

Hoofdgebouwen

Voor het bouwen van hoofdgebouwen gelden de volgende regels: a. hoofdgebouwen (de woningen) mogen uitsluitend binnen het bouwvlak worden gebouwd; b. ter plaatse van de aanduiding 'gestapeld' mogen enkel gestapelde woningen worden gebouwd; c. ter plaatse van de aanduiding 'aaneengebouwd' mogen enkel aaneengebouwde woningen worden gebouwd; d. het aantal woningen mag niet meer bedragen dan aangegeven ter plaatse van de aanduiding 'maximum aantal wooneenheden'; e. de goot- respectievelijk bouwhoogte mogen niet meer bedragen dan aangegeven ter plaatse van de aanduiding 'maximale goot- en bouwhoogte'; f. de bouwhoogte mag niet meer bedragen dan aangegeven ter plaatse van de aanduiding 'maximale bouwhoogte'; 5.2.2

Bijbehorende bouwwerken

Voor het bouwen van bijbehorende bouwwerken gelden de volgende regels: a. bijbehorende bouwwerken mogen uitsluitend binnen het bouwvlak worden gebouwd; b. overkappingen mogen alleen gebouwd worden op het achtererfgebied; c. bijbehorende bouwwerken dienen te worden gebouwd op een afstand van minimaal 1,5 m achter de verlengde voorgevel; d. bijbehorende bouwwerken dienen te worden gebouwd op een afstand van minimaal 1 m tot de perceelgrens; e. de diepte van bijbehorende bouwwerken mag niet meer bedragen dan 2,5 m gemeten vanuit de achtergevel; f. van aangebouwde bijbehorende bouwwerken mag de goot- en/of bouwhoogte niet meer bedragen dan: 1. 4 m; 2. 0,30 m boven de bovenkant van de scheidingsconstructie met de tweede bouwlaag van het hoofdgebouw en dient plat te worden afgedekt; 3. die van het hoofdgebouw; 4. 6 m, indien dit noodzakelijk is om een schuin dakvlak door te trekken; 5. de hoogte van de eerste bouwlaag van het hoofdgebouw, in geval het de goothoogte betreft; g. de goot- en bouwhoogte van vrijstaande bijbehorende bouwwerken mag niet meer bedragen dan 3 m; h. het totale oppervlak van alle bijbehorende bouwwerken bedraagt niet meer dan 50 % van het bij het hoofdgebouw behorende achtererfgebied, tot een maximum van 40 m2 voor aaneengesloten woningen. Bestemmingsplan Goed Wonen fase 2, Hillegom Regels Vaststelling

13

5.2.3

Dakkappellen

Voor het bouwen van dakkapellen gelden de volgende regels: a. per woning is één dakkapel per dakvlak toegestaan; b. de dakkapel is voorzien van een plat dak; c. een dakkapel in het voordakvlak mag nooit meer dan 50% van de breedte van het dakvlak bedragen; d. de bouwhoogte gemeten vanaf de voet van de dakkapel mag niet meer bedragen dan 1,75 m; e. de onderzijde van de dakkapel is gelegen tussen 0,5 m en 1 m gemeten vanaf de dakvoet; f. de bovenzijde van de dakkapel is gelegen op meer dan 0,5 m onder de daknok; g. de zijkanten van de dakkapel zijn gelegen op meer dan 0,5 m van de zijkanten van het dakvlak, gemeten vanaf het hart van de bouwmuur; h. de dakkapel mag niet worden gebouwd op een bijbehorend bouwwerk. 5.2.4

Dakopbouwen

Voor het bouwen van dakopbouwen gelden de volgende regels: a. een dakopbouw mag uitsluitend worden geplaatst op het hoofdgebouw; b. in geval van een dakopbouw op een zadeldak mag de nok door de dakopbouw verticaal gemeten met maximaal 0,8 m worden verhoogd; c. de ruimte die door de dakopbouw ontstaat, mag op het hoogste punt niet meer dan 2,7 m bedragen; d. in geval van een dakopbouw op een zadeldak moet de hellingshoek van het nieuwe dakvlak gelijk zijn aan de hellingshoek van het bestaande dakvlak; e. de verhoging van de totale bouwhoogte van het hoofdgebouw mag niet meer bedragen dan 3 m; f. het hoogteverschil van de dakopbouw met belendende gebouwen mag niet meer bedragen dan 3 m in geval van een plat dak en niet meer dan 3,5 m in geval van een kap. 5.2.5

Andere bouwwerken

Voor het bouwen van andere bouwwerken gelden de volgende regels: a. andere bouwwerken mogen zowel binnen als buiten het bouwvlak worden gebouwd; b. het voor- en achtererfgebied mag niet meer dan 50% worden bebouwd met andere bouwwerken, tot een maximum oppervlakte van 50 m2; c. de bouwhoogte van andere bouwwerken mag niet meer bedragen dan: 1. 1 m voor erf- en terreinafscheidingen voor de voorgevelrooilijn; 2. 2 m voor erf- en terreinafscheidingen achter de voorgevelrooilijn; 3. 3 m voor pergola's; 4. 1 m voor overige andere bouwwerken op het voorerfgebied; 5. 3 m voor overige andere bouwwerken ter plaatse van de niet naar de openbare weg gekeerde gevel. 5.3

Afwijken van de bouwregels

5.3.1

Kap op een bijbehorend bouwwerk

Burgemeester en wethouders zijn bevoegd om met een omgevingsvergunning af te wijken van het bepaalde in lid 5.2.2 onder i en toestaan dat er een kap mag worden gebouwd onder de voorwaarde dat: a. de bouwhoogte niet meer bedraagt dan 5 m; b. de goothoogte niet meer bedraagt dan 3 m; c.

geen onevenredige aantasting plaatsvindt van de bezonning van de aangrenzende gronden en bouwwerken.

Bestemmingsplan Goed Wonen fase 2, Hillegom Regels Vaststelling

14

5.4

Specifieke gebruiksregels

Ten aanzien van gronden en bouwwerken geldt dat: a. het gebruik van (bedrijfs)woningen en/of wooneenheden anders dan voor één huishouden is niet toegestaan. b. binnen deze bestemming de uitoefening van een aan-huis-verbonden beroep is toegestaan als ondergeschikte activiteit bij de woonfunctie, waarbij de volgende bepalingen van toepassing zijn: 1. de omvang van de activiteit mag niet meer bedragen dan 25% van de gezamenlijke vloeroppervlakte van de (woon)bebouwing tot een maximum van 40 m2; 2. het gebruik mag geen nadelige invloed hebben op de normale afwikkeling van het verkeer en mag geen onevenredige toename van de parkeerbehoefte veroorzaken; 3. detailhandel is niet toegestaan, behoudens productiegebonden detailhandel; 4. de activiteit wordt uitgeoefend door de bewoner. 5.5

Afwijken van de gebruiksregels

5.5.1

Bedrijf aan huis

Burgemeester en wethouders zijn bevoegd om met een omgevingsvergunning af te wijken van het bepaalde onder lid 5.4 ten behoeve van het gebruik van ruimten binnen een woning en bijbehorende bouwwerken voor bedrijf aan huis als ondergeschikte activiteit bij de woonfunctie, waarbij de volgende regels van toepassing zijn: a. er worden uitsluitend activiteiten uitgevoerd als bedoeld in categorie 1 en 2 van de bijlage "Staat van Bedrijfsactiviteiten", dan wel activiteiten die naar hun aard en omvang gelijk zijn te stellen aan de genoemde categorieën; b. de omvang van de activiteit mag niet meer bedragen dan 30% van de gezamenlijke vloeroppervlakte van de (woon)bebouwing tot een maximum van 80 m2; c. het gebruik mag geen nadelige invloed hebben op de normale afwikkeling van het verkeer, mag geen onevenredige toename van de parkeerbehoefte veroorzaken en mogen geen invloed hebben op een aanvaardbaar woon- en leefklimaat van omliggende percelen; d. detailhandel, anders dan productiegebonden detailhandel, is niet toegestaan; e. de activiteit wordt uitgeoefend door de bewoner. 5.5.2

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://gemeenteraad.hillegom.nl/api/v1/meetings/1446/documents/18046