01. Nota van Zienswijzen Programma LGDG.pdf
Tekst van het document
Bij handhaving van het oneigenlijk gebruik van bollengrond wordt maatwerk toegepast en op basis van het vastgestelde afwegingskader bepaald of er al dan niet tot legalisatie overgegaan kan worden.
29
nieuwe inrichting die via het herstructureringsfonds mede wordt gefinancierd. Dit is de omgekeerde richting en bovendien kostbaar. Met betrekking tot het PLGDG: Het programma staat vol van ambities op het gebied van biodiversiteit, cultuurhistorie, recreatie, landschapselementen, belevingswaarde en participatie. Er is aandacht voor bosschages, hagen, rafelranden, rommelhoekjes en multifunctioneel grondgebruik. Inwoners worden gestimuleerd om hier zelf aan bij te dragen. Dit is niet te rijmen met de paragraaf waarin staat dat er gehandhaafd zal worden op de moestuintjes en dierenweitjes.
12.
ANLV Geestgrond Samenvatting zienswijze
Beantwoording zienswijze
Overzicht aanpassingen
12.1
Indiener meent dat het thema biodiversiteit met bijbehorende doelstellingen uitgewerkt moet worden in hoofdstuk 4 om het een volwaardige positie te geven die nodig is.
Biodiversiteit is voldoende uitgewerkt binnen de landschapsstrategie en bijlage 1.
Geen.
12.2
Met betrekking tot openheid is indiener blij met het samenstellen van een kwaliteitscommissie. Indiener stelt dat vanaf het begin van het ruimtelijk beleid gezegd is dat de streek ruimtelijk open moet blijven, en dat het pijnlijk is om te zien dat dit op bepaalde plekken niet is gebeurd.
Zie antwoord 5.3.
Geen.
12.3
Indiener stelt dat niet alleen de ruimtelijke kwaliteit bewaakt moet worden, maar ook de biodiversiteit en de cultuurhistorie in de ruimte. Indiener stelt voor om aan paragraaf 5.5. van het PLGDG toe te voegen: “Bij elke ruilverkaveling of activiteit in het buitengebied, die voor de Omgevingswet vergunning plichtig is, toetst een commissie de gevolgen van deze verkaveling of deze activiteit voor de biodiversiteit en cultuurhistorie en borgt de kwaliteit daarvan. Daarmee wordt voorkomen dat het biodiversiteitsstreven blijft liggen, zoals bij de ISG 2016 is gebeurd.”
Zie antwoord 5.3.
Geen
30
12.4
12.5
12.6
Indiener stelt voor om planregel 6 ‘groene inpassing; bedrijfsbebouwing met beplanting van gebiedseigen soorten inpassen’ om te zetten naar inrichtingseisen. Indiener geeft daar een aantal voorbeelden van. De inrichtingsverplichtingen kunnen bij de vergunningverlening van de Omgevingswet opgenomen worden en moeten gaan gelden voor alle bedrijven en bedrijfsterreinen.
Een aantal voorbeelden die indiener heeft aangedragen worden toegevoegd aan ‘planregel 6’.
Volgens indiener is er winst te behalen op het onderwerp groenblauwe corridors door het laatste stuk van de ecologische verbinding tussen het Oosterduinse meer met de Keukenhof te volbrengen. En verder vraagt de indiener de verbinding tussen de duinen en Leeuwenhorst nader te onderzoeken.
Het volbrengen van de ecologische verbinding tussen het Oosterduinse meer met de Keukenhof is een ambitie. De verbinding is opgenomen in het Programma LGDG (blz 77).
M.b.t. speerpunt 8: Indiener stelt dat het aanleggen van nieuwe landschapskamers niet past bij de strategie om de streek open te houden. Indiener geeft de suggestie voor aanleg van hagen, struiken of andere landschapselementen op plekken die vrijkomen voor vergroening en die de zichtlijnen niet belemmeren.
De doelstelling van het Programma LGDG is om de kwalitatieve openheid van de Bollenstreek te versterken. Dat betekent dat in gebieden zoals rond de Leidse Vaart vooral lange zichtlijnen behouden en versterkt moeten worden, terwijl op andere, minder open plekken, juist inpassing in landschapskamers de kwaliteit van de streek kan verbeteren.
Indiener is van mening dat de lat voor aanvragen voor financiering hoog ligt en daarmee blijft liggen.
Maatregelen zoals groene erfinrichting worden ook onder speerpunt 9 besproken bij de vrijwillige groenblauwe kavelinrichting.
De tekst bij ’planregel'6 wordt aangevuld met onderstreepte tekst 6. Groene inpassing; het groen inpassen van bedrijfsbebouwing met gebiedseigen soorten, zoals heggen en hagen, natuurvriendelijke oevers, kleinere maatregelen zoals bijenhotels, nestkasten voor vogels en vleermuizen, natuurrijke plekken.
Geen.
De verbinding tussen de duinen en Leeuwenhorst is opgenomen als nader te onderzoeken NNN-verbinding. Geen.
De landschapskamers worden alleen ontwikkeld in relatie tot uitbreidende bedrijven, aansluitend op de bestaande kamerstructuur aan de zuidrand van het Keukenhofbos. Daarbij worden bestaande zichtlijnen, die bijvoorbeeld benoemd zijn in gemeentelijke omgevingsvisies behouden. Dit is onder speerpunt 8 nader toegelicht. Hagen, struiken en andere landschapselementen kunnen hier ook een bijdrage aan leveren. De opmerking m.b.t. financiering nemen we ter kennisgeving aan.
31
12.7
Indiener stelt dat bij het creëren van zoetwaterbuffers en de aanleg van zoetwateropslag in deelgebieden 4, 7 en 9 voor de gevolgen voor de agrariërs over het hoofd worden gezien. Indiener ziet meer heil in technische oplossingen voor de verziltingsproblematiek en de wens om meer zoet water te bergen in periode van schaarste.
Zie antwoord 9.7.
Geen.
12.8
Indiener wil vasthouden aan de 2625 hectare eerste klas bollengrond, het alleen op zandgrond ruimte voor woningen zoeken en bouwen is volgens indiener te makkelijk gesteld. Woningbouw op andere grondsoorten moet worden meegenomen. Indiener kan meegaan met het idee dat er een grotere voorkeur moet bestaan voor het bouwen aan de rand van woonkernen dan voor het bouwen in open gebieden.
Zie antwoord 22.2.
Geen.
12.9
m.b.t. ‘koppelkans’ pg 66: indiener stelt dat op bepaalde plekken recreatie en toerisme geweerd moet worden omdat biodiversiteit vaak baat heeft bij rust. In het PLGDG is onvoldoende aangegeven dat er aan de recreatie ook grenzen gesteld moeten worden ten behoeve van biodiversiteit.
In de tekst over koppelkansen is op pagina 65 al opgenomen dat nieuwe ecologische verbindingen, in combinatie met nieuwe recreatieve verbindingen, kunnen leiden tot minder recreatieve druk op de meest kwetsbare ecologische gebieden, zoals Natura 2000 gebieden (de duinen). Daarmee wordt al voorzien in de wens van indiener.
Geen.
12.10
Indiener stelt dat piekbelasting op wegen niet opgelost moet worden met nieuwe wegen. Het plan voor de oost-westverbinding tussen de N206 en N208/N205 is in strijd met de speerpunten van PLGDG (behoud bollengrond en open ruimte).
Zie antwoord 18.4.
Geen.
12.11
Indiener stelt dat een onderzoek naar de noodzaak van een verbindingsweg tussen de N206 en de N208/N205 op dit moment kapitaalvernietiging is, gezien de lopende en geplande werkzaamheden aan oost-westverbindingen over de Ringvaart en de A44 (start in 2026).
Zie antwoord 18.4.
Geen.
In overleg met Hoogheemraadschap van Rijnland zal de verziltingsproblematiek nader worden bekeken en uitgewerkt worden, in samenwerking met de gebiedspartners.
Er wordt gekeken naar MKBA (Maatschappelijke kosten en baten analyse).
Indiener verzoekt daarom om een eventueel onderzoek naar extra wegen pas uit te voeren ná afronding van deze grootschalige projecten, zodat het daadwerkelijke effect ervan eerst in de praktijk zichtbaar kan worden.
32
13.
Milieu Overleg Duin- en Bollenstreek Samenvatting zienswijze
Beantwoording zienswijze
Overzicht aanpassingen
13.1
Indiener ondersteunt de keuze voor het behoud van het bollencomplex en het kenmerkende landschap. Indiener is blij dat er is gekozen voor een beperkte extra woningbouw van 50 ha tot 2040.
We stellen uw zienswijze op prijs.
Geen.
13.2
Indiener constateert dat een deel van de dooradering die is opgenomen in de ISG nog niet is aangelegd/op sommige plaatsen te weinig robuust is om functioneel te zijn. Op drie plaatsen ziet indiener graag dat de structuur versterkt wordt en/of planologisch beschermt wordt (13.3, 13.4, 13.5).
We nemen dit ter kennisgeving aan, zie antwoord 13.3 – 13.5.
Geen.
13.3
Verbindingen Offem – Leeuwenhorst en Leeuwenhorst – bosgebied Noordduinen; indiener vraagt een gebiedsproces in het leven te roepen en financiering te regelen, en de exacte invulling en ligging met de betrokken agrariërs te bespreken.
We staan open voor een gesprek over de mogelijkheden hiervoor. Dit wordt verder opgepakt bij de uitvoeringsagenda.
Geen.
13.4
Moerasverbinding Haarlemmertrekvaart, Leidsevaart, Maandagse Watering.
Wij delen deze constatering, maar op dit moment liggen er geen kansen om hier concreet iets aan te doen.
Geen.
Indiener stelt dat de ecologische verbindingszone tussen Lisse en Noordwijk verschillende geïsoleerde natuurgebieden met elkaar verbindt, waaronder de Lageveense Polder, Landgoed Leeuwenhorst en de Hoogewegpolder. Indiener benadrukt dat de zone al deels is gerealiseerd en aansluit op waardevolle natuurterreinen. Deze gebieden worden ecologisch beheerd en zijn opgenomen in provinciaal beleid. Indiener constateert dat de ecologische verbinding bij de ’sGravendamseweg spaak loopt door bebouwing, het VAB-terrein en woonboten. Indiener pleit ervoor om bij toekomstige uitbreiding van het VABterrein het ontbrekende deel van de ecologische structuur te
33
herstellen, door de zone te versterken tussen spoor en vaart en te verlengen tot de Fagelsloot, waarmee een verbinding naar Klein Leeuwenhorst kan worden gerealiseerd. 13.5
Indiener constateert dat de Coepelduynen geïsoleerd liggen, en dat zones aan weerszijde van bebouwd gebied van Noordwijk aan Zee kunnen ontwikkeld worden als ecologische verbindingen.
Zie antwoord 13.4.
Geen.
Indiener stelt dat het duingebied langs de boulevards open moet blijven, en dat de Steilrand van het Middengebied verder ontwikkeld zou moeten worden als ecologische verbinding. 13.6
Met betrekking tot corridorstudie N206: indiener vindt dat met zowel de studie als de besluitvorming rond extra infrastructuur moet worden gewacht tot de effecten van de net aangelegde Rijnlandroute en de aanpassingen daaraan duidelijk en meetbaar zijn.
Diverse modelberekeningen laten al zien dat de N206 hoogstwaarschijnlijk onvoldoende soelaas zal bieden wanneer de (grote) bouwlocaties in de regio gerealiseerd zijn. Door op tijd met deze studie te beginnen en ruimtelijke ontwikkeling, mobiliteitsmaatregelen en leefbaarheid in relatie tot elkaar te beschouwen hopen we een verkeersinfarct in de regio te voorkomen.
Geen.
13.7
Met betrekking tot N206-N208 met de aftakking naar Station Hillegom: indiener stelt dat er maximaal maatschappelijke weerstand is in de Bollenstreek. Het maatschappelijke en economische nut van de weg is beperkt, en het doorsnijdt de streek. Het gaat ten koste van bollenareaal, cultuurhistorische waarde, biodiversiteit, recreatiedruk.
Zie antwoord 18.4.
Geen.
13.8
N208 verlengde 2e Poellaan Lisse-A44. Indiener stelt dat de nut en noodzaak van deze verbinding op dit moment niet is aangetoond en de resultaten van de MER nog niet bekend zijn (gemaakt).
Zie antwoord 18.4.
Geen.
13.9
Indiener roept op om de samenwerking tussen overheden, maatschappelijke organisaties en wetenschap weer te intensiveren, beginnend met het concretiseren van de uitgangspunten uit het programma en het gezamenlijk zoeken naar woningbouwlocaties.
We blijven graag in gesprek.
Geen.
34
14.
Milieudefensie Samenvatting zienswijze
Beantwoording zienswijze
Overzicht aanpassingen
14.1
Indiener onderschrijft de zienswijze van Milieuoverleg Duin- en Bollenstreek en heeft aanvullende opmerkingen op het Programma LGDG m.b.t. de regionale mobiliteitsmaatregelen Duin- en Bollenstreek. Indiener verzoekt om het Programma LGDG bij te stellen met de onderstaande punten.
We nemen kennis van uw zienswijze.
Geen.
14.2
Indiener bestrijdt dat nieuwe verkeersverbindingen nodig zijn en dat nieuwe verbindingen verkeersdruk verminderen. Indiener stelt dat nieuwe verbindingen nieuw verkeer uitlokt. Indiener stelt daarbij dat kwaliteit van het open landschap voor een fors deel verloren gaat bij het aanleggen van N-wegen. Indiener stelt ook dat de nut en noodzaak van de genoemde verbindingswegen niet zijn aangetoond en de MER resultaten nog niet bekend zijn.
Zie antwoord 18.4.
Geen.
14.3
Indiener stelt dat er een taak voor lagere overheden is om klimaatdoelen uit het klimaatakkoord te halen, en dat nieuwe wegen in de streek daar contra op zijn. Bovendien zijn de nieuwe wegen niet nodig voor de nieuw te bouwen woningen. Het bestaande mobiliteitsnetwerk voldoet, en voor het klein aantal woningen waar dit niet voor geldt zijn betere oplossingen te bedenken.
Zie antwoord 18.4.
Geen.
14.4
Indiener mist een integraal plan tot 2040 met een doorkijk naar 2050 voor het uitbreiden en verbeteren van het openbaar vervoer in combinatie met het gebruik van (snel)fiets en auto voor woonwerkverkeer in de DBS.
In het Programma is aandacht voor snelfietsroutes. Dit wordt in Holland-Rijnland verband opgepakt via RIA 1. Ontwikkelingen m.b.t. openbaar vervoer vallen onder het takenpakket van de Provincie.
Geen.
14.5
Indiener stelt dat door de genoemde nieuwe verbindingswegen de fijnmazigheid van het fietsnetwerk in de streek verloren gaat.
Zie antwoord 18.4.
Geen.
15.
Holland Rijnland Samenvatting zienswijze
Overzicht aanpassingen
35
Indiener steunt de ambities van het Programma LGDG en heeft hier ook financieel aan bijgedragen via de landschapsstrategie. Indiener constateert dat er veel raakvlakken zijn met de Regionale Investeringsagenda (RIA), waaronder projecten als doorfietsroutes, mobiliteitsaanpak, warmtenet, Regio Deal en het Groenblauw Raamwerk. Indiener pleit voor voortzetting van de samenwerking zodat programma’s elkaar kunnen versterken, en geeft aan de Duin- en Bollenstreek te willen helpen bij realisatie van de LGDG-doelen en cofinanciering via het regionaal fonds van de RIA.
16.
Wij zijn heel erg blij met de steun van Holland Rijnland, ook met de realisatie van de doelen van het Programma LGDG. De financiële bijdrage voor de landschapsstrategie en de cofinanciering via het regionaal fonds van de RIA helpen ons de doelen van het Programma LGDG te bereiken.
Geen.
Wij zien ook de genoemde raakvlakken met de RIA. Het Programma LGDG en de genoemde RIA projecten kunnen als vliegwiel naar elkaar toe werken We verheugen ons op de verder samenwerking.
Theorie en Praktijk. Samenvatting zienswijze
Beantwoording zienswijze
Overzicht aanpassingen
16.1
Indiener geeft aan dat er vanuit de bollenteeltsector al veel initiatieven voor verduurzaming zijn, maar dat dit onvoldoende erkend wordt. Indiener stelt dat het Programma LGDG zorgt voor achteruitgang.
We onderschrijven dat er vanuit de bollensector veel goede initiatieven voor verduurzaming plaats vinden. We delen de mening dat het Programma LGDG zorgt voor achteruitgang niet.
Geen.
16.2
Indiener vraagt of het klopt dat de visie en de keuzes buiten de raden van de betrokken gemeenten zijn omgegaan?
Het vaststellen van een programma onder de Omgevingswet is een bevoegdheid van het college van B&W.
Geen.
Zie antwoord 22.9. 16.3
Indiener stelt dat het Programma LGDG MER-plichtig is.
In 5.1 van het programma is verwoord waarom voor dit programma geen aparte MER is gevolgd.
Geen.
16.4
Indiener is van mening dat doelen van emissieloos telen bovenwettelijk zijn en bijkomende eisen niet in het Programma LGDG opgenomen mogen worden.
Zie antwoord 8.2.
Geen.
16.5
Indiener verzoekt de term GBM te vervangen door MBP: MilieuBelastingPunten.
De term gewasbeschermingsmiddelen is opgenomen in het Programma na gesprekken met de sector.
Geen.
Zie antwoord 8.2.
36
16.6
Indiener stelt dat de bollensector al veel bijdraagt aan een landschap waarin natuur, water, biodiversiteit én teelt elkaar versterken, en dat dit te weinig erkent wordt. Indiener eist een reset van de doeleinden op blauwgroene dooradering.
Wij zien dat de bollensector bijdraagt aan een landschap waarin natuur, water, biodiversiteit en teelt elkaar versterken. We vinden de regiocertificering als middel daar een mooi voorbeeld van.
Geen.
Groenblauwe dooradering is belangrijk voor verhoging biodiversiteit en voldoende zoetwater. 16.7
Indiener stelt dat er meer grond nodig is om biologische teelt levensvatbaar te maken. Dit gaat ten koste van andere ruimteclaims en geeft meer druk op de schaarse ruimte.
Dit nemen wij ter kennisgeving aan.
Geen.
16.8
Indiener heeft bezwaar tegen de voorgestelde koppeling van de N206 met de N207. Indiener geeft een alternatief mee; verbeter de oostelijke afvoerstructuur vanaf Hillegom en Lisse.
Zie antwoord 18.4.
Geen.
16.9
Indiener eist dat er geen beleid wordt gemaakt zonder instemming van de sector.
Voor het opstellen van het beleid is het volgen van een participatieproces een vereiste. Dit betekent dat de sector daarin een eigen bijdrage kan leveren.
Geen.
16.10
Indiener eist dat bureau KuiperCompagnons uit het Programma LGDG-proces stapt.
Zie antwoord 22.1.
Geen.
16.11
Indiener eist gelijke bouwmogelijkheden, groeimogelijkheden en eenduidige regelgeving voor alle bollenkwekerijen.
Zie antwoord ‘Aangepaste zonering om een meer gelijk speelveld voor de ondernemers te creëren’ in samenvatting en rode draad.
Zie samenvatting en rode draad.
16.12
Indiener eist behoud van agrarische grond en ruimte voor overblijvers.
Juist met dit programma wordt beoogd het bestaande 1e klas bollenteelt areaal te behouden en de overblijvers perspectief te bieden.
Geen.
16.13
Indiener eist reset op alle planologische landschapseisen.
Dit is geen speerpunt van de landschapsstrategie. Zie antwoord 16.12.
Geen.
16.14
Indiener eist bestuurders die trots zijn op de Bollenstreek en zich uitspreken tegen de framing op de bollensector.
Onze bestuurders zijn trots op de Bollenstreek en het behoud hiervan.
Geen.
16.15
Indiener eist juridische voorbereiding op handhavingsverzoeken van ngo's, Vollenbroek en burgers.
Dit nemen wij ter kennisgeving aan.
Geen.
37
16.16
Indiener eist de verwijdering van WVG en onteigening uit het programma.
17.
CultuurHistorisch Genootschap
Zie antwoord 9.10.
Samenvatting zienswijze
Beantwoording zienswijze
Overzicht aanpassingen
17.1
Indiener stelt dat het van groot belang is dat er een goede samenwerking en afstemming is tussen de vijf gemeenten in de Duin- en Bollenstreek. Het programma LGDG zal hier als vervolgstap op de ISG een belangrijke bijdrage leveren voor bescherming en behoud van het unieke landschap in de streek. Indiener kan zich vinden in meerdere uitgangspunten van het programma, waaronder water en bodem sturend, vitaal landschap als drager, etc. Indiener spreekt zijn waardering uit over de landschapsstrategie die is opgesteld.
Wij danken u voor deze waardering.
Geen.
17.2
Indiener kan zich vinden in de uitgangspunten; het openhouden van het buitengebied, het behouden van bollenteeltareaal, een klimaatbestendige bollenteelt, kwaliteitsverbetering van het landschap en vergroten van biodiversiteit.
Wij verheugd met het onderschrijven van de uitgangspunten van het Programma.
Geen.
17.3
Indiener vindt het positief dat er is gekozen om afscheid te nemen van de versnipperde GOM-locaties en vooral geclusterd en aansluitend aan de woonkernen wordt gezocht naar bouwmogelijkheden die beter aansluiten bij de woningbehoefte van de streek.
Wij nemen hier kennis van.
Geen.
17.4
Indiener geeft aan dat er in het programma wordt gesproken van de volgende passage ‘het Programma LGDG is een uitwerking van omgevingsvisies van de vijf Greenportgemeenten. Ingeval van strijdigheid tussen het Programma LGDG en de omgevingsvisies is het Programma LGDG in principe leidend.’. Indiener geeft aan: 1) de kanttekening wordt geplaatst dat er voorbij wordt gegaan aan de primaire verantwoordelijkheid van de gemeenteraden (vanwege hun kaderstellende rol) voor een goede ruimtelijke inrichting van de gemeente, 2) gezien de vele open vragen in het
Zie antwoord 22.9 en 22.10.
Geen.
Uiteraard respecteren wij de kaderstellende rol van de gemeenteraden.
38
programma moeten de gemeenteraden kritisch kijken naar de uitholling van hun functie. 17.5
In het programma staat vermeld dat water en bodem sturend zijn in de keuze voor woningbouwlocaties en dit daarbij alleen op locaties is met zandgronden. Dit staat haaks op een aantal andere principes; 1) dit is namelijk eersteklas bollengrond die voor de sector heel belangrijk is, 2) het gaat voorbij aan het concept van een waterwoonwijk waar wonen wordt gecombineerd met waterberging en recreatief groen, 3) het is tegenstrijdig met de bouwstenen van de provincie die zijn opgesteld voor water en bodem sturend waarbij de Bollenstreek wordt aangemerkt als beschermd bodemwater gebied.
Water en Bodem Sturend is leidend voor de doelen van het ZH-PLG en het Programma. Het toekennen van functies is hieraan ondergeschikt.
Geen.
17.6
Indiener stelt dat het aangeven van uitbreidingslocaties op gronden die een agrarische bestemming hebben zoals Ruigenhoek, Eikenhorstlaan en Pilarenlaan prijsopdrijvend zullen werken. Een alternatief kan een vertrouwelijke bijlage zijn of een zoeklocaties met asterisk.
Wij nemen dit voor kennisgeving aan.
Geen.
17.7
Indiener spreekt de waardering uit voor het uitgebreide participatieproces en onderkennen de complexiteit van de ruimtelijke puzzel.
Dank voor deze waardering.
Geen.
17.8
Indiener stelt dat de Alliantie Bollenstreek, waar CHG onderdeel van is, een aantal essentiële vragen heeft gesteld op 14 maart 2025 en daar geen reactie op is ontvangen.
Op deze vragen is een mondelinge reactie gegeven tijdens de experttafelbijeenkomsten. Het indienen van zienswijzen was toen nog niet mogelijk.
Geen.
17.9
Indiener verzoekt een genuanceerde opstellen wat betreft het optimaliseren van kavels voor het bollenareaal. Dit mag niet ten koste gaan van cultuurhistorische en landschappelijke elementen.
Wij nemen hier kennis van.
Geen.
17.10
In het programma wordt aangegeven dat de droogmakerijen als eerste te maken krijgen met verzilting. Indiener is van mening dat bij het vinden van tegenmaatregelen eerst moet vaststaan waar de verzilting vandaan komt en welke wetenschappelijke maatregelen in de Bollenstreek het meest effectief zijn.
Zie antwoorden bij zienswijze 6.
Zie zienswijze 6.
39
17.11
Indiener kan zich goed vinden in het opnemen van het omzomen van bedrijfsbebouwing met streekeigen beplanting.
Wij nemen hier kennis van.
Geen.
17.12
Indiener baart zorgen over de plannen rond Hillegom en stelt dat de locatie Pastoorslaan niet zomaar ingezet kan worden, omdat het een reservelocatie was in het verleden voor een specifieke opdracht (die al lang is afgerond). Het betreft hier eersteklas bollengrond met een hoge cultuurhistorische waarde.
Zie antwoord 18.2.
Geen.
17.13
Indiener kan zich niet vinden in de opmerkingen over de Zanderij. Indiener geeft aan dat de Zanderij een onderdeel is van een brede strandwal met eersteklas bollengrond. Alle zanderijen vormen met elkaar één aangesloten zanderijenlandschap met een hoge cultuurhistorische waarde. De lintbebouwing die er is langs de 1e en 2e Loosterweg, Stationsweg en Wilhelminalaan is onderdeel van deze cultuurhistorische kenmerken. Ook in de Omgevingsvisie staan er twee zichtlijnen aangegeven over de bollenvelden van de Pastoorslaan en Zanderij.
In de Omgevingsvisie Hillegom staan geen zichtlijnen aangegeven over de bollenvelden van de Pastoorslaan en de Zanderij.
Geen.
17.14
Indiener stelt dat het aantal hectare bollengrond als ondergrens (2.625 ha) niet meer terugkomt in het programma. Indiener geeft aan dat er niet getornd mag worden aan deze aantal hectares en wijst erop dat dit getal is vastgesteld in de evaluatie van de ISG.
Zie antwoord 22.2.
Geen.
17.15
Indiener stelt dat zij tegen de uitbreidingen zijn van infrastructuur omdat dit ten koste kan gaan van hectares eersteklas bollengrond en veel cultuurhistorische elementen doorkruist. Daarnaast zal de doortrekking van de weg naar het station aanzet geven tot verstedelijking.
Zie antwoord 18.4.
Geen.
17.16
Indiener stelt dat in de bijlage van het programma is aangegeven dat er voor de oost-west verbinding noordelijke ontsluitingsweg ongeveer 10 hectare grond nodig is. Deze schatting is verre van realistisch.
Uit onderzoek moet blijken wat het werkelijke ruimtebeslag is voor deze mobiliteitsmaatregel.
Geen.
17.17
Indiener stelt dat de woningbouwopgave uit het programma voor Hillegom groter is dan afgesproken, vanwege de woningzoekenden uit andere regio’s. Daarnaast betekent 130%
Zie antwoord 18.2.
Geen.
40
van de plancapaciteit programmeren een nog verdere aanslag op kwetsbare bollengronden. 17.18
Indiener stelt vraagtekens bij de berekening van het ruimtebeslag voor de resterende greenportwoningen. In 2024 zijn er al meer dan 200 bouwtitels verkocht, dan zou er niet 50, maar 40 hectare overblijven.
Zie antwoord 18.2.
Geen.
17.19
Op pagina 48 van het programma wordt gesteld dat compensatie van bollengrond op graslanden alleen als laatste middel wordt ingezet. Daarbij wordt alleen gesproken van biologische argumenten, maar er zijn ook landschappelijke argumenten om dat niet te doen.
Hiervan wordt kennis genomen.
Geen.
17.20
Indiener stelt dat in het programma staat aangegeven dat het landschap is verdeeld in vier zones waardoor ten oosten van de trekvaart het bollengebied anders wordt gewaardeerd dan ten westen van de trekvaart. Bij deze zonering wordt voorbij gegaan aan de historische ontwikkeling van deze gebieden. De verschillende bollengebieden zijn niet met elkaar te vergelijken en hebben elk hun landschappelijke en cultuurhistorische kwaliteiten. Dat maakt het ene bollengebied niet waardevoller dan het andere. Het verschil in beleid bij de vier zones, wat betreft de kwalitatieve openheid en de grootte van bedrijfsbebouwing, gaat voorbij aan de historische en landschappelijke achtergronden.
Zie antwoord ‘Aangepaste zonering om een meer gelijk speelveld voor de ondernemers te creëren’ in samenvatting en rode draad.
Zie samenvatting en rode draad.
41
Hillegom 18 18.1
Inwoner 1 Samenvatting zienswijze
Beantwoording zienswijze
Overzicht aanpassingen
Indiener uit zorgen over het voornemen om woningbouw te realiseren op bollengrond in de Bollenstreek. Indiener dringt aan om te kiezen voor alternatieve locaties buiten de Bollenstreek waar woningbouw minder impact heeft op woningbouw, landschap en cultuurhistorie en dus het plan om te bouwen op bollengrond te heroverwegen.
Op basis van de huidige Intergemeentelijke Structuurvisie Greenport 2009 en 2016 DBS en Provinciaal Omgevingsbeleid zijn maximaal 600 greenportwoningen in de Duin- en Bollenstreek (ook) op bollengrond toegestaan. Dit zijn bestaande ruimtelijke rechten. In plaats van greenportwoningen wordt in het Programma LGDG voorgesteld om bij een aantal kernen op deze hectares reguliere woningen te bouwen, waarvan 65% betaalbare woningen. Uit regionale woningbehoefteonderzoeken blijkt, dat er een groot tekort is aan betaalbare woningen voor alle leeftijdsgroepen.
Geen.
In het Programma LGDG zijn verschillende zoekgebieden voor woningbouw opgenomen (waaronder de Zanderij), die nog nader onderzocht moeten worden mede op criteria (omgevingskwaliteit, financiële haalbaarheid, cultuurhistorie, gezonde en veilige leefomgeving, landschappelijke inpassing, water en bodem sturend e.d.), die door de Provincie Zuid-Holland worden gesteld. De locatie Zanderij ligt in de nabijheid van het NS-station en het centrum van Hillegom en is omringd door bebouwing en sportveldencomplex. Uit een recent woningbehoefte- en locatie-onderzoek blijkt dat er tot 2040 binnenstedelijk onvoldoende ruimte beschikbaar is voor woningbouw. In nauwe samenwerking met de andere gemeenten en de provincie vinden er nog nadere onderzoeken plaats. De KAVB/LTO wordt hier ook bij betrokken. Ook de onderlinge verdeling van de maximaal 50 hectare moet tussen de gemeenten nog plaatsvinden. De gemeenteraad neemt uiteindelijk een besluit, waarop inspraak mogelijk is. Naar verwachting zullen de gemeenteraden eind 2026 een besluit nemen, zodat
Geen.
Deel 2 18.2
Met betrekking tot leefbaarheid en de Zanderij vraagt de indiener: 1) waarom kiest de gemeente ervoor om een van de laatste open groengebieden te bebouwen, terwijl er binnen bestaande stedelijk gebied nog alternatieve locaties zijn?, 2) op basis van welke criteria wordt bepaald dat een gebied geschikt is voor bebouwing, als het zoals in het geval [van de Zanderij] juist waardevol is door de omliggende bebouwing en het contrast benadrukt?, 3) wordt in het ruimtelijk afwegingskader meegenomen dat het verdwijnen van zulke enclaves leidt tot monotone bebouwing en verlies van landschappelijk kwaliteit?, 4) waarom wordt er gekozen voor uitbreiding in het buitengebied als het beleid juist inzet op bouwen binnen bestaande stadsgrenzen?, 5) wat is de visie van het college op het behoud van open ruimte in de toekomst als de Zanderij eenmaal is bebouwd? Wat blijft er dan nog over?
42
Provinciale Staten dit juridisch kunnen borgen in het Provinciale Omgevingsbeleid in 2027. Het is dus nog niet zeker welke locatie en op hoeveel hectare woningbouw in een gemeente gaat plaatsvinden.
18.3
Met betrekking tot bollencultuurlandschap en de Zanderij vraagt de indiener 1) op welke wijze is het bollencultuurlandschap meegewogen in de ruimtelijke afweging en milieueffectrapportages voor het plan, 2) waarom kiest de gemeente voor een ruimtelijke ontwikkeling die het historisch landschap aantast in plaats van kwaliteit als uitgangspunt te nemen?
Voorafgaand aan het aanwijzen van woningbouwlocaties in het buitengebied van de DBS is een Omgevingseffectrapportage (OER) benodigd. Dit onderzoek moet nog plaatsvinden. In een Notitie Reikwijdte en Detailniveau (NRD) wordt een afwegingskader en alternatieven opgenomen. Hierop is ook inspraak mogelijk. Op basis van de OER kan de gemeenteraad een definitieve woningbouwlocatie aanwijzen.
Geen.
18.4
Indiener stelt dat de voorgestelde aftakking van de N206 naar het station haaks staat op de doelstellingen van rust, veiligheid en duurzaamheid die vastgesteld zijn in de Omgevingsvisie Hillegom. Indiener vraagt: 1) waar is de integrale afweging van de plannen met de uitgangspunten van de omgevingsvisie terug te vinden?, 2) wat zijn de verwachte gevolgen van deze infrastructuurmaatregel voor geluid, luchtkwaliteit, verkeersveiligheid en leefbaarheid? En hoe worden de risico’s gemitigeerd?, 3) waarom wordt gekozen voor extra verkeersstromen richting het dorpscentrum?, 4) is onderzocht wat de impact is op bestaande verkeersknelpunten en woonstraten, 5) waarom worden fiets- en voetgangersverbindingen niet als prioriteit ontwikkeld, in plaats van nieuwe wegen voor autoverkeer, 6) is er onderzocht of het versterken van bestaande OV-knooppunten buiten Hillegom niet beter past binnen een duurzame mobiliteitsvisie?
De doortrekking van de N207 naar de N206 met een aftakking naar NS-station is nog in onderzoeksfase en er zijn nog geen besluiten genomen. Dit onderzoek is geen onderdeel van het Programma LGDG, maar onderdeel van het Maatregelpakket Mobiliteitsaanpak Noordelijke Duin- en Bollenstreek, dat uitgevoerd wordt in Holland Rijnland verband met de beide provincies Noord- en Zuid-Holland, Vervoersregio Amsterdam en de gemeenten Haarlemmermeer, Hillegom, Lisse, Teylingen en Noordwijk. Voor dit onderzoek is een OER met een afwegingskader en alternatieven benodigd, wanneer dit in een volgende fase komt. De omgeving wordt hierin nauw betrokken in een participatieproces. Zie ook pagina 70 van het Programma LGDG voor afspraken in het kader van mobiliteitsmaatregelen. We zullen uw vragen/opmerkingen alvast meegeven aan de projectleider van dit onderzoek.
Geen.
Bovendien is er nog geen enkel besluit genomen, zoals vermeld. Er is gestart met de eerste fase (haalbaarheidsstudie). Deze fase is in twee parallelle sporen op te delen. Het eerste deel omvat een haalbaarheidsonderzoek naar maatschappelijk draagvlak. Het tweede deel is een meer technisch
43
gerichte verkenning naar wat er in een tweede fase zou moeten gebeuren. Belangrijke elementen daarbij vormen de kruising met het spoor en de mogelijkheid om de verbinding in fasen te realiseren. De verkenning resulteert in een besluit over het vervolgproces. De verkenningsfase is in 2025/2026 afgerond. Dit leidt uiteindelijk tot de conclusie of en onder welke condities er naar fase 2 kan worden overgegaan (zie ook p. 71).
18.5
Met betrekking tot het Draka-terrein vraagt de indiener: 1) waarom is het bedrijventerrein Draka niet opgenomen in de planvorming als potentiële woningbouwlocatie, terwijl dit beter aansluit bij de uitgangspunten van duurzame en compacte stadsontwikkeling?, 2) heeft de gemeente overleg gevoerd met de ontwikkelaar, provincie of regio om herontwikkeling van Draka alsnog mogelijk te maken? Zo nee, waarom niet?
18.6
Indiener roept op 1) af te zien van voorgenomen bebouwing op de Zanderij, 2) de plannen voor de aftakking van de N206 naar het NS-station en Hillegom als OV-knooppunt kritisch te heroverwegen, 3) voortvarend te kijken naar herontwikkeling van het Draka-terrein.
19
Inwoner 2
19.1
In de ontwerp Actualisatie Omgevingsvisie Hillegom 2025 is deze voorgestelde aftakking naar het NS-station ook opgenomen op basis van het eerder vastgestelde Mobiliteitsplan. Het Programma LGDG gaat alleen over het buitengebied. Het Draka-terrein is binnenstedelijk gebied en daarom niet meegenomen in het Programma LGDG. In de Actualisatie Omgevingsvisie Hillegom 2025 en het Volkshuisvestingsprogramma is/wordt het Draka-terrein wel opgenomen als uitdrukkelijke wens om te transformeren naar woningbouw. Hierover zijn al geruime tijd gesprekken gaande met zowel ontwikkelaar als provincie e.d. We hebben kennisgenomen van uw oproep.
Geen.
Geen.
Samenvatting zienswijze
Beantwoording zienswijze
Overzicht aanpassingen
Indiener stelt dat bebouwing van de Zanderij een definitief verlies van waardevolle rust- en ruimtebeleving zal veroorzaken. Indiener vraagt: in de oorspronkelijke omgevingsvisie was er geen sprake van bebouwing van de Zanderij. Waarom is er nu sprake van bouwen van woningen op 1e klas bollengrond?
Het klopt dat in de Omgevingsvisie Hillegom de locatie Pastoorslaan-Zuid als reservelocatie woningbouw is opgenomen. Om de keuzemogelijkheden te vergroten is ook gezocht naar andere locaties. De locatie Zanderij voldoet aan de voorwaarden vanuit water en bodem sturend en is daarnaast ook gunstig gelegen nabij het NS-station en het centrum van Hillegom. Daarom is deze locatie als zoekgebied in het Programma LGDG opgenomen.
Geen.
44
Zie ook antwoord vraag 18.2.
19.2
Indiener is het niet eens met de redenering dat de Zanderij ‘toch al is omsloten door woningen’. Indiener vraagt waar de redenering dat dit zo is vandaan komt. Indiener stelt dat de bebouwing op de Zanderij onomkeerbare aantasting van karakteristiek bollencultuurlandschap en erfgoed is. Indiener vraagt: hoe ziet u de toekomst van Hillegom als het karakteristieke bollencultuurlandschap teniet wordt gedaan? Het versterken van het openbaar vervoer mag niet ten koste gaan van de lokale leefomgeving. Het is beter om te investeren in een goede regionale ontsluiting en kwalitatieve OV-verbindingen zonder de dorpse schaal en rust op te offeren.
Feitelijk is de Zanderij omringd door bebouwing en sportvoorzieningen.
Geen.
Zie antwoord 18.2 en 18.3.
Geen.
Zie antwoord 18.2.
Geen.
19.5
Indiener vraagt waarom het bedrijventerrein Draka niet is meegenomen in het PLGDG. Indiener stelt dat het terrein vanwege de ligging en schaalgeschiktheid een logische plek is om te verdichten met woningen. Indiener vraagt wat het plan is voor het bedrijventerrein Draka.
Zie antwoord 18.5.
Geen.
20
The Tulip Barn Samenvatting zienswijze
Beantwoording zienswijze
Overzicht aanpassingen
20.1
Indiener roept om in het definitieve omgevingsplan ruimte te maken voor [kleinschaligere toeristische initiatieven] zoals The Tulip Barn, die bijdragen aan spreiding van toerisme, versterking van de streekidentiteit, recreatieve kwaliteit én behoud van het bollenerfgoed. Indiener stelt dat zekerheid van de gemeente Hillegom voor steun en waardering van het initiatief nodig is om The Tulip Barn te kunnen laten doorgroeien naar een duurzame, toekomstbestendige en betekenisvolle toeristische bestemming.
We zullen uw verzoek inbrengen bij het lopende proces van het opstellen van het Omgevingsplan.
Geen.
21
Inwoner 3
19.3
19.4
Er is een tekort aan betaalbare woningen. In de Omgevingsvisie Hillegom staat een veilige en gezonde leefomgeving centraal.
45
21.1
21.2
21.3
21.4
21.5
21.6
21.7
Indiener stelt dat bebouwing van de Zanderij een definitief verlies van waardevolle rust- en ruimtebeleving zal veroorzaken. Indiener vraagt: in de oorspronkelijke omgevingsvisie was er geen sprake van bebouwing van de Zanderij. Waarom is er nu sprake van bouwen van woningen op 1e klas bollengrond? Indiener is het niet eens met de redenering dat de Zanderij ‘toch al is omsloten door woningen’. Indiener vraagt waar de redenering dat dit zo is vandaan komt. Indiener stelt dat de bebouwing op de Zanderij onomkeerbare aantasting van karakteristiek bollencultuurlandschap en erfgoed is. Indiener vraagt: hoe ziet u de toekomst van Hillegom als het karakteristieke bollencultuurlandschap teniet wordt gedaan? Indiener stelt dat de geplande aftakking van de verbindingsweg N207 – N206 naar het NS-station en het plan om Station Hillegom als NS-knooppunt te ontwikkelen haaks staat op het belang van het beschermen, behouden en versterken van de ruimtelijke kwaliteit, dorpskarakteristiek en leefomgeving zoals vastgesteld in de Omgevingsvisie Hillegom. Dit vanwege de te verwachten geluidsoverlast, luchtvervuiling, veiligheidsrisico’s, parkeerdruk, extra vervoersstromen en mogelijke verdichting.
Indiener vraagt: 1) hoe wilt u dit realiseren, 2) wederom 1e klas bollenvelden opofferen?, 3) moet er nog meer verkeer door de Wilhelminalaan, 2e Loosterweg en de Stationsweg? Indiener stelt dat de aftakking van de verbindingsweg zal leiden tot meer doorgaand verkeer, negatieve impact op de verkeersveiligheid en meer druk op bestaande infrastructuur. Indiener vraagt welke oplossingen u in gedachten heeft. Het versterken van het openbaar vervoer mag niet ten koste gaan van de lokale leefomgeving. Het is beter om te investeren in een goede regionale ontsluiting en kwalitatieve OV-verbindingen zonder de dorpse schaal en rust op te offeren. Indiener vraagt waarom het bedrijventerrein Draka niet is meegenomen in het PLGDG. Indiener stelt dat het terrein vanwege de ligging en schaalgeschiktheid een logische plek is om te verdichten met woningen. Indiener vraagt wat het plan is voor het bedrijventerrein Draka.
22
Inwoner 4
22.1
Indiener stelt dat er een gebrek aan transparantie en onafhankelijke procesgang is. Indiener vraagt om volledige
Zie antwoord 18.2.
Geen.
Zie antwoord 19.2.
Geen.
Zie antwoord 18.2.
Geen.
Zie antwoord 18.4.
Geen.
Zie antwoord 18.4.
Geen.
Zie antwoord 18.4.
Geen.
Zie antwoord 18.5.
Geen.
De opdrachtverlening door de vijf colleges is gebaseerd op een openbare aanbesteding via Stichting Rijk waar
Geen.
46
22.2
22.3
22.4
transparantie over de opdrachtverlening aan het bureau KuiperCompagnons, inclusief eventuele belangenverstrengeling, en verzoek om een onafhankelijk herbeoordeling van het participatieproces.
meerdere deskundige bureaus aan hebben deelgenomen. Bureau KuiperCompagnons is daarbij geselecteerd op basis van vooraf vastgestelde criteria. De expertise van dit bureau staat niet ter discussie. Het participatieproces is begeleid door bureau Necker.
Indiener stelt dat er een tegenstrijdigheid is tussen de visie op woningbouw en infrastructuur en het behoud van 2.625 hectare eersteklas bollengrond in het Programma. Indiener vraagt: 1) wilt u de juridische bescherming van 2.625 ha eersteklas bollengrond nu voorgoed vastleggen. 2) wilt u zich uitspreken voor de juridische en bestuurlijke bescherming van het huidige bollenareaal, de 2.625 hectare eersteklas bollengrond en garanderen dat het agrarisch gebruik van het buitengebied van met name Hillegom het uitgangspunt is bij ruimtelijke besluitvorming, 3) kunt u aangeven met welke bestuurlijke en juridische instrumenten u deze uitgangspunten gaat borgen (lange en korte termijn), 4) kunt u een onafhankelijk landschappelijk afwegingskader geven voordat locaties voor woningbouw of infrastructuur worden aangewezen, 5) kunt u volledige transparantie geven over eigendomsverhoudingen zodat duidelijk wordt of en hoe grondspeculatie het plan beïnvloedt, 6) wanneer er toch compensatie nodig is, kunt u aanpassen in het PLGDG dat dit vooraf geregeld en afgerond wordt.
Met betrekking tot zoekgebieden voor woningbouw vraagt indiener: 1) onderschrijft het college van Hillegom dan dus wel het behoud van 2.625 ha eersteklas bollengrond, 2) hoe kunt u dit uitleggen gezien het feit dat Hillegom de zoeklocaties zelf heeft aangewezen?, 3) wat is de onderliggende woningbouwbehoefte die deze uitbreidingsdrift rechtvaardigt, specifiek voor Hillegom? Indiener verzoekt het college: 1) spreek u expliciet uit dat Hillegom geen opvanggemeente is of zal worden voor regionale ‘restopgaven’, 2) stel een helder ruimtelijk afwegingskader op waarbij behoud van eersteklas bollengrond prioriteit heeft boven stedelijke uitbreiding, 3) houd vast aan de afspraken uit het Pact van Teylingen en werk samen aan een evenwichtige regionale verdeling van opgaven. Met betrekking tot zoekgebieden, mobiliteit en de ISG vraagt indiener: 1) welke woningbouwbehoefte rechtvaardigt het
Uitgangspunt is het behoud van het huidige bollenteeltareaal. Als bollengrond voor andere doeleinden wordt gebruikt of ingezet, geldt altijd het compensatiebeginsel/ bollengrondcompensatiefonds. In het najaar 2025 wordt de Heijkoopkaart door Provincie Zuid-Holland in samenwerking met gemeenten en stakeholders geactualiseerd. Op deze kaart staat de eerste- en tweedeklasbollengrond aangegeven. Door deze update wordt inzicht gegeven in de feitelijke stand van zaken van eerste- en tweedeklasbollengrond. Juridische borging van het bollenteeltgebied vindt ook plaats in de Omgevingsverordening Zuid-Holland. Inzicht in de bestaande eigendomsverhoudingen is te verkrijgen via het Kadaster.
Geen.
Zie beantwoording 22.2.
Geen.
Zie beantwoording 18.1. en 18.2 De gemeente is gehouden aan de afspraken die gemaakt zijn in de Regionale Woonagenda van Holland Rijnland. In het Volkshuisvestingsprogramma, dat in voorbereiding is, is de woningbehoefte tot 2040 opgenomen.
Zie beantwoording 18.1.
Geen.
47
22.5
22.6
22.7
aanwijzen van grote zoekgebieden voor woningbouw specifiek in Hillegom?, 2) waarom is gekozen voor een volledig nieuwe ISG, in plaats van een actualisatie van de bestaande visie, 3) waarom wordt al over aanleg van een weg gesproken, terwijl het onderzoek nog loopt, 4) kunt u mij verzekeren dat er geen koppeling bestaat of gemaakt is of wordt tussen de aanleg van een weg gesproken, terwijl het onderzoek nog loopt?, 5) zijn alle landschappelijke en ecologische effecten van de aanleg van een verbindingsweg en aftakking voldoende onderzocht, 6) gaat u alsnog minder ingrijpende, kosten-efficiënte alternatieven onderzoeken, 7) gaat het met betrekking tot de verbindingsweg over een intentie, reservering of al genomen besluit? 8) welke woningbouwbehoefte rechtvaardigt het aanwijzen van grote zoekgebieden voor woningbouw specifiek in Hillegom? 9) is het nu lopende onderzoek een onderzoek om te rechtvaardigen dat er een weg moet komen of is dit onderzoek om aan te tonen of er mogelijk een weg moet komen? 10) bent u bereid de planvorming van het tracé ten zuiden van Hillegom op te schorten in afwachting van het lopende provinciale onderzoek naar de aansluiting op de A44 bij Sassenheim? Met betrekking tot leefbaarheid, bodem en waterkwaliteit vraagt de indiener: 1) hoe wordt de bodemkwaliteit beschermd bij herbestemming van landbouwgrond? 2) hoe wordt waterberging gecombineerd met behoud
van agrarisch gebruik?, 3) op welke manier wordt de leefbaarheid in en rond Hillegom gewaarborgd bij verdere verstedelijking? Indiener stelt dat het college van Hillegom de woningbouwlocaties Pastoorslaan en Zanderij zelf heeft opgegeven. Indiener vraagt: 1) kunt u aangeven wat de motivatie is geweest in dit zo voor te stellen?, 2) hoe staan andere gemeenten tegenover deze opstelling van Hillegom? Indiener maakt bezwaar tegen het aanwijzen van de Pastoorslaan-Zuid en de Zanderij als zoeklocaties voor woningbouw. Indiener vraagt: 1) bent u bekend met de reactie van Provincie Zuid-Holland, waarin wordt gesteld dat de Pastoorslaan niet als bouwlocatie wordt erkend?, 2) waarom gebruikt u de term ‘reservelocatie’ terwijl deze geen enkele juridische of beleidsmatige status meer heeft en de oorspronkelijke onderbouwing is komen te vervallen?, 3) op basis van welke analyse of behoefte wordt voorgesteld om toch woningbouw te overwegen op deze uiterst waardevolle
Zie beantwoording 19.1. Het Programma LGDG is een herziening van de huidige ISG, maar gaat ook over bredere opgaven onder andere op het gebied van klimaat, natuur, water en biodiversiteit. Zie beantwoording 18.3 en 18.4.
De uitvoerende maatregelen komen aan de orde in een uitvoeringsagenda.
Geen.
Zie beantwoording 19.1.
Geen.
Sinds 2008 is de Pastoorslaan-Zuid (op basis van een locatie-onderzoek) door de gemeenteraad van Hillegom aangewezen in de Structuurvisie Hillegom en vanaf 2018 in de Omgevingsvisie Hillegom als reserve woningbouwlocatie. Het aanwijzen van een reservelocatie is nog steeds een autonome bevoegdheid van de gemeenteraad. Deze reservewoningbouwlocatie is ook opgenomen in de ISG.
Geen.
Zie beantwoording 18.1 en 18.2.
48
22.8
22.9
gronden?, 4) heeft u met buurgemeente afspraken gemakt over de verdeling van woningbouwdruk op bollengronden. Zo ja, welke afspraken?, 5) waarom volgt Hillegom niet het voorbeeld van Lisse, dat wél een helder en principieel bouwverbod op bollengronden hanteert?, 6) zijn er met de eigenaren van de gronden aan de Zanderij en Pastoorslaan in de afgelopen 24 maanden gesprekken geweest over de mogelijk herbestemming en tijdspad?, 7) bent u bereid de term ‘reservelocatie’ uit alle documenten, kaarten en passages van de visie te schrappen?, 8) bent u bereid de zoekgebieden Zanderij en Pastoorslaan te schrappen uit de stukken en kaarten? Indiener stelt met betrekking tot het Draka-terrein de volgende vragen: 1) waarom is het Draka-terrein niet opgenomen in de voorliggende visie, ondanks de centrale ligging en woningbouwpotentie?, 2) bent u met mij van mening dat het college een kans heeft laten liggen door geen regie te nemen bij de verkoop aan een ontwikkelaar?, 3) welke concrete stappen heeft het college tussen 2022 en nu gezet om herontwikkeling van het terrein bespreekbaar te maken?, 4) wat is er gedaan met de kennis dat het terrein een particuliere eigenaar kreeg? Heeft u bestuurlijk initiatief genomen? En zo ja, welk, 5) hoe weegt u het behoud van milieucategorie 4.3-bedrijven midden in het dorpshart af tegen de woningbouwopgave?, 6) wat is uw visie op de toekomst van het
terrein: leegstand, verdere veroudering of transformatie?, 7) neemt u het Draka-terrein alsnog expliciet op als strategische her-ontwikkellocatie in de visie? Zo nee, waarom niet?, 8) bent u bereid bestuurlijk in overleg te gaan met de ontwikkelaar, provincie en regio (Holland Rijnland) om herontwikkeling naar woningbouw mogelijk te maken?, 9) verken de uitruilmogelijkheden voor milieubelastende bedrijvigheid naar locaties buiten de dorpskern of buiten de regio, 10) op welk moment en om welke reden is besloten het Draka-terrein niet op te nemen in de herziening van de PLGDG?, 11) waarom heeft het college niet aangehaakt bij de nieuwe bedrijventerreinstrategie van Holland Rijnland (september 2024) om dit terrein te herpositioneren? Met betrekking tot de rol en betrokkenheid van de raad vraagt de indiener: 1) zijn aanpassingen of wijzigingen in het concept PLGDG door de raad aan te brengen?, 2) Bent u bereid deze aanpassingen door te voeren en binnen het overleg met de 5
Zie antwoord 18.5.
Geen.
De vijf gemeenteraden zijn in het voortraject van het Programma LGDG betrokken bij de totstandkoming van het Ontwerp Programma LGDG tijdens radenbijeenkomsten.
Geen.
49
colleges en zich sterk te maken voor het standpunt van de Hillegomse raad?, 3) en in geval nee, waarom niet?
In de periode september t/m november worden de vijf gemeenteraden in de gelegenheid gesteld om wensen en bedenkingen in te brengen op het Ontwerp Programma LGDG. De raden ontvangen vooraf de ingebrachte zienswijzen en de Nota Zienswijzen met een voorgenomen reactie vanuit de vijf colleges.
Deel 2 22.10
Indiener stelt dat stakeholders onvoldoende gehoord zijn in het proces. Daarnaast is het onacceptabel als de zienswijzen alleen door de stuurgroep worden afgehandeld (met een ogenschijnlijk vooringenomen opstelling), waarbij de stuurgroep een adviserende rol heeft aan het college. Ook is het vreemd dat de gemeenteraden hierbij niet betrokken worden en pas later in het proces. Indiener vraagt: 1) de zienswijzen ook voorafgaand aan advisering door de colleges te laten toetsen door (een afvaardiging van) de vijf gemeenteraden.
Bij de totstandkoming van dit Programma LGDG heeft een uitgebreid participatieproces plaatsgevonden. In twee rondes van elk drie bijeenkomsten zijn tussen februari en oktober 2024 gesprekken georganiseerd met inwoners, stakeholders, raadsleden en de colleges van burgemeester en wethouders. Ook hebben 2.854 inwoners en 120 jongeren hun mening gegeven via een online vragenlijst. Dat is een representatieve hoeveelheid. Zo kregen ook zoveel mogelijk inwoners de mogelijkheid om mee te praten over de toekomst van de Duin- en Bollenstreek. Daarnaast zijn 2 expertsessies gehouden met diverse stakeholders.
Geen.
Zie ook antwoord 22.9. 22.11
22.12
Indiener stelt dat de bollengronden in de Duin- en Bollenstreek uniek en onvervangbaar zijn. De aanwijzing van woningbouw en infrastructuur bedreigt tientallen hectares eersteklas bollengrond. Dit staat haaks op het uitgangspunt 2.625 ha. Indiener vraagt: 1) voorgoed de gronden te borgen in het programma en de zoeklocaties rond Hillegom te schrappen, 2) het is wenselijk dat woningbouw wordt verspreid over de regio, met inzet van andere bestaande locaties zoals de voormalige GOM locaties, 3) overweeg het opstellen van een convenant met de sector voor bijvoorbeeld de komende 20 jaar over woningbouw en compensatie van bollengrond. Indiener stelt dat Hillegom onevenredig belast dreigt te worden met regionale opgaven die buurgemeenten bewust sluiten. Indiener vraagt: 1) wat is de rol van Hillegom geweest in de keuze voor deze locaties?, 2) Wat is de ambitie van Hillegom met betrekking tot inwonersaantal?, 3) zijn deze keuzes afgestemd met andere colleges of autonoom ingebracht?, 4) wisten de
Met het Programma LGDG hebben we de ruimtelijke puzzel gelegd, waarbij het huidige aantal hectares aan 1e klas bollengrond behouden kan blijven, omdat er voldoende hectares in het gebied beschikbaar zijn voor bollengrondcompensatie, zoals opruimen van verrommeling en opwaarderen van 2e klas bollengrond.
Geen.
Zie antwoord: 18.2.
Geen.
Alle vijf colleges hebben met het Ontwerp Programma LGDG ingestemd.
50
22.13
22.14
23. 23.1
23.2
andere colleges af van de inbreng van Hillegom en hebben zij hiermee ingestemd? Indiener stelt dat de noodzaak voor de verbinding tussen N207N206 onvoldoende onderbouwd is en alternatieven niet zijn onderzocht. De tracés tasten veel waardevolle bollengrond aan. Alternatieven als een verbeterde N444 met goede aansluiting op de A44 en aftakking van N208 ten noorden van Hillegom de nieuwe Bennebroekerweg verdienen serieuze overweging. Indiener stelt dat het Draka terrein strategisch gelegen is en een uitgelezen kans biedt voor woningbouw. Het is vreemd dat deze locaties volledig uit het programma LGDG is gehouden. Indiener vraagt: 1) het Draka terrein in samenwerking met andere partijen alsnog in te brengen als woningbouwlocatie en goede en veilige alternatieve locatie te zoeken voor een bedrijventerrein met milieucategorie 4.3, 2) verzoek om een transparante toelichting op de bestuurlijke keuzes rondom het Draka terrein, inclusief een tijdlijn vanaf het moment van aankoop, 3) het verzoek om een motivatie waarom het Draka terrein niet is opgenomen in het programma LGDG en enkele andere bedrijventerreinen wel, het argument dat de andere locaties wel ook al in de omgevingsvisie stonden kan geen legitieme reden zijn.
Zie antwoord 18.4,
Geen.
Zie antwoord 18.5.
Geen.
Samenvatting zienswijze
Beantwoording zienswijze
Overzicht aanpassingen
Indiener stelt dat het participatieproces niet voldoet aan de eisen van open en betekenisvolle inspraak, met nauwelijks kans voor belanghebbenden om invloed uit te oefenen. De uitkomsten lijken vooraf bepaald. Indiener vraagt om: 1) een herziening van het participatieproces onder onafhankelijke begeleiding, 2) volle openheid over de opdrachtverstrekking en rol van bureau KuiperCompagnons, 3) beantwoording van de vraag of aanpassingen aan de kernkeuzes van het PLGDG nog mogelijk zijn. Indiener stelt dat er teveel nadruk ligt op woningbouw en infrastructuur, en te weinig op andere vraagstukken en bescherming van bollengronden. Indiener vraagt: 1) waarom wordt er niet vol ingezet op inbreiding en verdichting binnen bestaande kernen, 2) op welke gronden is de behoefte aan 50 hectare woningbouw in Hillegom vastgesteld?, 3) waarom zijn de zoekgebieden voor woningen
Zie antwoorden 22.1 en 22.10.
Geen.
Zie antwoord 18.1, 18.2 en 22.2.
Geen.
Stichting Vrienden van Oud Hillegom
51
23.3
23.4
23.5
23.6
voor een groot deel in Hillegom terecht gekomen? Is er gekeken naar eigenaarschap en zijn eigenaren betrokken?, 4) is het te reguleren dat woningen in Hillegom daadwerkelijk beschikbaar worden voor Hillegomse woningzoekenden? Indiener roept op tot: 1) herziening van de voorgestelde woningbouwlocaties, stop met het benoemen van nieuwe zoekgebieden totdat er een onafhankelijke landschappelijk afwegingskader ligt, 2) volledige transparantie over eigendomsverhoudingen en een heldere begrenzing van ontwikkelgebieden, 3) actieve bescherming van agrarische bedrijven van kritieke omvang, met vrijwillige en volledige compensatie wanneer bestaanszekerheid wordt aangetast, 4) regulering dat woningen die in Hillegom worden gebouwd daadwerkelijk bestemd zijn voor Hillegomse woningzoekenden. Indiener stelt dat er onvoldoende onderbouwing is van de mobiliteitsmaatregelen en roept op: 1) onderbouw de verkeerskundige noodzaak voor de nieuwe verbinding, 2) breng ruimtelijke impact eerlijk en volledig in beeld, 3) geef duidelijkheid of de weg bedoeld is als oplossing voor een bestaand probleem, of voorbereiding op woningbouw, 4) stop de besluitvorming over de infrastructuur zolang deze niet is ingebed in een breder, transparant afwegingskader.
Indiener stelt dat compensatie na onttrekking leidt tot langdurig tekort aan teeltgrond en structurele gevolgen voor productie, bedrijfsvoering en ketenafspraken. Indiener roept op: 1) compensatie mag enkel plaatsvinden in het uiterste geval, 2) compensatie moet volledig, aantoonbaar en vooraf gerealiseerd worden, 3) de kwetsbare balans tussen landbouw, ecologie en ruimtelijk opgaven vraagt om zorgvuldigheid, 4) waar geen volwaardige compensatie vooraf kan worden gerealiseerd, dient geen onttrekking van eersteklas bollengrond toegestaan te worden; eerst compenseren, dan ontwikkelen. Indiener stelt dat de Zanderij een hoge bruikbaarheid heeft voor de bollenteelt en van zeer hoge cultuurhistorische waarde is, en niet omsloten is door woningbouw. Indiener stelt dat er onvoldoende aandacht is voor leefbaarheid, landbouw en economische impact en vraagt, 1) hoe wordt de leefbaarheid van het gebied gewaarborgd zonder verdere verrommeling?, 2) wat zijn de effecten op de economische vitaliteit van de agrarische sector?, 3) hoe wordt de bodem- en
Zie antwoord 18.4.
Geen.
Zie antwoord 22.2.
Geen.
Zie antwoord 19.1 en 19.2.
Geen.
Het Ontwerp Programma LGDG is gebaseerd op 3 pijlers: 1. water en bodem sturend; 2. openhouden (cultuur)landschap; 3. fijnmazige groen/blauwe dooradering van het landschap. In de uitvoeringsagenda wordt aandacht besteed aan de ‘hoe-vraag’.
Geen.
52
23.7
23.8
24. 24.1
24.2
24.3
25.
waterkwaliteit bescherm bij functiewijziging van landbouwgrond? Indiener stelt dat de aanduiding van grote zoekgebieden voor woningbouw en infrastructuur langdurige onzekerheid bij ondernemers en grondeigenaren creert. Indiener verzoekt: 1) zoekgebieden tot een minimum te beperken en deze alleen aan te wijzen op basis van breed gedragen, onafhankelijke onderbouwing, 2) zo snel mogelijk duidelijkheid te geven over gemaakte keuzes, 3) volledige transparantie te bieden over vergoedingen en schadeloosstellingen. Indiener verzoekt: 1) het participatieproces te heropenen te verbeteren, 2) de besluitvorming uit te stellen tot alle relevante onderzoeken zijn afgerond, 3) de landbouw- en landschapswaarden niet te behandelen als restpost, maar als uitgangspunt voor beleid, 3) te kiezen voor een planproces dat eerlijk, open, zorgvuldig en toekomstgericht is.
Zie antwoord 18.2.
Geen.
We hebben kennis genomen van uw verzoek. Zie antwoord 22.10.
Geen.
Samenvatting zienswijze
Beantwoording zienswijze
Overzicht aanpassingen
Indiener roept op om af te zien van woningbouw op de Zanderij, met de volgende argumenten: 1) de Zanderij is een essentieel onderdeel van het karakteristieke bollencultuurlandschap. Het vormt een ecologische buffer, landschappelijke verrijking en herinnering aan onze oorsprong, 2) de wegen in het gebied zijn niet ontworpen op verkeersdrukte die woningbouw met zich meebrengt, 3) het argument dat de Zanderij ‘toch al omsloten is’ doet geen recht aan de betekenis van open ruimte binnen stedelijk context en kan leiden tot een glijdende schaal van verstening. Indiener is positief over de plannen van de aanleg van een rondweg. Het kan bijdragen aan leefbaarheid en veiligheid, mits deze losstaat van verdere bebouwingplannen op kwetsbare locaties. De indiener noemt het bedrijventerrein Draka als logischere plek voor woningbouw en vindt het onbegrijpelijk dat deze locatie onbenut blijft is het PLGDG.
Zie antwoord 19.1 en 19.2.
Geen.
We nemen dit voor kennisgeving aan.
Geen.
Zie antwoord 18.5.
Geen.
Inwoner 5
Inwoner 6
53
25.1
25.2
25.3
26. 26.1
26.2
26.3
26.4
Samenvatting zienswijze
Beantwoording zienswijze
Overzicht aanpassingen
Indiener maakt bezwaar tegen het voornemen tot woningbouw op de Zanderij, met de volgende argumenten: 1) de leefbaarheid van Hillegom staat onder druk en dit zal verergeren door het bebouwen van de Zanderij, omdat het een definitief verlies van waardevolle rust- en ruimtebeleving betekent, 2) de Zanderij is een essentieel onderdeel van het karakteristieke bollencultuurlandschap, het vormt een ecologische buffer, landschappelijke verrijking en herinnering aan onze oorsprong. Met betrekking tot de voorgestelde aftakking van de N206 en OVknooppunt Hillegom stelt de indiener dat 1) de geplande aftakking geluidsoverlast, luchtvervuiling en veiligheidsrisico’s met zich mee brengt, wat haaks staat op de wens in de Omgevingsvisie om Hillegom leefbaar en veilig te houden, 2) de plannen voor OV-knooppunt zetten Hillegom onder druk vanwege infrastructurele uitbreiding, extra verkeersstromen, mogelijke verdichting, negatieve impact op verkeersveiligheid en verkeersdruk Indiener vraagt waarom het bedrijventerrein Draka niet is meegenomen in PLGDG.
Zie antwoord 19.1.
Geen.
Zie antwoord 18.4.
Geen.
Zie antwoord 18.5.
Geen.
Samenvatting zienswijze
Beantwoording zienswijze
Overzicht aanpassingen
Indiener stelt dat bebouwing van de Zanderij een definitief verlies van waardevolle rust- en ruimtebeleving zal veroorzaken. Indiener vraagt: in de oorspronkelijke omgevingsvisie was er geen sprake van bebouwing van de Zanderij. Waarom is er nu sprake van bouwen van woningen op 1e klas bollengrond? Indiener is het niet eens met de redenering dat de Zanderij ‘toch al is omsloten door woningen’. Indiener vraagt waar de redenering dat dit zo is vandaan komt. Indiener stelt dat de bebouwing op de Zanderij onomkeerbare aantasting van karakteristiek bollencultuurlandschap en erfgoed is. Indiener vraagt: hoe ziet u de toekomst van Hillegom als het karakteristieke bollencultuurlandschap teniet wordt gedaan? Indiener stelt dat de geplande aftakking van de verbindingsweg N207 – N206 naar het NS-station en het plan om Station Hillegom als NS-knooppunt te ontwikkelen haaks staat op het belang van het beschermen, behouden en versterken van de
Zie antwoord 19.1.
Geen.
Zie antwoord 19.2
Geen.
Het voldoen aan de Hillegomse woningbehoefte draagt ook bij aan een duurzaam toekomstperspectief van Hillegom.
Geen.
Zie antwoord 18.4.
Geen.
Inwoner 7
Vraagstukken over de uitvoering van de doelstellingen in het Programma komen aan de orde in de