CConstaterende datHillegom
Koppel je AI →
Document · PDF

01. Nota van Zienswijzen Programma LGDG.pdf

Raadscommissie 2 oktober 2025, gemeente HillegomBij agendapunt: 7: Programma Landelijk Gebied en Duurzame Greenport Duin- en Bollenstreek32.468 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 3 van 4

54

26.5

26.6

26.7

27. 27.2

27.3

ruimtelijke kwaliteit, dorpskarakteristiek en leefomgeving zoals vastgesteld in de Omgevingsvisie Hillegom. Dit vanwege de te verwachten geluidsoverlast, luchtvervuiling, veiligheidsrisico’s, parkeerdruk, extra vervoersstromen en mogelijke verdichting. Indiener vraagt: 1) hoe wilt u dit realiseren, 2) wederom 1e klas bollenvelden opofferen?, 3) moet er nog meer verkeer door de Wilhelminalaan, 2e Loosterweg en de Stationsweg? Indiener stelt dat de aftakking van de verbindingsweg zal leiden tot meer doorgaand verkeer, negatieve impact op de verkeersveiligheid en meer druk op bestaande infrastructuur. Indiener vraagt welke oplossingen u in gedachten heeft. Het versterken van het openbaar vervoer mag niet ten koste gaan van de lokale leefomgeving. Het is beter om te investeren in een goede regionale ontsluiting en kwalitatieve OV-verbindingen zonder de dorpse schaal en rust op te offeren. Indiener vraagt waarom het bedrijventerrein Draka niet is meegenomen in het PLGDG. Indiener stelt dat het terrein vanwege de ligging en schaalgeschiktheid een logische plek is om te verdichten met woningen. Indiener vraagt wat het plan is voor het bedrijventerrein Draka.

uitvoeringsagenda en zijn in de huidige fase nog niet aan de orde.

Zie antwoord 18.4.

Geen.

We nemen kennis van uw zienswijze.

Geen.

Zie antwoord 18.5.

Geen.

Samenvatting zienswijze

Beantwoording zienswijze

Overzicht aanpassingen

Met betrekking tot leefbaarheid en de Zanderij vraagt de indiener: 1) waarom kiest de gemeente ervoor om een van de laatste open groengebieden te bebouwen, terwijl er binnen bestaande stedelijk gebied nog alternatieve locaties zijn?, 2) op basis van welke criteria wordt bepaald dat een gebied geschikt is voor bebouwing, als het zoals in het geval [van de Zanderij] juist waardevol is door de omliggende bebouwing en het contrast benadrukt?, 3) wordt in het ruimtelijk afwegingskader meegenomen dat het verdwijnen van zulke enclaves leidt tot monotonen bebouwing en verlies van landschappelijk kwaliteit?, 4) waarom wordt er gekozen voor uitbreiding in het buitengebied als het beleid juist inzet op bouwen binnen bestaande stadsgrenzen?, 5) wat is de visie van het college op het behoud van open ruimte in de toekomst als de Zanderij eenmaal is bebouwd? Wat blijft er dan nog over? Met betrekking tot bollencultuurlandschap en de Zanderij vraagt de indiener 1) op welke wijze is het bollencultuurlandschap

Zie antwoord 19.1 en 19.2.

Geen.

Zie antwoord 18.3.

Geen.

Inwoner 8

55

27.4

27.5

27.6

28. 28.1

meegewogen in de ruimtelijke afweging en milieueffectrapportages voor het plan, 2) waarom kiest de gemeente voor een ruimtelijke ontwikkeling die het historisch landschap aantast in plaats van kwaliteit als uitgangspunt te nemen? Indiener stelt dat de voorgestelde aftakking van de N206 naar het station haaks staat op de doelstellingen van rust, veiligheid en duurzaamheid die vastgesteld zijn in de Omgevingsvisie Hillegom. Indiener vraagt: 1) waar is de integrale afweging van de plannen met de uitgangspunten van de omgevingsvisie terug te vinden?, 2) wat zijn de verwachte gevolgen van deze infrastructuurmaatregel voor geluid, luchtkwaliteit, verkeersveiligheid en leefbaarheid? En hoe worden de risico’s gemitigeerd?, 3) waarom wordt gekozen voor extra verkeersstromen richting het dorpscentrum?, 4) is onderzocht wat de impact is op bestaande verkeersknelpunten en woonstraten, 5) waarom worden fiets- en voetgangersverbindingen niet als prioriteit ontwikkeld, in plaats van nieuwe wegen voor autoverkeer, 6) is er onderzocht of het versterken van bestaande OV-knooppunten buiten Hillegom niet beter past binnen een duurzame mobiliteitsvisie? Met betrekking tot het Draka-terrein vraagt de indiener: 1) waarom is het bedrijventerrein Draka niet opgenomen in de planvorming als potentiële woningbouwlocatie, terwijl dit beter aansluit bij de uitgangspunten van duurzame en compacte

stadsontwikkeling?, 2) heeft de gemeente overleg gevoerd met de ontwikkelaar, provincie of regio om herontwikkeling van Draka alsnog mogelijk te maken? Zo nee, waarom niet? Indiener roept op 1) af te zien van voorgenomen bebouwing op de Zanderij, 2) de plannen voor de aftakking van de N206 naar het NS-station en Hillegom als OV-knooppunt kritisch te heroverwegen, 3) voortvarend te kijken naar herontwikkeling van het Draka-terrein.

Zie antwoord 18.4.

Geen.

Zie antwoord 18.5.

Geen.

Zie antwoord 18.5

Geen.

Samenvatting zienswijze

Beantwoording zienswijze

Overzicht aanpassingen

Indiener stelt dat bebouwing van de Zanderij een definitief verlies van waardevolle rust- en ruimtebeleving zal veroorzaken.

Zie antwoord 19.1.

Geen.

Inwoner 9

56

Indiener vraagt: in de oorspronkelijke omgevingsvisie was er geen sprake van bebouwing van de Zanderij. Waarom is er nu sprake van bouwen van woningen op 1e klas bollengrond? 28.2

28.3

28.4

28.5

28.6

28.7

29.

Indiener is het niet eens met de redenering dat de Zanderij ‘toch al is omsloten door woningen’. Indiener vraagt waar de redenering dat dit zo is vandaan komt. Indiener stelt dat de bebouwing op de Zanderij onomkeerbare aantasting van karakteristiek bollencultuurlandschap en erfgoed is. Indiener vraagt: hoe ziet u de toekomst van Hillegom als het karakteristieke bollencultuurlandschap teniet wordt gedaan? Indiener stelt dat de geplande aftakking van de verbindingsweg N207 – N206 naar het NS-station en het plan om Station Hillegom als NS-knooppunt te ontwikkelen haaks staat op het belang van het beschermen, behouden en versterken van de ruimtelijke kwaliteit, dorpskarakteristiek en leefomgeving zoals vastgesteld in de Omgevingsvisie Hillegom. Dit vanwege de te verwachten geluidsoverlast, luchtvervuiling, veiligheidsrisico’s, parkeerdruk, extra vervoersstromen en mogelijke verdichting. Indiener vraagt: 1) hoe wilt u dit realiseren, 2) wederom 1e klas bollenvelden opofferen?, 3) moet er nog meer verkeer door de Wilhelminalaan, 2e Loosterweg en de Stationsweg? Indiener stelt dat de aftakking van de verbindingsweg zal leiden tot meer doorgaand verkeer, negatieve impact op de verkeersveiligheid en meer druk op bestaande infrastructuur. Indiener vraagt welke oplossingen u in gedachten heeft. Het versterken van het openbaar vervoer mag niet ten koste gaan van de lokale leefomgeving.

Het is beter om te investeren in een goede regionale ontsluiting en kwalitatieve OV-verbindingen zonder de dorpse schaal en rust op te offeren. Indiener vraagt waarom het bedrijventerrein Draka niet is meegenomen in het PLGDG. Indiener stelt dat het terrein vanwege de ligging en schaalgeschiktheid een logische plek is om te verdichten met woningen. Indiener vraagt wat het plan is voor het bedrijventerrein Draka.

Zie antwoord 19.2.

Geen.

Zie antwoord 26.3.

Geen.

Zie antwoord 18.4 en 26.4.

Geen.

Zie antwoord 18.4.

Geen.

Wij nemen kennis van uw zienswijze.

Geen.

Zie antwoord 18.5.

Geen.

Beantwoording zienswijze

Overzicht aanpassingen

H. M. van Haaster Kwekerij B.V. Samenvatting zienswijze

57

29.1

Indiener stelt dat het goed is dat de norm van 2625ha bollengrond gehandhaafd blijft worden. Indiener maakt zich daarmee wel zorgen hoe de andere plannen ingevuld gaan worden zonder de 2625ha te verminderen.

Zie antwoord 22.2.

Geen.

29.2

De indiener geeft aan dat het een utopie is dat er vanaf 2030 een emissievrije teelt is, aangezien dit in open teelt onmogelijk is. Er is de afgelopen tijd al een grote stap gemaakt door schonere middelen te gebruiken en/of milieuvriendelijke handelingen uit te voeren, maar een teelt zonder chemie is niet realistisch.

Zie antwoord 8.2.

Geen

29.3

Indiener stelt dat het huisvesten van buitenlandse medewerkers in de bollensector een groot probleem is in de streek. De gemeenten willen niet meewerken aan enkele grootschalige huisvestingsprojecten. Indiener geeft aan dat als uitzendbureaus bouwmogelijkheden kregen om de projecten die ze voorstellen te kunnen realiseren, dan zouden er veel woningen in de kernen beschikbaar komen (waar nu buitenlanders wonen) voor de andere inwoners van de streek.

In het Ontwerp Programma LGDG is het uitwerken van nader beleid voor de huisvesting voor arbeidsmigranten niet opgenomen, omdat dit wordt opgepakt en onderdeel is van de Regiodeal Sierteelt.

Geen.

30.

Inwoner 10 Samenvatting zienswijze

Beantwoording zienswijze

Overzicht aanpassingen

Indiener stelt dat het programma LGDG aangeeft dat het areaal bollengrond behouden blijft, ontwikkelingen op bollengrond mogen alleen als er bollengrond wordt gecompenseerd. Het gebied Pastoorslaan-Zuid wordt in het programma aangegeven als mogelijke plek voor bebouwing, zonder dat hier bollenteelt elders voor terugkomt. Dit is in strijd met het uitgangspunt bollengrondcompensatie en het behoud van open karakter van het landschap. Indiener vraagt: 1) overleg met Provincies en overheid om te bouwen in aanliggende gemeentes die voldoende ruimte hebben voor woningbouw in plaats van het opofferen van waardevolle bollengrond, 2) er zijn reeds lopende programma's om boeren uit te kopen en de veeteelt af te bouwen, dit biedt gelegenheid voor omliggende gemeenten om woningbouw te realiseren. Indiener stelt dat firma Draka naar een andere locatie buiten de gemeente Hillegom verplaatst moet worden. Hiermee ontstaat een terrein van 22 hectare om woningen te bouwen.

Zie antwoord 18.2 en 22.2.

Geen.

Zie antwoord 18.5.

Geen.

30.1

30.2

De oppervlakte van het Draka-terrein is circa 5 hectare.

58

31. 31.1

31.2

Inwoner 11 Samenvatting zienswijze

Beantwoording zienswijze

Overzicht aanpassingen

Indiener stelt dat woningbouw op de Zanderij/Pastoorslaan in strijd zou zijn met het leidende principe 'openhouden landschap' en 'tegengaan verrommeling'. Indiener stelt dat de Stationsweg door de provincie is aangemerkt als gebied met een hoge cultuurhistorische waarde.

Zie antwoord 18.1 en 18.2.

Geen

In het huidige cultuurhistorische beleid van PZH wordt de Stationsweg niet als ‘hoog’ bestempeld, zie de Cultuurhistorische kaart - Provincie Zuid-Holland. In het huidige omgevingsplan van Hillegom zijn aan de Stationsweg wel karakteristieke panden aangegeven. Zie daarvoor het omgevingsplan.

31.3

31.4

31.5

31.6

Indiener stelt dat bouwen op de Zanderij/Pastoorslaan adaptieve maatregelen moeilijker maakt en haaks staat op het uitgangspunt water en bodem sturend. Het gebied zou eerder ingezet moeten worden voor natuurontwikkeling en waterberging. Indiener stelt dat de Zanderij/Pastoorslaan kan bijdragen als groene bufferzone aan het netwerk groenblauwe verbindingen. Dit versterkt de biodiversiteit en biedt mogelijkheden voor zachte recreatie. Indiener stelt dat het programma LGDG inzet op woningbouw binnen de dorpen door inbreiding en na 2030 geconcentreerd in Katwijk. Deze lijn wordt ondersteund waardoor het aanwijzen van de Zanderij/Pastoorslaan als ontwikkellocatie als niet noodzakelijk en ongewenst wordt beschouwd vanuit ruimtelijke kwaliteit. Indiener vraagt: 1) Zanderij/Pastoorslaan uit te sluiten van grootschalige woningbouw of andere functies die afbreuk doen aan het open landschap, 2) de locatie Zanderij/Pastoorslaan te borgen als onderdeel van kwalitatief open landschapszones zoals benoemend in LGDG, 3) in het programma vast te leggen dat het gebied wordt ingezet voor landschapsversterking, natuur, wateropgave, en recreatief medegebruik in lijn met de landschapsstrategie.

Het bouwen op zandgronden is op basis van het sturende principe water en bodem sturend geschikt.

Geen.

We nemen kennis van uw zienswijze. De groen/blauwe dooradering komt verder aan de orde bij de uitvoering van dit Programma.

Geen.

Zie antwoord 18.2.

Geen

Zie antwoord 19.1 en 19.2.

Geen.

59

32.

Inwoner 12 Samenvatting zienswijze

Beantwoording zienswijze

Overzicht aanpassingen

32.1

Indiener stelt dat de Pastoorslaan als locatie voor woningbouw uitgesloten moet worden op basis van landschapsstrategie, beleidsuitgangspunten en participatieresultaten. Dit omdat er verlies is van kwalitatieve openheid, verrommeling van het landschap optreedt, het in strijd is met water en bodem sturend, er een negatief effect is op groenblauwe dooradering, er aantasting plaatsvindt van recreatieve routes en landschapsbeleving, het in strijd is met de participatieresultaten en er geen noodzaak berust doordat woningbouw elders al wordt geclusterd. Indiener stelt een alternatieve invulling voor de Pastoorslaan voor die: 1) landschapsversterkend werkt, 2) bollenteelt en biodiversiteit verbindt, 3) ecologische verbindingszone realiseert, 4) recreatief-representatief landschap creëert.

Zie antwoord 19.1, 19.2 en 31.4.

Geen.

33.

Inwoner 13 Samenvatting zienswijze

Beantwoording zienswijze

Overzicht aanpassingen

Indiener stelt nadrukkelijk tegen grootschalige woningbouw, hoogbouw en tijdelijke woningen te zijn in het gebied Pastoorslaan. Het open landschap en typische bollenlandschap zijn waardevol en dienen beschermd te worden. Indiener vraagt: 1) indien er woningen komen, moeten deze kleinschalig zijn en opgaan in het landschap, zodat ze het gebied juist verrijken en het karakter en leefomgeving van Hillegom respecteren. Indiener stelt dat de combinatie wonen en bedrijvigheid Pastoorslaan binnen één gebied zorgen oproept over leefbaarheid, verkeersdrukte, bereikbaarheid en veiligheid. Indiener stelt dat de kaarten en plannen die tot nu toe zijn gepubliceerd onduidelijk zijn en onvoldoende inzicht geven. Dit bemoeilijkt het goed beoordelen van de gevolgen en de plannen door inwoners. Indiener vraagt: 1) betrokken te worden als volwaardige belanghebbende bij het verdere proces en de uitwerking van de plannen Pastoorslaan, 2) de gemeente om helderheid en transparantie te bieden in het proces om onzekerheid en zorgen te voorkomen. Indiener stelt dat de noodzaak van woningbouw begrijpelijk is, maar braakliggende terreinen die al zijn aangewezen voor

Zie 18.1 en 18.2.

Geen.

Ter kennisname aangenomen.

Geen.

Zie antwoord 18.2.

Geen.

Zie antwoord 18.5.

Geen.

33.1

33.2

33.3

33.4

60

woningbouw eerst tot ontwikkeling worden gebracht (voorbeeld Draka). 34. 34.1

Inwoner 14 Samenvatting zienswijze

Beantwoording zienswijze

Overzicht aanpassingen

Indiener stelt dat een geschikte woonlocatie het gebied is tussen het spoor en de vaart in plaats van de Zanderij of de Pastoorslaan.

We waarderen het meedenken van indiener in het vinden van alternatieve zoekgebieden voor woningbouw. De genoemde locatie wordt, net als de bij zienswijze 9.15 ingebrachte zoekgebieden, ingebracht in het overleg met de provincie Zuid-Holland en meegewogen in de keuze om te komen tot definitieve woningbouwlocaties.

Voorgesteld wordt om het aangedragen zoekgebied als alternatief bij de zoekgebieden vanuit het Programma LGDG gelegen in het buitengebied mee te nemen in de OER. In de Notitie Reikwijdte en Detailniveau (NRD) van de OER worden de criteria en de te onderzoeken alternatieven en aspecten vastgelegd. Hierop is inspraak ook mogelijk. De Commissie MER stelt een advies op en (mede) op basis van dit advies kunnen de betrokken gemeenteraden (eind 2026) definitieve woningbouwlocatie(s) aanwijzen en indienen bij Provinciale Staten voor de 3hectare kaart. Provinciale Staten nemen hierover in het kader van de Herziening Omgevingsbeleid in 2027 een besluit.

De kaarten in het programma worden niet aangepast. De aangedragen zoekgebieden worden wel meegenomen in een toekomstige Omgevingseffectrapportage (OER) die zal worden opgesteld om van zoekgebieden naar definitieve locaties te gaan (zie ook hiernaast). Zie ook antwoord 18.1 en 18.2

35. 35.1

35.2

35.3

Inwoner 15 Samenvatting zienswijze

Beantwoording zienswijze

Overzicht aanpassingen

Indiener stelt dat woningbouw op de Zanderij/Pastoorslaan in strijd zou zijn met het leidende principe 'openhouden landschap' en 'tegengaan verrommeling'. Indiener stelt dat bouwen op de Zanderij/Pastoorslaan adaptieve maatregelen moeilijker maakt en haaks staat op het uitgangspunt water en bodem sturend. Het gebied zou eerder ingezet moeten worden voor natuurontwikkeling en waterberging. Indiener stelt dat de Zanderij/Pastoorslaan kan bijdragen als groene bufferzone aan het netwerk groenblauwe verbindingen.

Zie antwoord 18.1 en 18.2

Geen.

De Zanderij/Pastoorslaan zijn vanwege de zandgronden op basis van het principe water en bodem sturend geschikt voor woningbouw.

Geen.

Zie antwoord 31.4.

Geen.

61

35.4

35.5

36. 36.1

36.2

36.3

36.4

36.5

Dit versterkt de biodiversiteit en biedt mogelijkheden voor zachte recreatie. Indiener stelt dat het programma LGDG inzet op woningbouw binnen de dorpen door inbreiding en na 2030 geconcentreerd in Katwijk. Deze lijn wordt ondersteunt waardoor het aanwijzen van de Zanderij/Pastoorslaan als ontwikkellocatie als niet noodzakelijk en ongewenst wordt beschouwd vanuit ruimtelijke kwaliteit. Indiener vraagt: 1) Zanderij/Pastoorslaan uit te sluiten van grootschalige woningbouw of andere functies die afbreuk doen aan het open landschap, 2) de locatie Zanderij/Pastoorslaan te borgen als onderdeel van kwalitatief open landschapszones zoals benoemend in LGDG, 3) in het programma vast te leggen dat het gebied wordt ingezet voor landschapsversterking, natuur, wateropgave, en recreatief medegebruik in lijn met de landschapsstrategie.

Zie antwoord 18.2.

Geen.

Zie antwoord 19.1 en 19.2.

Geen.

Samenvatting zienswijze

Beantwoording zienswijze

Overzicht aanpassingen

Indiener stelt dat woningbouw op de Zanderij/Pastoorslaan in strijd zou zijn met het leidende principe 'openhouden landschap' en 'tegengaan verrommeling'. Indiener stelt dat bouwen op de Zanderij/Pastoorslaan adaptieve maatregelen moeilijker maakt en haaks staat op het uitgangspunt water en bodem sturend. Het gebied zou eerder ingezet moeten worden voor natuurontwikkeling en waterberging. Indiener stelt dat de Zanderij/Pastoorslaan kan bijdragen als groene bufferzone aan het netwerk groenblauwe verbindingen. Dit versterkt de biodiversiteit en biedt mogelijkheden voor zachte recreatie. Indiener stelt dat het programma LGDG inzet op woningbouw binnen de dorpen door inbreiding en na 2030 geconcentreerd in Katwijk. Deze lijn wordt ondersteund waardoor het aanwijzen van de Zanderij/Pastoorslaan als ontwikkellocatie als niet noodzakelijk en ongewenst wordt beschouwd vanuit ruimtelijke kwaliteit. Indiener vraagt: 1) Zanderij/Pastoorslaan uit te sluiten van grootschalige woningbouw of andere functies die afbreuk doen

Zie antwoord 18.1 en 18.2.

Geen.

Zie antwoord 18.2.

Geen.

Zie antwoord 31.4

Geen.

Zie antwoord 18.2

Geen.

Zie antwoord 19.1 en 19.2.

Geen.

Inwoner 16

62

aan het open landschap, 2) de locatie Zanderij/Pastoorslaan te borgen als onderdeel van kwalitatief open landschapszones zoals benoemend in LGDG, 3) in het programma vast te leggen dat het gebied wordt ingezet voor landschapsversterking, natuur, wateropgave, en recreatief medegebruik in lijn met de landschapsstrategie. 37. 37.1

37.2

37.3

38.

Inwoner 17 Samenvatting zienswijze

Beantwoording zienswijze

Overzicht aanpassingen

Indiener vraagt over de zoeklocatie woningbouw op de Zanderij: 1) Is het de bedoeling dat alle bollengrond tussen de Stationsweg, Wilhelminalaan en 2e Loosterweg gebruikt wordt voor woningbouw?, 2) Is gesproken met (potentiële) ontwikkelaars om aantrekkelijkheid van dit perceel te bevestigen, 3) In hoeverre is (integraal) gekeken naar bereikbaarheid en voorzieningen van nieuwe woningen op de Zanderij? Denk hierbij aan voetgangers, fietsers, maar vooral autoverkeer. Evenals waterhuishouding, natuur, stroom, water, etc., 4) Gezien de (zeer) beperkte capaciteit van de direct omliggende wegen, welke aanvullende werkzaamheden zijn voorzien om woningbouw op de Zanderij mogelijk te maken? Indiener vraagt over de bereikbaarheid van o.a. Hillegom: 1) Welke afhankelijkheden worden meegenomen m.b.t. verbeteringen van de ontsluiting van Hillegom (bv. Doortrekken N207), d.w.z. dat de woningbouw alleen kan plaatsvinden als de wegaanpassingen hebben plaatsgevonden?, 2) Naast het doortrekken van de N207 wordt ook gesproken over het uitbreiden van Station Hillegom tot en regionale HUB; wat wordt hiermee bedoeld en door welke partij wordt dit plan verder uitgewerkt? Indiener vraagt over het proces: 1) Wat is de tijdlijn van de verdere uitwerking van het Ontwerp Programma Landelijk Gebied en Duurzame Greenport, en vooral de beoogde realisatie van deze plannen (Zanderij)?

Zie antwoord 19.1 en 19.2.

Geen.

Zie antwoord 18.4.

Geen.

Aansluitend op de vaststelling van het Programma LGDG zal een uitwerkingsprogramma worden opgesteld. Zie ook antwoord 18.2.

Geen.

Beantwoording zienswijze

Overzicht aanpassingen

Inwoner 18 Samenvatting zienswijze

63

38.1

Indiener stelt dat de Pastoorslaan niet bestemd moet worden voor woningbouw. Dit gebied dient behouden te blijven als onderdeel van open cultuurlandschap in de streek. Daarnaast speelt waterbeschikbaarheid en verzilting in de binnenduinrand een steeds grotere rol waardoor bebouwing op deze plek haaks zou staan op het principe water en bodem sturend. Binnenstedelijk is er nog ruimte voor woningbouw; o.a. het Draka terrein.

Zie antwoord 18.5.

Geen.

39.

Inwoner 19 Samenvatting zienswijze

Beantwoording zienswijze

Overzicht aanpassingen

39.1

Indiener stelt dat de Pastoorslaan niet bestemd moet worden voor woningbouw. Dit gebied dient behouden te blijven met als grondslag openheid van het landschap en behoud bollengrond. Er zijn alternatieve locaties beschikbaar zoals De Zanderij, dit vormt geen essentieel onderdeel van het open aaneengesloten bollenlandschap omdat het aan alle kanten wordt omsloten door woningen. Indiener vraag: 1) af te zien van de ontwikkeling van Pastoorslaan Zuid, 2) prioriteit te geven aan binnenstedelijke ontwikkeling, 3) alternatieve locaties zoals Hillegom Zanderij verder te onderzoeken, 4) regionale afstemming serieus ter hand te nemen voordat definitieve besluiten worden genomen over bouwlocaties op bollengrond.

Bedankt voor uw suggestie. Zie antwoord 18.2.

Geen.

40.

Inwoner 20 Samenvatting zienswijze

Beantwoording zienswijze

Overzicht aanpassingen

Indiener stelt dat woningbouw op de Zanderij/Pastoorslaan in strijd zou zijn met het leidende principe 'openhouden landschap' en 'tegengaan verrommeling'. Indiener vraag: 1) Pastoorslaan/Zanderijen expliciet aan te wijzen als te behouden open bollengebied. Indiener stelt dat binnenstedelijk aanzienlijk locaties (en transformatielocaties) voorhanden liggen. Deze moeten eerst benut worden voordat eersteklas bollengrond onomkeerbaar verloren gaat. Indiener vraagt: 1) Eventuele kleinschalige ontwikkelingen alleen toe te staan bij aantoonbare agrarische noodzaak, landschappelijke inpassing en volledige compensatie bollengrond, 2) Eerst de volledige binnenstedelijke en

Zie antwoord 31.3.

Geen.

Zie antwoord 18.2.

Geen.

40.1

40.2

64

40.3

40.4

40.5

40.6

transformatieruimte te benutten en de woningbehoefte objectief te herijken. Indiener stelt dat de open grond bij de Pastoorslaan kan bijdragen aan waterberging, infiltratie en een robuuste zoetwaterstrategie; verharding door woningbouw bemoeilijkt adaptieve oplossingen. Indiener vraagt: 1) Het gebied te benutten voor emissieloze bollenteelt, water- en natuurmaatregelen, groenblauwe dooradering en zachte recreatie. Indiener stelt dat door het gebied Pastoorslaan in te zetten als groene buffer met paden langs waterlopen, biodiversiteit wordt versterkt met een erfgoedbeleving van de bloembollencultuur en recreatieve kwaliteit zonder massaliteit. Indiener stelt dat de Zanderijen deel uitmaken van een uniek historisch ensemble van de Hillegomse Stationsweg met achterliggende bollenvelden; dit type binnenduinrand landschap is wereldwijd zeldzaam. Deze erfgoedwaarde vraagt om bestendiging, niet om bebouwing. Indiener stelt dat regionale samenwerking (met bijvoorbeeld Haarlemmermeer) piekdruk kan verminderen op het toevoegen van woningen om te voldoen aan de behoefte. Ook transformeren/splitsen van bestaande woningen biedt extra betaalbare capaciteit. De doorvertaalde rijksopgave voor Hillegom ligt lager dan het aantal reeds geprogrammeerde woningen tot 2030.

Zie antwoord 31.3 en 31.4. De groenblauwe dooradering en biodiversiteit komt bij het opstellen van de uitvoeringsagenda aan de orde.

Geen.

Zie antwoord 40.3.

Geen.

Zie antwoord 19.1 en 19.2.

Geen.

Met de Regionale Woonagenda zijn bestaande afspraken binnen de regio Holland Rijnland vastgelegd op basis van de woondeals afgesproken. Regio Holland Rijnland kent een opgave van 30.500 woningen van 2021 tot 2030. Deze opgave is verder verdeelt onder de subregio’s. Waarvan subregio Noord (Hillegom, Lisse, Teylingen en Noordwijk) een opgave heeft van 6500-7500 woningen tot 2030. Er bestaat geen doorvertaalde Hillegomse rijksopgave.

Geen.

Deze (sub)regionale opgave is gebaseerd op de provinciale woningbehoefteraming (WBR) 2021. Deze behoefteraming is met behulp van het Primos IPB-model gemaakt en sluit zo veel mogelijk aan bij de rijksprognosesystematiek. De berekeningswijze voor de bepaling van de gewenste woningvoorraadgroei is door de provincie overgenomen. Daarnaast is het inlopen van het woningtekort meegenomen. Dit tekort is berekend op basis van het model van ABF Research wat ook landelijk wordt gebruikt. Inmiddels is de provinciale woonbehoefteraming 2023 openbaar gemaakt. Deze geeft een verhoging in de

65

woonbehoefte weer ten opzichte van de woonbehoefteraming 2021. Ook is specifiek voor de gemeente Hillegom een onderzoek gedaan naar onder andere de woonbehoefte en de binnenstedelijke mogelijkheden voor woningbouw. Op de korte en middellange termijn komen we in de buurt van de opgave, maar bestaat vooral een mismatch tussen vraag en potentieel aanbod: er bestaat een overschot aan vrijesectorwoningen en een tekort aan sociale en betaalbare woningen.

40.7

41. 41.1

Voor de lange termijn (2030-2040) komt Hillegom woningbouwlocaties te kort om in de behoefte te voorzien. Ook in het hypothetische geval dat alle binnenstedelijke mogelijkheden worden benut, kan realistisch gezien niet voorzien worden in een gepast aanbod voor de lange termijn behoefte. De gemeente Hillegom zal moeten inzetten op verschillende oplossingsmogelijkheden om in de behoefte te voorzien. Naast inzet op het vergroten van de flexibele schil, samenwerking met de regio en het optimaler benutten van de bestaande voorraad, ook verder onderzoek naar nieuwe woningbouwlocaties. Zie antwoord 18.2 en 18.3.

Geen.

Samenvatting zienswijze

Beantwoording zienswijze

Overzicht aanpassingen

Indiener stelt dat het participatieproces weinig geloofwaardig is en niet aan de eisen van open betekenisvolle inspraak voldoet. Indiener stelt dat ze nauwelijks de kans hebben gehad om invloed uit te oefenen omdat het maken van keuzes voor participatie hebben plaatsgevonden. De indiener vraagt :1) een herziening van het participatieproces, onder onafhankelijke

Zie antwoord 22.10.

Geen.

Indiener stelt dat de huidige infrastructuur rondom o.a. de Leidsevaart al knelpunten kent. Nieuwe grootschalige bouwlocaties vereisen zware ontsluitingsinvesteringen die onzeker zijn. Nabijheid van Natura 2000 gebied KennermerlandZuid vraagt bovendien om aantoonbare reductie van stikstofdepositie. Extra verkeer en bouw kunnen deze emissies juist alleen maar vergroten. Indiener vraagt: 1) Een integrale toets op verkeer, stikstof en klimaatadaptatie uit te voeren alvorens ruimtelijke claims te honoreren. Mts. Zeestraten

66

41.2

41.3

41.4

begeleiding, 2) beantwoording van de vraag of aanpassingen aan kernkeuzes van het PLGDG überhaupt nog mogelijk zijn. Indiener stelt dat Kuiper Compagnons een dubbelrol heeft gehad in zowel PLGDG als Omgevingsvisie Hillegom met sterke inhoudelijke overlap. Dit roept volgens indiener twijfels op over de onafhankelijkheid van het proces, doordat de uitkomsten vooraf bepaald lijken. De indiener vraagt: 1) volledige openheid over de opdrachtverstrekking en rol van Bureau Kuiper Compagnons, 2) een herziening van het participatieproces, onder onafhankelijke begeleidering. De indiener stelt dat er een onevenwichtige koers is gevaren en er te veel nadruk ligt op woningbouw en infrastructuur waardoor de plannen tientallen hectares bollengrond bedreigen en het agrarische kerngebied versnippert.

De indiener vraagt: 1) waarom wordt er geen werk gemaakt van inbreiding en verdichting binnen bestaande kernen omdat de woningbehoefte tot 2040 binnenstedelijk kan worden opgelost?, 2) op basis waarvan is de behoefte aan 50ha zoekgebied in Hillegom vastgesteld?, 3) zijn de betrokken grondeigenaren geraadpleegd?, 4) een herziening van de woningbouwlocaties uit te voeren en een stop te zetten op het benoemen van zoekgebieden totdat er een onafhankelijk afwegingskader is vastgesteld, 5) duidelijkheid te geven over eigendomsverhoudingen en een heldere afbakening in ontwikkelgebieden, 6) bescherming van de kritieke omvang van agrarische bedrijven en vrijwillige volledige compensatie bij aantasting daarvan. De indiener stelt dat de verbindingsweg tussen de N207 en N206 met een aftakking naar station Hillegom een duidelijke noodzaak ontbeert en waardevolle bollengrond aantast. Indiener vraagt: 1) welk verkeersprobleem rechtvaardigt deze ingreep?, 2) is het besluit over de weg reeds genomen terwijl het onderzoek nog loopt?, 3) waarom wordt er geen gebruik gemaakt van bestaande infrastructuur of alternatieven die minder schadelijk zijn voor het landschap en cultuurhistorie?.

4) te stoppen met besluitvorming over de verbindingsweg tot de gevolgen voor landschap en landbouw helder zijn, 5) onderzoek realistische, goedkopere en minder ingrijpende alternatieven zoals A44-N208 en een verbinding N205-N208, 6) wees transparant over de status van het besluitvormingsproces.

Zie antwoord 22.1.

Geen.

Zie antwoord 18.1 en 18.2 en 19.2.

Geen.

Zie antwoord 18.4.

Geen.

67

41.5

41.6

Indiener stelt dat er onvoldoende aandacht is voor leefbaarheid, landbouw en economische impact. Er ontbreken antwoorden op vragen over waar arbeidsmigranten gehuisvest worden en hoe water- en bodemkwaliteit beschermd wordt. Indiener vraagt: 1) hoe wordt de leefbaarheid van het gebied gewaarborgd zonder verdere verrommeling?, 2) wat zijn de effecten op de economische vitaliteit van de agrarische sector?, 3) hoe wordt bodem- en waterkwaliteit beschermd bij functiewijziging van landbouwgrond? Indiener stelt dat de aanduiding van grote zoekgebieden voor woningbouw en infrastructuur langdurige onzekerheid creëert dat schaadt aan het toekomstperspectief van agrarische bedrijven, speculatie in de hand ligt en investeringsbeslissing belemmert. Indiener vraagt: 1) zoekgebieden tot een minimum te beperken en deze alleen aan te wijzen op basis van breed gedragen, onafhankelijke onderbouwing, 2) zo snel mogelijk duidelijkheid te geven over gemaakte keuzes, 3) volledige transparantie te bieden over vergoedingen en schadeloosstellingen.

42.

Inwoner 21

42.1

42.2

42.3

Zie antwoord 29.3.

Geen.

De uitvoerende maatregelen komen aan de orde in de uitvoeringsagenda.

Zie antwoord 18.2.

Geen.

Samenvatting zienswijze

Beantwoording zienswijze

Overzicht aanpassingen

Indiener geeft aan het programma met veel belangstelling te hebben gelezen. Het is goed om de toekomst van de streek tegen het licht te houden en te bekijken welke keuzes verstandig zijn voor de nog steeds bloeiende Bollenstreek. Indiener stelt dat woningbouw op bollengrond een verstedelijkingslijn is die niet wenselijk is om door te trekken. In Hillegom gaat het dan om het gebied tussen de Pastoorslaan en de Wilhelminalaan, dit is grond dat van goede kwaliteit is voor bollenteelt en een historische waarde heeft. De meeste politieke partijen van Hillegom hebben zich altijd gekeerd tegen uitbreiding van woningen op bollengrond. Indiener vraagt: 1) waarom deze forse ommezwaai in het programma?, 2) veel woningen gesitueerd aan de noordkant van Hillegom worden betrokken door inwoners van Noord-Holland, is er een inzicht te geven hoeveel van de vele in Hillegom gerealiseerde woningen terecht komen bij niet-streekbewoners? Indiener stelt dat als we de telers in de streek willen helpen doelstellingen te bereiken, dan is ruimte vruchtwisseling een

Wij nemen kennis van uw zienswijze.

Geen.

Zie antwoord 19.1.

Geen.

Zie antwoord 22.2.

Geen.

68

42.4

42.5

43. 43.1

43.2

43.3

onmisbaar middel. Een teruggang van beschikbare bollengronden helpt daar niet bij. Indiener stelt dat in het programma ten onrechte wordt geschreven dat De Zanderij geen essentieel onderdeel is van het open en aaneengesloten bollenlandschap. Er is wel een aaneengesloten bollenlandschap tussen de nog onafgegraven delen van de oudste strandwal met in het zuiden de Keukenhof te Lisse en het Lokhorsterduin in het noorden van Hillegom. Er zijn ook zichtlijnen op de velden van de Zanderij aanwezig. Indiener stelt dat onder andere de Zanderij een hoge natuurwaarde heeft. Er zijn heel veel (bijzondere) vogels aanwezig.

Wij nemen uw zienswijze voor kennisgeving aan.

Geen.

Hiervan nemen wij kennis.

Geen.

Samenvatting zienswijze

Beantwoording zienswijze

Overzicht aanpassingen

Indiener geeft aan dat er bij het programma LGDG meer aandacht wordt besteed aan bodem en landschap (in vergelijking met de ISG). Dat biedt kansen, maar deze kansen moeten dan wel benut worden. In werkelijkheid komt het voor dat de bronnen, zoals aangegeven in het programma, vaak vergeten worden bij ruimtelijke ontwikkelingen. Indiener vraagt: 1) het 'Voorstel Bescherming cultuurhistorische waarden in de gemeente Hillegom', waarin concrete voorstellen staan voor het aanwijzen van beschermde landschappen, mist in het programma (in 2022 door Erfgoedcommissie HLT, het CHG en Stichting Vrienden van Oud Hillegom aangeboden aan de gemeente Hillegom). Indiener stelt dat het zanderijengebied een beschermd landschap is. De provincie ZH heeft het decennia geleden al opgenomen in de provinciale cultuurhistorische waardekaart, evenals de cultuurhistorische waardekaart behorend bij de Omgevingsvisie. Dit zijn geldende beleidsinstrumenten waarmee rekening moet worden gehouden bij de ruimtelijke ordening. De genoemde bouwlocaties in het programma LGDG staan haaks tegen deze waardenkaarten. In het programma staat aangegeven, op basis van het begrip kwalitatieve openheid, dat de Zanderij tussen de Stationsweg en de Wilhelminalaan geen essentieel onderdeel vormt van het open en aaneengesloten bollenlandschap, omdat dit gebied aan alle kanten wordt omsloten door woningen. Deze woningen

Wij nemen kennis van uw bevindingen.

Geen.

In de Provinciale Omgevingsverordening heeft het gebied beschermingscategorie 3 (buitengebied).

Geen.

Zie antwoord 19.2.

Geen.

Inwoner 22

69

43.4

43.5

43.6

43.7

43.8

betreft karakteristieke lintbebouwing die onderdeel is van het zanderijenlandschap. De Zanderij is grotendeels een open bollengebied op eersteklas bollengrond, zonder storende bebouwing en met lange zichtlijnen. Vanwege deze niet kloppende beredenering wordt de Zanderij aangewezen als mogelijke woningbouwlocatie. Door selectief gebruik te maken van het begrip kwalitatieve openheid worden landschappen met verschillende wordingsgeschiedenis tegen elkaar uitgespeeld. Indiener stelt dat het goed is af te stappen van de dure GOM woningen. De bouw van clusters woningen sluit beter aan bij woningbehoeften, maar als dit gebeurt aan de randen van de kern gaat dit hoe dan ook ten koste van open ruimte en eersteklas bollengrond. Het programma biedt in combinatie met de Omgevingsvisie en Omgevingsplan geen enkele garantie dat het gebied ook echt open blijft. Indiener stelt dat het opvallend is dat de 2.625 ha niet wordt genoemd in het programma. Het loslaten van deze afspraak uit het Pact van Teylingen doet het ergste vrezen. In het programma staat aangegeven dat woningbouw alleen op zandgronden mag plaatsvinden. In Hillegom gaat het dan alleen om zanderijgebieden die cultuurhistorisch en landschappelijk waardevol zijn. Het open landschap, en zeker de eersteklas bollengronden op de strandwal, mogen niet opgeofferd worden voor woningbouw.

Indiener stelt dat ook zanderijengebied verloren gaat door de nieuwe verbindingsweg N207-N206. Van deze weg is ook geen nut en noodzaak aangetoond. De weg doorkruist veel eersteklas bollengrond. Indiener geeft aan dat in het programma ook staat aangegeven dat het een plan is om vanaf de nieuwe verbindingsweg een aftakking te maken naar NS-station Hillegom, als OV-hub. Dit vergt de aanleg van wegen, busbanen, parkeerterreinen, onherroepelijk woonwijken, etc. Hierdoor zullen gebieden rond station Hillegom en Tussen Spoor en Vaart verstedelijken, van het open agrarisch gebied tussen Hillegom, De Zilk en rond de Leidsevaart blijft dan niks meer over. Indiener stelt dat door het programma LGDG er een vermoeden heerst dat er een bollenstad komt en de Duin- en Bollenstreek verstedelijkt. Vier zanderijgebieden met hoge landschappelijke en cultuurhistorische waarde lopen hierbij onder andere gevaar.

Zie antwoord 18.1 en 18.2.

Geen.

Zie antwoord 22.2.

Geen.

Zie antwoord 18.4.

Geen.

Zie antwoord 18.4.

Geen.

Het vermoeden is niet juist. Met een uitbreiding van maximaal 50 hectare aan woningbouw is er geen sprake van een bollenstad. Ook het Rijks- en Provinciaal beleid is gericht op het voorkomen van een bollenstad.

Geen.

70

Zie antwoord 18.1 en 18.2.

Lisse 44.

Gebr. De Wit en Zonen Samenvatting zienswijze

Beantwoording zienswijze

Overzicht aanpassingen

44.1

Indiener stelt dat het participatieproces weinig geloofwaardig is en niet aan de eisen van open betekenisvolle inspraak voldoet. Indiener stelt dat ze nauwelijks de kans hebben gehad om invloed uit te oefenen omdat het maken van keuzes voor participatie hebben plaatsgevonden. De indiener vraagt :1) een herziening van het participatieproces, onder onafhankelijke begeleiding, 2) beantwoording van de vraag of aanpassingen aan kernkeuzes van het PLGDG überhaupt nog mogelijk zijn.

Zie antwoord 22.10.

Geen.

44.2

Indiener stelt dat Kuiper Compagnons een dubbele rol heeft gehad in zowel PLGDG als Omgevingsvisie Hillegom met sterke inhoudelijke overlap. Dit roept volgens indiener twijfels op over de onafhankelijkheid van het proces, doordat de uitkomsten vooraf bepaald lijken. De indiener vraagt: 1) volledige openheid over de opdrachtverstrekking en rol van Bureau Kuiper Compagnons, 2) een herziening van het participatieproces, onder onafhankelijke begeleidering.

Zie antwoord 22.1.

Geen.

44.3

De indiener stelt dat er een onevenwichtige koers is gevaren en er te veel nadruk ligt op woningbouw en infrastructuur waardoor de plannen tientallen hectares bollengrond bedreigen en het agrarische kerngebied versnippert. De indiener vraagt: 1) waarom wordt er geen werk gemaakt van inbreiding en verdichting binnen bestaande kernen omdat de woningbehoefte tot 2040 binnenstedelijk kan worden opgelost?, 2) op basis waarvan is de behoefte aan 50ha zoekgebied in Hillegom vastgesteld?, 3) zijn de betrokken grondeigenaren geraadpleegd?, 4) een herziening van de woningbouwlocaties uit te voeren en een stop te zetten op

Zie antwoord 18.1 en 18.2.

Geen.

71

het benoemen van zoekgebieden totdat er een onafhankelijk afwegingskader is vastgesteld, 5) duidelijkheid te geven over eigendomsverhoudingen en een heldere afbakening in ontwikkelgebieden, 6) bescherming van de kritieke omvang van agrarische bedrijven en vrijwillige volledige compensatie bij aantasting daarvan. 44.4

De indiener stelt dat de verbindingsweg tussen de N207 en N206 met een aftakking naar station Hillegom een duidelijke noodzaak ontbeert en waardevolle bollengrond aantast. Indiener vraagt: 1) welk verkeersprobleem rechtvaardigt deze ingreep?, 2) is het besluit over de weg reeds genomen terwijl het onderzoek nog loopt?, 3) waarom wordt er geen gebruik gemaakt van bestaande infrastructuur of alternatieven die minder schadelijk zijn voor het landschap en cultuurhistorie?. 4) te stoppen met besluitvorming over de verbindingsweg tot de gevolgen voor landschap en landbouw helder zijn, 5) onderzoek realistische, goedkopere en minder ingrijpende alternatieven zoals A44-N208 en een verbinding N205-N208, 6) wees transparant over de status van het besluitvormingsproces.

Zie antwoord 18.4.

Geen.

44.5

Indiener stelt dat er onvoldoende aandacht is voor leefbaarheid, landbouw en economische impact. Er ontbreken antwoorden op vragen over waar arbeidsmigranten gehuisvest worden en hoe water- en bodemkwaliteit beschermd wordt. Indiener vraagt: 1) hoe wordt de leefbaarheid van het gebied gewaarborgd zonder verdere verrommeling?, 2) wat zijn de effecten op de economische vitaliteit van de agrarische sector?, 3) hoe wordt bodem- en waterkwaliteit beschermd bij functiewijziging van landbouwgrond?

Zie antwoord 29.3.

Geen.

Indiener stelt dat de aanduiding van grote zoekgebieden voor woningbouw en infrastructuur langdurige onzekerheid creëert dat schaadt aan het toekomstperspectief van agrarische bedrijven, speculatie in de hand ligt en investeringsbeslissing belemmert. Indiener vraagt: 1) zoekgebieden tot een minimum te beperken en deze alleen

Zie antwoord 18.2.

44.6

De uitvoerende maatregelen komen aan de orde in de uitvoeringsagenda.

Geen.

72

aan te wijzen op basis van breed gedragen, onafhankelijke onderbouwing, 2) zo snel mogelijk duidelijkheid te geven over gemaakte keuzes, 3) volledige transparantie te bieden over vergoedingen en schadeloosstellingen. 44.7

45.

Indiener is tegen beperking uitbreidingsmogelijkheden in gedefinieerde zones. Elke kweker moet gelijke kansen hebben voor uitbreiding met respect voor omgeving en zichtlijnen. Indiener vraagt: 1) maatwerkprocedures waarin opruimen van oude bedrijfspanden en uitbreiding op bedrijfslocaties mogelijk moet zijn onder voorwaarden.

Zie antwoord ‘Aangepaste zonering om een meer gelijk speelveld voor de ondernemers te creëren’ in samenvatting en rode draad.

Zie antwoord ‘Aangepaste zonering om een meer gelijk speelveld voor de ondernemers te creëren’ in samenvatting en rode draad.

Maatwerkprocedures blijven mogelijk.

Inwoner 1 Samenvatting zienswijze

Beantwoording zienswijze

Overzicht aanpassingen

45.1

Indiener stelt dat het participatieproces weinig geloofwaardig is en niet aan de eisen van open betekenisvolle inspraak voldoet. Indiener stelt dat ze nauwelijks de kans hebben gehad om invloed uit te oefenen omdat het maken van keuzes voor participatie hebben plaatsgevonden. De indiener vraagt :1) een herziening van het participatieproces, onder onafhankelijke begeleiding, 2) beantwoording van de vraag of aanpassingen aan kernkeuzes van het PLGDG überhaupt nog mogelijk zijn.

Zie antwoord 22.10.

Geen.

45.2

Indiener stelt dat Kuiper Compagnons een dubbelrol heeft gehad in zowel PLGDG als Omgevingsvisie Hillegom met sterke inhoudelijke overlap. Dit roept volgens indiener twijfels op over de onafhankelijkheid van het proces, doordat de uitkomsten vooraf bepaald lijken. De indiener vraagt: 1) volledige openheid over de opdrachtverstrekking en rol van Bureau Kuiper Compagnons, 2) een herziening van het participatieproces, onder onafhankelijke begeleidering.

Zie antwoord 22.1.

Geen.

45.3

De indiener stelt dat er een onevenwichtige koers is gevaren en er te veel nadruk ligt op woningbouw en infrastructuur waardoor de plannen tientallen hectares bollengrond

Zie antwoord 18.1 en 18.2.

Geen.

73

bedreigen en het agrarische kerngebied versnippert. De indiener vraagt: 1) waarom wordt er geen werk gemaakt van inbreiding en verdichting binnen bestaande kernen omdat de woningbehoefte tot 2040 binnenstedelijk kan worden opgelost?, 2) op basis waarvan is de behoefte aan 50ha zoekgebied in Hillegom vastgesteld?, 3) zijn de betrokken grondeigenaren geraadpleegd?, 4) een herziening van de woningbouwlocaties uit te voeren en een stop te zetten op het benoemen van zoekgebieden totdat er een onafhankelijk afwegingskader is vastgesteld, 5) duidelijkheid te geven over eigendomsverhoudingen en een heldere afbakening in ontwikkelgebieden, 6) bescherming van de kritieke omvang van agrarische bedrijven en vrijwillige volledige compensatie bij aantasting daarvan. 45.4

De indiener stelt dat de verbindingsweg tussen de N207 en N206 met een aftakking naar station Hillegom een duidelijke noodzaak ontbeert en waardevolle bollengrond aantast. Indiener vraagt: 1) welk verkeersprobleem rechtvaardigt deze ingreep?, 2) is het besluit over de weg reeds genomen terwijl het onderzoek nog loopt?, 3) waarom wordt er geen gebruik gemaakt van bestaande infrastructuur of alternatieven die minder schadelijk zijn voor het landschap en cultuurhistorie?. 4) te stoppen met besluitvorming over de verbindingsweg tot de gevolgen voor landschap en landbouw helder zijn, 5) onderzoek realistische, goedkopere en minder ingrijpende alternatieven zoals A44-N208 en een verbinding N205-N208, 6) wees transparant over de status van het besluitvormingsproces.

Zie antwoord 18.4.

Geen.

45.5

Indiener stelt dat er onvoldoende aandacht is voor leefbaarheid, landbouw en economische impact. Er ontbreken antwoorden op vragen over waar arbeidsmigranten gehuisvest worden en hoe water- en bodemkwaliteit beschermd wordt. Indiener vraagt: 1) hoe wordt de leefbaarheid van het gebied gewaarborgd zonder verdere verrommeling?, 2) wat zijn de effecten op de economische vitaliteit van de agrarische sector?, 3) hoe

Zie antwoord 29.3.

Geen.

De uitvoerende maatregelen komen aan de orde in de uitvoeringsagenda.

74

wordt bodem- en waterkwaliteit beschermd bij functiewijziging van landbouwgrond? 45.6

Indiener stelt dat de aanduiding van grote zoekgebieden voor woningbouw en infrastructuur langdurige onzekerheid creëert dat schaadt aan het toekomstperspectief van agrarische bedrijven, speculatie in de hand ligt en investeringsbeslissing belemmert. Indiener vraagt: 1) zoekgebieden tot een minimum te beperken en deze alleen aan te wijzen op basis van breed gedragen, onafhankelijke onderbouwing, 2) zo snel mogelijk duidelijkheid te geven over gemaakte keuzes, 3) volledige transparantie te bieden over vergoedingen en schadeloosstellingen.

Zie antwoord 18.2 en 18.4.

Geen.

46.

Veehouderij T.J.P. Van der Zon Samenvatting zienswijze

Beantwoording zienswijze

Overzicht aanpassingen

46.1

Indiener stelt dat het participatieproces weinig geloofwaardig is en niet aan de eisen van open betekenisvolle inspraak voldoet. Indiener stelt dat ze nauwelijks de kans hebben gehad om invloed uit te oefenen omdat het maken van keuzes voor participatie hebben plaatsgevonden. De indiener vraagt :1) een herziening van het participatieproces, onder onafhankelijke begeleiding, 2) beantwoording van de vraag of aanpassingen aan kernkeuzes van het PLGDG überhaupt nog mogelijk zijn.

Zie antwoord 22.10.

Geen.

46.2

De indiener stelt dat er een onevenwichtige koers is gevaren en er te veel nadruk ligt op woningbouw, infrastructuur en grondwaterpeil verhogingen in polders, waardoor de plannen tientallen hectares waardevolle graslanden bedreigen en het grote gevolgen heeft voor de veehouderij. De druk op de landbouwgrond is groot en de sector heeft geen ruimte meer over om extra claims te dragen zoals klimaatadaptatie en waterbeheer. Gemeente spraken eerder uit agrarische gronden zoveel mogelijk te willen ontzien, maar dat is niet

Zie antwoord 18.1 en 18.2.

Geen.

Voor de peilbesluiten verwijzen we naar het Toekomstgericht Waterbeheer (TGWR) van het Hoogheemraadschap van Rijnland.

75

terug te zien in het plan. De indiener vraagt: 1) Is er enig onderzoek gedaan wat de aanpassing van peilbesluiten en droogleggingsnormen voor de veehouderijen in de streek gaat betekenen? 2) zijn de betrokken grondeigenaren geraadpleegd?, 3) duidelijkheid te geven over eigendomsverhoudingen en een heldere afbakening in ontwikkelgebieden, 4) bescherming van de kritieke omvang van agrarische bedrijven en vrijwillige volledige compensatie bij aantasting daarvan, 5) compensatie over de waardedaling van graslanden wanneer deze vernat worden met name in de droogmakerijen. 46.3

Indiener stelt dat landbouwkundige en economische gevolgen van voorgestelde ruimtelijke ingrepen nauwelijks worden benoemd en onderbouwd. Hierdoor zijn er zorgen op het heroverwegen waterpeil en drooglegginsnormen die grote gevolgen hebben voor de veehouderij. De zin 'We houden tenminste een aantal veehouderijgebieden met behoorlijke schaal in stand' roept een hoop vragen en onzekerheid voor ondernemers op. Als het water in droge periodes onttrokken wordt aan de graslanden zal er juist een hogere CO2 en methaan uitstoot zijn. Ook het beheer wordt een lastigere opgave. De indiener vraagt: 1) Hoe wordt de leefbaarheid van het gebied gewaarborgd zonder verdere verrommeling?. 2) Onafhankelijk onderzoek naar effecten van peilverhogingen voor de veehouderij sector in de DBS per polder. Door grote verschillen in grondslag tussen polders kan er hier geen sprake zijn van generiek beleid. 3) Wat zijn de effecten op de economische vitaliteit van de veehouderij?

Zie antwoord 46.2.

Geen.

46.4

Indiener stelt dat de aanduiding van grote zoekgebieden voor waterberging langdurige onzekerheid creëert dat schaadt aan het toekomstperspectief van agrarische bedrijven, speculatie in de hand ligt en investeringsbeslissing belemmert. Indiener vraagt: 1) zoekgebieden tot een minimum te beperken en deze alleen aan te wijzen op basis van breed gedragen, onafhankelijke onderbouwing, 2) zo snel mogelijk duidelijkheid te geven over gemaakte keuzes, 3) volledige

We herkennen niet dat er grote zoekgebieden voor waterberging in het Programma staan. We begrijpen de zorgen van indiener voor het toekomstperspectief voor agrarische bedrijven. Eventuele waterberging zal altijd in betrokkenheid met belanghebbenden nader worden afgestemd. Vergoedingen en schadeloosstellingen zijn niet aan de orde.

Geen.

76

transparantie te bieden over vergoedingen en schadeloosstellingen.

47.

Fa C. Duineveld en Zn. Samenvatting zienswijze

Beantwoording zienswijze

Overzicht aanpassingen

47.1

Indiener stelt dat het participatieproces weinig geloofwaardig is en niet aan de eisen van open betekenisvolle inspraak voldoet. Indiener stelt dat ze nauwelijks de kans hebben gehad om invloed uit te oefenen omdat het maken van keuzes voor participatie hebben plaatsgevonden. De indiener vraagt :1) een herziening van het participatieproces, onder onafhankelijke begeleiding, 2) beantwoording van de vraag of aanpassingen aan kernkeuzes van het PLGDG überhaupt nog mogelijk zijn.

Zie antwoord 22.10.

Geen.

47.2

De indiener stelt dat er een onevenwichtige koers is gevaren en er te veel nadruk ligt op woningbouw, infrastructuur en grondwaterpeil verhogingen in polders, waardoor de plannen tientallen hectares waardevolle graslanden bedreigen en het grote gevolgen heeft voor de veehouderij. De druk op de landbouwgrond is groot en de sector heeft geen ruimte meer over om extra claims te dragen zoals klimaatadaptatie en waterbeheer. Gemeente spraken eerder uit agrarische gronden zoveel mogelijk te willen ontzien, maar dat is niet terug te zien in het plan. De indiener vraagt: 1) Is er enig onderzoek gedaan wat de aanpassing van peilbesluiten en droogleggingsnormen voor de veehouderijen in de streek gaat betekenen? 2) zijn de betrokken grondeigenaren geraadpleegd?, 3) duidelijkheid te geven over eigendomsverhoudingen en een heldere afbakening in ontwikkelgebieden, 4) bescherming van de kritieke omvang van agrarische bedrijven en vrijwillige volledige compensatie bij aantasting daarvan, 5) compensatie over de waardedaling van graslanden wanneer deze vernat worden met name in de droogmakerijen.

Zie antwoord 46.2.

Geen.

77

47.3

Indiener stelt dat landbouwkundige en economische gevolgen van voorgestelde ruimtelijke ingrepen nauwelijks worden benoemd en onderbouwd. Hierdoor zijn er zorgen op het heroverwegen waterpeil en drooglegginsnormen die grote gevolgen hebben voor de veehouderij. De zin 'We houden tenminste een aantal veehouderijgebieden met behoorlijke schaal in stand' roept een hoop vragen en onzekerheid voor ondernemers op. Als het water in droge periodes onttrokken wordt aan de graslanden zal er juist een hogere CO2 en methaan uitstoot zijn. Ook het beheer wordt een lastigere opgave. De indiener vraagt: 1) Hoe wordt de leefbaarheid van het gebied gewaarborgd zonder verdere verrommeling?. 2) Onafhankelijk onderzoek naar effecten van peilverhogingen voor de veehouderij sector in de DBS per polder. Door grote verschillen in grondslag tussen polders kan er hier geen sprake zijn van generiek beleid. 3) Wat zijn de effecten op de economische vitaliteit van de veehouderij?

Zie antwoord 46.2.

Geen.

47.4

Indiener stelt dat de aanduiding van grote zoekgebieden voor waterberging langdurige onzekerheid creëert dat schaadt aan het toekomstperspectief van agrarische bedrijven, speculatie in de hand ligt en investeringsbeslissing belemmert. Indiener vraagt: 1) zoekgebieden tot een minimum te beperken en deze alleen aan te wijzen op basis van breed gedragen, onafhankelijke onderbouwing, 2) zo snel mogelijk duidelijkheid te geven over gemaakte keuzes, 3) volledige transparantie te bieden over vergoedingen en schadeloosstellingen.

Zie antwoord 46.4.

Geen.

48.

Keukenhof Samenvatting zienswijze

Beantwoording zienswijze

Overzicht aanpassingen

Indiener ondersteunt een verbeterde ontsluiting van de noordelijke Duin- en Bollenstreek, het voorgestelde tracéN206-N207 doorkruist echter eersteklas bollengrond. Dit staat haaks op het uitgangspunt 'behoud van huidig

Zie antwoord 18.4.

Geen.

48.1

78

areaal'. Het programma stelt dat compensatie verplicht is, maar uit ervaring kan gesteld worden dat de compensatie via grasland of tweede klas bollengrond praktisch en ecologisch onhaalbaar is. Indiener vraagt: 1) Verzoeken om het behoud van eersteklas bollengrond als randvoorwaarde te verankeren en infrastructuurplannen hieraan te toetsen. 48.2

Indiener stelt dat er in het programma staat aangegeven dat het Keukenhof wordt aangeduid als kroonjuweel van de streek en dat de Keukenhof een rol speelt in de transitie naar een emissieloze teelt. Desondanks is Keukenhof niet actief betrokken bij het opstellen van het programma. Indiener vraagt: 1) Betrek Keukenhof actief bij verdere uitwerking en implementatie van de plannen.

Zie antwoord 22.10. De Keukenhof wordt wederom actief betrokken bij het vervolg van het Programma LGDG.

Geen.

48.3

Indiener stelt dat op pagina 64 wordt gesproken over 'potentieel Werelderfgoed Keukenhof'. Indiener wil benadrukken dat dit geen beleidsvoornemen is van de huidige directe van Keukenhof. Indiener vraagt: 1) Het opnemen van deze ambitie zonder afstemming is onjuist en schept verwarring, deze passage graag herzien.

Wij zullen deze tekstwijziging doorvoeren in het Programma LGDG.

‘potentieel Werelderfgoed’ wordt uit de tekst op pg 65 verwijderd.

48.4

Indiener stelt dat de sector de ambitie tot verduurzaming ondersteunt, maar er in de toekomstvisie 2030 gewasbescherming wordt gestreefd naar een teelt met minimale emissies naar milieu. Hier heeft men te maken met natuurlijke processen, dus 100% emissievrij is niet realistisch evenals de doelstelling volledig biologisch in 2040 gezien de huidige stand van techniek, markt en regelgeving. Indiener vraagt: 1) De ambities voor 2030 en 2040 voor de bollensector te wijzigen en aan te laten sluiten bij de landelijke ambities van de sector.

Zie antwoord 8.2.

Geen.

49.

Alma Onroerend Goed Beantwoording zienswijze

Overzicht aanpassingen

Samenvatting zienswijze

79

49.1

Indiener geeft aan dat het niet duidelijk is of het perceel aan de Zilkerbinnenweg 78B binnen zone 3 of 4 valt. Dit heeft invloed op eventuele herontwikkeling. Indiener vraagt: 1) in welke zone ligt het perceel Zilkerbinnenweg 78B, zone 3 of 4?, 2) een toelichting moet gegeven worden waarom voor dit perceel is gekozen voor zone 3 of 4, 3) Voor welke zones geldt dat de schaalvergroting van bouwblokken niet is toegestaan? 4) Kan er bevestigd worden dat het programma de herontwikkeling van deze locatie niet in de weg staat en vergroting van het bouwvlak mogelijk is?

In de ISG uit 2016 is een zonering opgenomen waarin voorwaarden zijn opgenomen voor bedrijfsuitbreiding (pagina 38 en 39). De gemeente Noordwijkerhout (nu Noordwijk) heeft op basis van deze zonering het nu geldende bestemmingsplan ‘Buitengebied 2015’ vastgesteld. De regels van de bestemmingen met bollenteeltzones zijn gebaseerd op de zonering uit de ISG uit 2016.

Geen aanpassingen naar aanleiding van deze specifieke zienswijze. Voor wijzigingen op het onderwerp ‘zonering’, zie antwoord ‘Aangepaste zonering om een meer gelijk speelveld voor de ondernemers te creëren’ in samenvatting en rode draad.

In het bestemmingsplan ‘Buitengebied 2015’ (vastgesteld op 30 juni 2016) dat de regels bevat waaraan u op uw perceel moet voldoen zijn de gronden ten oosten van de Zilkerbinnenweg aangewezen als ‘Agrarisch - Bollenteelt - Bollenzone – 1’. In deze zone is het niet mogelijk om binnen het geldende bestemmingsplan (inmiddels onderdeel van het omgevingsplan van gemeente Noordwijk) bedrijfsbebouwing te vergroten. Indien u wenst om uw bouwvlak/bedrijfsbebouwing uit te breiden is een maatwerkprocedure benodigd. U kunt hiervoor een principeverzoek indienen bij de gemeente Noordwijk. Er wordt dan een formele procedure gestart. Het voert voor nu te ver om toe te lichten waaraan u exact moet voldoen. Overigens is er naar aanleiding van verschillende zienswijzen voor gekozen om vanaf nu een ‘ja, mits’-houding aan te nemen ten opzichte van dit soort maatwerkverzoeken. De gronden ten westen van de Zilkerbinnenweg zijn in het bestemmingsplan aangewezen als ‘Agrarisch Bollenteelt – Bollenzone –2'. Ook deze bestemming is gebaseerd op de zonering uit de ISG uit 2016. Hier is het toegestaan om via een binnenplanse omgevingsvergunning bedrijfsbebouwing uit te breiden tot 6.000m2. Indien de bebouwing groter zou

80

moeten worden dan 6.000m2 is hier ook maatwerk benodigd. Naar aanleiding van verschillende zienswijzen wordt de voorgestelde zonering uit het Ontwerp Programma aangepast. Daarbij wordt voor uw locatie vastgehouden aan de bestaande zonering uit de ISG uit 2016. Zoals hierboven is toegelicht geldt daarbij dat het ‘nee, tenzij’ principe wel wordt omgezet naar een ‘ja, mits’-houding tegenover principeverzoeken voor uitbreiding van bedrijfsbebouwing.

50.

50.1

Damste Advocaten namens Alma Onroerend Goed en inwoners en agrarische bedrijven. Samenvatting zienswijze

Beantwoording zienswijze

Overzicht aanpassingen

Indiener stelt dat de structuurvisie (ISG) en het programma goed op elkaar afgestemd moeten zijn, zodat de functie van beide instrumenten gewaarborgd blijft. Omdat het programma een uitwerking is van het ruimtelijk beleid, kan het programma niet afwijken van de structuurvisie. Het opstellen van een programma is dan ook niet de aangewezen weg om koerswijzigingen door te voeren, daarvoor dient de structuurvisie te worden aangepast, waar de raad bevoegd gezag voor is. Indiener vraagt: 1) de colleges kunnen niet afwijken van de ISG, waarom past het programma LGDG binnen de kaders van een goede ruimtelijke ordening?

De Intergemeentelijke Structuurvisie Greenport Duin- en Bollenstreek (ISG) uit 2016 is de strategische voorloper van het Programma LGDG. In het Programma LGDG is expliciet opgenomen dat dit Programma de herijking van de ISG vormt. Daarmee vervangt het Programma de ISG als intergemeentelijk beleidskader voor het landelijk gebied van de Duin- en Bollenstreek.

Geen.

De ISG wordt ingetrokken na vaststelling van het Programma LGDG. De totstandkoming van het Programma LGDG is zorgvuldig verlopen, met bestuurlijke betrokkenheid van de gemeenteraden in alle fasen. De gemeentelijke omgevingsvisies en omgevingsplannen blijven het juridische kader vormen. De gemeenteraad blijft bevoegd om de

81

kaders te stellen voor concrete besluiten zoals vaststelling van het omgevingsplan. Er is dan ook geen sprake van strijd met het geldende ruimtelijke beleid. De opgaven waarvoor het Programma LGDG is opgesteld vereisen beleidsvernieuwing. Het Programma LGDG biedt hiervoor het gezamenlijk afgestemde intergemeentelijke kader. Daarmee blijft de onderlinge afstemming tussen het gemeentelijk en regionaal beleid gewaarborgd. 50.2

Indiener stelt dat de eigenaren van de gronden aan de Duindamseweg 3 en de eigenaren van de gronden aan de Duindamseweg 1 afzonderlijk een principeverzoek hebben ingediend, die het college heeft afgewezen. Het college wilde wel meewerken aan een gezamenlijke ontwikkeling aan de Duindamseweg 1-3 en heeft hiervoor bij meerdere brieven, raadsvoorstellen, etc. (vanaf 2019) zonder voorbehoud zijn medewerking toegezegd aan de bouw van geclusterde GOMwoningen. Begin 2025 werd kenbaar gemaakt dat er bij de raad bezwaren bestonden waardoor de raad niet bereid was tot vaststelling van het bestemmingsplan. Indiener vraagt: 1) hoe hebben het college een de raad van de overige vier gemeenten in de praktijk het GOM-beleid volgens de ISG toegepast en uitgevoerd?

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://gemeenteraad.hillegom.nl/api/v1/meetings/1715/documents/23588