CConstaterende datHillegom
Koppel je AI →
Document · PDF

1. Toelichting bp Molenstraat 22-24.pdf

Gemeenteraad 23 januari 2025, gemeente HillegomBij agendapunt: 11: Gewijzigd vaststellen bestemmingsplan Molenstraat 22-2421.287 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 3

4.1

Duurzaamheid

4.1.1 Duurzaam ruimtegebruik – toets aan de ladder voor duurzame verstedelijking Voorliggend plan maakt 13 nieuwe woningen mogelijk binnen het bestaand stedelijk gebied. Er is sprake van een binnenstedelijke herontwikkelingslocatie en derhalve een duurzame ruimtelijke ontwikkeling. De beoogde ontwikkeling is passend binnen het afwegingskader woningbouw voor de gemeente Hillegom. De onderbouwing naar aanleiding van het afwegingskader (zowel kwalitatief als kwantitatief) vormt ook de basis voor onderbouwing voor de ladder voor duurzame verstedelijking. Kwantitatieve behoefte De kwantitatieve behoefte aan woningen tot 2030 in Hillegom gaat uit van ca. 1440 woningen. Dit is gebaseerd op de Zuid-Hollandse Woningbehoefteraming 2019 (WBR2019). Elke drie jaar maakt ZuidHolland een nieuwe WBR. Voor 2022 is er nog geen nieuwe woningbehoefteraming bekend 3. De Zuid-Hollandse Woningbehoefteraming 2019 (WBR2019) is bedoeld als “neutrale” kwantitatieve basis voor het provinciale woningbouwbeleid. De hoofdlijnen uit deze visie zijn een analyse van de woningmarkt, en ambities en rol van de provincie. Voor elke regio is berekend hoeveel extra woningen er nodig zijn, voor het huisvesten van nieuwe huishoudens. WBR2016 is een demografische prognose, waarbij (o.a.) wordt gerekend met "binnenlands migratiesaldo nul" per gemeente.

In de behoefte raming van 2019 is voor de gemeente Hillegom de volgende raming gegeven:

Tabel kwantitatief tot 2030

De bouw van de 13 woningen past binnen deze behoefte aan woningen zoals die berekend is in deze behoefteraming. Er zijn op dit moment binnen de gemeente ook niet meer plannen in ontwikkeling die zorgen voor een overschrijding van de geraamde 700 woningen voor de periode 2020-2025.

3

Toelichting bestemmingsplan Hoek Van den Endelaan Molenstraat, gemeente Hillegom

28

Kwalitatieve behoefte Voor ontwikkelingen van meer dan 8 woningen hanteert de gemeente Hillegom de volgende eisen aan het bouwprogramma:

Tabel criteria invulling van het bouwprogramma

In het afwegingskader woningbouw, onderdeel van de woonvisie, is onder andere opgenomen dat plannen boven de 8 woningen aan deze segmentering voldoen. Van de 13 woningen vallen 4 van de appartementen in de categorie sociale huur, 5 in de categorie middeldure huur en 4 in de categorie vrije sector. Er wordt dus voorzien in 9 appartementen in categorieën waar extra ruimte voor gereserveerd is in de woonvisie. Het Algemeen Bestuur van Holland Rijnland heeft op 28 juni 2023 de Regionale Woonagenda (RWA) vastgesteld. In de vastgestelde Regionale Woonagenda zitten een aantal elementen die anders zijn ten opzichte van het woonprogramma. Zo dient nieuwbouw te worden voorzien van 30% sociale huur. De gemeenteraad van Hillegom heeft zich op 21 maart 2023 geconformeerd aan deze regionale afspraken. Het voorliggende plan voldoet aan deze 30% eis aan sociale huur. Andere kwalitatieve toetsingcriteria uit de woonvisie, van toepassing op dit plan, zijn als volgt:

Tabel kwalitatieve toetsingscriteria uit afwegingskader woningbouw Hillegom

Uit de toelichting bij dit bestemmingsplan volgt dat het plan voldoet aan deze criteria: • er is sprake van een gevarieerd plan, passend in de omgeving; • het plan sluit aan bij het gemeentelijk verduurzamingsbeleid en de normering GPR; • de woningen zijn levensloopgeschikt. Afweging Er wordt voorzien in 9 appartementen in categorieën waar extra ruimte voor gereserveerd is in de woonvisie. Het voorliggende plan voldoet aan deze 30% eis aan sociale huur zoals die is vastgelegd in de regionale Woonagenda. Daarnaast voldoet het plan aan de 35% eis voor middeldure huur, zoals dat is vastgelegd in de gemeentelijke woonvisie. Er kan positief worden geadviseerd omdat er voldoende sociale huurwoningen en voldoende middeldure huurwoningen worden gerealiseerd. Er wordt dus voorzien in appartementen voor

Toelichting bestemmingsplan Hoek Van den Endelaan Molenstraat, gemeente Hillegom

29

categorieën waar veel behoefte aan is. Er zal aan deze categorisering moeten worden voldaan bij de uitvoering van de plannen om te voldoen aan de ladder voor duurzame verstedelijking. In een anterieure overeenkomst zal worden opgenomen dat de plannen in deze vormen worden uitgevoerd. Door realisatie van deze uitwerking is er voor de gemeente Hillegom op basis van de woningbouwcijfers geen overschrijding van de behoefteraming. Het bouwplan geeft invulling aan de binnenstedelijke vraag naar kleinere en goedkopere woningen. Daarnaast wordt in dit deel van het centrum het wonen ruimtelijk gestimuleerd.

4.1.2 Duurzaam bouwen Duurzaam bouwen is het op zodanige manier bouwen dat gedurende de gehele levensloop van het gebouw en de gebouwde omgeving zo min mogelijk (milieu-)belasting ontstaat. Aandacht voor duurzaamheid betekent expliciete aandacht voor een gezond, leefbaar binnenmilieu van de woningen, beperkingen van de negatieve gevolgen voor mens en milieu en beperkingen van de woonlasten op termijn (energierekening). Beleid gemeente Hillegom Hillegom heeft de ambitie energieneutraal te zijn in 2030 en geheel klimaatneutraal in 2050. Voor nieuwbouw sluit de gemeente aan op landelijke eisen uit het Bouwbesluit, die steeds hoger worden. In het bouwbesluit zijn ten behoeve van duurzaam bouwen voor de nieuwbouw van woningen kwaliteitseisen gesteld. Voor vragen op het gebied van duurzaam (verbouwen, energiebesparing of energie opwekken kunnen inwoners en ondernemers tegenwoordig bij het Duurzaam Bouwloket terecht. De gemeente Hillegom participeert hierin. Ook de website van Bouw Adaptief kent een mooi overzicht van diverse maatregelen Convenant Klimaatadaptief Bouwen De provincie Zuid-Holland heeft een bouwopgave van 100.000 nieuwe woningen tot 2025. Deze grote bouwopgave biedt de kans om deze woningen klimaatbestendig te ontwikkelen en hiermee schade of duurdere herstelmaatregelen in de toekomst te voorkomen.

De provincie heeft daarom in 2018 procesafspraken gemaakt met overheden, organisaties en marktpartijen in het Convenant Klimaatadaptief Bouwen. Het doel van het convenant is het verminderen van wateroverlast, hittestress, droogte en bodemdaling en het vergroten van de biodiversiteit. Bestuurlijke afspraken en een minimale programma van eisen (PvE) zijn vastgelegd in het Convenant Klimaat Adaptief Bouwen. Om het stedelijk watersysteem effectief te ontlasten moet de berging geleidelijk afgevoerd worden. Afweging Het bouwplan beoogt de realisatie van 13 toekomstgerichte woningen, met een hoge mate van (woon-)comfort en een zo laag mogelijk energieverbruik. Enerzijds wordt dat bereikt met een duurzaam ontwerp van de plattegrond, anderzijds biedt techniek oplossingen. Dit gebeurt door: • er wordt gebouwd voor de komende 50-100 jr, met gebruikmaking van duurzame bouwmaterialen; • vanaf 2020 mogen alleen nog energieneutrale of energieopwekkende woningen worden gebouwd (EPC 0); • aardgasloos bouwen is vereist. De woningen worden voorzien van laagtemperatuurverwarming in combinatie met warmtepomp systemen en extra fotovoltaïsche zonnepanelen; • tevens wordt de isolatiewaarde van de woningen verzwaard.

Een optie om het watersysteem (tijdens piekbuien) te ontlasten is door het hemelwater eerst vast te houden op eigen terrein middels een berging (bijvoorbeeld op de daken), alvorens dit geleidelijk en over een langer tijdsbestek af te voeren naar het oppervlaktewater. Klimaatadaptatie zal tijdens de omgevingsvergunningaanvraag nader worden uitgewerkt.

Toelichting bestemmingsplan Hoek Van den Endelaan Molenstraat, gemeente Hillegom

30

Betekenis voor dit project: Geconcludeerd wordt dat in onderhavige situatie sprake is van een duurzame stedelijke ontwikkeling. Het voornemen past binnen de regionale woningbouwafspraken. Verdere afstemming is niet noodzakelijk gezien de beperkte omvang van het plan en het feit dat het hier geen nieuwe stedelijke ontwikkeling betreft. In de omgevingsvergunningaanvraag wordt het onderwerp duurzaamheid en klimaatadaptatie nader uitgewerkt op basis van bovenstaande richting.

4.2

Waterhuishouding (watertoets)

De planlocatie valt binnen het beheersgebied van het Hoogheemraadschap van Rijnland. Rijnland is in het plangebied het bevoegd gezag voor het beheer van waterkeringen, oppervlaktewater en (ondiep) grondwater. De drie hoofddoelen van dit beheer zijn veiligheid tegen overstromingen, voldoende water en gezond water. Wat betreft veiligheid is cruciaal dat de waterkeringen voldoende hoog en stevig zijn én blijven en dat rekening wordt gehouden met mogelijk toekomstige dijkverbeteringen. Wat betreft voldoende water gaat het erom het complete watersysteem goed in te richten en te beheren. Daarbij wil Rijnland dat watergangen en kunstwerken zoals gemalen op orde en toekomst vast worden gemaakt, rekening houdend met klimaatverandering. Rijnlands taken en bevoegdheden op het gebied van gezond water betreffen het zuiveren van afvalwater en het reguleren van lozingen oppervlaktewater. Europese regelgeving (de Kaderrichtlijn Water) is hierbij kader stellend. Het voorkómen van verontreiniging en een goede inrichting van oppervlaktewateren dragen in belangrijke mate bij aan gezond water. Met het oog op het zuiveren van afvalwater beheert Rijnland rioolgemalen, persleidingen en zuiveringsinstallaties. Waterbeheerprogramma 2022 - 2028 Voor de planperiode 2022 - 2028 is het waterbeheerprogramma (WBP6) van het hoogheemraadschap van Rijnland van toepassing.

Met het programma WBP6 maakt Rijnland duidelijk hoe het, in samenwerking met de omgeving, invulling geeft aan zijn wettelijke taken en zijn eigen ambities voor de periode 2022 - 2028. In het WBP zijn voor een aantal onderdelen verschillende doelen geformuleerd. Het gaat daarbij in hoofdlijnen om het volgende: 1. Waterveiligheid: Rijnland beschermt het beheergebied, de inwoners en bedrijven tegen overstromingen vanuit zee, de rivieren en het regionale watersysteem. 2. Voldoende water: Samen met de omgeving zorgt Rijnland voor voldoende water. Niet te veel, niet te weinig, maar precies genoeg voor inwoners, bedrijven en natuur. 3. Schoon water: Rijnland zorgt voor een goede ecologische en chemische waterkwaliteit, afgestemd op de verschillende functies en versterkt de biodiversiteit. 4. Waterketen: Rijnland zuivert afvalwater van huishoudens en bedrijven. Hiermee draagt het waterschap bij aan een goede volksgezondheid, een goede waterkwaliteit en een gezonde leefomgeving. 5. Rijnland duurzaam: Samen met de omgeving zet Rijnland in op duurzaam werken door de kringloop van water, energie en grondstoffen zoveel mogelijk te sluiten 6. Rijnland klimaatadaptief: Rijnland maakt het beheergebied klimaatadaptief door de inrichting van de omgeving aan te passen aan de gevolgen van klimaatverandering. 7.

Financiën: Rijnland voert een financieel beleid dat betaalbaar en volhoudbaar is, maar ook uitvoerbaar en uitlegbaar. Het watersysteem is niet de verantwoordelijkheid van Rijnland alleen. Ook inwoners, bedrijven, overheden en andere organisaties hebben er invloed op en zijn dus medeverantwoordelijk. Denk bijvoorbeeld aan woningbouw, dempen of graven van watergangen of activiteiten waarbij stoffen vrijkomen die de waterkwaliteit beïnvloeden. Rijnland zorgt ervoor dat ook anderen doen waar ze verantwoordelijk voor zijn. Daarvoor geven ze voorlichting en advies, verlenen we vergunningen en controleren we of iedereen zich aan de afspraken houdt. Rijnland staat initiatieven zoveel mogelijk toe, vanuit het principe 'ja, tenzij' dat ze sinds 2015 hanteren. Door minder regels en meer ruimte voor initiatieven voldoet Rijnland aan één van de belangrijkste uitgangspunten van de nieuwe Omgevingswet.

Toelichting bestemmingsplan Hoek Van den Endelaan Molenstraat, gemeente Hillegom

31

Blauwe lens De gevolgen, kansen en oplossingen van klimaatverandering voor het beheergebied van het hoogheemraadschap van Rijnland zijn onderzocht. Het resultaat van dit onderzoek is het Rapport Blauwe Lens. De Blauwe Lens leert ons dat het gebied en het watersysteem veerkrachtiger en flexibeler moeten worden. Een belangrijk inzicht is dat we de problemen niet moeten afwentelen op onze omgeving, maar water juist moeten inzetten als ordenende kracht in ruimtelijke ontwikkeling. Met deze constatering bevestigt De Blauwe Lens de noodzaak om water leidend te maken. Keur en Uitvoeringsregels Op grond van de Waterwet is Rijnland als waterschap bevoegd via een eigen verordening, de Keur, regels te stellen aan handelingen die het watersysteem beïnvloeden. Denk hierbij aan handelingen in of nabij: • waterkeringen (onder andere duinen, dijken en kaden); • watergangen (onder andere kanalen, rivieren, sloten, beken); • andere waterstaatswerken (o.a. bruggen, duikers, stuwen, sluizen en gemalen); • de bodem van kwelgevoelige gebieden. Maar ook aan het onttrekken en lozen van grondwater en het aanbrengen van verhard oppervlak. De Keur vermeldt expliciet welke handelingen vergunningplichtig zijn en welke aan algemene regels of aan de zorgplicht moeten voldoen. In de uitvoeringsregels die bij de Keur horen is dit nader uitgewerkt.

Digitale watertoets Op grond van het Besluit ruimtelijke ordening is het doorlopen van de watertoets verplicht voor alle ruimtelijke plannen en besluiten. Deze verplichting is ook in de Keur opgenomen. Het doel van de watertoets is, om in overleg tussen de initiatiefnemer en de waterbeheerder aandacht te besteden aan de waterhuishoudkundige aspecten, zodat de waterhuishoudkundige doelstellingen worden gewaarborgd. De uitgangspunten voor het watersysteem dienen op een juiste wijze in het plan te worden verwerkt. De planlocatie valt binnen het beheersgebied van het Hoogheemraadschap van Rijnland. Dit schap is in het gebied verantwoordelijk voor de waterhuishouding: het waterkwaliteitsbeheer, het waterkwantiteitsbeheer en de zorg voor de waterkeringen. Voor elk bestemmingsplan wordt overleg gevoerd met de waterbeheerder over de effecten van de bouwmogelijkheden op het waterbeheer. De Watertoets heeft als doel het voorkomen dat nieuwe ruimtelijke ontwikkelingen plaatsvinden die in strijd zijn met duurzaam waterbeheer. Via de Digitale Watertoets is het Hoogheemraadschap Rijnland op 5 juli 2021 op de hoogte gebracht van het plan. Het resultaat van deze watertoets is als bijlage 1 aan deze toelichting toegevoegd. Op basis van de gegeven antwoorden concludeert het hoogheemraadschap dat er een waterstaatkundig belang is.

In deze waterparagraaf wordt de voorgenomen ontwikkeling getoetst aan de waterstaatkundige belangen. Het hoogheemraadschap heeft in het kader van het vooroverleg een reactie ingediend. Daarin geeft zij aan dat de waterhuishoudkundige belangen niet in het geding zijn. Voor de werkzaamheden is geen watervergunning nodig. Deze reactie is aan bijlage 1 gehecht. Beschermde gebieden De planlocatie is niet in of in een beschermingszone van een primaire of secundaire waterkering gelegen. In of langs de planlocatie is geen water aanwezig. Waterkwantiteit4 De planlocatie is in de huidige (planologische) situatie reeds volledig verhard. De verharding bestaat uit het dakoppervlak van de bestaande woningen en bedrijfsgebouwen, en de verharde binnenplaatsen. In de nieuwe situatie is weliswaar de situering van de gebouwen verandert, maar het betreft nog steeds verharding in de vorm van dakoppervlak en verharding van binnenplaatsen.

4

Uitgegaan wordt van de situatie voor de brand aan de Van den Endelaan / Molenstraat, voorjaar 2020

Toelichting bestemmingsplan Hoek Van den Endelaan Molenstraat, gemeente Hillegom

32

Conform het beleid van het hoogheemraadschap dient sprake te zijn van watercompensatie, indien meer dan 500 m2 verharding wordt toegevoegd. Derhalve is watercompensatie niet aan de orde. Waterkwaliteit Bij de totstandkoming van het project worden uitloogbare materialen, zoals lood, koper en zink zoveel mogelijk vermeden, zodat schoon hemelwater hier niet mee in aanraking kan komen. Zo heeft de ontwikkeling geen negatief effect op de (grond)waterkwaliteit ter plaatse. Riolering Riolering Voor de nieuwe woningen wordt voorzien in een gescheiden schoon- en vuilwater rioleringssysteem. Het aantal huishoudens op de planlocatie neemt met 13 toe. Er wordt uit gegaan van vernieuwing van bestaande (bedrijfs-)aansluitingen. Betekenis voor dit project Met inachtneming van de adviezen van het waterschap vormt het aspect waterhuishouding geen belemmering voor de ontwikkeling van dit project.

4.3

Bodemkwaliteit

Sinds 1 januari 2008 is in het Besluit Bodemkwaliteit (Bbk) vastgelegd hoe we in Nederland omgaan met het hergebruik van schone en licht verontreinigde grond en de bescherming van de bodem. Bij de verlening van een omgevingsvergunning in afwijking van het bestemmingsplan dient te worden bepaald of de aanwezige bodemkwaliteit past bij het toekomstige gebruik. Hierbij moet vooral rekening worden gehouden met het historische bodemgebruik zoals voormalige sloten, molens en bedrijfsactiviteiten. Historisch bodemonderzoek Van de locatie Molenstraat 22 zijn bij de omgevingsdienst bodemonderzoeksgegevens bekend. Ter plaatse van Molenstraat 22 isin het verleden bodemonderzoek in het kader van de BSB-operatie uitgevoerd (1 november 2000). Uit het onderzoek is gebleken dat de ondergrond plaatselijk ter plaatse van de voormalige drukkerij sterk verontreinigd is met zink. Gezien het gevoeligere gebruik (wonen) is het noodzakelijk dat een verkennend bodemonderzoek (volgens NEN5740, laatste versie) wordt uitgevoerd. Indien tijdens het veldwerk in de bodem asbestverdachte materialen en/ of bodemvreemde bijmengingen die als asbest verdacht worden beschouwd worden aangetroffen, dient een asbestonderzoek conform NEN 5707 (laatste versie) te worden uitgevoerd. Voor de locatie Molenstraat 24 is geen historisch bodemonderzoek bekend.

Verkennend bodem- en asbestonderzoek Molenstraat 22 Naar aanleiding van de aanvraag omgevingsvergunning is door Grondslag een verkennend bodemen asbestonderzoek uitgevoerd op de planlocatie (zie bijlage 2).De milieuhygiënische kwaliteit van de bodem ter plaatse van de onderzoekslocatie Molenstraat 22 te Hillegom is vastgelegd. Behalve de chemische kwaliteit is tevens de aanwezigheid van asbest in de bodem onderzocht. Chemische kwaliteit De gestelde hypothese dat op basis van het historisch onderzoek lichte tot sterke verhogingen aan diverse zware metalen en olie verwacht kunnen worden, is niet bevestigd. In de puinhoudende bovenen ondergrond zijn matige verhogingen aan zink, lood en barium aangetoond. Verder zijn lichte verhogingen aan diverse zware metalen, PAK en PCB gemeten. De verhogingen staan vermoedelijk in verband met de bijmenging aan puin. De matige verhoging aan barium wordt gezien als een regionaal verhoogde achtergrondconcentratie. In het grondwater zijn geen verhogingen boven de streefwaarde gemeten. Geconcludeerd kan worden dat de bij voorgaand onderzoek gemeten sterke verhoging aan zink op het zuidoostelijke deel van de locatie, niet reproduceerbaar is. De gevolgde onderzoeksstrategie geeft in voldoende mate de milieuhygiënische situatie ter plaatse van de onderzoekslocatie weer. Er is derhalve geen aanleiding tot het uitvoeren van een aanvullend bodemonderzoek.

Toelichting bestemmingsplan Hoek Van den Endelaan Molenstraat, gemeente Hillegom

33

De boringen in verband met het vastleggen van de ‘eindsituatie’ van drukkerij Pelhad zijn gecombineerd met de boringen van het verkennend bodemonderzoek. Er zijn geen aanwijzingen dat de gemeten lichte tot matige verhogingen in de grond in verband staan met de werkzaamheden van drukkerij Pelhad. Geconcludeerd kan worden dat de eindsituatie in voldoende mate is vastgelegd. Asbest De gestelde hypothese dat de bovengrond verdacht is op het voorkomen van asbest, is niet bevestigd. In de bovengrond is zowel visueel als analytisch geen asbest aangetroffen. De gevolgde onderzoeksstrategie geeft in voldoende mate de situatie ter plaatse van de onderzoekslocatie weer. Er is geen aanleiding tot het uitvoeren van nader onderzoek. Verkennend bodem- en asbestonderzoek Van den Endelaan 70 en Molenstraat 24 Naar aanleiding van de aanvraag omgevingsvergunning is door Grondslag een verkennend bodemen asbestonderzoek uitgevoerd op de planlocatie. (zie bijlage 3). De milieuhygiënische kwaliteit van de bodem ter plaatse van de onderzoekslocatie Van den Endelaan 70 en Molenstraat 24 te Hillegom is vastgelegd. Behalve de chemische kwaliteit is tevens de aanwezigheid van asbest in de bodem onderzocht. In eerste instantie is in 2019 een verkennend bodem- en asbestonderzoek uitgevoerd op de onderzoekslocatie.

Naar aanleiding van een brand in april 2020 en de beoordeling van de ODWH op het verkennend bodem-/asbestonderzoek, is nog een aanvullend bodem- en asbestonderzoek uitgevoerd in 2022. De resultaten van beide onderzoeken zijn gezamenlijk in de rapportage weergegeven. Chemische kwaliteit De gestelde hypothese dat op basis van het historisch onderzoek een sterke verhoging aan zink verwacht kan worden op het meest noordoostelijk deel van de locatie, is niet bevestigd. In de zintuiglijk schone bovengrond op het noordoostelijk deel van de onderzoekslocatie is geen verhoging gemeten. Geconcludeerd kan worden dat de bij het voorgaand onderzoek gemeten sterke verhoging aan zink niet reproduceerbaar is en vermoedelijk niet aanwezig was op de huidige onderzoekslocatie. Voor wat betreft het overige terreindeel zijn in de puinhoudende bovengrond maximaal lichte verhogingen aan kwik, lood, zink en PAK aangetoond. In de ondergrond zijn lichte verhogingen aangetoond aan kwik en lood. In het grondwater zijn geen verhogingen gemeten. Ter plaatse van de voormalige bebouwing op het perceel Van den Endelaan 70 zijn in de boven- en ondergrond maximaal lichte verhogingen aan diverse zware metalen en/of PAK aangetoond. De gevolgde onderzoeksstrategie geeft in voldoende mate de milieuhygiënische situatie ter plaatse van de onderzoekslocatie weer.

Er is derhalve geen aanleiding tot het uitvoeren van een aanvullend onderzoek Asbestonderzoek De gestelde hypothese dat de bovengrond verdacht is op het voorkomen van asbest, is gedeeltelijk bevestigd. In de bovengrond is in de grove fractie (> 2 cm) geen asbest aangetroffen ter plaatse van de diverse inspectiegaten. In het mengmonster van de inspectiegaten 01 en 02 is in de fijne fractie (< 2 cm) wel asbest aangetoond. Voor de bodem is een indicatief asbestgehalte bepaald van 10 mg/kg d.s. De toetswaarde voor nader onderzoek (50 mg/kg d.s.) wordt niet overschreden. Ter plaatse van de overige inspectiegaten (101 en 103 t/m 105) is geen asbest aangetoond in de fijne fractie. Op basis van het aanvullend asbestonderzoek, dat is uitgevoerd na de brand (zie bijlage 4) 5, kan worden geconcludeerd dat er door de brand vermoedelijk geen asbest in de bodem terecht is gekomen. 5 Dalmulder Milieumanagement BV heeft in april 2020 een asbestinventarisatie uitgevoerd aan de brandhaard (zie bijlage 4). In

het asbestrapport staat dat er geen grond vervuiling heeft plaats gevonden als gevolg van de brand.

Toelichting bestemmingsplan Hoek Van den Endelaan Molenstraat, gemeente Hillegom

34

De gevolgde onderzoeksstrategie geeft in voldoende mate de situatie ter plaatse van de onderzoekslocatie weer. Er is geen aanleiding tot het uitvoeren van nader asbestonderzoek Afweging Met de nu verkregen resultaten is een voldoende duidelijk beeld van de verontreinigingssituatie verkregen. De onderzoeksresultaten vormen geen belemmeringen voor de beoogde woonfunctie en/of de afgifte van een omgevingsvergunning. Daarbij wordt door de Omgevingsdienst West-Holland nog de volgende kanttekening gemaakt: Vanwege het aangetroffen verhoogde gehalte lood in de bovengrond van Molenstraat 22, is de bodem niet zonder meer geschikt voor het gebruik als tuin. Hoewel geen sprake is van sterke verontreinigingen kunnen deze gehalten met name voor kinderen tot en met 7 jaar een negatief effect hebben op de gezondheid, door het spelen met grond. Ook het eten van groenten uit eigen tuin kan leiden tot loodblootstelling. In voorliggend plan is er echter sprake van een verharde buitenruimte, waardoor er geen contact is met de grond. Het verdient de voorkeur om de grond die tijdens de werkzaamheden vrijkomt te hergebruiken binnen de perceelsgrenzen. Indien dit niet mogelijk is kan de grond op basis van dit rapport worden afgevoerd naar een grondbank of -depot. Als de grond wordt afgevoerd voor hergebruik elders, is (normaliter) eerst een keuring nodig conform het Besluit Bodemkwaliteit.

Met name bij grotere partijen grond is dit laatste voordeliger dan afvoeren naar een grondbank of depot. Indien de gemeente beschikt over een bodemkwaliteitskaart, is in sommige gevallen hergebruik mogelijk zonder aanvullend onderzoek. Volgens opgave van de Omgevingsdienst West-Holland is in de nabijheid van de planlocatie een grondwaterverontreiniging aanwezig. Deze is gelegen op een afstand van 170 meter. Het onttrekken van grondwater is niet toegestaan zonder instemming van het bevoegd gezag. Betekenis voor dit project: • Ten aanzien van het aspect bodemkwaliteit zijn er geen belemmeringen voor deze ontwikkeling. In de bodem worden interventiewaarden niet overschreden. • Het verdient de voorkeur om de grond die tijdens de werkzaamheden vrijkomt te hergebruiken binnen de perceelsgrenzen. • Het onttrekken van grondwater is niet toegestaan zonder instemming van het bevoegd gezag.

4.4

Cultureel erfgoed

Het Besluit ruimtelijke ordening (Bro) verplicht gemeenten om rekening te houden met cultuurhistorische waarden en in de grond aanwezige of te verwachten archeologische monumenten. Archeologie is sinds 1 juli 2016 geregeld in de Erfgoedwet. De uitgangspunten uit het Verdrag van Valletta (Malta) blijven in de Erfgoedwet de basis van de Nederlandse omgang met archeologie. Onderdelen van de Monumentenwet 1988 die op termijn naar de Omgevingswet over gaan, blijven van kracht tot die wet in werking treedt. Ze zijn opgenomen in het overgangsrecht van de Erfgoedwet.

4.4.1 Archeologie Het Verdrag van Malta (1992), beoogt het cultureel erfgoed dat zich in de bodem bevindt beter te beschermen. Op 1 september 2007 is de Wet op de archeologische monumentenzorg (Wamz) in werking getreden. Hiermee worden de uitgangspunten van het Verdrag van Malta binnen de Nederlandse wetgeving geïmplementeerd. De wet regelt de bescherming van archeologisch erfgoed in de bodem, de inpassing ervan in de ruimtelijke ontwikkeling en de financiering van opgravingen:

Toelichting bestemmingsplan Hoek Van den Endelaan Molenstraat, gemeente Hillegom

35

'de veroorzaker betaalt'. Voor de ruimtelijke ordening is het van belang dat de Wamz uitgaat van de koppeling van archeologische waarden aan de ruimtelijke ordening. Voor bestemmingswijzigingen betekent dit dat de verplichting is neergelegd om bij de vaststelling van de wijziging rekening te houden met in de grond aanwezige, dan wel te verwachten, archeologische waarden. Zo nodig dient door de initiatiefnemer, voorafgaand aan bodemingrepen, archeologisch onderzoek te worden uitgevoerd. De uitkomsten van het archeologisch onderzoek dienen vervolgens volwaardig in de belangenafweging te worden betrokken. In het bestemmingsplan zijn voor deze locatie voorwaarden met betrekking tot archeologie opgenomen. Dit plan zal worden gerealiseerd in een zone waarvoor op grond van het Bestemmingsplan Centrum de dubbelbestemming Waarde-Archeologie 1 geldt. De voor Waarde-Archeologie 1 aangewezen gronden zijn mede bestemd voor het behoud en de bescherming van archeologische waarden. In dit gebied gelden voor ruimtelijke plannen de volgende criteria: archeologisch onderzoek moet plaatsvinden, indien de bodem wordt verstoord over een oppervlakte van meer dan 100 m 2 en dieper dan 30 cm. Afweging Volgens het plan voor het slopen van bebouwing en het nieuw bouwen van woningen zal de bodem verstoord worden over een oppervlak van ca. 370 m2. Bodemingrepen vinden plaats tot een diepte van 0,8 m.

In het vigerende bestemmingsplan is aan het plangebied de dubbelbestemmingen Waarde – Archeologie 1 toegekend. In 2014 en 2020 is de archeologische waarden- en verwachtingskaart van de gemeente Hillegom geactualiseerd. Volgens de geactualiseerde archeologische verwachtingskaart (2020) geldt voor het huidige plangebied een middelhoge archeologische verwachting. Aan dit soort verwachtingszones wordt tegenwoordig een vrijstelling archeologisch onderzoek verleend bij bodemingrepen kleiner dan 500 m2 en dieper dan 1 m omdat is gebleken dat onderzoek in deze zones pas tot zinvolle resultaten leidt bij grote aaneengesloten gebieden. De beoogde werkzaamheden vallen binnen deze grens. Voorafgaand aan de uitvoering van het plan (sloop en nieuwbouw), dient er een vergunning te worden aangevraagd voor de activiteit het uitvoeren van een werk (voorheen een archeologische aanlegvergunning). Omdat het gebied in een zone ligt waar pas vanaf een diepte van 100 cm archeologische resten verwacht worden, zullen aan de activiteit het uitvoeren van een werk geen voorwaarden worden gesteld. Betekenis voor dit project: • Ten aanzien van het aspect archeologie zijn er géén belemmeringen voor deze ontwikkeling.

• De gronden krijgen in dit bestemmingsplan een dubbelbestemming ‘Waarde – Archeologie 2’, passend bij een vrijstellingsmogelijkheid voor archeologisch onderzoek bij bouwplannen van 100 cm diep en 500 m2 groot. • Overigens blijft de archeologische meldingsplicht conform art. 5.10 van de Erfgoedwet van kracht. Wanneer er bij graafwerkzaamheden archeologische resten worden aangetroffen, dient dit onverwijld bij de gemeente te worden gemeld.

4.4.2 Cultuurhistorische waarden Op grond van het Besluit ruimtelijke ordening moeten naast de in de grond aanwezige of te verwachten monumenten, ook cultuurhistorische waarden in het plangebied worden meegewogen bij een afwijkingsbesluit in het kader van de Wro. Op basis van de kaart uit de regionale Cultuurhistorische Atlas Duin- en Bollenstreek kent dit gebied geen bijzondere waarden.

Toelichting bestemmingsplan Hoek Van den Endelaan Molenstraat, gemeente Hillegom

36

De omgeving van de planlocatie kent waarden vanwege de aanwezigheid van erfgoed langs bijvoorbeeld de Stationsweg en Van den Endelaan (woningen) (Verkadefabrieken), en de verkavelingsstructuur van het gebied met de bebouwingsstructuur die de hoofdlijnen van de strandwallen volgt, de openheid direct ten westen van de kern en het water. De Hillegommer beek maakt onderdeel uit van een waardevolle waterstructuur. Betekenis voor dit project: Met het voorliggende plan worden geen cultuurhistorische waarden gesloopt of aangetast.

4.4.3 Monumenten Binnen de planlocatie zijn geen rijksmonumenten, provinciale of gemeentelijke monumenten aanwezig.

4.5

Natuurwaarden

Per 1 januari 2017 is de Wet Natuurbescherming in werking getreden. In deze zijn de oude Boswet, Natuurbeschermingswet en de Flora- en faunawet samengevoegd tot één Natuurwet. Uitgangspunt van de wet is dat geen schade mag worden gedaan aan beschermde dieren of planten, tenzij dit nadrukkelijk is toegestaan. In de praktijk betekent dit dat bij een ruimtelijke ingreep of voorgenomen activiteit bekeken moet worden of er sprake is van effecten of beschermde dieren en planten (soortenbescherming) en in bepaalde gevallen op natuurgebieden (gebiedsbescherming). Ecologisch onderzoeks- en adviesbureau Groot Eco Advies heeft in december 2022, ten behoeve van de herontwikkeling van de locatie,een quickscan opgemaakt van de aanwezige natuurwaarden op de planlocatie (zie bijlage 11). De beoordeling van de op de planlocatie aanwezige natuurwaarden wordt hierna beschreven. Situatiebeschrijving De locatie Van den Endelaan 70 en Molenstraat 24 bestaat uit een zandvlakte. Deze is ontstaan nadat na de brand in het voorjaar 2020 alle nog resterende bouwwerken en beplantingen van het terrein zijn verwijderd. Door de brand zijn mogelijk potentiële natuurwaarden verloren gegaan. Het hoofdgebouw aan de Molenstraat 22 is recent op de begane grond verbouwd tot appartementen. Daarbij zijn de achterliggende bijgebouwen gesloopt.

Ten behoeve van een goede toegang aan de achterzijde van het pand, de realisatie van een nieuwe gemeenschappelijke berging en ontwikkelingen op het achtererf.

4.5.1 Soortenbescherming Op basis van deze quickscan wordt geconstateerd dat het perceel geen potenties heeft voor beschermde soorten, behoudens algemene vrijgestelde amfibieën (overwintering) en vrijgestelde zoogdieren. Nader onderzoek naar deze soorten is niet nodig. Zorgplicht De werkzaamheden in het hoofdgebouw zijn inpandig en op ge begane grond. In de te slopen bijgebouwen op de binnenplaats zijn geen verblijfplaatsen van beschermde soorten te verwachten. In alle gevallen wordt rekening gehouden met de zorgplicht voor soorten uit de Wet natuurbescherming. Hiervoor zijn de volgende maatregelen nodig: • aangetroffen dieren krijgen de gelegenheid om te vluchten of zich te verplaatsen naar een schuilplaats buiten het bereik van de werkzaamheden; • potentiële schuilplekken worden gecontroleerd op aanwezigheid van schuilende dieren; • schuilplekken worden zoveel mogelijk intact gelaten; • broedende vogels mogen niet worden verstoord en in gebruik zijnde nesten mogen niet worden vernietigd. Activiteiten welke verstorend zijn voor broedende vogels, zoals rooi- en sloopwerkzaamheden, dienen buiten de broedperiode te worden gestart. Het broedseizoen verschilt per soort. Globaal moet rekening gehouden worden met de periode tussen half februari

Toelichting bestemmingsplan Hoek Van den Endelaan Molenstraat, gemeente Hillegom

37

en eind augustus. Voordat gestart wordt met verstorende activiteiten, moet worden gecontroleerd of er geen broedende vogels in en direct rond het plangebied aanwezig zijn. 4.5.2 Gebiedsbescherming Het plangebied ligt op respectievelijk 3.000 en 11.500 meter van de Natura 2000- gebieden Kennemerland-Zuid en Coepelduynen. NNN en weidevogelleefgebied liggen op respectievelijk 1.210 en 1.385 meter. Externe werking is niet van toepassing op NNN en weidevogelleefgebieden in ZuidHolland. Gezien de aard van de werkzaamheden en de ligging ten opzichte van de betrokken Natura 2000-gebieden zijn negatieve effecten als verstoring, geluid en licht op voorhand uit te sluiten. De genoemde Natura-2000-gebieden Kennemerland-Zuid en Coepelduynen zijn een Natura 2000gebied met stikstofgevoelige habitattypen. Door een recente uitspraak van de Raad van State dient elk project weer te worden beoordeeld op de stikstofeffecten. Dit geldt weer voor de sloop en bouwfase (aanlegfase) en de gebruiksfase. Voor de bouw van nieuwe woningen is dus voor de aanlegfase en de gebruiksfase een Aeriusberekening en een onderbouwing nodig. De berekening dient met de laatste versie van Aerius te worden uitgevoerd. De onderzoeksresultaten worden hierna beschreven.

4.5.3 Onderzoek stikstofdepositie Bouwprojecten kunnen leiden tot een toename van de stikstofdepositie ter plaatse van stikstofgevoelige habitattypen in een Natura 2000-gebied. Deze toename van de stikstofdepositie kan het gevolg zijn van bouwwerkzaamheden in de aanlegfase (bijvoorbeeld als gevolg van de aanvoer van bouwmaterialen naar en grondverzet op de bouwplaats). Het gebruik van de gebouwen (de gebruiksfase) kan ook leiden tot een toename van de stikstofdepositie. Deze toename kan bijvoorbeeld het gevolg zijn van het gebruik van gas en het autoverkeer van bewoners en bezoekers van de locatie. Ook kleinschalige ontwikkelingen kunnen leiden tot een toename van de stikstofdepositie en moeten om die reden daarop worden beoordeeld. Ten behoeve van de realisatie van 13 nieuwe woningen op de hoek Van den Endelaan en Molenstraat in Hillegom, is een stikstofdepositieonderzoek uitgevoerd. Daarbij is rekening gehouden met het feit dat op 1 juli 2021 een gedeelte van de Stikstofwet in werking treedt. Per 1 juli is er sprake van een partiële vrijstelling Natura 2000-vergunningsplicht (stikstofdepositie) voor de bouw- en infrasector. Dit betekent concreet dat voor woningbouwontwikkelingen alleen nog maar de gebruiksfase doorgerekend moet worden, en niet meer de bouwfase.

Voor de beoogde ontwikkeling is op basis van verkeersaantrekkende werking en activiteiten in de realisatiefase en de gebruiksfase de stikstofdepositie op nabijgelegen Natura2000-gebieden beoordeeld met het hiervoor door de rijksoverheid beschikbaar gestelde rekenprogramma AERIUS (laatste versie Aerius Calculator 2024.0.1). Het model zoals hiervoor is omschreven, is doorgerekend met als uitkomst dat er zowel in de realisatiefase als de gebruiksfase geen depositieresultaten zijn hoger dan 0,00 mol N/ha/jaar op omliggend Natura 2000-gebied. Uitgaande van de rekenresultaten is er geen relevant nadelig effect voor Natura 2000- gebieden te verwachten ten aanzien van stikstofdepositie. Er geldt voor de stikstofdepositie als gevolg van dit project dan ook geen vergunningplicht ingevolge de Wet natuurbescherming. Betekenis voor dit project: • Gebiedsbescherming in het kader Natura 2000, weidevogelleefgebied en NNN is niet aan de orde. Uit de berekeningen blijkt dat de beoogde ontwikkeling zowel in de realisatiefase als in de gebruiksfase niet leidt tot een stikstofdepositie boven de 0,00 mol/ha/j. Een ontheffing is dan niet nodig. Er zijn geen significant negatieve effecten op het Natura 2000-gebied te verwachten. • Het beoogde bouwplan veroorzaakt geen conflict met de Wet natuurbescherming. Het plangebied kent geen potenties voor beschermde soorten.

• Ten aanzien van de soortenbescherming moet in alle gevallen rekening worden gehouden met de zorgplicht voor soorten uit de Wet natuurbescherming.

Toelichting bestemmingsplan Hoek Van den Endelaan Molenstraat, gemeente Hillegom

38

4.6

Verkeer en parkeren

Het gemeentelijke parkeerbeleid is vastgelegd in de Parkeernota Hillegom en het Parapluplan parkeren. Bij ruimtelijke ontwikkelingen dient het parkeren in eerste instantie op eigen terrein te worden opgelost. Daarnaast is de gemeente Hillegom zich aan het oriënteren op locaties in het centrum waar nieuwe parkeerplaatsen kunnen worden aangelegd ten behoeve van woningbouwontwikkelingen waarbij ruimte op eigen terrein ontbreekt voor deze voorzieningen.

4.6.1 Verkeer De locatie aan de Molenstraat is vanaf de Van den Endelaan via de Molenstraat. De Van den Endelaan maakt onderdeel uit van het doorgaande wegenstelsel van Hillegom, waardoor omwonenden zoveel mogelijk worden ontzien. De eindsituatie betreft 13 appartementen. De verkeersgeneratie van een ontwikkeling wordt door CROW bepaald door de verstedelijkingsgraad en stedelijke zone. De verkeersgeneratie is afhankelijk van het type object. Het plangebied is gelegen in de het centrum van Hillegom, dat door het CBS als ‘schil centrum’’ van ‘sterk stedelijk’ wordt beschouwd. Voor Hillegom wordt uitgegaan van een autobezit dat overeenkomt met een sterk stedelijke kern. Op basis van CROW is er een verwacht aantal van ca. 42 voertuigbewegingen per dag, voor goedkope en middeldure appartementen, alleen licht verkeer (sterk stedelijk gebied, schil centrum: 3,2 motorvoertuigbewegingen per woning per weekdagetmaal). Gezien de voormalige functies van de locatie, drukkerij en horeca, is de extra verkeersaantrekkende werking beperkt en bezorgt geen overlast op de omgeving. Nader onderzoek kan om die reden achterwege blijven.

4.6.2 Parkeren Bij ruimtelijke ontwikkelingen dient rekening gehouden te worden met de bijbehorende parkeerbehoefte. De Nota Parkeernormen Hillegom 2023 in combinatie met het paraplubestemmingsplan parkeren vormen het toetsingskader voor het berekenen van de toekomstige parkeerbehoefte. tabel: overzicht parkeernormen Hillegom, wonen, centrum Functie Appartement (m.u.v. sociale huur) < 50 m2 gbo Appartement (m.u.v. sociale huur) 50-75 m2 gbo Appartement (m.u.v. sociale huur) 75-100 m2 gbo Sociaal huurappartement < 50 m2 gbo

Parkeernorm 1,1 1,2 1,3 0,7

Eenheid per woning per woning per woning per woning

Bezoekersdeel 0,2 0,2 0,2 0,2

De planlocatie ligt op basis van de parkeernota Hillegom in het ‘centrum’6. De toekomstige parkeerbehoefte voor de beoogde ontwikkeling van 13 kleine en middelgrote appartementen bedraagt 14 parkeerplaatsen: 1 x 1,1 (appartement < 50 m2 gbo) = 1,1 pp 7 x 1,2 (appartement 50-75 m2 gbo) = 8,4 pp 1 x 1,3 (appartement 75-100 m2 gbo) = 1,3 pp 4 x 0,7 (sociaal huurappartement < 50 m2 gbo) = 2,8 pp totaal = 13,6 pp

6

Waar in de Nota Parkeernormen Hillegom wordt gesproken over ‘centrum’, wordt de stedelijke zone ‘schil centrum’ van CROW bedoeld

Toelichting bestemmingsplan Hoek Van den Endelaan Molenstraat, gemeente Hillegom

39

Uitgangspunt is dat het parkeren op eigen terrein plaatsvindt. Er zijn redenen denkbaar waarbij het onmogelijk of onwenselijk is om parkeerplaatsen op eigen terrein te realiseren. Dit is bijvoorbeeld het geval als: • De ontwikkeling is gelegen in het voetgangersgebied; • Het fysiek onmogelijk is om parkeerplaatsen op eigen terrein te realiseren, bijvoorbeeld bij bestaande panden of rijtjeshuizen; • Het financieel niet haalbaar is om een parkeervoorziening op eigen terrein te realiseren. In deze gevallen bekijkt de gemeente Hillegom of het mogelijk is de parkeren op acceptabele loopafstand in de openbare ruimte te realiseren of dat deze parkeerplaatsen in de openbare ruimte al aanwezig zijn. Verantwoording aantal parkeerplaatsen in openbaar gebied Voor beoogde ontwikkeling is er op eigen terrein geen mogelijkheid om in de parkeerbehoefte te voorzien. Op kosten van initiatienemer is daarom in maart 2020 een parkeerdruk onderzoek uitgevoerd (zie bijlage 9). De Molenstraat is in de beoordeling niet meegenomen omdat die op termijn zal worden heringericht. Concluderend uit de parkeertellingen blijkt dat er –bij het aanhouden van ‘onderzoeksresultaten 2’over het algemeen een totale parkeerdruk van 43% op het maatgevend moment is. Het maatgevend moment is 14-03-2020 tussen 14:00 en 16:00 waarbij nog 80 parkeerplaatsen ‘onbenut’ blijven.

Met de bezettingsgraad van 43% blijven de parkeertellingen onder de maximale grenswaarde van 75% zoals aangegeven in het vigerende parkeerbeleid, Nota Parkeernormen (2016). Hierdoor kan de parkeervraag opgevangen worden met de bestaande parkeerplaatsen in de nabije omgeving (tellocatie A-B-C). Voor beoogde ontwikkeling kan daarom de behoefte aan parkeerplaatsen in de openbare ruimte worden opgevangen en kan worden afgeweken van de parkeereis ‘realisatie van parkeerplaatsen op eigen terrein’.

afb.22 Overzicht openbare parkeerplaatsen in de omgeving (bron: Parkeeronderzoek De Verkeerstellers)

Toelichting bestemmingsplan Hoek Van den Endelaan Molenstraat, gemeente Hillegom

40

De uitkomsten uit het (verouderde) parkeeronderzoek komen in hoofdlijnen overeen met recentere tellingen van de gemeente (zie afb.23). Volgens de tellingen van de gemeente is er op het drukste meetmoment (zaterdag om 13:00) een bezetting van 40-60 % in de parkeergarage. De parkeergarage kent 157 parkeerplaatsen. Dat betekent dat er op het aller drukste meetmoment nog steeds 63 parkeerplaatsen in de parkeergarage beschikbaar zijn. Er is daarom restcapaciteit in de openbare ruimte om de toenemende parkeerbehoefte van 14 parkeerplaatsen ten behoeve van de 13 appartementen op te vangen. De gemeente Hillegom is bezig met de uitwerking van de visie op het Henri Dunantplein (HD-plein) die op 17 oktober 2024 is vastgesteld. Deze visie omvat deelplannen. Het parkeren op en rond het HDplein is één van de deelplannen waarin de mogelijkheden worden onderzocht om de parkeergarage toegankelijker te maken voor omwonden (bijvoorbeeld door verruiming van de openingstijden), de parkeergarage op te knappen en eventueel uit te breiden en het gevoel van onveiligheid te verminderen. In de Nota van beantwoording (zie bijlage 14) is een uitgebreidere verantwoording van de parkeercapaciteit opgenomen.

afb.23 Bezettingsgraad per sectie, Hillegom, zaterdag 13:00 uur (drukste meetmoment)

Betekenis voor dit project • De extra verkeersaantrekkende werking zal beperkt zijn, dit verzorgt geen overlast op de omgeving. Nader onderzoek kan om die reden achterwege blijven. • De parkeervraag van 14 plaatsen kan worden opgevangen met de bestaande openbaar toegankelijke parkeerplaatsen in de nabije omgeving.

Toelichting bestemmingsplan Hoek Van den Endelaan Molenstraat, gemeente Hillegom

41

4.7

Geluidhinder

Ten aanzien van de geluidhinder is de Wet geluidhinder van kracht. Doel van deze wet is het terugdringen van hinder als gevolg van geluid en het voorkomen van een toename van geluidhinder in de toekomst. De Wet geluidhinder kent drie geluidsbronnen: wegverkeer, spoorweg- en industrielawaai. Peutz heeft nader onderzoek naar het geluid vanwege wegverkeer ter hoogte van de geprojecteerde appartementen aan de Van den Endelaan en Molenstraat (zie bijlage 10). Het onderzoek vindt plaats in het kader van de Wet geluidhinder (wegverkeer). Hiertoe zijn in het onderzoek de volgende wegen beschouwd: • Van den Endelaan (N208) – 50 km/u; • Wilhelminalaan – 50 km/u; • Molenstraat – 30 km/u; • Van den Endelaan (ventweg) – 30 km/u. Akoestisch onderzoek wegverkeerslawaai Doel van het akoestisch onderzoek wegverkeerslawaai is het vaststellen van de geluidbelasting (Lden) vanwege het wegverkeer ter hoogte van de planlocatie en deze te toetsen aan de voorkeursgrenswaardeof maximale ontheffingswaarde uit de Wet geluidhinder dan wel het regionale hogere waardenbeleid. Bij de berekeningen is gebruikgemaakt van een akoestisch rekenmodel. Ten behoeve van het onderzoek zijn de verkeersintensiteiten opgevraagd bij de Omgevingsdienst WestHolland (zie bijlage 10).

Uit de resultaten van het onderzoek wegverkeerslawaai blijkt het volgende: • De geluidbelasting van 57 dB vanwege de Van de Endelaan ter hoogte van de appartementen aan Molenstraat 24 voldoet niet aan de voorkeursgrenswaarde van 48 dB. Aan de maximale grenswaarde uit het geluidbeleid van de gemeente van 58 dB wordt voldaan. Ter hoogte van de appartementen aan Molenstraat 22 wordt met respectievelijk 48 en 42 dB voldaan aan de voorkeursgrenswaarde van 48 dB. • Vanwege de Wilhelminalaan treedt geen overschrijding op van de voorkeursgrenswaarde. • De geluidbelasting vanwege de 30 km/u-wegen is 63 dB zonder aftrek ex artikel 110g Wgh. De geluidbelasting wordt veroorzaakt door het verkeer over de Molenstraat. Geluidswerende maatregelen Gelet op het feit dat voor de woningen niet voldaan wordt aan de voorkeursgrenswaarde voor wegverkeerslawaai is er de noodzaak voor het vaststellen van hogere grenswaarden na afweging van eventuele mitigerende maatregelen. Uit de resultaten van het onderzoek wegverkeerslawaai blijkt het volgende: • In het onderzoek wegverkeerslawaai zijn geluidreducerende maatregelen onderzocht om de geluidbelasting terug te dringen tot ten hoogste de voorkeursgrenswaarde. Hieruit blijkt dat er overwegende bezwaren bestaan, waardoor doelmatige maatregelen niet mogelijk zijn.

Hogere grenswaarden In het kader van de Wet geluidhinder heeft de Omgevingsdienst West-Holland (ODWH) voor de gemeenten in haar werkgebied beleid opgesteld ten aanzien van het verlenen van hogere waarden. • Er wordt voldaan aan de voorwaarden uit het hogere waardenbeleid, doordat de buitenruimten, die gelegen zijn aan de gevels met de hoogste geluidbelasting, afsluitbaar uitgevoerd worden. Tevens wordt akoestische compensatie toegepast door een verhoogde geluidisolatie tussen buurappartementen. Hiermee bestaan er vanuit dat oogpunt geen bezwaren voor het verlenen van hogere waarden. • Om te voldoen aan een akoestisch goed woon- en leefklimaat zijn maatregelen benodigd om te voldoen aan de eisen voor de karakteristieke geluidwering van de gevels. Tevens worden afsluitbare buitenruimten en akoestische compensatie toegepast.

Toelichting bestemmingsplan Hoek Van den Endelaan Molenstraat, gemeente Hillegom

42

Betekenis voor dit project: • De locatie is geluidsbelast vanwege het wegverkeer en nabijgelegen bedrijven. • De geluidbelasting van 57 dB vanwege de Van de Endelaan ter hoogte van de appartementen aan Molenstraat 24 voldoet niet aan de voorkeursgrenswaarde van 48 dB. Ter hoogte van de nieuwe appartementen achter Molenstraat 22 wordt met een geluidsbelasting van 42 dB wel voldaan. • Op basis van het akoestisch onderzoek van Peutz dient het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Hillegom een besluit hogere waarden Wet geluidshinder (ten behoeve van de Omgevingsvergunning Hoek Van den Endelaan Molenstraat te Hillegom) te nemen vanwege het wegverkeer op de provinciale weg N208 (Van den Endelaan). De hoogste geluidbelasting bedraagt voor de 10 woningen aan de Molenstraat 24 maximaal 57 dB incl. Art 110g Wgh, waarmee de maximale ontheffingswaarde van 63 dB niet wordt overschreden. • Bij het indienen van de Omgevingsvergunning dient op basis van de berekende geluidbelasting, de geluidwering van de gevel te worden bepaald en getoetst aan de gestelde geluidwering eisen van het Bouwbesluit 2012.

4.8

Bedrijven en milieuzonering

Om hinder tussen bedrijven en woningen te voorkomen is een goede afstemming noodzakelijk. Milieuzonering zorgt ervoor dat nieuwe bedrijven een passende locatie ten opzichte van woningen krijgen en dat nieuwe woningen op een verantwoorde afstand van bedrijven gesitueerd worden. De Vereniging van Nederlandse Gemeenten (VNG) doet in de publicatie ‘Bedrijven en milieuzonering’ (editie 2009), een handreiking ten behoeve van de afstemming tussen ruimtelijke ordening en milieu op lokaal niveau. De publicatie heeft bedrijven ingedeeld in categorieën met bijbehorende gewenste afstand tot milieugevoelige functies. De adviesafstanden hangen samen met gebiedskenmerken. Milieucategorie

Richtafstand tot omgevingstype Richtafstand tot omgevingstype rustige woonwijk gemengd gebied

1

10 meter

0 meter

2

30 meter

10 meter

3.1

50 meter

30 meter

3.2

100 meter

50 meter

tabel 1. Gewenste afstand tot milieuhinderlijke situaties (VNG)

Gebiedstypering Het plangebied kan worden getypeerd als gemengd gebied. In de omgeving van het plangebied bevinden zich diverse bedrijven en woningen. Dit betekent dat de richtafstand met 1 afstandstap kan worden verminderd met uitzondering van het aspect gevaar. Beoordeling omliggende bedrijven, richtafstanden Rond de planlocatie zijn enkele kleine detailhandelsbedrijven (categorie 1) gevestigd. Deze bedrijven vormen geen belemmering voor de te ontwikkelen locatie en andersom is er ook geen sprake van belemmering. Parkeergarage Centrum De ontwikkelingslocatie ligt op 7 meter afstand van de Parkeergarage Hillegom Centrum (SBI-2008: 5221.1, milieucategorie 2, richtafstand 10 meter in een gemengd gebied). Deze garage behoort bij een supermarkt. Aan de richtafstand wordt niet voldaan. Aangezien geluid de maatgevende factor is, is onderzocht of er aan de geluidsnormen voldaan kan worden (zie bijlage 11). DrakaInterfoam B.V. Op circa 175 meter van het plangebied bevindt zich DrakaInterfoam B.V. op het perceel Van den Endelaan 15. Dit bedrijf valt onder SBI-code 205903B ‘Overige chemische produktenfabrieken e.g.’,

Toelichting bestemmingsplan Hoek Van den Endelaan Molenstraat, gemeente Hillegom

43

milieucategorie 4.1 en een richtafstand van 200 meter vanwege gevaar. Voor de overige aspecten geur, stof en geluid geldt een richtafstand van 100 meter. Er wordt niet voldaan aan de richtafstand vanwege gevaar. In paragraaf 4.10 (externe veiligheid) wordt hier nader op ingegaan. Conclusie is dat dit bedrijf geen belemmering oplevert voor het plan. Akoestisch onderzoek Peutz heeft nader onderzoek naar het geluid vanwege de bedrijvigheid ter hoogte van de geprojecteerde appartementen aan de Van den Endelaan en Molenstraat (zie bijlage 11). De bedrijvigheid die voor het plan akoestisch relevant is, betreft de gemeentelijke parkeergarage, die tevens ten behoeve van de supermarkt van Albert Heijn wordt gebruikt. Hiermee is geen sprake van een inrichting in het kader van de Wet milieubeheer. Om te onderzoeken of sprake is van een aanvaardbaar akoestisch woon- en leefklimaat kan aansluiting gezocht worden bij de grenswaarden uit het Activiteitenbesluit milieubeheer (hierna: Activiteitenbesluit) en de richtwaarden uit de VNG-publicatie “Bedrijven en milieuzonering” voor gemengd gebied. Doel van het onderzoek is het vaststellen van het langtijdgemiddelde beoordelingsniveau (LAr,LT) en het maximale geluidniveau (LAmax) vanwege de parkeergarage van de supermarkt ter hoogte van de planlocatie en te toetsen of sprake is van een aanvaardbaar akoestisch woon- en leefklimaat.

Bij de berekeningen is gebruik gemaakt van een akoestisch rekenmode Uit het onderzoek blijkt dat het langtijdgemiddelde beoordelingsniveau ter hoogte van de geprojecteerde appartementen vanwege de parkeergarage van de supermarkt ten hoogste 54 en 51 dB(A) bedraagt in respectievelijk de dag- en avondperiode. Het maximale geluidniveau bedraagt in zowel de dag- als avondperiode ten hoogste 76 dB(A) ter hoogte van de geprojecteerde appartementen. Geluidreducerende maatregelen In het akoestisch onderzoek zijn geluidreducerende maatregelen nader onderzocht. Om vanuit stedenbouwkundig oogpunt een aanvaardbaar woon- en leefklimaat te kunnen garanderen ligt de voorkeur bij de realisatie van dove gevels zodat de steeg niet verder wordt dichtgezet en de woningen niet verder worden omringd door massieve gebouwen en bouwwerken die afbreuk doen aan het woon- en leefklimaat. Hieruit volgt dat het toepassen van een dove gevel aan de oostzijde en een deels dove gevel aan de zuidzijde van Molenstraat 22 de meest realistische en haalbare maatregelen betreffen. Afweging Met inachtneming van de maatregelen is sprake van een aanvaardbaar akoestisch woon- en leefklimaat. Op basis van het Activiteitenbesluit vormt de aanwezigheid van de parkeergarage geen belemmering voor de beoogde ontwikkeling.

Betekenis voor dit project: De planontwikkeling maakt wonen als nieuwe milieuhindergevoelige bestemming mogelijk. Op basis van richtlijnen van de VNG is er in de directe omgeving een bedrijf aanwezig die milieuhinder veroorzaakt op de planlocatie (supermarkt AH met parkeergarage). De ontwikkeling zal de nabijgelegen supermarkt met parkeergarage niet belemmeren in haar activiteiten, en vice versa. •

•

De beoogde ontwikkeling zal de nabijgelegen supermarkt niet belemmeren in haar activiteiten en vice versa. In het rekenmodel is rekening gehouden met een tuinmuur van 2 m aan de zijde van de parkeergarage. Deze tuinmuur is in de regels behorende bij dit bestemmingsplan opgenomen als voorwaardelijke verplichting. Daarnaast krijgen de woningen aan de oostzijde een dove gevel en zijn van de zuidgevel de eerste 2,5 m doof, dus zonder draaiende delen.

Er zijn geen andere bedrijven in de directe omgeving die milieuhinder veroorzaken op de planlocatie. In het kader van de omgevingsvergunning is het dan ook niet noodzakelijk om de milieuhinder door bedrijven nader te onderzoeken.

Toelichting bestemmingsplan Hoek Van den Endelaan Molenstraat, gemeente Hillegom

44

4.9

Luchtkwaliteit

Op 15 november 2007 is de Wet luchtkwaliteit in werking getreden. Hiermee wordt de wijziging van de Wet milieubeheer op het gebied van luchtkwaliteitseisen (hoofdstuk 5 titel 2) bedoeld. Deze wet vervangt het Besluit luchtkwaliteit uit 2005 en is een implementatie van de Europese kaderrichtlijn luchtkwaliteit en de vier dochterrichtlijnen waarin onder andere grenswaarden voor de luchtkwaliteit ter bescherming van mens en milieu zijn vastgesteld. De wet- en regelgeving noemt ‘gevoelige bestemmingen’ (zoals scholen en kinderdagverblijven) en maakt onderscheid tussen projecten die “in betekende mate” (IBM) en “niet in betekende mate”(NIBM) leiden tot een verslechtering van de luchtkwaliteit. Tevens is voorzien in het zogenaamde Nationaal Samenwerkingsprogramma Luchtkwaliteit (NSL). Met de projecten “niet in betekende mate” van de Wet luchtkwaliteit is in de NSL rekening gehouden. In de NSL is het begrip “niet in betekenende mate” gedefinieerd als 3% van de grenswaarde voor fijn stof en stikstofdioxide. In de Regeling NIBM is een lijst met categorieën opgenomen die niet in betekende mate bijdragen aan de luchtverontreiniging. Op grond van de Regeling niet in betekende mate bijdragen (luchtkwaliteitseisen) zijn (onder andere) woningbouwprojecten met minder dan 1.500 woningen vrijgesteld van toetsing.

De planontwikkeling beoogt de ontwikkeling van 2 woningen, waardoor het ver onder de getalsmatige grens van de Regeling NIBM blijft.De realisatie van twee appartementen draagt niet in betekenende mate bij (NIBM) aan de luchtverontreiniging. Toetsing aan de luchtkwaliteitseisen kan daarom achterwege blijven. Er moet nog wel worden beoordeeld of er sprake is van een aanvaardbaar woon- en leefklimaat. Op deze locatie liggen de achtergrondconcentratie stikstofdioxide en fijnstof ruim onder de grenswaarden. De huidige luchtkwaliteit ter plaatse / in de omgeving van het plangebied is op basis van de meeste recente lokale gegevens zoals te vinden op de site www.nsl-monitoring.nl goed. De toetspunten in de omgeving blijven onder de 35 μg/m3. Dit ligt ruim onder de grenswaarde van 40 μg/m3. Samengevat kan worden gesteld dat de huidige lokale luchtkwaliteit (ruim) voldoet aan de wettelijke normen. Met het voorgenomen plan is geen sprake van een significante verkeersaantrekkende werking. Er vinden enkel verkeersbewegingen ten behoeve van zwaarder verkeer plaats in de aanlegfase. In de gebruiksfase vindt alleen verkeer plaats die samenhangt met het wonen. Het voorgenomen plan draagt dan ook niet in betekenende mate bij aan de luchtverontreiniging. Het is onwaarschijnlijk dat de parkeergarage een zodanige bijdrage levert dat deze tot te hoge concentraties leidt.

Dit geldt ook voor de emissie van benzeen uit de parkeergarage. Het aantal parkeerplaatsen binnen het gebouw van de garage is beperkt en uit de beelden van street view blijkt dat er in de gevels grote ventilatieopeningen aanwezig zijn. De twee appartementen worden op circa 5 meter van de parkeergarage gerealiseerd. Deze afstand is niet kleiner dan de afstand tot reeds bestaande woonbebouwing (Van den Endelaan 64). De parkeergarage wordt daardoor niet (verder) beperkt in de bedrijfsvoering. Afweging Als de parkeergarage aan de ventilatie-eisen voldoet, kan er vanuit worden gegaan dat er in de omgeving aan de luchtkwaliteitseisen wordt voldaan. Omdat de parkeergarage over grote gevelopeningen beschikt, is het niet waarschijnlijk dat de parkeergarage niet zal voldoen aan de luchtkwaliteitseisen. De luchtkwaliteit vormt geen belemmering voor de beoogde bestemmingswijziging. Betekenis voor dit project Binnen de planlocatie vinden geen overschrijdingen van de grenswaarden plaats. De huidige luchtkwaliteit voldoet (ruim) aan de wettelijke normen. De ontwikkeling van de planlocatie valt binnen de categorie ‘niet in betekende mate’. Een onderzoek in het kader van de Wet luchtkwaliteit is dan ook niet noodzakelijk.

Toelichting bestemmingsplan Hoek Van den Endelaan Molenstraat, gemeente Hillegom

45

4.10

Externe veiligheid

Bij externe veiligheid gaat het om de veiligheid van mensen in een plangebied in relatie tot de opslag, het gebruik, de productie en het transport van gevaarlijke stoffen in of nabij het plangebied, voor zover die activiteiten risico’s voor de bevolking kunnen geven. Elk nieuw ruimtelijk plan moet volgens de Wet ruimtelijke ordening getoetst worden aan de normen voor plaatsgebonden risico en groepsrisico. Voor bepaalde risicovolle bedrijven geldt het Besluit externe veiligheid inrichtingen (Bevi). Hierin zijn de risiconormen voor externe veiligheid met betrekking tot bedrijven met gevaarlijke stoffen wettelijk vastgelegd. Het Besluit heeft tot doel zowel individuele burgers (plaatsgebonden risico) als groepen burgers (groepsgebonden risico) een minimum beschermingsniveau te bieden tegen een ongeval met gevaarlijke stoffen. Om dit doel te bereiken verplicht het besluit gemeenten en provincies in het kader van de Wet milieubeheer en de Wet ruimtelijke ordening afstand te houden tussen gevoelige objecten (zoals woningen) en risicovolle bedrijven. Voor transport van gevaarlijke stoffen geldt de circulaire Risiconormering vervoer gevaarlijke stoffen (RNVGS,2006). Deze circulaire adviseert bij transportroutes en buisleidingen met gevaarlijke stoffen veiligheidsafstanden aan te houden. Op 1 januari 2012 is het Besluit externe veiligheid buisleidingen (Bevb) in werking getreden.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://gemeenteraad.hillegom.nl/api/v1/meetings/1728/documents/22441